<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR410601_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de rekenkamer gemeente Midden-Delfland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Midden-Delfland</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Midden-Delfland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-90914.html">GVOP</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de rekenkamer gemeente Midden-Delfland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-06-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-07-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-02-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Nieuwe regeling</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de rekenkamer gemeente Midden-Delfland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gemeente Midden-Delfland – Verordening op de rekenkamer</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: Gemeentewet</al></li><li nr="b."><al>voorzitter:
                        voorzitter van de rekenkamer</al></li><li nr="c."><al>college: college van burgemeester en
                        wethouders</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling en taak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een rekenkamer die door de raad is ingesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Een door
                        de rekenkamer ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het gevoerde
                        bestuur bevat geen controle van de jaarrekening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamer bestaat uit drie leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van de rekenkamer zijn niet ondergeschikt aan enig orgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Benoeming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt de voorzitter en de overige leden van de rekenkamer op
                        voorstel van het presidium.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden worden benoemd voor een periode van zes jaar (artikel 81c, lid 1
                        van de wet). Zij kunnen eenmalig worden herbenoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de samenstelling van de rekenkamer wordt een evenwichtige spreiding
                        van competenties, welke voor het goed functioneren van de rekenkamer van
                        belang zijn nagestreefd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het presidium doet het voorstel als bedoeld in het eerste lid vergezeld
                        gaan van een verklaring van iedere kandidaat bevattende:</al><lijst><li nr="a."><al>de mededeling dat hij/zij de benoeming als lid zal aanvaarden;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de openbare betrekkingen die hij/zij bekleedt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voorafgaand aan de benoeming van de voorzitter en de overige leden van
                        de rekenkamer pleegt het presidium desgewenst overleg met de rekenkamer.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De rekenkamer wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan,
                        die bij afwezigheid van de voorzitter diens taken waarneemt.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Als de voorzitter door de raad wordt ontslagen of op non-actief wordt
                        gesteld, kan de raad voor de tijdelijke vervanging in de functie van
                        voorzitter een van het zesde lid afwijkende voorziening treffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eed</titel></kop><al>Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de rekenkamer
                        in de vergadering van de raad, in handen van de voorzitter, de in artikel
                        81g van de wet bedoelde eed (verklaring en belofte) af.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontslag en non-activiteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de rekenkamer kunnen door de raad worden ontslagen
                        respectievelijk op non-activiteit gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het presidium bericht de raad als zich één van de gronden voor ontslag
                        respectievelijk non-activiteit voordoet als bedoeld in artikel 81c, zesde of
                        zevende lid of van artikel 81d, eerste of tweede lid van de wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de gevallen als bedoeld in artikel 81c, zevende lid en in artikel 81d,
                        tweede lid van de wet adviseert het presidium de raad over de vraag of al
                        dan niet moet worden overgegaan tot ontslag respectievelijk het op
                        non-actief stellen van het desbetreffende lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het presidium adviseert de raad tevens omtrent de beslissing tot
                        verlenging of beëindiging van het op non-actief stellen van het
                        desbetreffende lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamer is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting door de
                        raad beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering
                        van haar taken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten laste van het in het eerste lid bedoelde budget worden de kosten
                        gebracht betreffende:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergoedingen aan de leden; </al></li><li nr="b."><al>de ambtenaren van de rekenkamer; </al></li><li nr="c."><al>de externe deskundigen die eventueel door de rekenkamer zijn
                        ingeschakeld;</al></li><li nr="d."><al>overige uitgaven die de rekenkamer nodig acht voor de
                        uitoefening van haar taak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamer verantwoordt jegens de raad de baten en lasten van het
                        vorig begrotingsjaar in het jaarverslag als bedoeld in artikel 185, derde lid van
                        de wet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter doet jaarlijks vóór 1 april desgewenst een voorstel aan het
                        presidium met betrekking tot het budget voor de rekenkamer voor het komende
                        begrotingsjaar.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Om jaarlijkse fluctuaties in de (externe) onderzoeksuitgaven van de
                        rekenkamer te kunnen opvangen wordt eventuele onderuitputting van het
                        jaarbudget jaarlijks meegenomen naar het volgende begrotingsjaar, tot een
                        maximumbedrag ter hoogte van 10% van het jaarbudget</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vergoeding voor de voorzitter en de overige leden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingevolge artikel 81k van de wet ontvangen de voorzitter en de leden van
                        de rekenkamer een vaste maandelijkse vergoeding voor hun werkzaamheden en
                        een vaste maandelijkse tegemoetkoming in de kosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de in het eerste lid bedoelde maandelijkse vergoeding is
                        gelijk aan 70% van het bedrag genoemd in klasse 3 van Tabel I van het
                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden voor de voorzitter en 60% van
                        het bedrag, genoemd in klasse 3 van Tabel I van het Rechtspositiebesluit
                        raads- en commissieleden voor de leden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De tegemoetkoming genoemd in het eerste lid is inclusief reis-, verblijf-
                        en overige kosten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><al>De rekenkamer stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en
                        overige werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na vaststelling ter
                        kennisneming aan de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Onderwerpselectie en onderzoeksopzet</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamer kiest de onderwerpen voor haar onderzoek, formuleert de
                        probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamer zendt de in het eerste lid bedoelde onderzoeksopzet ter
                        kennisneming aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de raad een verzoek tot het instellen van een onderzoek heeft
                        gedaan, bericht de rekenkamer uiterlijk binnen een maand in hoeverre aan dat
                        verzoek zal worden voldaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamer is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering,
                        begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde
                        onderzoeksopzet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamer kan besluiten de raad tussentijds te informeren over de
                        voortgang van het onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamer vergadert in beslotenheid; haar rapporten zijn
                        openbaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rekenkamer kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de uitvoering van het onderzoek kan de rekenkamer, met inachtneming
                        van het beschikbare budget, externe deskundigheid inschakelen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De rekenkamer stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar
                        te stellen termijn, die ten minste twee weken bedraagt, hun reactie aan de
                        rekenkamer te geven op de juistheid en volledigheid van het
                        conceptonderzoeksrapport. Betrokkenen zijn in elk geval degenen, wier
                        taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De rekenkamer
                        bepaalt voorst wie als betrokkenen worden aangemerkt. De rekenkamer stelt
                        vervolgens het college in de gelegenheid binnen een door haar te stellen
                        termijn, die ten minste vier weken bedraagt, zijn reactie aan de rekenkamer
                        te geven op de conclusies en aanbevelingen van het
                        conceptonderzoeksrapport.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De rekenkamer zendt een afschrift van haar onderzoeksrapport, de nota met
                        conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op het
                        (concept)rapport, aan de raad, het college en aan de betrokkenen. De
                        rekenkamer formuleert de aanbevelingen zo veel mogelijk in de vorm van
                        amendeerbare conceptbesluiten van de raad.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Zo mogelijk binnen drie maanden na het verschijnen van het rapport
                        beraadslaagt de raad over het rapport van de rekenkamer</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Rechtspositie ambtenaren van de rekenkamer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamer kan bij haar werkzaamheden (tijdelijk) worden ondersteund
                        door een of meer ambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Personen die op voordracht van de voorzitter van de rekenkamer door het
                        college zijn benoemd als ambtenaar van de rekenkamer zijn aan de rekenkamer
                        verantwoording schuldig. Zij verrichten niet tevens werkzaamheden voor een
                        ander orgaan van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeentelijke rechtspositie is op deze ambtenaren van toepassing, voor
                        zover deze geen ondergeschiktheid aan een ander orgaan van de gemeente
                        impliceert.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Verordening rekenkamercommissie gemeente Midden-Delfland, zoals op 22
                        februari 2006 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 april 2016.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening op de rekenkamer
                        gemeente Midden-Delfland”.</al></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>