<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR410108_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bomenverordening Hof van Twente 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-07-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hofweekblad d.d. 9 september 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening Hof van Twente 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 2.2 eerste lid onder g va de wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Artikel 147 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-08-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-09-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-01-14</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Toevoeging nieuw lid (lid 4) aan artikel 5 en correctie onjuiste verwijziging in toelichting naar artikelen</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>548805</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-52853</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Bomenverordening Hof van Twente 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hof van Twente;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al/><al>gelet op </al><al>• artikel 2.2 eerste lid onder g van de Wet algemene bepalingen
                        omgevingsrecht</al><al>• artikel 147 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de navolgende <vet>BOMENVERORDENING HOF VAN TWENTE
                            2015</vet> onder Intrekking van de Bomenverordening gemeente Hof van
                        Twente 2012. </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>boom: een houtachtig, opgaand gewas, zowel levend als afgestorven,
                                met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 20 centimeter
                                (omtrek 62,8 cm), gemeten op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In
                                geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste
                                stam.</al></li><li nr="b."><al>houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige
                                gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van hakhout, doorgeschoten
                                hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en
                                struiken, een beplanting van bosplantsoen, een natuurlijk bos, een
                                productiebos, een bosje, een bomenrij, een bomengroep,
                                singel-beplanting, een solitaire boom, een struweel of een heg,
                                zowel levend als afgestorven.</al></li><li nr="c."><al>monumentale boom: bijzondere beschermwaardige houtopstand met een
                                relatief hoge leeftijd, schoonheid- of zeldzaamheidswaarde, of een
                                bijzondere functie voor de omgeving en opgenomen in de lijst als
                                bedoeld in artikel 3 van deze verordening.</al></li><li nr="d."><al>vellen: rooien, kappen, verplanten, afzetten, het snoeien van meer
                                dan 20% van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van
                                vorm-snoeien (knotten, kandelaberen), het ophogen van het maaiveld
                                binnen de kroonprojectie van de houtopstand, het verrichten van
                                handelingen, zowel boven als ondergronds, die de dood, de ernstige
                                beschadiging of de ernstige ontsiering van de houtopstand ten
                                gevolge kunnen hebben.</al></li><li nr="e."><al>periodiek (bij hakhout): een cyclus van 10-15 jaar bij “natte
                                houtsoorten” (els, wilg, es e.d.) en een cyclus van 15-20 jaar bij
                                “droge houtsoorten”(eik, berk e.d.).</al></li><li nr="f."><al>beschermingszone: kroon, stam- en wortelruimte van een boom,
                                inclusief het deel dat voor de toekomstige groei noodzakelijk
                                is.</al></li><li nr="g."><al>boomwaarde: de in geld uitgedrukte waarde van een houtopstand zoals
                                getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse
                                Vereniging van Taxateurs van Bomen.</al></li><li nr="h."><al>beleid: richtlijnen waar bij het maken van beslissingen en
                                handelingen rekening mee moet worden gehouden zoals te vinden in het
                                “Landschapsontwikkelingsplan” en het “Groenstructuurplan”.</al></li><li nr="i."><al>Bomen Effect Analyse (BEA): een standaardbeoordeling van de gevolgen
                                van voorgenomen werkzaamheden voor de houtopstand, op basis van
                                landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.</al></li><li nr="j."><al>Publieke houtopstand: alle bomen van overheden, zoals b.v. gemeente,
                                provincie, water-schap of Rijkswaterstaat.</al></li><li nr="k."><al>vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2,
                                eerste lid, onder g van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
                                (Wabo).</al></li><li nr="l."><al>Bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 eerste lid,
                                van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Kapverbod houtopstand</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                houtopstand te vellen of te doen vellen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt eveneens voor:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand die is aangelegd op basis van een her-plant- en
                                        instandhoudingsplicht op grond van de artikelen 8 en 9 van
                                        deze verordening; ook als sprake is van een kleinere
                                        diameter zoals genoemd in sub a van artikel 1 van deze
                                        verordening;</al></li><li nr="b."><al>houtopstand die is aangelegd op grond van een overeenkomst
                                        met een publiekrechtelijk bestuursorgaan;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstand
                                die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze wordt geëxploiteerd als
                                bedoeld in artikel 15 van de Boswet.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt, met uitzondering van
                                monumentale bomen en publieke houtopstand, verder niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>Bomen op de hierna volgende lijst op voorwaarde dat:</al><al># De dwarsdoorsnede van de stam niet meer is dan 40
                                        centimeter (omtrek 125,6 cm) gemeten op 1.30 meter hoogte
                                        boven het maaiveld</al><al># De bomen geen onderdeel uitmaken van een groeps-, rij- of
                                        singelbeplanting.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Hof van Twente/i275542.pdf">Namen van de bomen</extref></al><lijst><li nr="b."><al>Houtopstand die moet worden geveld volgens de Plantenziektewet of
                                volgens een aanschrijving van burgemeester en wethouders, dit
                                onverminderd het bepaalde in de artikelen 8 en 9 van deze
                                verordening.</al></li><li nr="c."><al>Het periodiek vellen van hakhout (afzetten) voor de uitvoering van
                                het reguliere onderhoud.</al></li><li nr="d."><al>Het periodiek knotten of kandelaberen (vorm-snoeien) als
                                noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of
                                leibomen voor de uitvoering van het reguliere onderhoud.</al></li><li nr="e."><al>Houtopstand, die bij wijze van dunning geveld moet worden
                                uitsluitend als verzorgingsmaatregel voor de bevordering van het
                                voortbestaan van de overblijvende houtopstand zodat binnen drie
                                jaren weer sprake kan zijn van een aaneengesloten kronen-dak.</al></li><li nr="f."><al>Coniferenhagen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Monumentale bomen en bijzondere houtopstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders hebben een lijst met monumentale bomen
                            vastgesteld waar geen vergunning voor wordt afgegeven, tenzij sprake is
                            van een ernstige bedreiging van de openbare veiligheid, noodtoestand of
                            andere uitzonderlijke situaties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde lijst bevat in ieder geval de bomen die
                            voorkomen in het landelijk Register van Monumentale Bomen van de
                            Bomenstichting, aangevuld met lokale en toekomstige monumentale bomen
                            en/of andere bijzondere houtopstanden</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De lijst bevat minimaal de volgende gegevens, voor de te beschermen
                            monumentale boom:</al><lijst><li nr="-"><al>redengevende beschrijving;</al></li><li nr="-"><al>soort boom</al></li><li nr="-"><al>standplaats</al></li><li nr="-"><al>kadastrale gegevens</al></li><li nr="-"><al>eigendomsgegevens</al></li><li nr="-"><al>foto’s</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De eigenaar van een houtopstand die vermeld staat op de lijst van
                            monumentale bomen is verplicht burgemeester en wethouders onmiddellijk
                            schriftelijk mededeling te doen van:</al><lijst><li nr="a."><al>Het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de houtopstand, anders
                                    dan door velling op grond van een verleende vergunning.</al></li><li nr="b."><al>De dreiging dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet kan
                                    gaan.</al></li><li nr="c."><al>Eigendomsoverdracht van de houtopstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen een bijdrageregeling vast voor een
                            tegemoetkoming in de kosten die noodzakelijk zijn voor het duurzaam in
                            standhouden van de monumentale bomen en bijzondere houtopstand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning voor het vellen van een houtopstand moet schriftelijk en
                            gemotiveerd, onder bijvoeging van een situatieschets, worden aangevraagd
                            door of namens, dan wel met toestemming van degene die volgens zakelijk
                            recht of door degene die wegens publiekrechtelijke bevoegdheid
                            gerechtigd is over de houtopstand te beschikken. Alle overige
                            indieningsvereisten staan vermeld in de Ministeriële regeling
                            omgevingsrecht (MOR) behorend bij de Wabo.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval van een voorgenomen grootschalige bomenkap kan op de
                            situatieschets worden volstaan met het aangeven van het gebied
                            waarbinnen de te kappen bomen staan. Op het aanvraagformulier moet
                            worden aangegeven voor welke boomsoorten en voor welke oppervlakte de
                            aanvraag wordt gedaan. Voor een objectieve beoordeling kan door het
                            bevoegd gezag een herinrichtingsplan worden gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de aanvraag moet een overzicht van de overige vergunningen,
                            ontheffingen of toestemmingen die nodig zijn voor de realisatie van een
                            project worden overlegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval van werkzaamheden nabij te behouden bomen kan door het bevoegd
                            gezag een Bomen Effect Analyse (BEA) worden gevraagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Criteria</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag kan de vergunning om te vellen weigeren of onder
                                voorschriften of beperkingen verlenen.</al></li><li nr="2."><al>En vergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in
                                artikel 2 lid 1, wordt onder verwijzing naar beleid geweigerd als de
                                belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van
                                de houtopstand op basis van één of meer van de volgende
                                waarden:</al></li></lijst><al>o natuur- en milieuwaarden;</al><al>o landschappelijke waarden;</al><al>o cultuurhistorische waarden;</al><al>o waarden van stads- en dorpsschoon;</al><al>o waarden voor recreatie en leefbaarheid.</al><lijst><li nr="3."><al>De burgemeester kan toestemming geven tot direct vellen, als sprake
                                is van acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang,
                                onverminderd het bepaalde in artikel 8 en 9.</al></li><li nr="4."><al>Een aanvraag om vergunning voor het vellen van houtopstanden,
                                waarbij schaduwwerking als gevolg van plaatsen, aansluiten,
                                installeren en hebben van zonnepanelen de reden is, zal worden
                                geweigerd indien:</al><lijst><li nr="-"><al>De waarden genoemd in het tweede lid van dit artikel van
                                        toepassing zijn;</al></li><li nr="-"><al>Het boombelang in het Groenstructuurplan of het
                                        Landschapsontwikkelingsplan of in andere plannen beschreven
                                        wordt.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Intrekking of wijziging</titel></kop><al>De vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="1."><al>als onjuiste of onvolledige gegevens ter verkrijging van de
                                vergunning zijn verstrekt;</al></li><li nr="2."><al>als van het verlenen van de vergunning, op grond van verandering van
                                inzichten of omstandigheden opgetreden na verlening, wijziging of
                                intrekking noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter
                                bescherming waarvan vergunning is vereist;</al></li><li nr="3."><al>als aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet
                                zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="4."><al>als van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin
                                gestelde termijn of indien deze termijn ontbreekt, binnen een
                                redelijke termijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beperking geldigheidsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning tot vellen als bedoeld in deze verordening vervalt als
                            daarvan niet binnen maximaal één jaar na het onherroepelijk zijn van de
                            vergunning gebruik is gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In bijzondere gevallen kan het bevoegd gezag een andere vervaltermijn
                            stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het geval het een vergunning voor het vellen van meer dan één boom
                            betreft, is de vergunning voor alle bomen slechts één jaar geldig, ook
                            als in fasen geveld wordt of één boom of enkele bomen al geveld zijn,
                            behoudens de in het tweede lid gestelde bevoegdheid tot het
                            voorschrijven van een langere termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de vergunning kan het voorschrift worden verbonden dat binnen een
                            bepaalde termijn en overeenkomstig de door bevoegd gezag te geven
                            aanwijzingen, moet worden herplant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid, wordt telkens bepaald
                            binnen welke termijn na de her-plant en op welke wijze niet aangeslagen
                            her-plant moet worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als niet ter plaatse kan worden her-plant, kan aan een vergunning tot
                            vellen het voorschrift worden verbonden dat een geldelijke bijdrage
                            gestort moet worden in de gemeentelijke kas onder het product openbaar
                            groen algemeen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan de vergunning kan het voorschrift worden verbonden dat pas tot
                            vellen van een houtopstand op en bij werkzaamheden of andere ruimtelijke
                            herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan als andere
                            vergunningen, ontheffingen, toestemmingen of ruimtelijke
                            ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn en de feitelijke en
                            financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aan de vergunning worden aanwijzingen verbonden voor de bescherming van
                            nabijgelegen houtopstand en voorschriften voor de bescherming van in, op
                            en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Aan de vergunning kan het voorschrift worden verbonden tot het opstellen
                            en overleggen van een bomen-effect-analyse (BEA) in geval van
                            werkzaamheden nabij te behouden bomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Her-plant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is, zonder
                            vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze
                            teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot
                            de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit
                            andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                            verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen te
                            geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als niet ter plaatse kan worden her-plant wordt een financiële bijdrage
                            gestort in de gemeentelijke kas onder het product openbaar groen
                            algemeen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan
                            daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na her-plant en op
                            welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als het houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is in
                            het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de
                            zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan
                            wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen
                            bevoegd is, de verplichting opleggen om:</al><lijst><li nr="a."><al>overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door
                                    hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
                                    bedreiging wordt weggenomen of;</al></li><li nr="b."><al>een Bomen Effect Analyse (BEA) op te stellen en binnen een
                                    voorgeschreven termijn in te dienen bij het bevoegd gezag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij het periodiek vellen van hakhout bij regulier onderhoud, moet ervoor
                            zorg gedragen worden dat de stobben opnieuw kunnen uitlopen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Om bomen bij werkzaamheden te beschermen moet een boombeschermingszone
                            worden ingesteld. Deze zone moet worden gemarkeerd door het plaatsen van
                            hekken. In de beschermingszone blijft de bestaande situatie in beginsel
                            gehandhaafd. Een bevoegde toezichthouder moet waken over de gestelde
                            beschermingsregels die zijn vastgelegd in werkbestekken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een verzoek om schadevergoeding bij
                        weigering van een vergunning tot vellen op grond van artikel 17 van de
                        Boswet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Afstand van de erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek is vastgesteld op
                        0,5 meter voor bomen en nihil voor heggen en heesters. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Bestrijding van boomziekten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het oordeel
                            van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor verspreiding van een
                            boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals
                            insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag
                            is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen
                            termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>de houtopstand te vellen;</al></li><li nr="b."><al>volgens de richtlijnen van de gemeente de gevelde houtopstand
                                    direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte
                                    wordt voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders gevelde
                            bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te
                            vervoeren, als het een boomsoort betreft die de desbetreffende
                            boomziekte kan verspreiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving biedt
                            een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke
                            werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of
                            namens de gemeente kunnen worden verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Bescherming gemeentelijke houtopstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om gemeentelijke houtopstanden:</al><lijst><li nr="a."><al>te beschadigen, te bekladden of te beplakken of;</al></li><li nr="b."><al>daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de gemeente Hof
                                    van Twente opgedragen boomverzorgende taken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders één of
                            meer voorwerpen in of aan een in lid 1 bedoelde houtopstand aan te
                            brengen of anderszins te bevestigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Uitzicht-belemmerende beplanting</titel></kop><al>De rechthebbende op een boom, heg, struik of andere beplanting welke aan het
                        wegverkeer het vrije uitzicht kan belemmeren of daarvoor op andere wijze
                        hinder of gevaar kan opleveren, is verplicht deze beplanting te snoeien, of
                        op te binden, of te verwijderen na aanschrijving van burgemeester en
                        wethouders, binnen een door hen te stellen termijn en overeenkomstig hun
                        aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel 12, tweede lid is
                            gegeven, evenals diens rechtsopvolger, is gehouden dienovereenkomstig te
                            handelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die handelt in strijd met het bij of krachtens artikel 12, tweede
                            lid, artikel 13 eerste en tweede lid bepaalde wordt gestraft met
                            hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede
                            categorie. Tevens kan een rechterlijke beoordeling op grond van dit
                            artikel openbaar worden gemaakt. Bij de strafmaatbepaling kan rekening
                            worden gehouden met de boomwaarde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                        verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders of
                        door de burgemeester aangewezen ambtenaren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Opsporing</titel></kop><al>Met de opsporing van het bepaalde bij of krachtens deze verordening
                        strafbaar gestelde feiten zijn behalve de ambtenaren, genoemd in artikel 141
                        van het Wetboek van Strafvordering, belast de daartoe door burgemeester en
                        wethouders of door de burgemeester aangewezen ambtenaren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De vergunningaanvragen die zijn ingediend voor het in artikel 19 lid 2
                        genoemde tijdstip van inwerkingtreding van de Bomenverordening Hof van
                        Twente 2012, vallen onder de verordening die van kracht was voorafgaande aan
                        deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Bomenverordening Hof van
                                Twente 2015”.</al></li><li nr="2."><al>Zij treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Op
                                datzelfde tijdstip vervalt de voorgaande bomenverordening
                                “Bomenverordening gemeente Hof van Twente 2012”.</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de
                        gemeente</ondertekening><ondertekening>Hof van Twente d.d. 25 augustus 2015. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente Hof van Twente,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>mr. A. Venema drs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Artikelsgewijze toelichting op de Bomenverordening Hof van Twente
                        2015.</vet></al><al>Nb. Niet alle artikelen worden toegelicht.</al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al/><al><onderstreept>Boom</onderstreept></al><al>Afbakening van het begrip boom is van belang in verband met het aangeven van de
                    onder-grens. De minimale diktemaat is de meest gangbare en meest heldere vorm
                    van afbakening. Voor de maat van minimaal 20 cm is gekozen om invulling te geven
                    aan de wens de hoeveelheid regels en bureaucratie te verminderen en de
                    verantwoordelijkheid en zeggen-schap van burgers en samenleving te versterken.
                    Er wordt voor het kapverbod geen onderscheid gemaakt tussen levende en
                    afgestorven houtopstand. Hiermee kan voorkomen worden dat een kwaadwillende
                    boomeigenaar er voor zorgt dat een gezonde boom dood gaat of bij vergissing een
                    gezonde boom kapt. Het kan tevens wenselijk zijn om dode bomen te behouden
                    vanwege hun ecologisch waardevolle functies of omdat er wettelijk beschermde
                    diersoorten in nestelen.</al><al/><al><onderstreept>Boomvormer:</onderstreept></al><al>Een boomvormer is een houtig, opgaand gewas met ontwikkeling van één of meer
                    hoofd-takken. Een boomvormer kan uitgroeien tot een boom, een meerstammige boom
                    of een boomachtige struik. In het alledaagse spraakgebruik heeft een boom één of
                    slechts enkele stammen. In de natuur bestaat er echter een geleidelijke
                    overgang: kruidachtige - struik - struikachtige boom - (meerstammige) boom.</al><al/><al><onderstreept>Bomengroep:</onderstreept></al><al>Twee of meerdere bomen in groepsverband.</al><al/><al><onderstreept>Bomenrij:</onderstreept></al><al>Drie of meer bomen in een lijn langs een weg, watergang en/of kavel. Hierbij
                    kunnen in het geval van kleine plantafstanden dunningen voor de instandhouding
                    ervan noodzakelijk zijn.</al><al/><al><onderstreept>Bosje: </onderstreept></al><al>Bos met bomen en struiken op een perceel kleiner dan tien are.</al><al/><al><onderstreept>Bosplantsoen:</onderstreept></al><al>Aanplant van jong bos, bestaande uit hoofdzakelijk heesters, struiken en
                    boomvormers.</al><al/><al><onderstreept>Hakhout:</onderstreept></al><al>Eén of meer bomen of boomvormers, die na het afzetten tot op de stobbe, weer
                    uitlopen en waarbij afzetten voor de instandhouding ervan noodzakelijk is.</al><al>Doorgeschoten hakhout: </al><al>Hakhout waarbij het periodiek afzetten tenminste één keer niet heeft
                    plaatsgevonden. Deze houtopstand valt daardoor dus weer onder het kapverbod
                    waarvoor een vergunning nodig is.</al><al/><al><onderstreept>Heg:</onderstreept></al><al>Een lintvormige aanplant van heesters of struiken, al dan niet in een vorm
                    gesnoeid, met een minimale lengte van 3 meter.</al><al>Hoofdbomenstructuur:</al><al>Vastgestelde opbouw en onderlinge samenhang van houtopstand in een bepaald
                    gebied, in relatie tot het desbetreffende gebied; vastgelegd in het
                    Groenstructuurplan, Landschapsontwikkelingsplan, bestemmingsplan of ander
                    beleidsdocument.</al><al/><al><onderstreept>Houtopstand</onderstreept></al><al>Dit is het kernbegrip van deze verordening, waarop het kapverbod en de
                    vergunningplicht van toepassing zijn. Door dit begrip consequent centraal te
                    stellen wordt duidelijk dat de bescherming betrekking heeft op meer dan bomen
                    alleen.</al><al/><al><onderstreept>Houtwal:</onderstreept></al><al>Lijnvormig beplantingselement met bomen en struiken, waar dunning voor de
                    nstandhouding ervan noodzakelijk is.</al><al/><al><onderstreept>(Lint)- begroeiing:</onderstreept></al><al>Vanwege de grote ecologische waarde van dergelijke begroeiingen (bijv. een
                    meidoorn- of mispelhaag) is bescherming hiervan noodzaak. Er staat “begroeiing”
                    in plaats van beplanting om ook spontaan opgekomen groen bescherming te
                    bieden.</al><al/><al><onderstreept>Natuurlijk bos: </onderstreept></al><al>Gevarieerde boom – en struikbegroeiing op een perceel van minimaal tien are,
                    waarbij dunningen voor de instandhouding ervan noodzakelijk zijn.</al><al/><al><onderstreept>Productiebos:</onderstreept></al><al>Bomen op een perceel voor houtteelt (Bosschap).</al><al/><al><onderstreept>Singelbeplanting:</onderstreept></al><al>Beplantingsvorm van singels, in vormen van boomvormers, struikvormers of
                    hakhout. Een singelplanting lijkt veel op een houtwal maar heeft geen opgeworpen
                    wal en is vaak wat smaller.</al><al/><al><onderstreept>Solitaire boom: </onderstreept></al><al>Een volledig vrijstaande boom.</al><al/><al><onderstreept>Struweel: </onderstreept></al><al>Een begroeiing van hoofdzakelijk inheemse soorten heesters en struiken. </al><al/><al><onderstreept>Vellen:</onderstreept></al><al>Elke wijze van het te gronde richten van een houtopstand ongeacht of dit
                    gedeeltelijk is bijvoorbeeld bij kappen of snoeien, of volledig, zoals bij
                    rooien (inclusief stobbe verwijderen).</al><al/><al><onderstreept>Rooien: </onderstreept></al><al>Het met wortel en al verwijderen van een houtopstand.</al><al/><al><onderstreept>Kappen: </onderstreept></al><al>Het bovengronds omleggen van een houtopstand, waarbij een stobbe achterblijft en
                    waarbij het doel van de handeling gericht is op het definitief verwijderen van
                    de houtopstand.</al><al/><al><onderstreept>Verplanten: </onderstreept></al><al>Een vorm van rooien, waarbij de betreffende houtopstand elders wordt
                    herplant.</al><al/><al><onderstreept>Vormsnoeien:</onderstreept></al><al>Knotten, kandelaberen): het verwijderen van uitgelopen takhout op de oude
                    snoeiplaats bij oorspronkelijk als knotboom dan wel als gekandelaberde boom
                    onderhouden bomen.</al><al/><al><onderstreept>Afzetten: </onderstreept></al><al>Het kappen van de houtopstand tot op de stobben zodat de overblijvende stronken
                    weer kunnen uitlopen. Onder stobbe wordt hier verstaan een afgezaagde stam op
                    20-60 cm boven het maaiveld. Van belang bij hakhout is met name het
                    ‘regeneratievermogen’ , hiermee wordt niet alleen het herstellend vermogen van
                    de houtopstand op de afgezette stobbe bedoeld, maar ook de concurrentie van
                    hardnekkige (en ongewenste) soorten zoals vogelkers en ratelpopulier. </al><al/><al>Deze beconcurrerende soorten dienen bestreden te worden; desnoods handmatig, om
                    het eigenlijke hakhout genoeg herstellend vermogen te bieden. Ook ingrepen die
                    een ingrijpende wijziging betekenen, zoals vorm-snoeien of het snoeien van meer
                    dan 20 procent van de kroon, vallen onder vellen. Dit om het ernstig beschadigen
                    of ontsieren van een boomkroon tegen te kunnen gaan. Het instandhouden door
                    periodieke snoei van de door vorm-snoeien ontstane kroonvorm is niet
                    vergunningplichtig. De eerste keer vorm-snoeien is wel vergunningplichtig omdat
                    er dan nog geen sprake is van een periodiek. Het verwijderen van hoofdwortels,
                    waardoor de houtopstand ernstige schade oploopt, valt eveneens onder het begrip
                    vellen. Door de verordening ook van toepassing te laten zijn op het ernstig
                    beschadigen of ontsieren van samengestelde verschijningsvormen, worden
                    grootschalige ingrepen in houtopstanden eveneens vergunningplichtig.</al><al/><al><vet>Periodiek</vet></al><al>In de meeste gevallen wordt de term periodiek gebruikt als hakhout wordt
                    afgezet. Als een houtopstand voor de eerste keer wordt afgezet is er nog geen
                    sprake van een periodiek en is hiervoor een vergunning nodig.</al><al/><al><vet>Boomwaarde</vet></al><al>De richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB,
                    Postbus 1010, 3990 CA Houten, (www.boomtaxateur.nl) voor de monetaire boomwaarde
                    worden jaarlijks vastgesteld aan de hand van de prijsindexcijfers van het CBS,
                    marktprijs-gemiddelden en andere kengetallen. De richtlijnen gelden als de meest
                    deskundige methodiek voor de wijze van vaststellen van de geldwaarde van bomen
                    en worden in de rechtspraak erkend. Het spreekt overigens voor zich dat bomen
                    ook vele andere waarden dan monetaire waarde kunnen vertegenwoordigen.</al><al/><al><vet>Bomen Effect Analyse</vet></al><al>Waardevolle houtopstanden kunnen (ernstig) beschadigd of vernietigd worden door
                    werkzaamheden nabij de houtopstanden, zoals afgraven of ophogen en uitwisselen
                    van grond, grondbewerking als ploegen of andere bodembewerking, verdichting of
                    verharding van de bodem, aanleg van kabels, leidingen en riolen, opslag van
                    grond, grondstoffen, bouw-materialen en afvalstoffen, lozen van vloeistoffen op
                    en in de bodem, plaatsing van keten, toiletten, betonmolens, voertuigen,
                    machines of tijdelijke bouwwerken, heiwerk, sloop van gebouwen of andere
                    bouwwerken met machines, wijziging van de grondwaterstand door pompen of
                    bronbemaling of andere veranderingen in de waterhuishouding of andere
                    werkzaamheden die van invloed zijn op de groeiplaats van een boom. De Bomen
                    Effect analyse (BEA) is de landelijke richtlijn van de Bomenstichting voor een
                    nauwgezette en onafhankelijke beoordeling, voorafgaand aan de voorgenomen bouw
                    of aanleg. Deze standaardisering waarborgt de boom-technische kwaliteit en
                    garandeert een goede beoor-deling van alle effecten en mogelijke alternatieven.
                    Een BEA moet uitgevoerd worden door een deskundig boomverzorger of
                    boom-technisch adviseur. De resultaten van deze beoor-deling kunnen vervolgens
                    worden meegenomen in de besluitvorming rond de werkzaamheden.</al><al/><al><vet>Bevoegd gezag</vet></al><al>In de Wabo dient de term “bevoegd gezag” gehanteerd te worden i.p.v.
                    burgemeester en wethouders. De Wabo schrijft voor dat de omgevingsvergunning
                    wordt verleend door één bevoegd gezag en dat één procedure wordt doorlopen met
                    één procedure tot rechtsbescherming mogelijkerwijs in twee instanties.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Kapverbod houtopstand</vet></al><al>Artikel 2 lid 1</al><al>Dit verbod is in verschillende opzichten ruimer dan het lijkt. Vellen is meer
                    dan alleen omzagen en een houtopstand is meer dan alleen een boom (zie artikel
                    1).</al><al/><al>Artikel 2 lid 2</al><al>Er is in ieder geval een vergunning vereist voor het vellen van houtopstand die
                    in het kader van de herplant- en instandhoudingsplicht is aangelegd, ook als er
                    sprake is van een kleinere diameter zoals genoemd in sub a van artikel 1 van
                    deze verordening. Dit artikel is opgenomen om duidelijk aan te geven dat
                    houtopstand die gehandhaafd moet blijven, maar te jong is om onder de definitie
                    boom te vallen, ook onder het kapverbod valt. Bijvoorbeeld de rood-voor-rood
                    regeling of een exploitatieovereenkomst.</al><al/><al>Artikel 2 lid 3</al><al>De Boswet is alleen buiten de bebouwde kom van toepassing. De komgrenzen die de
                    gemeente heeft vastgesteld in het kader van de Boswet moeten regelmatig worden
                    bijgesteld vanwege uitbreidingen. De bevoegdheid tot het instellen van een
                    verbod tot vellen bij gemeentelijke verordening wordt in artikel 15 van de
                    Boswet beperkt. Voor onderstaande houtopstanden is de gemeenteraad op grond van
                    artikel 15 Boswet niet bevoegd regels op te stellen:</al><al>o populieren of wilgen als wegbeplantingen of éénrijige beplantingen op of langs
                    landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot;</al><al>o fruitbomen en windschermen om boomgaarden;</al><al>o fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te
                    dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde
                    terreinen;</al><al>o kweekgoed;</al><al>o houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde
                    bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen een bebouwde kom, tenzij de
                    houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die:</al><lijst><li nr="-"><al>ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;</al></li><li nr="-"><al>ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend
                            over het totale aantal rijen.</al></li></lijst><al/><al>Met de zinsnede “die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden
                    geëxploiteerd” wordt bedoeld alle hiervoor genoemde uitzonderingen volgens de
                    Memorie van Toelichting op de Boswet. Dit betekent een beperking tot bomen met
                    een aantoonbaar economisch doel en te onderscheiden van sierbomen. Bij vrucht-
                    of fruitbomen, zijn sierbomen die vruchten dragen dus wel vergunningplichtig.
                    Onder het verbod tot vellen valt het houden en de economische exploitatie van
                    (vrucht)bomen niet. </al><al>Bepaalde houtopstanden buiten de bebouwde kom kunnen zowel onder de Boswet als
                    onder de bepalingen van de Bomenverordening vallen. Dit betekent dat in die
                    gevallen een formulier “Kap houtopstand” moet worden ingediend bij de Dienst
                    Regelingen (drloket.nl) en dat vergunning moet worden gevraagd aan het
                    gemeentebestuur. Bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen hoeven,
                    indien de houtopstand onder de Boswet valt, naast de melding geen gemeentelijke
                    vergunning aan te vragen. Zij die niet zijn aangesloten bij het Bosschap moeten,
                    indien de houtopstand onder de Boswet valt, zowel een melding doen bij de Dienst
                    Regelingen als ook een gemeentelijke vergunning aanvragen.</al><al/><al>Artikel 2 lid 4a</al><al>Een aantal boomsoorten mag, onder voorwaarden, zonder vergunning worden gekapt.
                    Deze bomen staan vermeld op de bomenlijst genoemd in dit artikel. Bij de naam
                    Conifeer moet worden opgemerkt dat het gaat om alle tot het geslacht conifeer
                    behorende soorten. Vanwege de vele soorten zijn ze niet allemaal afzonderlijk op
                    te noemen. </al><al>Er is geen onderscheid gemaakt tussen bomen binnen of buiten de bebouwde kom.
                    Wel geldt de voorwaarde dat de boom geen onderdeel mag uitmaken van een groeps-,
                    rij- of singelbeplanting. Het gaat in deze bomenlijst om solitaire bomen die
                    vrijwel nooit de status van monumentale boom bereiken. </al><al>De voorwaarde dat als de boom deel uitmaakt van een groeps- rij- en/of
                    singelbeplanting biedt voldoende bescherming voor de instandhouding van
                    groenstructuren die bijdragen aan de waarden voor het stads- en dorpsschoon en
                    de landschappelijke waarden. Het hierboven gestelde is niet van toepassing op
                    monumentale bomen en publieke bomen. Voor publieke bomen moet de
                    vergunningplicht blijven gelden. Belanghebbenden kunnen op deze manier bezwaar
                    aantekenen.</al><al/><al>Artikel 2 lid 4b</al><al>Een rechthebbende van een houtopstand kan door burgemeester en wethouders worden
                    aangeschreven als sprake is van een ziekte die, naar het oordeel van het bevoegd
                    gezag, ernstig gevaar oplevert voor verspreiding dan wel gevaar voor de
                    volksgezondheid. In deze aanschrijving worden de te nemen maatregelen genoemd om
                    dit gevaar te voorkomen dan wel te verminderen en de termijn waarbinnen deze
                    maatregelen moeten worden getroffen.</al><al/><al>Artikel 2 lid 4c</al><al>Als het gaat om het periodiek vellen (ook wel terugzetten en/of afzetten
                    genoemd) van hakhout is er geen vergunning nodig. Dit moet dan wel een
                    beheersmaatregel zijn die minimaal al één keer eerder heeft plaatsgevonden.</al><al/><al>Artikel 2 lid 4d</al><al>Het verbod om te kappen geldt niet voor houtopstand die geknot, gekandelaberd of
                    als leibomen (drastisch) wordt gesnoeid. Het moet dan wel om een
                    beheersmaatregel (periodiek onderhoud) gaan die minimaal al één keer eerder
                    heeft plaatsgevonden.</al><al/><al>Artikel 2 lid 4e</al><al>Het verbod om te kappen geldt niet voor een normale dunning ten behoeve van de
                    overblijvende houtopstand. De voorwaarde dat er binnen drie jaar weer sprake
                    moet zijn van een gesloten kronendak is bedoeld om kaalslag te voorkomen. Voor
                    oude bomen die dicht op elkaar staan, geldt dat deze doorgaans niet voor dunning
                    in aanmerking komen, omdat de situatie vaak al zolang bestaat, dat er geen
                    sprake meer kan zijn van een verzorgings-maatregel.</al><al/><al>Artikel 2 lid 4 f.</al><al>Het verbod geldt niet voor coniferenhagen omdat een coniferenhaag nog nooit
                    waardevol is gebleken. Voor andere hagen geldt wel een verbod omdat bijvoorbeeld
                    beukenhagen, meidoornhagen en dergelijke mogelijk wél een waarde hebben,
                    bijvoorbeeld een cultuurhistorische of landschappelijke waarde.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Monumentale bomen en bijzondere houtopstand</vet></al><al>Artikel 3 lid 1</al><al>De lijst met monumentale bomen bevat bijzondere beschermwaardige bomen en andere
                    houtopstand. De lijst kan houtopstand bevatten met een kleinere dwarsdoorsnede
                    dan in artikel 1 genoemd. Op deze wijze kan (landschappelijk) waardevolle
                    houtopstand, zoals beeldbepalende rhododendrons of magnolia´s of nieuw
                    aangeplante herdenkingsbomen met een kleinere diktemaat toch bescherming
                    genieten. Duurzaam behoud van houtopstand op de lijst van monumentale bomen
                    heeft een hoge prioriteit. De houtopstand is extra beschermd doordat alleen bij
                    hoge uitzondering een vergunning wordt verleend.</al><al/><al>Artikel 3 lid 2</al><al>Dit artikel bevat een zorgvuldige motivering van de reden(en) waarom de
                    desbetreffende houtopstand is aangewezen als monumentale boom. Een nauwgezette
                    omschrijving voorkomt niet alleen juridische complicaties, maar creëert tevens
                    draagvlak voor het duurzaam in stand houden van deze monumentale bomen. </al><al>De beschrijving geeft meer inzicht en duidelijkheid omtrent de natuur-, milieu-,
                    cultuurhistorische- en andere waarden en eventuele bijzondere functies van de
                    houtopstand. Daarnaast is geeft de beschrijving een toetsingskader voor een
                    aanvraag om vergunning, waardoor een besluit beter gemotiveerd kan worden.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Aanvraag</vet></al><al>Artikel 4 lid 1</al><al>1.De aanvraag moet schriftelijk worden gedaan volgens een hiertoe landelijk
                    vastgesteld formulier zodat de gemeente inzicht krijgt in alle relevante
                    aspecten. Een situatieschets is verplicht om misverstand over de exacte boom te
                    voorkomen. Indien de aanvraag het gevolg is van een geplande verandering van de
                    situatie is zowel een tekening nodig van de bestaande situatie als van de
                    toekomstige situatie. De indieningsvereisten voor een omgevingsvergunning zijn
                    in de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) in hoofdstuk 1 voorgeschreven.
                    Buiten deze indieningsvereisten zijn in hoofdstuk 7 van deze Mor aanvullende
                    indieningsvereisten gesteld. Deze indieningsvereisten tezamen met de in deze
                    verordening genoemde indieningsvereisten maken dat alle informatie aanwezig is
                    om een goede inschatting te maken ten aanzien van de beoordeling van een
                    aanvraag.</al><al/><al>Artikel 4 lid 2</al><al>Bij grootschalige kap kan soms redelijkerwijs niet worden verlangd dat alle te
                    kappen bomen afzonderlijk op tekening worden aangegeven.</al><al/><al>Artikel 4 lid 3</al><al>Op deze manier kan een goede inschatting worden gemaakt van het effect van de
                    werkzaamheden op eventueel te behouden nabijgelegen houtopstand.</al><al/><al>Artikel 4 lid 4</al><al>Voor een toelichting wordt verwezen naar de begripsomschrijvingen. Aanvragers
                    kunnen slechts zijn: eigenaren van of zakelijk gerechtigden van een houtopstand.
                    Zakelijk gerechtig-den zijn in beginsel degenen die een notariële akte kunnen
                    overleggen betreffende een recht van erfpacht, pacht, opstal, erfdienstbaarheid,
                    vruchtgebruik of pootrecht betreffende de houtopstand. Huurders hebben een
                    persoonlijk en geen zakelijk recht. Zij moeten dus de schriftelijke toestemming
                    voor de aanvraag om vergunning van de verhuurder, die eigenaar van de
                    houtopstand is, overleggen. De eigenaar van een houtopstand kan bij
                    (huur)overeen-komst of bij machtiging zijn huurders het recht tot
                    omgevingsvergunningaanvraag verlenen. Na ontbinding van de huurovereenkomst is
                    de zaaksgebonden omgevingsvergunning nog van toepassing op het project.
                    Voorschriften van de omgevingsvergunning dienen dan door de eigenaar van het
                    perceel nagekomen te worden.</al><al/><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Artikel 5 lid 1</al><al>Dit artikel bevat de criteria, die in ieder besluit op een aanvraag tot vellen
                    genoemd moeten worden. Deze criteria kunnen in een afwegingsmodel worden
                    geplaatst dat als instrument bij de beoordeling van de aanvraag wordt
                    gehanteerd. De beslissing op de aanvraag moet waar mogelijk verwijzen naar
                    beleidsbesluiten. Ook de door derde-belanghebbenden ingediende zienswijzen
                    moeten meegewogen worden. Er wordt van uitgegaan dat (te) zieke of gevaarlijke
                    bomen altijd voor vergunning in aanmerking zullen komen. </al><al>Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 3:46- 3:50 en 4:82 – 4:84)
                    dient de motivering van het besluit van burgemeester en wethouders te verwijzen
                    naar gemeentelijke beleidsregels, bestemmings-, groen-, bomen-, of
                    landschapsplannen en bijbehorende (beschermings) categorieën en
                    beleidskaarten.</al><al/><al>Artikel 5 lid 2 </al><al><onderstreept>Natuurwaarde:</onderstreept></al><al>In feite is elke houtopstand, zij het in meer of mindere mate,
                    natuurlijk/ecologisch interessant. Een houtopstand is natuurlijk/ecologisch
                    waardevol als deze iets extra’s toevoegt in het ecosysteem of essentieel
                    onderdeel vormt van een bepaalde biotoop. Als een dergelijke houtopstand wegvalt
                    zijn er directe gevolgen voor de omgeving. Voorbeelden zijn o.a. nestelplaats
                    voor (zeldzame) dieren, slaapplaats voor vleermuizen, symbiose met andere flora,
                    etc. De waarde hiervan wordt mede bepaald door de mate waarin de opeenvolging
                    van het ecosysteem zich bevindt. De voornaamste schade betreft in hoofdlijnen
                    het verlies van natuur, de aantasting van kwaliteit ervan en verlies of
                    aantasting van biotopen van aandachtsoorten. </al><al/><al><onderstreept>Milieuwaarde: </onderstreept></al><al>Een houtopstand met milieuwaarde zal bij het wegvallen (kappen) effect(en)
                    hebben op het milieu. Een voorbeeld: bij het verdwijnen van enkele bomen in een
                    straat verdwijnt er een filter. Uit jurisprudentie blijkt dat bomen een
                    zuiverende werking hebben. Hierbij wordt niet eens zozeer de zuurstofvoorziening
                    bedoeld maar het daadwerkelijk filteren van de lucht. Het is aangetoond dat
                    bomen stofdeeltjes uit de lucht halen. Deze slaan op de bomen neer.Met
                    milieuwaarde wordt daarnaast bedoeld de effecten die de houtopstand heeft op de
                    natuurlijke omstandigheden eromheen zoals bodem, water en lucht. Geluidhinder en
                    verdroging worden ook gezien als aantasting van de milieuwaarde/-kwaliteit.</al><al/><al><onderstreept>Landschappelijke waarde:</onderstreept></al><al>Bomen hebben een belangrijke landschappelijke betekenis. Ze geven een extra
                    dimensie aan het landschap. Hierbij valt te denken aan solitaire bomen, bomen in
                    struwelen, bossen, houtwallen, etc. Deze uiterlijke dimensie is echter aan het
                    achteruitgaan. Het landschap verarmt. Het wordt eenvoudiger en het eigen
                    karakter en herkenbaarheid vervagen. Verschillende typerende landschapselementen
                    zoals heggen en houtwallen verdwijnen. </al><al>Van grote invloed hierop is de toenemende intensivering en schaalvergroting van
                    het grondgebruik. Het tempo waarin de achteruitgang van de natuur en het
                    landschap plaatsvindt en dus ook het verdwijnen van de bomen, moet middels deze
                    weigeringsgrond minder sterk afnemen. Voor de exacte omschrijvingen van de
                    diverse landschapstypen in de Hof van Twente moet het
                    Landschapsontwikkelingsplan worden geraadpleegd.</al><al/><al><onderstreept>Cultuurhistorische waarde: </onderstreept></al><al>Cultuurhistorische waarden zijn apart opgenomen omdat en kleine of reguliere
                    boom op een bepaalde plaats het behouden waard kan zijn vanwege de historische
                    betekenis. De waarde kan voortvloeien uit de functie die het heeft in het
                    landschap, de omstandigheden waarin een element is aangeplant zolang het maar
                    door menselijke activiteiten is ontstaan. Een boom is cultuurhistorisch
                    waardevol als deze een rol van betekenis speelt in de geschiedenis van zijn
                    omgeving. Te denken valt hier aan bomen die herinneren aan gebeurtenissen of
                    bomen die een bepaald punt markeren.</al><al/><al><onderstreept>Waarden van stads- en dorpsschoon: </onderstreept></al><al>Deze weigeringsgrond heeft betrekking op de boom die als element onderdeel
                    uitmaakt van de (architectonische) hoofd- of nevenstructuur in het groen. </al><al>Hierbij moet worden bepaald of de boom te vervangen is. Kan een ander exemplaar
                    op deze plaats of in zijn directe omgeving de functie overnemen, of vervalt bij
                    het weghalen kan de boom ook de groeiplaats voor een nieuwe boom. </al><al>Het gemeentelijk Groenstructuurplan vervult hierbij een belangrijke rol omdat
                    daarin de waarde van de boom als structuurelement wordt aangegeven. Hier wordt
                    dus nadrukkelijk naar verwezen wanneer er een vergunning wordt verleend of
                    geweigerd.</al><al>De (letterlijke) schoonheid van een boom of de esthetische waarde wordt bepaald
                    door de criteria vorm, omvang en standplaats. Omdat dit een kwestie van smaak
                    is, zal hier een zorgvuldig oordeel over gegeven moeten worden. In vergelijking
                    met andere bomen zal een boom die waardevol is voor het stads- en dorpsschoon
                    meer dan gemiddeld moeten scoren om het predicaat waardevol te krijgen.</al><al/><al><onderstreept>Waarden voor de recreatie en de leefbaarheid: </onderstreept></al><al>Men kan hier bijvoorbeeld denken aan bomen die algemeen gewaardeerd worden om
                    hun schaduw, bomen die een (onbedoelde) speelfunctie hebben, etc. De waarde
                    wordt bepaald door de mate waarin de boom onderdeel uitmaakt van de recreatieve
                    situatie of leefbaarheid.</al><al/><al>Artikel 5 lid 3</al><al>Direct vellen als gevolg van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend
                    belang van openbare orde of veiligheid is bedoeld om aan te sluiten bij de
                    bevoegdheden van de burgemeester op grond van de artikelen 173 en 175 van de
                    Gemeentewet. </al><al/><al>Artikel 5 lid 4</al><al>In alle gevallen waarbij een kapvergunning voor een houtopstand wordt
                    aangevraagd die een waarde heeft zoals genoemd in lid 2 van artikel 5, wordt een
                    kapvergunning geweigerd. De waardebepaling zoals genoemd in lid 2 van artikel 5
                    kan zijn beschreven in gemeentelijke beleidsplannen zoals het Groenstructuurplan
                    of het Landschapsontwikkelingsplan. De waarde kan daarnaast beschreven staan in
                    bijvoorbeeld – al dan niet toekomstige – bestemmings-plannen, structuurplannen,
                    of beheersplannen.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Intrekking of wijziging</vet></al><al>In dit artikel zijn de gronden aangegeven voor intrekking, wijziging van de
                    vergunning die gelden voor vergunning van deze verordening (art. 2.31 lid 2
                    Wabo). De intrekking van de omgevingsvergunning voor het vellen van een
                    houtopstand- indien sprake van een sanctie- is geregeld in hoofdstuk 5 van de
                    Wabo. Het gezag dat bevoegd is een omgevingsvergunning te verlenen kan deze
                    geheel of gedeeltelijk intrekken indien:</al><al/><al>Artikel 6 lid 1</al><al>De omgevingsvergunning is verleend op grond van onjuiste of onvolledige
                    opgave.</al><al/><al>Artikel 6 lid 2</al><al>Tevens is het mogelijk op grond van artikel 2.33, eerste lid onder e Wabo de
                    vergunning die van rechtswege is verleend in te trekken indien deze betrekking
                    heeft op een activiteit die ontoelaatbaar ernstige nadelige gevolgen voor de
                    fysieke leefomgeving heeft of dreigt te hebben en het opleggen van voorschriften
                    daar geen oplossing voor biedt (art. 2.31, eerste lid, aanhef en onder c,
                    Wabo).</al><al/><al>Artikel 6 lid 3 </al><al>Niet in overeenstemming met de omgevingsvergunning is of wordt gehandeld. </al><al>De aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn
                    of worden nageleefd. De houder van de omgevingsvergunning de voor hem geldende
                    regels niet naleeft (art. 5.19 lid 1 Wabo).</al><al/><al><vet>Artikel 7 Beperking geldigheidsduur</vet></al><al>Dit artikel blijkt nodig te zijn om misbruik van oude vergunningen tegen te gaan
                    omdat na verloop van tijd de situatie kan wijzigen waardoor er een andere
                    beoordeling volgt.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Voorschriften</vet></al><al>De voorschriften moeten concreet worden uitgewerkt, bijvoorbeeld naar locatie,
                    boomsoort en grootte. Uit de rechtspraak naar aanleiding van de her-plantplicht
                    blijkt dat beleidsmatige uitwerking van aard en omvang van de her-plantplicht
                    noodzakelijk is. De omgevingsvergun-ning heeft een zaaksgebonden karakter (art.
                    2.25 Wabo). Om die reden is de vergunninghouder niet degene aan wie de
                    vergunning wordt verleend maar degene die verantwoordelijk is voor de
                    uitvoering. De naleving van de voorschriften m.b.t. her-plant, valt daarom
                    tevens onder zijn verantwoording. Wanneer de vergunning gelding krijgt voor een
                    ander dan de aanvrager of houder van de vergunning moet dit tenminste een maand
                    van tevoren aan het bevoegd gezag worden meegedeeld. (zie hiervoor het Besluit
                    omgevingsrecht artikel 4.8 (Bor). </al><al>Dit onder vermelding van:</al><al>o naam en adres vergunninghouder- of aanvrager</al><al>o de omgevingsvergunning of omgevingsvergunningen krachtens welke de
                    activiteiten worden verricht;</al><al>o de naam, het adres en het telefoonnummer van degene voor wie de
                    omgevingsvergunning zal gaan gelden;</al><al>o de contactpersoon van degene voor wie de omgevingsvergunning zal gaan
                    gelden;</al><al>o het beoogde tijdstip dat de omgevingsvergunning zal gaan gelden voor de onder
                    punt 3 bedoelde persoon.</al><al/><al><vet>Artikel 9 Her-plant-/instandhoudingsplicht</vet></al><al>Her-plantvoorschriften zijn concreet en eenduidig en mogen zeer gedetailleerd
                    soort, locatie, en plantwijze voorschrijven. Factoren die daarbij een rol
                    spelen, zijn de ernst van de overtreding, de mate van (on)verantwoordelijkheid
                    die aan de overtreder kan worden toegekend en de feitelijke mogelijkheden tot
                    uitvoering van de her-plant.</al><al/><al>Burgemeester en wethouders bepalen de hoogte van de financiële bijdrage.
                    Her-plant zal zo nabij mogelijk worden uitgevoerd. Artikel 5:18 Wabo biedt de
                    mogelijkheid, indien sprake is van een herstel- of instandhoudingsactie van het
                    velverbod, onder oplegging van last onder bestuursdwang of onder oplegging last
                    onder dwangsom, bij het besluit tot her-plantverplichting tevens te bepalen dat
                    de uitvoering van het besluit tevens geldt voor de rechtsopvolger. </al><al/><al><vet>Artikel 10 Schadevergoeding</vet></al><al>De Boswet schrijft voor dat een gemeentelijke verordening dit artikel moet
                    bevatten.</al><al/><al><vet>Artikel 11 Afstand van de erfgrenslijn</vet></al><al>De leden één en twee van artikel 42 Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek geeft het
                    bekende verwijderingsrecht voor bomen binnen twee meter en heesters en hagen
                    binnen een halve meter van de erfgrenslijn. Maar in artikel 5:42 lid 2 is in
                    afwijking van het oude B.W. toegevoegd: "tenzij ingevolge een verordening of een
                    plaatselijke gewoonte een kleinere afstand is toegelaten". Daarom is in deze
                    modelverordening dit artikel toegevoegd dat de erfgrensafstand aanzienlijk
                    verkleind. Met "nihil" voor heggen en heesters is bedoeld deze natuurlijke wijze
                    van erfbegrenzing te beschermen en tot de normale standaard te maken. Vele bomen
                    en heesters zullen door deze afstandsverkleining beter beschermd worden.</al><al/><al><vet>Artikel 12 Bestrijding van boomziekten</vet></al><al>Dit artikel is bedoeld om besmettelijke boomziekten zoals de iepziekte adequaat
                    te kunnen bestrijden. Belangrijk is dat verspreiding van potentieel broedhout en
                    de besmetting wordt voorkomen. In het derde lid is een bijzondere
                    bestuursdwangbevoegdheid in aanvulling op de algemene gemeentelijke
                    bestuursdwangbevoegdheid opgenomen vanwege de ernst van de zaak en noodzaak snel
                    te kunnen handelen.</al><al/><al><vet>Artikel 15 Strafbepaling</vet></al><al>De Wabo verbiedt in artikel 2.3 het handelen in strijd met een voorschrift uit
                    een omgevingsvergunning. Door artikel 5.4 Invoeringswet Wabo is het handelen
                    zonder omgevingsver-gunning f het handelen in strijd met een omgevingsvergunning
                    strafbaar gesteld in de Wet economische delicten. </al><al>Om die reden zijn de strafbepalingen van artikel 15 van deze verordening niet
                    van toepassing op dergelijk handelen. Overtreding van artikel 2 lid 1 en lid 2
                    en overtreding van voorschriften op grond van artikel 8 van de verordening heeft
                    als strafmaat een hechtenis van maximaal 6 maanden, taakstraf en/of een
                    geldboete tot maximaal € 18.500,- (artikel 6 Wet economische delicten). </al><al>De boomwaarde kan verhogend op de geldboete werken. Indien de boomwaarde hoger
                    is dan een vierde gedeelte van € 18.500,- kan een geldboete worden opgelegd van
                    maximaal € 74.000. De op grond van artikel 15 ingestelde strafvervolging laat
                    onverlet de mogelijkheid van het instellen door burgemeester en wethouders van
                    een privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan bomen of
                    houtopstand.</al><al/><al><vet>Artikel 16 Toezichthouders</vet></al><al>Voor het toezicht op de naleving en het toezicht op de uitvoering en handhaving
                    van het verbod een houtopstand te vellen of te doen vellen zonder
                    omgevingsvergunning (art. Wabo) zijn de aangewezen toezichthouders bevoegd, met
                    medeneming van de benodigde apparatuur, een woning te betreden zonder
                    toestemming van de bewoner.</al><al>Hierbij dienen toezichthouders tevens te beschikken over een machtiging met
                    toestemming tot betreden verstrekt door burgemeester en wethouders.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>