<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR410003_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Erfgoedverordening 2015 gemeente Hof van Twente</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-07-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hofweekblad d.d. 3 juni 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Erfgoedverordening 2015 gemeente Hof van Twente</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht(Wabo), Monumentenwet 1988, Wro, Monumentenverordening Hof van Twente 2002, Algemene wet bestuursrecht(Awb)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-05-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-05-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-05-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Actualisatie toetsingskader</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>532418</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Erfgoedverordening 2015 gemeente Hof van Twente</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Erfgoedverordening 2015 gemeente Hof van Twente</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hof van Twente;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; </al><al/><al>gelet op artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet, de artikelen 12, 15 en 38
                        van de Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1 onder f en 2.2 onder b van de
                        Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de navolgende <vet>ERFGOEDVERORDENING 2015 GEMEENTE HOF VAN
                            TWENTE. </vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><vet>HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN</vet></al><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als
                                beschermd gemeentelijk monument aangewezen:</al><lijst><li nr="1."><al>zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid,
                                        betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische
                                        waarde;</al></li><li nr="2."><al>terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige
                                        zaak bedoeld onder 1;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de
                                overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen
                                zaken of terreinen bedoeld in onderdeel a;</al></li><li nr="c."><al>beschermd monument: beschermd monument als bedoeld in artikel 1.1,
                                eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="d."><al>beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht: stads- of
                                dorpsgezicht, dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening
                                als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht is
                                aangewezen.</al></li><li nr="e."><al>beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in
                                de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers.</al></li><li nr="f."><al>Erfgoedcommissie: de op basis van de Monumentenwet 1988 artikel 15
                                ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit
                                eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet
                                1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de
                                Erfgoedverordening en het monumentenbeleid;</al></li><li nr="g."><al>gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart:
                                topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied of delen van
                                het grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische
                                verwachtingsgebieden zijn aangegeven;</al></li><li nr="h."><al>landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden: landelijke
                                kaart met een schaal van 1:50.000, die op basis van geomorfologische
                                gegevens, de kans weergeeft op de aanwezigheid van archeologische
                                vindplaatsen, waarbij onderscheid wordt gemaakt in hoge, middelhoge,
                                lage en zeer lage trefkans;</al></li><li nr="i."><al>provinciale Archeologische Monumentenkaart: topografische kaart van
                                (delen van) het provinciale grondgebied, waarop archeologische
                                monumenten en archeologische gebieden zijn aangegeven;</al></li><li nr="j."><al>archeologisch verwachtingsgebied: gebied, aangegeven op de
                                archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart, waarvan is
                                aangegeven dat in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te
                                verwachten zijn;</al></li><li nr="k."><al>AMK-terrein: het gebied dat als AMK-terrein is aangegeven op de
                                archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart, een en ander
                                overeenkomstig de landelijk Indicatieve Kaart Archeologische
                                Waarden;</al></li><li nr="l."><al>zeer hoge verwachtingswaarde: zeer grote kans op archeologische
                                vondsten of informatie;</al></li><li nr="m."><al>hoge verwachtingswaarde: grote kans op archeologische vondsten of
                                informatie;</al></li><li nr="n."><al>middelhoge verwachtingswaarde: gemiddelde kans op archeologische
                                vondsten of informatie;</al></li><li nr="o."><al>lage verwachtingswaarde: kleine kans op archeologische vondsten of
                                informatie;</al></li><li nr="p."><al>plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische
                                uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen
                                denkt te gaan beantwoorden;</al></li><li nr="q."><al>programma van eisen: programma dat door het college wordt
                                vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de
                                uitvoering van archeologisch onderzoek.</al></li><li nr="r."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="s."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                gemeente Hof van Twente;</al></li><li nr="t."><al>vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1,
                                eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht.</al></li><li nr="u."><al>Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="v."><al>bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd
                                onderzoek naar de kwaliteiten en betekenis van een monument bedoeld
                                onder artikel 1.a, 1.c, 1.d en 1.e.</al></li><li nr="w."><al>archeologisch deskundige: de archeologisch adviseur van de bevoegde
                                overheid.</al></li></lijst><al/><al><vet>HOOFDSTUK 2 AANWIJZING GEMEENTELIJKE MONUMENTEN</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2 Het gebruik van het monument</vet></al><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                        gebruik van het monument.</al><al/><al><vet>Artikel 3 De aanwijzing tot gemeentelijk monument</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een
                                zaak of terrein aanwijzen als gemeentelijk monument.</al></li><li nr="2."><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het
                                college advies aan de Erfgoedcommissie.</al></li><li nr="3."><al>Voordat het college een zaak of terrein als gemeentelijk monument
                                aanwijst, voert hij overleg met de eigenaar.</al></li><li nr="4."><al>De aanwijzing kan geen zaak of terrein betreffen dat is aangewezen
                                op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 4 Voorbescherming</vet></al><al>Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een zaak of terrein de
                        kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument
                        ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in
                        artikel 7 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het zaak of terrein niet wordt
                        geregistreerd, zijn de artikelen 10 tot en met 14 van overeenkomstige
                        toepassing.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De Erfgoedcommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na
                                ontvangst van het verzoek van het bevoegd gezag.</al></li><li nr="2."><al>Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies
                                van de Erfgoedcommissie, maar in ieder geval binnen twintig weken na
                                de adviesaanvraag.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 6 Mededeling aanwijzingsbesluit</vet></al><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld aan
                        degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend
                        staan.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college registreert het gemeentelijke monument op de
                                gemeentelijke monumentenlijst.</al></li><li nr="2."><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding,
                                de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de
                                tenaamstelling en een beschrijving van het gemeentelijke
                                monument.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 8 Wijzigen van de aanwijzing</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, de
                                aanwijzing wijzigen.</al></li><li nr="2."><al>Artikel 3, tweede en derde lid, alsmede artikel 4, 5 en 6 zijn van
                                overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.</al></li><li nr="3."><al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van
                                ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als
                                bedoeld in lid 2, achterwege.</al></li><li nr="4."><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke
                                monumentenlijst aangetekend.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 9 Intrekken van de aanwijzing</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede
                                lid, en artikel 5 van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="2."><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing
                                wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988.</al></li><li nr="3."><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                                geregistreerd.</al></li></lijst><al/><al><vet>HOOFDSTUK 3 INSTANDHOUDING VAN GEMEENTELIJKE MONUMENTALE
                        ZAKEN</vet></al><al/><al><vet>Artikel 10 Instandhoudingbepaling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
                                onder a, te beschadigen of te vernielen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag, of in
                                strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften:</al><lijst><li nr="a."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder
                                        a, sub 1, af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in
                                        enig opzicht te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder
                                        a, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een
                                        dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar
                                        gebracht.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid,
                                gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking
                                tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd.</al></li><li nr="4."><al>Het bevoegd gezag kan voorschrijven dat de aanvrager van een
                                vergunning, als bedoeld in het tweede lid, bouwhistorisch onderzoek
                                moet verrichten.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 11 De schriftelijke aanvraag</vet></al><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. van het Besluit omgevingsrecht voor
                        een vergunning, als bedoeld in artikel 10, en de daarbij te overleggen
                        gegevens en bescheiden worden ingediend via het omgevingsloket, conform de
                        daar vermelde voorschriften. </al><al/><al><vet>Artikel 12 Termijnen advies </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag vraagt advies aan de Erfgoedcommissie, voordat zij
                                beslist op de aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 10.</al></li><li nr="2."><al>Binnen vier weken na de datum van verzending van het afschrift
                                brengt de Erfgoedcommissie schriftelijk een gemotiveerd advies uit
                                aan het bevoegd gezag.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 13 Weigeringsgronden</vet></al><al>De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de
                        monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het
                        bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument. </al><al/><al><vet>Artikel 14 Intrekken van de vergunning</vet></al><al>De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige
                                opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften bedoeld in artikel
                                10 niet naleeft;</al></li><li nr="c."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig
                                hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te
                                wegen;</al></li><li nr="d."><al>niet met de werkzaamheden is begonnen binnen 26 weken na het
                                onherroepelijk worden van de vergunning;</al></li><li nr="e."><al>tussen het begin en het einde van de werkzaamheden deze
                                werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26 weken
                                stilliggen;</al></li><li nr="f."><al>de vergunninghouder daar om heeft verzocht.</al></li></lijst><al/><al><vet>HOOFDSTUK 4 RIJKSMONUMENTEN</vet></al><al/><al><vet>Artikel 15 Vergunning voor beschermd monument</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd monument aan
                                de Erfgoedcommissie.</al></li><li nr="2."><al>De Erfgoedcommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen
                                acht weken na de datum van verzending van het afschrift.</al></li><li nr="3."><al>Het bevoegd gezag kan voorschrijven dat de aanvrager van een
                                vergunning, als bedoeld in het eerste lid, bouwhistorisch onderzoek
                                moet verrichten.</al></li></lijst><al/><al><vet>HOOFSTUK 5 BESCHERMDE GEMEENTELIJKE STADS- EN DORPSGEZICHTEN</vet></al><al/><al><vet>Artikel 16 De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk stads- of
                            dorpsgezicht</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een stads of dorpsge¬zicht aanwijzen als beschermd
                                gemeentelijk stads of dorpsge¬zicht.</al></li><li nr="2."><al>Voordat het college over de aanwij¬zing een besluit nemen, vragen
                                zij advies aan de Erfgoedcommissie.</al></li><li nr="3."><al>De aanwijzing kan geen stads of dorpsgezicht be¬treffen dat is
                                aangewezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1988.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 17 Termijn advies en aanwijzingsbesluit</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De Erfgoedcommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na
                                ontvangst van het verzoek van het bevoegd gezag.</al></li><li nr="2."><al>Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies
                                van de Erfgoedcommissie, maar in ieder geval binnen twintig weken na
                                de adviesaanvraag.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 18 Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college registreert het bescherm¬de gemeentelijke stads of
                                dorpsgezicht op de ge-meentelijke monumentenlijst.</al></li><li nr="2."><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatse¬lijke aanduiding,
                                de datum van aanwijzing, de ge¬biedsaanwijzing van het beschermde
                                stads of dorps¬gezicht en een beschrijving van de daarin vervatte
                                stedenbouwkundige, architectuurhistorische, cultuurhistorische
                                waarden, gaafheid en/ of zeldzaamheid.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 19 Wijzigen en intrekken van de aanwijzing</vet></al><al>De artikelen 7 en 8 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande
                        dat aan artikel 8, derde lid, nog wordt toege¬voegd artikel 35 van de
                        Monumentenwet 1988.</al><al/><al><vet>Artikel 20 Mededeling</vet></al><al>De aanwijzing, wijziging of intrekking als bedoeld in artikel 16, eerste
                        lid, respectievelijk artikel 18, wordt openbaar bekendgemaakt.</al><al/><al><vet>Artikel 21 Bescherming</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad stelt, ter bescherming van een beschermd stads- of
                                dorpsgezicht ,een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet op de
                                Ruimtelijke Ordening.</al></li><li nr="2."><al>Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of
                                dorpsgezicht wordt door het college bepaald in hoeverre geldende
                                bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het eerste lid
                                kunnen worden aangemerkt.</al></li></lijst><al/><al><vet>HOOFDSTUK 6 INSTANDHOUDING VAN ARCHEOLOGISCHE TERREINEN</vet></al><al/><al><vet>Artikel 22 Instandhoudingbepaling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel
                                1, onder a, sub 2 of een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld
                                in artikel 1, onder h, de bodem dieper dan 40 cm onder de
                                oppervlakte te verstoren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien;</al><lijst><li nr="a."><al>het een verstoring betreft van een archeologisch monument of
                                        archeologisch verwachtingsgebied zoals aangegeven op de
                                        gemeentelijke archeologische verwachtings- en
                                        beleidsadvieskaart, bedoeld in artikel 1, onder e, en
                                        waarbij die verstoring plaatsvindt:</al></li></lijst></li><li nr="1."><al>in een gebied aangeduid als de overige AMK- terreinen en gebieden
                                met zeer hoge verwachting en het te verstoren gebied kleiner is dan
                                50 m2, of;</al></li><li nr="2."><al>in een gebied met een hoge verwachting eventueel nader aangeduid met
                                ‘in zone om historisch element’ en het te verstoren gebied kleiner
                                is dan 2500 m2, of;</al></li><li nr="3."><al>in een gebied met middelhoge verwachting en het te verstoren gebied
                                kleiner is dan 5000 m2, of;</al></li><li nr="4."><al>in een gebied met lage verwachting en het te verstoren gebied
                                kleiner is dan 10 hectare.</al><lijst><li nr="b."><al>in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen
                                        omtrent archeologische monumentenzorg.</al></li><li nr="c."><al>sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12,
                                        eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen
                                        omtrent archeologische monumentenzorg.</al></li><li nr="d."><al>het college nadere regels stelt met betrekking tot de
                                        uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring
                                        van een archeologisch monument of archeologisch
                                        verwachtingsgebied als aangegeven op gemeentelijke
                                        archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart;</al></li><li nr="e."><al>een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde
                                        van het te verstoren terrein naar het oordeel van het
                                        college in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt
                                        dat:</al><al>• het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate
                                        kan worden geborgd; of</al><al>• de archeologische waarden door de verstoring niet
                                        onevenredig worden geschaad; of</al><al>• in het geheel geen archeologische waarden aanwezig
                                        zijn.</al></li><li nr="f."><al>het college beschikt over advies van een archeologisch
                                        deskundige of waarin, op basis van specifieke nieuwe
                                        informatie of informatie op basis van voortschrijdend
                                        inzicht, blijkt dat er geen archeologische waarden (meer) te
                                        verwachten zijn en er aldus geen onderzoek vereist
                                        wordt.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 23 Opgravingen en begeleiding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien binnen het grondgebied van de gemeente Hof van Twente
                                onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen
                                in de zin van artikel 1 sub h Monumentenwet 1988, dient,
                                onverminderd de overige bepalingen van deze wet:</al><lijst><li nr="a."><al>het college een programma van eisen vast te stellen als
                                        bedoeld in artikel 1 onder m, waarbij nadere regels worden
                                        gesteld ten aanzien van het onderzoek.</al></li><li nr="b."><al>de verstoorder, voorafgaande aan het onderzoek, een plan van
                                        aanpak als bedoeld in artikel 1 onder l van deze verordening
                                        ter goedkeuring aan het college te overleggen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In de nadere regels neemt het college bepalingen op met betrekking
                                tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het plan van
                                aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van het bevoegd
                                gezag in acht te worden genomen.</al></li><li nr="3."><al>Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het programma van
                                eisen en eventuele nadere regels voldoet, vraagt het college advies
                                aan een deskundige, zoals omschreven in de Wet op de Archeologische
                                monumentenzorg.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 24 Procedure </vet></al><al>De bepalingen uit artikel 11, 12, 13 en 14 zijn van overeenkomstige
                        toepassing op de bepalingen uit artikel 22, tweede lid, onder e, en artikel
                        23, eerste lid, onder b.</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 7 OVERIGE BEPALINGEN</vet></al><al/><al><vet>Artikel 25 Tegemoetkoming in schade</vet></al><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal
                        lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te
                        blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te
                        bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie staat tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in
                                artikel 10 te verlenen;</al></li><li nr="b."><al>de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning
                                als bedoeld in artikel 10;</al></li><li nr="c."><al>de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel
                                10, derde lid;</al></li><li nr="d."><al>de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel
                                22, tweede lid, onder d;</al></li><li nr="e."><al>een aanwijzing als bedoeld in artikel 23, tweede lid, tweede
                                volzin.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 26 Nadere regels</vet></al><al>Het college kan nadere regels stellen omtrent de ontwerpen die deze
                        verordening betreffen. </al><al/><al><vet>Artikel 27 Strafbepaling</vet></al><al>Degene, die handelt in strijd met artikel 10 en artikel 22 met uitzondering
                        van het bepaalde in het tweede lid, onder e, van deze verordening, wordt
                        gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten
                        hoogste drie maanden.</al><al/><al><vet>Artikel 28 Toezichthouders</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de inspecteurs bouw- en
                                woningtoezicht.</al></li><li nr="2."><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></li></lijst><al/><al><vet>HOOFDSTUK 8 SLOTBEPALINGEN</vet></al><al/><al><vet>Artikel 29 Intrekken oude regeling</vet></al><al>Bij de inwerkingtreding van de Erfgoedverordening 2015 gemeente Hof van
                        Twente vervalt de Monumentenverordening Hof van Twente 2002.</al><al/><al><vet>Artikel 30 Overgangsrecht</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De op grond van de onder artikel 29 ingetrokken
                                Monumentenverordening Hof van Twente 2002 aangewezen en
                                geregistreerde gemeentelijke monumenten, worden geacht aangewezen en
                                geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze
                                verordening.</al></li><li nr="2."><al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding
                                van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in
                                artikel 29 ingetrokken verordening.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 31 Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking per 1 mei 2015. </al><al/><al><vet>Artikel 32 Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening wordt aangehaald als Erfgoedverordening 2015 gemeente Hof
                        van Twente.</al><al/><al/></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hof
                        van Twente d.d. 12 mei 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente Hof van Twente,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>mr. A. Venema drs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>