<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR41011_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening behandeling bezwaarschriften 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-09-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Apeldoorns Stadsblad, 2010-06-16</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening behandeling bezwaarschriften</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-05-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-06-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-07-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 4 lid 1, art. 5, art. 8 lid 1 en lid 3, art. 14 lid 3</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>raadsvoorstel 69-2010</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>verordening wijzigt de Verordening behandeling bezwaarschriften 2009, vastgesteld d.d. 2010-07-09</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING BEHANDELING BEZWAARSCHRIFTEN</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad, het presidium, het college van burgemeester en wethouders, en de
                        burgemeester van de gemeente Apeldoorn;</al><al>ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft;</al><al>gelezen het voorstel van het college d.d. 6 juli 2009, nummer 63-2009;</al><al>gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en de
                        Gemeentewet;</al><al>BESLUITEN:</al><al>vast te stellen de navolgende gewijzigde Verordening behandeling
                        bezwaarschriften.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>raad: de raad van de gemeente Apeldoorn;</al></li><li nr="b."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van
                                    Apeldoorn; </al></li><li nr="c."><al>burgemeester: de burgemeester van Apeldoorn; </al></li><li nr="d."><al>presidium: een commissie als bedoeld in artikel 83, eerste lid,
                                    van de Gemeentewet; </al></li><li nr="e."><al>verwerend orgaan: het bestuursorgaan dat het bestreden besluit
                                    heeft genomen; </al></li><li nr="f."><al>commissie: de vaste commissie van advies voor de
                                    bezwaarschriften;</al></li><li nr="g."><al>commissievoorzitter: de voorzitter van de commissie; </al></li><li nr="h."><al>kamer: een van de commissie onderdeel uitmakende meervoudige
                                    kamer;</al></li><li nr="i."><al>kamervoorzitter: de voorzitter van een meervoudige kamer;</al></li><li nr="j."><al>lid: een lid van een meervoudige kamer;</al></li><li nr="k."><al>secretaris: de coördinerend dan wel behandelend secretaris van
                                    de commissie;</al></li><li nr="l."><al>wet: de Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II</nr><titel>Behandeling van de bezwaarschriften</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>De commissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onafhankelijke bezwarencommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op
                                    bezwaren tegen besluiten van de raad, het presidium, het college
                                    en de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een bezwaar vergezeld gaat van een verzoek om vergoeding
                                    van kosten als bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, van de wet,
                                    adviseert de commissie eveneens omtrent al dan niet toekenning
                                    van die vergoeding.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften
                                    die zijn ingediend tegen besluiten op grond van een wettelijk
                                    voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende
                                    zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bestaat uit een commissievoorzitter,
                                    kamervoorzitters en leden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie kent een kamerstructuur, te weten: </al><lijst><li nr="a."><al>kamer I 'Algemene zaken'; </al></li><li nr="b."><al>kamer II ‘Sociale zekerheid’; </al></li><li nr="c."><al>kamer III 'Ruimtelijke ontwikkeling', en</al></li><li nr="d."><al>kamer IV ‘Personeel’. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissievoorzitter is tevens voorzitter van kamer I.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Positie kamers I, II en III</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kamers I, II en III zijn meervoudig en bestaan in principe
                                    uit een voorzitter en drie respectievelijk vier leden, die allen
                                    geen deel uitmaken van en niet werkzaam zijn onder
                                    verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente
                                    Apeldoorn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Per kamer wordt een plaatsvervangend voorzitter aangewezen.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kamervoorzitters en de leden worden benoemd en ontslagen door
                                    de raad, op voorstel van het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Positie kamer II</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Positie kamer IV</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kamer IV is meervoudig en bestaat in principe uit een voorzitter
                                    en drie leden, die allen geen deel uitmaken van en niet werkzaam
                                    zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de
                                    gemeente Apeldoorn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kamer bestaat uit: </al><lijst><li nr="a."><al>één lid, te benoemen op voordracht van de in het
                                            Georganiseerd Overleg vertegenwoordigde vakorganisaties;
                                        </al></li><li nr="b."><al>één lid, te benoemen op voordracht van het college;
                                        </al></li><li nr="c."><al>één lid, te benoemen op voordracht van de beide hiervoor
                                            genoemde commissieleden, tevens kamervoorzitter; </al></li><li nr="d."><al>één lid, te benoemen op voordracht van de drie hiervoor
                                            genoemde commissieleden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij afwezigheid van één der leden, genoemd in het eerste lid,
                                    onder a, b en c – en alleen dan – treedt het lid, genoemd onder
                                    d, op als algemeen lid. Hij neemt niet de rol op zich van
                                    kamervoorzitter. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Uit de leden, genoemd in het eerste lid, onder a en b, wordt een
                                    plaatsvervangend voorzitter aangewezen.</al><al>De kamervoorzitter en de leden worden benoemd en ontslagen door
                                    het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de ambtelijke ondersteuning van de
                                    commissie en wijst per kamer een of meer secretarissen aan.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretarissen zijn geen lid van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretarissen staan de commissie bij de uitoefening van haar
                                    taken terzijde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissievoorzitter, tevens voorzitter van kamer I, de
                                    voorzitters van de kamers II, III en IV, de leden van de kamers
                                    I, III en IV, en de leden van de kamers worden voor de duur van
                                    vier jaar benoemd; deze periode gaat in op 1 januari van het
                                    jaar waarin de reguliere verkiezingen voor de gemeenteraad
                                    worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissieleden, als bedoeld in het eerste lid:</al><lijst><li nr="a."><al>kunnen op ieder moment ontslag nemen; degenen die
                                            voortijdig aftreden blijven in beginsel hun functie
                                            vervullen totdat in de opvolging is voorzien; </al></li><li nr="b."><al>kunnen voor herbenoeming in aanmerking komen, mits zij
                                            in het jaar van de herbenoeming nog niet de leeftijd van
                                            70 jaar hebben bereikt of zullen bereiken. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kamers I, II en III vergaderen op basis van een jaarrooster
                                    in principe twee keer per vier weken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kamer IV vergadert op basis van een jaarrooster in principe één
                                    keer per vier weken. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Procedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ingediend bezwaarschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                                    aangetekend, waarna het met de daarbij overgelegde stukken -
                                    direct in handen van de commissie wordt gesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het bericht van ontvangst als bedoeld in artikel 6:14,
                                    eerste lid, van de wet wordt vermeld dat de commissie over het
                                    bezwaar zal adviseren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verwerend orgaan mandateert het versturen van het bericht
                                    van ontvangst aan de commissievoorzitter, die deze bevoegdheid
                                    vervolgens doormandateert aan de coördinerend secretaris.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Uitoefening en overdracht bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verwerend orgaan mandateert de bevoegdheden ingevolge de
                                    hierna genoemde artikelen van de wet, voor de toepassing van
                                    deze verordening, aan de kamervoorzitter, die deze bevoegdheden
                                    vervolgens doormandateert aan de behandelend secretaris:</al><lijst><li nr="·"><al>2:1, tweede lid (verzoek om schriftelijke machtiging);
                                        </al></li><li nr="·"><al>6:6 (het stellen van een termijn waarbinnen het verzuim
                                            als bedoeld in artikel 6:5 kan worden hersteld); </al></li><li nr="·"><al>6:17 (toezending stukken aan gemachtigde); </al></li><li nr="·"><al>7:2, tweede lid (uitnodiging hoorzitting); </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verwerend orgaan mandateert de bevoegdheid ingevolge artikel
                                    7:6, vierde lid, van de wet (uitzondering op de regel dat,
                                    wanneer belanghebbenden afzonderlijk zijn gehoord, ieder van hen
                                    op de hoogte wordt gesteld van het verhandelde tijdens de
                                    zitting), voor de toepassing van deze verordening, aan de
                                    kamervoorzitter:</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verwerend orgaan mandateert de bevoegdheid ingevolge 7:10,
                                    derde lid, van de wet (verdagen beslissing), voor de toepassing
                                    van deze verordening, aan de hoofden van de afdelingen, die met
                                    de behandeling van de bezwaarschriften zijn belast; </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie mandateert de bevoegdheden ingevolge artikel 7:13,
                                    tweede lid, van de wet, voor zover het de bevoegdheden betreft
                                    genoemd in artikel 7:4, zesde lid (achterwege laten inzage
                                    stukken) en artikel 7:5, tweede lid (horen in het openbaar),
                                    voor toepassing van deze verordening, aan de kamervoorzitter.
                                </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Van de beslissingen die voortvloeien uit het bepaalde in het
                                    tweede, derde en vierde lid, doet de behandelend secretaris
                                    mededeling aan de belanghebbenden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><al>De kamervoorzitter, of namens hem de secretaris:</al><lijst><li nr="a."><al>is in verband met de behandeling van het bezwaarschrift
                                        bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen
                                        of te laten inwinnen; </al></li><li nr="b."><al>kan uit eigen beweging of op verzoek van de commissie bij
                                        (externe) deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en
                                        deze personen desgewenst uitnodigen tijdens de zitting te
                                        verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf
                                        machtiging van het college vereist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verstrekken van informatie aan de commissie</titel></kop><al>Het verwerend orgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>legt aan de commissie onverwijld alle stukken over die
                                        betrekking hebben op het bezwaarschrift; </al></li><li nr="b."><al>geeft over het bezwaarschrift desgevraagd alle benodigde
                                        informatie aan de commissie, daaronder begrepen het
                                        schriftelijk beantwoorden van vragen en het uitbrengen van
                                        een schriftelijke reactie op het bezwaarschrift.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kamervoorzitter, of namens hem de secretaris, bepaalt plaats
                                    en tijdstip van de hoorzitting waarin de belanghebbenden en het
                                    verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de
                                    commissie te doen horen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de commissie op grond van artikel 7:3 van de wet besluit
                                    van het horen af te zien doet de behandelend secretaris daarvan
                                    namens de commissie mededeling aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de belanghebbenden, en </al></li><li nr="b."><al>het verwerend orgaan. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een hoorzitting van een meervoudige kamer wordt in beginsel
                                    gehouden door de kamervoorzitter en twee leden. Indien – naar
                                    het oordeel van de kamervoorzitter – daartoe aanleiding bestaat,
                                    geschiedt het horen door alleen de kamervoorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Uitnodiging hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kamervoorzitter, of namens hem de secretaris, deelt de
                                    belanghebbenden en het verwerend orgaan als regel ten minste
                                    drie weken voor de hoorzitting schriftelijk mee, dat zij in de
                                    gelegenheid worden gesteld zich te doen horen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen drie dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling
                                    kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan, onder opgaaf
                                    van redenen de kamervoorzitter verzoeken de datum en/of het
                                    tijdstip van de hoorzitting te wijzigen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing van de kamervoorzitter op een verzoek als bedoeld
                                    in het tweede lid wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval
                                    twee weken voor het tijdstip van de zitting aan de
                                    belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kamervoorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te
                                    wijken of afwijking toe te staan van de in het eerste, tweede en
                                    derde lid genoemde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Niet deelneming aan de behandeling</titel></kop><al>De kamervoorzitter en de leden nemen niet deel aan de behandeling
                                van een bezwaarschrift, indien daarbij hun belang dan wel
                                onpartijdigheid in het geding kan zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Openbaarheid hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoorzittingen van de kamers I en III zijn in beginsel
                                    openbaar. Behandeling met gesloten deuren kan plaats hebben,
                                    indien hierom door een van de betrokken partijen wordt verzocht.
                                    De kamervoorzitter bepaalt of de behandeling met gesloten deuren
                                    plaats heeft. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoorzittingen van de kamers II en IV zijn niet openbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag van de hoorzitting als bedoeld in artikel 7:7 van de
                                    wet bestaat uit een digitale geluidsopname.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris maakt op basis van de geluidsopname een
                                    schriftelijke samenvatting van het besprokene wanneer een
                                    gerechtelijke instantie daarom verzoekt in geval van een (hoger)
                                    beroepsprocedure.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien na afloop van de hoorzitting, maar voordat het advies
                                    wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan
                                    de kamervoorzitter uit eigen beweging of op verzoek van de leden
                                    dit onderzoek houden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in
                                    afschrift aan de leden, het verwerend orgaan en de
                                    belanghebbenden toegezonden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen
                                    binnen een week na verzending van de in het tweede lid bedoelde
                                    nadere informatie aan de kamervoorzitter een verzoek richten tot
                                    het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De kamervoorzitter
                                    beslist omtrent een dergelijk verzoek. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de
                                    bepalingen in deze verordening, die betrekking hebben op de
                                    hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Raadkamer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na afloop van de hoorzitting beraadslaagt en beslist de kamer
                                    achter gesloten deuren over het uit te brengen advies.</al><lijst><li nr="a."><al>De kamer beslist bij meerderheid van stemmen over het
                                            uit te brengen advies. </al></li><li nr="b."><al>Bij staking van stemmen beslist de stem van de
                                            kamervoorzitter. </al></li><li nr="c."><al>Een minderheidsstandpunt wordt desgewenst in het advies
                                            vermeld, zonder vermelding van de naam van het
                                            betreffende lid. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Het advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een hoorzitting heeft plaatsgevonden vermeldt het advies
                                    de namen van de aanwezigen en de hoedanigheid waarin zij de
                                    hoorzitting hebben bijgewoond.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien op grond van artikel 7:3 van de wet is afgezien van het
                                    horen van belanghebbende(n) wordt dat gemotiveerd vermeld in het
                                    advies van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een hoorzitting achter gesloten deuren heeft
                                    plaatsgevonden of indien belanghebbende(n) niet in elkaars
                                    aanwezigheid zijn gehoord wordt dit met opgave van redenen in
                                    het advies vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien ter zitting nog nadere stukken zijn overgelegd wordt dit
                                    in het advies vermeld; voor zover de voorzitter dat nodig
                                    oordeelt, worden deze stukken als bijlage bij het advies
                                    gevoegd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het advies is gemotiveerd, omvat een voorstel voor de te nemen
                                    beslissing op het bezwaarschrift en wordt door de
                                    kamervoorzitter en de secretaris ondertekend </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het advies wordt, onder meezending van de geluidsopname van de
                                    hoorzitting als bedoeld in artikel 18 en eventueel door de
                                    commissie ontvangen nadere informatie, tijdig uitgebracht aan
                                    het verwerend orgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Beslissing op het bezwaarschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beslissing op het bezwaarschrift wordt vergezeld van het
                                    advies van de commissie en, indien van toepassing, het verslag
                                    van de hoorzitting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien op grond van het bepaalde in artikel 7:3 van de wet van
                                    het horen is afgezien, wordt in of bij de beslissing op het
                                    bezwaarschrift vermeld op welke grond dat is gebeurd.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Jaarverslag</titel></kop><al>De commissie brengt jaarlijks verslag uit van de werkzaamheden aan de
                            raad, het presidium, het college en de burgemeester en doet daarbij
                            zonodig de aanbevelingen die zij met het oog op een deugdelijke
                            uitvoering van de gemeentelijke bestuurstaak nodig of wenselijk
                            oordeelt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening:</al><lijst><li nr="a."><al>kan worden aangehaald als 'Verordening behandeling
                                    bezwaarschriften';</al></li><li nr="b."><al>treedt in werking op de achtste dag nadat zij is afgekondigd en
                                    vervangt de Verordening behandeling bezwaarschriften,
                                    vastgesteld door de raad in de openbare vergadering d.d. 15
                                    februari 2007, door het college d.d. 19 januari 2007 en door de
                                    burgemeester d.d. 1 maart 2007.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus gewijzigd vastgesteld (art. 4 lid 1, art. 5, art. 8 lid 1 en 3, art.
                        14 lid 3):</ondertekening><ondertekening>door de gemeenteraad d.d. 27 mei 2010</ondertekening><ondertekening>door de burgemeester d.d. 9 april 2010 </ondertekening><ondertekening>door het college burgemeester en wethouders d.d. 9 april 2010</ondertekening><ondertekening>door het presidium d.d. 27 mei 2010 </ondertekening><ondertekening>Gepubliceerd in het Apeldoorns Stadsblad d.d. 16 juni 2010</ondertekening><ondertekening>Inwerking getreden d.d. 24 juni 2010 </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld: </ondertekening><ondertekening>door de gemeenteraad d.d. 9 juli 2009</ondertekening><ondertekening>door burgemeester d.d. 4 juni 2009 </ondertekening><ondertekening>door het college burgemeester en wethouders d.d. 4 juni 2009</ondertekening><ondertekening>door het presidium d.d. 20 mei 2010</ondertekening><ondertekening>Gepubliceerd in het Apeldoorns Stadsblad d.d. 29 juli 2009</ondertekening><ondertekening>Inwerking getreden d.d. 6 augustus 2009</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING VERORDENING BEHANDELING BEZWAARSCHRIFTEN</titel></kop><tussenkop>ARTIKELGEWIJS</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>In dit artikel zijn alleen die begripsbepalingen opgenomen die niet in de
                    Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorkomen. Zo ontbreekt er een omschrijving van
                    het begrip ‘bestuursorgaan’. Het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft
                    genomen, wordt in de verordening aangeduid als ‘verwerend orgaan’. </al><tussenkop>Artikel 2 Onafhankelijke bezwarencommissie</tussenkop><al>Het horen en adviseren geschiedt door een onafhankelijke commissie. Deze
                    commissie wordt via dit artikel als zodanig geïntroduceerd.</al><al>Het eerste lid van dit artikel verwijst naar artikel 1:5, eerste lid, van de Awb
                    waarin is omschreven wat onder het maken van bezwaar wordt verstaan.</al><al>De categorie bezwaarschriften die betrekking heeft op dermate specifieke materie
                    dat daarvoor een andere methodiek van horen en adviseren wordt gehanteerd, wordt
                    genoemd in het tweede lid van dit artikel. Waardebeschikkingen onroerende zaken
                    zijn geen gemeentelijke belastingen maar volgen wel de belastingprocedures.</al><al>In het tweede lid wordt geregeld dat de commissie ook adviseert over het al dan
                    niet toekennen van vergoeding van de proceskosten. Op grond van artikel 7:15,
                    tweede lid, van de Awb kan een bezwaarde verzoeken om de vergoeding van kosten
                    die hij tijdens de bezwarenprocedure heeft gemaakt. In 2003 is vastgesteld dat
                    de commissie hierover zal adviseren. In haar advies geeft de commissie alleen
                    aan of er voldaan is aan de in de in artikel 7:15, tweede lid, van de Awb
                    gestelde eisen om in aanmerking te komen voor een vergoeding van de proceskosten
                    die in de bezwarenfase zijn gemaakt. Welke posten genoemd in het Besluit
                    proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen en de hoogte
                    ervan blijft primair ter beoordeling van het betreffende bestuursorgaan.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 Samenstelling commissie</tussenkop><al>Gekozen is, in verband met het grote aantal bezwaren en een wenselijke verdeling
                    naar onderwerpen, voor opsplitsing van de commissie in kamers.</al><al>Gedacht kan worden aan de volgende inhoud per kamer:</al><al/><tussenkop>Kamer I 'Algemene Zaken':</tussenkop><al>bezwaren tegen o.a. besluiten:</al><lijst><li nr="·"><al>genomen ter uitvoering van de Algemene plaatselijke verordening, de Wet
                            openbaarheid van bestuur, titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht
                            (subsidies), de Parkeerverordening, de Wet op de openluchtrecreatie, de
                            Wet openbare manifestaties, de Drank- en horecawet, de Wet bescherming
                            persoonsgegevens en de Wet op de Lijkbezorging; </al></li><li nr="·"><al>op de terreinen van de Wet voorzieningen gehandicapten,
                            gehandicaptenparkeerkaarten, leerlingenvervoer en leerplicht, de
                            Verordening gemeentelijk noodfonds en de Wet Maatschappelijke
                            Ondersteuning (WMO); </al></li></lijst><tussenkop>Subkamer Ia: </tussenkop><al>niet-gecompliceerde bezwaarschriften, die onder de competentie van Kamer I
                    vallen, worden in principe door Subkamer Ia behandeld (bijv.
                    afvalovertredingen). Het horen geschiedt door de voorzitter van kamer I;</al><tussenkop>Kamer II ‘Sociale zekerheid’</tussenkop><al>bezwaren tegen o.a. besluiten op het gebied van de Wet werk en bijstand (Wwb),
                    de daarop gebaseerde nadere regelgeving, de Wet inkomensvoorziening oudere en
                    gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) en de Wet
                    inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                    zelfstandigen (Ioaz).</al><tussenkop>Subkamer IIa:</tussenkop><al>bezwaren tegen o.a. de volgende besluiten (o.g.v. WWB, Bbz, Ioaw, Ioaz, Wi en
                    aanverwante regelingen):</al><lijst><li nr="a."><al>herzienings-, intrekkings-, kwijtscheldings- en terugvorderingsbesluiten
                            tot een bedrag van € 3.000,= (bruto);</al></li><li nr="b."><al>invorderingsbesluiten;</al></li><li nr="c."><al>besluiten tot het nemen van een maatregel tot 10%;</al></li><li nr="d."><al>besluiten inzake bijzondere bijstand (artikel 35 Wwb), waarbij het
                            bezwaar zich richt tegen bijzondere kosten, welke niet meer bedragen dan
                            € 1.000,= op jaarbasis;</al></li><li nr="e."><al>besluiten inzake de langdurigheidstoeslag op grond van artikel 36 Wwb;
                        </al></li><li nr="f."><al>besluiten tot het al dan niet opleggen van de arbeidsverplichtingen van
                            artikel 9 Wwb; </al></li><li nr="g."><al>besluiten in het kader van de Wet inburgering (Wi).</al></li></lijst><al>Het horen geschiedt door de voorzitter van kamer II</al><al/><tussenkop>Kamer III 'Ruimtelijke ontwikkeling': </tussenkop><al>bezwaren tegen o.a. besluiten op het gebied van de Wet op de ruimtelijke
                    ordening, de Woningwet, de Wet milieubeheer, de Wet voorkeursrecht gemeenten en
                    de Monumentenverordening. </al><tussenkop>Subkamer IIIa: </tussenkop><al>niet-gecompliceerde bezwaarschriften, die onder de competentie van Kamer III
                    vallen, worden in pricipe door Subkamer IIIa behandeld (bijv. intrekking
                    bouwvergunning, Wet voorkeursrecht gemeenten, voorbereidingsbesluit, planschade,
                    plaatsing op de monumentenlijst, sloopvergunning en buiten behandeling laten
                    aanvraag bouwvergunning). Het horen geschiedt door de voorzitter van kamer
                    III;</al><tussenkop>Kamer IV 'Personeel': </tussenkop><al>bezwaren tegen besluiten, genomen door het verwerend orgaan ten aanzien van een
                    ambtenaar, als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet, in dienst van de
                    gemeente Apeldoorn, daaronder niet begrepen diegenen die werkzaam zijn in het
                    openbaar onderwijs.</al><tussenkop>Artikelen 4, 5 en 6 Positie kamers I, II, III en IV</tussenkop><al>In deze artikelen worden de verschillen aangegeven tussen de vier kamers van de
                    bezwarencommissie, onder meer wat betreft de benoeming van de voorzitters en de
                    leden.</al><tussenkop>Artikel 7 Ambtelijke bijstand</tussenkop><al>Hoewel in de Awb nergens over een secretaris wordt gesproken, is het
                    gebruikelijk dat een commissie (met kamers) beschikt over een secretaris
                    (secretarissen) ter ondersteuning van de werkzaamheden.</al><tussenkop>Artikel 8 Zittingsduur</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al>Aan de herbenoeming van de voorzitters en de leden is een leeftijdsgrens
                    verbonden.</al><al/><tussenkop>Artikel 9 Werkwijze</tussenkop><al>De kamers vergaderen alle op basis van een vooraf vastgesteld jaarrooster.</al><tussenkop>Artikel 10 Ingediend bezwaarschrift</tussenkop><al>In de Awb wordt uitgebreid aandacht geschonken aan de wijze waarop een
                    bezwaarschrift ingediend moet worden en de daarmee samenhangende
                    ontvankelijkheidsvragen.</al><al>In de Awb komen de volgende onderwerpen aan de orde.</al><lijst><li nr="-"><al>Vereisten te stellen aan het bezwaarschrift (artikel 6:5). </al></li><li nr="-"><al>De indieningstermijn (artikelen 6:7 tot en met 6:12):</al><lijst><li nr="·"><al>de indieningstermijn bedraagt zes weken (artikel 6:7);</al></li><li nr="·"><al>de indieningstermijn vangt aan met ingang van de dag na die
                                    waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt
                                    (artikel 6:8); </al></li><li nr="·"><al>de ontvangsttheorie (artikel 6:9, eerste lid) of een combinatie
                                    van de verzend- en ontvangsttheorie is van toepassing (artikel
                                    6:9, tweede lid); </al></li><li nr="·"><al>regeling voor de ontvankelijkheid van te vroeg of te laat
                                    ingediende bezwaarschriften (artikelen 6:10 en 6:11);</al></li><li nr="·"><al>bezwaar dat gericht is tegen het niet-tijdig nemen van een
                                    besluit, is in beginsel niet aan een termijn gebonden (artikel
                                    6:12, eerste lid). Een uitzondering op deze regel vormt het
                                    onredelijk laat indienen van een bezwaarschrift (artikel 6:12,
                                    derde lid). </al></li></lijst></li><li nr="-"><al>De procedure na ontvangst van een bezwaarschrift (artikelen 6:14 tot en
                            met 6:15): </al><lijst><li nr="·"><al>schriftelijk bevestigen van de ontvangst door het orgaan waarbij
                                    het bezwaarschrift is ingediend (artikel 6:14); </al></li><li nr="·"><al>doorzendplicht (artikel 6:15).</al></li></lijst></li></lijst><al>Het versturen van de ontvangstbevestiging is gemandateerd en
                    doorgemandateerd.</al><tussenkop>Artikel 11 Uitoefening en overdracht bevoegdheden</tussenkop><al>Diverse met name genoemde bevoegdheden zijn gemandateerd en doorgemandateerd. </al><al>De (door)mandatering kan schematisch als volgt worden weergegeven:</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="21*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="21*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="19*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="19*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="19*"/><tbody><row valign="top"><entry colname="col1" valign="top"><al>2:1, lid 2 Verzoek schriftelijke machtiging</al></entry><entry colname="col2" valign="top"><al>Bev. orgaan verwerend orgaan</al></entry><entry colname="col3" valign="top"><al>Mandaat kamervz</al></entry><entry colname="col4" valign="top"><al>Ondermandaat behand. secr</al></entry><entry colname="col5" valign="top"><al>Ondertek. behand secr..</al></entry></row><row valign="top"><entry colname="col1" valign="top"><al>6:6 Herstel verzuim</al></entry><entry colname="col2" valign="top"><al>verwerend orgaan</al></entry><entry colname="col3" valign="top"><al>kamervz</al></entry><entry colname="col4" valign="top"><al>behand. secr.</al></entry><entry colname="col5" valign="top"><al>behand. secr.</al></entry></row><row valign="top"><entry colname="col1" valign="top"><al>6:17 Toezending stukken</al></entry><entry colname="col2" valign="top"><al>verwerend orgaan</al></entry><entry colname="col3" valign="top"><al>kamervz.</al></entry><entry colname="col4" valign="top"><al>behand. secr.</al></entry><entry colname="col5" valign="top"><al>behand. secr.</al></entry></row><row valign="top"><entry colname="col1" valign="top"><al>7:2,lid 2 Uitnodiging hoorzitting</al></entry><entry colname="col2" valign="top"><al>Verwerend orgaan</al></entry><entry colname="col3" valign="top"><al>kamervz</al></entry><entry colname="col4" valign="top"><al>Behand. Secr.</al></entry><entry colname="col5" valign="top"><al>Behand. secr.</al></entry></row><row valign="top"><entry colname="col1" valign="top"><al>7:6, lid 4 Afzonderlijk horen</al></entry><entry colname="col2" valign="top"><al>verwerend orgaan</al></entry><entry colname="col3" valign="top"><al>kamervz</al></entry><entry colname="col4" valign="top"><al>--</al></entry><entry colname="col5" valign="top"><al>Behand secr.</al></entry></row><row valign="top"><entry colname="col1" valign="top"><al>7:13, lid 2 Achterwege laten inzage stukken Horen in
                                        openbaar</al></entry><entry colname="col2" valign="top"><al>commissie commissie</al></entry><entry colname="col3" valign="top"><al>kamervz kamervz</al></entry><entry colname="col4" valign="top"><al>--</al></entry><entry colname="col5" valign="top"><al>behand. secr.</al><al>behand. secr.</al></entry></row><row valign="top"><entry colname="col1" valign="top"><al>7:10, lid 2 Verdaging</al></entry><entry colname="col2" valign="top"><al>verwerend orgaan</al></entry><entry colname="col3" valign="top"><al>afdelingshoofd</al></entry><entry colname="col4" valign="top"><al>--</al></entry><entry colname="col5" valign="top"><al>behand. secr.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Artikel 12 Vooronderzoek</tussenkop><al>Het spreekt voor zich dat er zorg voor dient te worden gedragen dat al het
                    noodzakelijke wordt gedaan om de behandeling van het bezwaarschrift genoegzaam
                    voor te bereiden. Dat geldt zowel intern bij de gemeente als extern. </al><al>In veel gevallen is het dienstig om na binnenkomst van het bezwaarschrift de
                    indiener zo snel mogelijk telefonisch te benaderen. Het doel is om snel inzicht
                    te krijgen in de problematiek. Dit kan leiden tot afspraken voor de
                    vervolgprocedure of bijvoorbeeld bij een kennelijke niet- ontvankelijkheid het
                    in overweging geven om het bezwaarschrift in te trekken. Het resultaat kan ook
                    zijn dat een oplossing wordt gevonden voor het probleem van klager en een
                    onnodige procedure wordt voorkomen.</al><al/><tussenkop>Artikel 13 Verstrekken van informatie aan de commissie</tussenkop><al>Naast het snel versturen van de stukken door het verwerend orgaan, is hier ook
                    opgenomen dat het verwerend orgaan een schriftelijke reactie uitbrengt over het
                    bezwaarschrift. Het kan zijn dat nog aanvullende informatie van het verwerend
                    orgaan nodig is voordat de hoorzitting kan plaatsvinden. Indien het gaat om
                    complexere zaken wordt daarnaast van het verwerend orgaan verwacht dat
                    desgevraagd voorafgaand aan of tijdens de behandeling een schriftelijke
                    toelichting wordt gegeven op het bestreden besluit en op het
                    bezwaarschrift.</al><tussenkop>Artikel 14 Hoorzitting</tussenkop><al>Het in het tweede lid genoemde artikel van de wet geeft aan in welke gevallen
                    van het horen van belanghebbenden kan worden afgezien. Dat is indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk is;</al></li><li nr="b."><al>het bezwaar kennelijk ongegrond is;</al></li><li nr="c."><al>de belanghebbenden hebben verklaard geen gebruik te willen maken van het
                            recht te worden gehoord, of</al></li><li nr="d."><al>aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere
                            belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden
                            geschaad.</al></li></lijst><al>De bevoegdheid om van horen af te zien is niet meer overgedragen aan de
                    kamervoorzitter. Uit jurisprudentie is gebleken dat ook in de gevallen genoemd
                    onder a tot en met d het advies afkomstig moet zijn van de voltallige commissie.
                    Omdat bij het besluit om af te zien van horen reeds een oordeel moet worden
                    gevormd over het uit te brengen advies, is de bevoegdheid om af te zien van
                    horen bij de voltallige commissie gelaten.</al><al>Artikel 7:13, eerste lid, van de wet bepaalt dat de commissie bestaat uit een
                    voorzitter en tenminste twee leden. Ingevolgde het derde lid van dit wetsartikel
                    kan het horen o.a. worden opgedragen aan de voorzitter. Dit is in het derde lid
                    van artikel 14 verwoord. Het advies dient van de voltallige commissie uit te
                    gaan en niet alleen van de kamervoorzitter.</al><al/><tussenkop>Artikel 15 Uitnodiging hoorzitting</tussenkop><al>Ingevolge het eerste lid van deze bepaling wordt ook het verwerend orgaan
                    uitgenodigd voor de zitting. Het is van belang dat dit orgaan zich ook ter
                    zitting laat vertegenwoordigen. Daarmee wordt voorkomen dat er, vanwege de
                    inbreng van de bezwaarde, een eenzijdig beeld kan ontstaan. Het is voor de
                    commissie van groot belang van de bestuurlijke zijde te vernemen hoe een
                    beslissing tot stand is gekomen. Het kan anders voor de commissie moeilijk
                    worden om een goede afweging te kunnen maken.</al><al>Gekozen is voor een termijn van drie weken, mede in verband met de termijn van
                    tien weken waarbinnen, behoudens verdaging, op het bezwaar moet zijn beslist
                    (artikel 7:10 Awb). Voorts is een regeling opgenomen omtrent het desgevraagd
                    wijzigen van het tijdstip van de zitting. Uitstel hoeft niet altijd te worden
                    verleend. </al><tussenkop>Artikel 16 Niet deelneming aan de behandeling</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting. Zie ook artikel 2:4 Awb.</al><al>Ook al is de voorzitter formeel onafhankelijk, dan staat daarmee nog niet vast
                    dat automatisch ook op het inhoudelijke vlak van niet-vooringenomenheid sprake
                    is (Rb. Leeuwarden 8 februari 1996, JB, 3 (1996), 100).</al><al/><tussenkop>Artikel 17 Openbaarheid hoorzitting</tussenkop><al>Ingevolge artikel 7:5, tweede lid, Awb besluit het bestuursorgaan – voor zover
                    niet bij wettelijk voorschrift anders is bepaald – of het horen in het openbaar
                    plaatsvindt. In artikel 7:13, vierde lid, Awb wordt deze bevoegdheid aan de daar
                    bedoelde commissie toegekend. </al><al>De hoorzittingen van de kamers I en III zijn in beginsel openbaar. De
                    hoorzittingen van de kamers II en IV zijn niet openbaar. </al><al>De zitting (het horen) moet worden onderscheiden van de beraadslaging van de
                    commissie, die ingevolge artikel 20 van de verordening altijd achter gesloten
                    deuren plaats heeft.</al><tussenkop>Artikel 18 Verslaglegging</tussenkop><al>Artikel 7:7 Awb vereist zeer kort en bondig dat van het horen een verslag wordt
                    gemaakt. De wijze waarop en de inhoudelijke vereisten aan het verslag worden
                    niet door de Awb geregeld. Er werd altijd van uitgegaan dat het verslag op
                    schrift gesteld moest worden. Achterliggende gedachte hierbij is dat in geval
                    van inschakeling van een bezwarencommissie gewaarborgd is dat het bestuursorgaan
                    kennis heeft van wat er op de hoorzitting aan de orde is geweest en hiermee bij
                    het nemen van een beslissing op het bezwaarschrift rekening kan houden. Door de
                    steeds verder voortschrijdende digitalisering kan dit doel echter ook bereikt
                    worden door de hoorzitting vast te leggen op CD. Hierdoor kan veel tijd worden
                    bespaard, wat weer een positieve invloed heeft op de termijnen voor de
                    behandeling van de bezwaarschriften. Voor de gerechtelijke instanties is in het
                    tweede lid een uitzondering gemaakt omdat zij een schriftelijk verslag vaak nog
                    verplicht stellen.</al><al>In dat geval vermeldt het verslag de namen van de aanwezigen en hun
                    hoedanigheid. Dit strekt echter niet zo ver dat van al het aanwezige publiek
                    naam en hoedanigheid wordt opgenomen. Uit het verslag moet wel duidelijk blijken
                    wie namens welke partij aanwezig was en wie wat naar voren heeft gebracht. Het
                    verslag wordt ondertekend door de kamervoorzitter en de secretaris, houdt een
                    zakelijke vermelding in van hetgeen in hoofdzaak over en weer is gezegd en zich
                    heeft voorgedaan en verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden.</al><al/><tussenkop>Artikel 19 Nader onderzoek</tussenkop><al>Een nader onderzoek kan feiten of omstandigheden aan het licht brengen die op
                    het moment van de zitting nog niet bekend waren. Dit kan aanleiding zijn om
                    belanghebbenden en het verwerend orgaan opnieuw te horen. De onderhavige
                    bepaling voorziet in de mogelijkheid de commissie te verzoeken daartoe een
                    nieuwe zitting te houden. In artikel 7:9 Awb wordt bepaald dat, indien het in
                    vorenbedoeld geval feiten of omstandigheden betreft die voor de op bezwaar te
                    nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn, dit aan belanghebbenden
                    wordt meegedeeld en dat zij opnieuw in de gelegenheid worden gesteld te worden
                    gehoord.</al><tussenkop>Artikel 20 Raadkamer</tussenkop><al>Zie ook de toelichting bij artikel 17. De beraadslaging vindt altijd achter
                    gesloten deuren plaats.</al><al>Het tweede lid, onder b, is opgenomen voor die gevallen waarin de kamer tijdens
                    de besluitvorming uit een even aantal personen bestaat.</al><tussenkop>Artikel 21 Het advies</tussenkop><al>Omdat de verslaglegging van de hoorzitting nu digitaal gebeurt, moet een aantal
                    zaken die eerder in het schriftelijke verslag stonden vermeld, opgenomen worden
                    in het advies. Dit is in dit artikel verwoord. Verder bevat dit artikel een
                    aantal eisen waaraan een advies moet voldoen.</al><al>Volgens artikel 7:13, zesde lid, van de Awb maakt in de
                    bezwaarschriftenprocedure het verslag van de hoorzitting deel uit van het advies
                    van de commissie. De CD waarop de hoorzitting is vastgelegd wordt bij het advies
                    gevoegd. Het advies van de commissie wordt schriftelijk uitgebracht aan het
                    verwerend orgaan.</al><al/><tussenkop>Artikelen 22 t/m 24 Beslissing op het bezwaarschrift, Jaarverslag,
                    Citeertitel en inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze artikelen spreken voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>