<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR411685_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beheersverordening snipperlocaties</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerlen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-07-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerlen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2016, nr.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regels van de beheersverordening 'Snipperlocaties</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 3.38 van de Wet ruimtelijke ordening</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-01-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BWV-13000552</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      
      beheersverordening 'Snipperlocaties' van de gemeente Heerlen
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Inleidende regels</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begrippen</titel>
            </kop>
            <al>1.1 plan</al>
            <al>de beheersverordening 'Snipperlocaties' van de gemeente Heerlen;</al>
            <al>1.2 beheersverordening</al>
            <al>De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels als
                            vervat in NL.IMRO.0917.BH050800W000001-0401</al>
            <al>1.3 aan huis gebonden beroep</al>
            <al>de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten
                            op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig,
                            ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied dat door zijn
                            beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met
                            behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend en waarbij de
                            woonfunctie in overwegende mate wordt behouden, waaronder niet begrepen
                            de uitoefening van detailhandel of consumentverzorgende
                            bedrijfsactiviteiten;</al>
            <al>1.4 aanbouw</al>
            <al>een gebouw – een zogenoemd bijbehorend bouwwerk – dat is gebouwd aan een
                            hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw
                            onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch
                            opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;</al>
            <al>1.5 aaneengebouwde woning</al>
            <al>een woning die deel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit twee of
                            meerdere grondgebonden woningen;</al>
            <al>1.6 agrarisch bedrijf</al>
            <al>een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel
                            van het telen van gewassen en/of het houden van dieren;</al>
            <al>1.7 agrarisch bouwvlak</al>
            <al>een bouwvlak voor een agrarisch bedrijf;</al>
            <al>1.8 agrarisch gebied</al>
            <al>een gebied bedoeld voor agrarisch gebruik en het behoud of herstel van
                            de aldaar voorkomende dan wel de ontwikkeling van natuurlijke of
                            landschappelijke waarden inclusief ontsluitingswegen ten behoeve van
                            aanliggende percelen, alsmede voor extensieve dagrecreatieve
                            waarden;</al>
            <al>1.9 agrarisch gebruik</al>
            <al>Het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen
                            en/of het houden van dieren, met inbegrip van recreatief medegebruik van
                            de onbebouwde gronden;</al>
            <al>1.10 ambachtelijke bedrijvigheid</al>
            <al>het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk
                            vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen die
                            verband houden met het ambacht;</al>
            <al>1.11 bebouwing</al>
            <al>één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;</al>
            <al>1.12 bebouwingspercentage</al>
            <al>een in dit plan aangegeven percentage, dat de omvang van het deel van
                            een bouwperceel, bouwvlak of besluitvlak aangeeft dat maximaal mag
                            worden bebouwd;</al>
            <al>1.13 bedrijf</al>
            <al>een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken,
                            installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, uitgezonderd
                            detailhandel;</al>
            <al>1.14 bedrijfsgebouw</al>
            <al>een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;</al>
            <al>1.15 bedrijfswoning/dienstwoning</al>
            <al>een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts
                            bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar
                            gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk
                            is;</al>
            <al>1.16 begane grond</al>
            <al>een bouwlaag geen verdieping zijnde;</al>
            <al>1.17 besluitsubvlak</al>
            <al>het object besluitsubvlak is een gebied, geometrisch vastgelegd binnen
                            een object besluitgebied, met een inhoudelijke relatie met een of meer
                            bovenliggende geometrisch vastgelegde objecten besluitvlak of andere
                            objecten besluitsubvlak en heeft geen direct inhoudelijke relatie met
                            het hele werkingsgebied van het gebiedsbesluit (het object
                            besluitgebied).</al>
            <al>1.18 besluitsubvlakgrens</al>
            <al>de grens van een besluitsubvlak, indien het een vlak betreft;</al>
            <al>1.19 besluitvlak</al>
            <al>het object besluitvlak is een gebied, geometrisch vastgelegd binnen een
                            object besluitgebied, dat zelfstandige eigenschappen heeft (bijvoorbeeld
                            daaraan gekoppelde regels).</al>
            <al>1.20 besluitvlakgrens</al>
            <al>de grens van een besluitvlak;</al>
            <al>1.21 bestaande situatie</al>
            <al>bebouwing, zoals aanwezig ten tijde van de inwerkingtreding van het
                            plan, dan wel zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat
                            tijdstip aangevraagde vergunning;</al>
            <al>het gebruik van gronden en opstallen, zoals dat werd uitgeoefend ten
                            tijde van de inwerkingtreding van het plan;</al>
            <al>1.22 bijbehorend bouwwerk</al>
            <al>uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op
                            hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet
                            tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak;</al>
            <al>1.23 bijgebouw</al>
            <al>een vrijstaand gebouw – een zogenoemd bijbehorend bouwwerk – behorende
                            bij en architectonisch ondergeschikt aan een op hetzelfde bouwperceel
                            gelegen hoofdgebouw;</al>
            <al>1.24 bouwen</al>
            <al>het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of
                            veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of
                            gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een
                            standplaats;</al>
            <al>1.25 bouwgrens</al>
            <al>de grens van een bouwvlak;</al>
            <al>1.26 bouwlaag</al>
            <al>een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij
                            benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is
                            begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijk omvang hebben, zulks
                            met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw,
                            dakopbouw en/of zolder;</al>
            <al>1.27 bouwperceel</al>
            <al>een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een
                            zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;</al>
            <al>1.28 bouwperceelgrens</al>
            <al>de grens van een bouwperceel;</al>
            <al>1.29 bouwvlak</al>
            <al>een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar
                            ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde
                            zijn toegelaten;</al>
            <al>1.30 bouwwerk</al>
            <al>Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met
                            de aarde is verbonden;</al>
            <al>1.31 bouwwerk, geen gebouw zijnde</al>
            <al>De categorie bouwwerken die niet onder de definitie van "gebouw"
                            valt;</al>
            <al>1.32 bruto-vloeroppervlak</al>
            <al>de som van de horizontale vloeroppervlakte van alle tot het gebouw
                            behorende binnenruimte, met inbegrip van de daarbij behorende kantoren,
                            magazijnen, werkplaatsen en overige dienstruimten;</al>
            <al>1.33 consumentverzorgend beroep</al>
            <al>het beroepsmatig uitoefenen van dienstverlenende of ambachtelijke
                            bedrijvigheid gericht op consumentverzorging geheel of overwegend door
                            middel van handwerk niet zijnde een beroep aan huis, dat door zijn
                            beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen kan
                            worden uitgeoefend, waarbij de woonfunctie in overwegende mate wordt
                            gehandhaafd en de ruimtelijke uitwerking of uitstraling in
                            overeenstemming is met die woonfunctie;</al>
            <al>1.34 dak</al>
            <al>iedere bovenbeëindiging van een gebouw;</al>
            <al>1.35 dakopbouw</al>
            <al>een gedeelte van een gebouw, gesitueerd op de bovenste bouwlaag van een
                            gebouw, met een oppervlakte van maximaal 60% van de oppervlakte van de
                            bovenste bouwlaag;</al>
            <al>1.36 detailhandel</al>
            <al>het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder mede begrepen de
                            uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan
                            personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending
                            anders dan in de uitoefening van een beroeps- of
                            bedrijfsactiviteit;</al>
            <al>1.37 erf- of perceelsafscheiding</al>
            <al>fysieke begrenzing van een erf of perceel van een aangrenzend erf,
                            perceel of van de openbare ruimte.</al>
            <al>1.38 erker</al>
            <al>een ondergeschikt uitgebouwd gedeelte (uitbouw) van een woning aan een
                            gevel, in één bouwlaag;</al>
            <al>1.39 garagebox</al>
            <al>een zelfstandig gebouw bedoeld voor de stalling van auto's;</al>
            <al>1.40 gebouw</al>
            <al>elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of
                            gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;</al>
            <al>1.41 halfvrijstaande woning</al>
            <al>een woning die onderdeel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit twee
                            hoofdgebouwen;</al>
            <al>1.42 hoekperceel</al>
            <al>een perceel, gelegen aan een hoek van twee wegen of het openbaar
                            gebied;</al>
            <al>1.43 hoofdgebouw</al>
            <al>een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de
                            verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een
                            perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig
                            zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;</al>
            <al>1.44 horeca</al>
            <al>Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en
                            dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het
                            bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf niet zijnde prostitutie,
                            waarbij de volgende onderverdeling wordt gehanteerd:</al>
            <al>Horeca 1:</al>
            <al>een horecabedrijf, dat qua exploitatievorm aansluit bij
                            winkelvoorzieningen en waar naast overwegend niet ter plaatse bereide
                            kleinere etenswaren en in hoofdzaak alcoholvrije drank worden
                            verstrekt;</al>
            <al>Horeca 2:</al>
            <al>een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het
                            verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd
                            plegen te worden. Daaronder worden begrepen: cafetaria/snackbar,
                            fastfood-, broodjeszaken en lunchroom, konditorei, ijssalon/ijswinkel,
                            koffie en/of theeschenkerij, afhaalcentrum, eetwinkels, restaurant,
                            kantine alsmede cateringbedrijf;</al>
            <al>Horeca 3:</al>
            <al>een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het
                            verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse,
                            alsmede het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse
                            genuttigd plegen te worden, alsmede (in sommige gevallen) de gelegenheid
                            biedt tot dansen. Daaronder worden begrepen: café, bar, grand-café,
                            eetcafé, danscafé, pubs, juice- en healthbar;</al>
            <al>Horeca 4:</al>
            <al>een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het
                            bieden van vermaak en ontspanning (niet zijnde een recreatieve
                            voorziening) en/of het geven van gelegenheid tot de dansbeoefening, al
                            dan niet met levende muziek en al dan niet met de verstrekking van
                            dranken en kleine etenswaren. Daaronder worden begrepen:
                            discotheek/dancing, nacht-café en een zalencentrum (met
                            nachtvergunning);</al>
            <al>Horeca 5:</al>
            <al>een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het
                            verstrekken van nachtverblijf. Daaronder worden begrepen: hotel, motel,
                            pension en overige logiesverstrekkers;</al>
            <al>1.45 huishouden</al>
            <al>persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is
                            van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan;
                            bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen;</al>
            <al>1.46 kantoor</al>
            <al>een gebouw, dat dient voor de uitoefening van kantooractiviteiten;</al>
            <al>1.47 kantooractiviteiten</al>
            <al>activiteiten die in overwegende mate bestaan uit administratieve
                            werkzaamheden, dan wel werkzaamheden die worden uitgevoerd uit hoofde
                            van juridische, bancaire, ontwerptechnische of hiermee vergelijkbare
                            dienstverlenende beroepsgroepen, dan wel werkzaamheden welke verband
                            houden met het doen functioneren van (semi)overheidsinstellingen of
                            hiermee vergelijkbare instellingen;</al>
            <al>1.48 kap</al>
            <al>de volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw met een
                            dakhelling van ten minste 15° en ten hoogste 75°;</al>
            <al>1.49 landschappelijke waarde</al>
            <al>waarden in landschappelijk-esthetische en geomorfologische zin;</al>
            <al>1.50 maatschappelijke voorzieningen</al>
            <al>educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, religieuze en
                            levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport
                            en sportieve recreatie, woonzorgcomplex en voorzieningen ten behoeve van
                            openbare dienstverlening en maatschappelijke dienstverlening;</al>
            <al>1.51 nok</al>
            <al>het snijpunt van twee hellende vlakken;</al>
            <al>1.52 nutsvoorziening</al>
            <al>Een voorziening ten behoeve van het openbaar nut, zoals
                            transformatorhuisjes, schakelhuisjes, duikers, gemaalgebouwtjes en
                            telefooncellen;</al>
            <al>1.53 omgevingsvergunning:</al>
            <al>een vergunning als bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet
                            algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo);</al>
            <al>1.54 ondergeschikte functie</al>
            <al>een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel
                            en financieel opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de de ingevolge de
                            bestemming toegestane hoofdfunctie;</al>
            <al>1.55 ondergrondse bouwlaag</al>
            <al>een volledig onder peil gelegen doorlopend gedeelte van een gebouw dat
                            door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of
                            balklagen is begrensd;</al>
            <al>1.56 overig bouwwerk</al>
            <al>een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die
                            direct en duurzaam met de aarde is verbonden;</al>
            <al>1.57 pand</al>
            <al>de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief
                            zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en
                            betreedbaar en afsluitbaar is;</al>
            <al>1.58 prostitutie</al>
            <al>het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen
                            met een ander tegen vergoeding. Bij de beoordeling van de
                            toelaatbaarheid van prostitutie zijn in ieder geval de volgende
                            gebiedstyperingen en omschrijvingen relevant:</al>
            <al>woonbuurt</al>
            <al>een gebied, ten minste bestaande uit 10 of meer aaneengesloten
                            bouwpercelen met daarop woningen en de daarbij behorende
                            ontsluitingswegen en groenvoorzieningen;</al>
            <al>maatschappelijke voorziening</al>
            <al>een functie op het gebied van openbaar bestuur, dienstverlening van
                            overheidswege, godsdienstuitoefening, verenigingsleven, onderwijs,
                            volksgezondheid en andere culturele of daarmee gelijk te stellen
                            doeleinden;</al>
            <al>prostitué(e)</al>
            <al>degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele
                            handelingen met een ander tegen betaling;</al>
            <al>prostitutiebedrijf</al>
            <al>een bedrijf waar prostitutie het hoofdbestanddeel van de activiteiten
                            vorm waaronder begrepen een seksclub en een erotische massagesalon;</al>
            <al>seksinrichting </al>
            <al>een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of
                            in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden
                            verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden.
                            Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een
                            (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een
                            sekstheater, een parenclub, een privé-huis of een erotische
                            massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;</al>
            <al>sekswinkel</al>
            <al>een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk
                            goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                            worden verkocht dan wel verhuurd;</al>
            <al>straatprostitutie</al>
            <al>een vorm van prostitutie waarbij degene zich op de openbare weg
                            respectievelijk in de openbare ruimten of in een zich op de openbare weg
                            respectievelijk openbare ruimten bevindend voertuig, beschikbaar stelt
                            tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                            betaling;</al>
            <al>thuisprostitutie</al>
            <al>een vorm van prostitutie waarbij de seksuele dienstverlening plaatsvindt
                            op het woonadres van de prostitué(e) en waarbij ook alleen door deze
                            prostitué(e) op dit adres wordt gewerkt als prostitué(e);</al>
            <al>1.59 recreatief medegebruik</al>
            <al>het medegebruik van gronden voor routegebonden recreatieve activiteiten,
                            zoals wandelen, fietsen en ruitersport en plaatsgebonden recreatieve
                            activiteiten zoals sport-visserij, alsmede ten behoeve van
                            ondersteunende voorzieningen zoals uitzicht, rust en
                            informatieplaatsen;</al>
            <al>1.60 verdieping</al>
            <al>een bouwlaag niet zijnde de begane grond;</al>
            <al>1.61 verkoopvloeroppervlakte</al>
            <al>de totale oppervlakte van de voor het publiek toegankelijke en zichtbare
                            winkelruimte, inclusief de etalageruimte en de ruimte achter de
                            toonbank;</al>
            <al>1.62 vloeroppervlakte</al>
            <al>de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan- en bijgebouwen op de
                            begane grond;</al>
            <al>1.63 voorgevel</al>
            <al>de naar de openbare weg gerichte gevel van een hoofdgebouw, met dien
                            verstande dat bij hoekbebouwing sprake kan zijn van meerdere
                            voorgevels;</al>
            <al>1.64 voorgevellijn</al>
            <al>de lijn waarin de voorgevel van een hoofdgebouw is gelegen, alsmede het
                            verlengde daarvan;</al>
            <al>1.65 voorgevelrooilijn</al>
            <al>de naar de openbare weg gekeerde grens van één of meerdere bouwvlakken,
                            of indien het een bouwvlak betreft met meer dan één naar de weg gekeerde
                            grens, die grenzen die kennelijk als zodanig moeten worden
                            aangemerkt;</al>
            <al>1.66 vrijstaande woning</al>
            <al>één woning bestaande uit één vrijstaand hoofdgebouw;</al>
            <al>1.67 Wabo</al>
            <al>Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al>
            <al>1.68 water en waterhuishoudkundige voorzieningen</al>
            <al>al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers,
                            kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of
                            structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten
                            behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging,
                            hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan
                            duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.;</al>
            <al>1.69 weg</al>
            <al>alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden
                            daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen
                            of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende
                            en als zodanig aangeduide parkeerterreinen;</al>
            <al>1.70 woning of wooneenheid</al>
            <al>een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting
                            bestemd is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden;</al>
            <al>1.71 Wro</al>
            <al>de Wet ruimtelijke ordening.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Wijze van meten</titel>
            </kop>
            <al>Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:</al>
            <al>2.1 de dakhelling</al>
            <al>langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;</al>
            <al>2.2 de goothoogte van een bouwwerk</al>
            <al>vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het
                            boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;</al>
            <al>2.3 de inhoud van een bouwwerk</al>
            <al>tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de
                            gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van
                            daken en dakkapellen;</al>
            <al>2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk</al>
            <al>vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig
                            bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals
                            schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen
                            bouwonderdelen;</al>
            <al>2.5 de oppervlakte van een bouwwerk</al>
            <al>tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de
                            scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van
                            het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;</al>
            <al>2.6 de hoogte van een windturbine</al>
            <al>vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine;</al>
            <al>2.7 ondergeschikte bouwdelen</al>
            <al>bij de toepassing van het in de regels bepaalde ten aanzien van het
                            bouwen, meer in het bijzonder bouwhoogte en bouwdiepte, worden
                            ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen,
                            gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, lichtkoepels, gevel-
                            en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits
                            de aangegeven bouwmogelijkheid met niet meer dan 0,50 meter worden
                            overschreden. Voor luifels, erkers en balkons geldt dat de bouwgrens met
                            niet meer dan 1 meter mag worden overschreden;</al>
            <lijst>
              <li nr="2."><al>8 peil</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>voor bouwwerken op een bouwperceel, waarvan de
                                            hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte
                                            van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het
                                            aansluitende afgewerkte maaiveld, plus/minus 0,50
                                            meter.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Besluitvlakregels</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Agrarisch</titel>
            </kop>
            <al>3.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>3.1.1 Doeleinden</al>
            <al>De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>agrarisch gebruik;</al></li>
              <li nr="b."><al>de uitoefening van een agrarisch bedrijf;</al></li>
              <li nr="c."><al>recreatief medegebruik;</al></li>
            </lijst>
            <al>en daarnaast geldt:</al>
            <lijst>
              <li nr="d."><al>ter plaatse van het besluitsubvlak 'caravanstalling' een
                                    caravanstalling is toegestaan; e. ter plaatse van het
                                    besluitsubvlak 'detailhandel' detailhandel is toegestaan;</al></li>
              <li nr="f."><al>ter plaatse van het besluitsubvlak 'bedrijfswoning' één
                                    agrarische bedrijfswoning is toegestaan.</al></li>
            </lijst>
            <al>3.1.2 Inrichting</al>
            <al>Ten behoeve van deze bestemming (besluitvlak) zijn toegelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen;</al></li>
              <li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li>
              <li nr="c."><al>verhardingen;</al></li>
              <li nr="d."><al>groenvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="e."><al>voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder
                                    begrepen watergangen en voorzieningen voor het beheersen van
                                    water;</al></li>
              <li nr="f."><al>overige bijbehorende voorzieningen, zoals
                                    nutsvoorzieningen.</al><lijst>
                  <li nr="3."><al>2 Bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) mag alleen worden gebouwd ten
                            dienste van deze bestemming (besluitvlak) en met inachtneming van de
                            volgende bepalingen.</al>
            <al>3.2.1 Bedrijfsgebouwen</al>
            <al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het besluitsubvlak
                                    'bouwvlak';</al></li>
              <li nr="b."><al>de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter
                                    plaatse van het besluitsubvlak 'maximum goothoogte (m), maximum
                                    bouwhoogte (m)';</al></li>
              <li nr="c."><al>de goothoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter
                                    plaatse van het besluitsubvlak 'maximum goothoogte (m), maximum
                                    bouwhoogte (m) '.</al></li>
            </lijst>
            <al>3.2.2 Bedrijfswoning</al>
            <al>Voor bedrijfswoningen gelden de volgende eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een bedrijfswoning is alleen toegestaan ter plaatse van het
                                    besluitsubvlak 'bedrijfswoning' in de vorm van maximaal één
                                    bedrijfswoning;</al></li>
              <li nr="b."><al>de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter
                                    plaatse van het besluitsubvlak 'maximum goothoogte (m), maximum
                                    bouwhoogte (m) ';</al></li>
              <li nr="c."><al>de goothoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter
                                    plaatse van het subvlak 'maximum goothoogte (m), maximum
                                    bouwhoogte (m) '.</al></li>
            </lijst>
            <al>3.2.3 Aanbouwen aan bedrijfswoningen</al>
            <al>Voor het bouwen van aanbouwen aan bedrijfswoningen gelden de volgende
                            eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>situering, binnen het besluitvlak en tenminste 3 meter achter de
                                    voorgevellijn;</al></li>
              <li nr="b."><al>goot- en bouwhoogte, maximaal 4,00 meter bij een platte
                                    afdekking, met dien verstande dat de bouwhoogte bij een schuine
                                    kap maximaal 7,00 meter mag bedragen;</al></li>
              <li nr="c."><al>de gezamenlijke oppervlakte van een bedrijfswoning met aanbouwen
                                    en bijgebouwen bedraagt maximaal 300 m2.</al></li>
            </lijst>
            <al>3.2.4 Bijgebouwen bij bedrijfswoningen</al>
            <al>Voor het bouwen van bijgebouwen bij bedrijfswoningen gelden de volgende
                            eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>situering, binnen het besluitvlak en tenminste 3 meter achter de
                                    voorgevellijn van de bedrijfswoning;</al></li>
              <li nr="b."><al>goot- en bouwhoogte, maximaal 4,00 meter bij een platte
                                    afdekking, met dien verstande dat de bouwhoogte bij een schuine
                                    kap maximaal 6,00 meter mag bedragen;</al></li>
              <li nr="c."><al>de gezamenlijke oppervlakte van een bedrijfswoning met aanbouwen
                                    en bijgebouwen bedraagt maximaal 300 m2.</al></li>
            </lijst>
            <al>3.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al>
            <al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            eis:</al>
            <al>a.de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Bedrijf</titel>
            </kop>
            <al>4.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>4.1.1 Doeleinden</al>
            <al>De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al>
            <al>a.een tankstation;</al>
            <al>met dien verstande dat:</al>
            <al>b.ter plaatse van het besluitsubvlak 'verkooppunt motorbrandstoffen
                            zonder lpg' een verkooppunt voor motorbrandstoffen uitgezonderd lpg is
                            toegestaan.</al>
            <al>4.1.2 Inrichting</al>
            <al>Ten behoeve van deze bestemming (besluitvlak) zijn toegelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen;</al></li>
              <li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li>
              <li nr="c."><al>verhardingen;</al></li>
              <li nr="d."><al>groenvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="e."><al>voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;</al></li>
              <li nr="f."><al>overige bijbehorende voorzieningen.</al><lijst>
                  <li nr="4."><al>2 Bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) mag worden gebouwd ten dienste van
                            deze bestemming (besluitvlak) en met inachtneming van de volgende
                            bepalingen.</al>
            <al>4.2.1 Bedrijfsgebouwen</al>
            <al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het besluitsubvlak
                                    'bouwvlak';</al></li>
              <li nr="b."><al>de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter
                                    plaatse van het besluitsubvlak 'maximum bouwhoogte'.</al></li>
            </lijst>
            <al>4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al>
            <al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            eis:</al>
            <al>a.de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Bedrijf - Garagebedrijf</titel>
            </kop>
            <al>5.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>5.1.1 Doeleinden</al>
            <al>De voor 'Bedrijf - Garagebedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd
                            voor:</al>
            <al>a.een garagebedrijf, inclusief de verkoop van auto's al dan niet met
                            showroom;</al>
            <al>met dien verstande dat:</al>
            <lijst>
              <li nr="b."><al>ter plaatse van het besluitsubvlak 'verkooppunt
                                    motorbrandstoffen met lpg', een verkooppunt voor
                                    motorbrandstoffen met lpg is toegestaan;</al></li>
              <li nr="c."><al>ter plaatse van het besluitsubvlak 'bedrijfswoning' één
                                    bedrijfswoning is toegestaan.</al></li>
            </lijst>
            <al>5.1.2 Inrichting</al>
            <al>Ten behoeve van deze bestemming (besluitvlak) zijn toegelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen;</al></li>
              <li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li>
              <li nr="c."><al>verhardingen;</al></li>
              <li nr="d."><al>groenvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="e."><al>voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;</al></li>
              <li nr="f."><al>overige bijbehorende voorzieningen.</al><lijst>
                  <li nr="5."><al>2 Bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) mag worden gebouwd ten dienste van
                            deze bestemming (besluitvlak) en met inachtneming van de volgende
                            bepalingen.</al>
            <al>5.2.1 Bedrijfsgebouwen</al>
            <al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het besluitsubvlak
                                    'bouwvlak';</al></li>
              <li nr="b."><al>de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter
                                    plaatse van het besluitsubvlak 'maximum bouwhoogte'.</al></li>
            </lijst>
            <al>5.2.2 Bedrijfswoning</al>
            <al>Voor bedrijfswoningen gelden de volgende eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een bedrijfswoning is alleen toegestaan ter plaatse van het
                                    besluitsubvlak 'bedrijfswoning' in de vorm van maximaal één
                                    bedrijfswoning op de verdieping;</al></li>
              <li nr="b."><al>de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter
                                    plaatse van het besluitsubvlak 'maximum bouwhoogte (m)';</al></li>
            </lijst>
            <al>5.2.3 Aanbouwen aan bedrijfswoningen</al>
            <al>Voor het bouwen van aanbouwen aan bedrijfswoningen gelden de volgende
                            eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>situering, binnen het besluitvlak en tenminste 3 meter achter de
                                    voorgevellijn;</al></li>
              <li nr="b."><al>goot- en bouwhoogte, maximaal 4,00 meter bij een platte
                                    afdekking, met dien verstande dat de bouwhoogte bij een schuine
                                    kap maximaal 7,00 meter mag bedragen;</al></li>
              <li nr="c."><al>de gezamenlijke oppervlakte van een bedrijfswoning met aanbouwen
                                    en bijgebouwen bedraagt maximaal 300 m2.</al></li>
            </lijst>
            <al>5.2.4 Bijgebouwen bij bedrijfswoningen</al>
            <al>Voor het bouwen van bijgebouwen bij bedrijfswoningen gelden de volgende
                            eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>situering, binnen het besluitvlak en tenminste 3 meter achter de
                                    voorgevellijn van de bedrijfswoning;</al></li>
              <li nr="b."><al>goot- en bouwhoogte, maximaal 4,00 meter bij een platte
                                    afdekking, met dien verstande dat de bouwhoogte bij een schuine
                                    kap maximaal 6,00 meter mag bedragen;</al></li>
              <li nr="c."><al>de gezamenlijke oppervlakte van een bedrijfswoning met aanbouwen
                                    en bijgebouwen bedraagt maximaal 300 m2.</al></li>
            </lijst>
            <al>5.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al>
            <al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            eis:</al>
            <al>a.de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Bedrijf - Groeve</titel>
            </kop>
            <al>6.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>6.1.1 Doeleinden</al>
            <al>De voor 'Bedrijf - Groeve' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>zandwinning;</al></li>
              <li nr="b."><al>ontgravingsplassen.</al></li>
            </lijst>
            <al>6.1.2 Inrichting</al>
            <al>Ten behoeve van deze bestemming (besluitvlak) zijn toegelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen;</al></li>
              <li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li>
              <li nr="c."><al>verhardingen;</al></li>
              <li nr="d."><al>groenvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="e."><al>voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;</al></li>
              <li nr="f."><al>overige bijbehorende voorzieningen.</al><lijst>
                  <li nr="6."><al>2 Bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) is uitsluitend de bestaande
                            bebouwing toegestaan.</al>
            <al>6.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al>
            <al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            eis:</al>
            <al>a.de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Bedrijf - Mijnindustrie</titel>
            </kop>
            <al>7.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>7.1.1 Doeleinden</al>
            <al>De voor 'Bedrijf - Mijnindustrie' aangewezen gronden zijn bestemd
                            voor:</al>
            <al>a.mijnindustrie.</al>
            <al>7.1.2 Inrichting</al>
            <al>Ten behoeve van deze bestemming (besluitvlak) zijn toegelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>verhardingen;</al></li>
              <li nr="b."><al>groenvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="c."><al>voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;</al></li>
              <li nr="d."><al>overige bijbehorende voorzieningen.</al><lijst>
                  <li nr="7."><al>2 Bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) mag worden gebouwd ten dienste van
                            deze bestemming (besluitvlak) en met inachtneming van de volgende
                            bepalingen.</al>
            <al>7.2.1 Bedrijfsgebouwen</al>
            <al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het besluitsubvlak
                                    'bouwvlak';</al></li>
              <li nr="b."><al>de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter
                                    plaatse van het besluitsubvlak 'maximum bouwhoogte'.</al></li>
            </lijst>
            <al>7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al>
            <al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            eis:</al>
            <al>a.de bouwhoogte bedraagt maximaal 18,00 meter.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Bedrijf - Nutsvoorziening</titel>
            </kop>
            <al>8.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>8.1.1 Doeleinden</al>
            <al>a.De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd
                            voor: voorzieningen van openbaar nut.</al>
            <al>8.1.2 Inrichting</al>
            <al>Ten behoeve van deze bestemming (besluitvlak) zijn toegelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen;</al></li>
              <li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li>
              <li nr="c."><al>verhardingen;</al></li>
              <li nr="d."><al>groenvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="e."><al>voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;</al></li>
              <li nr="f."><al>overige bijbehorende voorzieningen.</al><lijst>
                  <li nr="8."><al>2 Bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) mag worden gebouwd ten dienste van
                            deze bestemming (besluitvlak) en met inachtneming van de volgende
                            bepalingen.</al>
            <al>8.2.1 Bedrijfsgebouwen</al>
            <al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het besluitsubvlak
                                    'bouwvlak';</al></li>
              <li nr="b."><al>de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter
                                    plaatse van het besluitsubvlak 'maximum bouwhoogte (m)'.</al></li>
            </lijst>
            <al>8.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al>
            <al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            eis:</al>
            <al>a.de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Bos</titel>
            </kop>
            <al>9.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>9.1.1 Doeleinden</al>
            <al>De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>bos;</al></li>
              <li nr="b."><al>landschappelijke en natuurlijke waarden, alsmede voor</al></li>
              <li nr="c."><al>extensieve dagrecreatieve waarden.</al></li>
            </lijst>
            <al>9.1.2 Inrichting</al>
            <al>Ten behoeve van deze bestemming (besluitvlak) zijn toegelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>verhardingen, zoals wegen en paden;</al></li>
              <li nr="b."><al>voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;</al></li>
              <li nr="c."><al>overige bijbehorende voorzieningen.</al><lijst>
                  <li nr="9."><al>2 Bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) mag worden gebouwd ten dienste van
                            deze bestemming (besluitvlak) en met inachtneming van de volgende
                            bepalingen.</al>
            <al>9.2.1 Gebouwen</al>
            <al>Het is verboden op of in deze gronden te bouwen.</al>
            <al>9.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al>
            <al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            eis:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter.</al><lijst>
                  <li nr="9."><al>3 Specifieke gebruiksregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>9.3.1 Verboden gebruik</al>
            <al>Onder het verboden gebruik en verboden laten gebruiken van gronden en
                            bouwwerken, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c van de Wabo,
                            wordt tenminste verstaan:</al>
            <al>a.het gebruik van de gronden en/of bouwwerken: als staan- of ligplaats
                            voor onderkomens; voor sport-, wedstrijd- of parkeerterreinen;</al>
            <al>voor het beproeven van voertuigen, voor de beoefening van de motorsport
                            en de modelvliegsport, voor het houden van wedstrijden met
                            motorrijtuigen, bromfietsen of mountainbikes;</al>
            <al>voor het racen of crossen met motorrijtuigen, bromfietsen of
                            mountainbikes;</al>
            <al>voor militaire oefeningen, met uitzondering van marsoefeningen waarbij
                            geen gebruik wordt gemaakt van voertuigen;</al>
            <al>als staanplaats voor wagens die geschikt en bestemd zijn de uitoefening
                            van handel;</al>
            <lijst>
              <li nr="b."><al>het uitvoeren van werken, niet zijnde bouwwerken, of van
                                    werkzaamheden ten behoeve van de onder a. omschreven
                                    gebruiksdoeleinden.</al><lijst>
                  <li nr="9."><al>4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk,
                                            geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>9.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning</al>
            <al>Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor
                            het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
                            de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te
                            voeren:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het aanleggen of verharden van wegen, paden, parkeergelegenheden
                                    of picknickplaatsen en het aanbrengen van andere
                                    oppervlakteverhardingen groter dan 50 m2;</al></li>
              <li nr="b."><al>het ontginnen, verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de
                                    bodem;</al></li>
              <li nr="c."><al>het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-,
                                    energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband
                                    houdende constructies, installaties of apparatuur, tenzij zulks
                                    noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming
                                    gerichte gebruik van de gronden;</al></li>
              <li nr="d."><al>het tot stand brengen of in exploitatie nemen van boor- en
                                    pompputten;</al></li>
              <li nr="e."><al>het wijzigen van de grondwaterstand of het uitvoeren van
                                    werkzaamheden die direct of indirect de grondwaterstand
                                    beïnvloeden;</al></li>
              <li nr="f."><al>het vellen of rooien van houtgewas of het verrichten van
                                    werkzaamheden die de dood of ernstige beschadiging van het
                                    houtgewas tot gevolg kunnen hebben, behoudens bij wijze van
                                    verzorging van de aanwezige houtopstand;</al></li>
              <li nr="g."><al>het verrichten van exploratie- of exploitatieboringen ten
                                    behoeve van de winning van delfstoffen, olie of gas;</al></li>
              <li nr="h."><al>het bebossen van gronden die ten tijde van het van kracht worden
                                    van het plan niet als bos konden worden aangemerkt.</al></li>
            </lijst>
            <al>9.4.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning</al>
            <al>De werken of werkzaamheden genoemd in 9.4.1 zijn slechts toelaatbaar,
                            indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij
                            direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 9.1 omschreven
                            doeleinden niet onevenredig worden aangetast.</al>
            <al>9.4.3 Uitzonderingen op het verbod</al>
            <al>Het in 9.4.2 bepaalde is niet van toepassing op:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>werkzaamheden die behoren tot de normale
                                    onderhoudswerkzaamheden;</al></li>
              <li nr="b."><al>werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;</al></li>
              <li nr="c."><al>werken of werkzaamheden binnen het kader van de normale
                                    bodemexploitatie en bodemgebruik;</al></li>
              <li nr="d."><al>werken of werkzaamheden die ten tijde van het van kracht worden
                                    van het plan in uitvoering zijn, dan wel krachtens een voor dat
                                    tijdstip aangevraagde vergunning of vrijstelling mogen worden
                                    uitgevoerd;</al></li>
              <li nr="e."><al>het periodiek kappen van griendhout en ander hout, voorzover het
                                    betreft de normale uitoefening van het ten tijde van het van
                                    kracht worden van het plan bestaande bodemgebruik;</al></li>
              <li nr="f."><al>werken of werkzaamheden die gericht zijn op het behoud of de
                                    versterking van de bestemming.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Cultuur en ontspanning</titel>
            </kop>
            <al>10.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>10.1.1 Doeleinden</al>
            <al>De voor 'Cultuur en ontspanning' aangewezen gronden zijn bestemd
                            voor:</al>
            <al>a.het verrichten van activiteiten gericht op cultuur, spel, vermaak en
                            ontspanning;</al>
            <al>10.1.2 Inrichting</al>
            <al>Ten behoeve van deze bestemming (besluitvlak) zijn toegelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen;</al></li>
              <li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li>
              <li nr="c."><al>verhardingen;</al></li>
              <li nr="d."><al>groenvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="e."><al>voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;</al></li>
              <li nr="f."><al>overige bijbehorende voorzieningen.</al><lijst>
                  <li nr="10."><al>2 Bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) mag worden gebouwd ten dienste van
                            deze bestemming (besluitvlak) en met inachtneming van de volgende
                            bepalingen.</al>
            <al>10.2.1 Gebouwen</al>
            <al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het besluitsubvlak
                                    'bouwvlak';</al></li>
              <li nr="b."><al>de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter
                                    plaatse van het besluitsubvlak 'maximum bouwhoogte (m)'.</al></li>
            </lijst>
            <al>10.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al>
            <al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            eis:</al>
            <al>a.de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Detailhandel</titel>
            </kop>
            <al>11.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>11.1.1 Doeleinden</al>
            <al>De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al>
            <al>a.detailhandel, met uitzondering van supermarkten;</al>
            <al>met dien verstande dat:</al>
            <al>b.ter plaatse van het besluitsubvlak 'wonen' het is toegestaan om te
                            wonen op de verdieping.</al>
            <al>11.1.2 Inrichting</al>
            <al>Ten behoeve van deze bestemming (besluitvlak) zijn toegelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen;</al></li>
              <li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li>
              <li nr="c."><al>verhardingen;</al></li>
              <li nr="d."><al>groenvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="e."><al>voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;</al></li>
              <li nr="f."><al>overige bijbehorende voorzieningen.</al><lijst>
                  <li nr="11."><al>2 Bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) mag worden gebouwd ten dienste van
                            deze bestemming (besluitvlak) en met inachtneming van de volgende
                            bepalingen.</al>
            <al>11.2.1 Gebouwen</al>
            <al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het besluitsubvlak
                                    'bouwvlak';</al></li>
              <li nr="b."><al>de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter
                                    plaatse van het besluitsubvlak 'maximum bouwhoogte (m)'.</al></li>
            </lijst>
            <al>11.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al>
            <al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            eis:</al>
            <al>a.de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Groen</titel>
            </kop>
            <al>12.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>12.1.1 Doeleinden</al>
            <al>De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al>
            <al>a.groenvoorzieningen.</al>
            <al>12.1.2 Inrichting</al>
            <al>Ten behoeve van deze bestemming (besluitvlak) zijn tevens
                            toegelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>voorzieningen voor de opvang, berging, infiltratie en afvoer van
                                    water;</al></li>
              <li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li>
              <li nr="c."><al>speelplaatsen en speelvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="d."><al>verhardingen, zoals in- en uitritten, fiets- en/of voetpaden; e.
                                    parkeren;</al></li>
              <li nr="f."><al>plantsoenen, bomen en beplantingsstroken;</al></li>
              <li nr="g."><al>overige bijbehorende voorzieningen, zoals
                                    nutsvoorzieningen.</al><lijst>
                  <li nr="12."><al>2 Bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) mag worden gebouwd ten dienste van
                            deze bestemming (besluitvlak) en met inachtneming van de volgende
                            bepalingen.</al>
            <al>12.2.1 Gebouwen</al>
            <al>Het is verboden op of in deze gronden te bouwen.</al>
            <al>12.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al>
            <al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            eis:</al>
            <al>a.de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Horeca</titel>
            </kop>
            <al>13.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>13.1.1 Doeleinden</al>
            <al>De voor 'Horeca'aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al>
            <al>a.horeca in de vorm van horeca categorie 2;</al>
            <al>met dien verstande dat:</al>
            <al>b.ter plaatse van het besluitsubvlak 'wonen' het is toegestaan om te
                            wonen op de verdieping.</al>
            <al>13.1.2 Inrichting</al>
            <al>Ten behoeve van deze bestemming (besluitvlak) zijn toegelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen;</al></li>
              <li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li>
              <li nr="c."><al>verhardingen;</al></li>
              <li nr="d."><al>groenvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="e."><al>voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;</al></li>
              <li nr="f."><al>overige bijbehorende voorzieningen.</al><lijst>
                  <li nr="13."><al>2 Bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) mag worden gebouwd ten dienste van
                            deze bestemming (besluitvlak) en met inachtneming van de volgende
                            bepalingen.</al>
            <al>13.2.1 Gebouwen</al>
            <al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het besluitsubvlak
                                    'bouwvlak';</al></li>
              <li nr="b."><al>de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter
                                    plaatse van het besluitsubvlak 'maximum bouwhoogte (m)'.</al></li>
            </lijst>
            <al>13.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al>
            <al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            eis:</al>
            <al>a.de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Kantoor</titel>
            </kop>
            <al>14.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>14.1.1 Doeleinden</al>
            <al>De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al>
            <al>a.kantoren;</al>
            <al>met dien verstande dat:</al>
            <al>b.ter plaatse van het besluitsubvlak 'wonen' het is toegestaan om te
                            wonen op de verdieping.</al>
            <al>14.1.2 Inrichting</al>
            <al>Ten behoeve van deze bestemming (besluitvlak) zijn toegelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen;</al></li>
              <li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li>
              <li nr="c."><al>verhardingen;</al></li>
              <li nr="d."><al>groenvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="e."><al>voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;</al></li>
              <li nr="f."><al>overige bijbehorende voorzieningen.</al><lijst>
                  <li nr="14."><al>2 Bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) mag worden gebouwd ten dienste van
                            deze bestemming (besluitvlak) en met inachtneming van de volgende
                            bepalingen.</al>
            <al>14.2.1 Gebouwen</al>
            <al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het besluitsubvlak
                                    'bouwvlak';</al></li>
              <li nr="b."><al>de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter
                                    plaatse van het besluitsubvlak 'maximum bouwhoogte'.</al></li>
            </lijst>
            <al>14.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al>
            <al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            eis:</al>
            <al>a.de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Maatschappelijk</titel>
            </kop>
            <al>15.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>15.1.1 Doeleinden</al>
            <al>De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al>
            <al>a.maatschappelijke voorzieningen;</al>
            <al>met dien verstande dat:</al>
            <al>b.ter plaatse van het besluitsubvlak 'zorgboerderij' uitsluitend een
                            zorgboerderij met ondergeschikte detailhandel is toegestaan.</al>
            <al>15.1.2 Inrichting</al>
            <al>Ten behoeve van deze bestemming (besluitvlak) zijn toegelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen;</al></li>
              <li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li>
              <li nr="c."><al>verhardingen;</al></li>
              <li nr="d."><al>groenvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="e."><al>voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;</al></li>
              <li nr="f."><al>overige bijbehorende voorzieningen.</al><lijst>
                  <li nr="15."><al>2 Bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) mag worden gebouwd ten dienste van
                            deze bestemming (besluitvlak) en met inachtneming van de volgende
                            bepalingen.</al>
            <al>15.2.1 Gebouwen</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het besluitsubvlak
                                    'bouwvlak';</al></li>
              <li nr="b."><al>de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter
                                    plaatse van het besluitsubvlak 'maximum goothoogte (m), maximum
                                    bouwhoogte (m) ';</al></li>
              <li nr="c."><al>de goothoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter
                                    plaatse van het besluitsubvlak 'maximum goothoogte (m), maximum
                                    bouwhoogte (m) '.</al></li>
            </lijst>
            <al>15.2.2 Bijgebouwen</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>er zijn uitsluitend bestaande bijgebouwen toegestaan;</al></li>
              <li nr="b."><al>de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan bestaand</al></li>
            </lijst>
            <al>15.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al>
            <al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            eis:</al>
            <al>a.de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Recreatie</titel>
            </kop>
            <al>16.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>16.1.1 Doeleinden</al>
            <al>De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al>
            <al>a.recreatie;</al>
            <al>met dien verstande dat:</al>
            <lijst>
              <li nr="b."><al>ter plaatse van het besluitsubvlak 'paardenwei' een paardenwei
                                    is toegestaan';</al></li>
              <li nr="c."><al>ter plaatse van het besluitsubvlak 'volkstuin' volkstuinen zijn
                                    toegestaan;</al></li>
              <li nr="d."><al>ter plaatse van het besluitsubvlak 'verblijfsrecreatie'
                                    verblijfsrecreatie in de vorm van een camping is
                                    toegestaan;</al></li>
              <li nr="e."><al>ter plaatse van het besluitsubvlak 'horeca van categorie 1'
                                    horeca categorie 1 is toegestaan;</al></li>
              <li nr="f."><al>ter plaatse van het besluitsubvlak 'horeca van categorie 2'
                                    horeca categorie 2 is toegestaan;</al></li>
              <li nr="g."><al>ter plaatse van het besluitsubvlak 'bedrijfswoning' een
                                    bedrijfswoning is toegestaan.</al></li>
            </lijst>
            <al>16.1.2 Inrichting</al>
            <al>Ten behoeve van deze bestemming (besluitvlak) zijn toegelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen;</al></li>
              <li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li>
              <li nr="c."><al>verhardingen;</al></li>
              <li nr="d."><al>groenvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="e."><al>voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;</al></li>
              <li nr="f."><al>speel- en ligweiden en trapvelden;</al></li>
              <li nr="g."><al>water;</al></li>
              <li nr="h."><al>bruggen en overige kunstwerken;</al></li>
              <li nr="i."><al>uitritten en verhardingen;</al></li>
              <li nr="j."><al>wandel-, fiets- en ruiterpaden;</al></li>
              <li nr="k."><al>ontsluitingswegen;</al></li>
              <li nr="l."><al>overige bijbehorende voorzieningen.</al><lijst>
                  <li nr="16."><al>2 Bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) mag worden gebouwd ten dienste van
                            deze bestemming (besluitvlak) en met inachtneming van de volgende
                            bepalingen.</al>
            <al>16.2.1 Gebouwen</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het besluitsubvlak
                                    'bouwvlak';</al></li>
              <li nr="b."><al>de goothoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter
                                    plaatse van het besluitsubvlak 'maximum goothoogte (m), maximum
                                    bouwhoogte (m) ';</al></li>
              <li nr="c."><al>de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter
                                    plaatse van het besluitsubvlak 'maximum goothoogte (m), maximum
                                    bouwhoogte (m) ';</al></li>
              <li nr="d."><al>in afwijking van het bepaalde onder a zijn ter plaatse van het
                                    besluitsubvlak 'volkstuin' gebouwen toegestaan met inachtneming
                                    van de volgende bepalingen:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>er is uitsluitend bestaande bebouwing toegestaan;</al></li>
                  <li nr="2."><al>de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan
                                            bestaand</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>16.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al>
            <al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            eis:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter.</al><lijst>
                  <li nr="16."><al>3 Specifieke gebruiksregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>16.3.1 Verboden gebruik</al>
            <al>Onder het verboden gebruik en verboden laten gebruiken van gronden en
                            bouwwerken, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c van de Wabo,
                            wordt tenminste verstaan:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor permanente
                                    bewoning;</al></li>
              <li nr="b."><al>het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor prostitutie.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Sport</titel>
            </kop>
            <al>17.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>17.1.1 Doeleinden</al>
            <al>De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>sportvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="b."><al>ondergeschikte horeca categorie 2;</al></li>
              <li nr="c."><al>ter plaatse van het besluitsubvlak 'wonen' het is toegestaan om
                                    te wonen op de verdieping.</al></li>
            </lijst>
            <al>17.1.2 Inrichting</al>
            <al>Ten behoeve van deze bestemming (besluitvlak) zijn toegelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen, waaronder kantines en kleedruimten;</al></li>
              <li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li>
              <li nr="c."><al>verhardingen;</al></li>
              <li nr="d."><al>groenvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="e."><al>voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;</al></li>
              <li nr="f."><al>overige bijbehorende voorzieningen, zoals
                                    nutsvoorzieningen.</al><lijst>
                  <li nr="17."><al>2 Bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) mag worden gebouwd ten dienste van
                            deze bestemming (besluitvlak) en met inachtneming van de volgende
                            bepalingen.</al>
            <al>17.2.1 Gebouwen</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het besluitsubvlak
                                    'bouwvlak';</al></li>
              <li nr="b."><al>de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter
                                    plaatse van het besluitsubvlak 'maximum bouwhoogte'.</al></li>
            </lijst>
            <al>17.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al>
            <al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
                            eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de bouwhoogte van lichtmasten en ballenvangers bedraagt maximaal
                                    20,00 meter;</al></li>
              <li nr="b."><al>de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde,
                                    bedraagt maximaal 3,00 meter.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18</nr>
              <titel>Tuin</titel>
            </kop>
            <al>18.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>18.1.1 Doeleinden</al>
            <al>De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>tuinen;</al></li>
              <li nr="b."><al>erkers.</al></li>
            </lijst>
            <al>18.1.2 Inrichting</al>
            <al>Ten behoeve van deze bestemming (besluitvlak) zijn toegelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen, uitsluitend in de vorm van erkers;</al></li>
              <li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li>
              <li nr="c."><al>verhardingen;</al></li>
              <li nr="d."><al>groenvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="e."><al>voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;</al></li>
              <li nr="f."><al>overige bijbehorende voorzieningen.</al><lijst>
                  <li nr="18."><al>2 Bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) mag worden gebouwd ten dienste van
                            deze bestemming (besluitvlak) en met inachtneming van de volgende
                            bepalingen.</al>
            <al>18.2.1 Gebouwen</al>
            <al>Als gebouwen mogen uitsluitend erkers worden gebouwd. Voor het bouwen
                            van erkers geldende volgende eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>situering, binnen het besluitvlak, waarbij:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>de afstand van een erker tot de naar de weg gekeerde
                                            perceelgrens minimaal 2,00 meter moet bedragen;</al></li>
                  <li nr="2."><al>de diepte van een erker niet meer dan 1,5 m mag
                                            bedragen, en</al></li>
                  <li nr="3."><al>de breedte van een erker niet meer mag bedragen dan 50%
                                            van de breedte van de gevel van de woning waaraan de
                                            erker gebouwd wordt;</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="b."><al>bouwhoogte, de bouwhoogte van een erker mag niet meer bedragen
                                    dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning waaraan de
                                    erker gebouwd wordt.</al></li>
            </lijst>
            <al>18.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al>
            <al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
                            eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de bouwhoogte van erfscheidingen bedraagt voor de voorgevellijn
                                    maximaal 1,00 meter en achter de voorgevellijn maximaal 2,00
                                    meter;</al></li>
              <li nr="b."><al>de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde,
                                    bedraagt maximaal 3,00 meter.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19</nr>
              <titel>Wonen</titel>
            </kop>
            <al>19.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>19.1.1 Doeleinden</al>
            <al>De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>woondoeleinden; en</al></li>
              <li nr="b."><al>tuin;</al></li>
            </lijst>
            <al>met dien verstande dat:</al>
            <al>c.ter plaatse van het besluitsubvlak 'woonwagenstandplaats' een
                            woonwagenstandplaats is toegestaan.</al>
            <al>19.1.2 Inrichting</al>
            <al>Ten behoeve van deze bestemming (besluitvlak) zijn toegelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>woningen;</al></li>
              <li nr="b."><al>aanbouwen en bijgebouwen;</al></li>
              <li nr="c."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li>
              <li nr="d."><al>verhardingen;</al></li>
              <li nr="e."><al>groenvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="f."><al>voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;</al></li>
              <li nr="g."><al>overige bijbehorende voorzieningen.</al><lijst>
                  <li nr="19."><al>2 Bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) mag worden gebouwd ten dienste van
                            deze bestemming (besluitvlak) en met inachtneming van de volgende
                            bepalingen.</al>
            <al>19.2.1 Bebouwingsoppervlakte</al>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) mag worden gebouwd ten dienste van
                            deze bestemming (besluitvlak) en met inachtneming van de volgende
                            bepalingen, met dien verstande dat maximaal 60% van het bouwperceel mag
                            worden bebouwd mits de volgende oppervlaktes niet worden
                            overschreden:</al>
            <al>Oppervlakte bouwperceel Maximaal bebouwbare oppervlakte</al>
            <al>kleiner dan 750 m2 200 m2</al>
            <al>750 m2 tot en met 1.000 m2 250 m2</al>
            <al>groter dan 1.000 m2 300 m2</al>
            <al>19.2.2 Woningen</al>
            <al>Met inachtneming van het bepaalde in 19.2.1 gelden voor het bouwen van
                            woningen de volgende eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>woningen mogen uitsluitend binnen het besluitsubvlak 'bouwvlak'
                                    worden gebouwd;</al></li>
              <li nr="b."><al>ter plaatse van het besluitsubvlak 'aaneengebouwd' mogen binnen
                                    het besluitsubvlak 'bouwvlak' uitsluitend rijwoningen worden
                                    gebouwd;</al></li>
              <li nr="c."><al>ter plaatse van het besluitsubvlak 'twee-aaneen' mogen binnen
                                    het besluitsubvlak 'bouwvlak' uitsluitend halfvrijstaande
                                    woningen worden gebouwd;</al></li>
              <li nr="d."><al>ter plaatse van het besluitsubvlak 'vrijstaand' mogen binnen het
                                    besluitsubvlak 'bouwvlak' uitsluitend vrijstaande woningen
                                    worden gebouwd;</al></li>
              <li nr="e."><al>ter plaatse van het besluitsubvlak 'woonwagenstandplaats' mogen
                                    binnen het besluitsubvlak 'bouwvlak' uitsluitend woonwagens
                                    worden gebouwd, waarbij de volgende bepalingen van toepassing
                                    zijn:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>het aantal woonwagens mag niet meer bedragen dan is
                                            aangegeven ter plaatse van het besluitsubvlak 'maximum
                                            aantal wooneenheden';</al></li>
                  <li nr="2."><al>de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan
                                            bestaand;</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="f."><al>goot- en bouwhoogte, 7 respectievelijk 12 meter tenzij ter
                                    plaatse van de het besluitsubvlak 'maximum goothoogte (m),
                                    maximum bouwhoogte (m)' een andere hoogte is aangegeven;</al></li>
              <li nr="g."><al>het maximale bebouwingspercentage van de besluitsubvlakken
                                    'bouwvlak' als bedoeld in</al></li>
              <li nr="a."><al>tot en met d. bedraagt 100.</al></li>
            </lijst>
            <al>19.2.3 Aanbouwen</al>
            <al>Voor het bouwen van aanbouwen gelden de volgende eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>situering, binnen het besluitvlak en tenminste 3 meter achter de
                                    voorgevellijn;</al></li>
              <li nr="b."><al>goot- en bouwhoogte, maximaal 4,00 meter bij een platte
                                    afdekking, met dien verstande dat de bouwhoogte bij een schuine
                                    kap maximaal 7,00 meter mag bedragen;</al></li>
              <li nr="c."><al>oppervlakte, met inachtneming van het bepaalde in 19.2.1.</al></li>
            </lijst>
            <al>19.2.4 Bijgebouwen</al>
            <al>Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>situering, binnen het besluitvlak en tenminste 3 meter achter de
                                    voorgevellijn;</al></li>
              <li nr="b."><al>goot- en bouwhoogte, maximaal 4,00 meter bij een platte
                                    afdekking, met dien verstande dat de bouwhoogte bij een schuine
                                    kap maximaal 6,00 meter mag bedragen;</al></li>
              <li nr="c."><al>oppervlakte, met inachtneming van het bepaalde in 19.2.1.</al></li>
            </lijst>
            <al>19.2.5 Garageboxen</al>
            <al>Voor het bouwen van garageboxen gelden de volgende eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>situering, uitsluitend ter plaatse van het besluitsubvlak
                                    'garagebox' en uitsluitend binnen het besluitsubvlak
                                    'bouwvlak';</al></li>
              <li nr="b."><al>goot- en bouwhoogte, maximaal 3,50 meter;</al></li>
              <li nr="c."><al>bebouwingspercentage bouwvlak, maximaal 100.</al></li>
            </lijst>
            <al>19.2.6 Erkers</al>
            <al>Voor het bouwen van erkers geldende volgende eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>situering, binnen het besluitvlak, waarbij:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>de afstand van een erker tot de naar de weg gekeerde
                                            perceelgrens minimaal 2,00 meter moet bedragen;</al></li>
                  <li nr="2."><al>de diepte van een erker niet meer dan 1,5 m mag
                                            bedragen, en</al></li>
                  <li nr="3."><al>de breedte van een erker niet meer mag bedragen dan 50%
                                            van de breedte van de gevel van de woning waaraan de
                                            erker gebouwd wordt;</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="b."><al>bouwhoogte, de bouwhoogte van een erker mag niet meer bedragen
                                    dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning waaraan de
                                    erker gebouwd wordt.</al></li>
            </lijst>
            <al>19.2.7 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al>
            <al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
                            eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de bouwhoogte van erfscheidingen bedraagt voor de voorgevellijn
                                    maximaal 1,00 meter en achter de voorgevellijn maximaal 2,00
                                    meter;</al></li>
              <li nr="b."><al>ten aanzien van overkappingen gelden de volgende
                                    bepalingen:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>de bouwhoogte van een overkapping bedraagt maximaal 3,50
                                            meter;</al></li>
                  <li nr="2."><al>de overkapping dient op een afstand van ten minste 1,00
                                            meter achter de voorgevellijn te worden gebouwd;</al></li>
                  <li nr="3."><al>de bebouwde oppervlakte aan overkappingen bedraagt niet
                                            meer dan het bepaalde in 19.2.1;</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="c."><al>de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde,
                                    bedraagt maximaal 3,00 meter.</al><lijst>
                  <li nr="19."><al>3 Afwijken van de bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>19.3.1 Afwijkingsbevoegdheden</al>
            <al>Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het
                            bepaalde onder 19.2 ten behoeve van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de uitbreiding van een woning over twee bouwlagen;</al></li>
              <li nr="b."><al>de sloop en daaropvolgende nieuwbouw van een woning binnen
                                    hetzelfde bouwperceel.</al></li>
            </lijst>
            <al>19.3.2 Voorwaarden uitbreiding woning over twee lagen</al>
            <al>Een omgevingsvergunning , zoals bedoeld in 19.3.1, onder a. kan slechts
                            worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende bepalingen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de bouwhoogte bedraagt maximaal 12 meter;</al></li>
              <li nr="b."><al>de goothoogte bedraagt maximaal 7 meter;</al></li>
              <li nr="c."><al>de bouwdiepte van het totale hoofdgebouw bedraagt maximaal:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>10 meter ter plaatse van het besluitsubvlak
                                            'aaneengebouwd';</al></li>
                  <li nr="2."><al>12 meter ter plaatse van het besluitsubvlak
                                            'twee-aaneen';</al></li>
                  <li nr="3."><al>15 meter ter plaatse van het besluitsubvlak
                                            'vrijstaand';</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="d."><al>de afstand tussen de achtergevel van het hoofdgebouw en de
                                    achterste perceelsgrens bedraagt minimaal 5 meter;</al></li>
              <li nr="e."><al>de afstand tussen het hoofdgebouw en de zijdelingse
                                    perceelsgrens bedraagt:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>aan één zijde minimaal 3 meter ter plaatse van het
                                            besluitsubvlak 'twee-aaneen';</al></li>
                  <li nr="2."><al>minimaal 3 meter ter plaatse van het besluitsubvlak
                                            'vrijstaand';</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="f."><al>er vindt geen onevenredige aantasting plaats van:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>het straat- en bebouwingsbeeld;</al></li>
                  <li nr="2."><al>de verkeersveiligheid;</al></li>
                  <li nr="3."><al>de sociale veiligheid;</al></li>
                  <li nr="4."><al>de milieusituatie, en</al></li>
                  <li nr="5."><al>de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende
                                            gronden.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>19.3.3 Voorwaarden sloop en nieuwbouw binnen hetzelfde bouwperceel</al>
            <al>Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 19.3.1, onder b. kan slechts
                            worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende bepalingen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de bouwhoogte bedraagt maximaal 12 meter;</al></li>
              <li nr="b."><al>de goothoogte bedraagt maximaal 7 meter;</al></li>
              <li nr="c."><al>de bouwdiepte van het totale hoofdgebouw bedraagt maximaal:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>10 meter ter plaatse van het besluitsubvlak
                                            'aaneengebouwd';</al></li>
                  <li nr="2."><al>12 meter ter plaatse van het besluitsubvlak
                                            'twee-aaneen';</al></li>
                  <li nr="3."><al>15 meter ter plaatse van het besluitsubvlak
                                            'vrijstaand';</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="d."><al>de afstand tussen de achtergevel van het hoofdgebouw en de
                                    achterste perceelsgrens bedraagt minimaal 5 meter;</al></li>
              <li nr="e."><al>de afstand tussen het hoofdgebouw en de zijdelingse
                                    perceelsgrens bedraagt:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>aan één zijde minimaal 3 meter ter plaatse van het
                                            besluitsubvlak 'twee-aaneen';</al></li>
                  <li nr="2."><al>minimaal 3 meter ter plaatse van het besluitsubvlak
                                            'vrijstaand';</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="f."><al>het hoofdgebouw wordt in de voorgevelrooilijn gebouwd of:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>maximaal 2 meter achter de voorgevelrooilijn ter plaatse
                                            van het besluitsubvlak 'aaneengebouwd';</al></li>
                  <li nr="2."><al>maximaal 5 meter achter de voorgevelrooilijn ter plaatse
                                            van het besluitsubvlak 'twee-aaneen';</al></li>
                  <li nr="3."><al>maximaal 5 meter achter de voorgevelrooilijn ter plaatse
                                            van het belsuitsubvlak 'vrijstaand';</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="g."><al>er vindt onevenredige aantasting plaats van:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>het straat- en bebouwingsbeeld;</al></li>
                  <li nr="2."><al>de verkeersveiligheid;</al></li>
                  <li nr="3."><al>de sociale veiligheid;</al></li>
                  <li nr="4."><al>de milieusituatie, en</al></li>
                  <li nr="5."><al>de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende
                                            gronden.</al></li>
                  <li nr="19."><al>4 Specifieke gebruiksregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>19.4.1 Aan huis gebonden beroep</al>
            <al>Ten aanzien van de uitoefening van een aan huis gebonden beroep gelden
                            de volgende bepalingen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de uitoefening van een aan huis gebonden beroep is toegestaan in
                                    de woning en de bijbehorende bouwwerken, met uitzondering van
                                    overkappingen;</al></li>
              <li nr="b."><al>voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep mag
                                    maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning, inclusief de
                                    bijbehorende bouwwerken met uitzondering van overkappingen, tot
                                    een maximum van 80 m² als zodanig worden gebruikt;</al></li>
              <li nr="c."><al>de woonfunctie van het betreffende perceel blijft in overwegende
                                    mate behouden.</al></li>
            </lijst>
            <al>19.4.2 Gebruik bijgebouw</al>
            <al>Een bijbehorend bouwwerk in de hoedanigheid van een bijgebouw wordt niet
                            gebruikt als zelfstandige of niet-zelfstandige woonruimte.</al>
            <al>19.5 Afwijken van de gebruiksregels</al>
            <al>19.5.1 Afwijkingsbevoegdheden</al>
            <al>Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van:</al>
            <al>a.het bepaalde in 19.1 ten behoeve van het gebruik van de woning en de
                            bijbehorende aan en bijgebouwen voor de uitoefening van een
                            consumentverzorgend beroep;</al>
            <al>19.5.2 Voorwaarden consumentverzorgend beroep</al>
            <al>Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 19.5.1 onder a., kan slechts
                            worden verleend indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het een eenmansbedrijf is;</al></li>
              <li nr="b."><al>de bewoners het consumentverzorgend beroep zelf uitoefenen;</al></li>
              <li nr="c."><al>er geen sprake is van zelfstandige detailhandel, met dien
                                    verstande dat beperkte verkoop inherent aan de betreffende
                                    activiteit, en van ondergeschikte aard, is toegestaan;</al></li>
              <li nr="d."><al>voor de uitoefening van het consumentverzorgend beroep maximaal
                                    30% van het grondvloeroppervlak van de woning, inclusief de
                                    bijbehorende bouwwerken met uitzondering van overkappingen, tot
                                    een maximum van 80 m² als zodanig wordt gebruikt;</al></li>
              <li nr="e."><al>de woonfunctie van het betreffende perceel in overwegende mate
                                    behouden blijft;</al></li>
              <li nr="f."><al>geen onevenredige hinder wordt of kan worden toegebracht aan de
                                    gebruiksmogelijkheden van de aan omliggende gronden;</al></li>
              <li nr="g."><al>het geen zodanige verkeersaantrekkende activiteiten betreft
                                    waardoor verkeersoverlast wordt veroorzaakt;</al></li>
              <li nr="h."><al>kan worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen ten behoeve van
                                    het uit te oefenen consumentverzorgend beroep;</al></li>
              <li nr="i."><al>er geen reclameborden groter dan 0,50 m² bij of aan de woning en
                                    bijbehorende bouwwerken worden geplaatst, en</al></li>
            </lijst>
            <al>mits:</al>
            <al>j.voor de uitoefening geen melding ingevolge de Wet milieubeheer en geen
                            omgevingsvergunning op grond van de Wabo benodigd is, tenzij het
                            consumentverzorgend beroep qua omvang, ruimtelijke uitstraling en
                            ruimtelijke uitwerking vergelijkbaar is met een consumentverzorgend
                            beroep waarvoor een dergelijke verplichting niet geldt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20</nr>
              <titel>Verkeer - Verblijfsgebied</titel>
            </kop>
            <al>20.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>20.1.1 Doeleinden</al>
            <al>De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd
                            voor:</al>
            <al>a.wegen met hoofdzakelijk een functie voor verblijf, alsmede ter
                            ontsluiting van de aanliggende of nabijgelegen gronden.</al>
            <al>20.1.2 Inrichting</al>
            <al>Ten behoeve van deze bestemming (besluitvlak) zijn toegelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen;</al></li>
              <li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li>
              <li nr="c."><al>geluidsafschermende en veiligheidsvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="d."><al>parkeren;</al></li>
              <li nr="e."><al>verhardingen;</al></li>
              <li nr="f."><al>groenvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="g."><al>speelplaatsen en speelvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="h."><al>in- en uitritten;</al></li>
              <li nr="i."><al>kruisende wegen en water;</al></li>
              <li nr="j."><al>overige bijbehorende voorzieningen.</al><lijst>
                  <li nr="20."><al>2 Bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) mag worden gebouwd ten dienste van
                            deze bestemming (besluitvlak) en met inachtneming van de volgende
                            bepalingen.</al>
            <al>20.2.1 Gebouwen</al>
            <al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>situering, binnen het besluitvlak;</al></li>
              <li nr="b."><al>de bouwhoogte bedraagt maximaal 4,00 meter.</al></li>
            </lijst>
            <al>20.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al>
            <al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende
                            eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de bouwhoogte van erfafscheidingen en schermen bedraagt maximaal
                                    3,00 meter;</al></li>
              <li nr="b."><al>de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
                                    bedraagt maximaal 10,00 meter.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>21</nr>
              <titel>Verkeer - Wegverkeer</titel>
            </kop>
            <al>21.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>21.1.1 Doeleinden</al>
            <al>De voor 'Verkeer - Wegverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd
                            voor:</al>
            <al>a.wegen met hoofdzakelijk een functie voor het doorgaand verkeer;</al>
            <al>met dien verstande dat:</al>
            <al>b.ter plaatse van het besluitsubvlak 'tippelzone' een tippelzone ten
                            behoeve van straatprostitutie is toegestaan.</al>
            <al>21.1.2 Inrichting</al>
            <al>Ten behoeve van deze bestemming (besluitvlak) zijn toegelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebouwen;</al></li>
              <li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li>
              <li nr="c."><al>geluidsafschermende en veiligheidsvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="d."><al>parkeren;</al></li>
              <li nr="e."><al>verhardingen;</al></li>
              <li nr="f."><al>groenvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="g."><al>speelplaatsen en speelvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="h."><al>in- en uitritten;</al></li>
              <li nr="i."><al>kruisende wegen en water;</al></li>
              <li nr="j."><al>overige bijbehorende voorzieningen.</al><lijst>
                  <li nr="21."><al>2 Bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) mag worden gebouwd ten dienste van
                            deze bestemming (besluitvlak) en met inachtneming van de volgende
                            bepalingen.</al>
            <al>21.2.1 Gebouwen</al>
            <al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>situering, binnen het besluitvlak;</al></li>
              <li nr="b."><al>de bouwhoogte bedraagt maximaal 4,00 meter.</al></li>
            </lijst>
            <al>21.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al>
            <al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
                            eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de bouwhoogte van erfafscheidingen en schermen bedraagt maximaal
                                    3,00 meter;</al></li>
              <li nr="b."><al>de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
                                    bedraagt maximaal 10,00 meter.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>22</nr>
              <titel>Water</titel>
            </kop>
            <al>22.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>22.1.1 Doeleinden</al>
            <al>De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al>
            <al>a.waterhuishoudkundige doeleinden.</al>
            <al>22.1.2 Inrichting</al>
            <al>Ten behoeve van deze bestemming (besluitvlak) zijn toegelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li>
              <li nr="b."><al>taluds;</al></li>
              <li nr="c."><al>verhardingen;</al></li>
              <li nr="d."><al>groenvoorzieningen;</al></li>
              <li nr="e."><al>voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;</al></li>
              <li nr="f."><al>overige bijbehorende voorzieningen, zoals
                                    nutsvoorzieningen.</al><lijst>
                  <li nr="22."><al>2 Bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) mag worden gebouwd ten dienste van
                            deze bestemming (besluitvlak) en met inachtneming van de volgende
                            bepalingen.</al>
            <al>22.2.1 Gebouwen</al>
            <al>Het is verboden op of in deze gronden te bouwen.</al>
            <al>22.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al>
            <al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            eis:</al>
            <al>a.de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>23</nr>
              <titel>Waarde - Archeologie 2 (zeer hoge waarde)</titel>
            </kop>
            <al>23.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>De voor 'Waarde - Archeologie 2 (zeer hoge waarde)' aangewezen gronden
                            zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en)
                            (besluitvlakken) , tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de
                            archeologische waarden van de gronden.</al>
            <al>23.2 Bouwregels</al>
            <al>23.2.1 Bouwverbod</al>
            <al>Op de voor 'Waarde - Archeologie 2 (zeer hoge waarde)' bestemde grond
                            mag niet worden gebouwd.</al>
            <al>23.2.2 Uitzonderingen op verbod</al>
            <al>Het verbod als bedoeld in artikel 23.2.1 is niet van toepassing
                            indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het een bouwwerk, geen gebouw zijnde, betreft om de
                                    archeologische waarde vast te kunnen stellen;</al></li>
              <li nr="b."><al>het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande
                                    bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op
                                    of onder peil niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande
                                    fundering wordt benut;</al></li>
              <li nr="c."><al>de grootte van de bodemingreep niet meer dan 100 m2 beslaat óf
                                    de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld
                                    bedraagt.</al><lijst>
                  <li nr="23."><al>3 Afwijken van de bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>23.3.1 Afwijkingsbevoegdheid</al>
            <al>Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het
                            bepaalde in artikel 23.2.1 ten behoeve van grotere bodemingrepen.</al>
            <al>23.3.2 Voorwaarden grotere bodemingrepen</al>
            <al>Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 23.3.1, kan slechts worden
                            verleend indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische
                                    waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in
                                    voldoende mate is vastgesteld;</al></li>
              <li nr="b."><al>er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen
                                    worden geschaad;</al></li>
              <li nr="c."><al>schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel
                                    mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de
                                    omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel;</al></li>
              <li nr="d."><al>door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische
                                    waarden zijn veiliggesteld.</al></li>
            </lijst>
            <al>23.3.3 Voorschriften aan omgevingsvergunning</al>
            <al>Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 23.3.1 kan het
                            bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de verplichting tot het treffen van technische maatregelen
                                    waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden
                                    behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende
                                    bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn
                                    gericht;</al></li>
              <li nr="b."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen;</al></li>
              <li nr="c."><al>de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt,
                                    te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de
                                    archeologische monumentenzorg.</al></li>
            </lijst>
            <al>23.3.4 Toevalsvondsten</al>
            <al>Indien het bepaalde in artikel 23.3.3, onder c, van toepassing is, wordt
                            in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de
                            gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van
                            de bouwwerkzaamheden.</al>
            <al>23.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk
                            zijnde, of van werkzaamheden</al>
            <al>23.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning</al>
            <al>Het is verboden op of in de gronden met de bestemming (besluitvlak)
                            'Waarde - Archeologie 2 (zeer hoge waarde)' zonder of in afwijking van
                            een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen
                            bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen,
                                    waaronder begrepen het afgraven, woelen, mengen, diepploegen,
                                    egaliseren, ontginnen en het aanleggen van drainage; het
                                    aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en
                                    andere wateren;</al></li>
              <li nr="b."><al>het verlagen of verhogen van het waterpeil;</al></li>
              <li nr="c."><al>het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben
                                    worden verwijderd;</al></li>
              <li nr="d."><al>het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of
                                    telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband
                                    houdende constructies, installaties of apparatuur.</al></li>
            </lijst>
            <al>23.4.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning</al>
            <al>De werken of werkzaamheden als bedoeld in 23.4.1 zijn slechts
                            toelaatbaar, indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische
                                    waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in
                                    voldoende mate is vastgesteld;</al></li>
              <li nr="b."><al>er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen
                                    worden geschaad;</al></li>
              <li nr="c."><al>schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel
                                    mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de
                                    omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel;</al></li>
              <li nr="d."><al>door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische
                                    waarden zijn veiliggesteld.</al></li>
            </lijst>
            <al>23.4.3 Uitzonderingen op verbod</al>
            <al>Het verbod als bedoeld in artikel 23.4.1 is niet van toepassing
                            indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de werkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische
                                    waarde vast te kunnen stellen (proefsleuven- /
                                    booronderzoek);</al></li>
              <li nr="b."><al>de werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een
                                    bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit
                                    bouwen is verleend;</al></li>
              <li nr="c."><al>de grootte van de bodemingreep niet meer dan 100 m2 beslaat óf
                                    de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld
                                    bedraagt;</al></li>
              <li nr="d."><al>de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen,
                                    met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van
                                    bestaande riolen, bestratingen en beplantingen binnen bestaande
                                    tracés van kabels en leidingen.</al></li>
            </lijst>
            <al>23.4.4 Voorschriften aan omgevingsvergunning</al>
            <al>Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 23.4.1 kan het
                            bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de verplichting tot het treffen van technische maatregelen
                                    waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden
                                    behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende
                                    bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn
                                    gericht;</al></li>
              <li nr="b."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen;</al></li>
              <li nr="c."><al>de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt,
                                    te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de
                                    archeologische monumentenzorg.</al></li>
            </lijst>
            <al>23.4.5 Toevalsvondsten</al>
            <al>Indien het bepaalde in artikel 23.4.4, onder c, van toepassing is, wordt
                            in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de
                            gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van
                            de werkzaamheden.</al>
            <al>23.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk</al>
            <al>23.5.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning</al>
            <al>Het is verboden op of in de gronden met de bestemming (besluitvlak)
                            'Waarde - Archeologie 2 (zeer hoge waarde)' zonder of in afwijking van
                            een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een bouwwerk of bouwwerken
                            te slopen.</al>
            <al>23.5.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning</al>
            <al>De werken of werkzaamheden als bedoeld in 23.5.1 zijn slechts
                            toelaatbaar, indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische
                                    waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in
                                    voldoende mate is vastgesteld;</al></li>
              <li nr="b."><al>er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen
                                    worden geschaad;</al></li>
              <li nr="c."><al>schade door sloopwerkzaamheden kan worden voorkomen of zoveel
                                    mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de
                                    omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel;</al></li>
              <li nr="d."><al>door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische
                                    waarden zijn veiliggesteld.</al></li>
            </lijst>
            <al>23.5.3 Uitzonderingen op verbod</al>
            <al>Het verbod als bedoeld in artikel 23.5.1 is niet van toepassing
                            indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de
                                    archeologische waarde vast te kunnen stellen;</al></li>
              <li nr="b."><al>de grootte van de bodemingreep niet meer dan 100 m2 beslaat óf
                                    de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld
                                    bedraagt.</al></li>
            </lijst>
            <al>23.5.4 Voorschriften aan omgevingsvergunning</al>
            <al>Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 23.5.1 kan het
                            bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de verplichting tot het treffen van technische maatregelen
                                    waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden
                                    behouden, zoals alternatieve sloopmethoden of andere
                                    voorzieningen die op dit doel zijn gericht;</al></li>
              <li nr="b."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen;</al></li>
              <li nr="c."><al>de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt,
                                    te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de
                                    archeologische monumentenzorg.</al></li>
            </lijst>
            <al>23.5.5 Toevalsvondsten</al>
            <al>Indien het bepaalde in artikel 23.5.4, onder c, van toepassing is, wordt
                            in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de
                            gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van
                            de sloopwerkzaamheden.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>24</nr>
              <titel>Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)</titel>
            </kop>
            <al>24.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>De voor 'Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)' aangewezen gronden zijn,
                            behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) (besluitvlakken),
                            tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische
                            waarden van de gronden.</al>
            <al>24.2 Bouwregels</al>
            <al>24.2.1 Bouwverbod</al>
            <al>Op de voor 'Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)' bestemde grond mag
                            niet worden gebouwd.</al>
            <al>24.2.2 Uitzonderingen op verbod</al>
            <al>Het verbod als bedoeld in artikel 24.2.1 is niet van toepassing
                            indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het een bouwwerk, geen gebouw zijnde, betreft om de
                                    archeologische waarde vast te kunnen stellen;</al></li>
              <li nr="b."><al>het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande
                                    bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op
                                    of onder peil niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande
                                    fundering wordt benut;</al></li>
              <li nr="c."><al>de grootte van de bodemingreep niet meer dan 250 m2 beslaat óf
                                    de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld
                                    bedraagt.</al><lijst>
                  <li nr="24."><al>3 Afwijken van de bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>24.3.1 Afwijkingsbevoegdheid</al>
            <al>Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het
                            bepaalde in artikel</al>
            <al>24.2.1 ten behoeve van grotere bodemingrepen.</al>
            <al>24.3.2 Voorwaarden grotere bodemingrepen</al>
            <al>Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 24.3.1, kan slechts worden
                            verleend indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische
                                    waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in
                                    voldoende mate is vastgesteld;</al></li>
              <li nr="b."><al>er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen
                                    worden geschaad;</al></li>
              <li nr="c."><al>schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel
                                    mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de
                                    omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel;</al></li>
              <li nr="d."><al>door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische
                                    waarden zijn veiliggesteld.</al></li>
            </lijst>
            <al>24.3.3 Voorschriften aan omgevingsvergunning</al>
            <al>Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 24.3.1 kan het
                            bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de verplichting tot het treffen van technische maatregelen
                                    waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden
                                    behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende
                                    bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn
                                    gericht;</al></li>
              <li nr="b."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen;</al></li>
              <li nr="c."><al>de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt,
                                    te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de
                                    archeologische monumentenzorg.</al></li>
            </lijst>
            <al>24.3.4 Toevalsvondsten</al>
            <al>Indien het bepaalde in artikel 24.3.3, onder c, van toepassing is, wordt
                            in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de
                            gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van
                            de bouwwerkzaamheden.</al>
            <al>24.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk
                            zijnde, of van werkzaamheden</al>
            <al>24.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning</al>
            <al>Het is verboden op of in de gronden met de bestemming (besluitvlak)
                            'Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)' zonder of in afwijking van een
                            omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen
                            bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen,
                                    waaronder begrepen het afgraven, woelen, mengen, diepploegen,
                                    egaliseren, ontginnen en het aanleggen van drainage; het
                                    aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en
                                    andere wateren;</al></li>
              <li nr="b."><al>het verlagen of verhogen van het waterpeil;</al></li>
              <li nr="c."><al>het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben
                                    worden verwijderd;</al></li>
              <li nr="d."><al>het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of
                                    telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband
                                    houdende constructies, installaties of apparatuur.</al></li>
            </lijst>
            <al>24.4.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning</al>
            <al>De werken of werkzaamheden als bedoeld in 24.4.1 zijn slechts
                            toelaatbaar, indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische
                                    waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in
                                    voldoende mate is vastgesteld;</al></li>
              <li nr="b."><al>er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen
                                    worden geschaad;</al></li>
              <li nr="c."><al>schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel
                                    mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de
                                    omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel;</al></li>
              <li nr="d."><al>door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische
                                    waarden zijn veiliggesteld.</al></li>
            </lijst>
            <al>24.4.3 Uitzonderingen op verbod</al>
            <al>Het verbod als bedoeld in artikel 24.4.1 is niet van toepassing
                            indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de werkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische
                                    waarde vast te kunnen stellen (proefsleuven- /
                                    booronderzoek);</al></li>
              <li nr="b."><al>de werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een
                                    bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit
                                    bouwen is verleend;</al></li>
              <li nr="c."><al>de grootte van de bodemingreep niet meer dan 250 m2 beslaat óf
                                    de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld
                                    bedraagt;</al></li>
              <li nr="d."><al>de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen,
                                    met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van
                                    bestaande riolen, bestratingen en beplantingen binnen bestaande
                                    tracés van kabels en leidingen.</al></li>
            </lijst>
            <al>24.4.4 Voorschriften aan omgevingsvergunning</al>
            <al>Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 24.4.1 kan het
                            bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de verplichting tot het treffen van technische maatregelen
                                    waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden
                                    behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende
                                    bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn
                                    gericht;</al></li>
              <li nr="b."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen;</al></li>
              <li nr="c."><al>de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt,
                                    te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de
                                    archeologische monumentenzorg.</al></li>
            </lijst>
            <al>24.4.5 Toevalsvondsten</al>
            <al>Indien het bepaalde in artikel 24.4.4, onder c, van toepassing is, wordt
                            in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de
                            gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van
                            de werkzaamheden.</al>
            <al>24.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk</al>
            <al>24.5.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning</al>
            <al>Het is verboden op of in de gronden met de bestemming (besluitvlak)
                            'Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)' zonder of in afwijking van een
                            omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een bouwwerk of bouwwerken te
                            slopen.</al>
            <al>24.5.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning</al>
            <al>De werken of werkzaamheden als bedoeld in 24.5.1 zijn slechts
                            toelaatbaar, indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische
                                    waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in
                                    voldoende mate is vastgesteld;</al></li>
              <li nr="b."><al>er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen
                                    worden geschaad;</al></li>
              <li nr="c."><al>schade door sloopwerkzaamheden kan worden voorkomen of zoveel
                                    mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de
                                    omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel;</al></li>
              <li nr="d."><al>door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische
                                    waarden zijn veiliggesteld.</al></li>
            </lijst>
            <al>24.5.3 Uitzonderingen op verbod</al>
            <al>Het verbod als bedoeld in artikel 24.5.1 is niet van toepassing
                            indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de
                                    archeologische waarde vast te kunnen stellen;</al></li>
              <li nr="b."><al>de grootte van de bodemingreep niet meer dan 250 m2 beslaat óf
                                    de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld
                                    bedraagt.</al></li>
            </lijst>
            <al>24.5.4 Voorschriften aan omgevingsvergunning</al>
            <al>Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 24.5.1 kan het
                            bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de verplichting tot het treffen van technische maatregelen
                                    waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden
                                    behouden, zoals alternatieve sloopmethoden of andere
                                    voorzieningen die op dit doel zijn gericht;</al></li>
              <li nr="b."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen;</al></li>
              <li nr="c."><al>de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt,
                                    te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de
                                    archeologische monumentenzorg.</al></li>
            </lijst>
            <al>24.5.5 Toevalsvondsten</al>
            <al>Indien het bepaalde in artikel 24.5.4, onder c, van toepassing is, wordt
                            in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de
                            gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van
                            de sloopwerkzaamheden.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>25</nr>
              <titel>Waarde - Archeologie 4 (middelhoge waarde)</titel>
            </kop>
            <al>25.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>De voor 'Waarde - Archeologie 4 (middelhoge waarde)' aangewezen gronden
                            zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en)
                            (besluitvlakken) , tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de
                            archeologische waarden van de gronden.</al>
            <al>25.2 Bouwregels</al>
            <al>25.2.1 Bouwverbod</al>
            <al>Op de voor 'Waarde - Archeologie 4 (middelhoge waarde)' bestemde grond
                            mag niet worden gebouwd.</al>
            <al>25.2.2 Uitzonderingen op verbod</al>
            <al>Het verbod als bedoeld in artikel 25.2.1 is niet van toepassing
                            indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het een bouwwerk, geen gebouw zijnde, betreft om de
                                    archeologische waarde vast te kunnen stellen;</al></li>
              <li nr="b."><al>het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande
                                    bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op
                                    of onder peil niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande
                                    fundering wordt benut;</al></li>
              <li nr="c."><al>de grootte van de bodemingreep niet meer dan 2.500 m2 beslaat óf
                                    de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld
                                    bedraagt.</al><lijst>
                  <li nr="25."><al>3 Afwijken van de bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>25.3.1 Afwijkingsbevoegdheid</al>
            <al>Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het
                            bepaalde in artikel 25.2.1 ten behoeve van grotere bodemingrepen.</al>
            <al>25.3.2 Voorwaarden grotere bodemingrepen</al>
            <al>Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 25.3.1, kan slechts worden
                            verleend indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische
                                    waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in
                                    voldoende mate is vastgesteld;</al></li>
              <li nr="b."><al>er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen
                                    worden geschaad;</al></li>
              <li nr="c."><al>schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel
                                    mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de
                                    omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel;</al></li>
              <li nr="d."><al>door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische
                                    waarden zijn veiliggesteld.</al></li>
            </lijst>
            <al>25.3.3 Voorschriften aan omgevingsvergunning</al>
            <al>Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 25.3.1 kan het
                            bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de verplichting tot het treffen van technische maatregelen
                                    waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden
                                    behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende
                                    bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn
                                    gericht;</al></li>
              <li nr="b."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen;</al></li>
              <li nr="c."><al>de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt,
                                    te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de
                                    archeologische monumentenzorg.</al></li>
            </lijst>
            <al>25.3.4 Toevalsvondsten</al>
            <al>Indien het bepaalde in artikel 25.3.3, onder c, van toepassing is, wordt
                            in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de
                            gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van
                            de bouwwerkzaamheden.</al>
            <al>25.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk
                            zijnde, of van werkzaamheden</al>
            <al>25.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning</al>
            <al>Het is verboden op of in de gronden met de bestemming (besluitvlak)
                            'Waarde - Archeologie 4 (middelhoge waarde)' zonder of in afwijking van
                            een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen
                            bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen,
                                    waaronder begrepen het afgraven, woelen, mengen, diepploegen,
                                    egaliseren, ontginnen en het aanleggen van drainage; het
                                    aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en
                                    andere wateren;</al></li>
              <li nr="b."><al>het verlagen of verhogen van het waterpeil;</al></li>
              <li nr="c."><al>het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben
                                    worden verwijderd;</al></li>
              <li nr="d."><al>het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of
                                    telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband
                                    houdende constructies, installaties of apparatuur.</al></li>
            </lijst>
            <al>25.4.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning</al>
            <al>De werken of werkzaamheden als bedoeld in 25.4.1 zijn slechts
                            toelaatbaar, indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische
                                    waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in
                                    voldoende mate is vastgesteld;</al></li>
              <li nr="b."><al>er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen
                                    worden geschaad;</al></li>
              <li nr="c."><al>schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel
                                    mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de
                                    omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel;</al></li>
              <li nr="d."><al>door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische
                                    waarden zijn veiliggesteld.</al></li>
            </lijst>
            <al>25.4.3 Uitzonderingen op verbod</al>
            <al>Het verbod als bedoeld in artikel 25.4.1 is niet van toepassing
                            indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de werkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische
                                    waarde vast te kunnen stellen (proefsleuven- /
                                    booronderzoek);</al></li>
              <li nr="b."><al>de werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een
                                    bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit
                                    bouwen is verleend;</al></li>
              <li nr="c."><al>de grootte van de bodemingreep niet meer dan 2.500 m2 beslaat óf
                                    de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld
                                    bedraagt;</al></li>
              <li nr="d."><al>de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen,
                                    met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van
                                    bestaande riolen, bestratingen en beplantingen binnen bestaande
                                    tracés van kabels en leidingen.</al></li>
            </lijst>
            <al>25.4.4 Voorschriften aan omgevingsvergunning</al>
            <al>Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 25.4.1 kan het
                            bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de verplichting tot het treffen van technische maatregelen
                                    waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden
                                    behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende
                                    bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn
                                    gericht;</al></li>
              <li nr="b."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen;</al></li>
              <li nr="c."><al>de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt,
                                    te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de
                                    archeologische monumentenzorg.</al></li>
            </lijst>
            <al>25.4.5 Toevalsvondsten</al>
            <al>Indien het bepaalde in artikel 25.4.4, onder c, van toepassing is, wordt
                            in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de
                            gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van
                            de werkzaamheden.</al>
            <al>25.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk</al>
            <al>25.5.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning</al>
            <al>Het is verboden op of in de gronden met de bestemming (besluitvlak)
                            'Waarde - Archeologie 4 (middelhoge waarde)' zonder of in afwijking van
                            een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een bouwwerk of bouwwerken
                            te slopen.</al>
            <al>25.5.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning</al>
            <al>De werken of werkzaamheden als bedoeld in 25.5.1 zijn slechts
                            toelaatbaar, indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische
                                    waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in
                                    voldoende mate is vastgesteld;</al></li>
              <li nr="b."><al>er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen
                                    worden geschaad;</al></li>
              <li nr="c."><al>schade door sloopwerkzaamheden kan worden voorkomen of zoveel
                                    mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de
                                    omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel;</al></li>
              <li nr="d."><al>door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische
                                    waarden zijn veiliggesteld.</al></li>
            </lijst>
            <al>25.5.3 Uitzonderingen op verbod</al>
            <al>Het verbod als bedoeld in artikel 25.5.1 is niet van toepassing
                            indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de
                                    archeologische waarde vast te kunnen stellen;</al></li>
              <li nr="b."><al>de grootte van de bodemingreep niet meer dan 2.500 m2 beslaat óf
                                    de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld
                                    bedraagt.</al></li>
            </lijst>
            <al>25.5.4 Voorschriften aan omgevingsvergunning</al>
            <al>Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 25.5.1 kan het
                            bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de verplichting tot het treffen van technische maatregelen
                                    waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden
                                    behouden, zoals alternatieve sloopmethoden of andere
                                    voorzieningen die op dit doel zijn gericht;</al></li>
              <li nr="b."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen;</al></li>
              <li nr="c."><al>de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt,
                                    te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de
                                    archeologische monumentenzorg.</al></li>
            </lijst>
            <al>25.5.5 Toevalsvondsten</al>
            <al>Indien het bepaalde in artikel 25.5.4, onder c, van toepassing is, wordt
                            in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de
                            gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van
                            de sloopwerkzaamheden.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>26</nr>
              <titel>Waarde - Archeologie 5 (lage waarde)</titel>
            </kop>
            <al>26.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>De voor 'Waarde - Archeologie 5 (lage waarde)' aangewezen gronden zijn,
                            behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) (besluitvlakken),
                            tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische
                            waarden van de gronden.</al>
            <al>26.2 Bouwregels</al>
            <al>26.2.1 Bouwverbod</al>
            <al>Op de voor 'Waarde - Archeologie 5 (lage waarde)' bestemde grond mag
                            niet worden gebouwd.</al>
            <al>26.2.2 Uitzonderingen op verbod</al>
            <al>Het verbod als bedoeld in artikel 26.2.1 is niet van toepassing
                            indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het een bouwwerk, geen gebouw zijnde, betreft om de
                                    archeologische waarde vast te kunnen stellen;</al></li>
              <li nr="b."><al>het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande
                                    bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op
                                    of onder peil niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande
                                    fundering wordt benut;</al></li>
              <li nr="c."><al>de grootte van de bodemingreep niet meer dan 10.000 m2 beslaat
                                    óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld
                                    bedraagt.</al><lijst>
                  <li nr="26."><al>3 Afwijken van de bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>26.3.1 Afwijkingsbevoegdheid</al>
            <al>Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het
                            bepaalde in artikel</al>
            <al>26.2.1 ten behoeve van grotere bodemingrepen.</al>
            <al>26.3.2 Voorwaarden grotere bodemingrepen</al>
            <al>Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 26.3.1, kan slechts worden
                            verleend indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische
                                    waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in
                                    voldoende mate is vastgesteld;</al></li>
              <li nr="b."><al>er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen
                                    worden geschaad;</al></li>
              <li nr="c."><al>schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel
                                    mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de
                                    omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel;</al></li>
              <li nr="d."><al>door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische
                                    waarden zijn veiliggesteld.</al></li>
            </lijst>
            <al>26.3.3 Voorschriften aan omgevingsvergunning</al>
            <al>Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 26.3.1 kan het
                            bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de verplichting tot het treffen van technische maatregelen
                                    waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden
                                    behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende
                                    bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn
                                    gericht;</al></li>
              <li nr="b."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen;</al></li>
              <li nr="c."><al>de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt,
                                    te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de
                                    archeologische monumentenzorg.</al></li>
            </lijst>
            <al>26.3.4 Toevalsvondsten</al>
            <al>Indien het bepaalde in artikel 26.3.3, onder c, van toepassing is, wordt
                            in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de
                            gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van
                            de bouwwerkzaamheden.</al>
            <al>26.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk
                            zijnde, of van werkzaamheden</al>
            <al>26.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning</al>
            <al>Het is verboden op of in de gronden met de bestemming (besluitvlak)
                            'Waarde - Archeologie 5 (lage waarde)' zonder of in afwijking van een
                            omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen
                            bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen,
                                    waaronder begrepen het afgraven, woelen, mengen, diepploegen,
                                    egaliseren, ontginnen en het aanleggen van drainage; het
                                    aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en
                                    andere wateren;</al></li>
              <li nr="b."><al>het verlagen of verhogen van het waterpeil;</al></li>
              <li nr="c."><al>het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben
                                    worden verwijderd;</al></li>
              <li nr="d."><al>het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of
                                    telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband
                                    houdende constructies, installaties of apparatuur.</al></li>
            </lijst>
            <al>26.4.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning</al>
            <al>De werken of werkzaamheden als bedoeld in 26.4.1 zijn slechts
                            toelaatbaar, indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische
                                    waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in
                                    voldoende mate is vastgesteld;</al></li>
              <li nr="b."><al>er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen
                                    worden geschaad;</al></li>
              <li nr="c."><al>schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel
                                    mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de
                                    omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel;</al></li>
              <li nr="d."><al>door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische
                                    waarden zijn veiliggesteld.</al></li>
            </lijst>
            <al>26.4.3 Uitzonderingen op verbod</al>
            <al>Het verbod als bedoeld in artikel 26.4.1 is niet van toepassing
                            indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de werkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische
                                    waarde vast te kunnen stellen (proefsleuven- /
                                    booronderzoek);</al></li>
              <li nr="b."><al>de werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een
                                    bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit
                                    bouwen is verleend;</al></li>
              <li nr="c."><al>de grootte van de bodemingreep niet meer dan 10.000 m2 beslaat
                                    óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld
                                    bedraagt;</al></li>
              <li nr="d."><al>de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen,
                                    met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van
                                    bestaande riolen, bestratingen en beplantingen binnen bestaande
                                    tracés van kabels en leidingen.</al></li>
            </lijst>
            <al>26.4.4 Voorschriften aan omgevingsvergunning</al>
            <al>Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 26.4.1 kan het
                            bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de verplichting tot het treffen van technische maatregelen
                                    waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden
                                    behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende
                                    bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn
                                    gericht;</al></li>
              <li nr="b."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen;</al></li>
              <li nr="c."><al>de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt,
                                    te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de
                                    archeologische monumentenzorg.</al></li>
            </lijst>
            <al>26.4.5 Toevalsvondsten</al>
            <al>Indien het bepaalde in artikel 26.4.4, onder c, van toepassing is, wordt
                            in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de
                            gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van
                            de werkzaamheden.</al>
            <al>26.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk</al>
            <al>26.5.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning</al>
            <al>Het is verboden op of in de gronden met de bestemming (besluitvlak)
                            'Waarde - Archeologie 5 (lage waarde)' zonder of in afwijking van een
                            omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een bouwwerk of bouwwerken te
                            slopen.</al>
            <al>26.5.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning</al>
            <al>De werken of werkzaamheden als bedoeld in 26.5.1 zijn slechts
                            toelaatbaar, indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische
                                    waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in
                                    voldoende mate is vastgesteld;</al></li>
              <li nr="b."><al>er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen
                                    worden geschaad;</al></li>
              <li nr="c."><al>schade door sloopwerkzaamheden kan worden voorkomen of zoveel
                                    mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de
                                    omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel;</al></li>
              <li nr="d."><al>door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische
                                    waarden zijn veiliggesteld.</al></li>
            </lijst>
            <al>26.5.3 Uitzonderingen op verbod</al>
            <al>Het verbod als bedoeld in artikel 26.5.1 is niet van toepassing
                            indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de
                                    archeologische waarde vast te kunnen stellen;</al></li>
              <li nr="b."><al>de grootte van de bodemingreep niet meer dan 10.000 m2 beslaat
                                    óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld
                                    bedraagt.</al></li>
            </lijst>
            <al>26.5.4 Voorschriften aan omgevingsvergunning</al>
            <al>Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 26.5.1 kan het
                            bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de verplichting tot het treffen van technische maatregelen
                                    waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden
                                    behouden, zoals alternatieve sloopmethoden of andere
                                    voorzieningen die op dit doel zijn gericht;</al></li>
              <li nr="b."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen;</al></li>
              <li nr="c."><al>de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt,
                                    te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de
                                    archeologische monumentenzorg.</al></li>
            </lijst>
            <al>26.5.5 Toevalsvondsten</al>
            <al>Indien het bepaalde in artikel 26.5.4, onder c, van toepassing is, wordt
                            in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de
                            gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van
                            de sloopwerkzaamheden.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>27</nr>
              <titel>Leiding - Gas</titel>
            </kop>
            <al>27.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>27.1.1 Doeleinden</al>
            <al>De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere
                            daar voorkomende bestemming(en) (besluitvlakken), mede bestemd
                            voor:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een gasleiding ter plaatse van besluitsubvlak 'hartlijn leiding
                                    – gas', en</al></li>
              <li nr="b."><al>het beheer en onderhoud van de leiding.</al></li>
            </lijst>
            <al>27.1.2 Inrichting</al>
            <al>Ten behoeve van deze bestemming (besluitvlak) zijn toegelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li>
              <li nr="b."><al>overige bijbehorende voorzieningen.</al><lijst>
                  <li nr="27."><al>2 Bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) mag worden gebouwd ten dienste van
                            deze bestemming (besluitvlak) en de andere voor deze gronden geldende
                            bestemmingen (besluitvlakken) met inachtneming van de volgende
                            bepalingen.</al>
            <al>27.2.1 Gebouwen</al>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) zijn geen gebouwen toegestaan.</al>
            <al>27.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al>
            <al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            eis:</al>
            <al>a.de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal
                            3,00 meter.</al>
            <al>27.2.3 Coördinatie met andere bestemmingen</al>
            <al>Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en)
                            (besluitvlak) mag worden gebouwd, indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>dit in overeenstemming is met de voor de betrokken
                                    bestemming(en) (besluitvlak) geldende (bouw)regels, en</al></li>
              <li nr="b."><al>het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of
                                    verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte,
                                    voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en
                                    gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.</al><lijst>
                  <li nr="27."><al>3 Afwijken van de bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het
                            bepaalde in 27.2.3 voor het bouwen overeenkomstig andere bestemmingen
                            (besluitvlakken), mits positief advies is verkregen van de beheerder van
                            de leiding, de veiligheid met betrekking tot de gasleiding niet wordt
                            geschaad en geen kwestbare objecten worden toegelaten.</al>
            <al>27.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk
                            zijnde, of van werkzaamheden</al>
            <al>27.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning</al>
            <al>Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor
                            het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
                            de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te
                            voeren:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het uitvoeren van graafwerkzaamheden;</al></li>
              <li nr="b."><al>het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van
                                    voorwerpen</al></li>
              <li nr="c."><al>het aanbrengen of vellen van hoogopgaande en/of diepwortelende
                                    beplanting en/of bomen;</al></li>
              <li nr="d."><al>het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of
                                    apparatuur;</al></li>
              <li nr="e."><al>het opslaan van materialen of stoffen, die onder bepaalde
                                    omstandigheden gevaar van brand of explosie kunnen
                                    opleveren;</al></li>
              <li nr="f."><al>het aanleggen van wegen, paden en het aanbrengen van andere
                                    oppervlakteverhardingen;</al></li>
              <li nr="g."><al>het ophogen, egaliseren, bodemverlagen, afgraven of anderszins
                                    wijzigen van het maaiveld en/of de weghoogte.</al></li>
            </lijst>
            <al>27.4.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning</al>
            <al>De werken of werkzaamheden bedoeld in lid 27.4.1 zijn slechts
                            toelaatbaar:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan
                                    hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de in lid
                                    27.1 omschreven doeleinden niet onevenredig worden
                                    aangetast;</al></li>
              <li nr="b."><al>indien positief advies van de beheerder van de leiding is
                                    verkregen.</al></li>
            </lijst>
            <al>27.4.3 Uitzonderingen op het verbod</al>
            <al>Het in lid 27.4.1 genoemde verbod geldt niet voor:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>werkzaamheden die behoren tot de normale
                                    onderhoudswerkzaamheden;</al></li>
              <li nr="b."><al>werken of werkzaamheden die ten tijde van het van kracht worden
                                    van het plan in uitvoering zijn, dan wel krachtens een voor dat
                                    tijdstip aangevraagde vergunning of ontheffing mogen worden
                                    uitgevoerd;</al></li>
              <li nr="c."><al>werken of werkzaamheden die gericht zijn op het behoud of de
                                    versterking van de bestemming.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>28</nr>
              <titel>Leiding - Hoogspanningsverbinding</titel>
            </kop>
            <al>28.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>28.1.1 Doeleinden</al>
            <al>De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn,
                            behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en)
                            (besluitvlak(ken)), mede bestemd voor:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een hoogspanningsverbinding, en</al></li>
              <li nr="b."><al>het beheer en onderhoud van de leiding.</al></li>
            </lijst>
            <al>28.1.2 Inrichting</al>
            <al>Ten behoeve van deze bestemming (besluitvlak) zijn toegelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li>
              <li nr="b."><al>overige bijbehorende voorzieningen.</al><lijst>
                  <li nr="28."><al>2 Bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) mag worden gebouwd ten dienste van
                            deze bestemming (besluitvlak) en de andere voor deze gronden geldende
                            bestemmingen (besluitvlakken) met inachtneming van de volgende
                            bepalingen.</al>
            <al>28.2.1 Gebouwen</al>
            <al>Binnen deze bestemming (besluitvlak) zijn geen gebouwen toegestaan.</al>
            <al>28.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al>
            <al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende
                            eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de bouwhoogte van een hoogspanningsverbinding bedraagt maximaal
                                    80,00 meter;</al></li>
              <li nr="b."><al>de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
                                    bedraagt maximaal 3,00 meter.</al></li>
            </lijst>
            <al>28.2.3 Coördinatie met andere bestemmingen</al>
            <al>Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en)
                            (besluitvlakken) mag worden gebouwd, indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>dit in overeenstemming is met de voor de betrokken
                                    bestemming(en) (besluitvlak) geldende (bouw)regels, en</al></li>
              <li nr="b."><al>het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of
                                    verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte,
                                    voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en
                                    gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.</al><lijst>
                  <li nr="28."><al>3 Afwijken van de bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het
                            bepaalde in 28.2.3 voor het bouwen overeenkomstig andere bestemmingen
                            (besluitvlakken), mits positief advies is verkregen van de beheerder van
                            de leiding.</al>
            <al>28.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk
                            zijnde, of van werkzaamheden</al>
            <al>28.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning</al>
            <al>Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een
                            omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken,
                            geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het aanbrengen van beplantingen en bomen;</al></li>
              <li nr="b."><al>het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere
                                    oppervlakteverhardingen;</al></li>
              <li nr="c."><al>het indrijven van voorwerpen in de bodem;</al></li>
              <li nr="d."><al>het uitvoeren van grondbewerkeingen, waartoe worden gerekend
                                    afgraven, ontginnen en ophogen;</al></li>
              <li nr="e."><al>het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten,
                                    vijvers en andere wateren;</al></li>
              <li nr="f."><al>het permanent opslaan van goederen.</al></li>
            </lijst>
            <al>28.4.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning</al>
            <al>De werken of werkzaamheden bedoeld in lid 28.4.1 zijn slechts
                            toelaatbaar:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan
                                    hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de in lid
                                    28.1 omschreven doeleinden niet onevenredig worden
                                    aangetast;</al></li>
              <li nr="b."><al>indien positief advies van de beheerder van de leiding is
                                    verkregen.</al></li>
            </lijst>
            <al>28.4.3 Uitzonderingen op het verbod</al>
            <al>Het in lid 28.4.1 genoemde verbod geldt niet voor:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>werkzaamheden die behoren tot de normale
                                    onderhoudswerkzaamheden;</al></li>
              <li nr="b."><al>werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;</al></li>
              <li nr="c."><al>werken of werkzaamheden die ten tijde van het van kracht worden
                                    van het plan in uitvoering zijn, dan wel krachtens een voor dat
                                    tijdstip aangevraagde vergunning of ontheffing mogen worden
                                    uitgevoerd;</al></li>
              <li nr="d."><al>werken of werkzaamheden die gericht zijn op het behoud of de
                                    versterking van de bestemming.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>29</nr>
              <titel>Waterstaat - Waterlopen met een waterhuishoudkundige en/of
                                waterstaatkundige functie</titel>
            </kop>
            <al>29.1 Bestemmingsomschrijving</al>
            <al>29.1.1 Doeleinden</al>
            <al>De voor 'Waterstaat - Waterlopen met een waterhuishoudkundige en/of
                            waterstaatkundige functie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de
                            andere daar voorkomende bestemming(en) (besluitvlakken), mede bestemd
                            voor de bescherming en het beheer van de watergang.</al>
            <al>29.1.2 Inrichting</al>
            <al>Ten behoeve van deze bestemming (besluitvlak) zijn toegelaten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li>
              <li nr="b."><al>overige bijbehorende voorzieningen.</al><lijst>
                  <li nr="29."><al>2 Bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>29.2.1 Gebouwen</al>
            <al>Op en in deze gronden zijn geen gebouwen toegestaan.</al>
            <al>29.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al>
            <al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            eis:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter.</al><lijst>
                  <li nr="29."><al>3 Afwijken van de bouwregels</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het
                            bepaalde in 29.2, indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>in overeenstemming met de andere, voor deze gronden geldende
                                    bestemming(en) (besluitvlakken) wordt gebouwd;</al></li>
              <li nr="b."><al>het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of
                                    verandering van bestaande bouwwerken;</al></li>
              <li nr="c."><al>de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt
                                    uitgebreid;</al></li>
              <li nr="d."><al>gebruik wordt gemaakt van bestaande fundering, en</al></li>
              <li nr="e."><al>voorafgaand aan de vergunningverlening door het bevoegd gezag
                                    advies is ingewonnen bij de beheerder van de waterloop.</al><lijst>
                  <li nr="29."><al>4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk,
                                            geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>29.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning</al>
            <al>Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor
                            het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
                            de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te
                            voeren:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten,
                                    watergangen en overige waterpartijen en het aanbrengen van
                                    drainage;</al></li>
              <li nr="b."><al>beplantingen of materialen dienende tot verdediging van oevers,
                                    taluds of de waterbodem te beschadigen, te vernietigen, te
                                    verplaatsen of te verwijderen;</al></li>
              <li nr="c."><al>beplantingen aan te brengen, te hebben, te kappen en/of te
                                    rooien;</al></li>
              <li nr="d."><al>zich, anders dan als rechthebbende, al dan niet met vaar- of
                                    voertuigen of vlotten op te houden, tenzij dit plaatsvindt in
                                    verband met door het bevoegd gezag toegestane recreatieve
                                    activiteiten.</al></li>
            </lijst>
            <al>29.4.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning</al>
            <al>De werken of werkzaamheden bedoeld in 29.4.1 zijn slechts toelaatbaar,
                            indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>die werken en/of werkzaamheden geen afbreuk doen aan een adequat
                                    beheer van en de veiligheid van de waterloop, waarbij het
                                    stellen van voorwaarden onvoldoende waarborg biedt voor een
                                    adequat beheer en/of de veiligheid van de watergang.</al></li>
              <li nr="b."><al>indien positief advies van de beheerder van de watergang is
                                    verkregen.</al></li>
            </lijst>
            <al>29.4.3 Uitzonderingen op het verbod</al>
            <al>Het verbod als bedoeld in 29.4.1 geldt niet voor:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>werkzaamheden die behoren tot de normale
                                    onderhoudswerkzaamheden;</al></li>
              <li nr="b."><al>werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;</al></li>
              <li nr="c."><al>werken of werkzaamheden die ten tijde van het van kracht worden
                                    van het plan in uitvoering zijn, dan wel krachtens een voor dat
                                    tijdstip aangevraagde vergunning of ontheffing mogen worden
                                    uitgevoerd;</al></li>
              <li nr="d."><al>werken of werkzaamheden die gericht zijn op het behoud of de
                                    versterking van de bestemming.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Algemene regels</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>30</nr>
              <titel>Anti-dubbeltelregel</titel>
            </kop>
            <al>Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een
                            bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven,
                            blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten
                            beschouwing.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>31</nr>
              <titel>Algemene bouwregels</titel>
            </kop>
            <al>31.1 Nutsvoorzieningen</al>
            <al>Voor zover niet anders bepaald in deze planregels gelden voor
                            nutsvoorzieningen de volgende bepalingen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de bouwhoogte van een gebouwde nutsvoorziening bedraagt maximaal
                                    3,00 meter;</al></li>
              <li nr="b."><al>de inhoud van een gebouwde nutsvoorziening bedraagt maximaal 50
                                    m3.</al><lijst>
                  <li nr="31."><al>2 Splitsen van woningen</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Het splitsen van woningen is niet toegestaan.</al>
            <al>31.3 Ondergronds bouwen</al>
            <al>Voor ondergronds bouwen gelden de volgende bepalingen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>ondergrondse gebouwen of souterrains mogen uitsluitend worden
                                    opgericht tot een diepte van maximaal 3,50 meter per
                                    ondergrondse bouwlaag met een maximum van twee ondergrondse
                                    bouwlagen. De betreffende gebouwen mogen maximaal 1,50 meter
                                    boven peil worden gebouwd;</al></li>
              <li nr="b."><al>in afwijking van het bepaalde onder a. mag een voorziening ten
                                    behoeve van de waterhuishouding tot maximaal 6 meter onder peil
                                    gebouwd worden;</al></li>
              <li nr="c."><al>de gezamenlijke oppervlakte van ondergrondse bouwwerken bedraagt
                                    niet meer dan de gezamenlijke oppervlakte aan bovengrondse
                                    bouwwerken zoals deze is toegestaan op grond van de voor die
                                    gronden geldende bestemming(en) (besluitvlakken).</al><lijst>
                  <li nr="31."><al>4 Aanvullende werking bouwverordening</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>De voorschriften van de bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van
                            stedenbouwkundige aard blijven, overeenkomstig het gestelde in artikel 9
                            lid 2 van de Woningwet, buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de
                            volgende onderwerpen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de richtlijnen voor het verlenen van vrijstelling van de
                                    stedenbouwkundige bepalingen;</al></li>
              <li nr="b."><al>de bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer;</al></li>
              <li nr="c."><al>de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten;</al></li>
              <li nr="d."><al>de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>32</nr>
              <titel>Algemene gebruiksregels</titel>
            </kop>
            <al>32.1 Verboden gebruik</al>
            <al>Onder het verboden gebruik en verboden laten gebruiken van de in dit
                            plan begrepen gronden en daarop voorkomende bouwwerken wordt tenminste
                            verstaan:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond
                                    en/of afval, anders dan als stort- en/of opslagplaats voor
                                    normaal onderhoud, gebruik en beheer en met uitzondering van een
                                    gebruik als stort- en/of opslagplaats zoals uitdrukkelijk
                                    toegestaan ingevolge het bepaalde in deze regels;</al></li>
              <li nr="b."><al>een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van
                                    één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of
                                    vliegtuigen, anders dan als stallings- en/of opslagplaats voor
                                    normaal onderhoud, gebruik en beheer;</al></li>
              <li nr="c."><al>een gebruik van gronden voor het beproeven van motorvoertuigen
                                    alsmede voor de beoefening van de motorsport en de
                                    modelvliegsport en voor het racen of crossen van
                                    motorvoertuigen;</al></li>
              <li nr="d."><al>een gebruik van gronden als kleinschalig kampeerterrein, tenzij
                                    de bestemming van de gronden dit specifiek toelaat;</al></li>
              <li nr="e."><al>een gebruik van gronden en bouwwerken voor risicovolle
                                    inrichtingen, tenzij de bestemming van de gronden dit specifiek
                                    toelaat;</al></li>
              <li nr="f."><al>een gebruik van gronden en bouwwerken voor inrichtingen als
                                    bedoeld in onderdeel D van Bijlage I bij het Besluit
                                    omgevingsrecht (Bor);</al></li>
              <li nr="g."><al>een gebruik van gronden en bouwwerken voor (detail)handel,
                                    tenzij de bestemming van de gronden dit specifiek toelaat;</al></li>
              <li nr="h."><al>een gebruik van gebouwen, niet zijnde een woning of een ander
                                    specifiek voor permanente bewoning bestemd gebouw, voor
                                    permanente bewoning.</al></li>
              <li nr="i."><al>een gebruik van gronden voor straatprostitutie, met uitzondering
                                    van de gronden ter plaatse van het besluitsubvlak
                                    'tippelzone';</al></li>
              <li nr="j."><al>een gebruik van bouwwerken als seksinrichtingen;</al></li>
              <li nr="k."><al>een gebruik van bouwwerken als sekswinkels.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>33</nr>
              <titel>Algemene besluitsubvlakregels</titel>
            </kop>
            <al>33.1 Vrijwaringszone - straalpad</al>
            <al>33.1.1 Aanduidingsomschrijving</al>
            <al>De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - straalpad'
                            zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede aangewezen
                            voor de transmissie van radiogolven.</al>
            <al>33.1.2 Bouwregels</al>
            <al>In afwijking van het bepaalde in de voor deze gronden geldende
                            bestemming(en), mag de hoogte van een bouwwerk of ander werk ter plaatse
                            van de aanduiding 'Vrijwaringszone - straalpad' niet meer bedragen dan
                            20 meter.</al>
            <al>33.1.3 Afwijken van de bouwregels</al>
            <al>Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het
                            bepaalde in 33.1.2, indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>in overeenstemming met de voor deze gronden geldende
                                    bestemming(en) wordt gebouwd;</al></li>
              <li nr="b."><al>de belangen van het radioverkeer niet onevenredig worden
                                    benadeeld, en</al></li>
              <li nr="c."><al>voorafgaand aan de vergunningverlening door het bevoegd gezag
                                    advies is ingewonnen bij de beheerder van het straalpad.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>34</nr>
              <titel>Algemene afwijkingsregels</titel>
            </kop>
            <al>34.1 Afwijkingsregels</al>
            <al>Burgemeester en wethouders kunnen, behoudens voorzover reeds op grond
                            van enige andere bepaling in dit plan is afgeweken, via een
                            omgevingsvergunning afwijken van het in dit plan bepaalde:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>ten aanzien van de in deze regels gegeven maten, afmetingen,
                                    percentages, mits de afwijking niet meer bedraagt dan 10%.</al><lijst>
                  <li nr="34."><al>2 Algemene voorwaarden voor afwijkingen</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Bij het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in 34.1 dient
                            het onderstaande in acht te worden genomen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de belangen van derden mogen niet onevenredig worden
                                    geschaad;</al></li>
              <li nr="b."><al>aan het stedenbouwkundige beeld en aan de ruimtelijke kwaliteit
                                    ter plaatse mag geen afbreuk worden gedaan;</al></li>
              <li nr="c."><al>er mogen geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu
                                    ontstaan of kunnen ontstaan;</al></li>
              <li nr="d."><al>de parkeerbalans in de directe omgeving mag niet in negatieve
                                    zin onevenredig worden beïnvloed;</al></li>
              <li nr="e."><al>de ruimtelijke ontwikkeling dient in overeenstemming te zijn met
                                    een goede ruimtelijke ordening;</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>35</nr>
              <titel>Overige regels</titel>
            </kop>
            <al>35.1 Rangorde besluitvlakken en besluitsubvlakken</al>
            <al>Voor zover de hieronder genoemde besluitvlakken en besluitsubvlakken
                            geheel of gedeeltelijk samenvallen, geldt bij strijdigheid tussen de
                            desbetreffende regels de volgende rangorde:</al>
            <al>Besluitvlakken en besluitsubvlakken Plaats in rangorde</al>
            <al>Leiding - Gas 1</al>
            <al>Waarde - Archeologie 2</al>
            <al>Vrijwaringszone - straalpad 3</al>
            <al>Leiding - Hoogspanningsverbinding 4</al>
            <al>Waterstaat - Waterlopen met een waterhuishoudkundige en/of
                            waterstaatkundige functie 5</al>
            <al>35.2 Andere wettelijke bepalingen</al>
            <al>Voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke
                            regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luidden
                            op het tijdstip van de vaststelling van de beheersverordening.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Overgangs- en slotregels</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>36</nr>
              <titel>Overgangsrecht</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>36.</lidnr>
              <al>1 Overgangsrecht bouwwerken</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de
                                        beheersverordening aanwezig of in uitvoering is, dan wel
                                        gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor
                                        het bouwen, en afwijkt van de verordening, mag, mits deze
                                        afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden
                                vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning
                                voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het
                                bouwwerk is teniet gegaan;</al>
              <lijst>
                <li nr="b."><al>Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde
                                        onder a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten
                                        van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld het eerste lid
                                        met maximaal 10%;</al></li>
                <li nr="c."><al>Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken
                                        die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding
                                        van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in
                                        strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de
                                        overgangsbepaling van dat plan.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>36.</lidnr>
              <al>2 Overgangsrecht gebruik</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het
                                        tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening en
                                        hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.</al></li>
                <li nr="b."><al>Het is verboden het met de beheersverordening strijdige
                                        gebruik, bedoeld onder a., te veranderen of te laten
                                        veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik,
                                        tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en
                                        omvang wordt verkleind.</al></li>
                <li nr="c."><al>Indien het gebruik, bedoeld onder a., na het tijdstip van
                                        inwerkingtreding van de beheersverordening voor een periode
                                        langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit
                                        gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.</al></li>
                <li nr="d."><al>Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik
                                        dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan,
                                        daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>37</nr>
              <titel>Slotregel</titel>
            </kop>
            <al>Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van de beheersverordening
                            'Snipperlocaties'.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>