<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR41208_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tholen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tholen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Brandweerwet 1985, de Wet ambulancevervoer, de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, de Politiewet 1993, de Gemeentewet, de Wet rampen en zware ongevallen en de Wet gemeenschappelijke regelingen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-04-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>27 april 2006</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Gedeelde bevoegdheid college en raad</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>No.: </al><al>De burgemeester, het college en de raad van de gemeente Tholen, ieder voor
                        zover betreft zijn bevoegdheden;</al><al>overwegende,</al><al>dat bij algemene maatregel van bestuur van 18 mei 2004 tot vaststelling van
                        de regio-indeling van gemeenten met betrekking tot taken in het kader van de
                        Brandweerwet 1985 en de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en
                        rampen (Besluit territoriale indeling brandweer- en GHOR-regio's) de
                        gemeenten Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland,
                        Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere en
                        Vlissingen zijn aangewezen die tezamen een regio vormen als bedoeld in
                        artikel 3, eerste lid, van de Brandweerwet 1985;</al><al>dat voornoemde gemeenten, respectievelijk hun bestuursorganen, verplicht
                        zijn gemeenschappelijke regelingen te treffen op grond van artikel 3, eerste
                        lid, van de Brandweerwet 1985 en van artikel 3 van de Wet Geneeskundige
                        Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen;</al><al>dat het gewenst is dat deze gemeenschappelijke regeling belast wordt met de
                        wettelijke taken genoemd in artikel 1 en 4 van de Brandweerwet 1985;</al><al>dat het voorts gewenst is dat deze gemeenschappelijke regeling belast wordt
                        met de wettelijke taken genoemd in artikel 4 van de Wet geneeskundige
                        hulpverlening bij ongevallen en rampen;</al><al>dat het gewenst is dat de gemeenschappelijke regeling wordt belast met het
                        beheer en instandhouding van een gezamenlijke centrale multidisciplinaire
                        meldcentrale Zeeland, waarin ten minste is opgenomen een geïntegreerd
                        meldkamersysteem ten behoeve van de meldkamers van de politieregio, de
                        regionale brandweer en de centrale post voor het ambulancevervoer (meldkamer
                        ambulancezorg) en het radionetwerk C2000;</al><al>dat het voorts gewenst is de beleidsvoornemens van het kabinet zoals
                        neergelegd in het Kabinetsstandpunt Veiligheidsregio's (Tweede Kamer,
                        vergaderjaar 2003-2004, 29 517, nr. 1), en de Beleidsnota Crisisbeheersing
                        2004-2007 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2003-2004, 29 668, nr.1) nader
                        gestalte te geven;</al><al>gelet op de Brandweerwet 1985, de Wet ambulancevervoer, de Wet geneeskundige
                        hulpverlening bij ongevallen en rampen, de Politiewet 1993, de Gemeentewet,
                        de Wet rampen en zware ongevallen en de Wet gemeenschappelijke
                        regelingen;</al><al>b e s l u i t e n:</al><al>de gemeenschappelijke regeling Regionale Brandweer Zeeland 1998 te wijzigen
                        als volgt:</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I</nr><titel>- ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Instelling en plaats van vestiging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd
                                Veiligheidsregio Zeeland.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Veiligheidsregio Zeeland is een regionaal samenwerkingsverband
                                van de gemeenten Borsele,Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg,
                                Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis,Terneuzen,
                                Tholen, Veere en Vlissingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het openbaar lichaam is gevestigd in Middelburg.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze gemeenschappelijke regeling en de daarop berustende
                                bepalingen wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de <cursief>regeling: </cursief>de gemeenschappelijke
                                        regeling Veiligheidsregio Zeeland;</al></li><li nr="b."><al><cursief>het openbaar lichaam: </cursief>het openbaar
                                        lichaam bedoeld in artikel 1, eerste lid;</al></li><li nr="c."><al>de <cursief>gemeente: </cursief>één van de in artikel 1,
                                        tweede lid, genoemde gemeenten;</al></li><li nr="d."><al><cursief>het samenwerkingsgebied: </cursief>het gezamenlijk
                                        grondgebied van de in artikel 1, tweede lid, genoemde
                                        gemeenten;</al></li><li nr="e."><al><cursief>het algemeen
                                        bestuur</cursief><cursief>:</cursief>het bestuur
                                        van de Veiligheidsregio Zeeland als zijnde het regionale
                                        bestuur van de regionale brandweer, de centrale
                                        gemeenschappelijke meldcentrale Zeelanden de geneeskundige
                                        hulpverlening bij ongevallen en rampen, en het
                                        'veiligheidsbestuur' zoals genoemd in het kabinetsstandpunt
                                        veiligheidsregio's en de beleidsnota
                                        crisisbeheersingovereenkomstig het ter zake bepaalde in deze
                                        regeling;</al></li><li nr="f."><al><cursief>het dagelijks
                                        bestuur</cursief><cursief>:</cursief>bestuurlijke
                                        vertegenwoordiging vanuit het algemeen bestuur die is
                                        gericht op de voorbereiding van besluitvorming door het
                                        algemeen bestuur en hetgeen ter zake is bepaald in deze
                                        regeling;</al></li><li nr="g."><al>de <cursief>dienst: </cursief>het ambtelijk apparaat dat
                                        belast is met de realisatie van de doelstelling en de
                                        uitvoering van de taken van het openbaar lichaam;</al></li><li nr="h."><al><cursief>provinciale staten: </cursief>het college van
                                        provinciale staten van de provincie Zeeland;</al></li><li nr="i."><al><cursief>gedeputeerde staten: </cursief>het college van
                                        gedeputeerde staten van de provincie Zeeland;</al></li><li nr="j."><al><cursief>rijksheren: </cursief>ambtenaren van rijksdiensten
                                        die, gemandateerd, bevoegdheden hanteren die aan een
                                        minister op grond van (nood)wetgeving zijn toegekend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Daar waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige
                                andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing
                                worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de
                                gemeente, de raad, het college en de burgemeester,
                                onderscheidenlijk: het openbaarlichaam, het algemeen bestuur, het
                                dagelijks bestuur en de voorzitter.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II</nr><titel>- DOEL, REIKWIJDTE, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Doel en reikwijdte</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Het openbaar lichaam heeft tot doel het behartigen van de belangen van
                            de gemeenten in het samenwerkingsgebied op de terreinen van:</al><lijst><li nr="a."><al>Brandweerzorg;</al></li><li nr="b."><al>Geneeskundig hulpverlening bij ongevallen en rampen;</al></li><li nr="c."><al>Rampenbestrijding en crisisbeheersing;</al></li><li nr="d."><al>Het beheer van een centrale gemeenschappelijke meldkamer voor
                                    politie, brandweer en ambulancezorg.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Ter behartiging van de in artikel 3 genoemde belangen heeft het openbaar
                            lichaam de volgende taken en specifieke bevoegdheden:</al><lijst><li nr="a."><al>het bewerkstelligen, voorbereiden en (doen) uitvoeren van een
                                    doelmatige en gecoördineerde hulpverlening bij brand,
                                    ongevallen, rampen en crises en samenwerking daartoe van
                                    betrokken besturen en organisaties zoals beleidsmatig vastgelegd
                                    in een multidisciplinair beleidsplanrampen- en
                                    crisisbeheersing;</al></li><li nr="b."><al>het uitvoeren van de taken welke bij of krachtens wetgeving aan
                                    de regionale brandweer zijn opgedragen;</al></li><li nr="c."><al>het uitvoeren van de taken welke bij of krachtens wetgeving zijn
                                    opgedragen aan de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en
                                    Rampen;</al></li><li nr="d."><al>het beheer van de Gezamenlijke Meldcentrale Zeeland;</al></li><li nr="e."><al>het toetsen en adviseren van het gemeentelijk pro-actie en
                                    preventiebeleid ten behoeve van het(regionale) rampen- en
                                    crisisbeheersingbeleid;</al></li><li nr="f."><al>het coördineren van de voorbereiding van de gemeentelijke
                                    processen op het gebied van de rampen- en de
                                    crisisbeheersing;</al></li><li nr="g."><al>het toezien op de kwaliteit van de basisbrandweerzorg en de
                                    organisatie van de rampenbestrijdingen crisisbeheersing binnen
                                    de regio;</al></li><li nr="h."><al>het uitvoeren van overige taken die bij of krachtens de wet aan
                                    het openbaar lichaam worden</al></li></lijst><al>opgedragen;</al><al>i.het uitvoeren van de taken die bij of krachtens
                            dienstverleningsovereenkomst door een gemeente</al><al>aan het openbaar lichaam worden opgedragen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Integrale besluitvorming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Ten aanzien van de multidisciplinaire rampen- en crisisbeheersing en het
                            beheer van de centrale gemeenschappelijke meldcentrale is integrale
                            besluitvorming tussen het bestuur van de veiligheidsregio en het
                            regionaal college politie vereist. In afwachting van daartoe strekkende
                            wetgeving wordt deze integrale besluitvorming vastgelegd bij
                            convenant.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III</nr><titel>- ORGANEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Het openbaar lichaam kent de volgende organen:</al><lijst><li nr="a."><al>het algemeen bestuur;</al></li><li nr="b."><al>het dagelijks bestuur;</al></li><li nr="c."><al>de voorzitter;</al></li><li nr="d."><al>commissies.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV</nr><titel>- ALGEMEEN BESTUUR</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Samenstelling algemeen bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raden van de deelnemende gemeenten wijzen hun burgemeester aan
                                als lid van het algemeen bestuur</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt zodra een lid
                                ophoudt burgemeester te zijn van de gemeente die hem heeft
                                aangewezen</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Werkwijze algemeen bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van
                                orde vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde reglement, alsmede de daarin
                                aangebrachte wijzigingen, worden aan de deelnemende gemeenten ter
                                kennisname gezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste driemaal en
                                voorts zo dikwijls de voorzitter of het dagelijks bestuur het nodig
                                oordelen, of indien het door drie leden schriftelijk met opgave van
                                redenen wordt gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van de voorzitter geschiedt de in artikel 3:42 van de
                                Algemene wet bestuursrechtbedoelde openbare kennisgeving tevens door
                                de burgemeester van de deelnemende gemeentenop de aldaar
                                gebruikelijke wijze.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vaste leden van de veiligheidsdirectie wonen de vergadering van
                                het algemeen bestuur bij en hebben hierin, voor zover het hun
                                bevoegdheid betreft, een adviserende stem.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissaris van de Koning in de provincie Zeeland alsmede de in
                                het samenwerkingsgebiedfunctionerende Hoofdofficier van Justitie,
                                dijkgraven, de Hoofd Ingenieur-Directeur van Rijkswaterstaat en de
                                directeur Havenschap Zeeland Seaports, wordt een kennisgeving van de
                                vergaderingen van het algemeen bestuur toegezonden. Zij zijn bevoegd
                                deze vergaderingen bij te wonen en hebben een adviserende stem voor
                                wat betreft de voorbereiding op de rampenbestrijding en
                                crisisbeheersing voor zover zulks relatie heeft met de taakstelling
                                van hunonderscheidenlijke publiekrechtelijke organen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Anderen kunnen worden uitgenodigd als adviseur de vergaderingen van
                                het algemeen bestuur bij te wonen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>1.Bij het nemen van besluiten over in ieder geval de volgende
                            onderwerpen:</al><lijst><li nr="a."><al>vaststellen van de begroting, bedoeld in artikel 36;</al></li><li nr="b."><al>het vaststellen van de jaarrekening, bedoeld in artikel 37;</al></li><li nr="c."><al>het heffen van rechten, bedoeld in artikel 29;</al></li><li nr="d."><al>verordeningen als bedoeld in de artikelen 24 en 25, lid 2</al></li></lijst><al>door het algemeen bestuur brengen de leden voor de gemeente die zij
                            vertegenwoordigen ieder één stem uit per 5000 inwoners.</al><lijst><li nr="2."><al>Bij besluitvorming over verordeningen als bedoeld in de
                                    artikelen 24, lid 1 en 25, lid 2 dient de meerderheid van
                                    stemmen tevens te worden verkregen uit een meerderheid van de
                                    deelnemende gemeenten.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van het eerste lid gelden de
                                    bevolkingscijfers van de gemeenten per 1 januari van het
                                    voorafgaande jaar. Voor de vaststelling van de aantallen
                                    inwoners worden aangehoudene door het Centraal Bureau voor de
                                    Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.</al></li><li nr="4."><al>Bij het staken van de stemmen heeft de voorzitter een
                                    doorslaggevende stem.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>V</nr><titel>- DAGELIJKS BESTUUR</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Samenstelling dagelijks bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit maximaal vijf leden, aan te wijzen
                                door en uit de leden van het algemeen bestuur. Onder hen bevinden
                                zich in ieder geval de door het algemeen bestuur uitzijn midden
                                aangewezen voorzitter en plaatsvervangend voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De zittingsperiode van de leden van het dagelijks bestuur is gelijk
                                aan de zittingsperiode van de gemeenteraden. Deze leden kunnen
                                opnieuw worden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De leden van het dagelijks bestuur blijven hun functie waarnemen
                                totdat in hun opvolging is voorzien.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van het dagelijks
                                bestuur zijn tevens voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van
                                het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien tussentijds een plaats van een lid openvalt, wordt zo spoedig
                                mogelijk een nieuw lid benoemd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Taken en bevoegdheden dagelijks bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt in zijn eerste vergadering na haar
                                verkiezing een portefeuilleverdelingvast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan voor de uitvoering van haar taken een
                                reglement van orde opstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur oefent, voor zover het algemeen bestuur
                                daartoe besluit en dan naar doordat bestuur te stellen regelen, de
                                aan het algemeen bestuur wettelijk toegekende of krachtens de
                                regeling haar toevallende bevoegdheden uit, met uitzondering
                                van:</al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen en wijzigen van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>het vaststellen van de jaarrekening;</al></li><li nr="c."><al>het vaststellen, wijzigen of intrekken van
                                        verordeningen;</al></li><li nr="d."><al>het toetreden tot, uittreden uit of wijzigen van de
                                        gemeenschappelijke regelingovereenkomstig het gestelde in
                                        hoofdstuk XV;</al></li><li nr="e."><al>het treffen, wijzigen, verlengen of opheffen van een
                                        gemeenschappelijke regeling tussen het lichaam en andere
                                        lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een
                                        dergelijke regeling;</al></li><li nr="f."><al>het oprichten van of deelnemen in stichting, maatschappen,
                                        vennootschappen en coöperatieve en andere verenigingen dan
                                        wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelname
                                        daaraan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van besluiten van het algemeen bestuur als bedoeld in het derde lid,
                                doet het dagelijks bestuur onverwijld mededeling aan de aan de
                                regeling deelnemende gemeenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de vervulling van de in artikel 4 vermelde taken oefent het
                                dagelijks bestuur de bevoegdheden uit die bij of krachtens de wet
                                zijn toegekend aan het college van de gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts is dit bestuur belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>een voortdurend toezicht op al wat het openbaar lichaam
                                        aangaat;</al></li><li nr="b."><al>het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter
                                        overweging en beslissing zal worden voorgelegd;</al></li><li nr="c."><al>het uitvoeren van de besluiten van het algemeen
                                        bestuur;</al></li><li nr="d."><al>het voorstaan van de belangen van het openbaar lichaam bij
                                        andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact
                                        voor het openbaar lichaam van belang is;</al></li><li nr="e."><al>de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van het
                                        openbaar lichaam;</al></li><li nr="f."><al>de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de
                                        controle op het geldelijk beheren de boekhouding;</al></li><li nr="g."><al>het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als
                                        buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter
                                        voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit;</al></li><li nr="h."><al>de zorg voor en het houden van toezicht op de bewaring en
                                        het beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam
                                        naar een, door het algemeen bestuur met inachtneming van de
                                        Archiefwet 1995, te treffen voorziening;</al></li><li nr="i."><al>het benoemen, schorsen en ontslaan van personeel.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Vergaderingen dagelijks bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur vergadert minimaal zes maal per jaar of zo
                                dikwijls de voorzitter het nodig oordeelt of ten minste twee leden
                                dit de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed verzoeken. In
                                het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een
                                zodanig verzoekgehouden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De algemeen directeur woont de vergaderingen bij en heeft hierin
                                een adviserende stem. Hij kan zich doen bijstaan door de vaste leden
                                van de veiligheidsdirectie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Andere personen kunnen worden uitgenodigd om als adviseur de
                                vergaderingen van het dagelijks bestuur bij te wonen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VI</nr><titel>- DE VOORZITTER</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>De voorzitter</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door het algemeen
                                bestuur uit zijn midden aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het
                                dagelijks en algemeen bestuur en draagt er zorg voor, dat de
                                besluiten van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur naar
                                behoren worden uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter vertegenwoordigt het lichaam in rechtsgedingen en bij
                                alle buitengerechtelijke rechtshandelingen. Hij kan de
                                vertegenwoordiging na overleg met het dagelijks bestuur
                                bijbuitengerechtelijke rechtshandelingen aan een door hem
                                schriftelijk gemachtigde opdragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen en dagelijks
                                bestuur uitgaan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VII</nr><titel>- COMMISSIES</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Bestuurscommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan commissies instellen met het oog op de
                                behartiging van bepaalde belangen. Het algemeen bestuur regelt de
                                bevoegdheden, de samenstelling en de openbaarheid van
                                vergaderingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van het dagelijks bestuur is voorzitter van een
                                bestuurscommissie als bedoeld in lid 1.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Commissie van advies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur alsmede het dagelijks bestuur kan besluiten ten
                                behoeve van de uitvoering van de hen opgedragen taken commissies van
                                advies in te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In ieder geval worden ingesteld</al><lijst><li nr="a."><al>een adviescommissie financiën</al></li><li nr="b."><al>een adviescommissie geneeskundige hulpverlening bij
                                        ongevallen en rampen</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een commissie van advies geeft, gevraagd en ongevraagd, advies
                                binnen de aan hen opgedragen adviestaak.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij het instellen van een commissie van advies worden door het
                                orgaan dat de commissie instelt nadere regels opgesteld ten aanzien
                                van de werkwijze, taken en bevoegdheden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VIII</nr><titel>- INFORMATIE, VERANTWOORDINGSPLICHT EN ONTSLAGRECHT</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Dagelijks bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur zijn tezamen en ieder
                                afzonderlijk aan het algemeen bestuurverantwoording schuldig voor
                                het door hen gevoerde bestuur en geven te dien aanzien alle door één
                                of meer leden verlangde inlichtingen, één en ander voor zover zulks
                                niet strijdig is met het openbaarbelang.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan regelen van welke besluiten van het
                                dagelijks bestuur kennisgeving wordt gedaan aan de leden van het
                                algemeen bestuur. Daarbij kan het algemeen bestuur de gevallen
                                bepalen waarin met terinzagelegging kan worden volstaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur laat de kennisgeving of terinzagelegging
                                achterwege voor zover deze in strijd is met het openbaar
                                belang.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur ontslag
                                verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet
                                meer bezit.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Voorzitter</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>Het voorgaande artikel is van overeenkomstige toepassing op de
                            voorzitter.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Algemeen bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur verstrekken de raad
                                van een gemeente de door één of meer leden overeenkomstig het
                                reglement van orde van die raad verlangde inlichtingen, waarvan het
                                verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een verzoek om inlichtingen kan schriftelijk of mondeling worden
                                ingediend bij het dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur verstrekt de gevraagde inlichtingen binnen 8
                                weken na ontvangst van het verzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><al>Een lid van het algemeen bestuur voorziet de gemeenteraad van de
                            gemeente waar hij burgemeester is van alle informatie die voor een
                            juiste beoordeling van het door het lid in het algemeen bestuur gevoerde
                            en te voeren beleid noodzakelijk is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><al>Een lid van het algemeen bestuur geeft de gemeenteraad van de gemeente
                            waar hij burgemeester is mondeling of schriftelijk de door één of meer
                            leden, overeenkomstig het reglement van orde van die raad, verlangde
                            inlichtingen, waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar
                            belang.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur is aan de gemeenteraad van de
                                gemeente waar hij burgemeester is verantwoording verschuldigd voor
                                het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid, naar door de
                                gemeenteraad te stellen regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur kan door de raad die hem heeft
                                aangewezen worden ontslagen,indien dit lid het vertrouwen van die
                                raad niet meer bezit</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IX</nr><titel>- VERORDENINGEN</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Verordening op de Veiligheidsregio</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt in een verordening op de veiligheidsregio
                                nadere regels ten aanzien van het beleid en beheer van de
                                organisatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur doet geen voorstel aan het algemeen bestuur
                                over de verordening dan:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het opstellen van een voorstel consultatie over de
                                        inhoud heeft plaatsgevonden met de gemeenten die gevolgen
                                        ondervinden van de inwerkingtreding van de verordening.</al></li><li nr="b."><al>het voorstel voor advies is voorgelegd aan de colleges van
                                        burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en
                                        aan overige externe financiers, voor zover deze laatste
                                        bevoegd zijn voor de door hen te bekostigen taakonderdelen
                                        en de middelen van de dienst. Het advies wordt binnen twee
                                        maanden aan het algemeen bestuur kenbaar gemaakt.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Overige verordeningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur is voor het overige bevoegd verordeningen vast
                                te stellen, die nodig zijn ter regeling van personele,
                                organisatorische en huishoudelijke zaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur is bevoegd verordeningen vast te stellen binnen
                                het kader van de taken zoals bedoeld in artikel 4.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><al>Het dagelijks bestuur zendt het ontwerp van een verordening als bedoeld
                            in artikel 25, lid 2, aan de deelnemende gemeenten, die hun
                            beschouwingen binnen twee maanden ter kennis van het algemeen bestuur
                            kunnen brengen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><al>Binnen twee maanden na het verstrijken van de in de artikelen 24 en 26
                            genoemde termijn beslist het algemeen bestuur omtrent de vaststelling
                            van de verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr></kop><al>Het dagelijks bestuur zendt onverwijld de verordening, bedoeld in de
                            artikelen 24 en 25, lid 2, na vaststelling toe aan de raden van de
                            gemeenten en aan de verder bij wettelijk voorschrift daartoe aangewezen
                            besturen en functionarissen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><al>Aan het openbaar lichaam wordt de bevoegdheid toegekend tot het bij
                            verordening heffen van rechten bedoeld in artikel 229, lid 1, onder b,
                            van de Gemeentewet, de rechten waarvan de heffing krachtens bijzondere
                            wetten geschiedt, alsmede invordering als bedoeld in artikel 231 van de
                            Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><al>Voor zover een verordening als bedoeld in de artikelen 24, 25 en 29,
                            voorziet in hetzelfde onderwerp als een verordening van een deelnemende
                            gemeente, regelt de eerstbedoelde verordening de onderlinge verhouding.
                            Zij kan bepalen dat de gemeentelijke verordening voor het gehele gebied
                            dan wel voor een gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk ophoudt te
                            gelden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>X</nr><titel>- VEILIGHEIDSDIRECTIE</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>De veiligheidsdirectie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een veiligheidsdirectie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De veiligheidsdirectie bestaat uit vaste leden en leden die op ad
                                hoc basis deelnemen aan de besprekingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vaste leden van de veiligheidsdirectie zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>de algemeen directeur (voorzitter);</al></li><li nr="b."><al>de korpschef politie;</al></li><li nr="c."><al>de commandant Brandweer Zeeland;</al></li><li nr="d."><al>de regionaal geneeskundig functionaris;</al></li><li nr="e."><al>een gemeentesecretaris van één van de deelnemende gemeenten
                                        of een door de gemeentesecretarissen van de deelnemende
                                        gemeenten aangewezen functionaris;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ad hoc leden van de veiligheidsdirectie zijn: de
                                vertegenwoordigers op directieniveau van het Openbaar Ministerie,
                                Defensie, waterschappen, provincie, regionale ambulancevoorziening,
                                vertegenwoordigers van de verschillende rijksheren, waaronder
                                Rijkswaterstaat en inspectieorganen met een uitvoerende taak.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vaste leden van de veiligheidsdirectie zijn belast met het
                                individueel en/of integraal ambtelijk voorbereiden van de
                                besluitvorming van de mono- respectievelijk multidisciplinaire
                                aspecten en dragen zorg voor de uitvoering in de eigen kolom.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Ter uitvoering van deze taken kan de veiligheidsdirectie werkgroepen
                                en projecten instellen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>XI</nr><titel>- AMBTELIJKE ORGANISATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><al>Het dagelijks bestuur regelt de inrichting van de ambtelijke
                            organisatie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>De algemeen directeur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De algemeen directeur wordt benoemd door het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De algemeen directeur is tevens ambtelijk secretaris van het
                                algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de algemeen directeur
                                worden geregeld in de verordening op de veiligheidsregio als bedoeld
                                in artikel 24.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>XII</nr><titel>- PERSONEEL</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Personeel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is, binnen de door het algemeen bestuur
                                vastgestelde kaders, belast met het aanstellen, het schorsen en
                                ontslaan van het personeel van het openbaar lichaam, de algemeen
                                directeur uitgezonderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden
                                opdragen aan de algemeen directeur, tenzij het ambtenaren betreft
                                die belast zijn met functies van leidinggevende aard die
                                rechtstreeks onder de algemeen directeur ressorteren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het personeel van de Regionale Brandweer Zeeland treedt op datum
                                inwerkingtreding in dienst van het openbaar lichaam.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De (inter) gemeentelijke commandanten brandweer komen op 1 januari
                                2007 in dienst van het openbaar lichaam.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op een nader te bepalen datum komen in dienst van het openbaar
                                lichaam:</al><lijst><li nr="a."><al>het personeel van het bureau GHOR van de GGD Zeeland</al></li><li nr="b."><al>het niet repressieve personeel en al het overige
                                        leidinggevende repressieve personeel in dienst van de
                                        gemeentelijke brandweerorganisatie</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De gemeenteraden dienen afzonderlijk te besluiten over het al dan
                                niet in dienst treden van het openbaar lichaam van het overige bij
                                hen in dienst zijnde brandweerpersoneel, inclusief
                                vrijwilligers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het personeel in dienst van het openbaar lichaam zijn de
                                rechtspositieregelingen die zijn of zullen worden vastgesteld voor
                                het personeel in dienst van de gemeente Vlissingen van
                                overeenkomstige toepassing, tenzij het bestuur anders besluit. Op
                                termijn kan, afhankelijk van de personele omvang van de dienst,
                                worden overgegaan naar een zelfstandige rechtspositie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan zelf voorstellen doen ter vaststelling
                                door het algemeen bestuur, met betrekking tot de vaststelling van
                                uitvoeringsregelingen die, in verband met de specifieke
                                taakuitoefening door de dienst, voor het personeel van belang worden
                                geacht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Waar in de in het eerste lid bedoelde regelingen gesproken wordt van
                                de gemeente, de raad, het college dan wel burgemeester, wordt voor
                                de toepassing in het kader van deze regeling respectievelijk
                                gelezen: het openbaar lichaam, het algemeen bestuur, het dagelijks
                                bestuur en de voorzitter.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>XIII</nr><titel>- FINANCIËLE BEPALINGEN</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Programmabegroting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr></kop><al>Het dagelijks bestuur stelt elk jaar een ontwerp programmabegroting en
                            een productraming van baten en lasten en kapitaalsinkomsten en -uitgaven
                            op voor het volgende kalenderjaar en brengt de op basis van deze
                            ontwerpbegroting berekende, door de gemeenten te betalen, bijdrage voor
                            het volgende kalenderjaar, voor 1 april ter kennis van de colleges van
                            burgemeester en wethouders.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Rekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt elk jaar de rekening met een bijbehorend
                                verslag van het voorgaandejaar op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgend
                                op het jaar waarop deze betrekking heeft.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Verdeling der kosten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten die verband houden met de taken zoals genoemd in artikel
                                4, onder e voor zover deze kosten kunnen worden toegerekend aan de
                                meldkamer Ambulancezorg, worden bestreden uit de opbrengst van een
                                met de Stichting Regionale Ambulance Voorziening Zeeland af te
                                sluiten Service Level Agreement. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten die verband houden met de taken zoals genoemd in artikel
                                4, onder e, voor zover deze kosten kunnen worden toegerekend aan de
                                Politie Zeeland, worden op basis van een in het convenant als
                                bedoeld in artikel 5 op te nemen verdeelsleutel gedragen door de
                                Politie Zeeland. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De specifieke kosten die verband houden met:</al><lijst><li nr="a."><al>lokaal specifieke veiligheidsrisico’s (bijv. BRZO-bedrijven
                                        of Westerscheldetunnel) worden gedragen door de gemeente
                                        waar de bron van het risico zich bevindt;</al></li><li nr="b."><al>extra gewenste voorzieningen boven de (nog te bepalen)
                                        landelijke normen voor basis brandweerzorg, komen voor
                                        rekening van die gemeente;</al></li><li nr="c."><al>de door de individuele gemeente ingebrachte materiële
                                        voorzieningen (gebouwen en materieel), indien en voor zover
                                        deze zich onder de (nog te bepalen) landelijke norm voor
                                        basis brandweerzorg bevinden, komen voor rekening van die
                                        gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Met uitzondering van de kosten als bedoeld in de leden 1, 2 en 3
                                worden de kosten die verband houden met de in artikel 4 genoemde
                                taken, door alle deelnemende gemeenten gedragen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kosten die verband houden met de uitvoering van wettelijke taken
                                op het gebied van rampenbestrijding vallend onder de rijksbijdragen
                                als bedoeld in het Besluit Doeluitkering Rampenbestrijding alsmede
                                de rijksbijdragen voor het In stand houden van de Geneeskundige
                                hulpverlening voor Ongevallen en rampen worden voor dat doel
                                aangewend </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De bepaling en verdeling van de kosten als genoemd in de vorige
                                leden van dit artikel geschiedt door het algemeen bestuur. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De verdeling van de algemene kosten als bedoeld in lid 4, alsmede de
                                specifieke kosten voor zover die gemaakt worden ten behoeve van
                                meerdere deelnemende gemeenten als bedoeld in lid 3, geschiedt naar
                                evenredigheid van het aantal inwoners van iedere gemeente per 1
                                januari van het desbetreffende kalenderjaar. Voor de vaststelling
                                van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal
                                Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan besluiten, dat de deelnemende gemeenten
                                ter voorziening van de lopende uitgaven een voorschot op de
                                verschuldigde bijdragen betalen. Binnen vier weken nadat deelnemende
                                gemeenten in kennis gesteld zijn van dit besluit wordt het voorschot
                                aan het openbaar lichaam overgemaakt. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De deelnemers waarborgen de betaling van rente en aflossing van de
                                door het openbaar lichaam volgens door het algemeen bestuur vast te
                                stellen regels en naar evenredigheid van het aantal inwoners van
                                iedere gemeente van het desbetreffende kalenderjaar en indien de
                                geldschieters dit wensen onder het doen van afstand van de
                                voorrechten, welke de wet aan borgen toelaat. </al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Voor wat betreft de eerste vaststelling van de kosten van lokale
                                brandweerzorg wordt uitgegaan van de peildatum 1 januari 2005. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr></kop><al>Wanneer het algemeen bestuur blijkt dat de raad van een gemeente niet
                            voldoet of zal voldoen aan het gestelde in artikel 38, lid 4, doet het
                            algemeen bestuur aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot
                            toepassing van artikel 194 van de Gemeentewet</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Financiële voorschriften</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt voorschriften vast ter zake van het
                                geldelijk beheer, de financiële administratie en de verzekering van
                                eigendommen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lichaam verzekert zich tegen:</al><lijst><li nr="a."><al>burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade aan personen
                                        en goederen;</al></li><li nr="b."><al>wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>XIV</nr><titel>- ARCHIVERING</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Archiefbescheiden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de
                                archiefbescheiden van de Veiligheidsregio en haar organen,
                                overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen en aan
                                Gedeputeerde Staten mee te delen regeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden,
                                bedoelt in lid 1, overeenkomstig de door het dagelijks bestuur vast
                                te stellen nadere regeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet
                                1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het dagelijks bestuur
                                een archiefbewaarplaats aan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De beheerder van de in het vorige lid aan te wijzen
                                archiefbewaarplaats oefent overeenkomstig de regeling als bedoeld in
                                het eerste lid toezicht uit op het beheer van de archiefbescheiden
                                van het openbaar lichaam en haar organen, voor zover deze
                                archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een
                                archiefbewaarplaats.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>XV</nr><titel>- INWERKINGTREDING, TOE- EN UITTREDING, GESCHILLEN</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze wijziging treedt in werking op 1 juli 2006. De regeling wordt
                                aangegaan voor onbepaalde tijd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gemeentebestuur van Middelburg zendt de regeling aan
                                Gedeputeerde Staten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Toetreding en uittreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr></kop><al>Toetreding van gemeenten tot de regeling of uittreding van gemeenten uit
                            de regeling is slechts mogelijk na wijziging van de verdeling van
                            gemeenten in regio's, als bedoeld in het Besluit territoriale indeling
                            brandweer- en GHOR-regio's.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de toetreding kunnen door de deelnemende gemeente bepaalde
                                voorwaarden worden verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Toetreding gaat in op de eerste dag van de maand, volgende op die
                                waarin de opname in het register als bedoeld in artikel 26, derde
                                lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft plaatsgevonden,
                                tenzij anders bepaalt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uittreding kan slechts plaatsvinden op 1 januari na de datum,
                                waarop de opname in het register als bedoeld in artikel 26, derde
                                lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft plaatsgevonden,
                                tenzij anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van uittreding.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wijzigingen of opheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorstel aan de raden van de deelnemende gemeenten tot wijziging
                                van deze regeling kan worden gedaan door het algemeen bestuur of
                                door de bestuursorganen van ten minste vijf van de deelnemende
                                gemeenten</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regeling wordt gewijzigd indien ten minste tweederde van de
                                deelnemers daartoe eensluidend besluiten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Opheffing van de regeling is mogelijk indien provinciale staten de
                                besluiten als bedoeld in artikel 2van de Wet gemeenschappelijke
                                regelingen, artikel 3 van de Wet geneeskundige hulpverlening
                                bijongevallen en rampen, wijzigen of intrekken. Het algemeen bestuur
                                stelt, de raden van de deelnemende gemeenten gehoord, een
                                liquidatieplan vast en regelt de vereffening van het vermogen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Geschillen en klachten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat over een bestuursgeschil tussen de regeling en één van haar
                                deelnemers de beslissing van een rechtscollege wordt ingeroepen,
                                legt het algemeen bestuur het geschil voor aan de commissaris van de
                                koningin in de provincie Zeeland.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissaris hoort de bij het geschil betrokken partijen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij brengt binnen drie maanden advies uit over de mogelijkheden
                                partijen tot overeenstemming te brengen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de aard van het geschil daartoe aanleiding geeft, dan wel
                                indien een bestuursorgaan van de provincie partij is in het geschil,
                                laat de commissaris zich bij de voorbereiding van het in het derde
                                lid bedoelde advies bijstaan door twee door hem aan te wijzen
                                burgemeesters van deelnemende, niet als partij bij het geschil
                                betrokken gemeenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr></kop><al>Voor de behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de
                            Algemene wet bestuursrecht, wordt aangesloten bij de door de Zeeuwse
                            gemeenten ingestelde Zeeuwse klachtenvoorziening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>XVI</nr><titel>- SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Slot- en overgangsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vanaf 1 juli 2006 treedt het bestuur van deze gemeenschappelijke
                                regeling in de plaats van de bestuurscommissie GHOR.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Totdat ter zake een nieuw besluit wordt genomen, blijven besluiten,
                                reglementen en verordeningen die door de bestuurscommissie GHOR zijn
                                genomen van kracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: 'Gemeenschappelijke regeling
                            Veiligheidsregio Zeeland'.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente in zijn openbare vergadering
                        van 27 april 2006.</ondertekening><ondertekening>, voorzitter.</ondertekening><ondertekening>, griffier.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel><onderstreept>INHOUDSOPGAVE:</onderstreept></titel></kop><al>HOOFDSTUK I - ALGEMENE BEPALINGEN 2</al><al>Instelling en plaats van vestiging 2</al><al>Artikel 1 2</al><al>Begripsbepalingen 2</al><al>Artikel 2 2</al><al>HOOFDSTUK II - DOEL, REIKWIJDTE, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN 2</al><al>Doel en reikwijdte 2</al><al>Artikel 3 2</al><al>Taken en bevoegdheden 3</al><al>Artikel 4 3</al><al>Integrale besluitvorming 3</al><al>Artikel 5 3</al><al>HOOFDSTUK III - ORGANEN 3</al><al>Artikel 6 3</al><al>HOOFDSTUK IV - ALGEMEEN BESTUUR 3</al><al>Samenstelling algemeen bestuur 3</al><al>Artikel 7 3</al><al>Werkwijze algemeen bestuur 4</al><al>Artikel 8 4</al><al>Artikel 9 4</al><al>Artikel 10 4</al><al>HOOFDSTUK V - DAGELIJKS BESTUUR 4</al><al>Samenstelling dagelijks bestuur 4</al><al>Artikel 11 4</al><al>Taken en bevoegdheden dagelijks bestuur 5</al><al>Artikel 12 5</al><al>Artikel 13 5</al><al>Vergaderingen dagelijks bestuur 5</al><al>Artikel 14 5</al><al>HOOFDSTUK VI - DE VOORZITTER 6</al><al>De voorzitter 6</al><al>Artikel 15 6</al><al>HOOFDSTUK VII - COMMISSIES 6</al><al>Bestuurscommissie 6</al><al>Artikel 16 6</al><al>Commissie van advies 6</al><al>Artikel 17 6</al><al>HOOFDSTUK VIII - INFORMATIE, VERANTWOORDINGSPLICHT EN ONTSLAGRECHT 7</al><al>Dagelijks bestuur 7</al><al>Artikel 18 7</al><al>Voorzitter 7</al><al>Artikel 19 7</al><al>Algemeen bestuur 7</al><al>Artikel 20 7</al><al>Artikel 21 7</al><al>Artikel 22 7</al><al>Artikel 23 7</al><al>HOOFDSTUK IX - VERORDENINGEN 8</al><al>Verordening op de Veiligheidsregio 8</al><al>Artikel 24 8</al><al>Overige verordeningen 8</al><al>Artikel 25 8</al><al>Artikel 26 8</al><al>Artikel 27 8</al><al>Artikel 28 8</al><al>Artikel 29 8</al><al>Artikel 30 8</al><al> HOOFDSTUK X - VEILIGHEIDSDIRECTIE 9</al><al>De veiligheidsdirectie 9</al><al>Artikel 31 9</al><al>HOOFDSTUK XI - AMBTELIJKE ORGANISATIE 9</al><al>Artikel 32 9</al><al>De algemeen directeur 9</al><al>Artikel 33 9</al><al>HOOFDSTUK XII - PERSONEEL 9</al><al>Personeel 9</al><al>Artikel 34 9</al><al>Artikel 35 10</al><al>HOOFDSTUK XIII - FINANCIËLE BEPALINGEN 10</al><al>Programmabegroting 10</al><al>Artikel 36 10</al><al>Rekening 10</al><al>Artikel 37 10</al><al>Verdeling der kosten 10</al><al>Artikel 38 10</al><al>Artikel 39 10</al><al>Financiële voorschriften 11</al><al>Artikel 40 11</al><al>HOOFDSTUK XIV - ARCHIVERING 12</al><al>Archiefbescheiden 12</al><al>Artikel 41 12</al><al>HOOFDSTUK XV - INWERKINGTREDING, TOE- EN UITTREDING, GESCHILLEN 12</al><al>Inwerkingtreding 12</al><al>Artikel 42 12</al><al>Toetreding en uittreding 12</al><al>Artikel 43 12</al><al>Artikel 44 12</al><al>Artikel 45. 12</al><al>Wijzigingen of opheffing 13</al><al>Artikel 46 13</al><al>Geschillen en klachten 13</al><al>Artikel 47 13</al><al>Artikel 48 13</al><al>HOOFDSTUK XVI - SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN 14</al><al>Slot- en overgangsbepalingen 14</al><al>Artikel 49 14</al><al>Artikel 50 14</al></bijlage></regeling></body></cvdr>