<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>411741_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oldambt 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oldambt</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-07-19</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.gemeente-oldambt.nl">elektronisch
                gemeenteblad-</dcterms:isFormatOf><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening gemeente Oldambt
                2016</dcterms:alternative><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued>2016-05-23</dcterms:issued><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/2016-07-01">artikelen 147, 149 en 151a, eerste lid, van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002458/2015-01-01">artikel 4 van de Drank- en Horecawet</dcterms:source></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-06-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>-</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>gewijzigde regelgeving</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp></overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oldambt;</al><al>overwegende dat het aanbeveling verdient regels te stellen ter handhaving
                        van de openbare orde;</al><al>Gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet en artikel 2.2. van de
                        Wet algemene bepalingen omgevingsvergunning;</al><al>B E S L U I T:</al><al>vast te stellen de volgende</al><al>“Algemene Plaatselijke Verordening gemeente OIdambt”,luidende per 1 oktober
                        2010 als volgt: </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op
                            grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;</al><al>b. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een
                            besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel
                            2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een
                            al verleende omgevingsvergunning;</al><al>c. bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening daaronder wordt
                            verstaan;</al><al>d. college: het college van burgemeester en wethouders;</al><al>e. gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet
                            daaronder wordt verstaan;</al><al>f. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten,
                            waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;</al><al>g. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere
                            wijze toegankelijk zijn;</al><al>h openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                            manifestaties daaronder wordt verstaan;</al><al>i. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens
                            een zakelijk of persoonlijk recht;</al><al>j. weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de
                            Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verdagen.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid,
                                of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, aanhef en
                                onder a, of artikel 4:11.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan vier weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste twaalf weken.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze
                            verordening anders is bepaald.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><al>a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens
                            zijn verstrekt;</al><al>b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                            inzichten opgetreden na het</al><al>verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging
                            noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming
                            waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al><al>c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en
                            beperkingen niet zijn of</al><al>worden nagekomen;</al><al>d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt
                            binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een
                            gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of</al><al>e. indien de houder dit verzoekt.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><al>a. de openbare orde;</al><al>b. de openbare veiligheid;</al><al>c. de volksgezondheid;</al><al>d. de bescherming van het milieu.</al><al></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>OPENBARE ORDE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1.</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Degene die op een openbare plaats:</al><al>a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan
                                    of dreigen te ontstaan;</al><al>b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot
                                    toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen
                                    te ontstaan; of</al><al>c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;</al><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    ongeregeldheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1.1</nr><titel>Verblijfsontzeggingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is degene aan wie dit door of namens de burgemeester in het
                                    belang van de openbare orde is bekendgemaakt, verboden zich te
                                    bevinden op of aan de in de bekendmaking aangewezen wegen en
                                    plaatsen gedurende de periode daarin genoemd
                                    (verblijfsontzegging|).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ieder aan wie een verblijfsontzegging is opgelegd, is
                                    verplicht, op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van
                                    de politie, zich te verwijderen van de gebieden als vermeld in
                                    de verblijfsontzegging.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde is niet van toepassing op de
                                    persoon die in het door de burgemeester aangewezen gebied: </al><al>a. zich bevindt in een openbaar middel van vervoer;</al><al>b. aldaar werkzaam is;</al><al>c. volgens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
                                    aldaar woonachtig is en daar ook feitelijk woonachtig is, dan
                                    wel</al><al>d. een aantoonbaar redelijk belang heeft om zich in dit gebied
                                    op te houden.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde is niet van toepassing op
                                    personen, die op Het in het eerste lid gestelde verbod geldt
                                    gedurende de in de bekendmaking genoemde periode. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>BETOGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten (gereserveerd)</titel></kop><al>Gereserveerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als
                                    bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare
                                    manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en
                                    ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                    schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><al>a. naam en adres van degene die de betoging houdt;</al><al>b. het doel van de betoging;</al><al>c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip
                                    van aanvang en van beëindiging;</al><al>d. de plaats, de route (voor zover van toepassing) en de plaats
                                    van beëindiging;</al><al>e. voorzover van toepassing, de wijze van samenstelling; en</al><al>f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om
                                    een regelmatig verloop te bevorderen.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaat vóór 12.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een
                                    kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn (vervallen).</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens (vervallen).</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen (vervallen).</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>VERTONINGEN E.D. OP DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d. (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d. (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                    publieke functie ervan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de
                                            weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan
                                            belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen
                                            voor het beheer of onderhoud van de weg; of</al></li><li nr="b."><al>het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van
                                            welstand</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare
                                    orde en veiligheid of de woon- en leefomgeving nadere regels
                                    stellen ten aanzien van het plaatsen van uitstallingen en/of
                                    objecten, reclame-uitingen, hinderlijke beplanting en terrassen,
                                    zulks om het doelmatig en veilig gebruik van de weg, danwel het
                                    doelmatige beheer en onderhoud daarvan te bevorderen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het
                                    verbod in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
                                    j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:</al><al>a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al><al>b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; en</al><al>c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een
                                    vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken,
                                    artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of het provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van
                                    het bevoegd gezag een weg aan te leggen, de verharding daarvan
                                    op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of
                                    breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins
                                    verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De vergunning wordt verleend:</al><al>a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, tenzij de
                                    activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                    beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit;
                                    of</al><al>b. door het college in de overige gevallen.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in
                                    opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke
                                    taken worden verricht.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin
                                    wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, het provinciaal wegenreglement, de
                                    Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag
                                    een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een
                                    bestaande uitweg naar de weg.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning
                                    slechts geweigerd:</al><al>a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;</al><al>b. indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een
                                    openbare parkeerplaats;</al><al>c. indien door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare
                                    wijze wordt aangetast; of</al><al>d. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al
                                    door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze
                                    tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of
                                    het openbaar groen. </al><al></al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: </al><al>a. situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het provinciaal
                                    wegenreglement;</al><al>b. uitwegen die reeds op basis van de meldingsplicht uit eerdere
                                    APVs zijn toegestaan, maar nog niet zijn gerealiseerd; en</al><al>c. uitwegen en tweede uitwegen die reeds voor 1 januari 2010
                                    zijn gerealiseerd zolang dit niet leidt tot gevaar voor het
                                    verkeer op de weg (overgangsrecht).</al><al></al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>VEILIGHEID OP DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
                                    (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d. (gereserveerd)</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d. (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen
                                    (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp (gereserveerd)</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting
                                    (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>EVENEMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><al>a. bioscoopvoorstellingen;</al><al>b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van
                                    de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;</al><al>c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al><al>d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet
                                    gelegenheid geven tot dansen;</al><al>e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de
                                    Wet openbare manifestaties;</al><al>f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 en 2:73.1 van deze
                                    verordening.</al><al></al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><al>a. een herdenkingsplechtigheid;</al><al>b. een braderie;</al><al>c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel
                                    2:3 van deze verordening, op de weg;</al><al>d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                    weg;</al><al>e. een klein evenement zoals een straatfeest, buurtbarbecue of
                                    vergelijkbare kleinschalige activiteiten op één dag.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de
                                    burgemeester een evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                    indien:</al><al>a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250
                                    personen;</al><al>b. het evenement tussen 08.00 uur en 24.00 uur plaats
                                    vindt;</al><al>c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na
                                    23.00 uur;</al><al>d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad
                                    of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het
                                    verkeer en de hulpdiensten;</al><al>e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte
                                    van minder dan 25 m2 per object;</al><al>f. er een organisator is; en</al><al>g. de organisator ten minste tien werkdagen voorafgaand aan het
                                    evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De burgemeester kan binnen vijf dagen na ontvangst van de
                                    melding besluiten een klein evenement te verbieden, indien er
                                    aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt; de burgemeester kan nadere voorschriften vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een
                                    wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt
                                    door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>a. openbare inrichting:</al><al><cursief>i. </cursief>een hotel, restaurant, pension, café,
                                    cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis;</al><al><cursief>ii. </cursief>elke andere voor het publiek
                                    toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of
                                    dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe
                                    consumptie worden verstrekt of bereid;</al><al>b. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                    inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan
                                    worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden
                                    geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden
                                    bereid of verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een terras.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatievergunning openbare inrichting.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van
                                    de openbare inrichting in strijd is met het geldend
                                    bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester
                                    de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien
                                    naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of
                                    leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de
                                    openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
                                    beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich
                                    bevindt in</al><al>a. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet
                                    voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een
                                    nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;</al><al>b. een zorg- en onderwijsinstelling;</al><al>c. een museum; of</al><al>d. een bedrijfskantine of – restaurant</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning, bedoeld in het eerste lid, is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is de exploitant van een openbare inrichting gevestigd
                                    binnen de bebouwde kom van Winschoten verboden dit voor
                                    bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of
                                    te laten verblijven:</al><al>a. in inrichtingen waar anders dan om niet alcoholhoudende drank
                                    wordt verstrekt:</al><al>1. op maandag tot en met vrijdag: tussen 03.00 uur en 09.00 uur
                                    met inachtneming van een sluiting om 02.00 uur met een cooldown
                                    tot 03.00 uur en</al><al>2. op zaterdag en zondag: tussen 05.00 uur en 09.00 uur met in
                                    acht neming van een sluiting om 04.00 uur met een cooldown tot
                                    05.00 uur.</al><al>b. in inrichtingen waar anders dan om niet alcoholvrije drank
                                    wordt verstrekt:</al><al>1. op maandag tot en met vrijdag tussen 04.00 uur en 09.00 uur
                                    en</al><al>2. op zaterdag en zondag tussen 06.00 uur en 09.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is de exploitant van een openbare inrichting verboden een
                                    bij de openbare inrichting </al><al> behorende terras voor bezoekers geopend te hebben en aldaar
                                    bezoekers toe te laten of te </al><al> verblijven tussen 01.00 uur en 09.00 uur.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.
                                </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    daarin geregelde</al><al> onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer gebaseerde
                                    voorschriften.</al><al></al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijden en tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere
                                    omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk
                                    andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                                    bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                    artikel 13b van de Opiumwet voorziet.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al><al>a. de orde te verstoren;</al><al>b. zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de
                                inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens
                                artikel 2:30, eerste lid;</al><al>c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die
                                geen gebruik maken van het terras.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan </titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28
                                tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan (gereserveerd)</titel></kop><al>Gereserveerd.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8a</nr><titel>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                Drank- en Horecawet</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>De begripsbepalingen uit artikel 1 van de Drank- en Horecawet zijn
                                op deze verordening van toepassing.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34b</nr><titel>Schenktijden paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Paracommerciële rechtspersonen verstrekken alcoholhoudende drank
                                    uitsluitend vanaf één uur voor aanvang tot uiterlijk één uur na
                                    beëindiging van de activiteiten die passen binnen de statutaire
                                    doelstellingen van de desbetreffende paracommerciële
                                    rechtspersoon</al><al></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het
                                    paracommerciële rechtspersonen verboden om in de inrichting
                                    alcoholhoudende drank te verstrekken na 24.00 uur. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan aan een paracommerciële rechtspersoon in
                                    bijzondere omstandigheden, in relatie tot de activiteiten van
                                    die rechtspersoon, ontheffing verlenen van het bepaalde in het
                                    eerste en tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                                NACHTVERBLIJF</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor
                                    het publiek toegankelijke gelegenheid waar </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al><al>a. speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                    eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen vergunning is
                                    verleend;</al><al>b. speelgelegenheden waarvoor de minister van Veiligheid en
                                    Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                    verlenen;</al><al>c. speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het
                                    kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de
                                    kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
                                    bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de
                                    handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de
                                    kansspelen te verrichten.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><al>a. indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon-
                                    en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de
                                    openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed
                                    door de exploitatie van de speelgelegenheid; of</al><al>b. indien de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd is
                                    met een geldend bestemmingsplan.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><al>a. Wet: de Wet op de kansspelen;</al><al>b. speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a,
                                    van de Wet;</al><al>c. kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                    c, van de Wet;</al><al>d. hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
                                    30, onder d, van de Wet;</al><al>e. laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
                                    30, onder e, van de Wet.</al><al></al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten
                                    toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                    (behendigheidsautomaten) toegestaan, kansspelautomaten zijn hier
                                    in het geheel niet toegestaan.</al><al></al><al></al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier
                                    aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden
                                    noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen,
                                    te bekladden of te bespuiten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><al>a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                    aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze
                                    aan te brengen of te doen aanbrengen;</al><al>b. met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                    afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen
                                    aanbrengen.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing indien
                                    gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al><al></al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het
                                    aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan
                                    een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter
                                    inzage af te geven.</al><al></al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d. (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                    voorkomen.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d. (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d. (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats:</al><al>a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument,
                                    overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig,
                                    hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor
                                    niet bestemd straatmeubilair;</al><al>b. zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of
                                    aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen
                                    onnodig overlast of hinder berokkent.</al><al></al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 424 , 426bis of 431 van het Wetboek van
                                    Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben
                                    bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op:</al><al>a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Drank- en Horecawet; en</al><al>b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a,
                                    waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank
                                    en Horecawet.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden: </al><al>a. zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                    houden;</al><al>b. zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                    drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al><al></al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een
                                    flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke
                                    meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk
                                    is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor
                                    gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken
                                voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze
                                ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen,
                                wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en
                                rijwielstallingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek indien: </al><al>a. dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of</al><al>b. daardoor die ingang versperd wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van (brom)fietsen op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden zich met een fiets, bromfiets, skateboard of
                                rollerskates te bevinden in een overdekte winkelcentra en op een
                                terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst,
                                plechtigheid e.d. wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod
                                kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen: </al><al>a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                    zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of
                                    op een andere door het college aangewezen plaats;</al><al>b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats indien de hond
                                    niet is aangelijnd;</al><al>c. buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen
                                    plaats indien de hond niet is aangelijnd; of</al><al>d. op een openbare plaats indien die hond niet is voorzien van
                                    een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of
                                    houder duidelijk doet kennen;</al><al>e. op een door het college aangewezen plaats die gesloten is
                                    voor honden.</al><al></al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op
                                    door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van
                                    toepassing op de eigenaar of houder van een hond: </al><al>a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                    sociale hulphond laat begeleiden; of</al><al>b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                    geleidehond of sociale hulphond.</al><al></al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is
                                    verplicht ervoor te</al><al>zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet: </al><al>a. op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd
                                    voor het verkeer van voetgangers;</al><al>b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                    zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                    speelweide;</al><al>c. op een andere door het college aangewezen plaats. </al><al></al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder
                                    van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond
                                    of sociale hulphond laat begeleiden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid, onder a niet geldt.</al><al></al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven indien degene er zorg voor draagt
                                    dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die: </al><al>a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van
                                    beide stoffen;</al><al>b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals
                                    is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet
                                    mogelijk is; en</al><al>c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                    afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek
                                    toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig
                                    zijn.</al><al></al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d, dient
                                    een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een
                                    door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
                                    (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens
                                (vee) die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet
                                van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is
                                verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden
                                dat dit vee die weg niet kan bereiken.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63.1</nr><titel>Voederverbod (stads)duiven.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden (stads)duiven of andere overlast veroorzakende
                                    vogels te voeren op of aan de door het college aan te wijzen
                                    openbare weg of gedeelte van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden anderen de gelegenheid te bieden (stads)duiven
                                    of andere overlast veroorzakende vogels te kunnen voeren op of
                                    aan de door het college aan te wijzen openbare weg of gedeelte
                                    van de openbare ruimte.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gesteld verbod geldt niet voor
                                    de eigenaar of de houder van duiven die deze hobbymatig of
                                    beroepsmatig houden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in het eerste en het
                                    tweede lid gestelde verboden. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: een handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin onverwijld op te
                                    nemen: </al><al>a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                    goed;</al><al>b. de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al><al>c. een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor
                                    zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed;</al><al>d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het
                                    goed; en</al><al>e. de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                    verkregen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                                    Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><al>a. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                stellen: </al><al>1. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van
                                zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende
                                vestiging;</al><al>2. van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde
                                adressen;</al><al>3. dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;</al><al>4. dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een
                                misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                gegaan;</al><al>b. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register
                                ter inzage te geven;</al><al>c. aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar
                                zijn;</al><al>d. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in
                                bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
                                    (gereserveerd)</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>VUURWERK</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen (gereserveerd)</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
                                    (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13a</nr><titel>Carbidschieten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73a</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder carbidschieten verstaan: het in een
                                (melk)bus/container/opslagvat op explosieve wijze verbranden van
                                acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide
                                (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare
                                eigenschappen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73b</nr><titel>Carbidschieten en ontheffing </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden carbid te schieten.</al><al></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                    lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73.c</nr><titel>Carbidschieten zonder ontheffing </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het in artikel 2:73b eerste lid gestelde verbod geldt niet
                                    indien: </al><al>a. carbidschieten dat plaatsvindt op 31 december tussen 10.00
                                    uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar, waarbij
                                    gebruik gemaakt wordt van bussen met een maximale inhoud van 1
                                    liter, mits daarbij geen handelingen worden verricht of
                                    nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of
                                    redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaren kunnen </al><al>optreden voor mens en milieu;</al><al>b. carbidschieten dat plaatsvindt op 31 december tussen 10.00
                                    uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar op een
                                    erf behorende bij een woning buiten de bebouwde kom, waarbij
                                    gebruik gemaakt wordt van bussen met een maximale inhoud van 60
                                    liter, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:</al><al>1. er zijn maximaal vier personen aanwezig die carbidschieten,
                                    waaronder een meerderjarig bewoner van de betreffende woning die
                                    ervoor zorg draagt dat deze voorwaarden worden nageleefd;</al><al>2. er worden geen handelingen verricht of nagelaten waarvan
                                    degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs
                                    had kunnen vermoeden dat daardoor gevaren kunnen optreden voor
                                    mens en milieu;</al><al>3. er worden in totaal niet meer dan twee bussen gebruikt;</al><al>4. naast de onder 1, genoemde personen is er geen publiek
                                    aanwezig anders dan bewoners van de betreffende woning;</al><al>5. de afstand vanaf de plek waar het carbidschieten plaatsvindt
                                    tot gebouwen van derden bedraagt tenminste 100 meter;</al><al>6. het vrijschootsveld bedraagt tenminste 75 meter; dit terrein
                                    is in eigendom van of wordt gehuurd of gepacht door een bewoner
                                    van de betreffende woning; </al><al>7. hierin liggen geen openbare paden of wegen; </al><al>8. indien het carbidschieten plaatsvindt na zonsondergang dient
                                    het schietterrein goed te worden verlicht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De burgemeester kan ter voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast, of in het belang van de natuurbescherming, plaatsen in
                                    de gemeente aanwijzen waar het gestelde in het eerste lid niet
                                    van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Wet
                                    milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke
                                    stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van
                                    Strafrecht van toepassing zijn.</al><al></al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>DRUGSOVERLAST</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een
                                openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74.1</nr><titel>Verblijfsontzeggingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
                                    degene die zich gedraagt in strijd met artikel 2:74 een verbod
                                    opleggen om zich gedurende het in dat verbod aangewezen tijdvak
                                    van ten hoogste 24 uur te bevinden op in dat verbod aangewezen
                                    plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de genoemde
                                    gedragingen hebben plaatsgehad.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
                                    degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste lid
                                    van ten hoogste 24 uur is opgelegd en ten aanzien van wie binnen
                                    één jaar na het opleggen van dit verbod wordt geconstateerd, dat
                                    hij zich gedraagt in strijd met het 5<sup>e</sup> lid of de in
                                    het eerste lid genoemd artikel, een verbod opleggen om zich
                                    gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste
                                    veertien dagen te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen,
                                    waar of in de nabijheid waarvan de genoemde gedragingen hebben
                                    plaatsgehad.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
                                    degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in dit artikel van
                                    ten hoogste veertien dagen is opgelegd en ten aanzien van wie
                                    binnen één jaar na het opleggen van dit verbod wordt
                                    geconstateerd, dat hij zich gedraagt in strijd met het
                                    5<sup>e</sup> lid of het in het eerste lid genoemd artikel, een
                                    verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd
                                    tijdvak van ten hoogste vier weken te bevinden op in dat verbod
                                    aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de genoemde
                                    gedragingen hebben plaatsgehad.</al><al></al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De burgemeester beperkt de in het 1<sup>e</sup>, 2<sup>e</sup>,
                                    of 3<sup>e</sup> lid genoemde verboden, indien dat in verband
                                    met persoonlijke omstandigheden van de betrokkene noodzakelijk
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>De burgemeester kan straten en/of gebieden aanwijzen waar het
                                    verbod van kracht is.</al><al></al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN
                                CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 154a van de
                                Gemeentewet te besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door
                                hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen
                                plaats indien deze personen het bepaalde in artikel 2:1.1., 2:1.2.,
                                2:10, 2:26, 2:49, 2:50 en 2:73.1 van de Algemene plaatselijke
                                verordening groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151b van de
                                Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid
                                van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan,
                                een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek
                                openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aan te wijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor
                                    een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van
                                    andere door de gemeenteraad aan te wijzen voor het publiek
                                    toegankelijke plaatsen.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Reguliere prostitutie, seksbranche en aanverwante
                            onderwerpen.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Algemene Bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Afbakening</titel></kop><al>De artikelen 1:2, 1:3 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet van toepassing
                                op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><al>a. advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een
                                seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek
                                brengt;</al><al>b. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is
                                aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf;</al><al>c. bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft
                                voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als
                                bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester;</al><al>d. escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig
                                gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen
                                klant en prostituee; </al><al>e. exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een
                                rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging
                                van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens
                                rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend; </al><al>f. klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van
                                een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele
                                diensten;</al><al>g. prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten
                                van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;</al><al>h. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van
                                seksuele handelingen met een ander tegen betaling;</al><al>i. prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het
                                bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie;</al><al>j. seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig
                                gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van seksuele
                                handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig
                                aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een
                                seksinrichting tegen betaling; </al><al>k. seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte,
                                onderdeel van een seksbedrijf.</al><al></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Vergunning seksbedrijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder vergunning
                                    van het bevoegde bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Op een aanvraag om een vergunning wordt binnen twaalf weken
                                    beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden
                                    verlengtd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een vergunning kan mede voor één seksinrichting worden
                                    verleend.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De vergunning wordt voor bepaalde tijd verleend aan de
                                    exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning is niet
                                    overdraagbaar.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Concentratie seksinrichtingenploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:a. staat niet onder curatele en is
                                    niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;b. is niet in
                                    enig opzicht van slecht levensgedrag; enc. heeft de leeftijd van
                                    eenentwintig jaar bereikt. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan delen van de gemeente aanwijzen waarbuiten voor
                                    het vestigen van een seksinrichting geen vergunning wordt
                                    verleend. Daarbij kan worden bepaald dat de aanwijzing slechts
                                    geldt voor seksinrichtingen van seksbedrijven van een nader
                                    aangewezen aard.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>0-optie raamprostitutiebedrijven en maximering aantal
                                    seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor het uitoefenen van een raamprostitutiebedrijf wordt geen
                                    vergunning verleend.</al><al></al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Er kan voor in totaal ten hoogste 5 seksinrichtingen
                                    (prostitutiebedrijven, niet zijnde raamprostitutiebedrijven)
                                    vergunning worden verleend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een aanvraag om vergunning wordt ingediend door gebruikmaking
                                    van een door het bevoegde bestuursorgaan vastgesteld
                                    formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke activiteit vergunning
                                    wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en
                                    bescheiden overlegd:</al><al>a. de persoonsgegevens van de exploitant;</al><al>b. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de
                                    Kamer van Koophandel;</al><al>c. of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de exploitant
                                    een vergunning voor een seksbedrijf is geweigerd of een aan de
                                    exploitant verleende vergunning voor een seksbedrijf is
                                    ingetrokken;</al><al>d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;</al><al>e. het adres van een onder het seksbedrijf vallende
                                    seksinrichting;</al><al>f. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het
                                    seksbedrijf zal worden gebruikt;</al><al>g. een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Wet op de identificatieplicht van de exploitant;</al><al>h. indien van toepassing, de verblijfstitel van de
                                    exploitant;</al><al>i. een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale
                                    verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst;</al><al>j. bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het
                                    gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van het
                                    seksbedrijf;</al><al>i. indien van toepassing, de plattegrond van de seksinrichting
                                    waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een
                                    tekening met een schaalaanduiding.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Als er een beheerder is aangesteld, is het tweede lid, onder
                                    a,b,c,g en h, van overeenkomstige toepassing op de beheerder.
                                </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan aanvullende gegevens of
                                    bescheiden verlangen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een vergunning wordt geweigerd als: </al><al>a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat; </al><al>b. de exploitant of de beheerder is ontzet uit het ouderlijk
                                    gezag of de voogdij; </al><al>c. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld
                                    voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in
                                    enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; </al><al>d. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog
                                    niet heeft bereikt; </al><al>e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke
                                    toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming
                                    zal zijn; </al><al>f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in
                                    strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen
                                    of voorschriften; </al><al>g. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen
                                    tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees
                                    betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als
                                    het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar
                                    hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven
                                    of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de
                                    Vreemdelingenwet 2000; </al><al>h. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden
                                    voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een
                                    misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                    vrijheidsstraf van meer dan zes maanden;</al><al>i. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden
                                    voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan
                                    één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk
                                    veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van €500,- of
                                    meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                    eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan
                                    wel mede wegens overtreding van:</al><al>1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet,
                                    de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid
                                    vreemdelingen en hoofdstuk 3 van de APV Oldambt 2106; </al><al>2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis,
                                    420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek
                                    van Strafrecht; </al><al>3°. artikel 69 van de Algemene wet rijksbelastingen;</al><al>4°. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
                                    artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994; </al><al>5°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of </al><al>6°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al><al>j. er een maximum als bedoeld in artikel 3:5 is vastgesteld en
                                    dit maximum al bereikt is</al><al>k. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd op zal
                                    leveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in
                                    ontwerp dat ter inzage is gelegd, een beheersverordening of een
                                    aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4.</al><al></al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder h,
                                    wordt gelijk gesteld: </al><al>a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige
                                    voorwaardelijke straf; </al><al>b. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel
                                    74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of
                                    artikel 76, derde lid, onder a, van de Algemene wet inzake
                                    rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375,-
                                    bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder h en
                                    i, wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend
                                    vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.</al><al></al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het
                                    eerste lid, onder h en i, telt de periode waarin een
                                    onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd: </al><al>a. voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van
                                    artikel 3:9, eerste lid, aanhef en onder a tot en met f, of
                                    tweede lid, aanhef onder a tot en met g, of in het geval en
                                    onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet
                                    bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
                                    is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de
                                    intrekking; </al><al>b. als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3:6
                                    gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager
                                    de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het
                                    bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; </al><al>c. als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op
                                    het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting
                                    waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die
                                    seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf
                                    is uitgeoefend;</al><al>d. als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de
                                    veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten nadelig
                                    wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting
                                    waarvoor de vergunning is aangevraagd;</al><al>e. als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3:15, eerste en
                                    tweede lid;</al><al>f. als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij
                                    artikel 3:17 gestelde verplichtingen zal naleven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Eisen met betrekking tot vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vergunning vermeldt in ieder geval: </al><al>a. de naam van de exploitant; </al><al>b. indien van toepassing, die van de beheerder; </al><al>c. voor welke activiteit de vergunning is verleend; </al><al>d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; </al><al>e. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het
                                    seksbedrijf zal worden gebruikt; </al><al>f. indien van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf
                                    vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend; </al><al>g. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn
                                    verbonden; </al><al>h. indien van toepassing de geldigheidsduur van de vergunning; </al><al>i. het nummer van de vergunning. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een
                                    afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting
                                    waarvoor de vergunning mede is verleend, en tevens dat aan de
                                    buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een
                                    vergunning voor die seksinrichting beschikt. </al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Intrekkingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vergunning wordt ingetrokken als:</al><al>a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken
                                    te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn
                                    genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend
                                    waren geweest; </al><al>b. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is
                                    gegeven; </al><al>c. is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13, aanhef en
                                    onder a, 3:14 tweede lid, 3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede
                                    lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°; </al><al>d. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de
                                    vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning
                                    gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid; </al><al>e. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7,
                                    eerste lid, onder a tot en met i; </al><al>f. de vergunninghouder dat verzoekt;</al><al>g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een
                                    geldend bestemmingsplan, een beheersverordening of een
                                    aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: </al><al>a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden
                                    voorschriften of beperkingen; </al><al>b. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften,
                                    gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming
                                    van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is
                                    gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder
                                    bij behoud van de vergunning; </al><al>c. een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of
                                    beheerder is geworden; </al><al>d. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of
                                    krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het
                                    eerste lid, aanhef en onder c; </al><al>e. is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven
                                    maatregelen; </al><al>f. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de
                                    vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning
                                    gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid
                                    van prostituees of klanten;</al><al>g. de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van
                                    het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt; </al><al>h. er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die
                                    onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict
                                    of voor mensenhandel;</al><al>i. gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van
                                    de vergunning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Melding gewijzigde omstandigheden</titel></kop><al>De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksbedrijf
                                niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 3:8,
                                eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk
                                aan het bevoegde bestuursorgaan. Deze verleent een gewijzigde
                                vergunning, als het seksbedrijf aan de vereisten voldoet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Verlenging vergunning</titel></kop><al>Gereserveerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:a. indien het bevoegd bestuursorgaan
                                    aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van
                                    tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare
                                    orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;b. anders dan
                                    overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het belang
                                    van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde
                                    regels. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al><al></al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Uitoefenen seksbedrijf</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1</nr><titel>Regels voor alle seksbedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid;
                                        toegang</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is de exploitant en de beheerder verboden een
                                        seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin
                                        bezoekers toe te laten of te laten verblijven:</al><al>a. op maandag tot en met vrijdag tussen 03.00 uur en 09.00
                                        uur;</al><al>b. op zaterdag en zondag tussen 05.00 uur en 09.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke
                                        seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin
                                        te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten
                                        dient te zijn voor bezoekers.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die
                                        nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten
                                        of te laten verblijven in een seksinrichting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Adverteren</titel></kop><al>Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf:</al><al>a. geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer, bedoeld
                                    in artikel 3:8, eerste lid, onder e, van het nummer, bedoeld in
                                    artikel 3:8, eerste lid, onder i, en van de bedrijfsnaam;</al><al>b. vermelding op te nemen van een ander telefoonnummer dan
                                    bedoeld onder a, en</al><al>c. als het een prostitutiebedrijf betreft, onveilige seks aan te
                                    bieden of te garanderen dat prostituees die voor of bij het
                                    betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare
                                    aandoeningen. </al><al>Paragraaf 3.2 Regels voor alles prostitutiebedrijven en
                                    prostituees</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij
                                        zich te laten werken die:</al><al> a. nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt;</al><al>b. in Nederland verblijft of werkt in strijd met het
                                        bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een prostituee verboden werkzaam te zijn voor of bij
                                        een exploitant aan wie geen vergunning voor een
                                        prostitutiebedrijf is verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Bedrijfsplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan,
                                        waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de
                                        exploitant treft: </al><al>a. op het gebied van hygiëne; </al><al>b. ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het
                                        zelfbeschikkingsrecht van de prostituees; </al><al>c. ter bescherming van de gezondheid van de klanten; </al><al>d. ter voorkoming van strafbare feiten. </al><al></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het
                                        eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat: </al><al>a. de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene
                                        eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit
                                        controleerbaar is;</al><al>b. inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een
                                        exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de
                                        werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden
                                        voor prostituees; </al><al>c. in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met
                                        een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn;</al><al>d. in de werkruimten voor de prostituees een goed
                                        functionerende alarmvoorziening aanwezig is; </al><al>e. de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken op
                                        seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant
                                        voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een
                                        dergelijk onderzoek;</al><al>f. de prostituee niet gedwongen wordt zich geneeskundig te
                                        laten onderzoeken; </al><al>g. de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en) die zij
                                        wil bezoeken;</al><al>h. de prostituee klanten en diensten kan weigeren zonder dat
                                        dat voor haar andere werkzaamheden gevolgen heeft;</al><al>i. de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken
                                        zonder dat dat voor haar werkzaamheden gevolgen heeft;</al><al>j. aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende
                                        professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en
                                        bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt
                                        gezorgd voor scholing hierin;</al><al>k. de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van
                                        zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze voor of bij
                                        hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij voldoet aan
                                        de eisen die hij hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft
                                        opgenomen;</al><al>l. de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame
                                        prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of
                                        arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt; </al><al>m. de exploitant of beheerder zich er regelmatig van
                                        vergewist dat de prostituee niet door derden gedwongen wordt
                                        tot prostitutie en dat hij in dit kader informatie van
                                        hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt;</al><al>n. de exploitant aan de voor of bij hem werkzame prostituees
                                        informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om
                                        hulp te krijgen als een prostituee wil stoppen met haar werk
                                        in de prostitutie;</al><al>o. de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf
                                        vallende seksinrichtingen beperkt wordt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een
                                        vergunning. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het
                                        bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De
                                        wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde
                                        bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan
                                        aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig
                                        het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden
                                        gesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond
                                        van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor
                                        haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostituee die
                                        werkzaam is voor of bij de exploitant. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en voor
                                        de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostituee
                                        klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of
                                        drugs te gebruiken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Minimale verhuurperiode werkruimte</titel></kop><al>Gereserveerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:17</nr><titel>Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder
                                        prostitutiebedrijf </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren
                                        dat het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend.
                                    </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor
                                        dat:</al><al>a. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame
                                        prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen
                                        bepalen;</al><al>b. er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd
                                        waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder
                                        geval;</al><al><cursief>i.</cursief> de voor of bij het prostitutiebedrijf
                                        werkzame prostituees;</al><al><cursief>ii. </cursief>de verhuuradministratie;</al><al><cursief>iii.</cursief> met betrekking tot alle voor of bij
                                        het prostitutiebedrijf werkzame prostituees, de documentatie
                                        die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over
                                        de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:15, tweede
                                        lid, onder k;</al><al><cursief>iiii.</cursief> de werkroosters van de
                                        beheerders;</al><al>c. de bedrijfsadministratie met inachtneming van de
                                        wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde
                                        beschikbaar is voor toezichthouders;</al><al>d. medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van
                                        andere door de burgemeester of het college aangewezen
                                        instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze
                                        voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit
                                        te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden;</al><al>e. onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van
                                        mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting;</al><al>f. onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld
                                        als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal
                                        worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en
                                        de verwachte duur;</al><al>g. gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken
                                        binnen het prostitutiebedrijf.</al><al>Paragraaf 3.3 Raam- en straatprostitutie</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:18 Raamprostitutie</nr></kop><al>Het is een prostituee verboden:</al><al>a. zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw
                                    aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te
                                    stellen; en</al><al>b. passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op te
                                    dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het
                                    raam van een seksinrichting of in de toegang tot een
                                    seksinrichting op te houden.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:19</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><al>Het is verboden zich op of aan de weg of op, aan of in een
                                    andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een
                                    seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, op te houden
                                    met het kennelijke doel zich beschikbaar te stellen voor
                                    prostitutie of op of aan de weg ontuchtige handelingen te
                                    verrichten als dit kennelijk geschiedt in het kader van
                                    prostitutie.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:20</nr><titel>Handhaving straatprostitutie</titel></kop><al>Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in artikel
                                    3:19, kan door een politieambtenaar of toezichthouder het bevel
                                    worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                    verwijderen.</al><al></al></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:21</nr><titel>V<vet>e</vet>rbodsbep<vet>a</vet>lingen
                                    kl<vet>a</vet>nten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere
                                    voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de
                                    diensten van een prostituee.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet in een
                                    seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:22</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen als de burgemeester aan de
                                    rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van
                                    tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare
                                    orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van het
                                    tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>GELUIDHINDER EN VERLICHTING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>a. Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer;</al><al>b. inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                Besluit;</al><al>c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;</al><al>d. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één
                                of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al><al>e. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden
                                is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al><al>f. geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van
                                artikel 1 van de Wet</al><al>geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met
                                uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende
                                inrichting;</al><al>g. geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1
                                van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige
                                terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de
                                betreffende inrichting;</al><al>h. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                versterkt.</al><al></al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit gelden niet voor door het college per
                                    kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende
                                    de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer kernen en/of wijken van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid alleen in de
                                    inrichting blijven ramen endeuren gesloten van die inrichting
                                    gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen
                                    of goederen</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Het college kan in het kader van de openbare orde en veiligheid
                                    en de woon- en leefsituatie in de omgeving van de festiviteit
                                    nadere eisen en/of maatwerkvoorschriften stellen ten aanzien van
                                    het geluidsniveau veroorzaakt door de collectieve festiviteiten,
                                    inclusief deelnemende inrichtingen, inclusief terrassen en
                                    overige aanhorigheden, alsmede ten aanzien van de tijdsduur van
                                    de te houden collectieve festiviteit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal acht incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de
                                    inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de
                                    festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal acht
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen. </al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Het college kan in het kader van de openbare orde en veiligheid
                                    en de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting(en)
                                    nadere eisen en/of maatwerkvoorschriften stellen ten aanzien van
                                    het geluidsniveau veroorzaakt door de inrichting(en), inclusief
                                    terrassen en overige aanhorigheden, alsmede ten aanzien van de
                                    tijdsduur van de te houden festiviteit(en).</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Omwonenden dienen minimaal drie werkdagen voorafgaand aan de
                                    incidentele festiviteit op de hoogte worden gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5 Onversterkte muziek (gereserveerd)</nr></kop><al>Gereserveerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5a</nr><titel>Traditioneel schieten (gereserveerd)</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen
                                    of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                                    verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                    geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Provinciale milieuverordening.</al><al></al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6a</nr><titel>Mosquito (gereserveerd)</titel></kop><al>Gereserveerd.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><al>a. boom: een houtig opgaand gewas met op 1,3 meter hoogte boven
                                    het maaiveld (gemeten) een omtrek van de stam van 94,2
                                    centimeter, dan wel een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal
                                    30 centimeter; ingeval van meerstammigheid geldt de
                                    omtrek/dwarsdoorsnede van de dikste boom;</al><al>b. houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;</al><al>c. hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op
                                    de stronk uitlopen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
                                    die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                    houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De in lid 1 onder a opgenomen dwarsdoorsnede wordt vervangen
                                    door 10 centimeter indien de boom aanwezig is op grond in
                                    eigendom en/of beheer van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag
                                    houtopstanden te vellen of te doen vellen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al><al>a. houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld; </al><al>b. houtopstand die gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de
                                    houtopstand een zelfstandige eenheid vormt, die;</al><al>- ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;</al><al>- ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen,
                                    gerekend over het totale aantal rijen;</al><al>c. houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                    Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van ons
                                    college.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd
                                    op grond van:</al><al> a. de natuurwaarde van de houtopstand; </al><al> b. de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al><al> c. de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                    dorpsschoon;</al><al> d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand</al><al> e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand</al><al> f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester
                                    toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in
                                    verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een
                                    direct gevaar voor personen of goederen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te
                                    stellen voorschriften.</al><al></al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Vergunning van rechtswege (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin
                                    van de Wet milieubeheer , in de openlucht of buiten de weg de
                                    volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben: </al><al>a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                    voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al><al>b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al><al>c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen
                                    daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                    geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                    commercieel doel; of</al><al>d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil,
                                    een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                    landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of
                                    krachtens de Provinciale Verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen
                                    (gereserveerd)</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                    maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging
                                    of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of
                                    ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame (gereserveerd)</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan:</al><al>een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor
                                het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of
                                opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor
                                recreatief nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de
                                    beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit
                                    is bestemd of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Met uitzondering van door het college aangewezen plaatsen geldt
                                    het verbod niet voor het gedurende een korte periode plaatsen en
                                    geplaatst houden van een eenvoudig (nachtelijk) onderkomen met
                                    een maximale oppervlakte van 7 m2 voor gebruik door sportvissers
                                    tijden de uitoefening van de hengelsport.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van: </al><al>a. de bescherming van natuur en landschap; of</al><al>b. de bescherming van een stadsgezicht.</al><al> landschap;b. de bescherming van een stadsgezicht. </al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming
                                    van de belangen genoemd artikel 4:18, vijfde lid, onder a en
                                    b.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>PARKEEREXCESSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>a. voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van
                                het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met
                                uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en
                                rolstoelen;</al><al>b. parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het
                                Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al><al>a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                    lessen;</al><al>b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                    personen tegen betaling.</al><al></al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al><al>a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                    verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                    gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                    werkzaamheden;</al><al>b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                    bedoelde persoon.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><al>a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                    toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een
                                    straal van vijfentwintig meter met als middelpunt een van deze
                                    voertuigen;</al><al>b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al><al></al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al><al></al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch is in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: </al><al>a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te
                                    hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar
                                    zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                    beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente;</al><al>b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar
                                    dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien
                                    van de gemeente.</al><al></al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid, aanhef en onder a.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op
                                    de weg worden geplaatst of gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
                                    (gereserveerd).</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of
                                    plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing: </al><al>a. op de weg;</al><al>b. op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                    vanwege de overheid; en</al><al>c. op voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                    terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd
                                    buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten
                                    staan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen
                                    of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde
                                    periode onafgebroken te laten staan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>COLLECTEREN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden. Het gebruik van een
                                    intekenlijst is verboden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>VENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in
                                    de open lucht gelegen plaats of aan huis.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><al>a. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de
                                    expoitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Winkeltijdenwet;</al><al>b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als
                                    bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet
                                    of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;</al><al>c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in
                                    artikel 5:17. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden te venten op zondagen voor 13.00 uur en na 22.00
                                    uur en op maandagen t/m zaterdagen voor 08.00 uur en na 22.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing
                                    op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod vervat in het
                                    tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, is niet van
                                    toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken
                                    waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting (vervallen)</titel></kop><al></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>STANDPLAATSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
                                    een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><al>a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                    artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                    Gemeentewet;</al><al>b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                    2:24. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college is bevoegd om in het kader van de bescherming van de
                                    belangen genoemd in artikel 1:8 nadere regels te stellen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan of voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd: </al><al>a. indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband
                                    met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                    welstand;</al><al>b. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                    gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te
                                    verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een
                                    standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk
                                    verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar
                                    komt.</al><al></al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, vierde lid, onder a, is
                                    niet van toepassing op bouwwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht (gereserveerd)</titel></kop><al>Gereserveerd.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>SNUFFELMARKTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al><al>a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste
                                    lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al><al>b. een evenement als bedoeld in artikel 2:24. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan of voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>OPENBAAR WATER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de
                                    Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                    Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening, of het bepaalde
                                    bij of krachtens de Telecommunicatiewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
                                    (gereserveerd)</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats (gereserveerd)</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats (gereserveerd)</titel></kop><al>Gereserveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken,
                                    wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing,
                                    bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen,
                                    aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente
                                    in beheer zijn.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing opsitutaties waarin wordt
                                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situtaties waarin wordt
                                    voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de
                                    Provinciale vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al><al></al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN
                                NATUURGEBIEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31a</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:- motorvoertuig; hetgeen
                                daaronder wordt verstaan in artikel 1, onder z, van het Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990;- bromfiets: hetgeen daaronder
                                wordt verstaan in artikel 1, eerste lid onder e, van de
                                Wegenverkeerswet 1994.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                    voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                    houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel
                                    een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
                                    daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: </al><al>a. in het belang van het voorkomen of beperken van
                                    overlast;</al><al>b. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien
                                    van de omgeving en ter bescherming van andere
                                    milieuwaarden;</al><al>c. in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in
                                    het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het
                                    publiek.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit
                                    geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen:a.
                                    in het belang van het voorkomen van overlast;b. in het belang
                                    van de bescherming van natuur- of milieuwaarden;c. in het belang
                                    van de veiligheid van het publiek. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: </al><al>a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                    hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid,
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde
                                    minister aangewezen hulpverleningsdiensten;</al><al>b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                    exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al><al>c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                    wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al><al>d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                    percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste
                                    lid bedoeld;</al><al>e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging
                                    van de onder d bedoelde personen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van
                                    toepassing: </al><al>a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid
                                    bedoelde gebieden of terreinen;</al><al>b. binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                    'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien van
                                    motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                    aangewezen als 'toestel'.</al><al></al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al><al></al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>VERBOD VUUR TE STOKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                    omgeving, is het verbod niet van toepassing op: </al><al>a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                    dergelijke;</al><al>b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                    afvalstoffen worden verbrand;</al><al>c. vuur voor koken, bakken en braden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>VERSTROOIING VAN AS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op: </al><al>a. verharde delen van de weg;</al><al>b. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al><al>c. openbaar water. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op
                                    andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing
                                    plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al><al></al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens alle voorgaande artikelen
                                bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven
                                voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten
                                hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie,
                                uitgezonderd de artikelen 2:11, 2:34b, 2:34c, 4:11 en 4:15. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid is artikel 1, sub 4 van de Wet
                                economische delicten van toepassing bij overtreding van de artikelen
                                2:34b en 2:34c en is artikel 1a van de Wet economische delicten van
                                toepassing bij overtreding van de artikelen 2:11, 4:11 en 4:15.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                                verordening bepaalde, zijn belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen
                                belasten met dit toezicht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening, gegeven
                            voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oldambt 2014, vastgesteld
                            bij raadsbesluit van 18 december 2013, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die
                            golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en
                            waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als
                            besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt – na behoorlijk te zijn bekend gemaakt – in
                            werking op 2 juni 2016.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening
                            gemeente Oldambt 2016.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Oldambt op 23 mei 2016.</al><al></al><al>De griffier, De voorzitter,</al><al>P. Norder. P. Smit</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>