<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>413094_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening leerlingenvervoer gemeente Borsele 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Borsele</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-07-29</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 27-07-2016,
                102255</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening leerlingenvervoer gemeente Borsele
                2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:c:BWBR0003420&amp;artikel=4&amp;g=2016-07-29">artikel
                4 van de Wet op het primair onderwijs</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                databankrecht</dcterms:rights><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:c:BWBR0003549&amp;artikel=4&amp;g=2016-07-29">artikel
                4 van de Wet op de expertisecentra</dcterms:source><dcterms:issued>2016-07-14</dcterms:issued><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:c:BWBR0002399&amp;artikel=4&amp;g=2016-07-29">artikel
                4 van de Wet op het voortgezet onderwijs</dcterms:source></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling </overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeenteraad 14-07-2016, B6</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>onderwijs</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule><vet>Verordening leerlingenvervoer gemeente Borsele 2016</vet></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Borsele; </al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28
                        juni 2016; </al><al>gelet op de artikelen 4 van de Wet op het primair onderwijs, 4 van de Wet op
                        de expertisecentra en 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al><al>besluit vast te stellen de Verordening leerlingenvervoer gemeente Borsele
                        2016:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>aangepast vervoer: vervoer per besloten (school)busvervoer, taxi,
                                taxibus of bustaxi;</al></li><li nr="b."><al>afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de
                                kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg;</al></li><li nr="c."><al>begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de
                                leerling tijdens het vervoer te begeleiden;</al></li><li nr="d."><al>commissie van onderzoek: commissie als bedoeld in artikel 41, tweede
                                lid, van de Wet op de expertisecentra;</al></li><li nr="e."><al>commissie voor de begeleiding: commissie als bedoeld in artikel 40b
                                van de Wet op de expertisecentra; </al></li><li nr="f."><al>eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig, fiets of een
                                alternatief vervoersvoertuig.</al></li><li nr="g."><al>inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder
                                e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar,
                                bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair
                                onderwijs;</al></li><li nr="h."><al>leerling: leerling van een school als bedoeld in dit artikel;</al></li><li nr="i."><al>opdc: orthopedagogisch en -didactisch centrum als bedoeld in artikel
                                17a, lid 10a, van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="j."><al>openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer per bus,
                                trein, metro, tram, veerdienst of auto;</al></li><li nr="k."><al>opstapplaats: plaats aangewezen door het college, vanaf waar de
                                leerling gebruik kan maken van het vervoer;</al></li><li nr="l."><al>ouders: ouders, voogden of verzorgers van de leerling;</al></li><li nr="m."><al>regionale verwijzingscommissie: commissie als bedoeld in artikel 10g
                                van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="n."><al>reistijd: totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de
                                woning en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus
                                maximaal 10 minuten, indien en voor zover de leerling het
                                schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan
                                de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen
                                het einde van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij
                                de woning, plus een eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer of
                                maximaal 10 minuten bij gebruikmaking van aangepast vervoer; </al></li><li nr="o."><al>samenwerkingsverband:</al><lijst><li nr="1°."><al> voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel
                        18a, tweede en vijftiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of</al></li><li nr="2°."><al>voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel
                        17a, tweede en zestiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li></lijst></li><li nr="p."><al>school: </al><lijst><li nr="1°."><al>basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet
                        op het primair onderwijs;</al></li><li nr="2°."><al>school voor speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal
                        onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de
                        expertisecentra; of</al></li><li nr="3°."><al>school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet
                        onderwijs;</al></li></lijst></li><li nr="q."><al>stage: praktische leertijd bij de beroepsopleiding;</al></li><li nr="r."><al>toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen van de
                                verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de
                                openbare school;</al></li><li nr="s."><al>vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen
                                de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in
                                aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de
                                schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige
                                leerling die aansluiting onmogelijk maakt;</al></li><li nr="t."><al>vervoersvoorziening: </al><lijst><li nr="1°."><al>bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor
                        de leerling en zo nodig diens begeleider; </al></li><li nr="2°."><al>aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet
                        verzorgen; of</al></li><li nr="3°."><al>gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door het college noodzakelijk
                        geachte vervoerkosten van de leerling en zo nodig diens begeleider;</al></li></lijst></li><li nr="u."><al>woning: plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>De door het college noodzakelijk te achten
                            vervoersvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan de ouders van in
                            de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag een vervoersvoorziening
                            toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college toepassing geeft aan het eerste lid, verlangt zij van
                            de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de
                            vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten hoogste het
                            bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten
                            bijdragen aan de kosten van het vervoer. Weigering tot of nalatigheid in
                            de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de
                            aanspraak op de vervoersvoorziening vervallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid
                            van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt de
                            vervoersvoorziening op aanvraag verstrekt aan de leerling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke
                            school</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning
                            dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling
                            toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school
                            voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen en de ouders met
                            het vervoer naar die school schriftelijk instemmen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien ouders een vervoersvoorziening aanvragen voor het bezoeken van
                            een school, die op grotere afstand van de woning is gelegen dan een
                            andere school van dezelfde onderwijssoort, ontstaat slechts aanspraak op
                            een vervoersvoorziening naar eerstgenoemde school als door de ouders
                            schriftelijk wordt verklaard dat zij overwegende bezwaren hebben tegen
                            het openbaar onderwijs dan wel tegen de richting van het onderwijs van
                            alle bijzondere scholen, van de soort waarop de leerling is aangewezen,
                            die dichterbij de woning zijn gelegen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Toekenning vervoersvoorziening</titel></kop><al>Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en
                        het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling, alsmede de
                        tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Aanvraagprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan door indiening
                            bij het college van een volledig ingevuld en door de ouders ondertekend
                            formulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is,
                            kan het college de ouders verzoeken aanvullende gegevens te
                            verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van
                            alle benodigde gegevens.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten hoogste
                            vier weken verdagen. Het stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in
                            kennis.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de
                                    ouders verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet
                                    ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag;</al></li><li nr="b."><al>wanneer het aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang
                                    van een datum die zo mogelijk aansluit bij de door de ouders
                                    verzochte datum.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Doorgeven van wijzigingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ouders zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de
                            toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van
                            wijziging, onverwijld schriftelijk mede te delen aan het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende
                            vervoersvoorziening, vervalt de aanspraak daarop en kent het college al
                            dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de ouders niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, en het
                            college een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststelt, waardoor
                            blijkt dat ten onrechte een vervoersvoorziening is verstrekt, vervalt de
                            aanspraak op de vervoersvoorziening terstond en kent het college al dan
                            niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. Het college deelt zijn besluit
                            schriftelijk mee aan de ouders.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders worden
                            teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuw
                            verstrekte vervoersvoorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Peildatum leeftijd leerling</titel></kop><al>Voor het toekennen van een vervoersvoorziening op basis van artikel 11 is
                        bepalend de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop
                        de voorziening betrekking heeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Andere vergoedingen</titel></kop><al>De aanspraak op een toelage, voor zover die voor de betreffende leerling
                        betrekking heeft op de reiskosten, wordt op een bekostiging in mindering
                        gebracht, dan wel als eigen bijdrage in rekening gebracht.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor
                        primair onderwijs</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Algemene bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen
                            voor primair onderwijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder school:</al><lijst><li nr="a."><al>een basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de
                            Wet op het primair onderwijs; of</al></li><li nr="b."><al>een school voor speciaal onderwijs of een school voor speciaal en
                            voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de
                            expertisecentra. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze paragraaf is niet van toepassing op leerlingen van scholen voor
                            speciaal en voortgezet speciaal onderwijs die voortgezet onderwijs
                            volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 wordt een
                            vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning dan wel
                            de opstapplaats en:</al><lijst><li nr="a."><al>de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor
                            basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de
                            leerling afkomstig is, of</al></li><li nr="b."><al>een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde
                            samenwerkingsverband, indien het vervoer naar die school voor de
                            gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de
                            speciale school voor basisonderwijs, bedoeld onder a.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor
                            leerlingenvervoer eventuele (vervoers)adviezen van deskundigen die voor
                            de beoordeling van die aanvraag van belang zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per
                            fiets</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals
                            bedoeld onder artikel 9 bezoekt bekostiging op basis van de kosten van
                            het openbaar vervoer, indien de afstand van de woning naar de
                            dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school meer dan zes km
                            bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid
                            en de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder
                            begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het
                            college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per
                            fiets.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets
                            ten behoeve van een begeleider</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals
                            bedoeld onder artikel 9 bezoekt bekostiging op basis van de kosten van
                            het openbaar vervoer of vervoer per fiets van de leerling en een
                            begeleider indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 10 en de
                            leerling jonger dan negen jaar is, en door de ouders ten behoeve van het
                            college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is
                            zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken,
                            of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke,
                            zintuiglijke of psychische handicap niet zelfstandig van het openbaar
                            vervoer of de fiets gebruik kan maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen
                            slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor
                            bekostiging in aanmerking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast
                            vervoer aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder
                            artikel 9 bezoekt, indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 10 of 11
                            en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of
                            terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast
                            vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan
                            worden teruggebracht;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 10 of 11
                            en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van
                            het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het
                            vervoer per fiets;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 11 en door de
                            ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat
                            begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan
                            wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere
                            oplossing niet mogelijk is; of</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn structurele
                            lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet
                            in staat is – ook niet onder begeleiding – van openbaar vervoer gebruik
                            te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien begeleiding in het aangepast vervoer vereist is, vergoedt het
                            college geen andere kosten dan de vervoerskosten welke verbonden zijn
                            aan de begeleiding van de leerling in het aangepast vervoer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college de
                            ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen zelf te vervoeren of
                            te laten vervoeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend,
                            bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan
                            wel laten vervoeren:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien
                            aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het
                            openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid; of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid
                            van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou bestaan op een
                            voorziening in de vorm van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in
                            het vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend,
                            bekostigt het college aan de ouders die meer dan een leerling tegelijk
                            zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van een
                            kilometervergoeding voor de auto afgeleid van de Reisregeling
                            binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere
                            ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer leerlingen
                            bekostiging ontvangen, afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt
                            door het college geen bekostiging verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening en het college
                            desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling gebruik kan
                            maken van het vervoer per fiets, bekostigt het college aan de ouders een
                            bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets, afgeleid van
                            de Reisregeling binnenland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Drempelbedrag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een
                            speciale school voor basisonderwijs, zoals bedoeld in de Wet op het
                            primair onderwijs bezoekt, van wie het inkomen tezamen meer bedraagt dan
                            € 25.200 wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van
                            het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de
                            in artikel 10 bepaalde afstand te boven gaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het
                            vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders van een
                            leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor
                            basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage
                            die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel
                            10 bepaalde afstand, indien het inkomen van de ouders meer bedraagt dan
                            € 25.200. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid,
                            betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de
                            OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente geldende
                            OV-betaalmogelijkheid voor de in artikel 10 bepaalde afstand
                            redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van
                            openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen van
                            de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die voor de leerling
                            binnen het systeem kunnen gelden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bedrag van € 25.200 genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met
                            ingang van 1 januari 2017 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het
                            indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft
                            ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond
                            op een veelvoud van € 450. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van
                            het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 25.200.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens hun
                            structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische
                            handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel
                            vanwege een zodanige handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer
                            gebruik kunnen maken. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De in dit artikel benoemde bedragen worden jaarlijks door het college
                            van burgemeester en wethouders aangepast en vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Financiële draagkracht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde
                                toegankelijke school voor basisonderwijs (zoals bedoeld in de Wet op
                                het primair onderwijs) meer dan 20 km bedraagt, wordt de
                                vastgestelde bekostiging verminderd met een van de financiële
                                draagkracht van de ouders afhankelijk bedrag.</al></li><li nr="2."><al>In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen
                                het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, en de afstand van
                                de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor
                                basisonderwijs meer dan 20 km bedraagt, betalen de ouders een van de
                                financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het
                                bedrag van de kosten van het vervoer.</al></li><li nr="3."><al>De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de
                                bijdrage als bedoeld in het tweede lid worden berekend per gezin en
                                zijn afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders. Zij
                                bedragen: </al></li></lijst><al>Inkomen in euro’s Eigen bijdragen in euro’s</al><al> 0 – 33.500 Nihil</al><lijst><li nr="33."><al>500 – 40.500 145</al></li><li nr="40."><al>500 – 46.500 605</al></li><li nr="46."><al>500 – 52.500 1.130</al></li><li nr="52."><al>500 – 60.000 1.650</al></li><li nr="60."><al>000 – 66.000 2.175</al></li><li nr="66."><al>000 en verder Voor elke extra € 5.000: € 535 erbij</al></li><li nr="4."><al>De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van
                                1 januari 2017 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het
                                indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft
                                ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en
                                rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500.</al></li><li nr="5."><al>De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden
                                met ingang van 1 januari 2017 jaarlijks aangepast aan de wijziging
                                die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op
                                het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1
                                januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een
                                veelvoud van € 5.</al></li><li nr="6."><al>Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens hun
                                structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische
                                handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan
                                wel vanwege een zodanige handicap niet zelfstandig van openbaar
                                vervoer gebruik kunnen maken.</al></li><li nr="7."><al>De in dit artikel benoemde bedragen worden jaarlijks door het
                                college van burgemeester en wethouders aangepast en
                                vastgesteld.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor
                        voortgezet onderwijs</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Algemene bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen
                            voor voortgezet onderwijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder school:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het
                            voortgezet onderwijs; of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een school
                            voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de
                            expertisecentra.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze paragraaf is niet van toepassing op leerlingen van scholen voor
                            speciaal en voortgezet speciaal onderwijs die primair onderwijs
                            volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor
                            leerlingenvervoer eventuele (vervoers)adviezen van deskundigen die voor
                            de beoordeling van die aanvraag van belang zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer met begeleiding en
                            vervoer per fiets</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals
                            bedoeld onder artikel 16 bezoekt bekostiging op basis van de kosten van
                            het openbaar vervoer van de leerling en een begeleider, indien de
                            leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke
                            of psychische handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de
                            fiets gebruik kan maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen
                            slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor
                            bekostiging in aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van de bekostiging op basis van de kosten van het openbaar
                            vervoer, zoals bedoeld in het eerste lid, verstrekt het college de
                            ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets,
                            indien de leerling naar het oordeel van het college of onder begeleiding
                            gebruik kan maken van het vervoer per fiets.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor hem
                            toegankelijke school meer dan 6 kilometer bedraagt, verstrekt het
                            college aan de ouders van de leerling, die een school bezoekt zoals
                            bedoeld in artikel 16, eerste lid onder b en artikel 16, tweede lid,
                            bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer of fiets van
                            de leerling indien de leerling naar het oordeel van het college
                            zelfstandig kan reizen met het openbaar vervoer dan wel fiets. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast
                            vervoer aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder
                            artikel 16 bezoekt, indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 17, eerste tot
                            en met derde lid en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer
                            naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd
                            met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar
                            vervoer kan worden teruggebracht;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 17, eerste tot
                            en met derde lid en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar
                            het oordeel van het college onder begeleiding gebruik kan maken van het
                            vervoer per fiets;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 17, eerste tot
                            en met derde lid en door de ouders ten behoeve van het college
                            genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf
                            of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin
                            zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn structurele
                            lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet
                            in staat is – ook niet onder begeleiding – van openbaar vervoer gebruik
                            te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien begeleiding in het aangepaste vervoer vereist is, vergoedt het
                            college geen andere kosten dan de vervoerskosten welke verbonden zijn
                            aan de begeleiding van de leerling in het aangepaste vervoer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college
                                de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen zelf te
                                vervoeren of te laten vervoeren.</al></li><li nr="2."><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                                verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf
                                vervoeren, dan wel laten vervoeren:</al></li><li nr="a."><al>een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien
                                aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het
                                openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid;</al></li><li nr="b."><al>een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto,
                                afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou
                                bestaan op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer,
                                behoudens het bepaalde in het vierde lid.</al></li><li nr="3."><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                                verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan een
                                leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een
                                bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto afgeleid
                                van de Reisregeling binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde
                                lid.</al></li><li nr="4."><al>Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere
                                ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer
                                leerlingen bekostiging ontvangen, afgeleid van de Reisregeling
                                binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt.</al></li><li nr="5."><al>Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening en het college
                                desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling gebruik
                                kan maken van het vervoer per fiets, bekostigt het college aan de
                                ouders een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de
                                fiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland.</al><al></al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.</nr><titel>Bepalingen omtrent weekeinde- en vakantievervoer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Toekenning vervoersvoorziening voor het weekeinde en de vakantie aan
                            in de gemeente wonende ouders</titel></kop><al>Met inachtneming van artikel 3 kent het college desgewenst een
                        vervoersvoorziening voor het weekeinde- en vakantievervoer toe aan de in de
                        gemeente wonende ouders van de leerling die, met het oog op het volgen van
                        voor hem passend (voortgezet) speciaal onderwijs in een internaat of
                        pleeggezin verblijft, volgens het bepaalde in deze paragraaf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kent aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het
                                weekeindevervoer van de leerling voor de, eenmaal per weekeinde
                                gemaakte, reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling
                                verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de
                                weekeinden niet vallen binnen de in het tweede lid bedoelde
                                schoolvakanties.</al></li><li nr="2."><al>Het college kent aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het
                                vakantievervoer van de leerling voor de, eenmaal per schoolvakantie
                                van twee dagen of meer, gemaakte reis van het internaat of het
                                pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders
                                en terug, voor zover de vakantie voorkomt in de schoolgids van de
                                school die de leerling bezoekt.</al></li><li nr="3."><al>Paragraaf 2 en 3 van deze verordening zijn van overeenkomstige
                                toepassing, met uitzondering van artikel 12, eerste lid, aanhef en
                                onder a, en artikel 18, eerste lid, aanhef en onder a.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de regeling niet
                            voorziet</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van het leerlingenvervoer betreffende, waarin
                        deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Afwijken van bepalingen</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen, het vervoer voor onderwijs
                        aangaande, ten gunste van de ouders afwijken van de bepalingen in deze
                        verordening, zonodig na advies te hebben gevraagd aan deskundigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Ontzegging toegang tot vervoer</titel></kop><al>Het college kan een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van
                        aangepast vervoer is verstrekt, tijdelijk of voor de rest van het schooljaar
                        de toegang tot dit vervoer ontzeggen indien bij herhaling is gebleken dat de
                        leerling door agressief gedrag of anderszins de orde in dit vervoer
                        verstoort of de veiligheid van dit vervoer en inzittenden in gevaar
                        brengt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening leerlingenvervoer gemeente Borsele 2015 wordt
                        ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2016 en is voor de
                                eerste maal van toepassing op aanvragen voor het schooljaar
                                2016-2017 of een gedeelte daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening leerlingenvervoer
                                gemeente Borsele 2016. </al></li></lijst></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 juli 2016.</al><al>De voorzitter, De griffier,</al><al></al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>