<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR410546_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Tilburg 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-91561.html">Gemeenteblad, 2016, nr. 91561</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Tilburg 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-07-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-07-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016_364</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Tilburg 2007.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Tilburg
                2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Tilburg;</al><al>-gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al><al>Besluit</al><al>2.</al><lijst><li nr="A."><al>Ten opzichte van de huidige Verordening materiële financiële
                                gelijkstelling onderwijs gemeente Tilburg 2007 de specifieke
                                bepalingen van de verordening en de toelichting specifieke
                                bepalingen aan te passen:</al></li><li nr="B."><al>De Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs
                                gemeente Tilburg 2007, zoals vastgesteld op 12 maart 2007 in te
                                trekken.</al></li><li nr="C."><al>De Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs
                                gemeente Tilburg 2016 vast te stellen.</al></li></lijst><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepaling.</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="1."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Tilburg;</al></li><li nr="2."><al>schoolbestuur: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het
                                    primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs bekostigde in de gemeente gelegen openbare
                                    of bijzondere school, of, voor zover in deze verordening is
                                    bepaald, van een nevenvestiging waarvan de hoofdvestiging is
                                    gelegen in een andere gemeente;</al></li><li nr="3."><al>school: school voor basisonderwijs, school voor (voortgezet)
                                    speciaal onderwijs en school voor voortgezet onderwijs;</al></li></lijst><al>* school voor basisonderwijs: een basisschool of een speciale school
                            voor basisonderwijs als bedoeld in </al><al>artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; </al><al>* school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: een school voor speciaal
                            onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs
                            als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, een
                            instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in
                            artikel 8 van de Wet op de expertisecentra en een school voor voortgezet
                            speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                            expertisecentra; </al><al>* school voor voortgezet onderwijs: school of scholengemeenschap voor
                            voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar
                            algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en
                            voor praktijkonderwijs. </al><lijst><li nr="4."><al>nevenvestiging: deel van een school dat door de minister
                                    ingevolge artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs, of van
                                    de Wet op de expertisecentra, artikel X van de wet van 31 mei
                                    1995 (Stb. 319) of van de Wet op het voortgezet onderwijs voor
                                    bekostiging in aanmerking is gebracht;</al></li><li nr="5."><al>voorziening: een voorziening zoals opgenomen in de bijlage
                                    Voorzieningen van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>aanvullende voorziening: een door het college vastgestelde
                                    nieuwe voorziening waarmee de verordening tijdelijk wordt
                                    aangevuld;</al></li><li nr="7."><al>indieningsdatum: uiterste moment zoals opgenomen in de bijlage
                                    Voorzieningen van deze verordening, waarvoor een aanvraag voor
                                    een voorziening voor het eerste daaropvolgende tijdvak moet zijn
                                    ingediend;</al></li><li nr="8."><al>toekenningscriteria: de omstandigheden zoals opgenomen in de
                                    bijlage Voorzieningen van deze verordening, waaronder een
                                    schoolbestuur in aanmerking komt voor een voorziening of een
                                    aanvullende voorziening;</al></li><li nr="9."><al>tijdvak: periode zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van
                                    deze verordening, waarvoor een voorziening wordt toegekend;</al></li><li nr="10."><al>subsidieplafond: het door de raad of het college vastgestelde
                                    bedrag, voor een door de raad aangewezen voorziening, dat ten
                                    hoogste beschikbaar is binnen een bepaald tijdvak;</al></li><li nr="11."><al>feitelijke beschikbaarstelling: de beschikking van het college
                                    waarbij een voorziening of aanvullende voorziening in natura
                                    beschikbaar wordt gesteld;</al></li><li nr="12."><al>subsidievaststelling: de beschikking van het college waarin het
                                    subsidiebedrag voor een voorziening of aanvullende voorziening
                                    definitief wordt vastgesteld en een recht op uitbetaling
                                    ontstaat.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Subsidieplafond en verdelingsregels.</titel></kop><al>De raad kan voor een voorziening een subsidieplafond vaststellen.
                            Hierbij bepaalt de raad hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Aanvullende voorziening.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat de verordening tijdelijk wordt aangevuld
                                met een voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de toekenningscriteria vast waaronder aanspraak
                                bestaat op de aanvullende voorziening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college maakt het subsidieplafond en de wijze van verdeling van
                                het beschikbare bedrag, uiterlijk zes weken voor de indieningsdatum
                                aan de schoolbesturen bekend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Procedures.</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Aanvraag voorzieningen; weigeringsgronden.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Toevoegen, wijzigen en intrekken.</titel></kop><al>Een wijziging van de verordening die leidt tot het toevoegen,
                                wijzigen of intrekken van een voorziening, wordt uiterlijk zes weken
                                voor de indieningsdatum bekendgemaakt door het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Indiening aanvraag.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het schoolbestuur dat een voorziening voor het eerste
                                    daaropvolgend tijdvak wenst, dient voor de indieningsdatum een
                                    aanvraag in bij het college. De indieningsdatum is niet van
                                    toepassing indien voor de voorziening is bepaald dat een
                                    indieningsdatum niet is voorgeschreven. Indien de aanvraag niet
                                    voor de indieningsdatum is ingediend, besluit het college om de
                                    aanvraag niet te behandelen. Bij de indiening van een aanvraag
                                    en de verstrekking van de gegevens dient het schoolbestuur
                                    gebruik te maken van het door het college vastgestelde
                                    formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van het schoolbestuur;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>de gewenste voorziening;</al></li><li nr="d."><al>de naam van de school en de onderwijssoort indien de
                                            voorziening is bestemd voor een school;</al></li><li nr="e."><al>een motivering dat wordt voldaan aan de
                                            toekenningscriteria.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het ontbreken van een of meer gegevens deelt het college dit
                                    schriftelijk mee aan het schoolbestuur. Daarbij krijgt het
                                    schoolbestuur de gelegenheid om binnen drie weken na de datum
                                    van verzending van de mededeling de gegevens schriftelijk aan te
                                    vullen. Indien het schoolbestuur de ontbrekende gegevens niet
                                    binnen deze termijn verstrekt, beslist het college de aanvraag
                                    niet te behandelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Beslissingstermijn.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit binnen zes weken na de indieningsdatum op
                                    een aanvraag. Indien ten aanzien van een voorziening geen
                                    indieningsdatum is voorgeschreven, beslist het college binnen
                                    zes weken na ontvangst van de aanvraag, tenzij in de specifieke
                                    bepalingen van deze veordening anders is omschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de in het eerste lid vermelde termijn met vier
                                    weken verlengen. Bij verlenging wordt uiterlijk twee weken voor
                                    het einde van de termijn weken hiervan door het college
                                    schriftelijk mededeling gedaan aan het schoolbestuur. Hierbij
                                    geeft het college de reden voor de verlenging aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt binnen vier weken na de datum van de
                                    beschikking op de aanvraag het schoolbestuur hiervan
                                    schriftelijk in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Weigeringsgronden.</titel></kop><al>Het college weigert de voorziening in ieder geval indien: </al><lijst><li nr="1."><al>de gewenste voorziening geen voorziening is in de zin van
                                        deze verordening;</al></li><li nr="2."><al>niet is voldaan aan een van de toekenningscriteria;</al></li><li nr="3."><al>door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou
                                        worden overschreden.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Aanvraag aanvullende voorzieningen; weigeringsgronden.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Indiening aanvraag.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het schoolbestuur dat een aanvullende voorziening wenst, dient
                                    een aanvraag in bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de aanvraag is artikel 6, tweede en derde lid, van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Beslissingstermijn.</titel></kop><al>Het college besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag
                                of binnen acht weken na de verstrekking van de aanvullende gegevens.
                                Binnen vier weken na de datum van de beschikking stelt het college
                                het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Weigeringsgronden.</titel></kop><al>Het college weigert de aanvullende voorziening in ieder geval
                                indien: </al><lijst><li nr="1."><al>de gevraagde voorziening geen aanvullende voorziening zoals
                                        bedoeld in artikel 3 is;</al></li><li nr="2."><al>niet is voldaan aan een van de toekenningscriteria.</al></li><li nr="3."><al>door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou
                                        worden overschreden.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Toekenning; intrekking of wijziging; verbod vervreemding.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Inhoud beschikking tot toekenning; betaling.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beschikking van het college tot toekenning van een
                                    voorziening of een aanvullende voorziening kan inhouden:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke beschikbaarstelling van de voorziening;
                                            of</al></li><li nr="b."><al>een subsidievaststelling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschikking bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>het tijdvak en het doel waarvoor de voorziening is
                                            toegekend;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop het schoolbestuur de voorziening dient
                                            uit te voeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beschikking tot subsidievaststelling bevat voorts:</al><lijst><li nr="a."><al>het bedrag van de subsidie;</al></li><li nr="b."><al>voorzover van belang de wijze waarop rekening en
                                            verantwoording door het schoolbestuur wordt afgelegd aan
                                            het college.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De betaling van het subsidiebedrag vindt binnen zes weken na de
                                    subsidievaststelling plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Intrekken of wijzigen beschikking.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een beschikking intrekken of ten nadele van het
                                    schoolbestuur wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van feiten en omstandigheden waarvan het
                                            college bij de toekenning van de voorziening
                                            redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond
                                            waarvan de toekenning van de voorziening anderszins zou
                                            hebben plaatsgevonden;</al></li><li nr="b."><al>indien het schoolbestuur niet voldoet aan de in de
                                            beschikking gestelde verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>indien de beschikking onjuist was en het schoolbestuur
                                            dit wist of behoorde te weten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De intrekking of wijziging van een beschikking tot
                                    subsidievaststelling werkt terug tot en met het tijdstip van
                                    toekenning van de voorziening, tenzij bij de intrekking of
                                    wijziging anders is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Terugvordering.</titel></kop><al>Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen (* en voorschotten) kunnen
                                worden teruggevorderd voor zover na de dag waarop de subsidie is
                                vastgesteld, dan wel de handelingen als bedoeld in artikel 13,
                                eerste lid onder b, heeft plaatsgevonden, nog geen vijf jaren zijn
                                verstreken. </al><al>Ten onrechte feitelijk beschikbaar gestelde voorzieningen kunnen
                                worden teruggevorderd voor zover na de dag waarop de voorziening is
                                toegekend nog geen vijf jaren zijn verstreken en de aard van de
                                voorziening dit mogelijk maakt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Verbod tot vervreemding.</titel></kop><al>Vervreemding door het schoolbestuur van op basis van deze
                                verordening toegekende voorzieningen, is niet toegestaan zonder
                                toestemming van het college tenzij sprake is van een overdracht van
                                voorzieningen aan een ander schoolbestuur als gevolg van
                                samenvoeging van het betreffende schoolbestuur met een ander
                                schoolbestuur. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Slotbepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Informatieverstrekking.</titel></kop><al>Het schoolbestuur verstrekt op verzoek van het college nadere gegevens
                            die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde in deze
                            verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Beslissing van het college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet.</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van de verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet, beslist het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Citeertitel; inwerkingtreding.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De verordening kan worden aangehaald als: Verordening materiële
                                    financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Tilburg 2016.</al></li><li nr="2."><al>De verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                    2016.</al></li></lijst><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 4 juli 2016</ondertekening><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Specifieke bepalingen ten behoeve van de toekenning van voorzieningen
                        lokaal bewegingsonderwijs</titel></kop><al/><al><vet>I Criteria schoolbestuur dat in aanmerking komt voor een
                    voorziening</vet></al><al>Het bevoegd gezag van een school of nevenvestiging voor:</al><lijst><li nr="a."><al>basisonderwijs of speciaal basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van
                            de Wet op het primair onderwijs, en</al></li><li nr="b."><al>speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de
                            Wet op de expertisecentra, dat juridisch eigenaar is van een school voor
                            basisonderwijs, school voor speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs
                            of voortgezet speciaal onderwijs die zich bevindt op het grondgebied van
                            de gemeente en juridisch eigenaar is van lokaal bewegingsonderwijs dat
                            zich bevindt op het grondgebied van de gemeente.</al></li></lijst><al><vet>II Aanduiding van de voorziening</vet></al><al>Onderscheid wordt gemaakt in de voorziening:</al><al>a.aanpassing, bestaande uit:</al><al>1°. het maken van voldoende wasgelegenheid waar deze bij het lokaal
                    bewegingsonderwijs ontbreekt en dit belemmerend werkt op het effectief gebruik,
                    dan wel de mogelijkheden tot medegebruik, van het lokaal
                    bewegingsonderwijs;</al><al>2°. wijzigingen bij ingebruikneming van een gebouw als het gebouw anders niet
                    geschikt is voor het primair onderwijs en speciaal of voortgezet speciaal
                    onderwijs, omdat:</al><lijst><li nr="A."><al>de netto vloeroppervlakte van een lokaal bewegingsonderwijs niet
                            minstens 252 vierkante meter netto is en de hoogte niet minstens 5 meter
                            bedraagt, en</al></li><li nr="B."><al>het lokaal bewegingsonderwijs niet voorzien is van minstens twee
                            kleedruimten met een was- of douchegelegenheid;</al></li></lijst><al>3°. voorzieningen voor eisen voortkomend uit wet- en regelgeving; </al><al>4°. vervangen van oliegestookte verwarmingsinstallaties;</al><al>b.onderhoud,bestaande uit:</al><al>1°. vervangen dakbedekking, hemelwaterafvoer, dakrand, daklichten; </al><al>2°. vervangen buitenberging of dak buitenberging;</al><al>3°. vervangen rijwielstalling of rijwielstaanders;</al><al>4°. vervangen brandtrap;</al><al>5° vervangen erfscheiding;</al><al>6°. Vervangen of herstellen riolering of bestrating schoolplein;</al><al>7°. vervangen binnenkozijnen en -deuren, inclusief hang- en sluitwerk;</al><al>8°. vervangen buitenkozijnen en -deuren, inclusief hang- en sluitwerk;</al><al>9°. vervangen radiatoren, convectoren of leidingen voor centrale
                    verwarming;</al><al>10°. vervangen dakpannen, inclusief houtwerk, dakrand en goten;</al><al>11°. vervangen boeiboorden.</al><al><vet>III Criteria voor het toekennen van een voorziening</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De noodzaak van de voorziening:</al><lijst><li nr="a."><al>maken van voldoende wasgelegenheid is aanwezig als bij het
                                    lokaal bewegingsonderwijs geen twee wasgelegenheden zijn;</al></li><li nr="b."><al>maken van voldoende kleedgelegenheid is aanwezig als blijkt dat
                                    er geen twee kleedruimten zijn;</al></li><li nr="c."><al>ingebruikneming blijkt uit het feit dat het desbetreffende
                                    gebouw niet voldoet aan de inrichtingseisen voor lokalen
                                    bewegingsonderwijs voor het basisonderwijs, speciaal
                                    basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal
                                    onderwijs en het geschikt maken van het gebouw met redelijke
                                    kosten, zulks ter beoordeling van het college, te verwezenlijken
                                    is;</al></li><li nr="d."><al>eisen voortkomend uit wet- en regelgeving blijkt als wordt
                                    vastgesteld dat het gebouw niet voldoet aan de geldende wet- en
                                    regelgeving, terwijl onontkoombaar is dat dit verschil op korte
                                    termijn moet worden opgeheven;</al></li><li nr="e."><al>blijkt uit het feit dat de oliegestookte verwarmingsinstallatie
                                    in een zo slechte conditie verkeert dat vervanging noodzakelijk
                                    is, en</al></li><li nr="f."><al>onderhoud blijkt uit het feit dat het gevraagde gebouwelement of
                                    een gedeelte daarvan:</al></li></lijst></li></lijst><al>1°. ten minste in een matige conditie verkeert volgens de bouwkundige opname op
                    grond van NEN 2767, en</al><al>2°. regulier onderhoud door het bevoegd gezag niet langer volstaat.</al><al>2.Bovenstaande voorzieningen komen voor bekostiging in aanmerking als op basis
                    van een prognose, die voldoet aan de in bijlage II van Verordening voorzieningen
                    huisvesting onderwijs gemeente Tilburg gestelde vereisten, het gebouw nog ten
                    minste vier jaar voor het bewegingsonderwijs noodzakelijk is, tenzij er een
                    andere, goedkopere, voorziening mogelijk is. Dit ter beoordeling van het
                    college.</al><al><vet>IV Datum indienen aanvraag</vet></al><al>De aanvraag voor het bekostigen van de voorziening moet uiterlijk 1 januari
                    voorafgaande het jaar van bekostiging bij het college worden ingediend. Bij de
                    aanvraag moet worden overlegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een rapportage waaruit de noodzaak blijkt van de voorzieningen, of</al></li><li nr="b."><al>een bouwkundige rapportage die voldoet aan NEN 2767 en aantoont dat het
                            gevraagde onderhoud noodzakelijk is, en</al></li><li nr="c."><al>een offerte van de kosten.</al></li></lijst><al><vet>V Tijdvak waarvoor voorziening wordt toegekend</vet></al><al>De voorziening wordt toegekend voor het jaar volgend op het jaar waarop de
                    aanvraag is ingediend. Is het niet mogelijk om de voorziening in het toegekende
                    jaar te realiseren dat moet het bevoegd gezag voor 1 september van het
                    toegekende jaar van uitvoering bij het college een gemotiveerd verzoek indienen
                    om uitstel van de uitvoering van de voorziening. Het college beslist voor 1
                    november daaropvolgend.</al><al><vet>VI Wijze waarop de voorziening wordt toegekend</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorziening wordt voorlopig toegekend op basis van de door het
                            bevoegd gezag bij de ingediende aanvraag overgelegde offerte.</al></li><li nr="2."><al>Het definitieve bedrag wordt vastgesteld op basis van de offertes die
                            zijn aangevraagd nadat de voorziening is toegekend.</al></li><li nr="3."><al>Bij het opvragen van de definitieve offertes is het bevoegd gezag
                            gehouden aan de gemeentelijk richtlijnen voor het opvragen van
                            offertes.</al></li></lijst><al><vet>VII Subsidieplafond</vet></al><al>Voor deze voorziening wordt geen subsidieplafond gehanteerd. </al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>Als gevolg van de wetswijziging per 1 januari 2015 vervalt de zorgplicht voor de
                    gemeente voor het bekostigen van onderhoud en aanpassen lokalen
                    bewegingsonderwijs. Desondanks blijft de gemeente verantwoordelijk voor het
                    vaststellen van de vergoeding voor onderhoud en aanpassen van de lokalen
                    bewegingsonderwijs, maar nu als onderdeel van de vergoeding materiele
                    instandhouding (artikel 136 Wpo en artikel 130 Wec).</al><al>Voor het vaststellen van de hoogte van het bedrag van de bekostiging bestaan
                    twee mogelijkheden:</al><lijst><li nr="1."><al>het verhogen van de bedragen per klokuur van de vaste en variabele
                            kosten, of</al></li><li nr="2."><al>het handhaven van de huidige procedure, waardoor de bekostiging van
                            onderhoud en aanpassen de lokalen bewegingsonderwijs niet afhankelijk is
                            van het aantal klokuren gebruik, maar op een gelijke wijze plaatsvindt
                            als het onderhoud en aanpassen van de gemeentelijke lokalen
                            bewegingsonderwijs plaatsvindt.</al></li></lijst><al>Mede omdat het, gelet op de verscheidenheid in bvo en soort lokalen
                    bewegingsonderwijs praktisch ondoenlijk is om een bedrag per klokuur vast te
                    stellen is gekozen voor de in de specifieke bepalingen van deze verordening
                    beschreven procedure.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>