<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR414342_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemeen verbindend voorschrift van de gemeenteraad van de gemeente Weert houdende voorzieningen huisvesting onderwijs Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Weert 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Weert</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Weert</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://www.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-113614.html">Gemeenteblad 2016, 113614</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Weert 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">art. 149 Gemw</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003420&amp;artikel=102">art. 102 WPO</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003549&amp;artikel=100">art. 100 WEC</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0002399&amp;artikel=76m">art. 76m WVO </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-07-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-08-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RAD-001283</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de <extref doc="1.1:CVDR320449_1">Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Weert</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-25746</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-25747</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-25748</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-25749</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-25750</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-25751</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-25752</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Weert 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Weert, gelezen het voorstel van het college van
                        burgemeester en wethouders van 21 juni 2016; </al><al/><al>gezien het advies van de commissie Bedrijfsvoering-Inwoners van 12 juli
                        2016; </al><al/><al>gelezen het verslag van het gevoerde op overeenstemming gerichte overleg met
                        de vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen;</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 102 van de Wet op het
                        primair onderwijs, artikel 100 van de Wet op de expertisecentra en artikel
                        76m van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al><al/><al>besluit vast te stellen de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs
                        gemeente Weert 2016.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK </label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>aanvraag: verzoek om het bekostigen van een voorziening of om
                                    het bekostigen van een voorbereidingskrediet;</al></li><li nr="-"><al>aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag indient;</al></li><li nr="-"><al>advies Onderwijsraad: advies van de Onderwijsraad als bedoeld in
                                    artikel 95, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs,
                                    artikel 93, negende lid, van de Wet op de expertisecentra of
                                    artikel 76f, negende lid, van de Wet op het voortgezet
                                    onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het
                                    primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs bekostigde openbare of bijzondere school
                                    die geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw dat zich
                                    bevindt op het grondgebied van de gemeente;</al></li><li nr="-"><al>lokaal bewegingsonderwijs: ruimte die geschikt is voor het
                                    bewegingsonderwijs of een bad voor watergewenning of
                                    bewegingstherapie;</al></li><li nr="-"><al>minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;</al></li><li nr="-"><al>nevenvestiging: deel van een school dat door de minister op
                                    grond van artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs, de
                                    artikelen 76a of 76b van de Wet op de expertisecentra of artikel
                                    16, tweede en derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs
                                    voor bekostiging in aanmerking is gebracht;</al></li><li nr="-"><al>overzicht: overzicht als bedoeld in artikel 96 van de Wet op het
                                    primair onderwijs, artikel 94 van de Wet op de expertisecentra
                                    of artikel 76g van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>permanent gebouw: ruimte die door de keuze van het ontwerp en de
                                    aard van de constructie en materialen ten minste 60 jaar als
                                    volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan
                                    functioneren;</al></li><li nr="-"><al>programma: programma als bedoeld in artikel in artikel 95 Wet op
                                    het primair onderwijs, artikel 93 Wet op de expertisecentra en
                                    artikel 76f van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>school:</al><lijst><li nr="1°"><al>school voor basisonderwijs: basisschool of speciale
                                            school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van
                                            de Wet op het primair onderwijs;</al></li><li nr="2°"><al>school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal
                                            onderwijs: school voor speciaal onderwijs, school voor
                                            speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, of school
                                            voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in
                                            artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, een
                                            instelling voor speciaal en voortgezet speciaal
                                            onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de
                                            expertisecentra en een school voor voortgezet speciaal
                                            onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                                            expertisecentra; </al></li><li nr="3°"><al>school voor voortgezet onderwijs: school of
                                            scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk
                                            onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet
                                            onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor
                                            praktijkonderwijs als bedoeld in de artikelen 1, 2 en 5
                                            van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>tijdelijk gebouw: al dan niet verplaatsbare ruimte die door de
                                    keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en
                                    materialen minstens 15 jaar als volwaardige huisvesting voor het
                                    onderwijs kan functioneren;</al></li><li nr="-"><al>tijdelijke nevenvestiging: een tijdelijke nevenvestiging als
                                    bedoeld in artikel 16, derde lid, van de Wet op het voortgezet
                                    onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>verhuur: gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet
                                    zijnde onderwijsgebruik of gebruik voor culturele,
                                    maatschappelijke of recreatieve doeleinden;</al></li><li nr="-"><al>voor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening die
                                    volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II
                                    minimaal 15 jaar noodzakelijk is;</al></li><li nr="-"><al>voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening die
                                    volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II
                                    maximaal 15 jaar noodzakelijk is;</al></li><li nr="-"><al>voorziening: voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in
                                    artikel 2.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Omschrijving voorzieningen in de huisvesting</titel></kop><al>Bij het toepassen van deze verordening worden de volgende voorzieningen
                            onderscheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen,
                                    bestaande uit:</al><lijst><li nr="1°"><al>nieuwbouw voor een school die voor het eerst door het
                                            rijk voor bekostiging in aanmerking is gebracht, of
                                            nieuwbouw om een gebouw waarin een school is gehuisvest
                                            geheel of gedeeltelijk te vervangen, al dan niet op
                                            dezelfde locatie;</al></li><li nr="2°"><al>uitbreiding van een gebouw waarin een school is
                                            gehuisvest;</al></li><li nr="3°"><al>het geheel of gedeeltelijk in gebruik nemen van een
                                            bestaand gebouw voor het huisvesten van een school;</al></li><li nr="4°"><al>verplaatsing van een of meer bestaande tijdelijke
                                            gebouwen voor het huisvesten van een school; </al></li><li nr="5°"><al>terrein voor zover nodig voor het realiseren van een
                                            voorziening als bedoeld in 1° tot en met 4°;</al></li><li nr="6°"><al>inrichting met onderwijsleerpakket of met leer- en
                                            hulpmiddelen voor zover deze nog niet eerder door het
                                            rijk of de gemeente is bekostigd;</al></li><li nr="7°"><al>inrichting met meubilair voor zover dit nog niet eerder
                                            door het rijk of de gemeente is bekostigd;</al></li><li nr="8°"><al>medegebruik van een ruimte voor het onderwijs in een
                                            gebouw dat al bij een andere school in gebruik is of van
                                            een lokaal bewegingsonderwijs en een bad voor
                                            watergewenning of bewegingstherapie;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>herstel van constructiefouten bestaande uit schade aan een
                                    gebouw veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, evenals
                                    uit kosten gemoeid met het voorkomen van nog niet zichtbare
                                    materiële schade onmiddellijk voortvloeiend uit ontwerpfouten,
                                    uitvoeringsfouten of wanprestatie;</al></li><li nr="c."><al>herstel en vervanging in verband met schade aan gebouw,
                                    onderwijsleerpakket, leer- en hulpmiddelen of meubilair ingeval
                                    van bijzondere omstandigheden;</al></li><li nr="d."><al>huur van een sportterrein, dat niet in eigendom is van een
                                    bevoegd gezag, voor een school voor voortgezet onderwijs voor
                                    het onderwijs in lichamelijke oefening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Voorbereidingskrediet</titel></kop><al>Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1° en
                            2°, kan een aanvraag voor het bekostigen van de kosten voor het
                            opstellen van een aanbestedingsgereed bouwplan worden ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vaststellen vergoeding voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1°,
                                2°, 6° en 7°, wordt de vergoeding vastgesteld overeenkomstig de in
                                bijlage IV opgenomen normbedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor andere voorzieningen dan bedoeld in het eerste lid wordt de
                                vergoeding vastgesteld op de feitelijke kosten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding voor een voorbereidingskrediet als bedoeld in artikel
                                3 wordt vastgesteld op 8 procent van het geraamde
                                investeringsbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><al>Het bevoegd gezag verstrekt aan het college de gegevens die noodzakelijk
                            zijn voor het uitvoeren van het bepaalde in deze verordening. Hierbij
                            wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld
                            formulier.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK </label><nr>2.</nr><titel>PROGRAMMA EN OVERZICHT</titel></kop><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF </label><nr>2.1</nr><titel>AANVRAGEN PROGRAMMA</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Indienen aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om opname van een voorziening op het programma
                                    wordt door het bevoegd gezag bij het college ingediend en moet
                                    uiterlijk 31 januari van het jaar waarin van het betreffende
                                    programma wordt vastgesteld zijn ontvangen. Hierbij wordt
                                    gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld
                                    formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen die na deze datum worden ontvangen neemt het college
                                    niet in behandeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet
                                    behandelen onvolledige aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag vermeldt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de school en, als dit van toepassing is, het
                                            gebouw waarvoor de voorziening is bestemd;</al></li><li nr="d."><al>de voorziening die wordt aangevraagd;</al></li><li nr="e."><al>de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de
                                            gewenste voorziening, bestaande uit:</al><lijst><li nr="1°"><al>een prognose van het te verwachten aantal
                                                  leerlingen van de school voor basisonderwijs, de
                                                  speciale school voor basisonderwijs, de school
                                                  voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal
                                                  onderwijs of de school voor voortgezet onderwijs,
                                                  als het betreft een aanvraag voor een voorziening
                                                  als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1°,
                                                  2°, 3°, 6°, 7° of 8°, onder de voorwaarde dat de
                                                  prognose overeenkomstig bijlage II is vastgesteld,
                                                  tenzij door het college, al dan niet in
                                                  samenwerking met de bevoegde gezagsorganen van een
                                                  school voor basisonderwijs, een actuele prognose
                                                  is opgesteld, welke door het bevoegd gezag wordt
                                                  onderschreven;</al></li><li nr="2°"><al>als de aanvraag betrekking heeft op het geheel
                                                  of gedeeltelijk bekostigen van vervangende
                                                  nieuwbouw van een gebouw als bedoeld in artikel 2,
                                                  onderdeel a, onder 1°, of herstel van een
                                                  constructiefout als bedoeld in artikel 2,
                                                  onderdeel b, een bouwkundige rapportage die
                                                  voldoet aan de eisen NEN 2767, zodat de noodzaak
                                                  van de gevraagde voorziening kan worden
                                                  vastgesteld;</al></li><li nr="3°"><al>als de aanvraag betrekking heeft op het
                                                  bekostigen van een voorziening waarvoor de
                                                  vergoeding wordt vastgesteld op de feitelijke
                                                  kosten, een begroting van de noodzakelijke kosten
                                                  voor het bekostigen van de voorziening of, als de
                                                  aanvraag betrekking heeft op het bekostigen van
                                                  een voorbereidingskrediet als bedoeld in artikel
                                                  3, een kostenbegroting.</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de
                                            voorziening, en</al></li><li nr="g."><al>als het een voorziening betreft als bedoeld in artikel
                                            2, onderdeel a, onder 1° tot en met 5°, de aanduiding
                                            van de gewenste plaats waar de voorziening moet worden
                                            gerealiseerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de aanvrager voor 1 maart schriftelijk op de
                                    hoogte als gegevens als bedoeld in het eerste of tweede lid
                                    ontbreken. De aanvrager heeft tot 1 april de gelegenheid de
                                    ontbrekende gegevens aan te vullen. Als dit niet gebeurt, neemt
                                    het college de aanvraag niet in behandeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een door het college in behandeling genomen aanvraag mede is
                                    gebaseerd op het aantal leerlingen van de betrokken school op 1
                                    oktober van het jaar waarin het programma wordt vastgesteld, is
                                    de aanvrager verplicht dat aantal voor 15 oktober te registeren
                                    in de Basisregistratie Onderwijs bij de Dienst Uitvoering
                                    Onderwijs. Heeft aanvrager de registratie niet binnen de
                                    gestelde termijn gerealiseerd, dan deelt het college dit
                                    schriftelijk mede aan de aanvrager en heeft de aanvrager de
                                    gelegenheid dit alsnog te doen binnen drie dagen na de datum van
                                    ontvangst van de mededeling. Als de registratie niet alsnog
                                    binnen drie dagen is verstrekt, neemt het college de aanvraag
                                    niet in behandeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Opgave ingediende aanvragen</titel></kop><al>Het college verstrekt aan de bevoegde gezagsorganen voor 1 juni een
                                opgave van de aanvragen die overeenkomstig artikel 6 zijn ingediend
                                en geeft daarbij aan welke niet in behandeling worden genomen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF </label><nr>2.2</nr><titel>OVERLEG VOORAFGAAND AAN VASTSTELLEN PROGRAMMA EN
                                OVERZICHT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Toelichting aanvraag; overleg over ingediende
                                    begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college of een aanvrager kan verzoeken een aanvraag nader
                                    toe te lichten. Dit overleg vindt plaats binnen 2 maanden na de
                                    hersteldatum, bedoeld in artikel 7, tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college treedt in overleg met de aanvrager als de aanvraag
                                    betrekking heeft op een voorziening waarvoor de vergoeding wordt
                                    vastgesteld op de feitelijke kosten en het college van oordeel
                                    is dat de door de aanvrager overgelegde kostenbegroting moet
                                    worden aangepast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college vermeldt in het voorstel tot het vaststellen van het
                                    bekostigingsplafond, het programma en het overzicht, bedoeld in
                                    paragraaf 2.3:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van het geraamde bedrag, waarvan voor de
                                            aangevraagde voorziening wordt uitgegaan, en</al></li><li nr="b."><al>als dit van toepassing is, de redenen waarom in het
                                            overleg geen overeenstemming is bereikt over de hoogte
                                            van het geraamde bedrag.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat het college het programma en het overzicht vaststelt,
                                    worden de bevoegde gezagsorganen in een overleg in de
                                    gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen inhoud
                                    van dat voorstel naar voren te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit overleg vindt plaatst uiterlijk 1 oktober van het jaar
                                    voorafgaand aan het jaar waarop het vast te stellen programma
                                    betrekking heeft. De bevoegde gezagsorganen worden ten minste 2
                                    weken voor de door het college vastgestelde datum schriftelijk
                                    in kennis gesteld van het tijdstip van het overleg en de
                                    voorgenomen inhoud van het voorstel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg
                                    kunnen voor het overleg hun zienswijzen schriftelijk kenbaar
                                    maken aan het college. Het college stelt de deelnemers aan het
                                    overleg van deze zienswijzen in kennis.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt een verslag van de in het overleg door de
                                    bevoegde gezagsorganen naar voren gebrachte zienswijzen. De
                                    overeenkomstig het vorige lid ingediende zienswijzen en de
                                    reactie van het college hierop worden opgenomen in het verslag.
                                    Het verslag wordt binnen een maand na het overleg toegezonden
                                    aan alle bevoegde gezagsorganen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een bevoegd gezag en het college kunnen de Onderwijsraad
                                    verzoeken een advies uit te brengen over het conceptprogramma.
                                    Het verzoek bevat een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van
                                    de onderwerpen waarover advies wordt verwacht. Het advies dient
                                    betrekking te hebben op de relatie tussen de voorgenomen inhoud
                                    van het programma en de vrijheid van richting en inrichting. Het
                                    verzoek en de daarover naar voren gebrachte zienswijzen worden
                                    opgenomen in het verslag, bedoeld in het vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college is belast met het indienen van een verzoek om advies
                                    bij de Onderwijsraad. Het college zorgt ervoor dat de
                                    Onderwijsraad alle stukken ontvangt die nodig zijn voor het
                                    beoordelen van het verzoek, waaronder het verslag, bedoeld in
                                    het vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte advies
                                    wordt zo spoedig mogelijk door het college toegezonden aan de
                                    bevoegde gezagsorganen. Als het advies zou leiden tot één of
                                    meer inhoudelijke bijstellingen van de voorgenomen inhoud van
                                    het programma worden de bevoegde gezagsorganen door het college
                                    bij het toezenden van het afschrift van het advies uitgenodigd
                                    voor een nader overleg. In alle andere gevallen beoordeelt het
                                    college of nader bestuurlijk overleg over het advies van de
                                    Onderwijsraad noodzakelijk is. Het college geeft dit aan bij het
                                    toezenden van het afschrift van het advies.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt plaats binnen
                                    2 weken nadat het advies van de Onderwijsraad aan de bevoegde
                                    gezagsorganen is gezonden. Het college maakt van dit overleg een
                                    verslag en voegt dit toe aan het verslag, bedoeld in het vierde
                                    lid.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF </label><nr>2.3</nr><titel>VASTSTELLEN BEKOSTIGINGSPLAFOND, PROGRAMMA EN OVERZICHT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Tijdstip vaststellen bekostigingsplafond, programma en
                                    overzicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt het bekostigingsplafond vast voor de
                                    vergoeding van de aangevraagde voorzieningen. Hierbij kan
                                    onderscheid gemaakt worden naar onderwijssoort of per
                                    voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het programma en het overzicht worden vastgesteld op uiterlijk
                                    31 december voorafgaande aan het jaar waarop het programma
                                    betrekking heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Bekendmaken besluiten vaststellen bekostigingsplafond,
                                    programma en overzicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De besluiten tot het vaststellen van het bekostigingsplafond,
                                    het programma en het overzicht worden door het college binnen 2
                                    weken na de datum waarop het besluit is genomen bekend gemaakt
                                    door het toezenden of uitreiken van het besluit aan de
                                    aanvragers. Gelijktijdig stelt het college de overige bevoegde
                                    gezagsorganen schriftelijk in kennis van de genomen
                                    besluiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De besluiten worden gelijktijdig met de bekendmaking ter inzage
                                    gelegd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF </label><nr>2.4</nr><titel>UITVOEREN PROGRAMMA</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Overleg wijze van uitvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen vier weken nadat het programma is vastgesteld treedt het
                                    college in overleg met de aanvrager over de wijze waarop de op
                                    het programma geplaatste voorziening wordt uitgevoerd. In dit
                                    overleg wordt alle informatie verstrekt die nodig is voor het
                                    uitvoeren van de voorziening en worden, voor zover van
                                    toepassing, afspraken gemaakt over:</al><lijst><li nr="a."><al>het bouwheerschap, bedoeld in artikel 103 van de Wet op
                                            het primair onderwijs, artikel 101 van de Wet op de
                                            expertisecentra en artikel 76n van de Wet op het
                                            voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="b."><al>het tijdstip waarop het bouwplan en de begroting door de
                                            aanvrager worden ingediend; </al></li><li nr="c."><al>als dit van toepassing is, een andere wijze waarop de
                                            toegekende voorziening wordt uitgevoerd, met
                                            inachtneming van het beschikbaar te stellen bedrag;</al></li><li nr="d."><al>de wijze waarop het college het bouwplan en de begroting
                                            toetst, en of het naar het oordeel van het college
                                            noodzakelijk is bij het toetsen van het bouwplan en de
                                            begroting rekening te houden met feiten en
                                            omstandigheden die gewijzigd zijn ten opzichte van het
                                            moment waarop het programma is vastgesteld, waardoor het
                                            eerder genomen besluit kan worden herzien;</al></li><li nr="e."><al>de controle op en het afleggen van verantwoording over
                                            het besteden van de beschikbaar te stellen
                                            middelen;</al></li><li nr="f."><al>de wijze waarop de aanbesteding plaatsvindt;</al></li><li nr="g."><al>de mogelijkheid om vooruitlopend op de aanvang van de
                                            bekostiging van de voorziening als bedoeld in artikel 14
                                            een bedrag aan te vragen voor het bekostigen van de
                                            kosten voor het opstellen van een aanbestedingsgereed
                                            bouwplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De inhoud van de afspraken of het feit dat het overleg niet tot
                                    overeenstemming heeft geleid legt het college schriftelijk vast
                                    in een verslag. De aanvrager ontvangt het verslag binnen 4 weken
                                    na het overleg. Als de aanvrager niet binnen 2 weken nadat het
                                    verslag is ontvangen schriftelijk reageert, wordt, afhankelijk
                                    van de inhoud van het vastgestelde verslag, geacht
                                    overeenstemming of geen overeenstemming te zijn bereikt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het toepassen van artikel 14, tweede lid, neemt het college
                                    binnen 4 weken nadat overeenstemming is bereikt een beslissing
                                    over het tijdstip waarop de bekostiging aanvangt. Het bepaalde
                                    in artikel 15 is daarbij van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als in het overleg geen overeenstemming is bereikt, deelt het
                                    college dit binnen 4 weken nadat het verslag is vastgesteld
                                    schriftelijk mede aan de aanvrager en vermeldt gelijktijdig dat
                                    het bekostigen van de uitvoering van de voorziening wordt
                                    opgeschort.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Instemmen bouwplannen en begroting; tijdstip aanvang
                                    bekostiging; toetsen wettelijke voorschriften en nieuwe feiten
                                    en omstandigheden; overleggen offertes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Nadat overeenstemming als bedoeld in artikel 13, tweede lid, is
                                    bereikt dient het bevoegd gezag het bouwplan en, als de
                                    voorziening wordt bekostigd op basis van de feitelijke kosten,
                                    de bijbehorende begroting in bij het college. Het bevoegd gezag
                                    houdt daarbij rekening met de hierover gemaakte afspraken,
                                    bedoeld in artikel 13, eerste lid. Gelijktijdig vermeldt het
                                    bevoegd gezag het tijdstip waarop de bekostiging kan starten.
                                    Het college moet instemmen met het bouwplan en de begroting
                                    voordat een bouwopdracht wordt verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen 6 weken nadat de stukken zijn
                                    ontvangen over de bouwplannen, de desbetreffende begroting en
                                    het tijdstip waarop de bekostiging start. Het college kan, onder
                                    mededeling daarvan aan de aanvrager, deze termijn verlengen met
                                    3 weken. Als niet binnen de gestelde termijn is besloten, wordt
                                    geacht instemming te zijn verleend met de bouwplannen en de
                                    begroting en start de bekostiging op het door de aanvrager
                                    aangegeven tijdstip. Het college stelt de aanvrager binnen 2
                                    weken na de datum van de beslissing over het bouwplan, de
                                    desbetreffende begroting en het tijdstip waarop de bekostiging
                                    start respectievelijk na de datum waarop de instemming geacht
                                    wordt te zijn verleend hiervan schriftelijk in kennis.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding op basis van de feitelijke kosten wordt
                                    vastgesteld op basis van de economisch meest voordelige
                                    inschrijving.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Aanvang bekostiging</titel></kop><al>Het college kan bij de beslissing over het tijdstip waarop de
                                bekostiging start bepalen dat de gelden in termijnen betaald worden.
                                Het betalen van de gelden vindt telkens plaats op een zodanig
                                tijdstip dat de aanvrager kan voldoen aan de financiële
                                verplichtingen die voortkomen uit het realiseren van de op het
                                programma geplaatste voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Vervallen aanspraak op bekostiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor 15 oktober van het jaar waarop het programma betrekking
                                    heeft geeft de aanvrager een bouwopdracht of sluit hij een
                                    koop-, huur- of erfpachtovereenkomst af. Hiervan zendt hij voor
                                    1 november een afschrift aan het college. De aanspraak op
                                    bekostiging vervalt als niet aan deze verplichtingen wordt
                                    voldaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde:</al><lijst><li nr="a."><al>bouwopdrachten en overeenkomsten zijn
                                            onherroepelijk;</al></li><li nr="b."><al>bouwopdrachten vermelden de aanvangsdatum van het werk
                                            en de termijn, uitgedrukt in het aantal werkbare dagen,
                                            waarbinnen het werk wordt opgeleverd;</al></li><li nr="c."><al>huur- of erfpachtovereenkomsten vermelden de datum van
                                            inwerkingtreding, alsmede de duur van de
                                            overeenkomst;</al></li><li nr="d."><al>koopovereenkomsten vermelden de datum van aankoop.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanspraak op bekostiging vervalt niet als het overschrijden
                                    van de in het eerste lid bedoelde termijn veroorzaakt wordt
                                    door:</al><lijst><li nr="a."><al>bijzondere omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn
                                            toe te rekenen, en</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager voor 1 september een schriftelijk
                                            gemotiveerd verzoek tot het verlengen van de termijn
                                            heeft ingediend bij het college.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college beslist voor 1 oktober september op een verzoek tot
                                    het verlengen van de termijn. Bij inwilliging van het verzoek
                                    wordt in het besluit aangegeven tot welke datum de termijn wordt
                                    verlengd.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK </label><nr>3.</nr><titel>AANVRAGEN MET SPOEDEISEND KARAKTER</titel></kop><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF </label><nr>3.1</nr><titel>AANVRAAG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Indienen aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag tot het bekostigen van een voorziening die gelet op de
                                voortgang van het onderwijs geen uitstel kan lijden, wordt binnen 2
                                weken na het ontstaan van de calamiteit ingediend bij het college.
                                Hierbij wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld
                                formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Inhoud aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 17 vermeldt naast de
                                    gegevens genoemd in artikel 7, eerste lid, de omstandigheden
                                    waarom de voorziening spoedeisend wordt geacht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de aanvrager binnen 4 weken na de datum waarop
                                    de aanvraag is ingediend schriftelijk op de hoogte als gegevens
                                    als bedoeld in het eerste lid ontbreken. De aanvrager heeft
                                    vervolgens 4 weken om de ontbrekende gegevens aan te vullen. Als
                                    dit niet gebeurt, neemt het college de aanvraag niet in
                                    behandeling.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF </label><nr>3.2</nr><titel>BEOORDELEN AANVRAAG; UITVOEREN BESLUIT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Tijdstip beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist binnen 4 weken nadat de aanvraag is
                                    ontvangen of, binnen 4 weken nadat de aanvullende gegevens zijn
                                    verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een beschikking niet binnen de gestelde termijn kan worden
                                    gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager schriftelijk
                                    mede en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de
                                    beschikking wel tegemoet kan worden gezien.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt de aanvrager binnen 2 weken na de datum van de
                                    beslissing schriftelijk van de beslissing in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Uitvoeren beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na het bekendmaken van een beslissing als bedoeld in artikel 19,
                                    eerste lid, waarbij een vergoeding is toegewezen, treedt het
                                    college zo spoedig mogelijk in overleg met de aanvrager over de
                                    wijze waarop de voorziening wordt uitgevoerd. Het bepaalde in de
                                    artikelen 13, 14, 15 en 16, tweede tot en met vierde lid, is
                                    daarbij van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat
                                    in plaats van de termijn, bedoeld in artikel 14, tweede lid,
                                    eerste volzin, een termijn van 3 weken geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen 3 maanden na bekendmaking van een beslissing als bedoeld
                                    in het eerste lid geeft de aanvrager een bouwopdracht of sluit
                                    hij een koop-, huur- of erfpachtovereenkomst af. Hiervan zendt
                                    hij binnen 2 weken een afschrift aan het college. De aanspraak
                                    op bekostiging vervalt als niet aan deze verplichtingen wordt
                                    voldaan.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK </label><nr>4.</nr><titel>MEDEGEBRUIK EN VERHUUR</titel></kop><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF </label><nr>4.1</nr><titel>MEDEGEBRUIK VOOR ONDERWIJS OF EDUCATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Aanduiden omstandigheden</titel></kop><al>Het college kan overgaan tot het vorderen van een gedeelte van een
                                voor een school bestemd gebouw of terrein als:</al><lijst><li nr="a."><al>door medegebruik aan de behoefte aan huisvesting kan worden
                                        voorzien van een school waarbij overeenkomstig bijlage III,
                                        deel C, een aanvullende ruimtebehoefte is vastgesteld en het
                                        bevoegd gezag van die school een aanvraag als bedoeld in de
                                        artikelen 6 of 17 heeft ingediend;</al></li><li nr="b."><al>sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij een
                                        andere school of een instelling als bedoeld in de Wet
                                        educatie en beroepsonderwijs, vastgesteld aan de hand van de
                                        voor die school of instelling gangbare
                                        berekeningswijze;</al></li><li nr="c."><al>leegstand is vastgesteld in een lesgebouw van een
                                        school;</al></li><li nr="d."><al>leegstand is vastgesteld in een lokaal bewegingsonderwijs
                                        van een school, of</al></li><li nr="e."><al>een sportveld van een school voor voortgezet onderwijs niet
                                        volledig wordt benut, wat blijkt uit het lesrooster van de
                                        school of scholen die dat sportveld voor het onderwijs
                                        gebruiken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Omschrijving leegstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is sprake van leegstand in een schoolgebouw als
                                    overeenkomstig bijlage III, deel C, is vastgesteld dat de
                                    vastgestelde capaciteit van het gebouw groter is dan de
                                    vastgestelde ruimtebehoefte. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er is sprake van leegstand in een lokaal bewegingsonderwijs als: </al><lijst><li nr="a."><al>het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen voor
                                            basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal
                                            onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, en de som
                                            van het aantal klokuren gebruik dat door het college is
                                            vastgesteld minder is dan 40 klokuren; </al></li><li nr="b."><al>het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen voor
                                            voortgezet onderwijs en uit de overeenkomstig bijlage
                                            III, deel B, vastgestelde ruimtebehoefte blijkt dat het
                                            lokaal minder dan 40 lesuren wordt gebruikt, tenzij het
                                            bevoegd gezag op basis van het lesrooster of de
                                            lesroosters voor het lopende of eerstkomende schooljaar
                                            aantoont dat dit niet het geval is;</al></li><li nr="c."><al>het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen voor
                                            basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal
                                            onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet
                                            onderwijs, en de som van de berekeningswijzen, bedoeld
                                            onder a en b, minder is dan 40 klokuren. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Nalaten vorderen</titel></kop><al>Het college vordert geen medegebruik als het bevoegd gezag de
                                leegstand van het gebouw waarin het beoogde medegebruik moet
                                plaatsvinden, in gebruik heeft gegeven aan een andere school of
                                scholen voor het onderwijs aan die school of scholen, tenzij dat
                                gebruik kan plaatsvinden in de voor die scholen al beschikbare
                                huisvestingscapaciteit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Overleg en mededeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat het college overgaat tot vorderen in het kader van een
                                    aanvraag als bedoeld in artikel 6 overlegt het daarover met de
                                    betrokken bevoegde gezagsorganen tijdens het overleg als bedoeld
                                    in artikel 10.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat het college overgaat tot vorderen in het kader van een
                                    aanvraag als bedoeld in artikel 17, overlegt het daarover zo
                                    spoedig mogelijk met de betrokken bevoegde gezagsorganen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Binnen 4 weken nadat het programma is vastgesteld of binnen 1
                                    week na het overleg, bedoeld in het vorige lid, deelt het
                                    college het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt schriftelijk
                                    mede dat gevorderd wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De schriftelijke mededeling van het college bevat in ieder
                                    geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam van de school en het bevoegd gezag waarvoor
                                            wordt gevorderd;</al></li><li nr="b."><al>een aanduiding van het aantal leerlingen waarvoor
                                            gevorderd wordt of, als het betreft het
                                            bewegingsonderwijsonderwijs, het aantal klokuren dat
                                            gevorderd wordt;</al></li><li nr="c."><al>het gebouw waarop de vordering betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>het aantal vierkante meters bruto vloeroppervlakte dat
                                            gevorderd wordt;</al></li><li nr="e."><al>de periode waarvoor gevorderd wordt, en </al></li><li nr="f."><al>de ingangsdatum van het medegebruik.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Vergoeding</titel></kop><al>De betrokken bevoegde gezagsorganen stellen in onderling overleg de
                                vergoeding voor het medegebruik vast. Hierbij wordt als uitgangspunt
                                genomen dat de vergoeding kostendekkend dient te zijn. Als geen
                                overeenstemming wordt bereikt stellen partijen in onderling overleg
                                vast welke handelswijze wordt gevolgd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF </label><nr>4.2</nr><titel>MEDEGEBRUIK VOOR CULTURELE, MAATSCHAPPELIJKE OF RECREATIEVE
                                DOELEINDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Overleg en mededeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat het college overgaat tot vorderen overlegt het college
                                    met het bevoegd gezag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het overleg komt in ieder geval aan de orde:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welke activiteit of activiteiten gevorderd
                                            wordt;</al></li><li nr="b."><al>of die activiteit of activiteiten zich verdragen met het
                                            onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school;</al></li><li nr="c."><al>of maatregelen noodzakelijk zijn om te voorkomen dat het
                                            onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school hinder
                                            van het medegebruik ondervindt;</al></li><li nr="d."><al>wat naar oordeel van het college en het bevoegd gezag
                                            een redelijke vergoeding voor het medegebruik is;</al></li><li nr="e."><al>de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs aanvang
                                            kan nemen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Binnen 4 weken na het overleg deelt het college het bevoegd
                                    gezag waarvan medegebruik gevorderd wordt schriftelijk mede dat
                                    gevorderd wordt. Als het overleg heeft geleid tot afspraken,
                                    worden ook deze opgenomen in de schriftelijke mededeling. Als
                                    het overleg niet tot volledige overeenstemming heeft geleid, dan
                                    bevat de mededeling de beslissing van het college over de punten
                                    waarover geen overeenstemming was bereikt. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF </label><nr>4.3</nr><titel>VERHUUR</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Verzoek toestemming college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag verzoekt het college schriftelijk om
                                    toestemming als bedoeld in artikel 108, eerste lid, van de Wet
                                    op het primair onderwijs, artikel 106, eerste lid, van de Wet op
                                    de expertisecentra of artikel 76s, eerste lid, van de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs voordat een huurovereenkomst wordt
                                    gesloten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek bevat een aanduiding van de huurder en van de
                                    bestemming van de te verhuren ruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens het verzoek in te dienen, treedt het bevoegd gezag in
                                    overleg met het college. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aan de toestemming de voorwaarde verbinden dat
                                    voor de verhuur een huur is verschuldigd, indien het college en
                                    het bevoegd gezag daarover overeenstemming hebben bereikt. </al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK </label><nr>5.</nr><titel>EINDE GEBRUIK GEBOUWEN EN TERREINEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Staat van onderhoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als het bevoegd gezag aan het college schriftelijk meldt dat een
                                gebouw of terrein niet meer nodig is voor het huisvesten van een
                                school stelt het college vast of er mogelijk sprake is van
                                achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als het college vaststelt dat er sprake is van achterstallig
                                onderhoud wordt voordat de eigendomsoverdracht plaatsvindt een staat
                                van onderhoud opgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De staat van onderhoud wordt na overleg met het bevoegd gezag
                                opgemaakt in opdracht van het college.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het bevoegd
                                gezag. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als uit de staat van onderhoud blijkt dat sprake is van
                                achterstallig onderhoud wordt in het overleg vastgesteld welk deel
                                hiervan voor rekening van het bevoegd gezag komt en of het bevoegd
                                gezag opdracht verstrekt voor het uitvoeren van de werkzaamheden, of
                                dat het bevoegd gezag een in overleg vast te stellen bedrag aan het
                                college betaalt. Als geen overeenstemming wordt bereikt, stellen
                                partijen vast welke handelwijze verder gevolgd wordt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege als dit
                                naar het oordeel van het college niet nodig is. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK </label><nr>6.</nr><titel>GEBRUIK LOKAAL BEWEGINGSONDERWIJS DOOR (SPECIAAL) BASISONDERWIJS EN
                            (VOORTGEZET) SPECIAAL ONDERWIJS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit,
                                inroosteren en gebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt jaarlijks voor 1 april voorlopig vast het aantal
                                klokuren bewegingsonderwijs waarop een school voor basisonderwijs,
                                een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal
                                onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs
                                of een school voor voortgezet speciaal onderwijs in het
                                daaropvolgende schooljaar aanspraak maakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Grondslag voor het berekenen van het aantal klokuren is het aantal
                                leerlingen dat op 1 oktober van het lopende schooljaar op de school
                                staat ingeschreven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op basis van het aantal klokuren stelt het college voor 30 april een
                                rooster op voor het gebruik van de lokalen bewegingsonderwijs,
                                waarbij het college rekening houdt met de volgende
                                uitgangspunten:</al><lijst><li nr="a."><al>de afstanden in relatie tot de omvang van het
                                        onderwijsgebruik van een lokaal bewegingsonderwijs, bedoeld
                                        in bijlage I, deel B;</al></li><li nr="b."><al>een school waarvan het bevoegd gezag eigenaar is van het
                                        lokaal bewegingsonderwijs wordt voor de school als eerste
                                        ingeroosterd voor het lokaal bewegingsonderwijs, en</al></li><li nr="c."><al>het bewegingsonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk
                                        ingeroosterd in één lokaal bewegingsonderwijs.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt het bevoegd gezag, nadat het rooster voorlopig is
                                vastgesteld, voor 15 mei in kennis van het rooster. Hierbij worden
                                per school de volgende gegevens vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal klokuren waarvoor de school wordt
                                        ingeroosterd;</al></li><li nr="b."><al>het lokaal bewegingsonderwijs dat voor het
                                        bewegingsonderwijs is toegewezen, en</al></li><li nr="c."><al>de lestijden gedurende welke het onderwijsgebruik
                                        plaatsvindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De bevoegde gezagsorganen kunnen tot 1 juni reageren op het
                                voorstel.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op verzoek van de bevoegde gezagsorganen kan het college een overleg
                                over het voorstel plannen. Dit overleg vindt plaats voor 15 juni. In
                                het overleg kunnen de vertegenwoordigers van de bevoegde
                                gezagsorganen reageren op het voorstel.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college stelt het rooster voor 30 juni definitief vast en houdt
                                hierbij rekening met de reacties van de bevoegde gezagsorganen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan het college verzoeken meer klokuren in te
                                roosteren dan het aantal klokuren dat door het college is
                                vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het college neemt een verzoek als bedoeld in het vorige lid
                                uitsluitend in behandeling als daarvoor nog capaciteit beschikbaar
                                is. Het aantal klokuren dat door het college extra wordt
                                ingeroosterd komt voor rekening van het bevoegd gezag van de
                                school.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK </label><nr>7.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel></kop><al>In gevallen die de uitvoering van deze verordening betreffen en waarin
                            deze verordening niet voorziet beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college stelt jaarlijks de in het kader van deze verordening
                            gehanteerde normbedragen voor de vergoeding van voorzieningen bij op
                            basis van de in bijlage IV opgenomen systematiek van
                            prijsbijstelling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Weert wordt
                            ingetrokken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verordening kan worden aangehaald als: Verordening voorzieningen
                                huisvesting onderwijs gemeente Weert 2016.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 15 augustus 2016. </al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Weert van 20 juli 2016; </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>M.H.R.M. Wolfs-Corten A.A.M.M. Heijmans </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage I – Beoordelingscriteria noodzaak aangevraagde
                        voorzieningen</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Weert/i277763.pdf">BIJLAGE I – BEOORDELINGSCRITERIA NOODZAAK AANGEVRAAGDE VOORZIENINGEN</extref></al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage II – Prognosecriteria</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Weert/i277764.pdf">BIJLAGE II – PROGNOSECRITERIA</extref></al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage III – Criteria vaststellen capaciteit, ruimtebehoefte en
                        aanvullende ruimtebehoefte</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Weert/i277765.pdf">BIJLAGE III – CRITERIA VASTSTELLEN CAPACITEIT, RUIMTEBEHOEFTE EN AANVULLENDE RUIMTEBEHOEFTE</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Weert/i277766.pdf">BIJLAGE IV – NORMBEDRAGEN VOOR VERGOEDING EN INDEXERING</extref></al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage IV – Normbedragen voor vergoeding en indexering</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Weert/i277767.pdf">BIJLAGE IV – NORMBEDRAGEN VOOR VERGOEDING EN INDEXERING</extref></al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage V – Criteria voor het vaststellen van de prioriteit van de
                        aangevraagde voorziening</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Weert/i277768.pdf">BIJLAGE V – CRITERIA VOOR HET VASTSTELLEN VAN DE PRIORITEIT VAN DE AANGEVRAAGDE VOORZIENING</extref></al></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente
                        weert 2016</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Weert/i277769.pdf">TOELICHTING VERORDENING VOORZIENINGEN HUISVESTING ONDERWIJS GEMEENTE WEERT 2016</extref></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>