<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR41205_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tholen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tholen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad nr 4/2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>'Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning'</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-04-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2002-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>No.: </al><al>De raad van de gemeente Tholen;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10
                        februari 2004, nr. 3;</al><al>gezien het advies van de commissie AB d.d. 4 maart 2004;</al><al>gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de volgende 'Verordening op de ambtelijke bijstand en de
                        fractieondersteuning';</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>- Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier of een ambtenaar met een
                                verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar
                                        zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de
                                secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om bijstand
                                bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere
                                bijstand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bijstand, bedoeld in het derde lid, wordt verleend door de
                                griffier of een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde
                                bijstand niet door de griffier of een medewerker van de griffie kan
                                worden verleend kan de griffier de secretaris verzoeken, één of meer
                                ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig
                                mogelijk verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>1.Een verzoek om ambtelijke bijstand wordt ingewilligd tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
                                    betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al><lijst><li nr="2."><al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond
                                            van het eerste lid geweigerd wordt. </al></li><li nr="3."><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt
                                            geweigerd deelt de secretaris dit met redenen omkleed
                                            mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek
                                            heeft ingediend.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                            wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek
                            voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig
                            mogelijk over het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar
                                verleende bijstand, doet hij of de griffier hiervan mededeling aan
                                de secretaris. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                                partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                                burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de
                                zaak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Indien het college of leden van het college informatie wensen over een
                            verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies
                            wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>- Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De fracties, zoals bedoeld in artikel 5 van het reglement van orde,
                                ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de
                                kosten voor het functioneren van de fractie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze bijdrage bestaat uit een vast deel voor elke fractie. Daarnaast
                                ontvangt elke fractie een bedrag per raadszetel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende,
                                kaderstellende en controlerende rol te versterken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:</al><lijst><li nr="a."><al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en
                                        overige regelingen;</al></li><li nr="b."><al>betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen
                                        verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan
                                        ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen)
                                        geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een
                                        gespecificeerde, reële declaratie;</al></li><li nr="c."><al>giften;</al></li><li nr="d."><al>uitgaven welke bestreden dienen te worden uit vergoedingen
                                        die de leden ingevolge het rechtspositiebesluit raads- en
                                        commissieleden toekomen;</al></li><li nr="e."><al>opleidingen voor raads- en commissieleden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bijdrage voor fractieondersteuning wordt, voor 31 januari van een
                                kalenderjaar, als voorschot op dat kalenderjaar verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt het voorschot
                                verstrekt voor de maanden tot en met de maand waarin de verkiezingen
                                plaatsvinden. In de eerste maand na die waarin de eerste vergadering
                                van de nieuw gekozen raad plaatsvindt wordt het voorschot verstrekt
                                voor de overige maanden van dat jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het voorschot wordt verrekend met teveel ontvangen voorschotten in
                                jaren waarvoor de raad de bedragen heeft vastgesteld bedoeld in
                                artikel 15, derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het zeteltal van een fractie ten gevolge van verkiezingen
                                verandert, wijzigt de bijdrage</al><lijst><li nr="a."><al>bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van de
                                        maand na die waarin de eerste vergadering van de nieuw
                                        gekozen raad plaatsvindt.</al></li><li nr="b."><al>bij vermeerdering van het zeteltal: op de eerste dag van de
                                        maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad
                                        plaatsvindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Bij splitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 8,
                                tweede lid, vastgestelde bijdrage voor de oorspronkelijke fractie
                                verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het
                                aantal bij de splitsing betrokken leden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij splitsing van een fractie wordt het aan de oorspronkelijke
                                fractie verstrekte voorschot verrekend overeenkomstig de verdeling
                                die volgt uit het tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de
                                bijdrage toekomend aan een fractie ter besteding door die fractie in
                                volgende jaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage die de fractie in
                                het voorgaande kalenderjaar toekwam ingevolge artikel 8.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve, komt tot
                                uitdrukking in de afrekening als bedoeld in artikel 13 over dat
                                jaar. Bevoorschotting vindt desgevraagd plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de fractie die
                                onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die naar het
                                oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan worden
                                beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou worden
                                dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht op dat meerdere.
                            </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij splitsing van een fractie, wordt de reserve verdeeld over de
                                betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de
                                splitsing betrokken leden, voor zover deze reserve niet meer
                                bedraagt dan 30% van de bijdrage die de oorspronkelijke fractie in
                                het voorgaande kalenderjaar ontving.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke fractie legt, binnen drie maanden na het einde van een
                                kalenderjaar, aan de raad verantwoording af over de besteding van de
                                bijdrage voor fractieondersteuning onder overlegging van een
                                verslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt de bedragen vast van:</al><lijst><li nr="a."><al>de uitgaven van een fractie die in het vorige kalenderjaar
                                        uit de bijdrage bekostigd zijn;</al></li><li nr="b."><al>de wijziging van de reserve;</al></li><li nr="c."><al>de resterende reserve;</al></li><li nr="d."><al>de verrekening tussen de in onderdeel a. genoemde uitgaven
                                        en het ontvangen voorschot en, voor zover nodig, de hoogte
                                        van de terugvordering van ontvangen voorschotten.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>- Slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Hoofdstuk 1 van deze verordening treedt in werking met ingang van 1
                            oktober 2002, met ingang van die datum vervalt hoofdstuk IX van de
                            "Organisatieverordening gemeente Tholen 1998". </al><al>Hoofdstuk 2 van deze verordening treedt in werking met ingang van een
                            nader door de raad te bepalen datum. Bij dit besluit bepaalt de raad
                            eveneens de hoogte van het bedrag per fractie en per raadslid als
                            bedoeld in artikel 8, tweede lid van deze verordening.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Tholen in zijn openbare
                        vergadering van 29 april 2004.</ondertekening><ondertekening>, voorzitter</ondertekening><ondertekening>, griffier</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 33 van de Gemeentewet. Dit artikel
                    is door de Wet dualisering gemeentebestuur ingrijpend gewijzigd. Het legt
                    expliciet vast dat de raad en individuele raadsleden een recht op ambtelijke
                    bijstand hebben. Voor politieke groeperingen bestaat daarnaast een recht op
                    fractieondersteuning. De uitwerking van deze rechten moet bij verordening worden
                    geregeld.</al><al>De oude modelregeling ambtelijke bijstand is aangepast aan het nieuwe
                    dualistische bestuursstelsel. Dit heeft geleid tot de nodige veranderingen. Het
                    meest opvallend is de centrale rol van de griffier. Dit nieuwe instituut, dat
                    bij uitstek bedoeld is voor het verlenen van hulp aan raadsleden, wordt het
                    eerste aanspreekpunt als het gaat om ambtelijke bijstand. De griffier vervult
                    ook de rol van schakel tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke
                    organisatie.</al><al>De burgemeester vervult ook een nieuwe rol in het proces. Indien er een
                    conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan, zal de burgemeester een
                    bemiddelende en uiteindelijk beslissende rol kunnen spelen. De positie van de
                    burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak als bruggenbouwer en
                    als degene die uiteindelijk het laatste woord heeft. De Staatscommissie dualisme
                    en lokale democratie had ook al geadviseerd tot een dergelijke rol van de
                    burgemeester.</al><al>Gezien de nieuwe dualistische verhoudingen ligt het voor de hand dat er ook op
                    het punt van de ambtelijke bijstand duidelijkere scheidslijnen worden getrokken
                    tussen werkzaamheden voor de raad en voor het college. Een ambtenaar mag niet
                    onder druk komen te staan doordat hij werkzaamheden voor de raad verricht.
                    Daarom zal een collegelid dat toch informatie wenst over het verzoek om
                    ambtelijke bijstand, zich moeten wenden tot het betrokken raadslid en niet tot
                    de behandelend ambtenaar.</al><al>De verordening behandelt gedetailleerd de ambtelijke bijstand. Aangezien het de
                    verhouding betreft tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie,
                    is er behoefte aan duidelijke regels. De ambtenaren werken doorgaans namelijk
                    voor het college. De wijziging van artikel 103 van de Gemeentewet laat dit
                    scherp zien. Voor de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur bepaalde
                    dit artikel dat de secretaris (en daarmee de onder hem ressorterende ambtelijke
                    organisatie) de raad en het college terzijde stond. In dualistische verhoudingen
                    staat de secretaris het college terzijde en wordt de raad bijgestaan door de
                    griffier.</al><al>Dat de raad nu beschikt over een griffier betekent niet dat er geen behoefte
                    meer zou zijn aan ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke organisatie.
                    Voor specialistische hulp op het gebied van het maken van amendementen, moties
                    en regelingen zal een beroep op deze organisatie nodig blijven. Dit geldt ook
                    voor specifieke informatie die alleen bij de reguliere ambtelijke organisatie
                    beschikbaar is. De wetgever heeft dat onderkend en het recht op deze vorm van
                    ambtelijke ondersteuning expliciet vastgelegd. Deze verordening vormt de
                    uitwerking van dit recht.</al><al>De nieuwe formulering van artikel 33 van de Gemeentewet laat buiten twijfel dat
                    individuele raadsleden, dus ook die behorend tot een minderheid in de raad,
                    recht hebben op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus door alle
                    raadsleden een beroep worden gedaan.</al><al>In de verordening is geen bepaling opgenomen voor die gevallen waarin de tot het
                    verlenen van hulp aangewezen ambtenaar op grond van gewetensbezwaren daartoe
                    niet bereid is. In een dergelijk geval is er sprake van een rechtspositioneel
                    probleem dat binnen de ambtelijke organisatie tot een oplossing dient te worden
                    gebracht.</al><al>N.B. Nu de ambtelijke bijstand aan raadsleden in een aparte verordening wordt
                    geregeld kunnen de ter zake in de Organisatieverordening Tholen opgenomen
                    bepalingen die dit onderwerp regelen worden ingetrokken. </al><tussenkop>Artikelgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                    verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om het
                    verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of afschrift van
                    openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de griffier die het
                    verzoek kan neerleggen bij een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke
                    organisatie. Ook kan in deze gevallen een raadslid zich rechtstreeks tot een
                    ambtenaar wenden. Het begrip document wordt hier overigens gebruikt in de
                    betekenis die het in de Wet openbaarheid bestuur heeft. Met openbaar wordt
                    bedoeld openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Voor niet
                    openbare documenten wordt een regeling gegeven in de artikel 25, 55 en 86 van de
                    Gemeentewet. Deze rechten zijn uitgewerkt in het reglement van orde voor de raad
                    en de verordening op de raadscommissies. </al><al>Het bestaan van het instituut griffie en de ontvlechting van de posities van de
                    raad en het college, die bij de dualisering zijn beslag heeft gekregen, leidt
                    ertoe dat de ambtelijke organisatie parallel ontvlochten wordt. Omdat de
                    griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal de
                    secretaris de ambtenaar die de bijstand verleend moeten aanwijzen. </al><al>Overigens is er in de verordening een onderscheid aangebracht tussen de
                    verstrekking van feitelijke informatie of het verlenen van inzage in openbare
                    stukken, en het verlenen van bijstand bij het opstellen van moties,
                    amendementen, enz. De laatstgenoemde categorie zal per geval veelal meer beslag
                    leggen op ambtelijke tijd en vergt daarom meer coördinatie.</al><al>De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de
                    verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de verschillen
                    in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op
                    toe dat er voortgang blijft in het proces.</al><al>In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen
                    tussen ambtenaren en medewerkers van de griffie. Als er over ambtenaren
                    gesproken wordt, worden ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie
                    bedoeld die onder gezag van het college staan en worden dus niet
                    griffiemedewerkers bedoeld. Dit neemt niet weg dat ook medewerkers van de
                    griffie ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn.</al><al>Op grond van het tweede lid is er bij twijfel een rol voor de secretaris
                    weggelegd. Deze zal moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in het
                    eerste lid, onderdeel a en b betreft. </al><tussenkop>Artikelen 2 en 3 </tussenkop><al>Beoordeling of één van de in artikel 3 genoemde weigeringgronden zich voordoet
                    vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als hoofd van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. In artikel 4 is aangegeven dat de
                    uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is
                    voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de rede dat hij hierover overleg
                    voert met de secretaris en de griffier (en indien nodig ook het betrokken
                    raadslid). Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover de
                    burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180
                    Gemeentewet).</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>Ook indien – naar de mening van het raadslid – op onvoldoende wijze aan zijn of
                    haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere instantie
                    worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn eigenstandige positie in
                    het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen persoon voor.</al><al>Wel dient het betrokken raadslid of de griffier hierover eerst overleg te voeren
                    met de secretaris.</al><tussenkop>Artikel 5 </tussenkop><al>Indien een raadslid om ambtelijke bijstand verzoekt, moet hij ervan uit kunnen
                    gaan dat de ambtenaar bij het verrichten van die werkzaamheden onafhankelijk
                    opereert van het college. Dit is een gevolg van de door de dualisering tot stand
                    gebrachte ontvlechting van posities. Om te verzekeren dat een ambtenaar niet
                    door collegeleden onder druk wordt gezet om toch inlichtingen te verschaffen
                    over het verzoek van een raadslid is bepaald dat collegeleden zich voor
                    informatie direct tot het betrokken raadslid wenden en niet tot de behandelend
                    ambtenaar. Dit biedt bovendien een extra waarborg voor de onafhankelijke
                    behandeling van een verzoek om ambtelijke bijstand.</al><al>De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleend blijft echter wel onderdeel van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort tot
                    de normale uitoefening van zijn taak. Indien hij dit gedeelte van zijn taak niet
                    goed uitoefent behoudt het college dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop
                    aan te spreken.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De hoogte
                    van het budget voor fractieondersteuning zal in de gemeentebegroting moeten
                    worden opgenomen en dus door de raad worden vastgesteld. In het beleidsprogramma
                    "Kleur Bekennen" heeft de raad vanaf het jaar 2005 een budget voor dit doel
                    opgenomen op de A-lijst. Bij de bespreking van de Kadernota 2004 is dit punt
                    echter onderwerp van bezuiniging geworden. Thans gaat het voorstel dan ook niet
                    verder dan het stellen van de kaders waarbinnen fractieondersteuning gestalte
                    zal kunnen krijgen. Voor de daadwerkelijke beschikbaarstelling ervan en de
                    vaststelling van de hoogte van de bedragen zal de raad een nader besluit moeten
                    nemen. </al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>De fracties wordt grotendeels de vrijheid gelaten wat betreft de inhoudelijke
                    besteding van de fractieondersteuning. Minimumvoorwaarde is wel dat de bijdrage
                    besteed wordt aan raadswerkzaamheden. Verder is een aantal doelen genoemd
                    waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag worden. Daarmee wordt onder andere
                    voorkomen dat met de bijdrage verkiezingscampagnes worden gefinancierd en dat
                    raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk (vastgelegd in het
                    rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, dat zijn grondslag vindt in de
                    artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet) aanvullen met de bijdrage voor
                    fractieondersteuning. Opleidingen voor raads- en commissieleden dienen bekostigd
                    te worden uit het daarvoor beschikbare individuele budget en dientengevolge ook
                    niet uit de bijdrage voor fractieondersteuning.</al><al>Omdat het bij uitstek om politieke ondersteuning gaat kan deze inhoudelijk niet
                    te zeer gedetailleerd geregeld worden. Fractieondersteuning in de vorm van het
                    beschikbaar stellen van gemeenteambtenaren voor de fracties wordt niet wenselijk
                    geacht, aangezien het vaak politiek getinte ondersteuning betreft. Fracties
                    moeten daarom vrij zijn in de keuze van de personen die de fracties
                    ondersteunen. </al><tussenkop>Artikel 8 </tussenkop><al>De bijdrage wordt als voorschot verstrekt. In een verkiezingsjaar wordt het
                    voorschot in twee gedeelten gesplitst. Het is logisch dat het aangepast wordt
                    aan de nieuwe verhoudingen in de raad. Indien blijkt dat het geld onrechtmatig
                    is besteed kan dit aan het eind van het jaar verrekend worden. </al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Het spreekt vanzelf dat de bijdrage aangepast zal moeten worden aan veranderde
                    verhoudingen in de raad. De regeling heeft tot gevolg dat fracties die kleiner
                    worden (of geheel verdwijnen) nog over de gehele maand waarin de nieuwe raad
                    voor het eerst vergadert de bijdrage ontvangen. Voor fracties die groter worden
                    (of nieuwe fracties) gaat de bijdrage per diezelfde maand in. Dat betekent dat
                    de totale bijdrage voor fractieondersteuning in een verkiezingsjaar hoger
                    uitvalt dan in andere jaren. Dit is niet te vermijden.</al><al>Bij splitsing van een fractie zal het al eerder verstrekte voorschot direct
                    verrekend moeten worden. Als dat niet zou gebeuren zou een deel van de
                    oorspronkelijke fractie over een te groot voorschot beschikken en zou het andere
                    deel juist helemaal geen voorschot krijgen. Na het kalenderjaar zou dan alsnog
                    verrekend moeten worden. Het is billijker de verrekening in deze gevallen direct
                    te laten plaatsvinden.</al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>De reserve bestaat uit het overschot van voorgaande jaren. Dit bedrag zal niet
                    eindeloos mogen groeien. De reserve is dan ook aan een maximum gebonden.</al><al>Ook met betrekking tot de reserve is het van belang dat goed wordt omgegaan met
                    de splitsing van een fractie. De regeling in het zesde lid regelt dat de reserve
                    naar evenredigheid verdeeld wordt over de nieuw ontstane fracties. Indien een
                    splitsing kort na de verkiezingen plaatsvindt, zou een conflict kunnen ontstaan
                    over de verdeling van de reserve. De regeling laat er echter geen twijfel over
                    dat ook in dat geval de reserve verdeeld moet worden. </al><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>Uit het verslag kan naar voren komen dat er een verrekening dient plaats te
                    vinden met het verstrekte voorschot. Indien niet verrekend kan worden,
                    bijvoorbeeld omdat een fractie uit de raad verdwijnt, zal de raad het ten
                    onrechte uitgekeerde voorschot kunnen terugvorderen</al><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>Oorspronkelijk had de raad in het programma Kleur Bekennen met ingang van 2005
                    een budget voor de fractieondersteuning opgenomen. Bij de besprekingen over de
                    kadernota 2004 is dit budget onderwerp van bezuiniging geworden. Daarom is het
                    noodzakelijk dat de raad, wanneer hij daadwerkelijk gebruik wil maken van de
                    mogelijkheden voor fractieondersteuning, zowel het budget beschikbaar stelt, als
                    de datum vaststelt met ingang waarvan paragraaf 2 van deze verordening in
                    werking treedt. </al></nota-toelichting><bijlage><kop><titel><onderstreept>INHOUDSOPGAVE:</onderstreept></titel></kop><al>HOOFDSTUK 1 - Ambtelijke bijstand 1</al><al>Artikel 1 1</al><al>Artikel 2 1</al><al>Artikel 3 2</al><al>Artikel 4 2</al><al>Artikel 5 2</al><al>HOOFDSTUK 2 - Fractieondersteuning 2</al><al>Artikel 6 2</al><al>Artikel 7 2</al><al>Artikel 8 2</al><al>Artikel 9 2</al><al>Artikel 10 3</al><al>Artikel 11 3</al><al>HOOFDSTUK 3 - Slotbepaling 3</al><al>Artikel 12 3</al><al>Toelichting 1</al><al>Artikelgewijze toelichting 2</al><al>Artikel 1 2</al><al>Artikelen 2 en 3 2</al><al>Artikel 4 2</al><al>Artikel 5 2</al><al>Artikel 6 3</al><al>Artikel 7 3</al><al>Artikel 8 3</al><al>Artikel 9 3</al><al>Artikel 10 3</al><al>Artikel 11 4</al><al>Artikel 12 4</al></bijlage></regeling></body></cvdr>