<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR410971_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Besluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van 5 juli 2016, PZH-2016-557229043 (DOS-2015-0007878), inzake het toekennen van mandaat en machtiging aan de directeur van de DCMR Milieudienst Rijnmond (Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor de DCMR Milieudienst Rijnmond juli 2016)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Zuid-Holland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Zuid-Holland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2016-3992.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dProvinciaalblad%26dpr%3dAlle%26spd%3d20160713%26epd%3d20160713%26jgp%3d2016%26nrp%3d3992%26sdt%3dDatumPublicatie%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Provinciaal blad 2016, 3992</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor de DCMR Milieudienst Rijnmond juli 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Afdeling 10.1 van de Algemene wet bestuursrecht; de Gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-07-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-07-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>PZH-2016-557229043 (DOS-2015-0007878)</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Mandaatbesluit</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor de DCMR Milieudienst
                Rijnmond juli 2016 (provinciaal blad 2016, 3992)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Besluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van 5 juli 2016,
                        PZH-2016-557229043 (DOS-2015-0007878), inzake het toekennen van mandaat en
                        machtiging aan de directeur van de DCMR Milieudienst Rijnmond
                        (Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor de DCMR
                        Milieudienst Rijnmond juli 2016) </al><al/><al/><al>Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,</al><al/><al/><al>Gelet op:</al><al>afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;</al><al>de Gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond;</al><al/><al/><al>besluiten:</al><al>vast te stellen het Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland
                        voor de DCMR Milieudienst Rijnmond juli 2016</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Provinciale Staten: Provinciale Staten van Zuid-Holland;</al></li><li nr="b."><al>Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland;</al></li><li nr="c."><al>directeur Omgevingsdienst: directeur van de DCMR Milieudienst
                                Rijnmond;</al></li><li nr="d."><al>secretaris: secretaris van de provincie Zuid-Holland;</al></li><li nr="e."><al>afdelingshoofd: het hoofd van de afdeling Mobiliteit en
                                Milieuvan de provinciale organisatie Zuid-Holland;</al></li><li nr="f."><al>hardheidsclausule: zoals bedoeld in de Beleidsregel Compensatie
                                Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland 2013;</al></li><li nr="g."><al>Omgevingsdienst: DCMR Milieudienst Rijnmond;</al></li><li nr="h."><al>Portefeuillehouder: lid van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland dat
                                zich bezighoudt met het betreffende beleidsterrein;</al></li><li nr="i."><al>RIE: Richtlijn Industriële Emissies;</al></li><li nr="j."><al>Brzo: Besluit risico's zware ongevallen 2015.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Mandaat en ondermandaat</titel></kop><al>1. Aan de directeur Omgevingsdienst wordt mandaat verleend overeenkomstig de
                        bij dit besluit behorende mandaatlijst en de in artikel 5 van dit besluit
                        opgenomen mandaten, op voorwaarde dat het dagelijks bestuur van de
                        Omgevingsdienst, zo nodig met terugwerkende kracht, daarmee instemt.</al><al>2. De directeur Omgevingsdienst kan het hem verleende mandaat eenmaal
                        ondermandateren aan leidinggevenden die onder zijn verantwoordelijkheid
                        vallen, tenzij dat met zoveel woorden ten aanzien van een concreet mandaat
                        in de mandaatlijst is uitgesloten.</al><al>3. Het mandaat houdt zowel een beslissings- als een ondertekeningsmandaat
                        in.</al><al>4. De algemene mandaten zoals omschreven in de mandaatlijst, kunnen
                        uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van besluiten die voortvloeien uit
                        of verband houden met een ander besluit waartoe de directeur van de
                        Omgevingsdienst bevoegd is krachtens dit mandaatbesluit.</al><al>5. Indien ten gevolge van wijziging van wetten alsmede uitvoeringsbesluiten,
                        circulaires, beleidsregels en regelingen uitvoerende werkzaamheden als
                        bedoeld in dit besluit of de bij dit besluit behorende mandaatlijst gaan
                        strekken ter uitvoering van een andere regeling dan ter uitvoering waarvan
                        zij ten tijde van het in werking treden van dit besluit strekten, dan wel
                        indien in deze werkzaamheden ten gevolge van een dergelijke wijziging
                        veranderingen optreden, blijven zij, voor zover hun strekking en omvang door
                        die wijziging niet wezenlijk veranderen, behoren tot de taken zoals genoemd
                        in dit besluit of de bij dit besluit behorende mandaatlijst, die aan de
                        Omgevingsdienst zijn opgedragen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Machtiging</titel></kop><al>1. De directeur Omgevingsdienst, alsmede de functionarissen aan wie
                        overeenkomstig artikel 2, tweede lid, ondermandaat is gegeven, zijn
                        gemachtigd om namens Gedeputeerde Staten aan de gemandateerde bevoegdheden
                        gelieerde feitelijke handelingen te verrichten, zijnde handelingen die geen
                        rechtsgevolg hebben.</al><al>2. Onder het eerste lid wordt mede verstaan het uitoefenen van toezicht op
                        de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen
                        omgevingsrecht, alsmede het bepaalde bij of krachtens de in artikel 5.1 van
                        de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht genoemde wetten, juncto artikel
                        5.2 van die wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Doormandatering aan de directeur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland
                            Zuid</titel></kop><al>1. Indien een mandaat betrekking heeft op besluiten met betrekking tot
                        inrichtingen waarop het Brzo 2015 van toepassing is of waartoe een
                        installatie behoort voor een industriële activiteit in cat. 4 van Bijlage 1
                        van de RIE, kan de directeur Omgevingsdienst het hem verleende mandaat
                        doormandateren aan de directeur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland- Zuid,
                        op voorwaarde dat het dagelijks bestuur van de desbetreffende
                        omgevingsdienst, zo nodig met terugwerkende kracht, daarmee instemt. </al><al>2. Het krachtens het eerste lid aan de directeur van de Omgevingsdienst
                        Zuid-Holland Zuid te verlenen mandaat kan deze directeur eenmaal
                        ondermandateren aan leidinggevenden die onder zijn verantwoordelijkheid
                        vallen, tenzij dat met zoveel woorden ten aanzien van een concreet mandaat
                        in de bij dit besluit behorende mandaatlijst is uitgesloten. </al><al>3. Het krachtens het eerste lid aan de directeur van de Omgevingsdienst
                        Zuid-Holland Zuid te verlenen mandaat geldt voor het geografische gebied van
                        de desbetreffende omgevingsdienst. </al><al>4. Het bepaalde in de artikelen 6 en 7 is onverkort van kracht ten aanzien
                        van mandaten die krachtens het eerste lid door de directeur Omgevingsdienst
                        worden doorgemandateerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Werkingsgebied en omvang mandaat</titel></kop><al>1. Het mandaat geldt voor het geografische gebied van de Omgevingsdienst, te
                        weten het grondgebied van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle,
                        Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den
                        IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam,
                        Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne, indien en voor zover het besluiten
                        betreft op het gebied van </al><lijst><li nr="a."><al>vergunningverlening, toezicht en handhaving op grond van de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht en op grond van het
                                Vuurwerkbesluit;</al></li><li nr="b."><al>de milieueffectrapportage op grond van Hoofdstuk 7 van de Wet
                                Milieubeheer, </al></li></lijst><al>tenzij in dit artikel anders is bepaald. </al><al>2. Het mandaat geldt voor het geografisch gebied van de Omgevingsdienst voor
                        zover het ziet op taken en bevoegdheden die worden uitgevoerd
                        respectievelijk uitgeoefend in het kader van toezicht en handhaving met
                        betrekking tot de Ontgrondingenwet, de Provinciale Milieuverordening en het
                        Besluit geluidproductie sportmotoren. </al><al>3. Het mandaat geldt voor het geografisch gebied van de Omgevingsdienst voor
                        zover het betrekking heeft op taken en bevoegdheden die worden uitgevoerd
                        respectievelijk uitgeoefend in het kader van:</al><lijst><li nr="a."><al>vergunningverlening, toezicht en handhaving op grond van de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht en op grond van het
                                Vuurwerkbesluit;</al></li><li nr="b."><al>de milieueffectrapportage op grond van Hoofdstuk 7 Wet milieubeheer,
                                voor zover die taken en bevoegdheden betrekking hebben op de in de
                                bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage genoemde activiteiten
                                en besluiten, niet zijnde plannen en structuurvisies, </al></li></lijst><al>tenzij in dit artikel anders is bepaald. </al><al>4. Het mandaat geldt voor het hele grondgebied van de provincie Zuid-Holland
                        voor zover het ziet op taken en bevoegdheden die worden uitgevoerd
                        respectievelijk uitgeoefend in het kader van vergunningverlening, toezicht
                        en handhaving: </al><lijst><li nr="a."><al>op grond van Hoofdstuk 7, 8, 10, 13, 14 en 19 Wet milieubeheer, de
                                Wabo en het Bouwbesluit 2012, voor zover betrekking hebbend op
                                inrichtingen waarop het Brzo van toepassing is of waartoe een
                                installatie behoort voor een industriële activiteit in cat. 4 van
                                Bijlage 1 van de RIE;</al></li><li nr="b."><al>op grond van de Wet luchtvaart (maatregel op grond van artikel .
                                8.45 en 8.22, derde lid, Wet luchtvaart);</al></li><li nr="c."><al>inzake verzoeken om vaststelling hogere waarden (artt. 110a, zevende
                                lid, 65 en 66 Wet geluidhinder);</al></li><li nr="d."><al>inzake verzoeken om ontheffing op grond van art. 4.1 van bijlage 10A
                                Provinciale Milieu Verordening (milieubeschermingsgebieden voor
                                stilte), met uitzondering van het toezicht en de handhaving
                                daarvan;</al></li><li nr="e."><al>inzake verzoeken om ontheffing op grond van Besluit geluidproductie
                                sportmotoren, met uitzondering van toezicht en handhaving daarvan;
                            </al></li><li nr="f."><al>op grond van het Brzo 2015. </al></li></lijst><al>5. Het mandaat geldt voor het hele grondgebied van de provincie
                        Zuid-Holland, voor zover het betrekking heeft op taken en bevoegdheden die
                        namens Gedeputeerde Staten worden uitgevoerd respectievelijk uitgeoefend in
                        het kader van:</al><lijst><li nr="a."><al>de Milieueffectrapportage op grond van Hoofdstuk 7 van de Wet
                                milieubeheer, voor zover die taken en bevoegdheden betrekking hebben
                                op plannen en structuurvisies welke zijn aangewezen in de bijlage
                                bij het Besluit Milieueffectrapportage; </al></li><li nr="b."><al>het vuurwerkcoördinatorschap op grond van het Vuurwerkbesluit.</al></li></lijst><al>6. Het mandaat geldt niet indien en voor zover het betrekking heeft op
                        besluiten gebaseerd op het van toepassing zijn van de
                        hardheidsclausule.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Kaders en beleid</titel></kop><al>1.De directeur Omgevingsdienst betrekt bij de uitoefening van de aan hem
                        opgedragen bevoegdheden de relevante door Provinciale Staten vastgestelde
                        kaders alsmede het door Gedeputeerde Staten gehanteerde beleid en de door
                        Gedeputeerde Staten gehanteerde bestendige gedragslijn(en).</al><al>2. Het afdelingshoofd zorgt ervoor dat de directeur Omgevingsdienst over
                        alle benodigde informatie noodzakelijk voor de uitoefening van de
                        bevoegdheden kan beschikken.</al><al>3. Het afdelingshoofd treedt bij voorgenomen nieuw beleid of
                        beleidswijzigingen in overleg met de directeur Omgevingsdienst over
                        uitvoeringsaspecten.</al><al>4. De directeur Omgevingsdienst treedt in overleg met het afdelingshoofd
                        indien hij het noodzakelijk acht af te wijken van de in het eerste lid
                        bedoelde kaders of beleid. </al><al>5. Artikel 7, leden 1, 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><al>1. De directeur Omgevingsdienst informeert het afdelingshoofd en de
                        portefeuillehouder indien de uitoefening van een gemandateerde bevoegdheid
                        naar verwachting politieke en maatschappelijke gevolgen kan hebben en/of
                        indien een besluit tot consequentie kan hebben dat de provincie of
                        Gedeputeerde Staten aansprakelijk worden gesteld of anderszins aangesproken
                        worden. In de gevallen bedoeld in de vorige volzin verschaft de directeur
                        Omgevingsdienst tijdig vooraf alle benodigde informatie en voert hij overleg
                        met het afdelingshoofden de portefeuillehouder alvorens de bewuste
                        bevoegdheid uit te oefenen. </al><al>2. De directeur Omgevingsdienst pleegt altijd vooroverleg met het
                        afdelingshoofd en de portefeuillehouder bij toepassing van mandaten die door
                        de directeur Omgevingsdienst niet in ondermandaat mogen worden gegeven aan
                        onder zijn verantwoordelijkheid vallende leidinggevenden,
                        tenzijdat ten aanzien van een concreet mandaat in de
                        mandaatlijst anders is bepaald.</al><al>3. De directeur Omgevingsdienst en de secretaris, of hun plaatsvervangers,
                        overleggen minimaal twee keer per jaar over de uitvoering en voortgang van
                        de opgedragen taken, de toepassing van de mandaten, het budget, en de
                        werkzaamheden in het kader van dit besluit. </al><al>4. De directeur Omgevingsdienst en de secretaris, of diens plaatsvervanger,
                        overleggen minimaal één keer per jaar over de samenwerking tussen de
                        omgevingsdienst en de provincie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ondertekening</titel></kop><al>1.Indien een besluit wordt genomen bij of krachtens het bepaalde in artikel
                        2, eerste lid, wordt voor de ondertekening het volgende model gebruikt:</al><al>Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,</al><al>namens dezen,</al><al>gevolgd door de ondertekening en naam van de functionaris;</al><al>directeur van de DCMR Milieudienst Rijnmond.</al><al>2.Indien een besluit wordt genomen bij of krachtens het bepaalde in artikel
                        2, tweede lid, wordt voor de ondertekening het volgende model
                        gebruikt::</al><al>Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, </al><al>namens dezen, </al><al>gevolgd door de ondertekening en naam van de functionaris.</al><al>hoofd [naam organisatie-eenheid] van de DCMR Milieudienst Rijnmond.</al><al>3.Indien een besluit krachtens het bepaalde in artikel 4, eerste lid, wordt
                        genomen door de directeur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, wordt
                        voor de ondertekening het volgende model gebruikt:</al><al>Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, </al><al>voor dezen, </al><al>gevolgd door de ondertekening en naam van de functionaris; </al><al>directeur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.</al><al>4.Indien een besluit krachtens het bepaalde in artikel 4, tweede lid, wordt
                        genomen door een onder de verantwoordelijkheid van de directeur van de
                        Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid vallende leidinggevende, wordt voor de
                        ondertekening het volgende model gebruikt: </al><al>Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, </al><al>voor dezen, </al><al>gevolgd door de ondertekening en naam van de functionaris </al><al>hoofd [naam organisatie-eenheid] van de Omgevingsdienst Zuid-Holland
                        Zuid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekking mandaatbesluit</titel></kop><al>Het Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor de DCMR
                        Milieudienst Rijnmond 2016 (Provinciaal blad 2015, 8134) wordt
                        ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit besluit treedt in werking op 15 juli 2016.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van
                        Zuid-Holland voor de DCMR Milieudienst Rijnmond juli 2016</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Den Haag, 5 juli 2016 </al><al/><al/><al>Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,</al></slotformulering><ondertekening>drs. J. Smit, voorzitter</ondertekening><ondertekening>drs. J.H. de Baas, secretaris</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Mandaatlijst DCMR milieudienst Rijnmond juli 2016</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colwidth="48*"/><colspec colname="col3" colwidth="46*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN</vet></al><al><vet>Algemeen</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>TOELICHTING/VOORWAARDEN</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RAA01</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten in bestuursrechtelijke procedures:</al><al>-Proceshandelingen in bestuursrechtelijke procedures zoals
                                        het voeren van verweer, indien het besluit in mandaat is
                                        genomen door de directeur Omgevingsdienst of een onder zijn
                                        verantwoordelijkheid vallende leidinggevende</al><al>-Besluiten inzake verzoeken om toepassing van rechtstreeks
                                        beroep (art. 7:1a <cursief>Awb</cursief>).</al></entry><entry colname="col3"><al>N.b. Op een verzoek om toepassing van rechtstreeks beroep
                                        kan op grond van art. 10:3 <cursief>Awb</cursief> niet
                                        worden beslist door degene die het besluit waartegen een
                                        bezwaar zich richt in mandaat heeft genomen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RAA02</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten op grond:</al><al>a.art. 4:5 en 4:6, <cursief>Awb </cursief>(vereenvoudigde
                                        wijze van afdoen en afdoen herhaalde aanvraag);</al><al>b.art. 4.7 en 4:8, <cursief>Awb</cursief> (horen);</al><al>c.afdeling 4.1.3, Awb(opschorten beslistermijn); </al><al>d.besluiten over dwangsommen bij niet tijdig beslissen;</al><al>e.titel 4.4, <cursief>Awb</cursief> (bestuursrechtelijke
                                        geldschulden) m.u.v. afdeling 4.4.4, <cursief>Awb</cursief>
                                        (aanmaning en invordering bij dwangbevel);</al><al>f.art. 8:51a, 8:51b, 8:51c, 8:80a en 8:80b,
                                            <cursief>Awb</cursief> (bestuurlijke lus en
                                        tussenuitspraak);</al><al>g.afdeling 3.4 <cursief>Awb</cursief> (openbare
                                        voorbereidingsprocedure van toepassing verklaren).</al></entry><entry colname="col3"><al>Voor zover dit mandaat betrekking heeft op besluiten mbt
                                        inrichtingen waarop het<cursief> Brzo</cursief> van
                                        toepassing is of die behoren tot cat. 4 van Bijlage 1 van de
                                            <cursief>RIE</cursief>, kan dit mandaat worden
                                        doorgemandateerd aan de directeur van een andere
                                        omgevingsdienst waaraan PZH deelneemt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RAA03</al></entry><entry colname="col2"><al>-Het eenmalig dan wel doorlopend machtigen van medewerkers
                                        of externe adviseurs om GS te vertegenwoordigen in
                                        bestuursrechtelijke procedures.</al><al>-Het eenmalig dan wel doorlopend machtigen van medewerkers
                                        of externe adviseurs om namens GS ter zitting, binnen de
                                        grenzen van het geschil en het daarmee gepaarde gaande
                                        financiële belang, mee te werken aan
                                        finalegeschillenbeslechting en toezeggingen ten aanzien
                                        daarvan te doen.</al></entry><entry colname="col3"><al>Kan <vet>niet</vet> in ondermandaat worden gegeven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RAA04</al></entry><entry colname="col2"><al>-Het aanwijzen van functionarissen voor het voeren van
                                        mediationgesprekken en voor het aangaan en ondertekenen van
                                        mediationovereenkomsten;</al><al>-Het maken van afspraken en het aangaan en ondertekenen van
                                        vaststellingsovereenkomsten naar aanleiding van
                                        mediationgesprekken. </al></entry><entry colname="col3"><al>Vaststellingsovereenkomsten als resultaat van
                                        mediationgesprekken mogen alleen in mandaat worden aangegaan
                                        en ondertekend, indien het conflict zijn oorsprong vindt in
                                        een besluit dat is genomen door de directeur Omgevingsdienst
                                        of een onder zijn verantwoordelijkheid vallende
                                        leidinggevende. </al><al>Kan <vet>niet</vet> in ondermandaat worden gegeven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RAA05</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten op bezwaarschriften op grond van de <cursief>Awb
                                        </cursief>conform advies
                                        <cursief>Awb-</cursief>bezwarencommissie (art. 7:11,
                                            <cursief>Awb</cursief>) indien primair besluit genomen
                                        is door een onder de verantwoordelijkheid van de directeur
                                        Omgevingsdienst vallende leidinggevende. </al></entry><entry colname="col3"><al>Omvat mede:</al><al>-besluiten in het kader van de voorbereiding, zoals
                                        toepassing van art. 2:2 (weigeren raadsman of
                                        vertegenwoordiger), 6:6 (mogelijkheid bieden tot herstel van
                                        verzuim) en 7:10 (verdagen beslistermijn),
                                            <cursief>Awb.</cursief></al><al>Kan <vet>niet</vet> in ondermandaat worden gegeven. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RAA06</al></entry><entry colname="col2"><al>Het aanwijzen van personen belast met het houden van
                                        toezicht en van buitengewone opsporingsambtenaren.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RAA07</al></entry><entry colname="col2"><al>Het aanvragen en verantwoorden van subsidies op basis van
                                        regelingen van andere overheidsorganen, het Rijk en de
                                        Europese Unie, alsmede het aangaan van
                                        uitvoeringsovereenkomsten ter verkrijging van deze subsidies </al><al>Het mandaat heeft geen betrekking op:</al><al>-Het besluit om als leadpartner op te treden en daarmee
                                        (mede) de verantwoordelijkheid te dragen voor de uitvoering
                                        van projecten door derden.</al><al>-Het besluit om Gedeputeerde Staten te committeren aan het
                                        vaststellen van een subsidieregeling.</al></entry><entry colname="col3"><al>De uitgezonderde besluiten blijven voorbehouden aan
                                        Gedeputeerde Staten.</al><al>Kan <vet>niet</vet> in ondermandaat worden gegeven. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RAA08</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten in het kader van het beheren van een
                                        zekerheidstelling.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RAA09</al></entry><entry colname="col2"><al>Het uitoefenen van de bevoegdheden op grond van de Wet
                                            <cursief>Bibob</cursief>, met uitzondering van het
                                        verwerken van het advies “ernstig gevaar” van het Landelijk
                                        Bureau <cursief>Bibob</cursief>.</al></entry><entry colname="col3"><al>Het vragen van advies aan het Landelijk Bureau
                                            <cursief>Bibob </cursief>(LBB) en het verwerken van dit
                                        advies kan <vet>niet </vet>in ondermandaat worden gegeven. </al><al>NB. Het mandaat omvat mede het voorafgaand aan het vragen
                                        van advies aan LBB uit te voeren eigen onderzoek. Het
                                        verwerken van het advies “ernstig gevaar” van het LBB is
                                        voorbehouden aan Gedeputeerde Staten.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colwidth="49*"/><colspec colname="col3" colwidth="45*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN</vet></al><al><vet>Vergunningverlening</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>TOELICHTING/VOORWAARDEN</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RMV01</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten omtrent: </al><al>a.vergunningen o.g.v. de<cursief> Wabo</cursief>;</al><al>b.het stellen van nadere voorwaarden na een gebruiksmelding
                                        brandveilig gebruik op grond van het Bouwbesluit 2012;</al><al>c.maatwerkvoorschriften en besluiten op
                                        gelijkwaardigheidsverzoeken op grond van het
                                        Activiteitenbesluit milieubeheer. </al><al>Geldt <vet>niet </vet>voor besluiten o.g.v.:</al><al>-art. 3.1 <cursief>Bor</cursief> of indien sprake is van
                                        strijd met een provinciaal ruimtelijke belang;</al><al>-art. 3 Wet <cursief>Bibob;</cursief></al><al>-hoofdstuk 2 van de <cursief>Wabo</cursief> met betrekking
                                        tot provinciale wegen, en voor zover betrekking hebbend op
                                        omgevingsvergunningen voor wegaansluitingen op provinciale
                                        wegen, reclame-uitingen op gebouwen, beplantingen en
                                        enkelvoudige uitwegen (enkelvoudige
                                        omgevingsvergunning).</al></entry><entry colname="col3"><al>Betreft: </al><al>-procedurestappen;</al><al>-ontwerpbesluit;</al><al>-besluit.</al><al>Daaronder vallen zowel vergunningverlening als intrekking
                                        van de vergunning.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RMV02</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten op grond van de <cursief>Wabo</cursief>: </al><al>-een wettelijk advies op grond van art. 2.26,
                                            <cursief>Wabo</cursief>,behoudens als het wettelijk
                                        verplicht advies uitsluitend betrekking heeft op een
                                        provinciale weg;</al><al>-een verklaring van geen bedenkingen
                                            (<cursief>vvgb</cursief>) op grond van art. 2.27 of
                                            2.28,<cursief> Wabo</cursief> , aan het bevoegd gezag
                                        voor een onderdeel van de omgevingsvergunning zoals bedoeld
                                        in de artikelen 6.1 lid 2, 6.3 lid 1 onder b., c. en d., 6.4
                                        lid 3, 6.8 <cursief>Bor, </cursief>behoudens als het
                                        wettelijk verplicht advies uitsluitend betrekking heeft op
                                        een provinciale weg;</al><al>-een verzoek aan de gemeente tot wijziging of intrekking van
                                        een door de gemeente afgegeven omgevingsvergunning, voor
                                        zover dit verzoek betrekking heeft op één of meerdere
                                        provinciale taken, behoudens als deze taak uitsluitend
                                        betrekking heeft op het provinciale wegbeheer.</al><al>Geldt <vet>niet </vet>voor besluiten o.g.v. artikel 6.5 lid
                                        4 en art 6.6 lid 1 <cursief>Bor.</cursief></al></entry><entry colname="col3"><al>Daaronder vallen zowel de vvgb voor één onderdeel van de
                                        omgevingsvergunning als de vvgb voor het totaal van de
                                        onderdelen van de omgevingsvergunning.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RMV03</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten op grond van de Wet luchtvaart: </al><al>-voorbereiden van luchthavenbesluiten en -regelingen;</al><al>-ontheffingen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik o.g.v.
                                        art. 8a.5 van de Wet luchtvaart.</al></entry><entry colname="col3"><al>De bevoegdheid tot besluiten o.g.v. art. 8.45 en 8.22, derde
                                        lid, Wet luchtvaart kan <vet>niet</vet> in ondermandaat
                                        worden gegeven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RMV04</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten op grond van Hoofdstuk 8, 10, 13, 14 en 19
                                            <cursief>Wm</cursief>, behoudens besluiten op grond van
                                        art. 13.11 <cursief>Wm. </cursief></al></entry><entry colname="col3"><al>Zie RMV05</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RMV05</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten op grond van art. 13.11 <cursief>Wm</cursief>
                                        (toepassing verkorte procedure bij gevaarlijk afval). </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RMV07</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten op grond van het<cursief> Bssa</cursief>.</al></entry><entry colname="col3"><al>Betreft het verlenen van ontheffing voor bepaalde
                                        afvalstoffen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RMV09</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten op grond van het Vuurwerkbesluit.</al></entry><entry colname="col3"><al>Betreft mede goedkeuren jaarprogramma vuurwerk.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RMV13</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten in het kader van de<cursief> MER</cursief>
                                        (Hoofdstuk 7 <cursief>Wm</cursief>).</al></entry><entry colname="col3"><al>Betreft mede: </al><al>-procedurestappen;</al><al>-advies reikwijdte en detailniveau<cursief>
                                        MER</cursief>;</al><al>-besluit MER-beoordeling;</al><al>-aanvaardbaarheidsverklaring (op grond van
                                        overgangsregels).</al><al>Ingeval het besluit betrekking heeft op een activiteit die
                                        plaatsvindt op het grondgebied van meerdere
                                        omgevingsdiensten, geldt het mandaat voor het grondgebied
                                        van de gehele activiteit. In dat geval wordt in overleg
                                        tussen de betrokken omgevingsdiensten en het afdelingshoofd
                                        van PZH bepaald wie het besluit in mandaat neemt. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RMV14</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten inzake verzoeken om vaststelling hogere waarden
                                        (artt. 110a, zevende lid, 65 en 66 <cursief>Wgh)</cursief>.
                                    </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RMV15</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten omtrent verzoeken om ontheffing op grond van art.
                                        4.1 van bijlage 10A PMV (milieubeschermingsgebieden voor
                                        stilte).</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RMV16</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten omtrent verzoeken om ontheffing o.g.v.
                                            <cursief>Bgs</cursief>.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colwidth="48*"/><colspec colname="col3" colwidth="46*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN</vet></al><al><vet>Toezicht en Handhaving</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>TOELICHTING/VOORWAARDEN</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RH01</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten omtrent gedoogbeschikkingen. </al></entry><entry colname="col3"><al>Kan <vet>niet</vet> in ondermandaat worden gegeven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RH02</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten omtrent toezicht. </al></entry><entry colname="col3"><al>Betreft mede: </al><al>a.bezoekbevestigingsbrief;</al><al>b.voorwaarschuwingsbrief;</al><al>c.acceptatie van een melding of beoordelen van rapportages
                                        op grond van vergunningvoorschriften;</al><al>d.nemen van goedkeuringsbesluiten op basis van
                                        vergunningvoorschriften;</al><al>e.het beoordelen van milieujaarverslagen overeenkomstig de
                                        bij of krachtens titel 12.3 <cursief>Wm</cursief> gestelde
                                        regels;</al><al>f.vorderingen om informatie in het kader van de controle op
                                        de naleving van regelgeving, alsmede de reacties op de in
                                        dit kader toegezonden informatie (art. 5.16,
                                            <cursief>wb</cursief>).</al><al>Betreft mede het naar aanleiding van de kenbaar gemaakte
                                        zienswijze afzien van bestuurlijk optreden. Dit laatste kan
                                            <vet>niet</vet> in ondermandaat worden gegeven. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RH03</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten op verzoeken van derden om
                                        bestuursrechtelijk/handhavend op te treden.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RH04</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten op grond van Titel 5.3 en Titel 5.4,
                                            <cursief>Awb</cursief> (herstelsancties en bestuurlijke
                                        boete).</al></entry><entry colname="col3"><al>Betreft mede besluit tot het opleggen van een spoedeisende
                                        last onder bestuursdwang, dan wel het toepassen van
                                        spoedeisende bestuursdwang, conform art. 5.31, Awb juncto
                                        5.17, WABO dan wel de schriftelijke bekrachtiging van de
                                        mondelinge aanzegging daartoe. </al><al>Besluiten tot het opleggen van een last onder dwangsom en
                                        tot het opleggen van een last onder bestuursdwang kunnen
                                            <vet>niet</vet> in ondermandaat worden gegeven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RH06</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten op grond van
                                        het<cursief>Brzo</cursief>.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RH07</al></entry><entry colname="col2"><al>1.Toezicht/handhaving op het aanwezig hebben van een
                                        begeleidingsbrief bij het vervoer van bedrijfsafvalstoffen
                                        of gevaarlijke afvalstoffen.</al><al>2.Vorderingen om informatie in het kader van de controle op
                                        de naleving van regelgeving, alsmede de reacties op de in
                                        dit kader toegezonden informatie.</al></entry><entry colname="col3"><al>Betreft een mandaat o.g.v. art. 18.2c <cursief>Wm</cursief>
                                        (taak om zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke
                                        handhaving van de bij of krachtens hoofdstuk 10 gestelde
                                        verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op het
                                        aanwezig hebben van een begeleidingsbrief bij het vervoer
                                        van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als
                                        bedoeld in artikel 10.44 <cursief>Wm</cursief>).</al><al>Dit mandaat heeft met name betrekking op vervoer tussen
                                        bedrijven. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RH09</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten in het kader van omgevingsvergunningen voor zover
                                        het betreft de<cursief>PMV</cursief>, waarbij GS niet
                                        het bevoegd gezag zijn</al></entry><entry colname="col3"><al>Betreft mede: </al><al>-Het verzoek om handhaving bij een gemeente als bedoeld in
                                        art. 5.20, eerste lid, <cursief>Wabo </cursief>(Indien na
                                        ambtelijk/bestuurlijk overleg door de gemeente geen gevolg
                                        wordt gegeven aan het handhavingsadvies kan een formeel
                                        verzoek om handhaving worden ingediend bij de gemeente); </al><al>-het ingebreke stellen van een gemeente indien niet tijdig
                                        wordt besloten op het handhavingsverzoek (Alvorens tot
                                        ingebrekestelling wordt overgegaan, dient eerst nog
                                        ambtelijk/bestuurlijk overleg plaats te vinden) </al><al>Kan <vet>niet </vet>in ondermandaat worden gegeven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RH11</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten omtrent het afgeven van stankcodes.</al><al>Geldt voor het kerngebied van Rijnmond.</al><al>Ingevolge het beleid “Geuraanpak kerngebied Rijnmond juli
                                        2005”.</al></entry><entry colname="col3"><al>N.b. de besluitvorming berust bij de DCMR</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colwidth="48*"/><colspec colname="col3" colwidth="46*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN</vet></al><al><vet>Bodem</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>TOELICHTING/VOORWAARDEN</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Onderzoeksfase
                                                bodemsaneringsprojecten</cursief></vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RBS01</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten op grond van art. 48 en 49,
                                        <cursief>Wbb</cursief></al></entry><entry colname="col3"><al>Betreft het uitvoeren van onderzoek en van saneringen,
                                        alsmede stakings- en gedoogbevelen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Besluiten op basis van de Wet
                                                bodembescherming</cursief></vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RBS02</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten op grond van art. 30, 32, <cursief>Wbb</cursief>,
                                        met betrekking tot het treffen van maatregelen bij ongewone
                                        voorvallen</al></entry><entry colname="col3"><al>Kan <vet>niet</vet> in ondermandaat worden gegeven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RBS03</al></entry><entry colname="col2"><al>Het uitvoeren van maatregelen bij ongewone voorvallen als
                                        bedoeld in de art. 30, 32, <cursief>Wbb</cursief>, die zijn
                                        genomen met behulp van RBS02</al></entry><entry colname="col3"><al>Omvat <vet>niet</vet> de besluiten tot het nemen van
                                        maatregelen bij ongewone voorvallen als bedoeld in de art.
                                        30en 32, <cursief>Wbb</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RBS04</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten in het kader van meldingen nieuwe
                                        verontreinigingen en historische verontreinigingen voor wat
                                        betreft:</al><al>a.procedurestappen</al><al>b.ontwerpbesluiten</al><al>c.definitieve besluiten</al></entry><entry colname="col3"><al>Omvat <vet>niet </vet>de besluiten tot inzet van het
                                        bevelsinstrumentarium.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RBS05</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten op grond van art. 43 <cursief>Wbb</cursief>, met
                                        betrekking tot de inzet van het bevelsinstrumentarium</al></entry><entry colname="col3"><al>Kan <vet>niet</vet> in ondermandaat worden gegeven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RBS06</al></entry><entry colname="col2"><al>Het voorbereiden en uitvoeren van besluiten op grond van
                                        art. 43 <cursief>Wbb</cursief>, met betrekking tot de inzet
                                        van het bevelsinstrumentarium, die zijn genomen met
                                        RBS05</al></entry><entry colname="col3"><al>Omvat <vet>niet</vet> de besluiten tot de inzet van het
                                        bevelsinstrumentarium.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RBS07</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten op grond van de art. 70 en 71,
                                            <cursief>Wbb</cursief> (gedogen van onderzoek en inzet
                                        middelen)</al></entry><entry colname="col3"><al>Kan <vet>niet</vet> in ondermandaat worden gegeven. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RBS08</al></entry><entry colname="col2"><al>Het voorbereiden en uitvoeren van besluiten op grond van
                                        art. 70 en 71, <cursief>Wbb</cursief> (gedogen van onderzoek
                                        en inzet middelen), die zijn genomen met behulp van
                                        RBS07</al></entry><entry colname="col3"><al>Omvat <vet>niet </vet>de besluiten tot het gedogen van
                                        onderzoek en inzet middelen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RBS09</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten op grond van art. 50, lid 1,
                                            <cursief>Wbb</cursief> (vordering van gebruik of
                                        eigendom onroerende zaken of beperkte rechten)</al></entry><entry colname="col3"><al>Kan <vet>niet</vet> in ondermandaat worden gegeven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Besluit Verbond/BSB</cursief></vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RBS10</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten in het kader van de uitvoering van het besluit
                                        Verbond c.q. Bsb-operatie met uitzondering van de in RBS11
                                        bedoelde besluiten</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RBS11</al></entry><entry colname="col2"><al>Ontwerpaanwijzing ex. Besluit verplicht bodemonderzoek
                                        bedrijfsterreinen op grond van verkennend onderzoek van art.
                                        4, Besluit Verbond</al></entry><entry colname="col3"><al>Kan <vet>niet</vet> in ondermandaat worden gegeven. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Overig</cursief></vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RBS12</al></entry><entry colname="col2"><al>Vaststellen/aanpassen meldingsformulier als bedoeld in art.
                                        6.2, <cursief>PMV</cursief></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RBS13</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten inzake subsidieverstrekking voor de sanering van
                                        bedrijfsterreinen, zoals bedoeld in het Besluit financiële
                                        bepalingen bodemsanering tot een bedrag van max. €
                                        100.000,--</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RBS 13A</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten inzake subsidieverstrekking voor de sanering van
                                        bedrijfsterreinen zoals bedoeld in het Besluit financiële
                                        bepalingen bodemsanering waarbij een bedrag boven de €
                                        100.000 is gevraagd/toegekend, voor zover het betreft:</al><al>-verlenging beslistermijn</al><al>-wijziging uitvoeringstermijn</al><al>-vaststelling subsidie</al><al>-wijzigingen van ondergeschikt belang.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RBS14</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten omtrent het afstand doen van recht van
                                        kostenverhaal op grond van het Besluit mandaat, volmacht en
                                        machtiging artikel 75 lid 6 Wet bodembescherming</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RBS15</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluiten op grond van de Wet bodembescherming in het kader
                                        van de nazorg van gesaneerde bodemsaneringslocaties</al></entry><entry colname="col3"><al>Betreft:</al><al>-meldingen en adviesaanvragen;</al><al>-verzoek om toestemming voor bodemonderzoek, monitoring en
                                        nazorgmaatregelen;</al><al>-aanmeldingen schademelding bij verzekeraar of
                                        schade-expert.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></nota-toelichting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>A</nr><titel>Lijst van afkortingen</titel></kop><al><cursief>AmvB</cursief>: Algemene Maatregel van Bestuur</al><al>Art.: artikel</al><al><cursief>Asv</cursief>: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland</al><al><cursief>Awb</cursief>: Algemene wet bestuursrecht </al><al><cursief>BenW</cursief>: Burgemeester en Wethouders</al><al><cursief>Bgs</cursief>: Besluit geluidproductie sportmotoren</al><al><cursief>Bhvbz</cursief>: Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en
                    zwemgelegenheden</al><al><cursief>Bibob</cursief>: bevordering integriteitsbeoordelingen door het
                    openbaar bestuur</al><al><cursief>Bor</cursief>: Besluit omgevingsrecht</al><al><cursief>Brzo</cursief>: Besluit risico's zware ongevallen 2015</al><al><cursief>BSB:</cursief> Bodemsanering bedrijfsterreinen</al><al><cursief>Bssa</cursief>: Besluit stortplaatsen en stortverboden
                    afvalstoffen</al><al><cursief>Fl</cursief>- en Fwet: Flora- en Faunawet</al><al><cursief>GS</cursief>: Gedeputeerde Staten</al><al><cursief>Gww</cursief>: Grondwaterwet</al><al><cursief>MER</cursief>: Milieu Effect Rapportage</al><al><cursief>Nb</cursief>-wet: Natuurbeschermingswet 1998</al><al><cursief>Ontgr</cursief>.<cursief>wet</cursief>: Ontgrondingenwet</al><al><cursief>PMV</cursief>: Provinciale milieuverordening Zuid-Holland</al><al><cursief>PS:</cursief> Provinciale Staten</al><al><cursief>PZH</cursief>: Provincie Zuid-Holland</al><al><cursief>Rie</cursief>: Richtlijn industriële emissies </al><al><cursief>Vvgb</cursief>: verklaring van geen bedenkingen</al><al><cursief>Wabo</cursief>: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</al><al><cursief>Wbb</cursief>: Wet bodembescherming</al><al><cursief>Wgh</cursief>: Wet geluidhinder</al><al><cursief>Wm</cursief>: Wet milieubeheer</al><al><cursief>Whbvz:</cursief> Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en
                    zwemgelegenheden</al><al><cursief>Wro:</cursief> Wet ruimtelijke ordening</al><al/><al><vet>Toelichting</vet></al><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al/><al><vet><cursief>Wat is mandaat?</cursief></vet></al><al>Om te voorkomen dat een bestuursorgaan alle besluiten zelf moet nemen is in de
                    Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) geregeld dat besluiten ook namens het
                    bestuursorgaan kunnen worden genomen. Deze bevoegdheid om namens een
                    bestuursorgaan een besluit te nemen staat bekend als mandaat. Onder besluit
                    dient op grond van artikel 1:3, eerste lid, Awb te worden verstaan, een
                    schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een
                    publiekrechtelijke rechtshandeling. Dit laatste betekent dat de schriftelijke
                    beslissing gericht moet zijn op een rechtsgevolg. Indien de handeling van of
                    namens een bestuursorgaan niet is gericht op rechtsgevolg, dan is er sprake van
                    een feitelijke handeling. De bevoegdheid om namens iemand anders een feitelijke
                    handeling en een privaatrechtelijke rechtshandeling te verrichten heet
                    machtiging, respectievelijk volmacht. De overkoepelende term voor al deze
                    figuren is (evenzeer) machtiging.</al><al>Kenmerkend voor mandaat is dat er geen overdracht van bevoegdheden plaatsvindt.
                    De uitoefening van het mandaat geschiedt namens en dus onder
                    verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan dat het mandaat verleent. Het
                    bestuursorgaan, in dit geval dus Gedeputeerde Staten, behoudt ondanks de
                    mandaatverlening altijd de bevoegdheid om zelf de besluiten te nemen. Overigens
                    is het altijd mogelijk dat Gedeputeerde Staten een mandaat voor een speciale
                    aangelegenheid verlenen, een zogenaamd ad hoc mandaat. Is een mandaat
                    daarentegen structureel bedoeld dan is opname in de bij dit algemeen
                    mandaatbesluit behorende mandaatlijsten aangewezen. </al><al/><al><vet><cursief>Kaders </cursief></vet></al><al>Gelet op het feit dat het mandaat wordt uitgeoefend namens Gedeputeerde Staten,
                    is besluitvorming conform regelgeving, beleid en gedragslijnen van Gedeputeerde
                    Staten geboden. Onder beleid wordt tevens verstaan een bestendige gedragslijn
                    die via individuele besluiten wordt geformaliseerd en kenbaar gemaakt. </al><al>In dat licht is eveneens van belang dat Gedeputeerde Staten, en derhalve dus ook
                    haar mandatarissen zich houden aan de procedures en termijnen die gelden voor
                    afdoening van besluiten. Dit houdt in dat Afdeling 3.4 van de Algemene wet
                    bestuursrecht slechts daar wordt toegepast waar dat voorgeschreven is, tenzij
                    Gedeputeerde Staten in individuele gevallen anders besluiten.</al><al>Aangezien de omgevingsdienst de oren en ogen is van Gedeputeerde Staten, is het
                    van groot belang dat de portefeuillehouder(s) door tussenkomst van de
                    desbetreffende directeur minimaal twee weken van tevoren dan wel zo spoedig
                    mogelijk daarna op de hoogte word(t)en gesteld (derhalve tijdig) van besluiten
                    die naar verwachting politieke en maatschappelijke gevolgen kunnen hebben of
                    indien een besluit tot consequentie kan hebben dat de provincie of Gedeputeerde
                    Staten aansprakelijk worden gesteld of anderszins aangesproken worden.</al><al/><al><vet><cursief>Het mandaatsysteem</cursief></vet></al><al>Het mandaatsysteem is te typeren als een gesloten systeem. Alleen wat
                    daadwerkelijk is benoemd kan in mandaat worden afgedaan. </al><al/><al><vet><cursief>Werkingsgebied</cursief></vet></al><al>Het werkingsgebied is in beginsel geografisch bepaald en betreft het grondgebied
                    van de gemeenten die zijn aangesloten bij de desbetreffende omgevingsdienst. </al><al>De geconcentreerde taken zijn ondergebracht bij één bepaalde omgevingsdienst,
                    maar betreffen het hele grondgebied van de provincie Zuid-Holland.</al><al>De algemene mandaten (mandaten beginnend met “RAA”) betreffen uitsluitend de
                    bevoegdheden die samenhangen met de opgedragen taken, te weten handhaving
                    (mandaten beginnend met “RH”), vergunningen (mandaten beginnend met “RMV) en
                    bodemsanering (mandaten beginnend met “RBS”).</al><al/><al><vet><cursief>Ambtelijk mandaat = besluitvorming + ondertekening </cursief></vet></al><al>Gedeputeerde Staten geven mandaat aan de directeur van de omgevingsdienst. In de
                    bij het mandaatbesluit behorende lijst (bijlage) staan de besluiten opgesomd,
                    die namens Gedeputeerde Staten kunnen worden genomen. </al><al>Het mandaat betreft zowel een beslissingsmandaat als een ondertekeningsmandaat.
                    Met andere woorden, degene die namens Gedeputeerde Staten mag beslissen, is
                    tevens bevoegd het betreffende besluit, alsmede uitgaande brieven namens
                    Gedeputeerde Staten te ondertekenen. Concreet betekent dat dat besluitvorming en
                    ondertekening in één hand liggen. </al><al/><al><vet><cursief>Doormandateren</cursief></vet></al><al>Deze regeling biedt de mogelijkheid aan de directeur het verkregen mandaat door
                    te mandateren aan de directeur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid binnen
                    de provincie Zuid-Holland. Het betreft uitsluitend de bevoegdheden op basis van
                    het Brzo en cat. 4 van Bijlage 1 van de RIE. </al><al><vet><cursief>Ondermandaat </cursief></vet></al><al>Deze regeling biedt in het algemeen de mogelijkheid aan de directeur het
                    verkregen mandaat onder te mandateren, tenzij dit uitdrukkelijk is uitgesloten
                    in een specifiek mandaat. </al><al>Het verlenen van ondermandaat dient altijd schriftelijk te geschieden en te
                    worden gepubliceerd. </al><al/><al><vet><cursief>Machtiging</cursief></vet></al><al>Zoals hiervoor is aangegeven, houdt mandaat in de bevoegdheid om namens een
                    bestuursorgaan een besluit te nemen. Indien de handeling van of namens een
                    bestuursorgaan niet is gericht op rechtsgevolg, dan is er sprake van een
                    feitelijke handeling. Dit betreft bijvoorbeeld het doorzenden van onjuist
                    geadresseerde post, het verzenden van een ontvangstbevestiging of het uitnodigen
                    van belanghebbenden voor een hoorzitting. </al><al/><al><vet><cursief>Vertegenwoordiging </cursief></vet></al><al>In de mandaatlijst is een bepaling opgenomen ten aanzien van de mogelijkheid tot
                    vertegenwoordiging van Gedeputeerde Staten in rechte (RAA04). In praktijk gaat
                    het om vertegenwoordiging van het college bij bestuursrechtelijke procedures.
                    Het kan zowel om een algemene als om een incidentele machtiging gaan.</al><al/><al><vet><cursief>Rapporteren over mandaten</cursief></vet></al><al>Gedeputeerde Staten zullen hiertoe een format verstrekken</al><al/><al><vet><cursief>Citeertitel</cursief></vet></al><al>Eind 2013 hebben Gedeputeerde Staten het mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten
                    voor de DCMR Milieudienst Rijnmond 2014 vastgesteld. Dit mandaatbesluit wordt nu
                    ingetrokken en vervangen door het voorliggende mandaatbesluit. Voor de
                    duidelijkheid is in de citeertitel het jaartal 2016 toegevoegd.</al><al/><al><vet><cursief>Leeswijzer mandaatlijsten </cursief></vet></al><al>De RAA-nummers betreffen algemene mandaten waarvan alle gemandateerden binnen
                    hun reguliere werkzaamheden gebruik kunnen maken. </al><al>De daaropvolgende mandaten (RMV, RBS, RH) betreffen specifiek belegde mandaten.
                    De rubricering binnen de mandaatlijst is een aanwijzing binnen welk
                    organisatieonderdeel de mandaten kunnen worden uitgeoefend. </al><al>De reikwijdte van het mandaat behoort in beginsel duidelijk te zijn uit de tekst
                    in de linkerkolom. De mandaten zijn in de linkerkolom zo kernachtig mogelijk
                    geformuleerd, waarbij in beginsel de meest verstrekkende bevoegdheid is
                    aangeduid: wie het meerdere mag, mag ook het mindere. Om niet alle
                    besluitmogelijkheden te moeten benoemen is hierbij veelal gebruik gemaakt van
                    “besluiten omtrent”. In principe houdt “omtrent” dus alle besluiten in, tenzij
                    expliciet anders opgenomen.</al><al>Daar waar “betreft mede” is gebruikt is bedoeld desalniettemin een niet
                    limitatieve opsomming als voorbeeld te noemen.</al><al>Daar waar “besluiten tot” is gebruikt, is bedoeld dat alleen het onmiddellijk
                    hierop volgende in mandaat is belegd. Bij bij voorbeeld “besluiten tot
                    goedkeuring” betekent dit dat het onthouden van goedkeuring niet in mandaat is
                    toegestaan. In de rechterkolom kan wel, als daaraan behoefte bestaat, (de omvang
                    van) het mandaat worden toegelicht. Naast een toelichting is de rechterkolom
                    tevens bedoeld voor het opnemen van voorwaarden bij het mandaat, bij voorbeeld
                    een periodieke rapportageverplichting. Tevens staat in de rechterkolom aangeduid
                    wanneer het mandaat is voorbehouden aan de directeur en er dus geen ondermandaat
                    kan worden verleend. </al></bijlage></regeling></body></cvdr>