<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR410224_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Meedoen Albrandswaard 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-07-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-89617.html">gmb-2016-89617</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Meedoen Albrandswaard 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=108">Gemeentewet, art. 108</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-06-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-07-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1081434</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>sociale zekerheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De <extref doc="1.1:CVDR233355_1">Verordening Maatschappelijke Participatie Albrandswaard 2012</extref> wordt ingetrokken op de 6 juli 2016.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Meedoen Albrandswaard 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Albrandswaard;</al><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders gemeente Albrandswaard
                        (1081431) d.d. 17 mei 2016;</al><al>Gelet op <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=108" struct="BWB">artikel 108</extref> en <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147" struct="BWB">artikel 147
                            van de Gemeentewet</extref>;</al><al>Overwegende dat het wenselijk is dat volwassenen en kinderen met een laag
                        inkomen kunnen Meedoen aan allerlei maatschappelijke activiteiten van sport,
                        cultuur en school;</al><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al>vast te stellen de:</al><al><vet>Verordening Meedoen Albrandswaard 2016</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader
                            worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de <extref doc="1.0:v:BWBR0015703" struct="BWB">Participatiewet</extref>
                            en de <extref doc="1.0:v:BWBR0005537" struct="BWB">Algemene wet
                                bestuursrecht</extref> (Awb).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>rechthebbende:</cursief></al><lijst><li nr="i."><al>de inwoner van de gemeente Albrandswaard vanaf 18 jaar
                                            en ouder en diens inwonende minderjarige ten laste
                                            komende kinderen van 4 t/m 17 jaar met een inkomen tot
                                            120% van de uitkeringsnorm <extref doc="1.0:v:BWBR0015703" struct="BWB">Participatiewet</extref> van een alleenstaande,
                                            alleenstaande ouder of samenwonende zonder toepassing
                                            kostendeling (zie de toelichting); </al></li><li nr="ii."><al>kinderen van 4 tot en met 17 jaar
                                            die bij ouders wonen die een minnelijk of wettelijk
                                            traject schuldhulpverlening volgen en een ‘besteedbaar’
                                            inkomen hebben dat niet hoger is dan 120% van de
                                            uitkeringsnorm en inwoner van de gemeente Albrandswaard
                                            zijn;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al><cursief>Kalenderjaar:</cursief></al><al>tijdvak van een jaar lopend van 1 januari tot 1 januari van het
                                    jaar daarop volgend;</al></li><li nr="c."><al><cursief>Tegemoetkoming:</cursief></al><al>de maximale bijdrage die op grond van deze verordening verstrekt
                                    kan worden;</al></li><li nr="d."><al><cursief>Vermogen:</cursief></al><al>het vermogen als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=34" struct="BWB">artikel 34 van de Participatiewet</extref> waarbij het
                                    vermogen in de eigen woning niet wordt meegeteld.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Sociale en culturele activiteiten rechthebbende vanaf 18 jaar</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan een rechthebbende vanaf 18 jaar een tegemoetkoming
                            verstrekken in de kosten van deelname aan sociale, sport en culturele
                            activiteiten, recreatieve uitjes, museum jaarkaart, bibliotheek
                            lidmaatschap, Rotterdampas, of voor de aanschaf van een computer of
                            fiets.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tegemoetkoming bedraagt maximaal € 150,– per persoon per
                            kalenderjaar;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Per kalenderjaar wordt 1 keer via een aanvraagformulier beoordeeld of
                            iemand rechthebbende is waarbij het recht voor het hele kalenderjaar
                            wordt vastgesteld. Hierbij wordt verklaard dat er geen inkomen en
                            vermogen is dat hoger is dan het gestelde maximum zonder opgave van
                            bewijzen;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na vaststelling van het recht kan de aanvrager via een
                            declaratieformulier de te maken kosten indienen, dit kan meerdere malen
                            in het kalenderjaar tot de maximale vergoeding is bereikt, nota’s zijn
                            niet nodig.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De uitbetaling vindt bij voorkeur plaats door middel van het
                            rechtstreeks overmaken aan de leverancier, club of vereniging. Als dat
                            niet mogelijk is zal er worden uitbetaald aan de aanvrager;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De tegemoetkoming is niet over te dragen aan een ander gezinslid. Bij de
                            aanschaf van een computer kunnen gezinsleden wel de bedragen
                            samenvoegen;</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college kan in beleidsregels bepalingen opnemen over de vorm van de
                            ter beschikking stelling van de tegemoetkoming (pas, voucher, tegoedbon
                            etc.);</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Achteraf kan er worden gecontroleerd op rechtmatigheid tot 1 juli van
                            het volgend kalenderjaar;</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Aanvragen en declaraties voor een bepaald kalenderjaar kunnen tot 1
                            januari van het daaropvolgend nieuwe kalenderjaar worden ingediend, de
                            niet uitgegeven tegemoetkoming vervalt per 1 januari van het nieuwe
                            jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Kindpakket</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan een kind vanaf 4 jaar tot en met 17 jaar een
                            tegemoetkoming verstrekken voor de kosten van sport, cultuur, cursussen,
                            zwemmen, plaatselijke seizoensactiviteiten, muziekles, instrumenten,
                            sportbenodigdheden, recreatieve uitjes, aanschaf van een computer, fiets
                            of kleding, voor verjaardagsfeestjes en schoolkosten. Dit is geen
                            limitatieve lijst;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tegemoetkoming bedraagt maximaal € 350,– voor een kind van 4 tot en
                            met 11 jaar per kalenderjaar;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De tegemoetkoming bedraagt maximaal € 450,– voor een kind van 12 tot en
                            met 17 jaar per kalenderjaar;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Per kalenderjaar wordt 1 keer via een aanvraagformulier beoordeeld of
                            iemand rechthebbende is waarbij het recht voor het hele kalenderjaar
                            wordt vastgesteld. Hierbij wordt verklaard dat er geen inkomen en
                            vermogen is dat hoger is dan het gestelde maximum zonder opgave van
                            bewijzen;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Na vaststelling van het recht kan de aanvrager via een
                            declaratieformulier de te maken kosten indienen, dit kan meerdere malen
                            in het kalenderjaar tot de maximale vergoeding is bereikt, nota’s zijn
                            niet nodig.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De uitbetaling vindt bij voorkeur plaats door middel van het
                            rechtstreeks overmaken aan de leverancier, club of vereniging. Als dat
                            niet mogelijk is zal er worden uitbetaald aan de aanvrager;</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De tegemoetkoming is niet over te dragen aan een ander gezinslid. Bij de
                            aanschaf van een computer kunnen gezinsleden wel de bedragen
                            samenvoegen;</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het college kan in beleidsregels bepalingen opnemen over de vorm van de
                            ter beschikking stelling van de tegemoetkoming (pas, voucher, tegoedbon
                            etc.);</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Achteraf kan er worden gecontroleerd op rechtmatigheid tot 1 juli van
                            het volgend kalenderjaar;</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Aanvragen en declaraties voor een bepaald kalenderjaar kunnen tot 1
                            januari van het daaropvolgend nieuwe kalenderjaar worden ingediend, de
                            niet uitgegeven tegemoetkoming vervalt per 1 januari van het nieuwe
                            jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de rechthebbende
                        afwijken van de bepalingen in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><al>Het college kan ten behoeve van de uitvoering van deze verordening nadere
                        regels opstellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Rechtmatigheid</titel></kop><al>Het college kan achteraf middels steekproeven het recht en de rechtmatigheid
                        van de verstrekkingen controleren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>In geval van een ten onrechte uitgekeerde tegemoetkoming is <extref doc="1.0:v:BWBR0015703" struct="BWB">paragraaf § 6.4 –
                            Terugvordering uit Hoofdstuk 6 van de Participatiewet</extref> van
                        overeenkomstige toepassing en kan de tegemoetkoming worden
                        teruggevorderd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Overgangsregels</titel></kop><al>De verordening gaat in na de dag van vaststelling. Het reeds verkregen
                        bedrag ingevolge de verordening Maatschappelijke Participatie in het
                        kalenderjaar van vaststelling wordt in mindering gebracht op het totale
                        tegoed van dit kalenderjaar. Bij negatieve gevolgen zal in het voordeel van
                        de aanvrager worden gehandeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de
                            vaststelling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: 'Verordening Meedoen
                            Albrandswaard 2016'.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De <extref doc="1.1:CVDR233355_1" struct="CVDR">Verordening
                                Maatschappelijke Participatie Albrandswaard 2012</extref> wordt
                            ingetrokken op de dag van inwerkingtreding als bedoeld in het eerste
                            lid.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Albrandswaard in
                            zijn openbare vergadering van 28 juni 2016.</al></slotformulering><gegeven><dagtekening><datum isodatum="2016-06-28">2016-06-28</datum></dagtekening></gegeven><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>mr. Renske van der Tempel</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. Jan Pieter J. Lokker (wnd)</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ALGEMENE TOELICHTING</titel></kop><al>Meedoen aan de samenleving is belangrijk, ook als je een laag inkomen hebt. Deze
                    verordening geeft de mogelijkheid aan volwassen en kinderen om op eigen wijze
                    deel te nemen aan verschillende activiteiten of geeft mogelijkheid tot het
                    aanschaffen van een product in het kindpakket, bijvoorbeeld kleding, computer of
                    fiets.</al><al>Voor het kind vanaf 4 jaar tot 17 jaar is er een bedrag beschikbaar gesteld dat
                    kan worden besteed aan een breed scala van kosten, we noemen dit het
                    ‘kindpakket’. Ook kinderen in gezinnen met problematische schulden die een
                    wettelijk of minnelijk traject volgen komen in aanmerking voor een vergoeding
                    van het kindpakket, ongeacht de hoogte van het inkomen van de ouders. De inhoud
                    van het kindpakket is breed, de mogelijkheden zijn opgesomd maar niet
                    limitatief. Als een kind iets anders nodig heeft dan kan dit gemotiveerd worden
                    gevraagd.</al><al>Het (schoolgaande) kind vanaf 18 jaar valt niet meer onder het kindpakket, er is
                    vanaf deze leeftijd zelfstandig recht op een vergoeding voor sport en culturele
                    activiteiten zoals is gesteld in artikel 2 van deze verordening.</al><al>De inkomensgrens is verhoogd naar 120% van de bijstandsnorm, dit is door de raad
                    vastgesteld in de 'Kaders Minimabeleid en schuldhulpverlening' in de
                    raadsvergadering van 14 december 2015.</al><tussenkop>Uitvoering en uitgangspunten</tussenkop><al>De uitgangspunten bij het opstellen van deze verordening zijn als volgt:</al><lijst><li nr="–"><al>de uitvoeringskosten zijn zo laag mogelijk;</al></li><li nr="–"><al>de drempel voor de aanvrager is zo laag mogelijk;</al></li><li nr="–"><al>er hoeft geen geld te worden voorgeschoten;</al></li><li nr="–"><al>we gaan uit van 'vertrouwen’ in plaats van strenge controle;</al></li><li nr="–"><al>achteraf kan worden gecontroleerd op rechtmatigheid tot 1 juli van het
                            jaar erop;</al></li><li nr="–"><al>als blijkt dat het vertrouwen is geschonden zal er worden teruggevorderd
                            conform de regels Participatiewet.</al></li></lijst><al>Als vaststaat dat de aanvrager rechthebbend is en heeft aangegeven waar de
                    vergoeding voor gebruikt gaat worden, wordt de verstrekking beschikbaar gesteld.
                    De aanvraag vindt 1x per kalenderjaar plaats door middel van een eenvoudig
                    aanvraagformulier waarin wordt verklaard dat het inkomen niet hoger is dan 120%
                    van de bijstandsnorm en het vermogen niet hoger is dan de grens genoemd in de
                    Participatiewet. Als het recht is vastgesteld kan de aanvrager lopende het jaar
                    aangeven waar de tegemoetkoming voor nodig is en voor welk bedrag via een
                    eenvoudig declaratieformulier zonder betaalbewijzen.</al><al>Uitbetaling zal bij voorkeur rechtstreeks plaatsvinden aan de leverancier, club
                    of vereniging. Als dat niet kan wordt er uitbetaald aan de aanvrager of de
                    ouder. Er wordt geen betalingsbewijs gevraagd. Op deze wijze hoeven de kosten
                    niet te worden voorgeschoten. Als de tegemoetkoming voor het eind van het
                    kalenderjaar niet is uitgegeven vervalt het bedrag per 1 januari van het nieuwe
                    kalenderjaar. In het nieuwe kalenderjaar kan opnieuw een aanvraag worden
                    ingediend.</al><al>Achteraf kan er gecontroleerd worden op de rechtmatigheid. Als blijkt dat het
                    vertrouwen wordt geschonden en de vergoeding niet rechtmatig is geweest zal er
                    worden teruggevorderd conform de regels Participatiewet. De controle kan
                    plaatsvinden tot 1 juli van het volgend kalenderjaar. De mogelijkheid tot
                    controle achteraf is afgebakend zodat de aanvrager weet tot wanneer de controles
                    kunnen plaatsvinden.</al><tussenkop>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepalingen</tussenkop><al>De inkomensgrens is gesteld op 120% van de bijstandsnorm, dit is reeds door de
                    raad vastgesteld in de 'Kaders minimabeleid'. Met betrekking tot het vermogen
                    wordt aangesloten bij de vermogensgrens van de Participatiewet, het vermogen in
                    de eigen woning wordt buiten beschouwing gelaten.</al><al>De inkomenstoets wordt simpel uitgevoerd. Er zijn drie gezinssituaties, een
                    alleenstaande, een alleenstaande ouder of een samenwonend stel c.q. echtpaar. Er
                    wordt niet gekeken naar de situatie van kostendeling zoals de Participatiewet
                    voorschrijft. De bijstandsnorm is voor een alleenstaande 70% van de gehuwdennorm
                    PW, de bijstandsnorm voor een alleenstaande ouder is 90% van de gehuwdennorm PW.
                    Bij een pensioengerechtigde aanvrager gelden de normen die zijn voorgeschreven
                    voor deze groep in de PW waarbij het zelfde principe wordt toegepast als
                    hierboven (70% en 90 %). Voor het gezin geldt dat het inkomen het totale
                    gezinsinkomen is waarbij het inkomen van inwonende kinderen of medebewoners niet
                    wordt meegeteld. Inkomensbestanddelen die in de Participatiewet niet meetellen
                    als inkomen worden ook nu buiten beschouwing gelaten.</al><al>Het vermogen wordt gehanteerd conform de regels Participatiewet, het vermogen in
                    een door de aanvrager bewoond huis wordt buiten beschouwing gelaten.</al><tussenkop>Artikel 2. Sociale en culturele activiteiten volwassenen
                    vanaf 18 jaar</tussenkop><al>In dit artikel is beschreven wat vergoed kan worden aan de volwassene vanaf 18
                    jaar, de studenten zijn hierop uitgezonderd. De mogelijkheden voor de volwassene
                    zijn divers en liggen op het gebied van sport, cultuur, sociaal, computer, fiets
                    en alles wat nodig om de activiteit uit te oefenen. Denk aan sportkleding,
                    muziekinstrumenten, reiskosten om ergens heen te gaan. De maximale vergoeding is
                    € 150 per kalenderjaar.</al><tussenkop>Artikel 3. Kindpakket</tussenkop><al>Dit artikel geeft wat de tegemoetkoming is voor kinderen van 4 t/m 17 jaar. Voor
                    deze doelgroep is de besteding heel breed en kan naar eigen inzicht worden
                    bepaald. De opsomming is niet limitatief en kan individueel worden afgestemd op
                    de wensen en behoefte van het kind. Het belang van het kind is belangrijk bij
                    deze afweging.</al><al>In ieder geval valt hier onder; sport, zwemles, cultuur, opleiding, sociale
                    activiteiten, uitjes, seizoensactiviteiten, computer, fiets, kleding,
                    schoolkosten. De hoogte van de tegemoetkoming is afgestemd op de leeftijd en
                    varieert van € 350 tot € 450 per kalenderjaar. Het bedrag voor kinderen vanaf 12
                    jaar is hoger omdat er in het voortgezet onderwijs meer kosten moeten worden
                    gemaakt.</al><tussenkop>Artikel 4. Hardheidsclausule</tussenkop><al>Geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 5. Nadere beleidsregels</tussenkop><al>Het college kan desgewenst in aparte beleidsregels vastleggen dat bepaalde
                    activiteiten via vouchers of een pas worden verstrekt.</al><tussenkop>Artikel 6. Rechtmatigheid</tussenkop><al>Het college kan controles verrichten op de rechtmatigheid van het recht en van
                    de verstrekte tegemoetkomingen tot 1 juli van het volgende jaar.</al><tussenkop>Artikel 7. Terugvordering</tussenkop><al>Bij terugvordering van een tegemoetkoming ingevolge deze verordening gelden de
                    bepalingen daarover uit de Participatiewet.</al><tussenkop>Artikel 8. Overgangsregels</tussenkop><al>Op het totale recht van deze nieuwe verordening wordt in mindering gebracht het
                    reeds verkregen bedrag uit de verordening Maatschappelijke Participatie zodat er
                    geen dubbel bedrag wordt uitgekeerd in 1 kalenderjaar.</al><tussenkop>Artikel 9.</tussenkop><al>Geen nadere toelichting</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>