<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR410550_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Afvalstoffenverordening Gemeente Tilburg 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-07-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-94034.html">Gemeenteblad, 2016, nr. 94034</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afvalstoffenverordening Gemeente Tilburg 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-07-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-02-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015_270-10 t/m 23</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Uitvoeringsbesluit 2016 bij afvalstoffenverordening gem Tilburg 2016</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de afvalstoffenverordening voor de gemeente Tilburg 2011</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Afvalstoffenverordening Gemeente Tilburg 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsbesluit 2015_270-10 t/m 23</al><al>De raad van de gemeente Tilburg;</al><al>-gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al><al>Besluit</al><al>Vast te stellen de Afvalstoffenverordening Gemeente Tilburg 2016.</al><al/><al><vet>AFVALSTOFFENVERORDENING GEMEENTE TILBURG 2016</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: Wet milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>perceel: perceel waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen
                                    ontstaan;</al></li><li nr="c."><al>inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd
                                    hulp- of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een duocontainer,
                                    minicontainer, afvalemmer, kca-box of big bag, ten behoeve van
                                    een huishouden of perceel;</al></li><li nr="d."><al>inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen
                                    be¬stemd(e) bewaarmiddel of -plaats, bijvoorbeeld een
                                    verzamelcontainer, wijkcontainer of brengdepot, ten behoeve van
                                    meerdere huishoudens of percelen;</al></li><li nr="e."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Tilburg.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college wijst de inzameldienst aan, die belast is met het
                                inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de inzameldienst kan het college personen of organisaties
                                aanwijzen die als inzamelaar al dan niet tijdelijk belast zijn met
                                de inzameling van bepaalde bestanddelen van huishoudelijke
                                afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan een aanwijzing, als bedoeld in het eerste of tweede lid, kunnen
                                in het belang van de bescherming van het milieu voorschriften en
                                beperkingen worden verbonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Afzonderlijke inzameling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Door de inzameldienst of andere inzamelaars worden de door het
                                college bij nadere regels aan te wijzen en nader te omschrijven
                                bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk
                                ingezameld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wijst bij de in lid 1 bedoelde nadere regels en nader te
                                omschrijven bestanddelen in ieder geval de volgende bestanddelen van
                                huishoudelijke afvalstoffen aan, die afzonderlijk worden
                                ingezameld:</al><lijst><li nr="a."><al>groente-, fruit- en tuinafval (GFT)</al></li><li nr="b."><al>glas:</al></li><li nr="c."><al>oudpapier en karton</al></li><li nr="d."><al>kunststofverpakkingen</al></li><li nr="e."><al>metalen verpakkingen</al></li><li nr="f."><al>drankenkartons</al></li><li nr="g."><al>textiel</al></li><li nr="h."><al>afgedankte elektrische en elektronische
                                        apparatuur(AEEA)</al></li><li nr="i."><al>klein chemisch afval (huishoudelijk KCA).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het belang van een doelmatig afvalstoffenbeheer kan het college
                                bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen die
                                uitsluitend in combinatie met andere bestanddelen van huishoudelijke
                                afvalstoffen, bedoeld in het tweede lid, of fracties daarvan,
                                afzonderlijk worden ingezameld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het belang van een doelmatig afvalstoffenbeheer kan het college
                                de aanwijzing van afzonderlijk in te zamelen bestanddelen of
                                combinaties van andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen,
                                bedoeld in het tweede lid, of fracties daarvan, achterwege
                                laten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inzamelmiddelen en -voorzieningen</titel></kop><al>1.De inzameling kan plaatsvinden via:</al><al>a. een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel;</al><lijst><li nr="b."><al>een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een aantal
                                    percelen;</al></li><li nr="c."><al>een inzamelvoorziening op wijkniveau;</al></li><li nr="d."><al>een brengdepot op lokaal of regionaal niveau ( een
                                    milieustraat).</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan aanwijzen via welk al dan niet van
                                            gemeentewege verstrekt inzamelmiddel of via welke
                                            inzamelvoorziening de inzameling van bepaalde
                                            bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve
                                            van de gebruiker van een perceel plaatsvindt.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van de leden 1 en 2 kan het college bepalen
                                            dat de in deze leden bedoelde huishoudelijke
                                            afvalstoffen , al dan niet tijdelijk in geval van de
                                            door het college te beproeven alternatieve wijzen van
                                            inzameling, niet bij of nabij elk perceel maar
                                            uitsluitend worden ingezameld via een daartoe bestemde
                                            voorziening op wijkniveau of bij een brengdepot op
                                            lokaal niveau (milieustraat).</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Frequentie van inzamelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Huishoudelijk restafval wordt ten minste eenmaal per 2 weken
                                ingezameld bij elk perceel of nabij elk perceel voor de gebruikers
                                van meerdere huishoudens of percelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Groente-, fruit- en tuinafval wordt ten minste eenmaal per 2 weken
                                afzonderlijk ingezameld bij elk perceel of nabij elk perceel voor de
                                gebruikers van meerdere huishoudens of percelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de frequentie van inzameling vaststellen van de
                                overige bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die
                                afzonderlijk worden ingezameld in aangewezen delen van de gemeente
                                bij elk perceel of nabij elk perceel voor de gebruikers van meerdere
                                huishoudens of percelen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van de leden 1, 2 en 3 kan het college de frequentie
                                van het inzamelen al dan niet tijdelijk in het belang van een
                                doelmatig afvalstoffenbeheer aanpassen. Deze aanpassing is
                                bijvoorbeeld mogelijk in het geval dat het college alternatieve
                                wijzen van inzameling wil beproeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                                aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor de inzameldienst of andere
                                inzamelaars.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op het overdragen van
                                bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen aan degene die
                                verplicht is tot inname krachtens artikel 9.5.2, derde lid,
                                onderdeel b, of vierde lid, van de wet.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen aan anderen</titel></kop><al>1.Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen of bestanddelen daarvan
                            over te dragen, aan te bieden of achter te laten, anders dan ter
                            inzameling door een aangewezen inzameldienst, personen of organisaties,
                            bedoeld in artikel 2, of aan degene die verplicht is tot inname
                            krachtens artikel 9.5.2, derde lid, onderdeel b, of vierde lid, van de
                            wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is anderen dan gebruikers van percelen verboden om
                                huishoudelijke afvalstoffen of bestanddelen daarvan ter inzameling
                                aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan personen, die geen woon- of verblijfplaats hebben in de
                                gemeente, verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling over
                                te dragen, aan te bieden of achter te laten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om de bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen, als
                                bedoeld in artikel 3, lid 1 en 2, anders dan afzonderlijk ter
                                inzameling aan te bieden, onverminderd artikel 3, lid 3 en 4.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden aan
                                anderen dan de krachtens artikel 2 aangewezen inzameldienst en
                                andere inzamelaars.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het gescheiden aanbieden
                                van bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen. Deze regels kunnen
                                voor bepaalde categorieën van gevallen of personen een vrijstelling
                                van het verbod, bedoeld in het eerste lid, inhouden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor het aanbieden
                                van bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen aan degene die
                                verplicht is tot inname krachtens artikel 9.5.2, derde lid,
                                onderdeel b, of vierde lid, van de wet.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden ongeadresseerd reclamedrukwerk te bezorgen of laten
                                bezorgen bij een perceel, indien de bewoners of gebruiker ervan
                                duidelijk kenbaar heeft gemaakt op een door het college vastgestelde
                                wijze geen prijs te stellen op het ontvangen van ongeadresseerd
                                reclamedrukwerk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de gebruiker van een perceel, voor wie krachtens artikel 4,
                                tweede lid een inzamelmiddel of inzamelvoorziening is aangewezen,
                                verboden de huishoudelijke afvalstoffen anders aan te bieden dan via
                                het betreffende inzamelmiddel of de betreffende inzamelvoorziening
                                of het betreffende brengdepot;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel te
                                gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze bestemd is;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                via een inzamelmiddel of inzamelvoorziening aan te bieden, dan de
                                bestanddelen waarvoor dit inzamelmiddel of deze inzamelvoorziening
                                krachtens artikel 4, tweede lid is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent het gebruik van een van
                                gemeentewege verstrekt inzamelmiddel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Afval wordt uitsluitend ingezameld indien het inzamelmiddel voldoet
                                aan de door het college gestelde nadere regels.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de plaats en wijze waarop
                                huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college kan bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                aanwijzen die zonder inzamelmiddel ter inzameling kunnen worden
                                aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen of bestanddelen daarvan
                                op andere wijze ter inzameling aan te bieden dan krachtens dit
                                artikel is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de dagen en tijden vast waarop bestanddelen van
                                huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden.
                                Deze dagen en tijden kunnen gesteld worden door middel van een
                                jaarlijkse afvalkalender. De dagen en tijden kunnen voor
                                verschillende bestanddelen, of fracties daarvan, verschillend worden
                                vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen of bestanddelen daarvan
                                op andere dagen en tijden ter inzameling aan te bieden dan krachtens
                                het eerste lid is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden voor de gebruiker van een inzamelmiddel dat is
                                voorgeschreven krachtens artikel 4, om zijn inzamelmiddel na afloop
                                van de krachtens dit artikel voorgeschreven tijd, buiten zijn
                                perceel te laten staan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van
                                huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><al>In afwijking van hetgeen in dit hoofdstuk is bepaald kan het college
                            regels stellen omtrent het in bijzondere gevallen ter inzameling
                            aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst of andere
                            inzamelaars. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Inzameling van bedrijfsafvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die
                                door de inzameldienst worden ingezameld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het belang van een doelmatig afvalstoffenbeheer kan het college
                                bestanddelen van bedrijfs afvalstoffen aanwijzen die uitsluitend in
                                combinatie met andere bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen of
                                fracties daarvan, afzonderlijk worden ingezameld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                                inzameldienst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bedrijfsafvalstoffen aan te bieden, over te dragen
                                of achter te laten ter inzameling door de inzameldienst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod geldt niet indien het bestanddelen of combinaties van
                                bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen betreft die zijn aangewezen
                                krachtens artikel 13 en de voor de inzameling verschuldigde heffing
                                is voldaan op grond van de 'Verordening Reinigingsheffingen gemeente
                                Tilburg', zoals deze jaarlijks wordt vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de dagen, tijden, wijzen en
                                plaatsen waarop de krachtens artikel 13 aangewezen
                                bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst ter inzameling kunnen
                                worden aangeboden. Artikel 9, lid 3, en artikel 11 zijn van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden de krachtens artikel 13 aangewezen
                                bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden in strijd met deze
                                regels.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een
                                ander dan de inzameldienst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan regels stellen voor het ter inzameling aanbieden van
                                bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden in
                                strijd met deze regels.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Zwerfafval en overige</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Dumpingsverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van het college buiten een
                                inzamelplaats als bedoeld in artikel 10, lid 6 en buiten een
                                inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de wet, hinder of nadelige
                                beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een
                                stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te
                                houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke
                                        afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met
                                        deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of
                                        tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan;</al></li><li nr="c."><al>het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met
                                        inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van
                                        afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in
                                        artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="d."><al>handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet
                                        bodembescherming, de Waterwet of het Besluit
                                        bodemkwaliteit.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Zwerfafval in de openbare ruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang
                                en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in
                                de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of
                                andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan,
                                die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt
                                weggeworpen of achtergelaten, wordt onmiddellijk opgeruimd door
                                degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek
                                verspreidde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zwerfafval te veroorzaken door ter inzameling
                                gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te
                                verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze
                                anderszins te behandelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Zwerfafval rondom inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden
                                verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd draagt zorg voor de
                                aanwezigheid in of nabij de inrichting, van een steeds voor gebruik
                                door het publiek gereedstaande en tijdig geleegde afvalbak of
                                soortgelijk middel voor het bewaren van afval.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig
                                etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen die kennelijk
                                uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd
                                binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Afval en verontreiniging op de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de
                                Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te
                                beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te
                                lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het
                                milieu nadelig beïnvloedt of diens opdrachtgever zorgt terstond na
                                de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen
                                van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het
                                verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Geen afval in de open lucht</titel></kop><al>Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders
                            afvalstoffen op een voor het publiek zichtbare plaats in de open lucht
                            en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de wet op te
                            slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming
                            met paragraaf 2 van deze verordening aanbieden of overdragen van
                            huishoudelijke afvalstoffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Ontdoen van autowrakken</titel></kop><al>Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van
                            een perceel, anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in
                            artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6:</nr><titel>Handhaving en toezicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Strafbare feiten</titel></kop><al>Overtreding van artikel 6 tot en met artikel 21 is een strafbaar feit
                            als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische
                            delicten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid,
                                van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aangewezen
                                ambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het eerste lid wijst het college de ambtenaren van de
                                Afdeling Veiligheid &amp; Wijken aan belast met het toezicht op de
                                naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening, ieder
                                voor zover het betreft zaken die aan hun toezicht zijn
                                toevertrouwd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het eerste lid kan het college personen aanwijzen
                                belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2016.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Afvalstoffenverordening voor de gemeente Tilburg 2011 met
                                bijbehorend uitvoeringsbesluit wordt ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om aanwijzing als bedoeld in artikel 2, lid 2 of een
                                ontheffing als bedoeld in artikel 16, lid 1 op grond van de
                                verordening bedoeld in artikel 24, tweede lid, is ingediend en voor
                                het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op
                                die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een
                                aanvraag tot aanwijzing, als bedoeld in artikel 2 van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende het niet
                                toekennen van een aanvraag om aanwijzing als inzamelaar, of een
                                ontheffing dan wel voorschrift of beperking dat voor of na het
                                tijdstip bedoeld in artikel 24, eerste lid, is ingekomen binnen de
                                voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van
                                de verordening bedoeld in artikel 24, tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 24, tweede lid
                                heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die
                                verordening genomen nadere regels, aanwijzingsbesluiten en
                                ontheffingen, indien en voor zover de rechtsgrond waarop de
                                aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze
                                verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of
                                ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Citeerbepaling</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening gemeente
                            Tilburg 2016.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING </titel></kop><al>ALGEMEEN DEEL</al><al>Deze verordening stelt regels over huishoudelijke afvalstoffen,
                    bedrijfsafvalstoffen en enkele overige onderwerpen zoals zwerfafval en andere
                    aan afval gerelateerde onderwerpen in de openbare en open ruimte van gemeenten.
                    Daarmee geeft de verordening uitvoering aan artikel 10.23 van de Wet
                    milieubeheer, waarin de gemeenteraad wordt opgedragen om in het belang van de
                    bescherming van het milieu een Afvalstoffen-verordening vast te stellen [waarbij
                    rekening wordt gehouden met het gemeentelijke milieubeleidsplan, indien in de
                    gemeente een milieubeleidsplan geldt]. Bovendien regelt deze verordening enkele
                    onderwerpen in paragraaf 4, die verband houden met de regels van de APV maar
                    vanwege de samenhang met de Afvalstoffen¬verordening zijn opgenomen in deze
                    verordening.</al><al>ARTIKELSGEWIJS</al><al>Artikel 1. Begrippen</al><al>In het belang van de eenvoud maakt deze verordening slechts in beperkte mate
                    gebruik van begripsbepalingen. </al><al>Ten eerste zijn geen definities van begrippen gegeven als deze begrippen al op
                    grond van artikel 1.1 van de Wet milieubeheer zijn gedefinieerd. Deze begrippen
                    gelden al onverkort voor de toepassing van deze verordening. Er zijn daarom niet
                    opnieuw definities voor in de verordening opgenomen. Voorbeelden van in de wet
                    gedefinieerde begrippen die ook in deze verordening worden gebruikt zijn
                    afvalstoffen, huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen. </al><al>Ten tweede is door de tekst van de verordening consistent in overeenstemming met
                    deze begrippen te formuleren, de behoefte aan bepaalde definities die in de VNG
                    modelverordening 2008, waarop de Afvalstoffenverordening van de gemeente Tilburg
                    2011 is gebaseerd, zijn opgenomen komen te vervallen. </al><al>Dit geldt bijvoorbeeld voor het begrip ‘inzamelen’ dat in die oude
                    modelverordening werd gebruikt. In de onderhavige verordening is slechts sprake
                    van het begrip “inzameling”. Het begrip inzameling is door de Wet milieubeheer
                    gedefinieerd en daarom zonder begripsbepaling opgenomen in deze verordening.
                    Artikel 1.1 van de wet verstaat onder inzameling: verzameling van afvalstoffen,
                    met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van
                    afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie.
                    Dit begrip is letterlijk overgenomen van de Kaderrichtlijn Afvalstoffen.
                    Inzameling is het begin van het afvalstoffenbeheer. Onder afvalstoffenbeheer
                    verstaat de richtlijn immers: inzameling, vervoer, nuttige toepassing en
                    verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toe¬zicht op die handelingen
                    en de nazorg voor de stortplaat¬sen na sluiting en met inbegrip van activiteiten
                    van hande¬laars of makelaars. In de modelverordening 2008 werd het begrip
                    “inzamelen” gebruikt om ruimte te laten voor de verschillende middelen en
                    voorzieningen waarmee de inzameling plaatsvindt bij gemeenten en om duidelijk te
                    maken dat het gaat om inzameling van afvalstoffen die ook ter inzameling zijn
                    aangeboden. In deze verordening kon dit begrip achterwege blijven omdat het
                    begrip “inzameling” zoals het hier wordt geregeld eveneens deze ruime praktijk
                    omvat en ten tweede omdat in de verordening zelf geen ruimte is gelaten voor
                    inzameling van afvalstoffen zonder dat die worden aangeboden via deze middelen
                    of voorzieningen. </al><al>Wat betreft de huishoudelijke afvalstoffen regelt deze verordening, enerzijds,
                    dat de inzameling slechts kan geschieden door aangewezen inzameldiensten of
                    andere inzamelaars (art. 2 en 3) en, anderzijds, dat door gebruikers van de
                    percelen waar huishoudelijke afvalstoffen ontstaan, deze afvalstoffen slechts
                    mogen worden overgedragen of aangeboden ter inzameling aan deze inzameldienst of
                    inzamelaars, al dan niet door achterlating op een daartoe ter beschikking
                    gestelde plek (art. 8 en 9). Inzameling of het aanbieden ter inzameling door of
                    aan anderen dan deze personen is verboden. De verordening regelt eveneens op
                    welke wijze dat plaats dient te vinden. Er zijn regels over gescheiden
                    inzameling van afzonderlijke bestanddelen van afval zoals gft of papier en
                    karton (art. 3 betreft de inzameling, art. 10 het aanbieden ter inzameling),
                    over de middelen waarmee dat dient te gebeuren (art. 4 voor de inzameldienst of
                    andere inzamelaars en art. 8 en 9 voor de gebruiker van het perceel). Inzameling
                    van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan aangewezen inzameldiensten of
                    inzamelaars is verboden. Anderzijds regelt het dat het verboden is om
                    huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden, over te dragen of achter te laten,
                    anders dan ter inzameling aan een van deze inzameldiensten of inzamelaars (art.
                    7). </al><al>In schema is de terminologie van art. 10.24 Wm en art. 1.1 Wm dus als volgt
                    gebruikt t.a.v. de huishoudelijke afvalstoffen:</al><al>De gebruiker van een perceel De inzameldienst of inzamelaar </al><al>Overdragen Inzameling (inclusief: innemen)</al><al>Ter inzameling aanbieden (al dan niet via inzamelmiddelen of
                    inzamelvoorzieningen) Inzameling (via de betreffende middelen of
                    voorzieningen)</al><al>Achterlaten op een ter beschikking gestelde plaats Inzameling (op de daarvoor
                    bestemde plaats) [dit geldt niet voor inzamelaars]</al><al>Het is in deze opzet niet nodig om nog een afzonderlijke begripsbepaling voor
                    ‘inzamelen’ op te nemen, zoals in de VNG model-afvalstoffenverordening 2008 het
                    geval was.</al><al>De begrippen inzamelmiddel of inzamelvoorziening behoeven geen definitie nu uit
                    de tekst van artikel 4 voldoende duidelijk is waarom het kan gaan. Voorbeelden
                    zoals huisvuilzakken, minicontainers, afvalemmers (inzamelmiddelen) of
                    wijkcontainers, brengdepots (milieustraten), verzamelcontainers
                    (inzamelvoorzieningen) zijn genoegzaam bekend en lenen zich niet voor opname in
                    de tekst van de verordening. </al><al>De begrippen inzameldienst en inzamelaar behoeven geen zelfstandige definitie nu
                    uit artikel 2 en 3 genoegzaam volgt dat alleen als zodanig aangewezen personen
                    of instanties als inzameldienst of inzamelaar kunnen worden aangemerkt. </al><al>Andere begrippen kwamen in de verordening zo weinig voor dat, een definitie
                    overbodig was en in de artikeltekst zelf uitsluitsel kon worden gegeven. Een
                    voorbeeld is het begrip “weg” in artikel 19. </al><al>Het begrip “perceel” is omwille van de leesbaarheid opgenomen met een vaste
                    toevoeging die bij het gebruik van dit begrip in de verordening telkens moet
                    worden meegelezen. Het gaat immers telkens om percelen waar huishoudelijke
                    afvalstoffen kunnen ontstaan. Deze toevoeging is opgenomen in verband met
                    artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer, waarin sprake is van de zorg van
                    de gemeente voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen “bij elk binnen
                    haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen
                    ontstaan”. Wat onder perceel moet worden verstaan kan niet goed op het niveau
                    van deze verordening worden vastgesteld. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad
                    van 18 september 1991, nr. 27597, BNB 1991/333, is een perceel een plaats is
                    waar huishoudelijke afvalstoffen geregeld binnen een particuliere huishouding
                    kunnen ontstaan. Slechts dan is geen sprake van een perceel, indien het gaat om
                    een gedeelte van een onroerende (of roerende) zaak dat blijkens indeling en
                    inrichting niet is bestemd voor het voeren van een particuliere huishouding
                    waarin geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Dit zal telkens
                    naar de feiten en het spraakgebruik bepaald moeten worden. Ingevolge het arrest
                    van de Hoge Raad van 10 juli 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1773) kon ook een woonruimte
                    in een zorgcentrum een particuliere huishouding zijn waar geregeld
                    huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan (zie voor de feiten Gerechtshof Den
                    Haag 19 augustus 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2862). </al><al>Gelet op deze feitelijke betekenis van het begrip van ‘perceel’ is geen
                    afzonderlijke bepaling nodig voor de “gebruiker van een perceel” als degene die
                    dat perceel feitelijk gebruikt (zie ook de VNG-modelverordening
                    reinigingsheffingen). Artikel 14 regelt derhalve dat degene die betalen voor de
                    inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, van de inzameling gebruik mogen
                    maken.</al><al>Ten slotte geeft het begrip college aan dat hiermee bedoeld wordt het college
                    van burgemeester en wethouders.</al><al>Artikel 2. Aanwijzing van inzameldienst of andere inzamelaars</al><al>De aanwijzing van een of meer inzameldiensten of van een of meer inzamelaars is
                    een besluit waartegen voor belanghebbenden beroep open staat op grond van de
                    Algemene wet bestuursrecht. </al><al>De aanwijzing van een inzameldienst zal in de praktijk veelal het resultaat zijn
                    van een (Europese) aanbestedingsprocedure. </al><al>Burgemeester en wethouders kunnen als bevoegd gezag beleidsregels opstellen over
                    de wijze waarop met deze bevoegdheid wordt omgegaan. Het gaat dan bijvoorbeeld
                    om de voorwaarden waaronder personen of instanties zoals scholen,
                    maatschappelijke of religieuze organisaties kunnen worden aangewezen als
                    inzamelaar, of hoe wordt omgegaan met eenmalige acties. Het is ook mogelijk om
                    dergelijke regels of regels over de wijze waarop wordt omgegaan met de
                    aanwijzing van inzameldiensten op te nemen in de nadere regels van het derde
                    lid. Deze regels zullen, net als de verordening, het belang moeten dienen van de
                    bescherming van het milieu. Dat is ruimer dan het belang van een doelmatig
                    beheer van afvalstoffen en kan bijvoorbeeld ook betrekking hebben op regels ter
                    voorkoming van geluidsoverlast.</al><al>Redenen van algemeen belang van milieu en gezondheid die met de aanwijzing van
                    inzameldiensten of inzamelaars dwingen ertoe geen regeling voor het van
                    rechtswege nemen van aanwijzingsbesluiten toe te passen in gevallen waarin niet
                    tijdig op een aanvraag wordt beslist. De regeling van paragraaf 4.1.3.3 van de
                    Algemene wet bestuursrecht is daarom niet van toepassing verklaard. Zo nodig
                    kunnen bij het aanwijzingsbesluit beperkingen of voorschriften worden verbonden
                    aan de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Het ligt in de rede dat dit
                    alleen aan de orde is wanneer er ten aanzien van de aan te wijzen instantie
                    bijzondere voorschriften of beperkingen moeten gelden. Nadere regels over de
                    inzameling die gelden voor alle inzamelaars kunnen, indien noodzakelijk, door
                    burgemeester en wethouders op grond van het derde lid worden gesteld.</al><al>Artikel 3. Afzonderlijke inzameling</al><al>Juridisch kader</al><al>Artikel 10.21 van de Wet milieubeheer schrijft voor dat het gemeentebestuur, al
                    dan niet samen met het gemeentebestuur van andere gemeenten, ervoor zorgt dat
                    ten minste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld elk
                    binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld
                    kunnen ontstaan. Grove huishoudelijke afvalstoffen zijn daarvan uitgezonderd.
                    Groente-, fruit- en tuinafval (GFT-afval) moet volgens dit artikel verplicht
                    afzonderlijk wordt ingezameld. De gemeenteraad kan volgens artikel 10.21, derde
                    lid, besluiten tot het afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van
                    huishoudelijke afvalstoffen. Deze vrijheid is ingeperkt door artikel 3 van de
                    Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. Dat verplicht
                    gemeenten ertoe om afgedankte elektrische en elektronische apparatuur van
                    particuliere huishoudens gescheiden in te zamelen. Bij de uitoefening van de
                    bevoegdheden met betrekking tot afvalstoffen dient het gemeentebestuur bovendien
                    rekening te houden met het landelijk afvalbeheersplan (LAP). In het LAP zijn
                    bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen benoemd, die door de consument
                    gescheiden dienen te worden. </al><al>Op grond van artikel 10.26 kan de gemeenteraad in het belang van een doelmatig
                    beheer van huishoudelijke afvalstoffen bij de afvalstoffenverordening
                    afwijken:</al><lijst><li nr="a."><al>van de inzameling bij elk perceel (bepaald mag worden nabij elk
                            perceel),</al></li><li nr="b."><al>van de frequentie van een maal per week (bepaald mag worden met welke
                            regelmaat bij de verordening),</al></li><li nr="c."><al>van de inzameling in het gehele grondgebied (bepaald mag worden dat in
                            een gedeelte van het grondgebied geen huishoudelijke afvalstoffen worden
                            ingezameld)</al></li><li nr="d."><al>van de afzonderlijke inzameling van GFT-afval (bepaald mag worden dat
                            bestanddelen GFT-afval afzonderlijk worden ingezameld)</al></li><li nr="e."><al>en bepaald mag worden dat GFT-afval met andere daarbij aangewezen
                            bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk van het
                            overige huishoudelijke afval wordt ingezameld.</al></li></lijst><al>Een afvalstoffenverordening die een van deze mogelijkheden benut dient te worden
                    voorbereid met toepassing van de inspraakverordening die op grond van artikel
                    150 van de Gemeentewet is vastgesteld (art. 10.26 Wm). Indien toepassing wordt
                    gegeven aan de onderdelen b of c, dan moet de gemeente zorgen voor een daartoe
                    ter beschikking gestelde plaats voor het achterlaten van huishoudelijke
                    afvalstoffen.</al><al>Uitgangspunt</al><al>Gelet op dit juridisch kader en de ontwikkelingen in de gemeentepraktijk, zoals
                    die van het omgekeerd inzamelen, gaat de modelverordening van de VNG ervan uit
                    dat er in elke gemeente door de gemeenteraad ten minste een van deze
                    mogelijkheden van artikel 10.26 Wm wordt toegepast en dat de
                    Afvalstoffenverordening derhalve moet worden voorbereid met toepassing van de
                    inspraakverordening. </al><al>Systeem van de artikelen 3,4, 5 en 10</al><al>Gegeven dit vertrekpunt regelt de verordening de inzameling van huishoudelijke
                    afvalstoffen zo, dat de raad bepaalt:</al><lijst><li nr="1."><al>Welke bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen, met welke frequentie en
                            waar (hele grondgebied of uitzonderingen daarop, of bij bepaalde
                            bebouwingstypen) bij of nabij elk perceel gescheiden worden ingezameld
                            (art. 3 lid 1 en lid 2). Dit is in ieder geval een door de raad
                            vastgestelde lijst bestanddelen, tenzij het college in het belang van
                            een doelmatig afvalstoffenbeheer, zoals bijvoorbeeld een operationele
                            nascheiding, bepaalde bestanddelen achterwege wenst te laten. ( artikel
                            3, lid 4). Ook kan het college bij nadere regels voorschrijven dat
                            bepaalde bestanddelen wel gezamenlijk wordt ingezameld door de
                            inzameldienst (artikel 3, lid 3). Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij de
                            inzameling van plastics, metalen en drankenkartons (PMD), welke
                            bestanddelen van huishoudelijk afval die gezamenlijk in een
                            inzamelmiddel of inzamelvoorziening worden ingezameld.</al></li><li nr="2."><al>Dat het resterende integrale huishoudelijke afval (derhalve:
                            huishoudelijk restafval), met een bepaalde frequentie, in een bepaald
                            gebied (hele grondgebied of uitzonderingen daarop, of bij bepaalde
                            bebouwingstypen) bij of nabij elk perceel worden opgehaald (art.
                            5).</al></li><li nr="3."><al>Dat burgemeester en wethouders zorg dragen voor het beschikbaar stellen
                            van een plaats voor het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen
                            (art. 10, lid 6).</al></li></lijst><al>De gescheiden inzameling is derhalve geregeld in artikel 3, het restafval in
                    artikel 5, en de uitzonderingen op de inzameling bij of nabij een perceel in
                    artikel 10 wat ziet op de inzameling op een daartoe beschikbaar gestelde
                    milieustraat. </al><al>Nadere omschrijvingen regelen</al><al>Concrete omschrijvingen van de bestanddelen kunnen door burgemeester en
                    wethouders in nadere regels worden gegeven om discussies te slechten en om in
                    het kader van de handhaving houvast te bieden. De artikelen 3, 5 en 10 richten
                    zich primair tot de aangewezen inzameldienst of andere inzamelaars door welke de
                    gemeente zorgt draagt voor inzameling. Voor de consument / gebruiker van het
                    perceel (het particuliere huishouden) is dit echter ook van belang in verband
                    met de regel van artikel 10 van deze verordening. </al><al>Frequentie</al><al>De frequentie waarmee deze gescheiden inzameling plaats vindt is […] [indien
                    voor een lagere frequentie wordt gekozen dan eenmaal per week, is de
                    inspraakverordening van toepassing en dient artikel 5 verplicht in de
                    verordening opgenomen te worden.]</al><al>Artikel 4: Inzamelmiddelen en -voorzieningen</al><al>In dit artikel worden de niveaus van inzameling aangegeven. Hiermee wordt recht
                    gedaan aan de vervaging van het onderscheid tussen huis-aan-huisinzameling en
                    inzameling via brengvoorzieningen op verschillende niveaus.</al><al>De inzameling bij elk perceel is individueel en vindt plaats bij elke woning via
                    een haalsysteem. De bewoners maken gebruik van individuele inzamelmiddelen,
                    zoals vuilniszakken of minicontainers.</al><al>Voor het bewaren en aanbieden van huishoudelijk afval kan van gemeentewege
                    eventueel een bewaar- of inzamelmiddel worden verstrekt. De inzamelmiddelen
                    worden buitengezet op de dag van inzameling. Bij hoogbouw kunnen inpandige
                    inzamelvoorzieningen worden getroffen, zoals verzamelcontainers voor
                    verschillende bestanddelen. Benadrukt moet worden dat een of meer
                    inzamelvoorzieningen bij één flat, moet worden gezien als inzameling bij elk
                    perceel.</al><al>Inzameling nabij elk perceel kan plaatsvinden via clusterplaatsen en via
                    inzamelcontainers nabij elk perceel. Een inzamelcontainer kan boven- of
                    ondergronds zijn.</al><al>Een clusterplaats is een plaats waar de burger het inzamelmiddel op de dag van
                    ophalen naar toe brengt. Voorbeelden van clusterplaatsen zijn: een parkje, een
                    pleintje, een parkeerplaats waar op de dag van inzameling niet mag worden
                    geparkeerd of een centrale plaats op de stoep.</al><al>Voor beide vormen van collectieve inzameling geldt dat de inzameling
                    laagdrempelig moet zijn. Tot november 2008 was op grond van artikel 10.26 Wet
                    milieubeheer de ministeriële "Regeling voorwaarden inzamelen huishoudelijke
                    afvalstoffen nabij elk perceel" van toepassing. Hierbij gold een afstand tussen
                    het perceel en de clusterplaats of inzamelcontainer van niet meer dan 75 meter,
                    waarbij de raad in bijzondere gevallen maximaal 125 meter kan toestaan. Nu deze
                    ministeriële regeling afgeschaft is heeft de gemeente zelf de bevoegdheid om een
                    maximale afstand of zelfs om geen maximale afstand vast te stellen.</al><al>In de praktijk blijkt dat gemeenten inzamelvoorzieningen gerealiseerd hebben
                    waarbij rekening gehouden is met deze maximale afstanden. Dit ook om rekening te
                    houden met de mogelijkheid om een doelmatige inzameling uit te voeren en om
                    arbo-technische redenen. Door reeds aanwezige infrastructuur (bebouwing,
                    inrichting van de openbare weg) zijn in sommige gevallen clusterplaatsen of
                    inzamelcontainers niet direct bij een perceel mogelijk.</al><al>Om recht te doen aan de actuele ontwikkelingen met betrekking tot de wijze van
                    inzameling, de transitie van afval naar grondstof en de introductie van een
                    circulaire economie is in het artikel de mogelijkheid opgenomen om alternatieven
                    te beproeven. Veel gemeenten experimenteren met bijvoorbeeld omgekeerd
                    inzamelen’. Dit houdt in dat waardevolle bestanddelen die voor hergebruik of
                    nuttige toepassing aangewend kunnen worden wel ingezameld worden door de
                    inzameldienst of andere inzamelaars; het huishoudelijk restafval wordt niet bij
                    elk perceel meer ingezameld. De Tilburgse inwoners dienen dit restafval zelf
                    actief weg te brengen naar een collectieve inzamelvoorziening in de wijk.
                    Hiermee wordt er een boost gegeven aan het zo veel mogelijk scheiden van
                    waardevolle componenten, en kan tevens een kostenbesparing inhouden voor de
                    inzameling. De burger profiteert hier mede van door een lagere
                    afvalstoffenheffing.</al><al>Proeven met alternatieve inzamelmiddelen en –voorzieningen worden hiermee
                    mogelijk gemaakt.</al><al>Deze systematiek is op analoge wijze opgenomen voor artikel 5. Indien de
                    gemeente Tilburg variaties in frequenties van inzamelen wil beproeven, dan wordt
                    dit mogelijk gemaakt door al dan niet tijdelijk de frequentie aan te passen. Zo
                    kan ervaring opgedaan worden in samenspraak met de inzameldienst of andere
                    inzamelaars om bijvoorbeeld de duocontainer niet 1x per 2 weken te legen, maar
                    1x per 3 weken.. Indien de proeven slagen en het college besluit tot introductie
                    van de maatregelen, dan is een besluit daartoe van het college afdoende. Een
                    extra inspraakronde is alsdan niet nodig.</al><al>Artikel 6: inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen</al><al>Gemeenten zijn belast met de zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijke
                    afvalstoffen. Zij hebben daarmee ook het recht om te bepalen dat het verboden is
                    aan anderen dan de door het college aangewezen inzameldienst of andere
                    inzamelaars om huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Het verbod geldt niet
                    voor de inname van huishoudelijke afvalstoffen waarvoor een
                    producentenverantwoordelijkheid geldt. </al><al>Artikel 7: Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                    afvalstoffen aan anderen</al><al>Burgers mogen hun afvalstoffen alleen aanbieden aan de krachtens in het eerste
                    lid van artikel 2 aangewezen inzameldienst, andere inzamelaars die zijn
                    aangewezen krachtens het tweede lid van artikel 2 en personen of instanties die
                    in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij AMvB of ministeriële
                    regeling een inzamelplicht hebben (zie de toelichting bij artikel 3). In dit
                    geval mag de burger zijn huishoudelijke afvalstoffen, zoals elektrische en
                    elektronische apparatuur, ook aan deze personen of instanties aanbieden.</al><al>Artikel 8: verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                    afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen</al><al>Dit artikel bepaalt dat alleen diegenen die binnen de gemeente
                    afvalstoffenheffing betalen, huishoudelijke afvalstoffen mogen aanbieden.
                    Achtergrond van dit artikel is de toename in het illegaal aanbieden van
                    afvalstoffen door inwoners van andere gemeenten (afvaltoerisme) of door
                    bedrijven van binnen en buiten de eigen gemeente, die op deze manier de kosten
                    van de verwijdering van hun afvalstoffen willen ontlopen.</al><al>Lid 2 verwoordt dit expliciet.</al><al>Artikel 9: Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</al><al>In artikel 3 is een opsomming opgenomen van de bestanddelen van huishoudelijke
                    afvalstoffen die afzonderlijk worden ingezameld. Artikel 9 houdt een verbod in
                    voor de burger om huishoudelijke afvalstoffen, anders dan afzonderlijk, aan te
                    bieden.</al><al>Artikel 10: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen</al><al>Het eerste lid betreft het verbod om huishoudelijke afvalstoffen anders aan te
                    bieden dan via het aangewezen inzamelmiddel of de inzamelvoorziening.</al><al>Bij inzamelmiddelen voor de gebruiker van een perceel kan worden gedacht aan
                    vaste inzamelmiddelen, zoals minicontainers, afvalemmers, kratjes, kca-boxen en
                    dergelijke, maar ook aan huisvuilzakken of plastic folie waarin asbesthoudend
                    afval moet worden verpakt. De inzamelmiddelen kunnen al dan niet van
                    gemeentewege worden verstrekt.</al><al>Het tweede lid betreft het verbod om categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                    anders aan te bieden dan via het aangewezen inzamelmiddel of de aangewezen
                    inzamelvoorziening.</al><al>Het vijfde lid bevat de mogelijkheid om huishoudelijke afvalstoffen te kunnen
                    aanbieden zonder inzamelmiddel of -voorziening (bij het perceel of op een ander
                    inzamelniveau). Dit is vooral van belang voor grof huisvuil of grof
                    tuinafval.</al><al>Artikel 10 biedt de basis tot het stellen van diverse regels
                    (uitvoeringsbesluit) die relevant zijn voor het inzamelen van huishoudelijk
                    afval. Deze regels kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op:</al><al>• maximale gewicht</al><al>• maximaal aantal aan te bieden inzamelmiddelen</al><al>• voorwaarden voor gebruik van inzamelmiddelen</al><al>• eisen aan inzamelmiddel</al><al>• regels voor het gebruik van inzamelvoorzieningen op wijkniveau (glasbakken
                    e.d.)</al><al>• regels ten aanzien van het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen bij de
                    milieustraat.</al><al>Artikel 11: dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden</al><al>Bij het vaststellen van de dagen en tijden kan in het besluit van het college
                    een onderscheid worden gemaakt naar de verschillende niveaus van inzameling en
                    de daarbij gehanteerde inzamelmiddelen en -voorzieningen.</al><al>Inspelend op de voortdurende ontwikkelingen op afvalinzamelgebied is in dit
                    artikel de mogelijkheid opgenomen om wijzigingen kenbaar te maken via de
                    jaarlijks uit te geven afvalkalender. Dit laat overigens onverlet dat de
                    gemeente ook bij een aanpassing van de frequentie van inzamelen door een
                    aanpassing van de Afvalstoffenverordening gehouden is aan de inspraakprocedure.
                    Welke procedure zij moet volgen is afhankelijk van haar inspraakverordening.
                    Mogelijk is dat er een minder zware procedure gevolgd kan worden bij minieme
                    wijzigingen. </al><al>Verder is het wel zo dat het niet volgen van een inspraakprocedure niet
                    automatisch leidt tot het onverbindend zijn van de Afvalstoffenverordening (zie
                    Rechtbank Noord-Holland d.d. 28-11-2013 (ECLI:NL:RBNHO:2013:11537). </al><al>Artikel 12: het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van
                    huishoudelijke afvalstoffen</al><al>Dit artikel biedt de grondslag voor een door het college vast te stellen
                    calamiteitenregeling. Een dergelijke (eventueel tijdelijke) regeling zou
                    bijvoorbeeld nodig kunnen zijn in geval van stakingen, etc. Ook kan worden
                    gedacht aan een regeling voor het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen bij
                    wegopbrekingen.</al><al>Artikel 13 en 14: inzameling en aanbieden van bedrijfsafvalstoffen</al><al>De inzameldienst kan naast huishoudelijke afvalstoffen bijvoorbeeld ook
                    bedrijfsafvalstoffen (of een bepaalde categorie van bedrijfsafvalstoffen)
                    inzamelen. Gedacht kan worden aan afval uit de kantoren/winkels/ dienstensector
                    of bouw- en sloopafval (voor zover dit niet wordt gerekend tot het huishoudelijk
                    afval).De gemeente heeft met betrekking tot bedrijfsafvalstoffen geen zorgplicht
                    en kan niet bepalen wie er binnen de gemeente al dan niet mogen inzamelen zoals
                    dat bij huishoudelijke afvalstoffen het geval is.</al><al>Alleen die bedrijven die betalen voor de gemeentelijke inzamelvoorzieningen
                    mogen, voor zover artikel 13 daartoe de mogelijkheid biedt, hun
                    bedrijfsafvalstoffen aanbieden aan de inzameldienst. Het college kan, net als
                    bij huishoudelijke afvalstoffen, regels stellen over de wijze waarop de
                    afvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden.</al><al>Artikel 15: Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander
                    dan de inzameldienst</al><al>De basis voor het stellen van regels over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen
                    kan worden gevonden in artikel 10.23, derde lid, Wm. De memorie van toelichting
                    zegt hierover: "Ten aanzien van de inzameling van bedrijfsafvalstoffen of
                    gevaarlijke afvalstoffen mogen ook in het belang van de bescherming van het
                    milieu regels worden gesteld. Blijkens het derde lid mogen deze regels geen
                    vergunningstelsel inhouden. Dit is krachtens artikel 10.48 Wm voorbehouden aan
                    de minister. Vanzelfsprekend mogen de gemeenten hun bevoegdheid evenmin benutten
                    ter bevoordeling van de eigen inzameldienst en ten nadele van andere aanbieders
                    op de markt."</al><al>Artikel 16: Dumpingsverbod</al><al>Dit artikel heeft een primair een milieubeschermende functie en beoogt de
                    gemeenten een instrument te geven om illegale dumpingen, voor zover er geen
                    hogere wet- of regelgeving van toepassing is, of het ontstaan van zwerfafval
                    tegen te gaan</al><al>Artikel 17: Zwerfafval in de openbare ruimte</al><al>Bij het begrip straatafval gaat het in feite om afval "dat onderweg ontstaat",
                    buiten een perceel, dat niet als zwerfafval op straat of in het plantsoen
                    terecht dient te komen en waarvoor je de burger (in dit geval ook toeristen) de
                    mogelijkheid wilt bieden om zich ter plekke ervan te ontdoen (voor zover van
                    zeer beperkte omvang en gewicht). </al><al>Het zwerf- en straatafval moet "buiten een perceel ontstaan". Een huishoudelijke
                    afvalstof, ontstaan op of binnen het perceel, moet worden aangeboden volgens de
                    bepalingen uit paragraaf 3 "Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                    afvalstoffen (regels voor de burger over de aanbieding van huishoudelijke
                    afvalstoffen)".</al><al>Niet alleen reclamebiljetten worden aan het publiek uitgereikt. Ook ander
                    promotiemateriaal wordt vaak uitgereikt. Gedacht kan worden aan de zogenaamde
                    samplings, monsters of miniverpakkingen, waarin ter promotie een product in een
                    kleine hoeveelheid wordt aangeboden. Op grond van dit artikel kan degene die
                    dergelijk promotiemateriaal uitreikt, worden verplicht het promotiemateriaal, de
                    verpakking of de inhoud daarvan op te ruimen of te laten opruimen.</al><al>Lid 3 heeft betrekking op wat ook wel de ‘morgenster’-problematiek wordt
                    genoemd. Dit artikel beoogt dan ook paal en perk te stellen aan het doorzoeken
                    en verwijderen van ter inzameling aangeboden afvalstoffen voordat de medewerkers
                    van de inzameldienst ter plaatse zijn. Vaak immers heeft dit doorzoeken tot
                    gevolg dat het huisvuil over de hele straat verspreid ligt en de inzameldienst
                    zijn werk niet meer kan verrichten. Het aldus ontstane zwerfafval veroorzaakt
                    een zware belasting van de gemeentelijke veegdienst. Vanzelfsprekend moet het
                    wel mogelijk zijn dat toezichthouders en handhavers in de gelegenheid zijn om zo
                    nodig de inhoud van aangebroken zakken, emmers en (mini)containers te
                    onderzoeken.</al><al>Artikel 18: Zwerfafval rondom inrichtingen</al><al>Inrichtingen waar eet- en/of drinkwaren worden verkocht zijn bijvoorbeeld een
                    winkel, hal of kraam. Het afval dat hierbij kan vrijkomen zijn bijvoorbeeld
                    papier, etensresten, verpakkingsmateriaal of ander afval. Opgemerkt wordt dat
                    een inrichting zoals bedoeld in dit artikel, vergunningplichtig kan zijn op
                    grond van de Wet milieubeheer, dan wel meldingsplichtig op grond van het Besluit
                    algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, ook wel het Activiteitenbesluit
                    genoemd. Met de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit op 1 januari 2008
                    is het voormalig Besluit Horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer
                    komen te vervallen.</al><al>De verplichting zoals opgenomen onder c van deze bepaling kan in deze gevallen
                    als voorschrift aan een dergelijke milieuvergunning worden verbonden, dan wel
                    rechtstreeks voortvloeien uit het Activiteitenbesluit. Artikel 2.13 van het
                    Activiteitenbesluit bepaalt het volgende: "Degene die de inrichting drijft
                    verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, sport- of spelmaterialen,
                    of andere materialen die uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting
                    zijn bestemd binnen een straal van 25 meter van de inrichting." Hieruit volgt
                    dat het criterium "in de nabijheid van de inrichting" kan worden uitgelegd als
                    binnen een straal van 25 meter van de inrichting.</al><al>Artikel 19: Afval en verontreiniging op de weg</al><al>Het eerste lid beoogt het ontstaan van zwerfafval bij het laden of lossen of
                    vervoeren van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te voorkomen. Het tweede lid
                    vloeit voort uit artikel 10.25, onder b, Wm. De memorie van toelichting zegt
                    hierover: "De onderdelen a en b hebben betrekking op zwerfafval. …….. Onderdeel
                    b betreft het opruimen van zwerfafval." Dit artikel is dus een uitwerking van
                    artikel 10.25, onder b, Wm in de vorm van een verplichting tot het reinigen of
                    laten reinigen van de weg bij het ontstaan van zwerfafval. De opname van het
                    tweede lid heeft vooral betekenis in verband met het op kosten van de overtreder
                    laten reinigen van de weg (bestuursdwang).</al><al>Artikel 20: Geen afval in de open lucht</al><al>In artikel 10.25, onder c, Wm is de basis gelegd voor het opnemen van een
                    dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Bij de afvalstoffenverordening
                    kunnen voortaan in ieder geval regels worden gesteld omtrent het op een voor het
                    publiek zichtbare plaats aanwezig hebben van afvalstoffen. Artikel 10.25, onder
                    c, Wm geldt voor de opslag van alle afvalstoffen </al><al>Artikel 21: Ontdoen van autowrakken</al><al>Dit artikel is een uitwerking van artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken
                    (Staatsblad 2002, 259, verder BBA). Hierin is de afgifte van autowrakken door
                    huishoudens geregeld. Op grond van artikel 6 BBA moeten gemeenten in hun
                    afvalstoffenverordening bepalen dat een autowrak, zijnde een huishoudelijk
                    afvalstof, slechts mag worden afgegeven aan autodemontagebedrijven, garages en
                    autoschadeherstelbedrijven of aan een persoon die in een ander land dan
                    Nederland is gevestigd (onder strikte voorwaarden).</al><al>Op grond van artikel 7 BBA worden autowrakken, afkomstig van huishoudens
                    uitdrukkelijk uitgezonderd van de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling
                    van huishoudelijk afval.</al><al>Artikel 22: Strafbare feiten</al><al>In dit artikel worden de bepalingen opgesomd die als strafbaar feit worden
                    aangeduid om strafrechtelijk te kunnen worden gehandhaafd. De strafbaarstelling
                    van artikel 10.23 Wm over de gemeentelijke afvalstoffenverordening is geregeld
                    in de Wet op de economische delicten (Wed). Aangezien niet alle bepalingen in de
                    afvalstoffenverordening zich voor strafrechtelijke handhaving lenen, is de
                    strafbaarstelling geclausuleerd.</al><al>Artikel 1a, aanhef, onder 3º Wed luidt: "Economische delicten zijn eveneens:
                    overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: …. de Wet
                    milieubeheer, 10.23 – voor zover aangeduid als strafbare feiten - en ……." In de
                    afvalstoffenverordening moet daarom worden aangegeven welke overtredingen (lees:
                    de overtreding van welke artikelen) een strafbaar feit opleveren. Uitsluitend
                    indien dat het geval is, vormt de overtreding een economisch delict in de zin
                    van artikel 1a, onder 3º Wed.</al><al>In dit kader is tevens van belang dat de afvalstoffenverordening tijdig wordt
                    aangepast aan een eventuele wijziging van hogere wetgeving.</al><al>In de Wed is de strafmaat aangegeven van overtredingen van plaatselijke
                    verordeningen die gebaseerd zijn op de Wet milieubeheer. In het geval van de
                    afvalstoffenverordening hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete
                    van de vierde categorie. Artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht
                    stelt de hoogte van een boete van de vierde categorie vast op maximaal € 20.250
                    (per 1 januari 2014). Artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht geeft de
                    officier van justitie de mogelijkheid om met een boete strafvervolging te
                    voorkomen.</al><al>Het openbaar ministerie stelt de richtlijnen op voor de hoogte van de
                    boetes.</al><al>Artikel 23: Toezichthouders</al><al>Aanwijzing van de toezichthouder in de afvalstoffenverordening is noodzakelijk,
                    indien een toezichthouder tevens opsporingsbevoegdheden dient te krijgen. Het
                    aanwijzen van toezichthouders gebeurt op basis van artikel 5.10, derde lid, van
                    de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al><al>Alleen voor de aanwijzing van toezichthouders is een bepaling opgenomen in de
                    afvalstoffenverordening. Opsporingsambtenaren worden namelijk aangewezen in de
                    artikelen 141 en 142 Wetboek van Strafvordering.</al><al>Verder is de mogelijkheid opengelaten dat ook andere personen dan ambtenaren van
                    de Afdeling Veiligheid &amp; Wijken door het college belast worden met het
                    toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening. Het
                    kan dan gaan om medewerkers van de afdeling BAT, bijvoorbeeld indien het de
                    naleving van het afzonderlijk aanbieden van bestanddelen van huishoudelijk afval
                    (Controleur op afvalscheiding) of toezicht op het acceptatiebeleid op de
                    milieustraten betreft.</al><al>Artikel 24: Inwerkingtreding</al><al>De huidige Afvalstoffenverordening gemeente Tilburg 2011 moet met het
                    vaststellen van de nieuwe Afvalstoffenverordening gemeente Tilburg 2016 per
                    1juli 2016 worden ingetrokken. Dit geldt ook voor het Uitvoeringsbesluit, dat
                    gebaseerd is op de oude verordening.</al><al>Artikel 25: Overgangsbepalingen</al><al>De inhoud van dit artikel spreekt voor zich. De essentie is dat een aanvrager om
                    aanwijzing of ontheffing door de inwerkingtreding van de nieuwe verordening niet
                    in een nadeliger positie komt te verkeren ten opzichte van de oude verordening.
                    Hiertoe zijn deze overgangsbepalingen noodzakelijk om deze rechten te
                    borgen.</al><al>Artikel 26: Citeerbepaling</al><al>De inhoud van dit artikel spreekt voor zich. In de citeertitel is het jaartal
                    2016 opgenomen ter onderscheiding van de betrokken regeling van de in te trekken
                    Afvalstoffenverordening Gemeente Tilburg 2011.</al><al/><al/><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 2 november 2015.</al><al>de griffier, </al><al>de voorzitter,</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>