<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR413781_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag Participatiewet 2015 gemeente Baarn</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-58435.html">Gemeenteblad, nr. 58435, 30 juni 2015 </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag Participatiewet 2015 gemeente Baarn</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8 en 36b">Participatiewet, artikel 8, eerste lid aanhef en onderdeel c, en derde lid en 36b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, artikel 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15RV000031</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING INDIVIDUELE STUDIETOESLAG PARTICIPATIEWET 2015 GEMEENTE
                BAARN</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder de wet: de Participatiewet</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de wet, wordt
                            ingediend middels een door het college vastgesteld formulier.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>individuele studietoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doelgroep studietoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een belanghebbende die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning
                                bij de arbeidsinschakeling kan een verzoek, zoals bedoeld in artikel
                                2, indienen om een individuele studietoeslag. Om hiervoor in
                                aanmerking te komen is het vereist dat belanghebbende op de datum
                                van de aanvraag aan de volgende voorwaarden voldoet; de
                                belanghebbende:</al><lijst><li nr="a."><al>is 18 jaar of ouder; </al></li><li nr="b."><al>heeft recht op studiefinanciering op grond van de Wet
                                        studiefinanciering 2000 of op een tegemoetkoming op grond
                                        van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage
                                        en schoolkosten; </al></li><li nr="c."><al>heeft geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in
                                        artikel 34 van de wet, en </al></li><li nr="d."><al>is een persoon van wie is vastgesteld dat hij wegens een
                                        arbeidshandicap of langdurige medische beperkingen of
                                        belemmeringen niet in staat is tot het verdienen van het
                                        wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot
                                        arbeidsparticipatie heeft; </al></li><li nr="e."><al>woont zelfstandig, waaronder ook verstaan wordt zelfstandig
                                        wonen onder begeleiding.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen recht op studietoeslag bestaat als er sprake is van andere
                                inkomsten naast de studiefinanciering, indien deze hoger zijn dan €
                                100,- per maand. Bij lagere inkomsten worden de inkomsten van de
                                studietoeslag afgetrokken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De hoogte en duur van de toeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de toeslag bedraagt € 100 per maand (zie ook lid 2 van
                                artikel 3).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt, zolang de
                                belanghebbende recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                schoolkosten, gedurende maximaal vier jaar. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het recht op de toeslag wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Frequentie van betaling</titel></kop><al>Uitbetaling van de toeslag vindt maandelijks plaats. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>NADERE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Nadere uitvoeringsregels</titel></kop><al>Het college kan bij uitvoeringsbesluit nadere regels stellen in het
                            belang van een zorgvuldige uitvoering van deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager
                            afwijken van hetgeen bij of krachtens deze verordening is bepaald,
                            indien strikte toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende
                            aard leidt. </al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening heet Verordening individuele studietoeslag
                            Participatiewet 2015 gemeente Baarn.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering, </ondertekening><ondertekening>op 24 juni 2015.</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene Toelichting </titel></kop><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                    Participatiewet: de individuele studietoeslag. De toeslag wordt aangemerkt als
                    een vorm van bijzondere bijstand (artikel 5 onderdeel d Participatiewet). Het
                    betreft een nieuwe vorm van aanvullende inkomensondersteuning voor bepaalde
                    groepen studerenden. Het verlenen van een individuele studietoeslag is een
                    discretionaire bevoegdheid van het college (dit volgt uit artikel 36b, eerste
                    lid, Participatiewet) en is bedoeld voor arbeidsgehandicapte studenten. </al><al>De gemeenteraad moet in een verordening regels vaststellen over het verlenen van
                    een individuele studietoeslag (artikel 8, eerste lid, onderdeel c,
                    Participatiewet). Deze regels moeten in ieder geval betrekking hebben op de
                    hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele studietoeslag. </al><al><vet>Verbeteren positie arbeidsmarkt arbeidsgehandicapten </vet></al><al>De gedachte achter de individuele studietoeslag is dat het vooral voor mensen
                    met een arbeidshandicap van belang is de positie op de arbeidsmarkt te
                    verbeteren middels het behalen van een diploma. Werkgevers zijn volgens de
                    wetgever vaak huiverig om mensen met een arbeidshandicap in dienst te nemen. De
                    wetgever verwacht dat de drempel om een contract aan te bieden lager is als een
                    werkgever ziet dat iemand met succes een studie heeft afgerond. Met het
                    verstrekken van een individuele studietoeslag krijgen mensen met een
                    arbeidshandicap een extra steun in de rug. Een studieregeling stimuleert mensen
                    om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie te gaan volgen.
                    Het afronden van een studie versterkt de positie op de arbeidsmarkt. Een diploma
                    is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand gemotiveerd is en wat in zijn mars
                    heeft. Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat het voor deze
                    groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan. Doel van de
                    studietoeslag is om studenten met een beperking een bron van inkomsten te geven
                    ter vervanging van inkomsten uit een bijbaan. </al><al>In beleidsregels kan het college nadere regels stellen aan wie een individuele
                    studietoeslag kan worden verstrekt. In de beleidsregels kunnen ook groepen
                    worden uitgesloten van het recht op individuele studietoeslag. </al><al>De voorwaarden dat een belanghebbende recht moet hebben op studiefinanciering of
                    een WTOS-tegemoetkoming, moet niet zodanig worden geïnterpreteerd dat
                    belanghebbende ook daadwerkelijk studiefinanciering of een tegemoetkoming moet
                    ontvangen. Het is voldoende dat hij recht heeft op studiefinanciering of een
                    tegemoetkoming. Of recht hierop bestaat is afhankelijk van de gekozen opleiding,
                    de leeftijd en het inkomen van een belanghebbende. </al><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 Participatiewet zijn niet van toepassing bij
                    verlening van de individuele inkomenstoeslag (artikel 36b, tweede lid,
                    Participatiewet). Een individuele studietoeslag wordt op aanvraag verleend
                    (artikel 36b, eerste lid, Participatiewet). Artikel 43 Participatiewet is
                    daarbij niet van toepassing (artikel 36b, tweede lid, Participatiewet). De
                    aanvraag moet worden ingediend bij het college. Een individuele studietoeslag
                    kan niet als lening worden verstrekt als belanghebbende met de toeslag schulden
                    wil aflossen. Artikel 49 Participatiewet is namelijk niet van toepassing op de
                    individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, Participatiewet). Ook
                    artikel 52 Participatiewet is niet van toepassing op de individuele
                    studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, Participatiewet). Dit maakt dat de
                    individuele studietoeslag niet kan worden verstrekt in de vorm van een
                    voorschot. </al><al/></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting </titel></kop><al>Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier behandeld. </al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al><vet>Begrippen</vet></al><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                        bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk
                        gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing
                        op deze verordening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Door personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                        Participatiewet kan een verzoek om een individuele studietoeslag
                        schriftelijk worden ingediend. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek
                        van een persoon, een besluit te nemen (artikel 1:3, derde lid, van de Awb).
                        Een aanvraag dient in beginsel schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1
                        Awb). </al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen over de wijze waarop het verzoek moet worden
                        ingediend, bepaalt artikel 2 van deze verordening dat het verzoek moet
                        worden gedaan middels een door het college vastgesteld formulier. Een
                        verzoek wordt dan gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1
                        van de Awb. Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de
                        Awb) die wordt ondertekend door de aanvrager en ten minste de naam en het
                        adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van de
                        beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, van de Awb). De
                        aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op
                        de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan
                        krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb). Een mondeling verzoek kan
                        hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om een individuele
                        studietoeslag zoals bedoeld in artikel 36b van de Participatiewet. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doelgroep studietoeslag</titel></kop><al>Een belanghebbende die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                        arbeidsinschakeling kan </al><al>een aanvraag indienen voor een individuele studietoeslag. Het college kan op
                        een dergelijke aanvraag – gelet op de individuele omstandigheden van een
                        belanghebbende - individuele studietoeslag verlenen. </al><al>Hiervoor is vereist dat belanghebbende op de datum van de aanvraag 18 jaar
                        of ouder is en recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                        studiefinanciering 2000 of op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4
                        van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. Daarnaast
                        stellen we het criterium dat er geen sprake is van vermogen, met inachtname
                        van de bepalingen in artikel 34 van de wet. De individuele studietoeslag is
                        een vorm van bijzondere bijstand. Verder moet het gaan om een persoon van
                        wie is vastgesteld dat hij wegens medische beperkingen/ belemmeringen niet
                        in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel
                        mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. En als laatste criterium wordt
                        gesteld dat de belanghebbende zelfstandig of zelfstandig onder begeleiding
                        woont. We gaan daarbij uit van de aanname dat studenten die thuiswonend zijn
                        het zowel in praktische als financiële zin makkelijker hebben dan
                        zelfstandig wonenden. </al><al>In het tweede lid wordt aangegeven dat geen studietoeslag wordt verstrekt
                        als de belanghebbende naast de studiefinanciering andere inkomsten heeft,
                        voor zover die hoger zijn dan € 100,- per maand. Bij lagere inkomsten worden
                        de inkomsten aangevuld tot het bedrag van de studietoeslag. Onder andere
                        inkomsten valt ook de situatie dat betrokkene op grond van een andere
                        studieregeling aanspraak kan maken op een financiële tegemoetkoming. Ook het
                        UWV heeft een studieregeling. Dit is een voorliggende voorziening op de
                        studietoeslag zoals bedoeld in deze verordening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De hoogte en duur van de toeslag</titel></kop><al>In dit artikel is de hoogte van de toeslag opgenomen. De toeslag bedraagt €
                        100 per maand. Dit bedrag is gebaseerd op de aanname dat het verwerven van
                        circa € 25 aan extra inkomsten per week voor studerenden zonder beperkingen
                        naast hun studie reëel is. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Frequentie van betaling</titel></kop><al>De studietoeslag wordt als periodieke bijzondere bijstand maandelijks
                        verstrekt. Daarmee wordt de studietoeslag door de Fiscus gezien als inkomen
                        en is deze belast. Dit is te voorkomen door de toeslag één maal per jaar uit
                        te betalen. Dit strookt echter niet met het doel van de studietoeslag.
                        Daarom wordt de toeslag netto aan belanghebbende uitgekeerd en betaalt de
                        gemeente de belasting over de toeslag.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>