<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR414889_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Sanctiebeleid bestuursrechtelijke handhaving leeftijdgrenzen Drank- en Horecawet</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Putten</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Putten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Puttens weekblad, 31-08-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Sanctiebeleid bestuursrechtelijke handhaving leeftijdgrenzen Drank- en Horecawet</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Drank- en Horecawet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">burgemeester</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-08-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-09-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuw beleid</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>473581</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur en recht</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>(geen)</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Sanctiebeleid bestuursrechtelijke handhaving leeftijdgrenzen Drank- en Horecawet</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Sanctiebeleid bestuursrechtelijke handhaving
            leeftijdsgrenzen</vet></al><al/><al>Sanctiebeleid bestuursrechtelijk handhaving</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Inleiding</label></kop><structuurtekst><al>Uit onderzoek blijkt dat het voor minderjarigen eenvoudig is om o.a. in
                            supermarkten, bij de horeca of in sportkantines in de gemeente Putten
                            aan alcoholhoudende drank te komen. De Drank- en Horecawet bevat een
                            verbod tot het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van
                            alcoholhoudende drank aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat
                            deze persoon 18 jaar of ouder is. De burgemeester is op grond van het
                            bestuursrecht bevoegd om tegen een overtreding van dit verbod handhavend
                            op te treden. In dit beleid wordt aangegeven hoe de burgemeester omgaat
                            met deze bevoegdheid.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Juridisch Kader</label></kop><structuurtekst><al>Artikel 20, eerste lid, van de Drank- en Horecawet geeft aan dat het
                            verboden is om bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank
                            te verstrekken aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de
                            leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Onder verstrekken wordt ook begrepen
                            het verstrekken van alcoholhoudende drank aan een persoon van wie is
                            vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, welke drank
                            echter kennelijk bestemd is voor een persoon van wie niet is vastgesteld
                            dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.</al><al/><al>Op grond van artikel 20, derde lid, aanhef en onder a, van de Drank- en
                            Horecawet geschiedt de vaststelling als bedoeld in het eerste lid aan de
                            hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet
                            op de identificatieplicht (o.a. paspoort, identiteitskaart en
                            rijbewijs), dan wel op een bij of krachtens algemene maatregel van
                            bestuur aangewezen andere wijze. </al><al/><al>De vaststelling blijft ingevolge artikel 20, derde lid, aanhef en onder
                            b, van de Drank- en Horecawet achterwege, indien het een persoon betreft
                            die onmiskenbaar de vereiste leeftijd heeft bereikt. Volgens de memorie
                            van toelichting (Kamerstukken II 1997/98, 25 969, nr. 3, blz. 28) houdt
                            het woord “onmiskenbaar” in dat overduidelijk moet zijn dat die persoon
                            de vereiste leeftijd heeft bereikt.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Doel van handhaving en sanctiebeleid</label></kop><structuurtekst><al>Het doel van handhaving is hier primair het verminderen van
                            alcoholgebruik onder minderjarige jongeren, één van de speerpunten van
                            het gemeentelijk gezondheidsbeleid. Het doel van dit sanctiebeleid is om
                            kenbaar te maken aan de overtreder welke maatregel hij van de overheid
                            kan verwachten na een overtreding, waardoor er mogelijk een preventieve
                            werking van uitgaat</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Sanctiemiddelen</label></kop><structuurtekst><al>De burgemeester kiest ervoor om de volgende sanctiemiddelen in te zetten
                            na het constateren van overtredingen van artikel 20, eerste, van de
                            Drank- en Horecawet: opleggen last onder dwangsom, het schorsen en/of
                            intrekken van de vergunning of de “three strikes out” samen met het
                            opleggen van een last onder bestuursdwang.</al><al/><al><cursief>Last onder dwangsom en invorderingsbeschikking</cursief></al><al>De burgemeester heeft op basis van artikel 5:32 van de Algemene wet
                            bestuursrecht en artikel 125 van de Gemeentewet de bevoegdheid tot het
                            opleggen van een last onder dwangsom. Een dwangsom is de sanctie waarbij
                            de overtreder in het geval van dit sanctiebeleid per overtreding of
                            ineens een geldbedrag verbeurt, o.a. wanneer een nieuwe overtreding van
                            de last wordt begaan. De hoogte van de dwangsom is afhankelijk van de
                            zwaarte van de overtreding. </al><al/><al>Voorafgaand aan verzending van het besluit last onder dwangsom ontvangt
                            de overtreder een brief waarin het voornemen wordt geuit om een last
                            onder dwangsom op te leggen. De overtreder krijgt de gelegenheid binnen
                            twee weken zijn zienswijze schriftelijk of mondeling kenbaar te maken.
                            Een vooraankondiging blijft achterwege als er sprake is van een
                            spoedeisend belang.</al><al/><al>Op het moment dat de last wordt overtreden verstuurt de burgemeester een
                            invorderingsbeschikking als bedoeld in artikel 5:37 van de Algemene wet
                            bestuursrecht naar de overtreder van de last waarin staat dat een
                            dwangsom is verbeurd, die binnen zes weken betaalt moet worden. </al><al/><al><cursief>Schorsen of intrekken Drank- en
                            Horecawetvergunning</cursief></al><al>Op grond van artikel 32 van de Drank- en Horecawet kan de burgemeester
                            de Drank- en Horecawetvergunning op diverse gronden schorsen voor een
                            periode van ten hoogste twaalf weken. Daarnaast kan de burgemeester de
                            vergunning o.g.v. artikel 31 van de Drank- en Horecawet in bepaalde
                            gevallen intrekken. Het schorsen en intrekken van een vergunning kan
                            o.a. in het geval een vergunninghouder zich niet houdt aan de regels die
                            zijn opgenomen in de Drank- en Horecawet, zoals de regels opgenomen in
                            artikel 20, eerste en derde lid, Drank- en Horecawet. De
                            intrekkingsbrief wordt voorafgegaan door een brief waarin het voornemen
                            hiertoe wordt geuit. Dit voornemen wordt niet geuit indien de overtreder
                            in dit kader reeds (bijv. telefonisch) om een zienswijze is
                            gevraagd.</al><al/><al><cursief>Three strikes out</cursief></al><al>Supermarkten, warenhuizen, snackbars en cafetaria’s hebben geen
                            vergunning nodig op grond van de Drank- en Horecawet voor het verkopen
                            van zwak-alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse.
                            Artikel 19a, eerste lid, van de Drank- en Horecawet biedt de
                            mogelijkheid om indien een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een
                            dergelijk bedrijf exploiteert en in een periode van 12 maanden driemaal
                            artikel 20, eerste en derde lid, van de Drank- en Horecawet heeft
                            overtreden, de bevoegdheid te ontzeggen tot het verkopen van
                            zwak-alcoholhoudende drank vanaf de locatie waar bedoeld gedrag heeft
                            plaatsgevonden. Dit wordt ook wel de “three strikes out” maatregel
                            genoemd. De burgemeester kan de “three strikes out” maatregel voor een
                            periode van één tot twaalf weken toepassen, zo nodig afgedwongen middels
                            een last onder bestuursdwang. Een last onder bestuursdwang als hier
                            bedoeld is ingevolge artikel 5:21 van de Algemene wet bestuursrecht een
                            herstelsanctie, inhoudende de bevoegdheid van de burgemeester om de last
                            door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet
                            tijdig wordt uitgevoerd. De bevoegdheid tot het opleggen van een last
                            onder bestuursdwang vloeit voort uit artikel 5:21 e.v. van de Algemene
                            wet bestuursrecht en artikel 125 van de Gemeentewet.</al><al/><al>Terzijde zij opgemerkt dat in het geval een snackbar of cafetaria
                            beschikt over een Drank- en Horecawetvergunning, het hem niet toegestaan
                            is alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik elders dan ter
                            plaatse.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Sanctiebeleid</titel></kop><structuurtekst><al>Onderstaande tabel bevat de weergave van het sanctiebeleid. Van iedere
                            constatering van een overtreding wordt een op schrift gestelde
                            rapportage opgemaakt door een daartoe aangewezen toezichthouder Drank-
                            en Horecawet of ter zake deskundige. De gehanteerde dwangsombedragen
                            komen nagenoeg overeen met de bestuurlijke boetes genoemd in het Besluit
                            bestuurlijke boete Drank- en Horecawet.</al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al><vet>Het artikel dat wordt overtreden</vet></al></entry><entry><al><vet>Handelswijze bij constatering van de
                                                  overtreding</vet></al></entry></row><row><entry><al>Overtreding van het verbod van artikel 20, eerste
                                                lid, van de Drank- en Horecawet door ondernemers als
                                                bedoeld in artikel 18, tweede lid of artikel 19,
                                                tweede lid, aanhef en onder a, van de Drank- en
                                                Horecawet.</al></entry><entry><al><onderstreept>1<sup>e</sup>
                                                  constatering:</onderstreept></al><al>opleggen last onder dwangsom. De hoogte van de
                                                dwangsom bedraagt € 1.500,- per geconstateerde
                                                overtreding, met een maximum van € 3.000,- waarboven
                                                geen dwangsom meer wordt verbeurd.</al><al/><al><onderstreept>2<sup>e</sup>
                                                  constatering:</onderstreept></al><al>invorderen dwangsom.</al><al/><al><onderstreept>3<sup>e</sup>
                                                  constatering:</onderstreept></al><al>invorderen dwangsom</al><al/><al><onderstreept>4<sup>e</sup> constatering binnen
                                                  periode van 12 maanden na 1<sup>e</sup>
                                                  constatering:</onderstreept></al><al>verbod alcoholverkoop op grond van artikel 19a
                                                Drank- en Horecawet voor minimaal één week, onder
                                                gelijktijdige oplegging van een last onder
                                                bestuursdwang. </al><al/><al><onderstreept>4<sup>e</sup> constatering na afloop
                                                  van de periode van 12 maanden na de 1<sup>e</sup>
                                                  constatering:</onderstreept></al><al>het volgen van de werkwijze zoals aangegeven bij de
                                                1<sup>e</sup> constatering. De hoogte van de
                                                dwangsom is dan € 3.000 per geconstateerde
                                                overtreding, met een maximum van € 6.000,- waarboven
                                                geen dwangsom meer wordt verbeurd. Bij nieuwe
                                                constateringen wordt de actie genoemd bij de
                                                daaropvolgende constateringen (2<sup>e</sup> en
                                                3<sup>e</sup> constatering) gevolgd.</al><al/></entry></row><row><entry><al>Overtreding van het verbod van artikel 20, eerste
                                                lid, van de Drank- en Horecawet bij andere
                                                verkooppunten dan de bedoelde in artikel 18, tweede
                                                lid of artikel 19, tweede lid, aanhef en onder a,
                                                van den Drank- en Horecawet.</al></entry><entry><al><onderstreept>1<sup>e</sup>
                                                  constatering:</onderstreept></al><al>opleggen last onder dwangsom. De hoogte van de
                                                dwangsom bedraagt € 1.500,- per geconstateerde
                                                overtreding, met een maximum van € 3.000,- waarboven
                                                geen dwangsom meer wordt verbeurd.</al><al/><al><onderstreept>2<sup>e</sup>
                                                  constatering:</onderstreept></al><al>invorderen dwangsom.</al><al/><al><onderstreept>3<sup>e</sup>
                                                  constatering:</onderstreept> invorderen
                                                dwangsom.</al><al/><al><onderstreept>4<sup>e</sup> constatering binnen
                                                  periode van 12 maanden na 1<sup>e</sup>
                                                  constatering</onderstreept>: </al><al>schorsing van de vergunning voor de duur van één
                                                week. Indien binnen 12 maanden na de 4<sup>e</sup>
                                                constatering wederom een overtreding (5<sup>e</sup>)
                                                geconstateerd wordt, wordt de vergunning geschorst
                                                voor de duur van zes weken. Indien binnen 12 maanden
                                                na de 5<sup>e</sup> constatering wederom een
                                                overtreding (6<sup>e</sup>) geconstateerd wordt,
                                                wordt de vergunning ingetrokken. </al><al/><al><onderstreept>4<sup>e</sup> constatering na afloop
                                                  van de periode van 12 maanden na de 1<sup>e</sup>
                                                  constatering:</onderstreept></al><al>het volgen van de werkwijze zoals aangegeven bij de
                                                1<sup>e</sup> constatering. De hoogte van de
                                                dwangsom is dan € 3.000,- per geconstateerde
                                                overtreding, met een maximum van € 6.000,- waarboven
                                                geen dwangsom wordt verbeurd. Bij nieuwe
                                                constateringen wordt de actie genoemd bij de
                                                daaropvolgende constateringen (2<sup>e</sup> en
                                                3<sup>e</sup> constatering) gevolgd.</al><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Dit beleid geeft de algemene handelswijze aan. Wanneer van het opleggen
                            van een last onder dwangsom redelijkerwijs onvoldoende effect kan worden
                            verwacht, wordt er in een eerdere stap voor gekozen de vergunning te
                            schorsen of in te trekken of het opleggen van een verbod alcoholverkoop
                            aan ondernemers als bedoeld in artikel 18, tweede lid of artikel 19,
                            tweede lid, aanhef en onder a, van de Drank- en Horecawet. Dit kan
                            bijvoorbeeld het geval zijn wanneer recidive plaatsvindt zonder dat
                            significante verbetering is gebleken.</al><al/><al>De burgemeester handelt overeenkomstig het beleid, tenzij dat voor een
                            of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere
                            omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met het beleid te
                            dienen doelen.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Dit beleid treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Putten, 19 augustus 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>H. A. Lambooij</ondertekening><ondertekening>burgemeester</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>