<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR410137_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke ondersteuning 2016 gemeente Molenwaard                2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Molenwaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Molenwaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-90701">Gmb-2016-90701</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke ondersteuning 2016 gemeente Molenwaard</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-07-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>538224</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke ondersteuning 2016 gemeente Molenwaard
                2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Molenwaard;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college;</al><al/><al>gelezen de inspraakreacties op de concept verordening en de reactie van het
                        college hierop in het raadsvoorstel en in de nota waarop wordt ingegaan op
                        de inspraakreacties;</al><al/><al>overwegende:</al><al/><lijst><li nr="-"><al>dat burgers een eigen verantwoordelijkheid dragen voor de wijze
                                waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk
                                leven;</al></li><li nr="-"><al>dat van burgers verwacht mag worden dat zij elkaar daarin naar
                                vermogen bijstaan;</al></li><li nr="-"><al>dat van de gemeente verwacht mag worden dat zij burgers die zelf,
                                dan wel samen met personen in hun omgeving, onvoldoende zelfredzaam
                                zijn of onvoldoende in staat zijn tot participatie, ondersteuning
                                biedt, zodat zij zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen
                                blijven wonen;</al></li><li nr="-"><al>dat het noodzakelijk is om regels vast te stellen ter uitvoering van
                                het beleidsplan als bedoeld in artikel 2.1.2. van de wet met
                                betrekking tot de ondersteuning bij de versterking van de
                                zelfredzaamheid en participatie van personen met een beperking of
                                met psychische of psychosociale problemen, beschermd wonen en
                                opvang, en dat het noodzakelijk is om de toegankelijkheid van
                                voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking te
                                bevorderen en daarmee bij te dragen aan het realiseren van een
                                inclusieve samenleving;</al><al/></li></lijst><al>gelet op de artikelen 2.1.3 t/m 2.1.7, artikel 2.6.6 en artikel 2.3.6 van de
                        Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;</al><al/><al><vet>besluit: </vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende Verordening maatschappelijke ondersteuning 2016
                        gemeente Molenwaard.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt in
                            aanvulling op het bepaalde in artikel 1.1.1 van de wet verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="a."><al>algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die normaal in
                                    de reguliere handel verkrijgbaar is, ook door mensen zonder
                                    beperkingen wordt aangeschaft en gebruikt en die niet
                                    aanzienlijk duurder is dan voorzieningen met vergelijkbare
                                    functies;</al></li><li nr="b."><al>algemene voorziening: een aanbod van diensten of activiteiten
                                    dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften,
                                    persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers
                                    toegankelijk is en dat gericht is op maatschappelijke
                                    ondersteuning;</al></li><li nr="c."><al>collectieve voorziening: een voorziening die individueel wordt
                                    (aangevraagd en) verstrekt, maar die door meerdere personen
                                    tegelijk wordt gebruikt;</al></li><li nr="d."><al>Begeleiding: hieronder wordt verstaan: individuele begeleiding,
                                    persoonlijke verzorging, dagbesteding met of zonder vervoer en
                                    kortdurend verblijf.</al></li><li nr="e."><al>bezoekbaar maken: toegankelijk maken van de woning en
                                    toegankelijk en bruikbaar maken van maximaal één woonkamer en
                                    één toilet;</al></li><li nr="f."><al>bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van
                                    de wet; voorheen bekend als eigen bijdrage;</al></li><li nr="g."><al>cliënt: onder cliënt wordt verstaan degene die behoefte heeft
                                    aan maatschappelijke ondersteuning, als bedoeld in artikel
                                    2.3.2, eerste lid, van de wet en onder cliënt wordt in
                                    voorkomende gevallen ook verstaan degene die namens de cliënt
                                    als gemachtigde of wettelijk vertegenwoordiger bevoegdelijk
                                    optreedt;</al></li><li nr="h."><al>cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met
                                    informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan
                                    het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het
                                    verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het
                                    gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg,
                                    zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en
                                    inkomen;</al></li><li nr="i."><al>de gemeente: gemeente Molenwaard;</al></li><li nr="j."><al>gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen
                                    in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot,
                                    ouders/verzorgers, inwonende kinderen of andere
                                    huisgenoten;</al></li><li nr="k."><al>maatwerkvoorziening: een voorziening die door het college op
                                    basis van de wet wordt verstrekt;</al></li><li nr="l."><al>mantelzorg: zorg die niet in het kader van een hulpverlenend
                                    beroep wordt gegeven aan een hulpbehoevende door één of meerdere
                                    leden van diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening
                                    direct voortvloeit uit de sociale relatie;</al></li><li nr="m."><al>melding: verzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 van de wet, om
                                    onderzoek naar de behoefte van maatschappelijke
                                    ondersteuning;</al></li><li nr="n."><al>ondersteuningsplan: de weergave van de adviezen, verwijzingen en
                                    afspraken die in samenspraak met de cliënt zijn gemaakt naar
                                    aanleiding van zijn melding, alsmede de beoogde resultaten en de
                                    evaluatie daarvan;</al></li><li nr="o."><al>participatie: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer;</al></li><li nr="p."><al>persoonlijk plan: een door de cliënt aan het college overhandigd
                                    plan waarin cliënt de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2,
                                    vierde lid, onderdelen a t/m g van de wet, beschrijft en
                                    aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening
                                    het meest is aangewezen;</al></li><li nr="q."><al>persoonsgebonden budget: bedrag waaruit namens het college
                                    betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen,
                                    woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een
                                    maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft
                                    betrokken;</al></li><li nr="r."><al>ritbijdrage: een door het college vast te stellen bedrag dat een
                                    persoon met beperkingen bijdraagt aan het gebruik van het
                                    collectief vraagafhankelijk vervoer;</al></li><li nr="s."><al>uitvoeringsbesluit: Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 (bepaling inzake
                                    bijdragen Wmo);</al></li><li nr="t."><al>verslag: een weergave van de uitkomsten van het onderzoek als
                                    bedoeld in artikel 2.3.2 van de wet;</al></li><li nr="u."><al>voorliggende voorziening: voorziening waarmee een vergelijkbaar
                                    compenserend resultaat wordt bereikt als met een voorziening op
                                    grond van de wet;</al></li><li nr="v."><al>wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;</al></li><li nr="w."><al>zelfredzaamheid: zelfredzaamheid is de eigen vaardigheid en
                                    kennis om taken ten aanzien van zelfverzorging, zelfsturing en
                                    het onderhouden van sociale contacten te verrichten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Doelgroep van de verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening richt zich op personen:</al><lijst><li nr="a."><al>die ingezetene zijn van gemeente Molenwaard en;</al></li><li nr="b."><al>die ondersteuning nodig hebben bij hun zelfredzaamheid en/of
                                        maatschappelijke participatie, of;</al></li><li nr="c."><al>die, al dan niet woonachtig in gemeente Molenwaard, als
                                        mantelzorger ondersteuning aan een ingezetene van de
                                        gemeente Molenwaard bieden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer de doelgroep te maken heeft met meervoudige domein
                                overstijgende problematiek op het terrein van de Jeugdwet, de Wet
                                maatschappelijke ondersteuning en de Participatiewet draagt het
                                college zorg voor een goede afstemming van de ondersteuning.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Toegang</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Melding en onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een melding van een ondersteuningsbehoefte kan bij het college
                                schriftelijk, digitaal, mondeling of telefonisch worden gedaan;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bevordert maximale toegankelijkheid voor alle
                                ingezetenen die een melding willen doen van een
                                ondersteuningsbehoefte. Het college zorgt er in ieder geval voor dat
                                ingezetenen een beroep kunnen doen op gratis cliëntondersteuning,
                                waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is. Het college wijst
                                de cliënt en zijn mantelzorger voor het onderzoek op de mogelijkheid
                                gebruik te kunnen maken van gratis en onafhankelijke
                                cliëntondersteuning;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding wordt geregistreerd en de ontvangst van de melding wordt
                                bevestigd. De cliënt wordt geïnformeerd over de gang van zaken na de
                                melding, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure. Naar
                                aanleiding van de melding wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk
                                binnen zes weken, een onderzoek uitgevoerd overeenkomstig artikel
                                2.3.2, tweede tot en met achtste lid van de wet;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college wijst degenen die zich met een ondersteuningsvraag
                                melden nadrukkelijk erop dat zij zich bij het gesprek kunnen laten
                                bijstaan door iemand uit het eigen netwerk of een
                                cliëntondersteuner;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college zal naar aanleiding van de melding nagaan waar de
                                behoefte aan ondersteuning van de cliënt en diens mantelzorger uit
                                bestaat;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Als een onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 van de wet nodig is,
                                of de cliënt geeft aan een aanvraag voor een maatwerkvoorziening te
                                willen doen, zal de cliënt of zijn vertegenwoordiger alle gegevens
                                en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij
                                redelijkerwijs de beschikking kan krijgen, moeten overleggen of
                                anderszins verschaffen;</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviseur om advies
                                vragen;</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Indien de cliënt of de ondersteuningsvraag genoegzaam bekend is, kan
                                het college in afwijking van het bepaalde in artikel 2.3.2 van de
                                wet, in overleg en met instemming van de cliënt volstaan met een
                                kort onderzoek en afzien van een uitgebreid onderzoek, zoals bedoeld
                                in artikel 2.3.2, lid 4 van de wet;</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Bij het onderzoek wordt de cliënt geïnformeerd over de mogelijkheden
                                om te kiezen voor de verstrekking van een persoonsgebonden budget en
                                de gevolgen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Het college kan de mogelijkheid instellen van een herbeoordeling van
                                de melding als bedoeld in het vijfde lid door een andere medewerker
                                voor de gevallen dat de cliënt en de medewerker niet tot
                                overeenstemming komen over een ondersteuningsplan;</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen omtrent de toegangsbeoordeling
                                als bedoeld in dit hoofdstuk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Inhoud onderzoek</titel></kop><al>Het college bespreekt met de cliënt na de melding zo spoedig mogelijk,
                            met inachtneming van diens persoonlijk plan indien aanwezig en voor
                            zover nodig:</al><lijst><li nr="1."><al>de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de
                                    cliënt;</al></li><li nr="2."><al>de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp
                                    zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te ondersteunen;</al></li><li nr="3."><al>de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen
                                    uit zijn sociale netwerk of met behulp van vrijwillige inzet te
                                    komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn
                                    participatie;</al></li><li nr="4."><al>de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de
                                    mantelzorger van de cliënt;</al></li><li nr="5."><al>de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene
                                    voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige
                                    activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid
                                    of zijn participatie;</al></li><li nr="6."><al>de verplichtingen gerelateerd aan een maatwerkvoorziening</al></li><li nr="7."><al>de mogelijkheden om door middel van samenwerking met
                                    zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de
                                    Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg en partijen op het
                                    gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn,
                                    wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk
                                    afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan
                                    verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn participatie of aan
                                    beschermd wonen of opvang;</al></li><li nr="8."><al>informatie over bijdragen in de kosten die de cliënt
                                    verschuldigd zal zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Verslag onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De cliënt ontvangt een schriftelijke weergave van de uitkomsten van
                                het onderzoek, tenzij er overwegende bezwaren bestaan dit verslag te
                                verstrekken. Indien er een ondersteuningsplan wordt opgesteld geldt
                                dat als verslag van het onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt over dit verslag
                                dienen op verzoek van de cliënt als bijlage te worden
                                toegevoegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Aanvraag maatwerkvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening wordt door een cliënt
                                schriftelijk ingediend nadat het onderzoek is uitgevoerd, tenzij het
                                onderzoek niet is uitgevoerd binnen de in artikel 2.3.2, eerste lid,
                                van de wet en artikel 2.1., derde lid bedoelde termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college geeft de beschikking binnen twee weken na ontvangst van
                                de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de voorkeur voor een persoonsgebonden budget dient de aanvrager
                                aan te geven wat de voorgenomen uitvoering daarvan is en wat de
                                kwalificaties zijn van de uitvoering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het treffen van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de
                                beschikking in elk geval vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>welke de te treffen voorziening is;</al></li><li nr="b."><al>wat de duur van de verstrekking is, voor zover dit door het
                                        college wordt bepaald;</al></li><li nr="c."><al>hoe de voorziening in natura wordt verstrekt;</al></li><li nr="d."><al>welke verplichtingen zijn verbonden aan de te verstrekken
                                        maatwerkvoorziening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het treffen van een maatwerkvoorziening in de vorm van een
                                persoonsgebonden budget wordt in de beschikking in elk geval
                                vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welke maatwerkvoorziening het persoonsgebonden budget
                                        kan worden aangewend;</al></li><li nr="b."><al>wat de hoogte van het persoonsgebonden budget is;</al></li><li nr="c."><al>wat de duur is van de verstrekking waarvoor het
                                        persoonsgebonden budget is bedoeld, voor zover dit door het
                                        college wordt bepaald, en</al></li><li nr="d."><al>welke verplichtingen zijn verbonden aan het persoonsgebonden
                                        budget en</al></li><li nr="e."><al>welke regels gelden ten aanzien van facturering en
                                        verantwoording van het persoonsgebonden budget.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er sprake is van een te betalen bijdrage in de kosten wordt dit
                                in de beschikking opgenomen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Algemene voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een algemene voorziening kan ingericht zijn voor alle inwoners van
                                gemeente Molenwaard of voor een specifieke doelgroep, en is
                                rechtstreeks toegankelijk zonder of op basis van een beperkte
                                toegangsbeoordeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bevordert en treft eventueel de algemene voorzieningen
                                die naar zijn oordeel bijdragen aan de zelfredzaamheid en de
                                participatie van ingezetenen en aan de inzet van mantelzorg en
                                vrijwilligerswerk daarvoor.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Algemene voorzieningen sluiten zoveel mogelijk aan op eigen
                                initiatieven van burgers.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen over de vorm van algemene
                                voorzieningen, de algemene en specifieke doelgroep,
                                gebruiksvoorwaarden en het nakomen van de gebruiksvoorwaarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Ambulante ondersteuning</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor niet- geïndiceerde ambulante ondersteuning.
                            Deze ondersteuning omvat waar nodig: </al><lijst><li nr="a."><al>informatie, advies;</al></li><li nr="b."><al>vraagverheldering;</al></li><li nr="c."><al>kortdurende ondersteuning;</al></li><li nr="d."><al>langdurende ondersteuning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Dagactiviteiten met lichte ondersteuning</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor niet-geïndiceerde dagactiviteiten met
                            lichte ondersteuning met het oog op het aangaan van sociale contacten,
                            het bieden van enige structuur alsmede het ontlasten van eventuele
                            mantelzorgers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Collectief vraagafhankelijk vervoer</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor collectief vraagafhankelijk vervoer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Mantelzorgwaardering</titel></kop><al>Het college draagt jaarlijks zorg voor een blijk van waardering voor
                            mantelzorgers. Het college stelt nadere regels vast op welke wijze deze
                            blijk van waardering inhoud en vorm wordt gegeven.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Maatwerkvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Algemene criteria maatwerkvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt het onderzoeksverslag als uitgangspunt bij de
                                beoordeling van de aanspraak op een maatwerkvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verstrekt een maatwerkvoorziening indien er sprake is
                                van een noodzaak tot compensatie en de cliënt niet of niet volledig
                                in staat is tot zelfredzaamheid of participatie door gebruik te
                                maken van:</al><lijst><li nr="a."><al>eigen kracht en/of;</al></li><li nr="b."><al>gebruikelijke hulp en/of;</al></li><li nr="c."><al>mantelzorg en/of;</al></li><li nr="d."><al>hulp van andere personen uit het sociale netwerk en/of;</al></li><li nr="e."><al>algemene voorzieningen en/of;</al></li><li nr="f."><al>voorliggende voorzieningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien meerdere maatwerkvoorzieningen als passend aan te merken
                                zijn, verstrekt het college de voorziening die voldoende compenseert
                                en het goedkoopst is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Algemene weigeringsgronden</titel></kop><al>Geen aanspraak op een maatwerkvoorziening bestaat:</al><lijst><li nr="1."><al>indien de aanvraag om een maatwerkvoorziening betrekking heeft
                                    op een algemeen gebruikelijke voorziening of indien er sprake is
                                    van normale maatschappelijke kosten;</al></li><li nr="2."><al>indien de cliënt geen ingezetene is van de gemeente
                                    Molenwaard;</al></li><li nr="3."><al>voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de cliënt
                                    voorafgaand aan het moment van aanvragen of het moment van
                                    beschikken heeft gemaakt;</al></li><li nr="4."><al>voor zover een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking
                                    heeft reeds eerder in het kader van enige wettelijke bepaling of
                                    regeling is verstrekt, waarbij er sprake is van een
                                    afschrijvingstermijn en de normale afschrijvingstermijn van de
                                    voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder verstrekte
                                    voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die
                                    niet aan de cliënt zijn toe te rekenen;</al></li><li nr="5."><al>voor zover de cliënt een beroep kan doen op een voorliggende
                                    voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de
                                    cliënt toereikend en passend te zijn;</al></li><li nr="6."><al>indien de aanspraak niet is vast te stellen doordat de cliënt
                                    niet of onvoldoende voldoet aan de verplichtingen als bedoeld in
                                    artikel 2.3.8 lid 1 en 3 van de wet.</al></li><li nr="7."><al>indien de maatwerkvoorziening of de noodzaak daarvan voor de
                                    cliënt redelijkerwijs vermijdbaar was;</al></li><li nr="8."><al>indien de maatwerkvoorziening voorzienbaar was, tenzij van de
                                    cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te
                                    hebben getroffen die de maatwerkvoorziening overbodig hadden
                                    gemaakt;</al></li><li nr="9."><al>indien de noodzaak tot het treffen van de maatwerkvoorziening
                                    het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van
                                    beperkingen bij de zelfredzaamheid en participatie, geen
                                    aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig
                                    was.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Aanvullende criteria persoonsgebonden budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de cliënt naar het oordeel van het college voldoende in
                                        staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen en
                                        in staat is de aan een persoonsgebonden budget verbonden
                                        taken op verantwoorde wijze uit te voeren op eigen kracht,
                                        dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn
                                        vertegenwoordiger;</al></li><li nr="b."><al>de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de
                                        maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wenst
                                        geleverd te krijgen;</al></li><li nr="c."><al>naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de
                                        diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere
                                        maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig,
                                        doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kent geen persoonsgebonden budget toe als:</al><lijst><li nr="a."><al>de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt
                                        en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een
                                        andere beslissing zou hebben geleid;</al></li><li nr="b."><al>in de drie jaren, voorafgaand aan de datum van het
                                        onderzoek, toepassing is gegeven aan artikel 2.3.10, eerste
                                        lid, onderdeel a, d, en e van de wet;</al></li><li nr="c."><al>daardoor de instandhouding van het collectief
                                        vraagafhankelijk vervoer in gevaar komt;</al></li><li nr="d."><al>er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie,
                                        als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet;</al></li><li nr="e."><al>de kosten betrekking hebben op de administratie en het
                                        beheer van het persoonsgebonden budget en dit geen deel
                                        uitmaakt van het ondersteuningsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels opstellen waarin met betrekking tot
                                een persoonsgebonden budget, voorwaarden en voorschriften staan, het
                                tarief en de kwaliteit van de gevraagde diensten, hulpmiddelen,
                                woningaanpassingen en andere maatregelen van de maatwerkvoorziening
                                in de vorm van dit persoonsgebonden budget, waarbij geldt dat de
                                hoogte van het persoonsgebonden budget toereikend moet zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een cliënt aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, kan
                                diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen
                                betrekken van een persoon die behoort tot zijn sociaal netwerk als
                                wordt voldaan aan noodzakelijke kwaliteitseisen, waaronder mede
                                wordt verstaan opleidingseisen. Het college kan nadere regels
                                stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Aanvullende criteria voor Individuele begeleiding</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 4.1 kan een cliënt in aanmerking komen voor
                            ondersteuning in de vorm van individuele begeleiding als</al><lijst><li nr="a."><al>bij cliënt sprake is van een complexe ondersteuningsvraag,
                                    blijkend uit de noodzaak tot inzet van individuele
                                    ondersteuning, of;</al></li><li nr="b."><al>er bij het functioneren van de cliënt sprake is van risico voor
                                    hemzelf of diens omgeving, of;</al></li><li nr="c."><al>toezicht op de cliënt mogelijk nodig is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Aanvullende criteria voor dagbesteding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In aanvulling op artikel 4.1 kan een cliënt in aanmerking komen voor
                                dagbesteding als:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager als gevolg van een beperking onvoldoende
                                        zelfredzaam is om een dagbesteding, waaronder het volgen van
                                        een opleiding of het leveren van een arbeidsprestatie, voor
                                        zichzelf of met behulp van zijn netwerk te organiseren,
                                        en;</al></li><li nr="b."><al>er sprake is van een dermate complexe beperking, dat
                                        gedurende de dagbesteding directe nabijheid van
                                        gespecialiseerde zorg, ondersteuning en/of toezicht nodig
                                        is, of;</al></li><li nr="c."><al>daarmee overbelasting van eventuele mantelzorgers wordt
                                        voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In aanvulling op artikel 4.1 kan een cliënt, indien hij de
                                pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, in aanmerking
                                komen voor arbeidsmatige dagbesteding met zo mogelijk als doel de
                                cliënt voor te bereiden op (begeleid) werk of vrijwilligerswerk
                                als</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager onvoldoende vaardigheden heeft inzake het
                                        aanbrengen van structuur of het voeren van regie in het
                                        dagelijks leven, en;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager geen of zeer geringe loonvormende
                                        arbeidsprestatie kan leveren door het ontbreken van
                                        werkvaardigheden als gevolg van beperkingen en daaruit
                                        voortvloeiend een ondersteunings- en/of toezichtsvraag
                                        heeft, of;</al></li><li nr="c."><al>daarmee overbelasting van eventuele mantelzorgers wordt
                                        voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 4.5 lid 2 kan het college ten behoeve van
                                een cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt,
                                besluiten op grond van zijn ondersteuningsplan, artikel 4.5 lid 2
                                overeenkomstig toe te passen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Aanvullende criteria voor kortdurend verblijf:</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 4.1 kan een cliënt met een maximum van 50
                            etmalen per jaar in aanmerking komen voor kortdurend verblijf als
                            daarmee overbelasting van de mantelzorger kan worden voorkomen of als de
                            mantelzorger tijdelijk afwezig is, en; </al><lijst><li nr="a."><al>de cliënt langdurig is aangewezen op meer dan gebruikelijke hulp
                                    en ondersteuning met intensief toezicht, en;</al></li><li nr="b."><al>dagbesteding en individuele begeleiding niet voldoende oplossing
                                    bieden, en;</al></li><li nr="c."><al>voor zover de cliënt geen aanspraak kan maken op zijn
                                    zorgverzekering of de Wet langdurige zorg.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7</nr><titel>Aanvullende criteria voor persoonlijke verzorging</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 4.1 kan een cliënt in aanmerking komen voor
                            persoonlijke verzorging als dit in overwegende mate voortkomt uit een
                            verstandelijke, zintuiglijke of psychiatrische beperking en een bijdrage
                            levert aan de zelfredzaamheid. De behoefte aan persoonlijke verzorging
                            hangt niet samen met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog
                            risico daarop. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8</nr><titel>Aanvullende criteria voor woonvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In aanvulling op artikel 4.1 kan een cliënt in aanmerking komen voor
                                een woonvoorziening als hij</al><lijst><li nr="a."><al>aantoonbare beperkingen heeft bij het normaal gebruik van
                                        zijn woning, en;</al></li><li nr="b."><al>in redelijke mate inspanning heeft gedaan om een geschikte
                                        woning te vinden en te bewonen, en/of;</al></li><li nr="c."><al>een op basis van aantoonbare beperkingen aanwezige
                                        gedragsstoornis heeft met ernstig ontremd gedrag tot gevolg,
                                        waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een
                                        situatie waarin deze persoon met beperkingen tot rust kan
                                        komen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een cliënt kan alleen voor een woonruimteaanpassing in aanmerking
                                komen wanneer deze langdurig noodzakelijk is en de voorziening de
                                compenserende voorziening is die het goedkoopst is. Bij deze
                                overweging worden ook voorzienbare kosten in de toekomst
                                meegewogen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een woonvoorziening wordt slechts verstrekt als de cliënt zijn
                                hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de
                                voorziening wordt getroffen, dan wel voor het bezoekbaar maken van
                                een andere woonruimte dan waar de cliënt met beperkingen zijn
                                hoofdverblijf heeft als het hoofdverblijf van de cliënt in een
                                erkende zorginstelling is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.9</nr><titel>Aanvullende criteria voor huishoudelijke ondersteuning</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 4.1 kan een cliënt in aanmerking komen voor
                            huishoudelijke ondersteuning ingeval:</al><lijst><li nr="1."><al>er aantoonbare beperkingen bij het voeren van een huishouden
                                    aanwezig zijn, en;</al></li><li nr="2."><al>er sprake is van problemen bij gebruikelijke hulp en
                                    mantelzorg.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.10</nr><titel>Aanvullende criteria voor vervoersvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In aanvulling op artikel 4.1 kan een cliënt in aanmerking komen voor
                                collectief vervoer als deze langdurig noodzakelijk is wanneer de
                                cliënt niet of onvoldoende gebruik kan maken van het openbaar
                                vervoer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In aanvulling op artikel 4.1 en het voorgaande lid kan een cliënt
                                eerst in aanmerking komen voor een individuele vervoersvoorziening
                                als deze langdurig noodzakelijk is en het collectief vervoer niet
                                afdoende is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de
                                vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke participatie
                                uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe
                                woon- en leefomgeving in het kader van het leven van alledag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het derde lid kan een vervoersvoorziening worden
                                verstrekt als zich een situatie voordoet waarbij het gaat om een
                                bovenregionaal contact, dat uitsluitend door de persoon met
                                beperkingen zelf bezocht kan worden, terwijl het bezoek voor de
                                persoon met beperkingen noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te
                                voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De te verstrekken vervoersvoorziening zal maatschappelijke
                                participatie door middel van lokale verplaatsingen tot maximaal een
                                omvang per jaar van 2000 kilometer mogelijk maken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien meer kilometers nodig zijn dan 2000 kilometer per jaar, kan
                                een gemotiveerde aanvraag worden ingediend voor ophoging van de
                                kilometers en wordt deze individueel beoordeeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11</nr><titel>Aanvullende criteria voor rolstoelvoorziening</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 4.1 kan een cliënt in aanmerking komen voor een
                            rolstoelvoorziening als het voor hem langdurig noodzakelijk is om zich
                            hiermee te verplaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.12</nr><titel>Financiële tegemoetkoming meerkosten</titel></kop><al>Het college kan in overeenstemming met het beleidsplan, bedoeld in
                            artikel 2.1.2. van de wet, op aanvraag aan personen met een beperking of
                            chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband
                            houdende aannemelijke meerkosten hebben een tegemoetkoming verstrekken
                            ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie. Het college
                            kan nadere regels stellen inzake de inhoud, beoogde doelgroep en hoogte
                            van de tegemoetkoming. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Bijdragen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Algemeen: Compensatie gebruikskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanbieder van een algemene of maatwerkvoorziening vraagt aan de
                                cliënt een bijdrage voor de kosten die de cliënt uitspaart doordat
                                deze onderdeel uitmaken van de voorziening, voor zover dat tussen
                                het college en de aanbieder is afgesproken. Het gaat hierbij in elk
                                geval om kosten:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebruik van consumpties en maaltijden bij dag- en
                                        nachtopvang en;</al></li><li nr="b."><al>voor het doen van een was.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de bijdrage is kostendekkend. De aanbieder maakt de
                                verschuldigdheid en hoogte van de bijdrage zichtbaar voor de
                                cliënten die de voorziening van hem betrekken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Bijdrageplicht algemene voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De cliënt is een bijdrage verschuldigd voor het gebruik van een
                                algemene voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage is inkomensonafhankelijk. Het college kan nadere regels
                                stellen met betrekking tot het geven van korting aan door het
                                college aan te wijzen groepen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen inzake de aard, inhoud en
                                hoogte van de bijdrage, zoals bedoeld in artikel 5.2.1, eerste
                                lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Ritbijdrage collectief vraagafhankelijk vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De cliënt is een ritbijdrage verschuldigd voor het gebruik van het
                                collectief vraagafhankelijk vervoer. De ritbijdrage is
                                inkomensonafhankelijk.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels stellen waarin de hoogte van de
                                ritbijdrage wordt bepaald;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr><titel>Bijdrageplicht Maatwerkvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd, zoals bedoeld
                                in artikel 2.1.4, eerste lid onder b, van de wet, voor het gebruik
                                van een maatwerkvoorziening zolang hij van de maatwerkvoorziening
                                gebruik maakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening zoals bedoeld
                                in artikel 5.4 eerste lid is inkomensafhankelijk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bijdrage voor een maatwerkvoorziening wordt berekend op basis
                                van:</al><lijst><li nr="a."><al>als begeleiding wordt geleverd, de laagst gecontracteerde
                                        prijs per geleverde tijdseenheid;</al></li><li nr="b."><al>voor woon- en vervoersvoorzieningen, de prijs die de
                                        gemeente betaalt voor de voorziening;</al></li><li nr="c."><al>voor overige gevallen per periode en op basis van de
                                        vergoeding die de gemeente voor de dienstverlening over die
                                        periode verschuldigd is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het eerste en tweede lid, wordt geen bijdrage
                                gevraagd voor het collectief vraagafhankelijk vervoer, de
                                verhuiskostenvergoeding en een sportvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De bijdrage voor een maatwerkvoorziening is ten hoogste gelijk aan
                                de maximale bijdrage die mogelijk is op grond van het
                                uitvoeringsbesluit en de nadere regels, waarbij geldt dat zij nooit
                                hoger is dan de kostprijs van de voorziening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De bijdrage inzake toekenning van een voorziening voor een
                                minderjarige cliënt is met inachtneming van het bepaalde in artikel
                                2.1.5 van de wet verschuldigd door:</al><lijst><li nr="a."><al>de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene
                                        tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk
                                        Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en</al></li><li nr="b."><al>degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag
                                        uitoefent over een cliënt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college brengt de bijdrage voor de volgende periode in
                                rekening:</al><lijst><li nr="a."><al>voor dienstverlening: zolang de toekenning voor de
                                        dienstverlening niet is ingetrokken en er in een periode
                                        ondersteuning is geboden;</al></li><li nr="b."><al>voor een voorziening in natura, anders dan onder a: zolang
                                        de cliënt gebruik maakt van of in het bezit is van de
                                        voorziening, en waar van toepassing tot maximaal de
                                        kostprijs van een eenmalig verstrekte voorziening;</al></li><li nr="c."><al>bij een periodieke verstrekking van een persoonsgebonden
                                        budget: over iedere periode waarover een persoonsgebonden
                                        budget is verstrekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Als een persoon over een periode voor meerdere voorzieningen een
                                bijdrage is verschuldigd, dan komt de betaalde bijdrage allereerst
                                ten goede van de voorziening die eenmalig is verstrekt en waarvoor
                                het college geen huur verschuldigd is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Toezicht en handhaving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Nieuwe feiten of omstandigheden, herziening en intrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het
                                college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van
                                alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk
                                moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een
                                beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een besluit
                                als bedoeld In artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel
                                intrekken als het college vaststelt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt
                                        en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een
                                        andere beslissing zou hebben geleid;</al></li><li nr="b."><al>de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het
                                        persoonsgebonden budget is aangewezen;</al></li><li nr="c."><al>de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget niet
                                        meer toereikend is te achten;</al></li><li nr="d."><al>de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of
                                        het persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden;</al></li><li nr="e."><al>de cliënt de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden
                                        budget niet of voor een ander doel gebruikt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als het college een besluit op grond van artikel 6.1, tweede lid,
                                onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of
                                onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft
                                plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan
                                opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk
                                de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten
                                maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten persoonsgebonden
                                budget.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval het besluit tot toekenning van het recht op het
                                persoonsgebonden budget is ingetrokken op de grond dat het
                                persoonsgebonden budget niet is aangewend voor de bekostiging van
                                een voorziening, kan het persoonsgebonden budget worden
                                teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval het besluit tot toekenning van het recht op een in eigendom
                                verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden
                                teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingeval het besluit tot toekenning van het recht op een in bruikleen
                                verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden
                                teruggevorderd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Kwaliteit en klachten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr><titel>Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanbieder van een voorziening zorgt voor een goede kwaliteit van
                                de voorziening, wat in ieder geval betekent dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorziening veilig, doeltreffend en cliëntgericht
                                        is;</al></li><li nr="b."><al>de voorziening is afgestemd op de persoonlijke situatie van
                                        de cliënt;</al></li><li nr="c."><al>de voorziening is afgestemd op andere vormen van zorg of
                                        hulp die de cliënt ontvangt;</al></li><li nr="d."><al>de beroepskracht die een voorziening levert, handelt in
                                        overeenstemming met de professionele standaard;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast over welke verdere eisen worden
                                gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot
                                de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr><titel>Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door
                                derden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt bij het leveren van diensten door derden en het
                                vaststellen van de tarieven daarvan in ieder geval rekening
                                met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de te verrichten taken en/of de te
                                        leveren voorzieningen;</al></li><li nr="b."><al>de vereiste deskundigheid en vaardigheden van de
                                        beroepskrachten;</al></li><li nr="c."><al>de arbeidsvoorwaarden passend bij de vereiste deskundigheid
                                        en vaardigheden van de beroepskrachten en de zwaarte van de
                                        functie;</al></li><li nr="d."><al>de kwaliteitseisen van de diensten;</al></li><li nr="e."><al>de reële marktprijs van de diensten.</al></li><li nr="f."><al>verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden
                                        (bijv. sociaal wijkteams).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college houdt bij het leveren van hulpmiddelen en
                                woningaanpassingen en het vaststellen van de tarieven daarvan, in
                                ieder geval rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de te leveren hulpmiddelen of
                                        woningaanpassingen;</al></li><li nr="b."><al>de kwaliteitseisen van het hulpmiddel of de
                                        woningaanpassing</al></li><li nr="c."><al>de reële marktprijs van het hulpmiddel of de
                                        woningaanpassing, en</al></li><li nr="d."><al>de eventuele extra taken die in verband met het hulpmiddel
                                        of de woningaanpassing van de leverancier worden gevraagd,
                                        zoals:</al><lijst><li nr="i."><al>aanmeten, levering en plaatsing van het hulpmiddel
                                                of de woningaanpassing;</al></li><li nr="ii."><al>instructie over het gebruik van het hulpmiddel of de
                                                woningaanpassing;</al></li><li nr="iii."><al>onderhoud van het hulpmiddel of de
                                                woningaanpassing.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3</nr><titel>Regeling voor klachtenafhandeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van
                                klachten van cliënten ten aanzien van alle voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op
                                de naleving van de klachtregelingen van aanbieders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.4</nr><titel>Regeling voor medezeggenschap</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van
                                cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de
                                gebruikers van belang zijn ten aanzien van alle voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op
                                de naleving van de medezeggenschap van aanbieders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.5</nr><titel>Meldingsregeling calamiteiten en geweld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en
                                iedere vorm van geweld en/of discriminatie bij de verstrekking van
                                een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend
                                ambtenaar aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanbieders melden iedere calamiteit en iedere vorm van geweld en/of
                                discriminatie die zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een
                                voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de wet,
                                doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en
                                adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en
                                het bestrijden van geweld en/of discriminatie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan bij nadere regels bepalen welke verdere eisen gelden
                                voor het melden van calamiteiten en geweld en/of discriminatie bij
                                de verstrekking van een voorziening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Inspraak</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inspraak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente en in de gemeente
                                een belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen bij de
                                voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke
                                ondersteuning, op de wijze voorzien in de krachtens artikel 150 van
                                de Gemeentewet vastgestelde inspraakverordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt ingezetenen van de gemeente vroegtijdig in de
                                gelegenheid voorstellen voor het beleid te doen, en gevraagd en
                                ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over
                                verordeningen en beleidsvoorstellen, en voorziet hen van
                                ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college zorgt dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek
                                overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en
                                dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het
                                overleg benodigde informatie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de
                                verplichtingen genoemd in de voorgaande leden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.1</nr><titel>Evaluatie verordening</titel></kop><al>Het college evalueert jaarlijks voor 1 juli de werking van deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.2</nr><titel>Verhouding met Verordening beschermd wonen en opvang gemeente
                                Molenwaard</titel></kop><al>Deze verordening is niet van toepassing op beschermd wonen en opvang en
                            andere onderwerpen die zijn geregeld in de Verordening beschermd wonen
                            en opvang gemeente Molenwaard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.3</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt met een
                            vastgestelde ondersteuningsbehoefte afwijken van de regels bij of
                            krachtens deze verordening, als toepassing van de regels bij of
                            krachtens deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard
                            leidt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.4</nr><titel>Indexering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de door het college
                                vastgestelde bedragen voortvloeiend uit deze verordening verhogen of
                                verlagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan per voorziening bepalen welke prijsindex hierbij
                                wordt gehanteerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.5</nr><titel>Intrekken Verordening maatschappelijke ondersteuning Molenwaard
                                2015</titel></kop><al>De Verordening maatschappelijke ondersteuning Molenwaard 2015 wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 juli
                            2016.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke
                            ondersteuning 2016 gemeente Molenwaard.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 5 juli 2016</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>B.J. Nootenboom D.R. van der Borg</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>