<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR41212_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bomenverordening Borne 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Borne</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Borne</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Bornse Courant, 30-09-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening Borne 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Boswet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-09-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>10int00743</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-38548</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-38549</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-38550</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-38551</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-38552</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-38553</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-38554</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-38555</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-38556</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-38557</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-38558</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-38559</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-38560</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-38561</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-38562</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-38563</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-38564</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-38565</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-38566</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-38567</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Bomenverordening Borne 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><al><vet>1.1. Algemeen</vet></al><al/><al>Boom: </al><al>Een houtachtig, overblijvend gewas met een kroon en opgaande stam(men),
                            zowel vitaal als afgestorven, waarbij in juridische zin de doorsnede van
                            de (dikste) stam op 1.30 m boven het maaiveld minimaal 10 cm bedraagt.
                            Grote “boomgelijke” struiken worden eveneens als boom aangemerkt. </al><al/><al>Houtopstand: </al><al>Eén of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen,
                            mogelijk onderdeel uitmakend van hakhout, een houtwal, een grotere
                            (lint)beplanting van heesters en struiken, een beplanting van
                            bosplantsoen, een </al><al>struweel of een heg, zowel vitaal als afgestorven.</al><al/><al>Groeiplaats boom:</al><al>Stam- en wortelruimte van een boom, inclusief het deel dat voor de </al><al>toekomstige ontwikkeling noodzakelijk is.</al><al/><al>Groeiruimte boom:</al><al>Kroon, stam- en wortelruimte van een boom, inclusief het deel dat voor
                            de </al><al>toekomstige groei noodzakelijk is.</al><al/><al><vet>1.2 Verschijningsvormen</vet></al><al/><al>Boomkwekerij:</al><al>Uit commercieel oogpunt geteelde bomen op een perceel.</al><al/><al>Sparrenakker:</al><al>Kerstbomen op een perceel.</al><al/><al>Natuurlijk bos:</al><al>Gevarieerde boom- en struikbegroeiing op een perceel van minimaal tien
                            are, waarbij dunningen voor de instandhouding ervan noodzakelijk
                            zijn.</al><al/><al>Productiebos:</al><al>Bomen op een perceel ten behoeve van houtteelt (Bosschap)</al><al/><al>Hakhoutbos:</al><al>Bomen of boomvormers op een perceel, die na het afzetten weer uitlopen
                            en waarbij afzetten voor de instandhouding ervan noodzakelijk is.</al><al/><al>Bosje:</al><al>Bos met bomen en struiken op een perceel kleiner dan tien are.</al><al/><al>Houtwal:</al><al>Lijnvormig beplantingselement met bomen en struiken, waar dunning
                            voor</al><al>de instandhouding ervan noodzakelijk zijn.</al><al/><al>Bomenrij:</al><al>Drie of meer bomen in een lijn langs een weg, straat, watergang en/of
                            kavel.</al><al>Hierbij kunnen in het geval van kleine plantafstanden dunningen voor
                            de</al><al>instandhouding ervan noodzakelijk zijn.</al><al/><al>Bomengroep:</al><al>Twee of meerdere bomen in groepsverband.</al><al/><al>Solitaire boom:</al><al>Een volledig vrijstaande boom.1.</al><al/><al><vet>1.3. Situering en eigendom</vet></al><al/><al>Boom in het buitengebied:</al><al>Houtopstand buiten de bebouwde kom, zoals vastgesteld als gevolg van
                            artikel 1, vijfde lid van de Boswet.</al><al/><al>Boom in de bebouwde kom:</al><al>Houtopstand in het aaneengesloten stedelijk gebied dan wel als
                            zodanig</al><al>bestemd gebied zoals vastgesteld als gevolg van artikel 1, vijfde lid
                            van de</al><al>Boswet.</al><al/><al><vet>Kaarten van de contouren van de</vet><vet>voor de Boswet
                                vastgestelde bebouwde kommen.</vet></al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Borne/i6144.pdf">Grens bebouwde kom Borne vastgesteld voor de Boswet</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Borne/i6145.pdf">Grens bebouwde kom Zenderen vastgesteld voor de Boswet</extref></al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Borne/i6146.pdf">Grens bebouwde kom Hertme vastgesteld voor de Boswet</extref></al><al>Boom op gemeentegrond:</al><al>Boom in eigendom van de gemeente.</al><al/><al>Boom op particuliere grond:</al><al>Boom in privé eigendoom.</al><al/><al>Mandelige boom:</al><al>Boom in mede-eigendom door een situering van de stam op de</al><al>gemeenschappelijke erfgrens.</al><al/><al>Boom in erfzone:</al><al>Boom binnen twee meter van een Kavelgrens.</al><al/><al>Erfzone:</al><al>Strook ter breedte van twee meter langs de erfgrens, waar in beginsel
                            geen boom mag staan. </al><al>Uitzonderingen:</al><lijst><li nr="·"><al>er zijn afspraken gemaakt tussen de eigenaren van de aan elkaar
                                    grenzende percelen;</al></li><li nr="·"><al>er is geen handhavingsvergoeding betaald;</al></li><li nr="·"><al>de verjaringstermijn van twintig jaar is verstreken;</al></li><li nr="·"><al>de boom heeft als bijzondere boom een beschermde status.</al></li></lijst><al/><al><vet>1.4 Voorgenomen handeling</vet></al><al/><al>Dunnen</al><al>Het kappen van bomen en/of struiken in houtopstanden ter bevordering van
                            de ontwikkeling van de overblijvende houtopstand.</al><al/><al>Vormsnoeien (knotten, kandelaberen)</al><al>Het verwijderen van uitgelopen takhout op de oude snoeiplaats bij </al><al>oorspronkelijk als knotboom dan wel als gekandelaberde boom onderhouden
                            bomen</al><al/><al>Kappen:</al><al>Het bovengronds omleggen van een houtopstand, waarbij een stobbe </al><al>achterblijft en waarbij het doel van de handeling gericht is op het </al><al>definitief verwijderen van de houtopstand. </al><al>Dit geldt ook voor het verrichten van handelingen, zowel boven als </al><al>ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van</al><al>een houtopstand ten gevolge hebben.</al><al/><al>Rooien:</al><al>Het met wortel en al verwijderen van een houtopstand.</al><al/><al>Verplanten:</al><al>Een vorm van rooien, waarbij de betreffende houtopstand elders
                            wordt</al><al>herplant.</al><al/><al>Herplanten:</al><al>Het planten van nieuwe houtopstanden ter vervanging van verwijderde </al><al>exemplaren.</al><al/><al><vet>1.5 Waarden</vet></al><al>De volgende genoemde waarden vormen de weigeringscriteria in het </al><al>advies van de bomencommissie aan het bevoegd gezag. Ook zijn het de
                            criteria op basis waarvan de Bijzondere bomenlijst is samengesteld. De </al><al>omschrijving van de waarden is vastgesteld op 13 februari 2007.</al><al/><al><onderstreept>Natuur- en milieuwaarden</onderstreept></al><al>Natuur- milieuwaarden en Bomen of bomengroepen die van een zodanige
                            kwaliteit of omvang zijn dat zij substantieel bijdragen aan het beeld
                            van het landschap of een hoge ecologische waarde vertegenwoordigen. Te
                            denken valt hierbij aan bomengroepen met een leeftijd ouder dan zestig
                            jaar en van een flinke omvang, of bomen en bomengroepen die omwille van
                            hun kwaliteit binnen uitbreidingsplannen gehandhaafd zijn. </al><al>Bomen of bomengroepen die richting de ontvankelijke partij(-en) een
                            directe functie hebben ten aanzien van geluid, camouflage en fijnstof.
                            De bomen moeten een omtrek hebben van meer dan 90 cm. (Dunning met als
                            doel de instandhouding van de functie kan een reguliere
                            onderhoudsmaatregel zijn.)</al><al/><al><onderstreept>Landschappelijke waarden</onderstreept></al><al>Binnen de bebouwde kom gaat het om bomen of bomengroepen die een
                            uitdrukkelijke relatie hebben met het landschap. Deze bomen hebben een
                            belangrijke functie ten aanzien van de overgang van het stedelijk- naar
                            het landelijk gebied. Vooral bomen of bomengroepen die een camouflerende
                            functie hebben dienen gehandhaafd te blijven.</al><al/><al><onderstreept>Dendrologische waarden</onderstreept></al><al>Bomen of bomengroepen die ten aanzien van de zeldzaamheid van de soort,
                            of de groeivorm waarin ze voorkomen, bijzonder zijn. </al><al/><al><onderstreept>Cultuurhistorische waarden</onderstreept></al><al>Bomen of bomengroepen die een cultuurhistorische waarde hebben of
                            onderdeel deel uitmaken c.q. uitmaakten van een cultuurhistorisch
                            object. Te denken valt hierbij aan bomen behorend bij (voormalige)
                            monumentale panden of herinneringsbomen.</al><al/><al><onderstreept>Waarde voor stads- en dorpsschoon</onderstreept></al><al>Bomen of bomengroepen die, zowel in particuliere als openbare ruimten,
                            zodanig bepalend zijn dat ze de beleving van de ruimte in hoge mate
                            beïnvloeden.</al><al/><al>Waarden voor recreatie en leefbaarheid</al><al>Bomen of bomengroepen die niet voldoen aan de bovenstaande waarden maar
                            die zodanig bepalend zijn dat zij de kwaliteit, de beleving en de
                            leefbaarheid van de ruimte substantieel verbeteren. Te denken valt hier
                            aan sterk bepalende straatbeplanting of bijvoorbeeld klimbomen.
                            Landelijk geregistreerde bomen Bomen en bomengroepen die opgenomen zijn
                            in het register van de Bomenstichting.</al><al/><al><onderstreept>Compensatiewaarde</onderstreept></al><al>(Oorspronkelijke) boomwaarde die ten grondslag ligt aan de
                            compensatiehoogte.</al><al/><al><onderstreept>Geldwaarde</onderstreept></al><al>De in geld uitgedrukte waarde van houtopstand zoals getaxeerd volgens
                            de</al><al>meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs </al><al>van Bomen. De waarde wordt vastgesteld door de bomencommissie </al><al>dan wel een externe beëdigde bomentaxateur.</al><al/><al><vet>1.6 Status “Bijzondere boom”</vet></al><al/><al>Bijzondere boom:</al><al>Geregistreerde gemeentelijke of particuliere monumentale, toekomstig </al><al>waardevolle boom met een speciale beschermingsstatus welke </al><al>gewaardeerd is op basis van de waarden genoemd in Artikel 1 sub. 1.5
                            door een onafhankelijke beëdigde bomentaxateur, dan wel de
                            bomencommissie.</al><al/><al>Monumentale boom:</al><al>Boom van minimaal zestig jaar oud, die door zijn leeftijd en
                            verschijning </al><al>beeldbepalend en onvervangbaar voor het karakter van de omgeving
                            is.</al><al/><al>Toekomstig monumentale boom:</al><al>Boom met voldoende groeiruimte, welke staat op een zodanige locatie dat
                            zij in potentie moet uitgroeien tot een monumentale boom.</al><al/><al>Herdenkingsboom:</al><al>Boom met een speciale betekenis: een boom geplant ter ere van een
                            geboorte, huwelijk, kroning, dan wel een boom ter nagedachtenis of en
                            zeer gedenkwaardig feit.</al><al/><al>Dendrologisch waardevolle boom:</al><al>Boom, die vanwege soort en variëteit in combinatie met leeftijd en/of </al><al>zeldzaamheid grote waarde heeft. Dit kan landelijk, regionaal en/of </al><al>plaatselijk zijn.</al><al/><al>Bomencommissie:</al><al>Deze commissie bestaat uit de medewerker cultuurtechniek beleid en</al><al>beheer en de uitvoerder groen. </al><al>Aanvullend kan de mening van een onafhankelijke beëdigde bomentaxateur </al><al>worden gevraagd. In bijzondere gevallen aangevuld met de mening van</al><al>een vertegenwoordiger van de natuur- en Milieuraad.</al><al/><al>Bijzondere bomenlijst</al><al>Lijst met bijzondere bomen en groenstructuren binnen de bebouwde</al><al>kommen aangevuld met direct aansluitende bijzondere </al><al>groenstructuren. De lijst is aangevuld met landelijk de geregistreerd
                            bomen </al><al>buiten de bebouwde kommen.</al><al/><al>Convenant Bijzondere bomen:</al><al>Overeenkomst tussen de particuliere eigenaar en de gemeente over de </al><al>instandhouding en het onderhoud van een bijzondere boom.</al><al/><al>Boombeschermingszone:</al><al>Te beschermen groeiruimte van een boom in volgroeide toestand, waarbij
                            als basis wordt uitgegaan van de (toekomstige) kroonprojectie + 2 meter </al><al>en bij onttrekking van grondwater (bronering) de kroonprojectie + 100 </al><al>meter.</al><al/><al>Melding “Werken Bijzondere Boom”:</al><al>Registratieformulier met voorgenomen werk of ingreep in de
                            boombescher-</al><al>mingszone van een bijzondere boom of groenstructuur, behorende bij deze </al><al>verordening.</al><al/><al>Boom Effect Analyse (BEA)</al><al>Rapportage, waarin beschreven wordt, wat het effect is van een werk of </al><al>ingreep binnen de boombeschermingszone.</al><al/><al>Besluit Boom Effect Analyse</al><al>Besluit, waarop staat vermeldt, of een werk of ingreep in de
                            boombescher-</al><al>mingszone, eventueel onder voorwaarden, is toegestaan.</al><al/><al><vet> 1.7 Vergunning</vet></al><al/><al>Vergunning:</al><al>Door het bevoede gezag verleende omgevingsvergunning.</al><al/><al>Vergunningsplichtige boom:</al><al>Boom met een stamdiameter van dertig centimeter of meer, gemeten op een
                            hoogte van 1.30 meter, op een kavel dat groter is dan 300m2. </al><al>Bomen op de lijst van bijzondere bomen en bomen die ter compensatie</al><al>onderdeel hebben uitgemaakt van een herplant zijn vergunningsplichtig </al><al>ongeacht de stamdiameter en de kavelgrootte.</al><al/><al><vet>1.8 Bevoegd gezag</vet></al><al>Bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van de Wet
                            algemene </al><al>bepalingen omgevingsrecht.</al><al/><al><vet>1.9 Compensatie</vet></al><al/><al>Compenseren:</al><al>Het vervangen van verwijderde houtopstanden door herplant dan wel </al><al>een storting in het compensatiefonds, zoals vastgelegd in de bijgevoegde </al><al>compensatietabel.</al><al/><al>Compensatietabel:</al><al>Vast schema met aantallen en plaats van te compenseren bomen, behorende
                            bij deze verordening.</al><al/><al>Compensatiefonds:</al><al>Gelden uit de compensatie, ter hoogte van de aanschaf- en plantkosten
                            van </al><al>nieuw plantmateriaal, die besteed dienen te worden aan herplant van </al><al>bomen buiten regulier onderhoud en projecten of aan het onderhoud van </al><al>particuliere bomen welke opgenomen zijn in de lijst van bijzondere bomen </al><al>middels een Convenant Bijzondere bomen.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>2:</nr><titel>Verbods- en vrijstellingbepalingen</titel></kop><al><vet>2.1 Verbodsbepalingen</vet></al><al/><al>1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag bomen of
                            andersoortige houtopstanden;</al><lijst><li nr="a."><al>te vellen of te doen vellen, te rooien of te verplanten;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>achteraf te knotten of te kandelaberen, als de boom vanouds
                                    gesnoeid is;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>in zijn groeiruimte aan te tasten, zodat duurzame handhaving
                                    niet gewaarborgd is.</al></li></lijst><al/><al>2. Het is tevens verboden om bomen of andersoortige houtopstanden:</al><lijst><li nr="a."><al>te beschadigen, bekladen of te beplakken;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>van voorwerpen te voorzien.</al></li></lijst><al/><al><vet>2.2.Vrijstellingsbepalingen</vet></al><al/><al>1. verbodsbepaling in artikel 2.1 sub 1 geldt niet voor;</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand binnen de bebouwde kom met een diameter tot 30 cm
                                    (stamomtrek 94 cm) gemeten op 1,30 meter hoogte boven het
                                    maaiveld.</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                    reguliere onderhoud;</al></li><li nr="c."><al>het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke
                                    beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen
                                    ter uitvoering van het reguliere onderhoud; </al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan veertig jaar,
                                    bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in
                                    het bijzonder bestemde terreinen; </al></li></lijst><lijst><li nr="e"><al>houtopstand binnen de bebouwde kom met een diameter tot 40
                                    (stamomtrek 126 cm) gemeten op 1,30 meter hoogte boven het
                                    maaiveld behorende tot de in bijlage A opgesomde soorten.</al></li></lijst><al/><al>2. De verbodsbepaling in artikel 2.1 sub 1a is niet van toepassing voor
                            bedrijfseconomisch geëxploiteerde houtopstanden als bedoeld in art. 15
                            van de Boswet:</al><lijst><li nr="a."><al>wegbeplantingen en éénrijige beplantingen langs landbouwgronden
                                    als bedoeld in art. 1 van de Landbouwwet, beide voor zover
                                    bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn
                                    geknot;</al></li><li nr="b."><al>kweekgoed.</al></li><li nr="c."><al>houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
                                    geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen de
                                    bebouwde kom, tenzij de opstand een zelfstandige eenheid vormt
                                    en ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan tien are, ofwel in
                                    geval van een rijbeplanting, gerekend over een totaal aantal
                                    rijen, niet meer bomen omvat dan twintig stuks.</al></li><li nr="d."><al>De verbodsbepaling in artikel 2.1 sub 1a is niet van toepassing
                                    voor houtopstanden die moet worden geveld krachtens de
                                    Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van
                                    burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in
                                    de artikelen 8 en 9 van deze verordening.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>2</nr><label>BIJZONDERE BOMEN</label></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>3:</nr><titel>Bijzondere bomenlijst</titel></kop><al/><al>1. Het bevoegd gezag stelt op voordracht van de bomencommissie een
                            bijzondere bomenlijst vast. (BIJLAGE D) De periodieke actualisatie (om
                            de vijf jaar) wordt eveneens door het bevoegd gezag vastgesteld.</al><al/><al>2. Particuliere bijzondere bomen vallen onder de wettelijke zorgplicht
                            van de gemeente. Zij moet middels een bomenverordening aandacht hebben
                            voor het behoud van particuliere bomen. Ook particuliere bomen maken
                            daarom onderdeel uit van de bijzondere bomenlijst. Wanneer er met de
                            eigenaar een convenant bijzondere bomen tussen de gemeente en de
                            particulier is opgesteld wordt dit apart vermeld.</al><al/><al>3. Iedereen kan een boom voor de Bijzondere bomenlijst voordragen. De
                            bomencommissie toetst dan of de boom de bijzondere status verdient. De
                            boom dient hiervoor minimaal 60 jaar oud te zijn.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>3</nr><label>BOUWEN BIJ BOMEN</label></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>4:</nr><titel>Boombeschermingszone</titel></kop><al/><al>1. Om bomen op bouwplaatsen te beschermen dient een boombeschermingszone
                            te worden ingesteld, die op de grond fysiek met een stevig hekwerk wordt
                            gemarkeerd. In de beschermingszone blijft de bestaande situatie in
                            beginsel gehandhaafd. Een bevoegde toezichthouder waakt over de gestelde
                            beschermingsregels, die in werkbestekken zijn vastgelegd.</al><al/><al>2. Met goedkeuring van de toezichthouder kunnen noodzakelijke
                            werkzaamheden in de boombeschermingszone verricht worden die voor de
                            levensvatbaarheid van de te beschermen boom geen nadelige gevolgen
                            heeft. De toezichthouder kan hiervoor om een Boom Effect Analyse
                            vragen.</al><al/><al>3. Werkzaamheden in de boombeschermingszone, die BEA-plichtig zijn,
                            betreffen:</al><lijst><li nr="a."><al>wijziging van de maaiveldhoogte door afgraven, ophogen en
                                    uitwisselen van grond;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>grondbewerking als ploegen of andere bodembewerking;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>verdichting en verharding van de bodem; </al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>aanleg van kabels, leidingen en riolen;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>opslag van grond, grondstoffen, bouwmaterialen en
                                    afvalstoffen;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>lozen van vloeistoffen op en in de bodem;</al></li></lijst><lijst><li nr="g."><al>plaatsing van keten, toiletten, betonmolens, voertuigen,
                                    machines of tijdelijke bouwwerken;</al></li></lijst><lijst><li nr="h."><al>heiwerk;</al></li></lijst><lijst><li nr="i."><al>sloop van gebouwen of andere bouwwerken met machines;</al></li></lijst><lijst><li nr="j."><al>andere werkzaamheden die van invloed zijn op de groeiplaats van
                                    de boom.</al></li></lijst><al/><al>4. Waterhuishoudkundige ingreep binnen 100 meter van de
                            boombeschermingszone, die BEA-plichtig is, betreft: </al><lijst><li nr="a."><al>wijziging van de grondwaterstand door pompen of bronbemaling of
                                    op een andere manier veranderen van de waterhuishouding.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>4.</nr><label>VERGUNNING</label></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>5:</nr><titel>Vergunningsaanvraag</titel></kop><al>Voor het kappen, rooien, verplanten of vormsnoei van een
                            vergunningsplichtige boom of andersoortige houtopstand dient door of
                            namens, dan wel met toestemming van degene krachtens zakelijk recht of
                            door degene die krachtens publieksrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is
                            over de beschermde houtopstand te beschikken, een vergunningsaanvraag te
                            worden ingediend bij het bevoegd gezag.</al><lijst><li nr="a."><al>De vergunningsaanvraag dient schriftelijk te worden gemotiveerd
                                    onder toevoeging van een situatieschets en zo mogelijk een
                                    situatiefoto. </al><al>Voor de vergunningsaanvraag gelden de indieningsvereisten zoals
                                    opgenomen in de Ministeriële regeling omgevingsrecht.</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>Wanneer de Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw,
                                    Natuur en Voedselkwaliteit aan burgemeester en wethouders een
                                    afschrift heeft toegezonden van de ontvangstbevestiging als
                                    bedoeld in artikel 2 van de Boswet, beschouwen burgemeester en
                                    wethouders dit afschrift mede als een vergunningsaanvraag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>6:</nr><titel>Besluit op de aanvraag</titel></kop><al/><al>1. Het bevoegd gezag kan de vergunning om te vellen weigeren dan wel
                            onder voorschriften verlenen.</al><al/><al>2. Een aanvraag voor een boom die onderdeel uitmaakt van de lijst met
                            bijzondere bomen kan alleen om zwaar wegende redenen door het bevoegd
                            gezag worden verleend en wel bij:</al><lijst><li nr="a."><al>een ernstige bedreiging van de openbare veiligheid of
                                    noodtoestand;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>een onomkeerbare slechte conditie van de boom;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>zeer zwaarwegende belangen op het terrein van ruimtelijke
                                    ordening.</al></li></lijst><al/><al>3. Een vergunning wordt geweigerd indien het belang van de aanvrager bij
                            verlening, niet opweegt tegen één of meer van de volgende waarden van
                            behoud van houtopstanden:</al><lijst><li nr="·"><al>natuur- en milieuwaarden;</al></li><li nr="·"><al>landschappelijke waarden;</al></li><li nr="·"><al>dendrologische waarde;</al></li><li nr="·"><al>cultuurhistorische waarden;</al></li><li nr="·"><al>waarden van stads- en dorpsschoon;</al></li><li nr="·"><al>waarden voor recreatie en leefbaarheid.</al></li></lijst><al>(De beoordelingscriteria van de beschermingsgronden zijn in bijlage B
                            weergegeven.)</al><al/><al>4. De beslissing op een aanvraag om een vergunning tot vellen kan worden
                            opgeschort als de aanvraag is ingediend in samenhang met de realisatie
                            van een ander vergunningsplichtig werk, zolang op die andere aanvraag
                            niet is beslist.</al><al/><al>5. Een vergunning tot vellen kan worden opgeschort of worden geweigerd,
                            nadat een omgevingsvergunning voor bouw- en/of aanlegvergunning is
                            verleend, indien de rechthebbende aanvrager van de vergunning tot vellen
                            niet, of niet tijdig, of onvolledig de aanwezigheid van een bijzondere
                            boom of anderszins waardevolle houtopstand heeft aangemeld aan het
                            bevoegd gezag.</al><al/><al>6. De burgemeester kan toestemming geven tot direct vellen van
                            vergunningsplichtige bomen, indien sprake is van acuut gevaar of
                            vergelijkbaar spoedeisend belang.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>6a:</nr><titel>Intrekking of wijziging van de vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd indien:</al><lijst><li nr="a."><al> ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>op grond van verandering van omstandigheden of inzichten,
                                    opgetreden na het verlenen van de vergunning, moet worden
                                    aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvoor de vergunning is
                                    vereist;</al></li><li nr="c."><al>de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen zijn
                                    of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien de houder of zijn rechthebbende dit verzoekt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Alvorens tot intrekking of wijziging wordt besloten, worden de
                            belanghebbende gehoord. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>7:</nr><titel>Voorwaarde van niet-gebruik</titel></kop><al>Tot vellen mag pas worden overgegaan met ingang van de dag na de dag
                            waarop de bezwaartermijn afloopt of bezwaar is ingediend en/of indien
                            een voorlopige voorziening is gevraagd, één week nadat op dat bezwaar of
                            die voorlopige voorziening is beslist. </al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>8:</nr><titel>Vervaltermijn vergunning</titel></kop><al>1. De vergunning tot vellen als bedoeld in deze verordening vervalt
                            indien daarvan niet binnen één jaar na het onherroepelijk zijn van de
                            vergunning volledig gebruik is gemaakt.</al><al/><al>2. In bijzondere gevallen kan het bevoegd gezag een andere vervaltermijn
                            stellen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>5</nr><label>COMPENSATIE</label></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>9:</nr><titel>Compensatietabellen</titel></kop><al>1. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
                            voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door
                            burgemeester en wethouders te geven aanwijzingen moet worden herplant.
                            De mate van de compensatie is weergegeven in de compensatietabellen.
                            (BIJLAGE B.)</al><al/><al>2. In geval van herplant, als bedoeld in het eerste lid, wordt tevens
                            bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet
                            aangeslagen herplant moet worden vervangen (inboet). Mits anders is
                            aangegeven moet de herplant binnen een termijn van twee jaar volgens de
                            compensatietabellen worden gerealiseerd. De te indexeren
                            compensatiebedragen per boom met stamomtrek 16/18/20 centimeter zijn
                            gesteld op € 250,- voor particuliere eigenaren en € 500,- voor gemeente
                            en projectontwikkelaars.</al><al/><al>3. Degene aan wie vergunningvoorschriften worden opgelegd als bedoeld in
                            dit artikel, alsmede diens rechtsopvolger, is blijvend verplicht daaraan
                            te voldoen.</al><al/><al>4. Compensatie is niet van toepassing voor het dunnen van bossen, bosjes
                            en houtwallen. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>10</nr><titel>Compensatiefonds</titel></kop><al>Voor zover herplant niet of onvoldoende mogelijk is, dient een
                            compenserende vergoeding te worden betaald door storting in het
                            Compensatiefonds. De gelden in dit fonds, zijnde de nieuwwaarde en
                            plantkosten van de aan te planten houtopstand, dienen aan groenaanplant,
                            natuurontwikkeling of de instandhouding van particuliere bijzondere
                            bomen te worden besteed.</al><al>Het compensatiefonds kan ook worden gebruikt om de schadevergoedingen,
                            voortkomende uit de strafbepalingen in te storten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>6.</nr><label>STRAFBEPALING</label></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>11:</nr><titel>Bedreiging voortbestaan</titel></kop><al>Indien een houtopstand, waarop het verbod tot vellen, kappen, rooien en
                            beschadigen als bedoeld in deze verordening van toepassing is, kan het
                            bevoegd gezag aan de zakelijke gerechtigde van de grond waarop zich de
                            houtopstand bevindt, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door
                            hen te geven aanwijzingen te treffen, waardoor de bedreiging wordt
                            weggenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>12:</nr><titel>Illegale kap / zelfstandige herplantplicht /
                                instandhoudingsplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing
                            is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere
                            wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
                            gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevond, dan wel aan
                            degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd
                            is, de verplichting opleggen tot (financiële-) herplant overeenkomstig
                            de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen
                            termijn.</al><al>Bij bomen met een stamdiameter tot 60 cm: de betaling van een financiële
                            compensatie ter grootte van kosten van herplant van gekapte houtopstand
                            volgens compensatietabel;</al><al>Bij bomen met een stamdiameter vanaf 60 cm: betaling van financiële
                            compensatie, als vastgesteld door een erkende boomtaxateur, verhoogd met
                            de kosten van de taxatie.</al></li><li nr="2."><al>Bij de verplichting als bedoeld in het eerste lid wordt tevens
                            vastgelegd binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet
                            aangeslagen herplant moet worden vervangen.</al></li><li nr="3."><al>Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                            deze verordening van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt
                            bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond
                            waarop zich de houtopstand bevindt, dan wel aan degene die uit andere
                            hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting
                            opleggen om voorzieningen te treffen waardoor de bedreiging wordt
                            weggenomen en/of de verplichting een Bomen Effect Analyse (BEA) op te
                            stellen en aan te bieden. </al></li><li nr="4."><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in dit artikel is
                            opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
                        </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>13:</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Het bevoegd gezag beslist op een verzoek om schadevergoeding bij
                            weigering van een vergunning tot vellen op grond van artikel 17, juncto
                            artikel 13 vierde lid, van de Boswet.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>14:</nr><titel>Bescherming publieke houtopstand</titel></kop><al>Het is verboden om houtopstanden die publiek eigendom zijn te
                            beschadigen, te bekladden, te beplakken of daaraan snoeiwerk te
                            verrichten, behoudens door de gemeente opgedragen boomverzorgende taken.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>15:</nr><titel>Toezicht en opsporing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met toezicht en de opsporing van strafbaar gestelde feiten zijn
                            behalve de ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het Wetboek van
                            strafverordening, belast de daartoe door het bevoegd gezag aangewezen
                            personen.</al></li><li nr="2."><al>Zo dikwijls de zorg voor de naleving van enig voorschrift in deze
                            verordening dit vereist, wordt hierbij aan hen die met de zorg voor de
                            naleving daarvan zijn belast of daaraan moeten meewerken, de last
                            verstrekt gebouwen, niet zijnde woningen, en terreinen te betreden,
                            desnoods tegen de wil van de rechthebbende.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>16:</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                            tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van
                            de rechterlijke uitspraak. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden
                            gehouden met de boomwaarde.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>7.</nr><label>ZIEKTENBESTRIJDING</label></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>17.1</nr><titel>Bestrijding van iepenziekte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>iepenziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma
                                    ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C.
                                    Moreau);</al></li><li nr="b."><al>iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium,
                                    behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus
                                    multistratus (Marsch) en Scolytus pygmaeus.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het
                            oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren van verspreiding van de
                            iepenziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkevers, is de
                            rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag is
                            aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving </al><al> vast te stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></li><li nr="b."><al>de iepen ter plaatse te ontbasten en de bast te
                                    vernietigen;</al></li><li nr="c."><al>de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of
                                    zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepenziekte wordt
                                    voorkomen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in
                            voorraad te hebben of te vervoeren;</al><lijst><li nr="a."><al>het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast iepenhout en
                                    op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter;</al></li><li nr="b."><al>het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het in dit lid
                                    gestelde verbod.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>17.2</nr><titel>Bestrijding van eikenprocessierups</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien dit artikel wordt verstaan onder</al><lijst><li nr="a."><al>eikenprocessierups: de aanwezigheid van larven in elk stadium
                                    van het eikenprocessiemotje (Thaumetopoea processionea) in of op
                                    de bomen dan wel aan de stamvoet.</al></li><li nr="b."><al>de aanwezigheid van brandharen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien zich op een terrein één of meerdere nesten bevinden die naar
                            oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor verspreiding van de
                            ziekte en als zodanig gevaar opleveren voor de volksgezondheid dan
                            dienen deze situaties veiliggesteld te worden. Deze maatregel is gericht
                            op situaties langs intensieve voet- en fietsroutes en locaties binnen de
                            bebouwde kommen welke zijn vastgesteld volgens de Boswet.</al><al> In niet openbare situaties wordt de eigenaar gehouden aan; </al><lijst><li nr="a."><al>monitoren bij een lage plaagdruk (minder dan 50 nesten per
                                    ha.);</al></li><li nr="b."><al>waarschuwen door middel van borden en een publicatie in de
                                    plaatselijke media bij hoge plaagdruk (meer dan 50 nesten per
                                    ha.) in een afgelegen terrein.</al></li><li nr="c."><al>afsluiten van het terrein bij hoge plaagdruk (meer dan 50 nesten
                                    per ha.) De afsluiting is tijdelijk en is gericht op bos- en
                                    natuurgebieden.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>17.3</nr><titel>Bestrijding van overige plantenziekten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt ondermeer verstaan de volgende
                            plantenziekten</al><lijst><li nr="a."><al>kastanjebloedingsziekte (Pseudomonas syringae var.);</al></li><li nr="b."><al>bacterievuur (Erwinia amylovora) in meidoorn;</al></li><li nr="c."><al>Massaria (Splanchnonema platani) in platanen;</al></li><li nr="d."><al>bacteriekanker in populieren;</al></li><li nr="e."><al>watermergziekte in populieren en wilgen;</al></li><li nr="f."><al>bastknobbelsziekten bij essen.</al></li><li nr="g."><al>essenziekte;</al></li><li nr="h."><al>eikenziekte;</al></li><li nr="i."><al>Rhododendronziekte.</al></li></lijst><al>Indien op een terrein de ovenstaande ziekten voorkomen in een zodanige
                            situatie dat er naar oordeel van het bevoegd gezag sprake is van ernstig
                            gevaar voor verspreiding dan wel gevaar voor de volksgezondheid, is de
                            rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag is
                            aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen
                            termijn, maatregelen te treffen om dit gevaar te voorkomen dan wel te
                            verminderen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>8.</nr><label>OVERGANGS EN SLOTBEPALINGEN</label></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>18:</nr><titel>OVERGANGSBEPALING</titel></kop><al>De kapvergunningsaanvragen, die zijn ingediend voor de inwerkingtreding
                            van de Bomenverordening Borne 2010, vallen onder de verordening die van
                            kracht was voorafgaande aan deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>19:</nr><titel>SLOTBEPALING</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Bomenverordening
                                    Borne 2010</al></li><li nr="2."><al>Zij treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop artikel
                                    2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking
                                    treedt. Op dat zelfde tijdstip vervalt de Kapverordening
                                    2000.</al></li><li nr="3."><al>De vergunningsaanvragen die zijn ingediend voor het in lid 2 van
                                    dit artikel genoemd tijdstip van inwerkingtreding, vallen onder
                                    de verordening die van kracht was voor de inwerkingtreding van
                                    artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="4."><al>Aanvragen om een vergunning of ontheffing die zijn ingediend
                                    vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld
                                    volgens het recht zoals dat gold vóór de het tijdstip waarop
                                    artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in
                                    werking is getreden. </al></li></lijst><al>BIJLAGE B</al><al>Compensatietabel </al><al> TOELICHTING</al><al><vet>BOMENVERORDENING </vet></al><al><vet>GEMEENTE BORNE</vet></al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>A</nr><titel>De soorten zoals bedoeld in artikel 2 lid 3 sub f</titel></kop><al>Behorende bij de bomenverordening Borne 2010</al><al/><al>De soorten zoals bedoeld in artikel 2 lid 3 sub f zijn:</al><al/><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>Latijnse benaming</al></entry><entry><al>Nederlandse benaming</al></entry></row><row><entry><al>Alnus glutinosa</al></entry><entry><al>zwarte els</al></entry></row><row><entry><al>Alnus incana</al></entry><entry><al>witte els</al></entry></row><row><entry><al>Betula pendula</al></entry><entry><al>ruwe berk</al></entry></row><row><entry><al>Betula pubescens</al></entry><entry><al>zachte berk</al></entry></row><row><entry><al>Fraxinus excelsior</al></entry><entry><al>es</al></entry></row><row><entry><al>Populus alba</al></entry><entry><al>witte albeel</al></entry></row><row><entry><al>Populus canadensis</al></entry><entry><al>Canadese populier</al></entry></row><row><entry><al>Populus canescens</al></entry><entry><al>grauwe abeel</al></entry></row><row><entry><al>Populus tremula</al></entry><entry><al>ratelpopulier</al></entry></row><row><entry><al>Salix alba</al></entry><entry><al>schietwilg</al></entry></row><row><entry><al>Ulmus carpinifolia</al></entry><entry><al>veldiep</al></entry></row><row><entry><al>Picae abies</al></entry><entry><al>fijnspar</al></entry></row><row><entry rotate="0"><al>Picea omorika</al></entry><entry rotate="0"><al>Servische spar</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>(Het betreft hierbij uitsluitend de soorten. Cultivars en variëteiten vallen
                    niet onder de vrijstellingen.)</al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>B</nr><titel>Compensatietabel</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Borne/i12129.pdf">Compensatietabel</extref></al></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Toelichting, beleidsdoelen en plan van uitvoering </label><nr/><titel/></kop><al><vet>Voorwoord</vet></al><al>De huidige Kapverordening van 2000 is aan vernieuwing toe. Dit heeft te maken
                    met de invoeringen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
                    Daarnaast komen in de Kapverordening 2000 actuele onderwerpen als verplanten,
                    groencompensatie en waardebepaling niet aan bod. Nieuwe maatschappelijke
                    ontwikkelingen als private en natuurverantwoorde planvorming zijn niet
                    meegenomen.</al><al>Ook de opgenomen lijst van nationaal geregistreerde bomen uit 2000 is niet meer
                    actueel; op deze lijst staan bomen die inmiddels door aantasting en ziekte zijn
                    gerooid.</al><al/><al>In de voorliggende Bomenverordening zijn de Kapverordening van 2000 en de lijst
                    van nationaal geregistreerde bomen inclusief de (potentieel) bijzondere bomen en
                    bijzondere boomstructuren in onze gemeente in één document gebundeld. De
                    voorliggende Bomenverordening is breder van opzet en meer integraal dan de oude
                    regelingen. Dit heeft mede te maken met de invoering van de Wabo. </al><al/><al>Basisgedachte van de bomenverordening is om boombelangen op een evenwichtige en
                    heldere wijze af te wegen tegen andere gemeentelijke en particuliere belangen.
                    De bomenverordening is hierbij vooral gericht op houtopstanden die de
                    leefbaarheid en groene kwaliteit van stad en landschap (gaan) bepalen. Zonder
                    verordening zijn bomen vogelvrij. Bovendien hebben burgers en maatschappelijke
                    organisaties de kans om invloed uit te oefenen op de beslissingen over bomen in
                    hun eigen leefomgeving. </al><al/><al>Speciale aandacht krijgen bijzondere bomen. Deze bomen zijn geregistreerd; de
                    lijst regelmatig geactualiseerd. Aan de lijst ligt een beschermingsmethodiek ten
                    grondslag welke ondermeer is gebaseerd op de weigeringsgronden in de
                    bomenverordening.</al><al>Hierbij gaat het niet alleen om de bescherming van de boom zelf, maar ook om de
                    groeiplaats, zowel boven- als ondergronds. </al><al>Te behouden bomen op bouwplaatsen zijn zeer kwetsbaar; dit wordt nog versterkt
                    door het natuurlijk gedrag van mensen om iets bij een boom te stallen of op te
                    slaan. Bomen worden als het ware opgezocht in plaats van met rust gelaten.
                    Bovendien worden steeds meer kleine locaties in de bebouwde kom ontwikkeld, waar
                    voor bestaande bomen weinig ruimte overblijft. Bij deze inbreidingen is de
                    werkruimte tijdens de bouw bovendien erg krap. De druk op te handhaven bomen op
                    bouwterreinen is derhalve groot. Zonder aandacht en maatregelen overleven bomen
                    vaak niet. Machines kunnen de kroon en stam beschadigen; door opslag van
                    bouwmaterialen en stallen van voertuigen verdicht de bodem onder de boom; en bij
                    bronbemaling kan de boom verdrogen. Richtlijnen en maatregelen zijn dus nodig.
                    In beginsel dient de groeiplaats van een boom buiten alle werkzaamheden te
                    blijven. Alleen bij zorgvuldige toepassing van de juiste maatregelen kan onder
                    toezicht ook onder een boom gewerkt worden. In dit deel van de bomenverordening
                    over bouwen bij bomen wordt systematisch aangegeven, welke handelingen op
                    bouwplaatsen bij bomen verboden en welke onder voorbehoud toegestaan zijn. </al><al>Wat voor bouwen bij bomen geldt –zorgvuldig werken op maat- geldt ook voor
                    algemene werkzaamheden van civiele aard, zoals het graven van kabel- en
                    rioolsleuven of het aanleggen van uitwegen bij bomen. Op basis van deze nota
                    kunnen aan deze werkzaamheden vooraf eisen gesteld worden. </al><al/><al>Markante bomen bepalen in hoge mate de schaal en de sfeer van de openbare
                    ruimte. Dit geldt zowel voor het stedelijk als het landelijk gebied. Een grote
                    plataan op een stadsplein of een majestueuze eik in een weiland hebben - ieder
                    op hun eigen manier - grote belevingswaarde. Ook een zeldzame boomsoort of een
                    herdenkingsboom heeft zijn betekenis. Juist bijzondere bomen zijn het beschermen
                    waard. Maar, bescherming of niet, ook bijzondere bomen zijn sterfelijk. Er
                    moeten dus ook jonge bomen beschermd worden, die later tot monument kunnen
                    uitgroeien.</al><al/><al>Leidend voor de gemeente Borne is het groenstructuurplan uit het
                    groenbeleidsplan 2009 en de lijst met bijzondere bomen en bijzondere
                    boomstructuren. Voor het buitengebied zijn de doelen beschreven in het
                    ontwikkelplan van de Groene Poort.</al><al>Delen van deze structuren zijn dorpsranden, invalswegen, lanen en parken. Bomen
                    vormen de belangrijkste bouwstenen van deze structuur.</al><al/><al>Een goede groenstructuur versterkt de opzet en de identiteit van de dorpen;
                    vertelt iets over het aanwezige landschap; en onderstreept de cultuurhistorische
                    achtergrond. Een groenstructuur geeft bovendien inzicht in de mate van
                    belangrijkheid van bomen. </al><al>Bomen vragen om continuïteit en lange termijn. Deze aspecten vormen de basis
                    voor de voorliggende bomenverordening.</al><al>Aan de Bomenverordening ligt een methodiek ten grondslag, hoe met bomen in de
                    ruimtelijke ordening wordt omgegaan. Speciale aandacht wordt besteed aan de
                    bescherming van bijzondere bomen. In deze toelichting van de Bomenverordening
                    wordt hiertoe beleidsdoelen met bijbehorend plan van uitvoering beschreven. </al><al><vet> 1 INLEIDING</vet></al><al/><al><vet>1.1</vet><vet> Algemeen</vet></al><al>Bomen bepalen in grote mate de schaal en sfeer van de openbare ruimte. Bovendien
                    nemen ze naar verhouding op maaiveldhoogte weinig plaats in. Dat betekent niet,
                    dat bomen maar overal geplant kunnen worden. Bomen vragen als levende organismen
                    zowel boven- als ondergronds goede groeiomstandigheden. Alleen dan kunnen bomen
                    tot volle wasdom komen. Een goed bomenbestand begint met het planten van de
                    juiste boom(soort) op de juiste plaats. Goede bomen, die hun functie waar kunnen
                    maken, zijn het beschermen waard; kwijnende bomen niet. Een verordening is nodig
                    om de belangen van waardevolle bomen te behartigen. </al><al/><al><vet>1.2 Actualisatie kapverordening 2000</vet></al><al>De Kapverordening uit 2000 regelt, hoe bij een kapaanvraag met bomen moet worden
                    omgegaan. De verordening maakt binnen de bebouwde kom onderscheid tussen een
                    boom op gemeentelijke en particuliere grond. Voor een gemeentelijke of
                    particuliere boom met een stamdiameter van 16 cm of meer is altijd een
                    kapaanvraag nodig. Voor bomen buiten de bebouwde kom is een kapaanvraag altijd
                    verplicht.</al><al>Er is een aantal ontwikkelingen, waardoor de Kapverordening van 2000 niet meer
                    voldoet.</al><al>Soms moeten om een beplantingselement te laten voortbestaan bomen gekapt worden.
                    Omdat een diameter van 16 cm snel wordt bereikt, moet voor onderhoudskap soms
                    meerdere kapprocedures worden doorlopen, wat onnodig tijd en geld kost. In de
                    huidige verordening moet ook voor het verplanten van kleine bomen formeel een
                    kapprocedure worden doorlopen. </al><al>Het is gebruikelijk geworden om boomkap met nieuwe aanplant te compenseren. In
                    de huidige verordening is dat niet geregeld. Tenzij de Boswet van toepassing is,
                    vindt herplant nu ad hoc plaats. Als er geen compensatieruimte is, is er geen
                    alternatief voor handen.</al><al>Om in officiële gevallen de waarde en schade van bomen te bepalen wordt steeds
                    meer gebruik gemaakt van de erkende boomtaxateurs. In de huidige verordening
                    komt dit niet aan de orde. </al><al>In 2002 is de Flora- en faunawet van kracht geworden, waardoor ecologische
                    waarden ook bij kapaanvragen een grotere rol zijn gaan spelen. Het begrip
                    broedseizoen is verdwenen. Hiervoor zijn de begrippen verstoring en
                    bestendigbeheer in de plaats gekomen. Dit betekent dat van vergunninghouder meer
                    aandacht voor natuurwaarden geëist wordt. Anderzijds krijgt hij meer vrijheid.
                    In de Flora en Fauna Wet zijn alle vogels beschermd en mogen broedende vogels
                    niet verstoord worden. Wordt er niet verstoord dan is er geen belemmering om te
                    kappen.</al><al/><al><vet>1.3</vet><vet> Actualisatie lijst Landelijk geregistreerde bomen 2000 en
                        toevoeging van de lijst met bijzondere bomen</vet></al><al>De lijst met landelijk geregistreerde bomen van de Bomenstichting bestaat uit
                    een overzicht van 15 bomen, die vanwege hun bijzondere karakter beschermd
                    worden. Tussen 2000 en 2009 zijn er twee bomen toegevoegd en is er één
                    ontvallen. Een aantal bomen is wel ernstig ziek en deze zullen in het komende
                    decennium waarschijnlijk gekapt moeten worden.</al><al>De gemeente Borne kent buiten de nationaal geregistreerde bomen vele honderden
                    bijzondere bomen of bomen die potentieel bijzonder kunnen worden</al><al>Van iedere bijzondere boom, laan of groenstructuur in de thans geldende lijst is
                    een beschrijving opgenomen. Op tekeningen zijn de locaties van de bomen
                    aangegeven. De meeste bomen staan in de bebouwde kom van Borne. Met name op de
                    begraafplaats staat een concentratie van vele (potentieel) bijzondere
                    bomen.</al><al>Er zijn redenen om een lijst met bijzondere bomen samen te stellen:</al><lijst><li nr="●"><al>De bescherming van bomen en groeiplaatsen is niet geregeld. </al></li><li nr="●"><al>Er is geen juridische kader voor bescherming. </al></li><li nr="●"><al>Er is geen doorkijk naar de toekomst.</al></li><li nr="●"><al>Er is geen mogelijk om binnen de WABO te dereguleren</al></li></lijst><al/><al><vet>1.4 Bouwen bij bomen</vet></al><al>Bestaande waardevolle houtopstanden dienen in bouwplannen volledig mee te
                    tellen. Bomen op bouwterreinen zijn echter zonder afdoende maatregelen zeer
                    kwetsbaar. De gemeentelijke Bomenverordening bevat richtlijnen voor het omgaan
                    met bestaande waardevolle bomen op bouwplaatsen. Voor te beschermen bomen op
                    bouwterreinen worden eerst algemene randvoorwaarden geformuleerd. Deze worden
                    voor de planfase vertaald in ontwerpeisen, afgestemd op het eindbeeld van de
                    boom. De ontwerpeisen worden in de bestekfase verfijnd in concrete
                    kwaliteitsrichtlijnen en resultaatverplichtingen. Aldus ontstaat een
                    Boombouwplan. Basis van het Boombouwplan is het instellen van een
                    driedimensionale beschermingszone rond de in te passen boom, inclusief zijn
                    volledige groeiplaats. In de nota is systematisch aangegeven, welke handelingen
                    binnen de boombeschermingszone verboden en welke handelingen onder voorwaarden
                    toegestaan zijn. Deze bepalingen zijn ook toepasbaar bij algemene ingrepen bij
                    bomen in de stad als het leggen van kabels en leidingen en het aanleggen van
                    uitwegen. Bouwplaatsen staan derhalve symbool voor alle werkplekken bij bomen. </al><al/><al><vet>1.5 Nota nieuwe stijl en Wabo</vet></al><al>Deze Bomenverordening vervangt de Kapverordening van 2000, de vastgestelde
                    grenzen van de bebouwde kommen voor de Boswet en de lijst met beschermde bomen
                    van de Bomenstichting van 2000. De Bomenverordening nieuwe stijl is breder van
                    opzet. Dit document gaat niet alleen over kap van bomen, maar ook over sterke
                    vormsnoei en herplant. Het bestrijkt ontwerp, aanleg en beheer. Onderwerp van de
                    nota zijn alle vormen van houtopstanden waar bomen deel van uitmaken. De
                    bescherming van bijzondere bomen neemt hierbij een centrale plaats in, waarbij
                    niet alleen de boom, maar ook de groeiplaats betrokken is. De bomenverordening
                    beslaat zowel het buitengebied als de bebouwde kom en betreft zowel gemeente-
                    als particuliere grond. De verordening koppelt praktische aan juridische
                    bescherming en wordt bestuurlijk vastgelegd.</al><al/><al>De bomenverordening bundelt de Kapverordening 2000 en de lijst beschermde bomen
                    van de bomenstichting 2000 met de Boswet, het Boscompensatiebeginsel van de
                    Provincie, de Plantenziektenwet, de Flora- en faunawet, het Burenrecht en de
                    lijst met bijzondere bomen. Hierdoor wordt de uitvoering van de verordening
                    binnen de Wabo vergemakkelijkt. </al><al/><al><cursief>Wabo</cursief></al><al>De vergunning voor het vellen van houtopstanden is aangewezen in artikel 2.2,
                    eerste lid onder g. van de Wabo. Vaak zal naast de vergunning nog een
                    vergunning, ontheffing of vrijstelling op grond van de Natuurbeschermingswet of
                    de Flora- en faunawet nodig zijn in verband met de bescherming van vogels en
                    nesten in de bomen. De Natuurbeschermingswet en Flora- en Faunawet haken aan bij
                    de Wabo. Er wordt dan dus één omgevingsvergunning verleend of geweigerd. De
                    boswet haakt echter niet aan bij de Wabo. Indien die van toepassing is, blijft
                    een aparte vergunning vereist.</al><al/><al>In de Ministeriele regeling omgevingsrecht (Mor) zijn indieningsvereisten voor
                    de aanvraag van een omgevingsvergunning opgenomen. Naast een aantal algemene
                    indieningsvereisten zijn er in artikel 7.3 van de Mor nog een aantal speciale
                    indieningsvereisten voor het vellen van houtopstanden opgenomen. Dit artikel 7:3
                    luidt als volgt:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>In of bij de aanvraag om een vergunning met betrekking tot het vellen
                            van houtopstand, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder
                            g, van de wet, identificeert de aanvrager op de aanduiding als bedoeld
                            in artikel 2.3, tweede lid, van deze regeling, iedere houtopstand waarop
                            de aanvraag betrekking heeft met een nummer.</al></li><li nr="2."><al>In of bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid, vermeldt de
                            aanvrager per genummerde houtopstand:</al></li><li nr="a."><al>de soort houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de locatie van de houtopstand op het voor-, zij- dan wel achtererf;</al></li><li nr="c."><al>de diameter in centimeters, gemeten op 1,30 meter vanaf het
                            maaiveld;</al></li><li nr="d."><al>de mogelijkheid tot herbeplanten, alsmede het eventuele voornemen om op
                            een daarbij te vermelden locatie tot herbeplant van een daarbij te
                            vermelden aantal soorten over te gaan.</al></li></lijst><al/><al>Voor wat betreft het bevoegd gezag waarnaar in de verordening wordt verwezen
                    geldt als hoofdregel dat dit het college van burgemeester en wethouders is waar
                    het betrokken project in hoofdzaak zal worden uitgevoerd. (Artikel 2.4. Wet
                    algemene bepalingen omgevingsrecht) </al><al/><al><vet>1.6 Onderwerp</vet></al><al>De Bomenverordening gaat in beginsel over alle houtopstanden, waarbij bomen een
                    rol spelen. De kleinste vorm van een houtopstand is een boom. Een boom wordt
                    gedefinieerd als een houtachtig, overblijvend gewas (dood of levend) met
                    opgaande stam en kroon. Soms is een boom meerstammig. In juridische zin moet de
                    (dikste) stam van een boom op 1.30 m boven het maaiveld minimaal 10 cm
                    bedragen.</al><al>Onder houtopstanden met bomen vallen begroeiingselementen als kwekerij,
                    sparrenakker, boomgaard, hakhoutbos, productiebos, natuurlijk bos, houtwal,
                    bomenrij, bomengroep en vrijstaande boom. </al><al/><al>Een speciale beschermingsstatus hebben bijzondere bomen, die door hun
                    beeldbepalend en/of symbolisch karakter, nu of in de toekomst, een speciale
                    status verdienen. Deze bomen kunnen solitair zijn, maar ook een groep of laan
                    vormen. </al><al>Bijzondere bomen kunnen monumentale bomen, toekomstig monumentale bomen,
                    herdenkingsbomen en dendrologisch waardevolle bomen zijn. </al><al/><al><vet>1.7</vet><vet> Beleidsdoelen </vet></al><al>Centraal in de gemeentelijke bomenverordening staat het handhaven van
                    houtopstanden, niet het verwijderen ervan. Natuurlijke verschijnselen als
                    stuifmeel, vallende vruchten, bladeren of takjes zijn geen reden voor kappen of
                    rooien; schaduwwerking, algenvorming en luizen</al><al>evenmin. Komen er wel zwaarwegende kapaanvragen, dan biedt de bomenverordening
                    het toetsingskader om tot een juridisch goede afweging te komen. Voor bijzondere
                    bomen is een speciaal beschermingstraject van toepassing. De afwegingsprocedure
                    is wel pragmatisch gehouden. In deze boomverordening zijn boombescherming en
                    werkbaarheid gecombineerd.</al><al/><al><vet>1.8</vet><vet> Kernpunten </vet></al><al>De voorliggende bomenverordening schat de houtopstanden systematisch op hun
                    waarde en maakt het omgaan met houtopstanden pragmatisch. </al><al/><al>Voor houtopstanden als natuurlijk bos, bosje en houtwal is altijd een
                    kapaanvraag nodig. Voor het kappen van rijen, groepen en alleenstaande bomen
                    zijn bepalingen opgenomen. </al><al/><al>De eigenaar van een kleine bebouwde kavel, waar door gebrek aan ruimte een boom
                    van de grootste orde zelden tot volle wasdom kan komen, is vrijgesteld. De
                    ondergrens van bebouwde kavels, waarvoor een kapaanvraag nodig is, is gesteld op
                    300 m2; deze kadastraal gemakkelijk te meten, oppervlakte is dus inclusief
                    bebouwing. Bomen die in de lijst van Bijzondere bomen zijn opgenomen of staan
                    binnen bijzondere boomstructuren welke in de lijst zijn opgenomen, zijn altijd
                    vergunningplichting. Waardevolle, te handhaven grote bomen op te verkavelen
                    bouwlocaties dienen op gemeentegrond dan wel op ruime percelen terecht te
                    komen.</al><al/><al>Op terreinen groter dan 300 m2 (inclusief bebouwing) is het kappen, rooien of
                    verplanten van bomen met een stamdiameter onder de 30 cm (gemeten op borsthoogte
                    = 1.30 meter boven maaiveld) vergunningvrij. Voor het kappen van bomen op
                    gemeentegrond geldt bij bomen tussen de 20 en 30 cm een meldingsplicht op de
                    gemeentepagina in de locale courant. Bij omvangrijke ingrepen dient er met de
                    omwonenden en belangenverenigingen gecommuniceerd te worden. Deze criteria
                    gelden voor alle soorten bomen. </al><al/><al>Omdat in het verleden kapaanvragen tot een omtrek van 30 cm bijna altijd werden
                    gehonoreerd, worden door de voornoemde ondergrenzen onnodige procedures
                    voorkomen. Bovendien kan noodzakelijk onderhoud aan houtopstanden, maar ook het
                    verplanten van kleine bomen tot 30 cm zonder procedure plaatsvinden. De aandacht
                    voor bescherming, dus ook tijd en geld, richt zich op grotere, minder
                    vervangbare bomen die immers het meest beeldbepalend zijn. Grote bomen zijn
                    meestal onderwerp van discussie, niet kleine bomen. </al><al/><al>Bomen in de juridische erfzone van 2 meter van een kavelgrens vragen extra
                    aandacht. In beginsel mogen deze bomen zondermeer worden gekapt. Maar er zijn
                    uitzonderingen: oude afspraken, de verjaringstermijn van 20 jaar, een
                    handhavingsvergoeding en/of een bijzondere status. </al><al/><al>Vergunningplichtige houtopstanden worden systematisch op hun landschappelijke,
                    ecologische en recreatieve waarde getoetst. Door houtopstanden bij kapaanvraag
                    aan meerwaarden te toetsen wordt automatisch een degelijke afweging gemaakt. Dit
                    doet recht aan de houtopstanden. Het al dan niet verlenen van de vergunning
                    wordt zo goed onderbouwd. </al><al/><al>Te kappen of te rooien houtopstanden dienen altijd te worden gecompenseerd,
                    tenzij er sprake is van dunning of afzetten voor onderhoud van bos, bosje en
                    houtwal. Een vast, maar flexibel compensatiesysteem garandeert en regelt de
                    vervanging van te kappen houtopstanden. Als er geen directe ruimte is voor
                    vervanging, kan geldelijk gecompenseerd worden.</al><al/><al>In de verordening wordt een taxatiebepaling voor bijzondere gevallen opgenomen.
                    Het hanteren van geldwaarde van bomen komt van pas, als er sprake is van
                    toegebrachte schade of illegale kap. </al><al/><al>In beginsel gaat de bomenverordening over ingrepen die het beeld van
                    houtopstanden drastisch veranderen, bijvoorbeeld sterke vormverandering, kappen
                    en verplanten.</al><al/><al>De bomenverordening zet situering, verschijningsvorm en waarde van de
                    houtopstand af tegen de vereiste of gevraagde handeling. Door per soort
                    houtopstand toetsingsschema's na te lopen, kan op een inzichtelijke en
                    praktische wijze afgewogen worden of de ingreep gerechtvaardigd is. Eventuele
                    weigeringsgronden zijn dan helder. Bij toekenning van de aanvraag wordt
                    duidelijk of herplant verplicht is en in welke vorm deze dient plaats te vinden. </al><al/><al>In een overzichtelijke handleiding staan de procedurele spelregels, die horen
                    bij het hele traject van aanvraag indienen - besluit nemen - vergunning verlenen
                    - tegen vergunning bezwaar maken - compensatie vaststellen. </al><al/><al>Bijzondere bomen worden separaat op een lijst vastgelegd; gemeentelijke en
                    particuliere bomen worden hierbij apart geregistreerd. Voor het opnemen van
                    particuliere bomen is toestemming van de eigenaar vereist. Tussen eigenaren en
                    gemeente worden afspraken gemaakt over in standhouding en onderhoud van de
                    particuliere boom. </al><al/><al>Het streven is om bijzondere bomen, ook in de hectiek van de ruimtelijke
                    ordening, zoveel mogelijk met rust te laten. Ruimtelijke ingrepen dienen
                    “onopgemerkt” aan deze bomen voorbij te gaan. Hiertoe dienen bij ingrepen en
                    werken bij deze bomen tien beschermingsgeboden te worden nageleefd. Op basis van
                    een Boom Effect Analyse (BEA) dient bewezen te worden, dat voorgenomen ingrepen
                    de boom of bomen boom niet schaden. Aangegeven dient te worden, welke
                    maatregelen hiertoe achterwege gelaten of juist genomen worden. </al><al/><al>Speciale aandacht wordt besteed aan het traject van opstellen, actualiseren en
                    registreren van de Bijzondere bomenlijst. Het gezond in stand houden van
                    bijzondere bomen, ook die van particulieren, komt aan de orde bij het beheer en
                    onderhoud. Toegelicht wordt verder, hoe de toetsing van plannen en controle van
                    werkzaamheden nader worden geregeld. Uiteraard wordt aandacht besteed aan de
                    communicatie. </al><al/><al/><al><vet>1.9</vet><vet> Geraadpleegde literatuur</vet></al><lijst><li nr="●"><al>Gemeente Borne, Kapverordening 2000.</al></li><li nr="●"><al>Bomenstichting, Modelverordening 2008.</al></li><li nr="●"><al>Gemeente Hengelo, bomenverordening 2009.</al></li><li nr="●"><al>Gemeente Borne, Lijst met bijzondere bomen 2008.</al></li><li nr="●"><al>Bomenstichting, lijst met landelijk geregistreerde bijzondere bomen.
                        </al></li><li nr="●"><al>Gemeente Borne, Groenbeleidsplan 2008-2020.</al></li><li nr="●"><al>Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
                            Samenwerkingsovereenkomst uitvoering Boswet, 1995 </al></li><li nr="●"><al>Provincie Overijssel, Richtlijnen voor het toepassen van het
                            Compensatiebeginsel voor natuur, bos en landschap, 1999</al></li><li nr="●"><al> Bomenstichting, Bomen Effect Analyse, 2003.</al></li></lijst><lijst><li nr="●"><al> Flora en Fauna Wet 2002.</al></li><li nr="●"><al>Mr. B.M. Visser, Juridisch Raadgever Natuur, Bos en Landschap.</al></li></lijst><lijst><li nr="●"><al>Handleidingen Kapvergunningsrecht, kapvergunningen beleid,
                            Kapverordeningen in de Wabo.</al></li><li nr="●"><al>Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en aanverwante regelgeving.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>2 BELEIDSDOELEN</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Groen en natuur zijn volwaardige disiplines in (de hectiek) van de
                            ruimtelijke ordening van Borne.</al></li><li nr="2."><al>De Bomenverordening richt zich in de procedures op de bescherming van de
                            grotere, minder vervangbare bomen.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Bijzondere bomen hebben een speciale beschermingsstatus en kunnen alleen
                            om zeer zwaarwegende redenen gekapt worden.</al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>Boombelangen dienen op een heldere wijze gewogen te worden tegen andere
                            gemeentelijke en particuliere belangen.</al></li><li nr="5."><al>Kap van vergunningsplichtige bomen dient alleen plaats te vinden, als de
                            reden goed onderbouwd is.</al></li><li nr="6."><al>Goede bomen die gekapt worden, dienen te worden gecompenseerd. </al></li><li nr="7."><al>Bomen op bouw en werkplaatsen, waarover afgesproken is dat ze behouden
                            blijven, dienen </al><al> tijdens en na goede goede bescherming te krijgen.</al></li></lijst><al/><al><vet>INTERMEZZO</vet></al><al/><al>BIJNA 1500 GEMEENTELIJKE BOMEN IN DE GEMEENTE BORNE</al><al>In de gemeente Borne staan duizenden bomen. Een deel daarvan is eigendom van de
                    gemeente. Binnen de bebouwde kommen waren dat er in november van 2008 totaal
                    1454, waarvan 42 in Zenderen en 22 in Hertme. Dit aantal sluit echter niet aan
                    bij het bomenbeeld in de kleine kernen. Het overgrote deel van de bomen in en
                    direct rond Zenderen en Hertme bestaat uit particuliere bomen. Zo staan er
                    alleen al in en rond de dorpskern van Hertme meer dan 700 bomen op de lijst van
                    bijzondere bomen.</al><al>Iedere boom heeft een eigenaar: het rijk, de provincie, de gemeente,
                    landgoedeigenaren, agrariërs, bedrijven en particulieren. Iedere eigenaar heeft
                    een doel met zijn boom. Dit kan zijn houtproductie, beschutting, verfraaiing,
                    verbetering van het straatbeeld, natuurbeleving. Een eigenaar zorgt voor zijn
                    eigen boom. Hij plant, snoeit en vervangt. </al><al/><al>De gemeente Borne beheert zijn eigen bomen. Alle gemeentelijke bomen binnen de
                    bebouwde kom zijn opgenomen in een groenbeheersysteem. Genoteerd is de
                    (latijnse) naam, de Nederlandse naam, het plantjaar bij benadering, de
                    standplaats, eventuele bijzonderheden en de VTA-gegevens. De VTA-gegevens
                    bestaan uit visuele waarnemingen ten aanzien van vitaliteit, conditie,
                    afwijkende groeikenmerken en de eventuele gevaren ten opzichte van de directe
                    omgeving. De VTA gegevens bepalen in belangrijke mate het beheer van de boom.
                    Alle bomen worden eens per drie jaar gecontroleerd. Bomen die binnen de VTA
                    gegevens als risicobomen worden aangemerkt worden jaarlijks gecontroleerd.</al><al>Het aantal bomen verandert per dag. Door een veranderende omgeving vallen bomen
                    af en komen er bomen bij. Er wordt een hele wijk ingericht of een lange laan
                    ingeplant. Er kan massaal een dodelijke ziekte uitbreken. </al><al>Storm en vandalisme eisen hun tol. Bomen sterven van ouderdom. Alle wijzigingen
                    in het bomenbestand worden in het beheersysteem gemuteerd.</al><al/><al>De meeste nieuw geplante soort boom in de gemeente is de zomereik, vanouds een
                    typisch Twentse boom. Bij nieuwe aanplant binnen de bebouwde kom ligt dit
                    anders. Hier wordt de boomkeuze aan vele aspecten getoetst. Allereerst moeten de
                    groeiomstandigheden aansluiten bij de wensen van de boom. Vervolgens wordt er
                    gekeken naar de beschikbare boven en ondergrondse groeiruimte. Er wordt rekening
                    gehouden met het gewenste boombeeld, de hoogte, de gewenste leeftijd, de te
                    verwachten overlast met het oog op ondermeer schaduwwerking, overlast van blad
                    of vruchtval, allergieën en wortelopdruk.</al><al>Een belangrijk selectiecriterium is de ziektegevoeligheid. De aanwezigheid van
                    zware kleigrond in combinatie met hoge grondwaterstanden zorgt er voor dat veel
                    boomsoorten niet of moeilijk toepasbaar zijn. </al><al>Soorten, waarvan er de laatste jaren enige tientallen zijn geplant, zijn
                    esdoorn, els, haagbeuk, beuk, es, kers, valse Christusdoorn, magnolia, plataan
                    en linde. Soms zijn deze bomen opgesplitst in cultuurvariëteiten. Hier en daar
                    wordt een enkele bijzondere boomsoort geplant, bijvoorbeeld een bruine beuk,
                    tulpenboom, noot of watercypres. Op de uitbreiding van de gemeentelijke
                    begraafplaats is een heel bijzonder sortiment aan bomen geplant. In
                    Kloostergaarde in Zenderen staat ook een denrologisch interessante verzameling
                    bomen die nog steeds aangepast wordt.</al><al/><al/><al><vet>3</vet><vet> PLAN VAN UITVOERING</vet></al><al><vet>BOMEN ALGEMEEN</vet></al><al/><al><vet>3.1 </vet><vet> Inleiding</vet></al><al>Het plan van uitvoering omvat een systematiek om een aanvraag tot verwijdering
                    of verandering van een houtopstand te kunnen wegen. Deze toetsing gaat uit van
                    de huidige verschijningsvorm en de voorgenomen wijziging van de houtopstand en
                    begint met de beschrijving van de houtopstand en de handeling.</al><al/><al><vet>3.2 Beschrijving houtopstand</vet></al><al>Om te kunnen wegen of een voorgenomen ingreep in een houtbestand is
                    gerechtvaardigd, is een aantal nadere gegevens van het betreffende houtbestand
                    van belang:</al><lijst><li nr="●"><al><cursief>Verschijningsvorm</cursief></al></li><li nr="●"><al><cursief>Situering</cursief></al></li><li nr="●"><al><cursief>Basiswaarde</cursief></al></li><li nr="●"><al><cursief>Meerwaarde</cursief></al></li><li nr="●"><al><cursief>Minderwaarde</cursief></al></li><li nr="●"><al><cursief>Geldwaarde</cursief></al></li></lijst><al/><al><vet>3.3</vet><vet> Verschijningsvorm</vet></al><al>De houtopstanden zijn ingedeeld naar verschijningsvorm. De mate van verandering
                    van de verschijningsvorm speelt een rol in het afwegingsproces.
                    Verschijningsvormen zijn: </al><lijst><li nr="●"><al><cursief>Boomkwekerij, sparrenakker, boomgaard, productiebos en
                                hakhoutbos </cursief></al></li><li nr="●"><al><cursief>Natuurlijk bos, bosje en houtwal </cursief></al></li><li nr="●"><al><cursief>Bomenrij, bomengroep en vrijstaande boom</cursief></al></li></lijst><al/><al>Een kwekerij, sparrenakker, boomgaard en productiebos is een geordend
                    groenperceel met respectievelijk teeltbomen, kerstbomen en vruchtbomen. In een
                    hakhoutperceel worden jonge bomen regelmatig tot op de stobben teruggezet om
                    daarna weer uit te lopen. </al><al/><al>Natuurlijk bos is een meer dan 10 are groot perceel met gevarieerde boom- en
                    struikbegroeiingen, die door dunning volop groeiruimte krijgen. Een bosje is een
                    klein bos van minder dan 10 are met bomen en struiken. Een houtwal is een
                    lijnvormig beplantingselement met bomen en struiken. </al><al/><al>In een bomenrij staan minstens drie bomen op één lijn, meestal langs een weg,
                    straat, watergang of kavel. Een boomgroep bestaat uit pleksgewijs gegroepeerde
                    bomen. Een vrijstaande boom is een solitaire boom zonder groepsverband. </al><al/><al><vet>3.4</vet><vet> Situering</vet></al><al>Van belang voor de toepassing van de Bomenverordening is de ligging van de
                    houtopstand. Onderscheid is gemaakt in:</al><lijst><li nr="●"><al><cursief>Buitengebied</cursief></al></li><li nr="●"><al><cursief>Bebouwde kom </cursief></al></li><li nr="●"><al><cursief>Bebouwde kavel van 300 m2 of meer</cursief></al></li><li nr="●"><al><cursief>Erfzone kleiner dan 2 m</cursief></al></li></lijst><al/><al>De Boswet (1983) is van toepassing op het buitengebied, zoals vastgelegd in de
                    begrenzingskaarten van de bebouwde kommen. Deze kaarten zijn als bijlage
                    toegevoegd. Doel van de Boswet is om het bosareaal in Nederland gelijk te
                    houden. In het verlengde van de Boswet heeft de provincie Overijssel een
                    Boscompensatieregeling opgesteld (1999). Ook de gemeente heeft de taak om de
                    kwaliteit van de natuur en landschap te bewaken. Het binnenstedelijk gebied is
                    bij uitstek het zorgveld van de gemeente.</al><al/><al>Omdat landschaps- en stadsbeelden vaak mede door particuliere bomen bepaald
                    worden, moet de gemeente ook beleid maken ten aanzien van deze bomen. Zij wordt
                    zelfs juridisch verantwoordelijk gehouden voor het behoud van de kwaliteit van
                    het particuliere bomenbestand. Het gaat hierbij niet alleen om bomen in grotere
                    tuinen, maar ook op terreinen van projectontwikkelaars. </al><al/><al>De standplaats van een boom ten opzichte van de erfgrens is in juridische zin
                    van wezenlijk belang. Dit geldt zowel voor particulieren als gemeenten. Binnen
                    twee meter van de erfgrens mag in beginsel geen boom staan, tenzij er afspraken
                    gemaakt zijn; de boom er meer dan twintig jaar staat; er schadevergoeding voor
                    instandhouding is betaald; en de boom een duidelijk vastgelegde status
                    heeft.</al><al/><al><vet>3.5</vet><vet> Basiswaarde </vet></al><al>Voor een goede afweging moet de houtopstand gekwalificeerd worden. De waardering
                    begint met de:</al><al/><al><cursief>Basiswaarde</cursief></al><al>De basiswaarde is de visuele waarde van de eigenlijke houtopstand op grond van
                    soort, leeftijd, vorm en vitaliteit, onafhankelijk van de omgeving. Een oude,
                    zich langzaam ontwikkelde houtopstand (oude loofbossen, grote beuk) heeft meer
                    kwaliteit dan een jonge, snelgroeiende houtopstand, die in korte tijd te
                    vervangen is (populierenbos, kleine berk). Een gezonde boom scoort hoger dan een
                    aangetaste boom. </al><al/><al>Voor bossen wordt de indeling van de Provincie Overijssel gehanteerd, waarbij de
                    vervangbaarheid centraal staat. Voor overige houtopstanden heeft de gemeente
                    Hengelo een eigen groeninventarisatie- en waarderingsmethodiek ontwikkeld welke
                    ook door de gemeente Borne gebruikt wordt. Een speciale status hebben bomen die
                    in de lijst met bijzondere bomen staan.</al><al/><al><vet>3.6</vet><vet> Meerwaarde </vet></al><al>Behalve de feitelijke basiswaarde kunnen houtopstanden nog extra waarden hebben,
                    zoals:</al><al/><al><cursief>Natuur en milieuwaarden</cursief></al><al><cursief>Landschappelijke stedelijke waarden</cursief></al><al><cursief>Dendrologische waarden</cursief></al><al><cursief>Cultuurhistorische waarden</cursief></al><al><cursief>Waarde voor stads- en dorpsschoon</cursief></al><al><cursief>Waarden voor recreatie en leefbaarheid</cursief></al><al><cursief>Landelijk geregistreerde bomen</cursief></al><al/><al>De meerwaarde is de maatschappelijke omgevingswaarde van de houtopstand. Van
                    Natuur en milieuwaarden is sprake wanneer bomen of bomengroepen substantieel
                    bijdragen aan het beeld van het landschap of een hoge ecologische waarde
                    vertegenwoordigen. Van landschappelijke waarde ten aanzien van bomen in de
                    bebouwde kom is vooral sprake wanneer er een hele duidelijke relatie ligt met
                    het groen in het landschap. Dendrologische waarden hebben betrekking op
                    zeldzaamheid in voorkomen. Cultuurhistorische waarden hebben betrekking op een
                    relatie tussen boom en bebouwing. Bijvoorbeeld een knotlinde voor een boerderij
                    of een bomengroep op een bleek of een brink. Waarde voor stad- en dorpsschoon
                    hebben betrekking op situaties waar een boom of beplanting het beeld van de
                    openbare ruimte in hoge mate bepaald. Waarden voor recreatie en leefbaarheid
                    hebben betrekking op het behoud van de (ruimtelijke) kwaliteit van leefomgeving.
                    Bij recreatiewaarde heeft de houtopstand grote gebruiks- en belevingswaarde
                    en/of is onderdeel van een recreatieve structuur. Een belangrijke meerwaarde
                    krijgt een boom die is opgenomen in het landelijk register van bijzondere bomen
                    van de Bomenstichting</al><al/><al><vet>3.7</vet><vet> Minderwaarde</vet></al><al>Een houtopstand kan ook negatieve waarde op zijn omgeving hebben in de vorm
                    van:</al><al><cursief>Stormgevoeligheid</cursief></al><al><cursief>Besmettelijke ziekte</cursief></al><al><cursief>Slechte conditie, slechte vitaliteit Gevaarzetting</cursief></al><al/><al>Stormgevoelige bomen zijn bomen, die door een instabiel wortelgestel en/of
                    kwetsbare kroon bij harde wind gevaar opleveren. Voor besmettelijke ziekte is de
                    toewijzing op basis van de Plantenziektenkundewet bepalend. Slechte conditie en
                    slechte vitaliteit en worden in het gemeentelijke beheersysteem vastgelegd.
                    Kwijnende bomen zonder toekomst kennen een minderwaarde. Dit geldt ook voor dode
                    bomen.</al><al>Van gevaarzetting is sprake wanneer bijvoorbeeld uit de periodieke controles
                    wordt geconstateerd dat een boom een gevaar is voor de directe omgeving en dat
                    handhaven zonder aanpassingen niet verantwoord is. De aard van de omgeving is
                    heel bepalend voor het begrip gevaarzetting. Een instabiele boom in een bos kent
                    een andere noodzaak dan een instabiele boom op een kinderspeelplaats.</al><al/><al><vet>3.8</vet><vet> Geldwaarde</vet></al><al>Soms kan het nodig zijn de waarde of schade van een houtopstand in geld uit te
                    drukken. Voor de waarde- en schadebepaling wordt in bijzondere gevallen een
                    onafhankelijke taxateur ingeschakeld.</al><al/><al><vet>3.9</vet><vet> Soorten ingrepen</vet></al><al>Handelingen, die de uiterlijke vorm van een vergunningplichtige houtopstand
                    (drastisch) veranderen en die dus de toetsing moeten doorlopen, zijn:</al><lijst><li nr="●"><al><cursief>Vormsnoei</cursief></al><al><cursief> (van vrij uitgegroeide kronen)</cursief></al></li><li nr="●"><al><cursief>Kappen</cursief></al></li><li nr="●"><al><cursief>Rooien</cursief></al></li><li nr="●"><al><cursief>Verplanten</cursief></al></li><li nr="●"><al><cursief>Het afzetten van uitgegroeide </cursief></al><al><cursief> (elzenhakhout) singels</cursief></al></li></lijst><al/><al>Vormsnoei van verwaarloosde en uitgegroeide bomen is het sterk veranderen van
                    het uiterlijk door knotten of kandelaberen. Kappen is het bovengronds omleggen
                    van de boom met achterlating van de stobbe. Bij rooien wordt het wortelgestel
                    mee verwijderd. Verplanten is het verplaatsen van de hele boom naar een andere
                    plek. </al><al/><al>Buiten de verordening valt het van jongs af aan vormsnoeien van bomen. Het
                    afzetten van bomen, het op enige decimeters omzagen van jonge bomen in
                    hakhoutbossen met de bedoeling de stobben weer te laten uitlopen, valt met de
                    nieuwe stamdikte automatisch binnen de verordening. Het dunnen van boselementen
                    en houtwallen, dat wil zeggen het verwijderen van bomen ter bevordering van het
                    voortbestaan van de overblijvende houtopstand, is vrijgesteld als de
                    dunningspbomen niet dikker zijn dan 30 cm. Zo zal in het algemeen zonder
                    procedure gedund kunnen worden. Het dunnen door kap van bomen dikker of gelijk
                    aan 30 cm is wel vergunningplichtig. </al><al/><al><vet>3.10 Toetsing en compensatie</vet></al><al>Bij een voorgenomen ingreep in een houtopstand kan stap voor stap het traject
                    aanvraag-besluit-vergunning-compensatie worden nagelopen. Hiertoe zijn in
                    bijlagen 1, 2, 3 en 4 handzame matrixen opgenomen. </al><al/><al>Eerst wordt de vraag beantwoord, of voor een voorgenomen handeling wel of geen
                    aanvraag nodig is. Is geen aanvraag vereist, dan kan zonder meer gekapt, gerooid
                    of verplant worden. </al><al/><al>Is een aanvraag wel vereist, dan kan via een toetsing worden bepaald, of men in
                    beginsel wel of niet voor een vergunning in aanmerking komt. Is een vergunning
                    mogelijk, dan kan worden afgewogen, of de ingreep een vergunning rechtvaardigt.
                    Wordt er een vergunning toegekend, dan kan worden afgelezen, in welke vorm
                    compensatie dient plaats te vinden. </al><al/><al>Op basis van het toetsingstraject wordt in ieder geval over iedere boom goed
                    nagedacht. Eigenaren en belanghebbenden kunnen bezwaar maken tegen een weigering
                    van de aanvraag of toekenning van de vergunning. Over een zware beslissing wordt
                    zonodig vooraf overlegd. </al><al/><al>De toetsing vindt plaats door op basis van de objectbeschrijving per soort
                    houtopstand een aantal diagrammen door te lopen. De matrixen bestaan uit
                    een:</al><lijst><li nr="●"><al><cursief>Beschrijvingsmatrix houtopstand</cursief></al></li><li nr="●"><al><cursief>Basisdiagram</cursief></al></li><li nr="●"><al><cursief>Afwegingsdiagram</cursief></al></li><li nr="●"><al><cursief>Compensatiediagram</cursief></al></li></lijst><al/><al><vet>3.11</vet><vet> Beschrijvingsmatrix houtopstand</vet></al><al>In dit schema worden alle relevante basisgegevens van de houtopstand genoteerd
                    en wel:</al><lijst><li nr="●"><al>Verschijningsvorm met soorten en maten</al></li><li nr="●"><al>Basiswaarde</al></li><li nr="●"><al>Meerwaarde</al></li><li nr="●"><al>Minderwaarde</al></li><li nr="●"><al>Geldwaarde</al><al/></li></lijst><al>Met deze basisgegevens kan vervolgens de toetsing worden nagelopen.</al><al/><al><vet>3.12</vet><vet> Basisdiagram</vet></al><al>In het basisdiagram vindt per houtopstand de eerste selectie plaats. De
                    basisvraag is, of het gaat het om:</al><lijst><li nr="●"><al>Buitengebied of bebouwde kom</al></li><li nr="●"><al>Oppervlakte bos(je) meer of minder dan 10 are</al></li><li nr="●"><al>Lengte bomenrij meer of minder dan 20 stuks</al></li><li nr="●"><al>Bebouwde kavel kleiner of gelijk en groter dan 300 m2</al></li><li nr="●"><al>Stamdiameter boom kleiner of gelijk dan wel groter dan 30 cm
                            (particulier) of 20 cm (gemeente) </al></li></lijst><al/><al>In verband met de Boswet is voor natuurlijk bos en bomenrij het onderscheid in
                    buitengebied of bebouwde kom van belang. De Boswet is van toepassing in het
                    buitengebied voor bos van 10 are of meer en voor een bomenrij van minimaal 20
                    exemplaren. Een gemeentelijke aanvraag is niet nodig. Voor bosjes van 10 are of
                    minder of een rij met minder dan 20 bomen is wel een gemeentelijke aanvraag
                    nodig.</al><al/><al>Voor bomenrij, bomengroep en vrijstaande boom zijn in deze verordening de
                    volgende ondergrenzen gesteld: voor het kappen van bomen op een bebouwde kavel
                    kleiner dan 300 m2 is geen aanvraag nodig. Bomen op grotere kavels en bomen op
                    gemeente grond zijn vergunningplichtig bij een stamdiameter van 30 cm of meer. </al><al/><al><vet>3.13</vet><vet> Afwegingsdiagram</vet></al><al>Afweging vindt plaats volgens de afwegingsdiagrammen.</al><al/><al>Bij natuurlijk bos, bosje en houtwal is de mate van vervangbaarheid volgens het
                    Provinciale compensatiebeginsel een afwegingscriterium. </al><al>Er zijn vier klassen:</al><lijst><li nr="●"><al>Zeer moeilijk vervangbaar (minimaal 100 jaar) B+++</al></li><li nr="●"><al>Moeilijk vervangbaar ( 25 tot 100 jaar) B++</al></li><li nr="●"><al>Vervangbaar (jonger dan 25 jaar) B+</al></li><li nr="●"><al>Aftakelend B-</al></li></lijst><al/><al>Bij bomenrij, boomgroep en alleenstaande boom vindt afweging plaats op basis van
                    de eigen basiswaarde van de houtopstand met eventuele meer- of
                    minderwaarde.</al><al>De basiswaarde bestaat uit vijf categorieën;</al><lijst><li nr="●"><al>Bijzondere basiswaarde B+++</al></li><li nr="●"><al>Zeer goede basiswaarde B++</al></li><li nr="●"><al>Goede (gemiddelde) basiswaarde B+</al></li><li nr="●"><al>Matige basiswaarde B+/-</al></li><li nr="●"><al>Slechte basiswaarde B-</al><al/></li></lijst><al>De eigen basiswaarde van een houtopstand kan verhoogd worden als deze een of
                    meer omgevingswaarden heeft. Basiswaarde B+ kan zo B++ worden. Meerwaarden,
                    zoals omschreven in hoofdstuk 2.4, zijn:</al><lijst><li nr="●"><al>Landschaps- en stadswaarde LS+</al></li><li nr="●"><al>Natuur- en recreatiewaarde NR+</al><al/></li></lijst><al>Omgekeerd kan een houtopstand bij negatieve (omgevings)factoren in waarde
                    afnemen. Minderwaarden, zoals verwoord in hoofdstuk 2.5, kunnen zijn:</al><lijst><li nr="●"><al>Stormgevoeligheid S-</al></li><li nr="●"><al>Besmettelijke ziekte Z-</al></li></lijst><al/><al>De waarde van een houtopstand met B+ kan door een meerwaarde oplopen tot B++.
                    Een stormgevoelige bijzondere boom kan van B+++ naar B- zakken.</al><al/><al>De resultante van de basiswaarde en de meer- of minderwaarde is de:</al><al/><al><cursief>Toetsingswaarde</cursief></al><al>De uiteindelijk vastgestelde toetsingswaarde van de houtopstand wordt afgewogen
                    tegen de voorgenomen handeling. Zeer moeilijk vervangbare bossen, bijzondere
                    bomen en zeer goede bomen met meerwaarde ( B+++) komen in beginsel niet in
                    aanmerking voor een kapvergunning. Houtopstanden met een ++ en met een + gaan
                    respectievelijke een zwaar en licht afwegingstraject in. Dit kan al dan niet tot
                    een vergunning leiden. Houtopstanden met een +/- en een - komen in beginsel in
                    aanmerking voor een kapvergunning. </al><al/><al>In ieder geval wordt met deze methodiek over iedere houtopstand goed nagedacht.
                    De beslissingsmogelijkheden worden dus:</al><al/><al><cursief>Geen vergunning</cursief></al><al><cursief>Vergunning</cursief></al><al/><al>Als bomen, waarvoor vergunning is verstrekt, gemakkelijk kunnen worden verplant,
                    wordt dit overwogen. In het algemeen is het verplanten van bomen een tijdrovend
                    en duur proces; het planten van grote bomen van de kwekerij is veel goedkoper en
                    biedt meer kans op succes. </al><al/><al>Bij verwijdering van de houtopstand is altijd compensatie vereist. </al><al/><al><vet>3.14</vet><vet> Compensatiediagram</vet></al><al>Kap dient bijna altijd gecompenseerd te worden; uitgezonderd is dunnen voor
                    onderhoud van bossen en houtwallen. Een matige of slechte boom B+/- en B- wordt
                    alleen gecompenseerd als er sprake is van meerwaarde.</al><al/><al>Compensatie van houtopstanden dient in dezelfde of hogere categorie als de
                    oorspronkelijke opstand plaats te vinden. De hoogte van de compensatie hangt af
                    van de hoogst vastgestelde pluswaarde van de houtopstand. Een zieke monumentale
                    boom met B- wordt dus vervangen op basis van zijn oorspronkelijke waarde B+++.
                    Deze waarde is de:</al><al/><al><cursief>Compensatiewaarde</cursief></al><al/><al>Bij natuurlijk bos en bosje vindt altijd extra herplant in oppervlakte plaats.
                    Hierbij zijn de normen van het Provinciale compensatiebeginsel gehanteerd. De
                    vermenigvuldigingsfactor van bos hangt af van de vervangbaarheidsgraad en de
                    situering van de compensatie ten opzichte van de Provinciaal Ecologische
                    Hoofdstructuur (PEHS). Zo geldt voor moeilijk vervangbaar bos een
                    compensatienorm van 1,3 x bij herplant in de PEHS. Buiten de structuren van de
                    PEHS moet meer herplant worden en wel 1,7 X de oorspronkelijke oppervlakte. </al><al/><al>Voor een bosje of houtwal is naast de mate van vervangbaarheid en de
                    waarderingligging in het Groenbeleidsplan 2008-2020 en de doelen in de Groene
                    Poort bepalend. Voor een vervangbare houtwal geldt een compensatieplicht van 1,1
                    x binnen het GGP en 1,3 x buiten het GGP. </al><al/><al>Voor natuurlijk bos, bosje en houtwal zijn drie herplantmogelijkheden:</al><lijst><li nr="●"><al>Compensatie 1,7 x de oorspronkelijke oppervlakte bos(je) of lengte
                            houtwal</al></li><li nr="●"><al>Compensatie 1,3 x de oorspronkelijke oppervlakte bos(je) of lengte
                            houtwal</al></li><li nr="●"><al>Compensatie 1,1 x de oorspronkelijke oppervlakte bos(je) of lengte
                            houtwal</al></li></lijst><al/><al>Een bomenrij, boomgroep en alleenstaande boom wordt in aantallen gecompenseerd.
                    De te herplanten aantallen hangen af van de stamdiameter en de compensatiewaarde
                    van de oorspronkelijke boom en de maat van de nieuwe boom. Voor een gemiddelde
                    boom (B+) wordt de volgende reeks gehanteerd:</al><lijst><li nr="●"><al>Stamdiameter (20)30-60 cm: 2 nieuwe bomen standaardmaat 16/18/20</al></li><li nr="●"><al>Stamdiameter 60-90 cm: 3 nieuwe bomen standaardmaat 16/18/20</al></li><li nr="●"><al>Stamdiameter &gt;90 cm: 4 nieuwe bomen standaardmaat 16/18/20</al></li></lijst><al/><al>een B++ boom wordt met 1 boom extra gecompenseerd en een B+++ boom met 2
                    exemplaren.</al><al/><al>Het compensatiesysteem is flexibel. Er kan ook een grotere maat herplant worden.
                    Bij iedere groter maat neemt het aantal te compenseren bomen evenredig af. Zo is
                    uitwisseling mogelijk. Voorbeeld: voor een gekapte boom B++ met stamdiameter
                    60-90 cm kunnen geplant worden:</al><lijst><li nr="●"><al>4 bomen maat 18/20</al></li><li nr="●"><al>3 bomen maat 20/25 </al></li><li nr="●"><al>2 bomen maat 25/30</al></li><li nr="●"><al>1 boom maat 30/35 </al></li></lijst><al/><al>Een bijzondere boom wordt altijd met de extra grote maat van 45/50
                    gecompenseerd.</al><al/><al>Compensatie van houtopstanden kan plaatsvinden in de vorm van:</al><lijst><li nr="§"><al>Directe herplant </al></li><li nr="§"><al>Storting in Compensatiefonds</al></li></lijst><al/><al>Compensatie dient eerst op het terrein of in de directe omgeving ervan gezocht
                    te worden. Is hier geen ruimte, dan kan elders gecompenseerd worden, bij
                    voorkeur in de hoofdgroenstructuur van het gemeentelijk Groenbeleidsplan of
                    binnen de aandachtsgebieden van de Groene Poort. </al><al>Bij compensatie hoort een instandhoudingsplicht. Vandaar dat compensatiegroen in
                    het gemeentelijk boombeheersysteem wordt gemarkeerd. </al><al>Is er geen locatie voor een te kappen bosje, houtwal, bomenrij, bomengroep of
                    vrijstaande boom te vinden, dan wordt er geld in een compensatiefonds gestort.
                    De hoogte van het bedrag is de aanschafprijs met plantkosten. Dit geld dient
                    altijd aan groen en/of natuur te worden besteed. Budgethouder van het
                    Compensatiefonds is Wijkzaken (coördinator Groen). Bos dient altijd in natura
                    herplant te worden; geldelijke compensatie voor bos is niet mogelijk. De
                    zoekvolgorde voor compensatie is dus:</al><lijst><li nr="●"><al>Op dezelfde locatie</al></li><li nr="●"><al>In de directe omgeving</al></li><li nr="●"><al>In dezelfde wijk of landschapstype</al></li><li nr="●"><al>In een andere wijk of landschapstype</al></li><li nr="●"><al>Buiten de gemeente (geldt alleen voor bos)</al></li><li nr="●"><al>Stort bedrag nieuwwaarde bomen met plantkosten in het Compensatiefonds
                            (geldt niet voor bos)</al></li></lijst><al/><al/><al/><al><vet>INTERMEZZO</vet></al><al>VOGELS KUNNEN NIET ZONDER (GROTE) BOMEN</al><al>Voor veel vogelsoorten zijn bomen en struiken van levensbelang. Opgaande
                    beplanting biedt voedsel en nestgelegenheid, maar ook rustplaatsen,
                    schuilplekken en zangposten. Omgekeerd dragen vogels bij aan de verspreiding van
                    plantenzaden. Bomen, struiken en vogels vormen een ingewikkeld netwerk van
                    relatiepatronen. </al><al/><al>De wet van de ruimtelijke scheiding</al><al>Dieren proberen van nature ruimtelijk zo gescheiden mogelijk te leven. Aldus kan
                    onderlinge (voedsel)-concurrentie worden vermeden. Iedere vogelsoort heeft zijn
                    eigen leefplek: de <cursief>Tjiftjaf</cursief> zoekt zijn voedsel in de kruin
                    van een boom, de <cursief>Boomklever</cursief> op de stam en dikke ondertakken.
                    Grote bomen zijn vogelwerelden op zich. Door hun formaat zijn er voor veel
                    soorten boomvogels voedsel- en nestelplekken te vinden en kan voldaan worden aan
                    de wet van de ruimtelijke scheiding. Vooral volgroeide <cursief>Eiken</cursief>
                    trekken veel vogels.</al><al/><al>De Twentse eik, een echte vogelboom</al><al>De <cursief>Eik</cursief> is niet alleen een markante boom, maar ook een
                    vogelboom bij uitstek. Een volwassen <cursief>Eik</cursief> met zijn grillige
                    kroon, noestige takken en diepgegroefde stam biedt volop ruimtelijke variatie,
                    voedsel en nestgelegenheid. Zo'n 50 vogelsoorten hebben iets met de
                        <cursief>Eik</cursief>. </al><al>In de ruwe schors, maar ook op de takken, twijgen en bladeren huizen veel
                    ongewervelde dieren en insecten. Hier komen onder meer
                        <cursief>Spechten</cursief>, <cursief>Mezen</cursief> en
                        <cursief>Fluiters</cursief> op af. De eikel wordt door veel vogels gegeten,
                    zoals de <cursief>Grote bonte specht</cursief> en <cursief>Kauw</cursief>.</al><al>De <cursief>Eik </cursief>biedt vele mogelijkheden om te nestelen. De grillige
                    vertakking en ruwe schors geven goed houvast aan allerhande nestmateriaal als
                    takken, twijgen en spinrag voor bijvoorbeeld <cursief>Buizerd</cursief>,
                        <cursief>Houtduif</cursief> en <cursief>Staartmees</cursief>. En holten, al
                    dan niet zelf gehakt, bieden onderdak aan holenbroeders als <cursief>Bonte
                        specht en Bosuil</cursief>. </al><al/><al>Meer vogels in afwisselend bos</al><al>Door bij de aanleg van (compensatie)bos uit te gaan van de leefvoorwaarden van
                    de <cursief>Grote bonte specht</cursief>, Fluiter en <cursief>Fitis</cursief>
                    ontstaat een gevarieerd bos met bomen, struiken en kruiden en een afwisseling in
                    oud-jong, hoog-laag, open-dicht, vochtig-droog, donker-licht en levend-dood
                    hout. </al><al>De <cursief>Grote bonte specht</cursief> is een typische bosvogel, die volledig
                    aangepast is het klimmen langs stammen. Spechten zijn holenbroeders, die zelf
                    hun hol kunnen hakken. <cursief>Ze</cursief> zoeken hun voedsel vooral in dood
                    en stervend hout. De <cursief>Fluiter</cursief> is een vogel van hoogopgaande
                    bossen. Het nest daarentegen bevindt zich op beschutte plekjes op de grond. De
                        <cursief>Fitis</cursief> leeft in meer open bossen met een niet te dichte
                    ondergroei. De <cursief>Fitis</cursief> foerageert uitsluitend in de kruid- en
                    struiklaag en is een bodembroeder bij open plekken. </al><al/><al>Groen als bindend element</al><al>Bosjes, boomgroepen, bomenrijen en houtwallen in de stad vormen leefplekken voor
                    vogels. Door samenhang in de stedelijke boom- en struikbeplanting te brengen
                    ontstaan trekroutes. Vooral grote bomen, waarvan de kronen boven de bebouwing
                    uitsteken, vormen samen een belangrijke vogellaag op niveau. Immers vogels laten
                    zich tijdens hun trek door de stad sterk door hun zicht leiden. Om de stedelijke
                    natuurétage zo sterk mogelijk te maken, moeten gemeentegrond en particuliere
                    tuin elkaar versterken. Bomen en struiken in parken, straten en tuinen vormen
                    dan samen de basis voor de stedelijke vogelnatuur, die in de bebouwde kommen van
                    de gemeente Borne circa 150 soorten omvat.</al><al/><al><vet>4 PLAN VAN UITVOERING</vet></al><al>BIJZONDERE BOMEN</al><al> Dit plan van uitvoering omvat een systematiek om bijzondere bomen in een
                    dynamische omgeving duurzaam te kunnen beschermen.</al><al/><al><vet>4.1 </vet><vet> Doel nota</vet></al><al>Centraal in deze nota staat het duurzaam handhaven en beschermen van bijzondere
                    bomen en boomstructuren in het stedelijk en landelijk gebied van de gemeente
                    Borne. In beginsel kunnen bijzondere bomen of bomen in beschermde groenzones
                    niet gekapt worden; alleen bij ziekte, gevaar of op basis van zeer zwaarwegende
                    argumenten kan hiervan met toestemming van het College van Burgemeester en
                    Wethouders worden afgeweken. </al><al/><al><vet>4.2 Basisvoorwaarden</vet></al><al>Registratie van bomen vindt alleen plaats, wanneer een boom een serieuze
                    toekomst heeft. Er moet aan een aantal basisvoorwaarden worden voldaan.</al><al/><al>● Natuurlijke of cultuurlijke kroonvorm</al><al>De kroon van de boom dient vrij uit te groeien overeenkomstig zijn natuurlijke
                    habitus zonder opvallende uiterlijke onregelmatigheden. Cultuurlijke vormbomen
                    dienen een passende snoeivorm te hebben. </al><al/><al>● Goede vitaliteit</al><al>De boom dient in goede conditie te zijn, waarbij verval niet binnen 10 jaar te
                    verwachten is. </al><al/><al>● Voldoende groeiruimte</al><al>Er moet onder- en bovengronds zoveel groeiruimte zijn, dat de boom zijn volle
                    wasdom kan bereiken. De boom moet voldoende water, zuurstof en voedingsstoffen
                    ter beschikking hebben. De stabiliteit moet gegarandeerd zijn. </al><al/><al>● Beeldbepalende standplaats</al><al>De bijzondere boom moet bijvoorkeur op een belevingsvolle plek staan,
                    bijvoorbeeld op een kruispunt, in een fraaie ruimte, in een zichtlijn of bij een
                    monumentaal gebouw. Het criterium zichtbaar vanaf de openbare ruimte is
                    belangrijk maar gaat afhankelijk van de unieke waarde van de boom niet altijd
                    op.</al><al/><al><vet>4.3</vet><vet> Soorten bijzondere bomen</vet></al><al>Dit deel gaat in beginsel over bomen, die door hun verschijning en/of symboliek,
                    nu of in de toekomst, als bijzonder kunnen worden aangemerkt. Bij bijzondere
                    bomen wordt onderscheid gemaakt in:</al><lijst><li nr="●"><al><cursief>Monumentale boom</cursief></al></li><li nr="●"><al><cursief>Toekomstig monumentale boom</cursief></al></li><li nr="●"><al><cursief>Herdenkingsboom</cursief></al></li><li nr="●"><al><cursief>Dendrologisch waardevolle boom</cursief></al></li></lijst><al/><al>Een<vet> monumentale boom</vet> is een boom van minimaal 60 jaar oud, die door
                    zijn leeftijd en verschijning beeldbepalend en onvervangbaar voor het karakter
                    van de omgeving is; de boom is van gemeentelijk en/of landelijk belang.</al><al/><al>Een <vet>toekomstige monumentale boom</vet> is een boom, die geplant is om later
                    uit te groeien tot een monumentale boom, zoals hiervoor omschreven. </al><al/><al>Een <vet>herdenkingsboom</vet> is een boom met een speciale betekenis. Dit kan
                    een Oranjeboom zijn ter ere van een geboorte, huwelijk of kroning van een prins
                    of prinses; of een boom ter nagedachtenis aan een zeer gedenkwaardige
                    gebeurtenis, bijvoorbeeld in de oorlog. Herdenkingsbomen zijn meestal herkenbaar
                    aan een sierhek en/of plaatje met inscriptie. </al><al/><al>Een <vet>dendrologisch waardevolle boom</vet> is een boom, die vanwege soort en
                    variëteit in combinatie met grootte, leeftijd en/of zeldzaamheid grote waarde
                    heeft. Dit kan landelijk, regionaal, maar ook plaatselijk zijn.</al><al/><al/><al><vet>Overzichtslijst bijzondere bomen</vet></al><al>Het College van Burgemeester en Wethouders stelt de bomen vast, die als
                    bijzonder worden aangemerkt; deze bijzondere bomen worden op een lijst
                    geregistreerd. Deze Overzichtslijst bijzondere bomen is onderdeel van de
                    Bomenverordening. In de lijst wordt onderscheid gemaakt tussen gemeentelijke en
                    een particuliere bomen. Met de particuliere eigenaren worden in een Convenant
                    Bijzondere bomen afspraken gemaakt over de instandhouding en het onderhoud van
                    hun boom (zie bijlage 6). </al><al/><al>Per boom worden status, standplaats, eigenaar, kenmerken en groeiplaats op een
                    uitgebreid registratieformulier vastgelegd (zie beschrijving bijlage 5). Tevens
                    wordt genoteerd, of de boom elders speciaal geregistreerd staat, bijvoorbeeld in
                    de nationale bomenmonumentenlijst. Tenslotte volgt een nadere beschrijving van
                    de boom met reden van registratie. Ter illustratie is een locatietekening en één
                    of meer foto’s bijgevoegd. </al><al>De Bijzondere bomenlijst van deze nota wordt jaarlijks door de Bomencommissie
                    geactualiseerd. Bijzondere bomen, die sterk aan vitaliteit ingeboet hebben,
                    worden van </al><al>de lijst verwijderd en herdenkings- en/of dendrologische bomen kunnen worden
                    toegevoegd.</al><al/><al><vet>4.4</vet><vet> Bescherming bijzondere</vet><vet> bomen</vet></al><al>Bomen die op de Bijzondere bomenlijst staan genieten een speciale
                    beschermingsstatus. De kans, dat waardevolle bomen omgezaagd worden, is klein.
                    Veel groter is het risico van sluipenderwijs afsterven door ingrepen in de buurt
                    van de standplaats. Bij plannen en werken dient het belang van de bijzondere
                    boom zwaar te wegen. </al><al>Om bomen en groeiplaats bij ingrepen bij de stam te beschermen dienen in ieder
                    geval tien basisregels in acht genomen te worden. Van de basisregels mag alleen
                    afgeweken worden, als kan worden aangetoond, dat de handeling geen nadelige
                    gevolgen voor boom en groeiplaats veroorzaakt. De tien geboden zijn als bijlage
                    3 opgenomen. In het algemeen dienen wortels, stam en kroon beschermd te worden;
                    de groeiplaats dient intact te blijven; afgraven, ophogen en verharden is uit
                    den boze; en de grondwaterstand moet gelijk blijven. </al><al/><al><vet>4.5 Meldingsplicht werken</vet></al><al>Bij werken bij een bijzondere boom dient aangetoond te worden, dat de te
                    beschermen boom en groeiplaats geen schade van de voorgenomen ingrepen
                    ondervinden. hiertoe dient de initiatiefnemer van het werk via een formulier
                    allereerst eenmelding van het werk bij de Bomencommissie te doen (Zie
                    bijlage 7). Krijgt het traject een vervolg, dan kan de commissie om een Boom
                    Effect Analyse (BEA) vragen. </al><al/><al/><al><vet>4.6 Bomen Effect Analyse (BEA) </vet></al><al>De Boomeffect Analyse is een hulpmiddel om aan te tonen, dat een werk of ingreep
                    geen gevolgen voor de te beschermen boom heeft. Het kan zijn, dat hierbij
                    alternatieve oplossingen worden ingezet, die in tegenstelling tot de
                    oorspronkelijke ingreep niet ongunstig voor de boom en groeiplaats zijn. In
                    positieve zin kan de analyse ook maatregelen in beeld brengen, die tot
                    verbetering van de boom of groeiplaats leiden. De BEA dient door de
                    Bomencommissie schriftelijk te worden goedgekeurd op het formulier Besluit Boom
                    Effect Analyse (zie bijlage 8).</al><al/><al>Werkzaamheden in de directe groeiplaats, die BEA-plichtig zijn, betreffen:</al><lijst><li nr="-"><al>wijziging van de maaiveldhoogte door afgraven, ophogen en uitwisselen
                            van grond;</al></li><li nr="-"><al>grondbewerking als ploegen of andere bodembewerking;</al></li><li nr="-"><al>verdichting en verharding van de bodem; </al></li><li nr="-"><al>aanleg van kabels, leidingen en riolen;</al></li><li nr="-"><al>opslag van grond, grondstoffen, bouwmaterialen en afvalstoffen;</al></li><li nr="-"><al>lozen van vloeistoffen op en in de bodem;</al></li><li nr="-"><al>plaatsing van keten, toiletten, betonmolens, voertuigen, machines of
                            tijdelijke bouwwerken;</al></li><li nr="-"><al>heiwerk;</al></li><li nr="-"><al>sloop van gebouwen of andere bouwwerken met machines;</al></li><li nr="-"><al>andere werkzaamheden die van invloed zijn op de groeiplaats van de
                            boom.</al></li></lijst><al/><al>Waterhuishoudkundige ingrepen binnen 100 meter van de groeiplaats, die
                    BEA-plichtig zijn: </al><al>-wijziging van de grondwaterstand door pompen of bronbemaling of op een andere
                    manier veranderen van de waterhuishouding.</al><al/><al>Het onderzoek kan tot de volgende resultaten leiden:</al><lijst><li nr="·"><al>De beschermwaardige boom kan zonder aanvullende maatregelen in zijn
                            huidig verschijningsvorm en op zijn huidige standplaats duurzaam
                            behouden blijven.</al></li><li nr="·"><al>Om de boom duurzaam te laten voortbestaan zijn bij de voorbereiding en
                            uitvoering van werkzaamheden aanvullende boombeschermende maatregelen
                            nodig.</al></li><li nr="·"><al>Met het uitvoeren van het plan kan met stimulerende maatregelen en/of
                            voorzieningen de groeiplaats van de boom zelfs worden verbeterd.</al></li><li nr="·"><al>Door het plan of werk kan de boom niet duurzaam in stand gehouden
                            worden, derhalve zal een keus gemaakt moeten worden.</al></li></lijst><al/><al>Het kan zijn, dat er nog nader onderzoek moet worden verricht. Bij
                    planwijzigingen dient altijd terugkoppeling plaats te vinden.</al><al/><al><vet>Controle</vet></al><al>De toezichthouder dient in iedere fase van de werkzaamheden de belangen van de
                    beschermde boom te behartigen; hij is bevoegd terreinen en gebouwen te betreden.
                    Bij kleine reguliere werkzaamheden in de bestaande stad houdt de Sector
                    Wijkzaken toezicht, bij nieuwe werken controleert de Afdeling Wegen, Groen en
                    Water van de Sector Stedelijke Plannen en Projecten. Knelpunten bij het
                    uitvoeren van de tien geboden dienen altijd met de boom-beheerder of vakkundige
                    boomverzorger te worden overlegd. </al><al/><al/><al><vet>4.7</vet><vet> Organisatie lijst bijzondere bomen</vet></al><al/><al>● Voordracht bijzondere bomen</al><al>Iedereen kan bomen aandragen voor de bijzondere bomenlijst; hierbij dient ook
                    gedacht te worden aan toekomstige bijzondere bomen. Ook kunnen bomen ingebracht
                    worden die juist van de lijst geschrapt dienen te worden, bijvoorbeeld vanwege
                    sterk afnemende vitaliteit. </al><al/><al>● Opstellen en vaststellen lijst </al><al>Een door het College van Burgemeester en Wethouders benoemde Bomencommissie
                    toetst alle voorstellen en stelt op basis van de gestelde criteria de lijst met
                    bijzondere bomen op. Het College stelt de lijst vast. </al><al/><al>De bomencommissie bestaat uit de:</al><lijst><li nr="-"><al>Uitvoerder groenvoorzieningen.</al></li><li nr="-"><al>Boomtechnisch medewerker.</al></li><li nr="-"><al>Medewerker cultuurtechniek beleid en beheer. </al></li></lijst><al/><al>In bijzondere gevallen aangevuld met een:</al><lijst><li nr="-"><al>-onafhankelijke bomentaxateur of boomverzorger.</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>vertegenwoordiger van de Milieuraad.</al></li></lijst><al/><al>● Vastleggen particuliere bomen</al><al>Particuliere bijzondere bomen worden zoveel mogelijk geregistreerd. De formele
                    registratie kan alleen met schriftelijke toestemming van de eigenaar worden
                    uitgevoerd. De eigenaar verplicht zich om de boom op zijn perceel goed te
                    beschermen. Bij bijzondere bomen die op een uitzonderlijke manier deel uitmaken
                    van de openbare ruimte, kan de gemeente onder voorwaarden een bijdrage leveren
                    in het onderhoud. Dit onderhoud kan worden gefinancierd met de inkomsten uit het
                    bomenfonds. Dit is een tegemoetkoming aan de eigenaar en garandeert het juiste
                    onderhoud van de betreffende bomen. De particuliere bomen, die als uitzonderlijk
                    worden aangemerkt, worden opgenomen in het gemeentelijk VTA-controle, zodat de
                    ontwikkeling gevolgd kan worden. Het vaststellen van de startlijst met
                    bijzondere particuliere bomen vraagt het nodige overleg en voorwerk en vindt
                    plaats bij de eerste actualisatie. </al><al/><al>● Actualiseren lijst </al><al>De commissie stelt ieder najaar de lijst zonodig bij. Gemotiveerde nieuwe
                    aanvragen en verzoeken tot verwijdering worden hierbij meegenomen. Een
                    geactualiseerde lijst wordt door het College vastgesteld.</al><al>§Registreren lijst </al><al>De lijst met bijzondere bomen wordt bijgehouden in het gemeentelijk
                    beheersysteem.</al><al/><al>● Beheer en onderhoud</al><al>Alle gemeentelijke bomen staan in het Bomenbeheersysteem. Ook particuliere
                    bijzondere bomen worden hierin opgenomen. Dit wordt contractueel met de
                    eigenaren vastgelegd. Door opname in het beheersysteem wordt gegarandeerd, dat
                    aan bijzondere bomen tijdig onderhoud wordt gepleegd; dit komt de vitaliteit en
                    levensduur, maar ook het aanzien, van de bijzondere boom ten goede. De kosten
                    van het onderhoud van bijzondere bomen wordt opgenomen in de onderhoudsbudgetten
                    via de standaardsystematiek van areaaluitbreiding.</al><al/><al>● Visuele controle en onderzoek vitaliteit</al><al>Ten behoeve van de actualisatie vindt periodiek door de productgroep beheer
                    grondgebied een visuele boominspectie plaats. Zonodig wordt door de gemeente een
                    nader vitaliteitsonderzoek verricht. </al><al/><al>● Toetsing en handhaving kleine werken en incidenten </al><al>Bomen kunnen ook door kleine werken en onverwachte handelingen bedreigd worden.
                    Medewerkers van de gemeente kunnen in het lopende werk verboden handelingen
                    signaleren. Bewoners kunnen ongeregeldheden bij bijzondere bomen aan het
                    meldpunt van de gemeente doorgeven. Onverwachte ingrepen of handelingen, die de
                    bijzondere boom te na komen, worden door de handhavers van de afdeling
                    Grondgebied afgehandeld. </al><al/><al>● Toetsing Boom Effect Analyse </al><al>Bij planmatige werken in de buurt van de beschermwaardige boom dient door
                    degene, die de handeling wil verrichten, vooraf een Boom Effect Analyse (BEA) te
                    worden opgesteld. Duidelijk gemaakt dient te worden, dat de boom geen nadelige
                    gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden ondervindt. Het kan zijn, dat hiertoe
                    bijzondere maatregelen genomen moeten worden. Deze Boom Effect Analyse, wordt
                    door de productgroep beheer grondgebied getoetst. Zonodig worden vooraf door de
                    gemeente voorwaarden aan de Boom Effect Analyse gesteld. Een BEA moet door de
                    Bomencommissie worden goedgekeurd.</al><al/><al>● Toetsing planvorming</al><al>Bij nieuwe stedenbouwkundige plannen dient de ontwerper rekening te houden met
                    bijzondere bomen. </al><al/><al>● Overtreding</al><al>Bij het door moedwilligheid of door onzorgvuldigheid beschadigen of laten
                    doodgaan van bijzondere bomen wordt de schade door een erkende boomtaxateur
                    bepaald en bij de veroorzaker in rekening gebracht. </al><al/><al/><al/><al><vet>4.8 Flora en Fauna wet</vet></al><al>De Flora en Faunawet is in veel gevallen van invloed op het uitvoeren van de
                    kapvergunning.</al><al>De op 1 april 2002 van kracht geworden Flora en Faunawet is een bundeling van
                    Vogelwet, de Jachtwet en een gedeelte van de Natuurbeschermingswet. De Flora en
                    Fauna Wet stelt verregaande voorwaarden aan het uitvoeren van werkzaamheden in
                    het groen in het algemeen en aan het gebruik maken van kapvergunningen in heb
                    bijzonder. Wanneer een eigenaar in het bezit is van een kapvergunning kan de
                    Flora en Fauna Wet het daadwerkelijke kappen alsnog beletten. </al><al>Artikel 2 van de Flora en Fauna wet stelt; “Eénieder neemt voldoende zorg in
                    acht voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe
                    leefomgeving. Deze zorg houdt in ieder geval in dat éénieder die weet of
                    redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen
                    voor flora en fauna worden veroorzaakt. Verplicht is dergelijk handelen
                    achterwege te laten voorzover zulks in redelijkheid kan worden gevergd teneinde
                    die gevolgen te voorkomen of, voorzover die gevolgen niet kunnen worden
                    voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”</al><al>Voor het uitvoeren van de kapvergunning zijn verder de verboden in artikel 8 tot
                    en met artikel 12 van belang. </al><al>Bij iedere kapvergunning is met name de inhoud van artikel 12 van belang. Dit
                    artikel stelt; “Het is verboden eieren van dieren, behorende tot een beschermde
                    inheemse diersoort, te zoeken, te rapen, uit het nest te nemen, te beschadigen
                    of te vernielen.”</al><al>Het feit dat <vet>alle</vet> vogels beschermd zijn en het feit dat broedende
                    vogels bij de uitvoering van een kapvergunning niet gestoord mogen worden heeft
                    grote gevolgen voor het tijdstip waarop gekapt mag worden. </al><al>De term “broedseizoen” kennen we in de Flora en Faunawet niet. Hiervoor is het
                    veel bredere begrip “verstoring” op genomen. Wanneer het uitvoeren van de
                    kapvergunning een conflict oplevert met de Flora en Faunawet dan dient ook een
                    ontheffing voor de Flora en Faunawet te worden aangevraagd.</al><al>Op 22 februari 2005 is de Flora en Faunawet door een Algemene Maatregel van
                    Bestuur (Art. 75 van de Flora en Faunawet) aangepast. Hierin wordt gesteld dat
                    in het geval van bestendig beheer en onderhoud, bestendig gebruik of ruimtelijke
                    ontwikkeling en inrichting, in veel gevallen een vrijstelling van ontheffing
                    geldt. Dit met uitzondering van de streng beschermde soorten. </al><al>Werkzaamheden door bedrijven en gemeente dienen dus volgens een branche gerichte
                    goedgekeurde gedragscode te worden uitgevoerd. </al><al>Wanneer het gebruikmaken van de kapvergunning andere dan hierboven genoemde
                    werkzaamheden opleveren dan moet er een ontheffing voor de Flora en Faunawet
                    worden aangevraagd. Doorgaans is dit de zgn. lichte toets. Bij kap of
                    rooiwerkzaamheden waarbij het biotoop van planten of dieren verdwijnt is een
                    ontheffing voor de Flora en Faunawet nodig.</al><al/><al>Ontheffingsaanvragen voor de Flora en Faunawet zijn lange en vaak gecompliceerde
                    procedure(s). Projecten en grootschalige werken die vaak onder tijdsdruk worden
                    uitgevoerd dienen hier rekening mee te houden.</al><al/><al><vet>4.9</vet><vet> Communicatie</vet></al><al>De nota wordt na vaststelling breed uitgedragen, zowel in- als extern. Bij
                    vaststelling wordt een persbericht uitgegeven. Er komen informatiefolders en een
                    websidepagina. Bewoners worden zonodig apart geïnformeerd over bijzondere bomen
                    in de wijk. Particulieren worden erop attent gemaakt, dat markante bomen in hun
                    tuin als bijzonder kunnen worden voorgedragen. Met particuliere eigenaren van
                    bijzondere bomen worden goede afspraken gemaakt over instandhouding en
                    onderhoud. </al><al/><al/><al><vet> 5 PLAN VAN UITVOERING</vet></al><al><vet>BOUWEN BIJ BOMEN</vet></al><al/><al><vet>5.1</vet><vet> Inleiding</vet></al><al>Het plan van uitvoering omvat een stappenplan, hoe moet worden omgegaan met
                    bomen die op bouwplaatsen duurzaam moeten worden ingepast. Het beschermen van
                    een boom op een bouwplaats komt overeen met het veiligstellen van een boom, die
                    op de Bijzondere bomenlijst staat; de boom op de bouwplaats wordt als het ware
                    even “bijzonder”. In beginsel wordt dan ook dezelfde beschermingsstrategie
                    gehanteerd als bij “bijzondere bomen”. </al><al/><al><vet>5.2</vet><vet> Functioneren boom</vet></al><al>Om een boom goed te kunnen beschermen is enige kennis van de opbouw en werking
                    van een boom vereist. Een boom bestaat uit drie hoofddelen: het wortelgestel, de
                    stam en de kroon. Alle delen hebben een biologische en een stabiliserende
                    functie. </al><al/><al>De fijne haarwortels nemen vocht en minerale bouwstoffen tot zich en slaan
                    reservevoedsel op; de zware stabiliteitswortels zorgen voor verankering. De stam
                    is de transportleiding van sapstromen en de opslagplaats van zetmeel; de stam is
                    ook steunmast. De twijgen en bladeren van de kroon regelen de energieproductie;
                    de gesteltakken en takoksels van de kroon werken als paraplusteun. </al><al>De groei van een boom is afhankelijk van de fotosynthese van het blad en komt
                    dus vanuit de kroon, niet vanuit de wortels. Evenwicht tussen kroon en wortels
                    is een voorwaarde voor een duurzame instandhouding van bomen.</al><al/><al>Een boom heeft minimumwaarden, waaraan factoren als bodemverdichting,
                    zuurstoftoevoer, watervoorziening, zuurgraad, zoutbelasting en biologische
                    activiteit moeten voldoen. Deze normen zijn afhankelijk van de soort en
                    standplaats. Het risico op bouwterreinen is, dat de waarden van onbeschermde
                    bomen door directe beschadigingen en/of indirecte gevolgen door ingrepen in de
                    groeiplaats onder het minimum zakken. Hierdoor vallen biologische en
                    stabiliteitsfuncties uit. Dit kan fataal voor de boom zijn en na enige jaren
                    gevaar voor de omgeving opleveren. </al><al/><al><vet>5.3</vet><vet> Beschermwaardige bomen</vet></al><al>Voor de planvorming worden alle bomen in het plangebied geïnventariseerd en
                    gewaardeerd; dit gebeurt volgens de methodiek uit de toelichting van de
                    Bomenverordening (zie Plan van uitvoering, bomen algemeen). In het planproces
                    wordt vastgesteld, welke goede bomen het behouden waard zijn en welke slechte
                    bomen geen toekomst hebben. Bij belangenafweging binnen een project kan met
                    goede redenen besloten worden om een goede boom toch te verwijderen (waarbij
                    verplanten een optie kan zijn). Het eindresultaat is een afspraak over bomen,
                    die gehandhaafd blijven; deze worden in het plan geïntegreerd. Maar bescherming
                    op papier is niet voldoende: beschermwaardige bomen moeten ook de
                    uitvoeringsfase overleven. Maar bomen op bouwplaatsen lopen veel kans schade op
                    te lopen. </al><al/><al><vet>5.4</vet><vet> Voorkomen van boomschade </vet></al><al>Het uitvoeren van bouwwerkzaamheden kan directe en indirecte schade aan een
                    beschermingswaardige boom veroorzaken. Stam en steunwortels kunnen door machines
                    beschadigd raken. De kluit met opnamewortels kan door vergravingen te veel
                    gedecimeerd worden. Transport en opslag onder een boom kan leiden tot
                    verdichting van het maaiveld en verstikking van de boomwortels. Ook
                    bronbemalingen kunnen ernstige gevolgen hebben voor de groei van de boom. Het is
                    dus zaak om de kwetsbare zone van de boom tijdens de bouw goed te beschermen. </al><al/><al><vet>5.5 </vet><vet> Boombeschermingszone </vet></al><al>De kwetsbare zone van een boom omvat zijn kroon, stam en wortelgestel, inclusief
                    dat deel dat voor de toekomstige groei van de boom noodzakelijk is. De kwetsbare
                    zone van een boom is bij bouwprojecten tevens de boombeschermingszone. De
                    boombeschermingszone betreft niet alleen het grondvlak, maar is
                    driedimensionaal. De zone omvat ook de bovengrondse ruimte met de kroon en de
                    ondergrondse ruimte met de wortelkluit. Zo wordt voorkomen, dat kranen van
                    buitenaf takken uit de kroon breken en dat te veel grondwater wordt onttrokken. </al><al/><al>Als gangbare vuistregel geldt voor het grondvlak van de
                    boombeschermingszone:</al><al>de huidige kroonprojectie + twee meter. Voor de bouw dient deze zone met een
                    stevig hekwerk fysiek in het terrein te worden gemarkeerd. Er komt een bordje
                    met de tekst “Beschermingszone bomen, verplaatsen van bouwhek niet toegestaan”.
                    De boombeschermingszone is in feite verboden terrein. In de beschermingszone
                    blijft de bestaande situatie gehandhaafd. Er mogen in beginsel geen
                    werkzaamheden plaatsvinden; ook het opslaan van materiaal binnen de hekken is
                    verboden. Een toezichthouder let op de naleving van de beschermingsregels. </al><al/><al><vet>5.6</vet><vet> Beperkte boombescherming</vet></al><al>Soms moet noodzakelijkerwijs, in overleg met de toezichthouder, binnen de
                    boombeschermingszone gewerkt worden. Er zal dan een tijdelijke aanpassing van de
                    beschermingszone nodig zijn. Voor het onbeschermde deel gelden dan speciale
                    voorwaarden, die strikt moeten worden nageleefd (zie later). Strenge controle
                    door de toezichthouder hierop is verplicht. </al><al>Het kan zijn, dat de werkplek het plaatsen van bouwhekken niet toestaat. Dan kan
                    een afscherming van de wortelvoet of de stam overwogen worden. Er wordt dan jute
                    rond de stam gewikkeld, ribdrains met een kokosmantel erom gedraaid en
                    vervolgens planken met spandraad aangebracht. Er dienen voorzieningen te worden
                    aangebracht om verdichting te voorkomen. Aanvullende voorwaarden moeten worden
                    vastgelegd en nageleefd. Ook hier is een goede controle noodzaak.</al><al/><al><vet>5.7 </vet><vet>Stappenplan </vet></al><al>Om bomen op bouwplaatsen te beschermen wordt een stappenplan aangehouden:</al><al/><al>Vóór de werkzaamheden:</al><lijst><li nr="1."><al>Vaststellen van de boombeschermingszone van de te beschermen boom,
                            eventueel op basis van een kroon-, stam- en wortelonderzoek.</al></li><li nr="2."><al>Bepalen van het eigenlijke werk- en opslagterrein op de bouwplaats in
                            relatie tot de te beschermen boom.</al></li><li nr="3."><al>Toezichthouder met bevoegdheden benoemen, die het wel en wee rond de te
                            beschermen boom in de gaten houdt, als aanspreekpunt fungeert en zonodig
                            handelend optreedt. </al></li><li nr="4."><al>Afbakening boombeschermingszone op het bouwterrein met een hekwerk.</al></li><li nr="5."><al>Indien ingrepen in de boombeschermingszone onvermijdelijk zijn, dan
                            dient hiervoor in overleg met de toezichthouder een Boom Effect Analyse
                            (BEA) te worden opgesteld.</al><al>Als leidraad gelden de bouwregels van bijlage 10. </al></li></lijst><al/><al>Tijdens de werkzaamheden:</al><lijst><li nr="6."><al>De tien beschermingsgeboden in acht nemen, zoals vermeld in bijlage
                            7.</al></li></lijst><lijst><li nr="7."><al>Zonodig uitvoering van de door de toezichthouder goedgekeurde
                            werkzaamheden van de BEA in de boombeschermingszone. </al></li></lijst><al/><al><vet>5.8</vet><vet> Boom Effect Analyse</vet></al><al>Van de tien beschermingsregels mag alleen worden afgeweken, als kan worden
                    aangetoond dat activiteiten in de boombeschermingszone geen nadelige gevolgen
                    hebben voor de te beschermen boom. De boom Effect Analyse (BEA) -die ook geldt
                    voor bomen van de Bijzondere bomenlijst- is hiertoe het geëigende hulpmiddel. In
                    het kort zijn de volgende werkzaamheden of handelingen BEA-plichtig:</al><lijst><li nr="●"><al>Opslag en transport;</al></li><li nr="●"><al>Graafwerkzaamheden en bodembewerking;</al></li><li nr="●"><al>Ophoging van het maaiveld;</al></li><li nr="●"><al>Omvorming van open naar gesloten maaiveld;</al></li><li nr="●"><al>Demping van watergangen;</al></li><li nr="●"><al>Wijziging grondwaterstand.</al></li></lijst><al>In bijlage 10 staat per werkzaamheid, welke handelingen verboden zijn en waar,
                    onder strenge voorwaarden, handelingen zijn toegestaan.</al><al/><al><vet>5.9</vet><vet> Schade- en boeteregeling</vet></al><al>Gestelde voorwaarden aan het bouwen bij bomen dienen nauwgezet te worden
                    nageleefd. De toezichthouder waakt hierover. De kosten kunnen worden verhaald om
                    ingrepen ongedaan te maken die bedreigend zijn voor de te beschermen boom. Bij
                    beschadiging of afsterven van de boom door oneigenlijke handelen is, op basis
                    van een schadebepaling door een erkende boomtaxateur, een boeteregeling van
                    kracht. </al><al/><al><vet>HANDLEIDING BIJ DE PROCEDURE</vet></al><al>Bij een aanvraag in het kader van deze bomenverordening zijn een aantal
                    procedurele spelregels van belang. Het proceduretraject is onder te verdelen
                    in:</al><lijst><li nr="●"><al>Indienen aanvraag</al></li><li nr="●"><al>Toetsen aanvraag</al></li><li nr="●"><al>Al of niet toekennen vergunning</al></li><li nr="●"><al>Eventueel bezwaar tegen beslissing</al></li><li nr="●"><al>Compenseren bij vergunning</al></li></lijst><al/><al><vet>Aanvraag</vet></al><lijst><li nr="●"><al>De eigenaar van de houtopstand dient de aanvraag in. In gevallen van
                            huur met toestemming van de eigenaar.</al></li><li nr="●"><al>Op een bijgevoegd stroomschema zijn de uitgangspunten geformuleerd.</al></li><li nr="●"><al>De aanvraag geschiedt schriftelijk op een speciaal formulier en is
                            voorzien van motivatie en situatieschets met foto (s) van het
                            object.</al></li><li nr="●"><al>De aanvraag is gericht aan de Afdeling Grondgebied, productgroep
                            uitvoering.</al></li></lijst><al/><al><vet>Toetsen aanvraag</vet></al><lijst><li nr="●"><al>De aanvraag wordt op basis van de Bomenverordening door de productgroep
                            Beheer Grondgebied getoetst, zonodig vindt overleg met de eigenaar
                            plaats.</al></li></lijst><al/><al><vet>Besluit</vet></al><lijst><li nr="●"><al>Een antwoord op de aanvraag bestaat uit een omschrijving van de
                            houtopstand, een korte toelichting op de beslissing en het genomen
                            besluit: weigering of toekenning vergunning.</al></li><li nr="●"><al>Aan de vergunning kunnen beperkingen worden verbonden. Zo kan gesteld
                            worden, dat de vergunning pas gebruikt mag worden, als de termijn
                            waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, is verstreken.</al></li><li nr="●"><al>Als een vergunning wordt verleend, wordt deze op de gemeentepagina in de
                            Bornsche Courant en op internet gepubliceerd en ter inzage gelegd. </al></li></lijst><al/><al><vet>Bezwaar besluit</vet></al><lijst><li nr="●"><al>De aanvrager kan bezwaar maken tegen een weigering van de aanvraag.</al></li><li nr="●"><al>Belanghebbenden kunnen tot zes weken na bekendmaking bezwaar aantekenen
                            tegen de verstrekte vergunning. De dag van de bekendmaking is de
                            verzenddatum aan de aanvrager.</al></li><li nr="●"><al>Aan omvangrijke (gemeentelijke) vergunningsaanvragen wordt, voorafgaand
                            aan de vergunningverlening, een zienswijzen termijn van twee weken
                            verbondenen. Belanghebbenden kunnen in die periode mondelinge of
                            schriftelijke zienswijzen indienen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Compensatie</vet></al><lijst><li nr="●"><al>Bij de vergunning hoort een doorgaans een compensatieplicht. Compensatie
                            in dezelfde of hogere categorie als de oorspronkelijke boom vindt plaats
                            op basis van de compensatieschema's. </al></li><li nr="●"><al>Vereiste herplant dient binnen een jaar na de vergunningverlening plaats
                            te vinden. </al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Strafbepaling</vet></al><lijst><li nr="●"><al>Het bevoegd gezag kan beslissen om bij illegale kap en bij onzorgvuldig
                            of moedwillig laten doodgaan of beschadigen van bomen de schade, als
                            vastgesteld door de gemeente en/of een erkende boomtaxateur,
                            strafrechtelijk en/of bestuursrechtelijk te verhalen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Stroomschema aanvraag omgevingsvergunning voor het vellen van (een)
                        houtopstand (en).</vet></al><al>Het volgende schema voor de vergunningsaanvraag laat zien hoe de procedure
                    verloopt en welke spelregels hieraan ten grondslag liggen.</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Borne/i8269.pdf">Schema particulier deel 1 vrijstaande boom, bomenrij en boomgroep</extref></al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Borne/i8270.pdf">Schema vergunningsaanvraag particulier deel 2 vrijstaande boom, bomenrij en boomgroep</extref></al><al/><al/><al><vet>INTERMEZZO</vet></al><tussenkop>BIJZONDERE BOMEN</tussenkop><al/><al>De soorten bomen in Borne, die als monumentaal zijn aangemerkt, zijn vooral eik,
                    beuk en kastanje, maar ook linde en plataan. Dat is geen toeval: al deze soorten
                    kunnen een hoge leeftijd bereiken en een imposante kroon krijgen.</al><al>Dezomereik<cursief> Quercus robur </cursief>is een echte Twentse boom.
                    Opvallend zijn de grillige kroon, knoestige takken en diepgegroefde stam.
                    Alleenstaande eiken kunnen zeer breed uitgroeien. Ook de beuk<cursief> Fagus
                        sylvatica</cursief> met zijn dicht en laag vertakte habitus is een
                    majestueuze verschijning. Kenmerkend is zijn gladde stam, die door zijn dunne
                    bast absoluut niet tegen zonnebrand kan. Doordat de bladeren van de beuk elkaar
                    overlappen, laat een beuk geen zon door; onder een beuk is daarom altijd
                    schaduw. Het blad van een beuk is frisgroen, maar er zijn ook beuken met
                    purperkleurig blad (<cursief>Fagus sylvatica ‘Atropunicea</cursief>’). Hoewel
                    eik en beuk als robuust bekend staan, zijn het zeer gevoelige boomsoorten;
                    kleine wijzigingen in de grondwaterstand en beperkte ophogingen rond de stam
                    zijn al fataal. Daarom vragen deze soorten, zeker als ze als bijzonder zijn
                    aangemerkt, goede bescherming.</al><al>Ook de paardenkastanje<cursief> Aesculus hippocastanum </cursief>heeft een
                    markante brede kroon. In het voorjaar vallen de als “kaarsen” opstaande
                    bloemtrossen op, die prachtig tegen de handdelige bladeren afsteken. In het
                    najaar verschijnen de kenmerkende kastanjes.</al><al>De vaak als symboolboom gebruikte zomerlinde <cursief>Tilia europaea
                        ‘Koningslinde’</cursief> heeft een breed-pyramidale kroon met, van boven
                    naar beneden, schuinopgaande, horizontale en afhangende takken. Dit geeft een
                    herkenbaar winterbeeld. Het hartvormige blad en de bloesem onderscheiden de
                    linde duidelijk van andere soorten. Linden laten zich goed snoeien tot
                    leibomen.</al><al/><al/><al>De plataan <cursief>Platanus x acerifolia</cursief> krijgt zware stammen en
                    stamdikke hoofdtakken. De grijsgroene schorsplaten bladderen onregelmatig af,
                    zodat de geelwitte bast zichtbaar wordt. Ook opvallend zijn de grote handlobbige
                    bladeren. De plataan is een echte stadsboom. </al><al>In onze gemeente staan op verschillende plekken dendrologisch interessante
                    bomen. Bij de bomenkeuzes proberen we, waar mogelijk, het bomenbestand aan te
                    vullen met bomen die nu maar vooral in de toekomst dendrologisch waardevol zijn.
                    Hofjes, parken en begraafplaatsen bieden hiervoor goede kansen. Een
                    dendrologisch interrante soort is bijvoorbeeld de doodsbeenderenboom;
                        <cursief>Gymnoclades dioica</cursief>. De combinatie van de Nederlandse
                    naam, de grillige kroonvorm, dikke takken, pluimen en dubbelgeveerde blad van
                    soms wel een meter groot maakt de macaber en monumentaal. <cursief>Toona
                        sinensis </cursief>heeft ook geveerde bladeren. Opvallend zijn de lange
                    hangende trossen met talrijke witte tot groenwitte bloemen. De kurkboom
                        <cursief>Phellodendron amurense</cursief> valt vooral op door zijn grijze,
                    kurkachtige bast. De decoratieve erwtgrote vruchten rijpen blauwzwart.</al><al>Een bekende dendrologisch waardevolle boom is de <cursief>Ginkgo biloba,
                    </cursief>die opvalt door zijn variabele kroonvorm en waaiervormige bladeren.
                    Deze boom kent maar liefst drie Nederlandse namen; eendepootboom, Chinese
                    tempelboom en Japanse notenboom. Sommige bomen hebben géén Nederlandse benaming
                    of kennen alleen een Nederlandse familienaam of geslachtsnaam. Hierdoor ontstaan
                    er soms vreemde situaties. Zo kent de meest gebruikte conifeer Chamaecyparis
                    lawsoniania de Nederlandse benaming dwergcypres. Vele vertegenwoordigers van
                    deze familie kunnen echter wel meer dan 40 meter hoog worden. Om misverstanden
                    te voorkomen maakt dit het gebruikmaken van de wetenschappelijke benamingen ook
                    zo belangrijk. </al><al/><al><vet>BIJLAGE 1 Beschrijving houtopstand</vet></al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Borne/i8275.pdf">Bijlage 1 Beschrijving houtopstand</extref></al><al><vet>BIJLAGE 2 Toetsing en compensatie kwekerij, sparrenakker, boomgaard,
                        hakhoutbos en productiebos</vet></al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Borne/i8277.pdf">Toetsing en compensatie kwekerij, sparrenakker, boomgaard, hakhoutbos en productiebos</extref></al><al><vet>BIJLAGE 3 Toetsing en compensatie natuurlijk bos, bosje en
                    houtwal</vet></al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Borne/i8278.pdf">Basistoetsing natuurlijk bos, basistoetsing bosje en houtwal</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Borne/i8279.pdf"> Afweging en compensatie natuurlijk bos, bosje en houtwal</extref></al><al/><al><vet>BIJLAGE 4 Toetsing en compensatie bomenrij, bomengroep en vrijstaande
                        boom</vet></al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Borne/i8283.pdf">Basistoetsing bomenrij</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Borne/i8284.pdf">Basistoetsing boomgroep en vrijstaande boom</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Borne/i9562.pdf">Afweging bomenrij, boomgroep en vrijstaande boom</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Borne/i8282.pdf">Compensatie voor kappen en rooien bomenrij, boomgroep en vrijstaande boom</extref></al><al><vet>BIJLAGE 5 Beschrijving bijzondere bomen</vet></al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Borne/i9563.pdf">Beschrijving bijzondere bomen</extref></al><al><vet>BIJLAGE 6 Convenant bijzondere bomen</vet></al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Borne/i9564.pdf">Convenant bijzondere bomen</extref></al><al><vet>BIJLAGE 7 Tien beschermingsgeboden</vet></al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Borne/i9568.pdf">Tien beschermingsgeboden</extref></al><al><vet>BIJLAGE 8 Melding werken bijzondere bomen</vet></al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Borne/i9575.pdf">Melding werken bijzondere bomen</extref></al><al><vet>BIJLAGE 9 Besluit bomen effect analyse</vet></al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Borne/i9576.pdf">Besluit bomen effect analyse</extref></al><al><vet>BIJLAGE 10 Bouwregels per werkzaamheid</vet></al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Borne/i9577.pdf">Beschrijving bouwregels per werkzaamheid</extref></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>