<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR411258_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Organisatieregeling Gemeente Utrecht</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Organisatieregeling Gemeente Utrecht</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-02-12</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>organisatieregeling</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Organisatieregeling Gemeente Utrecht</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Organisatieregeling Gemeente Utrecht</titel></kop><structuurtekst><al>13 januari 2014</al><al>Organisatieregeling gemeente Utrecht</al><al>Tekstuitgave van de Organisatieregeling gemeente Utrecht van de gemeente Utrecht, zoals vastgesteld bij</al><al>collegebesluit van 11 december 2012, inwerking getreden op 1 januari 2013 ter uitvoering van artikel 160, eerste</al><al>lid, onderdeel c van de Gemeentewet en artikel 5, 13, 22 en 24 van de Financiële verordening gemeente Utrecht.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Organisatiestructuur van de ambtelijke organisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Kaders van het college</titel></kop><al>Het college heeft de verantwoordelijkheid om de ambtelijke organisatie in te richten en te besturen. Door middel</al><al>van deze organisatieregeling stelt het college de belangrijkste kaders voor inrichting en aansturing vast. Het</al><al>college draagt daarbij een aantal in deze regeling benoemde bevoegdheden en verantwoordelijkheden over aan</al><al>leden van de ambtelijke organisatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Hoofdstructuur ambtelijke organisatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De hoofdstructuur van de ambtelijke organisatie wordt vastgesteld door het college.</al></li><li nr="2."><al>Deze hoofdstructuur bestaat uit verschillende organisatieonderdelen: de uitvoeringsorganisaties, de</al></li></lijst><al>clusters van de ontwikkelorganisatie, Interne bedrijven (als geheel) en de Bestuurs- en Concernstaf.</al><al>3.Uitvoeringsorganisaties werken zakelijk en productgericht aan diensten voor de stad. Ze realiseren samen</al><al>nagenoeg alle transactie- en uitvoeringsprocessen van de gemeente Utrecht. De uitvoeringsorganisaties</al><al>zijn de volgende:</al><lijst><li nr="a."><al>Vergunningen Toezicht en Handhaving (VTH)</al></li><li nr="b."><al>Publiekszaken (PBZ)</al></li><li nr="c."><al>Werk en Inkomen (W&amp;I)</al></li><li nr="d."><al>Volksgezondheid (VG)</al></li><li nr="e."><al>Intern verzelfstandigd bedrijf Stadswerken (SW)</al></li><li nr="f."><al>Utrechtse Vastgoed Organisatie (UVO)</al><lijst><li nr="4."><al>De ontwikkelorganisatie werkt aan complexe strategische beleidsvorming, vervult een regiefunctie om</al></li></lijst></li></lijst><al>relevante interne en externe partijen hierbij te betrekken en adviseert de directieraad over kaderstelling</al><al>van de uitvoering. De ontwikkelorganisatie kent de volgende clusters:</al><lijst><li nr="a."><al>Maatschappelijke Ontwikkeling (MO)</al></li><li nr="b."><al>Culturele Zaken (CZ)</al></li><li nr="c."><al>Veiligheid (VGL)</al></li><li nr="d."><al>Wijken</al></li><li nr="e."><al>Milieu &amp; Mobiliteit (M&amp;M)</al></li><li nr="f."><al>Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling (REO)</al></li><li nr="g."><al>Projectorganisatie Stationsgebied (POS)</al></li><li nr="h."><al>Projectbureau Leidsche Rijn (LR)</al><lijst><li nr="5."><al>De Interne Bedrijven faciliteert het primaire proces van de gemeente en levert naast basisproducten en</al></li></lijst></li></lijst><al>diensten ook advies, onderzoek en projectmanagement.</al><lijst><li nr="6."><al>De Bestuurs- en Concernstaf wordt omschreven in artikel 1.7</al></li><li nr="7."><al>Elk organisatieonderdeel wordt geleid door een Integraal Resultaatverantwoordelijk Manager (IRM)1. De</al></li></lijst><al>Interne Bedrijven en de Bestuurs- en Concernstaf worden ieder als geheel aangestuurd door een IRM.</al><al>8.Aan het hoofd van de ambtelijke organisatie staat de gemeentesecretaris/algemeen directeur. De</al><al>gemeentesecretaris/algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor het functioneren van de organisatie</al><al>en geeft met de directieraad sturing aan de organisatie.</al><al>9.Het college kan (tijdelijke) organisatorische onderdelen instellen en opheffen in de hoofdstructuur. Aan die</al><al>onderdelen kunnen taken van bestaande organisatorische onderdelen worden opgedragen.</al><al>10.De organisatie kent een vijfde cluster: de Raadsorganen. Dit cluster omvat zowel het onderdeel Griffie, dat</al><al>rechtstreeks voor de raad werkt, als het onderdeel Rekenkamer met de Rekenkamerstaf. Voor de</al><al>ambtenaren van de Griffie is de Raad het bevoegd gezag. De griffier is nevengeschikt aan de</al><al>gemeentesecretaris. Daarnaast maken de raadsleden en de fractiemedewerkers ten behoeve van de</al><al>administratieve en financiële systemen ook onderdeel uit van de Raadsorganen. De Raadsorganen maken</al><al>op eenzelfde wijze als de andere organisatieonderdelen gebruik van de Interne Bedrijven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Gemeentesecretaris/algemeen directeur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeentesecretaris/algemeen directeur is secretaris van het college.</al></li><li nr="2."><al>De gemeentesecretaris/algemeen directeur is voorzitter van de directieraad.</al></li><li nr="3."><al>De gemeentesecretaris/algemeen directeur heeft binnen de door het bestuur (college en gemeenteraad)</al></li></lijst><al>gestelde kaders de eindverantwoordelijkheid voor de ambtelijke organisatie.</al><al>4.De gemeentesecretaris/algemeen directeur kan ingrijpen in het management van een organisatieonderdeel.</al><al>1</al><al>Bepaalde IRMs hebben een aanstelling als directeur, omdat echter de delen van de organisatieregeling die</al><al>betrekking hebben op deze directeuren ook betrekking hebben op de (overige) IRMs en omgekeerd, duiden we al</al><al>deze functies hier aan als 'IRM'.</al><al>5.De gemeentesecretaris/algemeen directeur is voor de COR de bestuurder in de zin van de Wet op de</al><al>Ondernemingsraden en als zodanig degene die de hoogste zeggenschap uitoefent bij de leiding van de</al><al>arbeid.</al><al>6.De gemeentesecretaris/algemeen directeur heeft de hiërarchische verantwoordelijkheid voor de</al><al>directieleden en de IRMs. Hij kan de hiërarchische verantwoordelijkheid voor de IRM van een of meer</al><al>organisatieonderdelen met uitzondering van die van de BCS, Interne Bedrijven en Stadswerken, aan</al><al>directieleden overdragen. Het college benoemd en ontslaat de directieleden op voordracht van de CPD.</al><lijst><li nr="7."><al>De personeelszorg voor directieleden ligt bij de gemeentesecretaris/algemeen directeur en de CPD.</al></li><li nr="8."><al>De personeelszorg voor de gemeentesecretaris/algemeen directeur ligt bij de CPD.</al></li><li nr="9."><al>De gemeentesecretaris/algemeen directeur kan bij afwezigheid vervangen worden door directieleden.</al></li></lijst><al>Eerste vervanger is de directeur BCS, de volgende vervangers zijn de overige directieleden (in aflopende</al><al>volgorde van functieduur als directielid), de laatste vervanger is de directeur Interne Bedrijven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Directieraad</titel></kop><al>1.De directieraad bestaat uit de gemeentesecretaris/algemeen directeur, de directeur BCS, de directeur</al><al>Interne Bedrijven en de overige door het college benoemde directieleden.</al><al>2.De gemeentesecretaris/algemeen directeur is voorzitter van de directieraad. De directeur BCS is voorzitter</al><al>van de directie bedrijfsvoering.</al><al>3.De directieraad geeft onder leiding van de gemeentesecretaris/algemeen directeur sturing aan de</al><al>organisatie.</al><al>4.De directieraad is onder leiding van de gemeentesecretaris/algemeen directeur verantwoordelijk voor de</al><al>samenhang in bestuursadviezen over beleid en coördinatie van de uitvoering.</al><lijst><li nr="5."><al>Het college kan een dossier of thema dat extra aandacht nodig heeft, tijdelijk beleggen bij de directieraad.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan thema's met een hoge bestuurlijke prioriteit, waar meerdere bestuurders en</al></li></lijst><al>organisatieonderdelen bij betrokken zijn, beleggen bij de directieraad.</al><al>7.De directieraad is onder leiding van de gemeentesecretaris/algemeen directeur verantwoordelijk voor</al><al>organisatieonderdeel-overstijgende reorganisaties en de procesvoering daarop.</al><al>8.De directie bedrijfsvoering is een apart overleg binnen de directieraad en bestaat uit de directeur BCS, de</al><al>directeur Interne Bedrijven. De concernmanagers F&amp;C, IPM en HRM nemen deel aan de directie</al><al>bedrijfsvoering als adviseur.</al><al>9.De directie bedrijfsvoering stelt onder leiding van de directeur BCS concernbrede kaders voor de</al><al>bedrijfsvoeringfuncties vast. Bij sterk strategische onderwerpen legt de directie bedrijfsvoering deze voor</al><al>aan de directieraad. Bij de bespreking is ook de desbetreffende concernmanager aanwezig.</al><al>10.Met betrekking tot bedrijfsvoering op concernniveau is de stem van de gemeentesecretaris/algemeen</al><al>directeur beslissend.</al><al>11.Bij intern verzelfstandigde organisatieonderdelen (zoals SW), kan worden afgeweken van de concernbrede</al><al>kaders voor bedrijfsvoering. De gemeentesecretaris/algemeen directeur beslist hierover, de directieraad</al><al>(bedrijfsvoering) gehoord hebbende.</al><al>12.De concernmanager F&amp;C heeft naast de integrale verantwoordelijk van het management van de organisatie,</al><al>verantwoordelijkheid voor de administratieve organisatie. Daarvoor heeft hij de plicht en bevoegdheid</al><al>rechtstreeks en met medeweten van de AD en betrokken partijen, zwaarwegende gevallen voor te leggen</al><al>aan het college, wanneer overleg met de AD niet tot een verantwoord resultaat leidt. De overige</al><al>concernmanagers hebben analoge verantwoordelijkheid en escalatiebevoegdheid. Dit is uitgewerkt in</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2,</nr><titel>artikel 2.1.3, 2.8.2 en 2.9.2 van deze hoofdregeling.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Directieleden, themadirecteuren.</titel></kop><al>1.De gemeentesecretaris/algemeen directeur kan de ambtelijke coördinatie en regie van dossier zoals</al><al>genoemd in artikel 1.4.5 (complexe dossiers/projecten) en 1.4.6 (themadossiers en programma's)</al><al>beleggen aan een of meer themaverantwoordelijke directieleden: themadirecteuren.</al><al>2.De themadirecteuren adviseren onder verantwoordelijkheid van de directieraad het college op het niveau</al><al>van de hen toevertrouwde thema's.</al><al>3.De gemeentesecretaris/algemeen directeur kan directieleden de hiërarchische verantwoordelijkheid voor</al><al>IRMs toedelen aan directieleden overdragen, met uitzondering van de hiërarchische verantwoordelijkheid</al><al>voor de IRMs van de BCS, Interne Bedrijven en Stadswerken. De IRMs worden hiërarchisch aangestuurd via</al><al>een managementcontract.</al><al>4.Het directielid is vanuit zijn hiërarchische verantwoordelijkheid bevoegd om aanwijzingen te geven aan de</al><al>IRMs die hij aanstuurt.</al><al>5.Het directielid is vanuit zijn themaverantwoordelijkheid bevoegd om aanwijzingen te geven op budget,</al><al>organisatie en personeel indien nodig om de afgesproken resultaten te kunnen behalen.</al><al>6.Het directielid is verantwoordelijk voor de personeelszorg en beoordeling van de IRMs die hij hiërarchisch</al><al>aanstuurt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Integraal resultaat verantwoordelijk managers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>IRM is de integraal verantwoordelijk manager van een organisatieonderdeel zoals genoemd in artikel van</al></li><li nr="1."><al>2 van deze regeling.</al></li><li nr="2."><al>De IRM is belast met de leiding van een organisatieonderdeel.</al></li><li nr="3."><al>De IRM kan een nadere indeling van de interne organisatie van zijn organisatieonderdeel vaststellen.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd de bevoegdheid van de gemeentesecretaris/algemeen directeur en directielid, meer in het</al></li></lijst><al>bijzonder zoals bepaald in artikel 1.3, derde, vierde en zesde lid en artikel 1.5 vierde en vijfde lid, en</al><al>onverminderd de bevoegdheid van het college berust het dagelijks beheer van het organisatieonderdeel bij</al><al>de IRM.</al><al>5.De IRM en het hiërarchisch verantwoordelijk directielid sluiten een managementcontract af. In dit</al><al>managementcontract worden prestatie- en kwaliteitafspraken opgenomen voor de voort te brengen</al><al>resultaten en de wijze van managen door het organisatieonderdeel. Hierover legt de IRM periodiek</al><al>verantwoording af aan het hiërarchisch verantwoordelijk directielid.</al><al>6.De IRM is inhoudelijk verantwoordelijk voor alle aangelegenheden van zijn organisatieonderdeel, en stemt</al><al>af over die aangelegenheden die raken aan de verantwoordelijkheid van een lid van de directieraad. De IRM</al><al>draagt verantwoordelijkheid voor de voortbrenging van de door zijn organisatieonderdeel te leveren</al><al>producten. Hij zorgt ervoor dat dit op doeltreffende, doelmatige en rechtmatige wijze gebeurt.</al><lijst><li nr="7."><al>De IRM is daarbij gebonden aan de door de directieraad vastgestelde concernbrede kaders.</al></li><li nr="8."><al>De IRM is gebonden aan de beslissingen van de directieraad over de beleidscoördinatie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Bestuurs- en Concernstaf</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Bestuurs- en Concernstaf ondersteunt het college en de gemeentesecretaris/algemeen directeur.</al></li><li nr="2."><al>De Bestuurs- en Concernstaf bereidt concernbrede kaders voor op het terrein van de bedrijfsvoering en</al></li></lijst><al>bewaakt de uitvoering hiervan ten behoeve van de directieraad.</al><al>3.De directeur BCS stuurt de concernmanagers aan en coördineert en regisseert de samenhang tussen de</al><al>kaderstelling ten aanzien van de verschillende bedrijfsvoeringfuncties en tussen de bedrijfsvoeringfuncties</al><al>en strategie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.8</nr><titel>Concernmanagers</titel></kop><al>1.De concernmanagers F&amp;C, IPM en HRM zijn adviseur van het college en de algemeen directeur en zijn als</al><al>adviseur lid van de directie bedrijfsvoering. Concernmanagers worden ook uitgenodigd in de directieraad</al><al>voor de voor hen relevante onderwerpen.</al><al>2.De concernmanagers F&amp;C, IPM en HRM toetsen en beoordelen de kwaliteit van de betreffende</al><al>bedrijfsvoeringkolommen en doen voorstellen aan de directieraad over kaders voor bedrijfsvoering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.9</nr><titel>Toedeling van taken en producten aan organisatieonderdelen</titel></kop><al>1.Voor een product (in de begroting of managementcontract afgesproken resultaat) is steeds één</al><al>organisatieonderdeel eindverantwoordelijk, ook indien andere onderdelen daaraan bijdragen.</al><al>2.De producten kunnen maar behoren tot één door de raad vastgesteld programma uit de programmabegroting</al><al>en dienen binnen de kaders van het desbetreffende programma te worden uitgevoerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.10</nr><titel>Bevoegdheid bij organisatiestructuurwijzigingen</titel></kop><al>1.Bij wijziging van de hoofdstructuur als gevolg van samenvoegingen van organisatieonderdelen, opheffing</al><al>van organisatieonderdelen, en interne of externe verzelfstandigingen van organisatieonderdelen zijn het</al><al>sociaal statuut en EHBR van toepassing en is het college beslissingsbevoegd.</al><al>2.Bij verschuivingen van taken tussen organisatieonderdelen (evenals reorganisaties die een</al><al>organisatieonderdeel overstijgen), zonder inhoudelijke gevolgen voor de hoofdstructuur, zijn het sociaal</al><al>statuut en EHBR van toepassing en is de directieraad beslissingsbevoegd. Indien er tevens sprake is van</al><al>budgetverschuiving is de raad beslissingsbevoegd.</al><al>3.Bij wijzigingen van de indeling van een organisatieonderdeel zijn het sociaal statuut en EHBR van</al><al>toepassing en is de IRM beslissingsbevoegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.11</nr><titel>Medezeggenschap</titel></kop><al>1.Zoals bepaald in artikel 1.3.5 is de gemeentesecretaris/algemeen directeur voor de COR bestuurder in de</al><al>zin van de WOR.</al><al>2.De nieuwe medezeggenschapstructuur van de organisatieonderdelen wordt in 2014 uitgewerkt. Tot die tijd</al><al>blijft de volgende tijdelijke structuur in stand: Uitvoeringsorganisaties houden elk hun eigen OR of BOR, de</al><al>Ontwikkelorganisatie houdt de COR (onderdeels)commissie, de Interne Bedrijven houdt de DO OR, de BCS</al><al>houdt de BCD OR.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.12</nr><titel>Vervangingsregeling</titel></kop><al>1.De IRM kan bij afwezigheid vervangen worden (ten aanzien van taken, verantwoordelijkheden en</al><al>bevoegdheden) door een andere IRM, door een directielid of een medewerker van het betreffende</al><al>organisatieonderdeel. De AD stelt op voordracht van de IRM vast wie de vervanger is en legt dit vast in een</al><al>vervangingsregeling-/of besluit. De AD voert hierop een materiele toets uit, dat wil zeggen dat</al><al>vastgesteld moet worden dat vervangers in staat moeten worden geacht om inhoudelijk dezelfde</al><al>beoordeling uit te voeren als de medewerker die wordt vervangen.</al><al>2.Binnen een organisatieonderdeel kunnen medewerkers als onderling vervanger bij afwezigheid worden</al><al>aangewezen (ten aanzien van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden). De IRM stelt vast wie de</al><al>vervanger is en legt dit vast in een aanwijzingsregeling-/of besluit. De IRM voert hierop een materiele toets</al><al>uit, waarbij vastgesteld moet worden dat de vervanger in staat moet worden geacht om inhoudelijk</al><al>dezelfde beoordeling uit te voeren als de medewerker die wordt vervangen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Concernkaderstelling en beheer van organisatie en financiën</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Financiën en Control</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Concernmanager F&amp;C</titel></kop><al>1.De concernmanager F&amp;C voert regie op de werking van het financiële &amp; control systeem. Hij ziet toe op de</al><al>werking van datzelfde systeem en adviseert de directieraad (bedrijfsvoering) hierover. De concernmanager</al><al>F&amp;C is verantwoordelijk voor de kaderstelling, de ondersteuning (opdrachtgever Intern bedrijf Financien en</al><al>JZ) en de toetsing voor de planning en control op het gebied van financiën en control. Daarnaast is hij</al><al>verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde documenten in het kader van de planning en</al><al>controlcyclus.</al><al>2.De concernmanager F&amp;C is, onverlet de verantwoordelijkheid van de IRMs, verantwoordelijk voor de</al><al>bevordering en de bewaking van de doelmatigheid en de rechtmatigheid van het beheer en de</al><al>administratie. De concernmanager F&amp;C toetst in dit kader de opzet en de werking van de administratieve</al><al>organisatie en interne controle van de organisatieonderdelen. Wanneer de concernmanager F&amp;C van</al><al>oordeel is dat de doelmatigheid van het beheer van een organisatieonderdeel kan worden verbeterd, treedt</al><al>hij in overleg met de betrokken IRM. Zo nodig legt hij zelfstandig, maar altijd na overleg en met</al><al>medeweten van gemeentesecretaris/algemeen directeur en betrokken partijen, voorstellen ter verbetering</al><al>voor aan het college. De concernmanager F&amp;C kan het college, gevraagd en ongevraagd, rechtstreeks,</al><al>maar altijd na overleg en met medeweten van gemeentesecretaris/algemeen directeur en betrokken</al><al>partijen, adviseren over de in dit artikel genoemde verantwoordelijkheden. De concernmanager F&amp;C is</al><al>rechtstreeks verantwoording verschuldigd aan het college voor de aan hem in deze regeling opgedragen</al><al>taken en verantwoordelijkheden.</al><al>3.De concernmanager F&amp;C is verder verantwoordelijk voor kaderstelling, de ondersteuning (opdrachtgever</al><al>Intern bedrijf) en de toetsing op het gebied van juridische control en inkoop. Deze verantwoordelijkheid</al><al>omvat onder meer:</al><al>-Het systeem, waarmee de gemeentebrede financiële administratie gevoerd wordt. de</al><al>concernmanager F&amp;C treedt op als eigenaar van dit systeem.</al><lijst><li nr="-"><al>het stellen van kaders voor het beheer van de gemeentebrede financiële administratie en</al></li><li nr="-"><al>het beheer van het gemeentebreed financieel systeem en het daartoe opstellen van de kaders voor het</al></li></lijst><al>intern bedrijf Informatievoorziening (IV).</al><al>4.Onderdeel van de taken van de concernmanager F&amp;C is de auditfunctie. De auditfunctie omvat in het</al><al>bijzonder: uitvoeren van risicoanalyses, mede op basis daarvan adviseren in het voortraject en uitvoeren</al><al>van audits en onderzoeken en op basis daarvan de nodige interventies worden gedaan, zodanig dat het</al><al>handelen van de organisatieonderdelen in control geraakt.</al><lijst><li nr="5."><al>De concernmanager F&amp;C heeft de zorg voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het opstellen van de programmabegroting;</al></li><li nr="b."><al>het opstellen van de geconsolideerde programmarekening;</al></li><li nr="c."><al>de advisering over de financieel-economische kaderstelling aan het college en de raad;</al></li><li nr="d."><al>de opzet en werking van de systemen van interne beheersing c.q. administratieve organisatie op</al></li></lijst></li></lijst><al>concernniveau;</al><al>e.het opstellen van kaders voor het concernbrede beleid inzake interne beheersing en de</al><al>administratieve organisatie;</al><al>f.het ondersteunen van de organisatie-eenheden bij het instellen en het laten functioneren van de</al><al>administratieve organisatie en interne controle;</al><al>g.het bewaken van het functioneren van de systemen van interne beheersing bij organisatieonderdelen</al><al>door het maken van concernbrede rapportages over de werking van de systemen van interne</al><al>beheersing voor het college.</al><al>h.het ontwikkelen, invoeren en bewaken van een samenhangend geheel van instrumenten, procedures</al><al>en methoden die de sturing, bewaking, toetsing en verantwoording van de middelen en de</al><al>doelmatige en rechtmatige besteding daarvan mogelijk maken;</al><al>i.het op concernniveau analyseren en interpreteren van gegevens voor de bewaking van de financieeleconomische</al><al>kaders;</al><al>j.het bewaken van de kwaliteit (tijdigheid, volledigheid, juistheid en toereikendheid) van de in het</al><al>kader van de beleids- en beheerscyclus aan het college en de raad verstrekte beheers- en</al><al>verantwoordingsinformatie.</al><al>6.De concernmanager F&amp;C is niet verantwoordelijk voor het beheer van de financiële vermogenswaarden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Treasurer</titel></kop><al>1.De Treasurer is verantwoordelijk voor het concernbrede beheer van financiële vermogenswaarden,</al><al>waaronder het (doen) uitvoeren van transacties op de geld- en kapitaalmarkt, het beheren van de</al><al>financiële infrastructuur en het beheersen van de hieraan verbonden risico’s, zoals in het door de</al><al>gemeenteraad vastgestelde treasurystatuut</al><lijst><li nr="2."><al>De Treasurer is budgetverantwoordelijke voor de producten Financiering en Concernposten.</al></li><li nr="3."><al>De beleidsmedewerker Treasury bij de Bestuurs- en Concernstaf vervult de functie van Treasurer.</al></li></lijst><al>Overeenkomstig de bepalingen in het treasurystatuut is de functie van Treasurer niet verenigbaar met die</al><al>van directielid, IRM, concernmanager of concernadministrateur.</al><al>4.In uitvoeringsregeling 1A worden nadere regels gesteld voor de dagelijkse uitvoering van de</al><al>treasuryfunctie en het afleggen van verantwoording daarover.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Businesscontroller</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Medewerker AO/IC</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Concernadministrateur</titel></kop><al>In uitvoeringsregeling 5B beheer, artikel 4.1 zijn taken en verantwoordelijkheden van de Concernadministrateur</al><al>vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Kashouder</titel></kop><al>Vervallen. Zie Uitvoeringsregeling 1A Treasury art. 1.1.4</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Onderzoekscommissie Doelmatigheid en Doeltreffendheid</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Informatie- en Procesmanagement</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Concernmanager IPM</titel></kop><al>1.De concernmanager IPM is verantwoordelijk voor de kaderstelling, de ondersteuning (opdrachtgever IV</al><al>en Auto), het management (en het toetsen) van de gemeentebrede informatie en proceshuishouding en</al><al>de toetsing voor de planning en control op het gebied van Informatie- en procesmanagement (waaronder</al><al>documentaire Informatievoorziening).</al><al>2.De concernmanager IPM is, onverlet de verantwoordelijkheid van de IRMs, verantwoordelijk voor de</al><al>bevordering en de bewaking van de doelmatigheid van de gemeentebrede informatie en</al><al>proceshuishouding. Wanneer de concernmanager IPM van oordeel is dat de doelmatigheid van het</al><al>Informatie- en procesmanagement van een organisatieonderdeel kan worden verbeterd, treedt hij in</al><al>overleg met de betrokken IRM. Zo nodig legt hij zelfstandig, maar altijd na overleg en met medeweten</al><al>van gemeentesecretaris/algemeen directeur en betrokken partijen, voorstellen ter verbetering voor aan</al><al>het college. De concernmanager IPM kan het college, gevraagd en ongevraagd, rechtstreeks, maar altijd</al><al>na overleg en met medeweten van gemeentesecretaris/algemeen directeur en betrokken partijen,</al><al>adviseren over de in dit artikel genoemde verantwoordelijkheden. De concernmanager IPM is rechtstreeks</al><al>verantwoording verschuldigd aan het college voor de aan hem in deze regeling opgedragen taken en</al><al>verantwoordelijkheden.</al><al>3.Op organisatieonderdeel niveau is de IRM is verantwoordelijk voor de inrichting van processen en</al><al>informatievoorzieningen. De IRM wordt daarvoor ondersteund door een Informatie en Proces Manager bij</al><al>de continue ontwikkeling en verbetering van de inrichting van processen en informatiesystemen van het</al><al>betreffende onderdeel.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HRM en Organisatieontwikkeling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>Concernmanager HRM</titel></kop><al>1.De concernmanager HRM is verantwoordelijk voor de kaderstelling, de ondersteuning (opdrachtgever</al><al>intern bedrijf HRM en Facilitair bedrijf) en de toetsing voor de planning en control op het gebied van HRM</al><al>en organisatieontwikkeling.</al><al>2.De concernmanager HRM is, onverlet de verantwoordelijkheid van de IRMs, verantwoordelijk voor de</al><al>bevordering en de bewaking van de doelmatigheid en rechtmatigheid van de gemeentebrede HRM- en</al><al>organisatieontwikkelingsbeleid. Wanneer de concernmanager HRM van oordeel is dat de doelmatigheid van</al><al>het HR management van een organisatieonderdeel kan worden verbeterd, treedt hij in overleg met de</al><al>betrokken IRM. Zo nodig legt hij zelfstandig, maar altijd na overleg en met medeweten van</al><al>gemeentesecretaris/algemeen directeur en betrokken partijen, voorstellen ter verbetering voor aan het</al><al>college. De concernmanager HRM kan het college, gevraagd en ongevraagd, rechtstreeks, maar altijd na</al><al>overleg en met medeweten van gemeentesecretaris/algemeen directeur en betrokken partijen, adviseren</al><al>over de in dit artikel genoemde verantwoordelijkheden. De concernmanager HRM is rechtstreeks</al><al>verantwoording verschuldigd aan het college voor de aan hem in deze regeling opgedragen taken en</al><al>verantwoordelijkheden.</al><al>3.De concernmanager HRM is verantwoordelijk voor de kaderstelling, de ondersteuning (opdrachtgever</al><al>intern bedrijf HRM en Facilitair) en de toetsing voor de planning en control op het gebied van facilitair</al><al>en huisvesting.</al><al>4.Op organisatieonderdeel-niveau is de IRM verantwoordelijk voor de uitvoering van de HRM functie binnen</al><al>zijn organisatieonderdeel. Daarbij laat de IRM zich ondersteunen door het intern bedrijf HRM.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Afstemming en coördinatie van werkzaamheden binnen de ambtelijke</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>organisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Beleidscoördinatie</titel></kop><al>Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 1.3, derde lid kan de gemeentesecretaris/algemeen directeur</al><al>aanwijzingen geven aan de IRMs.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Bedrijfsvoeringcoördinatie</titel></kop><al>Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 1.3, zesde lid maakt het college met de gemeentesecretaris/algemeen</al><al>directeur afspraken over de verschillende bedrijfsvoeringfuncties en de bedrijfsvoering in het algemeen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Wijkgericht werken</titel></kop><al>1.De gehele gemeentelijke organisatie werkt wijkgericht en vraaggericht. Wijkgericht werken wordt gebruikt</al><al>om werkzaamheden te coördineren waarbij de wijk het juiste schaalniveau is.</al><al>1.De verantwoordelijkheid voor de realisatie van de gemeentelijke producten ten behoeve van de wijk en</al><al>voor het betrekken van de belanghebbenden uit de wijk bij de ontwikkeling en uitvoering ervan berust bij</al><al>het organisatieonderdeel waaraan een product is toegewezen.</al><al>2.Ontwikkelorganisatie eenheid Wijken verbindt de vragen uit de wijk en wijkspecifieke kennis met het</al><al>aanbod van de gemeente.</al><al>3.Prioritaire onderwerpen met urgentie worden vastgelegd in een wijkactieprogramma. De wijkregisseur</al><al>functioneert in dit geval als programmamanager.</al><al>4.Bij wijkgerichte en vraaggerichte vraagstukken wordt integraal samengewerkt, hetzij incidenteel, hetzij</al><al>structureel (via wijkoverleg) hetzij actueel (via programmateams).</al><al>3.3.2 Wijkregisseur</al><al>1.De wijkregisseur is eerste aanspreekpunt voor bewoners, ondernemers, professionals en instellingen uit de</al><al>wijk.</al><lijst><li nr="2."><al>De wijkregisseur verbindt de vraag uit de wijken met het (gemeentelijk) aanbod</al></li><li nr="3."><al>De wijkregisseur is verantwoordelijk voor het uitvoeren van een wijkanalyse en het opstellen van een</al></li></lijst><al>meerjarige wijkambitie in samenwerking met betrokken partijen binnen en buiten de gemeentelijke</al><al>organisatie.</al><al>4.Geeft leiding aan het wijkoverleg, (wijkactie)programmateams en relevante afstemmingsoverleggen in de</al><al>wijk.</al><al>5.Intervenieert als dat nodig is en voert incidentenmanagement. De wijkregisseur heeft de mogelijkheid om</al><al>in eerste instantie ambtelijk te interveniëren (tot aan de Algemeen Directeur) en indien nodig ook</al><al>bestuurlijk (zowel via de wijkwethouder als via de staven van de vakwethouders).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Planning en controlcyclus</titel></kop><al>1.De Planning en controlcyclus geeft mede vorm aan de beleidsontwikkeling, beleidsuitvoering en</al><al>bedrijfsvoering. Het omvat het planningsinstrumentarium en mogelijkheden tot verantwoording en</al><al>bijsturing van het beleid en beheer.</al><lijst><li nr="2."><al>De concernmanager F&amp;C coördineert de Planning en controlcyclus.</al></li><li nr="3."><al>De cyclus heeft de besluitvormingsmomenten van de raad, zoals verwoord in de Financiële verordening als</al></li></lijst><al>uitgangspunt.</al><al>4.Ieder product uit de Planning en controlcyclus wordt jaarlijks gemaakt, met uitzondering van de</al><al>wijkambitie. Van de wijkambities worden wel jaarlijks een update gemaakt voor de aansluiting op de</al><al>programmabegroting.</al><al>5.In uitvoeringsregeling 3A worden de sturingsinstrumenten van de planning en controlcyclus vastgesteld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Beleidsvoorbereiding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Voorbereiding van bestuursadviezen aan gemeentelijke bestuursorganen</titel></kop><al>1.De IRMs c.q. de themadirecteur is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de bestuursadviezen tot</al><al>uitdrukking komend in, onder andere:</al><al>De formele aspecten:</al><lijst><li nr="a."><al>de juistheid en de volledigheid van de gegeven informatie;</al></li><li nr="b."><al>rechtmatigheid;</al></li><li nr="c."><al>financiële aspecten;</al></li><li nr="d."><al>juridische aspecten;</al></li><li nr="e."><al>personele en organisatorische aspecten;</al></li><li nr="f."><al>de juistheid van de te volgen procedure;</al></li></lijst><al>het voor het college inzichtelijk maken van de essenties met betrekking tot de te nemen beslissing en de</al><al>daarbij te maken afweging:</al><lijst><li nr="g."><al>doelmatigheid,</al></li><li nr="h."><al>doeltreffendheid;</al></li><li nr="i."><al>de mate van aandacht die is geschonken aan relevante beleidsalternatieven;</al></li><li nr="j."><al>een heldere belangenafweging;</al></li><li nr="k."><al>afstemming met andere beleidsterreinen en de integraliteit van het voorgestelde beleid of de</al></li></lijst><al>voorgestelde beleidswijziging op stedelijk en wijkniveau;</al><al>de aspecten van implementatie:</al><lijst><li nr="l."><al>communicatieve aspecten;</al></li><li nr="m."><al>de juiste toedeling van de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de besluiten waartoe het</al></li></lijst><al>voorstel beoogt te leiden;</al><lijst><li nr="n."><al>haalbaarheid.</al><lijst><li nr="2."><al>De gemeentesecretaris/algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van de</al></li></lijst></li></lijst><al>bestuursadviezen. Bestuursadviezen worden door tussenkomst van de gemeentesecretaris/algemeen</al><al>directeur ingediend bij het college.</al><al>3.De IRM van het betreffende cluster van de ontwikkelorganisatie bereidt beleidsadviezen aan het bestuur</al><al>voor en adviseert de gemeentesecretaris/algemeen directeur en de directieraad ten aanzien van kaders</al><al>voor de uitvoering.</al><al>4.Bij beleidsvraagstukken hebben uitvoeringsorganisaties een adviserende rol over condities waarbinnen de</al><al>uitvoering moet plaatsvinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Aanwijzingen over wijze waarop bestuursadviezen aan de gemeentelijke bestuursorganen worden voorbereid</titel></kop><al>1.Het college stelt aanwijzingen vast ten aanzien van de wijze waarop gemeentelijke beleidsbeslissingen</al><al>worden voorbereid.</al><lijst><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde aanwijzingen voorzien in de verplichting tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het vroegtijdig samenstellen van een inzicht in bestuurlijke keuzemomenten;</al></li><li nr="b."><al>het aangeven van een duidelijke fasering in beleids- en planningsprocessen;</al></li><li nr="c."><al>het zodanig inrichten van beleids- en planningsprocessen dat beslissingen op een vlotte wijze tot</al></li></lijst></li></lijst><al>stand kunnen komen en</al><al>d.het vroegtijdig aangeven op welke wijze de interne en externe communicatie wordt vormgegeven.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Beheer</titel></kop><al>1.De IRM is verantwoordelijk voor een adequate inrichting van de interne organisatie binnen zijn</al><al>organisatieonderdeel.</al><al>2.In uitvoeringsregeling 5A Budgetbeheer en 5B Beheer worden nadere regels vastgesteld op het gebied van</al><al>administratieve organisatie en interne controle.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Mandaat</titel></kop><al>Het college heeft in de mandaatregeling gemeente Utrecht de mandaten en ondermandaten vastgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Verzekeringsbeleid</titel></kop><al>1.De concernmanager F&amp;C is verantwoordelijk voor de uitvoering van het verzekeringsbeleid, stelt daartoe</al><al>een afdeling Risicobeheer in en stuurt daartoe de uitvoeringseenheid risicobeheer binnen het intern bedrijf</al><al>Financiën aan. Deze uitvoeringsorganisatie heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitvoeren van het verzekeringsbeleid;</al></li><li nr="b."><al>het adviseren van organisatie onderdelen bij het uitvoeren van het verzekeringsbeleid;</al></li><li nr="c."><al>het vernieuwen en beheren van verzekeringscontracten en;</al></li><li nr="d."><al>behandeling van schades, zoals opgenomen in de uitvoeringsregeling</al><lijst><li nr="2."><al>De organisatieonderdelen zijn verplicht tot het afsluiten van verzekeringen via de uitvoeringseenheid</al></li></lijst></li></lijst><al>Risicobeheer. Regels met betrekking tot de organisatie en uitvoering van de uitvoeringseenheid zijn</al><al>uitgewerkt in uitvoeringsbesluit 5C. De onder lid 1b en 1c vermelde taken worden uitgevoerd op verzoek</al><al>van een organisatieonderdeel.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Inwerkingtreding; citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.</al></li><li nr="2."><al>Deze regeling kan worden aangehaald als: Organisatieregeling Gemeente Utrecht.</al></li></lijst><al>Artikel 6.2 Intrekking regeling</al><al>De "Organisatieregeling Gemeente Utrecht" vastgesteld door het college d.d. 15 januari 2008 wordt per 1 januari</al><al>2013 ingetrokken.</al><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 11 december 2012.</al><al>De secretaris, De burgemeester,</al><al>Drs. M. Schurink Mr. A. Wolfsen</al><al>Bekendmaking is geschied op ……. 2012.</al><al>Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2013.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Begrippenlijst</titel></kop><structuurtekst><al>Aanwijzing Nadere of specifieke richtlijn, afspraak of werkwijze</al><al>administratieve organisatie Het systematisch verzamelen, vastleggen en verwerken van</al><al>gegevens ten behoeve van het besturen, het doen functioneren en</al><al>beheersen van de gemeentelijke taakuitvoering en ten behoeve van</al><al>verantwoordingen die daarover moeten worden afgelegd.</al><al>ambtelijke organisatie De gehele gemeentelijke organisatie met uitzondering van college</al><al>en raadsleden.</al><al>Bedrijfsvoeringfunctie Dit zijn de functies Personeel, Organisatie, Informatisering en</al><al>Automatisering, Financiën, Communicatie, Juridisch en Facilitaire</al><al>Zaken.</al><al>Besluit Begroting en</al><al>Verantwoording</al><al>Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Deze</al><al>wet vervangt de Wet op de Comptabiliteitsvoorschriften.</al><al>Bestuurlijke kaders De kaders die door het college zijn gesteld.</al><al>Budget Overeenkomst tussen budgetgever (= het college) en budgetnemer</al><al>(= de IRM) gedurende een bepaalde periode, waarbij de IRM zich</al><al>verplicht bepaalde activiteiten/prestaties/producten te (doen)</al><al>realiseren en het college zich verplicht een overeengekomen</al><al>hoeveelheid middelen ter beschikking te stellen.</al><al>budgethouder AD, directielid, IRM of daarvoor aangewezen functionaris of</al><al>medewerker die zorg dient te dragen voor de realisatie van de (bijv.</al><al>bij zijn managementcontract) vastgestelde productie met de daarbij</al><al>vastgestelde kwaliteitskenmerken. De budgethouder is, op grond</al><al>van het in deze regeling verleende mandaat, bevoegd om</al><al>verplichtingen aan te gaan binnen het overeengekomen budget. De</al><al>budgethouder neemt vanuit het perspectief van administratieve</al><al>organisatie de beschikkende functie in.</al><al>College College van burgemeester en wethouders.</al><al>concern(niveau) Betreffende of aangaande de gehele ambtelijke organisatie.</al><al>Controlfunctie Omvat het geheel aan activiteiten en beslissingen van de IRMs op</al><al>het niveau van hun organisatieonderdeel met betrekking tot sturing</al><al>en beheersing van de bedrijfsprocessen gericht op de efficiënte en</al><al>effectieve realisatie van de beleidsdoelstellingen. Op concernniveau</al><al>wordt binnen de concern-controlfunctie (onder concernmanager</al><al>F&amp;C) ook de kaderstellende, ondersteunende en toetsende rol</al><al>verstaan.</al><al>Directielid Lid van de directieraad. Heeft hiërarchische verantwoordelijkheid</al><al>voor IRMs (aansturen via managementcontract) en/of</al><al>verantwoordelijkheid voor een thema met politieke prioriteit of hoog</al><al>risico.</al><al>doelmatig Het streven om met een zo beperkt mogelijke inzet van de</al><al>beschikbare middelen het gewenste resultaat te bereiken.</al><al>doeltreffend De mate waarin een organisatie erin slaagt met de geleverde</al><al>prestaties de gestelde doelen of gewenste maatschappelijke effecten</al><al>te bereiken.</al><al>Integraal</al><al>Resultaatverantwoordelijk</al><al>Manager (IRM)</al><al>Manager van een organisatieonderdeel en verantwoordelijk voor alle</al><al>aspecten van het werk van dat organisatieonderdeel. De IRM legt</al><al>verantwoording af over de resultaten van zijn organisatieonderdeel</al><al>aan een directielid, aan de hand van een managementcontract.</al><al>Managementcontract Document waarin de overeenkomst tussen college en IRM over de te</al><al>leveren resultaten, het ter beschikking gestelde budget en de</al><al>hoofdlijnen van de bedrijfsvoering van de organisatieonderdelen zijn</al><al>vastgelegd.</al><al>Mandaat De bevoegdheid om in naam van een college besluiten te nemen.</al><al>Medezeggenschap Inspraak in het kader van de Wet van de Ondernemingsraden.</al><al>organisatieonderdeel Onderdelen van de hoofdstructuur van de gemeentelijke organisatie.</al><al>Organisatieonderdelen worden aangestuurd door IRMs.</al><al>planning en controlcyclus Proces waarbij aansturing van de organisatie plaatsvindt door het</al><al>formuleren van doelen, het aangeven van termijnen, het beschikbaar</al><al>stellen van middelen, het aanwijzen van verantwoordelijken, het</al><al>volgen van de uitvoering, het normeren van gewenste effecten, het</al><al>meten van resultaten en het informeren van betrokkenen.</al><al>Programmabegroting Sturingsinstrument van de raad bestaande uit beleidsbegroting</al><al>(programmaplan en paragrafen) en financiële begroting (staat van</al><al>lasten en baten van de programma's en financiële positie).</al><al>Rechtmatig Het in overeenstemming zijn met de relevante wet- en regelgeving,</al><al>waaronder gemeentelijke verordeningen en relevante</al><al>uitvoeringsregelingen, als gevolg van verordeningen en</al><al>raadsbesluiten.</al><al>Concernmanager Concernmanagers zijn verantwoordelijk voor kaderstelling en</al><al>sturing op deze kaders ten aanzien van een of meerdere aspecten</al><al>van de bedrijfsvoering van de gemeentelijke organisatie.</al><al>Treasuryfunctie Alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheren van de</al><al>financiële stromen en liquiditeiten o.i.d. van een organisatie, evenals</al><al>de daaruit voortvloeiende risico's.</al><al>Uitvoeringseenheid risicobeheer Het organisatieonderdeel waaraan door de concernmanager F&amp;C</al><al>ondermandaat en ondervolmacht wordt verstrekt voor het uitvoeren</al><al>van assurantiehandelingen.</al><al>Wijkgericht werken Gebiedsgericht, integraal en vraaggericht werken</al><al>Wijkoverleg Het overleg van vertegenwoordigers van diverse</al><al>organisatieonderdelen per wijk.</al><al>Wijkambitie Wijkambities bevatten een wijkanalyse (wat is er in de wijk aan de</al><al>hand) en de prioritaire ambities van de wijk. De wijkambities wordt</al><al>eens in de 4 jaar (gekoppeld aan de collegeperiode) geformuleerd.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>Toelichting op de artikelen behorend bij de Organisatieregeling Gemeente Utrecht</al><al>De organisatieregeling legt de verdeling vast van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden binnen de</al><al>hoofdstructuur van de gemeentelijke organisatie.</al><al>Toelichting bij hoofdstuk 1 Organisatiestructuur van de ambtelijke organisatie</al><al>Het eerste hoofdstuk is een beschrijving van de hoofdstructuur en taken, verantwoordelijkheden en</al><al>bevoegdheden van degenen die aan het hoofd staan van onderdelen van de hoofdstructuur.</al><al>Artikel 1.2 Hoofdstructuur ambtelijke organisatie</al><al>De hoofdstructuur van de ambtelijke organisatie van de gemeente bestaat uit organisatieonderdelen. Aan het</al><al>hoofd van ieder organisatieonderdeel staan een Integraal Resultaat Verantwoordelijk Manager (IRM). De</al><al>Gemeentesecretaris/Algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de totale ambtelijke organisatie en geeft</al><al>sturing aan de ambtelijke organisatie met de directieraad.</al><al>Het college is bevoegd om organisatieonderdelen toe te voegen of op te heffen. Het aanbrengen van een nadere</al><al>indeling van de organisatie van een dienst is overgelaten aan het hoofd van het organisatieonderdeel, de</al><al>Integraal Resultaat Verantwoordelijk Manager (IRM). Ten aanzien van de Bestuurs- en Concernstaf is in artikel</al><al>1.7 wel een nadere indeling aangebracht in verband met de positionering van functies die op concernniveau</al><al>worden verricht (bijvoorbeeld financiën en control, concernbrede personeelsbeleid). De bevoegdheden voor</al><al>organisatiestructuurwijzigingen in dit artikel zijn verder uitgewerkt in artikel 1.10</al><al>Artikel 1.3 Gemeentesecretaris/Algemeen Directeur</al><al>In dit artikel zijn de taken, verantwoordelijkheden vastgelegd van de gemeentesecretaris/algemeen directeur als</al><al>secretaris van het college, als eindverantwoordelijke van de gemeentelijke organisatie en als hiërarchisch</al><al>leidinggevende van de directieleden.</al><al>Artikel 1.4 Directieraad</al><al>Dit artikel legt vast hoe de directieraad sturing geeft aan de ambtelijke organisatie. Een apart overleg binnen de</al><al>directieraad is de directie bedrijfsvoering, dit overleg versterkt de concernsturing op de bedrijfsvoering. In de</al><al>directie bedrijfsvoering zitten als adviseur de concernmanagers F&amp;C, IPM en HRM vanwege hun</al><al>verantwoordelijkheid voor planning en control op de bedrijfsvoering, zoals deze omschreven is in hoofdstuk 2.</al><al>Artikel 1.5 Directieleden</al><al>Dit artikel legt de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden vast van directieleden. Er wordt in dit artikel</al><al>onderscheid gemaakt tussen themaverantwoordelijkheid (verantwoordelijkheid voor een thema met politieke</al><al>prioriteit of een risicodossier) en hiërarchische verantwoordelijkheid voor IRMs. Zowel thema- als hiërarchische</al><al>verantwoordelijkheid betekent onder meer dat directieleden IRMs aansturen. Ondanks dat is het noodzakelijk zo</al><al>dat een directielid vanuit themaverantwoordelijkheid een IRM aanstuurt ook automatisch hiërarchische</al><al>verantwoordelijkheid voor deze IRM heeft. De gemeentesecretaris/algemeen directeur behoud in bepaalde</al><al>gevallen ook hiërarchische verantwoordelijkheid, dit geldt in ieder geval voor BCS, Interne Bedrijven en het intern</al><al>verzelfstandigd bedrijf Stadswerken.</al><al>Artikel 1.6 Integraal Resultaatverantwoordelijk managers</al><al>De benaming ‘Integraal Resultaatverantwoordelijk manager’ is gekozen om binnen organisatie- en</al><al>mandaatregelingen de leidinggevenden van organisatieonderdelen aan te duiden. Sommige IRMs hebben een</al><al>aanstelling als directeur of hebben deze titel vanwege wettelijke bepalingen.</al><al>Artikel 1.9 Toedeling van taken en producten aan diensten</al><al>In dit artikel is het principe van integraal management neergelegd. Het betreft een concretisering van de</al><al>integratie van de beleidsvoorbereidende en -uitvoerende functie met de middelenfuncties. De decentralisatie van</al><al>het middelenbeleid naar het niveau dient echter niet ten koste te gaan van de eenduidigheid die in concernbrede</al><al>geldende kaders zijn vastgelegd. Deze kaders worden door de concerndirectie vastgesteld.</al><al>Artikel 1.10 Bevoegdheid bij organisatiestructuurwijzigingen</al><al>De volgende regelgeving is van toepassing bij wijzigingen:</al><al>1.Bij wijzigingen in de organisatie is, wat betreft de aanspraken van het personeel, de uitvoeringregeling</al><al>Sociaal Statuut (URU 15e van de Rechtspositieregeling Utrecht) van toepassing.</al><al>2.Bij wijzigingen in de organisatie zal het overleg met de medezeggenschapsorganen plaatsvinden conform</al><al>de Wet op de Ondernemingsraden.</al><al>3.Voor het overleg met de vakorganisaties is hoofdstuk 14 van de Arbeidsvoorwaardenregeling Utrecht van</al><al>de Rechtspositieregeling Utrecht van toepassing.</al><al>Artikel 1.11 Medezeggenschap</al><al>De medezeggenschapstructuur van de organisatieonderdelen wordt in 2013 uitgewerkt. Tot die tijd blijft de</al><al>tijdelijke structuur in stand. Dit betekent dat de (tijdelijke) structuur van de medezeggenschap gedurende 2013</al><al>(en uiterlijk tot aan de nieuwe OR verkiezingen in 2014) kan blijven bestaan en eventuele wijzigingen,</al><al>bijvoorbeeld naar aanleiding van de pilots bij OO en Volksgezondheid (voorheen GG&amp;GD) kunnen worden</al><al>meegenomen bij de actualisatie van de organisatieregeling in 2014.</al><al>Artikel 1.12 Vervangingsregeling</al><al>In dit artikel wordt de vervanging van functionarissen/medewerkers geregeld (met bijbehorende taken,</al><al>verantwoordelijkheden, bevoegdheden en mandaten) in het geval dat deze afwezig zijn. Lid 1 heeft betrekking op</al><al>de vervanging van IRMs en lid 2 op de vervanging van medewerkers binnen een organisatieonderdeel (met</al><al>specifieke bevoegdheden of mandaten, zoals subbudgethouders). Artikel 1.11 bepaalt wie als vervanger kunnen</al><al>worden aangewezen en wie de vervanger aanwijst.</al><al>Aan de vervanging is wel een aantal eisen verbonden. Ten eerste moet de IRM deze plaatsvervangers expliciet</al><al>vastleggen in een aanwijzingsregeling/-besluit. Ten tweede moet hierop een materiële toets worden uitgevoerd.</al><al>Dit betekent dat moet worden vastgesteld dat deze vervangers in staat moeten worden geacht om inhoudelijk</al><al>dezelfde beoordeling uit te voeren als de medewerker of functionaris die vervangen wordt zelf.</al><al>Toelichting bij hoofdstuk 2 Concernkaderstelling en beheer van organisatie en Financiën</al><al>Dit hoofdstuk voorziet in de volgens artikel 212 van de Gemeentewet verplichte vastlegging van de inrichting van</al><al>de financiële organisatie. Met de aanwijzing van functies, die niet met elkaar verenigbaar zijn, is functiescheiding</al><al>aangebracht.</al><al>Artikel 2.1, 2.8 en 2.9 Concernmanagers F&amp;C, IPM en HRM</al><al>De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de concernmanagers F&amp;C, IPM en HRM hebben een</al><al>centrale plaats in dit hoofdstuk. De concernmanagers hebben analoge taken, verantwoordelijkheden en</al><al>bevoegdheden voor de aan hen toebedeelde bedrijfsvoeringfuncties. Dit versterkt de concernsturing op</al><al>bedrijfsvoering.</al><al>Artikel 2.2 Treasurer</al><al>Genoemd artikel en de uitvoeringsregeling vormen de nadere uitwerking van het door de gemeenteraad</al><al>vastgestelde Treasurystatuut. Daarin is het treasurybeleid van de gemeente Utrecht in hoofdlijnen vastgelegd. Het</al><al>gaat daarbij om de kaders voor het handelen op de geld- en kapitaalmarkt (inclusief het betalingsverkeer) en</al><al>voor het verstrekken van garanties en leningen uit hoofde van de publieke taak. Ook zijn in het Treasurystatuut</al><al>de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de Treasurer in hoofdlijnen vastgelegd.</al><al>De Organisatieregeling artikel 2.2 en de uitvoeringsregeling 1A treasury geven vooral een nadere uitwerking van</al><al>het Treasurystatuut op de volgende punten:</al><lijst><li nr="-"><al>de plaats van de Treasurer binnen de organisatie (bij Concernmanagement Financien/BCS)</al></li><li nr="-"><al>de functionele aansturing van de uitvoeringseenheid treasury/DO door de Treasurer,</al></li><li nr="-"><al>de budgetverantwoordelijkheid van de Treasurer voor de producten Financiering en Concernposten,</al></li><li nr="-"><al>het raadplegen van de Concernmanager Financiën door de Treasurer bij belangrijke beslissingen,</al></li><li nr="-"><al>het afleggen van verantwoording door de Treasurer aan de Concernmanager Financiën,</al></li><li nr="-"><al>een specificatie van de soorten financiële derivaten die de Treasurer mag inzetten,</al></li><li nr="-"><al>de functiescheiding bij het betalingsverkeer,</al></li><li nr="-"><al>het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak en de rol van de Treasurer</al></li></lijst><al>daarbij.</al><al>Toelichting bij hoofdstuk 3 Afstemming en coördinatie van werkzaamheden binnen de ambtelijke</al><al>organisatie</al><al>Dit hoofdstuk legt een aantal taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden vast ten aanzien van afstemming</al><al>en coördinatie van werkzaamheden binnen de ambtelijke organisatie. Naast dat wat in dit hoofdstuk is</al><al>beschreven hebben uiteraard ook de in hoofdstuk 1 en 2 beschreven taken, verantwoordelijkheden en</al><al>bevoegdheden als deze afstemming en coördinatie als belangrijk doel. Themaverantwoordelijkheid van</al><al>directieleden is hiervan een voorbeeld. Daarnaast ligt er een relatie tussen de eindverantwoordelijkheid voor de</al><al>ambtelijke organisatie van de gemeentesecretaris/algemeen directeur.</al><al>Artikel 3.3 Wijkgericht werken</al><al>In dit artikel wordt een organisatorische grondslag gelegd voor het op wijkniveau afgestemde gemeentelijke</al><al>beleid. Dit vereist een wijkgerichte werkwijze van de gemeentelijke organisatie.</al><al>Toelichting bij hoofdstuk 4 Beleidsvoorbereiding</al><al>Artikel 4.1 Voorbereiding van bestuursadviezen aan gemeentelijke bestuursorganen</al><al>Dit artikel stelt een aantal kwalitatieve eisen die beogen de kwaliteit en integraliteit van de advisering en de</al><al>besluitvorming te bevorderen.</al><al>Artikel 4.2 Afstemming van werkzaamheden bij de voorbereiding van bestuursadviezen aan de gemeentelijke</al><al>bestuursorganen</al><al>Dit artikel bevat een basis voor aanwijzingen die beogen de samenhang en de snelheid waarmee</al><al>beleidsbeslissingen tot stand komen te bevorderen. Als voorbeelden van thans bestaande richtlijnen kunnen</al><al>worden genoemd het rapport Kostenstructuur ROVU d.d. juli 1992, de checklist en de startnotitie in de</al><al>rapportage Belemmerend Beleid vastgesteld bij collegebesluit van 9 januari 2004 en de Utrechtse Standaard voor</al><al>Communicatie, waar onder andere huisstijl en projectcommunicatie aan de orde worden gesteld.</al><al>Toelichting bij hoofdstuk 5 Beheer</al><al>Artikel 5.2 Mandaat</al><al>In de mandaatregeling zijn de juridische instrumenten vastgelegd voor het leggen van beheersbevoegdheden en</al><al>verantwoordelijkheden bij ambtenaren.</al><al>Artikel 5.3 Verzekeringsbeleid is aangepast</al><al>De taken van de afdeling Risicobeheer worden voortaan door de betreffende uitvoeringsorganisatie binnen het</al><al>intern bedrijf Financiën verricht.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>