<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR41021_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening langdurigheidstoeslag WWB 2009 (versie 3)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Apeldoorns Stadsblad, d.d. 5 dec. 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening langdurigheidstoeslag WWB (versie 3)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand. artikel 8 lid 1 onderdeel d en artikel 36</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-12-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-07-18</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 4a en 4b vervallen, art. 4c tekstuele wijziging en art. 4d toegevoegd</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>raadsvoorstel</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG WWB 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Apeldoorn;</al><al>gelezen het voorstel van het college van 15 juni 2009, nr. 2009 020880; </al><al>gelet op de artikelen 8, eerste lid, onderdeel d en 36 van de Wet werk en
                        bijstand;</al><al>overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen over het
                        verstrekken van langdurigheidstoeslag aan personen van 21 jaar of ouder doch
                        jonger dan 65 jaar; </al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de navolgende verordening langdurigheidstoeslag WWB.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Apeldoorn;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="c."><al>referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand aan de
                                    peildatum;</al></li><li nr="d."><al>peildatum: de datum waarop het recht op de langdurigheidstoeslag
                                    ontstaat;</al></li><li nr="e."><al>inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met
                                    dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een
                                    beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de
                                    referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van
                                    artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op
                                    langdurigheidstoeslag als inkomen gezien;</al></li><li nr="f."><al>bijstandsnorm: de norm als bedoeld in artikel 5 onderdeel c van
                                    de wet;</al></li><li nr="g."><al>Wij: Wet investeren in jongeren;</al></li><li nr="h."><al>WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al></li><li nr="i."><al>WSF 2000: Wet studiefinanciering 2000.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Recht op langdurigheidstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Langdurig, laag inkomen en inkomensverbetering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van
                                het hebben van een langdurig, laag inkomen, is voldaan als gedurende
                                de referteperiode het inkomen per maand niet uitkomt boven de 100
                                procent van de van toepassing zijnde bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de
                                belanghebbende die een opleiding volgt in de zin van de WTOS, dan
                                wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000, of de jongere in de
                                leeftijd tot 27 jaar die een leerwerkaanbod krijgt aangeboden of
                                heeft aangeboden gekregen op grond van de Wij. Een uitzondering
                                wordt in deze gemaakt voor alleenstaande ouders met een
                                tegemoetkoming op grond van de WSF 2000.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte van de langdurigheidstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>voor gehuwden € 486,00,</al></li><li nr="b."><al>voor een alleenstaande ouder € 436,00 en</al></li><li nr="c."><al>voor een alleenstaande € 341,00.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum
                                bepalend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4a</nr><titel>Wijziging betekenis begrippen</titel></kop><al>Dit artikel is vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4b</nr><titel>Gevolg bij uitsluiting gezinslid</titel></kop><al>Dit artikel is vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4c</nr><titel>wijziging artikel</titel></kop><al>Voor de passage “of de jongere in de leeftijd tot 27 jaar die een
                            leerwerkaanbod krijgt aangeboden of heeft aangeboden gekregen op grond
                            van de WIJ” moet gelezen worden: “of de jongere die op grond van de wet
                            een plan van aanpak heeft, voorzover dit plan van aanpak uit scholing
                            bestaat”. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4d</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Op de persoon die valt onder de werking van artikel 78w van de wet,
                            blijven artikel 4a en 4b, zoals op 1 januari 2012 in werking getreden,
                            van toepassing. Die toepassing eindigt op het tijdstip waarop het recht
                            op die bijstand eindigt doch ten hoogste met ingang van 1 januari 2013. </al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van een belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen in deze verordening indien toepassing leidt
                            tot onbillijkheden van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><al>De verordening kan worden aangehaald als de ’Verordening
                            langdurigheidstoeslag WWB’ en treedt in werking op de dag na publicatie
                            en werkt terug tot en met 1 januari 2009.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 2 juli 2009</ondertekening><ondertekening>Gepubliceerd in Apeldoorns Stadsblad d.d. 15 juli 2009</ondertekening><ondertekening>In werking getreden d.d. 1 januari 2009</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Gewijzigd bij besluit d.d. 8 maart 2012 nieuw hoofdstuk, ‘Hoofdstuk 3
                        Regelingen in verband met de wijzigingen in de WWB en intrekking van de WIJ
                        per 1 januari 2012, ingevoegd. Dit besluit treedt in werking op de dag nadat
                        dit besluit is bekendgemaakt en werkt terug tot en met 1 januari 2012, voor
                        zover het geen belastend besluit betreft. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Gewijzigd bij besluit d.d. 8 november 2012 (art. 4a en 4b vervallen, art. 4c
                        tekstuele wijziging en art. 4d toegevoegd). Dit besluit treedt in werking op
                        de dag na de datum van bekendmaking en werkt terug tot en met 18 juli
                        2012.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Verordening langdurigheidstoeslag WWB</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Op grond van artikel 8 lid 1 onderdeel d WWB dient de gemeenteraad bij
                    verordening regels vast te leggen met betrekking tot het verlenen van een
                    langdurigheidstoeslag. Deze regels dienen in ieder geval betrekking te hebben op
                    de hoogte van de langdurigheidstoeslag en de wijze waarop invulling wordt
                    gegeven aan de begrippen langdurig en laag inkomen, zoals die in artikel 36 lid
                    1 WWB worden gebruikt.</al><al/><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Begrippen die in de WWB voorkomen hebben in deze verordening dezelfde betekenis
                    als in de WWB. Ten aanzien van een aantal begrippen, die als zodanig niet in de
                    WWB zelf staan, is een definitie gegeven in deze verordening.</al><al>Een referteperiode van 5 jaar, zoals artikel 36 WWB (tekst tot 1-1-2009)
                    voorschreef, wordt als te lang ervaren. Nadat belanghebbenden 3 jaar een inkomen
                    op het sociaal minimum hebben gehad is er over het algemeen niet veel
                    reserveringsruimte over. Daarom wordt hier een termijn van 3 jaar aangehouden.
                    Ook het Nibud is van mening dat na drie jaar de reserveringsmogelijkheden
                    minimaal worden. Deze termijn sluit ook aan bij de impliciet door de wetgever
                    gegeven termijn. De wetgever heeft de minimumleeftijd van de rechthebbende
                    teruggebracht van 23 naar 21 jaar. De referteperiode begint te lopen op het
                    moment dat een belanghebbende de leeftijd van 18 jaar heeft. </al><al>De peildatum is de datum waarop de belanghebbende aan de voorwaarden voldoet
                    zoals in deze verordening en in artikel 36 WWB is verwoord.</al><al>Met betrekking tot het begrip ‘inkomen’ is aansluiting gezocht bij de definities
                    binnen de WWB. Nu de wetgever de gemeenteraad opdracht heeft gegeven om in de
                    verordening regels te geven met betrekking tot het begrip ‘langdurig, laag
                    inkomen’, is de gemeenteraad bevoegd om dit begrip voor de toepassing van
                    artikel 36 lid 1 WWB nader te definiëren. Met de gebruikte definitie wordt
                    aangesloten bij de in de bestaande uitvoeringspraktijk gehanteerde (en ook door
                    de wetgever bedoelde) invulling van het begrip inkomen in artikel 36 lid 1 WWB
                    (tekst tot 1-1-2009).</al><al/><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Het begrip ‘laag’ inkomen wordt gedefinieerd als een inkomen niet hoger is dan
                    100% van de bijstandsnorm. Marginale overschrijdingen van deze 100%-grens dienen
                    genegeerd te worden (zie CRvB 19-08-2008, nrs. 06/1163 WWB e.a).</al><al>Hieronder moet worden verstaan: het gegeven dat het netto-inkomen in enig jaar,
                    als gevolg van belastingheffing en/of vakantietoeslag, enige euro’s hoger
                    uitvalt dan de in dat jaar van toepassing zijnde bijstandnorm staat de
                    toekenning van de langdurigheidstoeslag niet in de weg.</al><al/><al>Er is bewust niet voor gekozen om het recht op langdurigheidstoeslag ook toe te
                    kennen bij een inkomen boven bijstandsniveau. Van deze bevoegdheid wordt om een
                    tweetal redenen geen gebruik gemaakt. Ten eerste omdat dit mogelijk ongewenste
                    armoedeval-effecten in zich heeft. Weliswaar doen de armoedeval-effecten zich
                    ook voor bij de grens van 100% van de bijstandsnorm, maar zullen belanghebbenden
                    die uitstromen doorgaans een dermate hoger inkomen ontvangen, dat het verlies
                    van de langdurigheidstoeslag feitelijk minder wordt gevoeld.</al><al>Ten tweede is de gedachte achter de langdurigheidstoeslag juist dat mensen die
                    langdurig een inkomen op een sociaal minimum hebben geen financiële ruimte
                    hebben om te reserveren voor onverwachte uitgaven.</al><al/><al>Voor het begrip ‘langdurig’ wordt aangesloten bij de referteperiode. Ofwel onder
                    ‘langdurig’ wordt 3 jaar verstaan.</al><al/><al>In artikel 36 (eerste lid) WWB is bepaald dat een persoon “geen uitzicht mag
                    hebben op inkomenverbetering”. Met deze bepaling is beoogd te voorkomen dat
                    bepaalde groepen met een goed arbeidsmarktperspectief recht hebben op
                    langdurigheidtoeslag. Dit zou de arbeidsinschakeling in de weg staan. Er is
                    echter geen formele uitsluitingsgrond in de wettekst opgenomen. Wel geeft de
                    wetgever aan dat bij de invulling van de bepaling gedacht moet worden aan
                    studenten. Om te voorkomen dat elke aanvraag individueel hierop getoetst wordt
                    is er voor gekozen deze uitsluiting expliciet in de verordening op te
                    nemen.</al><al>In deze verordening is bepaald dat een persoon die een opleiding volgt in de zin
                    van de WSF 2000 of de WTOS wordt uitgesloten van een langdurigheidstoeslag. Dit
                    geldt ook voor de personen die op basis van de Wet investeren in jongeren (thans
                    nog een wetsvoorstel) een leerwerkaanbod krijgen of hebben gekregen. Wel wordt
                    een uitzondering gemaakt voor alleenstaande ouders met een tegemoetkoming op
                    grond van de WSF 2000. Alleenstaande ouders die studeren hebben vaak niet de
                    mogelijkheid om naast hun studie en zorg voor hun kinderen nog een parttime baan
                    te accepteren.</al><al/><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag is gebaseerd op de hoogte van de
                    langdurigheidstoeslag zoals genoemd in artikel 36 WWB van vóór 1 januari
                    2009.</al><al>Immers een te laag bedrag doet geen recht aan het karakter van de
                    langdurigheidstoeslag. De langdurigheidstoeslag is bedoeld voor mensen die
                    langdurig een inkomen op het sociaal minimum hebben en geen financiële ruimte
                    hebben om te reserveren voor onverwachte uitgaven.</al><al>Tevens staat het overgangsrecht voor een bepaalde groep mensen een verlaging van
                    de langdurigheidstoeslag in 2009 niet toe. Daarnaast vindt in verband met de
                    beschikbare middelen geen indexering van de bedragen plaats.</al><al>De persoonlijke situatie op de peildatum is bepalend voor de hoogte van de
                    langdurigheidstoeslag.</al><al/><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Bij wet is bepaald dat de langdurigheidstoeslag met ingang van 1 januari 2009
                    als een bijzondere vorm van (categoriale) bijzondere bijstand geldt. Gemeenten
                    zijn per die datum verplicht om het gemeentelijk beleid ten aanzien van de
                    langdurigheidstoeslag in een verordening vast te leggen. </al><al>Deze verordening werkt daarom terug tot 1 januari 2009.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>