<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR410487_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rekenkamercommissie waterschap Vechtstromen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Vechtstromen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-07-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Vechtstromen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Waterschapsblad, 2016, 5624</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rekenkamercommissie waterschap Vechtstromen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Waterschapswet, art. 56</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Waterschapswet, art. 77</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-07-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-07-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-03-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B2016/u1318</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rekenkamercommissie waterschap Vechtstromen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Kenmerk: B2016/u1318</al><al>Het algemeen bestuur van het waterschap Vechtstromen;</al><al>gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van 19 april 2016;</al><al>gelet op artikelen 56 en 77 van de Waterschapswet;</al><al>BESLUIT</al><al>vast te stellen de Verordening rekenkamercommissie waterschap
                        Vechtstromen.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>waterschap: waterschap Vechtstromen;</al></li><li nr="b."><al>algemeen bestuur: het algemeen bestuur van het waterschap;</al></li><li nr="c."><al>dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van het waterschap;</al></li><li nr="d."><al>Rekenkamercommissie: de Rekenkamercommissie van het waterschap;</al></li><li nr="e."><al>voorzitter: de voorzitter van de Rekenkamercommissie;</al></li><li nr="f."><al>secretaris-directeur: de secretaris-directeur van het
                                waterschap;</al></li><li nr="g."><al>controlecommissie: de controlecommissie bedoeld in artikel 9 van de
                                Controleverordening waterschap Vechtstromen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling en taak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een Rekenkamercommissie die onderzoek doet naar de doelmatigheid,
                            doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door het waterschapsbestuur
                            gevoerde bestuur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie voert geen onderzoek uit naar de controle op het
                            totstandkomingsproces van de jaarrekening van het waterschap uit. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie bestaat uit een door het algemeen bestuur vast te
                            stellen aantal leden die door het algemeen bestuur uit haar midden
                            worden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden worden benoemd voor de duur van de zittingsperiode van het
                            algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden zijn geen lid van het dagelijks bestuur of de
                            controlecommissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden kunnen worden herbenoemd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie kiest uit haar midden een voorzitter en een
                            plaatsvervangend voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie wordt bij haar werkzaamheden ondersteund door een
                            door de secretaris-directeur aan te wijzen ambtenaar, die optreedt als
                            secretaris van de Rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De secretaris-directeur kan andere ambtenaren aanwijzen die de
                            Rekenkamercommissie bij haar taak terzijde staan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Ontslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan een lid van de Rekenkamercommissie ontslag
                            verlenen:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek; </al></li><li nr="b."><al>indien het algemeen bestuur van oordeel is dat het lid niet
                                    langer geschikt is de functie van lid van de Rekenkamercommissie
                                    te vervullen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lidmaatschap van een lid eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het lid tussentijds aftreedt als lid van het algemeen
                                    bestuur; </al></li><li nr="b."><al>aan het eind van de zittingsperiode van het algemeen
                                    bestuur.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Tussentijdse vervanging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In vervulling van een opengevallen plaats in de Rekenkamercommissie
                            wordt door het algemeen bestuur voorzien door benoeming van een nieuw
                            lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 3, lid 2, 3 en 4, van deze verordening zijn van overeenkomstige
                            toepassing op een tussentijds benoemd lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Onderwerp van onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kiest de onderwerpen voor het door de
                            Rekenkamercommissie uit te voeren onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie zendt de opzet van de door haar te verrichten
                            onderzoek ter kennisneming naar het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie legt haar bevindingen vast in een
                            onderzoeksrapport.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid. Haar rapporten zijn
                            openbaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overeenkomstig artikel 37, lid 2, Waterschapswet kan de
                            Rekenkamercommissie op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van
                            de Wet Openbaarheid van Bestuur de rapporten die aan het algemeen
                            bestuur worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim
                            aanmerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Besluiten over onderzoeksrapporten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie neemt besluiten over de door haar uit te brengen
                            onderzoeksrapporten bij meerderheid van stemmen, waarbij ieder lid één
                            stem heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Besluiten kunnen alleen worden genomen als een meerderheid van de leden
                            aanwezig is. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de stemmen staken beslist de stem van de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie is bevoegd bij alle leden van het algemeen
                            bestuur en dagelijks bestuur en alle medewerkers van het waterschap de
                            mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht
                            voor de uitvoering van de onderzoeken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde personen zijn verplicht de gevraagde
                            inlichtingen binnen de door de Rekenkamercommissie gestelde termijn te
                            verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt de Rekenkamercommissie de gevraagde stukken
                            ter beschikking die voor een goede taakuitoefening nodig zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Door of namens de Rekenkamercommissie kunnen inlichtingen worden
                            ingewonnen bij instanties of personen buiten het waterschap.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met in achtneming van het beschikbare budget kan de Rekenkamercommissie
                            externe deskundigen inschakelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie is bevoegd binnen een haar bij de begroting van
                            het waterschap beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen voor:</al><lijst><li nr="a."><al>externe deskundigen die door de Rekenkamercommissie zijn
                                    ingeschakeld;</al></li><li nr="b."><al>overige uitgaven die de Rekenkamercommissie nodig acht voor de
                                    uitoefening van haar taak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur en de voorzitter van het waterschap verschaffen de
                            Rekenkamercommissie alle verdere faciliteiten die voor een goede
                            taakuitoefening nodig zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Werkwijze onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de opzet,
                            uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie kan besluiten het algemeen bestuur tussentijds te
                            informeren over de voortgang van het onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie legt de bevindingen vast in een
                            conceptonderzoeksrapport.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een
                            door haar te stellen termijn, die ten minste twee weken bedraagt, hun
                            reactie aan de Rekenkamercommissie te geven op de juistheid en
                            volledigheid van het conceptonderzoeksrapport. Betrokkenen zijn in elk
                            geval degenen, wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of
                            is geweest. De Rekenkamercommissie bepaalt wie voorts als betrokkenen
                            worden aangemerkt. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie stelt vervolgens het dagelijks bestuur in de
                            gelegenheid binnen een door haar te stellen termijn, die ten minste zes
                            weken bedraagt, zijn reactie aan de Rekenkamercommissie te geven op de
                            conclusies en aanbevelingen van het conceptonderzoeksrapport.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Behandeling onderzoeksrapport</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie zendt haar onderzoeksrapport en de reacties van
                            de betrokkenen en het dagelijks bestuur op het conceptonderzoeksrapport
                            aan het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en betrokkenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor behandeling van het
                            onderzoeksrapport in het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van de Rekenkamercommissie wordt in de gelegenheid gesteld
                            om het onderzoeksrapport toe te lichten aan het algemeen bestuur. Tevens
                            kan de voorzitter van de Rekenkamercommissie desgevraagd een toelichting
                            geven tijdens de vergadering van het dagelijks bestuur. De
                            Rekenkamercommissie kan in voorkomend geval een ander lid uit haar
                            midden aanwijzen om het onderzoeksrapport toe te lichten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>Bij twijfel over de betekenis of de toepassing van deze verordening en in
                        gevallen waarin niet in deze verordening is voorzien, beslist de
                        voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van haar
                                bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                                rekenkamercommissie waterschap Vechtstromen.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 20 april 2016 te Almelo.</ondertekening><ondertekening>Het algemeen bestuur van het waterschap Vechtstromen,</ondertekening><ondertekening>dr. S.M.M. Kuks, watergraaf drs. R.I. Andringa, secretaris</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>De uitvoering van het beleid van het waterschap is er op gericht om de vooraf
                    vastgestelde beleidsdoelen te halen (doeltreffendheid). Omdat het waterschap
                    hierbij met publiek geld werkt, heeft het de plicht er voor te zorgen dat de
                    prestaties om de doelen te behalen met zo min mogelijk middelen worden
                    uitgevoerd (doelmatigheid). Tot slot moet het waterschap voldoen aan wet- en
                    regelgeving (rechtmatigheid). </al><al>Het is van belang na te kunnen gaan hoe het met de doeltreffendheid,
                    doelmatigheid en rechtmatigheid van de beleidsuitvoering (inclusief de
                    bijbehorende beheeractiviteiten) is gesteld. Het behoort daarom tot de
                    verantwoordelijkheid van bestuursorganen om te toetsen of bij de uitvoering van
                    het beleid wordt voldaan aan deze eisen.</al><al>De rekenkamer(functie) biedt de mogelijkheid tot onderzoek naar en het geven van
                    informatie over de rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van het
                    uitgevoerde beleid en de bestede middelen door het waterschap. De
                    rekenkamer(functie) kan op die manier onderdeel uit maken van het geheel aan
                    maatregelen en instrumenten rondom sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht
                    houden.</al><al>De rekenkamer(functie) kan daarnaast bijdragen aan transparantie over de
                    taakuitoefening door het waterschap en het afleggen van verantwoording over
                    bestede middelen aan de burger (belastingbetaler) en externe stakeholders.</al><al>Provincies en gemeenten hebben, gelet op de dualistische verhoudingen in hun
                    bestuur, de wettelijke verplichting invulling te geven aan een rekenkamer, dan
                    wel een rekenkamerfunctie. </al><al>Wordt er gekozen voor een rekenkamer dan geven de Provinciewet respectievelijk
                    Gemeentewet daarvoor een vast model. Bij de keuze voor een rekenkamerfunctie
                    hebben het provincie- en gemeentebestuur meer vrijheid om zelf vorm te geven. </al><al>Bij de modernisering van het waterschapsbestel (2008) heeft de wetgever er niet
                    voor gekozen de rekenkamer dan wel rekenkamerfunctie voor waterschappen
                    verplicht te stellen. Dit betekent formeel dat waterschappen (enkel) een
                    rekenkamer of rekenkamerfunctie kunnen instellen op basis van hun eigen
                    bevoegdheid.</al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 2 Instelling en taak</tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>De Rekenkamercommissie heeft tot taak de doeltreffendheid, de doelmatigheid en
                    de rechtmatigheid van het door het waterschap gevoerde bestuur te onderzoeken.
                    Het is dus een belangrijk instrument tot deskundig en onafhankelijk onderzoek
                    naar de uitvoering en effecten van het beleid van het waterschap. </al><al>Doelmatigheid of efficiëntie staat hierbij voor: het streven om met een zo
                    beperkt mogelijke inzet van de beschikbare middelen het gewenste resultaat te
                    bereiken. Met doeltreffendheid of effectiviteit wordt gedoeld op: de mate waarin
                    een organisatie erin slaagt met de geleverde prestaties de gestelde doelen of de
                    gewenste maatschappelijke effecten te bereiken. Rechtmatigheid betreft het
                    voldoen aan wettelijke kaders en regelgeving.</al><al>De zinsnede ‘door het waterschapsbestuur’ wil zeggen dat het onderzoek niet
                    alleen betrekking heeft op het dagelijks bestuur. Onderzoeken van de
                    Rekenkamercommissie kunnen ook ineffectiviteit, ongewenste neveneffecten en
                    inefficiënties aantonen die mede het (afgeleide) gevolg zijn van beslissingen
                    van het algemeen bestuur. Onderzoeken kunnen zodoende (in)direct ook het
                    algemeen bestuur zelf raken. </al><al>De term ‘gevoerd bestuur’ geeft aan dat de onderzoeken van de
                    Rekenkamercommissie niet beperkt zijn tot beleid en de uitvoering daarvan, maar
                    zich ook uitstrekken over het beheer en de organisatie.</al><al/><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>De controle op het totstandkomingsproces van de jaarrekening van het waterschap
                    is een taak van de controlecommissie als bedoeld in artikel 9 van de
                    Controleverordening waterschap Vechtstromen.</al><al>De controlecommissie is de commissie uit het algemeen bestuur die belast is met
                    de opdrachtgeversrol richting de accountant. De accountant heeft de wettelijke
                    taak een oordeel te geven over de getrouwheid van de jaarrekening maar tevens
                    ook over de financiële rechtmatigheid. Daarnaast besteedt de accountant via een
                    management letter aandacht aan de interne controle en administratieve
                    organisatie, waarin management en dagelijks bestuur gewezen wordt op mogelijke
                    punten ter verbetering. Het algemeen bestuur stelt de kaders vast voor deze
                    werkzaamheden.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 Samenstelling / Artikel 5 Tussentijdse vervanging</tussenkop><al>De Rekenkamercommissie bestaat alleen uit leden van het algemeen bestuur. Het
                    betreft een zogenaamde interne commissie. De Rekenkamercommissie kent geen leden
                    van buiten het algemeen bestuur.</al><al>De leden van de Rekenkamercommissie worden in principe benoemd voor de gehele
                    duur van de zittingsperiode van het algemeen bestuur. De benoeming eindigt
                    daarna van rechtswege. Tussentijds is ontslag op eigen verzoek mogelijk, zie
                    artikel 4, lid 1, onder a, van deze verordening.</al><al>Dit geldt ook voor leden van de Rekenkamercommissie die tussentijds worden
                    benoemd. Na iedere verkiezingen van het algemeen bestuur, dienen ook de leden
                    van de Rekenkamercommissie opnieuw benoemt te worden. Herbenoeming van leden is
                    hierbij mogelijk. </al><al/><tussenkop>Artikel 6 Onderwerp van onderzoek</tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>Het is aan het algemeen bestuur om te bepalen naar welk onderwerp de
                    Rekenkamercommissie onderzoek doet. De Rekenkamercommissie is hierin dus niet
                    onafhankelijk. Hier ligt aan ten grondslag dat het algemeen bestuur heeft
                    gekozen voor een interne Rekenkamercommissie die </al><al>- “desgewenst invulling kan geven aan de kaderstellende en controlerende taak
                    van het algemeen bestuur en het vergroten van het instrumentarium van het
                    algemeen bestuur, in het bijzonder de eigen algemene onderzoeksbevoegdheid” </al><al>en </al><al>- “die in een specifieke situatie of voor een specifiek geval onderzoek kan doen
                    naar de ‘doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gevoerde
                    bestuur’.”</al><al/><al>Een opdrachtverstrekking aan de Rekenkamercommissie kan langs twee hoofdlijnen
                    tot stand komen.</al><al>Enerzijds kan het dagelijks bestuur zelf een voorstel doen aan het algemeen
                    bestuur om de Rekenkamercommissie onderzoek te laten doen. Hierbij moet nog wel
                    bedacht worden dat het dagelijks bestuur ook een eigenstandige taak heeft
                    periodiek onderzoek te doen naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het
                    door hem gevoerde bestuur. Deze taak kan niet worden overgenomen door de
                    Rekenkamercommissie.</al><al>Anderzijds is het instellen van een Rekenkamercommissie een instrument voor het
                    algemeen bestuur om zelf onderzoek te doen naar de doelmatigheid,
                    doeltreffendheid en rechtmatigheid van het uitgevoerde beleid en de bestede
                    middelen door het waterschap. Het algemeen bestuur heeft de volgende
                    instrumenten om tot besluitvorming over te gaan en tot een opdrachtverstrekking
                    aan de Rekenkamercommissie te komen. Deze instrumenten worden genoemd in het
                    Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur: het indienen
                    van amendementen op een geagendeerd voorstel, het indienen van een motie of het
                    indienen van een initiatiefvoorstel. Ieder afzonderlijk lid van het algemeen
                    bestuur kan van deze instrumenten gebruik maken, met inachtneming van de
                    procedurele voorschriften zoals gesteld in het Reglement van orde. De inzet van
                    deze instrumenten kan zowel schriftelijk als mondeling (staande de vergadering)
                    plaatsvinden.</al><al>In alle hiervoor genoemde gevallen vindt besluitvorming (uiteindelijk) in de
                    vergadering van het algemeen bestuur plaats, bij (gewone) meerderheid van
                    stemmen. Er zijn verder geen formele vereisten aan het komen tot een
                    opdrachtverstrekking aan de Rekenkamercommissie. Als een opdrachtverstrekking
                    wordt geformuleerd is het wel raadzaam deze zo SMART als mogelijk te formuleren,
                    zodat er een uitvoerbare opdracht wordt verstrekt aan de Rekenkamercommissie. </al><al>De Rekenkamercommissie als zodanig kan, in de gekozen opzet, niet zelf het
                    initiatief nemen tot het doen van een onderzoek, anders dan dat de leden van de
                    Rekenkamercommissie gebruik maken van de instrumenten die zij als leden van het
                    algemeen bestuur hebben.</al><al/><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>Het is aan de Rekenkamercommissie om te bepalen hoe zij haar onderzoek doet. De
                    opzet van het onderzoek wordt ter kennisneming toegezonden naar het algemeen
                    bestuur.</al><al/><tussenkop>Artikel 7 Vergaderingen</tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>Beraadslagingen moeten in beslotenheid kunnen plaatsvinden, er wordt immers
                    vergaderd over onderzoeken die nog verkeren in het stadium van (voorlopig)
                    concept, waarover gedachtenvorming nog moet plaatsvinden.</al><al/><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>Op grond van artikel 37, lid 2, Waterschapswet kan een commissie van het
                    waterschap geheimhouding opleggen ten aanzien van stukken die aan het algemeen
                    bestuur of aan leden van dit bestuur worden overlegd. Deze geheimhouding vervalt
                    indien de oplegging niet door het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende
                    vergadering wordt bekrachtigd (artikel 37, lid 3, Waterschapswet).</al><al/><tussenkop>Artikel 9 Informatie</tussenkop><al>Om te waarborgen dat de Rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar onderzoek
                    over voldoende relevante gegevens kan beschikken is voorzien in de bevoegdheid
                    om inlichtingen in te winnen van alle leden van het waterschapsbestuur en van
                    alle medewerkers werkzaam bij het waterschap. De positie van medewerkers brengt
                    met zich mee dat zij in een dergelijk geval daarvoor niet de toestemming van hun
                    leidinggevende(n) nodig hebben.</al><al>Ook kunnen inlichtingen worden ingewonnen bij instantie of personen buiten het
                    waterschap en kunnen externe deskundigen voor advies worden ingeschakeld.</al><al/><tussenkop>Artikel 10 Budget</tussenkop><tussenkop>Lid 1 en 2</tussenkop><al>De Rekenkamercommissie is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het
                    budget dat beschikbaar is voor de uitvoering van haar taak. Ten laste van het
                    budget worden de in het tweede lid genoemde kosten gebracht.</al><al/><tussenkop>Lid 3</tussenkop><al>Het dagelijks bestuur en de voorzitter van het waterschap dragen er zorg voor
                    dat de Rekenkamercommissie alle zaken ten dienste staan die voor haar onderzoek
                    nodig zijn. Daarbij valt te denken aan vergader- en kantoorfaciliteiten, maar
                    ook aan het verrichten van rechtshandelingen ten behoeve van de
                    Rekenkamercommissie, zoals het verstrekken van opdrachten aan derden, het doen
                    van betalingen en dergelijke. De Rekenkamercommissie beschikt immers niet over
                    rechtspersoonlijkheid en kan niet zelfstandig rechtshandelingen verrichten. Dit
                    dient dan door of namens het waterschap of het dagelijks bestuur te geschieden.
                    De onafhankelijke positie van de Rekenkamercommissie brengt met zich mee dat het
                    dagelijks bestuur of de voorzitter van het waterschap daar geen inhoudelijke
                    bemoeienis mee heeft.</al><al/><tussenkop>Artikel 11 Werkwijze onderzoek</tussenkop><al>Uit het oogpunt van zorgvuldigheid stelt de Rekenkamercommissie de betrokken
                    partijen in de gelegenheid schriftelijk te reageren op het
                    conceptonderzoeksrapport op basis van hoor en wederhoor. </al><al>Ook het dagelijks bestuur wordt in de gelegenheid gesteld om te reageren op het
                    (nog niet gepubliceerde) conceptonderzoeksrapport. </al><al>Eventuele onjuistheden kunnen op deze manier ondervangen en gecorrigeerd worden
                    voordat het definitieve rapport aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.</al><al/><tussenkop>Artikel 12 Behandeling onderzoeksrapport</tussenkop><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>Het onderzoeksrapport dient uiteindelijk in het algemeen bestuur te worden
                    behandeld. Overeenkomstig artikel 84, lid 2, Waterschapswet is het aan het
                    dagelijks bestuur om deze behandeling voor te bereiden. Het dagelijks bestuur
                    kan op deze wijze haar standpunt geven op het definitieve
                    onderzoeksrapport.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>