<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR413778_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Cliëntenparticipatie Sociale Zekerheid 2015 Gemeente Baarn</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-08-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-58640.html">Gemeenteblad, nr. 58640, 1 juli 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening cliëntenparticipatie sociale zekerheid 2015 gemeente Baarn</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=47">Participatiewet, artikel 47</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, artikel 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-02-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15RV000031</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Cliëntenparticipatie Sociale Zekerheid 2015 Gemeente Baarn</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet><cursief>Raadsbesluit</cursief></vet></al><al>Openbaar</al><al/><al>Voorstelnummer: 15RV000031 </al><al/><al>Onderwerp: Verordening cliëntenparticipatie sociale zekerheid 2015 gemeente
                        Baarn.</al><al/><al>De raad van de gemeente Baarn </al><lijst><li nr="-"><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 mei
                                2015;</al></li><li nr="-"><al>gehoord het debat in de raad d.d. 10 juni 2015;</al></li><li nr="-"><al>overwegende dat;</al></li></lijst><al/><al> het wettelijk verplicht is voor de gemeente cliëntenparticipatie bij
                        verordening te regelen;</al><al/><al>-gelet op;</al><al>de Participatiewet, in het bijzonder artikel 47, alsmede artikel 147 van de
                        Gemeentewet;</al><al/><al><vet>Besluit:</vet></al><al>1.De “Verordening cliëntenparticipatie sociale zekerheid 2015 gemeente
                        Baarn” vast te stellen. </al><al/><al><vet>Verordening cliëntenparticipatie sociale zekerheid2015 gemeente Baarn
                        </vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><al/><al>1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                            nader omschreven worden hebben de betekenis die de Participatiewet,
                            Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet daaraan toekent.</al><al>2. In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de gemeente: de gemeente Baarn;</al></li><li nr="b."><al>de raad: de gemeenteraad van de gemeente Baarn;</al></li><li nr="c."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Baarn;</al></li><li nr="d."><al>de wethouder: de wethouder met in zijn of haar portefeuille het
                                    beleidsterrein Werk en Inkomen</al></li><li nr="e."><al>maatschappelijke organisatie: de organisatie die zich blijkens
                                    haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden direct of indirect
                                    richt op de behartiging van de belangen van personen uit de
                                    doelgroep;</al></li><li nr="f."><al>doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, lid 1 onder a, van
                                    de wet; </al></li><li nr="g."><al>wet: de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en
                                    gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw), de
                                    Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz) en het Besluit
                                    bijstandsverlening zelfstandigen;</al></li><li nr="h."><al>cliëntenparticipatiepanel: het cliëntenparticipatiepanel sociale
                                    zekerheid gemeente Baarn;</al></li><li nr="i."><al>minimabeleid: alle regelgeving op het gebied van minimabeleid
                                    waarin de gemeente eigen beleidsruimte heeft.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 2 Doelstelling cliëntenparticipatie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De cliëntenparticipatie sociale zekerheid heeft als doel te
                                    bewerkstelligen dat maatschappelijke organisaties vanuit een
                                    onafhankelijke positie optimaal betrokken zijn bij de
                                    voorbereiding, vaststelling en evaluatie van het gemeentelijk
                                    beleid ten aanzien van de Participatiewet en aanverwante
                                    regelgeving op het terrein van inwoners met een inkomen op of
                                    rond het minimum.</al></li><li nr="2."><al>De cliëntenparticipatie zal moeten bijdragen aan de
                                    totstandkoming of verbetering van het gemeentelijk beleid op het
                                    gebied van de Participatiewet en aanverwante regelgeving. Dit
                                    beleid zal enerzijds gericht zijn op activiteiten die ondernomen
                                    moeten worden ten behoeve van de toekomstige deelname op de
                                    arbeidsmarkt en anderzijds ter ondersteuning van diegenen die
                                    een beroep moeten doen op een uitkering.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 3 Beleidsterrein</vet></al><al/><al>In het kader van de cliëntenparticipatie sociale zekerheid als
                            omschreven in artikel 2 van deze verordening wordt een
                            cliëntenparticipatiepanel ingesteld dat wordt betrokken bij de
                            voorbereiding, vaststelling, uitvoering, communicatie en evaluatie van
                            het beleid:</al><lijst><li nr="1."><al>met betrekking tot het verkrijgen van algemeen geaccepteerde
                                    arbeid voor personen uit de doelgroep.</al></li><li nr="2."><al>met betrekking tot het tijdig en rechtmatig verstrekken van een
                                    uitkering ingevolge de wet, inclusief handhavingsaspecten.</al></li><li nr="3."><al>met betrekking tot regelingen voor mensen met een laag inkomen
                                    (minimabeleid). </al><al/></li></lijst><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2 SAMENSTELLING CliëntenparticipatiePANEL</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 4 Samenstelling en omvang panel</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het cliëntenparticipatiepanel bestaat uit minimaal 3 en in
                                    beginsel maximaal 6 leden.</al></li><li nr="2."><al>Lid kunnen zijn vertegenwoordigers van deelnemende
                                    maatschappelijke organisaties.</al></li><li nr="3."><al>Door de deelnemende maatschappelijke organisaties kan één
                                    kandidaat worden voorgedragen,alsmede een reservekandidaat
                                    (welke reservekandidaat de kandidaat bij vergaderingen kan
                                    vervangen bij verhindering). De voorgedragen kandidaten worden
                                    door het college benoemd, tenzij er gebleken is van gegronde
                                    bezwaren tegen de benoeming.</al></li><li nr="4."><al>Leden worden benoemd voor een periode van 4 jaar. Na het
                                    verstrijken van hun zittingsduur zijn de leden onmiddellijk
                                    eenmalig herbenoembaar voor een periode van maximaal 4
                                    jaar.</al></li><li nr="5."><al>Het lidmaatschap eindigt door </al></li></lijst><al>- verstrijken van de zittingsduur;</al><lijst><li nr=""><al>- vervallen hoedanigheid vertegenwoordiger maatschappelijke
                                    organisatie;</al></li><li nr=""><al>- aftreden op eigen schriftelijk verzoek</al></li><li nr=""><al>- onder curatele-stelling.</al><lijst><li nr="6."><al>Het college heeft het recht om bij problemen in het
                                            functioneren van een lid de desbetreffende organisatie
                                            daarop aan te spreken en om de organisatie te verzoeken
                                            een oplossing te realiseren.</al></li><li nr="7."><al>De functie van gemeenteraadslid en lid van
                                            cliëntenparticipatiepanel is niet verenigbaar.</al></li><li nr="8."><al>Het cliëntenparticipatiepanel kiest uit haar midden een
                                            voorzitter en zonodig, indien daar behoefte aan bestaat,
                                            een secretaris.</al><al/></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 3 TAKEN EN BEVOEGDHEDEN</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 5 Taak cliëntenparticipatiepanel en het recht op
                                informatie. </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het cliëntenparticipatiepanel brengt gevraagd dan wel ongevraagd
                                    aan het college advies uit in zaken die betrekking hebben op de
                                    van toepassing zijnde beleidsterreinen, als bedoeld in artikel 3
                                    van deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Aan het cliëntenparticipatiepanel wordt tijdig alle informatie
                                    verstrekt die voor een goede taakvervulling nodig is.</al></li><li nr="3."><al>Indien advies gevraagd wordt, wordt dit advies gevraagd op een
                                    dusdanig tijdstip dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het
                                    te nemen besluit.</al></li><li nr="4."><al>Het cliëntenparticipatiepanel is niet bevoegd individuele
                                    klachten of bezwaarschriften in behandeling te nemen. In zich
                                    voordoende gevallen verwijst het cliëntenparticipatiepanel naar
                                    de formele mogelijkheid een klacht of een bezwaarschrift in te
                                    dienen.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Bestuurlijk en ambtelijk aanspreekpunt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouder is formeel aanspreekpunt voor het panel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Door het college wordt een (beleids)medewerker aangewezen, die
                                eerste aanspreekpunt is en binnen de door het college gestelde
                                kaders uitleg kan geven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>(niet georganiseerde) personen uit de doelgroep kunnen zaken die zij
                                ingebracht willen zien in het overleg inbrengen via de
                                maatschappelijke organisaties maar desgewenst ook schriftelijk
                                inbrengen via de (beleids)medewerker als bedoeld in het
                                2<sup>e</sup> lid van dit artikel. </al><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 4 VERGADERING EN WERKWIJZE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergaderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In beginsel wordt er vier maal per jaar een overlegvergadering
                                gehouden met het cliëntenparticipatiepanel en de wethouder. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder is technisch voorzitter van de overlegvergaderingen met
                                het cliëntenparticipatiepanel. Van de term technisch voorzitter
                                wordt gesproken omdat de wethouder noch lid is van het
                                cliëntenparticipatie panel, noch inhoudelijke bevoegdheden heeft ten
                                aanzien van het cliëntenparticipatiepanel. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Naar behoefte vanuit het cliëntenparticipatiepanel of wethouder
                                kunnen er incidenteel meer overlegvergaderingen worden uitgeschreven
                                dan de in het eerste lid genoemde vier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een overlegvergadering vindt geen doorgang indien niet ten minste de
                                helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Zaken/stukken kunnen zowel door het cliëntenparticipatiepanel als
                                door de wethouder worden geagendeerd voor de overlegvergadering.
                            </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Zaken/stukken die op zich in beginsel geen reden vormen een
                                vergadering te houden (en het onwenselijk is te wachten op de
                                eerstvolgende overlegvergadering) worden toegestuurd aan de leden
                                van het panel met een reactiemogelijkheid gedurende een bepaalde
                                termijn. Indien een of meer leden zich niet kunnen vinden in het
                                voorgelegde, wordt geacht geen instemming te zijn verkregen en wordt
                                een en ander alsnog besproken in een overlegvergadering.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De in artikel 6 genoemde (beleids)medewerker zal tijdens de
                                overlegvergaderingen aanwezig zijn ter ambtelijke ondersteuning van
                                de wethouder. Bij bespreking van zaken/stukken gelegen op een ander
                                terrein dan de betreffende (beleids)medewerker tot zijn of haar
                                taakgebied heeft kunnen indien gewenst door panel of wethouder ook
                                die (beleids)medewerkers wiens taakgebied het wel aangaat
                                uitgenodigd worden. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Indien gewenst door het cliëntenparticipatiepanel zal de
                                verslaglegging van de vergadering door de ambtelijke organisatie
                                plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Vanzelfsprekend kunnen de leden van het cliëntenparticipatiepanel
                                onderling besluiten vergaderingen te houden als
                                cliëntenparticipatiepanel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten en adviezen van het cliëntenparticipatiepanel als zodanig
                                worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen of
                                vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Over alle zaken vindt mondelinge stemming plaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het geval bij het maken van (beleids)keuzen af wordt geweken van
                                de inhoud van het advies (door college of gemeenteraad) wordt het
                                cliëntenparticipatiepanel meegedeeld op welke gronden er van het
                                advies is afgeweken. Indien het advies een voorstel aan het college
                                dan wel gemeenteraad betreft worden de redenen bovendien in het
                                college en/of raadsvoorstel opgenomen. </al><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 5 FACILITEITEN EN VERGOEDING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Financiële ondersteuning</titel></kop><al>Op verzoek van het Cliëntenparticipatiepanel kan bij een gebleken
                            noodzaak daartoe, ter beoordeling van het college, een vergoeding worden
                            verstrekt voor: </al><lijst><li nr="1."><al>Reiskosten en eventuele andere kosten, die leden moeten maken in
                                    verband met een goede taakvervulling als panellid. Voor zover
                                    het reiskosten betreft slechts indien deze kosten gemaakt moeten
                                    worden in verband met een locatie buiten de gemeente Baarn.
                                </al></li><li nr="2."><al>Deskundigheidsbevordering van de leden.</al></li><li nr="3."><al>Documentatie en voorlichting.</al></li><li nr="4."><al>Andere kosten. </al></li><li nr="5."><al>De leden van het cliëntenoverleg krijgen een onkostenvergoeding
                                    voor het voorbereiden en bijwonen van een vergadering voor
                                    maximaal 12 vergaderingen per jaar. De hoogte van de
                                    onkostenvergoeding wordt door het college vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Faciliteiten</titel></kop><al>Het panel kan kosteloos: </al><lijst><li nr="1."><al>In goed overleg gebruik maken van vergaderruimten in het
                                    gemeentehuis, inclusief de bijbehorende koffie- en
                                    theevoorziening.</al></li><li nr="2."><al>Gebruik maken van de dienst in het gemeentehuis voor kopiëren en
                                    verzenden van stukken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 6 SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en nadere regels</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college,
                            afhankelijk van de situatie in overleg met het panel, dan wel na het
                            vragen van advies aan het panel. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening heet Verordening cliëntenparticipatie sociale zekerheid
                            2015 gemeente Baarn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Intrekken vorige verordening</titel></kop><al>De Verordening cliëntenparticipatie Sociale Zekerheid gemeente Baarn
                            vastgesteld op 27 april 2005, wordt gelijktijdig met de inwerkingtreding
                            van deze verordening ingetrokken.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering, </ondertekening><ondertekening>op 24 juni 2015.</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene Toelichting </titel></kop><al>Met ingang van 1 januari 2015 is de Participatiewet van kracht geworden.
                    Ingevolge de Participatiewet is de gemeente verplicht om cliëntenparticipatie in
                    een verordening te regelen. Dit was ook al zo bij de Wet werk en bijstand
                    (WWB).</al><al>Met deze verordening wordt uitvoering gegeven aan artikel 47 van de
                    Participatiewet. </al><al/><al>Artikel 47 - Cliëntenparticipatie</al><al/><al>De gemeenteraad stelt bij verordening regels over de wijze waarop de personen,
                    bedoeld in artikel 7, eerste lid, of hun vertegenwoordigers worden betrokken bij
                    de uitvoering van deze wet, waarbij in ieder geval wordt geregeld de wijze
                    waarop deze personen of hun vertegenwoordigers:</al><al>a. vroegtijdig in staat worden gesteld gevraagd en ongevraagd advies uit te
                    brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen;</al><al>b. worden voorzien van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen
                    vervullen;</al><al>c. deel kunnen nemen aan periodiek overleg;</al><al>d. onderwerpen voor de agenda van dit overleg kunnen aanmelden;</al><al>e. worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde
                    informatie.</al><al>Dit artikel draagt de gemeenteraad op bij verordening regels vast te stellen
                    over de wijze waarop personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                    Participatiewet of hun vertegenwoordigers betrokken worden bij de ontwikkeling
                    van het gemeentelijke beleid. Personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van
                    de Participatiewet zijn personen: </al><lijst><li nr="-"><al>die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="-"><al>als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdeel b, 35, vierde
                            lid, onderdeel b, en 36, derde lid, onderdeel b, van de Wet werk en
                            inkomen naar arbeidsvermogen tot het moment dat het inkomen uit arbeid
                            in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het
                            minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren
                            geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is verleend;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                            Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de
                            Algemene nabestaandenwet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere
                            en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere
                            en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="-"><al>personen zonder uitkering; en, die voor de arbeidsinschakeling zijn
                            aangewezen op een door het college aangeboden voorziening.</al></li></lijst><al>Om een goede werking van de cliëntenraad te waarborgen worden de leden van het
                    cliëntenpanel ondersteund en gefaciliteerd door de gemeente.</al><al>De verordening regelt de wettelijke verplichting voor de gemeente Baarn. Hierbij
                    is als basis genomen de verordening die er al was op dit gebied onder de Wet
                    werk en bijstand. De verordening kent een cliëntenparticipatiepanel, waarvan de
                    leden uit maatschappelijke organisaties komen welke blijkens hun doelstelling en
                    feitelijke werkzaamheden zich direct of indirect richten op de belangen van
                    personen uit de doelgroep. De verordening regelt de samenstelling en
                    bevoegdheden van het panel, zoals die gelden in de Participatiewet. Het
                    belangrijkste daarbij is het recht van het panel structureel te overleggen over
                    alle van belang zijnde zaken bij de uitvoering van de wettelijke taken op grond
                    van de Participatiewet en aanverwante wetten. Het panel kan hierbij gevraagd en
                    ongevraagd advies geven aan het college van burgemeester en wethouders van de
                    gemeente Baarn. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>