<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR412911_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening gemeente Boxmeer 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.boxmeer.nl/gemeenteblad">Boxmeer weekblad en website Boxmeer, 26 juli 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Boxmeer 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 212 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-06-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-03-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging wet en regelgeving</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>O-FIN/2014/811</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening gemeente Boxmeer 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke
                            organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het
                            college;</al></li><li nr="-"><al>inkomsten: totaal van de baten voor onttrekking reserves;</al></li><li nr="-"><al>netto schuld: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke
                                    bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak. Onder
                                    bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen,
                                    kortlopende schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke
                                    taak wordt verstaan het totaal van langlopende uitzettingen,
                                    vorderingen, liquide middelen en overlopende activa;</al></li><li nr="-"><al>overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke
                                    rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met
                                    rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere
                                    publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te
                                    bepalen of een onderneming in de vorm van een
                                    personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon deelneemt;</al></li><li nr="-"><al>beleidsveld: onderdeel van een programma bestaande uit een
                                    samenstel van een aantal samenhangende producten of een enkel
                                    product van de productenraming en productenrealisatie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Kalender</titel></kop><al>1.Het college van B en W biedt jaarlijks, voor 1 januari, een
                            bestuurlijke planning (richtlijnen planning en controlcyclus) voor het
                            volgende begrotingsjaar aan de Raad aan. De auditcommissie zal alvorens
                            deze planning definitief door het college wordt vastgesteld betrokken
                            worden bij de opstelling. In deze planning zijn o.a. de data opgenomen
                            met betrekking tot het aanbieden en vaststellen van de Planning en
                            Controlproducten.</al><al>De Planning en Controlcyclus bestaat uit de volgende producten:</al><lijst><li nr="a."><al>Kadernota</al></li><li nr="b."><al>Grondnota</al></li><li nr="c."><al>Begroting</al></li><li nr="d."><al>Algemene begrotingsbijstellingen</al></li><li nr="e."><al>Jaarstukken</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt de programma-indeling vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt op basis van de door het college aan de programma’s
                                toegewezen producten de onderverdeling van de programma’s in
                                beleidsvelden vast<cursief>.</cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante
                                indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van
                                verantwoording over de gemeentelijke productie van goederen en
                                diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke
                                beleid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad stelt vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen
                                naast de verplichte paragrafen in de begroting en rekening kaders
                                wil stellen en wil worden geïnformeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en
                                baten per beleidsveld weergegeven en bij de jaarstukken worden onder
                                elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten per
                                beleidsveld weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt
                                van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
                                investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende
                                investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming
                                van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar
                                weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in
                                aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het
                                Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht
                                gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de
                                begroting, de meerjarenraming en de investeringen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige
                                projecten de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten
                                en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt voor 1 juni aan de raad een nota aan met een
                                voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting
                                voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad
                                stelt deze nota voor 15 juli vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de begroting wordt een post onvoorzien van € 5 per inwoner
                                opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en
                                de lasten per beleidsveld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe
                                investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor
                                autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige
                                nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het
                                vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college informeert de raad vooraf over investeringen groter dan
                                € 100.000 voor zover niet bij de begroting vastgesteld als ze
                                verwacht dat de lasten de geautoriseerde lasten of de
                                investeringsuitgaven de geautoriseerde investeringskredieten dreigen
                                te overschrijden of de baten de geautoriseerde baten dreigen te
                                onderschrijden. De raad geeft vervolgens aan of hij hiervoor een
                                voorstel wil voor wijziging van het budget of een voorstel voor
                                bijstelling van het beleid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het
                                college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde
                                budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het
                                beleid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het
                                vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college
                                vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel
                                met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet
                                aan de raad voor.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad tweemaal per jaar door middel van
                                tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de
                                gemeente over de eerste 3 maanden en de eerste 9 maanden van het
                                lopende boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering
                                en de bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde
                                raming van de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar
                                beleidsvelden alsmede de realisatie en raming van de uitputting van
                                de investeringskredieten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de tussenrapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke
                                ramingen van de baten en de lasten van beleidsvelden en
                                investeringskredieten in de begroting groter dan € 5.000
                                toegelicht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een
                            besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en
                            bedenkingen ter kennis van het college te brengen voorzover het betreft
                            niet bij de begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen
                            inzake:</al><lijst><li nr="a."><al>de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan </al><al>€ 50.000;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan </al><al>€ 100.000;</al></li><li nr="c."><al>nieuwe meerjarige verplichtingen waarvan de jaarlijkse lasten
                                    groter zijn dan€ 15.000.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het
                            collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel
                            3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben
                            overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de
                            begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het
                            college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10. </nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Materiële vaste activa met een meerjarig maatschappelijk nut
                                    worden onder aftrek van bijdragen van derden geactiveerd.</al><al/></li><li nr="2."><al>Materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek
                                    en de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid
                                    bij deze verordening.</al><al/></li><li nr="3."><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten
                                    laste van de exploitatie gebracht.</al><al/></li><li nr="4."><al>Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een
                                    bepaald actief worden lineair in 5 jaar afgeschreven.</al><al/></li><li nr="5."><al>Een saldo voor agio of disagio wordt lineair in 5 jaar
                                    afgeschreven.</al><al/></li><li nr="6."><al>Materiele vaste activa met economisch nut en een
                                    verkrijgingsprijs van minder dan€ 10.000 worden niet
                                    geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en
                                    terreinen worden altijd geactiveerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De stand van de voorziening oninbare vorderingen wordt per 31-12 van
                                het jaar bepaald</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vorderingen worden onderverdeeld in de volgende categorieën</al><lijst><li nr="-"><al>vorderingen belastingen</al></li><li nr="-"><al>vorderingen sociale zaken</al></li><li nr="-"><al>vorderingen overig</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Uitgangspunten vorderingen belastingen:</al><lijst><li nr="a."><al>vorderingen dienstjaar geen storting</al></li><li nr="b."><al>vorderingen van het vorige dienstjaar 50% van de
                                        vorderingen</al></li><li nr="c."><al>vorderingen van het voor vorig dienstjaar en ouder 100% van
                                        de vorderingen</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Uitgangspunten vorderingen sociale zaken:</al><lijst><li nr="a."><al>vorderingen dienstjaar geen storting</al></li><li nr="b."><al>vorderingen van het vorige dienstjaar 50% van de
                                        vorderingen</al></li><li nr="c."><al>vorderingen van het voor vorig dienstjaar 75% van de
                                        vorderingen</al></li><li nr="d."><al>vorderingen van het voor, voor, vorig dienstjaar en ouder
                                        100% van de vorderingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De BBZ vorderingen worden per vordering apart beoordeeld</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Vorderingen overig</al><lijst><li nr="a."><al>Vorderingen huidige dienstjaar 10% van de aangemaande
                                        vorderingen</al></li><li nr="b."><al>vorderingen van het vorige dienstjaar 50% van de
                                        vorderingen</al></li><li nr="c."><al>vorderingen van het voor vorig dienstjaar 75% van de
                                        vorderingen</al></li><li nr="d."><al>vorderingen van het voor, voor, vorig dienstjaar en ouder
                                        100% van de vorderingen</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt de raad eens in de 8 jaar een nota reserves en
                                voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en
                                behandelt:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding van voorzieningen; en</al></li><li nr="c."><al>de rentetoerekening aan reserves en voorzieningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor
                                een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het specifieke doel van de reserve;</al></li><li nr="b."><al>de voeding van de reserve;</al></li><li nr="c."><al>de maximale hoogte van de reserve;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de 2<sup>e</sup> algemene begrotingsbijstelling vindt jaarlijks
                                een actualisatie plaats van de reserves en voorzieningen</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13. Kostprijsberekening</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken
                                    en diensten van de gemeente<cursief>,</cursief> die worden
                                    geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van
                                    kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden
                                    naast de directe kosten de indirecte kosten betrokken, die
                                    rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende
                                    diensten.</al><al/></li><li nr="2."><al>Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen
                                    van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de
                                    betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde
                                    activa en voor rioolheffing en afvalstoffenheffing de
                                    compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de
                                    kosten van het kwijtscheldingsbeleid.</al><al/></li><li nr="3."><al>Voor de inzet van materiele activa worden naast directe kosten,
                                    indirecte kosten en afschrijvingskosten, de rente voor de
                                    financiering van het actief toegerekend. Deze rente is een
                                    vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen en van eigen
                                    vermogen. De rentepercentages voor deze vergoeding worden bij de
                                    behandeling van de begroting vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de levering van goederen, diensten of werken aan
                                overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten
                                de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt
                                tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij
                                afwijking doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten
                                afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek
                                belang van de activiteit wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven
                                en derden brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in
                                rekening. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor
                                een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of
                                garantie wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan
                                overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding
                                van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte
                                middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor
                                een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de
                                kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Raadbesluiten met de motivering van het publiekbelang als bedoeld in
                                de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van:</al><lijst><li nr="a."><al>leveringen van goederen, diensten of werken en het
                                        verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere
                                        overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn
                                        bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die
                                        andere overheid;</al></li><li nr="b."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij
                                        wet opgedragen publiekrechtelijke taak;</al></li><li nr="c."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een
                                        toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor
                                        prijsvoorschriften gelden;</al></li><li nr="d."><al>een bevoordeling van sociale werkplaatsen;</al></li><li nr="e."><al>een bevoordeling van onderwijsinstellingen;</al></li><li nr="f."><al>een bevoordeling van publieke media-instellingen; en</al></li><li nr="g."><al>een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de
                                        staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese
                                        Unie en daarmee verenigbaar is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van
                                de gemeentelijke tarieven voor de OZB, de rioolheffingen, de
                                afvalstoffenheffing, de toeristenbelasting, de forensenbelasting en
                                de leges.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad eens in de 8 jaar een nota aan met de
                                kaders voor de prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen,
                                werken en diensten aan overheidsbedrijven en derden en voor de huren
                                en de erfpachten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren
                                en erfpachten ten opzichte van de kaders uit de nota vooraf een
                                besluit voor aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><al>1.Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie het
                            door de raad vastgestelde treasurystatuut in acht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Financiële organisatie en financieel beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                                geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in
                                        de gemeente als geheel en in de afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                        omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden
                                        en contracten;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de
                                        toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het
                                        maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met
                                        betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en
                                        diensten en de maatschappelijke effecten van het
                                        gemeentelijke beleid;</al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                        doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                        bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                        begroting en relevante wet- en regelgeving; en</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en
                                        van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de
                                        controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en
                                        regelgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder administratie wordt verstaan het systematisch verzamelen,
                                vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van
                                het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke
                                organisatie en de verantwoording die daarover moet worden
                                afgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt zorgt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de interne regels voor taken en bevoegdheden, de
                                    verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                    van de financieringsfunctie;</al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen;</al></li><li nr="f."><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de
                                    lasten en baten aan de producten van de productenraming en de
                                    productenrealisatie;</al></li><li nr="g."><al>het beleid en de interne regels voor de inkoop en de
                                    aanbesteding van goederen, werken en diensten;</al></li><li nr="h."><al>het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de
                                    toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
                                    en</al></li><li nr="i."><al>het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik
                                    en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                                    eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en
                                    verantwoording wordt voldaan. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                                jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de
                                Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                                balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de
                                Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid
                                van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de
                                beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen
                                tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie
                                en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de
                                gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de
                                uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de
                                opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van
                                crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd. Bij afwijkingen in de
                                registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de
                                tekortkomingen Bij afwijkingen in de registratie neemt het college
                                maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20. </nr><titel>Intrekken oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><al>De financiële verordening gemeente Boxmeer vastgesteld door de raad van
                            30 september 2004 en nadien gewijzigd op 2 oktober 2008 wordt
                            ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het
                            begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in
                            werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en
                            bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar
                            waarin deze verordening in werking treedt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21. </nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 augustus
                                    2016.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening
                                    gemeente Boxmeer 2016.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten door de Raad van de gemeente Boxmeer in zijn openbare
                        vergadering van 30 juni 2016.</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>