<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR41481_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Doesburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Doesburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Regiobode, 31 maart 2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Doesburg 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Artikel 154 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0001948">Artikel 6 Wegenwet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-03-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-03-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Doesburg;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 maart 2004;</al><al/><al>gelet op de artikelen 149 en 154 van de Gemeentewet en artikel 6 van de
                        Wegenwet;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de navolgende</al><al/><al>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van
                        vergunningen voor het parkeren</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>RVV 1990: het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens van 26
                                    juli 1990, Stb. 459;</al></li><li nr="-"><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV
                                    1990;</al></li><li nr="-"><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
                                    is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in of uitstappen
                                    van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van
                                    goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden; </al></li><li nr="-"><al>houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                    Wegenverkeerswet (Stb. 1935, 554) aangehouden register van
                                    opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens
                                    naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van
                                    het parkeren in het register was ingeschreven;</al></li><li nr="-"><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="-"><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij
                                    parkeerapparatuur;</al></li><li nr="-"><al>belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die </al></li><li nr="1."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990, of</al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen een zone, aangeduid met bord E9 uit bijlage I
                                    van het RVV 1990 met het opschrift "zone", voorzover deze plaats
                                    niet is uitgezonderd; </al></li><li nr="3."><al> gelegen is binnen een zone, aangeduid met bord E1 uit bijlage I
                                    van het RVV 1990 met het opschrift "zone", waarvoor krachtens
                                    een besluit van burgemeester en wethouders ontheffing is
                                    verleend om met behulp van een parkeervergunning aldaar te
                                    parkeren;</al></li><li nr="4."><al>gelegen is binnen een wegvak en/of terrein, bestemd voor betaald
                                    parkeren, waarvoor krachtens een besluit van burgemeester en
                                    wethouders ontheffing is verleend om met behulp van een
                                    parkeervergunning aldaar te parkeren;</al></li><li nr="-"><al>vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende
                                    vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig
                                    te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur-/of
                                    belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="-"><al>vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een
                                    vergunning is verleend;</al></li><li nr="-"><al>bezoekerskaart: een door burgemeester en wethouders verleende
                                    vergunning, waarvoor parkeerbelasting wordt geheven en moet
                                    worden voldaan bij aanvraag, krachtens welke het is toegestaan
                                    een aan te wijzen motorvoertuig, eenmalig en voor een beperkte
                                    periode, te parkeren of te doen parkeren op een
                                    belanghebbendenplaats of parkeerapparatuurplaats, gelegen in de
                                    zone waar de verstrekker van het bewijs overeenkomstig artikel
                                    3, lid 2, sub a, woont c.q. het huisadres heeft, mts de kaart op
                                    de juiste wijze is bewerkt en op de juiste wijze in
                                    geplaatst.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitvoeringsbesluiten burgemeester en wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken besluit,
                                weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door
                                vergunninghouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken besluit, de
                                tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan vergunninghouders is
                                toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanvraag parkeervergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen op aanvraag een vergunning
                                verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of
                                parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een
                                motorvoertuig, wanneer deze</al><lijst><li nr="a."><al>woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede
                                        door vergunninghouders te gebruiken
                                        parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, dan wel </al></li><li nr="b."><al>een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en
                                        aantoont dat het in het belang van diens beroeps of
                                        bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een
                                        motorvoertuig te parkeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een motorvoertuig die voldoet aan beide in
                                het tweede lid gestelde voorwaarden wordt, voor wat betreft de eerst
                                aangevraagde vergunning, geacht te beantwoorden aan de onder a.
                                genoemde voorwaarde.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het tweede lid
                                nadere regels stellen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een
                                vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen
                                die niet voldoen aan een van de in het tweede lid genoemde
                                voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
                                betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking
                                tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning ook andere
                                voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en
                                beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van
                                een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanvraagprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde
                                in de volgende leden van dit artikel, regels geven voor het
                                aanvragen en verlenen van een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen een termijn van 8 weken
                                na ontvangst van een aanvraag voor een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede lid genoemde
                                termijn met ten hoogste 8 weken verlengen. Van een verlenging van de
                                termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een besluit tot afwijzing van een aanvraag is met redenen omkleed.
                                De aanvrager wordt schriftelijk van deze afwijzing in kennis
                                gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt voor ten
                                hoogste één jaar (kalenderjaar) verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode, gelegen binnen een kalenderjaar, waarvoor de
                                        vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het weggedeelte of gebied waarvoor de vergunning geldt;
                                    </al></li><li nr="c."><al>de naam van de vergunninghouder en/of het kenteken of een
                                        ander kenmerk van het motorvoertuig waarvoor de vergunning
                                        is verleend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Intrekking of wijziging van de vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of
                                wijzigen: </al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder; </al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de
                                        vergunning is verleend, metterwoon verlaat of het daar
                                        uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt; </al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in één van de
                                        omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                        vergunning; </al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van
                                        vergunningen komt te vervallen; </al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                        vergunning verbonden voorschriften; </al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning
                                        onjuiste gegevens zijn verstrekt; </al></li><li nr="g."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot het intrekken of wijzigen van een vergunning is met
                                redenen omkleed. De betrokkene wordt van het intrekken of wijzigen
                                van de vergunning schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Bezoekerskaarten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen op aanvraag bezoekerskaarten
                                uitgeven voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of
                                parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een bezoekerskaart kan worden verleend aan een bewoner wanneer deze
                                overeenkomstig artikel 3, lid 2, dusb a, woont in een gebied waar
                                belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te
                                gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bezoekerskaarten worden verleend met een maximum van 25 per kwartaal
                                per huisadres.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het tweede lid
                                nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aan de bezoekerskaart kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
                                betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking
                                tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een bezoekerskaart ook andere
                                voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en
                                beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van
                                een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Parkeerverbod niet-motorvoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te
                                plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verbod op misbruik van en hinder aan parkeerapparatuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                                middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving
                                op de parkeerapparatuur staan aangegeven, in werking te
                                stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verbod op parkeren zonder/of in strijd met vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien
                                        van de vergunning.</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                        voorwaarden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verbod op parkeren in strijd met de bezoekerskaart</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een bezoekerskaart is alleen dan een vergunning als bedoeld in de
                                zin van deze verordening indien de kaart op voorgeschreven wijze
                                correct is bewerkt en op voorgeschreven wijze zichtbaar is geplaatst
                                in, op of bij het motorvoertuig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen
                                inzake het verstrekken en het gebruik van bezoekerskaarten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een bewoner de
                                mogelijkheid ontnemen bezoekerskaarten in bezit te hebben, te
                                gebruiken of aan een derde te verstrekken indien deze handelt in
                                strijd met de aan de bezoekerskaart verbonden voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een bestuurder van
                                een motorvoertuig het gebruik van een bezoekerskaart ontzeggen
                                indien de bestuurder handelt in strijd met de aan de bezoekerskaart
                                verbonden voorwaarden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening, wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                            tweede categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Opsporingsambtenaren</titel></kop><al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, behalve de
                            in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, de door burgemeester en wethouders aangewezen
                            ambtenaren belast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Parkeerverordening Doesburg
                            2004”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Overgangsbepaling en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De door burgemeester en wethouders bij of krachtens de
                                Parkeerverordening Doesburg 2001 vastgestelde uitvoeringsbesluiten
                                en nadere regels blijven in stand voor zover de bevoegdheid daartoe
                                in de Parkeerverordening Doesburg 2004 eveneens is opgenomen en voor
                                zover deze niet bij afzonderlijk besluit reeds zijn ingetrokken
                                ;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 01 april 2004 en
                                wordt voorafgaand daaraan bekend gemaakt in het Doesburgs
                                Streekblad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Parkeerverordening Doesburg 2001, vastgesteld bij raadsbesluit
                                nr. 9a van 28 juni 2001, wordt ingetrokken op de in het tweede lid
                                genoemde datum, met dien verstande, dat zij van toepassing blijft op
                                de belastbare feiten, die zich hebben voorgedaan vóór de in het
                                tweede lid genoemde datum en op de vergunningen, die zijn verleend
                                vóór de in het tweede lid genoemde datum.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Doesburg in zijn openbare
                        vergadering van 25 maart 2004.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting op de Parkeerverordening Doesburg 2004</label></kop><al><vet><onderstreept>I. Algemene toelichting</onderstreept></vet></al><al/><al>De Parkeerverordening Doesburg 2001 stelt regels met betrekking tot het gebruik
                    van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren. Deze
                    verordening staat in nauw verband met de Verordening Parkeerbelastingen Doesburg
                    2001 waarin de tarieven voor het gebruik van parkeerplaatsen en
                    vergunningparkeren staan geregeld. De heffing en invordering geschiedt door de
                    daartoe bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen
                    gemeenteambtenaar.</al><al/><al>Op overtreding van het bepaalde in afdeling III van de parkeerverordening staat
                    straf gesteld. Vanwege het bepaalde in artikel 143 juncto artikel 139 van de
                    Gemeente dient deze verordening na de bekendmaking te worden medegedeeld aan het
                    parket van het arrondissement Arnhem.</al><al/><al><vet><onderstreept>II. Artikelsgewijze toelichting</onderstreept></vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Definities en begripsomschrijvingen</vet></al><al>Motorvoertuig/voertuig</al><al>Op grond van het nieuwe artikel 225 van de gemeentewet kunnen parkeerrechten
                    niet alleen worden geheven voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen, maar
                    voor alle voertuigen. Naar verwachting zullen zeker niet alle gemeenten tot een
                    dergelijke uitgebreide vorm van heffing wensen over te gaan.</al><al>In deze gevallen zal de heffing beperkt blijven tot motorvoertuigen. In de tekst
                    van de verordening is er van uitgegaan dat alleen rechten worden geheven voor
                    motorvoertuigen.</al><al/><al>Parkeren</al><al>In artikel 225, 2e lid gemeentewet is in hoofdzaak dezelfde definitie van
                    parkeren gehanteerd, die in de wegenverkeerswetgeving voorkomt. In de
                    parkeerverordening is de definitie van artikel 225, 2e lid gemeentewet
                    overgenomen.</al><al/><al>Parkeerapparatuur </al><al>Met de invoering van het RVV 1990 op 1 november 1991 is het niet meer
                    noodzakelijk in de Parkeerverordening een onderscheid te maken tussen
                    parkeermeters en parkeerautomaten. Daarom wordt nu alleen nog het begrip
                    parkeerapparatuur gehanteerd.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Uitvoeringsbesluiten burgemeester en wethouders</vet></al><al>Burgemeester en wethouders wordt bij dit artikel de bevoegdheid verleend tot het
                    aanwijzen van plaatsen waar met een dergelijke vergunning geparkeerd kan worden.
                    Uit praktische overwegingen is de aanwijzingsbevoegdheid bij burgemeester en
                    wethouders neergelegd.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Aanvraag parkeervergunning</vet></al><al>Algemeen</al><al>Vergunningen voor het parkeren op parkeerapparatuur‑ en/of
                    belanghebbendenplaatsen worden uitgegeven op basis van artikel 3 van de
                    parkeerverordening. Los daarvan staat het heffen van rechten voor het uitgeven
                    van de vergunning. Dit gebeurt op basis van de Verordening
                    Parkeerbelastingen.</al><al/><al>Omdat in deze verordening wordt gesproken over motorvoertuigen, kunnen eigenaren
                    en houders van onder meer vrachtauto's en autobussen voor een vergunning in
                    aanmerking komen. Omdat er evenwel geen sprake is van een gebonden beschikking
                    hebben burgemeester en wethouders de mogelijkheid een vergunning voor dit soort
                    voertuigen te weigeren. Het is denkbaar deze beperking in de verordening op te
                    nemen. Een dergelijke inperking vooraf is echter af te raden. De
                    toepassingsmogelijkheden van de verordening worden daardoor ernstig belemmerd.
                    Er zijn omstandigheden denkbaar dat het redelijk is een vergunning voor andere
                    motorvoertuigen dan personenauto's te verlenen.</al><al>Wellicht ten overvloede moet er nog op gewezen worden dat bij een eventuele
                    vergunningverlening voor "grote" motorvoertuigen rekening moet worden gehouden
                    met de verboden die in de parkeerexcessenverordening (of APV) zijn opgenomen.
                    Ook aan de eigenaren of houders van motorfietsen kan een vergunning worden
                    verleend. Het reserveren van parkeerplaatsen voor motorrijders zal over het
                    algemeen echter niet nodig zijn. Motorfietsen nemen relatief weinig ruimte in
                    beslag en worden meestal op de stoep geparkeerd. Wanneer belanghebbendenparkeren
                    voor motorfietsen wordt ingevoerd, moet een oplossing gevonden worden voor het
                    aanbrengen van de vergunning. Bij een motorfiets kan deze niet achter de
                    voorruit bevestigd worden. Overwogen moet worden een sticker te gebruiken of aan
                    de controlerende ambtenaren een overzicht van kentekens mee te geven.</al><al/><al>Eerste lid </al><al>In dit lid wordt gesproken over "kunnen ... verlenen". Hiermee wordt aangegeven
                    dat niet elke aanvraag gehonoreerd behoeft te worden. Burgemeester en wethouders
                    moeten de mogelijkheid hebben om een aanvraag te toetsen aan het gemeentelijke
                    beleid. Er is dan ook sprake van een vrije beschikking. De houder van een
                    dergelijke vergunning is het toegestaan om te parkeren bij apparatuur zonder
                    betaling, mits hij in het bezit is van een vergunning. Uiteraard blijft het ook
                    mogelijk om op de "gewone" manier bij parkeerapparatuur te parkeren. Het
                    vergunningparkeren bij parkeerapparatuur kan worden toegepast, ongeacht of er
                    tot fiscalisering wordt overgegaan of niet.</al><al/><al>Tweede lid </al><al>Uit dit lid blijkt dat er twee soorten vergunningen (voor bewoners
                    respectievelijk zakelijk belanghebbenden) kunnen worden verleend. Dit
                    onderscheid is gewenst omdat voor de verlening van deze twee soorten
                    vergunningen verschillende criteria worden aangelegd.</al><al/><al>Derde lid </al><al>De achterliggende gedachte van deze bepaling is dat voor een bewonersvergunning
                    meestal een lager tarief wordt gehanteerd. Onder de nieuwe wet is een dergelijke
                    differentiatie in ieder geval toegestaan. Het is natuurlijk ook mogelijk om bij
                    een samenloop de aanvrager aan te merken als een zakelijk belanghebbende of
                    aanwonende.</al><al/><al>Vierde lid </al><al>Behoeft geen toelichting.</al><al/><al>Vijfde lid </al><al>Hier moet worden gedacht aan het verlenen van vergunningen aan eigenaren of
                    houders die tijdelijk een motorvoertuig in het betreffende gebied willen
                    parkeren (bij voorbeeld aannemers die werkzaamheden moeten uitvoeren).</al><al/><al>Zesde lid </al><al>Er is voor gekozen om de belanghebbendenplaatsen in zónes in te delen, waarbij
                    de vergunning alleen geldt in de buurt van de woning of het bedrijf. Op die
                    manier wordt voorkomen dat vergunninghouders overal elders in de stad gratis
                    kunnen parkeren.</al><al/><al>Zevende lid </al><al>In literatuur en jurisprudentie wordt algemeen het standpunt gehuldigd dat aan
                    een vergunning of ontheffing voorschriften mogen worden verbonden ter
                    bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of
                    ontheffing is vereist. Alleen wanneer de wettelijke regeling zich daartegen
                    verzet, bijvoorbeeld in het geval van een gebonden beschikking, zijn dergelijke
                    voorschriften niet geoorloofd. Strikt genomen is het dan ook niet nodig om die
                    bevoegdheid hier nog eens uitdrukkelijk te bevestigen. Omwille van de
                    duidelijkheid en om mogelijke twijfels weg te nemen wordt die bevoegdheid van
                    burgemeester en wethouders hier toch nog eens bevestigd.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Aanvraagprocedure</vet></al><al>De beginselen van behoorlijk bestuur eisen dat binnen een redelijke termijn een
                    beslissing wordt genomen op een aanvraag voor een vergunning. Een termijn van 8
                    weken is redelijk en sluit aan bij de bepalingen hieromtrent van de Algemene Wet
                    Bestuursrecht.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Vergunningverlening</vet></al><al>Eerste lid </al><al>De termijnen waarvoor de vergunningen worden verleend, verschillen sterk van
                    gemeente tot gemeente. De tekst kan op dit punt worden aangepast aan de in de
                    gemeente gangbare of gewenste praktijk. Het is ook denkbaar om een vergunning
                    tot wederopzegging te verlenen. Het voordeel is dat de apparaatskosten hierdoor
                    lager liggen dan bij tussentijdse verlenging. Een nadeel is dat eenmaal
                    uitgegeven vergunningen alleen ingetrokken kunnen worden op grond van de in de
                    verordening genoemde criteria. Het is dan niet mogelijk om snel te kunnen
                    inspelen op zich wijzigende omstandigheden. Wij hebben gekozen voor een termijn
                    van ten hoogste één jaar, waarbij de vergunningperiode binnen het kalenderjaar
                    dient te liggen. </al><al/><al>Tweede lid</al><al>Om de controle op de naleving van het vergunningparkeren efficiënt te laten
                    verlopen, moet zo min mogelijk informatie op de vergunning worden vermeld. Een
                    overmaat aan informatie bemoeilijkt de waarneming voor de controleurs (veel
                    lezen, kleine letters etc.). Wanneer er toch behoefte bestaat aan meer
                    informatie, zou deze op de achterzijde van de vergunning vermeld kunnen worden.
                    Ook is het denkbaar de vergunning vouwbaar uit te voeren of een bijlage te
                    verstrekken. De onder a en b opgenomen gegevens zijn in ieder geval noodzakelijk
                    om te kunnen controleren. De onder c vermelde gegevens zijn, evenals andere
                    informatie, voor de handhaving niet strikt noodzakelijk, maar wel wenselijk om
                    misbruik van de vergunning te voorkomen.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Intrekking of wijziging van de vergunning</vet></al><al>In de aanhef van dit artikel wordt gesproken over "kunnen.... intrekken".
                    Bedoeld is hiermee aan te geven dat het ter beoordeling van burgemeester en
                    wethouders staat of een vergunning daadwerkelijk wordt ingetrokken wanneer één
                    van de opgesomde omstandigheden zich voordoet. De opsomming is limitatief
                    bedoeld. Om andere redenen kan de vergunning dan ook niet worden
                    ingetrokken.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Parkeerverbod niet-motorvoertuigen</vet></al><al>Algemeen</al><al>Dit artikel verbiedt het plaatsen van voorwerpen, niet zijnde motorvoertuigen,
                    op parkeerapparatuur‑ en belanghebbendenplaatsen. Het plaatsen van dergelijke
                    voorwerpen belemmert de normale gang van zaken op de genoemde plaatsen en
                    doorkruist daarmee de beoogde regulering. Het gaat hier om gedragingen die zich
                    niet lenen voor fiscalisering. Deze verbodsbepaling moet dan ook, ongeacht of
                    tot fiscalisering wordt overgegaan, in de verordening worden opgenomen.</al><al/><al>Tweede lid </al><al>Het is voor een goede gang van zaken op parkeerapparatuurplaatsen gewenst om
                    slechts bij uitzondering en dus in beperkte mate ontheffing te kunnen verlenen
                    van het in het tweede lid neergelegde verbod.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Verbod op misbruik van en hinder aan parkeerapparatuur</vet></al><al>Algemeen </al><al>Ook dit artikel bevat enkele verbodsbepalingen voor gedragingen die niet
                    gefiscaliseerd kunnen worden. Deze bepalingen moeten, ongeacht of tot
                    fiscalisering wordt overgegaan of niet, in de verordening opgenomen worden. In
                    deze verordening is geen "bijvulverbod" opgenomen. Dat is namelijk in strijd met
                    het fiscale regime. Wanneer de parkeertijd, waarvoor een bestuurder heeft
                    betaald, is verstreken moet hij (opnieuw) aangifte doen. Als hij niet aan die
                    verplichting voldoet, wordt hem, in geval van constatering, een
                    naheffingsaanslag opgelegd. Wanneer een bijvulverbod geldt, zou de parkeerder
                    een strafbaar feit plegen, terwijl hij aan zijn belastingplicht voldoet. Een
                    bijvulverbod is derhalve onder een fiscaal regime niet mogelijk. Bij
                    strafrechtelijke handhaving is een bijvulverbod wel mogelijk.</al><al/><al><vet>Artikel 9 Verbod op parkeren zonder/of in strijd met
                        parkeervergunning</vet></al><al>De fiscale aanpak van het niet betalen van het parkeergeld is, gelet op artikel
                    234 van de gemeentewet, alleen mogelijk bij parkeerapparatuur, en niet op
                    belanghebbendenplaatsen. Daarom moet in de verordening een strafbepaling
                    opgenomen worden. Voor het parkeren op parkeerplaatsen bij parkeerapparatuur
                    zonder (geldige) vergunning is geen strafbaarstelling nodig. Op die plaatsen kan
                    immers wel het fiscale regime gehanteerd worden.</al><al/><al><vet>Artikel 10 Strafbepaling</vet></al><al>Artikel 154 van de gemeentewet bepaalt dat gemeenten op overtreding van hun
                    verordeningen een hechtenis van ten hoogste 3 maanden of een geldboete van de
                    tweede categorie kunnen stellen. Openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak
                    kan als bijkomende straf op een overtreding worden gesteld. Het openbaar maken
                    van de rechterlijke uitspraak is een bijkomende straf waarvan bij
                    parkeerovertredingen weinig effect te verwachten valt. Het opnemen daar van in
                    de Parkeerverordening is daarom achterwege gelaten.</al><al/><al><vet>Artikel 13 Overgangsbepaling en inwerkingtreding</vet></al><al>Lid 1</al><al>Op grond van de Parkeerverordening 1993 zijn door burgemeester en wethouders
                    diverse uitvoeringsbesluiten genomen. De in artikel 13 opgenomen
                    overgangsbepaling beoogt die besluiten in stand te laten voor zover de
                    bevoegdheid daartoe in de nieuwe Parkeerverordening Doesburg 2001 terugkeert.
                    Het betreft hier met name de uitvoeringsbesluiten zoals deze zijn opgenomen in
                    artikel 2, maar ook andere uitvoeringsbesluiten van burgemeester en
                    wethouders.</al><al/><al>Gelet op de arbeidsintensieve voorbereiding van deze uitvoeringsbesluiten is het
                    wenselijk om ze in stand te houden en niet al het werk meteen na
                    inwerkingtreding opnieuw te moeten doen terwijl de vergunningverlening al het
                    nodige werk oplevert. Het blijft echter wel nodig om de bestaande
                    uitvoeringsbesluiten te controleren op geldigheid in verband met wetswijzigingen
                    die zich tussentijds hebben voorgedaan. </al><al/><al>Lid 2 en 3</al><al>Gezien de nauwe samenhang die er bestaat tussen de Parkeerverordening en de
                    Verordening Parkeerbelastingen, dienen deze gelijktijdig in werking te treden.
                    Bovendien moeten op dat ogenblik de oude verordeningen ingetrokken worden.</al><al/><al>De onder de “oude” verordening verleende vergunningen blijven nog van kracht
                    voor de periode waarvoor zij zijn verleend.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>