<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR41125_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatieverordening Winsum 2003</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Winsum</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-09-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Winsum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening Winsum 2003</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, Awb, Wet op de Ruimtelijke Ordening, art. 42</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet ruimtelijke ordening, art. 6.23</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-08-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-08-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Exploitatieverordening Winsum 2003</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Agendanummer:</al><al>Vergadering: 26 augustus 2003</al><al>De raad van de gemeente Winsum;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al>gelet op de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en artikel 42 van de
                        Wet op de Ruimtelijke Ordening;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de volgende</al><al><vet>“EXPLOITATIEVERORDENING Winsum 2003”</vet></al><al/><al>houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen
                        aan het in exploitatie brengen van gronden</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief> Medewerking verlenen aan het in exploitatie
                                                brengen van gronden:</cursief></vet> het door of met
                                        medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van
                                        openbaar nut, waardoor de in het exploitatiegebied gelegen
                                        onroerende zaken worden gebaat.</al></li><li nr="b."><al><vet><cursief> Exploitatiegebied:</cursief></vet> een als
                                        zodanig aangewezen gebied, waarbinnen de onroerende zaken
                                        zijn gelegen die worden gebaat door de voorzieningen van
                                        openbaar nut die door of met medewerking van de gemeente
                                        worden getroffen.</al></li><li nr="c."><al><vet><cursief> Exploitant:</cursief></vet> de eigenaar of
                                        rechthebbende van een in het exploitatiegebied gelegen
                                        onroerende zaak die als gevolg van het door of met
                                        medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van
                                        openbaar nut wordt gebaat.</al></li><li nr="d."><al><vet><cursief> kostenbegroting:</cursief></vet> begroting
                                        van kosten en opbrengsten op basis waarvan de door een
                                        exploitant verschuldigde exploitatiebijdrage wordt
                                        vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><al>Tot het treffen van voorzieningen van openbaar nut waardoor
                                onroerende zaken worden gebaat, worden gerekend:</al><lijst><li nr="1."><al>De aanleg binnen een exploitatiegebied van de hieronder
                                        vermelde werken en werkzaamheden:</al><lijst><li nr="a."><al>het dempen van sloten en het verrichten van
                                                grondwerken met inbegrip van het egaliseren, ophogen
                                                en afgraven;</al></li><li nr="b."><al>riolering met inbegrip van bijbehorende werken;</al></li><li nr="c."><al>wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs,
                                                voet- en rijwielpaden, waterpartijen, watergangen,
                                                bruggen, tunnels en andere rechtstreeks met de
                                                aanleg van deze voorzieningen van openbaar nut en
                                                kunstwerken verband houdende werken;</al></li><li nr="d."><al>plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder
                                                begrepen de aanleg en de inrichting van openbare
                                                speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende
                                                elementen die rechtstreeks voortvloeien uit een
                                                juiste uitvoering van een verzorgd
                                                bestemmingsplan;</al></li><li nr="e."><al>openbare verlichting en brandkranen met de nodige
                                                aansluitingen;</al></li><li nr="f."><al>het verrichten van bodemonderzoek en -sanering,
                                                voorzover het de ondergrond van voorzieningen van
                                                openbaar nut betreft en voorzover de daarmee verband
                                                houdende kosten niet op andere wijze kunnen worden
                                                verhaald;</al></li><li nr="g."><al>het treffen van milieutechnisch noodzakelijke
                                                maatregelen en voorzieningen van openbaar nut ter
                                                uitvoering van een bestemmingsplan;</al></li><li nr="h."><al>alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn
                                                voor een doeltreffende aanleg van voorzieningen van
                                                openbaar nut.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanleg van de onder 1. vermelde werken en werkzaamheden
                                        buiten het exploitatiegebied, voorzover de binnen het
                                        exploitatiegebied liggende onroerende zaken hierdoor direct
                                        dan wel indirect worden gebaat.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II:</nr><titel>Exploitatie op initiatief van de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut worden
                                    uitsluitend door de gemeente aangelegd, tenzij deze behoren tot
                                    de taken van een ander publiekrechtelijk lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen
                                    burgemeester en wethouders besluiten de gehele of gedeeltelijke
                                    uitvoering van de door de gemeente aan te leggen voorzieningen
                                    van openbaar nut aan de exploitant over te laten, indien
                                    vaststaat dat een goede uitvoering is gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het geval zoals bedoeld in het tweede lid, is het bepaalde in
                                    de artikelen 4 tot en met 8 van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vaststelling kostenverhaalbesluit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat met het treffen van de in artikel 2 genoemde
                                        voorzieningen van openbaar nut wordt aangevangen, wordt door
                                        de gemeenteraad een kostenverhaalbesluit vastgesteld, waarin
                                        wordt aangegeven op welke wijze en tot welke omvang de aan
                                        die voorzieningen verbonden kosten zullen worden verhaald.
                                        Het besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 139
                                        van de Gemeentewet.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid genoemde besluit bevat in ieder geval
                                        de volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="a."><al>aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing
                                                van de daarin gelegen en gebate onroerende
                                                zaken;</al></li><li nr="b."><al>omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren
                                                voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="c."><al>een kostenbegroting verband houdende met de
                                                uitvoering van de onder b. genoemde voorzieningen
                                                van openbaar nut, zoals bedoeld in artikel 5. In
                                                afwijking van het bepaalde in de vorige volzin kan
                                                in het besluit zoals bedoeld in het eerste lid,
                                                worden bepaald dat de kostenbegroting op een later
                                                tijdstip wordt vastgesteld. Het besluit tot
                                                vaststelling van de kostenbegroting wordt
                                                bekendgemaakt overeenkomstig artikel 139 van de
                                                Gemeentewet.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In het kostenverhaalbesluit wordt aangegeven dat, wat
                                        betreft de door de gemeente in eigendom verkregen in het
                                        exploitatiegebied liggende onroerende zaken, het verhaal van
                                        kosten zo veel mogelijk plaatsvindt via de
                                        gronduitgifte.</al></li><li nr="4."><al>In het kostenverhaalbesluit wordt aangegeven dat, wat
                                        betreft de niet door de gemeente in eigendom verkregen en in
                                        het exploitatiegebied liggende gebate onroerende zaken, het
                                        verhaal van kosten in beginsel plaatsvindt op basis van een
                                        overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7 van deze
                                        verordening.</al></li></lijst><al>Tevens wordt bepaald dat, ingeval op enigerlei wijze niet kan worden
                                gekomen tot het aangaan van een overeenkomst zoals bedoeld in
                                artikel 7 van deze verordening, het kostenverhaal in daarvoor in
                                aanmerking komende gevallen kan plaatsvinden door middel van de
                                vaststelling van een baatbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De kostenbegroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kostenbegroting bevat in elk geval de volgende
                                        gegevens:</al></li><li nr="1."><al>Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het
                                        in exploitatie brengen van gronden verband houdende kosten,
                                        te weten:</al><lijst><li nr="a."><al>de inbrengwaarde van de binnen het exploitatiegebied
                                                gelegen gronden, zijnde de waarde van de grond
                                                vermeerderd met de waarde van de opstallen die voor
                                                de verwezenlijking van de bestemming niet
                                                gehandhaafd kunnen worden, en met de kosten van
                                                vrijmaken van opstallen – met inbegrip van de zich
                                                in de grond bevindende resten, zoals funderingen,
                                                leidingen en kabels – persoonlijke rechten en
                                                lasten, eigendom, bezit of beperkt recht, zakelijke
                                                lasten alsmede de kosten van
                                                schadevergoedingen;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van planontwikkeling, -voorbereiding,
                                                -beheer en -toezicht. Onder deze kosten wordt ten
                                                minste verstaan: de kosten verband houdende met het
                                                opstellen van structuur- en bestemmingsplannen, het
                                                opstellen van planmatige uitwerkingen of
                                                wijzigingen, het vervaardigen van besluiten tot het
                                                verlenen van vrijstelling van een bestemmingsplan
                                                alsmede van overige planologische maatregelen voor
                                                zoveel deze nodig zijn voor het in exploitatie
                                                brengen van gronden binnen het
                                                exploitatiegebied;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van de in artikel 2 genoemde voorzieningen
                                                van openbaar nut, voorzover deze verband houden met
                                                het verlenen van medewerking aan het in exploitatie
                                                brengen van gronden binnen het exploitatiegebied,
                                                alsmede de daarmee verband houdende kosten van
                                                onderzoeken, voorbereiding en toezicht;</al></li><li nr="d."><al>de kosten van het gemeentelijk apparaat, voorzover
                                                dit rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van
                                                gronden kan worden toegerekend;</al></li><li nr="e."><al>de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige
                                                lasten verminderd met renteopbrengsten;</al></li><li nr="f."><al>overige kosten die in beginsel ten laste van de
                                                grondexploitatie behoren te worden gebracht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het
                                        in exploitatie brengen van gronden verband houdende
                                        opbrengsten, bestaande uit:</al><lijst><li nr="a."><al>doelsubsidies;</al></li><li nr="b."><al>verkoop van gronden;</al></li><li nr="c."><al>bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen
                                                van openbaar nut, hetzij via overeenkomst hetzij via
                                                baatbelasting;</al></li><li nr="d."><al>overige bijdragen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De wijze van toerekening van de totale onder sub 1. en 2.
                                        van dit artikellid bedoelde kosten en opbrengsten aan de
                                        onroerende zaken in het exploitatiegebied naar de mate van
                                        de baat die de onroerende zaken hebben van het samenhangend
                                        geheel van voorzieningen van openbaar nut zoals bedoeld in
                                        artikel 2 van deze verordening.</al><al>De mate van baat wordt aangeduid met inachtneming van hetgeen
                                hieromtrent in artikel 6 is bepaald.</al></li><li nr="2."><al>Voor de opstelling van de kostenbegroting wordt ervan
                                        uitgegaan dat het exploitatiegebied in zijn geheel door de
                                        gemeente in exploitatie zal worden gebracht.</al></li><li nr="3."><al>Periodiek wordt nagegaan of optredende loon- en/of
                                        prijswijzigingen dan wel andere optredende wijzigingen met
                                        betrekking tot het in exploitatie brengen van gronden binnen
                                        het exploitatiegebied aanleiding geven om de kostenbegroting
                                        te herzien. Het besluit tot herziening van de
                                        kostenbegroting wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel
                                        139 van de Gemeentewet.</al></li><li nr="4."><al>Het bepaalde in het eerste lid, onder 1 sub a. is niet van
                                        toepassing ten aanzien van de binnen een exploitatiegebied
                                        gelegen en gebate gronden die als gevolg van de
                                        voorzieningen van openbaar nut niet geschikt worden voor
                                        bebouwing.</al></li><li nr="5."><al>Naast het bepaalde in het vierde lid wordt de raming van de
                                        in het eerste lid, onder 1 sub a. bedoelde inbrengwaarde van
                                        de gronden beperkt tot de gronden die zijn bestemd voor het
                                        treffen van voorzieningen van openbaar nut, ingeval er
                                        sprake is van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat de
                                        voorzieningen van openbaar nut niet in hoofdzaak gericht
                                        zijn op het geschikt maken voor bebouwing van onroerende
                                        zaken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Grondslag voor toerekening baat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toerekening van de baat wordt als rekeneenheid gebruikt
                                    het gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied
                                    gemaakte of te maken kosten per m² grondoppervlakte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder de grondoppervlakte zoals bedoeld in het eerste lid, wordt
                                    verstaan de kadastrale oppervlakte van de gebate onroerende
                                    zaken, waar mogelijk ingedeeld naar de in een bestemmingsplan
                                    opgenomen geprojecteerde kavels (bouw)grond, vermenigvuldigd met
                                    factoren voor ligging en bestemming en objectieve
                                    gebruiksmogelijkheid, waarin de baat van de van gemeentewege
                                    getroffen voorzieningen van openbaar nut tot uitdrukking
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval de toerekening op basis van m² grondoppervlakte
                                    onvoldoende uitdrukking geeft aan de in het exploitatiegebied
                                    opgenomen verschillen in toerekening van baat, geschiedt de
                                    toerekening op basis van een nader in de kostenbegroting zoals
                                    bedoeld in artikel 5, te bepalen grondslag die voorziet in de
                                    aanwezige verschillen in baat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inhoud exploitatieovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verhaal van kosten van het treffen van voorzieningen van
                                    openbaar nut vindt, wat betreft de in het exploitatiegebied
                                    liggende onroerende zaken die niet in eigendom zijn van de
                                    gemeente, indien dienaangaande tot overeenstemming kan worden
                                    gekomen met de exploitant, plaats op basis van een
                                    exploitatieovereenkomst. Van de exploitatieovereenkomst wordt
                                    een akte opgemaakt. Indien het afstand doen van gronden, zoals
                                    bedoeld in het derde lid onder d., onderdeel uitmaakt van de
                                    overeenkomst, wordt hiervan een notariële akte opgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders besluiten tot het aangaan van een
                                    exploitatieovereenkomst nadat een kostenbegroting zoals bedoeld
                                    in artikel 5, is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De overeenkomst zoals bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder
                                    geval bepalingen omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de omvang van de door de gemeente te treffen
                                            voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="b."><al>het tijdvak waarbinnen de onder a. genoemde
                                            voorzieningen zullen worden uitgevoerd;</al></li><li nr="c."><al>de ten laste van de exploitant komende bijdrage,
                                            vastgesteld volgens de artikelen 5 en 6;</al></li><li nr="d."><al>in voorkomende gevallen het afstand doen van gronden aan
                                            de gemeente, voorzover die gronden zijn bestemd voor de
                                            aanleg c.q. aanpassing van voorzieningen van openbaar
                                            nut.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het geval toepassing is gegeven aan artikel 3, tweede lid,
                                    kan in de exploitatieovereenkomst, onverminderd het gestelde in
                                    het derde lid, worden bepaald dat:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de door exploitant uit te voeren werken
                                            een aannemingsovereenkomst wordt gesloten, waarbij de
                                            gemeente als opdrachtgever en de exploitant als aannemer
                                            wordt aangemerkt, en de directievoering en het toezicht
                                            op de door de exploitant uit te voeren werken geschieden
                                            door of vanwege de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>de aanneemsom in de onder a. genoemde overeenkomst wordt
                                            vastgesteld op een pro-formabedrag van € 1,-, zulks met
                                            inachtneming van hetgeen in artikel 8, derde lid is
                                            bepaald.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De in artikel 7 genoemde exploitant betaalt als bijdrage in
                                        de kosten van voorzieningen van openbaar nut het bedrag dat
                                        volgens de in de artikelen 5 en 6 opgenomen wijze aan zijn
                                        onroerende zaak wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten
                                        op de afstand van de in artikel 7, derde lid, sub d.
                                        bedoelde gronden vallende en de kosten van kadastrale
                                        uitmeting, verminderd met de inbrengwaarde zoals bedoeld in
                                        artikel 5, eerste lid, sub 1., onder a. van de bij de
                                        exploitant in eigendom zijnde of door exploitant in eigendom
                                        te verkrijgen gebate gronden, en van de gronden die zijn
                                        bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut
                                        en door exploitant aan de gemeente worden afgestaan.</al></li><li nr="2."><al>De waarde van de door de exploitant ingebrachte grond, zoals
                                        bedoeld in het eerste lid, wordt door de gemeente in
                                        overeenstemming met de exploitant op basis van taxatie
                                        vastgesteld. Bij het ontbreken van overeenstemming wordt de
                                        waarde van de gronden vastgesteld door een commissie van
                                        drie deskundigen, van wie een aan te wijzen door de
                                        gemeente, een door de exploitant en een door de beide reeds
                                        aangewezen deskundigen.</al><al>Wordt over de aanwijzing van laatstgenoemde deskundige geen
                                overeenstemming verkregen, dan maken de aangewezen deskundigen
                                tezamen dit bekend aan de opdrachtgevers, waarna de meest gerede
                                partij, onder bekendmaking aan de wederpartij, de kantonrechter in
                                het kanton waartoe de gemeente behoort, kan verzoeken deze
                                deskundige te benoemen.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid
                                        van dit artikel wordt in het geval toepassing wordt gegeven
                                        aan artikel 3, tweede lid, de ten laste van de exploitant
                                        komende bijdrage als volgt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>de bijdrage zoals deze op grond van de in de
                                                artikelen 5 en 6 opgenomen wijze aan zijn onroerende
                                                zaak wordt toegerekend, wordt vermeerderd met de
                                                kosten op de afstand van de in artikel 7, derde lid,
                                                sub d. bedoelde gronden vallende en de kosten van
                                                kadastrale uitmeting;</al></li><li nr="b."><al>de onder a. genoemde bijdrage wordt verminderd
                                                met:</al><lijst><li nr="1."><al>de inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak van
                                        exploitant behorende gronden. Het bepaalde in het tweede lid
                                        van dit artikel is van overeenkomstige toepassing;</al></li><li nr="2."><al>het in de kostenbegroting opgenomen bedrag aan kosten zoals
                                        bedoeld in artikel 5, eerste lid, sub 1 onder b. tot en met
                                        f., voorzover de uitvoering van de daarmee verband houdende
                                        werken en werkzaamheden voor risico en rekening komt van de
                                        exploitant.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="4."><al>Indien het bepaalde in artikel 5, vierde en/of vijfde lid
                                        toepassing heeft verkregen, wordt de ten laste van de
                                        exploitant komende bijdrage bepaald op de voet van lid 1 en
                                        3 van dit artikel, met dien verstande dat de in het eerste
                                        lid en derde lid onder b, sub 1. bedoelde vermindering
                                        beperkt is tot de inbrengwaarde van de gronden die zijn
                                        bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut
                                        en door de exploitant aan de gemeente worden afgestaan.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III:</nr><titel>Exploitatie op verzoek van exploitant</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een belanghebbende kan burgemeester en wethouders verzoeken tot
                                    het verlenen van medewerking met betrekking tot het in
                                    exploitatie brengen van gronden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te
                                            brengen onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>gegevens waaruit blijkt dat de belanghebbende de
                                            eigendom van de in exploitatie te brengen onroerende
                                            zaken heeft verkregen of kan verkrijgen;</al></li><li nr="c."><al>gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                                            (bouw)werkzaamheden;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                                    bouwvergunning zoals bedoeld in de Woningwet, eventueel in
                                    combinatie met een verzoek om vrijstelling wordt ontvangen,
                                    waarbij in geval van verlening van de vrijstelling en/of
                                    bouwvergunning van gemeentewege voorzieningen van openbaar nut
                                    zoals bedoeld in artikel 2 van deze verordening moeten worden
                                    getroffen, wordt dit vóór de beslissing op de aanvraag
                                    bekendgemaakt aan de aanvrager. Daarbij wordt een door
                                    burgemeester en wethouders vast te stellen aanduiding van het
                                    exploitatiegebied en kostenbegroting aan de exploitant
                                    bekendgemaakt. Het bepaalde in artikel 5, met uitzondering van
                                    het bepaalde in de slotzin van het derde lid, is van
                                    overeenkomstige toepassing. Tevens wordt de aanvrager in de
                                    gelegenheid gesteld een aanvraag in te dienen bij burgemeester
                                    en wethouders voor medewerking met betrekking tot het in
                                    exploitatie brengen van gronden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen zes maanden na
                                    ontvangst van de aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Beslissing op de aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan
                                        het op verzoek van exploitant in exploitatie brengen van
                                        gronden krachtens een overeenkomst zoals bedoeld in artikel
                                        7, met dien verstande dat de in artikel 7 bedoelde
                                        kostenbegroting en de daarmee verband houdende aanduiding
                                        van het exploitatiegebied wordt vastgesteld door
                                        burgemeester en wethouders. De kostenbegroting en de
                                        aanduiding van het exploitatiegebied worden bekendgemaakt
                                        aan de exploitant. Het bepaalde in artikel 5, derde lid,
                                        slotzin is niet van toepassing.</al></li><li nr="2."><al>De medewerking behoeft niet te worden verleend, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen
                                                in een gebied waarvoor een bestemmingsplan, gericht
                                                op de voorgenomen exploitatie van gronden,
                                                geldt;</al></li><li nr="b."><al>de door exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden
                                                zouden leiden tot strijd met de Woningwet;</al></li><li nr="c."><al>het treffen van de voorzieningen van openbaar nut, hoewel
                                overeenkomstig een bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd
                                met belangen van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing en/of
                                herinrichting;</al></li><li nr="d."><al>het in exploitatie brengen van grond anderszins tot grote
                                        kosten of bezwaren zou leiden, met name ten aanzien van het
                                        doeltreffend voorzien in watervoorziening, openbare
                                        verlichting, riolering, etc.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De beslissing omtrent een aanvraag kan worden
                                                aangehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval de procedure tot goedkeuring van een van toepassing
                                        zijnd bestemmingsplan of herziening daarvan nog niet is
                                        afgerond, tot vier weken na het onherroepelijk worden van
                                        het bestemmingsplan of de herziening daarvan;</al></li><li nr="b."><al>ingeval voorzienbaar is dat de in het tweede lid genoemde
                                        belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen kunnen worden
                                        weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn
                                        weggenomen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Indien een aanvraag is ingekomen met betrekking tot
                                                een onroerende zaak, voor welke werken in het
                                                daarbij behorende exploitatiegebied reeds een
                                                kostenverhaalbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is
                                                genomen, maken burgemeester en wethouders dit aan de
                                                exploitant bekend.</al></li></lijst><al>Naast de hiervoor genoemde bekendmaking wordt aan exploitant tevens
                                een ontwerp-overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7,
                                aangeboden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV:</nr><titel>Relatie gronduitgifte en andere kostenverhaalinstrumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een gebied waarvoor een kostenverhaalbesluit zoals bedoeld in
                                    artikel 4 is genomen, zal, indien een exploitant een
                                    overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7 aangaat, in de
                                    overeenkomst worden bepaald dat met betrekking tot de uitvoering
                                    van de in deze overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar
                                    nut geen aanvullend kostenverhaal op basis van baatbelasting ten
                                    laste van de desbetreffende onroerende zaak zal
                                    plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een exploitant, in een gebied waarvoor een
                                    kostenverhaalbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is opgenomen,
                                    niet bereid is tot het aangaan van de in artikel 7 genoemde
                                    overeenkomst, maken burgemeester en wethouders aan exploitant
                                    bekend dat het kostenverhaal kan plaatsvinden door middel van
                                    een baatbelasting, zulks overeenkomstig de bepalingen als
                                    opgenomen in het kostenverhaalbesluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Relatie andere overeenkomsten</titel></kop><al>Indien van gemeentewege een overeenkomst wordt aangegaan die naast
                                het kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van
                                het in exploitatie brengen van gronden nog andere elementen bevat,
                                dan vindt de vaststelling van de via een dergelijke overeenkomst
                                totstandgekomen exploitatiebijdrage in de kosten van voorzieningen
                                van openbaar nut plaats op basis van het gestelde in deze
                                verordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V:</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                    datum van inwerkingtreding van deze verordening met het treffen
                                    van voorzieningen van openbaar nut is aangevangen, deze
                                    voorzieningen niet geheel zijn voltooid en waarvoor geen
                                    kostenverhaalbesluit of afzonderlijke kostenbegroting is
                                    vastgesteld, vinden de bepalingen van deze verordening voor dat
                                    exploitatiegebied, voorzover nodig, op een aan die situatie
                                    aangepaste wijze toepassing. In elk geval geldt daarbij dat,
                                    indien binnen dat exploitatiegebied wordt gekomen tot een
                                    exploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7, de
                                    vaststelling van de daarin op te nemen financiële bijdrage
                                    geschiedt op basis van een door de gemeenteraad vast te stellen
                                    kostenbegroting zoals bedoeld in artikel 5. Het besluit tot
                                    vaststelling van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt
                                    overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                    datum van inwerkingtreding van deze verordening een
                                    kostenverhaalbesluit of afzonderlijke kostenbegroting is
                                    vastgesteld, blijft de ‘Exploitatieverordening Winsum 2003’ van
                                    toepassing tot twee jaren nadat de ten behoeve van dat
                                    exploitatiegebied getroffen en/of te treffen voorzieningen van
                                    openbaar nut geheel zijn voltooid met dien verstande dat,
                                    voorzover van belang in afwijking van de Exploitatieverordening
                                    Winsum 2003, het aangaan van overeenkomsten geschiedt door
                                    burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten aanzien van een voor de datum van inwerkingtreding van deze
                                    verordening ontvangen aanvraag tot het verlenen van medewerking
                                    aan het in exploitatie brengen van gronden, waarop voor de datum
                                    van inwerkingtreding van deze verordening niet is beslist,
                                    blijft de ‘Exploitatieverordening Winsum 2003’ van toepassing
                                    tot op de aanvraag is beslist, met dien verstande dat, indien
                                    tot het treffen van voorzieningen van openbaar nut wordt
                                    besloten, laatstgenoemde verordening van toepassing blijft tot
                                    twee jaren nadat de te treffen voorzieningen van openbaar nut
                                    geheel zijn voltooid en, voorzover van belang in afwijking van
                                    de Exploitatieverordening Winsum 2003, het aangaan van
                                    overeenkomsten geschiedt door burgemeester en wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand
                                    volgende op die waarin de bekendmaking ingevolge artikel 139 van
                                    de Gemeentewet heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op hetzelfde tijdstip vervalt de ‘Exploitatieverordening
                                    gemeente Winsum’ zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 11
                                    december 2001, met dien verstande dat zij van toepassing blijft
                                    voor de gevallen zoals bedoeld in artikel 13, tweede en derde
                                    lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Exploitatieverordening
                                Winsum 2003’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Winsum in zijn
                        openbare vergadering van 26 augustus 2003</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>voorzitter,</ondertekening><ondertekening>griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting op de Exploitatieverordening Winsum 2003</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Steeds meer wordt de gemeente geconfronteerd met het niet-volledig uit kunnen
                    voeren van actieve grondpolitiek. Dit houdt in dat naast de door de gemeente te
                    verwerven gronden, die vervolgens bouwrijp worden gemaakt en ten slotte worden
                    uitgegeven, steeds meer
                        <onderstreept>partic</onderstreept><onderstreept>u</onderstreept><onderstreept>liere</onderstreept>
                    initiatieven tot grondexploitatie ontstaan.</al><al>In dergelijke situaties, waarbij zowel gemeentelijke als particuliere
                    grondexploitatie plaatsvindt, is de gemeente verantwoordelijk voor de aanleg van
                    de benodigde infrastructurele werken zoals wegen, straten, riolering,
                    enzovoort.</al><al>Door middel van de actieve grondpolitiek worden deze kosten doorberekend aan de
                    netto uitgeefbare bouwterreinen. In geval van particuliere grondexploitatie is
                    een dergelijke doorberekening niet mogelijk, simpelweg vanwege het feit dat de
                    grond niet in eigendom is van de gemeente.</al><al>Toch is het uit een oogpunt van gelijkheid en rechtszekerheid rechtvaardig dat
                    ook particuliere grondexploitanten een (financiële) bijdrage leveren in de
                    kosten van de eerdergenoemde voorzieningen. Deze bijdrage wordt dan bepaald op
                    basis van de baat die deze (bouw)gronden hebben bij de aanleg van genoemde
                    werken.</al><al>In artikel 42 WRO is bepaald dat de gemeenteraad een verordening behoort vast te
                    stellen die de <cursief>voorwaarden</cursief> bevat waaronder de gemeente
                    medewerking verleent aan het in exploitatie brengen van gronden. Deze
                    verordening wordt “Exploitatieverordening” genoemd.</al><al>De verordening is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:</al><al>a.Voorafgaande aan de realisatie van een bestemmingsplan moet duidelijkheid
                    ontstaan omtrent de risico’s die zijn verbonden aan het niet-volledig kunnen
                    verwerven van de desbetreffende gronden. Aan de hand van deze risico’s zal door
                    middel van een raadsbesluit moeten worden vastgesteld of, en zo ja op welke
                    wijze kostenverhaal zal plaatsvinden. Op deze wijze ontstaat vooraf
                    duidelijkheid voor alle betrokkenen.</al><al>Deze werkwijze sluit aan bij de op 26 juli 1991 in werking getreden wijziging
                    van de gemeentewet-oud, i.c. de wijziging van de bouwgrond- en baatbelasting
                    (Stb. 394). In deze wet wordt het nemen van een bekostigingsbesluit
                        <cursief>voordat</cursief> wordt aangevangen met de voorzieningen van
                    openbaar nut, verplicht gesteld. Deze verplichting is eveneens van toepassing op
                    de baat- en bouwgrondbelasting zoals opgenomen in de artikelen 221
                    respectievelijk 222 van de Gemeentewet zoals deze gold tot 1 januari 1995. Ten
                    slotte is de vaststelling van een bekostigingsbesluit ook van toepassing op de
                    baatbelasting (nieuwe stijl), die in de Gemeentewet is opgenomen ter vervanging
                    van de voorheen geldende baat- en bouwgrondbelasting (zie artikel 222 van de
                    Gemeentewet zoals dat luidt per 1 januari 1995). Het opnemen van een
                    kostenverhaalbesluit in de exploitatieverordening verduidelijkt dan ook de
                    samenhang tussen het kostenverhaal via exploitatieovereenkomst enerzijds en het
                    verhaal op basis van een baatbelasting anderzijds.</al><lijst><li nr="b."><al>Op basis van het onder a. genoemde uitgangspunt wordt de wijze van
                            toerekening van baat via de methoden van exploitatieovereenkomst en
                            baatbelasting zo veel mogelijk op elkaar afgestemd. Dit betekent, dat de
                            in de exploitatieverordening opgenomen systematiek van baattoerekening
                            is aangepast en gerelateerd aan de fiscale verhaalsmethode.</al></li><li nr="c."><al>Het onder a. genoemde uitgangspunt brengt met zich mee dat de
                            exploitatieovereenkomst zowel op initiatief van de gemeente als op basis
                            van een verzoek van exploitant kan worden aangegaan.</al></li></lijst><al>Gelet op de thans opgenomen werkwijze zal een aanvraag tot het sluiten van een
                    exploitatieovereenkomst in de regel alleen nog voorkomen in situaties waarbij
                    incidentele voorzieningen moeten worden getroffen, vaak speciaal ten behoeve van
                    exploitant. In de meeste overige gevallen zal immers steeds sprake zijn van de
                    werking van een kostenverhaalbesluit.</al><al>d.De opsomming van de verschillende voorzieningen van openbaar nut is uitgebreid
                    met die werken die als gevolg van onder meer de milieuwetgeving noodzakelijk
                    zijn voor de uitvoering van een bestemmingsplan.</al><al>Tot slot wordt opgemerkt dat de verordening is aangepast aan de gevolgen van de
                    invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur per 7 maart 2002.</al><al>Hieronder volgt een artikelsgewijze toelichting.</al><tussenkop>Afdeling I: Algemene bepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepalingen</tussenkop><al>De exploitatieverordening is van toepassing indien medewerking wordt verleend
                    aan het in exploitatie brengen van gronden. Hieronder wordt verstaan: het van
                    gemeentewege treffen van voorzieningen van openbaar nut, waardoor een onroerende
                    zaak wordt gebaat.</al><al>Met deze definitie wordt aangesloten bij de definitie van de baatbelasting. Dit
                    betekent, dat ook in gevallen waarbij voorzieningen worden getroffen waardoor
                    een reeds bebouwde onroerende zaak wordt gebaat, het sluiten van een
                    exploitatieovereenkomst mogelijk is.</al><tussenkop>Artikel 2. Voorzieningen van openbaar nut</tussenkop><al>In de omschrijving van de voorzieningen van openbaar nut is, gelet op de
                    vigerende jurisprudentie, de aanleg van rioolwaterzuiveringsinstallaties niet
                    opgenomen. Dergelijke inrichtingen worden – vanwege het doel van deze werken –
                    niet gerekend tot die werken welke nodig zijn voor het in
                        <cursief>exploitatie</cursief> brengen van gronden.</al><al>Als voorzieningen van openbaar nut worden verder aangemerkt het uitvoeren van
                    bodemonderzoek en -sanering, voorzover dit betrekking heeft op de ondergrond van
                    voorzieningen van openbaar nut en voorzover de daarmee verband houdende kosten
                    niet op een andere wijze kunnen worden verhaald. Hierbij moet met name worden
                    gedacht aan het verhaal van kosten bodemsanering, zoals onder meer is bepaald in
                    de Wet bodembescherming.</al><al>Ingeval kostenverhaal op derden echter niet (geheel) mogelijk is, is het
                    redelijk om de ten laste van de gemeente blijvende nettokosten te verhalen via
                    een gemeentelijke en particuliere grondexploitatie.</al><al>Dit geldt ook voor de maatregelen die op basis van de vigerende milieuwetgeving
                    nodig zijn voor de realisatie van bestemmingsplannen. Gedacht moet worden aan
                    het treffen van geluidwerende voorzieningen, maar ook aan het verwijderen van
                    bedrijvigheid die stankoverlast of andersoortige hinder veroorzaakt.</al><al>Ten slotte is aangegeven dat ook werken die als zogenaamde bovenwijkse
                    voorzieningen worden beschouwd, kunnen worden aangemerkt als voorzieningen van
                    openbaar nut, voorzover deze werken direct dan wel indirect baat opleveren voor
                    de in het exploitatiegebied liggende onroerende zaken.</al><al>De kosten van bovenwijkse voorzieningen worden in de regel via een fondsopslag
                    in de kostprijs verwerkt. Het is daarbij van belang dat een dergelijke omslag
                    van kosten steeds op een juiste wijze beleidsmatig wordt onderbouwd. Dit kan
                    bijvoorbeeld, indien de gemeente beschikt over een structuurplan, reeds
                    geschieden bij de vaststelling van het structuurplan. De beleidsmatige
                    onderbouwing kan echter zonder bezwaren tevens plaatsvinden op basis van een
                    beleidsnota, waarin de toerekening van de kosten van bovenwijkse voorzieningen
                    over de diverse toekomstige en eventuele bestaande bestemmingsplannen wordt
                    onderbouwd.</al><tussenkop>Afdeling II: Exploitatie op initiatief van de gemeente</tussenkop><tussenkop>Artikel 3. Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut</tussenkop><al>Hoewel het sluiten van een exploitatieovereenkomst nimmer zal kunnen en mogen
                    worden afgedwongen, wordt in dit artikel bepaald dat de eerdergenoemde
                    voorzieningen van openbaar nut alleen door of met medewerking van de gemeente
                    kunnen worden aangelegd. Het primaat met betrekking tot de aanleg van
                    voorzieningen van openbaar nut ligt dus bij de gemeente.</al><al>In sommige gevallen zal een particuliere exploitant in staat en bereid kunnen
                    zijn tot het <cursief>zelf</cursief><cursief>standig</cursief> treffen van
                    dergelijke voorzieningen van openbaar nut op de gronden die in eigendom zijn van
                    de exploitant.</al><al>Aangezien het daarbij steeds gaat om <cursief>openbare</cursief> voorzieningen,
                    zal deze particuliere uitvoering alleen dan mogelijk zijn, indien garanties
                    aanwezig zijn voor met name de kwaliteit van de uitvoering. De door de gemeente
                    te stellen kwaliteitseisen zullen overeen moeten komen met die eisen die zij
                    zichzelf steeds stelt bij de aanleg van dergelijke voorzieningen. Wel zijn
                    garanties nodig in de vorm van tijdige uitvoering, kwaliteitseisen,
                    garantieregeling in geval van wanprestatie, overdracht van voorzieningen van
                    openbaar nut aan gemeente, enzovoort. Dergelijke aanvullende eisen zijn
                    opgenomen in artikel 7, vierde lid van deze verordening.</al><al> De uitvoering van openbare voorzieningen door de exploitant zal niet betekenen
                    dat geen financiële bijdrage aan de gemeente is verschuldigd. Ook indien wordt
                    gekomen tot het zelf uitvoeren van bepaalde werken, is het redelijk dat alsnog
                    een financiële bijdrage wordt verleend in de kosten van onder meer
                    planvoorbereiding, ambtelijk apparaat, bovenwijkse voorzieningen alsmede in de
                    (extra) kosten van voorbereiding en toezicht. In het derde lid van dit artikel
                    alsmede in artikel 8, derde lid is hiervoor een regeling opgenomen.</al><tussenkop>Artikel 4. Vaststelling kostenverhaalbesluit</tussenkop><al>Kostenverhaal bij bouwgrondexploitatie is in de meeste gevallen aan de orde bij
                    de voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan. In de meeste gevallen gaat de
                    gemeente ervan uit alle gronden in een dergelijk plan te zullen verwerven. Deze
                    gronden zullen vervolgens bouwrijp worden gemaakt en worden uitgegeven.</al><al>Steeds meer wordt, <cursief>vaak pas lopende de realisatie van een
                        bestemmingsplan</cursief>, duidelijk dat niet alle gronden in eigendom
                    zullen kunnen worden verkregen.</al><al>Ter voorkoming van problemen met betrekking tot het kunnen uitvoeren van
                    kostenverhaal (bijvoorbeeld voorzieningen zijn reeds twee jaar geleden
                    getroffen) en in het belang van de rechtszekerheid is de bepaling opgenomen dat
                    voordat met de uitvoering van werken wordt begonnen, door de gemeenteraad wordt
                    bepaald volgens welke strategie de te maken kosten worden verhaald.</al><al>Daarbij wordt via een kostenbegroting aangegeven welke voorzieningen worden
                    getroffen en wat de omvang zal zijn van het gebied dat door deze voorzieningen
                    zal worden gebaat. In sommige gevallen kan dit baatgebied afwijken van het
                    gebied zoals dat is bepaald via de gangbare exploitatieopzet.</al><al>Belangrijk bij het nemen van een kostenverhaalbesluit is de
                        <cursief>strategie</cursief> die toegepast zal gaan worden bij het verhaal
                    van kosten. Uitgangspunt zal daarbij blijven dat de gemeente de voorkeur
                    uitspreekt voor het zelf aankopen en vervolgens uitgeven van deze gronden. Mocht
                    dit niet lukken, dan zullen de particuliere exploitanten in eerste instantie een
                    exploitatieovereenkomst voorgelegd krijgen, waarmee op basis van
                    wilsovereenstemming tot kostenverhaal kan worden gekomen.</al><al>Mocht men hiertoe niet bereid zijn, dan zal in het besluit worden aangegeven dat
                    aanvullend kostenverhaal via baatbelasting kan plaatsvinden. Onder baatbelasting
                    wordt in deze verordening verstaan: de baatbelasting (nieuwe stijl) die ter
                    vervanging van de tot 1 januari 1995 geldende baat- en bouwgrondbelasting in de
                    Gemeentewet is opgenomen (zie artikel 222 van de Gemeentewet zoals dat luidt na
                    de inwerkingtreding van de Invoeringswet van de wet materiële
                    belastingbepalingen Gemeentewet (Stb. 1994, 420)). Hiermee zal dan tevens zijn
                    voldaan aan de in artikel 222 Gemeentewet opgenomen verplichting tot het
                    vaststellen van een bekostigingsbesluit.</al><al>Het kostenverhaalbesluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 139
                    Gemeentewet.</al><al> Op grond van het bepaalde in het tweede lid, sub c. maakt de kostenbegroting
                    onderdeel uit van het kostenverhaalbesluit. In de praktijk is het niet in alle
                    gevallen mogelijk de begrotingscijfers ten tijde van de vaststelling van het
                    kostenverhaalbesluit geheel gereed te hebben. Om deze reden is onder c. bepaald
                    dat de kostenbegroting ook later kan worden vastgesteld. In dat geval dient de
                    kostenbegroting nog afzonderlijk te worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel
                    139 van de Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 5. De kostenbegroting</tussenkop><al>In de kostenbegroting zijn opgenomen de kosten en opbrengsten verband houdende
                    met het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden.
                    Benadrukt is dat er een directe relatie aanwezig dient te zijn tussen de
                    verschillende kosten- en opbrengstelementen en het exploitatiegebied. Gezien de
                    diversiteit van de werken en werkzaamheden is het niet mogelijk een limitatieve
                    opsomming van de met de medewerking verband houdende kosten te geven. Dit zal
                    van geval tot geval kunnen verschillen. De wijze van toerekening zal
                    plaatsvinden op basis van de baat die alle in het exploitatiegebied opgenomen
                    onroerende zaken zullen hebben van de te treffen voorzieningen van openbaar nut.
                    Dit geldt derhalve zowel voor de gronden die bestemd zijn voor gemeentelijke
                    gronduitgifte, als de gronden die bestemd zijn voor particuliere exploitatie. De
                    mate van baat kan daarbij onderling variëren als gevolg van verschillen in
                    ligging, bestemming en <cursief>objectieve</cursief> gebruiksmogelijkheid van de
                    desbetreffende onroerende zaak. Het uitgangspunt bij de opstelling van de
                    kostenbegroting zal steeds zijn dat het <cursief>totale</cursief> gebied door de
                    gemeente in exploitatie zal worden gebracht. Hiermee wordt de afstemming bereikt
                    met de uitgangspunten die zijn neergelegd in de gemeentelijke
                    exploitatieopzet.</al><al>Opgemerkt wordt dat de in artikel 5 opgenomen eisen gelden voor zowel een
                    kostenbegroting behorende bij een kostenverhaalbesluit, als een begroting die
                    naar aanleiding van een aanvraag om medewerking (gebaseerd op afdeling III van
                    de Exploitatieverordening) wordt vastgesteld.</al><al>Uitgangspunt voor de opstelling van de kostenbegroting is dat de inbrengwaarde
                    van alle gebate onroerende zaken en de gronden bestemd voor de aanleg van
                    voorzieningen van openbaar nut, in de kostenbegroting wordt opgenomen. Deze
                    inbrengwaarde kan daarmee ook betrekking hebben op onroerende zaken die wel door
                    de voorzieningen gebaat worden maar niet als gevolg van die voorzieningen
                    geschikt worden voor bebouwing. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan
                    bestaande te handhaven bebouwing binnen een exploitatiegebied.</al><al>Op grond van het gestelde in het vierde lid wordt bereikt dat de inbrengwaarde
                    van deze gronden niet in de kostenbegroting behoeft te worden opgenomen.</al><al>De aanduiding “geschikt worden voor bebouwing” is afkomstig van de tot 1 januari
                    1995 geldende bouwgrondbelasting en maakte onderdeel uit van de drie voor deze
                    belastingen bestaande rechtsgronden (nl. het geschikt worden voor bebouwing, het
                    beter geschikt worden voor bebouwing alsmede het in een voordeligere positie
                    komen te verkeren van onroerende zaken als gevolg van de te treffen
                    voorzieningen).</al><al>Naast de toepassing in de grondexploitatie is de Exploitatieverordening eveneens
                    van toepassing op het verhaal van kosten van baatopleverende voorzieningen die
                    geen onderdeel uitmaken van de grondexploitatie. Hierbij kan het bijvoorbeeld
                    gaan om de herinrichting van centrumgebieden of de aanleg van riolering in het
                    buitengebied. In het vijfde lid is bepaald dat de inbrengwaarde van de gebate
                    objecten niet in de kostenbegroting behoeft te worden opgenomen, indien de te
                    treffen voorzieningen in hoofdzaak niet gericht zijn op het geschikt maken voor
                    bebouwing van onroerende zaken. Wel is het mogelijk de inbrengwaarde van de tot
                    voorzieningen van openbaar nut bestemde gronden in de begroting op te
                    nemen.</al><al>De toepassing van het vierde en vijfde lid kan met zich meebrengen dat de in de
                    beide artikelleden beschreven situaties zich gelijktijdig kunnen voordoen. Dit
                    zal het geval zijn, indien er sprake is van bijvoorbeeld de aanleg van niet tot
                    de grondexploitatie behorende voorzieningen voor onder meer bestaande
                    bebouwing.</al><tussenkop>Artikel 6. Grondslag voor toerekening baat</tussenkop><al>Om de aansluiting te verkrijgen met de systematiek van vaststelling van de
                    kostprijs bij gronduitgifte is gekozen voor de rekeneenheid van de vierkante
                    meter grondoppervlakte van de gebate onroerende zaken (zowel bebouwd als
                    onbebouwd). Met toepassing van liggings-, bestemmings- en gebruiksfactoren is
                    het mogelijk in nagenoeg alle gevallen te komen tot een verantwoorde baatomslag
                    ter bepaling van de omvang van de exploitatiebijdrage.</al><al>Ingeval de grondoppervlaktemethode in bepaalde gevallen niet tegemoetkomt aan de
                    aanwezige baatverschillen, biedt de verordening de mogelijkheid tot vaststelling
                    van een afwijkende grondslag. Omdat de omslagmethode onderdeel uitmaakt van de
                    kostenbegroting, dient ook een afwijkende grondslag in de begroting te worden
                    vermeld.</al><tussenkop>Artikel 7. Inhoud exploitatieovereenkomst</tussenkop><al>In dit artikel wordt ervan uitgegaan dat, in navolging van het reeds genomen
                    kostenverhaalbesluit, het sluiten van een exploitatieovereenkomst als eerste en
                    centrale methode van kostenverhaal is aan te merken.</al><al>Benadruk wordt dat het sluiten van een exploitatieovereenkomst – evenals iedere
                    andere overeenkomst – is gebaseerd op wilsovereenstemming. Dit betekent, dat een
                    exploitant niet kan worden verplicht tot het sluiten van een
                    exploitatieovereenkomst. De bevoegdheid tot het aangaan van een
                    exploitatieovereenkomst ligt, ingevolge artikel 160, eerste lid onder e van de
                    (herziene) Gemeentewet, bij burgemeester en wethouders. In dit kader wordt
                    voorts verwezen naar artikel 169, vierde lid van de (herziene) Gemeentewet:
                    burgemeester en wethouders dienen de raad vooraf in te lichten over de
                    uitoefening van de bevoegdheid tot het aangaan van een overeenkomst, in het
                    geval de raad daarom verzoekt of indien het aangaan van die overeenkomst
                    ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In dit laatste geval nemen
                    burgemeester en wethouders geen besluit dan nadat de raad zijn wensen en
                    bedenkingen terzake aan burgemeester en wethouders ter kennis heeft kunnen
                    brengen.</al><al>Hoewel de kostenbegroting later kan worden vastgesteld, dient in alle gevallen
                    de in een overeenkomst opgenomen exploitatiebijdrage te worden vastgesteld op
                    basis van de kostenbegroting. Om deze reden is in artikel 7, tweede lid bepaald
                    dat burgemeester en wethouders pas kunnen besluiten tot het aangaan van een
                    exploitatieovereenkomst, nadat de desbetreffende kostenbegroting is vastgesteld.
                    De vaststelling van de kostenbegroting geschiedt, als onderdeel van het
                    kostenverhaalbesluit, door de gemeenteraad.</al><al>Gezien het bepaalde in artikel 10, eerste lid van de Exploitatieverordening
                    geldt deze voorwaarde ook ingeval de overeenkomst totstandkomt op basis van een
                    aanvraag, met dien verstande dat ingeval er sprake is van een aanvraag, de
                    kostenbegroting dan wordt vastgesteld door burgemeester en wethouders.</al><al>Indien wordt overgegaan tot het sluiten van een exploitatieovereenkomst, bevat
                    artikel 7 een aantal voorwaarden waaraan deze overeenkomst in alle gevallen moet
                    voldoen. Naast de vaststelling van een financiële bijdrage is in voorkomende
                    gevallen de bepaling opgenomen dat gronden die bestemd zijn als ondergrond voor
                    voorzieningen van openbaar nut, via deze overeenkomst worden afgestaan aan de
                    gemeente. In de situatie dat er sprake is van een overdracht van gronden, is in
                    het eerste lid de bepaling opgenomen dat van de overeenkomst een notariële akte
                    wordt opgemaakt.</al><al>In het vierde lid zijn aanvullende bepalingen opgenomen, die kunnen worden
                    toegepast indien de werken geheel of gedeeltelijk worden uitgevoerd door de
                    particuliere exploitant.</al><tussenkop>Artikel 8. Vaststelling exploitatiebijdrage</tussenkop><al>Essentieel bij de vaststelling van de financiële bijdrage is het feit dat
                    overeenkomstig artikel 5, tweede lid de kostentoerekening is opgesteld, met het
                    uitgangspunt dat het totale exploitatiegebied door de gemeente in zijn geheel in
                    exploitatie zal worden gebracht.</al><al>Dit betekent, dat in de kostenbegroting gerekend wordt met een
                        <cursief>gemiddelde</cursief> prijs van de inbrengwaarde van alle gronden
                    (ook die van de particuliere eigenaren). Op deze wijze komt een gemiddelde
                    kostprijs tot stand, die daarna – waar nodig – zal worden gecorrigeerd voor
                    verschillen in ligging, enzovoort.</al><al>Het zal duidelijk zijn dat de particuliere exploitant op deze prijs de waarde
                    van de hem toebehorende gronden (zowel ten behoeve van de exploitatie als ten
                    behoeve van de aanleg van voorzieningen van openbaar nut) in mindering zal mogen
                    brengen. Omdat deze vermindering kan afwijken van de eerdergenoemde gemiddelde
                    grondinbrengprijs, is een regeling nodig voor bindende vaststelling van deze
                    inbrengwaarde.</al><al>In het derde lid is bepaald op welke wijze de financiële bijdrage wordt
                    vastgesteld, indien de exploitant overgaat tot het geheel of gedeeltelijk zelf
                    uitvoeren van voorzieningen van openbaar nut. In een dergelijke situatie blijft
                    de financiële bijdrage in de regel beperkt tot de kosten die de gemeente maakt
                    of zal maken in verband met de planuitvoering, -voorbereiding, -beheer en
                    -toezicht, maar ook met betrekking tot voorzieningen die voor het totale plan
                    gelden dan wel een bovenwijks karakter hebben. </al><al> De omslag van deze voor rekening van de gemeente blijvende kosten vindt plaats
                    overeenkomstig de in artikel 5 en 6 beschreven methode, onder verrekening van de
                    inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak van exploitant behorende gronden.
                    Daarnaast vindt een vermindering plaats van de daarin opgenomen kosten voor
                    voorzieningen, voorzover deze voorzieningen door de exploitant worden
                    gerealiseerd.</al><al>Als gevolg van de het bepaalde in artikel 5, vierde en vijfde lid dient de wijze
                    van berekening van de exploitatiebijdrage in die situaties dienovereenkomstig te
                    worden aangepast. Aan artikel 8 is een vierde lid toegevoegd, waarin is bepaald
                    dat, indien de in artikel 5, vierde en/of vijfde lid beschreven situatie
                    toepassing heeft verkregen, de wijze van berekening van de bijdrage wordt
                    gehandhaafd, met dien verstande dat de correctie van de inbrengwaarde is beperkt
                    tot de gronden die zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen en door de
                    exploitant aan de gemeente in eigendom worden afgestaan.</al><tussenkop>Afdeling III: Exploitatie op verzoek van exploitant</tussenkop><tussenkop>Artikel 9. De aanvraag</tussenkop><al>Naast het door de gemeente zelf treffen van voorzieningen van openbaar nut kan
                    het voorkomen dat een particuliere exploitant de gemeente verzoekt tot het
                    treffen van voorzieningen. Vaak zullen dit dan incidentele op zichzelf staande
                    voorzieningen zijn, die specifiek betrekking hebben op de onroerende zaak van
                    een of enkele exploitanten.</al><al>Gedacht moet hierbij bijvoorbeeld worden aan de situatie waarin een bedrijf de
                    gemeente verzoekt op basis van artikel 19 WRO mee te werken aan de uitbreiding
                    van de winkelruimte door middel van een wijziging van een bestemmingsplan. In
                    dergelijke gevallen kan het voorkomen dat van gemeentewege wordt gewezen op de
                    noodzaak van uitbreiding van parkeergelegenheid en bijvoorbeeld de aanleg van
                    een in- en uitvoegstrook vanaf de openbare weg. Dergelijke voorzieningen kunnen
                    onder de werking van afdeling III van deze verordening worden gebracht.</al><al>Als gevolg van de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur (Stb. 2002,
                    111) berust de bevoegdheid tot het aangaan van overeenkomsten bij burgemeester
                    en wethouders. Om die reden is dan ook bepaald dat aanvragen om medewerking
                    dienen te worden gericht aan burgemeester en wethouders, alsmede dat door
                    burgemeester en wethouders op de aanvraag wordt beslist.</al><al>In het derde lid van dit artikel is de bepaling opgenomen dat, indien een
                    aanvraag voor een bouwvergunning (eventueel gecombineerd met een verzoek om
                    vrijstelling ex artikel 19 WRO) wordt ingediend waarbij in geval van verlenen
                    van een vrijstelling c.q. bouwvergunning van gemeentewege voorzieningen van
                    openbaar nut moeten worden uitgevoerd, dit <cursief>voordat over de bouwaanvraag
                        wordt beslist</cursief>, aan de aanvrager bekend wordt gemaakt.</al><al> De exploitant (aanvrager) zal daarbij tevens een afschrift ontvangen van de
                    door burgemeester en wethouders vast te stellen kostenbegroting en de daarmee
                    verband houdende aanduiding van het exploitatiegebied. De bekendmakingseis zoals
                    opgenomen in artikel 139 Gemeentewet is in dit kader, nu er geen sprake is van
                    een kostenverhaalbesluit, niet van toepassing.</al><al>Aan de hand van deze gegevens is aanvrager in staat voorafgaand aan de
                    beslissing over de bouwaanvraag een financiële afweging te maken van de aan deze
                    exploitatie verbonden kosten. De aanvrager wordt op dat moment in staat gesteld
                    alsnog een aanvraag in te dienen tot het aangaan van een
                    exploitatieovereenkomst.</al><tussenkop>Artikel 10. Beslissing op de aanvraag</tussenkop><al>Aangegeven is dat de medewerking tot het treffen van voorzieningen alleen kan
                    worden verleend door middel van het sluiten van een overeenkomst op basis van
                    artikel 7 van de verordening. Als gevolg van de invoering van de Wet dualisering
                    gemeentebestuur berust de bevoegdheid tot het aangaan van overeenkomsten bij
                    burgemeester en wethouders.</al><al>In het eerste lid is bepaald dat een overeenkomst eerst kan worden aangegaan,
                    nadat burgemeester en wethouders een kostenbegroting en de aanduiding van het
                    exploitatiegebied hebben vastgesteld. De vastgestelde kostenbegroting en
                    aanduiding van het exploitatiegebied worden aan de exploitant
                    bekendgemaakt.</al><al>Omdat er geen sprake is van een kostenverhaalbesluit, is de bekendmakingseis
                    zoals opgenomen in artikel 139 Gemeentewet, niet van toepassing.</al><al>De kostenbegroting kan derhalve onderdeel uitmaken van een kostenverhaalbesluit,
                    in welk geval de vaststelling van die begroting geschiedt door de gemeenteraad.
                    Indien er sprake is van een aanvraag (in welke situatie dus geen
                    kostenverhaalbesluit is genomen), geschiedt de vaststelling van de
                    kostenbegroting en de aanduiding van het exploitatiegebied door burgemeester en
                    wethouders.</al><al>Daarnaast is een viertal facultatieve gronden opgenomen, waaronder de
                    medewerking kan worden geweigerd. Tevens is een mogelijkheid tot aanhouding van
                    de aanvraag opgenomen in gevallen waarin de procedure van de
                    vaststelling/goedkeuring van een onderliggend bestemmingsplan nog niet is
                    afgerond.</al><al>Ten slotte is de bepaling opgenomen dat, ingeval een aanvraag is ontvangen voor
                    een gebied waarvoor reeds een kostenverhaalbesluit is genomen door de
                    gemeenteraad, laatstgenoemd besluit aan de exploitant bekend wordt gemaakt.</al><al>Deze bekendmaking zal mede inhouden, dat de gemeenteraad reeds eerder heeft
                    aangegeven dat de onderhavige onroerende zaak wordt gebaat door het treffen van
                    voorzieningen van openbaar nut en het om die reden gerechtvaardigd is
                    dienaangaande kostenverhaal toe te passen. Derhalve zou ook zonder het insturen
                    van een aanvraag de gemeente reeds op eigen initiatief zijn gekomen met een
                    exploitatieovereenkomst.</al><al>Een en ander betekent, dat de reeds voorgenomen aanbieding van een
                    ontwerp-exploitatieovereenkomst direct kan plaatsvinden, gebaseerd op de
                    kostenbegroting behorende bij het vastgestelde kostenverhaalbesluit.</al><tussenkop>Afdeling IV: Relatie gronduitgifte en andere
                    kostenverhaalinstrumenten</tussenkop><tussenkop>Artikel 11. Relatie baatbelasting</tussenkop><al>In het eerste lid wordt uit een oogpunt van rechtszekerheid aangegeven, dat in
                    een te sluiten exploitatieovereenkomst de bepaling wordt opgenomen dat met
                    betrekking tot de uitvoering van die werken geen aanvullend fiscaal verhaal zal
                    plaatsvinden. Een dergelijke bepaling is niet in strijd met de Grondwet (i.c.
                    privilegeverbod bij belastingen), omdat de wijze van toerekening via
                    exploitatieovereenkomst overeenstemt met de wijze van toerekening bij een
                    eventueel toe te passen fiscaal verhaal.</al><al>Aan de andere kant is het uit een oogpunt van rechtszekerheid gewenst dat,
                    indien een exploitant niet bereid is tot het aangaan van een
                    exploitatieovereenkomst, hem wordt meegedeeld dat overeenkomstig het eerder
                    genomen kostenverhaalbesluit de gemeenteraad kan overgaan tot het instellen van
                    een baatbelasting.</al><tussenkop>Artikel 12. Relatie andere overeenkomsten</tussenkop><al>Steeds meer komt het voor dat door de gemeente overeenkomsten worden gesloten
                    met meerdere marktpartijen tot samenwerking in een bepaald project. We spreken
                    dan van een publiek-private samenwerking (PPS).</al><al>Dergelijke overeenkomsten omvatten naast elementen van kostenverhaal van
                    voorzieningen van openbaar nut vaak nog totaal andere elementen. Ter voorkoming
                    van onnodig complexe contracten worden deze elementen vaak alle tezamen in één
                    overeenkomst opgenomen.</al><al>In dit artikel is bepaald dat het sluiten van dergelijke overeenkomsten geen
                    bezwaar behoeft op te leveren, mits de vaststelling van de door exploitant
                    verschuldigde exploitatiebijdrage maar geschiedt op basis van het gestelde in
                    deze exploitatieverordening.</al><tussenkop>Afdeling V: Overgangs- en slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 13. Overgangsbepalingen</tussenkop><al>De overgangsbepaling in het eerste lid is bedoeld voor die situaties waarbij op
                    het moment van inwerkingtreding van de exploitatieverordening reeds een aanvang
                    is gemaakt met de uitvoering van voorzieningen van openbaar nut. Artikel 4 gaat
                    ervan uit dat het nemen van een kostenverhaalbesluit moet plaatsvinden
                        <cursief>voordat</cursief> met de aanleg van voorzieningen van openbaar nut
                    wordt aangevangen.</al><al>Bepaald is dat de verordening ook van toepassing is in exploitatiegebieden
                    waarin op de datum van inwerkingtreding de te treffen voorzieningen van openbaar
                    nut niet zijn voltooid, en voor welke gebieden geen kostenverhaalbesluit zoals
                    bedoeld in artikel 4 is genomen. Hetzelfde geldt voor exploitatiegebieden
                    waarvoor geen kostenverhaalbesluit maar, indien de voorheen geldende
                    exploitatieverordening daarin voorzag, een afzonderlijke kostenbegroting (op
                    grond van het in de voorheen geldende verordening opgenomen overgangsrecht) is
                    vastgesteld.</al><al>De toepassing van de bepaling in het eerste lid zal bijvoorbeeld aan de orde
                    zijn in exploitatiegebieden waarvoor vóór de datum van inwerkingtreding van de
                    verordening een bekostigingsbesluit (zoals bedoeld in artikel 222 van de
                    Gemeentewet) ten behoeve van een mogelijk in te stellen baatbelasting is
                    vastgesteld.</al><al>Daarnaast voorziet de bepaling in het eerste lid erin dat de verordening ook kan
                    worden toegepast voor in uitvoering zijnde exploitatiegebieden waarvoor ten
                    tijde van de inwerkingtreding van de verordening niet reeds een
                    bekostigingsbesluit was vastgesteld.</al><al>Om in dergelijke situaties (bij het ontbreken van een kostenverhaalbesluit of
                    afzonderlijke kostenbegroting) toch te kunnen komen tot het aangaan van een
                    exploitatieovereenkomst, is bepaald dat de regels van deze verordening op een zo
                    veel mogelijk aan deze afwijking aangepaste wijze van toepassing zijn. Hierbij
                    geldt in ieder geval, dat de hoogte van de in de overeenkomst op te nemen
                    bijdrage wordt bepaald op basis van een door de gemeenteraad vast te stellen
                    kostenbegroting die voldoet aan de in artikel 5 gestelde eisen. In navolging op
                    het gestelde in artikel 4, eerste lid dient ook de vast te stellen
                    kostenbegroting bekend te worden gemaakt overeenkomstig artikel 139
                    Gemeentewet.</al><al>In het tweede lid is bepaald dat de exploitatieverordening zoals deze gold voor
                    de inwerkingtreding van de onderhavige verordening, van toepassing blijft voor
                    exploitatiegebieden waarvoor eerder een kostenverhaalbesluit of, voorzover (het
                    overgangsrecht van) de voorheen geldende verordening daarin voorzag, een
                    afzonderlijke kostenbegroting is vastgesteld.</al><al>Dit heeft tot gevolg dat op basis van dergelijke kostenverhaalbesluiten of
                    afzonderlijke kostenbegrotingen te sluiten overeenkomsten worden gebaseerd op de
                    bepalingen zoals opgenomen in de voorheen geldende exploitatieverordening. De
                    duur van de toepassing is bepaald tot twee jaren nadat de getroffen en/of te
                    treffen voorzieningen van openbaar nut geheel zijn voltooid. Deze termijn komt
                    overeen met de termijn waarbinnen uiterlijk tot een baatbelasting zoals bedoeld
                    in artikel 222 van de Gemeentewet, dient te worden besloten.</al><al>Ten aanzien van voor de datum van inwerkingtreding van de onderhavige
                    exploitatieverordening ontvangen aanvragen tot het verlenen van medewerking aan
                    het in exploitatie brengen van gronden waarop niet voor de inwerkingtreding is
                    beslist, is voor de behandeling van de aanvraag de exploitatieverordening zoals
                    deze gold voor de inwerkingtreding van de onderhavige verordening, van
                    toepassing. De duur van de toepassing is bepaald totdat op de aanvraag is
                    beslist. In het geval de beslissing leidt tot het treffen van voorzieningen, is
                    de duur van de toepassing bepaald tot twee jaren nadat de te treffen
                    voorzieningen geheel zijn voltooid. Ook in dat geval geldt dat een op basis van
                    een zodanige aanvraag te sluiten overeenkomst wordt gebaseerd op de bepalingen
                    zoals opgenomen in de voorheen geldende exploitatieverordening.</al><al>Als gevolg van de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur berust de
                    bevoegdheid tot het aangaan van overeenkomsten bij burgemeester en wethouders.
                    In het tweede en derde lid is dienaangaande bepaald dat, voorzover van belang in
                    afwijking van de voorheen geldende exploitatieverordening, het aangaan van
                    overeenkomsten in alle gevallen is voorbehouden aan burgemeester en
                    wethouders.</al><al>Behoort bij raadsbesluit van 26 augustus 2003</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>