<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR41279_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders en raads- en commissieleden 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Niet bekend, 08-05-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders en raads- en commissieleden 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-06-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-06-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsvergadering, agendapunt 7, 24-06-2008</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Rechtspositie wethouders en raads- en commissieleden</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Niet van toepassing</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling treedt in werking op 10 juni 2008 en werkt voor wat betreft de artikelen 1 tot en met 13 en 26 tot en met 30 terug tot 16 maart 2006 en voor wat betreft de artikelen 16 tot en met 25 ten aanzien van de op 18 april 2006 beëdigde wethouders terug tot de dag van hun beëdiging. De artikelen 31 tot en met 33 werken voor zover het betreft de leden van de raad en commissieleden terug tot en met 16 maart 2006. de artikelen 31 tot en met 34 werken voor zover het op 18 april 2006 beëdigde wethouders betreft terug tot en met de dag van hun beëdiging .</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders, raadsleden en steunfractieleden
                2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsbesluit nr. 7</al><al/><al>Betreft: Vaststellen gewijzigde Verordening rechtspositie wethouders,
                        raadsleden, en commissieleden</al><al/><al>De raad van de gemeente Tynaarlo;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 juni 2008;</al><al>gelet op de artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147 van
                        de Gemeentewet;</al><al>gelet op het Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit
                        raads- en commissieleden;</al><al/><al><vet>B E S L U I T:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>de onderstaande gewijzigde verordening rechtspositie wethouders,
                                raads- en commissieleden met terugwerkende kracht, afhankelijk van
                                datum beëdiging van wethouders en raadsleden vast te stellen;</al></li><li nr="2."><al>de kosten te dekken voor de jaren 2006 tot en met 2008 vanuit de
                                post onvoorzien incidenteel; </al></li><li nr="3."><al>ingaande 2009 bedragen op te nemen in de begroting voor de
                                tegemoetkoming ziektekosten en kosten van een
                                internetabonnement;</al></li><li nr="4."><al>de verlaging van de vaste onkostenvergoeding voor wethouders met de
                                component telefoonkosten in te laten gaan op 1 juli 2008.</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                    maart 1994, Stb. 243;</al></li><li nr="c."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></li><li nr="d."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van
                                    20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders;</al></li><li nr="e."><al>Verplaatsingskostenregeling 1989; het besluit van de minister
                                    van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr.
                                    AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212;</al></li><li nr="f."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt.
                                    56;</al></li><li nr="g."><al>Reisregeling buitenland: het besluit van de minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011,
                                    Stcrt.181;</al></li><li nr="h."><al>raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder;</al></li><li nr="i."><al>griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="j."><al>gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
                                    Gemeentewet. </al></li><li nr="k."><al>steunfractielid: een lid van een politieke partij die in de
                                    gemeenteraad is vertegenwoordigd en als zodanig is beëdigd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                            van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het
                            door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor
                            gemeenteklasse 9 vastgestelde maximum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
                                verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 9,
                                vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                commissieleden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                                artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting
                                1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt
                                aangemerkt, is in afwijking van het eerste lid de onkostenvergoeding
                                gelijk is aan het bedrag voor gemeenteklasse 9, vermeld in tabel III
                                van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is
                                geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid
                                is geweest.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte
                                kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente
                                ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur
                                vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                        taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                        gemaakte noodzakelijke reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van
                                        de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van
                                        de Regeling rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                            reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid
                            vergoed. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als het Presidium van mening is dat deelname van algemeen belang is
                                in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><al>Op aanvraag verleent het college het raadslid een tegemoetkoming voor
                            gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software,
                            overeenkomstig de Verordening “Faciliteitenregeling bestuurders gemeente
                            Tynaarlo”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kinderopvang</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op
                                aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende
                                spaarloonregeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan
                                deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van
                                de Wet op de loonbelasting 1964. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het
                                raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10a</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel
                                        4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting
                                        1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking
                                        wordt aangemerkt kan deelnemen aan de fietsregeling als
                                        bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling
                                        loonbelasting 2001. Naar keuze van het raadslid wordt de
                                        raadsvergoeding dan wel vaste onkostenvergoeding verminderd
                                        met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de
                                        Uitvoeringsregeling.</al></li><li nr="2."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet
                                        bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de
                                        gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden voor de werkzaamheden, bedoeld in
                            artikel 2, kan op verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval
                            hij een uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke
                            arbeidsongeschiktheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                                Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die
                                wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het
                                uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel
                                2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid
                                ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd
                                tot het bedrag van bedoelde korting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit
                                Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na
                                toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane
                                korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
                                raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde
                                vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt
                                deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag
                                van bedoelde korting. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                                gemeenteraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan
                                30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad
                                waarneemt, ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in
                                artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van
                                de waarneming. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
                                onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13a</nr><titel>Ziektekostenvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De tegemoetkoming in de kosten van een
                                        ziektekostenverzekering als bedoeld in artikel 11 van het
                                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden bedraagt €
                                        175,00 per jaar.</al></li><li nr="2."><al>In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het
                                        kalenderjaar lid van de raad is geweest ontvangt hij de
                                        tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar
                                        evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar
                                        raadslid is geweest.</al></li><li nr="3."><al>De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste
                                        lid, geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13b</nr><titel>Voorzieningen bij tijdelijk 
                                ontslag wegens zwangerschap en bevalling of ziekte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De artikelen 2 tot en met 4, 8, 10 tot en met 12 en 13a
                                        blijven van toepassing op het raadslid aan wie ingevolge
                                        artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend
                                        wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien
                                        verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op
                                        grond van artikel 3, eerste of tweede lid, ontvangt de helft
                                        bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepaling van
                                        toepassing is.</al></li><li nr="2."><al>De artikelen 1 tot en met 7, 8, eerste, tweede, vierde en
                                        vijfde lid, en 11 tot en met 13a van deze verordening zijn
                                        van toepassing op raadsleden die tijdelijk worden benoemd
                                        ter vervanging van een raadslid dat ingevolge artikel X10
                                        van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft verkregen wegen
                                        zwangerschap en bevalling of ziekte.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschap verbonden
                            kosten is gelijk aan het bedrag vermeld in artikel 25 van het
                            Rechtspositiebesluit wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>De tegemoetkoming voor het reizen tussen zijn woning en de plaats van
                            tewerkstelling van de wethouder is gelijk aan de vergoeding bedoeld in
                            artikel 3 van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 15
                            vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van andere dan de in
                            artikel 15 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt. </al><al>De vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi:
                                    een volledige vergoeding van de reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als
                                    bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie
                                    wethouders;</al></li><li nr="c."><al>een vergoeding van noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte
                                    verblijfkosten </al></li><li nr="d."><al>op aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke reizen van de
                                    wethouder gesaldeerd overeenkomstig de regeling voor
                                    gemeentelijk personeel. Indien geen regeling als bedoeld in de
                                    eerste volzin is vastgesteld, vindt op aanvraag saldering van de
                                    reiskosten voor de zakelijke reizen van de wethouder plaats
                                    overeenkomstig artikel 4a van de Reisregeling binnenland,
                                    artikel 2a van Reisregeling buitenland en artikel 13a van de
                                    krachtens het Verplaatsingskostenbesluit 1989 vastgestelde
                                    Verplaatsingskostenregeling 1989.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Op aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke reizen van de
                                    wethouder gesaldeerd overeenkomstig de regeling voor
                                    gemeentelijk personeel. Indien geen regeling als bedoeld in de
                                    eerste volzin is vastgesteld vindt op aanvraag saldering van de
                                    reiskosten voor de zakelijke reizen van de wethouder plaats
                                    overeenkomstig artikel 4a van de Reisregeling binnenland,
                                    artikel 2a van de Reisregeling buitenland en artikel 13a van de
                                    krachtens het Verplaatsingskostenbesluit 1989 vastgestelde
                                    Verplaatsingskostenregeling 1989.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Dienstauto</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan voor reizen ten behoeve van de gemeente gebruik
                                    maken van een dienstauto met of zonder chauffeur. Onder
                                    dienstauto wordt voor de toepassing van dit artikel mede
                                    verstaan een door de gemeente ingehuurde auto.</al></li><li nr="2."><al>De dienstauto met of zonder chauffeur kan door de wethouder ook
                                    worden gebruikt voor het reizen tussen de woning en de plaats
                                    van tewerkstelling en voor reizen ten behoeve van nevenfuncties
                                    die de wethouder vervult uit hoofde van zijn ambt. </al></li><li nr="3."><al>Indien de wethouder op grond van artikel 15 een tegemoetkoming
                                    ontvangt in de reiskosten tussen de woning en de plaats van
                                    tewerkstelling wordt een korting op die tegemoetkoming toegepast
                                    ter grootte van </al><lijst><li nr="a."><al>1/20 deel van de tegemoetkoming in de betreffende maand voor
                                    elke dag waarop zowel van de woning naar de plaats van
                                    tewerkstelling als omgekeerd van de plaats van tewerkstelling
                                    naar de woning gebruik is gemaakt van de dienstauto;</al></li><li nr="b."><al>1/40 deel van de tegemoetkoming in de betreffende maand voor
                                    elke dag waarop alleen hetzij van de woning naar de plaats van
                                    tewerkstelling hetzij omgekeerd van de plaats van tewerkstelling
                                    naar de woning gebruik is gemaakt van de dienstauto;</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Indien de wethouder voor reizen ten behoeve van in het tweede
                                    lid bedoelde nevenfuncties gebruik maakt van de gemeentelijke
                                    dienstauto en daarvoor ook een vergoeding van reiskosten
                                    ontvangt wordt die vergoeding in de gemeentelijke kas
                                    gestort.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                    Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                    reis- en verblijfkosten vergoed. </al></li><li nr="2."><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                    zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf
                                    toestemming van het college vereist. De gemeenteraad kan aan
                                    deze toestemming voorwaarden verbinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen,
                                    congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang
                                    door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen
                                    voor rekening van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar
                                    of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt
                                    aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag
                                    in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en
                                    een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de
                                    gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de
                                    uitoefening van het ambt van wethouder. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Computer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op aanvraag worden de wethouder ten laste van de gemeente voor
                                    de uitoefening van het ambt een computer, bijbehorende
                                    apparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld.
                                </al></li><li nr="2."><al>Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met
                                    een ten laste van de gemeente ter beschikking gestelde computer,
                                    bijbehorende apparatuur en software als bedoeld in het eerste
                                    lid ontvangt de wethouder ten laste van de gemeente op aanvraag
                                    per jaar een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde
                                    daarvan voor een periode van maximaal drie jaar. Daarbij wordt
                                    ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde van de computer,
                                    bijbehorende apparatuur en software welke het college aan
                                    wethouders in bruikleen te beschikking stelt.</al></li><li nr="3."><al>Indien geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter
                                    beschikking is gesteld, verleent het college de wethouder op
                                    aanvraag voor de uitoefening van het ambt voor een periode van
                                    maximaal drie jaar een tegemoetkoming van 30% van de
                                    aanschafwaarde voor:</al><lijst><li nr="a."><al>aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software,
                                    of</al></li><li nr="b."><al>gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en
                                    software.</al><al>Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde van de
                            computer, bijbehorende apparatuur en software welke het college aan de
                            wethouders in bruikleen ter beschikking stelt.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Op aanvraag worden de wethouder de aanlegkosten voor de
                                    internetverbinding volledig en de internetabonnementskosten
                                    wordt ten hoogste € 19,95 per maand beschikbaar gesteld.</al></li><li nr="5."><al>De wethouder ondertekent voor de bruikleen een
                                    bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></li><li nr="6."><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
                                    vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op aanvraag wordt de wethouder voor de uitoefening van zijn ambt
                                    een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met
                                    de gemeente.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
                                    vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk
                                personeel geldende spaarloonregeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in
                                artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de
                                wethouder gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23a</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld
                                        in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001.
                                        Naar keuze van de wethouder wordt de bezoldiging dan wel
                                        vaste onkostenvergoeding dan wel eindejaarsuitkering
                                        verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de
                                        Uitvoeringsregeling.</al></li><li nr="2."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet
                                        bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de
                                        gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de
                                gemeente beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op
                                vergoeding van:</al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in
                                        artikel 1 van de Regeling rechtspositie wethouders;</al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 Regeling
                                        rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Kinderopvang</titel></kop><al>(vervallen).</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een
                                    commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het
                                    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het
                                    door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
                                    voor gemeenteklasse 3 vastgestelde maximum.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene
                                    die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de
                                    werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet
                                    ontvangt.</al></li><li nr="3."><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een
                                    commissie</al><lijst><li nr="a."><al>als raadslid of wethouder;</al></li><li nr="b."><al>uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een
                                    ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie
                                    bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt
                                    gesubsidieerd;</al></li><li nr="c."><al>als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling,
                                    organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de
                                    commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang
                                    dient.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een
                                    hogere vergoeding vaststellen, ten aanzien van </al><lijst><li nr="a."><al>een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere
                                    beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie
                                    voor deelname aan haar werkzaamheden is aangetrokken, en</al></li><li nr="b."><al>een lid van een commissie ten aanzien waarvan de vergoeding niet
                                    geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de
                                    zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten
                                    arbeid.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><al>Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is en niet
                            in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is benoemd
                            worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de
                            commissie vergoed. </al><al>De vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi:
                                    een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
                                    noodzakelijke reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de
                                    in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig
                                    de bedragen in artikelen 4 van de Regeling rechtspositie
                                    wethouders;</al></li><li nr="c."><al>de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter
                                    zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden
                                    aan het commissielid overeenkomstig het bepaalde in artikel 4,
                                    onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad
                                    toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het
                                    buitenland. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden
                                    verbinden.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of
                                    vanwege de gemeente georganiseerd.</al></li><li nr="3."><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                    rekening van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een commissielid aan cursussen,
                                    congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang
                                    door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd komen
                                    voor rekening van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het commissielid dat wil deelnemen aan een cursus, congres,
                                    seminar of symposium dat nieet door of namens de gemeente wordt
                                    aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag
                                    in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en
                                    een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de
                                    gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de
                                    vervulling van het commissielidmaatschap.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Computer</titel></kop><al>Op aanvraag verleent het college een steunfractielid, dat voor de
                            uitvoering van zijn fractiewerkzaamheden gebruik maakt van een eigen
                            computer, bijbehorende apparatuur en software, daarvoor een
                            tegemoetkoming. Deze vergoeding komt overeen met dat van een raadslid en
                            wordt eens per jaar in december uitbetaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door </al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of</al></li><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6,
                                    16, 19, 24 en 27 wordt gebruik gemaakt van een
                                    declaratieformulier, waarvan het model door het college is
                                    vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit zijn
                                    betaald.</al></li><li nr="2."><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend.
                                    Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder of het commissielid
                                    dient het declaratieformulier binnen 2 maanden bij de griffier,
                                    onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of een door hem
                                    aangewezen ambtenaar in, onder bijvoeging van de originele
                                    bewijsstukken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 16, 19, 20
                                    en 24 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door
                                    het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord
                                    ondertekende factuur aan de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door
                                    het begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                                    vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen.</al></li><li nr="3."><al>Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het
                                    begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden in bij de
                                    griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of de door hem
                                    aangewezen ambtenaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Gebruik creditcard</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding van kosten als bedoeld in de artikelen 16, 19 en
                                    24 kan plaatsvinden door gebruikmaking van de gemeentelijke
                                    creditcard.</al></li><li nr="2."><al>Een gemeentelijke creditcard wordt de wethouder op aanvraag in
                                    bruikleen ter beschikking gesteld voor het doen van uitgaven die
                                    voor vergoeding of tegemoetkoming ten laste van de gemeente in
                                    aanmerking komen. Aan de verstrekking van de creditcard kunnen
                                    voorwaarden worden verbonden.</al></li><li nr="3."><al>De gemeentesecretaris draagt zorg voor de aanvraag, verstrekking
                                    en intrekking van gemeentelijke creditcards. Bij de aanvraag
                                    wordt aangegeven of een persoonlijke pincode voor het opnemen
                                    van contant geld gewenst wordt.</al></li><li nr="4."><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door
                                    het begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                                    vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen.</al></li><li nr="5."><al>Het begeleidingsformulier en de factuur worden binnen 2 maanden
                                    ingediend bij de gemeentesecretaris of de door hem aangewezen
                                    ambtenaar.</al></li><li nr="6."><al>Bij beëindiging van het ambt van wethouder wordt de creditcard
                                    onverwijld ingeleverd.</al></li><li nr="7."><al>Verlies of diefstal van de creditcard wordt direct gemeld bij de
                                    betreffende creditcardmaatschappij en zo spoedig mogelijk ook
                                    bij de gemeente. Het eigen risico bij verlies en diefstal komt
                                    mits is voldaan aan de daarvoor geldende regels, voor rekening
                                    van de gemeente.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De verordening Voorzieningen wethouders, raadsleden 2006, vastgesteld
                            door de raad op 12 september 2006, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 24 juni 2008 en werkt voor wat
                            betreft de artikelen 1 tot en met 13 en 26 tot en met 30 terug tot 16
                            maart 2006 en voor wat betreft de artikelen 16 tot en met 25 ten aanzien
                            van de op 18 april 2006 beëdigde wethouders terug tot de dag van hun
                            beëdiging. De artikelen 31 tot en met 33 werken voor zover het betreft
                            de leden van de raad en commissieleden terug tot en met 16 maart 2006.
                            de artikelen 31 tot en met 34 werken voor zover het op 18 april 2006
                            beëdigde wethouders betreft terug tot en met de dag van hun
                            beëdiging.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders en raads- en commissieleden 2007.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 24 juni 2008</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Vries, 24 juni 2008</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>A.Kalk, plv. voorzitter</ondertekening><ondertekening>J.L. de Jong, griffier</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>