<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR412594_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening Tilburg 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-100338.html">GB 100338 21 juli 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening Tilburg 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Huisvestingswet 2014; Gemeentewet art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-07-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-09-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016_385</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvestingsverordening Tilburg 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Aanvrager:</cursief> de eigenaar van de woonruimte of
                                    het woongebouw, waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel
                                    21 of 22 van de wet wordt aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al><cursief>Bedrijvige Linten: </cursief>linten die zich kenmerken
                                    door relatief veel doorgaand verkeer met veel bedrijven en
                                    winkels (meer dan 20%) conform de definitie in de Structuurvisie
                                    Linten in de oude stad; </al></li><li nr="c."><al><cursief>College:</cursief>het college van burgemeester en
                                    wethouders;</al></li><li nr="d."><al><cursief>Corporatie: </cursief>toegelaten instelling als bedoeld
                                    in artikel 70 van de Woningwet;</al></li><li nr="e."><al><cursief>Huishouden:</cursief> een alleenstaande, dan wel twee
                                    of meer personen die hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben
                                    en een duurzame gezamenlijke huishouding voeren;</al></li><li nr="f."><al><cursief>Mantelzorg: </cursief>Mantelzorg is langdurige,
                                    intensieve niet georganiseerde zorg, die niet in het kader van
                                    een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een zorgvrager door
                                    een of meer leden uit diens omgeving, waarbij de zorgverlening
                                    rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie.</al></li><li nr="g."><al><cursief>Omzetting (=Kamerverhuur):</cursief> het omzetten van
                                    zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte waarbij
                                    verhuur aan 3 of meer personen plaatsvindt;</al></li><li nr="h."><al><cursief>Onttrekking:</cursief> het gebruiken van woonruimte
                                    voor een ander functie dan wonen;</al></li><li nr="i."><al><cursief>Onzelfstandige woonruimte:</cursief>woonruimte die geen
                                    eigen huisnummer heeft, of waarbij keuken en/of toilet en/of
                                    douche worden gedeeld.</al></li><li nr="j."><al><cursief>Pand:</cursief> De kleinste bij de totstandkoming
                                    functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die
                                    direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en
                                    afsluitbaar is.</al></li><li nr="k."><al><cursief>Taxatierapport:</cursief> het taxatierapport conform de
                                    European Valuation Standards (EVS) opgesteld en gevalideerd door
                                    het Nederlands Woning Waarde Instituut.</al></li><li nr="l."><al><cursief>Wet:</cursief> Huisvestingswet 2014;</al></li><li nr="m."><al><cursief>Woningvorming:</cursief> verbouwen van een woonruimte
                                    tot twee of meer zelfstandige woonruimten, ook wel bouwkundige
                                    splitsing genoemd;</al></li><li nr="n."><al><cursief>Woongebouw:</cursief> een aaneengesloten groep
                                    woonruimten die als eenheid is aangewezen;</al></li><li nr="o."><al><cursief>Woonruimte:</cursief> besloten woonruimte die, al dan
                                    niet te samen met andere ruimten, bestemd of geschikt is voor
                                    bewoning door een huishouden;</al></li><li nr="p."><al><cursief>Zelfstandige woonruimte (=woning): </cursief>woonruimte
                                    met een eigen huisnummer en beschikkend over een eigen keuken,
                                    toilet en douche/bad.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Wijzigingen in de woonruimtevoorraad</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Vergunning voor onttrekking, omzetting en woningvorming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om een woonruimte, zonder vergunning als
                                        bedoeld in artikel 21 van de wet: </al><lijst><li nr="a."><al>anders dan ten behoeve van de bewoning of het
                                                gebruik als kantoor of praktijkruimte door de
                                                eigenaar aan de bestemming tot bewoning te
                                                onttrekken;</al></li><li nr="b."><al>van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te
                                                zetten, waarbij verhuur aan drie of meer personen
                                                plaatsvindt;</al></li><li nr="c."><al>te verbouwen tot twee of meer zelfstandige
                                                woonruimten.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vergunningplicht heeft betrekking op alle woonruimte
                                        binnen de bebouwde kom van de gemeente Tilburg; </al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste lid 1 sub a is niet van
                                        toepassing op woonruimte, die geheel of gedeeltelijk wordt
                                        onttrokken aan de bestemming tot bewoning, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>De onttrekking plaatsvindt voor het uitoefenen van
                                                een beroep of bedrijf, niet zijnde kantoor of
                                                praktijkruimte aan huis, dat is toegestaan volgens
                                                het geldende bestemmingsplan;</al></li><li nr="b."><al>De onttrekking plaatsvindt voor het slopen van het
                                                pand, waarvoor een sloopmelding is ingediend welke
                                                voldoet aan de vereisten van het Bouwbesluit, of
                                                waarvoor een omgevingsvergunning is verleend.</al></li><li nr="c."><al>Er een omgevingsvergunning is verleend voor het
                                                geheel of gedeeltelijk onttrekken van een
                                                woonruimte;</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het bepaalde in het eerste lid sub b, is niet van toepassing
                                        op woonruimte, die in het bezit is van de Tilburgse
                                        corporaties, waarmee de gemeente een convenant heeft
                                        gesloten, mits:</al><lijst><li nr="a."><al>de omzetting is toegestaan op grond van het
                                                bestemmingsplan, dan wel afwijking hiervan mogelijk
                                                is;</al></li><li nr="b."><al>het huisvesten van bijzondere doelgroepen betreft
                                                waarvoor expliciet afspraken zijn gemaakt in de
                                                Woonvisie, het Convenant Wonen of waarvoor een
                                                wettelijke taakstelling geldt.</al></li><li nr="c."><al>de omzetting van dergelijke panden wordt aangemeld
                                                en afgemeld als het pand weer als zelfstandige
                                                woonruimte in gebruik is.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in het eerste lid sub c, is niet van toepassing
                                        als de eigenaar de woonruimte wil verbouwen tot twee
                                        woonruimten in verband met mantelzorg; </al></li><li nr="6."><al>Het bepaalde in het eerste lid sub c is niet van toepassing
                                        op woonruimte in eigendom van de Tilburgse corporaties
                                        waarmee een convenant is gesloten, in verband met:</al><lijst><li nr="a."><al>mantelzorg;</al></li><li nr="b."><al>gewenste differentiatie;</al></li><li nr="c."><al>het huisvesten van bijzondere doelgroepen betreft
                                                waarvoor expliciet afspraken zijn gemaakt in de
                                                Woonvisie, het Convenant Wonen of waarvoor een
                                                wettelijke taakstelling geldt.</al></li></lijst></li></lijst><al>Mits de woningvorming is toegestaan op grond van het
                                bestemmingsplan, dan wel afwijking hiervan mogelijk is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Procedure aanvraag vergunning voor onttrekking, omzetting en
                                    woningvorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 21 van de wet wordt door de
                                    eigenaar ingediend bij het college, via een daartoe beschikbaar
                                    te stellen formulier, waarbij is aangegeven welke gegevens of
                                    stukken de aanvrager moet verstrekken met het oog op de
                                    beoordeling van de aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag mag meer dan één gebouw betreffen, als de aanvraag
                                    betrekking heeft op met elkaar samenhangende gebouwen en een
                                    gezamenlijke beoordeling zich hiertegen niet verzet;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de aanvraag wordt een gevalideerd taxatierapport dat niet
                                    ouder is dan 6 maanden bijgevoegd, dat in elk geval de volgende
                                    gegevens bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>De naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>De straat, het huisnummer en de kadastrale ligging van
                                            de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="c."><al>de plattegronden en dwarsdoorsneden van de bestaande
                                            situatie op schaal;</al></li><li nr="d."><al>een beschrijving van het achterstallig onderhoud;</al></li><li nr="e."><al>aanwezigheid en het g.b.o. van een gemeenschappelijke
                                            berg- stallingsruimte voor fietsen en
                                            afvalcontainers;</al></li><li nr="f."><al>Gegevens over de beoogde situatie: </al><lijst><li nr="-"><al>de bestemming;</al></li><li nr="-"><al>bouwtekening/ omgevingsvergunning; </al></li></lijst></li><li nr="g."><al>Toelichting op de aanvraag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan het overleggen van andere bescheiden verlangen,
                                    indien zij dit voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijk
                                    acht;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college neemt een besluit op de aanvraag binnen acht weken
                                    na de datum van ontvangst van de aanvraag;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De termijn bedoeld onder lid 5 kan eenmaal worden verlengd met
                                    ten hoogste zes weken.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college kan na schriftelijk verzoek van de vergunninghouder
                                    besluiten de tenaamstelling van een verleende vergunning
                                    wijzigen. De wijziging tenaamstelling kan worden geweigerd in
                                    het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van
                                    de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                    bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Voorwaarden en voorschriften</titel></kop><al>Het college kan aan de vergunning voorwaarden en voorschriften
                                verbinden, zoals:</al><lijst><li nr="a."><al>De termijn waarbinnen van de vergunning gebruik moet worden
                                        gemaakt;</al></li><li nr="b."><al>Bij omzetting een minimaal vereiste gebruiksoppervlakte per
                                        bewoner en een maximum aantal bewoners dat gebruik mag maken
                                        van het kamerverhuurpand;</al></li><li nr="c."><al>Ingeval van woningvorming een minimaal gebruiksoppervlakte
                                        per te vormen woonruimte;</al></li><li nr="d."><al>Het realiseren van een (inpandige) gemeenschappelijke
                                        bergruimte voor afvalcontainers en fietsen;</al></li><li nr="e."><al>Maatregelen om een geordend woon- en leefmilieu te
                                        waarborgen;</al></li><li nr="f."><al>Het herstel van achterstallig onderhoud</al></li><li nr="g."><al>Bouwtechnische voorzieningen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan worden
                                    geweigerd als:</al><lijst><li nr="a."><al>Naar het oordeel van het college het belang van het
                                            behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad met
                                            het oog op schaarste en leefbaarheid groter is dan het
                                            met de onttrekking, omzetting of woningvorming gediende
                                            belang;</al></li><li nr="b."><al>Het onder 1 a. als eerste genoemde belang niet voldoende
                                            kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en
                                            voorschriften aan de vergunning;</al></li><li nr="c."><al>De toestand van het gebouw waarop de aanvraag betrekking
                                            heeft zich uit oogpunt van indeling of staat van
                                            onderhoud geheel of ten dele tegen omzetting of
                                            woningvorming verzet;</al></li><li nr="d."><al>Het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een
                                            onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en
                                            leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand;</al></li><li nr="e."><al>Vergunningverlening zou leiden tot strijdigheid met het
                                            bestemmingsplan, of met een omgevingsvergunning op grond
                                            waarvan afgeweken mag worden van het
                                            bestemmingsplan;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan eveneens
                                    worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden als
                                    bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
                                    integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Intrekken vergunning</titel></kop><al>Het college kan een vergunning intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>Niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is
                                        geworden, de aanvrager is overgegaan tot onttrekking,
                                        omzetting, of omvorming;</al></li><li nr="b."><al>De vergunning is verleend op grond van door de
                                        vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of
                                        redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                        waren;</al></li><li nr="c."><al>Niet wordt voldaan aan de bij de vergunning gestelde
                                        voorwaarden en voorschriften.</al></li><li nr="d."><al>Het handhaven van de vergunning leidt tot een onaanvaardbare
                                        inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving
                                        van het betreffende pand, dan wel tot verstoring van de
                                        openbare orde, veiligheid of gezondheid;</al></li><li nr="e."><al>Het pand waarvoor de vergunning is afgegeven een jaar of
                                        langer niet in gebruik is als onzelfstandige
                                        woonruimte.</al></li><li nr="f."><al>De vergunninghouder hier schriftelijk om verzoekt.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2.</nr><titel>Vergunning voor splitsing in appartementsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gebouwen bevattende woonruimte mogen niet zonder vergunning als
                                    bedoeld in artikel 22 van de wet gesplitst worden in
                                    appartementsrechten als bedoeld in artikel 106 , eerste en
                                    vierde lid, boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, indien een of
                                    meer appartementsrechten de bevoegdheid bevatten tot het gebruik
                                    van een of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een nieuw op te richten gebouw, waarbij appartementen
                                            voldoen aan de vereisten voor nieuwbouw en waarvoor een
                                            omgevingsvergunning is verleend; </al></li><li nr="b."><al>een gebouw waarbij na reconstructie appartementen
                                            ontstaan, die voldoen aan de vereisten voor nieuwbouw en
                                            waarvoor een omgevingsvergunning is verleend;</al></li><li nr="c."><al>aanpassingen van een reeds bestaande splitsingsakte,
                                            mits er geen extra splitsing van de eigendomsrechten
                                            plaatsvindt;</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Procedure aanvraag vergunning voor kadastrale
                                    splitsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 22 van de wet wordt door de
                                    eigenaar ingediend bij het college, via een daartoe beschikbaar
                                    te stellen formulier, waarbij is aangegeven welke gegevens of
                                    stukken de aanvrager moet verstrekken met het oog op de
                                    beoordeling van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>De naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>Het adres van het gebouw en de kadastrale ligging van de
                                            woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="c."><al>Een splitsingstekening als bedoeld in artikel 109,
                                            tweede lid van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;</al></li><li nr="d."><al>Een taxatierapport dat niet ouder is dan 6 maanden en
                                            gevalideerd is door het Nederlands Woning Waarde
                                            Instituut.</al></li><li nr="e."><al>De motivering van de aanvraag;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college neemt een besluit op de aanvraag binnen acht weken
                                    na de datum van ontvangst van de aanvraag;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De termijn bedoeld onder lid 3 kan eenmaal worden verlengd met
                                    ten hoogste zes weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Voorwaarden en voorschriften</titel></kop><al>Het college kan aan de vergunning voorwaarden en voorschriften
                                verbinden:</al><lijst><li nr="a."><al>De termijn waarbinnen van de vergunning gebruik moet worden
                                        gemaakt;</al></li><li nr="b."><al>De indeling en het gebruiksoppervlak per
                                        eigendomsrecht;</al></li><li nr="c."><al>Het realiseren van een (inpandige) gemeenschappelijke
                                        bergruimte voor afvalcontainers en fietsen;</al></li><li nr="d."><al>Maatregelen om een geordend woon- en leefmilieu te
                                        waarborgen;</al></li><li nr="e."><al>Het herstel van achterstallig onderhoud;</al></li><li nr="f."><al>Bouwtechnische voorzieningen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 22 van de wet kan worden
                                    geweigerd als:</al><lijst><li nr="a."><al>Naar het oordeel van het college het belang van het
                                            behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter
                                            is dan het met de splitsing gediende belang;</al></li><li nr="b."><al>De toestand van het gebouw waarop de aanvraag betrekking
                                            heeft zich uit oogpunt van indeling of staat van
                                            onderhoud geheel of ten dele tegen splitsing
                                            verzet;</al></li><li nr="c."><al>Het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een
                                            onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en
                                            leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand;</al></li><li nr="d."><al>Het onder a gediende belang, dan wel de onder b en c
                                            genoemde situatie niet voldoende kan worden gediend door
                                            het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de
                                            vergunning;</al></li><li nr="e."><al>Vergunningverlening zou leiden tot strijdigheid met het
                                            bestemmingsplan, of met een omgevingsvergunning op grond
                                            waarvan afgeweken mag worden van het bestemmingsplan.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 22 van de wet kan eveneens
                                    worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden als
                                    bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
                                    integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><al>Het college kan een splitsingsvergunning intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>Niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is
                                        geworden, is overgegaan tot inschrijving in openbare
                                        registers van de akte van splitsing in appartementsrechten,
                                        bedoeld in artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk
                                        Wetboek, of tot het verlenen van deelnemings- of
                                        lidmaatschapsrechten; </al></li><li nr="b."><al>De vergunning is verleend op grond van door de
                                        vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of
                                        redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                        waren;</al></li><li nr="c."><al>Niet wordt voldaan aan de bij de vergunning gestelde
                                        voorwaarden en voorschriften.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de toepassing
                            van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt
                            ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Bestuurlijke boete</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van de verboden, bedoeld in de artikelen 21 of 22 van de
                                wet, of het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften,
                                bedoeld in artikel 24 van de wet, kan worden beboet met een
                                bestuurlijke boete. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De boete voor overtreding van de verboden, bedoeld in de artikelen
                                21 en 22 van de wet, of voor het handelen in strijd met de
                                voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 24 van de wet,
                                bedraagt maximaal € 20.250,-. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verordening treedt in werking op 1 augustus 2016.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met ingang van die dag vervalt de Huisvestingsverordening, zoals
                                vastgesteld door de gemeenteraad van Tilburg bij besluit van 1 juni
                                2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald onder de naam Huisvestingsverordening
                            Tilburg 2016.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Huisvestingsverordening 2016 Tilburg</titel></kop><al>Voor de toelichting is deels gebruik gemaakt van de
                    Model-huisvestingsverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en
                    deels betreft het een invulling op basis van de lokale situatie. </al><al>De Huisvestingswet 2014 (hierna: wet) biedt gemeenten de mogelijkheid om in te
                    grijpen in de verdeling van woonruimte en de samenstelling van de
                    woonruimtevoorraad. </al><al>Sinds 1 juli 2013 heeft Tilburg een vergunningplicht voor wijzigingen in de
                    woningvoorraad. Het is niet toegestaan om zonder vergunning van het college
                    zelfstandige woonruimte om te zetten in onzelfstandige woonruimte
                    (kamerverhuur), voor andere doeleinden dan wonen te gebruiken en woonruimte te
                    splitsen van één eigendomsrecht in meerdere eigendomsrechten. </al><al>De redenen van destijds om een huisvestingsverordening in te voeren zijn ook nu
                    nog actueel. Er is sprake van schaarste in de goedkope woningvoorraad. Verwezen
                    wordt naar het Rigo-rapport uit 2014. De primaire doelgroep groeit de komende
                    jaren en het Rigo heeft berekend dat er een extra behoefte is van ruim 1.600
                    woningen in het goedkope segment. Binnenkort zal Rigo opnieuw onderzoek doen
                    naar de omvang van de doelgroep. De verwachting is dat de behoefte aan goedkope
                    woningen is toegenomen. De bestaande woningvoorraad dient daarom op peil te
                    blijven qua aantal, prijs en kwaliteit en voldoende gedifferentieerd te zijn, om
                    ieder naar wens te kunnen huisvesten. </al><al>Naast het belang van het behoud van de woningvoorraad blijft ook de leefbaarheid
                    in wijken en buurten een belangrijk motief voor het hanteren van het
                    vergunningsstelsel voor omzetting, onttrekking, woningvorming en splitsing. </al><al>Met behulp van het vergunningstelsel voor wijzigingen in de woonruimtevoorraad
                    kan Tilburg grip blijven houden op de samenstelling en omvang van de
                    woningvoorraad en op het woon- en leefmilieu in woonbuurten. </al><tussenkop>Toelichting Artikelsgewijs</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepalingen</tussenkop><al>De begrippen zijn grotendeels overgenomen uit de Huisvestingsverordening 2015.
                    Toelichting wordt gegeven op de nieuwe begrippen.</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Aanvrager:</cursief> In de wet is aangegeven dat de eigenaar de
                            vergunning moet aanvragen. Het komt evenwel voor dat iemand een pand wil
                            kopen, maar eerst wil toetsen of hij een vergunning krijgt. Een
                            potentiele eigenaar kan ook een vergunning aanvragen.</al></li><li nr="b."><al><cursief>Bedrijvige linten:</cursief> deze definitie is gebaseerd op de
                            'Structuurvisie Linten in de Oude Stad'; Bedrijvige linten kenmerken
                            zich door relatief veel doorgaand verkeer met veel bedrijven en winkels
                            (meer dan 20%). Samen met de ringbanen vormen de ‘bedrijvige linten’ het
                            huidige ontsluitingssysteem voor auto’s in de Oude Stad. De kaart is
                            digitaal gekoppeld aan www.tilburg.nl. </al></li><li nr="f."><al><cursief>Huishouden:</cursief> Van een gezamenlijke huishouding is
                            sprake indien twee of meer personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning
                            hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het
                            leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel
                            anderszins. Er is sprake van een onderlinge verbondenheid en
                            continuïteit in de samenstelling ervan.</al></li><li nr="g."><al><cursief>Mantelzorg:</cursief> definitie sluit aan bij
                            plansystematiek.</al></li><li nr="j."><al><cursief>Onzelfstandige woonruimte: </cursief>Er is een trend
                            waarneembaar dat pandeigenaren voorzieningen aanbrengen in kamers
                            waardoor de huurder over eigen voorzieningen beschikt. Dergelijke 'luxe
                            kamers' met (gedeeltelijk) eigen voorzieningen worden op grond van de
                            huisvestingsverordening als onzelfstandig aangemerkt. </al></li><li nr="k."><al><cursief>Pand:</cursief> aansluiting bij definitie plansystematiek.</al></li><li nr="l."><al><cursief>Taxatierapport:</cursief> een gevalideerd taxatierapport geeft
                            inzicht in de staat van onderhoud, indeling en de aanwezige gebreken;
                            hierdoor is het mogelijk om te toetsen in hoeverre er sprake kan zijn
                            van een weigeringsgrond en om voorwaarden en voorschriften aan de
                            vergunning te verbinden.</al></li><li nr="o."><al><cursief>Zelfstandige woonruimte:</cursief> voor het bepalen of een
                            woning zelfstandige woonruimte is, moeten alle als wezenlijk aangemerkte
                            voorzieningen, aanwezig zijn en dient de woonruimte over een eigen
                            huisnummer te beschikken.</al></li></lijst><tussenkop>Paragraaf 2.1. Vergunning voor onttrekking, omzetting en
                    woningvorming</tussenkop><tussenkop>Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte</tussenkop><al>De vergunningplicht voor wijzigingen in de woonruimte voorraad op grond van
                    artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 heeft in beginsel betrekking op alle
                    woonruimte in Tilburg. In de algemene toelichting is de motivering hiervoor
                    reeds aangegeven.</al><al>Een <onderstreept>omzettingsvergunning</onderstreept> is nodig als een eigenaar
                    een pand aan 3 of meer personen wil gaan verhuren. Een hospita die twee kamers
                    verhuurt hoeft dus geen omzettingsvergunning aan te vragen. Een ouder die een
                    woning koopt voor een studerend kind en daarbij aan drie of meer andere
                    studenten een kamer verhuurt, is wel vergunningplichtig. Hetzelfde geldt voor
                    een eigenaar die een pand verhuurt aan één hoofdhuurder, bijvoorbeeld een
                    studentenvereniging, indien het om drie of meer kamerbewoners gaat.</al><al>Een <onderstreept>onttrekkingsvergunning</onderstreept> is nodig als een
                    eigenaar woonruimte wil gebruiken voor andere doeleinden dan wonen. Op grond van
                    de Huisvestingswet 2014 is geen vergunning nodig als de eigenaar/bewoner een
                    deel van de woonruimte gebruikt voor een praktijk of kantoorruimte aan huis. Er
                    zijn nog een aantal uitzonderingen benoemd, die specifiek voor Tilburg gelden (
                    artikel 2 lid 3). </al><al>De wet maakt het mogelijk om ook <onderstreept>woningvorming(=bouwkundige
                        splitsing) </onderstreept>vergunningplichtig te maken. Een eigenaar die een
                    zelfstandige woonruimte wil omvormen naar twee of meer zelfstandige woonruimten
                    heeft een vergunning nodig. Hiermee kunnen de negatieve effecten van
                    woningvorming in bepaalde wijken worden tegengegaan, zoals druk op de openbare
                    ruimte, bevorderen van inkomensdiversiteit en de leefbaarheid in de buurt. Voor
                    woningvorming in verband met mantelzorg wordt een uitzondering gemaakt. Het
                    gebruik van een woning voor mantelzorg is op grond van de Wet Ruimtelijke
                    ordening toegestaan en hiervoor is evenmin vergunning nodig. Wel kan in verband
                    met bouwwerkzaamheden een omgevingsvergunning van toepassing zijn. Of er sprake
                    is van mantelzorg, dient de aanvrager aan te tonen via een Wmo beschikking
                    waaruit mantelzorgindicatie blijkt, of een verklaring van een bevoegde
                    instantie, welke de noodzaak tot mantelzorg aangeeft. Ook kan de verplichting
                    worden opgelegd om na beëindiging van de mantelzorg de woning weer in de
                    oorspronkelijke situatie terug te brengen.</al><al>De Tilburgse corporaties waarmee de gemeente een convenant heeft gesloten, zijn
                    vrijgesteld van de verplichting om een omzettingsvergunning aan te vragen op
                    grond van artikel 21 van de wet voor het aanvragen van een omzettingsvergunning
                    en vergunning voor woningvorming (splitsing) voor de huisvesting van bijzondere
                    doelgroepen waarvoor expliciet afspraken zijn gemaakt in de Woonvisie, het
                    Convenant Wonen of waarvoor een taakstelling geldt. Deze doelgroepen huisvesten
                    zij immers in opdracht en samenspraak met de gemeente en het rijk. In overige
                    situaties zijn zij gelijk gesteld aan particuliere eigenaren. </al><tussenkop>Artikel 3 Procedure voor aanvraag vergunning</tussenkop><al>Om het belang dat de aanvrager heeft bij de aanvraag te kunnen wegen tegen het
                    belang van het behoud van de woningvoorraad en de leefbaarheid zijn gegevens
                    nodig over de huidige en de beoogde situatie.</al><al>Een gevalideerd taxatierapport, voorzien van plattegronden en dwarsdoorsneden
                    biedt een goed overzicht van de aanwezige ruimten en het al dan niet aanwezig
                    zijn aanwezig achterstallig onderhoud.</al><tussenkop>Artikel 4/ Artikel 5 Voorwaarden en voorschriften/
                    weigeringsgronden</tussenkop><al>Aan de vergunning kunnen voorwaarden en voorschriften verbonden worden. Het
                    weigeren van een vergunning is alleen aan de orde, als het stellen van
                    voorwaarden en voorschriften onvoldoende waarborgen biedt om het belang van het
                    behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad en de leefbaarheid onvoldoende
                    te waarborgen. Voor de beoordeling van de aanvragen zijn beleidsregels
                    opgesteld. </al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Met de vergunningplicht voor het splitsen in appartementsrechten kan de
                    gemeenteraad grip houden op de samenstelling en kwaliteit van de voorraad. In
                    Tilburg is in 2013 de vergunningplicht ingevoerd om te voorkomen dat er woningen
                    van onvoldoende kwaliteit op de markt komen of woningen die illegaal bouwkundig
                    zijn gesplitst.</al><tussenkop>Paragraaf 2.2. Vergunning voor splitsing in
                    appartementsrechten</tussenkop><tussenkop>Artikel 8. werkingsgebied</tussenkop><al>Het werkingsgebied betreft in beginsel alle bestaande gebouwen die woonruimte
                    bevatten. Er zijn echter uitzonderingen. Voor nieuwbouw waarbij de appartementen
                    voldoen aan de vereisten voor nieuwbouw en waarvoor een omgevingsvergunning is
                    verleend, is geen vergunning nodig. Hetzelfde geldt voor appartementen die
                    ontstaan na reconstructie/transformatie en voldoen aan de vereisten voor
                    nieuwbouw. Ook is geen vergunning verplicht als een bestaande splitsingsakte
                    wordt gewijzigd, mits er geen ondersplitsing plaatsvindt.</al><al>C.Kennis te nemen van de door het college voor de uitvoering van de
                    Huisvestingsverordening Tilburg 2016 vastgestelde Beleidsregels
                    Huisvestingsverordening 2016.</al><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 18 juli 2016.</al><al>de griffier, </al><al>de voorzitter,</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>