<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR411372_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke Regeling Regio De Vallei</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ede</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ede</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2016-34952.html">Staatscourant, 2016, 34952</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke Regeling Regio De Vallei</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet gemeenschappelijke regelingen, art. 1.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-01-14</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 11, 12, 15, 20, 22, 23, 24, 25, 28, 29, 30, 31, 32, 34, 38, 39, 30, 41, 42, 43</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>40129</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke Regeling Regio De Vallei</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>"de regio": het rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam,
                                        bedoeld in artikel 2 van deze regeling;</al></li><li nr="b."><al>“regiosecretariaat ”: de uitvoeringsorganisatie van de
                                        regio;</al></li><li nr="c."><al>"een deelnemende gemeente": een aan deze regeling
                                        deelnemende gemeente;</al></li><li nr="d."><al>"Gedeputeerde Staten": Gedeputeerde Staten van de provincie
                                        Gelderland;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Waar in deze regeling artikelen van enige wet of regeling van
                                overeenkomstige toepassing worden verklaard, worden in die artikelen
                                gelezen in de plaats van de gemeente, de raad, burgemeester en
                                wethouders en de burgemeester respectievelijk de regio, het algemeen
                                bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>2</nr><titel>OPENBARE LICHAAM MET RECHTSPERSOONLIJKHEID</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam genaamd
                                "Regio De Vallei". Het is gevestigd te Ede.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het rechtsgebied van de regio omvat het grondgebied van de
                                deelnemende gemeenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>3</nr><titel>BESTUURSORGANEN</titel></kop><al>De regio kent de volgende bestuursorganen:</al><lijst><li nr="a."><al>het algemeen bestuur;</al></li><li nr="b."><al>het dagelijks bestuur;</al></li><li nr="c."><al>de voorzitter</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>4</nr><titel>BEVOEGDHEDEN EN BEVOEGDHEDENVERDELING</titel></kop><al>Voor zover hiervan niet in deze regeling is afgeweken, en onverminderd
                            het bepaalde in artikel 30 van de Wet gemeenschappelijke regelingen,
                            komen aan de bestuursorganen van de regio ter uitvoering van de in
                            artikel 5, lid 2 genoemde taken en binnen het raam van het in lid 1 van
                            dat artikel geformuleerde doel de bevoegdheden toe, die aan de
                            bestuursorganen van de deelnemende gemeenten behoren, met dien
                            verstande, dat het algemeen bestuur in plaats treedt van de raad, het
                            dagelijks bestuur in de plaats treedt van het college van burgemeester
                            en wethouders en de voorzitter in plaats van de burgemeester.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II</nr><titel>DOEL EN TAKEN VAN DE REGIO</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>5</nr><titel>DOEL EN TAKEN</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Regio De Vallei heeft tot doel:</al><lijst><li nr="a."><al>te voorzien in structurele en/of ad hoc overlegvormen tussen
                                        de deelnemende gemeenten en andere overlegpartners:</al><lijst><li nr="-"><al>die er op gericht zijn elkaar te informeren over
                                                gemeentelijke en andere activiteiten die voor de
                                                regio</al><al> van belang kunnen zijn;</al></li><li nr="-"><al>die naast informatievoorziening en –uitwisseling ook
                                                gericht zijn op het afstemmen van beleid en het
                                                opstellen van een gezamenlijke strategische agenda
                                                bij gemeenschappelijke belangen;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>vanuit een gemeenschappelijk belang van twee of meer
                                        deelnemende gemeenten de aanpak van</al><al> projecten te bevorderen die de twee of meer deelnemende
                                        gemeenten gezamenlijk en eventueel met andere partners
                                        kunnen ontwikkelen en uitvoeren;</al></li><li nr="c."><al>de hierna in lid 2, onder b. en c. genoemde uitvoeringstaken
                                        te behartigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in lid 1 bedoelde samenwerking ligt op het gebied van:</al><lijst><li nr="a."><al>algemeen bestuurlijke aangelegenheden;</al></li><li nr="b."><al>ruimtelijke ordening en volkshuisvesting, waaronder de
                                        uitvoering van (het budgetbeheer van) het Besluit
                                        Woninggebonden Subsidies (uitvoering BWS)</al></li><li nr="c."><al>zorg voor het milieu, waaronder afvalverwerking,
                                        milieuhandhaving en algemeen milieubeleid;</al></li><li nr="d."><al>verkeer en vervoer met als specifieke aandachtsgebieden o.a.
                                        mobiliteit, bereikbaarheid en</al><al> verkeersveiligheid;</al></li><li nr="e."><al>recreatie en toerisme;</al></li><li nr="f."><al>economische- en sociaal-economische zaken, zulks ter
                                        bevordering van een duurzame ontwikkeling</al><al> van de regionale economie;</al></li><li nr="g."><al>arbeid en educatie.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III</nr><titel>HET ALGEMEEN BESTUUR</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>6</nr><titel>SAMENSTELLING</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een voorzitter, zijnde de burgemeester van de gemeente
                                            Ede;</al></li><li nr="b."><al>een niet tot het college van burgemeester en wethouders
                                            behorend lid per deelnemende gemeente, door de raad uit
                                            zijn midden aangewezen en</al></li><li nr="c."><al>een tot het college van burgemeester en wethouders
                                            behorend lid per deelnemende gemeente, door de raad
                                            aangewezen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad van elke gemeente wijst op gelijke wijze
                                    plaatsvervangende leden aan, die bij verhindering van </al><al> de door die raad aangewezen leden als zodanig optreden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>7</nr><titel>ONVERENIGBARE BETREKKINGEN</titel></kop><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de
                                betrekking van ambtenaar door of vanwege de regio dan wel door of
                                vanwege een deelnemende gemeente aangesteld of daaraan
                                ondergeschikt. </al><al>Deze bepaling is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="1."><al>ambtenaren van de burgerlijke stand;</al></li><li nr="2."><al>hen die als vrijwilliger niet bij wijze van beroep
                                        hulpdiensten verrichten;</al></li><li nr="3."><al>onderwijzend personeel.</al></li></lijst><al>Artikel W1 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>8</nr><titel>BEËINDIGING LIDMAATSCHAP EN OPVOLGING</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag
                                    waarop de zittingsperiode voor de gemeenteraden afloopt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad van elke deelnemende gemeente wijst zo spoedig mogelijk
                                    na de aanvang van elke zittingsperiode nieuwe leden aan.
                                    Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2a.</lidnr><al>Zolang er geen nieuw algemeen bestuur is gekozen, blijft het
                                    aftredend algemeen bestuur belast met de behandeling van de
                                    lopende zaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt tussentijds,
                                    zodra men ophoudt lid of voorzitter te zijn van de gemeenteraad
                                    uit wiens midden men is aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad van elke deelnemende gemeente is bevoegd een door hem
                                    aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag te verlenen,
                                    indien dit lid het vertrouwen van de raad niet meer bezit.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien tussentijds een plaats van een lid van het algemeen
                                    bestuur openvalt, beslist de raad van de gemeente die het
                                    aangaat zo spoedig mogelijk over de aanwijzing.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Van elke aanwijzing tot lid van het algemeen bestuur geven
                                    burgemeester en wethouders van de gemeente die het aangaat
                                    binnen acht dagen kennis aan de voorzitter van het algemeen
                                    bestuur.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf 2 WerkwijzeARTIKEL</label><nr>9</nr><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>VAN TOEPASSING ZIJNDE VOORSCHRIFTEN GEMEENTEWET</titel></kop><al>De artikelen 19, 20, 22, 24 en 28 t/m 32 van de Gemeentewet zijn,
                                voor zover daarvan bij deze regeling niet is afgeweken, op de orde
                                van de vergaderingen van het algemeen bestuur van overeenkomstige
                                toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>10</nr><titel>OPENBARE/NIET OPENBARE VERGADERINGEN</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur vergadert ten minste twee maal per jaar en
                                    voorts zo dikwijls de voorzitter of het dagelijks bestuur het
                                    nodig oordeelt, of het door een derde gedeelte van de leden van
                                    het algemeen bestuur schriftelijk, met opgave van redenen, wordt
                                    gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte van de
                                    aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig
                                    oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met
                                    gesloten deuren zal worden vergaderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>11</nr><titel>VERBODEN HANDELINGEN</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur mag:</al><lijst><li nr="a."><al>niet als advocaat, procureur, gemachtigde of adviseur
                                            werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van het
                                            openbaar lichaam of ten behoeve van het bestuur van het
                                            openbaar lichaam in geschillen;</al></li><li nr="b."><al>niet als gemachtigde of adviseur werkzaam zijn ten
                                            behoeve van derden tot het aangaan van overeenkomsten
                                            als bedoeld in onderdeel c met het openbaar
                                            lichaam;</al></li><li nr="c."><al>rechtstreeks noch middellijk een overeenkomst aangaan
                                            betreffende:</al><al> 1<sup>e</sup> het aannemen van werk ten behoeve van het
                                            openbaar lichaam;</al><al> 2<sup>e</sup> het buiten dienstbetrekking tegen
                                            beloning doen van verrichtingen ten behoeve van het
                                            openbaar lichaam;</al><al> 3<sup>e</sup> het doen van leveranties aan het openbaar
                                            lichaam;</al><al> 4<sup>e</sup> het verhuren van niet-registergoederen
                                            aan het openbaar lichaam;</al><al> 5<sup>e</sup> het verwerven van betwiste vorderingen
                                            ten laste van het openbaar lichaam;</al><al> 6<sup>e</sup> het onderhands verwerven van onroerende
                                            goederen van het openbaar lichaam;</al><al> 7<sup>e</sup> het onderhands huren of pachten van het
                                            openbaar lichaam.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het bepaalde in het eerste lid onder c kunnen Gedeputeerde
                                    Staten ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tegen een besluit tot weigering van de ontheffing kan het lid
                                    van het algemeen bestuur binnen een maand na de verzending bij
                                    de Afdeling bestuursrechtzaak van de Raad van State beroep
                                    instellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer gehandeld is in strijd met het bepaalde in het eerste
                                    lid, is artikel X8, eerste tot en met vijfde lid van de Kieswet
                                    van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>12</nr><titel>OPLEGGEN GEHEIMHOUDING</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond
                                    van de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid
                                    van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren
                                    behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het
                                    algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze
                                    wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen
                                    die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht
                                    genomen, totdat het algemeen bestuur haar opheft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op grond van de belangen genoemd in artikel 4 van de Wet
                                    openbaarheid van bestuur kan de geheimhouding eveneens worden
                                    opgelegd door het dagelijks bestuur en de voorzitter van het
                                    openbaar lichaam en door een commissie van de regio als bedoeld
                                    in artikel 24, 25 of 26 van deze regeling, ieder ten aanzien van
                                    stukken die zij aan het algemeen bestuur of aan de leden van het
                                    algemeen bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding
                                    gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De krachtens het tweede lid aan het algemeen bestuur opgelegde
                                    verplichting tot geheimhouding vervalt, indien de oplegging niet
                                    door het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering,
                                    wordt bekrachtigd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De krachtens het tweede lid aan leden van het algemeen bestuur
                                    opgelegde verplichting tot geheimhouding wordt door hen in acht
                                    genomen totdat het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd
                                    haar opheft, dan wel, indien het onderwerp waaromtrent
                                    geheimhouding is opgelegd aan het algemeen bestuur is
                                    voorgelegd, totdat het algemeen bestuur haar opheft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>13</nr><titel>REGLEMENT VAN ORDE</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergadering een reglement
                                    van orde vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het reglement van orde wordt aan Gedeputeerde Staten
                                    medegedeeld.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Financiële tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>14</nr><titel>FINANCIËLE TEGEMOETKOMING</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van het algemeen bestuur kunnen een tegemoetkoming in
                                    de kosten ontvangen. Deze tegemoetkoming in de kosten wordt
                                    jaarlijks door het algemeen bestuur vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het door het algemeen bestuur genomen besluit wordt aan
                                    Gedeputeerde Staten medegedeeld.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>15</nr><titel>BEVOEGDHEDEN</titel></kop><al>Het algemeen bestuur is bevoegd tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen van de begroting en van de rekening, bedoeld
                                        in artikel 34 van de Wet</al><al> gemeenschappelijke regelingen en nader uitgewerkt in
                                        Hoofdstuk IX van deze regeling.</al></li><li nr="b."><al>het vaststellen van verordeningen door strafbepaling of
                                        bestuursdwang te handhaven.</al></li><li nr="c."><al>het instellen van vaste commissies van overleg en advies
                                        zoals is bepaald in artikel 24, lid 2 van deze
                                        regeling;</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV</nr><titel>HET DAGELIJKS BESTUUR</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>16</nr><titel>SAMENSTELLING</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en naast
                                            deze uit vijf door en uit het algemeen bestuur aan te
                                            wijzen leden, uit elk der deelnemende gemeenten één, met
                                            dien verstande dat deze leden tevens lid moeten zijn van
                                            het college van burgemeester en wethouders.</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>Het algemeen bestuur houdt bij het aanwijzen van leden
                                            voor het dagelijks bestuur rekening met een spreiding
                                            van deskundigheid op of bestuurlijke betrokkenheid bij
                                            de samenwerkingsterreinen als genoemd in artikel 5 lid 2
                                            van deze regeling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij verhindering van een lid van het dagelijks bestuur wordt hij
                                    vervangen door degene, die de betreffende raad als zijn
                                    vervanger in het algemeen bestuur heeft aangewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>17</nr><titel>BEËINDIGING LIDMAATSCHAP EN OPVOLGING</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur treden als lid van dat
                                    bestuur af op de dag, waarop de zittings-</al><al> periode van de leden van het algemeen bestuur afloopt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zolang er geen nieuw dagelijks bestuur is gekozen, blijft het
                                    aftredend dagelijks bestuur belast met de behandeling van de
                                    lopende zaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij, die als lid van het dagelijks bestuur ontslag neemt, blijft
                                    zijn functie waarnemen, totdat zijn opvolger zijn functie heeft
                                    aanvaard.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Hij, die tussentijds ophoudt lid van het algemeen bestuur te
                                    zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te
                                    zijn.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur vrijkomt,
                                    wijst het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk met inachtneming
                                    van het bepaalde in artikel 16, eerste lid van deze regeling,
                                    een nieuw lid aan.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Hetgeen hierboven is bepaald ten aanzien van de leden van het
                                    dagelijks bestuur is van overeenkomstige toepassing op de
                                    plaatsvervangende leden.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>17a</nr><titel>ALGEMEEN</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur stuurt integraal aan, nadat de betreffende
                                adviescommissies c.q. de betreffende portefeuillehoudersoverleggen
                                zijn gehoord.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>18</nr><titel>VERGADERORDE</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter
                                    dit nodig oordeelt of ten minste twee andere</al><al> leden van het dagelijks bestuur zulks schriftelijk, onder
                                    opgave van de te behandelen onderwerpen, </al><al> verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De artikelen 56, 58 en 59 van de Gemeentewet zijn van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De stukken voor de vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn
                                    openbaar nadat de betreffende vergadering gehouden is, tenzij
                                    het dagelijks bestuur in de vergadering ten aanzien van bepaalde
                                    stukken anders heeft besloten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan een reglement van orde voor zijn
                                    vergaderingen vaststellen, dat aan het algemeen bestuur wordt
                                    medegedeeld.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Financiële tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>19</nr><titel>FINANCIËLE TEGEMOETKOMING</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur kunnen een tegemoetkoming in
                                    de kosten ontvangen. Deze tegemoetkoming in de kosten wordt
                                    jaarlijks door het algemeen bestuur vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het door het algemeen bestuur genomen besluit wordt aan
                                    Gedeputeerde Staten medegedeeld.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>20</nr><titel>BEVOEGDHEDEN EN TAKEN</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle bevoegdheden in het kader van deze regeling, die niet aan
                                    het algemeen bestuur en de voorzitter zijn opgedragen, behoren
                                    aan het dagelijks bestuur;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur heeft tevens tot taak de uitoefening van
                                    taken van artikel 33b WGR.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>V</nr><titel>DE VOORZITTER</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>21</nr><titel>VOORZITTERSCHAP REGIO</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester van de gemeente Ede is voorzitter van de Regio De
                                Vallei.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij verhindering van de voorzitter wordt hij vervangen door een lid
                                uit en door het dagelijks bestuur aan te wijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>22</nr><titel>BEVOEGDHEDEN EN TAKEN</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter is belast met de dagelijkse leiding van zaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het
                                algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij is belast met de uitvoering van de besluiten van het dagelijks
                                bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ten aanzien van de bevoegdheden van de voorzitter zijn de bepalingen
                                van de artikelen 26 en 74 van de Gemeentewet van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter vertegenwoordigt de regio in en buiten rechten. Hij
                                kan met instemming van het dagelijks bestuur de vertegenwoordiging
                                aan een door hem aan te wijzen persoon opdragen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VI</nr><titel>INFORMATIE EN VERANTWOORDING</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>23</nr><titel>INFORMATIE EN VERANTWOORDINGSPLICHT</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder
                                afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd
                                voor het door hen gevoerde bestuur. Het algemeen bestuur regelt in
                                zijn reglement van orde op welke wijze verantwoording wordt
                                afgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie, die
                                voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te
                                voeren en gevoerde bestuur nodig is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zij geven, tezamen danwel afzonderlijk, aan het algemeen bestuur,
                                wanneer dit bestuur of één of meer leden daarvan hierom verzoekt,
                                alle gevraagde inlichtingen over zaken de regio betreffende.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige
                                toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur verstrekken aan de
                                raden alle inlichtingen over zaken de regio betreffende, die door
                                één of meer leden van die raden worden verlangd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan de raad die hem heeft
                                aangewezen alle inlichtingen over zaken de regio betreffende, die
                                door de raad of één of meer leden daarvan worden verlangd, op de
                                wijze die door die raad is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur is aan de raad die hem heeft
                                aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat
                                bestuur gevoerde beleid, op de wijze die door die raad is
                                bepaald.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Hetgeen in de leden 1, 2, 3 en 5 is bepaald ten aanzien van (de
                                leden van) het dagelijks bestuur is van overeenkomstige toepassing
                                op (de leden van) commissies die door het algemeen bestuur krachtens
                                artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen kunnen worden
                                ingesteld.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Aan de verplichtingen op grond van lid 1 t/m lid 8 wordt uitvoering
                                gegeven aan de hand van het reglement van orde voor de vergaderingen
                                van het betreffende bestuursorgaan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VII</nr><titel>COMMISSIES</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>24</nr><titel>VASTE EN ANDERE COMMISSIES VAN ADVIES</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan commissies van overleg en advies instellen.
                                Het regelt de bevoegdheden en de samenstelling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De instelling van vaste commissies van overleg en advies, zoals
                                portefeuillehoudersoverleggen, aan het dagelijks bestuur of aan de
                                voorzitter en de regeling van haar bevoegdheden en samenstelling
                                geschieden door het algemeen bestuur op voorstel van het dagelijks
                                bestuur onderscheidenlijk van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de
                                voorzitter worden door het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de
                                voorzitter ingesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van commissies van overleg en advies die geen burgemeester,
                                wethouder of lid van een gemeenteraad zijn kunnen een vergoeding
                                voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie ontvangen. De
                                artikelen 96 tot en met 99 van de Gemeentewet, alsmede de op grond
                                daarvan gestelde nadere regelen zijn alsdan van overeenkomstige
                                toepassing, met dien verstande dat, wanneer daarin sprake is van een
                                onderverdeling in gemeenteklassen, het bepaalde voor de
                                gemeenteklasse van 100.001-250.000 inwoners van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>25</nr><titel>PORTEFEUILLEHOUDERSOVERLEGGEN</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Commissies als bedoeld in artikel 24, lid 2, zijn onder meer
                                portefeuillehoudersoverleggen, die door het</al><al> algemeen bestuur op onderscheiden beleidsvelden met inachtneming
                                van de volgende voorschriften </al><al> kunnen worden ingesteld. De samenstelling en bevoegdheden worden
                                door het algemeen bestuur </al><al> geregeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vervallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het portefeuillehoudersoverleg wijst een voorzitter aan uit zijn
                                midden. De voorzitter stelt de agenda </al><al> voor het overleg op. Het portefeuillehoudersoverleg bepaalt de
                                frequentie van het overleg.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Elk lid van het overleg heeft in de vergaderingen van het overleg
                                één stem.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden van het portefeuillehoudersoverleg kunnen zich doen
                                vergezellen door een of meer ambtenaren. </al><al> De ambtenaren hebben in de vergadering een ondersteunende en
                                adviserende rol.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het portefeuillehoudersoverleg kan besluiten niet aan de regeling
                                deelnemende gemeenten, alsmede</al><al> andere rechtspersonen, toe te laten tot het overleg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>26</nr><titel>PROJECTCOMMISSIES</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Commissies als bedoeld in artikel 24, lid 3, kunnen worden ingesteld
                                ter initiëring van projecten in de vorm van nader onderzoek of een
                                gezamenlijke activiteit waarbij twee of meer deelnemende gemeenten
                                betrokken zijn. Ook niet-deelnemende gemeenten en andere partners
                                kunnen van deze commissies deel uit maken. Projectvoorstellen worden
                                voorbereid op verzoek van het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de
                                voorzitter en ter vaststelling aan deze aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elk projectvoorstel omvat de opdracht, doorlooptijd, raming van het
                                benodigd aantal uren c.q. de kosten</al><al> van het project, de kostenverdeelsleutel en een overzicht van de in
                                te zetten medewerkers.</al><al> Voor ieder project wordt een projectbegroting gemaakt en een
                                projectadministratie bijgehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De personele capaciteit wordt geleverd door het personeel van de
                                regio, zijnde het ondersteunende regiosecretariaat, door de
                                deelnemende gemeenten of derden. Het regiosecretariaat stuurt
                                projecten procesmatig aan, bewaakt de voortgang en de kwaliteit van
                                de rapportages.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>27</nr><titel>Vervallen</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VIII</nr><titel>HET PERSONEEL VAN DE REGIO</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>28</nr><titel>BENOEMING, SCHORSING, ONTSLAG, SECRETARIS</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur beslist over benoeming, schorsing en ontslag
                                van de secretaris.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur regelt bij verhindering van de secretaris zijn
                                vervanging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan een instructie vaststellen voor de
                                secretaris.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>29</nr><titel>BENOEMING, SCHORSING, ONTSLAG, OVERIGE AMBTENAREN</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur beslist over benoeming, schorsing en ontslag
                                van de overige ambtenaren van de regio.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan voor de uitvoering van bepaalde, daarvoor
                                in aanmerking komende, werkzaamheden een verzoek aan één of meer van
                                de deelnemende gemeenten richten teneinde de medewerking van
                                ambtenaren van die gemeenten te verkrijgen voor de uitvoering van de
                                aan de regio opgedragen taken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ambtenaren van de gemeenten die ingevolge het voorgaande lid met
                                werkzaamheden ten behoeve van de regio zijn belast, zijn ten aanzien
                                van de uitvoering van hun werkzaamheden verantwoording schuldig aan
                                de secretaris; zij gedragen zich naar de aanwijzingen die terzake
                                van de uitvoering van de werkzaamheden door de secretaris worden
                                gegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>30</nr><titel>RECHTSPOSITIE</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechtspositieregelingen van de gemeente Ede zijn van
                                overeenkomstige toepassing op het personeel van de regio.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In bijzondere gevallen, ter beoordeling van het dagelijks bestuur,
                                kan het dagelijks bestuur regels vast-stellen waarin van de in het
                                vorige lid bedoelde rechtspositieregelingen wordt afgeweken c.q. die
                                regelingen worden aangevuld. Het overleg, bedoeld in artikel 125,
                                eerste lid onder k, van de Ambtenarenwet wordt gevoerd via de
                                Commissie voor Georganiseerd Overleg bij de gemeente Ede.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IX</nr><titel>FINANCIËLE BEPALINGEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Administratie</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>31</nr><titel>FINANCIËLE ORGANISATIE</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de nodige voorschriften vast met
                                    betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en
                                    het kasbeheer van de regio.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van de controle op het geldelijk beheer en de
                                    boekhouding is artikel 215 van de Gemeentewet van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot de in lid 1 van dit artikel bedoelde voorschriften kan mede
                                    behoren de instelling van een of meer takken van dienst.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Begroting</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>32</nr><titel>BEGROTING EN MEERJARENRAMING</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begroting van de regio wordt uiterlijk 1 juli voorafgaande
                                    aan het jaar waarvoor deze geldt door het algemeen bestuur
                                    vastgesteld. Daarbij wordt de begroting voorzien van een
                                    meerjarenraming voor de aansluitende periode van tenminste 4
                                    jaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en de
                                    meerjarenraming, acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur
                                    worden aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende
                                    gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ontwerpbegroting en de meerjarenraming worden door de zorg
                                    van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter
                                    inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen
                                    verkrijgbaar gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raden van de deelnemende gemeenten kunnen omtrent de
                                    ontwerpbegroting en de meerjaren-</al><al> raming het dagelijks bestuur hun zienswijze geven. Het
                                    dagelijks bestuur voegt de zienswijzen, bij de ontwerpbegroting,
                                    zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Nadat de begroting en de meerjarenraming zijn vastgesteld zendt
                                    het algemeen bestuur, zonodig, de begroting en de
                                    meerjarenraming aan de raden van de deelnemende gemeenten, die
                                    ter zake Gedeputeerde Staten van hun zienswijze kunnen doen
                                    blijken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming
                                    binnen twee weken na vaststelling doch uiterlijk voor 1 augustus
                                    aan Gedeputeerde Staten .</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het bepaalde in het tweede, vierde, vijfde en zesde lid is mede
                                    van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>33</nr><titel>BIJDRAGE DEELNEMENDE GEMEENTEN</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke
                                    deelnemende gemeente verschuldigde bijdrage in de geraamde
                                    kosten over het jaar, waarop de begroting betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de in het voorgaande lid bedoelde
                                    bijdrage wordt, uitgegaan van het inwonertal op 1 januari van
                                    het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 16
                                    januari, 16 april, 16 juli en 16 oktober telkens een vierde deel
                                    van de bijdrage als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De deelnemende gemeenten zullen er steeds voor zorgen dat de
                                    regio over voldoende middelen beschikt om haar verplichtingen
                                    aan derden te kunnen voldoen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een deelnemende gemeente weigert de bijdrage in de
                                    begroting te zetten, doet het Algemeen Bestuur onverwijld het
                                    verzoek aan Gedeputeerde Staten over te gaan tot toepassing van
                                    de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Rekening</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>34</nr><titel>VASTSTELLING REKENING</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van de inkomsten en uitgaven wordt door het dagelijks bestuur
                                    over elk dienstjaar verantwoording gedaan aan</al><al> het algemeen bestuur onder overlegging van de rekening en de
                                    daarbij behorende bescheiden.</al><al> Verder wordt daarbij gevoegd een verslag van een onderzoek naar
                                    de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de aangewezen
                                    registeraccountant(s).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekening wordt vastgesteld door het algemeen bestuur
                                    uiterlijk 1 juli volgende op het jaar waarop deze betrekking
                                    heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekening wordt binnen twee weken, doch uiterlijk voor 15 juli
                                    met alle bijbehorende stukken door het dagelijks bestuur aan
                                    Gedeputeerde Staten aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot
                                    décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in
                                    geschrifte of andere onregelmatigheden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>35</nr><titel>DEFINITIEVE BIJDRAGE DEELNEMENDE GEMEENTEN</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de rekening wordt het door elk van de deelnemende gemeenten
                                    over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag
                                    opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 33,
                                    eerste lid betaalde en het werkelijk verschuldigde vindt plaats
                                    terstond na de mededeling van de vaststelling van de rekening,
                                    als bedoeld in artikel 34, derde lid.</al><al><cursief>Paragraaf 4 Aandeelhouderschap ARN BV</cursief></al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Aandeelhouderschap ARN BV</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>35a</nr></kop><al>Uitgekeerde dividenden op de aandelen van de regio in de ARN BV te
                                Beuningen worden door de regio gerestitueerd aan de deelnemende
                                gemeenten, naar rato van het aantal aandelen zoals dat bij de
                                aankoop door ieder der gemeenten is gefinancierd.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>X</nr><titel>HET ARCHIEF</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>36</nr><titel>ZORG EN BEHEER ARCHIEFBESCHEIDEN</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is belast met de zorg en het toezicht op de
                                bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de regio
                                overeenkomstig een door het algemeen bestuur met inachtneming van
                                artikel 37, tweede lid van de Archiefwet vast te stellen
                                regeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris is belast met de bewaring en het beheer van de
                                archiefbescheiden, bedoeld in het vorige lid, overeenkomstig de door
                                het algemeen bestuur vast te stellen regeling.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>XI</nr><titel>GESCHILLEN</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>37</nr><titel>BESLISSING GESCHILLEN OVER TOEPASSING REGELING</titel></kop><al>Geschillen omtrent de toepassing, in de ruimste zin, van deze regeling
                            tussen besturen van deelnemende gemeenten of tussen besturen van een of
                            meer gemeenten en het bestuur van de regio worden door Gedeputeerde
                            Staten beslist, voor zover zij niet behoren tot die, vermeld in artikel
                            112, eerste lid van de Grondwet of tot die, waarvan de beslissing
                            krachtens artikel 112, tweede lid van de Grondwet is opgedragen hetzij
                            aan de rechterlijke macht, hetzij aan gerechten die niet tot de
                            rechterlijke macht behoren.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>XII</nr><titel>TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN BEËINDIGING</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>38</nr><titel>TOETREDING DOOR ANDERE GEMEENTEN</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Toetreding door andere gemeenten kan plaatsvinden bij daartoe
                                strekkende besluiten van de bestuursorganen van alle deelnemende
                                gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur doet daartoe een voorstel en geeft daarin aan
                                of aan de toetreding voorwaarden zijn verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand, volgend op die,
                                waarin de toetreding is bekend gemaakt op de wijze als geregeld in
                                artikel 26 WGR, tenzij het bestuur een latere datum van ingang
                                aangeeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>39</nr><titel>UITTREDING GEMEENTE(N)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een deelnemende gemeente kan uittreden door toezending van daartoe
                                strekkende besluiten van haar bestuursorganen aan het algemeen
                                bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uittreding kan slechts plaatsvinden met ingang van de eerste dag
                                van de maand, volgend op die, waarin de uittreding is bekend gemaakt
                                op de wijze als geregeld in artikel 26 WGR.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>40</nr><titel>WIJZIGING GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling kan worden gewijzigd bij daartoe strekkende besluiten
                                van de bestuursorganen van alle deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wijziging gaat in op de eerste dag van de maand, volgend op die,
                                waarin de wijziging is bekend gemaakt op de wijze als in artikel 26
                                WGR geregeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>41</nr><titel>OPHEFFING GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten
                                van de bestuursorganen van alle deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De opheffing gaat niet eerder in dan op de eerste dag van de maand,
                                volgend op die, waarin de opheffing is bekend gemaakt op de wijze
                                als in artikel 26 WGR is geregeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In geval van beëindiging van de regeling is het algemeen bestuur
                                belast met de liquidatie. Het doet daarbij de nodige voorstellen aan
                                de raden van de gemeenten. Hierbij kan van de bepalingen van deze
                                regeling worden afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende
                                gemeenten tot deelneming in de financiële en personele gevolgen van
                                de beëindiging van deze regeling.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De organen van de regio blijven, zonodig, na het tijdstip van de
                                beëindiging in functie totdat de liquidatie is beëindigd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>XIII</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>42</nr><titel>INWERKINGTREDING REGELING</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2016.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze regeling wordt voor onbepaalde tijd aangegaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders van Ede dragen zorg voor de verzending
                                van deze regeling aan Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bestuur van de gemeente van de plaats van vestiging maakt de
                                regeling tijdig in alle deelnemende gemeenten bekend door
                                kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant. Artikel 140
                                van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>43</nr><titel>CITEERTITEL</titel></kop><al>Deze regeling kan worden aangehaald als "Gemeenschappelijke Regeling
                            Regio De Vallei".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>