<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR414502_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Erfgoednota gemeente Geertruidenberg</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Geertruidenberg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Geertruidenberg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Langstraat, 14 juli 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Erfgoednota gemeente Geertruidenberg</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537&amp;artikel=4:81">Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-06-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-07-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Erfgoednota Gemeente Geertruidenberg</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel/></kop><structuurtekst><al>Erfgoednota Deel A </al><al/><al>30 Juni 2016</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i38132c5c-1dc9-4728-9e0f-060661619748" naam="i277865i38132c5c-1dc9-4728-9e0f-060661619748.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="9.7cm"/></plaatje></al><al><vet>Erfgoednota</vet></al><al><vet>Gemeente Geertruidenberg</vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>A</nr><titel>visie en uitvoeringsprogramma (30 juni 2016)</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="i7bbd8ab6-7f97-4cde-9317-5c5fdd4ea25a" naam="i277936i7bbd8ab6-7f97-4cde-9317-5c5fdd4ea25a.jpg" type="foto" breedte="6.4cm" hoogte="2.3cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="i95b5ce1c-22bf-48a1-886f-000ca8c5600c" naam="i277937i95b5ce1c-22bf-48a1-886f-000ca8c5600c.jpg" type="foto" breedte="11.9cm" hoogte="8.9cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="ia4f19caf-5258-4b5c-8530-58641d549388" naam="i277938ia4f19caf-5258-4b5c-8530-58641d549388.jpg" type="foto" breedte="11.9cm" hoogte="8.2cm"/></plaatje></al><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al/><al><vet>1 Inleiding 7</vet></al><al/><al>1.1 Een verdere uitbouw van erfgoedbeleid 7</al><al>1.2 Bovengronds erfgoed 7</al><al>1.3 Leeswijzer 8</al><al/><al><vet>2 Verkenning 11</vet></al><al/><al>2.1 Sterke punten 11</al><al>2.2 Verbeterpunten 12</al><al>2.3 Ontwikkelingen 13</al><al>2.4 Samenvatting 16</al><al/><al><vet>3 De erfgoedvisie 19</vet></al><al/><al><vet>4 Uitvoeringsprogramma 23</vet></al><al/><al>Bijlagen</al><al/><al>Bijlage 1 Achtergrondinformatie bij deel A</al><al>Bijlage 2 Schematisch de beleidskaders</al><al>Bijlage 3 Bronnen</al><al>Bijlage 4 Lijst van personen die input hebben gegeven</al><al>Bijlage 5 Informatie over de Visie erfgoed en ruimte “kiezen voor
                            karakter” en Modernisering van de monumentenzorg</al><al>Bijlage 6 Waarderingssystematiek van erfgoed</al><al>Bijlage 7 Provinciale Beleidskader erfgoed 2016-2020; de
                            (verbeeldings)kracht van erfgoed.</al><al/><al/><al/><al><plaatje><illustratie id="i1a251c44-87db-4053-b0c9-13964aaa317c" naam="i277939i1a251c44-87db-4053-b0c9-13964aaa317c.jpg" type="foto" breedte="6.2cm" hoogte="4.1cm"/></plaatje><plaatje><illustratie id="if238375d-d381-4339-a67e-ac5eb2d8ba26" naam="i277940if238375d-d381-4339-a67e-ac5eb2d8ba26.jpg" type="foto" breedte="12.5cm" hoogte="8.8cm"/></plaatje></al><al/></structuurtekst><paragraaf><kop><label>1</label><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> 1.1 <vet>Een verdere uitbouw van erfgoedbeleid</vet></tussenkop><al>De gemeente Geertruidenberg is rijk aan cultureel erfgoed en
                                    heeft dit hoog in het vaandel staan. We streven naar een
                                    zorgvuldige omgang met erfgoed. Veel hiervan is al beschermd,
                                    bijvoorbeeld monumenten van voor 1940 en het beschermd
                                    stadsgezicht van Geertruidenberg. Ook is er beleid, zoals de
                                    monumentenverordening en de welstandsnota. Daarnaast houden we
                                    bij ruimtelijke plannen rekening met erfgoed.</al><al/><al>Het culturele erfgoed in de gemeente en de maatschappelijke
                                    waarden daarvan verdienen het om het huidige erfgoedbeleid uit
                                    te bouwen en te verbeteren. Het gaat hierbij niet alleen om het
                                    inventariseren, beschermen en behouden van erfgoed, maar ook om
                                    het toegankelijk maken en het benutten bij de verdere
                                    ontwikkeling van onze gemeente. Tevens betrekken we jong en oud
                                    om hen te inspireren en enthousiasmeren voor erfgoed. </al><al/><al>Bij het opstellen van het beleid zijn diverse externe partijen
                                    betrokken, waaronder de lokale erfgoedinstanties, Cultuurwerft,
                                    Toeristisch Platform Geertruidenberg en monumentencommissie. De
                                    lokale erfgoedinstanties zijn de vereniging Oudheidkundige kring
                                    Geertruydenberghe en de stichtingen Veers Erfgoed, Raamsdonks
                                    Historie, Behoud Ons Erfgoed (BOEG) en Spoorbrug
                                    Geertruidenberg.</al><tussenkop> 1.2 <vet>Bovengronds erfgoed</vet></tussenkop><al>Cultureel erfgoed omvat de sporen uit het verleden van
                                        menselijke handelingen en gedragingen die ons bewust maken
                                        van onze cultuur en geschiedenis en die we als samenleving
                                        of als individu de moeite van het bewaren waard vinden. Deze
                                        overblijfselen maken onderdeel uit van onze identiteit.
                                        Cultureel erfgoed bestaat uit archeologische, historisch
                                        (steden)bouwkundige en historisch-geografische
                                        aspecten.</al><al/><lijst><li nr="•"><al>Archeologische waarden zijn bijzondere zichtbare en
                                                onzichtbare resten van vroegere culturen op het
                                                land, in de bodem en onder water.</al></li><li nr="•"><al>Bij historische (steden)bouwkundige waarden gaat het
                                                om gebouwde elementen met bijzondere betekenis,
                                                zoals molens, bruggen, kastelen, bijzondere woningen
                                                of hele dorpen en binnensteden.</al></li><li nr="•"><al>Historisch-geografische waarden verwijzen naar de
                                                ontstaanswijze en bijzondere plekken van onze
                                                cultuurlandschappen, zoals polders, kavelstructuren,
                                                terpen en het landschap van waterlinies.</al></li></lijst><al/><al>Deze erfgoednota concentreert zich op de bovengrondse
                                        monumentenzorg (bouwhistorie en historische
                                        geografie/landschapselementen). Vanwege de omvang en
                                        specifieke aard van archeologiebeleid (ondergrondse
                                        monumentenzorg) en omdat dit goed kan ten opzichte van de
                                        rest van het erfgoedbeleid werken we het archeologiebeleid
                                        afzonderlijk uit. We houden rekening met de integraliteit
                                        tussen beide gebieden.</al><tussenkop> 1.3 <vet>Leeswijzer</vet></tussenkop><al>Het erfgoedbeleid bestaat uit twee onderdelen:</al><al>Onderdeel A: het kaderstellende document </al><al>Onderdeel B: de uitwerkingen van doelen en kaders.</al><al/><al><onderstreept>Over deel A:</onderstreept></al><al>Deze nota is het kaderstellende document, met beleid op
                                            hoofdlijnen. Het is een kapstok waaraan we nadere
                                            uitwerkingen koppelen. Om de nota compact te houden is
                                            achtergrondinformatie opgenomen in bijlagen. Het
                                            vaststellen van dit deel is een bevoegdheid van de raad.
                                            Deel A omvat een verkenning van sterke punten en
                                            verbeterpunten en een beschrijving van ontwikkelingen
                                            qua erfgoedzorg. Op basis hiervan formuleren we een
                                            visie op de gemeentelijke omgang met erfgoed, alsmede
                                            aansluitend hierop uitvoeringsacties ter verbetering van
                                            die omgang.</al><al/><al><onderstreept>Over deel B:</onderstreept></al><al>Dit deel zien we als een groeidocument. Hierin werken we
                                            erfgoedbeleid binnen de kaders verder uit, aanvullend op
                                            eerdere beleidsuitwerkingen (zoals aanwijzingen tot
                                            monument). Dit verder uitwerken is een bevoegdheid van
                                            het college van b&amp;w, tenzij de uitwerking een
                                            besluit vereist dat op basis van andere regels een
                                            raadsbevoegdheid is, zoals een bestemmingsplan. </al><al/><al>Deel B omvat:</al><lijst><li nr="•"><al>De cultuurhistorische waardenkaart (op
                                                  www.geertruidenbergopdekaart.nl) en een
                                                  toelichting daarop. Op deze kaart staan de diverse
                                                  erfgoedwaarden.</al></li><li nr="•"><al>Een geschiedschrijving per kern; </al></li><li nr="•"><al>Een beschrijving van de karakteristieken van de
                                                  gemeente;</al></li><li nr="•"><al>Een nadere beschrijving (per erfgoedcategorie)
                                                  van de historische objecten/elementen en de meest
                                                  kenmerkende daarvan, de identiteitsdragers. Aan
                                                  deze objecten koppelen we beleidsadviezen wat
                                                  betreft de historische waarde, mede gezien de
                                                  karakteristieken van de gemeente. </al></li><li nr="•"><al>Bijlagen met andere relevante informatie over
                                                  het lokale erfgoed(beleid).</al></li></lijst><al/><al>Het brengt de concrete historische waarden zo goed
                                            mogelijk in beeld:</al><lijst><li nr="1."><al>voor het rekening houden met erfgoed bij
                                                  ruimtelijke ontwikkelingen en het benutten van
                                                  erfgoed bij de ontwikkeling van de gemeente
                                                  en</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>als opstap voor uiteindelijke besluiten van het
                                                  gemeentebestuur over verdere juridische
                                                  bescherming per concreet historisch
                                                  object/element.</al></li></lijst><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al><plaatje><illustratie id="i88eec28d-9850-490b-b073-3fb45dc22951" naam="i277941i88eec28d-9850-490b-b073-3fb45dc22951.jpg" type="foto" breedte="3.3cm" hoogte="4.4cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="ic0766ab9-2758-4f13-8ae4-96c317ad0ece" naam="i277942ic0766ab9-2758-4f13-8ae4-96c317ad0ece.jpg" type="foto" breedte="6.6cm" hoogte="9.8cm"/></plaatje></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2</label><titel>Verkenning</titel></kop><structuurtekst><al>Hieronder volgen sterke punten en verbeterpunten wat betreft het
                                lokale erfgoed en de omgang ermee in brede zin. Daarna brengen we
                                relevante ontwikkelingen qua monumentenzorg in beeld.</al><tussenkop> 2.1 <vet>Sterke punten</vet></tussenkop><al><onderstreept>Historische kern
                                    Geertruidenberg</onderstreept></al><al>De historische kern Geertruidenberg is een vestingstad, die in
                                    1213 stadsrechten kreeg. Deze kern, met haar vestingwerken,
                                    historische Markt en aansluitende straten en vele monumenten, is
                                    sinds 1970 rijksbeschermd stadsgezicht. Ze is de meest
                                    onderscheidende historische karakteristiek van de gemeente en
                                    een markante bezienswaardigheid.</al><al><plaatje><illustratie id="idfc58f7a-b055-49ca-9068-ffe43cbc90e4" naam="i277943idfc58f7a-b055-49ca-9068-ffe43cbc90e4.jpg" type="foto" breedte="4.3cm" hoogte="3.2cm"/></plaatje></al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al><onderstreept>Rijk aan monumenten</onderstreept></al><al>De gemeente is rijk aan monumenten, namelijk 123
                                    rijksmonumenten, 57 gemeentelijke monumenten en 81
                                    beeldbepalende panden. In de kern Geertruidenberg zijn veel
                                    monumenten aan de Markt gesitueerd; in Raamsdonksveer aan de
                                    historische linten/wegen, aan de Haven en het Heereplein. In
                                    Raamsdonk zijn met name bijzonder: de Lambertuskerk, de typische
                                    Langstraat boerderijen aan de historische dorpslinten en het
                                    authentieke dorpsplein (Kerkplein), waaraan diverse monumenten
                                    staan, waaronder de St.Bavokerk.</al><al><plaatje><illustratie id="i1e2d7761-8502-4d50-b68d-a68d77389db8" naam="i277944i1e2d7761-8502-4d50-b68d-a68d77389db8.jpg" type="foto" breedte="3.2cm" hoogte="4.3cm"/></plaatje></al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al><onderstreept>Karakteristieken</onderstreept></al><al>Elk van de drie kernen heeft haar eigen geschiedenis, karakter
                                    en identiteit. Er zijn diverse karakteristieken in de gemeente
                                    aanwezig, die kernwaarden zijn van de historisch gegroeide
                                    lokale identiteit. Hierbij valt te denken aan relicten die
                                    herinneren aan de lokale geschiedenis, zoals het agrarische,
                                    militaire, religieuze en industriële erfgoed, de eerste
                                    elektriciteitscentrales waaronder de Dongecentrale, de
                                    Langstraatspoorlijn en de scheepswerven. Dit biedt kansen voor
                                    het benutten van erfgoed bij de ontwikkeling van de gemeente en
                                    het versterken van de lokale identiteit, mede in relatie met de
                                    visie Toerisme en Recreatie.</al><al><plaatje><illustratie id="ib1d65f98-96cb-476d-b08d-10439e01adf3" naam="i277945ib1d65f98-96cb-476d-b08d-10439e01adf3.jpg" type="foto" breedte="4.5cm" hoogte="3.0cm"/></plaatje></al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al><onderstreept>Historische landschapswaarden </onderstreept></al><al>Met name het slagenlandschap met de daarbij behorende openheid
                                    in Raamsdonk is goed herkenbaar en is bestemmingsplanmatig
                                    beschermd.</al><al><plaatje><illustratie id="i0139715b-58dc-4ab4-ba49-e2202157f5e5" naam="i277880i0139715b-58dc-4ab4-ba49-e2202157f5e5.jpg" type="foto" breedte="6.4cm" hoogte="5.5cm"/></plaatje></al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al><onderstreept>Bestaand erfgoedbeleid</onderstreept></al><al>Er is al op verschillende vlakken gemeentelijk beleid voor de
                                    omgang met erfgoed. Veel erfgoed is al beschermd via een
                                    monumentenstatus, het bestemmingsplan of de welstandsnota.</al><al><plaatje><illustratie id="ide6c19fa-188d-4581-a033-2bd0e9e78ca8" naam="i277881ide6c19fa-188d-4581-a033-2bd0e9e78ca8.jpg" type="foto" breedte="13cm" hoogte="9.4cm"/></plaatje></al><tussenkop> 2.2 <vet>Verbeterpunten</vet></tussenkop><al><onderstreept>De behoefte aan een ruimere visie op
                                            erfgoed</onderstreept></al><al>Een ruimere blik op erfgoed is wenselijk via een
                                        beschrijving van de lokale geschiedenis en het onderscheiden
                                        van karakteristieken in de zin van de kernwaarden van de
                                        historisch gegroeide lokale identiteit. Op zo’n manier
                                        kunnen historische objecten/elementen in de context van die
                                        identiteit worden geplaatst. Dit geeft de nodige richting
                                        aan de omgang met erfgoed en het benutten en versterken van
                                        de lokale identiteit. Zonder deze richting bestaat het
                                        risico van een teveel ad hoc benadering en daardoor van
                                        minder goede keuzes.</al><al/><al><onderstreept>Nog geen optimale inventarisatie, waardering
                                            en bescherming van erfgoed</onderstreept></al><al>Veel erfgoedwaarden zijn al beschermd, maar een verdere
                                        inventarisatie, waardering en bescherming van erfgoedwaarden
                                        zijn wenselijk voor een betere omgang hiermee. Hierbij valt
                                        te denken aan panden uit de wederopbouwperiode (1940-1965),
                                        historische landschapselementen, kleine monumenten en
                                        funerair erfgoed. Ook is er aandacht voor industrieel
                                        erfgoed, vanwege de vele industrie in de gemeente. De
                                        gemeente heeft nog geen kaart voor bovengronds
                                        erfgoedbeleid. </al><al/><al><onderstreept>Te verbeteren integrale omgang met erfgoed op
                                            andere vakgebieden</onderstreept></al><al>Erfgoed raakt andere beleids- en taakvelden: ruimtelijke
                                        ordening, economische zaken, toerisme en recreatie,
                                        cultuureducatie, kunst, (omgevings)vergunningverlening,
                                        toezicht en handhaving en inrichting van de openbare ruimte.
                                        Het is nodig dat op die velden goed rekening wordt gehouden
                                        met erfgoed, vanuit het oogpunt van het benutten van kansen,
                                        ook in relatie met het beleefbaar maken en versterken van
                                        erfgoed en identiteitsdragers. Aanvullend en beter
                                        herkenbaar erfgoedbeleid en aanvullende ambtelijke
                                        werkafspraken zijn hiertoe nodig.</al><al/><al><onderstreept>In de organisatie verankeren van culturele
                                            planologie en behoud door
                                        ontwikkeling</onderstreept></al><al>Het is nodig dat we bij aanvang van ruimtelijke planvorming
                                        bewust en verantwoord de mogelijkheid van het toepassen van
                                        het concept van culturele planologie afwegen. We nemen dan
                                        het erfgoed als vertrekpunt en inspiratiebron voor
                                        ruimtelijke planontwikkeling, mede gezien de wensen van de
                                        gemeente om de lokale historische identiteit te benutten en
                                        te versterken. Dit geldt evenzeer voor het concept van
                                        behoud van erfgoed door ontwikkeling/herbestemming. Dit gaat
                                        verder dan het rekening houden met erfgoed als één van de
                                        belangen die wordt afgewogen in het kader van de ruimtelijke
                                        ordening. Aanvullend en beter herkenbaar erfgoedbeleid en
                                        aanvullende ambtelijke werkafspraken zijn hiertoe
                                        nodig.</al><al/><al><onderstreept>De afwezigheid van een geïntegreerde
                                            welstands- en monumentencommissie</onderstreept></al><al>De gemeente werkt al jaren met twee commissies. De
                                        monumentencommissie toetst bouwplannen binnen de in de
                                        welstandsnota aangeduide historische gebieden en plannen
                                        aangaande monumenten. De welstandscommissie toetst de
                                        bouwplannen in de andere gevallen. </al><al>Diverse argumenten pleiten voor het overstappen naar één
                                        geïntegreerde commissie, zoals efficiëntie en een bredere
                                        deskundigheid. De modernisering van de monumentenzorg (Momo)
                                        en de wenselijke integrale samenwerking met ruimtelijke
                                        ordening (inclusief culturele planologie) pleiten voor één
                                        commissie ruimtelijke kwaliteit (in de zin van de nieuwe
                                        Omgevingswet per 2018).</al><al/><al><onderstreept>Het ontbreken van een specifiek
                                            handhavingsbeleid voor erfgoed </onderstreept></al><al>Nu geldt de Integrale handhavingsnota Geertruidenberg,
                                        zichtbaarder handhaven 2010-2014. Toezicht en handhaving qua
                                        erfgoed valt hierbij onder toezicht en handhaving wat
                                        betreft bouwen. Een specifiek beleid voor de optimalisering
                                        van toezicht en handhaving wat betreft erfgoed is nodig
                                        gezien het specifieke karakter en de waarde ervan.</al><tussenkop> 2.3 <vet>Ontwikkelingen</vet></tussenkop><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>Bovenlokaal</onderstreept></al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Ontwikkelingen qua toerisme en
                                            recreatie</onderstreept></al><al>De volgende ontwikkelingen met betrekking toerisme en
                                        recreatie zijn ook van belang voor de informatievoorziening
                                        en beleving van erfgoed: </al><al/><lijst><li nr="•"><al>De vergrijzing van Nederland: senioren vanaf 65 jaar
                                                vormen een steeds grotere doelgroep.</al></li><li nr="•"><al>Beleving wordt in de toeristische sector steeds
                                                belangrijker. Mensen willen geraakt worden door
                                                ervaringen.</al></li><li nr="•"><al>De opkomst van digitalisering van
                                                informatievoorziening en marketing biedt kansen voor
                                                innovatieve recreatieproducten en
                                                informatievoorziening daarover.</al></li><li nr="•"><al>Een groeiende belangstelling voor de eigen omgeving.
                                                Mensen zijn op zoek naar authenticiteit en de eigen
                                                identiteit. Cultuurhistorie wordt meer
                                                gewaardeerd.</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Economische ontwikkelingen</onderstreept></al><al>De afgelopen recessie en bezuinigingen werken door. Er is op
                                        diverse fronten minder geld beschikbaar voor erfgoed,
                                        bijvoorbeeld minder subsidie. Erfgoed heeft vaak financieel
                                        niet de hoogste prioriteit. Voor de omgang met erfgoed noopt
                                        dit tot het stellen van prioriteiten en de aandacht richten
                                        op de meest belangrijke zaken en waarden.</al><al/><al><onderstreept>Demografische
                                        ontwikkelingen</onderstreept></al><al>De vraag die de afgelopen jaren wordt gesteld is of er in
                                        onze steeds multicultureler wordende samenleving nog zoiets
                                        bestaat als een nationale identiteit. Nieuwe generaties en
                                        nieuwe landgenoten kunnen cultureel erfgoed onderwerpen aan
                                        alternatieve duidingen en het op grond daarvan een nieuwe
                                        bestemming geven of zelfs helemaal afschaffen. De ene
                                        gemeenschap is trotser op haar culturele erfgoed en haar
                                        identiteit dan de andere en is meer bereid om op te komen
                                        voor deze waarden. </al><al/><al><onderstreept>Erfgoedwet (2016) en Omgevingswet
                                            (2018)</onderstreept></al><al>De nieuwe Erfgoedwet treedt naar verwachting op 1 juli 2016
                                        in werking. De Erfgoedwet vormt samen met de Omgevingswet,
                                        die naar verwachting in 2018 van kracht wordt, het fundament
                                        voor de bescherming van rijksmonumenten. Bepaalde onderdelen
                                        van de wettelijke bescherming van het cultureel erfgoed
                                        verhuizen dan naar de nieuwe Omgevingswet. De vuistregel
                                        hierbij is: de ‘duiding’ van erfgoed komt in de Erfgoedwet,
                                        de omgang met erfgoed in de fysieke leefomgeving in de
                                        Omgevingswet. Voor de taken van de gemeente verandert er
                                        niet veel. Wel nieuw is een wettelijke plicht in de
                                        Erfgoedwet voor de eigenaar tot (minimale) instandhouding
                                        van zijn monument. Dit biedt (bijvoorbeeld in geval van erge
                                        verwaarlozing) een handvat voor handhaving door de gemeente.
                                        Waar de gemeente de lat moet leggen, moet blijken in de
                                        praktijk. Het rijk zal hiervoor naar verwachting een
                                        handreiking bieden. </al><al/><al><onderstreept>Duurzaamheid</onderstreept></al><al>De vraag naar duurzame, energiezuinige oplossingen voor
                                        gebouwde monumenten neemt toe. Denk aan dubbele beglazing,
                                        isolatie en zonnepanelen. Om bij de toepassing van zulke
                                        oplossingen recht te doen aan de monumentale waarden is
                                        maatwerk nodig, mede op basis van een advies van de
                                        monumentencommissie. Duurzaamheid gaat ook over verantwoord
                                        omgaan met materialen en natuurlijke bronnen. Daarom is
                                        monumentenzorg al een vorm van duurzaamheid.</al><al/><al><onderstreept>Leegstand, herbestemming en verruiming van
                                            gebruiksmogelijkheden</onderstreept></al><al>Meer historische gebouwen staan leeg of dreigen leeg te
                                        komen staan. Daarom is er landelijk meer aandacht voor
                                        behoud via herbestemming of een verruiming van
                                        gebruiksmogelijkheden. Hierbij valt te onder meer te denken
                                        aan religieus erfgoed, industrieel erfgoed en historische
                                        boerderijen. Het afnemend kerkbezoek en daardoor de kans op
                                        leegstand hebben betekenis voor het behoud van kerken, als
                                        religieus erfgoed. Er zijn veel voorbeelden waarin dit
                                        erfgoed kan worden behouden via herbestemming. Bij
                                        historische boerderijen is te denken aan behoud via ruimere
                                        gebruiksmogelijkheden en boerderijsplitsing.</al><al/><al><plaatje><illustratie id="ib3a267a5-bb47-4c2a-ac11-e8018b1b8a61" naam="i277882ib3a267a5-bb47-4c2a-ac11-e8018b1b8a61.jpg" type="foto" breedte="6.9cm" hoogte="5.2cm"/></plaatje></al><al/><al><onderstreept>Modernisering van de
                                            Monumentenzorg</onderstreept></al><al>Doel van de Modernisering van de Monumentenzorg (MoMo, sinds
                                        2009) is het doorvoeren van een aantal veranderingen in de
                                        monumentenzorg, namelijk het stimuleren en ondersteunen van
                                        gebiedsgericht werken (in plaats van objectgericht), het
                                        belang van cultuurhistorie laten meewegen in de ruimtelijke
                                        ordening, het formuleren van een visie op erfgoed en het
                                        verminderen van de administratieve lastendruk. Als gevolg
                                        van de MoMo is onder andere het Besluit ruimtelijke ordening
                                        op 1 januari 2012 aangepast. Op basis daarvan hebben
                                        gemeenten de plicht om bij het opstellen van
                                        bestemmingsplannen en afwijkingsbesluiten rekening te houden
                                        met de aanwezige cultuurhistorische waarden. </al><al/><al><onderstreept>Meer focus op identiteit, karakter en
                                            beleving</onderstreept></al><al>Rijk en provincie leggen bij erfgoed meer de focus op
                                        identiteit, karakter en beleving voor de gewenste richting
                                        voor de omgang met erfgoed. Voor het rijk volgt dit uit de
                                        “Visie erfgoed en ruimte “kiezen voor karakter”. Voor de
                                        provincie is het “Beleidskader erfgoed 2016-2020; de
                                        (verbeeldings)kracht van erfgoed” hierbij van belang. De
                                        provincie wil de Verhalen van Brabant vertellen ter
                                        versterking van de identiteit. Hierbij is ook de beleving
                                        van de Zuiderwaterlinie te noemen. Samenwerking zoeken met
                                        betrokken externe partijen hierbij kan lokaal kansen bieden
                                        voor het beter benutten van erfgoed en voor subsidie. Zie
                                        bijlage 5 en 7.</al><al/><lijst><li nr="b."><al><onderstreept>Lokaal</onderstreept></al></li></lijst><al/><al>Bovenlokale ontwikkelingen en bovenlokaal beleid werken
                                        uiteraard ook lokaal door. Zo kan in de toekomst voor het
                                        behoud van diverse historische panden een
                                        ontwikkeling/herbestemming wenselijk of noodzakelijk zijn.
                                        Een tijdige integrale aanpak in- en extern en creativiteit
                                        is dan van belang. Recente voorbeelden hierbij zijn de
                                        volgende. De herbestemming van het gerestaureerde Fort Lunet
                                        dient meerdere doelen (financiering van onderhoud en
                                        stimuleren van de beleving van erfgoed en recreatie).</al><al><plaatje><illustratie id="i105bd553-c4d2-4eed-9ada-5d1293e7e191" naam="i277883i105bd553-c4d2-4eed-9ada-5d1293e7e191.jpg" type="foto" breedte="7.3cm" hoogte="4.9cm"/></plaatje></al><al>Voor het complex van de Dongecentrale zijn Boei en de
                                        provincie al jaren bezig voor een ander gebruik dat geld
                                        genereert om dit erfgoed in stand te houden.</al><al/><al>De Structuurvisie 2030 (vastgesteld door de raad in 2013)
                                        gaat voor de doorontwikkeling van de sterke punten van de
                                        gemeente: historische trekpleister, watertoegankelijkheid en
                                        toonbeeld van energie.</al><al/><al>In de Visie Toerisme en recreatie (vastgesteld door de raad
                                        in 2015) kiest de gemeente ervoor zich naar buiten toe te
                                        presenteren als ‘Geertruidenberg, Vestingstad aan De
                                        Biesbosch’. Diverse zaken uit het uitvoeringsprogramma
                                        pakken we, vanwege de raakvlakken met erfgoed, integraal op.
                                        De inhoud van de erfgoednota, met name wat betreft
                                        identiteit en geschiedschrijving, kan belangrijke input
                                        geven voor de uitwerking van de profilering van de gemeente,
                                        citymarketing en de verhalen uit de rijke geschiedenis die
                                        in dat kader te vertellen zijn.</al><al/><al>In de Coalitieovereenkomst 2014-2018 wordt de aandacht
                                        gericht op het optimaal gebruik maken van de karakteristieke
                                        kenmerken van de drie kernen en stimuleren van het gebruik
                                        van erfgoed. Ook wordt gestreefd naar een duurzame
                                        gemeente.</al><al/><al>Het project Dongeoevers is gericht op het ontwikkelen van de
                                        Donge-oevers (o.a. via aanmeervoorzieningen) om de
                                        economische, cultuurhistorische en toeristische betekenis
                                        van Geertruidenberg uit te bouwen. Te denken valt aan de
                                        link met de historische vestingstad, Fort Lunet, de
                                        scheepswerven, de vissers- en schippershistorie en de
                                        voormalige spoorbrug.</al><tussenkop> 2.4 <vet>Samenvatting</vet></tussenkop><lijst><li nr="•"><al>Onze gemeente is rijk aan cultureel erfgoed met
                                                  haar historische vesting en vele monumenten.</al></li><li nr="•"><al>De aanwezige historische karakteristieken in
                                                  onze gemeente bieden kansen voor het benutten van
                                                  erfgoed bij de ontwikkeling van de gemeente en het
                                                  versterken van de lokale identiteit.</al></li><li nr="•"><al>Diverse ontwikkelingen, waaronder economische,
                                                  vragen om meer richting voor de omgang met
                                                  erfgoed, het stellen van prioriteiten en keuzes om
                                                  het meest kenmerkende erfgoed dat we aan de
                                                  volgende generaties willen doorgeven, te
                                                  beschermen en benutten.</al></li><li nr="•"><al>Een ruimere blik op erfgoed via het
                                                  onderscheiden van karakteristieken in de zin van
                                                  kernwaarden van de historisch gegroeide lokale
                                                  identiteit kan de nodige richting geven aan de
                                                  omgang met erfgoed in al haar facetten.</al></li><li nr="•"><al>Een verdere inventarisatie, waardering en
                                                  bescherming van erfgoed is gewenst voor een
                                                  optimale omgang hiermee.</al></li><li nr="•"><al>We verbeteren de integrale omgang met erfgoed op
                                                  andere taak- en beleidsvelden.</al></li><li nr="•"><al>Culturele planologie (erfgoed als vertrekpunt en
                                                  inspiratiebron voor ruimtelijke plannen) en behoud
                                                  van erfgoed door ontwikkeling zijn nodig om verder
                                                  in de organisatie te verankeren.</al></li><li nr="•"><al>De integratie van de welstandscommissie en de
                                                  monumentencommissie in één commissie (ruimtelijke
                                                  kwaliteit) is nodig vanuit efficiëntie en
                                                  kwaliteitsoverwegingen.</al></li><li nr="•"><al>Een specifiek handhavingsbeleid voor erfgoed is
                                                  nodig voor optimalisering van toezicht en
                                                  handhaving van erfgoed.</al></li><li nr="•"><al>De bovenlokale focus op identiteit, karakter en
                                                  beleving biedt ons aanknopingspunten voor
                                                  samenwerking met externe partijen, (buur)gemeenten
                                                  en provincie en daardoor lokale kansen voor het
                                                  beter benutten van ons erfgoed en voor
                                                  subsidie.</al></li></lijst><al/><al><plaatje><illustratie id="i84bb2a78-74fc-4d69-a04d-79c08859801b" naam="i277884i84bb2a78-74fc-4d69-a04d-79c08859801b.jpg" type="foto" breedte="6.9cm" hoogte="5.2cm"/></plaatje></al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al><plaatje><illustratie id="i4d102c4f-bfeb-437f-ad76-97be1e47807f" naam="i277946i4d102c4f-bfeb-437f-ad76-97be1e47807f.jpg" type="foto" breedte="14.1cm" hoogte="9.4cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="ie554667c-b4e6-4b4f-bec8-77458539e797" naam="i277886ie554667c-b4e6-4b4f-bec8-77458539e797.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="11.9cm"/></plaatje></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3</label><titel>De erfgoedvisie</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Identiteit</onderstreept></al><al>Onze gemeente is rijk aan cultureel erfgoed. Dit erfgoed versterkt
                                de identiteit van onze drie kernen en de gemeente als geheel. Het
                                zorgt voor een toegevoegde belevingswaarde en een verbetering van de
                                levenskwaliteit, doordat zo’n gemeente qua uiterlijk vertoon
                                aantrekkelijker is en het er fijner wonen en werken is. De burger
                                voelt zich meer betrokken bij onze gemeente en zijn of haar buurt.
                                Waardevolle elementen verschaffen onze inwoners een gevoel van
                                eigenheid en herkenbaarheid van hun ruimtelijke omgeving. Ze worden
                                ambassadeurs van hun eigen gemeente. Een omgeving om trots op te
                                zijn.</al><al/><al>Uit meerdere onderzoeken blijkt dat cultureel erfgoed een
                                belangrijke aanjager is van de lokale economie en dat een
                                investering in cultuurhistorie rendeert. Historische kernen geven
                                een extra dimensie aan het winkel- en horecabezoek.
                                Cultuurhistorische kwaliteit leidt al snel tot een hogere
                                marktwaarde en biedt legio mogelijkheden voor recreatie en toerisme.
                                Erfgoed genereert vele geldstromen. Kosten voor herbestemming,
                                onderhoud, restauratie, toegankelijkheid en informatievoorziening
                                zijn investeringen die zichzelf uiteindelijk terugverdienen.</al><al/><al>Een focus op onze sterke en karakteristieke punten draagt bij aan
                                een sterke, authentieke en onderscheidende identiteit van onze
                                gemeente, die van belang is om uit te dragen in het kader van
                                citymarketing, toerisme en recreatie. Het behouden en versterken van
                                het karakter en de identiteit(sdragers) van een gebied is een
                                belangrijk uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen.</al><al/><al><onderstreept>De waarde van erfgoed en de zorg
                                ervoor</onderstreept></al><al>Het cultureel erfgoed en de maatschappelijke waarden daarvan
                                verdienen onze zorg voor een goede omgang ermee op diverse manieren.
                                Zorg in de zin van het stimuleren van bewustwording ervan, het
                                verder inventariseren, beschrijven, waarderen, behouden en
                                beschermen van ons erfgoed voor huidige en toekomstige generaties en
                                het benutten ervan voor onze verdere ontwikkeling. Door beter in
                                beeld te hebben wat er aan erfgoed is, kunnen we hier beter mee
                                omgaan en het als kans benutten. Wat dit betreft is er voor ons ook
                                een taak weggelegd qua erfgoededucatie aan de jongere generaties.
                                Onze zorg betreft daarnaast de ondersteuning van gemeentelijke
                                monumenteigenaren (via informatie en subsidie voor de instandhouding
                                van monumenten) en de lokale erfgoed-organisaties.</al><al/><al>Het lokale culturele erfgoed en de identiteit die daaraan ontleend
                                wordt, zijn waardevolle zaken om trots op te zijn en die de zorg van
                                de gemeente verdienen.</al><al/><al><onderstreept>Karakteristieken geven richting aan de omgang met
                                    erfgoed</onderstreept></al><al/><al>Door een ruimere blik op erfgoed, via het onderscheiden van
                                karakteristieken in de zin van kernwaarden van de historisch
                                gegroeide lokale identiteit, kunnen historische objecten en
                                elementen in de context van die identiteit worden geplaatst. Dit
                                geeft de nodige richting aan de omgang met erfgoed in al haar
                                facetten.</al><al/><al>Dit sluit aan op de Visie erfgoed en ruimte “kiezen voor karakter”
                                van het rijk en de Modernisering van de Monumentenzorg (Momo) (zie
                                bijlage 5). Zo’n ruimere blik is van belang in relatie met het
                                gemeentelijke ambitieniveau wat betreft het rekening houden met
                                erfgoed in de ruimtelijke ordening en het gebruiken van erfgoed als
                                vertrekpunt en inspiratiebron voor ruimtelijke ontwikkelingen
                                (culturele planologie) en voor de verdere ontwikkeling van onze
                                gemeente. </al><al/><al>Deze ruimere blik en context draagt bij aan onze waardering van de
                                mate van kenmerkendheid van individuele historische relicten in
                                relatie met keuzes over behoud en bescherming van erfgoed voor
                                volgende generaties. </al><al/><al><onderstreept>Ontwikkelingen met respect voor erfgoed, culturele
                                    planologie, behoud door ontwikkeling</onderstreept></al><al>Geschiedenis staat niet stil, maar zet zich voortdurend voort. Om de
                                leefbaarheid te bevorderen is het nodig dat we bij nieuwe ruimtelijk
                                ontwikkelingen met respect omgaan met cultureel erfgoed. De basis
                                voor elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling is de bestaande
                                ruimtelijke kwaliteit. Waar een verbetering van die kwaliteit nodig
                                is, gaan we na of het erfgoed inspiratiebron kan zijn voor zo’n
                                verbetering.</al><al/><al>Als voorbereiding op (grootschalige) ruimtelijke ingrepen vindt
                                inventarisatie en waardering van het gehele erfgoed plaats. Daarbij
                                zijn vooral de identiteitsdragers van belang. Bij de ontwikkeling
                                behouden en versterken we de bestaande identiteitsdragers.</al><al/><al>Nieuwe identiteitsdragers voegen we toe en vormen de monumenten van
                                de toekomst. Door het toepassen van de benadering ‘verleden – heden
                                – toekomst’ staan, naast behoud van waardevol erfgoed, ook het
                                gebruik en de ontwikkeling van het erfgoed en de landschappelijke
                                kwaliteit centraal. Dit gaat samen met een gebiedsgerichte
                                monumentenzorg (in plaats van alleen een objectgerichte).</al><al/><al>Mede gezien onze wens om onze lokale historische identiteit te
                                benutten en te versterken door genoemde maatschappelijke belangen,
                                staan we bij de aanvang van (ruimtelijke) planvorming bewust en
                                verantwoord stil bij de optie van het toepassen van culturele
                                planologie. Erfgoed wordt het vertrekpunt en inspiratiebron voor
                                plannen.</al><al/><al>Verder kan erfgoed vaak alleen worden behouden in combinatie met
                                ontwikkeling/herbestemming. Het komt ten goede aan de
                                cultuurhistorische kwaliteit, de ruimtelijke kwaliteit en de sociale
                                kwaliteit om functies te koppelen. Cultuurhistorie leent zich er
                                goed voor gekoppeld te worden aan andere sociale en ruimtelijke
                                functies zoals recreatie en toerisme, en herbestemming. </al><al/><al>Door het koppelen van de monumentenzorg aan andere ruimtelijke
                                functies kan er van verschillende kanten gewin gehaald worden en
                                wordt de monumentenzorg steeds meer een functie die zichzelf
                                ‘terugverdient’.</al><al/><al><onderstreept>Interne en externe samenwerking</onderstreept></al><al/><lijst><li nr="-"><al>Intern: Ter verwezenlijking van de doelen in deze
                                        erfgoednota is een integrale samenwerking van belang tussen
                                        de verschillende vakgebieden.</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Extern: We hebben binnen onze gemeente verschillende
                                        organisaties die zich inzetten voor het behoud van ons
                                        (historisch) erfgoed. We hebben deze organisaties op een
                                        proactieve wijze betrokken bij de totstandkoming van deze
                                        Erfgoednota. Uiteraard maken we straks dankbaar gebruik van
                                        hun kennis en enthousiasme bij de uitwerking van het
                                        uitvoeringsprogramma. Daarnaast zoeken we de samenwerking op
                                        met externe partijen voor het benutten van kansen die
                                        erfgoed biedt, in relatie met toerisme en recreatie en
                                        subsidie. Hierbij kunt u denken aan andere partijen zoals
                                        (buur)gemeenten en provincie, die betrokken zijn bij
                                        bovenlokale onderwerpen, de Zuiderwaterlinie en de door de
                                        provincie te vertellen Verhalen van Brabant (provinciale
                                        Beleidskader erfgoed 2016-2020).</al></li></lijst><al><plaatje><illustratie id="i2ec6ebe8-315c-4901-bff2-e9ed248ddc03" naam="i277906i2ec6ebe8-315c-4901-bff2-e9ed248ddc03.jpg" type="foto" breedte="6.9cm" hoogte="5.2cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="i38942458-893c-4a24-b8d1-3c69d1045c03" naam="i277908i38942458-893c-4a24-b8d1-3c69d1045c03.jpg" type="foto" breedte="7.3cm" hoogte="4.9cm"/></plaatje></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>4</label><titel>Uitvoeringsprogramma</titel></kop><structuurtekst><al><vet>1. Verder inventariseren, waarderen en beschermen van
                                    erfgoed</vet></al><al>Dit betreft een aanvullende inventarisatie etc. van erfgoed ten
                                opzichte van wat al bekend en beschermd is. Hierbij denken we aan
                                panden uit de wederopbouwperiode (1940-1965), historische
                                landschapselementen, kleine monumenten en funerair erfgoed. Ook is
                                er aandacht voor industrieel erfgoed, door de vele industrie in de
                                gemeente. De aanvullingen gebeuren in de vorm van uitwerkingen in
                                deel B van de nota en het verder vullen van de erfgoedkaart (op
                                www.geertruidenbergopdekaart.nl). De verdere juridische bescherming
                                per concreet historisch object/element vergt maatwerk. </al><al/><al><vet>2. De lokale historische karakteristieken verder in beeld
                                    brengen</vet></al><al>Deze karakteristieken, in de zin van de kernwaarden van de
                                historisch bepaalde identiteit van de gemeente, die context en
                                richting geven aan de gemeentelijke omgang met erfgoed zoals bedoeld
                                in deze visie, brengen we verder in beeld in deel B van de nota en
                                via de erfgoedkaart. De karakteristieken brengen we tevens visueel
                                in beeld.</al><al/><al><vet>3. Verbeteren van de integrale samenwerking met andere
                                    vakgebieden</vet></al><al>De gewenste proactieve en integrale samenwerking tussen vakgebied
                                monumentenzorg en andere vakgebieden ter uitvoering van de
                                erfgoedvisie, gebieds- en ontwikkelingsgerichte monumentenzorg, het
                                borgen van erfgoedwaarden in bestemmingsplannen, culturele
                                planologie en behoud van erfgoed door ontwikkeling/herbestemming,
                                verankeren we verder in de gemeentelijke organisatie (via nader af
                                te spreken ambtelijke werkwijzen). De andere vakgebieden betreffen:
                                ruimtelijke ordening, toerisme en recreatie, kunst, cultuureducatie,
                                economische zaken, accommodaties, de inrichting van de openbare
                                ruimte en (Wabo)vergunningverlening.</al><al/><al><vet>4. Eén geïntegreerde commissie (ruimtelijke kwaliteit)
                                </vet></al><al>We evalueren de welstandscommissie en monumentencommissie. Na
                                voldoende duidelijkheid over de inhoud van de Omgevingswet (2018)
                                volgt een voorstel over de optie van één geïntegreerde commissie
                                (ruimtelijke kwaliteit).</al><al/><al><vet>5. Voortzetting van de (financiële) ondersteuning van
                                    monumenteigenaren</vet></al><al>Geertruidenberg heeft sinds 2003 een regeling voor subsidie voor
                                restauratie van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden
                                via een laagrentende lening tot € 50.000,-. Er is zeer weinig animo
                                voor de lening en al jaren zijn geen leningen meer verstrekt. </al><al>Voorjaar 2016 zijn de monumenteneigenaren geraadpleegd over
                                ondersteuning van hen door de gemeente in brede zin en qua subsidie.
                                Omdat er monumenteigenaren waren (13%), die aangaven wel of
                                misschien interesse te hebben in de huidige subsidieregeling en er
                                voor andere vormen van financiële ondersteuning geen bestuurlijk
                                draagvlak is, kan voor hun financiële ondersteuning de bestaande
                                subsidiemogelijkheid worden open gehouden, zolang er budget is. Zie
                                ook punt 17 wat betreft communicatie.</al><al/><al><vet>6. Het opstellen van een specifiek handhavingsbeleid voor
                                    erfgoed </vet></al><al>In het kader van de evaluatie van het algemene handhavingsbeleid
                                formuleren we specifiek beleid voor de handhaving en het toezicht
                                wat betreft erfgoed. Aandacht verdient daarnaast de omgang met de
                                instandhoudingsplicht van monumenten in de Erfgoedwet.</al><al/><al><vet>7. Het benutten van erfgoed in relatie met toerisme en
                                    recreatie en subsidie </vet></al><al>De actiepunten uit de nota Toerisme en recreatie om erfgoed te
                                benutten, pakken we integraal op (zie par. 6.3 in die nota). Mede in
                                dat kader maken we een document met informatie over de lokale
                                historie voor geïnteresseerden, toeristen en recreanten en als
                                onderdeel van citymarketing. We vertellen en presenteren de verhalen
                                van de historie van onze gemeente op enthousiasmerende, inspirerende
                                wijze, op basis van de lokale historische karakteristieken. Tevens
                                denken we aan een variant voor de jeugd (bezoekers en
                                basisonderwijs). We betrekken daarbij de mogelijkheden om informatie
                                beleefbaar te maken. We onderzoeken of de erfgoedkaart te koppelen
                                is aan een kaart die te gebruiken is voor toerisme en recreatie. </al><al>We zoeken samenwerking met externe partijen voor het benutten van
                                kansen die erfgoed biedt, in relatie met toerisme en recreatie en
                                subsidie. Hierbij denken we aan andere partijen, (buur)gemeenten en
                                provincie, die betrokken zijn bij bovenlokale onderwerpen, zoals de
                                Zuiderwaterlinie en de door de provincie te vertellen Verhalen van
                                Brabant (provinciale Beleidskader erfgoed 2016-2020).</al><al/><al><vet>8. Erfgoededucatie </vet></al><al>We bezien iedere twee jaar of we onze bestaande ondersteuning
                                (subsidie) kunnen continueren op basis van een activiteitenplan.
                                Samen met Cultuurwerft bezien we waar we nog meer op andere manieren
                                kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld via input voor het lesmateriaal
                                voor het primair onderwijs op basis van het erfgoedbeleid en
                                samenwerking met de erfgoedinstanties. We houden daarbij rekening
                                met de provinciale cultuurnota.</al><al/><al><vet>9. Actualisatie naar bevind van zaken van welstandsnota,
                                    monumentenverordening en verordening op de
                                    monumentencommissie</vet></al><al>Tenzij er eerder aanleiding voor is, vindt in principe iedere vier
                                jaar een evaluatie plaats van het beleid. Vanwege de Erfgoedwet (per
                                1-7-2016) volgt er z.s.m. in 2016 een voorstel voor een aanpassing
                                van de monumentenverordening. De algehele evaluatie en aanpassing
                                van de welstandsnota en de verordening op de monumentencommissie
                                koppelen wij vanuit efficiëntie in principe aan de evaluatie van de
                                welstands- en monumentencommissie (zie punt 4), tenzij er aanleiding
                                is voor een eerdere evaluatie.</al><al/><al><vet>10. Voortaan alleen de status van gemeentelijk monument
                                    toekennen </vet></al><al>De monumentenverordening kent de status van gemeentelijk monument
                                (beschermd vanwege exterieure en/of interieure historische waarden)
                                en de status van beeldbepalend pand/zaak (beschermd vanwege vanaf de
                                openbare ruimte zichtbare, beeldbepalende, exterieure historische
                                waarden). De landelijke regelgeving voor vergunningsvrij bouwen kent
                                niet de status van beeldbepalend pand. Voor een eenduidigere
                                behandeling hanteren we voor nieuwe gevallen niet meer de status van
                                beeldbepalend pand/zaak. In plaats daarvan hanteren we hiervoor de
                                status van gemeentelijk monument, waarbij alleen de beeldbepalende,
                                exterieure delen onder de bescherming vallen. </al><al/><al><vet>11. Andere beoordelingscriteria voor erfgoedwaarden</vet></al><al>De eerdere criteria voor de beoordeling van monumentale waarden
                                blijken in de praktijk niet optimaal te werken. Voor de waardering
                                van erfgoed gaan we daarom voortaan uit van de beoordelingscriteria
                                die het rijk hanteert, aangevuld met een beoordeling van het belang
                                als lokale karakteristiek en identiteitsdrager.</al><al/><al><vet>12. Aandacht voor vrij komend of leegstaand erfgoed</vet></al><al>We voeren een inventarisatie van vrijkomend of leegstaand erfgoed
                                (diverse categorieën) uit en, mochten erfgoedwaarden bedreigd
                                worden, handelen wij naar bevind van zaken proactief tegen de
                                achtergrond van behoud door ontwikkeling/herbestemming en verruiming
                                van gebruiks-mogelijkheden. Langdurige leegstand leidt doorgaans tot
                                verval, sloop of enorme kostenverhoging. Herbestemming kan daardoor
                                in gevaar komen. In dat kader gaan we de situatie na van religieus
                                erfgoed en overleggen we met eigenaren ervan (kerkbesturen) over
                                instandhouding van religieus erfgoed en eventuele herbestemming. </al><al/><al><vet>13. Aanvullende regels voor bepaalde activiteiten in beschermd
                                    stadsgezicht</vet></al><al>Bij de volgende bestemmingsplanherziening schenken we aandacht aan
                                aanvullende regels voor nu vergunningsvrije activiteiten, zoals de
                                toepassing van een andere kleur voor panden zonder status in het
                                beschermd stadsgezicht. Dit is voor een optimalisering van de
                                gewenste beeldkwaliteit in dit gebied.</al><al/><al><vet>14. Regels/richtlijnen voor de toepassing van voorzieningen
                                    voor duurzaamheid bij monumenten en voor het belichten van
                                    panden in beschermd stadsgezicht en bij monumenten. </vet></al><al>Deze regels, mede ter bescherming van monumenten en omgeving, werken
                                we verder uit ter vaststelling door het college.</al><al/><al><vet>15. De optie van een parapluplan voor
                                cultuurhistorie</vet></al><al>Op zich is het mogelijk om via een paraplu-bestemmingsplan het
                                erfgoed in heel de gemeente juridisch te beschermen. Bij het traject
                                voor het archeologiebeleid (vaststelling gepland in 2017) overwegen
                                we de optie van een parapluplan voor archeologie en cultuurhistorie.
                                Vooralsnog zien we af van zo’n plan, gezien wat al juridisch
                                beschermd is en wordt.</al><al/><al><vet>16. Budget voor de uitvoering van erfgoedbeleid</vet></al><al>Om slagvaardig en adequaat te kunnen werken, worden de bestaande
                                middelen beschikbaar gesteld voor de financiering van door het
                                college, na advies van de lokale erfgoedinstanties, te bepalen
                                doelen in het kader van de gemeentelijke zorg voor erfgoed. Hiertoe
                                behoren onder meer de acties die voortvloeien uit het
                                uitvoeringsprogramma van de erfgoednota, alsook een continuering van
                                subsidie voor monumenteigenaren. Verder denken we aan nieuwe,
                                onvoorziene gevallen waarin het erfgoedbelang niet via een ander
                                budget kan worden behartigd. Dit budget wordt gevoed uit de reserve
                                monumenten (€ 48.000,-).</al><al/><al><vet>17. Communicatie</vet></al><al>We optimaliseren de communicatie over erfgoed, ook rekening houdend
                                met de reacties die de monumenteneigenaren voorjaar 2016 hebben
                                gegeven op dit vlak. Op onze nieuwe website wordt erfgoed één van de
                                toptaken.</al><al/><al><vet>18. Evaluatie</vet></al><al>Iedere twee jaar evalueert het college het erfgoedbeleid en de
                                uitvoering ervan. Dit gebeurt in overleg met de erfgoedinstanties.
                                De resultaten van deze evaluatie brengen we ter kennisname aan de
                                gemeenteraad.</al><al/><al><vet>19. Immaterieel erfgoed</vet></al><al>Het immateriële erfgoed wordt geïnventariseerd, gewaardeerd en
                                desgewenst beschermd.</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><al><vet>Erfgoednota Bijlagen bij deel A30 juni 2016</vet></al><al><plaatje><illustratie id="i76329dfb-3fb8-4f37-8047-4caecbaab5f1" naam="i277947i76329dfb-3fb8-4f37-8047-4caecbaab5f1.jpg" type="foto" breedte="3cm" hoogte="4.0cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="i15245ff2-4f09-4703-a490-a70e752ea698" naam="i277948i15245ff2-4f09-4703-a490-a70e752ea698.jpg" type="foto" breedte="5.2cm" hoogte="3.5cm"/></plaatje></al><al><vet>Erfgoednota</vet></al><al><vet>Gemeente Geertruidenberg</vet></al><al/><al><vet>Bijlagen bij deel A (30 juni 2016)</vet></al><al><plaatje><illustratie id="if4325190-74fd-4569-a7b3-b1f722346919" naam="i277949if4325190-74fd-4569-a7b3-b1f722346919.jpg" type="foto" breedte="5.2cm" hoogte="1.9cm"/></plaatje></al><al/><al><plaatje><illustratie id="i40f56c29-d39f-4c23-8470-e7e28dec8194" naam="i277950i40f56c29-d39f-4c23-8470-e7e28dec8194.jpg" type="foto" breedte="12.1cm" hoogte="9.1cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="i415a1ea2-a4c1-4d66-8f99-f4364c213447" naam="i277951i415a1ea2-a4c1-4d66-8f99-f4364c213447.jpg" type="foto" breedte="11cm" hoogte="7.6cm"/></plaatje></al><al/><al/><al><vet>Bijlagen</vet></al><al/><al>Bijlage 1 Achtergrondinformatie bij deel A 6</al><al>Bijlage 2 Schematisch de beleidskaders 25</al><al>Bijlage 3 Bronnen 28</al><al>Bijlage 4 Lijst van personen die input hebben gegeven 29</al><al>Bijlage 5 Informatie over de Visie erfgoed en ruimte “kiezen voor karakter” </al><al>en Modernisering van de monumentenzorg 30</al><al>Bijlage 6 Waarderingssystematiek van erfgoed 39</al><al>Bijlage 7 Provinciale Beleidskader erfgoed 2016-2020; </al><al>de (verbeeldings)kracht van erfgoed. 41</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i527e00a7-6cc7-4753-a198-cc11ca768c4a" naam="i277953i527e00a7-6cc7-4753-a198-cc11ca768c4a.jpg" type="foto" breedte="4.5cm" hoogte="3.0cm"/></plaatje></al><al/><al><plaatje><illustratie id="i2aa308b8-4fca-46a2-8b32-205928099be6" naam="i277954i2aa308b8-4fca-46a2-8b32-205928099be6.jpg" type="foto" breedte="10.9cm" hoogte="7.7cm"/></plaatje></al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al><vet>Bijlage 1: Achtergrondinformatie bij deel A</vet></al><al/><al>De volgende onderwerpen worden nader besproken.</al><al/><al><onderstreept>Hoofdstuk 1: Het huidige beleid</onderstreept> 7</al><lijst><li nr="•"><al>1.1. Bovenlokaal 7</al><al>• Monumentenzorg op rijksniveau 7</al><al>• Monumentenzorg op provinciaal niveau 7</al></li></lijst><lijst><li nr="•"><al>1.2 Monumentenzorg op gemeentelijk niveau 8</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Hoofdstuk 2: De Geertruidenbergse identiteit</onderstreept> 9</al><lijst><li nr="•"><al>2.1 Een ruimere blik op erfgoed 9</al></li><li nr="•"><al>2.2 Lokale karakteristieken 10</al><al>2.2.1 Historische kernen 10</al><al>2.2.2 Water 13</al><al>2.2.3 Landschap 13</al><al>2.2.4 Agrarisch erfgoed 13</al><al>2.2.5 Industrie, handel en nijverheid 13</al><al>2.2.6 Religieus en funerair erfgoed 14</al><al>2.2.7 Militair erfgoed 14</al><al>2.2.8 Kunst en cultuur 15</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Hoofdstuk 3: Het inventariseren, waarderen, beschermen en in stand
                        houden van erfgoed</onderstreept> 16</al><lijst><li nr="•"><al>3.1 Het inventariseren en waarderen van erfgoed 16</al></li><li nr="•"><al>3.2 Bescherming 17</al></li><li nr="•"><al>3.3 Instandhouding en subsidie 19</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Hoofdstuk 4: Integraliteit bij andere gemeentelijke beleidsvelden
                        en taken</onderstreept> 20</al><lijst><li nr="•"><al>4.1 Ruimtelijke ordening, culturele planologie en herbestemming 20</al></li><li nr="•"><al>4.2 Vergunningverlening (WABO) 21</al></li><li nr="•"><al>4.3 Toerisme en recreatie, cultuur en kunst 21</al></li><li nr="•"><al>4.4 Archeologie 22</al></li><li nr="•"><al>4.5 Inrichting van de openbare ruimte 22</al></li><li nr="•"><al>4.6 Toezicht en handhaving 23</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Hoofdstuk 5: Informeren, draagvlakverbreding en bevordering van
                        participatie</onderstreept> 24</al><lijst><li nr="•"><al>5.1 Overleg met erfgoedinstanties 24</al></li><li nr="•"><al>5.2 Informatievoorziening naar monumenteigenaren en andere
                            belanghebbenden 24</al></li><li nr="•."><al>5.3 Promoten en stimuleren van evenementen, zoals Open Monumentendag
                            24</al></li><li nr="•"><al>5.4 Erfgoededucatie 24</al></li></lijst><al/><al>* Wabo = Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al><vet><onderstreept>Hoofdstuk 1: Het huidige beleid </onderstreept></vet></al><al/><al><vet><onderstreept>1.1. Bovenlokaal</onderstreept></vet></al><al/><al><cursief><onderstreept>Monumentenzorg op rijksniveau
                    </onderstreept></cursief></al><al>De gemeente heeft één rijksbeschermd stadsgezicht, nl. de historische kern van
                    Geertruidenberg, en 123 rijksmonumenten.</al><al/><al>De zorg voor het cultuurhistorische erfgoed en het toezicht daarop is met name
                    geregeld in de Monumentenwet 1988 en de Wet Ruimtelijke Ordening. </al><al/><al>Het Rijk houdt geen toezicht meer op het uitvoeren van wet- en regelgeving en
                    rijksbeleid bij gemeentelijke bestemmingplannen. Dat toezicht ligt nu bij de
                    provincies. Bij grote, ingrijpende ruimtelijke ontwikkeling adviseert de
                    Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed alleen nog op verzoek, bijvoorbeeld bij
                    een ingrijpend ruimtelijk plan in een gebied van nationaal belang of in een
                    rijksbeschermd stadsgezicht.</al><al/><al>Het omgevingsrecht in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) en het
                    Besluit omgevingsrecht (BOR) regelt de omgevingsvergunning voor activiteiten
                    zoals bouwen, wijzigen van een monument etc. Het BOR geeft aan wat
                    vergunningsvrij is. De rijksdienst adviseert over een
                    omgevingsvergunningaanvraag voor rijksmonumenten in het geval van plannen met
                    een zekere mate van ingrijpendheid.</al><al/><al>Doel van de Modernisering van de Monumentenzorg (hierna: MoMo) is het doorvoeren
                    van een aantal veranderingen in de monumentenzorg, namelijk het
                        <cursief>stimuleren en ondersteunen van gebiedsgericht werken, het belang
                        van cultuurhistorie laten meewegen in de ruimtelijke ordening, het
                        formuleren van een visie op erfgoed en het verminderen van de
                        administratieve lastendruk</cursief>. Meer informatie hierover in par. 2.3
                    van deel A van de nota en in bijlage 5.</al><al/><al>Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (art. 3.1.6) moet bij het
                    opstellen van een bestemmingsplan rekening worden gehouden met de
                    cultuurhistorische waarden.</al><al/><al>Het rijk heeft subsidiemogelijkheden voor erfgoed, met name Brim-subsidie voor
                    rijksmonumenten.</al><al/><al><cursief><onderstreept>Monumentenzorg op provinciaal niveau
                        </onderstreept></cursief></al><al>De provincie ziet het Brabantse erfgoed als belangrijk onderdeel van haar
                    identiteit en wil het een plaats geven in de verdere ontwikkeling van Brabant.
                    Daarom heeft ze haar ruimtelijk erfgoed opgenomen op de Cultuurhistorische
                    Waardenkaart (CHW). </al><al/><al>Het provinciaal cultuurhistorisch belang hangt nauw samen met het provinciaal
                    ruimtelijk belang, zoals benoemd in de provinciale Structuurvisie ruimtelijke
                    ordening. Het gaat immers om erfgoed dat belangrijk is voor de regionale
                    identiteit. Het is beperkt tot het landelijk gebied, waar de provincie haar
                    belangrijkste taak heeft. De kaartlagen ‘cultuurhistorische vlakken’ en
                    ‘complexen van cultuurhistorisch belang’ zijn ook opgenomen in de Verordening
                    ruimte Noord-Brabant. In deze verordening staan regels waarmee een gemeente
                    rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen; dit betreft de
                    waarden en kenmerken van de cultuurhistorische vlakken.</al><al/><al>* BRIM = Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten.</al><al/><al>Het college van Gedeputeerde Staten adviseert binnen de vastgestelde
                    cultuurhistorische landschappen van provinciaal belang. Het college besteedt bij
                    advisering extra aandacht aan monumenten die tot de provinciale zorgcategorieën
                    horen, zoals industrieel erfgoed, religieus erfgoed, molens, kastelen en
                    gebouwen met sociaal-maatschappelijke functies.</al><al/><al>De provincie heeft subsidiemogelijkheden voor erfgoed.</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al><vet><onderstreept>1.2 Monumentenzorg op gemeentelijk
                        niveau</onderstreept></vet></al><al>Vanaf de invoering van de nieuwe Monumentenwet in 1988 is monumentenzorg
                    gedecentraliseerd van het Rijk naar gemeenten. Deze hebben meer mogelijk - en
                    verantwoordelijkheden gekregen tot het voeren van een eigen monumentenbeleid.
                    Elke gemeente is in principe vrij in het bepalen van het ambitieniveau. Men kan
                    zich enerzijds beperken tot de wettelijke verplichtingen. Anderzijds is er de
                    ruimte om eigen beleid te formuleren. </al><al/><al>De gemeente Geertruidenberg heeft zich niet beperkt tot de wettelijke
                    verplichtingen. Het volgende erfgoedbeleid is opgesteld.</al><al/><lijst><li nr="•"><al><onderstreept>Bestemmingsplannen </onderstreept></al><al> Zo is het beschermd stadsgezicht beschermd in bestemmingsplan Kom
                            Geertruidenberg 2012. Historische geografie in het buitengebied is
                            beschermd in plan Buitengebied. </al></li></lijst><lijst><li nr="•"><al><onderstreept>Welstandsnota (2012)</onderstreept></al><al>Deze nota bevat de welstandscriteria en reclamecriteria waaraan de
                            welstandscommissie en de monumentencommissie (bouw)plannen toetsen. De
                            nota regelt de advisering door de welstandscommissie. </al></li></lijst><lijst><li nr="•"><al><onderstreept>Monumentenverordening (</onderstreept><onderstreept>2010).
                            </onderstreept></al><al>Hierin is de aanwijzing van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende
                            zaken geregeld, alsook in welke zin voor wijzigingen en sloop van
                            monumenten en beeldbepalende zaken een omgevingsvergunning is
                            vereist.</al></li></lijst><lijst><li nr="•"><al><onderstreept>Verordening op de monumentencommissie (2010)
                            </onderstreept></al><al>Deze verordening regelt de advisering door de monumentencommissie.</al></li></lijst><lijst><li nr="•"><al><onderstreept>Subsidieverordening leningen voor restauratie
                                (</onderstreept><onderstreept>2011). </onderstreept></al><al>Hierin staan de procedure en regels voor het verkrijgen van subsidie
                            voor de restauratie van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende
                            zaken. De subsidie is in de vorm van laagrentende leningen tot €
                            50.000,-.</al></li></lijst><lijst><li nr="•"><al><onderstreept>Lijst van benoemde monumenten/beeldbepalende
                                zaken</onderstreept></al><al>Bebouwing van voor 1940 is beoordeeld op historische waarden en
                            monumenten en beeldbepalende panden tot 1940 zijn benoemd. In 2015 heeft
                            de gemeente 57 gemeentelijke monumenten en 81 beeldbepalende panden.
                            Rijksmonumenten zijn van nationaal belang, gemeentelijke monumenten van
                            lokaal belang.</al></li></lijst><lijst><li nr="•"><al><onderstreept>Diverse interne werkwijzen voor integrale afstemming qua
                                monumentenzorg</onderstreept></al><al>Opgesteld voor de ambtelijke afstemming tussen de vakgebieden
                            monumentenzorg en ruimtelijke ontwikkeling en
                            (Wabo)vergunningverlening</al></li></lijst><lijst><li nr="•"><al><onderstreept>Concept-archeologiebeleid (b&amp;w-besluit in
                                2009)</onderstreept></al></li></lijst><lijst><li nr="•"><al><onderstreept>Reclamevergunning-eis in APV voor reclame-uitingen in
                                beschermd stadsgezicht</onderstreept></al></li></lijst><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al><onderstreept>Hoofdstuk 2: De Geertruidenbergse identiteit</onderstreept></al><al/><al><vet><onderstreept>2.1 Een ruimere blik op erfgoed</onderstreept>.</vet></al><al/><al>In deel A van de erfgoednota is de erfgoedvisie beschreven. Daarbij is vermeld:
                    “Door een ruimere blik op erfgoed, via het onderscheiden van karakteristieken in
                    de zin van kernwaarden van de historisch gegroeide lokale identiteit, kunnen
                    historische objecten/elementen in de context van die identiteit worden
                    geplaatst. Dit geeft de nodige richting aan de omgang met erfgoed in al haar
                    facetten.” Dit hoofdstuk licht dit verder toe.</al><al/><al>In de Visie erfgoed en ruimte van het rijk, met de titel “Kiezen voor karakter”,
                    staat samengevat:</al><al>De gemoderniseerde monumentenzorg is ontwikkelings- en gebiedsgericht en benut
                    de instrumenten van ruimtelijke ordening. Een dergelijke monumentenzorg vraagt
                    om richting en een ruimere blik met meer afstand tot afzonderlijke
                    erfgoedobjecten en -structuren. Deze ruimere blik werkt via karakteriseren: het
                    tot één geheel samenvatten van de meest kenmerkende en aansprekende
                    eigenschappen van onze cultuur van bouwen en land inrichten, die hebben geleid
                    tot een landschap dat we waarderen en waarvan we de geschiedenis willen kunnen
                    blijven lezen. Voor Nederland als geheel kan die blik door vier karakteristieken
                    worden geleid, namelijk waterland, stedenland, kavelland en vrij land. Meer
                    informatie hierover staat in bijlage 5.</al><al/><al>Het is van belang om eenzelfde ruimere blik toe te passen op lokaal niveau,
                    omdat die ruimere blik:</al><lijst><li nr="•"><al>richting geeft aan de ontwikkelings- en gebiedsgerichte
                            monumentenzorg;</al></li><li nr="•"><al>van belang is in relatie met het gemeentelijke ambitieniveau, wat
                            betreft het rekening houden met erfgoed in de ruimtelijke ordening en
                            het gebruiken van erfgoed als vertrekpunt en inspiratiebron voor
                            ruimtelijke ontwikkelingen (culturele planologie) en de verdere
                            ontwikkeling van de gemeente;</al></li><li nr="•"><al>bijdraagt aan een betere waardering van de mate van kenmerkendheid van
                            individuele historische relicten in relatie met keuzes over behoud en
                            bescherming. </al></li></lijst><al/><al>Verder vragen diverse (in deel A genoemde) ontwikkelingen, waaronder
                    economische, om meer richting voor de omgang met erfgoed, het stellen van
                    prioriteiten en keuzes om het meest kenmerkende erfgoed dat we aan de volgende
                    generaties willen doorgeven, te beschermen en benutten. Zonder deze richting aan
                    de omgang met erfgoed bestaat het risico van teveel een ad hoc benadering en
                    daardoor van minder goede keuzes. In dit deel B van de erfgoednota beschrijven
                    we de lokale karakteristieken en de context van de lokale geschiedenis.</al><al/><al>Hieronder duiden we in hoofdlijnen aan welke lokale karakteristieken te
                    onderscheiden zijn:</al><al/><lijst><li nr="•"><al>1 Historische kernen</al></li><li nr="•"><al>2 Water</al></li><li nr="•"><al>3 Landschap</al></li><li nr="•"><al>4 Agrarisch erfgoed</al></li><li nr="•"><al>5 Industrie, handel en nijverheid</al></li><li nr="•"><al>6 Religieus en funerair erfgoed</al></li><li nr="•"><al>7 Militair erfgoed</al></li></lijst><lijst><li nr="•"><al>8 Kunst en cultuur</al></li></lijst><al/><al/><al/><al/><al/><al><vet><onderstreept>2.2. De lokale karakteristieken</onderstreept></vet></al><al/><al><vet><onderstreept>2.2.1 Historische kernen</onderstreept></vet></al><al><plaatje><illustratie id="ifc8d0106-3ec8-4a94-be69-9965a63823ae" naam="i277955ifc8d0106-3ec8-4a94-be69-9965a63823ae.jpg" type="foto" breedte="14.5cm" hoogte="10.9cm"/></plaatje></al><al><vet>De Geertruidskerk aan de Markt in de vestingstad</vet></al><al/><al><vet><cursief>Geertruidenberg</cursief></vet></al><al>Geertruidenberg is een oude vestingstad waaraan in 1213 stadsrechten werden
                    verleend. In de late middeleeuwen was de stad een bloeiend handelscentrum. In de
                    veertiende eeuw verrezen de stadsmuren en het Kasteel van Geertruidenberg, in de
                    vijftiende en zestiende eeuw kwamen de vestingwerken en in de achttiende eeuw
                    werd Geertruidenberg een garnizoenstad (tot circa 1963).</al><al/><al>Heden ten dage bevinden zich in de historische kern van de stad nog vele fraaie
                    monumentale panden, onder meer uit de late middeleeuwen, welke op de Rijks- en
                    Gemeentelijke Monumentenlijsten staan. De meeste panden bevinden zich aan de
                    schitterende Markt. De vestingstad is een Rijksbeschermd stadsgezicht, waarvan
                    behalve de oude kom, de vestingwerken met aarden wallen en dubbele
                    grachtengordel deel uitmaken.</al><al><plaatje><illustratie id="icf274eef-4696-410c-bf3f-f8e9f529d865" naam="i277956icf274eef-4696-410c-bf3f-f8e9f529d865.jpg" type="foto" breedte="9.3cm" hoogte="12.4cm"/></plaatje></al><al><vet><cursief>De muziekkiosk aan het Heereplein te
                        Raamsdonksveer</cursief></vet></al><al/><al/><al><vet><cursief>Raamsdonksveer</cursief></vet></al><al>Raamsdonksveer is ontstaan uit een middeleeuwse parochie waarvan de naam voor
                    het eerst in 1273 als “Dunc” in akten voorkomt. In de loop der eeuwen ontstonden
                    twee kernen Raamsdonk en Raamsdonksveer. In het “Veer” woonden voornamelijk
                    schippers, vissers, polder- en griendwerkers.</al><al/><al>Raamsdonksveer is in de loop der jaren veranderd van een veelal landbouw
                    georiënteerde plaats tot een industriële plaats. Dit dynamische dorp heeft
                    diverse beeldbepalende panden en resten uit het verleden, met name rondom de
                    Haven en het Heereplein en aan de Grote Kerkstraat en Sandoel.</al><al><plaatje><illustratie id="id20bdbaf-bcc4-490c-aac9-f300330188be" naam="i277957id20bdbaf-bcc4-490c-aac9-f300330188be.jpg" type="foto" breedte="6.4cm" hoogte="4.3cm"/></plaatje></al><al><vet>De St.Bavokerk aan het Kerkplein te Raamsdonk</vet></al><al/><al><vet><cursief>Raamsdonk</cursief></vet></al><al>Raamsdonk was een deel van een middeleeuwse parochie waarvan de naam voor het
                    eerst in 1273 als “Dunc” in de akten genoemd wordt. Door de eeuwen heen
                    ontwikkelde Raamsdonk zich tot een lintdorp dat voornamelijk op de landbouw is
                    gericht.</al><al/><al>Er zijn nog vele markante Langstraat boerderijen te bewonderen aan de
                    historische linten. Tevens bevindt zich hier de fraaie Lambertuskerk
                    (12<sup>e</sup> eeuw) en het authentieke dorpsplein (Kerkplein), waaraan diverse
                    monumenten staan, zoals de voorname r.k. St. Bavokerk.</al><al/><al><cursief>Tastbare relicten onder meer</cursief></al><al>Diverse monumenten in de drie kernen:</al><al/><al>Het tracé en de relicten van de voormalige Langstraatspoorlijn in de drie
                    kernen</al><al/><lijst><li nr="-"><al>Geertruidenberg: Historische vestingstad met vestingwerken, stadswallen
                            en vele monumenten (rijksbeschermd stadsgezicht sinds 1970).</al></li><li nr="-"><al>Raamsdonksveer: Historisch lint van de Kloosterhoeve noordwaarts via
                            Sandoel, Grote Kerkstraat naar de Julianalaan. </al><al>De Napoleonroute (via de Wilhelminalaan, Keizersdijk naar de
                            Maasdijk).</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Raamsdonk: Organische gegroeide lintbebouwing met een duidelijk
                            herkenbaar historisch hart. </al><al>Typische Langstraat boerderijen. </al><al>Het authentieke dorpsplein (Kerkplein), waaraan diverse monumenten
                            staan, waaronder de St. Bavokerk.</al></li></lijst><al/><al/><al/><al/><al/><al><vet><onderstreept>2.2.2 Water</onderstreept></vet></al><al>Water is sterk aanwezig in de gemeente: de Donge, Bergsche Maas en de ligging
                    aan de Biesbosch. De aanwezigheid van water is in belangrijke mate bepalend voor
                    de lokale geschiedenis. Hierbij valt te denken aan de betekenis voor de
                    bewoningsgeschiedenis, de betekenis voor handel, industrie en nijverheid en de
                    militaire betekenis. Alle drie de kernen hebben een haven gehad: aan de Haven in
                    Geertruidenberg, aan de Haven/Heereplein in Raamsdonksveer en aan de Oude
                    Melkhaven te Raamsdonk. De binding met het water heeft er voor gezorgd dat
                    Raamsdonksveer ooit één van de grootste schippersdorpen van Nederland was. </al><al/><al><cursief>Tastbare relicten onder meer</cursief></al><lijst><li nr="•"><al>(Restanten van) de scheepswerven aan de Donge.</al></li><li nr="•"><al>Relicten die herinneren aan de havens.</al></li><li nr="•"><al>Watersnoodwoningen (1953) in Raamsdonksveer en Raamsdonk.</al></li></lijst><al/><al><vet><onderstreept>2.2.3 Landschap</onderstreept></vet></al><al>Met name het slagenlandschap met de daarbij behorende openheid in Raamsdonk is
                    nog goed herkenbaar. Op diverse plekken in de gemeente zijn historische
                    landschapselementen te vinden, zoals hoogte-elementen (met woonfunctie), dijken,
                    wielen, oude wegen en monumentale bomen.</al><al/><al><vet><onderstreept>2.2.4 Agrarisch erfgoed</onderstreept></vet></al><al><plaatje><illustratie id="i08553248-1577-4871-8aec-8cb375328015" naam="i277920i08553248-1577-4871-8aec-8cb375328015.jpg" type="foto" breedte="6.4cm" hoogte="5.5cm"/></plaatje>Hierbij zijn met name de historische (Langstraat)boerderijen aan de
                    historische linten van Raamsdonk te noemen en de verkavelingsstructuur
                    (slagenlandschap) in Raamsdonk.</al><al/><al><vet><onderstreept>2.2.5 Industrie, handel en
                    nijverheid</onderstreept></vet></al><al>De gemeente heeft een lange en rijke geschiedenis wat betreft
                    electriciteitscentrales. Begin 1900 werden twee electriciteitscentrales
                    opgericht aan de Oosterhoutseweg, de ene voor de lokale energievoorziening en de
                    andere voor de bemaling van de polders. In 1919 werd de Dongecentrale opgericht
                    en in 1951 de Amercentrale, beide met een belangrijke betekenis voor de
                    provinciale energievoorziening. De Dongecentrale was de eerste provinciale
                    electriciteitscentrale (PNEM).</al><al><plaatje><illustratie id="i7e09e2f7-56b6-4325-84f2-1801242e8f64" naam="i277921i7e09e2f7-56b6-4325-84f2-1801242e8f64.jpg" type="foto" breedte="7.6cm" hoogte="4.7cm"/></plaatje><plaatje><illustratie id="ia8b825f3-c73c-45cf-a442-7411fe561b8b" naam="i277922ia8b825f3-c73c-45cf-a442-7411fe561b8b.jpg" type="foto" breedte="8.2cm" hoogte="4.3cm"/></plaatje></al><al>Tussen 1886 en 1890 werd tussen Den Bosch en Lage Zwaluwe de Langstraatspoorlijn
                    aangelegd. Geertruidenberg kreeg een aanzienlijk stationsgebouw, met als enige
                    in Nederland, gebouwd met kantelen en een enorm emplacement, voor het militair
                    vervoer en toeleveringen aan de industrie. De enkelsporige lijn werd vooral
                    gebruikt door de lederindustrie (in de Langstraat) en daarom in de volksmond de
                    Halve Zolenlijn genoemd. De spoorlijn is functioneel in 1971 opgeheven. Vanaf
                    1988 is vanuit de oostelijke Langstraat het tracé nieuw leven ingeblazen als een
                    toeristisch en recreatief veilig fietstraject tot aan Raamsdonk. De uitgereikte
                    Europa Nostra Award in 2013 bevestigt de grote cultuurhistorische waarde van
                    deze spoorlijn.</al><al/><al>Verder zijn de verschillende scheepswerven langs de Donge (vanaf begin 1900) te
                    noemen en de daaraan gerelateerde bedrijven, zoals voor het inbouwen en
                    repareren van scheepsmachines en het leveren van stookolie.</al><al><plaatje><illustratie id="i1d920a91-3987-4854-b9f7-d7095fd422c8" naam="i277923i1d920a91-3987-4854-b9f7-d7095fd422c8.jpg" type="foto" breedte="8.2cm" hoogte="4.3cm"/></plaatje><cursief>Tastbare relicten onder meer</cursief></al><al>Tracé en restanten van de voormalige Langstraatspoorlijn in de drie kernen,
                    waaronder de draaibare spoorbrug over de Donge, een wachterswoning en een perron
                    in Raamsdonk en een wachterswoning in Raamsdonksveer.</al><al/><al>- Geertruidenberg: Dongecentrale-complex</al><al>- Raamsdonksveer: (restanten van) scheepswerven, twee electriciteitscentrales,
                    molen en watertoren</al><al/><al><vet><onderstreept>2.2.6 Religieus en funerair erfgoed</onderstreept></vet></al><al>In de zich ontwikkelende nederzettingen in het gemeentelijke grondgebied
                    ontstond de behoefte aan een religieuze ontmoetingsplek. Men begon kerken te
                    bouwen. Elke historische kern beschikt over minimaal één kerk, al dan niet met
                    pastorie. Naast esthetische en cultuurhistorische waarden heeft religieus
                    erfgoed ook symbolische en spirituele lading. Religie heeft een specifieke
                    plaats in onze maatschappij; vroeger nadrukkelijker aanwezig dan nu. Kerken,
                    pastorieën en ander religieus erfgoed worden gewaardeerd als essentiële
                    beelddragers van een stad of dorp, van groot belang voor de lokale identiteit. </al><al/><al><plaatje><illustratie id="i8dd8addb-2833-42ff-a9f2-a47ea41ae35a" naam="i277924i8dd8addb-2833-42ff-a9f2-a47ea41ae35a.jpg" type="foto" breedte="6.9cm" hoogte="5.2cm"/></plaatje></al><al>Nauw verweven met het religieus erfgoed is het funerair erfgoed. Funerair
                    erfgoed is erfgoed dat te maken heeft met de dood of een begrafenis.
                    Begraafplaatsen zijn bijzondere uitingen van onze houding tegenover het
                    levenseinde en omgang met de menselijke sterfelijkheid. Graven, grafstenen,
                    grafschriften en symbolen verwijzen naar de plaats die individuen en groepen in
                    de samenleving hebben ingenomen. </al><al/><al><cursief>Tastbare relicten onder meer</cursief></al><al>De kerken en begraafplaatsen in de drie kernen, het klooster en pastorie in
                    Raamsdonk.</al><al/><al><vet><onderstreept>2.2.7 Militair erfgoed</onderstreept></vet></al><al>Van de Middeleeuwen tot de ontmanteling van de vesting in 1911 speelde
                    Geertruidenberg een militaire rol. Dit militaire verleden is op verschillende
                    plaatsen terug te vinden in de huidige stad. Direct in het oog springend, de
                    vestingwerken, de Marktkazerne met Hoofdwacht, het wachtgebouw aan het Wouter
                    Mulders Plein, de Havenkazerne, het Arsenaal, het Kruithuis, maar ook de
                    voormalige affuitloods aan de Markt, de voormalige geweerloods aan de Haven en
                    het Kasteel van Geertruidenberg aan het Wilhelminaplein. Geertruidenberg maakte
                    deel uit de zeventiende eeuwse Zuiderwaterlinie, die zich uitstrekt van Bergen
                    op Zoom tot Grave met het doel de doortocht van vijandelijke groepen naar het
                    noorden te verhinderen.</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i91bd4d5c-642d-45a7-bd22-51d0085bfaeb" naam="i277925i91bd4d5c-642d-45a7-bd22-51d0085bfaeb.jpg" type="foto" breedte="7.3cm" hoogte="4.9cm"/></plaatje></al><al><cursief>Tastbare relicten onder meer</cursief></al><al>- Geertruidenberg: vestingwerken, militaire gebouwen, zoals de Marktkazerne en
                    het arsenaal</al><al>- Raamsdonksveer: Fort Lunet</al><al/><al><vet><onderstreept>2.2.8 Kunst en cultuur</onderstreept></vet></al><al>Cultuur gaat over het delen van (creatieve) uitdrukkingsvormen, kennis,
                    ervaringen en meningen. Cultuur is noodzakelijk voor de vorming van onze
                    identiteit, voor de ontplooiing van mensen en voor de ontwikkeling van
                    creativiteit. Cultuur verbindt, verrijkt ons, biedt schoonheid en geeft
                    inspiratie en bezieling. Belangrijk voor de cultuur zijn onder meer: materieel
                    erfgoed, immaterieel erfgoed (voorstellingen, sociale gewoonten, rituelen,
                    tradities, (taal)uitdrukkingen, muziek en verhalen), media, letteren,
                    bibliotheken, musea en kunsten.</al><al/><al>Lokaal valt hierbij te denken aan:</al><lijst><li nr="•"><al>De lokale geschiedenis en volksverhalen</al></li><li nr="•"><al>Kunstobjecten in de gemeente</al></li><li nr="•"><al>Vestingfeesten</al></li><li nr="•"><al>Plaatselijk dialect</al></li><li nr="•"><al>Lokale dichters en schilders (zie www.erfgoedopdekaart.nl)</al></li><li nr="•"><al>Straatnamen, toponiemen die verwijzen naar de historie</al></li><li nr="•"><al>Historische pandnamen</al></li></lijst><al/><al><plaatje><illustratie id="icc58867e-c517-4361-b189-3447404ee954" naam="i277926icc58867e-c517-4361-b189-3447404ee954.jpg" type="foto" breedte="7.5cm" hoogte="4.7cm"/></plaatje><plaatje><illustratie id="i094cad4d-cb8c-4e26-8de2-c9d815fae173" naam="i277927i094cad4d-cb8c-4e26-8de2-c9d815fae173.jpg" type="foto" breedte="6.7cm" hoogte="5.2cm"/></plaatje>Twidde Fèrs Dikteej 2013: de mensen op deze foto hebben toestemming
                    gegeven voor publicatie.</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al><vet><onderstreept>Hoofdstuk 3: Het inventariseren, waarderen, beschermen en in
                            stand houden van erfgoed</onderstreept></vet></al><al/><al><vet><onderstreept>3.1 Het inventariseren en waarderen van
                            erfgoed</onderstreept></vet></al><al>De basis van erfgoedbeleid is weten wat er aan erfgoedwaarden aanwezig is.
                    Hiervoor zijn een goede inventarisatie, beschrijving en waardering van die
                    waarden van belang. Al veel erfgoedwaarden zijn beschreven, gewaardeerd en
                    juridisch beschermd. Bebouwing van 1940 is gewaardeerd, wat heeft geresulteerd
                    in een groot aantal aangewezen monumenten. Verder is erfgoed al beschermd via
                    bestemmingsplannen (zoals het beschermd stadsgezicht) en de welstandsnota.</al><al/><al><cursief>Vervolgaanpak</cursief></al><al>Aanvullende inventarisatie en waardering van erfgoed is gewenst, omdat er nog
                    andere relevante historische objecten en elementen zijn. Dit betreft onder meer
                    zaken die zijn aangedragen door de lokale erfgoedinstanties. Hierbij valt te
                    denken aan de panden uit de wederopbouwperiode (1940-1965), historische
                    landschapselementen, funerair erfgoed en “kleine monumenten”, de wat kleinere
                    historische objecten. Een deel van deze objecten zal een onderzoek op locatie en
                    in het veld vergen, in samenwerking met de lokale erfgoedinstanties. Deze zaken
                    zullen verder worden verder uitgewerkt als onderdeel van deel B van de nota. De
                    waarden zullen op de erfgoedkaart worden aangeduid en worden beschreven. Na
                    waardering zal een afweging volgen over juridische bescherming hiervan.</al><al><plaatje><illustratie id="i07c86967-a9ea-4653-b722-8891a612e94f" naam="i277928i07c86967-a9ea-4653-b722-8891a612e94f.jpg" type="foto" breedte="6.9cm" hoogte="5.2cm"/></plaatje></al><al>De ontwikkelingen, vermeld in deel A van de erfgoednota, kunnen nopen tot het
                    stellen van prioriteiten en het richten van onze aandacht op het meest
                    waardevolle en kenmerkende erfgoed. Verder is het zo dat we niet alles kunnen
                    behouden. In de toekomst kunnen zich dus omstandigheden voordoen, waarbij andere
                    belangen concurreren met die van monumentenzorg. In dat geval dient het belang
                    van monumentenzorg niet alleen te worden bezien vanuit de waarde van het
                    individuele object/element, maar ook binnen de context van de karakteristieken
                    uit hoofdstuk 2.</al><al/><al><cursief>Waarderingsmethode</cursief></al><al>Vanaf circa 2000 hanteert de gemeente voor de waardering van een
                    monumentenstatus een set van beoordelingscriteria. In de praktijk blijkt deze
                    set niet meer optimaal te werken. Hierbij speelt dat juridische bescherming van
                    erfgoedwaarden in bepaalde gevallen beter is via het bestemmingsplan dan via een
                    monumentenstatus. Er werken daarom voortaan met de waarderingstandaard die de
                    Rijksdienst voor het cultureel erfgoed heeft ontwikkeld, aangevuld met een
                    waardering van het object/element in relatie tot de bedoelde lokale
                    karakteristieken (waarderingscijfer van 1 t/m 10). Zie bijlage 6. Dit biedt ons
                    een goed kader voor de waardering van erfgoed, waarbij de monumenten-commissie
                    adviseert. Bij deze waardering zijn ook de mate van zichtbaarheid en
                    beleefbaarheid van belang, alsook ook de leesbaarheid van de
                    geschiedenis(perioden) van de kernen.</al><al/><al><vet><onderstreept>3.2 Bescherming </onderstreept></vet></al><al>Er is veel erfgoed juridisch beschermd, maar aanvullende bescherming van erfgoed
                    is gewenst.</al><al/><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al>Als een object/element voldoende erfgoedwaarde heeft om voor bescherming in
                    aanmerking te komen, gaan we na op welke wijze we deze waarde het best juridisch
                    kunnen beschermen. Dit vergt maatwerk.</al><al/><al>Instrumenten voor juridische bescherming van erfgoed:</al><lijst><li nr="1."><al>Via borging via ruimtelijke ordening en in het bestemmingsplan;</al></li><li nr="2."><al>Via een aanwijzing tot gemeentelijk monument;</al></li><li nr="3."><al>Via een aanwijzing tot gemeentelijk beschermd stads- of
                            dorpsgezicht;</al></li><li nr="4."><al>Via de welstandsnota en de toets door welstands- en
                            monumentencommissie;</al></li><li nr="5."><al>Via een overeenkomst.</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Bij 1: Via borging via de ruimtelijke ordening en in het
                        bestemmingsplan</onderstreept></al><al>Dit betreft ten eerste dat we in de ruimtelijke ordening, bij bestemmingsplan en
                    projectbesluit, rekening houden houden met erfgoed.</al><al/><al>Er is een onderscheid tussen waardevast en waardevol erfgoed. Waardevast erfgoed
                    geniet al bescherming op basis van monumentwetgeving (monumenten) en hoeven we
                    niet te beschermen in het bestemmingsplan. Aanduiding ervan in het
                    bestemmingsplan is wel van belang voor de attentiewaarde en ensemblevorming.
                    Waardevol zijn elementen die wel van belang zijn voor de cultuurhistorie, maar
                    niet beschermd zijn op basis van de monumentenwetgeving. De geëigende manier om
                    waardevol erfgoed te beschermen is via het bestemmingsplan. Dit kan op
                    verschillende manieren (bestemming, dubbelbestemming en aanduiding) en tot
                    verschillende niveau’s. Hiervoor verwijzen we naar paragraaf 4.1.</al><al/><al><onderstreept>Bij 2: Via een aanwijzing tot gemeentelijk monument
                    </onderstreept></al><al>Basis is de monumentenverordening. Relevante wijzigingen en sloop zijn verbonden
                    aan een omgevingsvergunningsplicht, waarbij we de monumentencommissie om advies
                    vragen of het plan aanvaardbaar is in relatie tot de erfgoedwaarden.</al><al/><al><onderstreept>Bij 3: Via een aanwijzing tot gemeentelijk beschermd stads- of
                        dorpsgezicht</onderstreept></al><al>Een gebied met daarin monumenten kunnen we op basis van de monumentenverordening
                    beschermen als beschermd stads- of dorpsgezicht. Het betreft bescherming tegen
                    sloop van bebouwing en tegen wijzigen van onroerende zaken, geen bouwwerken
                    zijnde, waaronder verhardingen. Die bescherming moet gevolgd worden door
                    bescherming via een bestemmingsplan.</al><al/><al><onderstreept>Bij 4: Via de welstandsnota en de toets door welstands- en
                        monumentencommissie</onderstreept></al><al>Op basis van de welstandscriteria in de welstandsnota toetsen we, uitgaande van
                    de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, of de verschijningsvorm en
                    plaatsing van een bouwwerk aanvaard-baar is in relatie met de gewenste kwaliteit
                    van de gebouwde omgeving. De nota bevat ook reclamecriteria.Voor historisch
                    waardevolle gebieden en objecten geldt een uitgebreide toets. </al><al/><al>Hierbij melden we nog het beeldkwaliteitsplan, dat voor een specifieke
                    ontwikkeling/gebied is opgesteld, als voorwaarde voor een planologische
                    medewerking. </al><al/><al><onderstreept>Bij 5: Via een overeenkomst</onderstreept></al><al>Afspraken voor de bescherming van erfgoed kunnen in bepaalde gevallen passend
                    zijn, bijvoorbeeld (aanvullend) in het kader van de medewerking door de gemeente
                    aan een planologische procedure voor medewerking aan een ruimtelijke
                    ontwikkeling of in een privaatrechtelijke overeenkomst over gemeentelijk
                    eigendom. </al><al/><al><cursief>Strategie </cursief></al><al>Hier volgt de strategie voor verdere juridische bescherming van erfgoed.</al><lijst><li nr="1."><al>De bekende en aanvullende historische objecten en elementen nemen we op
                            de erfgoedkaart en in de beschrijvingen ervan in deel B van de nota op.
                            In het kader van ruimtelijke ordening (bij bestemmingsplan en
                            afwijkingsbesluit) (cluster Beleid/RO) en bij de inrichting van de
                            openbare ruimte (cluster Buitenruimte) houden we rekening met deze
                            historische objecten/elementen en waarden. Als voorbereiding op
                            (grootschalige) ruimtelijke ingrepen vindt inventarisatie en waardering
                            van het gehele erfgoed plaats. Daarbij zijn vooral de identiteitsdragers
                            van belang. Bij de ontwikkeling behouden en versterken we de bestaande
                            identiteitsdragers. In aansluiting hierop willen we het authentieke
                            dorpsplein aan het Kerkplein te Raamsdonk bij de eerstvolgende
                            herziening bestemmingsplanmatig beschermen.</al></li><li nr="2."><al>Als we een object/element van voldoende waarde achten om in aanmerking
                            te komen voor verdere juridische bescherming, wordt het instrument
                            hiertoe gekozen. Dit vergt maatwerk.</al></li></lijst><al/><al>De algemene lijn hierbij is als volgt:</al><lijst><li nr="•"><al>Als erfgoedwaarden voldoende worden geborgd via een toets aan de
                            welstandscriteria of beeldkwaliteitsplan in het kader van de
                            vergunningaanvraag voor plannen voor bouwen of een reclame-uiting, vindt
                            bescherming plaats via de welstandsnota.</al></li><li nr="•"><al>Als erfgoedwaarden dusdanig hoog zijn bij een individueel object dat
                            (naast sloop) relevante wijzigingen slechts mogelijk moeten zijn na een
                            toets of de concreet beschreven waarden (redengevende omschrijving)
                            voldoende worden gerespecteerd, ligt een status van gemeentelijk
                            monument voor de hand.</al></li><li nr="•"><al>In andere gevallen waarin erfgoedwaarden zo hoog zijn dat (naast sloop)
                            relevante wijzigingen slechts moeten mogelijk zijn na een toets of
                            erfgoedwaarden voldoende worden gerespecteerd, beschermen we deze
                            erfgoedwaarden via het bestemmingsplan. Dit is dan van toepassing voor
                            die elementen die het meest kenmerkend en een afspiegeling van de
                            identiteit van het gebied zijn.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Mede gezien de wenselijkheid om de lokale historische identiteit te
                            benutten en te versterken door voormelde maatschappelijke belangen, is
                            het passend om bij de aanvang van (ruimtelijke) planvorming bewust en
                            verantwoord stil te staan bij de optie van het toepassen van culturele
                            planologie, dus het nemen van erfgoed als vertrekpunt en inspiratiebron
                            voor plannen. Dit geldt ook voor de optie van behoud van erfgoed door
                            ontwikkeling/herbestemming. Meer hierover in paragraaf 4.1.</al></li></lijst><al/><al>Op zich is het mogelijk om via een paraplu-bestemmingsplan het erfgoed in heel
                    onze gemeente juridisch te beschermen. Het is dan van belang om de
                    inventarisatie, beschrijving en waardering van het erfgoed zoveel mogelijk
                    compleet te hebben. Momenteel zijn er niet veel gemeenten met zo’n plan. En die
                    er zijn, zijn gekoppeld aan bescherming van archeologie. Veelal wordt de
                    bescherming meegenomen in de reguliere herziening van bestemmingsplan om de 10
                    jaar. Bij het traject voor het archeologiebeleid (vaststelling gepland in 2017)
                    overwegen we de optie van een parapluplan voor archeologie en cultuurhistorie
                    nader. Vooralsnog zien we af van zo’n plan, gezien wat al juridisch beschermd is
                    en wordt.</al><al/><al>Bij de volgende bestemmingsplanherziening schenken we aandacht aan aanvullende
                    regels voor nu vergunningsvrije activiteiten, zoals de toepassing van een andere
                    kleur voor panden zonder status in het beschermd stadsgezicht. Dit is voor een
                    optimalisering van de gewenste beeldkwaliteit in dit gebied.</al><al/><al><cursief>De status van gemeentelijk monument </cursief></al><al>De monumentenverordening kent de status van gemeentelijk monument (beschermd
                    vanwege exterieure en/of interieure historische waarden) en de status van
                    beeldbepalend pand/zaak (beschermd vanwege vanaf de openbare ruimte zichtbare,
                    beeldbepalende, exterieure historische waarden). De landelijke regelgeving voor
                    vergunningsvrij bouwen kent niet de status van beeldbepalend pand. Voor een
                    eenduidigere behandeling willen we daarom voor nieuwe gevallen niet meer de
                    status van beeldbepalend pand/zaak hanteren. In plaats daarvan hanteren we
                    hiervoor de status van gemeentelijk monument, waarbij alleen de beeldbepalende,
                    exterieure delen onder de bescherming vallen. </al><al/><al><cursief>De welstandscommissie en de monumentencommissie</cursief></al><al>De gemeente werkt al jaren met deze twee commissies. De monumentencommissie
                    toetst aan welstandscriteria en historische waarden voor bouwplannen in de in de
                    welstandsnota aangeduide historische gebieden en voor plannen aangaande
                    monumenten. De welstandscommissie toetst de bouwplannen in de andere gebieden.
                    De monumentencommissie toetst restauratieplannen aan de erfgoedwaarden. Daarbij
                    is het uitgangspunt advisering tot behoud. Vernieuwing of een ander gebruik kan
                    in voorkomende gevallen aan de orde zijn als deze nodig zijn voor het
                    voortbestaan van het monument.</al><al/><al>De omgevingswet treedt op zijn vroegst in 2018 in werking. Daarbij wordt
                    mogelijk de verplichte monumentencommissie verruimd tot gemeentelijke
                    adviescommissie ruimtelijke kwaliteit, zodat met een bredere blik naar kwaliteit
                    van de leefomgeving kan worden gekeken. Die adviescommissie behoeft zich dan
                    niet te beperken tot adviezen over de monumentenzorg, maar kan van de gemeente
                    ook een bredere, integrale opdracht krijgen. Uiteraard moeten wel enkele leden
                    van deze commissie expert zijn op het gebied van de monumentenzorg.</al><al/><al>Gezien Momo, de ontwikkelings- en gebiedsgerichte monumentenzorg, de
                    integraliteit met ruimtelijke ordening (culturele planologie) en de voordelen
                    van een bredere deskundigheid van de commissie, maar ook vanuit efficiëntie
                    bevelen we één commissie ruimtelijke kwaliteit aan. Een voorstel hiertoe
                    ontvangt de gemeenteraad na evaluatie van de commissie en na voldoende
                    duidelijkheid over de inhoud van de Omgevingswet. </al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al><vet><onderstreept>3.3 Instandhouding en subsidie</onderstreept></vet></al><al>Veel monumenten zijn het bezit van een particuliere eigenaar. Instandhouding van
                    deze monumenten is primair een verantwoordelijkheid van die eigenaar. Zowel het
                    rijk, de provincie als de gemeente hebben subsidiemogelijkheden voor erfgoed,
                    waaronder die voor instandhouding. </al><al/><al>De zorg voor gebouwde rijksmonumenten kan financieel worden ondersteund vanuit
                    verschillende bronnen: subsidie (zowel voor regulier onderhoud (Brim-subsidie)
                    als voor het wegwerken van achterstallig onderhoud), fiscale aftrek en een laag
                    rentende Restauratiefonds-hypotheek.</al><al/><al>Geertruidenberg heeft sinds 2003 een regeling voor subsidie voor restauratie van
                    gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden via een laagrentende lening
                    tot € 50.000,-. Er is zeer weinig animo voor de lening en sinds 2007 zijn geen
                    leningen meer verstrekt. Voorjaar 2016 zijn de monumenteneigenaren geraadpleegd
                    over ondersteuning van hen door de gemeente in brede zin en qua subsidie. Omdat
                    er monumenteigenaren waren (13%), die aangaven wel of misschien interesse te
                    hebben in de huidige subsidieregeling en er voor andere vormen van financiële
                    ondersteuning geen bestuurlijk draagvlak is, kan voor hun financiële
                    ondersteuning de bestaande subsidiemogelijkheid worden open gehouden, zolang er
                    budget is.</al><al/><al>Verder heeft de gemeente een taak voor de instandhouding van de eigen
                    historische objecten en elementen.</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al><vet><onderstreept>Hoofdstuk 4: Integraliteit bij andere gemeentelijke
                            beleidsvelden en taken</onderstreept></vet></al><al/><al>Erfgoed raakt ook andere gemeentelijke beleids- en/of taakvelden: ruimtelijke
                    ordening, economische zaken, toerisme en recreatie en cultuureducatie (cluster
                    Beleid), (omgevings)vergunningverlening (cluster Gemeentewinkel), toezicht en
                    handhaving en gemeentelijke taken in de openbare ruimte (cluster Buitenruimte).
                    Het is nodig dat we ook bij deze andere beleids- en taakvelden goed rekening
                    houden met erfgoed. Dit zowel vanuit het oogpunt van bescherming van erfgoed als
                    vanuit het oogpunt van het benutten van kansen, onder andere in relatie met het
                    beleefbaar maken en versterken van erfgoed en identiteitsdragers. De integrale
                    samenwerking hierbij wordt verder verankerd in de gemeentelijke organisatie (via
                    nader af te spreken ambtelijke werkwijzen).</al><al/><al><vet><onderstreept>4.1 Ruimtelijke ordening, culturele planologie en
                            herbestemming</onderstreept></vet></al><al>Voor de integrale samenwerking tussen ruimtelijke ordening en monumentenzorg
                    zijn interne afspraken gemaakt.</al><al/><al><onderstreept>Rekening houden met erfgoed in de ruimtelijke
                        ordening</onderstreept></al><al>Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (art. 3.1.6) moet in een
                    bestemmingsplan in een toelichting staan: een beschrijving van de wijze waarop
                    met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond
                    aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Deze eis is
                    overeenkomstig van toepassing voor de ruimtelijke onderbouwing van een
                    projectbesluit (art. 5.20 Besluit omgevingsrecht). Dat betekent dat we als
                    gemeente een analyse moeten maken van de cultuurhistorische waarden in een
                    bestemmingsplangebied en daar conclusies aan moeten verbinden die in een
                    bestemmingsplan verankerd worden. Hoe en op welk niveau de gemeente rekening
                    houdt met erfgoed valt onder de beleidsvrijheid van de gemeente.</al><al/><al>De regeling, die voortvloeit uit de Momo, beoogt een verandering in de manier
                    van denken: cultureel erfgoed als belangrijke factor en kans in ruimtelijke
                    ontwikkelingen (beleefbaar maken van cultuurhistorie). Wat betreft kansen is te
                    denken aan de mogelijkheid dat erfgoed een ontwerp voor een ruimtelijke plan
                    verbetert en culturele planologie.</al><al/><al><onderstreept>Culturele planologie en herbestemming</onderstreept></al><al>Het werkveld van de planologie omvat het ordenen en inrichten van de ruimte, van
                    de cultuurland-schappen van Nederland. Deze cultuurlandschappen, die kenmerkend
                    zijn voor Nederland, staan onder grote druk door de vele planologische
                    ontwikkelingen op het gebied van de infrastructuur, woningbouw en recreatie, en
                    door schaalvergrotingen in de landbouw. In het vakgebied van de culturele
                    planologie wordt geprobeerd bij de ordening en inrichting van de ruimte in grote
                    mate rekening te houden met cultuur en cultuurhistorie.</al><al/><al>Dit vertaalt zich erin dat de culturele planologie haar ruimtelijk-economische
                    visie op het ordenen en inrichten van de ruimte zoveel mogelijk probeert te
                    koppelen aan een ruimtelijk-culturele visie. Een visie die mede wordt bepaald
                    door het inbrengen van cultuuractoren zoals (landschaps)architecten,
                    kunstenaars, erfgoedspecialisten, historici, andere vormgevers en ook burgers en
                    cultuurfactoren zoals verhalen van mensen, de geschiedenis van de plek, de in
                    een gebied aanwezige gebouwde en landschappelijke monumenten, tradities en
                    gebruiken, bij de ruimtelijke inrichting. Deze actoren en factoren kunnen de
                    basis leggen voor nieuwe, geïntegreerde ontwikkelingen. </al><al/><al>Culturele planologie is geïntroduceerd in de Cultuurnota 2001-2004 en verder
                    geïntegreerd in erfgoedbeleid met de Nota Belvedere met de strategie van ‘behoud
                    door ontwikkeling’. </al><al/><al>Het idee van ontwikkeling van de monumentenzorg is gemeengoed geworden door de
                    nota Belvedere. Hierin wordt immers gesteld dat behoud van ons erfgoed dient te
                    gebeuren in combinatie met ontwikkeling: behoud door ontwikkeling. De uitwerking
                    ervan is met de afronding van het Belvederebeleid echter niet volledig. In MoMo
                    dient dit beleid daadwerkelijk verankerd te worden in de denkwijzen van alle
                    partijen die te maken met cultuurhistorie. Dit gebeurt door voorwaarden te
                    stellen aan het beleid van gemeenten en professionele partijen in de
                    monumentenzorg, en door de nadruk te leggen op maatschappelijke vraagstukken,
                    functies en waarden van monumenten en de monumentale omgeving. Het inzetten op
                    ontwikkeling binnen de monumentenzorg kan een boost geven aan de inbedding ervan
                    in de ruimtelijke ordening.</al><al/><al>[1] De <vet>Nota Belvedere</vet> is een Nederlandse beleidsnota over de relatie
                    tussen <extref doc="https://nl.wikipedia.org/wiki/Cultuurhistorie_(landschap)">cultuurhistorie</extref> en <extref doc="https://nl.wikipedia.org/wiki/Ruimtelijke_ordening">ruimtelijke
                        inrichting</extref>. De nota is in de zomer van 1999 uitgebracht en
                    ondertekend door vier ministeries: de ministeries van Onderwijs, Cultuur en
                    Wetenschap, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, van Landbouw,
                    Natuurbeheer en Visserij en van Verkeer en Waterstaat. De doelstelling van de
                    nota is de cultuurhistorische waarde meer prioriteit te geven bij de inrichting
                    van Nederland.</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al><vet><onderstreept>4.2 Vergunningverlening (WABO)</onderstreept></vet></al><al>Voor de integrale samenwerking tussen monumentenzorg en
                    (wabo)vergunningverlening zijn interne afspraken gemaakt.</al><al/><al><vet><onderstreept>4.3 Toerisme en recreatie, cultuur en
                        kunst</onderstreept></vet></al><al>In december 2015 stelde de gemeenteraad de visie Toerisme &amp; Recreatie vast.
                    Diverse onderdelen van deze visie hebben raakvlakken met erfgoed. </al><al/><al><onderstreept>Uit deze visie: “</onderstreept>De gemeente stelt zich ten doel de
                    toeristisch-recreatieve werkgelegenheid op langere termijn te verdubbelen en een
                    groei van 25% te realiseren in de periode tot 2020. (..) </al><al>Om de ambitie te realiseren, is het belangrijk dat de gemeente beter op de
                    toeristische kaart wordt gezet. Keuzes in profilering en doelgroep moeten worden
                    gemaakt en het merk van de gemeente Geertruidenberg moet worden ingevuld. Op
                    deze wijze wordt het voor de bezoeker duidelijker waar Geertruidenberg voor
                    staat, wordt de kwaliteit van het toeristisch product verhoogd en kan de
                    marketing op een meer efficiënte wijze worden opgepakt.</al><al/><al>De gemeente kiest er voor zich naar buiten toe te presenteren als
                    ‘Geertruidenberg, Vestingstad aan De Biesbosch’. De onderscheidende kwaliteiten
                    van de gemeente komen hierin naar voren: de aan de Bergsche Maas en Donge
                    gelegen historische vestingstad Geertruidenberg en de nabijheid van de
                    Biesbosch. Deze elementen vormen de basis van het verhaal waarmee
                    Geertruidenberg zich op de kaart gaat zetten en de bezoekers van buitenaf wil
                    aantrekken. Vervolgens is het van belang ook de andere kwaliteiten van de
                    gemeente volop in de etalage te plaatsen. Met Raamsdonk (het dorpse,
                    cultuurrijke en landelijke karakter) en Raamsdonksveer (levendig met meer
                    stedelijke allure en bedrijvigheid aan het water) heeft de gemeente een mooie
                    variatie aan mogelijkheden te bieden.</al><al>Het verhaal van Geertruidenberg kent meerdere hoofdstukken. In de eerste plaats
                    is daar natuurlijk de historie van de strijd (grensplaats en garnizoenstad),
                    maar ook met de handel (relatie met de Biesbosch) en nijverheid (relatie met de
                    Raamsdonksveer, Langstraat en huidige (watergebonden) bedrijvigheid) zijn
                    interessante hoofdstukken. De industriële geschiedenis, met in het bijzonder
                    energie-opwekking door de tijd heen, is onderdeel van het verhaal van
                    Geertruidenberg. Het in de economische visie aangegeven thema energie kan ook op
                    het gebied van toerisme worden ingevuld (elektrisch varen en fietsen,
                    openstelling en benutting centrales, edutainment en duurzame energie).”</al><al/><al><vet><onderstreept>4.4 Archeologie</onderstreept></vet></al><al>Sinds 2009 werken we met beleidsuitgangs-punten voor de omgang met archeologie
                    op basis van de archeologische (verwachtings) waardenkaart. Met deze
                    uitgangspunten houden we rekening bij bestemmingsplannen en afwijkingsbesluiten.
                    Archeologie is voor de historische kern Geertruidenberg beschermd in het
                    bestemmingsplan Kom Geertruidenberg 2012. De archeologische (verwachtings)
                    waardenkaart is begin 2016 geactualiseerd. Door de verbanden, die er kunnen zijn
                    tussen bovengronds en ondergronds erfgoed, is deze kaart ook waardevol voor de
                    aanvullende duiding van de historische context van een bovengronds historisch
                    object/element. Vanaf 2016 werken we het archeologiebeleid verder uit, zodanig
                    dat het integraal onderdeel uitmaakt van het gemeentelijke erfgoedbeleid.</al><al><plaatje><illustratie id="if35e5962-904e-4c81-995a-7f681752e3e3" naam="i277929if35e5962-904e-4c81-995a-7f681752e3e3.jpg" type="foto" breedte="7.9cm" hoogte="4.4cm"/></plaatje></al><al><vet><onderstreept>4.5 Inrichting van de openbare
                    ruimte</onderstreept></vet></al><al>We houden bij de inrichting van de openbare ruimte rekening met erfgoedwaarden.
                    Dit borgen we met name via de omgevingsvergunningseis en het bestemmingsplan.
                    Hierbij kunt u denken aan het beschermd stadsgezicht waar dubbelbestemmingen
                    cultuurhistorie en archeologie gelden.</al><al/><al>Bepaalde bouwwerken/objecten, bijvoorbeeld voor openbaar nut zoals
                    straatmeubilair e.d., zijn op grond van landelijke regelgeving (BOR)
                    vergunningsvrij, ook in het beschermd stadsgezicht. Bij de plaatsing door/via de
                    gemeente van zo’n vergunningsvrij object in beschermd stadsgezicht of in de
                    nabijheid van een object of element van historische waarde, zoals een monument,
                    is het nodig om zorgvuldig om te gaan met erfgoedwaarden. Om ervoor te zorgen
                    dat dit altijd gebeurt, is het nodig om de integrale samenwerking tussen de
                    betrokken vakgebieden te verbeteren.</al><al/><al/><al/><al/><al><vet><onderstreept>4.6 Toezicht en handhaving</onderstreept></vet></al><al>De drie kernactiviteiten van toezicht zijn informatie verzamelen, oordelen en
                    ingrijpen. Handhaving begint als de regels niet goed worden nageleefd en de
                    toezichthouder ingrijpen noodzakelijk vindt. Het toezicht op de naleving van
                    wetten en regels kan verschillende vormen aannemen. Zo kan onderscheid worden
                    gemaakt tussen eerste- en tweedelijnstoezicht en tussen preventief en repressief
                    toezicht. </al><al/><al>Kader hiervoor is de Integrale handhavingsnota Geertruidenberg, Zichtbaarder
                    handhaven 2010-2014. Toezicht op en handhaving van erfgoed valt hierbij onder
                    toezicht en handhaving bouwen en is verder niet specifiek geregeld. </al><al/><al>In het kader van de evaluatie van het algemene handhavingsbeleid (vanaf 2016)
                    formuleren we specifiek beleid voor de handhaving van en het toezicht op
                    erfgoed. Dit vinden we belangrijk, gelet het specifieke karakter van erfgoed en
                    de waarde ervan. Aandacht verdient ook de omgang met de instandhoudingsplicht
                    van monumenten in de Erfgoedwet. Zie par. 2.3 van deel A. </al><al/><al/><al/><al><vet><onderstreept>Hoofdstuk 5: Informeren, draagvlakverbreding en bevordering
                            van participatie</onderstreept></vet></al><al/><al><vet><onderstreept>5.1 Overleg met erfgoedinstanties </onderstreept></vet></al><al>Met de lokale erfgoedinstanties vindt twee keer per jaar regulier overleg plaats
                    over monumenten-zorg. Als er concrete projecten zijn die erfgoed rake, worden
                    naar bevind van zaken deze instanties betrokken, voor hun advies.</al><al/><al><vet><onderstreept>5.2 Informatievoorziening naar monumenteigenaren en andere
                            belanghebbenden</onderstreept></vet></al><al>Er staat de nodige informatie over monumentenzorg op de gemeentelijke website.
                    Voor mensen met (bouw)plannen, onder andere over monumenten en in het beschermd
                    stadsgezicht, wordt vooroverleg gestimuleerd. Voor alle mogelijke vragen over
                    monumentenzorg is de beleidsmedewerker monumentenzorg contactpersoon. </al><al/><al>We evalueren met monumenteigenaren over hun ondersteuning aan de gemeente in
                    brede zin, waaronder de informatieverstrekking. </al><al/><al><vet><onderstreept>5.3 Promoten en stimuleren van evenementen, zoals Open
                            Monumentendag </onderstreept></vet></al><al>De actiepunten uit de nota Toerisme &amp; Recreatie om erfgoed te benutten
                    pakken we integraal op (zie par. 6.3 in die nota). Mede in dat kader maken we
                    een document met informatie over de lokale historie voor geïnteresseerden,
                    toeristen en recreanten en als onderdeel van citymarketing. De vorm hiervan
                    bekijken we nog. We vertellen en presenteren hierin de verhalen van de historie
                    van de gemeente op enthousiasmerende, inspirerende wijze, op basis van de lokale
                    historische karakteristieken. Tevens denken we aan een variant voor de jeugd
                    (bezoekers en basisonderwijs). Ook mogelijkheden om informatie beleefbaar te
                    maken betrekken we hierbij. We bezien of de erfgoedkaart te koppelen is aan een
                    kaart die te gebruiken is voor toerisme en recreatie.</al><al/><al>We zoeken samenwerking met externe partijen voor het benutten van kansen die
                    erfgoed biedt, in relatie met toerisme en recreatie en subsidie. Hierbij denken
                    we aan andere partijen, (buur)gemeenten en provincie, die betrokken zijn bij
                    bovenlokale onderwerpen, zoals de Zuiderwaterlinie en de door de provincie te
                    vertellen Verhalen van Brabant (provinciale Beleidskader erfgoed
                    2016-2020).</al><al/><al>Er werken in- en extern samen voor de realisering van de actiepunten in relatie
                    met erfgoed uit de nota Toerisme &amp; Recreatie (zie par. 6.3 daarvan).</al><al/><al>We contineren de ondersteuning van de nationale Open Monumentendag door de
                    gemeente. We bezien of we onze betrokkenheid kunnen verbeteren voor meer
                    stimulans.</al><al/><al><vet><onderstreept>5.4 Erfgoededucatie</onderstreept></vet></al><al>We bezien tweejaarlijks of onze bestaande ondersteuning (subsidie) kunnen
                    continueren op basis van een actueel activiteitenplan. Samen met Cultuurwerft
                    bezien we waar we nog meer op andere manieren kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld
                    via input voor het lesmateriaal voor het primair onderwijs op basis van het
                    erfgoedbeleid en samenwerking met de erfgoedinstanties. We houden daarbij
                    rekening met de provinciale cultuurnota.</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/></bijlage><bijlage><al><vet>Bijlage 2: Schematisch de beleidskaders</vet></al><al/><al>Hier worden schematisch aangeduid: De bestaande en nieuwe beleidskaders van
                    nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Per onderwerp wordt aangeduid of
                    wel/geen gemeentelijk besluit nodig is.</al><al/><al><vet>Nationaal niveau</vet></al><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al><vet>Bestaand kader van nationaal niveau</vet></al></entry><entry><al>B&amp;w-besluit nodig?</al></entry><entry><al>Raadsbesluit nodig?</al></entry></row><row><entry><al>Monumentenwet 1988, Wet ruimtelijke ordening, Besluit
                                        ruimtelijke ordening, Omgevingsrecht, waaronder Wabo en Bor.
                                    </al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al>123 rijksmonumenten </al><al>1 rijksbeschermd stadsgezicht</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al>Verplicht advies van het rijk over ingrijpende plannen
                                        aangaande rijksmonumenten</al></entry><entry><al>Ja, besluit over elke omgevingsvergunning-aanvraag waartoe
                                        het college bevoegd is.</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al>Advies van het rijk op verzoek over ingrijpende plannen in
                                        het beschermd stadsgezicht</al></entry><entry><al>Ja, besluit over elke omgevingsvergunning-aanvraag waartoe
                                        het college bevoegd is.</al></entry><entry><al>Ja, besluit over elk bestemmingsplan of ontheffing waartoe
                                        de raad bevoegd is.</al></entry></row><row><entry><al>Verplicht rekening houden met cultuurhistorische waarden bij
                                        het opstellen van bestemmingsplannen en
                                        projectbesluiten</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>Ja, besluit over elk bestemmingsplan en projectbesluit</al></entry></row><row><entry><al>Modernisering van de monumentenzorg: het opstellen van
                                        gemeentelijk erfgoedbeleid is hierbij wenselijk.</al><al>Visie Erfgoed en ruimte</al></entry><entry><al>Ja, uitwerking van erfgoedbeleid.</al></entry><entry><al>Ja, kader stellend erfgoedbeleid vaststellen.</al></entry></row><row><entry><al>Subsidiemogelijkheden van het rijk, met name
                                        BRIM-subsidie</al></entry><entry><al>Ja, bij elke subsidie binnen de lokale kaders.</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al><vet>Nieuwe kaders van nationaal niveau</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Erfgoedwet (per 1-7-2016)</al></entry><entry><al>Ja, aanpassing van de monumentenverordening in 2016 en o.a.
                                        beleid vanwege de plicht van de eigenaar tot minimale
                                        instandhouding van zijn monument; elk concreet besluit
                                        omtrent handhaving.</al></entry><entry><al>Ja, aanpassing van de monumentenverordening in 2016 en o.a.
                                        beleid vanwege de plicht van de eigenaar tot minimale
                                        instandhouding van zijn monument</al></entry></row><row><entry><al>Omgevingswet (per 2018)</al></entry><entry><al>Afhankelijk van de inhoud van de wet</al></entry><entry><al>Afhankelijk van de inhoud van de wet</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al><vet>Provinciaal niveau</vet></al><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al><vet>Bestaand kader van provinciaal niveau</vet></al></entry><entry><al>B&amp;w-besluit nodig?</al></entry><entry><al>Raadsbesluit nodig?</al></entry></row><row><entry><al>Provinciale structuurvisie ruimtelijke ordening</al><al>Verordening Ruimte Noord-Brabant</al><al>Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW)</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al>Verplicht rekening houden bij het opstellen van
                                        bestemmingsplan en projectbesluit met de Verordening Ruimte
                                        en de CHW</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>Ja, besluit over elk bestemmingsplan en projectbesluit</al></entry></row><row><entry><al>Subsidiemogelijkheden van de provincie</al></entry><entry><al>Ja, bij elke subsidie binnen de lokale kaders.</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al><vet>Nieuwe kaders van provinciaal niveau</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Beleidskader erfgoed 2016-2020; biedt kansen voor benutten
                                        van erfgoed en voor subsidie daarvoor</al></entry><entry><al>Afhankelijk van actie hierbij</al></entry><entry><al>Afhankelijk van actie hierbij</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al><vet>Gemeentelijk niveau</vet></al><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al><vet>Bestaand kader van gemeentelijk niveau</vet></al></entry><entry><al>B&amp;w-besluit nodig?</al></entry><entry><al>Raadsbesluit nodig?</al></entry></row><row><entry><al>Bestemmingsplannen</al><al>Welstandsnota</al><al>Monumentenverordening</al><al>Verordening op de monumentencommissie</al><al>Subsidieverordening voor restauratieleningen</al><al>Lijst van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende
                                        panden</al><al>Interne werkwijzen voor integrale samenwerking op het gebied
                                        van monumentenzorg</al><al>Vergunningeis voor reclame in bescherming stadsgezicht in de
                                        APV</al></entry><entry><al>-.</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al><vet>Nieuwe kaders van gemeentelijk niveau, in relatie met
                                            de uitvoeringsacties van erfgoedbeleid</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Het opstellen van gemeentelijk erfgoedbeleid en budget
                                        hiervoor beschikbaar stellen</al></entry><entry><al>Ja, uitwerking van erfgoedbeleid.</al></entry><entry><al>Ja, kader stellend erfgoedbeleid vaststellen en budget
                                        beschikbaar stellen.</al></entry></row><row><entry><al>Nieuwe gemeentelijke monumenten aanwijzen</al></entry><entry><al>Ja</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al>Erfgoed beschermen in bestemmingsplannen</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>Ja</al></entry></row><row><entry><al>(Te zijner tijd na evaluatie:) één geïntegreerde welstands-
                                        en monumentencommissie instellen; dit vergt aanpassing van
                                        welstandsnota en verordening op de monumentencommissie</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>Ja</al></entry></row><row><entry><al>Een besluit dat het budget voor de gemeentelijke subsidie
                                        voor de restauratie van gemeentelijke monumenten
                                        (laagrentende leningen) door het college van b&amp;w naar
                                        bevind van zaken ook kan worden ingezet voor de andere
                                        doelen van het beleid in de erfgoednota (i.k.v. kadernota
                                        medio 2016).</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>Ja </al></entry></row><row><entry><al>Het opstellen van specifiek handhavingsbeleid voor
                                        erfgoed</al><al/></entry><entry><al>Ja, beleid vanwege de plicht van de eigenaar tot minimale
                                        instandhouding van zijn monument; elk concreet besluit
                                        omtrent handhaving.</al></entry><entry><al>Ja, beleid vanwege de plicht van de eigenaar tot minimale
                                        instandhouding van zijn monument.</al></entry></row><row><entry><al>Voor nieuwe gevallen alleen de status van gemeentelijk
                                        monument (en niet meer die van beeldbepalende zaak)
                                        toekennen.</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al>Aanvullende regels voor bepaalde activiteiten zoals het
                                        toepassen van een ander kleur voor panden zonder status in
                                        het beschermd stadsgezicht.</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>Ja, bestemmingsplan</al></entry></row><row><entry><al>Regels/richtlijnen opstellen voor de toepassing van
                                        voorzieningen voor duurzaamheid bij monumenten en voor het
                                        belichten van panden in beschermd stadsgezicht en bij
                                        monumenten. </al></entry><entry><al>Afhankelijk van de vorm van de regeling</al></entry><entry><al>Afhankelijk van de vorm van de regeling</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/></bijlage><bijlage><al><vet>Bijlage 3: Bronnen</vet></al><al/><al><vet><onderstreept>Literatuur</onderstreept></vet></al><lijst><li nr="•"><al>Handreiking erfgoed en ruimte, rijksdienst voor het cultureel erfgoed
                        </al></li><li nr="•"><al>Architectuur en stedebouw in N-Brabant 1850-1940, provincie N-Brabant
                            1993</al></li><li nr="•"><al>“Culturele planologie in de steigers‟, Monumentenhuis Brabant, 2010</al></li><li nr="•"><al>“Kiezen voor karakter‟, Visie Erfgoed en Ruimte Ministerie OCW, 2010
                        </al></li><li nr="•"><al>Kleine monumenten Geertruidenberg, Raamsdonksveer, Raamsdonk,
                            Oudheidkundige kring Geertruydenberghe 2013</al></li><li nr="•"><al>Erfgoedvisie Breda 2008-2015</al></li><li nr="•"><al>Erfgoednota gemeente Heusden 2012</al></li><li nr="•"><al>Door Raamsdonks Historie ingediende informatie voor het erfgoedbeleid in
                            2014 en het “Erfgoedbeleid kern Raamsdonk 2015” </al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Websites </onderstreept></al><al>www.geertruidenberg.nl</al><al>www.geertruidenbergopdekaart.nl</al><al>www.cultureelerfgoed.nl</al><al>www.oudheidkundige-kring-geertruidenberg.nl</al><al>www.veerserfgoed.nl</al><al>www.raamsdonkshistorie.nl</al><al>www.erfgoedbrabant.nl</al><al>www.langstraatspoorlijnwest.nl</al><al>www.monumenten.nl</al><al>www.monumentenhuisbrabant.nl</al><al>www.brabant.nl</al><al>www.erfgoedbrabant.nl</al><al>www.herbestemming.nu </al><al>www.rijksoverheid.nl </al><al>www.overheid.nl </al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/></bijlage><bijlage><al><vet>Bijlage 4: Lijst van personen die input hebben gegeven</vet></al><al/><al><vet><onderstreept>Gemeente Geertruidenberg:</onderstreept></vet></al><al>Wethouder Bert van den Kieboom</al><al>Wethouder Kevin van Oort</al><al>Adjunct-directeur Marijke van Riel</al><al>Robert Celie, beleidsmedewerker monumentenzorg, schrijver van de
                    erfgoednota</al><al>Ellen Mulders, beleidsmedewerker ruimtelijke ordening</al><al>Marjolijn van Oosterhout, beleidsmedewerker toerisme en recreatie</al><al>Lilian de Jong, medewerker wabo-vergunningverlening</al><al>Henk Kools, medewerker Buitenruimte</al><al>Paul Fennis, beleidsmedewerker Accommodaties</al><al>Nicole de Kort, beleidsmedewerker economische zaken</al><al/><al><vet><onderstreept>Lokale erfgoedinstanties:</onderstreept></vet></al><al>Jan van Strien (Veers Erfgoed)</al><al>Pascal Hendriks (Veers Erfgoed)</al><al>Cees Bouwens (Raamsdonks Historie)</al><al>Jan van Strien (Raamsdonks Historie)</al><al>Joke Serraris (Stichting Boeg en Stichting Spoorbrug Geertruidenberg)</al><al>Ben Massop (Stichting Spoorbrug Geertruidenberg)</al><al>Jan van Gils (Oudheidkundige Kring Geertruydenberghe) </al><al/><al><vet><onderstreept>Andere betrokken instanties:</onderstreept></vet></al><al>Cultuurwerft</al><al>Toeristisch Platform Geertruidenberg</al><al>Monumentencommissie</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/></bijlage><bijlage><al><vet>Bijlage 5: Informatie over de Visie erfgoed en ruimte “kiezen voor
                        karakter” en Modernisering van de monumentenzorg</vet></al><al/><al><vet><onderstreept>Informatie over Visie erfgoed en ruimte “kiezen voor
                            karakter” (uittreksel)</onderstreept></vet></al><al>In deze visie schetst het rijk zijn visie op het borgen van onroerend cultureel
                    erfgoed in de ruimtelijke ordening.</al><al/><al>Meer informatie op de site:
                    https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2011/06/15/beleidsvisie-kiezen-voor-karakter-visie-erfgoed-en-ruimte </al><al>en op de site www.cultureelerfgoed.nl en de Handreiking erfgoed en ruimte op die
                    site.</al><al/><al><vet>Kiezen voor karakter</vet></al><al><vet>Visie erfgoed en ruimte</vet></al><al/><al><vet>1. Inleiding: ruimte voor eigentijds erfgoedmanagement</vet></al><al>De gemoderniseerde monumentenzorg is ontwikkelings- en gebiedsgericht en benut
                    de instrumenten van ruimtelijke ordening. De Visie erfgoed en ruimte geeft aan
                    hoe het rijk het onroerend cultureel erfgoed borgt in de ruimtelijke ordening,
                    welke prioriteiten het kabinet daarbij stelt en hoe het wil samenwer­ken met
                    publieke en private partijen. Vanuit een brede erfgoedvisie wordt inge­zoomd op
                    de meest actuele en urgente opgaven van nationaal belang. De visie is
                    complementair aan de Structuurvisie infrastructuur en ruimte. </al><al/><al><vet>Particulier initiatief en publieke zaak</vet></al><al>Cultureel erfgoed is een zaak van mensen. Mensen van vroeger, mensen van nu,
                    mensen van later. De essen­tie van de zorg voor het cultureel erfgoed ligt in
                    zorgvuldige overdracht van generatie op generatie. We willen waardevolle cultuur
                    die aan ons is nagelaten of een product is van onze eigen tijd, in goede staat
                    overdragen. Het mogelijk maken van die overdracht in de toekomst vraagt om een
                    goede zorg voor het erfgoed vandaag.</al><al/><al>In veel gevallen kunnen we die zorg met een gerust hart aan de huidige eigenaren
                    en gebruikers overlaten. Zij kennen het erfgoed het beste en ze houden er van.
                    Ze weten bovendien als geen ander wat er voor nodig is om een karakteristiek
                    gebouw of gebied door de eigen tijd te loodsen. Ze hebben er zelf belang bij om
                    eigentijds functioneren te combineren met een duurzame instandhouding. </al><al>Maar de zorg overlaten aan burgers, particulier beheerders en bedrijven gaat
                    niet altijd. Er zijn erfgoed-opgaven die het belang, de interesse, de
                    draagkracht of de kennis van eigenaren en gebruikers te boven gaan. Waar
                    publieke belangen of verantwoordelijkheden aan de orde zijn, komt de overheid in
                    beeld. De overheids­rol is aanvullend op de rol van eigenaren en particuliere
                    initiatiefnemers. Het stelsel van monumentenzorg in Nederland is op die
                    privaat-publieke interactie gebaseerd. </al><al/><al>In het besef dat er publieke belangen in het spel zijn die niet zonder een
                    oplettende en ondersteunende over­heid kunnen, heeft het kabinet in het
                    regeerakkoord benadrukt dat de zorg voor ons cultureel erfgoed ook een
                    overheidsverantwoordelijkheid is en blijft. Bij de invulling van die
                    verantwoordelijkheid heeft het kabinet aandacht voor de culturele,
                    maatschappelijke en economische waarde van het erfgoed.</al><al/><al><vet>Erfgoedzorg verankeren in de ruimtelijke ordening </vet></al><al>Een belangrijke pijler van de gemoderniseerde monumentenzorg is de verankering
                    van de zorg voor het cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening. Die
                    verankering is noodzakelijk voor een zorgvuldige omgang met het erfgoed binnen
                    de snelle en omvangrijke veranderingen in de inrichting van stad en land. </al><al/><al>De verankering van cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening vraagt om twee
                    zaken. In de eerste plaats dient het belang van het cultureel erfgoed volwaardig
                    mee te worden genomen in de integrale afweging van belangen die plaatsvindt ten
                    behoeve van het goed functioneren van de ruimte. In de tweede plaats dient
                    cultureel erfgoed dat van bijzondere betekenis is, te worden benoemd. Zo kan er
                    op voorhand rekening mee worden gehouden in ruimtelijke plannen en
                    ontwikkelingsprocessen.</al><al>De generieke borging in de ruimtelijke afwegingsprocessen wordt versterkt door
                    aanpassing van het Besluit ruimtelijke ordening (art. 3.1.6.). De overheid die
                    een bestemmingsplan, projectbesluit of beheersverorde­ning opstelt, is verplicht
                    rekening te houden met cultuurhistorische waarden in en boven de grond.1 Dit
                    bete­kent dat zij een analyse maakt van de cultuurhistorische waarden in een
                    plangebied en vervolgens motiveert welke conclusies zij daaraan verbindt voor
                    het plan.2 </al><al>Het benoemen van waardevol erfgoed betekent dat overheden duidelijk maken welke
                    cultuurhistorische waarden zij van publiek belang vinden. Ter versterking van
                    het sectorale instrumentarium van de monumen­tenzorg, is het instrument
                    structuurvisie (Wet ruimtelijke ordening) daarvoor geschikt. In een
                    structuurvisie kunnen gebiedsgericht erfgoedwaarden worden benoemd en kunnen
                    keuzes worden gemaakt over de omgang met die waarden in relatie tot andere
                    ruimtelijke belangen. Voor de realisatie van een structuurvisie kunnen algemene
                    regels worden opgesteld, met verplichtingen voor derden. </al><al/><al><vet>Doel van deze visie: duidelijk over eigen rol, kader voor
                        samenwerking</vet></al><al>In deze Visie erfgoed en ruimte zet het kabinet de cultuurhistorische belangen
                    van nationale betekenis in een gebieds- en ontwikkelingsgerichte context. De
                    visie is complementair aan de Structuurvisie infrastruc­tuur en ruimte, waarin
                    het kabinet de unieke cultuurhistorische waarden van nationaal belang
                    planologisch borgt. De Visie erfgoed en ruimte plaatst die waarden in een
                    bredere context en geeft aan hoe de goede zorg voor die belangen ook via
                    niet-juridische instrumenten wordt nagestreefd.</al><al/><al>Het doel van deze visie is tweeledig. In de eerste plaats maakt het rijk
                    duidelijk welke belangen hij in de gebiedsgerichte erfgoedzorg zelf behartigt,
                    welke prioriteiten hij stelt en hoe hij wil samenwerken met publieke en private
                    partijen. In de tweede plaats legt het rijk met deze visie een basis voor een
                    gedeeld refe­rentiekader voor gebiedsgericht erfgoedbeheer. Zo’n kader is nodig
                    om effectieve samenwerking mogelijk te maken tussen overheden onderling en
                    tussen overheid en particulier initiatief.</al><al/><al>Het verhelderen van rijksbelangen en –prioriteiten draagt bij aan:</al><lijst><li nr="•"><al>de focus van het rijk op cultuurhistorische opgaven van (inter)nationaal
                            belang, mede ter uitvoering van internationale verdragen en
                            verplichtingen;</al></li><li nr="•"><al>het bieden van de mogelijkheid tot gebiedsgerichte prioritering van de
                            inzet van subsidiemiddelen voor instandhouding, restauratie en
                            herbestemming van monumenten;</al></li><li nr="•"><al>het maken van keuzes ten aanzien van kennisaanbod en -ontwikkeling,
                            waaronder de kennisagenda van de Rijksdienst voor het Cultureel
                            Erfgoed;</al></li><li nr="•"><al>het bewuster en gerichter opereren van de rijksoverheid t.a.v. cultureel
                            erfgoed in haar rol als opdrachtgever, ruimtelijk investeerder en
                            vastgoedeigenaar;</al></li><li nr="•"><al>duidelijkheid over de agenda van het rijk als samenwerkingspartner en
                            bevorderen van een comple­mentaire inzet van overheden.</al></li></lijst><al>De formulering van een inspirerend referentiekader voor gebiedsgericht
                    erfgoedbeheer draagt bij aan:</al><lijst><li nr="•"><al>het behouden van de leesbaarheid en beleefbaarheid van de culturele
                            ontstaansgeschiedenis van Nederland, door aandacht te genereren voor de
                            opgave om karakteristieke gebieden, structuren en objecten in samenhang
                            te behouden en te ontwikkelen;</al></li><li nr="•"><al>effectievere gebiedsgerichte samenwerking tussen verschillende overheden
                            en tussen verschillende ruimtelijke sectoren.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="1."><al>Het betreft hier een verbreding van de al langer geldende verplichting
                            t.a.v. archeologie.</al></li><li nr="2."><al>De Handreiking Erfgoed en Ruimte
                                (<onderstreept>www.cultureelerfgoed.nl/handreikingerfgoedenruimte</onderstreept>)
                            geeft informatie over verschillende mogelijkheden om dit te doen. </al></li></lijst><al/><al><vet>Afbakening: onroerend erfgoed op alle schaalniveaus</vet></al><al>Deze beleidsvisie richt zich op het onroerende erfgoed. Voor dat type erfgoed is
                    de publieke opgave primair een ruimtelijke opgave: hoe dient met het erfgoed te
                    worden omgegaan in relatie tot andere ruimtelijke belangen en veranderingen?
                    Geografisch is het Nederlandse grondgebied de afbakening. Die afbakening wordt
                    vooral ingegeven door de bestuurlijke grenzen, niet door de inhoud van de
                    culturele geschiedenis. Die gaat immers voorbij grenzen en bovendien heeft de
                    huidige natiestaat pas in de recente geschiedenis betekenis gekregen.</al><al>Voor Caribisch Nederland is de betekenis van de visie anders dan die voor de
                    rest van Nederland. De (wet­telijke) systemen waarop deze visie aanhaakt zijn
                    immers niet of niet allemaal van kracht op de Caribische eilanden. Dat neemt
                    niet weg dat de geschiedenis van het overzeese bij die van Nederland hoort en
                    het gebiedsgerichte erfgoedbeheer daar ook een zorg van het rijk is. Er wordt
                    daarom in deze visie beknopt aandacht gegeven aan Caribisch Nederland.</al><al/><al><vet>2. Visie</vet></al><al>2.1 Gebiedsgericht kijken: het karakter van Nederland</al><al>Gebiedsgericht erfgoedbeheer vraagt om een ruimere blik met meer afstand tot
                    afzonderlijke erfgoedobjecten en -structuren. Voor Nederland als geheel kan die
                    blik door vier kenmerkende eigenschappen worden geleid: waterland, stedenland,
                    kavelland en vrij land. Die karakteristieken vormen een inspirerende leidraad
                    voor zowel het beschrijven van de ruimtelijke wordingsgeschiedenis, als voor het
                    verhelderen van de toekomstige cultureel-ruimtelijke opgaven. </al><al/><al><vet>Een ruime blik</vet></al><al>De geschiedenis heeft geen eigen ruimte. We kunnen geen lijnen trekken op de
                    kaart of in het veld, die markeren waar de geschiedenis ophoudt en waar het
                    heden begint. Het verleden is nu eenmaal geen bestemming. Tegelijkertijd is er
                    in Nederland geen ruimte zonder cultuurgeschiedenis. Het land is ermee
                    doordesemd. Dat is geen last, maar een geluk. Dat historische karakter is immers
                    van grote waarde voor de samenleving: een <cursief>unique selling point
                    </cursief>voor economie en toerisme, een rijke referentie voor sociale
                    verbinding en identiteit en een onuitputtelijke bron voor onze culturele
                    ontplooiing. </al><al>De transitie naar een ontwikkelings- en gebiedsgerichte erfgoedzorg vraagt om
                    richting. Die richting vinden we niet door ons enkel te richten op de
                    smakelijkste krenten in de cultuurhistorische pap. We moeten het perspectief op
                    de monumentenzorg verruimen. In de ruimte, door de cultuurhistorische waarde van
                    gebie­den te duiden en <cursief>daarbinnen </cursief>de betekenis van
                    monumentale objecten en structuren. En in de tijd, door de
                    ontwikkelingsgeschiedenis, de <cursief>culturele biografie </cursief>centraal te
                    stellen, in plaats van alleen goed te zorgen voor de - door onze generatie –
                    meest gewaardeerde stukken. </al><al/><al>De fysieke leefomgeving biedt kansen om vragen over de Nederlandse eigenheid op
                    een overtuigende én ontspannen manier aan de orde stellen. De ruimtelijke
                    werkelijkheid maakt onmiddellijk duidelijk dat een eendimensionale
                    karakterisering van Nederland niet aan de orde kan zijn. Het gaat niet om het
                    opplakken van een nationale identiteit. Het gaat om het voortdurend
                    (re)vitaliseren van het culturele karakter van Nederland, om de ziel van ons
                    land levend te houden. En om de noodzaak daarbij duidelijke keuzes te maken voor
                    bepalende ontwikkelingsopgaven. </al><al/><al><vet>Karakteriseren</vet></al><al>Het louter uitzoomen in tijd en ruimte, leidt echter nog niet tot een (gedeelde)
                    agenda van prioritaire opga­ven. Daarvoor is – vanuit de ruimere blik – een
                    nieuwe focus nodig. Een manier om dat te doen is om niet direct te gaan
                        <cursief>waarderen </cursief>maar (eerst) te
                        <cursief>karakteriseren</cursief>: de kenmerkende bijzonderheden van een
                    gebied tot een geheel samen te vatten. Zoeken naar de meest kenmerkende en
                    aansprekende eigenschappen van onze cultuur van bouwen en land inrichten, die
                    hebben geleid tot een landschap dat we waarderen en waarvan we de geschiedenis
                    willen kunnen blijven lezen. Door de oogharen kijken en bepalen welke
                    historische kenmerken onze bijzondere aandacht verdienen bij de maatschappelijke
                    en ruimtelijke ontwikkelingen die op ons af komen. </al><al/><al>Om dat voor Nederland als geheel te doen, is geen sinecure. Toch durven we het
                    aan, omdat er in het land vrij brede overeenstemming blijkt te bestaan over wat
                    de bepalende karaktertrekken van Nederland zijn. Het gaat er niet om een ‘ware
                    aard’ van Nederland te definiëren, maar een breed gedragen beeld van het
                    bijzondere ruimtelijke karakter van Nederland te presenteren, waarmee te werken
                    valt als referentie bij de beschouwing, analyse en definitie van
                    cultureel-ruimtelijke opgaven vanuit een nationaal perspectief.</al><al/><al>Deze visie richt zich op het deel van dat gebied dat wij sinds en kleine twee
                    eeuwen Nederland noemen. Die begrenzing is voor de karakterisering
                    tegelijkertijd wel en niet relevant. Niet relevant, omdat veel kenmerken van
                    land en volk bij de grens niet abrupt veranderen en de ‘karaktervorming’ in
                    vroegere eeuwen zich al helemaal niets kon aantrekken van de huidige rijksgrens.
                    Wel relevant, omdat de inwoners van de huidige natiestaat en zijn voorgangers
                    sommige dingen echt anders doen en deden dan de buren.</al><al/><al><vet>Nederland in vier karakteristieken</vet></al><al>De spannende, complexe verhouding tussen orde en variatie, wordt wel gezien als
                    de kern van de grote aan­trekkelijkheid van het Nederlandse landschap. De mede
                    door de fysieke omstandigheden gegeven hang naar planning en ordening en de
                    noodzaak tot volledige benutting van de schaarse ruimte, hebben in combinatie
                    met eigenzinnige regionale voorkeuren en de niet aflatende creativiteit, geleid
                    tot een enorme ruimtelijke variatie. Eenheid in verscheidenheid was niet alleen
                    het devies voor onze decentrale eenheidsstaat, het is ook de resultante van onze
                    ruimtelijke ingrepen. </al><al/><al>Maar deze karakterschets is nog te algemeen. Binnen de complexe, subtiele en
                    gevarieerde orde die Nederland is, zijn vier karakteristieken te ontwaren die
                    het resultaat zijn van een ongekend rijke cultuur­geschiedenis en die het
                    aanzien van Nederland nog steeds bepalen: het alom aanwezige bedwongen en
                    benutte water, de grote dichtheid aan sterke, relatief kleine steden, het zeer
                    intensief gebruikte landschap en de sporen van vrije handel en politieke,
                    religieuze en burgerlijke autonomie. Het zijn vier karakteristieken die
                    onlosmakelijk met elkaar samenhangen en tegelijkertijd elk een bijzonder verhaal
                    vertellen over het leven in de Noordwest-Europese delta. Deze vier
                    karakteristieken vertegenwoordigen een lange geschiedenis van menselijk
                    ingrijpen in de leefomgeving, met vroege manifestaties die teruggaan tot in de
                    prehistorie. </al><al/><al>Hierna worden de karakteristieken afzonderlijk beschreven. Per karakteristiek
                    wordt zowel terug als vooruit gekeken. In de cultuurhistorische karakterschets
                    wordt beschreven waarom het betreffende kenmerk zo bepalend is geworden voor het
                    karakter van Nederland en in welke fysiek ruimtelijke eigenschappen dat tot
                    uiting is gekomen. Vervolgens wordt aangegeven welke cultureel-ruimtelijke
                    opgaven aan de orde zijn bij het verder ontwikkelen van die kenmerkende
                    eigenschappen in de toekomst.</al><al/><al><vet>Waterland </vet></al><al/><al><cursief><vet>Cultuurhistorische karakterschets</vet></cursief></al><al>In alle deltagebieden van de wereld hebben de inwoners sinds zij het gebied
                    gingen bewonen, moeten kam­pen met de grillen van het water. Maar er zijn buiten
                    Nederland maar weinig gebieden waar het leven met het water zo bepalend is
                    geworden voor de aard van land en volk. De Nederlanders hebben zich in de loop
                    der eeuwen niet slechts verdedigd tegen het water, of er op voor de hand liggend
                    manier van geprofiteerd. Er was sprake van een innovatief samenspel tussen de
                    bewoners van de lage landen en het water. Het water is een bron geworden van
                    bestuurlijke organisatie, technologische vernieuwing en economische expansie. </al><al/><al>De innige en creatieve band met het water laat zijn sporen nadrukkelijk na in de
                    inrichting van ons land. Het woekeren in de delta bracht ons dijken,
                    droogmakerijen en deltawerken. Terpen, trekvaarten en waterli­nies.
                    Beeklandschappen, molens, havens en handelssteden. En daaronder verscholen de
                    verdronken dorpen, de afgedekte landschappen en de restanten van een omvangrijke
                    maritieme traditie.</al><al/><al><cursief><vet>Cultureel-ruimtelijke ontwikkelingsopgave</vet></cursief></al><al>Ook in de eenentwintigste eeuw blijft de worsteling met het water een van de
                    belangrijkste ruimtelijke uitdagingen. Het watersysteem leent zich er niet voor
                    om in bewondering stil te blijven staan bij een rijke geschiedenis. Aan
                    waterveiligheid kunnen we geen concessies doen. Met de voorspelde
                    klimaatverandering en de enorme economische waarde die zich inmiddels in
                    Nederland onder zeeniveau bevindt, is de waterop­gave zelfs groter dan
                    ooit.</al><al/><al>Het upgraden van het waterbeheerssysteem vindt doorgaans plaats op dezelfde
                    plaatsen waar ook de historisch waardevolle staaltjes van waterbeheer hun
                    diensten bewezen en bewijzen. Behoud daarvan zonder meer kan dan ook niet aan de
                    orde zijn. Het gaat erom ontwikkelingsstrategieën toe te passen die het verleden
                    zoveel mogelijk recht doen. </al><al/><al><vet>Stedenland</vet></al><al><cursief>Cultuurhistorische karakterschets</cursief></al><al>De dichtheid van historische steden in Nederland is ongekend. Na een lange
                    geschiedenis van het wonen in (versterkte) nederzettingen, heeft zich vanaf de
                    late Middeleeuwen in hoog tempo een patroon van kleine en middelgrote steden
                    ontwikkeld, met korte onderlinge afstanden en een intensieve relatie met het
                    omlig­gende landelijk gebied. In alle delen van het land hebben zich in
                    verschillende fasen van de geschiedenis onderscheidende steden ontwikkeld. Een
                    aantal is – mede dankzij onze schilders en kazen – wereldberoemd. De meeste
                    Nederlandse steden zijn prachtige staalkaarten van de geschiedenis, waarin van
                    de oudste archeologische sporen, via de uitingen van onze typische burgercultuur
                    tot de grootschalige planmatige twintigste-eeuwse uitbreidingen, een enorme
                    tijddiepte waarneembaar is.</al><al/><al>Achter het ontstaan van dit fijnmazige stedelijke patroon ligt een complex van
                    (a)biotische, geografische, economische en militaire motieven. Toen, door de
                    explosieve groei van bevolking en welvaart na de Tweede Wereldoorlog, het behoud
                    van dit ‘kleine stedenkarakter’ geen vanzelfsprekendheid meer was, werd het
                    onderdeel van bewust overheidsbeleid. De suburbanisatie werd, van de groeikernen
                    uit de jaren zestig tot VINEX en bundelingsbeleid, zo gestuurd dat steden niet
                    aan elkaar groeiden, en hun eigen karakter en relatie met de groene ruimte
                    konden behouden. Tegelijkertijd was er een sterke inzet op de leefbaarheid van
                    de steden, van stadsvernieuwing tot Aandachtswijken.</al><al/><al><cursief>Cultureel-ruimtelijke ontwikkelingsopgave</cursief></al><al>Sinds enkele jaren woont meer dan de helft van de wereldbevolking in de stad en
                    dit percentage zal verder groeien. Waar die beweging in veel (jonge) stedelijke
                    regio’s gepaard gaat met een enorme stedelijke expansie, wordt in Nederland
                    juist een trendbreuk voorzien: een overgang van een lange naoorlogse periode van
                    explosieve stedelijke uitbreiding naar een periode waarin stedelijke inbreiding
                    en herstructurering de boventoon zullen voeren. </al><al/><al>Daarbij groeit de Nederlandse bevolking minder hard dan we de laatste generaties
                    gewend zijn. In com­binatie met de trend van stedelijke en Randstedelijke
                    concentratie, betekent dit dat de komende decennia in grote delen van Nederland
                    de bevolking gaat dalen. De uitdaging is om binnen alle stedelijke
                    transformaties de bewonings- en verstedelijkingsgeschiedenis van Nederland
                    herkenbaar en beleefbaar te houden, cultuur­historische waarden en
                    ontwikkelingspotentie in de gebiedsontwikkeling te betrekken, en het erfgoed van
                    nationale betekenis op zorgvuldige wijze te behandelen bij verdichting en krimp. </al><al/><al><vet>Kavelland</vet></al><al><cursief>Cultuurhistorische karakterschets</cursief></al><al>Dat er in Nederland geen vierkante meter ruimte onbenut blijft, is inmiddels
                    bijna spreekwoordelijk. De intensiteit van het grondgebruik is hoog en het niet
                    aflatende vermogen van de Nederlander om de gronden voor eigen bestaan of gewin
                    te ontginnen en te verbouwen, heeft de vorm van het landschap in hoge mate
                    bepaald. In de loop van duizenden jaren slaagden de bewoners van de lage landen
                    erin het land steeds met toenemende schaal en intensiteit - letterlijk – in
                    cultuur te brengen, om daarmee steeds hogere niveaus van agrarische productie en
                    energieproductie te realiseren. Sinds we ons dat konden permitteren, zijn daar
                    recreatie en natuurbeheer als landschapsvormende krachten bijgekomen, van
                    buitenplaatsen tot recreatie­bossen en van Naardermeer tot Ecologische
                    Hoofdstructuur.</al><al/><al>Het intensieve landgebruik heeft in de confrontatie met verschillen in
                    geomorfologische, culturele en economische omstandigheden, geleid tot een
                    uitzonderlijke variatie aan cultuurlandschappen, zowel in hoog als laag
                    Nederland. </al><al/><al><cursief>Cultureel-ruimtelijke ontwikkelingsopgave</cursief></al><al>De levende landschappen van Nederland zullen opnieuw veranderingen ondergaan
                    onder invloed van de opgaven met betrekking tot voedselproductie, energie,
                    biodiversiteit, wonen, waterbeheer, infrastructuur en recreatie. Hoewel de
                    periode van grootschalige ‘kaalslag’ en verstedelijking van het cultuurlandschap
                    wel achter de rug is, zijn ook voor de komende decennia de te verwachten
                    transformaties in het landelijk gebied groot. Ze vormen nieuwe uitdagingen voor
                    een karakterversterkende ontwikkeling van het historische cul­tuurlandschap. De
                    groene en blauwe ontwikkelingen zijn daarbij net zo relevant als de rode en de
                    grijze. Als bedreiging, maar ook als kans voor een gebiedsontwikkeling met oog
                    voor het historisch karakter.</al><al/><al>Landschap beschouwen als cultureel erfgoed, als een onderdeel van de eigen
                    geschiedenis, kan bijdragen aan een grotere waardering van dat landschap.
                    Indirect kunnen zo, via een toenemend gevoel van eigenaar­schap en verbinding,
                    mogelijk ook de opgaven met betrekking tot financiering, behoud en beheer worden
                    verlicht. </al><al/><al><vet>Vrij land</vet></al><al><cursief>Cultuurhistorische karakterschets</cursief></al><al>Vrijheid kleeft Nederland aan. Natuurlijk, elk land kent zijn heroïsche en
                    mythische verhalen over succesvol verzet tegen vreemde overheersing. En vele
                    volken vinden zichzelf eigenwijs, onafhankelijk en non-conformistisch. Maar
                    Nederland heeft wel recht van spreken. Het pragmatische doen (‘gewoon doen’) en
                    het calvinistische laten (‘gewoondoen’) van de vrije boeren, burgers en
                    buitenlui vormen een bepalende onder­stoom in onze geschiedenis. En daarop
                    verschenen mondiaal vaak toonaangevende uitingen van vrijheid: vrije denkers als
                    Erasmus en Spinoza, een vroeg model voor vrije democratie (De Republiek) en een
                    actieve inzet voor vrije markten en vrijheidsrechten. </al><al/><al>Vrijheid was overigens ook in onze geschiedenis lang niet altijd ieders
                    vrijheid: het is een geschiedenis van insluiting en uitsluiting, van tolerantie
                    en repressie, van (koloniale) expansie en regressie.</al><al/><al>De strijd om (godsdienst)vrijheid, de uiting en kanalisering van verschillen,
                    het profijt van een open houding naar de wereld en de ruimte voor persoonlijke
                    en regionale voorkeuren, hebben in Nederland hun fysieke sporen nagelaten. Ze
                    zijn zichtbaar in zowel de talloze kleine variaties in ruimtegebruik die het
                    gevolg zijn van individuele keuzes, als de grote gebaren die het resultaat zijn
                    van collectieve inspanningen ten behoeve van handel, religie en landverdediging.
                    Ze brachten kloosters en kerken, raadhuizen en paleizen, handelsroutes en
                    industrielandschappen, villa’s en recreatieoorden, patronen van grenzen,
                    versterkingen en verwoestingen en een unieke verzameling aan (verzuilde)
                    collectieve gebouwen en voorzieningen. </al><al/><al><cursief>Cultureel-ruimtelijke ontwikkelingsopgave</cursief></al><al>Het formuleren van een karakterversterkende ontwikkelingsopgave voor het ‘vrije
                    land’ heeft iets tegenstrijdigs. Op het eerste gezicht lijkt niets doen,
                    vrijheid geven, het beste recept voor ontwikkeling van deze karakteristiek. Maar
                    dat is schijn. De ‘grote gebaren’ vergen een actieve benadering, om iets van het
                    historisch karakter te behouden. De sterk veranderende samenleving van de
                    afgelopen halve eeuw in sociaal-cultureel, economisch en technologisch opzicht,
                    heeft veel van de religieuze, militaire, industriële en institutionele
                    monumenten ook in figuurlijke zin van een andere tijd gemaakt. Door het
                    wegvallen van de primaire functie verdwijnt de economische drager. Ruimte maken
                    voor nieuwe functies, door herbestem­ming en herontwikkeling, is vaak de enige
                    mogelijkheid om de monumenten duurzaam in stand te houden.</al><al/><al>De verdere ontwikkeling van deze karakteristiek vraagt bovendien om de wil om
                    ook bij nieuwe ontwik­kelingen de inrichting van Nederland ´eigen´ te maken. De
                    bewezen vaardigheid om functionaliteit en aantrekkelijkheid te combineren, dient
                    daartoe bij publieke, private en particuliere ruimtelijke ingrepen ruimte en
                    aandacht te krijgen. (…)</al><al/><al/><al/><al><vet><onderstreept>Informatie over Modernisering van de monumentenzorg
                            (Momo)</onderstreept></vet></al><al>Meer informatie op de site:</al><al>http://cultureelerfgoed.nl/dossiers/erfgoed-en-ruimte/modernisering-monumentenzorg</al><al/><al/><al/><al><vet>Modernisering Monumentenzorg</vet></al><al><plaatje><illustratie id="id622297f-cb18-4f5e-820c-38bdd9826b5e" naam="i277930id622297f-cb18-4f5e-820c-38bdd9826b5e.jpg" type="foto" breedte="15.3cm" hoogte="10.2cm"/></plaatje><vet>Weiland met bunkers</vet> Nieuwe Hollandse Waterlinie</al><al/><al>De opvattingen over de omgang met monumenten zijn sterk veranderd. Gebieden
                    worden belangrijker dan individuele gebouwen. Ook de inzichten over de
                    organisatie van de monumentenzorg zijn anders. Het systeem is daarom aangepast
                    aan de ontwikkelingen van deze tijd. De Directie Erfgoed &amp; Kunsten van het
                    Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is verantwoordelijk voor de
                    beleidsontwikkeling van deze modernisering.</al><al/><al><vet><cursief>Beleidsbrief</cursief></vet></al><al>Erfgoed en Ruimte is ontstaan uit de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg
                    uit 2009. De beleidsbrief bevatte vier speerpunten:</al><lijst><li nr="•"><al>Cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="•"><al>Krachtigere en eenvoudigere regels;</al></li><li nr="•"><al>Herbestemming;</al></li><li nr="•"><al>Het opzetten van een kennisinfrastructuur.</al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>Cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening</cursief></vet></al><al>Cultureel erfgoed krijgt een belangrijke plaats binnen de ruimtelijke ordening.
                    Met de visie <cursief>Kiezen voor karakter </cursief>toont het kabinet zijn
                    verantwoordelijkheid voor een goede omgang met onroerend cultureel erfgoed van
                    nationale betekenis bij integrale ruimtelijke afwegingen.</al><al/><al><cursief>Vijf prioriteiten</cursief></al><al>Het kabinet kiest voor de komende jaren vijf prioriteiten in het gebiedsgerichte
                    erfgoedbeleid:</al><lijst><li nr="1."><al>Werelderfgoed: samenhang borgen, uitstraling vergroten.</al></li><li nr="2."><al>Eigenheid en veiligheid: zee, kust en rivieren.</al></li><li nr="3."><al>Herbestemming als (stedelijke) gebiedsopgave: focus op groei en
                            krimp.</al></li><li nr="4."><al>Levend landschap: synergie tussen erfgoed, economie, ecologie.</al></li><li nr="5."><al>Wederopbouw: tonen van een tijdperk.</al><al/></li></lijst><al><cursief>Bestemmingsplan</cursief></al><al>Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden
                    in een gebied te beschermen. Dit betekent dat de rol die gemeenten, provincies
                    en de rijksoverheid hebben in de erfgoedzorg verandert. In oktober 2010 stuurden
                    de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de steunpunten een brief over de
                    ondersteuning op dit gebied aan de gemeenten. </al><al/><al><cursief>Besluit ruimtelijke ordening</cursief></al><al>In 2010 is in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen dat gemeenten bij het
                    maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische
                    waarden.De Rijksdienst helpt gemeenten hiermee met de Handreiking erfgoed en
                    ruimte. In deze handreiking staat hoe gemeenten zo'n inventarisatie en analyse
                    kunnen uitvoeren. Ook wordt aangegeven op welke wijze gemeenten
                    cultuurhistorische waarden kunnen opnemen in een bestemmingsplan. </al><al/><al><vet><cursief>Krachtiger en eenvoudigere regels</cursief></vet></al><al>Minder regels, kortere procedures en structureel meer financiële middelen zorgen
                    voor een duurzame instandhouding van rijksmonumenten. Deze regels hebben
                    betrekking op:</al><lijst><li nr="•"><al>vergunningen</al></li><li nr="•"><al>subsidie</al></li><li nr="•"><al>kwaliteit</al></li></lijst><al/><al><cursief>Vergunning</cursief></al><al>De monumentenvergunning is onderdeel van de omgevingsvergunning (Wet algemene
                    bepalingen omgevingsrecht). Ook wordt bepaald welke werkzaamheden zonder
                    vergunning kunnen worden uitgevoerd.</al><al/><al><cursief>Subsidie</cursief></al><al>Het aanvragen van een Brim-subsidie is in 2011 nog verder vereenvoudigd. De
                    minister heeft structureel extra middelen beschikbaar gesteld voor zowel
                    reguliere instandhouding als incidentele restauraties. </al><al/><al><cursief>Kwaliteit</cursief></al><al>De Rijksdienst staat de restauratiesector bij in het uitwerken van normen om de
                    kwaliteit van restauraties te borgen. Het behoud en de overdracht van vakkennis
                    vormen onderdeel van dat project. </al><al/><al><vet><cursief>Herbestemming</cursief></vet></al><al>Monumenten die hun functie verliezen, komen vaak leeg te staan. Belangrijke
                    cultuurhistorische waarden gaan dan verloren. Herbestemming van gebouwen,
                    complexen en structuren kan dit tegengaan. Bij de modernisering van de
                    monumentenzorg is herbestemming een essentieel onderwerp. De Rijksdienst voor
                    het Cultureel Erfgoed in 2010 een Nationaal Programma Herbestemming in het leven
                    geroepen. Bovendien ondersteunt de Rijksdienst het programma met geld en
                    medewerkers. Een groot aantal organisaties werkt verder aan een gezamenlijke
                    agenda van activiteiten om herbestemming te stimuleren. Deze Nationale Agenda
                    Herbestemming bestrijkt het brede veld van herbestemming. In deze Nationale
                    Agenda Herbestemming wordt ingezet op:</al><lijst><li nr="•"><al>het bevorderen van de praktijk van herbestemming;</al></li><li nr="•"><al>het ontwikkelen en verspreiden van kennis over herbestemming;</al></li><li nr="•"><al>het inhoudelijk, politiek en publiek agenderen van het onderwerp.</al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>Het opzetten van een kennisinfrastructuur</cursief></vet></al><al>De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is binnen de monumentenzorg het
                    kenniscentrum bij de rijksoverheid. Daarnaast zijn er nog veel instanties die
                    kennis hebben van het erfgoed. Kennis op academisch niveau, vakinhoudelijke en
                    operationele kennis en ervaring in de praktijk. De Rijksdienst heeft hierbij een
                    stimulerende en verbindende rol. </al><al/><al><cursief>Kennisuitwisseling</cursief></al><al>Om uitwisseling van kennis mogelijk te maken, is een goed functionerende
                    kennisinfrastructuur nodig. Daaromheeft de Rijksdienst het programma
                    Kennisinfrastructuur Modernisering Monumentenzorg (KIMOMO) opgezet. Met dit
                    informatiesysteem voorziet de Rijksdienst de erfgoedsector van digitale
                    informatie. Het programma KIMOMO liep van januari 2010 tot en met december
                    2013.Om gemeenten te helpen bij de invullen van de verplichting om in de
                    ruimtelijke ordening rekening te houden met cultuurhistorie biedt de rijksdienst
                    de digitale Handreiking erfgoed en ruimte.</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/></bijlage><bijlage><al><vet>Bijlage 6: Waarderingssystematiek van erfgoed</vet></al><al/><al><vet><vet>Waarderingscriteria voor monumentbeschrijvingen</vet></vet></al><al>De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft een standaard ontwikkeld voor de
                    waardering van bouwkunst. Daarmee kunnen de monumentale waarden van een gebouw
                    helder en eenduidig vastgesteld worden. De waardering speelt een leidende rol
                    bij de aanwijzing van een gebouw als monument én bij het wijzigen van het
                    beschermde gebouw. De waardering is gebaseerd op vijf hoofdcriteria die zijn
                    onderverdeeld in subcriteria. </al><al/><al><vet><vet>I Cultuurhistorische waarden </vet></vet></al><al>1. Belang van het object/complex als bijzondere uitdrukking van (een) culturele,
                    sociaaleconomische en/of bestuurlijke/beleidsmatige en/of geestelijke
                    ontwikkeling(en); </al><al>2. Belang van het object/complex als bijzondere uitdrukking van (een)
                    geografische, landschappelijke en/of historisch-ruimtelijke ontwikkeling; </al><al>3. Belang van het object/complex als bijzondere uitdrukking van (een) technische
                    en/of typologische ontwikkeling(en); </al><al>4. Belang van het object/complex wegens innovatieve waarde of
                    pionierskarakter;</al><al>5. Belang van het object/complex wegens bijzondere herinneringswaarde. </al><al/><al><vet><vet>II Architectuur- en kunsthistorische waarden </vet></vet></al><al>1. Bijzonder belang van het object/complex voor de geschiedenis van de
                    architectuur en/of bouwtechniek; </al><al>2. Bijzonder belang van het object/complex voor het oeuvre van een bouwmeester,
                    architect ingenieur of kunstenaar; </al><al>3. Belang van het object/complex wegens de hoogwaardige esthetische kwaliteiten
                    van het ontwerp; </al><al>4. Belang van het object/complex wegens het bijzondere materiaalgebruik, de
                    ornamentiek en/of monumentale kunst; </al><al>5. Belang van het object/complex wegens de bijzondere samenhang tussen exterieur
                    en interieur(onderdelen). </al><al/><al><vet><vet>III Situationele en ensemblewaarden</vet></vet></al><al>1. Betekenis van het object als essentieel (cultuurhistorisch, functioneel en/of
                    architectuurhistorisch en visueel) onderdeel van een complex; </al><al>2.a. Bijzondere, beeldbepalende betekenis van het object voor het aanzien van
                    zijn omgeving; </al><al>2.b. Bijzondere betekenis van het complex voor het aanzien van zijn omgeving,
                    wijk, stad of streek; </al><al>3. a. Bijzondere betekenis van het complex wegens de hoogwaardige kwaliteit van
                    de bebouwing in relatie tot de onderlinge historisch-ruimtelijke context en in
                    relatie tot de daarbij behorende groenvoorzieningen, wegen, wateren,
                    bodemgesteldheid en/of archeologie; </al><al>3.b. Bijzondere betekenis van het object wegens de wijze van verkaveling/
                    inrichting/ voorzieningen .</al><al/><al><vet><vet>IV Gaafheid en herkenbaarheid </vet></vet></al><al>1. Belang van het object/complex wegens de architectonische gaafheid en/of
                    herkenbaarheid van ex- en/ of interieur;</al><al>2. Belang van het object/complex wegens de materiële, technische en/of
                    constructieve gaafheid; </al><al>3. Belang van het object/complex als nog goed herkenbare uitdrukking van de
                    oorspronkelijke of een belangrijke historische functie; </al><al>4. Belang van het complex wegens de waardevolle accumulatie van belangwekkende
                    historische bouw- en/of gebruiksfasen; </al><al>5. Belang van het complex wegens de gaafheid en herkenbaarheid van het gehele
                    ensemble van de samen stellende onderdelen (hoofd- en bijgebouwen, hekwerken,
                    tuinaanleg e.d.);</al><al>6. Belang van het object/complex in relatie tot de structurele en/of visuele
                    gaafheid van de stedelijke, dorpse of landschappelijke omgeving. </al><al/><al><vet><vet>V Zeldzaamheid </vet></vet></al><al>1. Belang van het object/complex wegens absolute zeldzaamheid in
                    architectuurhistorisch, bouwtechnisch, typologisch of functioneel opzicht;</al><al>2. Uitzonderlijk belang van het object/complex wegens relatieve zeldzaamheid in
                    relatie tot één of meer van de onder I t/m III genoemde kwaliteiten.</al><al/><al>Het Monumentenhuis volgt bij het opstellen van redengevende
                    monumentbeschrijvingen deze door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
                    ontwikkelde waarderingsstandaard.</al><al/><al/><al/><al/><al>Waarderingscijfer (1 t/m 10) van de mate waarin het object/element
                    karakteristiek en identiteitsdrager is, wat betreft de historisch bepaalde
                    identiteit van de gemeente:</al><al/><al/><al>…….</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/></bijlage><bijlage><al><vet>Bijlage 7: Provinciale Beleidskader erfgoed 2016-2020; de
                        (verbeeldings)kracht van erfgoed</vet></al><al>Meer informatie op de site:</al><al>https://www.brabant.nl/dossiers/dossiers-op-thema/cultuur/nieuws-cultuur/2015/oktober/erfgoedkader.aspx</al><al/><al/><al><vet>Beleidskader erfgoed </vet></al><al>14-10-2015 </al><al>De (verbeeldings)kracht van erfgoed werken we uit in 4 verhalen van Brabant:
                    Innovatief Brabant, Religieus Brabant, Bevochten Brabant en Bestuurlijk Brabant. </al><al><plaatje><illustratie id="i14812b2a-444a-4e16-8629-2c439da9c5e2" naam="i277931i14812b2a-444a-4e16-8629-2c439da9c5e2.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="8.7cm"/></plaatje>De provincie kiest focus binnen deze verhalen waar kansen liggen,
                    vanuit erfgoed maar ook in relatie tot de sociale veerkracht en ruimtelijke en
                    economische ontwikkelingen van Brabant. Daarmee richten we onze provinciale
                    inzet.</al><al/><al><vet>Partners</vet></al><al>De provincie trekt op met partners uit de samenleving, zoals overheden,
                    ondernemers, eigenaren en Brabanders. Samen gaan we: </al><lijst><li nr="•"><al>verhalen uitwerken;</al></li><li nr="•"><al>werken aan initiatieven; </al></li><li nr="•"><al>projecten mogelijk maken;</al></li><li nr="•"><al>initiatieven en energie uit de samenleving benutten;</al></li><li nr="•"><al>zorgen dat de basis in orde is: de restauraties, de collecties, de
                            educatie en de kennis;</al></li><li nr="•"><al>basisinfrastructuur verbeteren: de provinciale uitvoeringsorganisaties
                            en erfgoedinstellingen meer in samenhang brengen.</al></li></lijst></bijlage></regeling></body></cvdr>