<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR412204_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Integraal Handhavingsbeleid IJsselstein 2016-2018</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">IJsselstein</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-07-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">IJsselstein</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zenderstreeknieuws, 27-07-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Integraal Handhavingsbeleid IJsselstein 2016-2018</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, art. 5.2, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 125</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-03-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-07-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-06-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-12-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>276722</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Integraal Handhavingsbeleid IJsselstein 2016-2018</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Samenvatting integraal handhavingsbeleid IJsselstein</vet></al><al><vet>1. Inleiding</vet></al><al><vet><cursief>Wettelijk kader</cursief></vet></al><al>Sinds 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van
                        kracht. Naar verwachting vindt er per 1 juli 2016 een fundamentele wijziging
                        van de Wabo plaats via de “Wet Verbetering vergunningen, toezicht en
                        handhaving” en een op basis daarvan vast te stellen verordening (Wet- en
                        Verordening VTH). Op grond van deze wet- en regelgeving is het voor
                        gemeenten noodzakelijk een nieuw integraal handhavingsbeleid te formuleren,
                        waarin ook de landelijke handhavingsstrategie wordt ingepast. Er wordt in
                        dit beleid ook geanticipeerd op de “Wet kwaliteitsborging voor het bouwen”,
                        die een deel van het bouwtoezicht privatiseert. Ook wordt vooruitgelopen op
                        de komst van de Omgevingswet. </al><al><vet><cursief>Integraal Handhavingsbeleid voldoet aan wettelijk
                                kader</cursief></vet></al><al>Met dit beleidsplan wordt voldaan aan de meest recente wet- en regelgeving
                        (peil: maart 2016) en wordt het wettelijk voorgeschreven kader gevolgd.
                        Gezien de omvang van het beleidsplan is deze samenvatting gemaakt.</al><al><vet><cursief>College is bevoegd orgaan</cursief></vet></al><al>Het college van burgemeester en wethouders is op grond van de Wabo en het
                        Bor de bevoegde instantie om het beleidsplan vast te stellen. Daarna wordt
                        het beleidsplan ter informatie gestuurd naar de gemeenteraad en de provincie
                        Utrecht.</al><al><vet><cursief>HandhavingsUitvoeringsProgramma is de jaarlijkse uitwerking
                                van het Handhavingsbeleid</cursief></vet></al><al>Na vaststelling van het beleid wordt er jaarlijks een
                        handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) opgesteld waarin – binnen de
                        bandbreedte van de risicoanalyses en de beschikbare financiën - uitvoering
                        wordt gegeven aan dit Integraal Handhavingsbeleid. Dit programma wordt (net
                        als het beleidsplan) in regionaal verband voorbereid en opgesteld, met
                        ruimte voor de eigenheid (prioriteiten) van iedere gemeente. Ook het HUP
                        wordt jaarlijks vastgesteld door het college en ter informatie doorgestuurd
                        naar de gemeenteraad en de provincie Utrecht. Het college van gedeputeerde
                        staten heeft een controlerende rol als het gaat om gemeentelijk
                        handhaving(sbeleid). Dat is het zgn. interbestuurlijk toezicht (IBT). Dat
                        vloeit voort uit de systematiek bij en krachtens de Wabo, maar ook uit de
                        Wet revitalisering generiek toezicht.</al><al><vet><cursief>Wijze van totstandkoming</cursief></vet></al><al>Het beleidsplan is de integrale uitwerking van het handhavingsbeleid in de
                        gemeente IJsselstein. Het beleid geldt voor de periode van 2016 tot en met
                        2018. In het handhavingsbeleid zijn vooral thema’s opgenomen, die in de
                        uitvoering zijn uitbesteed, zoals brandveiligheid en bouwen en milieu. Het
                        plan is een product van regionale samenwerking tussen de gemeenten De Ronde
                        Venen, Montfoort, Lopik, Bunnik, Stichtse Vecht, Woerden en IJsselstein, de
                        Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU), HDSR en de Veiligheidsregio Utrecht
                        (VRU). Een regionale werkgroep heeft contact onderhouden met de regisseur
                        handhaving van de provincie Utrecht. Samen met de Antea Group en een groot
                        deel van de in de provincie Utrecht gelegen gemeenten is een risicoanalyse
                        op verschillende taakvelden uitgevoerd. Deze analyse is uitgevoerd met
                        behulp van de risicomodule die risico's berekent op basis van cijfers
                        omtrent effecten en naleefgedrag, dit conform de eis uit de Ministeriele
                        regeling omgevingsrecht. Aan de hand van de risicoanalyse is een nieuwe
                        prioritering voor handhavingstaken opgesteld. Voor de VRUtaken is ook
                        gebruik gemaakt van de landelijke handleiding “preventie activiteitenplan
                        (Prevap)”. </al><al><vet>2. Samenvatting per hoofdstuk</vet></al><al>Hieronder wordt in het kort per hoofdstuk besproken wat hierin aan de orde
                        komt, vooral ook toegespitst op de prioriteiten in de gemeente IJsselstein.
                        Voor toepassing van (een gedeelte van) dit beleidsplan adviseren we de
                        integrale tekst van het specifieke hoofdstuk te lezen.</al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 1 - Inleiding</cursief></vet></al><al>In dit hoofdstuk wordt de aanleiding voor het Integraal Handhavingsbeleid
                        beschreven en wordt de context weergegeven waarbinnen het beleidsplan tot
                        stand is gekomen. </al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 2 - Integraal handhaven</cursief></vet></al><al>Het formuleren van handhavingsbeleid is de voornaamste opgave vanuit de Wabo
                        ten aanzien van toezicht en handhaving. Met name het Bor is bepalend voor
                        het handhavingsproces. In het beleidsplan is in elk hoofdstuk aangegeven
                        welke artikelen uit het Bor van toepassing zijn op het bewuste onderdeel dat
                        in het hoofdstuk uitgewerkt is.</al><al>Het integraal handhavingsbeleid geeft een duidelijke koers ten aanzien van
                        de nalevingstrategie van de gemeente IJsselstein, waarmee ambtenaren en
                        bestuur een eenduidig beleid hebben om handhavingszaken uniform te
                        behandelen.</al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 3 - Evaluatie</cursief></vet></al><al>Het college heeft het “Handhavingsbeleid omgevingsrecht, 2011 - 2015”
                        vastgesteld. Dat plan is nog vigerend. Onderdeel van het beleid is ook een
                        rapportage- en evaluatiecyclus. In dat kader en naar aanleiding van de
                        opnieuw ingevulde risicoanalyse is in de zomer van 2014 het
                        handhavingsbeleid geëvalueerd. Deze evaluatie is als hoofdstuk 3 in de nota
                        opgenomen en de uitkomsten zijn verwerkt in deze nieuwe beleidsnota. Deze
                        wordt eerst nu ter vaststelling aangeboden, omdat wij opteerden de meest
                        recente wetswijzigingen direct te implementeren. </al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 4 – Probleemanalyse en
                        prioriteiten</cursief></vet></al><al>Het doel van de probleemanalyse is om sturing te geven aan de inspanningen
                        van toezicht en handhaving. De probleemanalyse vormt daarmee de basis voor
                        het stellen van prioriteiten, het formuleren van doelstellingen en het
                        uiteindelijk vaststellen van een uitvoeringsprogramma. De probleemanalyse is
                        zowel beschrijvend (kwalitatief) als cijfermatig (kwantitatief) uitgevoerd.
                        In dit hoofdstuk wordt het wettelijk kader voor toezicht aangegeven en
                        aandacht besteed aan de gebiedsbeschrijving van de gemeente IJsselstein. </al><al>In dit hoofdstuk zijn eveneens de prioriteiten van elk taakveld weergegeven.
                        Daarbij is aangegeven met welke frequentie toezicht gehouden wordt. </al><al>Door gebruik te maken van de risicomodule zijn voor de vier taakvelden de
                        spreiding van de risico's vastgesteld. Bij elk taakveld is hierdoor een
                        rangschikking ontstaan van zeer groot risico naar zeer klein risico.
                        Naarmate de berekende risico’s afnemen, neemt ook de toezicht- en
                        handhavinginspanning af. Dit betekent dat per object of groep van objecten,
                        een afweging wordt gemaakt waarop de capaciteit wordt ingezet.</al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 5 - Doelen</cursief></vet></al><al>In dit hoofdstuk worden de doelstellingen van het handhavingsbeleid
                        besproken (input-, output-, kwaliteits- en naleefdoelstellingen). Tevens
                        worden de beleidsuitgangspunten en indicatoren aangegeven.</al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 6 - Handhavingsstrategie</cursief></vet></al><al>De strategie sluit aan op de gestelde doelen en prioriteiten. Daarbij vraagt
                        de Wabo vanwege het gelijkheidsbeginsel om eenduidigheid tussen de
                        verschillende taakvelden. In de strategie is aangegeven op welke wijze de
                        naleving bevorderd wordt en meer specifiek: welke instrumenten naast
                        toezicht, handhaving en sanctioneren ingezet worden om dit doel te bereiken.
                        In dit hoofdstuk worden de toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie
                        uitgewerkt. De landelijke handhavingsstrategie wordt hierbij betrokken.</al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 7 - Programmering</cursief></vet></al><al>De uitgangspunten van dit beleid worden jaarlijks vertaald in een
                        uitvoeringsprogramma. Het programma wordt inhoudelijk opgebouwd aan de hand
                        van resultaten van recent geconstateerd naleefgedrag, prioriteiten, doelen
                        en (landelijke) kengetallen. Bij de opstelling van het programma betrekken
                        we het collegeprogramma. De prioriteiten worden in overleg met en door het
                        college bepaald.</al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 8 - Monitoren en evaluatie</cursief></vet></al><al>Het is belangrijk te weten of het gekozen beleid en de maatregelen succesvol
                        zijn (geweest). Daarom wordt het beleid periodiek geëvalueerd en gemonitord.
                        In dit hoofdstuk wordt ingegaan op monitoring, verantwoording en
                        evaluatie.</al><al>Jaarlijks ontstaan als gevolg van het uitvoering geven aan het
                        handhavingsprogramma nieuwe inzichten inzake de handhaving, mede als gevolg
                        van de te controleren objecten. Aan de hand van de uitvoering van het
                        jaarlijkse handhavingsprogramma wordt een jaarlijkse evaluatie uitgevoerd.
                        Deze evaluatie kan aanleiding geven tot wijzigingen in het HUP voor het
                        komende jaar.</al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 9 - Organisatie van de
                        handhaving</cursief></vet></al><al>Bij toezicht en handhaving, beleid(svoorbereiding) en uitvoering zijn
                        diverse ‘partijen’ betrokken. Ambtenaren, managementteam, de wethouder, het
                        college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. In dit hoofdstuk
                        wordt ieders positie (en in onderlinge samenhang gezien) benoemd.</al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 10 - Inwerkingtreding en
                            communicatie</cursief></vet></al><al>In dit hoofdstuk staat wanneer het oude beleid vervalt en het nieuwe beleid
                        in werking treedt.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><nr>1.</nr><titel>Inleiding</titel></kop><artikel><kop><nr>1.1</nr><titel>Aanleiding</titel></kop><al>In 2011 is op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
                            een integraal handhavingsbeleid opgesteld. Dat voldeed aan het Besluit
                            omgevingsrecht (Bor). Nu deze beleidsperiode is verstreken is een nieuw
                            integraal handhavingsbeleid voorbereid voor de periode 2016-2018. </al><al>Dit nieuwe beleidsplan is de integrale uitwerking van het
                            handhavingsbeleid in de gemeente IJsselstein voor de taakvelden milieu,
                            bouw- en woningtoezicht (BWT), ruimtelijke ordening (RO), brandveilig
                            gebruik bouwwerken en openbare ruimte (APV en bijzondere wetgeving). Dit
                            beleid geldt voor een periode van drie jaar, van 2016 tot en met 2018.
                            Deze periode sluit aan bij de huidige bestuursperiode en ook op het
                            beoogde invoeringsjaar van de Omgevingswet</al><al>Met dit beleidsplan geeft de gemeente IJsselstein invulling aan het
                            programmatisch handhaven waarbij de belangrijkste en meest risicovolle
                            zaken als eerste worden uitgevoerd. Aan de hand van een risicoanalyse is
                            een prioritering en een capaciteitsraming voor handhavingstaken
                            opgesteld. Dit zorgt voor een transparante en onderbouwde verdeling van
                            handhavingstaken met een duidelijke personele capaciteitsraming. Dit
                            integraal handhavingsbeleidsplan geeft daarnaast een duidelijke koers
                            ten aanzien van de toezicht- en nalevingstrategie van de gemeente,
                            waarmee ambtenaren en bestuur een eenduidig beleid hebben om
                            handhavingszaken uniform te behandelen. </al></artikel><artikel><kop><nr>1.2</nr><titel>Reikwijdte van de nota</titel></kop><al>Deze nota is een uitwerking van het gemeentebrede handhavingsbeleid. De
                            hoofddoelstelling van het beleid is de instandhouding van de kwaliteit
                            van de fysieke leefomgeving door middel van adequate handhaving. Ten
                            aanzien van de fysieke leefomgeving worden binnen de gemeenten de
                            globale beleidsvelden onderscheiden: </al><lijst><li nr="●"><al> Milieu;</al></li><li nr="●"><al> Bouwen en wonen; </al></li><li nr="●"><al> Brandveiligheid van gebouwen; </al></li><li nr="●"><al> Ruimtelijke Ordening; </al></li><li nr="●"><al> Openbare ruimte.</al></li></lijst><al>Deze beleidsvelden zijn in dit handhavingsbeleid uitgewerkt tot
                            handhavingsprogramma’s met verschillende taakvelden. Wet- en regelgeving
                            zijn echter aan verandering onderhevig. In bijlage 2 staat per programma
                            uitgewerkt welke taakvelden op dit moment van toepassing zijn per
                            programma. Dit kan per jaar wijzigen. Ook kan er in andere dan de
                            genoemde beleidsvelden een specifiek handhavingsbeleid van kracht zijn,
                            danwel worden vastgesteld. </al></artikel><artikel><kop><nr>1.3</nr><titel>Totstandkoming van deze nota</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><nr>1.3.1</nr><titel>Regionale samenwerking</titel></kop><al>Deze nota is een product van regionale samenwerking. De huidige
                            samenwerking is de afgelopen jaren uitgebreid en omvat nu de gemeenten
                            Lopik, Montfoort, IJsselstein, Stichtse Vecht, Oudewater. Woerden en
                            Bunnik en HDSR, ODRU en VRU. Deze regionale werkgroep houdt periodiek
                            contact met de regisseur handhaving van de Provincie Utrecht.</al></artikel><artikel><kop><nr>1.3.2</nr><titel>Risicoanalyse</titel></kop><al>Samen met Antea Group heeft de werkgroep de strategie bepaald, een koers
                            uitgezet en een risicoanalyse op verschillende taakvelden uitgevoerd.
                            Deze analyse is uitgevoerd met behulp van een uitgebreid rekenprogramma,
                            de zogeheten risicomodule. Deze analyse is in 2015 volledig
                            geactualiseerd. Bij deze actualisatie was een groot deel van de
                            gemeenten in de provincie Utrecht betrokken.</al><al>Deze risicomodule berekent risico’s op basis van cijfers omtrent
                            effecten en naleefgedrag. In de bijlagen 3 en 5 wordt verder ingegaan op
                            de strekking van deze risicomodule. Vanuit de gezamenlijk bepaalde
                            uitgangspunten heeft de werkgroep de nota verder uitgewerkt. Op
                            onderdelen hebben de deelnemende gemeenten een eigen invulling gegeven,
                            de zogeheten “couleur locale”. </al><al>Samen met functionarissen die bij het (ruimtelijk) beleid,
                            vergunningverlening, toezicht en handhaving van de gemeente betrokken
                            zijn, is nagedacht over de handhavingsrisico’s, prioriteiten en de
                            daaraan gekoppelde inzet van capaciteit. Hierbij is gewerkt vanuit de
                            gedachte: als de risico's helder zijn, zijn automatisch ook de
                            prioriteiten in beeld. Deze prioriteiten geven inzicht in de noodzaak
                            tot handhaving binnen de diverse taakvelden, waarbij de beschikbaarheid
                            van financiële middelen in sommige gevallen betekent dat taken niet of
                            beperkt worden uitgevoerd. Dat kan ook een gevolg zijn ingeval
                            noodgedwongen (bijv. naar aanleiding van een calamiteit) aan onvoorziene
                            zaken prioriteit moet worden gegeven. Dit wordt medio 2016 nog geborgd
                            in een Verordening “Vergunningverlening, toezicht en handhaving”,
                            gebaseerd op de Wet (verbetering) Vergunningverlening, toezicht en
                            handhaving”, zoals die medio juli 2016 wordt verwacht. Voor
                            Stadstoezicht is de analyse op basis van ervaringsgegevens uitgevoerd en
                            voor de VRU op basis van een eigen analysesysteem.</al></artikel><artikel><kop><nr>1.4</nr><titel>Samenwerking met handhavingspartners</titel></kop><al>Dit beleidsplan moet gezien worden als een vervolg op het
                            professionaliseren van integrale handhaving. Dat geldt ook voor de
                            samenwerking met externe handhavingspartners zoals het Openbaar
                            Ministerie, de politie, het waterschap (Hoogheemraadschap De Stichtse
                            Rijnlanden, (HDSR), de provincie (provincie Utrecht) en andere
                            gemeenten.</al><al>In de vorige beleidsperiode (2011 - 2015) is ervaring opgedaan met
                            signaaltoezicht en de samenwerking binnen het onderlinge netwerk
                            uitgebreid en in de praktijk ook geïntensiveerd. Naast het uitwisselen
                            van ervaringen is er ook met elkaar gewerkt aan verhoging van het
                            kennisniveau en zijn gezamenlijk nieuwe producten ontwikkeld.</al><al>Goed toezicht en handhaving zijn vaak alleen mogelijk door goede
                            samenwerking met andere handhavingspartners. Bij de voorbereiding en
                            totstandkoming van het jaarlijks op te stellen
                            Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) zijn de diverse
                            handhavingspartners betrokken zodat de programmering en uitvoering op
                            elkaar afgestemd kunnen worden.</al></artikel><artikel><kop><nr>1.5</nr><titel>Leeswijzer</titel></kop><al>Dit beleidsplan bestaat uit tien hoofdstukken. Hoofdstuk één beschrijft
                            kort de aanleiding en geeft de context weer waarbinnen dit beleidsplan
                            tot stand gekomen is. In hoofdstuk 2 wordt beschreven wat onder
                            integrale handhaving wordt verstaan, de visie en de lokale toepassing
                            (in het verleden). Hoofdstuk drie bevat de evaluatie van de
                            beleidsperiode 2011 - 2015. De hoofdstukken vier tot en met zes zijn de
                            onderbouwing voor de aanzet tot het jaarlijks programma dat in hoofdstuk
                            zeven toegelicht wordt. Het achtste hoofdstuk laat zien welke acties
                            moeten volgen nadat het programma is vastgesteld. In het negende
                            hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de actoren die bij toezicht
                            en handhaving betrokken zijn en het slothoofdstuk bevat informatie over
                            intrekken van het ‘oude’ en inwerkingtreding van het nieuwe beleid.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>2.</nr><titel>Integraal handhaven</titel></kop><artikel><kop><nr>2.1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><al>Wetten en regels zijn noodzakelijk ter bescherming van kwetsbare,
                            beschermingswaardige belangen, zoals (brand-) veiligheid, een gezond
                            leefmilieu of de openbare ruimte. Een geloofwaardige overheid kan daarom
                            onvoldoende naleving niet over haar kant laten gaan. Wettelijke normen
                            worden nageleefd wanneer sprake is van handhaafbare regels, voldoende
                            draagvlak voor de regels, faciliteren van het gewenste of verplichte
                            gedrag, fysieke maatregelen om ongewenst gedrag te voorkomen, preventie
                            door toezichthouders, adequate handhaving en geloofwaardige sancties. De
                            overheid heeft tot taak een maatschappelijk aanvaardbaar niveau van
                            naleving te verwerkelijken; zo mogelijk prikkelt de overheid door te
                            faciliteren, zo nodig dwingt de overheid naleving af met behulp van
                            sancties. In dit hoofdstuk leest u meer over de wettelijke
                            verplichtingen, de systematiek van de “big eight” en bevoegdheden.</al></artikel><artikel><kop><nr>2.2</nr><titel>Definitie (integrale) handhaving</titel></kop><al>Handhaving is een keten van activiteiten, die gericht is op het doen
                            naleven van regels en voorschriften door burgers, bedrijven en overheid.
                            Dit is een ruime definitie, omdat hierdoor alle activiteiten die gericht
                            zijn op het bevorderen van naleefgedrag van de doelgroep als onderdeel
                            van de handhaving kan worden beschouwd.</al><al>Voorbeelden van deze activiteiten zijn het: </al><lijst><li nr="●"><al> geven van voorlichting over de wet- en regelgeving (preventief
                                    en/of proactief); </al></li><li nr="●"><al>houden van toezicht op naleving van de wet- en regelgeving
                                    (preventief); </al></li><li nr="●"><al>opmaken van proces verbaal (strafrechtelijk) bij overtreding van
                                    de wet- en regelgeving (repressief); </al></li><li nr="●"><al>nemen van maatregelen op basis van bestuurlijke sancties bij
                                    overtreding van de wet- en regelgeving (repressief). </al></li></lijst><al>Bij integraal handhaven staat de burger of ondernemer centraal. Dat wil
                            zeggen dat bij de organisatie van de handhaving gedacht wordt vanuit de
                            situatie van de burger of ondernemer. Hierdoor moet voorkomen worden dat
                            de burgers en ondernemers met verschillende handhavende instanties te
                            maken krijgen en dat discrepanties in de manieren van handhaven door de
                            overheid worden voorkomen. Kernbegrippen hierbij zijn: coördinatie,
                            afstemming en samenwerking op verschillende niveaus. Dat is ook het
                            uitgangspunt van de Wabo.</al></artikel><artikel><kop><nr>2.3</nr><titel>Visie op integrale handhaving</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><nr>2.3.1</nr><titel>Inleidend en achtergrond</titel></kop><al>Regels moeten nageleefd worden. Gebeurt dit niet, dan moet de overheid
                            handhaven. De gemeente is medeverantwoordelijk voor het democratisch
                            vaststellen van regels en toezicht op de naleving daarvan.</al><al>De actualiteit heeft er voor gezorgd dat handhaving van wetten en regels
                            hoog op de politieke agenda staat. Rampen als in Enschede en Volendam,
                            maar ook het instorten van een parkeerdak in Tiel, balkons in Maastricht
                            en de calamiteiten bij Chemie-Pak en Odfjell, hebben pijnlijk duidelijk
                            gemaakt dat toezicht en handhaven moet. Daarnaast wordt van de overheid
                            verwacht dat zij er alles aan doet om u te beschermen tegen
                            maatschappelijke risico’s, gevaarlijke incidenten en ongewenste
                            activiteiten.</al></artikel><artikel><kop><nr>2.3.2</nr><titel>Visie op handhaving</titel></kop><al>Een essentieel onderdeel van programmatisch handhaven is het formuleren
                            van de “visie op handhaving”. Waar willen we naartoe als het gaat om
                            handhaving? De visie is richtinggevend en dient als toetsingskader bij
                            de prioritering en de keuze van de handhavingstaken. Een visie getuigt
                            van een blik in de toekomst.</al><al>De visie die de gemeente IJsselstein heeft op handhaven is kort
                            geformuleerd: “<cursief>handhaving geprogrammeerd uitvoeren, integraal
                                en efficiënt opereren daar waar mogelijk is en inspelen op
                                veranderingen van wet- en regelgeving”.</cursief></al><al>Primair uitgangspunt van toezicht en handhaving is dat de door ons
                            gestelde regels worden nageleefd. Hierbij dienen preventieve
                            maatregelen, zoals voorlichting, bouwcontroles en dergelijke even zwaar
                            te wegen als handhaving achteraf om overtredingen te repareren met
                            bestuurlijke maatregelen. Vanuit oogpunt van efficiency, kwaliteit en de
                            verlaging van de lastendruk voor burgers en ondernemers is het wenselijk
                            om toezicht en handhaving zo integraal mogelijk vorm te geven.</al><al>Van niet te onderschatten belang is dat ook in preventief opzicht
                            aandacht bestaat voor handhaving; moeten regels überhaupt gesteld worden
                            (deregulering) en zo ja, zijn ze handhaafbaar? De nieuwste
                            bestemmingsplannen laten over het algemeen een verruiming van de bouw-
                            en gebruiksmogelijkheden zien, terwijl ook het Bor meer
                            (bouw)mogelijkheden biedt dan onder de Woningwet was toegestaan.</al></artikel><artikel><kop><nr>2.3.3</nr><titel>Eigen verantwoordelijkheid</titel></kop><al>De eigen kracht en verantwoordelijkheid van de inwoner en ondernemer
                            staat steeds meer centraal. Een dergelijk uitgangspunt sluit aan bij
                            nieuwe ontwikkelingen in wet- en regelgeving en de toezicht- en
                            handhavingsstrategie. De zorgplicht kan het beste gekwalificeerd worden
                            als een algemene plicht om toch vooral het gezonde verstand te
                            gebruiken. Die plicht geldt niet alleen voor eigenaren en beheerders van
                            bouwwerken en open erven en terreinen, maar ook voor activiteiten in de
                            zin van de Wet milieubeheer of organisatoren van evenementen.</al></artikel><artikel><kop><nr>2.4</nr><titel>Handhaven: een zaak van iedereen</titel></kop><al>Handhaving van regels is niet alleen een bestuurstaak. Ook andere
                            deelnemers aan de samenleving hebben een rol. Er zijn dan ook meerdere
                            wegen te bewandelen. Het strafrecht is bij uitstek geschikt om een
                            overtreder van overheidswege te straffen indien het rechtsgevoel in de
                            samenleving geschokt is door het plegen van een strafbaar feit. Het
                            Openbaar Ministerie neemt hierbij het voortouw. Het privaatrecht is in
                            eerste instantie vooral bedoeld en geschikt als middel om de
                            rechtsverhouding tussen burgers (en bedrijven) onderling vast te
                            stellen. Particulieren kunnen zelf, zonder tussenkomst van de overheid,
                            het oordeel van de burgerlijke rechter inroepen. De bestuursrechtelijke
                            handhavingsbevoegdheid is primair bedoeld om een bepaalde situatie te
                            herstellen en feitelijk in overeenstemming te brengen met de norm. Deze
                            bevoegdheid is het bestuur toebedeeld in het algemeen belang. Het
                            bestuur dient altijd af te wegen of het, gelet op alle betrokken
                            belangen, gewenst is om een illegale situatie te beëindigen met
                            bestuursrechtelijke middelen. Daar waar sprake is van individuele
                            belangen (bijv. bij burengeschillen) prevaleert een civielrechtelijke
                            aanpak boven een bestuursrechtelijke aanpak. Bij die afweging dient de
                            specifieke rol die het bestuur dient te vervullen binnen het geheel van
                            de voor handen zijnde rechtsmiddelen eveneens te worden betrokken. De
                            invoering van de landelijke handhavingsstrategie – geïmplementeerd in
                            dit beleidsstuk - biedt een goede opmaat in de strafbaarstelling en
                            gradaties in soorten overtredingen. Daarin is ook aandacht voor
                            preventie: voorkomen dat tot handhaving moet worden overgegaan door
                            goede handhavingscommunicatie.</al></artikel><artikel><kop><nr>2.5</nr><titel>Bevoegdheid en instrumenten</titel></kop><al>De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders zijn de
                            bevoegde bestuursorganen als het om handhaving gaat. Bevoegdheden tot
                            bestuursrechtelijk handhaven vinden hun wettelijke grondslag in de
                            gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en specifieke
                            regelgeving, zoals de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en
                            het daarop gebaseerde Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Ministeriële
                            regeling omgevingsrecht (Mor).</al><al>Het college van burgemeester en wethouders wijst ambtenaren aan en
                            belast hen met de uitvoering van de handhaving. De bevoegdheden van
                            toezichthoudende ambtenaren vloeien voort uit wetten en verordeningen.
                            Om handhaving te effectueren beschikt de gemeente over verschillende
                            juridische instrumenten. Bekende instrumenten zijn: de lasten onder
                            dwangsom- respectievelijk bestuursdwang, de bestuurlijke
                            strafbeschikking en het intrekken van de vergunning of het
                            stopzetten/stilleggen van werkzaamheden door middel van
                            spoedbestuursdwang.</al></artikel><artikel><kop><nr>2.6</nr><titel>Programmatische handhaven</titel></kop><al>Programmatisch handhaven is een structurele en integrale aanpak van de
                            handhaving, gebaseerd op programmatisch handhavingsbeleid. Daarin zijn
                            aan de hand van beleidsmatige keuzes en beschikbare capaciteit,
                            prioriteiten gesteld ten aanzien van wat er het komende jaar
                            (uitvoeringsprogramma) concreet aan toezicht en handhaving wordt gedaan.
                            Bovendien zijn de handhavingsactiviteiten hierin zoveel mogelijk op
                            elkaar afgestemd. Het cyclisch proces, in onderstaande figuur
                            weergegeven, staat bekend als de ‘Big Eight‛:</al><al><plaatje><illustratie id="id2fd5811-9dfe-485b-a19b-abefd6965736" naam="i276811id2fd5811-9dfe-485b-a19b-abefd6965736.png" type="foto" alt="Figuur: Dubbele regelkring met artikelen uit het Bor " breedte="15.9cm" hoogte="11.27cm"/></plaatje><cursief>Figuur: Dubbele regelkring met artikelen uit het Bor
                            </cursief></al><al/><al>In een programmatische aanpak wordt beleid en uitvoering van beleid
                            opgevolgd door evaluatie en bijsturing. Daarmee is programmatisch
                            handhaven nadrukkelijk een cyclisch proces waarbij dient te worden
                            voldaan aan de volgende kenmerken: </al><lijst><li nr="●"><al> Het beleid wordt vastgesteld en jaarlijks geëvalueerd; </al></li><li nr="●"><al>Het beleid is, voor zover mogelijk, integraal en heeft
                                    betrekking op alle sectoren waarbinnen het bevoegd gezag met
                                    handhavingsactiviteiten op het gebied van het omgevingsrecht
                                    wordt geconfronteerd. Het beleid is bovendien integraal in de
                                    zin dat het alle omgevingsrechtelijke aspecten onderling
                                    verbindt om het desbetreffende beleidsdoel te bereiken; </al></li><li nr="●"><al> Het beleid is transparant aangezien het ook bevat: </al><lijst><li nr="-"><al> een visie op het handhaven; </al></li><li nr="-"><al> een inventarisatie van de omvang van de
                                            handhavingstaken en de knelpunten; </al></li><li nr="-"><al> een prioriteitenstelling; </al></li><li nr="-"><al>doelen zoals nalevingniveaus die met handhaving zouden
                                            moeten worden bereikt; </al></li><li nr="-"><al> methoden om die doelen te bereiken; </al></li><li nr="-"><al> kosten van die methoden in termen van mensen en
                                            middelen. </al></li></lijst></li></lijst><al>Het maakt ook duidelijk op welke wijze samenhang en samenwerking met
                            partners vorm krijgt. De beschikbare financiële middelen en de besteding
                            daarvan vormen eveneens een (beleids)cyclus, die parallel loopt aan dit
                            beleid. Middels financiële- en productgerelateerde analyses ontstaat
                            inzicht in de juistheid van de bestedingen en het halen van de gestelde
                            doelen. </al></artikel><artikel><kop><nr>2.7</nr><titel>Kwaliteit van de handhaving</titel></kop><al>In het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Ministeriele regeling
                            omgevingsrecht (Mor) worden kwaliteitseisen aan de handhaving gesteld.
                            Hoewel het Bor primair gericht is op de omgevingsstaken en een groot
                            deel van de handhaving van de openbare orde/ruimte en bijzondere wetten
                            niet geregeld zijn in dit Besluit, is bij de totstandkoming van deze
                            nota nadrukkelijk rekening gehouden met de inhoud van kwaliteitscriteria
                            en kwaliteitseisen (zie ook paragraaf 2.8.6). Door analoge toepassing
                            van de kwaliteitscriteria is hiermee ook de wettelijke status van deze
                            beleidsnota vastgelegd. De kwaliteitscriteria zijn dan ook van
                            toepassing op dit beleid. Naar verwachting volgen medio 2016 wettelijk
                            vastgestelde kwaliteitscriteria. Deze zijn gebaseerd op een door KPMG
                            ontwikkeld model en deze worden wettelijk verankerd in de eerder
                            genoemde Wet- en Verordening VTH. Naar verwachting in de tweede helft
                            van 2016.</al></artikel><artikel><kop><nr>2.8</nr><titel>Handhaving in IJsselstein</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><nr>2.8.1</nr><titel>Vóór 2005</titel></kop><al>De gemeente IJsselstein is al jaren actief met toezicht en handhaving
                            bezig. Diverse beleidsnota’s, aanvankelijk voor de taken milieu en
                            bouwen gescheiden, zijn vastgesteld en uiteindelijk opgevolgd door
                            integrale handhavings(beleids)nota’s, die het gehele omgevingsrecht
                            omvatten.</al></artikel><artikel><kop><nr>2.8.2</nr><titel>Integraal Handhavingsbeleid 2011-2015</titel></kop><al>Per 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
                            van kracht. Naar aanleiding hiervan is in 2011 nieuw beleid vastgesteld.
                            In afwijking van de voorgaande beleidsnota’s is in deze nota meer
                            ingestoken op integraliteit, programmatisch handhaven en samenwerking
                            met andere overheden en overheidsdiensten. In het voorjaar van 2014
                            heeft een evaluatie van het vigerend beleid plaatsgevonden.</al></artikel><artikel><kop><nr>2.8.3</nr><titel>Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU)</titel></kop><al>De gemeente IJsselstein is aangesloten bij de (inmiddels)
                            Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU). Bij de omgevingsdienst zijn
                            vijftien gemeenten aangesloten. De gemeente heeft onder andere de
                            uitvoering van het toezicht en handhaving van het totale omgevingsrecht
                            in de gemeente opgedragen aan deze omgevingsdienst. </al></artikel><artikel><kop><nr>2.8.4</nr><titel>Veiligheidsregio Utrecht (VRU)</titel></kop><al>Vanaf 1 november 2010 is de brandweer geregionaliseerd en maakt het
                            onderdeel uit van de Veiligheidsregio Utrecht (VRU). Voor deze datum
                            werden de preventie taken door de gemeente IJsselstein uitgevoerd. Op
                            het gebied van Preventie is de VRU verantwoordelijk voor de taken
                            toezicht, advisering op vergunningaanvragen, handhaving en communicatie
                            over veiligheid. De definitieve besluitvorming (en eventuele
                            effectuering daarvan) in het kader van handhaving van de brandveiligheid
                            is de verantwoordelijkheid van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><nr>2.8.5</nr><titel>Evaluatie Integraal Handhavingsbeleid in 2014</titel></kop><al>In het voorjaar van 2014 zijn het beleid, en de uitvoering hiervan,
                            geëvalueerd. Naast de handhavingspartners VRU en ODRU zijn daarbij ook
                            het Hoogheemraadschap ‘De Stichtse Rijnlanden’ (HDSR), de politie, het
                            Openbaar Ministerie (OM) en de provincie Utrecht betrokken. Van de VRU,
                            ODRU en de provincie Utrecht is een reactie ontvangen. Deze evaluatie is
                            nader uitgewerkt in hoofdstuk 3.</al></artikel><artikel><kop><nr>2.8.6</nr><titel>De toekomst</titel></kop><al>In 2010 is de ambitie om integraal te handhaven in de wet verankerd. In
                            de Wabo, Bor en Mor zijn kwaliteitseisen op het gebied van integrale
                            handhaving opgenomen. De toen voorgenomen integraliteit van de
                            handhaving is hiermee een feit. </al><al>In de afgelopen jaren is hier praktisch invulling aan gegeven. Ook in de
                            wetgeving heeft dit z’n vervolg gekregen. Er zijn twee nieuwe wetten die
                            op dit gebied spelen. Er zit een overlap in, maar er zijn ook
                            verschillen. De Wet Revitalisering Generiek Toezicht (Wet RGT, in
                            werking per 1 oktober 2012), beoogt het eenduidiger weergeven van
                            resultaten zodat toezicht (op de uitvoering door de gemeente) vooral
                            door de gemeenteraad kan worden gedaan. Toezicht door
                            Rijk/Provincie/Inspectie (op lagere overheden) zal als gevolg daarvan
                            verminderen. Dit wordt ook wel Interbestuurlijk Toezicht (IBT)
                            genoemd.</al><al>De ontwerp Wet (verbetering) Vergunningen, Toezicht en Handhaving (Wet
                            VTH), wordt van kracht en wijzigt daarmee de Wabo per (vermoedelijk) 1
                            juli 2016). De nieuwe wetgeving komt dan nagenoeg overeen met de Wet
                            RGT. Met de ontwerp Wet VTH worden concrete kwaliteitseisen verplicht
                            gesteld (vanaf vermoedelijk 1 juli 2016). De Wet RGT is breder, en gaat
                            over het afleggen van verantwoording van veel meer gemeentelijke taken. </al><al>Gemeenten, provincies, omgevingsdiensten en samenwerkingsverbanden
                            krijgen vanaf 1 juli 2016 de tijd om ervoor te zorgen dat hun uitvoering
                            van de VTH-taken aan de kwaliteitseisen voldoet. Vermoedelijk gaat
                            hiervoor een overgangsjaar gelden, dus tot 1 juli 2017.</al><al>Het jaarlijkse handhavingsprogramma (HUP) blijft verplicht (Wabo en
                            Bor). Bij vaststelling van de Wet VTH zullen gemeenten moeten voldoen
                            aan kwaliteitscriteria. Dit betreft kwaliteitscriteria welke worden
                            gesteld aan medewerkers van het bevoegd gezag en betreffen zowel
                            opleidingsniveau als minimale personele bezetting die per taak
                            beschikbaar moet zijn. Deze eisen hebben nu (nog) geen wettelijke
                            verplichte status. Zodra de wet is vastgesteld zal elke gemeente de
                            kwaliteitscriteria moeten borgen in een Verordening VTH. Zoals gesteld,
                            vermoedelijk per 1 juli 2017.</al><al>De nadruk van de provinciale professionaliseringswerkzaamheden zal de
                            komende jaren verschuiven van het faciliteren en stimuleren aan de
                            ‘voorkant’ naar controleren aan de ‘achterkant’. Dit is conform de
                            nieuwe provinciale IBT-Verordening. De beoordeling van (jaar)stukken als
                            uitvoeringsprogramma en jaarverslag zal met ingang van 2016 plaatsvinden
                            door de nu nog in opbouw zijnde provinciale unit ‘Interbestuurlijk
                            Toezicht’. Mogelijk is, dat overheden die wat betreft hun jaarstukken in
                            gebreke blijven, gevraagd zullen worden om mee te werken aan een externe
                            audit. De jaren 2014 en 2015 worden als “overgangsjaren” beschouwd, mede
                            in het licht van het overdragen van de taken aan een externe dienst en
                            het synchroniseren van processen.</al></artikel><artikel><kop><nr>2.9</nr><titel>Organisatie</titel></kop><al>In de gemeente IJsselstein zijn, uitgezonderd Stadstoezicht, geen taken
                            achtergebleven met betrekking tot de uitvoering van vergunningverlening,
                            toezicht en handhaving van het omgevingsrecht. Die zijn overgedragen aan
                            de ODRU resp. de VRU. Tussen beide diensten dient nog verdere
                            stroomlijning plaats te vinden van processen, taken en bevoegdheden.
                            Partijen zijn daarover in gesprek.</al><al>De ODRU ondersteunt en adviseert vijftien gemeenten in de provincie
                            Utrecht bij het uitvoeren van milieutaken en het ontwikkelen van
                            milieubeleid. De ODRU verzorgt onder meer de <extref doc="http://www.milieudienstnwu.nl/index.php?id=38">vergunningen</extref> voor bedrijven, ziet toe op de naleving van
                            milieuregels en adviseert bedrijven over <extref doc="http://www.milieudienstnwu.nl/index.php?id=45">duurzaam
                                ondernemen</extref>. </al><al>De Veiligheidsregio Utrecht, kortweg de VRU, is een gemeenschappelijke
                            regeling van de 26 gemeenten in de regio Utrecht. De Veiligheidsregio
                            Utrecht (VRU) geeft conform de Taakuitvoeringsovereenkomst op het gebied
                            van brandveiligheid uitvoering aan de Toezicht &amp; Handhavingstaken
                            (T&amp;H) en communicatie voor de gemeente IJsselstein. Concreet houdt
                            dit in dat gebruiksobjecten in de zin van de Wabo en de
                            Brandbeveiligingsverordening en evenementen worden getoetst, voorzien
                            van advies en gecontroleerd. De samenwerking in de (uitvoerings)taken
                            tussen gemeente, ODRU en VRU en andere partners wordt gezocht. Dit om de
                            integraliteit van het werken in de leefomgeving te bevorderen en meer
                            efficiency te bewerkstellingen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>3.</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><artikel><kop><nr>3.1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt het “Handhavingsbeleid omgevingsrecht, 2011 -
                            2015” van de gemeente IJsselstein geëvalueerd. De evaluatie beperkt zich
                            tot handhaving van de regels die betrekking hebben op de omgevingstaken
                            c.q de fysieke leefomgeving zoals: bouwen en slopen, ruimtelijke
                            ordening en milieu. Daar ligt nl. de wettelijke verplichting. Overige
                            beleidsterreinen zijn buiten beschouwing gelaten, mede omdat niet alle
                            voorkomende activiteiten zijn geregistreerd.</al></artikel><artikel><kop><nr>3.2</nr><titel>Evaluatie integraal en regionaal opgepakt</titel></kop><al>Deze evaluatie is tot stand gekomen in samenwerking met de gemeenten
                            binnen de regio “De Waarden” (Lopik, Montfoort, IJsselstein en Woerden),
                            Stichtse Vecht, de ODRU en de VRU. Ook de andere handhavingspartners,
                            zoals de politie, het Openbaar Ministerie, het Hoogheemraadschap “De
                            Stichtse Rijnlanden” en de Provincie Utrecht is om een reactie gevraagd.
                        </al></artikel><artikel><kop><nr>3.3</nr><titel>Relatie tot de Wabo</titel></kop><al>Deze evaluatie is onderdeel van de wettelijk voorgeschreven
                            beleidscyclus. Op grond van het Besluit omgevingsrecht (Bor) evalueert
                            het college periodiek het beleidskader. De beleidscyclus is dynamisch en
                            gebaseerd op de systematiek van de zogenaamde “Big Eight”. </al><al>De evaluatie ziet op de periode 2011 – 2015 en is mede gebaseerd op de
                            ervaringen met betrekking tot de uitvoering van de handhaving in deze
                            beleidsperiode. Door de overgang van taken is niet elk jaar “afgesloten”
                            met een jaarverslag. Dat geeft over de voorbije periode (eenmalig) een
                            minder goed cijfermatig onderbouwd beeld van de toezicht- en
                            handhavingstaken.</al></artikel><artikel><kop><nr>3.4</nr><titel>Evaluatie handhavingsbeleid</titel></kop><al>Hieronder worden de belangrijkste evaluatiepunten van het
                            handhavingsbeleid beschreven. Denk daarbij aan elementen die zeker
                            gecontinueerd moeten worden of onderwerpen die juist in het nieuwe
                            beleid niet of anders geformuleerd moeten worden.</al><al>Hieronder de evaluatiethema’s die vervolgens in subparagrafen worden
                            uitgewerkt:</al><lijst><li nr="1."><al> afstemmen sanctiestrategie (§ 3.4.1);</al></li><li nr="2."><al> uitwerken slimme handhavingsmethoden (§ 3.4.2);</al></li><li nr="3."><al> heroverweging toezichtstrategie (§ 3.4.3);</al></li><li nr="4."><al> afwikkeling klachten (§ 3.4.4);</al></li><li nr="5."><al> benoeming handhavingsprojecten (§ 3.4.5);</al></li><li nr="6."><al> investeren in regionale samenwerking (§ 3.4.6);</al></li><li nr="7."><al> beleidsmatige afstemming en organisatorische inbedding (§
                                    3.4.7);</al></li><li nr="8."><al> evaluatie beleidsdoelstellingen (§ 3.4.8).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>3.4.1</nr><titel>Afstemmen sanctiestrategie</titel></kop><al>De sanctiestrategie is in hoofdlijnen regionaal afgestemd en eenduidig.
                            Met de komst en verdere ontwikkelingen van de bestuurlijke
                            strafbeschikking en de landelijke handhavingsstrategie is het zinvol de
                            mogelijkheden van het toepassen van deze instrumenten te onderzoeken.
                        </al></artikel><artikel><kop><nr>3.4.2</nr><titel>Uitwerken slimme handhavingsmethoden</titel></kop><al>Het contact met de bedrijven hoeft niet altijd fysiek te zijn. Het kan
                            ook via voorlichting omtrent controles of met zelftoezicht plaatsvinden.
                            De toezichtslast kan ook worden verminderd door slechts te controleren
                            op de meest relevante onderdelen van een vergunning of de meest
                            risicovolle onderdelen van een bedrijf, gebaseerd op de risicomodule.
                            Onderzocht en uitgewerkt moet worden of en zo ja hoe in de praktijk
                            nieuwe vormen van toezicht en handhaving kunnen worden ingezet. Er moet
                            aandacht komen voor handhavingspreventie, zoals ook opgenomen in de
                            landelijke handhavingsstrategie.</al></artikel><artikel><kop><nr>3.4.3</nr><titel>Heroverweging toezichtstrategie</titel></kop><al>Wettelijk gezien moet er integraal toezicht worden gehouden. De wet VTH
                            schrijft ook de toepassing van de landelijke handhavingstrategie voor.
                            In het beleid zijn meerdere vormen van toezicht beschreven. In de
                            praktijk wordt integraal toezicht nog als complex ervaren, temeer nu dat
                            verspreid is over meerdere overheidslagen en -diensten. Dit betekent dat
                            de doelstellingen reëel moeten zijn maar de ambitie is om, bijvoorbeeld
                            thematisch en projectmatig, intensievere vormen van integraal toezicht
                            na te streven. Dat is de uitvoering van gezamenlijke toezicht- en
                            handhavingstaken bij zowel de ODRU als de VRU.</al></artikel><artikel><kop><nr>3.4.4</nr><titel>Afwikkeling klachten</titel></kop><al>Een substantieel deel van de handhavingscapaciteit wordt in beslag
                            genomen door klachten van burgers. Deze klachten vloeien veelal voort
                            uit conflicten tussen buren onderling en niet zo zeer door overige
                            algemene vormen van overlast. De laatste jaren is er sprake van een
                            serieuze toename van klachten, mede als gevolg van het “vergunningvrij”
                            (maar niet regelvrij) bouwen. Om tot een efficiënte uitvoering te komen
                            zal nog nadrukkelijker dan nu een directe relatie gelegd moeten worden
                            tussen risico’s, prioriteiten, capaciteit en doelen. Ook moet meer
                            worden afgewogen of bestuursrechtelijke handhaving een passende reactie
                            is ingeval het onderliggend probleem louter civielrechtelijk van aard is
                            (algemeen- versus individueel belang). Wellicht kunnen instrumenten als
                            mediation en buurtbemiddeling een belangrijk onderdeel zijn om klachten
                            in te perken of te voorkomen.</al></artikel><artikel><kop><nr>3.4.5</nr><titel>Benoeming handhavingsprojecten</titel></kop><al>De uitvoering van de handhaving wordt meer bepaald door input en minder
                            door output. Met andere woorden, wat er in de maatschappij gebeurt wordt
                            al dan niet ad hoc opgepakt in plaats van een risicogerichte,
                            programmatische sturing van toezicht en handhaving vanuit regelgeving en
                            beleid. Dit valt niet te voorkomen maar door middel van het concreet
                            benoemen van prioriteiten en projecten die binnen de beleidsperiode
                            worden opgepakt kan (organisatorisch) efficiënter worden gehandeld.
                            Hierbij zijn de risico’s die voortvloeien uit de risicomodule meer
                            bepalend dan voorheen. Dit impliceert dat de ambtelijke capaciteit
                            effectiever kan worden ingezet.</al></artikel><artikel><kop><nr>3.4.6</nr><titel>Investeren in regionale samenwerking</titel></kop><al>In de afgelopen beleidsperiode is de samenwerking tussen de gemeenten
                            binnen de regio “De Waarden”, ODRU en de VRU geïntensiveerd. Zo is op
                            initiatief van deze samenwerking een provinciaal overleg geïnitieerd
                            (2013, het ‘rode kleurspooroverleg’) en is in 2014 in het kader van de
                            wet VTH een opleidingsprogramma ontwikkeld. In 2014 zijn ook de
                            gemeenten Stichtse Vecht, Bunnik en IJsselstein tot dit overlegplatform
                            toegetreden. De wens is deze samenwerking voort te zetten en uit te
                            bouwen.</al></artikel><artikel><kop><nr>3.4.7</nr><titel>Beleidsmatige afstemming en organisatorische inbedding</titel></kop><al>In het nieuwe handhavingsbeleid moet nog sterker de nadruk liggen op de
                            integrale werkwijze. Niet alleen met onze handhavingspartners, maar ook
                            bijv. met Stadstoezicht. </al></artikel><artikel><kop><nr>3.4.8</nr><titel>Evaluatie beleidsdoelstellingen</titel></kop><al>In het handhavingsbeleid 2011 - 2015 zijn doelstellingen geformuleerd.
                            Volgens de hoofddoelstelling is handhaving niet een opzichzelfstaand
                            onderdeel, maar vormt het een belangrijk onderdeel van de publieke taak
                            en is het onlosmakelijk verbonden met het vergunning- en meldingstelsel
                            binnen de Nederlandse Wet- en regelgeving. Volgens artikel 21 van onze
                            Grondwet: "<cursief>De zorg van de overheid is gericht op de
                                bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het
                                leefmilieu.</cursief>" </al><al>Deze algemene doelstelling is vervolgens gespecificeerd en vertaald naar
                            vier soorten doelstellingen:</al><lijst><li nr="1."><al>Inputdoelstellingen;</al></li><li nr="2."><al> Outputdoelstellingen;</al></li><li nr="3."><al> Kwaliteitsdoelstellingen;</al></li><li nr="4."><al> Naleefdoelstellingen.</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Ad. 1 en 2: Input- en
                            outputdoelstellingen</onderstreept></al><al>Deze doelstellingen zijn opgenomen in de jaarlijkse HUP’s en daar wordt
                            jaarlijks verantwoording over afgelegd in het jaarverslag. In de
                            afgelopen beleidsperiode (2011 - 2015) is de systematiek uitgewerkt en
                            geconcretiseerd. In de nieuwe beleidsperiode (2016 - 2018) worden deze
                            doelstellingen niet meer in het beleid opgenomen maar in het HUP. De
                            input en output zijn geen doel op zich maar een middel om de
                            strategische doelstellingen te bereiken.</al><al/><al><onderstreept>Ad. 3: Kwaliteitsdoelstellingen</onderstreept></al><al>In de afgelopen beleidsperiode is nog te weinig ervaring opgedaan met de
                            kwaliteitsdoelstellingen. Dit heeft er toe geleid dat nog onvoldoende
                            inzicht is in de soorten klachten, overtredingen, termijnen en
                            procedures. Hierdoor wordt monitoring, bijsturen en verslaglegging voor
                            het HUP 2016 nog deels gebaseerd op aannames en veronderstellingen en
                            groeien wij toe naar een situatie, die (ook weer) de basis vormt voor de
                            Verordening VTH en een volwaardige te verantwoorden beleidscyclus, die
                            ook voldoet aan de IBT-criteria. Cijfermatig inzicht wordt in elk geval
                            verkregen via de kwartaalrapportages van de ODRU, op basis waarvan
                            sturing plaatsvindt.</al><al/><al>De doorlooptijd van handhavingszaken is niet verkort. Aanbeveling is om
                            het handhavingsproces in de komende beleidsperiode ‘Lean’ te maken.
                            Hierdoor zal de gemiddelde doorlooptijd en het onderhanden werk
                            afnemen.</al><al/><al>Het bewerkstelligen van de vermindering van de toezichtslast bij burgers
                            en bedrijven is een proces dat stapsgewijs gebeurt. In de afgelopen
                            beleidsperiode is hier, door toepassing van signaalkaarten en
                            signaalkaarten, uitvoering aangegeven. Bij deze vorm van toezicht houdt
                            de toezichthouder ook toezicht op aspecten buiten zijn primaire
                            aandachtsveld. Een ander voorbeeld is dat uitvoeringsprogramma’s (steeds
                            meer) op elkaar worden afgestemd en op niveau van de toezichthouders
                            wordt besproken waar, wanneer en hoe er gecontroleerd wordt. In de
                            komende beleidsperiode moet, onder andere door meer projectmatig werken,
                            hier een kwantitatieve en kwalitatieve slag gemaakt worden.</al><al/><al><onderstreept>Ad. 4: Naleefdoelstellingen</onderstreept></al><al>In het Integraal Handhavingsbeleid 2011 - 2015 zijn naleefdoelstellingen
                            geformuleerd. Door middel van registratie en (jaar)verslaglegging kan
                            per taakveld bepaald worden in welke mate deze doelstellingen zijn
                            behaald. Hieronder is dat uitgewerkt voor de taakvelden milieu, bouwen,
                            ruimtelijke ordening en brandveiligheid. Vanwege een tijdelijke
                            verminderde monitoring van gegevens zijn de cijfers ten dele op
                            praktijkervaringen gebaseerd. </al><al/><al><onderstreept>Nalevingsgedrag Milieu</onderstreept></al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><tbody><row><entry><al><vet>Prioriteitsklasse</vet></al></entry><entry><al><vet>Geschatte naleving 2012</vet></al></entry><entry><al><vet>Doelstelling naleving 2015</vet></al></entry><entry><al><vet>Resultaat 2015</vet></al></entry></row><row><entry><al>Zeer groot risico</al></entry><entry><al>40-60%</al></entry><entry><al>60-80%</al></entry><entry><al>70-80%</al></entry></row><row><entry><al>Groot risico</al></entry><entry><al>40-60%</al></entry><entry><al>60-80%</al></entry><entry><al>70-80%</al></entry></row><row><entry><al>Beperkt risico </al></entry><entry><al>40-60%</al></entry><entry><al>60-80%</al></entry><entry><al>65-75%</al></entry></row><row><entry><al>Klein risico</al></entry><entry><al>60-80%</al></entry><entry><al>70-90%</al></entry><entry><al>70-80%</al></entry></row><row><entry><al>Zeer klein risico</al></entry><entry><al>80-100%</al></entry><entry><al>90-100%</al></entry><entry><al>80-100%</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><onderstreept>Nalevingsgedrag BWT en Ruimtelijke
                            Ordening</onderstreept></al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><tbody><row><entry><al><vet>Prioriteitsklasse</vet></al></entry><entry><al><vet>Geschatte naleving 2012</vet></al></entry><entry><al><vet>Doelstelling naleving 2015</vet></al></entry><entry><al><vet>Resultaat 2015</vet></al></entry></row><row><entry><al>Zeer groot risico</al></entry><entry><al>60-80%</al></entry><entry><al>70-90%</al></entry><entry><al>65-75%</al></entry></row><row><entry><al>Groot risico</al></entry><entry><al>40-60%</al></entry><entry><al>70-90%</al></entry><entry><al>75-85%</al></entry></row><row><entry><al>Beperkt risico </al></entry><entry><al>40-60%</al></entry><entry><al>80%</al></entry><entry><al>70-80%</al></entry></row><row><entry><al>Klein risico</al></entry><entry><al>60-80%</al></entry><entry><al>90%</al></entry><entry><al>80-90%</al></entry></row><row><entry><al>Zeer klein risico</al></entry><entry><al>80-100%</al></entry><entry><al>90%</al></entry><entry><al>-</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><onderstreept>Nalevingsgedrag Brandveiligheid</onderstreept></al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><tbody><row><entry><al><vet>Prioriteitsklasse</vet></al></entry><entry><al><vet>Geschatte naleving huidige situatie</vet></al></entry><entry><al><vet>Doelstelling naleving 2014</vet></al></entry><entry><al><vet>Resultaat 2015</vet></al></entry></row><row><entry><al>Zeer groot risico</al></entry><entry><al>88%</al></entry><entry><al>70-90%</al></entry><entry><al>88%</al></entry></row><row><entry><al>Groot risico</al></entry><entry><al>88%</al></entry><entry><al>70-90%</al></entry><entry><al>88%</al></entry></row><row><entry><al>Beperkt risico </al></entry><entry><al>88%</al></entry><entry><al>70-90%</al></entry><entry><al>88%</al></entry></row><row><entry><al>Klein risico</al></entry><entry><al>88%</al></entry><entry><al>70-90%</al></entry><entry><al>88%</al></entry></row><row><entry><al>Zeer klein risico</al></entry><entry><al>88%</al></entry><entry><al>70-90%</al></entry><entry><al>88%</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><nr>3.5</nr><titel>Samenvatting</titel></kop><al>In de beleidsperiode 2011 - 2015 is, naar aanleiding van nieuwe wet- en
                            regelgeving, voor het eerst echt ervaring opgedaan met beleidsmatig én
                            integraal toezicht en handhaving. Uit de jaarverslagen en doelstellingen
                            blijkt dat het leren, implementeren niet altijd met die snelheid is
                            verwezenlijkt dan was voorgenomen. De komende beleidsperiode zal dit
                            proces, ook in regionaal verband, verder worden uitgewerkt. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>4.</nr><titel>Probleemanalyse en prioriteiten</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Wettelijke kader: Besluit omgevingsrecht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr><titel>Handhavingsbeleid</titel></kop><lijst><li nr="2."><al>Het handhavingsbeleid is gebaseerd op een analyse van de
                                        problemen die zich naar het oordeel van het bestuursorgaan
                                        kunnen voordoen met betrekking tot de naleving van het bij
                                        of krachtens de betrokken wetten bepaalde in de gevallen
                                        waarin de zorg voor de handhaving daarvan aan hem is
                                        opgedragen.</al></li><li nr="3."><al> Het handhavingsbeleid geeft inzicht in:</al><lijst><li nr="a."><al> de prioriteitenstelling met betrekking tot de
                                                uitvoering van de krachtens het eerste lid
                                                voorgenomen activiteiten;</al></li><li nr="b."><al> de methodiek die het bestuursorgaan hanteert om te
                                                bepalen of de krachtens het eerste lid gestelde
                                                doelen worden bereikt.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al>Het doel van de probleemanalyse is om sturing te geven aan de
                                inspanningen van het toezicht en de handhaving. De probleemanalyse
                                vormt daarmee de basis voor het stellen van prioriteiten, het
                                formuleren van doelstellingen en het uiteindelijk vaststellen van
                                een uitvoeringsprogramma. De probleemanalyse bestaat uit een
                                omgevingsanalyse (beschrijvend gedeelte) en een risicoanalyse
                                (cijfermatig gedeelte). </al></artikel><artikel><kop><nr>4.1</nr><titel>Wettelijk kader toezicht en handhaving</titel></kop><al>De verantwoordelijkheid voor toezicht vloeit voort uit wettelijke
                                verplichtingen, zoals bijvoorbeeld artikel 5.2 lid 1 Wabo en artikel
                                125 Gemeentewet. In de jurisprudentie is een ontwikkeling naar de
                                plicht tot handhaving te bespeuren, met name wanneer derden de
                                overheid vragen op te treden. De handhavingsplicht wordt als het
                                ware geactiveerd door een handhavingsverzoek van een
                                derde-belanghebbende. Alleen indien of de mogelijkheid bestaat tot
                                legalisering, of er sprake is van bijzondere omstandigheden, zou van
                                handhaving mogen worden afgezien. De zorg voor de naleving valt
                                uiteen in twee deeltaken, namelijk toezicht en handhaving. </al></artikel><artikel><kop><nr>4.2</nr><titel>Gebiedsbeschrijving IJsselstein</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><nr>4.2.1</nr><titel>Historie</titel></kop><al>De stad IJsselstein is een landelijke en groene gemeente, gelegen
                                ten westen van de stad Utrecht. </al><al>IJsselstein is bekend van de monumentale binnenstad en de
                                mediatoren. De monumentale binnenstad van IJsselstein is tot
                                beschermd stadsgezicht aangewezen. Naast de vele monumenten kent
                                IJsselstein ook veel, gezellige horecabedrijven en terrassen. Elke
                                vrijdag is er een middag- en avondmarkt, die bezoekers vanuit ruime
                                omstreken trekt.</al><al>IJsselstein is Baroniestad en kent een rijke historie en mede
                                daardoor talrijke gemeentelijke- en Rijksmonumenten. Ook
                                archeologisch is het een belangrijke plaats, hetgeen vooral in de
                                binnenstad tot uiting komt. Die binnenstad kent een beschermd
                                stadsgezicht. </al></artikel><artikel><kop><nr>4.2.2</nr><titel>Ondernemen in IJsselstein</titel></kop><al>De ligging van de stad, langs de A2 is van groot belang voor
                                ondernemend IJsselstein. </al><al>IJsselstein is ook Zenderstad, vanwege de aanwezigheid van de
                                grootste mediatoren van ons land. Industrieel gezien is de stad,
                                gelegen langs de Hollandse IJssel, bekend van de meubelindustrie.
                                Ook al is die nu beperkt tot één bedrijf. De stad kent meerdere –
                                kleine – industrieterreinen met een gevarieerd aanbod aan
                                bedrijvigheid. Recent is een omvangrijk vleesverwerkend bedrijf
                                gevestigd. Er is nog een beperkte mogelijkheid tot uitbreiding van
                                de bedrijventerreinen.</al></artikel><artikel><kop><nr>4.3</nr><titel>Specificatie per taakveld</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><nr>4.3.1</nr><titel>Specificatie Milieu</titel></kop><al>Binnen het bedrijvenbestand waarvoor de gemeente bevoegd gezag is,
                                zijn 6 bedrijven met een verhoogd risico. Het betreft in het
                                bijzonder twee voormalige provinciale bedrijven, 2 LPG-tankstations
                                en enkele grotere industriële bedrijven. Binnen de gemeente zijn 3
                                vuurwerkverkoop- en opslagpunt aanwezig, waarvoor de gemeente
                                bevoegd gezag is. Inmiddels zijn overal in het land de RUD’s
                                operationeel en zijn ook provinciale milieutaken aan die
                                organisaties overgedragen. Voor IJsselstein zijn die taken
                                ondergebracht bij de ODRU. De vergunningsituatie bij de
                                IJsselsteinse bedrijven is dekkend. Bestaande vergunningen worden
                                tijdig geactualiseerd, waarbij de toepassing van de best beschikbare
                                technieken voorop staat. Toezicht op de naleving van de gestelde
                                voorschriften ter bescherming van het milieu vindt periodiek plaats
                                op basis van de eerder genoemde risicoanalyse en het HUP.</al></artikel><artikel><kop><nr>4.3.2</nr><titel>Specificatie BWT en Ruimtelijke ordening</titel></kop><al>In de gemeente IJsselstein worden er jaarlijks ongeveer 200
                                omgevingsvergunningen aangevraagd. Daarvan heeft 65% betrekking op
                                bouwen, 10% op slopen, 10% op monumenten/archeologie, 6% aanleggen
                                en 9% op overige activiteiten die vallen onder bouwen en wonen en
                                ruimtelijke ordening. In deze beleidsperiode worden minder grote
                                bouwwerken verwacht maar wel een toename van vergunningvrij bouwen,
                                asbestsaneringen en kleinere vergunningplichtige werken.</al></artikel><artikel><kop><nr>4.3.3</nr><titel>Specificatie brandveilig gebruik bouwwerken en
                                    evenementen</titel></kop><al>Het objectenbestand van de gemeente IJsselstein waarmee de VRU
                                uitvoering geeft aan de Taakuitvoeringsovereenkomst (TUO) bestaat
                                uit objecten en evenementen met een verhoogd risico, zoals
                                vergunning- en meldingsplichtige bouwwerken brandveilig gebruik,
                                evenementen, gebruik brandbeveiligingsverordening en bouwwerken
                                algemeen gebruik. Deze laatste categorie objecten bestaat voor een
                                groot deel uit industriegebouwen welke opgenomen zijn in het
                                Activiteitenbesluit milieubeheer. Het objectenbestand, waarvoor de
                                gemeente als bevoegd gezag verantwoordelijk is, wordt continu
                                geactualiseerd.</al><al>Naast toezicht heeft het bestuur van de VRU gekozen voor een accent
                                op gerichte communicatie over veiligheid, onder de noemer
                                “Stimulerende Preventie”. Daarbij wordt actief en gericht gewerkt
                                aan bewustwording over veiligheid, bieden van handelingsperspectief
                                en uiteindelijk gedragsbeïnvloeding. Daarmee wordt beoogt incidenten
                                te voorkomen en – als die plaatsvinden - minder slachtoffers en
                                minder schade als gevolg te hebben. Deze preventieve activiteit
                                sluit aan op de doelstelling uit de landelijke handhavingsstrategie,
                                die in dit beleid is opgenomen.</al></artikel><artikel><kop><nr>4.3.4</nr><titel>Specificatie APV, afvalstoffenverordening en bijzondere
                                    wetgeving</titel></kop><al>Binnen het taakveld APV en bijzondere wetten wordt toezicht gehouden
                                op verschillende terreinen. Voorbeelden hiervan zijn:</al><lijst><li nr="●"><al> Controle (coördinatie) voor en tijdens (grotere)
                                        evenementen;</al></li><li nr="●"><al> Controle op de naleving van horecaregels, naast hetgeen
                                        wordt uitgevoerd conform het uitvoeringsplan 2016 “Preventie
                                        en Handhaving Alcohol”; </al></li><li nr="●"><al>Controle op het onjuist aanbieden en het storten en
                                        verbranden in strijd met de regels van afval in de openbare
                                        ruimte;</al></li><li nr="●"><al>Controle op het onjuist plaatsen van objecten op en langs de
                                        openbare weg;</al></li><li nr="●"><al>Controle op illegale reclame in de openbare weg;</al></li><li nr="●"><al>Controle op parkeerexcessen buiten de zone van betaald
                                        parkeren;</al></li><li nr="●"><al> Controle op hondenoverlast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>4.4</nr><titel>Cijfermatige onderbouwing</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><nr>4.4.1</nr><titel>Methodiek risicomodule</titel></kop><al>Voor het uitvoeren van de risicoanalyse is gebruik gemaakt van een
                                methodiek die ontwikkeld is door de ANTEA Groep. Met behulp van de
                                risicomodule is het kwantitatieve deel van de probleemanalyse
                                uitgevoerd. In het onderstaande figuur is de risicomodule
                                schematisch weergegeven. </al><al><plaatje><illustratie id="i12dfa3c9-d360-42ec-9d34-89d41dd6192e" naam="i276816i12dfa3c9-d360-42ec-9d34-89d41dd6192e.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="6.98cm"/></plaatje><cursief>Figuur: Risicomodule IJsselstein</cursief></al><al/><al>Centraal in de systematiek van de risicomodule staat de formule:
                                RISICO = KANS maal EFFECT. Deze formule is een internationaal
                                geaccepteerde en veel gebruikte methode om een adequate inschatting
                                te kunnen maken van de benodigde prioriteit van (onder andere)
                                handhavingstaken. Het risico wordt berekend door de scores van het
                                negatief effect te vermenigvuldigen met de kans op niet naleving. De
                                volgende aspecten worden gescoord:</al><lijst><li nr="●"><al> Negatief effect: Hoe groot zijn de negatieve gevolgen als
                                        regels niet worden nageleefd?</al></li><li nr="●"><al>Kans op niet-naleving: Hoe groot is de kans dat een
                                        doelgroep de regels niet naleeft?</al></li></lijst><al>De elementen [KANS] en [EFFECT] zijn met behulp van Antea Group
                                opgebouwd uit allerlei thema's en variabelen. De thema's zijn
                                standaard van toepassing op elk taakveld, de variabelen binnen een
                                thema zijn per taakveld verschillend. </al><al>De thema’s die de negatieve effecten omvatten zijn:</al><lijst><li nr="●"><al> Fysieke veiligheid (o.a. gevaarsindicatie VNG, opslag en
                                        gebruik gevaarlijke stoffen);</al></li><li nr="●"><al>Hinder &amp; leefbaarheid (hinder als gevolg van geur,
                                        geluid, licht, stof en verkeer);</al></li><li nr="●"><al>Duurzaamheid (bodem, water, afval, verbruik van gas en
                                        elektra);</al></li><li nr="●"><al>Volksgezondheid (gebruik toxische stoffen, locatie met
                                        asbest, emissie naar lucht).</al></li></lijst><al>De thema’s die de kans op niet-naleving omvatten zijn:</al><lijst><li nr="●"><al> Attitude (politieke gevoeligheid, klachten, houding &amp;
                                        gedrag);</al></li><li nr="●"><al>Nalevingstabel (spontane naleving van gedragsregels);</al></li><li nr="●"><al> Ervaringscijfers (naleving tijdens toezicht in afgelopen
                                        drie jaar).</al></li></lijst><al>Aan de variabelen zijn scores toegekend die uitdrukking geven aan
                                het risico van een bepaalde taak of object. Op basis van een
                                automatisch rekenmodel komt de totaalscore tot stand. De risico's
                                (conceptprioriteiten) die op basis van de risicomodule zijn bepaald,
                                zijn voorgelegd aan de medewerkers van de gemeente resp. ODRU en VRU
                                naar taakveld. Hierbij zijn de onderlinge wegingen aangepast op de
                                praktijksituatie in IJsselstein. Alle criteria kunnen zwaarder of
                                lichter gewogen worden. Dit hangt af van de aanwezigheid van
                                gegevens. Wat je niet weet, kun je ook niet beoordelen. De
                                risicomodule wordt om die reden periodiek geëvalueerd en aangepast. </al><al>Deze totaalscore bepaalt in feite de prioriteit. Voor de VRUtaken is
                                ook van het Prevapmodel gebruik gemaakt.</al><al>De risicomodule is uitgevoerd voor de taakvelden milieu, ruimtelijke
                                ordening, bouwen, bestaande bouw (gebiedstoezicht), brandveiligheid,
                                APV en bijzondere wetgeving. Per taakveld is de methodiek gevuld met
                                de specifieke gegevens van IJsselstein. Ieder taakveld heeft
                                zodoende eigen prioriteiten. Per risicoanalyse zijn de prioriteiten
                                bepaald. Dat wil niet zeggen dat de hoogste prioriteiten per
                                taakveld automatisch de hoogste prioriteit krijgen in de integrale
                                prioritering.</al></artikel><artikel><kop><nr>4.4.2</nr><titel>Indeling prioriteiten</titel></kop><al>In de risicomodule krijgen objecten of taken een kleur toegekend op
                                basis van hun eindscore. Hoe groter de score, des te groter het
                                risico. </al><al>De prioriteitenstelling uit de risicomodule moet richting geven aan
                                de inzet van mensen, middelen, de frequenties van toezicht en
                                handhaving en de aspecten waarop tijdens het toezicht wordt gelet.
                                De prioriteitenstelling wil zeggen dat overal aandacht aan wordt
                                besteed, alleen met een verschillende handhavingsinzet. Klachten en
                                verzoeken om handhaving worden eveneens getoetst aan dit beleid,
                                hetgeen kan inhouden dat aan laag-prioritaire zaken geen aandacht
                                wordt geschonken. Uiteraard wordt dit wel met de klager
                                gecommuniceerd.</al><al>In de risicomodule worden vijf kleuren gebruikt: rood, oranje, geel,
                                lichtgroen en donkergroen. De kleur bepaalt welke inzet gepleegd
                                wordt op dat object of die taak. Hieronder een korte omschrijving
                                wat betreft inzet en behandeling per kleur.</al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al><vet>Categorie</vet></al></entry><entry><al><vet>Omschrijving</vet></al><al/></entry></row><row><entry><al>Rood = Zeer groot risico</al><al>Oranje = Groot risico</al></entry><entry><al>Structurele toekenning van een volledige
                                                  capaciteit. Toezicht &amp; handhaving van
                                                  overtredingen: proactief beleid</al></entry></row><row><entry><al>Geel = Beperkt risico</al></entry><entry><al>Inzet van een gemiddelde capaciteit. Toezicht en
                                                  handhaving projectmatig, gebieds- en
                                                  steekproefsgewijs. Nader onderzoek naar oorzaak
                                                  overtredingen.</al></entry></row><row><entry><al>Lichtgroen = Klein risico</al><al>Donkergroen = Zeer klein risico</al></entry><entry><al>Inzet van een zeer beperkte capaciteit.
                                                  Registreren en analyseren van incidenten. Verder
                                                  een gerichte inzet van de capaciteit op effecten
                                                  in naleefgedrag met als doel het vergroten van de
                                                  voorbeeldfunctie (bijv. door vooraankondigingen
                                                  controles in media en publicatie van uitgevoerde
                                                  controle- en handhavingsacties).Altijd controle
                                                  indien er sprake is van een cluster van
                                                  incidenten.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><nr>4.4.3</nr><titel>Bestuurlijke prioriteiten</titel></kop><al>De uitwerking van de bestuurlijke prioriteiten is terug te zien in
                                het overzicht uit de Risicomodule. Omwille van de dynamiek van een
                                risicomodule zijn deze opgenomen als bijlagen (bijlage 5) in dit
                                handhavingsbeleid.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>5.</nr><titel>Doelen</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Wettelijke kader Besluit omgevingsrecht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr><titel>Handhavingsbeleid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan stelt het handhavingsbeleid vast in een
                                        of meer documenten waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke
                                        doelen het zichzelf stelt bij de handhaving en welke
                                        activiteiten het daartoe zal uitvoeren. Het bestuursorgaan
                                        beziet regelmatig, maar in elk geval naar aanleiding van de
                                        evaluatie, bedoeld in artikel 7.7, tweede lid, of dit beleid
                                        moet worden aangepast en past het zo nodig aan. Het
                                        bestuursorgaan draagt er zorg voor dat dit beleid en het
                                        handhavingsbeleid van de andere betrokken bestuursorganen en
                                        de organen die belast zijn met de strafrechtelijke
                                        handhaving onderling worden afgestemd.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Het handhavingsbeleid geeft inzicht in:</al><lijst><li nr="a."><al> de prioriteitenstelling met betrekking tot de
                                                uitvoering van de krachtens het eerste lid
                                                voorgenomen activiteiten;</al></li><li nr="b."><al> de methodiek die het bestuursorgaan hanteert om te
                                                bepalen of de krachtens het eerste lid gestelde
                                                doelen worden bereikt.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>5.1</nr><titel>Doelstellingen handhavingsbeleid</titel></kop><al>Handhaving is niet een opzichzelfstaand onderdeel, maar vormt een
                                belangrijk onderdeel van de publieke taak en is onlosmakelijk
                                verbonden met het vergunning- en meldingstelsel binnen de
                                Nederlandse wet- en regelgeving. Volgens artikel 21 van onze
                                Grondwet: "<cursief>De zorg van de overheid is gericht op de
                                    bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van
                                    het leefmilieu.</cursief>" </al><al>De hoofddoelstelling is het zorgen voor een veilige en leefbare
                                woon- en werkomgeving. Deze doelstelling moet via een jaarlijks
                                uitvoeringsprogramma vertaald worden naar concrete inzet van
                                beschikbare capaciteit. De ervaring is dat er een spanningsveld
                                bestaat tussen doelen en capaciteit. Dit wordt verder uitgewerkt in
                                hoofdstuk 8 en het jaarlijkse HUP. Dit spanningsveld zal ook nader
                                beschreven gaan worden in de Wet- en Verordening VTH, medio
                                2016.</al><al>Om deze doelstelling te kunnen verwezenlijken worden de volgende
                                deeldoelstellingen onderscheiden: </al><lijst><li nr="1."><al> kwaliteitsdoelstellingen: deze doelstellingen omschrijven
                                        welke procesmatige verbeteringen er beoogd worden.</al></li><li nr="2."><al> naleefdoelstellingen: deze doelstellingen beschrijven welke
                                        resultaten er op het gebied van naleving worden
                                        nagestreefd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>5.2</nr><titel>Uitwerking doelstellingen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><nr>5.2.1</nr><titel>Kwaliteitsdoelstellingen</titel></kop><lijst><li nr="●"><al> alle klachten, meldingen en verzoeken om handhaving binnen
                                        een redelijke termijn afhandelen (&lt; 8 weken<noot id="d1965e1767"><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>Conform artikel 4:13 lid 2 van de Algemene wet
                                                bestuursrecht. Een besluit op een verzoek om een
                                                uitvoeringsbeschikking moet overigens binnen vier
                                                weken worden genomen; artikel 5:31a lid 3 Awb
                                                (toepassen bestuursdwang) en artikel 5:37 lid 3 Awb
                                                (invordering verbeurde dwangsom).</noot.al><noot.al/></noot>]);</al></li><li nr="●"><al> minder toezichtslasten voor burger en bedrijf (reduceren
                                        van de frequentie);</al></li><li nr="●"><al> gefaseerd invoeren van integraal toezicht (meer toezicht
                                        door minder toezichthouders door ‘oog- en oorfunctie’
                                        toezichthouders);</al></li><li nr="●"><al> voldoen aan de (huidige en nog in de wet- en regelgeving te
                                        verankeren) kwaliteitscriteria, zoals ook te omschrijven in
                                        de Verordening VTH;</al></li><li nr="●"><al> streven naar meer verantwoordelijkheid bij burgers en
                                        bedrijven (structureel publiceren, nieuwe media benutten,
                                        integraal informeren tijdens controle).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>5.2.2</nr><titel>Naleefdoelstellingen</titel></kop><al>In een ideale situatie zou de gemeente streven naar een naleefgedrag
                                van honderd procent. Met naleving wordt in dit geval bedoeld het
                                gewenste gedrag dat mensen spontaan de regels naleven. In de
                                praktijk ligt het percentage naleving lager dan 100%. Om een beeld
                                te krijgen van het naleefgedrag per doelgroep of
                                handhavingscategorie is op basis van de praktijkervaring van de
                                experts (toezichthouders en juridisch medewerkers) een inschatting
                                gemaakt. </al><al>Met behulp van de “Tafel van elf” (bijlage 4) is geschat hoe groot
                                de kans op naleving van de regels is. Hoe hoger het getal, hoe
                                groter de kans dat regels niet worden nageleefd. Door toepassing van
                                deze systematiek beogen wij het calculerend gedrag van burgers en
                                ondernemers terug te dringen.</al><al>De gemeente IJsselstein streeft ernaar om de naleving van de wet- en
                                regelgeving te verbeteren<noot id="d1965e1798"><noot.nr> 2 </noot.nr><noot.al>Dat
                                        kan onder andere door gericht voorlichting te geven op
                                        specifieke thema’s, veelvoorkomende overtredingen
                                        etc.</noot.al></noot>. In het bijzonder de gevallen/zaken met de hoogste
                                prioriteit. De indicatoren voor het bereiken van deze doelstellingen
                                komen voort uit de risicomodule en zijn: </al><lijst><li nr="●"><al> aantal en ernst overtreding conform sanctiestrategie;</al></li><li nr="●"><al> score op basis van risicomodule;</al></li><li nr="●"><al> aantal controles, hercontroles, dwangsommen, etc.;</al></li><li nr="●"><al> aantal vergunningaanvragen, ontheffingen en meldingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>5.3</nr><titel>Doelstellingen Milieu</titel></kop><al>In de risicomodule is een inschatting gegeven van het huidige
                                naleefgedrag per prioriteitsklasse. Deze inschatting is weergegeven
                                in de onderstaande tabel. Het huidige naleefgedrag is als
                                vertrekpunt genomen voor de doelstelling van de naleving in 2018.
                                Deze is eveneens weergegeven in de onderstaande tabel. </al><al/><table><title>Tabel: Inschatting huidige naleefgedrag en doelstelling naleving 2018 taakveld Milieu </title><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al><vet>Prioriteitsklasse</vet></al></entry><entry><al><vet>(Geschatte) naleving huidige
                                                  situatie</vet></al></entry><entry><al><vet>Doelstelling naleving 2018</vet></al></entry></row><row><entry><al>Zeer groot risico</al></entry><entry><al>70-80%</al></entry><entry><al>80%</al></entry></row><row><entry><al>Groot risico</al></entry><entry><al>70-80%</al></entry><entry><al>80%</al></entry></row><row><entry><al>Beperkt risico </al></entry><entry><al>65-75%</al></entry><entry><al>80%</al></entry></row><row><entry><al>Klein risico</al></entry><entry><al>70-80%</al></entry><entry><al>80%</al></entry></row><row><entry><al>Zeer klein risico</al></entry><entry><al>80-100%</al></entry><entry><al>80%</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><nr>5.3.1</nr><titel>Beleidsuitgangspunten</titel></kop><lijst><li nr="●"><al> de componenten veiligheid, ketentoezicht,
                                        energie/duurzaamheid krijgen specifieke aandacht tijdens
                                        toezicht en handhaving;</al></li><li nr="●"><al> controles bij de grote bedrijven uit categorie 4 worden
                                        afgestemd met handhavingspartners als waterschap en
                                        veiligheidsregio.</al></li><li nr="●"><al> alle categorie 4- en vuurwerkbedrijven voldoen elk jaar
                                        voor 100% aan de voorschiften (na controle en zo nodig een
                                        handhavingtraject);</al></li><li nr="●"><al> er vindt samenwerking plaats met andere handhavingspartners
                                        om het kennisniveau te verhogen en een eenduidig toezicht te
                                        verkrijgen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>5.3.2</nr><titel>Indicatoren</titel></kop><al>Registratie van het naleefgedrag per branche of handhavingscategorie
                                op basis van de uitgevoerde controles. In het gegevensbestand van de
                                ODRU worden gegevens (gepleegde overtredingen, naleefgedrag, etc.)
                                verzameld en geanalyseerd. De indicatoren voor het bereiken van
                                doelstellingen zijn:</al><lijst><li nr="●"><al> aantal en ernst overtreding (zodra de LHS in het
                                        gegevensbestand van de ODRU is geïntegreerd);</al></li><li nr="●"><al> aantal controles, hercontroles en opgelegde sancties
                                        etc;</al></li><li nr="●"><al> aantal vergunningaanvragen, ontheffingen en meldingen.</al></li></lijst><al>Deze indicatoren worden geanalyseerd op zaak- en projectniveau
                                (zoals beschreven in HUP). Daarnaast vindt beoordeling plaats in de
                                risicomodule.</al></artikel><artikel><kop><nr>5.4</nr><titel>Doelstellingen BWT en Ruimtelijke Ordening</titel></kop><al>In de Risicomodule is een inschatting gegeven van het huidige
                                naleefgedrag per prioriteitsklasse. Deze inschatting is weergegeven
                                in de onderstaande tabel. Het huidige naleefgedrag is als
                                vertrekpunt genomen voor de doelstelling van de naleving in 2018.
                                Deze is eveneens weergegeven in de onderstaande tabel. </al><al/><table><title>Tabel: Inschatting huidige naleefgedrag en doelstelling naleving 2018 taakveld BWT en Ruimtelijke Ordening IJsselstein</title><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al><vet>Prioriteitsklasse</vet></al></entry><entry><al><vet>Geschatte naleving huidige
                                                  situatie</vet></al></entry><entry><al><vet>Doelstelling naleving 2018</vet></al></entry></row><row><entry><al>Zeer groot risico</al></entry><entry><al>65-75%</al></entry><entry><al>70-80%</al></entry></row><row><entry><al>Groot risico</al></entry><entry><al>75-85%</al></entry><entry><al>75-85%</al></entry></row><row><entry><al>Beperkt risico </al></entry><entry><al>70-80%</al></entry><entry><al>70-80%</al></entry></row><row><entry><al>Klein risico</al></entry><entry><al>80-90%</al></entry><entry><al>80-90%</al></entry></row><row><entry><al>Zeer klein risico</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>80-90%</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><nr>5.4.1</nr><titel>Beleidsuitgangenspunten</titel></kop><lijst><li nr="●"><al> projecten en werkzaamheden worden conform dit beleid en het
                                        HUP gecontroleerd. Het aantal controles, en de diepgang
                                        daarvan, worden in het HUP verwerkt;</al></li><li nr="●"><al> ODRU en VRU voeren (wanneer gewenst gezamenlijk)
                                        brandveiligheidscontroles uit tijdens de bouw, waarbij
                                        specifiek wordt gelet op compartimentering, brandscheiding
                                        en vluchtwegmogelijkheden;</al></li><li nr="●"><al> er vindt integraal (omgevingsrechtbreed) gebiedsgericht
                                        toezicht plaats, waarbij per gebied (woonwijk, binnenstad,
                                        bedrijventerrein) frequent wordt geïnventariseerd welke
                                        mutaties plaatsvinden, die steeds worden beoordeeld of deze
                                        legaal zijn; </al></li><li nr="●"><al> er vindt samenwerking plaats met andere handhavingspartners
                                        om het kennisniveau te verhogen, eenduidig toezicht te
                                        verkrijgen en de toezichtslast te verminderen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>5.4.2</nr><titel>Indicatoren</titel></kop><al>Registratie van het naleefgedrag per branche of handhavingscategorie
                                op basis van de uitgevoerde controles. De indicatoren voor het
                                bereiken van doelstellingen:</al><lijst><li nr="●"><al> aantal, soort en ernst overtredingen; </al></li><li nr="●"><al> aantal controles, hercontroles en opgelegde sancties, etc.;
                                    </al></li><li nr="●"><al> aantal stilleggingen van projecten; </al></li><li nr="●"><al> aantal asbestsaneringen;</al></li><li nr="●"><al> aantal gesignaleerde mutaties en beoordelingen op
                                        legaliteit;</al></li><li nr="●"><al> aantal vergunningaanvragen, ontheffingen en meldingen in
                                        het kader van een legalisatietraject. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>5.5</nr><titel>Doelstellingen Brandveiligheid</titel></kop><al>Het huidige naleefgedrag is als vertrekpunt genomen voor de
                                doelstelling van de naleving in vanaf 2016. </al><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al><vet>Prioriteitsklasse</vet></al></entry><entry><al><vet>Geschatte naleving huidige
                                                  situatie</vet></al></entry><entry><al><vet>Doelstelling naleving 2016</vet></al></entry></row><row><entry><al>Zeer groot risico</al></entry><entry><al>88%</al></entry><entry><al>88%</al></entry></row><row><entry><al>Groot risico</al></entry><entry><al>88%</al></entry><entry><al>88%</al></entry></row><row><entry><al>Beperkt risico </al></entry><entry><al>88%</al></entry><entry><al>88%</al></entry></row><row><entry><al>Klein risico</al></entry><entry><al>88%</al></entry><entry><al>88%</al></entry></row><row><entry><al>Zeer klein risico</al></entry><entry><al>88%</al></entry><entry><al>88%</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><nr>5.5.1</nr><titel>Beleidsuitgangspunten</titel></kop><lijst><li nr="●"><al> Er is een risicogericht uitvoeringsplan voor
                                        brandpreventie. Toezicht, handhaving en communicatie over
                                        brandveiligheid worden ingezet conform het HUP, dat is
                                        gebaseerd op een risicoanalyse. Daarbij is vanzelfsprekend
                                        extra aandacht voor gevallen, waarbij sprake is van
                                        verminderde zelfredzaamheid of de aanwezigheid van grote
                                        aantallen personen;</al></li><li nr="●"><al>Het naleefgedrag moet de mate- en intensiteit van het
                                        toezicht mede bepalen; </al></li><li nr="●"><al>De landelijke handhavingsstrategie wordt ook toegepast door
                                        de VRU;</al></li><li nr="●"><al> Bouwwerken, die de norm overschrijden door ongewenste en/of
                                        onechte meldingen van een brandmeldinstallatie worden
                                        overgedragen aan de gemeente om een handhavingtraject te
                                        starten; </al></li><li nr="●"><al> Er vindt samenwerking plaats met andere toezicht
                                        (handhaving)partners om het gezamenlijk kennisniveau te
                                        verhogen en te borgen en om integraal toezicht en handhaving
                                        uit te voeren.</al></li></lijst><al>Daarnaast draagt de VRU actief bij aan het verbeteren van de
                                veiligheid rondom evenementen. Er zijn standaard voorschriften
                                ontwikkeld voor kleine evenementen en beoogd wordt om bij B en C
                                evenementen te adviseren, toezicht te houden en zonodig handhavend
                                op te treden. </al></artikel><artikel><kop><nr>5.5.2</nr><titel>Indicatoren</titel></kop><al>Met het volledig in gebruik nemen van het programma First Watch is
                                een begin gemaakt met verzamelen en analyseren van gegevens
                                (hercontroles, gepleegde overtredingen, naleefgedrag, etc.).</al><al>De indicatoren voor het bereiken van doelstellingen zijn als volgt<noot id="d1965e2175"><noot.nr>3 </noot.nr><noot.al/></noot></al><lijst><li nr="●"><al> aantal, soort en ernst overtredingen; </al></li><li nr="●"><al> aantal controles, hercontroles en opgelegde sancties, etc.;
                                    </al></li><li nr="●"><al> percentage hercontroles t.o.v. het aantal periodieke
                                        controles (naleefpercentage);</al></li><li nr="●"><al> het aantal handhavingszaken na hercontroles;</al></li><li nr="●"><al> percentage loze meldingen t.o.v. voorgaande periode;</al></li><li nr="●"><al> percentage dwangsommen/bestuursdwang t.o.v. nodeloze
                                        meldingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>5.6</nr><titel>Doelstellingen APV en bijzondere wetgeving</titel></kop><al>In de risicomodule is een inschatting gegeven van het huidige
                                naleefgedrag. Deze inschatting is weergegeven in de onderstaande
                                tabel. Het huidige naleefgedrag is als vertrekpunt genomen voor de
                                doelstelling van de naleving in 2018. Deze is eveneens weergegeven
                                in de onderstaande tabel.</al><al/><table><title>Tabel: Inschatting huidige naleefgedrag en doelstelling naleving 2018 taakveld APV en bijzondere wetgeving</title><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al><vet>Taakveld</vet></al></entry><entry><al><vet>Geschatte naleving huidige
                                                  situatie</vet></al></entry><entry><al><vet>Doelstelling naleving 2018</vet></al></entry></row><row><entry><al>APV en bijzondere wetgeving (algemeen)</al></entry><entry><al>60-80%</al></entry><entry><al>80%</al></entry></row><row><entry><al>Specificaties:</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Evenementen</al><al>&gt;100 pers.</al></entry><entry><al>70-80%</al></entry><entry><al>90%</al></entry></row><row><entry><al>Horecavergunningen</al></entry><entry><al>60-80%</al></entry><entry><al>90%</al></entry></row><row><entry><al>Parkeren buiten de schil</al></entry><entry><al>60-70%</al></entry><entry><al>80%</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><nr>5.6.1</nr><titel>Beleidsuitgangspunten</titel></kop><al>In de afgelopen jaren is er toezicht gehouden in de openbare ruimte.
                                Stadstoezicht heeft hiervan de uitvoering. De komende jaren wordt
                                meer ervaring opgedaan, waarbij het volgende uitgangspunt wordt
                                gehanteerd:</al><lijst><li nr="●"><al> er is specifieke aandacht voor evenementenvergunningen
                                        &gt;100 personen en 50-100 personen. Voorafgaande aan het
                                        evenement wordt er tussen ODRU, VRU en de politie afgestemd
                                        over de controles die moeten plaatsvinden. Na afloop vindt
                                        er een evaluatie plaats;</al></li><li nr="●"><al> er vindt samenwerking plaats met andere toezicht- en
                                        (handhaving)partners om het kennisniveau te verhogen en een
                                        eenduidig toezicht te verkrijgen;</al></li><li nr="●"><al> het horecatoezicht omvat – naast controle op de
                                        vergunningplicht – ook toezicht op veiligheidsaspecten,
                                        leeftijdscontroles en handhaving van het rookverbod en
                                        geluidoverlast (in samenwerking met de nVWA resp. ODRU) en
                                        zaken conform het “Preventie- en Handhavingsplan
                                        Alcohol”;</al></li><li nr="●"><al> controle op zwerfvuil, hondenoverlast en parkeren wordt
                                        dagelijks uitgevoerd;</al></li><li nr="●"><al> toezicht op foutparkeren buiten de zone voor betaald
                                        parkeren kenmerkt zich door optreden tegen excessen en
                                        zaken, die de veiligheid in gevaar brengen, zoals
                                        doorgangsbeperkingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>5.6.2</nr><titel>Indicatoren</titel></kop><al>Registratie van het naleefgedrag per branche of handhavingscategorie
                                op basis van de uitgevoerde controles. De indicatoren voor het
                                bereiken van doelstellingen komen voort uit de risicomodule en
                                zijn:</al><lijst><li nr="●"><al> aantal en ernst overtreding conform sanctiestrategie;</al></li><li nr="●"><al> aantal controles, hercontroles, dwangsommen, Mulderfeiten,
                                        strafrechtelijke sancties, etc.;</al></li><li nr="●"><al> aantal vergunningaanvragen, ontheffingen en meldingen in
                                        het kader van een legalisatietraject. </al></li></lijst><al>Omdat tot heden geen activiteiten zijn geregistreerd kan er eveneens
                                geen monitoring plaatsvinden. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>6.</nr><titel>Handhavingsstrategie</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Wettelijke kader Besluit omgevingsrecht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr><titel>Handhavingsbeleid</titel></kop><lijst><li nr="4."><al>Het handhavingsbeleid geeft voorts inzicht in de strategie
                                        die het bestuursorgaan hanteert met betrekking tot: </al><lijst><li nr="a."><al> de wijze waarop het toezicht op de naleving van het
                                                bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt
                                                uitgeoefend om de krachtens het eerste lid gestelde
                                                doelen te bereiken; </al></li><li nr="b."><al> de rapportage van de bevindingen van degenen die
                                                toezicht hebben uitgeoefend en het vervolg dat aan
                                                die bevindingen wordt gegeven; </al></li><li nr="c."><al> de wijze waarop bestuurlijke sancties alsmede de
                                                termijnen die bij het geven en uitvoeren daarvan
                                                worden gehanteerd, en de strafrechtelijke handhaving
                                                onderling worden afgestemd, en waarbij tevens
                                                aandacht wordt besteed aan de aard van de
                                                geconstateerde overtredingen;d. de wijze waarop het
                                                bestuursorgaan omgaat met overtredingen die zijn
                                                begaan door of in naam van dat bestuursorgaan of van
                                                andere organen behorende tot de overheid.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.4</nr><titel>Uitvoeringsorganisatie</titel></kop><lijst><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan draagt er tevens zorg voor dat: </al><lijst><li nr="a."><al> een beschrijving van de werkprocessen, de
                                                procedures en de bijbehorende informatievoorziening
                                                inzake het toezicht op de naleving van het bij of
                                                krachtens de betrokken wetten bepaalde en het
                                                voorbereiden, geven en uitvoeren van bestuurlijke
                                                sancties wordt vastgesteld;</al></li><li nr="b."><al> de uit te voeren werkzaamheden plaatsvinden
                                                overeenkomstig deze beschrijving. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>6.1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><al>In dit hoofdstuk krijgt u informatie over de strategieën binnen het
                                handhavingsbeleid, het tweesporenbeleid (toepassing van bestuurs- en
                                strafrecht) en het stappenplan dat wordt gebruikt ingeval een
                                overtreding wordt geconstateerd. De strategie sluit aan op de
                                gestelde doelen en prioriteiten. Daarbij vragen de Awb en de Wabo
                                vanwege het gelijkheidsbeginsel om eenduidigheid tussen de
                                verschillende taakvelden. Die taakvelden bestaan uit zaken met
                                betrekking tot milieu, ruimtelijke ordening, bouwen en gebruik,
                                brandveiligheid en openbare ruimte. De brede insteek sluit aan op de
                                doelstelling van de Omgevingswet, waarvan de inwerkingtreding in
                                2018 wordt verwacht. </al><al>In de strategie is aangegeven op welke wijze de naleving bevorderd
                                wordt en meer specifiek: welke instrumenten ingezet worden om dit
                                doel te bereiken.</al><al>Nadrukkelijk nemen wij de uitgangspunten van de Landelijke
                                Handhavingsstrategie (LHS) in dit beleidsstuk op. Waar mogelijk
                                anticiperen wij reeds op de verplichtingen uit de Wet (verbetering)
                                Vergunningen, Toezicht en Handhaving (Wet VTH) en de
                                Omgevingswet.</al><al>Elke handhavingsstrategie bestaat uit vier afzonderlijke
                                instrumenten:</al><lijst><li nr="1."><al>Preventiestrategie;</al></li><li nr="2."><al>Toezichtsstrategie;</al></li><li nr="3."><al> Sanctiestrategie; </al></li><li nr="4."><al> Gedoogstrategie.</al></li></lijst><al>In onderstaande paragrafen wordt de handhavingstrategie beschreven,
                                zoals die dikwijls wordt toegepast bij overtreding van wet- en
                                regelgeving binnen de scope van dit handhavingsbeleid.</al></artikel><artikel><kop><nr>6.2</nr><titel>Preventiestrategie</titel></kop><al>“<cursief>Goed toezicht voorkomt handhaving</cursief>”. De ‘Tafel
                                van Elf’ van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid
                                sluit aan bij de Landelijke handhavingsstrategie (LHS). Zie ook
                                bijlage 4. Nadrukkelijk gaan wij handhavingspreventie “promoten” via
                                de digitale media en via die media ook periodiek verslag doen van
                                handhavingsacties en –resultaten. In sommige gevallen wordt het
                                gebruik van naming and shaming” niet uitgesloten. Preventie past ook
                                binnen het stelsel van de LHS, vooral voor de lichte overtredingen. </al><al><onderstreept>Uitgangspunt Tafel van Elf</onderstreept></al><al>Handhaving is meer dan het corrigeren van overtredingen door het
                                opleggen van herstel- en/of bestraffende sancties. Aan handhaving en
                                het houden van toezicht gaat een acceptatieproces (van de gestelde
                                norm, door burgers en bedrijven) vooraf. Dit vergt een gedegen vorm
                                van communicatie en dat brengt ons bij de introductie van een
                                preventiestrategie: hoe wordt voorkomen dat overtredingen ontstaan
                                en – zo die zijn ontstaan – deze worden weggenomen vóórdat
                                “handhaving” als noodzakelijke pressiemiddel moet worden
                                toegepast.</al><al>De Tafel van Elf gaat uit van een brede kijk op handhaving. Dat wil
                                zeggen: niet alleen het verrichten van controles en sancties
                                (handhaving in ‘enge’ zin), maar ook andere activiteiten zoals het
                                geven van voorlichting. </al><al>De “Tafel van Elf” probeert het activeren van het sanctietraject te
                                voorkomen door een verhoogde inzet op preventie. Dat wordt in
                                onderstaande methode toegelicht:</al><al><plaatje><illustratie id="i6f7750a4-46a5-425f-ab16-e6c1f86546f7" naam="i276834i6f7750a4-46a5-425f-ab16-e6c1f86546f7.png" type="foto" breedte="10.6cm" hoogte="8.96cm"/></plaatje></al><al>De elf dimensies voor naleving van wetgeving zijn ondergebracht in
                                twee groepen, elk met hun eigen uitwerking op de neiging tot
                                naleving. Beide bovenste (zie afbeelding) onderdelen van de “Tafel
                                van Elf” herbergen de daadwerkelijke inzet van toezicht en
                                handhaving.</al><al>De “Tafel van Elf” laat ziet dat er vóór het daadwerkelijke
                                sanctietraject voldoende mogelijkheden zijn om middels gerichte
                                communicatie overtredingen te voorkomen, danwel helderheid over
                                normen te verstrekken (mochten die onvoldoende helder zijn). </al><al>De elf dimensies vormen daarom de basis voor het nieuwe
                                handhavingsbeleid. Dat wordt verder vorm gegeven onder invloed van
                                de landelijke handhavingsstrategie, die juist bereikt dat een
                                (landelijk) eenduidig sanctietraject wordt doorlopen, indien sprake
                                is van een geschonden norm. Met andere woorden: indien – ondanks
                                preventie en communicatie – toch sprake is van een (herhaling van)
                                een overtreding er - afhankelijk van de aard en de ernst van die
                                overtreding – eenduidig sanctionerend wordt opgetreden.</al></artikel><artikel><kop><nr>6.3</nr><titel>Toezichtstrategie</titel></kop><al>Het toezicht vindt plaats op basis van de gestelde prioriteiten en
                                doelen. Die zijn vastgesteld op basis van de risicoanalyse. De
                                volgorde in prioriteit is leidend voor de frequentie van het
                                toezicht. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in aanbod gestuurd
                                toezicht en periodiek toezicht. Dat wil zeggen: toezicht naar
                                aanleiding van verleende vergunningen en toestemmingen en
                                programmatisch toezicht.</al><al>Er kan zowel preventief, reactief als actief worden
                                gecontroleerd:</al><lijst><li nr="●"><al> gebiedssurveillance (preventief, § 6.3.1);</al></li><li nr="●"><al> gebiedsgerichte controles/ toevallige opgemerkte
                                        overtredingen (actief, § 6.3.2);</al></li><li nr="●"><al> controle op de naleving van verleende vergunningen (actief,
                                        § 6.3.3);</al></li><li nr="●"><al> controle naar aanleiding van klachten/handhavingsverzoeken
                                        (reactief, § 6.3.4)</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>6.3.1</nr><titel>Preventief: de gebiedssurveillance</titel></kop><al>De kwaliteit van de leefomgeving wordt ondermeer bepaald door de
                                mate van controle op de naleving van de gestelde normen. Controle
                                betekent ook “gezien worden” en dat werkt als regel preventief.
                                Gekoppeld aan handhavingscommunicatie zal dit een positief effect
                                hebben op genoemde kwaliteit.</al><al>De surveillance kan door elke discipline worden uitgevoerd. Het gaat
                                er dan om dat bevindingen bij het juiste bevoegd gezag wordt
                                gedeponeerd: ook dat is een vorm van ketentoezicht. </al><al>Periodiek wordt een gebied, al dan niet steekproefsgewijs,
                                gecontroleerd of er overtredingen zijn. Deze controles vinden plaats
                                aan de hand van incidentele fysieke perceelscontroles. Dat geldt
                                niet alleen voor Wabo-gerelateerde taken. Ook het toezicht in de
                                openbare ruimte vindt hierin plaats. Een nadere toelichting hierop
                                las u in paragraaf 5.4.1. en in het HUP wordt jaarlijks concreet de
                                opdracht geformuleerd.</al></artikel><artikel><kop><nr>6.3.2</nr><titel>Actief: de gebiedsgerichte controle en toevallig opgemerkte
                                    overtredingen</titel></kop><al>Een surveillance kan ook resulteren in een controle, op basis
                                waarvan een handhavingtraject moet worden opgestart. </al><al>Deze surveillance zal vooral in buitengebieden leiden tot het
                                “ontdekken” van uiteenlopende vormen van strijdig (planologisch)
                                gebruik, mede door de veranderingen in de wetgeving per 1 november
                                2014 (de uitbreiden van het vergunningvrij bouwen en de verruiming
                                van de mogelijkheden tot planologisch afwijkend gebruik, ook buiten
                                de bebouwde kom). </al><al>Het belang van een tijdige signalering is tweeledig:</al><lijst><li nr="●"><al> ernstige overtredingen worden eerder gesignaleerd en
                                        aangepakt (mits prioritair) en</al></li><li nr="●"><al> de informatie is direct bruikbaar in elke
                                        actualiseringsronde van de bestemmingsplannen.</al></li></lijst><al>Met het afnemen van vergunningplichtige activiteiten en het toenemen
                                van vergunningvrije- of meldingsplichtige werkzaamheden neemt de
                                kans op afwijkend handelen toe. Daar waar aan de vergunning”kant”
                                minder inzet nodig is, blijkt uit de praktijk dat intensivering van
                                toezicht en handhaving noodzakelijk is. Door de privatisering van
                                (een deel van) het bouwtoezicht (conform de Wet kwaliteitsborging
                                voor het bouwen) zal vrijkomende capaciteit worden ingezet voor de
                                hier genoemde vorm van toezicht.</al></artikel><artikel><kop><nr>6.3.3</nr><titel>Actief: controle naar aanleiding van verleende
                                    vergunningen</titel></kop><al>Deze vorm van controle is traditioneel en vloeit direct voort uit
                                het nemen van beschikkingen en het stellen van voorschriften bij
                                vergunningen. Naleving van voorschriften is essentieel bij
                                vergunningverlening, immers het gaat hier om zaken die expliciet
                                vergund dienden te worden.</al><al>Verleende vergunningen worden, waar mogelijk, integraal
                                gecontroleerd overeenkomstig het vastgestelde beleid en de eventuele
                                controlefrequentie. Ook hier geldt dat door de aanstaande
                                privatisering van (een deel van) het bouwtoezicht (conform de Wet
                                kwaliteitsborging voor het bouwen) vrijkomende capaciteit zal worden
                                ingezet voor gebiedsgericht toezicht.</al></artikel><artikel><kop><nr>6.3.4</nr><titel>Recreatief: controle naar aanleiding van klachten en/of
                                    verzoeken om handhaving</titel></kop><al>Niet alle klachten en/of verzoeken om handhaving resulteren in een
                                controle. Dat zal afhankelijk zijn van de prioriteitstelling en aard
                                van de melding. Dit is in de toezichtstrategie en de werkinstructie
                                voor de toezichthouders nader uitgewerkt. Bij dit onderwerp zal de
                                lijn van de constante jurisprudentie omtrent “de beginselplicht tot
                                handhaving” worden gevolgd. Een aanvullende beleidslijn bij dit
                                onderwerp is dat het algemeen belang moet prevaleren boven een
                                individueel belang. </al></artikel><artikel><kop><nr>6.4</nr><titel>Sanctiestrategie</titel></kop><al>Dit hoofdstuk beschrijft de sanctiestrategie. De sanctiestrategie is
                                bepalend voor de wijze waarop de gemeente optreedt bij
                                geconstateerde overtredingen. Het opleggen en uitvoeren van sancties
                                draagt eveneens bij aan preventie bij anderen en zorgt ervoor dat
                                regels beter worden nageleefd.</al></artikel><artikel><kop><nr>6.4.1</nr><titel>Totstandkoming, visie en werking landelijke
                                    handhavingstrategie</titel></kop><al>Tijdens het Bestuurlijk Omgevingsberaad van 4 juni 2014 is de
                                eindversie van de landelijke handhavingstrategie (versie 1.7; 24
                                april 2014) door het Interprovinciaal overleg en het Openbaar
                                Ministerie aangeboden aan de staatssecretaris. De landelijke
                                handhavingstrategie is het eerste gezamen­lijke product van het
                                Openbaar Ministerie, het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van
                                Nederlandse Gemeenten, de Unie van Waterschappen, het ministerie van
                                Infrastructuur en Milieu, de Inspectie Leefomgeving en Transport, de
                                Inspectie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
                                de Nationale Politie en de vereniging van omgevingsdiensten. Alle
                                betrokken partijen spraken zich uit voor implementatie van de
                                landelijke handhavingstrategie. Handhavende instanties, zoals
                                overheden, omgevingsdiensten, het Openbaar Ministerie en de politie
                                treden dan op eenzelfde manier op bij geconstateerde overtredingen
                                op het gebied van de Wabo. De strategie komt voort uit de behoefte
                                van de betrokken instanties om eenduidig handhavend op te treden en
                                de afstemming van bestuurs- en strafrecht te optimaliseren. Zo
                                ontstaat een gelijk speelveld waarbij men ervan uit kan gaan dat
                                handhavers zodanig optreden dat het rechtsgevoel wordt gerespecteerd
                                en de leefomgeving veilig, schoon en gezond blijft. </al><al>Met het overnemen en invoeren van de landelijke handhavingstrategie
                                wordt aangesloten bij de landelijke ontwikkelingen op het gebied van
                                de kwaliteitscriteria op het gebied van vergunningverlening,
                                toezicht en handhaving (VTH-kwaliteitscriteria) voor Wabo bevoegde
                                overheden. </al><al>Dit waarborgt landelijke eenduidigheid (en rechtsgelijkheid) in twee
                                opzichten:</al><lijst><li nr="●"><al>iedere bevinding krijgt een passende interventie, en</al></li><li nr="●"><al>het proces om tot een passende interventie te komen verloopt
                                        overal hetzelfde<vet>.</vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>6.4.2</nr><titel>Uitgangspunten landelijke handhavingsstrategie</titel></kop><al>De landelijke handhavingstrategie is gebaseerd op de volgende
                                uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al> Onafhankelijkheid (sterke, slagkrachtige en onafhankelijke
                                        handhavinginstanties).</al></li><li nr="2."><al> Professionaliteit en vakmanschap (training, opleiding,
                                        kennis- en informatie-uitwisseling).</al></li><li nr="3."><al> Betrouwbaarheid (beginselplicht tot handhaven en
                                        verantwoording afleggen).</al></li><li nr="4."><al> Eenvoud (een passende interventie bij iedere bevinding en
                                        hoe daar toe te komen).</al></li><li nr="5."><al> Gezamenlijkheid (overleg, afstemming en planmatig en
                                        informatiegestuurd gezamenlijk optreden).</al></li></lijst><al>De landelijke handhavingstrategie bevat een stappenplan voor het
                                bepalen van de reactie/interventie op een bevinding. De
                                reactie/interventie is afhankelijk van de (mogelijke) gevolgen van
                                de bevinding en het gedrag van de overtreder. Daarbij worden ook
                                eventuele verzwarende (of verlichtende) aspecten meegewogen. De
                                strategie gaat uit van het in principe zo licht mogelijk starten met
                                interveniëren, gericht op herstel en het vervolgens snel inzetten
                                van zwaardere interventies als naleving uitblijft. Daarnaast is
                                overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht
                                geregeld. </al><al>Handhavingsorganisaties kiezen afhankelijk van de situatie
                                weloverwogen voor alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- èn
                                strafrechtelijk of alleen strafrechtelijk optreden. Uitgangspunt is
                                dat het bestuur en het Openbaar Ministerie, elk handelend vanuit de
                                eigen verantwoordelijkheid, hun handelen afzonderlijk en in
                                combinatie richten op het naleven van wet- en regelgeving. </al><al><cursief>Bestuursrechtelijk optreden</cursief></al><al>Bestuursrechtelijk optreden is vooral gericht op het herstellen van
                                de situatie, conform de wet- en regelgeving, opdat vastgesteld
                                beleid wordt geëffectueerd. De keuze van de in te zetten
                                bestuursrechtelijke interventie(s) vindt plaats aan de hand van de
                                in hoofdstuk 3 van de landelijke handhavingstrategie opgenomen
                                interventiematrix, waarbij het spoedig herstellen van de situatie
                                voor de bevinding de eerste prioriteit is. </al><al><cursief>Strafrechtelijk optreden</cursief></al><al>Het strafrecht komt in beeld als de (mogelijke) gevolgen van belang
                                zijn of aanzienlijk, dreigend en/of onomkeerbaar. Het strafrecht
                                komt mede in beeld als het gedrag van de overtreder daar aanleiding
                                toe geeft. Strafrechtelijk optreden is vooral gericht op het
                                straffen van de overtreder en het wegnemen van diens wederrechtelijk
                                genoten (concurrentie)voordeel.</al></artikel><artikel><kop><nr>6.4.3</nr><titel>De landelijke handhavingsstrategie, nader beschouwd</titel></kop><al>De landelijke handhavingstrategie (als bijlage 8 in volle omvang
                                toegevoegd) maakt onderdeel uit van deze sanctiestrategie. De
                                gemeente hanteert deze strategie, mede gelet op de geldende
                                wettelijke verplichtingen en haar deelname in de gemeenschappelijke
                                regeling “Omgevingsdienst regio Utrecht”. Daarnaast vindt zij
                                duidelijkheid en eenduidigheid voor de burgers, bedrijven,
                                verenigingen en instellingen van groot belang. De gemeente (meer
                                specifiek via de ODRU resp. de VRU) past dan ook de landelijke
                                handhavingstrategie toe voor de gehele fysieke leefomgeving. Deze is
                                immers niet alleen voor milieutaken toepasbaar maar ook voor de
                                overige taakvelden binnen het omgevingsrecht (bouwen,
                                brandveiligheid, ruimtelijke ordening en overige taakvelden) met het
                                oog op de komst van de Omgevingswet in 2018. </al><al><cursief>Toepassing</cursief></al><al>Bij het constateren van een overtreding, bijvoorbeeld naar
                                aanleiding van een reguliere controle, een klacht of een verzoek om
                                handhaving, is de interventiematrix uit de landelijke
                                handhavingstrategie leidend. </al><al>Als de toezichthouder een overtreding heeft geconstateerd stelt hij
                                of zij met behulp van de interventiematrix de sanctie vast. Daarbij
                                zijn de volgende stappen aan de orde:</al><lijst><li nr="1."><al><cursief> Positionering bevinding in de interventiematrix
                                        </cursief></al><al>De toezichthouder bepaalt in welk segment van de
                                        interventiematrix de bevinding gepositioneerd kan worden
                                        door:</al><lijst><li nr="-"><al> het beoordelen van de gevolgen van de bevinding
                                                voor milieu, natuur, water, veiligheid, gezondheid
                                                en/of maatschappelijke relevantie en</al></li><li nr="-"><al> het typeren van de normadressaat. </al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al><cursief> Bepalen verzwarende aspecten</cursief></al><al>De toezichthouder bepaalt of er verzwarende aspecten zijn
                                        die moeten worden betrokken bij de afweging om het bestuurs-
                                        en/of strafrecht toe te passen. Hoe meer verzwarende
                                        aspecten, des te groter de reden om naast bestuursrechtelijk
                                        ook strafrechtelijk te handhaven.</al></li><li nr="3."><al><cursief> Onderzoek samenwerking bestuur, politie en
                                            Openbaar Ministerie</cursief></al><al>De toezichthouder bepaalt of overleg over de toepassing van
                                        het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is op basis van
                                        de beoordeling van de bevinding met de interventiematrix
                                        (stap 1) en de afweging van verzwarende aspecten (stap
                                        2).</al></li><li nr="4."><al><cursief> Optreden met de interventiematrix</cursief></al><al>De toezichthouder kijkt naar de interventies in het segment
                                        van de interventiematrix waarin hij de bevinding eerder met
                                        behulp van stap 1 heeft gepositioneerd. Vervolgens kiest de
                                        toezichthouder voor de minst zware (combinatie) van de in
                                        het betreffende segment opgenomen interventies, tenzij de
                                        toezichthouder motiveert dat een andere (combinatie van)
                                        interventie(s) in de betreffende situatie passender is. De
                                        interventies in de (segmenten van de) matrix lopen van
                                        beneden naar boven op in zwaarte.</al></li><li nr="5."><al><cursief> Vastlegging</cursief></al><al>De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden volgens
                                        de geldende procedure(s) vastgelegd.</al></li></lijst><al>Voor een nadere uitleg wordt verwezen naar de bijlage 7 en/of 8,
                                resp. een toelichting op de interventies van licht naar zwaar (van
                                de landelijke handhavingstrategie), danwel de volledige tekst van de
                                landelijke handhavingsstrategie.</al><tussenkop><vet>Toelichting interventies </vet></tussenkop><al>Om eventuele ongelijkheid van interpretatie van een aantal
                                interventies te voorkomen en om de sanctionering naar aanleiding van
                                overtredingen zoveel mogelijk gelijk te trekken wordt hierna de
                                volgende toelichting opgenomen als aanvulling op bijlage 2 van de
                                landelijke handhavingstrategie: </al><al><onderstreept>LOD en LOB</onderstreept></al><al>Het opleggen van een last onder dwangsom (LOD) of een last onder
                                bestuursdwang (LOB) gebeurt volgens zorgvuldig te volgen stappen.
                                Binnen het werkgebied van de gemeente gelden bij de interventie LOD
                                en LOB de volgende stappen:</al><lijst><li nr="1."><al>Bestuurlijke waarschuwing; dit is een voornemen om een last
                                        onder dwangsom of een last onder bestuursdwang op te leggen.
                                        In dit voornemen wordt geen hersteltermijn opgenomen maar
                                        enkel een termijn genoemd om zienswijzen bekend te maken;
                                    </al></li><li nr="2."><al>Sanctiebeschikking, dat wil zeggen het opleggen van een last
                                        onder dwangsom of een last onder bestuursdwang; </al></li><li nr="3."><al>Verbeuren dwangsom of uitvoeren bestuursdwang.</al></li></lijst><al/><al>In de hiervoor genoemde bestuurlijke waarschuwing wordt, anders dan
                                hetgeen in bijlage 2 van landelijke handhavingstrategie is
                                opgenomen, geen hersteltermijn opgenomen teneinde de overtreding
                                niet langer te laten voortbestaan en vanwege het uniformeren van de
                                praktijk met het oog op de strategieën van overige handhavende
                                instanties (gemeenten) binnen de provincie Utrecht. Er kan wel, als
                                gevolg van de ingediende zienswijzen, aanleiding bestaan voor een
                                (extra) controlemoment voordat er overgegaan wordt tot het
                                definitief opleggen van de last onder dwangsom of de last onder
                                bestuursdwang. Redenen hiervoor kunnen zijn bijvoorbeeld het reeds
                                ongedaan maken van de overtreding door de overtreder of
                                onduidelijkheid over het (nog voort)bestaan van de overtreding.</al><al/><al><onderstreept>Proces-verbaal (PV)</onderstreept></al><al>Dit optreden valt onder het strafrechtelijk optreden. Een PV is de
                                basis voor het verdere optreden van het Openbaar Ministerie dat kan
                                leiden tot sancties als: een geldboete, een werkstraf, een
                                gevangenisstraf, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel,
                                publicatie van het vonnis, stillegging van de onderneming en
                                verbeurdverklaring. </al><al/><al>Het doen van aangifte bij het Openbaar Ministerie is standaard als
                                toezichthouders de volgende ernstige bevindingen doen:</al><al/><lijst><li nr="●"><al>Situaties waarin bewust het toezicht onmogelijk wordt
                                        gemaakt, in combinatie met het weigeren van toegang,
                                        intimidatie, geweldsdreiging, fraude, vernietiging van
                                        bewijs en/of poging tot omkoping;</al></li><li nr="●"><al>Situaties waarin de toezichthouder constateert dat er
                                        opzettelijk mensen in gevaar worden gebracht, door onder
                                        andere: sabotage, vernieling of het bewust verstrekken van
                                        verkeerde informatie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>6.5</nr><titel>De manier van werken bij toezicht en handhaving</titel></kop><al>Er zijn verschillende handhavingspartners actief met toezicht en
                                handhaving in de leefomgeving. Zowel in de openbare ruimte als bij
                                het bebouwde gebied. Te denken valt aan toezicht door het
                                Hoogheemraadschap “De Stichtse Rijnlanden” (HDSR), de VRU, de
                                provincie Utrecht, de politie, de ODRU, de regionale
                                uitvoeringsdienst Utrecht en de gemeente met verschillende
                                afdelingen, waaronder bijvoorbeeld Stadstoezicht.</al><al>Door informatiegestuurde handhaving en heldere werkafspraken zijn
                                meerdere vormen van integraal toezicht mogelijk. Dat wordt hierna
                                uitgewerkt.</al><al><plaatje><illustratie id="i8517d8e2-049b-4cb1-891e-ea5d5629c832" naam="i276835i8517d8e2-049b-4cb1-891e-ea5d5629c832.png" type="foto" breedte="12.5cm" hoogte="13.24cm"/></plaatje><cursief>Figuur: modellen voor het uitvoeren van
                                    (integrale) controle</cursief></al><al/><al><onderstreept>Controleren met elkaar:</onderstreept> Toezichthouders
                                vanuit diverse taakvelden voeren gezamenlijk een integrale controle
                                uit. Ieder voor de eigen discipline. Met name van toepassing in
                                situaties die door een groter dan gemiddelde complexiteit of
                                bestuurlijke prioriteit worden gekenmerkt. Soms is deze methode
                                nodig, meestal is die arbeidsintensief en belastend voor de
                                normadressaat.</al><al><onderstreept>Na elkaar controleren</onderstreept>: Verschillende
                                toezichthouders van uiteenlopende instanties of afdelingen voeren
                                zelfstandig en onafhankelijk van elkaar een controle uit. Omdat de
                                inspecties over een relatief groter tijdsbestek worden uitgevoerd,
                                heeft deze aanpak een sterkere preventieve uitwerking. Deze vorm van
                                controleren is de klassieke vorm van toezicht. De toezichtlast neemt
                                echter toe en de efficiëntie neemt af. Bovendien is het risico groot
                                dat controles verschillende vakgebieden bestrijken, hetgeen kan
                                leiden tot interpretatieverschillen. </al><al><onderstreept>Voor elkaar signaleren</onderstreept>: Een
                                toezichthouder neemt tijdens een integrale controle meerdere
                                aandachtsvelden voor zijn rekening. Dit heeft voornamelijk
                                betrekking op situaties die worden gekenmerkt door een geringe
                                complexiteit. Dit is een vorm van signaaltoezicht, die prima kan
                                worden uitgevoerd door een generalistisch toezichthouder, die
                                bovendien dikwijls wordt ingezet voor uiteenlopende surveillances.
                                Het voordeel van deze aanpak is dat overtredingen in een eerder
                                stadium worden gesignaleerd.</al><al><onderstreept>Voor elkaar controleren</onderstreept>: Een
                                toezichthouder kan tijdens zijn ‘eigen’ controle een mogelijke
                                overtreding in een ander taakveld signaleren. Als deze constatering
                                daartoe aanleiding geeft, zal de specialistisch toezichthouder van
                                dat taakveld zelf een controle uitvoeren. Het voordeel van deze
                                aanpak is dat overtredingen in een eerder stadium worden
                                gesignaleerd. Deze aanpak vergt wel de nodige afstemming (en kunde)
                                binnen een organisatie en bij de toezichthouder. </al></artikel><artikel><kop><nr>6.6</nr><titel>Nalevingstratie met inachtneming van de landelijke
                                    handhavingsstrategie</titel></kop><al>De nalevingstrategie is gericht op het corrigeren van non-conform
                                gedrag, zowel bij burgers als bij bedrijven. Zoals hiervoor al
                                beschreven zal niet in alle gevallen sanctionerend worden
                                opgetreden. Er moet sprake zijn van een sanctiewaardige overtreding,
                                dit conform de landelijke handhavingsstrategie.</al><al>Indien een sanctie wordt opgelegd is het principe dat van een last
                                onder bestuursdwang gebruikt wordt gemaakt in onomkeerbare resp.
                                (levens)bedreigende en/of acute zaken. In alle andere gevallen zal
                                het instrument van een last onder dwangsom worden ingezet.</al><al>Ingeval van toepassing van een last onder dwangsom is het effectief
                                en efficiënt te kiezen voor een bedrag ineens, in plaats van – zoals
                                tot nu toe dikwijls gebruikelijk – een bedrag per overtreding of
                                gebeurtenis. </al><al>Het verdient aanbeveling, mede in het licht van de landelijke
                                handhavingsstrategie, voorts te kiezen voor een eenduidig
                                sanctietraject dat bestaat uit twee processtappen. Zoals eerder
                                gesteld gaan wij ook uit van de preventiestrategie, waarbij het
                                beoogd resultaat is dat zich minder overtredingen zullen
                                voordoen.</al><al>Het uitvoeren van een voldoende surveillance is hierbij
                                essentieel.</al><al><onderstreept>Stappenplan</onderstreept></al><al>Om in stap 0 resultaat te boeken worden overtredingen in het
                                handhavingssysteem (geautomatiseerd) vastgelegd en ontvangt de
                                overtreder een brochure, waarin hem of haar het handhavingsproces
                                wordt toegelicht. Er volgt geen sanctie, slechts een
                                registratie.</al><al>Ingeval van een constatering van strijdig gebruik wordt ook slechts
                                geregistreerd.</al><al>Ingeval sprake is van een constatering van een overtreding bij een
                                actieve controle zal – indien sprake is van strijdig gebruik – een
                                wrakingsbrief volgen. Een vervolgstap komt eerst bij de
                                actualisering van het betreffende bestemmingsplan aan de orde. </al><al>In overige gevallen volgt nu een schriftelijke document: het
                                voornemen tot het opleggen van een sanctie. Deze brief is het
                                feitelijk vastleggen van een overtreding, waarbij de overtreder de
                                gelegenheid krijgt zijn motieven (waarom is de overtreding begaan)
                                naar voren te brengen. Op basis van de argumenten kan vervolgens
                                worden besloten wel of niet tot vervolging over te gaan. Dat is stap
                                1 in het handhavingsproces.</al><al>De tweede en laatste stap is, uitgezonderd spoedbestuursdwang,
                                uiteraard het opleggen van de sanctiebeschikking. Op basis van de
                                Algemene wet bestuursrecht volgt dan het rechtsbeschermingstraject
                                en wordt voldoende zorgvuldig gehandeld om een handhavingsproces in
                                goede banen te leiden.</al><al><onderstreept>De begunstigingstermijn</onderstreept></al><al>Overeenkomstig constante jurisprudentie moet een
                                begunstigingstermijn (in tijd) voldoende ruimte bieden aan de
                                overtreding beëindigd te krijgen. Er zal van geval tot geval een
                                redelijke termijn in acht genomen moeten worden. De
                                zienswijzeperiode is bij uitstek geschikt om de omvang van een
                                dergelijke termijn met de overtreder te bespreken.</al><al><onderstreept>De hersteltermijn</onderstreept></al><al>Overeenkomstig constante jurisprudentie moet een hersteltermijn (in
                                tijd) voldoende ruimte bieden aan de overtreding beëindigd te
                                krijgen. Er zal van geval tot geval een redelijke termijn in acht
                                genomen moeten worden. De zienswijzeperiode is bij uitstek geschikt
                                om de omvang van een dergelijke termijn met de overtreder te
                                bespreken. Uiteraard is dit ingeval spoedbestuursdwang niet aan de
                                orde.</al></artikel><artikel><kop><nr>6.7</nr><titel>Gedoogstrategie</titel></kop><al>Gedogen is het bewust afzien van sancties in geval van
                                overtredingen. Het is alleen toegestaan als het actief gebeurt en er
                                moet een besluit van het bestuursorgaan aan ten grondslag liggen
                                (een gedoogbeschikking).</al><al>Gedogen is gebonden aan vrij concrete en strakke grenzen die zijn
                                ontwikkeld in vaste jurisprudentie en zijn omschreven in de
                                (rijks)nota “Grenzen aan gedogen”. Het gedogen op het terrein van
                                milieu wordt verder nog bepaald door het gezamenlijk beleidskader
                                “gedogen” dat is neergelegd in een brief van de Ministers van VROM
                                en V&amp;W<noot id="d1965e2752"><noot.nr> 4</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2003/2004, 22 343, nr. 82</noot.al></noot> en de brief van de minister van VROM die mede namens de
                                Minister van V&amp;W en Justitie aan de Tweede Kamer is aangeboden</al><al><noot id="d1965e2759"><noot.nr>5 </noot.nr><noot.al>Brief van 4 december 2003, Kamerstukken II, 22 343, nr.
                                        82</noot.al></noot></al><al>Er zal in de praktijk niet snel voor expliciet gedogen
                                worden gekozen.</al><al>Slechts in uitzonderingsgevallen en onder zorgvuldige
                                belangenafweging kan besloten worden een situatie te gedogen. Het
                                gedogen moet ook in omvang en tijd beperkt zijn. Het college acht
                                gedogen –met in achtneming van de volgende uitgangspunten–
                                aanvaardbaar:</al><lijst><li nr="1."><al> als handhaving apert onredelijk is;</al></li><li nr="2."><al> als de te handhaven regel niet in verhouding staat tot de
                                        gevolgen van handhavend optreden (disproportioneel);</al></li><li nr="3."><al> als er expliciet wordt gedoogd, moet de gedoogbeschikking
                                        duidelijke en concrete voorschriften bevatten en voldoen aan
                                        de vereisten (voor het nemen) van een besluit (Algemene wet
                                        bestuursrecht en het zorgvuldigheidsbeginsel).</al></li></lijst><al><onderstreept>Situaties die mogelijk voor gedogen in aanmerking
                                    komen</onderstreept></al><al>Op basis van de jurisprudentie kunnen de volgende inhoudelijke en
                                procedurele voorwaarden worden onderscheiden om te gedogen:</al><al/><lijst><li nr="●"><al> de te gedogen activiteit is verantwoord uit het oogpunt van
                                        bescherming van de fysieke leefomgeving;</al></li><li nr="●"><al> er bestaat concreet uitzicht op legalisatie van de te
                                        gedogen activiteit;</al></li><li nr="●"><al> indien vooruitlopend op besluitvorming over
                                        vergunningverlening wordt gedoogd, is een ontvankelijke
                                        vergunningaanvraag ingediend. Er is tevens een inschatting
                                        gemaakt dat de activiteit vergunbaar is;</al></li><li nr="●"><al> er dient sprake te zijn van bijzondere omstandigheden die
                                        gedogen in het concrete geval rechtvaardigen.</al></li></lijst><al/><al>In geval van overmacht zijn de eerste drie aandacht voorwaarden niet
                                van toepassing.</al><al><onderstreept>Situaties die van gedogen zijn
                                    uitgesloten</onderstreept></al><al>Er wordt niet tot gedogen overgegaan in de volgende situaties:</al><al/><lijst><li nr="●"><al> Indien aan de zijde van de overtreder - naar mening van de
                                        gemeente - sprake is van recidiverend dan wel calculerend
                                        gedrag;</al></li><li nr="●"><al> Indien blijkt dat de te gedogen activiteit strijdig is met
                                        enig andere bij of krachtens wettelijk voorschrift gestelde
                                        regel en kenbaar is gemaakt dat met bestuurlijke
                                        handhavingsinstrumenten tegen deze overtreding zal worden
                                        opgetreden, eventueel ook door een ander bevoegd gezag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>6.8</nr><titel>Privaatrechtelijke handhaving</titel></kop><al>In aanvulling op de hiervoor behandelde bestuurlijke
                                handhavingsbevoegdheid heeft de gemeente ook privaatrechtelijke
                                handhavingsmogelijkheden. De overheid mag in principe alleen dan
                                gebruik maken van de privaatrechtelijke weg indien geen
                                bestuursrechtelijke weg voorhanden is waarmee een vergelijkbaar
                                resultaat kan worden bereikt of indien een ander belang gediend
                                wordt dan het publiekrechtelijke belang. Onder bepaalde
                                omstandigheden kan privaatrechtelijk worden opgetreden, indien de
                                gemeente als rechtspersoon optreedt. Dit kan in geval van:</al><lijst><li nr="1."><al> het plegen van een onrechtmatige daad door een natuurlijk-
                                        of rechtspersoon jegens de gemeente;</al></li><li nr="2."><al> het niet-nakomen van een overeenkomst met de gemeente door
                                        een natuurlijk- of rechtspersoon;</al></li><li nr="3."><al> de eigenaarsbevoegdheid van de gemeente, zoals
                                        ingebruikneming van gemeentegrond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>6.9</nr><titel>Handhaving bij overtreding door eigen organisatie of andere
                                    overheid</titel></kop><al>Handhaving van voorschriften bij een andere overheid of een
                                onderdeel van de eigen organisatie is niet anders dan handhaving van
                                voorschriften bij derden. Op overtredingen van overheden volgt
                                inhoudelijk dezelfde reactie als op overtredingen van burgers en
                                bedrijven. Hier gelden, meer nog dan bij particulieren en bedrijven,
                                nalevingsdoelen in de sfeer van algemeen normbesef,
                                geloofwaardigheid van de overheid met bestuurlijke- en financiële
                                risico’s.</al><al>Natuurlijk kunnen er praktische of juridische complicaties optreden,
                                in het bijzonder bij het strafrechtelijk vervolgen van de overheid
                                of bij het bestuurlijke optreden tegen de eigen overheid.
                                Democratische controle is in die gevallen uiteindelijk het meest
                                krachtige instrument om de naleving van regelgeving te bereiken.
                            </al></artikel><artikel><kop><nr>6.10</nr><titel>Onvoldoende capaciteit om op te treden</titel></kop><al>Soms kan het voorkomen dat de gemeente niet direct kan optreden,
                                omdat er veel handhavingszaken in procedure zijn en/of tijdelijk
                                sprake is van beperkte capaciteit. In dat geval wordt schriftelijk
                                aangegeven dat het bestuursorgaan zich het recht behoudt om
                                handhavend op te treden, maar daar niet per direct aan toe komt. Als
                                de handhavende instantie besluit om met betrekking tot deze
                                overtreding dit ondubbelzinnig te kennen te geven aan de overtreder
                                dan noemen we dit wraken. In een wrakingbrief staat dan dat er
                                regels worden overtreden en dat hiertegen handhavend zal worden
                                opgetreden. Er wordt dan echter geen termijn genoemd.</al></artikel><artikel><kop><nr>6.11</nr><titel>Afstemming bestuursrecht en strafrecht</titel></kop><al>Op grond van de Wabo en het Bor moeten specifieke afspraken gemaakt
                                worden over de verhouding bestuurs- en strafrecht. Bij de uitvoering
                                van deze prioriteiten worden overtredingen afgedaan conform deze
                                handhavingsstrategie. Omdat het Openbaar Ministerie primair
                                verantwoordelijk is voor het strafrechtelijke spoor is daarom deze
                                strategie hier minder diepgaand uitgewerkt. Relevante constateringen
                                worden doorgegeven aan de strafrechtelijke partner(s). Zij
                                beoordelen vanuit hun eigen bevoegdheid wat er met de melding wordt
                                gedaan. Er wordt gewerkt conform de uitgangspunten van de LHS.</al></artikel><artikel><kop><nr>6.12</nr><titel>Overige instrumenten</titel></kop><al>Naast de genoemde instrumenten zal er ook gebruik gemaakt worden van
                                overige communicatieve instrumenten. Het gaat om het geven van
                                voorlichting, het bekend maken van handhavingsactiviteiten en het
                                voeren van constructief overleg. Hier worden verschillende
                                communicatiekanalen voor gebruikt. Afhankelijk van de omstandigheden
                                kunnen verschillende instrumenten afzonderlijk of gelijktijdig
                                worden ingezet.</al><al>Met een goede voorlichting en communicatie (hierna: communicatie)
                                over de visie, het beleid, de uitvoering en de organisatie willen
                                wij ervoor zorgen dat het voor burgers, bedrijven en overige
                                instellingen duidelijk is hoe wordt omgegaan met het toezicht en de
                                handhaving binnen de gemeente. </al><al>Wij zijn van mening dat transparantie en duidelijkheid over de
                                invulling en uitvoering van de handhavingstaken uiteindelijk leidt
                                tot een verbetering van de effecten van de geleverde inspanningen,
                                dus een beter naleefgedrag. Wij zullen actief met burgers, bedrijven
                                en overige instellingen communiceren over haar visie en het uit te
                                voeren beleid, Dit zal duidelijkheid scheppen bij deze doelgroepen
                                en zal voorkomen dat overtreders zeggen dat ze niet op de hoogte
                                waren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.13</nr><titel>Klachten, meldingen en verzoeken om handhaving</titel></kop><al>Uitgangspunt is dat alleen op schriftelijke meldingen en
                                handhavingsverzoeken wordt gereageerd. Op mondelinge of anonieme
                                meldingen (die niet voldoen aan de formele eisen van de Algemene wet
                                bestuursrecht) wordt niet gereageerd. Indien sprake is van een
                                mogelijk acute situatie wordt uiteraard wel actie ondernomen.
                                Wettelijk bepaald is dat er op een verzoek om handhaving binnen acht weken<noot id="d1965e2881"><noot.nr>6 </noot.nr><noot.al>Conform artikel 4:13 lid 2 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht. Een besluit op een verzoek om een
                                        uitvoeringsbeschikking moet overigens binnen vier weken
                                        worden genomen (zie daarvoor paragraaf
                                        5.2.1).</noot.al></noot>uitsluitsel moet worden gegeven.</al><al>Klachten, meldingen en verzoeken om handhaving worden aan de hand
                                van de prioriteiten in behandeling genomen. De reactie kan inhouden
                                dat behandeling ervan wordt uitgesteld, omdat handhaving van de
                                betreffende overtreding op dat moment geen prioriteit heeft. Let op:
                                afstel is niet toegestaan. Een melding of een cluster van meldingen
                                kan aanleiding geven de planning aan te passen om een efficiënte
                                aanpak te bewerkstelligen.</al><al>Bij de jaarlijkse beleidsevaluatie zal worden bekeken in hoeverre de
                                meldingen en handhavingsverzoeken (meer) gestructureerd toezicht op
                                een bepaald terrein nodig maken.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>7.</nr><titel>Programmering</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Wettelijke kader Besluit omgevingsrecht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3</nr><titel>Uitvoeringsprogramma</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan werkt het handhavingsbeleid jaarlijks uit
                                        in een uitvoeringsprogramma waarin wordt aangegeven welke
                                        van de voorgenomen activiteiten het bestuursorgaan het
                                        komende jaar uitvoert. Daarbij houdt het bestuursorgaan
                                        rekening met de krachtens artikel 7.2, eerste lid, gestelde
                                        doelen en de krachtens artikel 7.2, derde lid, onder a,
                                        gestelde prioriteiten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.4</nr><titel>Uitvoeringsorganisatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan richt zijn organisatie zodanig in dat een
                                        adequate en behoorlijke uitvoering van het
                                        handhavingsbeleid, bedoeld in artikel 7.2, en het
                                        uitvoeringsprogramma, bedoeld in artikel 7.3, gewaarborgd
                                        is. Daartoe draagt het bestuursorgaan er in ieder geval zorg
                                        voor dat: </al><lijst><li nr="a."><al> de personeelsformatie ten behoeve van de handhaving
                                                en de bij de onderscheiden functies behorende taken,
                                                bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden
                                                vastgelegd; </al></li><li nr="b."><al> de personen die zijn belast met de voorbereiding
                                                van besluiten ten aanzien van aanvragen om een
                                                omgevingsvergunning voor zover deze betrekking
                                                hebben op activiteiten met betrekking tot een
                                                inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid,
                                                onder e, van de wet of met de voorbereiding van
                                                beslissingen als bedoeld in artikel 8.40a, derde
                                                lid, van de Wet milieubeheer of het stellen van
                                                voorschriften als bedoeld in artikel 8.42, eerste
                                                lid, van de Wet milieubeheer niet worden belast
                                                met:</al><lijst><li nr="1°."><al> het toezicht op de naleving van het bij of
                                                  krachtens de betrokken wetten bepaalde met
                                                  betrekking tot een inrichting, en </al></li><li nr="2°."><al> het voorbereiden of uitvoeren van
                                                  bestuurlijke sancties met betrekking tot een
                                                  inrichting; </al></li></lijst></li><li nr="c."><al> een krachtens artikel 5.10 van de wet aangewezen
                                                ambtenaar niet voortdurend feitelijk wordt belast
                                                met het uitoefenen van toezicht op de naleving van
                                                het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde
                                                met betrekking tot dezelfde inrichting; </al></li><li nr="d."><al> de organisatie van het bestuursorgaan ook buiten de
                                                gebruikelijke kantooruren bereikbaar en beschikbaar
                                                is. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>7.1</nr><titel>HandhavingsUitvoeringsProgramma (HUP)</titel></kop><al>De voorgenomen activiteiten uit het handhavingsprogramma vloeien
                                voort uit de prioriteiten, risico’s en doelen. Aan de hand hiervan
                                moet bepaald worden of deze uitgevoerd kunnen worden binnen de
                                beschikbare capaciteit. Hiervoor is inzicht benodigd in de gewenste
                                capaciteit en de huidige capaciteit, die voor handhaving beschikbaar
                                is. Zijn de uren en capaciteit niet toereikend voor de voorgenomen
                                activiteiten dan zal een keuze moeten worden gemaakt voor
                                (tijdelijke) bijstelling van de ambities, de uitbreiding van de
                                capaciteit of bijstelling van de te ondernemen activiteiten. Dat
                                wordt met de uitvoeringsorganisaties VRU en ODRU geborgd in het
                                jaarlijkse uitvoeringsprogramma (UVP). Dat sluit met de uitvoerende
                                taken aan op het HUP. </al><al>Het jaarlijkse uitvoeringsprogramma bevat verschillende onderdelen.
                                Deze sluiten aan op de “hoofdthema’s” milieu, ruimtelijke ordening,
                                bouw- en woningtoezicht, brandveiligheid en APV en bijzondere
                                wetten. Ook privaatrechtelijke handhaving krijgt hierin een
                                plaats.</al><al>Het HUP is zo integraal mogelijk opgesteld. Het programma wordt door
                                burgemeester en wethouders vastgesteld en ter informatie aan de
                                gemeenteraad aangeboden.</al></artikel><artikel><kop><nr>7.2</nr><titel>Afstemming programma met handhavingspartners</titel></kop><al>Het Bor en de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) verplichten
                                een afstemming en bekendmaking van het HUP aan betrokken
                                bestuursorganen en strafrechtelijke partners. Voor de gemeente
                                IJsselstein zijn dit onder andere de Veiligheidsregio Utrecht (VRU),
                                de Omgevingsdienst Regio Utrecht, het Hoogheemraadschap ‘De Stichtse
                                Rijnlanden’, de Provincie Utrecht, de politie en het Openbaar
                                Ministerie.</al></artikel><artikel><kop><nr>7.3</nr><titel>Aanzet tot programmering van de handhaving</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt op basis van de in hoofdstuk 4 gestelde
                                prioriteiten bepaald welke inzet noodzakelijk is om de beoogde
                                ambities of beleidsdoelstellingen te kunnen realiseren. De
                                daadwerkelijke inzet wordt in het (jaarlijkse)
                                HandhavingsUitvoeringsProgramma (HUP) opgenomen, toegespitst op de
                                behoeften en wensen van dat moment en binnen het budget zoals dat in
                                de begroting is opgenomen. Dit conform de eerdergenoemde
                                beleidscyclus of “big eight”.</al><al>Dit handhavingsbeleid geeft de kaders, waarbinnen de uitvoering
                                plaatsvindt (prioriteiten, doelen, strategie). Door het jaarlijks
                                monitoren van de activiteiten wordt ook inzichtelijk of en in
                                hoeverre bijstelling van de uitvoering noodzakelijk is. Met de
                                beoogde ambities wordt gestreefd naar een adequaat niveau van
                                uitvoering van toezicht en handhaving. </al></artikel><artikel><kop><nr>7.3.1</nr><titel>Programma Milieu</titel></kop><al>De (reguliere) werkzaamheden voor handhaving omvatten de volgende
                                producten: </al><lijst><li nr="●"><al> het uitvoeren van controles bij inrichtingen en
                                        bodemwerkzaamheden; </al></li><li nr="●"><al> het uitvoeren van geluidmetingen; </al></li><li nr="●"><al> het uitvoeren van bedrijfsinventarisaties;</al></li><li nr="●"><al> het houden van toezicht op boven- en ondergrondse tanks
                                        (eveneens voor particulieren); </al></li><li nr="●"><al> het behandelen en afhandelen van klachten; </al></li><li nr="●"><al> burgers, bedrijven en gemeenten voorzien van de juiste
                                        informatie over beleid en regelgeving met betrekking tot
                                        bedrijven en milieu. </al></li></lijst><al>Op basis van de risicomodule wordt bepaald welke branches /
                                bedrijven komend jaar worden bezocht. Hierbij is het uitgangspunt
                                dat de inrichtingen minimaal met de volgende frequentie worden
                                gecontroleerd. In 2016 wordt de systematiek opnieuw ingericht. Op
                                dit moment is onderstaande tabel leidend voor dit beleid:</al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>Categorie 1 </al></entry><entry><al>1 x per 10 jaar</al></entry></row><row><entry><al>Categorie 2</al></entry><entry><al>1 x per 5 jaar</al></entry></row><row><entry><al>Categorie 3 </al></entry><entry><al>1 x per 2 jaar</al></entry></row><row><entry><al>Categorie 4</al></entry><entry><al>1 x per jaar</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Bij reguliere controles vindt er conform de afspraken met ODRU
                                rapportage en eventueel vastlegging van de bevindingen in een brief
                                plaats. Hieraan is geen termijn verbonden. De terugkoppeling van een
                                klacht naar de indiener vindt binnen acht weken plaats.</al></artikel><artikel><kop><nr>7.3.2</nr><titel>Programma Bouwen en Wonen</titel></kop><al>Het toezicht op de naleving van verleende vergunningen krijgt een
                                belangrijke rol in het uitvoeringsprogramma omdat: </al><lijst><li nr="●"><al> vaak alleen tijdens het bouwproces visueel kan worden
                                        toegezien op de naleving van vergunningsvoorschriften
                                        (waaronder constructieve veiligheidseisen en
                                        brandveiligheidseisen); </al></li><li nr="●"><al> veel overtredingen tijdens de bouw nog relatief eenvoudig
                                        verholpen kunnen worden; </al></li><li nr="●"><al> goede nieuwbouw voorkomt dat later handhavend moet worden
                                        opgetreden. </al></li></lijst><al>Nu de traditionele vorm van bouwtoezicht gaat veranderen op basis
                                van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen zal in samenwerking met
                                de ODRU worden bezien op welke manier de kwaliteitsborging optimaal
                                kan plaatsvinden in gezamenlijkheid met de nieuwe private
                                kwaliteitsborging.</al><al>Toezicht op (asbest)sloop is belangrijk in verband met de risico´s
                                voor het milieu en de gezondheid. De controle van vergunningen vindt
                                plaats in overeenstemming met “het landelijk toezichtsprotocol”. In
                                dit protocol zijn per project (waaronder bouwwerken) de specifieke
                                controlepunten aangegeven en de daarbij behorende controlefrequentie
                                en niveau van toezicht. De prioriteiten en diepgang van controle
                                zijn beleidsmatig afgestemd tussen vergunningverlening en
                                toezicht.</al></artikel><artikel><kop><nr>7.3.3</nr><titel>Programma Ruimtelijke ordening/planologisch gebruik</titel></kop><al>Om aan de wettelijke handhavingsplicht te kunnen voldoen, is het
                                noodzakelijk om overtredingen tijdig te constateren. Dit houdt in
                                dat het gemeentelijke grondgebied structureel geheel moet worden
                                geschouwd (gebiedsgericht toezicht). Het HUP doet uitspraken over de
                                gewenste en beschikbare capaciteit.</al><al>Onderdelen van gebiedsgericht toezicht:</al><lijst><li nr="●"><al> jaarlijks minimaal alle gebieden schouwen;</al></li><li nr="●"><al> iedere twee jaar, zo mogelijk ieder jaar, luchtfoto’s laten
                                        maken;</al></li><li nr="●"><al> gebiedsgericht toezicht conform het HUP en projectmatige
                                        controles uit te voeren (dit afhankelijk van problematiek,
                                        prioriteiten en doelen).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>7.3.4</nr><titel>Programma Brandveiligheid</titel></kop><al>De Veiligheidsregio Utrecht (VRU) kent drie inhoudelijke directies:
                                Risicobeheersing, Crisisbeheersing en Brandweerrepressie. Daarnaast
                                zijn er ondersteunende directies. Preventie maakt sinds 1 april 2015
                                onderdeel uit van de directie Risicobeheersing. Het betreft
                                preventie tegen brand en andere incidenten. Binnen de directie
                                Risicobeheersing vallen ook taken als het beheren van het regionaal
                                risicoprofiel, advisering op externe veiligheid, BRZO, grootschalig
                                risico’s, waterveiligheid en dergelijke. Onder (brand) preventie
                                vallen advisering op vergunningaanvragen (zoals WABO, evenementen),
                                toezicht en advisering over handhaving (lees: VTH-taken) en de
                                groeiende activiteit stimulerende preventie (lees:
                                communicatietaak).</al><al><onderstreept>Missie VRU</onderstreept></al><al>De missie van de VRU is samen werken aan veiligheid, om slachtoffers
                                en schade te beperken. De missie van preventie is een optimale
                                fysieke en brandveiligheid voor - én in samenwerking met - burgers,
                                bedrijven, instellingen en hulpverleners te realiseren. De VRU
                                behartigt daarbij de bestuurlijke portefeuille veiligheid
                                (brandweerzorg, Wet Veiligheidsregio) én de portefeuille handhaving
                                (vergunningverlening, toezicht en handhaving, RO, WABO) voor
                                gemeenten. Veel (brand)preventieactiviteiten sluiten aan bij de
                                VTH-taken en OOV-taken van gemeenten.</al><al><onderstreept>Doel preventie</onderstreept></al><al>Preventiedoelen zijn: (1) het voorkomen van incidenten en (2) het
                                beperken van de gevolgen van incidenten. De VRU wil daarbij de
                                kennis van de complete veiligheidsketen benutten: proactie,
                                preventie, preparatie, repressie en nazorg.</al><al><onderstreept>Taken preventie</onderstreept></al><al>In relatie met dit handhavingsbeleid bestaan de volgende
                                preventietaken:</al><al/><lijst><li nr="●"><al>Het vroegtijdig wegnemen of voorkomen van (grootschalige)
                                        risico’s en meedenken over regelgeving en ruimtelijke
                                        plannen;</al></li><li nr="●"><al>Tijdens plan- en de realisatiefase van bouwwerken adviseren
                                        / toetsen of (brand)veiligheid voldoende aandacht krijgt en
                                        hierop specifiek controleren (bij voorkeur integraal in
                                        samenwerking met de ODRU);</al></li><li nr="●"><al>Bij oplevering toezien op en zo nodig opgetreden tegen
                                        tekortkomingen; </al></li><li nr="●"><al>In de gebruiksfase toezien of gebouwen nog steeds veilig
                                        zijn en of het gebruik veilig plaats vindt;</al></li><li nr="●"><al>Het brandveiligheidsbewustzijn en adequaat handelen bij
                                        brand bevorderen, vooral door te communiceren over
                                        brandveiligheid. Stimulerende Preventie, Brandveilig leven,
                                        zelfredzaamheid en risicobewustzijn zijn hier
                                        sleutelbegrippen;</al></li><li nr="●"><al>Hulpdiensten voorzien van informatie uit de
                                        preventieactiviteiten (verminderd zelfredzaamheid,
                                        gevaarlijke stoffen), om veilig, snel en effectief optreden
                                        te bevorderen. </al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Risicoanalyse</onderstreept></al><al>Een uitgebreide risicoanalyse ligt ten grondslag aan het HUP.
                                Daarbij is in de eerste plaats gebruik gemaakt van de landelijk
                                Handleiding Prevap (Preventie Activiteitenplan). Daarin zijn
                                risico’s naar gebouwsoort en gebruik benoemd. Prevap wordt momenteel
                                binnen de VRU uitgewerkt in de uniforme risicomodule. Het doel is de
                                risicoanalyses van VRU en ODRU verder op elkaar af te stemmen. </al><al/></artikel><artikel><kop><nr>7.3.5</nr><titel>Programma Openbare ruimte</titel></kop><al>Onder het thema openbare ruimte vallen ondermeer de volgende
                                taakvelden: </al><lijst><li nr="●"><al> openbare ruimte en leefomgeving;</al></li><li nr="●"><al> evenementen; </al></li><li nr="●"><al> horeca-inrichtingen; </al></li><li nr="●"><al> parkeren buiten de schil van betaald parkeren;</al></li><li nr="●"><al> afvalklachten, zwerfvuil en hondenoverlast en overige uit
                                        de APV voortvloeiende zaken.</al></li></lijst><al>Deze taakvelden zijn onder andere opgenomen in de Algemene
                                plaatselijke verordening (APV), overige verordeningen, de
                                Wegenverkeerswetgeving en bijzondere wetten (Drank- en horecawet).
                                De APV beoogt de bescherming van de openbare orde, de openbare
                                veiligheid, de volksgezondheid en de bescherming van het (woon- en
                                leef)milieu. Ook de Afvalstoffenverordening en het “Preventie- en
                                Handhavingsplan Alcohol” worden in dit kader meegenomen. </al><al>Het toezicht op de gemeentelijke verordeningen en bijzondere wetten
                                is grotendeels aanbod- gestuurd. Dat wil zeggen dat de inzet van de
                                capaciteit voor handhaving grotendeels afhankelijk is van meldingen
                                en/of verleende vergunningen. Hierop kan enigszins worden
                                geanticipeerd door de “lopende” procedures (aanvraag om een
                                vergunning) periodiek te analyseren. </al><al>Het HUP geeft aan welke activiteiten concreet worden
                                uitgevoerd.</al></artikel><artikel><kop><nr>7.3.6</nr><titel>Projecten</titel></kop><al>In de beleidsperiode 2016-2018 zal onderzocht worden of en zo ja op
                                welke wijze vorm kan worden gegeven aan projectmatig toezicht en
                                handhaving (informatiegestuurde handhaving). De ODRU en VRU zullen
                                hierbij actief worden betrokken.</al></artikel><artikel><kop><nr>7.3.7</nr><titel>Klachten en meldingen</titel></kop><al>Jaarlijks ontvangt de gemeente veel klachten/meldingen op het gebied
                                van bovenstaande taakvelden. Er is nog geen registratiesysteem
                                voorhanden en dat maakt voortgang en afdoening van klachten een
                                lastige taak. Dit is een verbeterdoel in deze beleidsperiode.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>8.</nr><titel>Monitoren en evaluatie</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Wettelijk kader Besluit omgevingsrecht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.6</nr><titel>Monitoring</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het bestuursorgaan bewaakt met behulp van een
                                        geautomatiseerd systeem de resultaten en de voortgang van: </al><lijst><li nr="a."><al> de uitvoering van het uitvoeringsprogramma, bedoeld
                                                in artikel 7.3, eerste lid; </al></li><li nr="b."><al> het bereiken van de krachtens artikel 7.2, eerste
                                                lid, gestelde doelen. </al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al> In het systeem worden voorts in het kader van de handhaving
                                        verkregen gegevens geregistreerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>8.1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><al>Sluitstuk van het adequate handhavingproces is de verantwoording
                                over de handhavingsinspanningen en -resultaten. Daarin staat de
                                vraag centraal of de geleverde inspanningen hebben bijgedragen aan
                                het realiseren van de gestelde doelen. Daarmee wordt de
                                beleidscyclus van handhaving gesloten. Het is dus belangrijk te
                                weten of de maatregelen succesvol zijn geweest. Daarom moet beleid
                                periodiek geëvalueerd en gemonitord worden.</al><al>De evaluatie bestaat uit het beoordelen van jaarresultaten en het
                                effect van de jaarresultaten op de uitgangspunten en doelstellingen
                                uit het handhavingsbeleid. Ten aanzien van het handhavingsbeleid
                                wordt periodiek monitoring toegepast om de tussenresultaten te
                                beoordelen, wordt jaarlijks verslag gelegd over het jaarprogramma en
                                tussentijds het beleid geëvalueerd. Hieronder worden monitoring,
                                verantwoording en evaluatie van het Handhavingsbeleid verder
                                toegelicht. </al></artikel><artikel><kop><nr>8.2</nr><titel>Monitoring</titel></kop><al>Een goede centrale registratie van handhavingszaken vergemakkelijkt
                                het vervolgtraject (repressief toezicht en sancties) en verschaft
                                inzicht in de hele keten vanaf een geconstateerde overtreding tot en
                                met de naleving. Het voordeel hiervan is dat alle
                                handhavingspartners profiteren van de informatie. Het registreren
                                van kwantitatieve en kwalitatieve handhavingsgegevens is met name
                                van belang voor het te voeren beleid, de in te zetten capaciteit en
                                de verantwoording naar het bestuur en management. </al><al>De voortgang van toezicht en handhaving wordt periodiek gemonitord.
                                De monitoring geschiedt op basis van de productbladen van het HUP.
                                Deze monitoring wordt gebruikt om te beoordelen of er voldoende
                                voortgang wordt behaald in het HUP. ODRU en VRU rapporteren
                                periodiek aan de gemeente over de behaalde resultaten.</al></artikel><artikel><kop><nr>8.3</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><al>Na afloop van het kalenderjaar wordt een jaarverslag opgesteld voor
                                het college, waarin tenminste over de volgende onderwerpen wordt
                                gerapporteerd:</al><lijst><li nr="●"><al> de toepassing van het handhavingsbeleid en de uitvoering
                                        van het HUP;</al></li><li nr="●"><al> het aantal geplande en uitgevoerde handhavingsprojecten en
                                        -activiteiten;</al></li><li nr="●"><al> het aantal geplande en bestede uren.</al></li></lijst><al>De verantwoording vindt plaats aan de hand van de productbladen bij
                                het HUP.</al><al>Het college maakt het jaarverslag bekend aan de gemeenteraad. </al></artikel><artikel><kop><nr>8.4</nr><titel>Evalutie</titel></kop><al>Wettelijk kader Besluit omgevingsrecht</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr><titel>Handhavingsbeleid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan stelt het handhavingsbeleid vast in een
                                        of meer documenten waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke
                                        doelen het zichzelf stelt bij de handhaving en welke
                                        activiteiten het daartoe zal uitvoeren. Het bestuursorgaan
                                        beziet regelmatig, maar in elk geval naar aanleiding van de
                                        evaluatie, bedoeld in artikel 7.7, tweede lid, of dit beleid
                                        moet worden aangepast en past het zonodig aan. Het
                                        bestuursorgaan draagt er zorg voor dat dit beleid en het
                                        handhavingsbeleid van de andere betrokken bestuursorganen en
                                        de organen die belast zijn met de strafrechtelijke
                                        handhaving onderling worden afgestemd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.7</nr><titel>Rapportage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het bestuursorgaan rapporteert periodiek over: </al><lijst><li nr="a."><al> het bereiken van de krachtens artikel 7.2, eerste
                                                lid, gestelde doelen; </al></li><li nr="b."><al> de uitvoering van de voorgenomen activiteiten,
                                                bedoeld in artikel 7.2, eerste lid, in verhouding
                                                tot de prioriteitenstelling, bedoeld in artikel 7.2,
                                                derde lid, onder a; </al></li><li nr="c."><al> de uitvoering van de afspraken, bedoeld in artikel
                                                7.2, vijfde lid.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al> Het bestuursorgaan evalueert jaarlijks of de in het
                                        uitvoeringsprogramma, bedoeld in artikel 7.3, eerste lid,
                                        opgenomen activiteiten zijn uitgevoerd en in hoeverre deze
                                        activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de
                                        krachtens artikel 7.2, eerste lid, gestelde doelen. </al></li><li nr="3."><al> Burgemeester en wethouders maken de rapportage, bedoeld in
                                        het eerste lid, en het verslag van de evaluatie, bedoeld in
                                        het tweede lid, bekend aan de gemeenteraad. Gedeputeerde
                                        staten maken de rapportage, bedoeld in het eerste lid, en
                                        het verslag van de evaluatie, bedoeld in het tweede lid,
                                        bekend aan provinciale staten</al></li></lijst><al>Om te kunnen beoordelen of de uitgevoerde toezicht en
                                handhavingactiviteiten effectief zijn en uitvoering geeft aan de
                                gestelde doelen en prioriteiten is evalueren noodzakelijk. Het
                                Besluit omgevingrecht (Bor) schrijft voor dat regelmatig moet worden
                                bezien of het beleid aanpassing vergt. Jaarlijks vindt in ieder
                                geval evaluatie van het uitvoeringsprogramma plaats. </al><al>Aan de opbouw van het jaarverslag zijn geen wettelijke eisen
                                gesteld. Wel is gesteld dat rapportage plaatsvindt over de
                                resultaten van het uitgevoerde beleid. Een consistente opbouw vanuit
                                de probleemanalyse, strategie, programmering en uitvoering is dus
                                essentieel. In de verslaglegging staat op welke wijze de voorgenomen
                                activiteiten zijn gerealiseerd. Daarnaast wordt aangegeven in
                                hoeverre zij hebben bijgedragen aan de vastgelegde
                                handhavingsdoelstellingen en in lijn zijn met de gestelde
                                prioriteiten. </al><al>Met deze rapportage en evaluatie wordt aangesloten bij het beoogde
                                cyclische karakter van het handhavingsproces; de evaluatie kan
                                aanleiding zijn om het handhavingsbeleid, de prioriteiten of het
                                uitvoeringsprogramma bij te stellen.</al><al>In het jaarverslag wordt aandacht besteed in hoeverre de toezicht-
                                en handhavingsactiviteiten in het afgelopen jaar hebben bijgedragen
                                aan het bereiken aan de gestelde doelen uit het handhavingsbeleid en
                                in hoeverre ze in lijn zijn met de gestelde prioriteiten.</al></artikel><artikel><kop><nr>8.5</nr><titel>Mutaties en dynamiek in het handhavingsbeleid</titel></kop><al>Jaarlijks ontstaan als gevolg van het uitvoering geven aan het
                                handhavingprogramma nieuwe inzichten inzake de handhaving. Aan de
                                hand van het jaarlijkse handhavingsprogramma wordt een jaarlijkse
                                evaluatie uitgevoerd. Deze evaluatie kan handreikingen geven bij het
                                opstellen van het HandhavingsUitvoeringsProgramma voor het komende
                                jaar. Uiteindelijk leidt de evaluatie van de jaarprogramma tot
                                mogelijke bijstelling van de beleidsuitgangspunten (bijvoorbeeld
                                strategie en doelstellingen). En hiermee begint de hele cyclus (big
                                eight) weer opnieuw. </al><al>Onderstaand wordt een overzicht gegeven van mutaties en de dynamiek
                                in het handhavingsbeleid.</al><al/><table><title>Tabel: Overzicht van mutaties en dynamiek van het handhavingsbeleid</title><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al><vet>Mutatie/dynamiek</vet></al></entry><entry><al><vet>Bijwerken</vet></al></entry><entry><al><vet>Frequentie</vet></al></entry></row><row><entry><al>Informatie over het naleefgedrag (resultaten)
                                                </al></entry><entry><al>Risicomodule </al></entry><entry><al>Eenmaal per twee jaar </al></entry></row><row><entry><al>Informatie over effecten (inschatting in
                                                  Risicomodule) </al></entry><entry><al>Risicomodule </al><al/></entry><entry><al>Eenmaal per twee jaar </al></entry></row><row><entry><al>Bijstellen prioriteiten </al></entry><entry><al>Risicomodule </al></entry><entry><al>Na afloop beleidsperiode. Indien jaarverslag
                                                  en/of evaluatie risicomodule aanleiding vormen
                                                  vaker</al></entry></row><row><entry><al>Bijstellen handhavingdoelen</al></entry><entry><al>Handhavingsbeleid </al></entry><entry><al>Na afloop beleidsperiode. Indien jaarverslag
                                                  en/of evaluatie risicomodule aanleiding vormen
                                                  vaker</al></entry></row><row><entry><al>Registreren voortgang </al></entry><entry><al>Registratiesysteem </al></entry><entry><al>Voortdurend</al></entry></row><row><entry><al>Monitoren voortgang toezicht &amp; handhaving
                                                </al></entry><entry><al>Registratiesysteem</al><al>Tijdschrijfsysteem </al></entry><entry><al>Ieder kwartaal (ODRU) / trimester (VRU)</al></entry></row><row><entry><al>HandhavingsUitvoeringsProgramma (HUP) </al></entry><entry><al>Handhavingsbeleid (een eventuele aanvulling)
                                                </al></entry><entry><al>Eenmaal per jaar </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>9.</nr><titel>Organisatie van de handhaving</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Wettelijk kader Besluit omgevingsrecht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr><titel>Handhavingsbeleid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan stelt het handhavingsbeleid vast in een
                                        of meer documenten waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke
                                        doelen het zichzelf stelt bij de handhaving en welke
                                        activiteiten het daartoe zal uitvoeren.</al></li><li nr="6."><al>Burgemeester en wethouders maken het handhavingsbeleid
                                        bekend aan de gemeenteraad. Gedeputeerde staten maken het
                                        handhavingsbeleid bekend aan provinciale staten</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3</nr><titel>Uitvoeringsprogramma</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het bestuursorgaan werkt het handhavingsbeleid jaarlijks
                                        uit in een uitvoeringsprogramma waarin wordt aangegeven
                                        welke van de voorgenomen activiteiten het bestuursorgaan het
                                        komende jaar uitvoert. Daarbij houdt het bestuursorgaan
                                        rekening met de krachtens artikel 7.2, eerste lid, gestelde
                                        doelen en de krachtens artikel 7.2, derde lid, onder a,
                                        gestelde prioriteiten</al></li><li nr="3."><al> Burgemeester en wethouders maken het uitvoeringsprogramma
                                        bekend aan de gemeenteraad. Gedeputeerde staten maken het
                                        uitvoeringsprogramma bekend aan provinciale staten</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.4</nr><titel>Uitvoeringsorganisatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het bestuursorgaan richt zijn organisatie zodanig in dat
                                        een adequate en behoorlijke uitvoering van het
                                        handhavingsbeleid, bedoeld in artikel 7.2, en het
                                        uitvoeringsprogramma, bedoeld in artikel 7.3, gewaarborgd
                                        is. Daartoe draagt het bestuursorgaan er in ieder geval zorg
                                        voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al> de personeelsformatie ten behoeve van de handhaving
                                                en de bij de onderscheiden functies behorende taken,
                                                bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden
                                                vastgelegd</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.5</nr><titel>Borging van de middelen</titel></kop><al>Het bestuursorgaan draagt er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al> de voor het bereiken van de krachtens artikel 7.2, eerste
                                        lid, gestelde doelen en de voor het uitvoeren van de in dat
                                        artikellid bedoelde activiteiten benodigde en beschikbare
                                        financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt
                                        en in de begroting worden gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al> voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma, bedoeld in
                                        artikel 7.3, eerste lid, voldoende benodigde financiële en
                                        personele middelen beschikbaar zijn en dat deze middelen
                                        zonodig worden aangevuld of het uitvoeringsprogramma zo
                                        nodig wordt aangepast</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.7</nr><titel>Rapportage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het bestuursorgaan rapporteert periodiek over: </al><lijst><li nr="a."><al> het bereiken van de krachtens artikel 7.2, eerste
                                                lid, gestelde doelen; </al></li><li nr="b."><al> de uitvoering van de voorgenomen activiteiten,
                                                bedoeld in artikel 7.2, eerste lid, in verhouding
                                                tot de prioriteitenstelling, bedoeld in artikel 7.2,
                                                derde lid, onder a; </al></li><li nr="c."><al> de uitvoering van de afspraken, bedoeld in artikel
                                                7.2, vijfde lid.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al> Het bestuursorgaan evalueert jaarlijks of de in het
                                        uitvoeringsprogramma, bedoeld in artikel 7.3, eerste lid,
                                        opgenomen activiteiten zijn uitgevoerd en in hoeverre deze
                                        activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de
                                        krachtens artikel 7.2, eerste lid, gestelde doelen. </al></li><li nr="3."><al> Burgemeester en wethouders maken de rapportage, bedoeld in
                                        het eerste lid, en het verslag van de evaluatie, bedoeld in
                                        het tweede lid, bekend aan de gemeenteraad. Gedeputeerde
                                        staten maken de rapportage, bedoeld in het eerste lid, en
                                        het verslag van de evaluatie, bedoeld in het tweede lid,
                                        bekend aan provinciale staten</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>9.1</nr><titel>Rollen en verantwoordelijkheden</titel></kop><al>Handhaving is een kerntaak van de gemeente, die hierin duidelijk
                                haar verantwoordelijkheden heeft en neemt. In het kader van dit
                                handhavingsbeleid past het dan ook om de diverse rollen en
                                verantwoordelijkheden van de actoren in het handhavingsproces nader
                                te beschrijven.</al></artikel><artikel><kop><nr>9.1.1</nr><titel>De rol van de gemeenteraad</titel></kop><al>Als taken van de gemeenteraad binnen het integraal handhavingsbeleid
                                kunnen worden genoemd: </al><lijst><li nr="●"><al> het op de politieke agenda plaatsen van het onderwerp
                                        toezicht en handhaving;</al></li><li nr="●"><al> het scheppen van randvoorwaarden - zoals formatie en budget
                                        - waarbinnen het beleid kan worden ontplooid, al dan niet
                                        gebaseerd op de periode informatie krachtens de Wet
                                        revitalisering generiek toezicht of het Bor;</al></li><li nr="●"><al> het uitdragen van de gemeentelijke handhavingsvisie. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>9.1.2</nr><titel>De rol van de burgemeester en het college van burgemeester en
                                    wethouders</titel></kop><al>Voor het handhavingsbeleid is een belangrijke rol weggelegd voor de
                                portefeuillehouder ’handhaving‛, uiteraard binnen de verantwoording
                                op het niveau van het college van burgemeester en wethouders. De
                                burgemeester heeft ook een eigen wettelijke verantwoordelijkheid
                                voor de openbare orde en veiligheid. Voorts is de burgemeester
                                bestuurlijk verantwoordelijk voor het verkrijgen van structureel
                                draagvlak en ‘medeaansturing’ van de lokale politie via het
                                zogenaamde driehoeksoverleg. Bovendien is hij eerstverantwoordelijk
                                bij rampen en zware ongevallen. </al></artikel><artikel><kop><nr>9.1.3</nr><titel>De rol van handhavingspartners</titel></kop><al>Het doel is samen met politie, justitie, burgers, bedrijven en
                                instellingen verder te werken aan handhaving. Een ieder zal daarom
                                op zijn of haar eigen verantwoordelijkheid worden aangesproken; elk
                                individu, elke organisatie kan namelijk op eigen wijze in meer of
                                mindere mate een bijdrage leveren aan een veilige leefomgeving. De
                                samenwerking op verschillende niveaus zal de komende periode worden
                                geïntensiveerd, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij
                                bestaande overlegvormen. </al></artikel><artikel><kop><nr>9.2</nr><titel>Coördinatie en afstemming</titel></kop><al>Bij nieuwe plannen voor bedrijfsvestigingen of het bouwen van
                                bedrijven moeten vaak meerdere procedures worden doorlopen.
                                Daarnaast zal in het bijzonder bij handhavingszaken, duidelijkheid
                                moeten worden gegeven in de achtergronden ten aanzien van de te
                                voeren handhavingsstrategie en zullen er in het kader van regionale
                                handhavingsacties, samengewerkt moeten worden. Het is van groot
                                belang dat procedures goed op elkaar worden afgestemd. </al><al>Via regelmatige overleggen met de andere gemeentelijke disciplines,
                                worden alle te doorlopen procedures op elkaar afgestemd. Dit
                                bevordert de eenduidigheid en daarmee de consistentie van het
                                gemeentelijk beleid tegenover burgers, bedrijven en instellingen.
                            </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>10.</nr><titel>Inwerkingtreding en communicatie</titel></kop></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Het Integraal Handhavingsbeleid IJsselstein 2016 - 2018 wordt na
                        vaststelling door het college bekend gemaakt aan het cluster Ruimte en de
                        gemeenteraad. Van de vaststelling wordt openbaar kennis gegeven via
                        Zenderstreeknieuws en de gemeentelijke website en vervolgens wordt de nota
                        gedurende zes weken ter inzage gelegd. De nota “Integraal Handhavingsbeleid
                        IJsselstein 2016 - 2018“ treedt per 1 juni 2016 in werking.</ondertekening><ondertekening>Met de inwerkingtreding van dit “Integraal Handhavingsbeleid IJsselstein
                        2016 - 2018” komt het </ondertekening><ondertekening>“Handhavingsbeleid omgevingsrecht, 2011 - 2015”, te vervallen.</ondertekening><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en
                        wethouders van IJsselstein van 29 maart 2016</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>secretaris </ondertekening><ondertekening/><ondertekening> burgemeester</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage 1: Lijst met veel gebruikte afkortingen</titel></kop><tussenkop>Wetgeving en besluiten</tussenkop><al>AMvB: Algemene Maatregel van Bestuur</al><al>APV: Algemene Plaatselijke Verordening</al><al>Awb: Algemene wet bestuursrecht</al><al>Bor: Besluit omgevingsrecht</al><al>Bro: Besluit ruimtelijke ordening</al><al>BSBm: Bestuurlijke Strafbeschikking milieu</al><al>BWT: Bouw- en woningtoezicht</al><al>DVO: Dienstverleningsovereenkomst</al><al>HUP: HandhavingsUitvoeringsProgramma</al><al>LHS: Landelijke Handhavingsstrategie</al><al>MDW: (project) Marktwerking Deregulering en Wetgevingskwaliteit</al><al>Mor: Ministeriële regeling omgevingsrecht</al><al>RO: Ruimtelijke Ordening</al><al>TUO: Taakuitvoeringsovereenkomst</al><al>VVGB: Verklaring Van Geen Bedenkingen</al><al>Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</al><al>Wbb: Wet Bodembescherming</al><al>Wet RGT: Wet Revitalisering Generiek Toezicht</al><al>Wet VTH: Wet Vergunningen, Toezicht en Handhaving</al><al>Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen</al><al>Wm: Wet milieubeheer</al><al>Wro: Wet ruimtelijke ordening</al><tussenkop>Organisaties</tussenkop><al>nVWA: Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit</al><al>HDSR: Hoogheemraadschap ‘De Stichtse Rijnlanden’</al><al>IenM: Ministerie van Infrastructuur en Milieu</al><al>ILT: Inspectie Leefomgeving en Transport (voorheen VROM Inspectie)</al><al>IPO: Interprovinciaal Overleg</al><al>ODRU: Omgevingsdienst Regio Utrecht</al><al>OM: Openbaar Ministerie</al><al>PMO: Provinciaal Milieuoverleg</al><al>RUD: Regionale Uitvoeringsdienst</al><al>VNG: Vereniging Nederlandse Gemeenten</al><al>VROM: (voormalig) Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
                    Milieubeheer</al><al>VRU: Veiligheidsregio Utrecht</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 2: Reikwijdte integraal handhavingsbeleid IJsselstein</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="32*"/><colspec colname="col3" colwidth="62*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Nr.</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Programma</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Taakvelden</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Milieu</al></entry><entry colname="col3"><al>Milieu-inrichtingen</al><al>Aanbieden, storten of verbranden afvalstoffen</al><al>Bodem</al><al>Indirecte lozingen</al><al>Klimaat</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bouwen en wonen </al></entry><entry colname="col3"><al>Aanleg, bouw- en oprichtingsfase </al><al>Illegale sloop, bouw of aanleg </al><al>Verwijdering asbest </al><al>Monumenten en archeologie </al><al>Woonkwaliteit/Onveilige bewoning arbeiders /illegale
                                        bewoning</al><al>BAG/Huisnummers </al><al>Privaatrechtelijke handhaving (als toezichthouder)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Brandveiligheid van gebouwen</al></entry><entry colname="col3"><al>Brandveiligheid gebouwen</al><al>Brandveiligheid horeca-inrichtingen</al><al>Brandveiligheid scholen en kinderdagverblijven</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Ruimtelijke ordening</al></entry><entry colname="col3"><al>Illegaal gebruik van bouwwerken en gronden </al><al>Aanlegvergunning voor vellen houtopstand</al><al>Strijdig gebruik planregels</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>Openbare ruimte</al></entry><entry colname="col3"><al>Afvalinzameling</al><al>Algemene overlast (vernielingen, graffiti, etc.)</al><al>Gebruik openbare ruimte en gemeentelijke eigendommen</al><al>Hondenoverlast</al><al>Parkeerexcessen</al><al>Parkeren</al><al>Reclame</al><al>Standplaatsen</al><al>Terrassen</al><al>Uitstallingen</al><al>Zwerfafval</al><al>Markten</al><al>Winkeltijdenwet </al><al>Evenementen</al><al>Drank- en Horecawet</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2"><al>Overige activiteiten</al></entry><entry colname="col3"><al>Klachten</al><al>Verzoeken tot handhaving</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 3: Toelichting risicomodule en prioritering</titel></kop><tussenkop>Inhoud risicomodule</tussenkop><al>De Risicomodule geeft inzicht in risico’s met betrekking tot effecten en
                    naleefgedrag. De volgende criteria zijn in de modules opgenomen:</al><tussenkop>Fysieke veiligheid / Hinder/ Leefbaarheid</tussenkop><tussenkop>APV</tussenkop><lijst><li nr="● "><al>aantal personen aanwezig</al></li><li nr="● "><al> aanwezigheid van (tijdelijke) bouwwerken of attracties</al></li><li nr="● "><al> aanwezigheid gevaarlijke stoffen</al></li><li nr="● "><al> verspreiding van afvalstoffen</al></li><li nr="● "><al> veroorzaken van geluidhinder</al></li><li nr="● "><al> veroorzaken van geurhinder</al></li><li nr="● "><al> verkeersaantrekkende werking</al></li><li nr="● "><al> aantasting leefbaarheid / woongenot</al></li></lijst><tussenkop>Bouwen / Ruimtelijke ordening</tussenkop><lijst><li nr="● "><al> complexiteit van de constructie</al></li><li nr="● "><al> wijziging in gebruik en/of functie</al></li><li nr="● "><al> aantal personen in gebouw</al></li><li nr="● "><al> gevaarlijke stoffen bij sloop</al></li><li nr="● "><al> impact op de beeldkwaliteit</al></li><li nr="● "><al> monumentale waarde</al></li><li nr="● "><al> verloedering en sociale onveiligheid</al></li><li nr="● "><al> afval en verstoring</al></li></lijst><tussenkop>Openbare orde / veiligheid / gezondheid</tussenkop><lijst><li nr="● "><al> brandveiligheid</al></li><li nr="● "><al> zelfredzaamheid</al></li><li nr="● "><al> bereikbaarheid gebouwen</al></li><li nr="● "><al> slaapfunctie</al></li><li nr="● "><al> bekendheid gebouwen</al></li><li nr="● "><al> aantal personen</al></li><li nr="● "><al> gevaarlijke stoffen in het kader van brand</al></li><li nr="● "><al> gevaar voor belendingen (brandoverslag)</al></li></lijst><tussenkop>Milieu</tussenkop><lijst><li nr="● "><al> gevaarsindicatie VNG</al></li><li nr="● "><al> bevi-inrichting ja of nee?</al></li><li nr="● "><al> opslag en gebruik gevaarlijke stoffen</al></li><li nr="● "><al> risicoregistratie RIVM (RRGS) ja of nee?</al></li><li nr="● "><al> geluidsafstanden</al></li><li nr="● "><al> geurafstanden</al></li><li nr="● "><al> stofproductie (luchtkwaliteit)</al></li><li nr="● "><al> lichthinder/ visuele hinder</al></li><li nr="● "><al> verkeersaantrekkende werking</al></li></lijst><tussenkop>Duurzaamheid</tussenkop><lijst><li nr="● "><al> energieverbruik</al></li><li nr="● "><al> effect op de bodem</al></li><li nr="● "><al> indirecte lozing</al></li><li nr="● "><al> hoeveelheid bedrijfsafval</al></li><li nr="● "><al> hoeveelheid gevaarlijk afval</al></li></lijst><tussenkop>Volksgezondheid</tussenkop><lijst><li nr="● "><al> gebruik en opslag toxische stoffen</al></li><li nr="● "><al> locatie met asbest ja of nee </al></li><li nr="● "><al> emissie naar lucht</al></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 4: Uitleg / toelichting Tafel van Elf </titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet>Naleving in dimensies</vet></al><al>De Tafel van Elf (T11) is een samenhangende opsomming van dimensies die
                            bepalend zijn voor de naleving van regelgeving. De T11 is ontstaan
                            vanuit de praktische behoefte om inzicht te krijgen in de factoren die
                            de gehoorzaamheid van mensen aan regelgeving bepalen en de invloed die
                            rechtshandhaving daarop heeft. De basis wordt gevormd door een
                            combinatie van in de literatuur voorkomende sociaal-psychologische,
                            sociologische en criminologische theorieën, aangevuld met algemene
                            inzichten en praktijkervaringen op het terrein van de
                            rechtshandhaving.</al><al>De dimensies van de T11 moeten worden beschouwd als
                            gedragswetenschappelijke variabelen die nalevingsgedrag beïnvloeden.
                            Door ze systematisch na te lopen, vormen ze een hulpmiddel voor de
                            wetgever om te komen tot naleefbare wetgeving. </al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al><vet>De Tafel van Elf als wetgevingsinstrument </vet></al><al>De T11 kan toegepast worden als ondersteunende checklist bij de
                            totstandkoming van wetgeving. Dit geldt temeer wanneer het gedrag van
                            mensen bijdraagt aan te bereiken beleidsdoelen. De T11 is dan ook van
                            toepassing op een groot deel van de beleidsinstrumentele wetgeving en
                            ook op enkele delen van het strafrecht.</al><al>De T11 is hiermee een hulpmiddel bij de totstandkoming van wetgeving. In
                            het kader van het project Marktwerking Deregulering en
                            Wetgevingskwaliteit (MDW) wordt de T11 bij het onderdeel ‘toetsing van
                            voorgenomen regelgeving’ aangeboden als checklist om een aantal vragen
                            te beantwoorden die betrekking hebben op de verwachte mate van naleving
                            van de (toekomstige) wetgeving. Deze vragen moeten beantwoord worden in
                            de toelichting bij de regeling (in geval van een wet respectievelijk
                            AMvB aangeduid als memorie of nota van toelichting). Het doel ervan is
                            om inzichtelijk te maken wat de verschillende (neven-)effecten zijn van
                            de voorgestelde regelgeving. Een goede, heldere toelichting op de
                            verwachte mate van naleving verhoogt bovendien de kwaliteit van een
                            wetsvoorstel.</al><al>Aan de hand van de T11 worden hierna aanwijzingen gegeven over hoe een
                            toelichting ten aanzien van deze aspecten op te bouwen. Er wordt verder
                            op gewezen dat er meerdere instrumenten voor de wetgever beschikbaar
                            zijn zoals bijvoorbeeld de ‘ketenbenadering’ van het Ministerie van
                            Verkeer en Waterstaat en de ‘Aanwijzingen voor de Regelgeving’ van de
                            Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie. Deze folder handelt
                            alleen over de T11. De T11 is ontwikkeld door de Inspectie voor de
                            Rechtshandhaving van het Ministerie van Justitie en het Sanders
                            Instituut van de Erasmus Universiteit Rotterdam.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al><vet>Inhoud Tafel van XI</vet></al><lijst><li nr="A."><al>Dimensies voor spontane naleving</al><lijst><li nr="-"><al>T1 Kennis van regels</al></li><li nr="-"><al>T2 Kosten/baten</al></li><li nr="-"><al>T3 Mate van acceptatie</al></li><li nr="-"><al>T4 Gezagsgetrouwheid doelgroep</al></li><li nr="-"><al>T5 Informele controle</al></li></lijst></li><li nr="B."><al>Controle dimensies</al><lijst><li nr="-"><al>T6 Informele meldingskans</al></li><li nr="-"><al>T7 Controlekans</al></li><li nr="-"><al>T8 Detectiekans</al></li><li nr="-"><al>T9 Selectiviteit</al></li></lijst></li><li nr="C."><al>Sanctie dimensies</al><lijst><li nr="-"><al>T10 Sanctiekans</al></li><li nr="-"><al>T11 Sanctie-ernst</al></li></lijst></li></lijst><al>Op de volgende pagina’s worden deze elf ‘tafels’ verder uitgewerkt en
                            toegelicht.</al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al><vet>Dimensies voor spontane naleving </vet></al><al>T 1 Kennis van regels </al><al>Definitie: <cursief>de bekendheid met en duidelijkheid van wet- en
                                regelgeving bij de doelgroep</cursief></al><lijst><li nr="A."><al>BEKENDHEID</al><lijst><li nr="-"><al>Kent de doelgroep de regels?</al></li><li nr="-"><al>Is de regelgeving niet te omvangrijk?</al></li><li nr="-"><al>Moet men veel moeite doen om op de hoogte te geraken van
                                            de regels?</al></li></lijst></li><li nr="B."><al>DUIDELIJKHEID</al><lijst><li nr="-"><al>Zijn of ontstaan er mogelijk twijfels over de
                                            toepasbaarheid van de regels?</al></li><li nr="-"><al>Zijn de regels voor de doelgroep niet te vaag, te
                                            ingewikkeld: begrijpt men wel wat ermee bedoeld
                                            wordt?</al></li><li nr="-"><al>Wordt van de doelgroep niet ten onrechte een bepaalde
                                            deskundigheid vereist om de regels te kunnen
                                            begrijpen?</al></li></lijst></li></lijst><al>T2 Kosten/baten </al><al>Definitie: <cursief>de (im)materiële voor- en nadelen die uit overtreden
                                of naleven van de regel volgen</cursief></al><lijst><li nr="A."><al>FINANCIEEL/ECONOMISCH</al><lijst><li nr="-"><al>Nadelen van naleving: moet men veel moeite doen
                                            (administratief, fysiek) om aan de regels te
                                            voldoen?</al></li><li nr="-"><al>Voordelen van overtreding: levert overtreden voor
                                            betrokkene voordelen op die in tijd of geld zijn uit te
                                            drukken?</al></li><li nr="-"><al>Overtredingsdrempel: zijn er bepaalde fysieke
                                            omstandigheden die het overtreden bemoeilijken?</al></li><li nr="-"><al>Voordelen van naleving: zijn er specifieke voordelen
                                            verbonden aan naleving van de regels zoals bijvoorbeeld
                                            financiële prikkels?</al></li></lijst></li><li nr="B."><lijst><li nr=""><al>IMMATERIEEL</al></li><li nr="-"><al>Levert naleving van de regels gevoelsmatige,
                                            maatschappelijke of sociale voordelen op?</al></li></lijst></li></lijst><al>T3 Mate van acceptatie </al><al>Definitie: <cursief>de mate waarin het beleid en de regelgeving
                                (algemeen) aanvaard wordt door de doelgroep</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>Vindt de doelgroep het beleid redelijk?</al></li><li nr="-"><al>Kan de doelgroep zich verenigen in de uitgangspunten van het
                                    beleid of bestaan daar verschillende inzichten over?</al></li><li nr="-"><al>Kan de doelgroep een bijdrage leveren aan het beleid
                                    (zelfregulering)?</al></li><li nr="-"><al>Zijn de bedoelingen van de wetgever duidelijk en juist
                                    geformuleerd en zijn er geen mazen in de wet?</al></li></lijst><al>T4 Gezagsgetrouwheid doelgroep</al><al>Definitie: <cursief>de mate van bereidheid van de doelgroep om zich à
                                priori te conformeren aan datgene wat de overheid opdraagt, wat in
                                de wet staat</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>Leeft deze doelgroep in het algemeen regels goed na?</al></li><li nr="-"><al>Doet deze doelgroep doorgaans altijd wat de overheid
                                    opdraagt?</al></li><li nr="-"><al>Heeft de doelgroep bepaalde gewoontes die in strijd kunnen zijn
                                    met de regels?</al></li><li nr="-"><al>Heeft deze doelgroep bepaalde verwachtingen van de
                                    overheid?</al></li></lijst><al>T5 Informele controle</al><al>Definitie: <cursief>de kans op ontdekking en sanctionering van het
                                gedrag van de doelgroep door niet-overheidsinstanties</cursief></al><lijst><li nr="A."><al>INFORMELE PAKKANS</al><lijst><li nr="-"><al>Merkt de omgeving het snel, als iemand een overtreding
                                            pleegt?</al></li><li nr="-"><al>Keurt de doelgroep het overtreden in het algemeen
                                            af?</al></li><li nr="-"><al>Bestaat er een hechte band tussen de leden van de
                                            doelgroep?</al></li><li nr="-"><al>Bestaan er informele controlestructuren?</al></li></lijst></li><li nr="B."><al>INFORMELE SANCTIE</al><lijst><li nr="-"><al>Indien de omgeving het overtredingsgedrag afkeurt,
                                            probeert ze dit dan ook op één of andere manier te
                                            corrigeren? (van opmerkingen tot fysiek geweld)</al></li><li nr="-"><al>Zal de doelgroep op overtredingsgedrag negatief reageren
                                            door middel van sociale sancties, zoals het verstoten
                                            uit de groep of het verliezen van aanzien of
                                            status?</al></li><li nr="-"><al>Bestaan er andere informele sancties die men elkaar kan
                                            opleggen?</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Controle dimensies</tussenkop><tussenkop>T6 Informele meldingskans</tussenkop><al>Definitie: <cursief>de kans dat een overtreding aan het licht komt anders dan
                        door overheidscontrole</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>Is de doelgroep geneigd geconstateerde overtredingen te melden aan de
                            overheid?</al></li><li nr="-"><al>Is in het algemeen bekend bij welke overheidsdienst geconstateerde
                            overtredingen gemeld kunnen worden?</al></li><li nr="-"><al>Zijn er maatregelen genomen om de bereikbaarheid van de overheidsdienst
                            te verlagen (klik-lijn)?</al></li></lijst><tussenkop>T7 Controlekans</tussenkop><al>Definitie: <cursief>de kans dat men gecontroleerd wordt op het begaan van een
                        overtreding.</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>Maak eventueel onderscheid in fysieke en administratieve controle.</al></li><li nr="-"><al>Hoe groot is de objectieve, controlekans (controledichtheid)?</al></li><li nr="-"><al>Hoe groot schat de doelgroep deze kans in?</al></li><li nr="-"><al>Waar hangt de subjectieve controlekans vooral van af?</al></li></lijst><tussenkop>T8 Detectiekans </tussenkop><al>Definitie: <cursief>de kans op constatering van de overtreding indien door de
                        overheid gecontroleerd wordt</cursief></al><lijst><li nr="A."><al>ADMINISTRATIEVE CONTROLE</al><lijst><li nr="-"><al>Is de administratieve controle sluitend, wordt op alle gegevens
                                    gecontroleerd?</al></li><li nr="-"><al>Hoe moeilijk is het om overtredingen te constateren: moeten
                                    controleurs (financiële) experts zijn om fraude te
                                    ontdekken?</al></li><li nr="-"><al>Kunnen reispapieren, transportbiljetten, etc. makkelijk vervalst
                                    worden?</al></li><li nr="-"><al>Kan het de controleurs moeilijk gemaakt worden doordat er geen
                                    modellen of standaardformulieren zijn voorgeschreven?</al></li></lijst></li><li nr="B."><al>BIJ FYSIEKE CONTROLE</al><lijst><li nr="-"><al>Zijn overtredingen makkelijk of moeilijk constateerbaar door
                                    controleurs?</al></li><li nr="-"><al>Wat is de aard en de kwaliteit van de gebruikte
                                    controleopsporingsmethode?</al></li><li nr="-"><al>Zijn overtredingen moeilijk of juist makkelijk te constateren
                                    doordat ze plaats- en tijdgebonden zijn?</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>T9 Selectiviteit </tussenkop><al>Definitie: <cursief>de (verhoogde) kans op controle en detectie in het geval van
                        een overtreding door selectie van te controleren bedrijven, personen,
                        handelingen of gebieden</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>Worden bij selecte controles relatief meer overtreders geconstateerd dan
                            bij a-selecte controles?</al></li><li nr="-"><al>Hebben overtreders het idee dat ze altijd vaker gecontroleerd worden dan
                            degenen die naleven?</al></li></lijst><tussenkop>Sanctie dimensies </tussenkop><tussenkop>T10 Sanctiekans </tussenkop><al>Definitie: <cursief>de kans op een sanctie indien na controle en opsporing een
                        overtreding geconstateerd is</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>Hoe groot is de kans dat men na een geconstateerde overtreding een
                            sanctie krijgt opgelegd, of dat men informeel gecorrigeerd wordt? Hoe
                            groot schat de doelgroep deze kans in?</al></li><li nr="-"><al>Is een overtreding moeilijk te bewijzen?</al></li><li nr="-"><al>Schatten overtreders de kans op vrijspraak hoog in?</al></li></lijst><tussenkop>T11 Sanctie-ernst </tussenkop><al>Definitie: <cursief>de hoogte en soort van de aan de overtreding gekoppelde
                        sanctie en bijkomende nadelen van sanctieoplegging</cursief></al><lijst><li nr="A."><al>FORMELE SANCTIEHOOGTE</al><lijst><li nr="-"><al>Weet de doelgroep welke sanctie hen bij overtreding boven het
                                    hoofd hangt?</al></li><li nr="-"><al>Schat de doelgroep deze sanctie als hoog in?</al></li><li nr="-"><al>Houdt de sanctie rekening met de financiële draagkracht van de
                                    overtreder?</al></li><li nr="-"><al>Wat is de snelheid van sanctieoplegging (lik-op-stuk)?</al></li></lijst></li><li nr="B."><al>IMMATERIËLE KOSTEN</al><lijst><li nr="-"><al>Vindt men het feit dat men met justitie te maken krijgt (in
                                    geval van strafrechtelijke handhaving) vervelender dan de
                                    feitelijke sanctie?</al></li><li nr="-"><al>Heeft de ten uitvoerlegging van de sanctie nog bijkomende
                                    nadelen voor betrokkene?</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Naleefgedrag</tussenkop><al>Tafel van 11, voor elk taakveld gelijk:</al><lijst><li nr="●"><al> kennis van regels</al></li><li nr="●"><al> kosten/baten (kosten vergunning in relatie tot voordeel
                            overtreding)</al></li><li nr="●"><al> mate van acceptatie van regels</al></li><li nr="●"><al> normgetrouwheid doelgroep</al></li><li nr="●"><al> informele controle (kans op controle door niet-overheid)</al></li><li nr="●"><al> informele meldingskans (kans op melding of klacht door derde)</al></li><li nr="●"><al> controlekans (kans op controle door overheid)</al></li><li nr="●"><al> detectiekans (kans op constatering overtreding tijdens controle)</al></li><li nr="●"><al> selectiviteit (kans op thematische controle)</al></li><li nr="●"><al> sanctiekans (kans op sanctie na constatering overtreding)</al></li><li nr="●"><al> sanctie-ernst</al></li></lijst><al>Alle criteria kunnen zwaarder of lichter gewogen worden. Dit hangt af van de
                    aanwezigheid van gegevens. Wat je niet weet, kun je ook niet beoordelen. De
                    Risicomodule wordt om die reden jaarlijks geëvalueerd en aangepast. De volledige
                    lijst met resultaten van de risicoanalyse zijn per taakveld weergegeven. De
                    risico’s zijn ingedeeld in vijf categorieën, van zeer groot tot zeer klein
                    risico.</al><al>De Risicomodules van de vier taakvelden zijn per taakveld gerangschikt naar
                    prioriteit. Hoe interpreteer je zo’n risicoanalyse? Het betekent niet: categorie
                    V pakken we op, categorie III wegen we eerst af en categorie I doen we niets
                    mee. Er zal altijd een inhoudelijke afweging gemaakt worden.</al><al>De risicomodule geeft slechts aan waar de risico’s die gepaard gaan met een
                    overtreding het grootst zijn, en waar de kans op een overtreding het grootst is.
                    Daaruit kun je afleiden waar toezicht het meest nodig is, en hoe je handhavend
                    optreden moet (kan) inrichten. Met andere woorden: tegen een overtreding in
                    categorie V zal sneller, ‘harder’ en daadkrachtiger worden opgetreden dan een
                    overtreding in categorie III of I. Ook hier geldt dat dit in beginsel zo is,
                    maar dat na een belangenafweging de praktijk altijd anders kan zijn. Het kan dus
                    zo zijn dat een bepaalde inrichting één keer in de tien jaar wordt
                    gecontroleerd, maar dat tegen een overtreding fors wordt opgetreden. Het kan ook
                    andersom: er wordt op een perceel ergens twee keer per jaar gecontroleerd maar
                    treedt niet op tegen een overtreding elders.</al><al>De risico analyse heeft dus invloed op zowel preventief als repressief
                    handhaven. De preventieve aspecten worden enerzijds vertaald in een
                    toezichtsprotocol omtrent het controleren van vergunde activiteiten, anderzijds
                    in een perceels (-of inrichtingsgewijs) controleprogramma over meerdere
                    jaren.</al><al>Voor gevallen in de categorie II en III geldt dat er ook projectmatig kan worden
                    opgetreden. Dit kan het geval zijn als blijkt dat er grote aantallen van
                    bepaalde overtredingen worden vermoed of geconstateerd, gewijzigde inzichten,
                    jurisprudentie of wetgeving daartoe noopt of wanneer dit een efficiencyvoordeel
                    oplevert. Een verdere verfijning van prioriteiten is altijd maatwerk, en niet
                    effectief om van te voren in een prioriteitsstelling vast te leggen.</al><tussenkop>Toelichting prioritering</tussenkop><al>Per risicoanalyse zijn de prioriteiten bepaald. Dat wil niet zeggen dat de
                    hoogste prioriteiten per taakveld automatisch de hoogste prioriteit krijgen in
                    de integrale prioritering. De verschillende prioriteiten zijn naast elkaar
                    gelegd en ten opzichte van elkaar zijn nogmaals beoordeeld en ingedeeld door de
                    vakspecialisten. Voor de concrete uitwerking wordt verwezen naar bijlage 5.</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 5: Risicoanalyse per taakveld</titel></kop><tussenkop>Milieu:</tussenkop><al><plaatje><illustratie id="i3aab548c-ce94-40a9-b3bb-d529a9678625" naam="i276779i3aab548c-ce94-40a9-b3bb-d529a9678625.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="19.28cm"/></plaatje><plaatje><illustratie id="i2fa01b06-aac3-441d-9c3f-e602ad5aca67" naam="i276780i2fa01b06-aac3-441d-9c3f-e602ad5aca67.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="19.28cm"/></plaatje></al><tussenkop>Ruimtelijke ordening en bouwen</tussenkop><al><plaatje><illustratie id="ibad934ae-c2be-45a0-9265-9b33d04ecbd7" naam="i276782ibad934ae-c2be-45a0-9265-9b33d04ecbd7.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="19.28cm"/></plaatje><plaatje><illustratie id="i068cb73c-09c8-4a8f-a649-327ef835bc4b" naam="i276783i068cb73c-09c8-4a8f-a649-327ef835bc4b.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="19.28cm"/></plaatje></al><tussenkop>Bestaande bouw, gebruik en bestemmingsplannen</tussenkop><al><plaatje><illustratie id="id426b515-25da-48f2-b1a2-1e4b92a4e17e" naam="i276784id426b515-25da-48f2-b1a2-1e4b92a4e17e.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="19.28cm"/></plaatje></al><tussenkop>Algemene plaatselijke verordening c.a</tussenkop><al><plaatje><illustratie id="ib2d5e943-c24f-41ce-968c-25d58a082f28" naam="i276785ib2d5e943-c24f-41ce-968c-25d58a082f28.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="19.28cm"/></plaatje><plaatje><illustratie id="i427bcc0e-03b4-4653-85fc-88c4095fa8de" naam="i276786i427bcc0e-03b4-4653-85fc-88c4095fa8de.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="19.28cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 6: Sanctiestrategie</titel></kop><tussenkop>Richtlijn dwangsombedragen en termijnen </tussenkop><al>Voor het bepalen van de hoogte van dwangsommen en de lengte van
                    (begunstigings)termijnen geldt een vaste richtlijn. De (onderstaande) Richtlijn
                    dwangsombedragen en termijnen bevat een weergave van de in de praktijk veelal
                    toegepaste dwangsombedragen en termijnen bij diverse veelvoorkomende
                    overtredingen binnen het omgevingsgebied. Bij het bepalen van de hoogte van de
                    dwangsom is er relatie gelegd met de interventiematrix van de Landelijke
                    handhavingstrategie. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de hierna
                    ingevoegde Richtlijn dwangsombedragen en termijnen. </al><al>De Richtlijn is ontwikkeld om binnen de regio op een uniforme wijze op te treden
                    bij het hanteren van dwangsombedragen en termijnen voor eenzelfde soort
                    overtredingen. Een uniforme aanpak draagt bij aan een gelijk speelveld voor
                    bedrijven, burgers en betrokkenen. </al><tussenkop>1.1Richtlijn dwangsombedragen en termijnen</tussenkop><al>In de onderstaande tabel zijn voor de meest voorkomende overtredingen de
                    maximale dwangsombedragen en de maximale lengte van de (begunstigings)termijnen
                    opgenomen. De tabel geeft een richtlijn aan en biedt enig houvast bij het
                    bepalen van de hoogte van de dwangsom en de te stellen termijn. De tabel is niet
                    uitputtend bedoeld. Voor overtredingen die niet in deze tabel zijn opgenomen
                    wordt de hoogte van de dwangsom en de te stellen termijn per specifieke situatie
                    nader bepaald.</al><al>Afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden van het individuele geval
                    kan gemotiveerd worden afgeweken van de in de tabel genoemde waarden. </al><tussenkop>Dwangsom en modaliteit </tussenkop><al>De dwangsom dient voldoende prikkelend te werken om de overtreding te (laten)
                    beëindigen. De dwangsombedragen dienen in redelijke verhouding te staan tot de
                    zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom. </al><al>Het opleggen van een last onder dwangsom geschiedt in verschillende wettelijk
                    voorgeschreven vormen (modaliteiten). Deze modaliteiten zijn vastgelegd in
                    artikel 5:32b, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht: een bedrag ineens;
                    een bedrag per tijdseenheid dat de last niet is uitgevoerd dan wel per
                    overtreding van de last. Het bestuursorgaan komt beleidsvrijheid toe bij de
                    keuze voor een van deze modaliteiten. </al><tussenkop>Begunstigingstermijn</tussenkop><al>Een last onder dwangsom omvat naast de te nemen herstelmaatregelen ook een
                    termijn, waarbinnen de overtreder de door het bestuursorgaan opgelegde
                    lastgeving kan uitvoeren zonder dat deze het dwangsombedrag verbeurt. Deze
                    begunstigingstermijn mag niet wezenlijk langer worden gesteld dan noodzakelijk
                    om de overtreding te kunnen opheffen. </al><tussenkop>Vaststelling hoogte dwangsom volgens de interventiematrix LHS</tussenkop><al>De vaststelling van de hoogte van de dwangsom wordt afhankelijk gesteld van de
                    gepositioneerde bevinding in de interventiematrix volgens de Landelijke
                    Handhavingstrategie. Er zijn drie bevindingen te onderscheiden:</al><lijst><li nr="-"><al>De bevinding is gepositioneerd in de lichte segmenten van de
                            interventiematrix (<vet>A1, A2, A3, B1, B2 en C1</vet>). In die situatie
                            wordt de dwangsom per tijdseenheid of per overtreding vastgesteld op
                            (plusminus) één derde van het maximumbedrag; het te stellen maximum is
                            het in de tabel opgenomen maximumbedrag. Als de modaliteit ‘ineens’ is
                            omschreven blijft het dwangsombedrag ‘ineens’ gelijk aan het
                            maximumbedrag. Een voorbeeld ter illustratie: in de tabel is een
                            maximumbedrag van € 5.000 opgenomen voor een overtreding die binnen de
                            lichte segmenten van de interventiematrix valt. De modaliteit is ‘per
                            week’ omschreven. De dwangsom wordt in dat geval vastgesteld op € 5.000
                            / 3 = ± € 1.667 per week met een maximum van € 5.000. </al></li><li nr="-"><al>De bevinding is gepositioneerd in de middensegmenten van de
                            interventiematrix (<vet>A4, B3, B4, C2, D1 en D2</vet>). In die situatie
                            wordt de dwangsom per tijdseenheid of per overtreding vastgesteld op de
                            helft van het maximumbedrag; het te stellen maximum is het in de tabel
                            opgenomen maximumbedrag. Als de modaliteit ‘ineens’ is omschreven blijft
                            het dwangsombedrag ‘ineens’ gelijk aan het maximumbedrag. Een voorbeeld
                            ter illustratie: in de tabel is een maximumbedrag van € 4.000 opgenomen
                            voor een overtreding die binnen de middensegmenten van de
                            interventiematrix valt. De modaliteit is ‘per overtreding’ omschreven.
                            De dwangsom wordt in dat geval vastgesteld op € 4.000 / 2 = € 2.000 per
                            overtreding met een maximum van € 4.000.</al></li><li nr="-"><al>De bevinding is gepositioneerd in de zware segmenten van de
                            interventiematrix (<vet>C3, C4, D3 en D4</vet>). In die situatie wordt
                            de dwangsom (per tijdseenheid, per overtreding of ineens) vastgesteld op
                            het maximumbedrag. Een voorbeeld ter illustratie: in de tabel is een
                            maximumbedrag van € 3.000 opgenomen voor een overtreding die binnen de
                            zware segmenten van de interventiematrix valt. De modaliteit is ‘per
                            week’ omschreven. De dwangsom wordt in dat geval vastgesteld op € 3.000
                            per week waarbij een maximum geldt van € 3.000.</al></li></lijst><tussenkop>Recidive</tussenkop><al>Na het bereiken van het maximale bedrag kan besloten worden om een nieuwe last
                    onder dwangsom, dan wel een last onder bestuursdwang op te leggen. Indien sprake
                    is van herhaling van een overtreding – door dezelfde overtreder op een bepaald
                    perceel – waarvoor in het verleden (binnen de afgelopen twee jaren) reeds een
                    dwangsombeschikking is afgegeven, wordt de te stellen dwangsom verhoogd met
                    100%. </al><tussenkop>Algemeen</tussenkop><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colwidth="18*"/><colspec colname="col2" colwidth="34*"/><colspec colname="col3" colwidth="18*"/><colspec colname="col4" colwidth="15*"/><colspec colname="col5" colwidth="15*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet><cursief>Taakveld</cursief></vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Overtreding</cursief></vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet><cursief>Modaliteit</cursief></vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet><cursief>Maximum €</cursief></vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet><cursief>Termijn </cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Algemeen </vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Geen medewerking verlenen aan toezichthouder </al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>10.000</al></entry><entry colname="col5"><al>direct</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ontbrekende onderzoek zoals preventieonderzoek,
                                        bodemonderzoek, energiebesparingsonderzoek, akoestisch
                                        onderzoek etc.</al></entry><entry colname="col3"><al>ineens</al></entry><entry colname="col4"><al>5.000</al></entry><entry colname="col5"><al>8 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Overleggen ontbrekende gegevens, zoals logboek,
                                        administratie, energienota, lekdichtheid, registratie,
                                        rapportage etc.</al></entry><entry colname="col3"><al>ineens</al></entry><entry colname="col4"><al>1.000</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Overtredingen milieu</tussenkop><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colwidth="18*"/><colspec colname="col2" colwidth="34*"/><colspec colname="col3" colwidth="18*"/><colspec colname="col4" colwidth="15*"/><colspec colname="col5" colwidth="15*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet><cursief>Taakveld</cursief></vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Overtreding</cursief></vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet><cursief>Modaliteit</cursief></vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet><cursief>Maximum €</cursief></vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet><cursief>Termijn</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Afval</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Opslag niet conform voorschriften</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>5.000</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Afval niet correct afvoeren</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>5.000</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Scheiding afval niet conform voorschriften</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>5.000</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Bodem</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Afvalstoffen op/in de bodem brengen </al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>5.000</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Keuring onder- of bovengrondse tank niet uitgevoerd</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>4.000</al></entry><entry colname="col5"><al>8 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Kathodische bescherming of peilbuis niet gecontroleerd</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>2.000</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Vloer niet vloeistofdicht </al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>400/m<sup>2</sup></al></entry><entry colname="col5"><al>8 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Vloeistofdichte (lek)bak ontbreekt</al></entry><entry colname="col3"><al>per week/bak</al></entry><entry colname="col4"><al>2.000/bak</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Geen financiële zekerheid</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>2.000</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Opslag vaste mest zonder voorzieningen</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>4.000</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ontbreken (KIWA-)certificaat mestopslag</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>3.000</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Foliebassin niet gekeurd</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>3.000</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Mestbassin niet conform de bouwtechnische richtlijnen</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>3.000</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet><cursief>Taakveld</cursief></vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Overtreding</cursief></vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet><cursief>Modaliteit</cursief></vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet><cursief>Maximum €</cursief></vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet><cursief>Termijn</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Bodem (vervolg)</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Geen melding Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval</al></entry><entry colname="col3"><al>ineens</al></entry><entry colname="col4"><al>20.000</al></entry><entry colname="col5"><al>1 week</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Afgifte van grond/bouwstoffen aan een onbevoegde be-/
                                        verwerker </al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding </al></entry><entry colname="col4"><al>10.000</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Toepassen van grond/bouwstoffen op locatie zonder juiste
                                        keuringen en kwaliteitsverklaringen </al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>12.000</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Geen melding Besluit bodemkwaliteit</al></entry><entry colname="col3"><al>ineens</al></entry><entry colname="col4"><al>4.000</al></entry><entry colname="col5"><al>1 week</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Toepassing niet conform de voorschriften en/of
                                        voorgeschreven voorzieningen niet aangebracht.</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>5.000</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>(Externe) veiligheid</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Brandscheiding niet op orde </al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>1.000</al></entry><entry colname="col5"><al>8 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Opslag gevaarlijke stoffen niet volgens voorschriften</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>10.000</al></entry><entry colname="col5"><al>1 week</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Opslag kluis/ kast ontbreekt</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>4.000</al></entry><entry colname="col5"><al>6 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Gasflessen niet tegen omvallen beschermd</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>1.000/fles</al></entry><entry colname="col5"><al>1 week</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Keuring gastank verlopen</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>2.000/tank</al></entry><entry colname="col5"><al>8 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Keuring gasfles verlopen</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>1.000/fles</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Hekwerk bij gastank ontbreekt/niet tegen aanrijden
                                        beschermd</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>2.000</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Geluid</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Geluidnorm overschreden</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>10.000</al></entry><entry colname="col5"><al>direct</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Geluidbegrenzer niet conform verzegeling</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>5.000</al></entry><entry colname="col5"><al>direct</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Gedragsvoorschiften niet naleven</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>2.000</al></entry><entry colname="col5"><al>direct</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>In werking buiten vergunde uren</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>10.000</al></entry><entry colname="col5"><al>direct</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Lucht</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Overschrijding emissie-eisen</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>10.000</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Metingen niet (juist) uitgevoerd</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>1.000</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Afvoerpijp niet op hoogte</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>5.000</al></entry><entry colname="col5"><al>8 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Niet juist gebruiken of ontbreken emissiebeperkende
                                        apparatuur (zoals (stof)filters,
                                        ontgeuringsinstallatie)</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>5.000</al></entry><entry colname="col5"><al>8 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Geen keuring of onderhoud stook- of koelinstallatie </al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>2.500</al></entry><entry colname="col5"><al>8 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Niet naleven voorschriften stook- of koelinstallatie </al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>2.000/</al><al>installatie</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Niet afgedekte mestsilo</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>2.000</al></entry><entry colname="col5"><al>2 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Emissiearm stalsysteem niet geplaatst, en/of niet
                                        onderhouden en/of werking niet correct</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>5.000</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="18*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="34*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="15*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="15*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet><cursief>Taakveld</cursief></vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Overtreding</cursief></vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet><cursief>Modaliteit</cursief></vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet><cursief>Maximum €</cursief></vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet><cursief>Termijn</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Vuurwerk</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Opslag van vuurwerk niet conform de voorschriften en er kan
                                        direct aan de voorschriften worden voldaan</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>10.000</al></entry><entry colname="col5"><al>direct</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Water</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Illegale lozing</al></entry><entry colname="col3"><al>ineens</al></entry><entry colname="col4"><al>5.000</al></entry><entry colname="col5"><al>1 week</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Afscheider, controleput of zuiveringstechnische voorziening
                                        ontbreekt of niet conform voorschriften</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>3.000</al></entry><entry colname="col5"><al>6 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Overig (milieu)</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>In werking zonder vergunning (milieu)</al></entry><entry colname="col3"><al>ineens</al></entry><entry colname="col4"><al>10.000</al></entry><entry colname="col5"><al>6 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Geen melding (milieu)</al></entry><entry colname="col3"><al>ineens</al></entry><entry colname="col4"><al>3.000</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ongewoon voorval niet gemeld (milieu)</al></entry><entry colname="col3"><al>ineens</al></entry><entry colname="col4"><al>5.000</al></entry><entry colname="col5"><al>1 week</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Overtredingen aanleggen, bouwen en slopen</tussenkop><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colwidth="18*"/><colspec colname="col2" colwidth="34*"/><colspec colname="col3" colwidth="18*"/><colspec colname="col4" colwidth="15*"/><colspec colname="col5" colwidth="15*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet><cursief>Taakveld</cursief></vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Overtreding</cursief></vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet><cursief>Modaliteit</cursief></vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet><cursief>Maximum €</cursief></vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet><cursief>Termijn</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Algemeen</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>In strijd handelen met een opgelegde last onder
                                        bestuursdwang</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>50.000</al></entry><entry colname="col5"><al>Direct</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Aanleggen, bouwen of slopen in strijd met (planregels)
                                        bestemmingsplan </al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>20.000</al></entry><entry colname="col5"><al>8 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Aanleggen</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Aanleggen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning
                                        kwalificatie licht: zoals kabels en leidingen, ophogen etc.
                                    </al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>10.000</al></entry><entry colname="col5"><al>6 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Aanleggen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning
                                        kwalificatie middel: zoals heiwerkzaamheden, bodem verlagen,
                                        gronden afgraven etc.</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>15.000</al></entry><entry colname="col5"><al>6 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Aanleggen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning
                                        kwalificatie zwaar: zoals watergangen,
                                        oppervlakteverhardingen van wegen, regels t.a.v. archeologie
                                        etc.</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>20.000</al></entry><entry colname="col5"><al>6 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Bouwen</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Bouwen zonder of in afwijking van omgevingsvergunning,
                                        kwalificatie licht: zoals erfafscheiding, tuinmeubilair,
                                        vlaggenmasten, schotelantennes, zonweringen etc.</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>10.000</al></entry><entry colname="col5"><al>8 weken</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="18*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="34*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="15*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="15*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet><cursief>Taakveld</cursief></vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Overtreding</cursief></vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet><cursief>Modaliteit</cursief></vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet><cursief>Maximum €</cursief></vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet><cursief>Termijn</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Bouwen (vervolg)</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Bouwen zonder of in afwijking van omgevingsvergunning
                                        kwalificatie middel: zoals aanbouw aan bestaand hoofdgebouw,
                                        bijgebouw, overkapping, paardenbak, regels t.a.v.
                                        archeologie, afwijking van vergunnig t.a.v. woning of
                                        bedrijfsgebouw, etc. </al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>20.000</al></entry><entry colname="col5"><al>8 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Bouwen zonder omgevingsvergunning kwalificatie zwaar: zoals
                                        een woning, bedrijfsgebouw etc. </al></entry><entry colname="col3"><al>ineens</al></entry><entry colname="col4"><al>100.000</al></entry><entry colname="col5"><al>8 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Bouwen in strijd met het Bouwbesluit, kwalificatie licht:
                                        zoals technische voorschriften bruikbaarheid etc.</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>10.000</al></entry><entry colname="col5"><al>8 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Bouwen in strijd met het Bouwbesluit, kwalificatie middel:
                                        zoals technische voorschriften energiezuinigheid etc. </al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>15.000</al></entry><entry colname="col5"><al>8 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Bouwen in strijd met het Bouwbesluit, kwalificatie zwaar:
                                        zoals technische voorschriften veiligheid, gezondheidheid
                                        etc. </al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>20.000</al></entry><entry colname="col5"><al>8 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Slopen</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Slopen zonder of in afwijking van omgevingsvergunning of een
                                        melding, kwalificatie licht: zoals het slopen van een
                                        bijgebouw zonder asbest etc.</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>5.000</al></entry><entry colname="col5"><al>6 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Slopen zonder of in afwijking van omgevingsvergunning of een
                                        melding, kwalificatie middel: zoals slopen zonder asbest
                                        (overig)</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>10.000</al></entry><entry colname="col5"><al>6 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Slopen zonder of in afwijking van omgevingsvergunning of een
                                        melding, kwalificatie zwaar: zoals slopen met
                                        (waarschijnlijk) asbest</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>30.000</al></entry><entry colname="col5"><al>6 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Monumenten</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Verandering aan, op, in of bij een monument zonder of in
                                        afwijking van een omgevingsvergunning.</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>25.000</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Verandering in beschermd stad- en dorpsgezichten zonder of
                                        in afwijking van een omgevingsvergunning.</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>20.000</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Overtredingen planologisch gebruik</tussenkop><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="18*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="34*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="15*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="15*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet><cursief>Taakveld</cursief></vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Overtreding</cursief></vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet><cursief>Modaliteit</cursief></vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet><cursief>Maximum €</cursief></vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet><cursief>Termijn</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Strijdig gebruik</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Gebruik in strijd met bestemmingsplan zoals verkeerd gebruik
                                        grond/erf, illegale handelingen buitengebied etc.</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>10.000</al></entry><entry colname="col5"><al>8 week</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Strijdig gebruik bestemming: wonen of bedrijfsmatige
                                        activiteiten waar niet toegestaan, etc.</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>20.000</al></entry><entry colname="col5"><al>10 weken</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Overtredingen brandveiligheid</tussenkop><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="18*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="34*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="15*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="15*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet><cursief>Taakveld</cursief></vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Overtreding</cursief></vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet><cursief>Modaliteit</cursief></vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet><cursief>Maximum €</cursief></vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet><cursief>Termijn</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Brandveilig gebruik</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Geen omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik </al></entry><entry colname="col3"><al>ineens</al></entry><entry colname="col4"><al>15.000</al></entry><entry colname="col5"><al>8 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Geen melding voor brandveilig gebruik</al></entry><entry colname="col3"><al>ineens</al></entry><entry colname="col4"><al>5.000</al></entry><entry colname="col5"><al>8 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Niet naleven voorschrift omgevingsvergunning voor
                                        brandveilig gebruik</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>3.000</al></entry><entry colname="col5"><al>8 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ontbreken document over adequate toepassing
                                        constructieonderdeel </al></entry><entry colname="col3"><al>ineens </al></entry><entry colname="col4"><al>3.000</al></entry><entry colname="col5"><al>1 week</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Overschrijden totaal onechte en/of ongewenste meldingen
                                        brandmeldinstallaties </al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>5.000</al></entry><entry colname="col5"><al>direct </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Voorschriften Bouwbesluit</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Ontbreken voorzieningen of niet volgens eisen, kwalificatie
                                        licht: zoals rookmelder, blustoestel, vluchtrouteaanduiding,
                                        zelfsluitende deur, etc.</al></entry><entry colname="col3"><al>per week </al></entry><entry colname="col4"><al>3.000</al></entry><entry colname="col5"><al>2 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ontbreken voorzieningen of niet volgens eisen, kwalificatie
                                        middel: zoals brandweeringang, brandmeldinstallatie,
                                        aankleding ruimten, verbindingsweg, etc.</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>6.000</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ontbreken voorzieningen of niet volgens eisen, kwalificatie
                                        zwaar: zoals ontruimingsinstallatie, bluswatervoorziening
                                        etc.</al></entry><entry colname="col3"><al>per week </al></entry><entry colname="col4"><al>10.000</al></entry><entry colname="col5"><al>8 weken</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Overtredingen Algemene Plaatselijke Verordening (APV) </tussenkop><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colwidth="18*"/><colspec colname="col2" colwidth="34*"/><colspec colname="col3" colwidth="18*"/><colspec colname="col4" colwidth="15*"/><colspec colname="col5" colwidth="15*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet><cursief>Taakveld</cursief></vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Overtreding</cursief></vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet><cursief>Modaliteit</cursief></vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet><cursief>Maximum €</cursief></vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet><cursief>Termijn</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Algemeen</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke
                                        functie (zoals bloembakken, borden, containers)</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>2.500</al></entry><entry colname="col5"><al>1 week</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Reclame(bord) zonder vergunning</al></entry><entry colname="col3"><al>ineens </al></entry><entry colname="col4"><al>3.000</al></entry><entry colname="col5"><al>1 dag</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Maken of veranderen van uitweg zonder vergunning</al></entry><entry colname="col3"><al>ineens</al></entry><entry colname="col4"><al>3.000</al></entry><entry colname="col5"><al>6 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Langdurig parkeren van voertuigen zoals caravans,
                                        aanhangwagens, vrachtwagens </al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding </al></entry><entry colname="col4"><al>2.500</al></entry><entry colname="col5"><al>1 week</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Verbranden van afval</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>5.000</al></entry><entry colname="col5"><al>direct</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Standplaats innemen zonder vergunning</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>5.000</al></entry><entry colname="col5"><al>1 dag</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Geluidsapparatuur/ toestel in werking zonder of in afwijking
                                        ontheffing</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>5.000</al></entry><entry colname="col5"><al>1 week</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Evenementen</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Evenement zonder of in afwijking van vergunning;</al><al>klein evenement (tot 50 personen)</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding </al></entry><entry colname="col4"><al>5.000</al></entry><entry colname="col5"><al>direct</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Evenement zonder of in afwijking van; middelgroot evenement
                                        (50-100 personen)</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>10.000</al></entry><entry colname="col5"><al>direct </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Evenement zonder of in afwijking van; groot evenement (100
                                        of meer personen)</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>20.000</al></entry><entry colname="col5"><al>direct</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Kappen</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Zonder of in afwijking omgevingsvergunning kappen dan wel
                                        het niet naleven herplantplicht</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>5.000</al></entry><entry colname="col5"><al>4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Kansspelen</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Kansspelautomaten en/of speelgelegenheid aanwezig zonder
                                        vergunning</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>10.000</al></entry><entry colname="col5"><al>direct</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Sluitingstijden</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Niet houden aan regels of ontheffing t.a.v.
                                        sluitingstijden</al></entry><entry colname="col3"><al>per overtreding</al></entry><entry colname="col4"><al>3.000</al></entry><entry colname="col5"><al>direct</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 7: Toelichting interventies van licht naar zwaar (LHS)</titel></kop><tussenkop>1. Bestuursrecht herstellend</tussenkop><tussenkop>Aanspreken/informeren </tussenkop><al>Aanspreken/informeren is een informele interventie (geen wettelijke basis) naar
                    aanleiding van een inspectie die ertoe moet leiden dat de normadressaat naleeft
                    of in staat is na te leven. Aanspreken/informeren gebeurt mondeling, door het
                    verstrekken van schriftelijke informatie of door verwijzing naar websites.
                    Aanspreken/informeren is vooral aan de orde bij goedwillende normadressaten die
                    onbedoeld niet naleven en die gemotiveerd zijn de niet naleving zo snel mogelijk
                    zelf op te lossen.</al><tussenkop>Waarschuwen – brief met hersteltermijn </tussenkop><al>Waarschuwen betekent dat de normadressaat naar aanleiding van een inspectie een
                    waarschuwingsbrief ontvangt. Daarin is opgenomen welke maatregelen of
                    voorzieningen getroffen moeten worden om na te leven en binnen welke (redelijke)
                    termijn. In de brief staat ook dat de handhavinginstantie verdergaande
                    bestuursrechtelijke interventies zal nemen (LOB, LOD), als blijkt dat de in de
                    waarschuwingsbrief opgenomen maatregelen of voorzieningen niet zijn getroffen na
                    het verstrijken van de termijn.</al><tussenkop>Bestuurlijk gesprek </tussenkop><al>Een bestuurlijk gesprek met (de leiding van) de normadressaat in kwestie is een
                    aanvullende escalerende interventie op waarschuwen. </al><tussenkop>Verscherpt toezicht </tussenkop><al>Verscherpt toezicht als interventie betreft het naar aanleiding van een
                    inspectie meer of intensiever toezicht houden op de normadressaat. Een
                    bestuurlijk gesprek zal hier vaak aan vooraf gaan. Verscherpt toezicht moet
                    worden aangekondigd, als ook onder welke voorwaarden het verscherpt toezicht
                    weer zal worden opgeheven. </al><tussenkop>Last onder dwangsom (LOD)</tussenkop><al>Een last onder dwangsom is een op herstel gerichte interventie voor het ongedaan
                    maken van overtredingen en/of het voorkomen van verdere/herhaalde overtreding.
                    De normadressaat krijgt een verplichting (een last) opgelegd om binnen een
                    gegeven termijn de overtreding te beëindigen door iets te doen of na te laten op
                    straffe van het verbeuren van een dwangsom wanneer de last niet tijdig wordt
                    uitgevoerd. De op te leggen dwangsom moet voldoende hoog zijn om de overtreding
                    te beëindigen. Een last onder dwangsom kan alleen worden opgelegd als hiervoor
                    een wettelijke bevoegdheid bestaat. </al><al>Het opleggen van een last onder dwangsom gebeurt volgens zorgvuldig te volgen
                    stappen. In het algemeen worden de volgende stappen doorlopen:</al><lijst><li nr="1."><al><onderstreept>bestuurlijke waarschuwing</onderstreept>, dat wil zeggen:
                            het bekend maken van het voornemen om een last onder dwangsom op te
                            leggen met een hersteltermijn plus de termijn om zienswijzen bekend te
                            maken. → Indien niet tijdig hersteld:</al></li><li nr="2."><al><onderstreept>Sanctiebeschikking</onderstreept>, dat wil zeggen: het
                            opleggen van een last onder dwangsom met een hersteltermijn. → Indien
                            niet tijdig hersteld:</al></li><li nr="3."><al><onderstreept>Verbeuren en innen dwangsom</onderstreept>.</al></li></lijst><tussenkop>Last onder bestuursdwang (LOB)</tussenkop><al>Een last onder bestuursdwang is een op herstel gerichte interventie voor het
                    ongedaan maken van een overtreding waarbij de handhavinginstantie, wanneer de
                    last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd, op kosten van de overtreder, een
                    overtreding beëindigt door zelf daadwerkelijk in te (laten) grijpen. Een last
                    onder bestuursdwang kan alleen worden toegepast als hiervoor een wettelijke
                    bevoegdheid bestaat.</al><al>Voor de last onder bestuursdwang gelden dezelfde zorgvuldig te doorlopen stappen
                    als voor de last onder dwangsom. Ook hier kan, bijvoorbeeld in spoedeisende
                    situaties, van deze stappen worden afgeweken: </al><lijst><li nr="1."><al><onderstreept>Bestuurlijke waarschuwing</onderstreept>, dat wil zeggen:
                            het bekend maken van het voornemen om een last onder bestuursdwang op te
                            leggen met een hersteltermijn plus de termijn om zienswijzen bekend te
                            maken. →Indien niet tijdig hersteld:</al></li><li nr="2."><al><onderstreept>Sanctiebeschikking</onderstreept>, dat wil zeggen: het
                            opleggen van een last onder bestuursdwang met een hersteltermijn.
                            →Indien niet tijdig hersteld:</al></li><li nr="3."><al><onderstreept>Uitvoeren bestuursdwang</onderstreept> (en verhalen kosten
                            uitvoering).</al></li></lijst><al>In spoedeisende situaties en bij ernstige overtredingen is de last onder
                    bestuursdwang de meest geschikte bestuursrechtelijke interventie. De
                    handhavinginstantie kan verzoeken om onmiddellijke beëindiging van de
                    overtreding. Als blijkt dat de normadressaat niet bereid is aan dit verzoek te
                    voldoen, kan de handhavinginstantie zelf en in spoedeisende gevallen zonder
                    voorafgaande last feitelijk optreden. Wel moet de handhavinginstantie zo spoedig
                    mogelijk nadien alsnog een formele sanctiebeschikking uitvaardigen.</al><tussenkop>Tijdelijk stilleggen</tussenkop><al>Tijdelijk stilleggen betekent dat activiteiten of voertuigen als gevolg van de
                    overtreding tijdelijk worden stilgelegd, tot de overtreding is hersteld en van
                    naleving sprake is. Er kan aanleiding zijn om bij tijdelijk stilleggen beleid
                    en/of politiek te informeren. Tijdelijk stilleggen kan onder de LOB vallen.</al><tussenkop>2. Bestuursrecht bestraffend </tussenkop><tussenkop>Bestuurlijke boete </tussenkop><al>Een bestuurlijke boete is een bestuurlijke bestraffende sanctie die door een
                    daartoe bevoegde overheidsdienst zonder tussenkomst van het OM of een rechter
                    kan worden opgelegd. Het CJIB verzorgt de inning en incasso van bestuurlijke
                    boetes van diverse overheidsdiensten, waaronder de NVWA, de Inspectie SZW en de
                    Inspectie Leefomgeving en Transport.</al><al>Een bestuurlijke boete houdt de onvoorwaardelijke verplichting in tot betaling
                    van een geldsom en kan naast een last onder dwangsom of een last onder
                    bestuursdwang worden opgelegd. Het opstellen van het boeterapport gebeurt door
                    de toezichthouder/toezichthouder, maar de kennisgeving, beschikking en inning
                    gebeuren door het boetebureau (onder andere CJIB). De maxima en bandbreedtes van
                    boetebedragen zijn veelal vastgelegd in de wetgeving. Een belangrijk verschil
                    met de BSBm is dat bezwaar en beroep bij het bestuursorgaan dienen te worden
                    aangetekend, terwijl de normadressaat tegen de BSBm in verzet kan komen bij het
                    OM. </al><tussenkop>Schorsen of intrekken vergunning, certificaat of erkenning </tussenkop><al>Als de normadressaat houder is van een begunstigend besluit (vergunning of
                    ontheffing), dan kan het geheel of gedeeltelijk intrekken van dat besluit een
                    passende interventie zijn. Deze interventie is in het bijzonder passend als de
                    normadressaat niet in actie komt naar aanleiding van eerdere correctieve
                    interventies, zoals een last onder dwangsom. Het geheel of gedeeltelijk
                    intrekken van een begunstigend besluit is een vergaande interventie die
                    zorgvuldig moet worden voorbereid. </al><tussenkop>Exploitatieverbod, sluiting </tussenkop><al>Voor niet vergunningplichtige normadressaten bestaat de mogelijkheid op basis
                    van de Fraudewet om het bedrijf te sluiten of de exploitatie ervan te verbieden.
                    Ook dit zijn vergaande interventies die zorgvuldig moeten worden voorbereid en
                    waarbij het informeren van beleid en politiek noodzakelijk is. </al><tussenkop>3. Strafrecht</tussenkop><tussenkop>Bestuurlijke strafbeschikking milieu – BSBm </tussenkop><al>De bestuurlijke strafbeschikking milieu is een op het strafrecht (artikel 257ba
                    Wetboek van Strafvordering) gebaseerde interventie die daartoe bevoegde
                    handhavinginstanties zonder tussenkomst van het OM kunnen opleggen. Voor feiten
                    uit het zogenoemde ‘Feitenboekje Bestuurlijke Strafbeschikking Milieu- en
                    Keurfeiten’ wordt een combibon uitgeschreven (geldboete) die ter afdoening wordt
                    gezonden aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). De BSBm kan los van
                    (óf óf), parallel met (én én) of volgtijdelijk aan (eerst…dan…) op herstel
                    gerichte interventies worden ingezet. </al><al>De BSBm is bedoeld voor relatief eenvoudige overtredingen, waarbij er over de
                    schuldvraag geen twijfel bestaat. De ‘Richtlijn bestuurlijke
                    strafbeschikkingsbevoegdheid milieu- en keurfeiten’ geeft in paragraaf 2.7 de
                    beleidsvrijheid binnen gestelde grenzen aan en in paragraaf 2.8 de
                    contra-indicaties voor het uitvaardigen van een BSBm. Als geen BSBm kan worden
                    uitgevaardigd is in veel gevallen overleg met het OM noodzakelijk.</al><tussenkop>Proces-verbaal (PV) </tussenkop><al>BOA’s die een strafbaar feit vermoeden of constateren, kunnen een PV opmaken.
                    Dit optreden valt onder het strafrechtelijk optreden dat in deze landelijke
                    handhavingstrategie is geregeld. Een PV is de basis voor het verdere optreden
                    van het OM dat kan leiden tot sancties als: een geldboete, een werkstraf, een
                    gevangenisstraf, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, publicatie
                    van het vonnis, stillegging van de onderneming en verbeurdverklaring.</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 8: De landelijke handhavingsstrategie (volledig)</titel></kop><al-groep><al><plaatje><illustratie id="id6438bfb-b2bf-42f3-b0a5-1cca707565d2" naam="i276787id6438bfb-b2bf-42f3-b0a5-1cca707565d2.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="22.38cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="i65bb0807-6043-4ac2-8cca-bfdc1cfc611a" naam="i276788i65bb0807-6043-4ac2-8cca-bfdc1cfc611a.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="22.38cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="if4ba8483-c900-4e6d-84fa-f5e849f526ca" naam="i276789if4ba8483-c900-4e6d-84fa-f5e849f526ca.png" type="foto" breedte="15.3cm" hoogte="21.53cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="ib07a1705-a71c-44bf-a577-e13f75e7115b" naam="i276790ib07a1705-a71c-44bf-a577-e13f75e7115b.png" type="foto" breedte="15.8cm" hoogte="22.24cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="iff93544b-7f64-4c1f-aeab-e6d0ea977bcc" naam="i276791iff93544b-7f64-4c1f-aeab-e6d0ea977bcc.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="22.38cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="i943c0eef-4ff0-44fb-989c-b65946d5bf59" naam="i276792i943c0eef-4ff0-44fb-989c-b65946d5bf59.png" type="foto" breedte="15.8cm" hoogte="22.24cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="i3d951ba9-2a82-4fe7-986f-b4cbb0957881" naam="i276793i3d951ba9-2a82-4fe7-986f-b4cbb0957881.png" type="foto" breedte="15.7cm" hoogte="22.10cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="i67061fd9-bdd5-417b-ae54-b611c394cc8a" naam="i276794i67061fd9-bdd5-417b-ae54-b611c394cc8a.png" type="foto" breedte="15.7cm" hoogte="22.10cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="iacfce5ff-186f-4932-b2f1-6f551bfe1eba" naam="i276795iacfce5ff-186f-4932-b2f1-6f551bfe1eba.png" type="foto" breedte="15.6cm" hoogte="21.96cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="i7d6e5347-f630-4621-8417-7e7c5b8e61ea" naam="i276796i7d6e5347-f630-4621-8417-7e7c5b8e61ea.png" type="foto" breedte="15.6cm" hoogte="21.96cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="i9771fe60-ee75-4f4b-8077-371214259f2b" naam="i276797i9771fe60-ee75-4f4b-8077-371214259f2b.png" type="foto" breedte="15.7cm" hoogte="22.10cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="i3fb23ffd-4b86-4d15-aa47-bb47f14980ed" naam="i276798i3fb23ffd-4b86-4d15-aa47-bb47f14980ed.png" type="foto" breedte="15.7cm" hoogte="22.10cm"/></plaatje><plaatje><illustratie id="iaf5cc25a-446e-421a-8d1b-3c2b1e4e4262" naam="i276799iaf5cc25a-446e-421a-8d1b-3c2b1e4e4262.png" type="foto" breedte="15.7cm" hoogte="22.10cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="if3a8c106-c484-4905-a12c-f30fcc2e3f1d" naam="i276800if3a8c106-c484-4905-a12c-f30fcc2e3f1d.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="22.38cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="i9896f941-73b4-4ebe-8b79-e87fec12c4d0" naam="i276801i9896f941-73b4-4ebe-8b79-e87fec12c4d0.png" type="foto" breedte="15.5cm" hoogte="21.82cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="ieae52950-f529-4f7d-90e1-2649cefd4e19" naam="i276802ieae52950-f529-4f7d-90e1-2649cefd4e19.png" type="foto" breedte="15.6cm" hoogte="21.96cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="iddd342eb-00e4-4f12-980f-aafeb8b32fe2" naam="i276803iddd342eb-00e4-4f12-980f-aafeb8b32fe2.png" type="foto" breedte="15.6cm" hoogte="21.96cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="i44737098-f288-4d95-80e1-9e112c841643" naam="i276804i44737098-f288-4d95-80e1-9e112c841643.png" type="foto" breedte="15.5cm" hoogte="21.82cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="ie88e8ac7-5a1d-4337-8ab5-34fb76d31d05" naam="i276805ie88e8ac7-5a1d-4337-8ab5-34fb76d31d05.png" type="foto" breedte="15.5cm" hoogte="21.82cm"/></plaatje></al></al-groep></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 9: Begrippenlijst</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="37*"/><colspec colname="col2" colwidth="63*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Begrip</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Toelichting</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ambtelijke waarschuwing of constateringsbrief</al></entry><entry colname="col2"><al>Brief naar aanleiding van een controle waarbij wel een
                                        overtreding is vastgesteld. In de brief wordt aangegeven
                                        welke maatregelen getroffen moeten worden om de overtreding
                                        te beëindigen en binnen welke termijn (hersteltermijn) dit
                                        moet zijn uitgevoerd. In deze brief worden eventuele
                                        sancties aangekondigd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beginselplicht tot handhaving</al></entry><entry colname="col2"><al>Uitgangspunt dat het bevoegd gezag verplicht is om op te
                                        treden bij een geconstateerde overtreding. De term
                                        ‘beginselplicht’ impliceert dat er omstandigheden kunnen
                                        zijn om van handhaven en/of het opleggen van een sanctie af
                                        te zien. Dit is in het recht geregeld via artikel 5:5 Awb
                                        (het bestuursorgaan legt geen bestuurlijke sanctie op voor
                                        zover voor de overtreding een rechtvaardigingsgrond bestond)
                                        en artikelen 39 en verder van het Wetboek van strafrecht
                                        (strafuitsluitingsgronden).</al><al>Uit de rechtspraak volgt voorts dat overwogen kan worden van
                                        handhaven af te zien als er concreet zicht op legalisatie
                                        bestaat, of wanneer handhavend optreden zodanig onevenredig
                                        is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van
                                        optreden in die concrete situatie behoort te worden
                                        afgezien. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Begunstigingstermijn (artikel 5:24 lid 2 en artikel 5:32a
                                        lid 2 Awb)</al></entry><entry colname="col2"><al>Termijn die wordt gesteld in een bestuursdwang- of
                                        dwangsombeschikking waarbinnen de overtreder de overtreding
                                        ongedaan kan maken zonder dat de bestuursdwang wordt
                                        uitgevoerd of een dwangsom moet worden betaald.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Belangenafweging</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij de voorbereiding van besluiten moet het bevoegd gezag de
                                        betrokken belangen afwegen. Aan de ene kant kunnen dit
                                        bijvoorbeeld zijn de persoonlijke, economische en financiële
                                        belangen van een overtreder. Aan de andere kant de
                                        gemeentelijke taak om toezicht te houden op de naleving van
                                        wet- en regelgeving, veiligheid, voorkomen dat een
                                        dergelijke overtreding op meerdere locaties in de gemeente
                                        plaatsvindt (precedentwerking) en dergelijke.</al><al>Mede op basis van deze belangenafweging bepaald het bevoegd
                                        gezag of er handhavend wordt opgetreden, welke termijn er
                                        wordt gehanteerd, of er een sanctie wordt opgelegd</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bestuurlijk handhavingoverleg </al></entry><entry colname="col2"><al>Een overleg onder coördinatie van de provincie waaraan de
                                        handhavingspartners deelnemen. Het BHO stelt uitgaande van
                                        de landelijke handhavingprioriteiten de regionale / lokale
                                        handhavingprioriteiten vast. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bestuurlijk Omgevingsberaad</al></entry><entry colname="col2"><al>Centraal bestuurlijk overleg over het stelsel VTH onder
                                        leiding van de Minister van IenM, gericht op afstemming van
                                        de verschillende taken en verantwoor-delijkheden. Aan het
                                        Bestuurlijk omgevingsberaad doen in ieder geval mee: de
                                        ministers van I&amp;M en V&amp;J, drie vertegenwoordigers
                                        van de omgevingsdiensten, vertegenwoordigers van de bevoegde
                                        overheden en het OM. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bestuurlijke boete</al></entry><entry colname="col2"><al>Een boete die door een daartoe bevoegde overheidsdienst
                                        zonder tussenkomst van het OM of een rechter kan worden
                                        opgelegd. Het CJIB verzorgt de inning en incasso van
                                        bestuurlijke boetes van diverse overheidsdiensten, waaronder
                                        de NVWA, de Inspectie SZW en de Inspectie Leefomgeving en
                                        Transport. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bestuurlijke strafbeschikking</al></entry><entry colname="col2"><al>Een strafrechtelijke boete die bij strafbeschikking wordt
                                        opgelegd ter afdoening van relatief eenvoudige
                                        overtredingen. De gevallen waarin dit instrument kan worden
                                        toegepast zijn opgenomen in het Feitenboekje Bestuurlijke
                                        strafbeschikking milieu- en keurfeiten. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bestuurlijke waarschuwing of voornemen last of
                                        voorwaarschuwing last (concept besluit)</al></entry><entry colname="col2"><al>Schriftelijke waarschuwing van het bevoegde gezag waarin
                                        wordt aangekondigd dat, vanwege een geconstateerde
                                        overtreding, het voornemens is een bestuursrechtelijke
                                        sanctie op te leggen.</al><al>In deze waarschuwing wordt een termijn gegeven waarbinnen de
                                        overtreder de gelegenheid krijgt om mondeling of
                                        schriftelijk zijn zienswijze naar voren te brengen op de
                                        voorgenomen bestuursrechtelijke sanctie (artikel 4:8
                                        Awb).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bestuursdwangbeschikking (last onder bestuursdwang)</al><al>(artikelen 5:21 t/m 5:31c Awb)</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuursdwang is het optreden door het bevoegd gezag tegen
                                        een overtreding op kosten van de overtreder.</al><al>De definitie van last onder bestuursdwang in de Awb
                                        luidt:</al><al><cursief>’Onder een last onder bestuursdwang wordt verstaan:
                                            de herstelsanctie inhoudende:</cursief></al><al><cursief>a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van
                                            de overtreding, en</cursief></al><al><cursief>b. de verplichting om te dulden dat het
                                            bestuursorgaan de last door feitelijk handelen ten
                                            uitvoer legt, indien de last niet of niet tijdig wordt
                                            uitgevoerd.’</cursief></al><al>Artikel 5:25 Awb bepaald dat de kosten van toepassing van
                                        bestuursdwang op de overtreder verhaald kunnen worden.</al><al>Tegen een bestuursdwangbeschikking kan bezwaar worden
                                        gemaakt, een voorlopige voorziening worden gevraagd (mits
                                        bezwaar is ingediend) en (hoger) beroep worden
                                        ingesteld.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bevinding</al></entry><entry colname="col2"><al>Waarneming die ten aanzien van een bepaald onderwerp van
                                        onderzoek tijdens een inspectie wordt gedaan. Na beoordeling
                                        ervan kunnen bevindingen leiden tot de kwalificatie wel/geen
                                        overtreding. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bevoegd gezag</al></entry><entry colname="col2"><al>Het bestuursorgaan dat bevoegd is een handhavingsbesluit te
                                        nemen of een besluit te nemen op een aanvraag om
                                        omgevingsvergunning. Doorgaans is dat het college van
                                        burgemeester en wethouders van de gemeente. Uitzondering is
                                        bijvoorbeeld het college van Gedeputeerde Staten
                                        (bijvoorbeeld bij provinciale milieu-inrichtingen). </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Dwangsombeschikking (last onder dwangsom)</al><al>(artikel 5:31d t/m 5:36 Awb)</al></entry><entry colname="col2"><al>Een last onder dwangsom betekent dat een overtreding binnen
                                        een bepaalde periode ongedaan moet worden gemaakt. Als dit
                                        niet binnen die periode is gebeurd, dan moet de overtreder
                                        een boetebedrag (dwangsom) betalen. Een last onder dwangsom
                                        is bedoeld om de overtreding ongedaan te maken of verdere
                                        overtreding of een herhaling van de overtreding te
                                        voorkomen.</al><al>De definitie van een last onder dwangsom in de Awb luidt als
                                        volgt:</al><al><cursief>Onder een last onder dwangsom wordt verstaan: de
                                            herstelsanctie inhoudende:</cursief></al><al><cursief>a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van
                                            de overtreding, en</cursief></al><al><cursief>b. de verplichting tot betaling van een geldsom
                                            indien de last niet of niet tijdig wordt
                                            uitgevoerd.</cursief></al><al>Tegen een bestuursdwangbeschikking kan bezwaar worden
                                        gemaakt, een voorlopige voorziening worden gevraagd (mits
                                        bezwaar is ingediend) en (hoger) beroep worden
                                        ingesteld.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Fysieke leefomgeving</al></entry><entry colname="col2"><al>De fysieke leefomgeving omvat de inrichting van de
                                        woonwijk/gemeente inclusief de wegen, parken,
                                        industrieterreinen. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving
                                        wordt deels bepaald door de milieukwaliteit. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gedoogbeschikking</al></entry><entry colname="col2"><al>Een schriftelijk besluit van het bevoegde gezag voor het
                                        afzien van het gebruik van ter beschikking staande
                                        bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten voor een
                                        bepaalde termijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Geheel of gedeeltelijke intrekking vergunning of
                                        ontheffing</al></entry><entry colname="col2"><al>Naast een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang
                                        kan een bestuursorgaan ook als sanctie de vergunning of
                                        ontheffing geheel of gedeeltelijk intrekken. Door intrekking
                                        van een vergunning of ontheffing ontneemt het bevoegde gezag
                                        de overtreder de juridische basis van zijn activiteit. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gelijkwaardige oplossing</al></entry><entry colname="col2"><al>Er is sprake van een afwijking van (een of meerdere
                                        voorschriften van een) vergunning/ontheffing/vrijstelling,
                                        maar het door de rechtsregel beschermde belang wordt in
                                        dezelfde mate of beter gewaarborgd. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handhaven</al></entry><entry colname="col2"><al>Door toezicht en het toepassen van bestuursrechtelijke,
                                        strafrechtelijk of privaatrechtelijke middelen bereiken dat
                                        geldende rechtsregels worden nageleefd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handhaving</al></entry><entry colname="col2"><al>Zorgen dat de regels worden nageleefd door voorlichting,
                                        toetsing, toezicht en opsporing. Met ons handhavingsbeleid
                                        willen we de kwaliteit van de bebouwing en onder andere het
                                        gebruik van bebouwing in het landelijke gebied van de
                                        gemeente IJsselstein behouden en verbeteren.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handhavingsbeleid</al></entry><entry colname="col2"><al>Dit is een beleid(snota) voor alle betrokken beleidsvelden.
                                        Daarin staat een beschrijving van de gemeentelijke
                                        prioriteiten, de doelen, de strategieën en de activiteiten.
                                        Het beleid is afgestemd met andere betrokken bestuursorganen
                                        (zoals Waterschap, Provincie en dergelijke).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handhavingsuitvoeringsprogramma</al></entry><entry colname="col2"><al>Jaarprogramma waarin wordt omschreven welke
                                        handhavingsactiviteiten er zullen worden uitgevoerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Integrale handhaving</al></entry><entry colname="col2"><al>Het afstemmen en samenbrengen van handhavingsactiviteiten
                                        binnen verschillende taakvelden en/of organisaties.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Legalisatie (concreet zicht op)</al></entry><entry colname="col2"><al>Het vooruitzicht dat een overtreding binnen de geldende
                                        regels toegestaan kan worden. Voorwaarde is dat er door de
                                        overtreder concreet om gevraagd moet worden, bijvoorbeeld
                                        door het aanvragen van een omgevingsvergunning.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Motiveringsbeginsel</al></entry><entry colname="col2"><al>In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd beginsel dat
                                        besluiten goed gemotiveerd moeten zijn, feiten moeten
                                        kloppen en de motivering moet logisch en begrijpelijk zijn.
                                    </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Nalevingstrategie</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd met
                                        welke instrumenten naleving wordt gerealiseerd en welke rol
                                        handhaving daarbinnen speelt. Een nalevingstrategie bevat in
                                        ieder geval een toezichtstrategie, een sanctiestrategie en
                                        een gedoogstrategie. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Normadressaat</al></entry><entry colname="col2"><al>Natuurlijke of rechtspersoon voor wie een bepaalde norm of
                                        voorschrift geldt. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Omgevingsdiensten</al></entry><entry colname="col2"><al>Diensten van provincies en gemeenten voor de uitvoering van
                                        de VTH-taken. De Omgevingsdiensten werden eerder aangeduid
                                        als Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD’s). </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Overtreding</al></entry><entry colname="col2"><al>Een afwijking van een rechtsregel, waarbij geen sprake is
                                        van een gelijkwaardige oplossing. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Preventieve handhaving</al></entry><entry colname="col2"><al>Het vergunningsproces en het toezicht houden tijdens de
                                        bouw-, gebruiks- en sloopfase; het verstrekken van
                                        informatie over regelgeving. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Privaatrechtelijke handhaving</al></entry><entry colname="col2"><al>Handhaven op grond van civiel recht in plaats van
                                        bestuursrecht. Dit gebeurt bijvoorbeeld als het om
                                        eigendomsrecht gaat.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Programmatisch handhaven</al></entry><entry colname="col2"><al>Een structurele en integrale aanpak van de handhaving.
                                        Daarbij zijn prioriteiten gesteld en de
                                        handhavingsactiviteiten op elkaar afgestemd. Bij een
                                        programmatische aanpak worden beleid en uitvoering van
                                        beleid opgevold door evaluatie en bijsturen. Het bevoegd
                                        gezag stelt een dergelijk uitvoeringsprogramma jaarlijks
                                        vast. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Rechtvaardigingsgrond</al></entry><entry colname="col2"><al>Omstandigheid die de wederrechtelijkheid van een handeling
                                        bij nader inzien wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk
                                        geen sanctie op te leggen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Repressieve handhaving</al></entry><entry colname="col2"><al>Met repressie wordt bedoeld het herstellen van situaties die
                                        in strijd zijn met de geldende wet- en regelgeving of een
                                        verleende vergunning.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Sanctie</al></entry><entry colname="col2"><al>Straf of maatregel die wordt toegepast als rechtsregels
                                        worden overschreden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Sanctiestrategie</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijk vastgesteld document, waarin de basisaanpak voor
                                        het bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden bij
                                        overtredingen is vastgelegd. De sanctiestrategie omvat ten
                                        minste: </al><al>a.een op elkaar afgestemd bestuursrechtelijk –
                                        strafrechtelijk optreden tegen overtreding van de gestelde
                                        milieunormen;</al><al>b.een passende reactie op geconstateerde overtredingen;</al><al>c.een stringentere reactie bij voortduring van de
                                        overtreding;</al><al>d.een regeling voor optreden tegen overtredingen door de
                                        eigen organisatie en andere overheden;</al><al>e.transparantie over te stellen termijnen voor het opheffen
                                        van (standaard)overtredingen en over de zwaarte van sancties
                                        daarvoor.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Schulduitsluitingsgrond</al></entry><entry colname="col2"><al>Omstandigheid die de verwijtbaarheid van een handeling bij
                                        nader inzien wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk geen
                                        sanctie op te leggen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Strafuitsluitingsgrond</al></entry><entry colname="col2"><al>Er zijn twee categorieën strafuitsluitingsgronden:
                                        rechtvaardigheidsgronden en schulduitsluitingsgronden. Zie
                                        aldaar. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Strafrechtelijke handhaving</al></entry><entry colname="col2"><al>Strafrechtelijke handhaving betekent dat, na het instellen
                                        van een proces-verbaal, strafvervolging wordt ingesteld.
                                    </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toezicht</al></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Preventief toezicht </onderstreept>: controle
                                        op de naleving van regels/voorschriften zonder concrete
                                        aanwijzing dat van een strijdigheid sprake is.</al><al><onderstreept>Repressief toezicht is</onderstreept>:
                                        controle op de naleving van regels/voorschriften ten behoeve
                                        van opsporing van strijdigheden, ten einde eventueel daar
                                        met een sanctie op te reageren </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toezichthouder</al></entry><entry colname="col2"><al>Toezichthouders zijn ambtenaren die door het college benoemd
                                        zijn om te controleren of de rechtsregels worden nageleefd.
                                        In hun functie als toezichthouder mogen deze ambtenaren elke
                                        plaats, met uitzondering van een woning, betreden. Indien
                                        noodzakelijk kunnen ze ook met bijzondere toestemming van de
                                        burgemeester een woning betreden, zelfs tegen de wil van de
                                        eigenaar of bewoner (op grond van de Algemene wet op het
                                        binnentreden).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toezichtstrategie</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd welke
                                        vormen van toezicht worden onderscheiden en wat de
                                        basiswerkwijze daarbij is. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voorlopige maatregel</al></entry><entry colname="col2"><al>Een maatregel opgelegd door de rechter of de officier van
                                        justitie ter voorkoming van verdere overtreding van de
                                        wet.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VTH Kwaliteitscriteria</al></entry><entry colname="col2"><al>Kwaliteitscriteria die inzichtelijk maken welke kwaliteit
                                        burgers, bedrijven en instellingen, maar ook overheden
                                        onderling en opdrachtgevers mogen verwachten bij de
                                        uitvoering of de invulling van taken op het gebied van
                                        vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken).
                                    </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Wraken</al></entry><entry colname="col2"><al>Op schriftelijke wijze aangeven dat het bestuursorgaan zich
                                        het recht voorbehoudt om handhavend op te treden, maar daar
                                        niet per direct aan toe komt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Zienswijze</al><al>(artikel 4:8 Awb e.v.) </al></entry><entry colname="col2"><al>De belanghebbenden kunnen hun visie geven op de vraag of er
                                        sprake is van een overtreding, of er goede redenen zijn
                                        handhaving (tijdelijk) achterwege te laten en op de vraag
                                        welke belangen daarmee gediend zouden zijn. Daarnaast kan
                                        gereageerd worden op voorgenomen dwangsombedragen en
                                        begunstigingstermijn voor zover deze bij het vragen van een
                                        zienswijze al bekend zijn. De zienswijze kan mondeling of
                                        schriftelijk worden ingediend bij het bevoegde gezag. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Zorgvuldigheidsbeginsel</al></entry><entry colname="col2"><al>In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd rechtsbeginsel,
                                        dat de overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden en
                                        nemen: correcte handeling van de burger, zorgvuldig
                                        onderzoek naar de feiten en belangen, procedure goed volgen
                                        en deugdelijke besluitvorming. </al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al>Samenvatting Integraal Handhavingsbeleid IJsselstein</al><al>1. Inleiding</al><al>Wettelijk kader</al><al>Integraal Handhavingsbeleid voldoet aan wettelijk kader</al><al>College is bevoegd orgaan</al><al>HandhavingsUitvoeringsProgramma is jaarlijkse uitwerking van het
                                Handhavingsbeleid</al><al>Wijze van totstandkoming</al><al>2. Samenvatting per hoofdstuk</al><al>Hoofdstuk 1 - Inleiding</al><al>Hoofdstuk 2 - Integraal handhaven </al><al>Hoofdstuk 3 - Evaluatie</al><al>Hoofdstuk 4 - Probleemanalyse en prioriteiten</al><al>Hoofdstuk 5 - Doelen</al><al>Hoofdstuk 6 - Handhavingsstrategie</al><al>Hoofdstuk 7 - Programmering</al><al>Hoofdstuk 8 - Monitoren en evaluatie</al><al>Hoofdstuk 9 - Organisatie van de handhaving</al><al>Hoofdstuk 10 – Inwerkingtreding en communicatie</al><al>1. Inleiding </al><al>1.1 Aanleiding </al><al>1.2 Reikwijdte van de nota </al><al>1.3 Totstandkoming van deze nota </al><al>1.3.1 Regionale samenwerking </al><al>1.3.2 Risicoanalyse </al><al>1.4 Samenwerking met handhavingspartners </al><al>1.5 Leeswijzer </al><al>2. Integraal handhaven </al><al>2.1 Inleiding </al><al>2.2 Definitie (integrale) handhaving </al><al>2.3 Visie op integrale handhaving </al><al>2.3.1 Inleidend en achtergrond </al><al>2.3.2 Visie op handhaving </al><al>2.3.3 Eigen verantwoordelijkheid </al><al>2.4 Handhaven: een zaak van iedereen </al><al>2.5 Bevoegdheid en instrumenten </al><al>2.6 Programmatische handhaven </al><al>2.7 Kwaliteit van de handhaving </al><al>2.8 Handhaving in IJsselstein </al><al>2.8.1 Vóór 2005 </al><al>2.8.2 Integraal Handhavingsbeleid 2011-2015 </al><al>2.8.3 Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) </al><al>2.8.4 Veiligheidsregio Utrecht (VRU) </al><al>2.8.5 Evaluatie Integraal Handhavingsbeleid in 2014 </al><al>2.8.6 De toekomst </al><al>2.9 Organisatie </al><al>3. Evaluatie </al><al>3.1 Inleiding </al><al>3.2 Evaluatie integraal en regionaal opgepakt </al><al>3.3 Relatie tot de Wabo </al><al>3.4 Evaluatie handhavingsbeleid </al><al>3.4.1 Afstemmen sanctiestrategie </al><al>3.4.2 Uitwerken slimme handhavingsmethoden </al><al>3.4.3 Heroverweging toezichtstrategie </al><al>3.4.4 Afwikkeling klachten </al><al>3.4.5 Benoeming handhavingsprojecten </al><al>3.4.6 Investeren in regionale samenwerking </al><al>3.4.7 Beleidsmatige afstemming en organisatorische inbedding
                            </al><al>3.4.8 Evaluatie beleidsdoelstellingen </al><al>3.5 Samenvatting </al><al>4. Probleemanalyse en prioriteiten </al><al>4.1 Wettelijk kader toezicht en handhaving </al><al>4.2 Gebiedsbeschrijving IJsselstein </al><al>4.2.1 Historie </al><al>4.2.2 Ondernemen in IJsselstein </al><al>4.3 Specificatie per taakveld </al><al>4.3.1 Specificatie Milieu </al><al>4.3.2 Specificatie BWT en Ruimtelijke ordening </al><al>4.3.3 Specificatie brandveilig gebruik bouwwerken en
                                    evenementen </al><al>4.3.4 Specificatie APV, afvalstoffenverordening en bijzondere
                                    wetgeving </al><al>4.4 Cijfermatige onderbouwing </al><al>4.4.1 Methodiek risicomodule </al><al>4.4.2 Indeling prioriteiten </al><al>4.4.3 Bestuurlijke prioriteiten </al><al>5. Doelen </al><al>5.1 Doelstellingen handhavingsbeleid </al><al>5.2 Uitwerking doelstellingen </al><al>5.2.1 Kwaliteitsdoelstellingen </al><al>5.2.2 Naleefdoelstellingen </al><al>5.3 Doelstellingen Milieu </al><al>5.3.1 Beleidsuitgangspunten </al><al>5.3.2 Indicatoren </al><al>5.4 Doelstellingen BWT en Ruimtelijke Ordening </al><al>5.4.1 Beleidsuitgangenspunten </al><al>5.4.2 Indicatoren </al><al>5.5 Doelstellingen Brandveiligheid </al><al>5.5.1 Beleidsuitgangspunten </al><al>5.5.2 Indicatoren </al><al>5.6 Doelstellingen APV en bijzondere wetgeving </al><al>5.6.1 Beleidsuitgangspunten </al><al>5.6.2 Indicatoren </al><al>6. Handhavingsstrategie </al><al>6.1 Inleiding </al><al>6.2 Preventiestrategie </al><al>6.3 Toezichtstrategie </al><al>6.3.1 Preventief: de gebiedssurveillance </al><al>6.3.2 Actief: de gebiedsgerichte controle en toevallig
                                    opgemerkte overtredingen </al><al>6.3.3 Actief: controle naar aanleiding van verleende
                                    vergunningen </al><al>6.3.4 Recreatief: controle naar aanleiding van klachten en/of
                                    verzoeken om handhaving </al><al>6.4 Sanctiestrategie </al><al>6.4.1 Totstandkoming, visie en werking landelijke
                                    handhavingstrategie </al><al>6.4.2 Uitgangspunten landelijke handhavingsstrategie </al><al>6.4.3 De landelijke handhavingsstrategie, nader beschouwd
                                </al><al>6.5 De manier van werken bij toezicht en handhaving </al><al>6.6 Nalevingstratie met inachtneming van de landelijke
                                    handhavingsstrategie </al><al>6.7 Gedoogstrategie </al><al>6.8 Privaatrechtelijke handhaving </al><al>6.9 Handhaving bij overtreding door eigen organisatie of
                                    andere overheid </al><al>6.10 Onvoldoende capaciteit om op te treden </al><al>6.11 Afstemming bestuursrecht en strafrecht </al><al>6.12 Overige instrumenten </al><al>Artikel 6.13 Klachten, meldingen en verzoeken om handhaving
                                </al><al>7. Programmering </al><al>7.1 HandhavingsUitvoeringsProgramma (HUP) </al><al>7.2 Afstemming programma met handhavingspartners </al><al>7.3 Aanzet tot programmering van de handhaving </al><al>7.3.1 Programma Milieu </al><al>7.3.2 Programma Bouwen en Wonen </al><al>7.3.3 Programma Ruimtelijke ordening/planologisch gebruik
                                </al><al>7.3.4 Programma Brandveiligheid </al><al>7.3.5 Programma Openbare ruimte </al><al>7.3.6 Projecten </al><al>7.3.7 Klachten en meldingen </al><al>8. Monitoren en evaluatie </al><al>8.1 Inleiding </al><al>8.2 Monitoring </al><al>8.3 Verantwoording </al><al>8.4 Evalutie </al><al>Artikel 7.2 Handhavingsbeleid </al><al>Artikel 7.7 Rapportage </al><al>8.5 Mutaties en dynamiek in het handhavingsbeleid </al><al>9. Organisatie van de handhaving </al><al>9.1 Rollen en verantwoordelijkheden </al><al>9.1.1 De rol van de gemeenteraad </al><al>9.1.2 De rol van de burgemeester en het college van
                                    burgemeester en wethouders </al><al>9.1.3 De rol van handhavingspartners </al><al>9.2 Coördinatie en afstemming </al><al>10. Inwerkingtreding en communicatie </al><al>Bijlagen</al><al> 1 Lijst met veel gebruikte afkortingen</al><al>2. Reikwijdte Integraal Handhavingsbeleid IJsselstein</al><al> 3. Toelichting Risicomodule</al><al>4. Uitleg / toelichting Tafel van Elf</al><al>5. Risicoanalyse per taakveld</al><al>6. Sanctiestrategie</al><al>7. Toelichting interventies van licht naar zwaar</al><al> 8. De landelijke handhavingsstrategie</al><al> 9. Begrippenlijst </al></bijlage></regeling></body></cvdr>