<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR409781_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Hof van Twente 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hofweekblad d.d. 23 december 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Hof van Twente 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuw regeling van de vergaderorde en vergaderstructuur</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>5306604</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Regelement van orde voor de vergadering en andere werkzaamheden van de gemeenteraad</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regelement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de
            gemeenteraad Hof van Twente 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Hof van Twente;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het presidium; </al><al/><al>gelet op het bepaalde in artikel 16, artikel 19 tweede lid, de artikelen 22
                        en 23, artikel 33, de artikelen 82 en 83, eerste lid, artikel 107a en 107e,
                        artikel 147 a en 147b en artikel 155, eerste en tweede lid van de
                        Gemeentewet; </al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de vergaderplanning 2015;</al><al>vast te stellen het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere
                        werkzaamheden van de gemeenteraad van Hof van Twente 2015.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN</al><al>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</al><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>fractie: deel van de raad, bestaande uit een of meer raadsleden, die
                                tot dezelfde politieke groepering behoren;</al></li><li nr="2."><al>vergadering: raadsvergadering als bedoeld in artikel 17 e.v.
                                Gemeentewet;</al></li><li nr="3."><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervangers;</al></li><li nr="4."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of
                                ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden
                                opgenomen;</al></li><li nr="5."><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement,
                                naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het
                                amendement, waarop het betrekking heeft;</al></li><li nr="6."><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor
                                een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="7."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                vergadering;</al></li><li nr="8."><al>initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander
                                voorstel.</al></li></lijst><al>Artikel 2 De voorzitter</al><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="1."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="2."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="3."><al>het doen naleven van het reglement van orde;</al></li><li nr="4."><al>het bewaken van de kwaliteit van de besluitvorming;</al></li><li nr="5."><al>hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.</al></li></lijst><al>Artikel 3 De griffier en griffie </al><lijst><li nr="1."><al>De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al></li><li nr="2."><al>Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een
                                door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier.</al></li><li nr="3."><al>De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan
                                de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al></li><li nr="4."><al>De griffier adviseert de gemeenteraad, zijn leden, zijn voorzitter
                                en het presidium en verleent hen bijstand.</al></li></lijst><al>Artikel 4 De secretaris</al><al>De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering aanwezig
                        te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in
                        dit reglement.</al><al/><al>Artikel 5 Het presidium</al><lijst><li nr="1."><al>De raad heeft een presidium en bestaat uit de voorzitter en de
                                fractievoorzitters respectievelijk hun vervangers;</al></li><li nr="2."><al>Het presidium heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorbereiden en opstellen van de (concept)agenda van de
                                        vergaderingen en andere bijeenkomsten van de raad;</al></li><li nr="b."><al>het doen van aanbevelingen aan de raad over de organisatie
                                        van de werkzaamheden van de raad;</al></li><li nr="c."><al>de technische evaluatie van vergaderingen en bijeenkomsten
                                        van de raad en delen van bevindingen met een ieder die dat
                                        aangaat;</al></li><li nr="d."><al>de taken opgenomen in de artikelen 10, 12, 13, 43 en 50 van
                                        dit reglement;</al></li><li nr="e."><al>het jaarlijks tijdig voor opname in de begroting ramen van
                                        uitgaven ten behoeve van de raad;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Elke fractievoorzitter heeft een stem in het presidium. Wanneer
                                stemmen staken beslist de voorzitter.</al></li><li nr="4."><al>De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het
                                presidium aanwezig.</al></li><li nr="5."><al>De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor het
                                presidium.</al></li><li nr="6."><al>Het presidium vervult namens de raad de werkgeversfunctie ten
                                aanzien van de griffier en het griffiepersoneel met uitzondering van
                                de besluiten ex artikel 107, 107 e, 2e lid van de Gemeentewet.</al></li></lijst><al>Artikel 6 Seniorenconvent</al><al>Er is een seniorenconvent bestaande uit de voorzitter en de
                        fractievoorzitters. De griffier is in de vergadering van het seniorenconvent
                        aanwezig.</al><al>Het seniorenconvent komt twee keer per jaar bijeen dan zoveel vaker als
                        nodig wordt geoordeeld. </al><al/><al>HOOFDSTUK 2 TOELATING VAN NIEUWE LEDEN; FRACTIES</al><al>Artikel 7 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging. </al><lijst><li nr="1."><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                                commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie
                                onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken
                                van nieuw benoemde leden en het proces-verbaal van het
                                (centraal)stembureau.</al></li><li nr="2."><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag
                                uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In
                                het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                minderheidsstandpunt.</al></li><li nr="3."><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van
                                de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                                samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></li><li nr="4."><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad
                                waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed
                                of verklaring en belofte af te leggen.</al></li><li nr="5."><al>Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste
                                lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet
                                aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie is
                                overeenkomstig het tweede lid.</al></li></lijst><al>Artikel 8 Fracties</al><lijst><li nr="1."><al>De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde
                                kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van
                                de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer
                                slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke
                                fractie beschouwd.</al></li><li nr="2."><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert
                                de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen
                                aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie
                                in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke
                                naam deze fractie in de raad wil voeren.</al></li><li nr="3."><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens
                                plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan
                                de voorzitter.</al></li><li nr="4."><al>Indien één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie
                                gaan optreden, twee of meer fracties als één fractie gaan optreden
                                of één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere
                                fractie wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling
                                gedaan aan de voorzitter.</al></li><li nr="5."><al>Met de onder 4 beschreven veranderde situatie wordt rekening
                                gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na
                                de mededeling daarvan.</al><al/></li></lijst><al>HOOFDSTUK 3 INDELING WERKZAAMHEDEN</al><al>Artikel 9 Indeling werkzaamheden: vergadermodel</al><lijst><li nr="1."><al>De raad maakt onderscheid in een meningvormende en besluitnemende
                                behandeling.</al></li><li nr="2."><al>Meningvormende behandeling van een onderwerp heeft tot doel dat de
                                raadsleden argumenten wisselen en zich politiek kunnen profileren
                                over het geagendeerde onderwerp.</al></li><li nr="3."><al>Besluitnemende behandeling heeft tot doel besluiten te nemen over
                                geagendeerde onderwerpen.</al></li><li nr="4."><al>Meningvormende en besluitnemende behandeling van onderwerpen vindt
                                plaats in de raadsvergadering.</al></li></lijst><al>Artikel 10 Voorbereiding agenda</al><lijst><li nr="1."><al>Het presidium bereidt de agenda van de raad voor.</al></li><li nr="2."><al>De agenda van de raad betreft alle vergaderingen en bijeenkomsten
                                van de raad.</al></li><li nr="3."><al>Het presidium stelt de concept-agenda van de vergaderingen en
                                bijeenkomsten van de raad vast.</al></li><li nr="4."><al>Het presidium plaatst in beginsel op de concept-agenda van de raad
                                de van het college ontvangen of door het presidium gedane
                                voorstellen, initiatiefvoorstellen en ingediende
                                burgerinitiatieven.</al></li><li nr="5."><al>Andere onderwerpen kunnen op de concept-agenda worden geplaatst
                                indien het presidium daartoe besluit. Een raadslid of de voorzitter
                                van de raad kan daartoe een verzoek doen.</al></li><li nr="6."><al>Het presidium geeft op de concept-agenda het doel van de behandeling
                                van het geagendeerde onderwerp aan: meningvormend (verkennend debat
                                of finaal debat) of besluitnemend.</al></li><li nr="7."><al>Het presidium geeft in een ontwerpagenda per bespreekstuk de
                                maximale spreektijd van de leden en de overige aanwezigen aan.</al></li></lijst><al>Artikel 11 Ingekomen stukken en raadsmededelingen</al><lijst><li nr="1."><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen
                                van het college en de burgemeester aan de raad, worden op een lijst
                                geplaatst.</al></li><li nr="2."><al>Alle ingekomen stukken zijn ter inzage voor de leden van de
                                raad.</al></li><li nr="3."><al>Het presidium stelt namens de raad de wijze van afdoening van de
                                ingekomen stukken vast, waarbij de stukken worden onderverdeeld in
                                een categorie voor kennisgeving aannemen”, een categorie “in handen
                                stellen van het college ter afdoening”, een categorie “in handen
                                stellen van het college voor nader advies” en een categorie “in
                                handen stellen van het presidium”.</al></li><li nr="4."><al>De griffier draagt er zorg voor dat deze lijst aan de leden van de
                                raad bekend wordt gemaakt.</al><al/></li></lijst><al>HOOFDSTUK 4 Raadsvergadering </al><al>Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</al><al>Artikel 12 Vergaderfrequentie</al><lijst><li nr="1."><al>De reguliere vergaderingen van de raad vinden plaats op basis van
                                een driewekelijkse cyclus. In beginsel beginnen de vergaderingen om
                                19:30 uur en worden gehouden in het gemeentehuis in Goor.</al></li><li nr="2."><al>De raadsvergadering kent een meningvormend en een besluitvormend
                                gedeelte.</al></li><li nr="3."><al>De vergadering eindigt uiterlijk om 22.30 uur en wordt verdaagd naar
                                de daarop volgende woensdag indien de agenda nog niet is
                                afgehandeld, tenzij de raad anders besluit.</al></li><li nr="4."><al>De raad stelt jaarlijks op voorstel van het presidium een
                                vergaderschema vast.</al></li><li nr="5."><al>Op basis van het vergaderschema wordt een indicatieve jaarplanning
                                opgesteld waarin per vergadering wordt aangegeven welke agendapunten
                                men dat kalenderjaar kan verwachten.</al></li><li nr="6."><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie,
                                overleg met het presidium.</al></li></lijst><al>Artikel 13 Oproep</al><lijst><li nr="1."><al>Met inachtneming van het bepaalde in artikel 10 lid 6 zendt de
                                voorzitter van de raad tenminste zeven dagen voor een vergadering de
                                leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag,
                                tijdstip en plaats van de vergadering tenzij het spoedeisende
                                karakter zich daartegen verzet.</al></li><li nr="2."><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de
                                Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden.</al></li></lijst><al>Artikel 14 Agenda</al><al>1.In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de
                        schriftelijke oproep, tot uiterlijk 48 uur voor aanvang van een vergadering
                        een aanvullende agenda opstellen.</al><al>Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan de leden van de raad
                        verzonden, en openbaar gemaakt.</al><lijst><li nr="2."><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op
                                voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de
                                vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of
                                van de agenda afvoeren.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar
                                een volgende raadsvergadering of aan het college nadere inlichtingen
                                of advies vragen.</al></li><li nr="4."><al>Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad
                                de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></li></lijst><al>Artikel 15 Openbare kennisgeving</al><lijst><li nr="1."><al>De vergadering wordt door aankondiging in één dag-, nieuws-, of
                                huis-aan-huisblad en door plaatsing op de gemeentelijke website
                                openbaar gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige
                                        agenda van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de bij de
                                        vergadering behorende stukken kan inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als
                                        bedoeld in artikel 21</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden, indien
                                digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente geplaatst.</al></li></lijst><al>Artikel 16 Ter inzage leggen van stukken</al><lijst><li nr="1."><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de
                                agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de
                                schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage
                                gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken
                                ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de
                                raad.</al></li><li nr="2."><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het
                                gemeentehuis gebracht.</al></li><li nr="3."><al>Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede
                                lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                griffier en verleent de griffier de leden van de raad inzage.</al></li></lijst><al>Artikel 17 De wethouders </al><al>De leden van het college zijn in de vergadering aanwezig en kunnen deelnemen
                        aan de beraadslagingen.</al><al>Paragraaf 2 Orde der vergadering</al><al>Artikel 18 Presentielijst en quorum</al><lijst><li nr="1."><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de
                                presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst
                                door de voorzitter en de griffier door ondertekening
                                vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien
                                het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens
                                de presentielijst aanwezig is.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste
                                aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van
                                de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering,
                                met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.</al></li></lijst><al>Artikel 19 Zitplaatsen</al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste
                                zitplaats, door de voorzitter na overleg met het presidium bij
                                aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad
                                aangewezen.</al></li><li nr="2."><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                herzien na overleg met het presidium.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders,
                                secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn
                                uitgenodigd.</al></li></lijst><al>Artikel 20 Vergaderorde en spreekregels; schorsing</al><lijst><li nr="1."><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan een maal het woord voeren
                                over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></li><li nr="3."><al>In de eerste termijn mag een spreker niet in zijn betoog worden
                                gestoord.</al></li><li nr="4."><al>In de tweede termijn mag een spreker in zijn betoog worden gestoord
                                middels een interruptie. De voorzitter kan bepalen dat de spreker
                                zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.</al></li><li nr="5."><al>Een ieder voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van
                                hem verkregen te hebben.</al></li><li nr="6."><al>Het vijfde lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>de rapporteur van een commissie;</al></li><li nr="b."><al>het lid dat een (sub)amendement, een motie of een
                                        initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat
                                        amendement, die motie of dat voorstel.</al></li></lijst></li></lijst><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel
                        het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een
                        voorstel van orde</al><lijst><li nr="7."><al>Een lid van de raad en/of de voorzitter kunnen in een vergadering
                                mondeling een voorstel van orde doen. De raad beslist hier direct
                                over.</al></li><li nr="8."><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen
                                veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een
                                andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de
                                orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen.
                                Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de
                                voorzitter hem gedurende de vergadering over het onderwerp het woord
                                ontzeggen.</al></li><li nr="9."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een
                                door hem te bepalen tijd schorsen en, indien na de heropening de
                                orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.</al></li></lijst><al>Artikel 21 Spreekrecht burgers </al><lijst><li nr="1."><al>Na de opening van de vergadering kunnen burgers die zich, conform
                                het bepaalde in lid 4, hebben aangemeld gezamenlijk gedurende
                                maximaal dertig minuten het woord voeren over niet-geagendeerde
                                onderwerpen. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De
                                voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er
                                meer dan zes sprekers zijn die het woord willen voeren over een
                                niet-geagendeerd onderwerp.</al></li><li nr="2."><al>Burgers die zich, conform het bepaalde in lid 4, hebben aangemeld om
                                het woord te voeren over een voor het meningvormende gedeelte van de
                                vergadering geagendeerd voorstel, krijgen hiervoor gedurende
                                maximaal 5 minuten de gelegenheid zodra het betreffende voorstel
                                door de voorzitter aan de orde is gesteld. De voorzitter bepaalt de
                                lengte van de spreektijd indien meerdere personen het woord willen
                                voeren over eenzelfde voorstel dat geagendeerd is.</al></li><li nr="3."><al>Het woord kan niet gevoerd worden:</al><lijst><li nr="a."><al>over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar
                                        of beroep op de rechter openstaat of opengestaan heeft of
                                        waartegen zienswijzen ingediend zijn of konden worden;</al></li><li nr="b."><al>over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                        personen;</al></li><li nr="c."><al>indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht kan of kon worden ingediend.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
                                uiterlijk vóór 12.00 uur op de dag van de vergadering bij de
                                griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en het onderwerp
                                c.q. het voorstel waarover hij het woord wil voeren.</al></li><li nr="5."><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is
                                van de orde van de vergadering.</al></li><li nr="6."><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                verleend. De voorzitter of een lid van de raad kan een voorstel doen
                                voor de behandeling van de inbreng van de burger over een
                                niet-geagendeerd onderwerp.</al></li><li nr="7."><al>De voorzitter stelt de leden van de raad kort in de gelegenheid te
                                reageren op hetgeen wordt ingebracht. Degene die ingesproken heeft
                                kan reageren op de vragen en opmerkingen die vanuit de raad aan zijn
                                adres worden gericht.</al></li></lijst><al>Artikel 22 Beraadslaging</al><lijst><li nr="1."><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad
                                beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel
                                afzonderlijk te beraadslagen.</al></li><li nr="2."><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter
                                kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen
                                tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te
                                geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat
                                nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></li></lijst><al>Artikel 23 Deelname aan de beraadslaging door anderen</al><lijst><li nr="1."><al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige
                                leden van de raad, de wethouder, de secretaris, de griffier en de
                                voorzitter deelnemen aan de beraadslaging.</al></li><li nr="2."><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één
                                der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten
                                aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt
                                genomen.</al></li></lijst><al>Artikel 24 Stemverklaring</al><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                        overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag te motiveren. </al><al>Artikel 25 Beslissing</al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer de voorzitter vaststelt dat over een onderwerp of voorstel
                                de meningen voldoende zijn gewisseld, sluit hij de beraadslaging,
                                tenzij de raad anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over
                                eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals
                                het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt
                                gevraagd.</al></li><li nr="3."><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt,
                                formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen
                                eindbeslissing.</al></li></lijst><al>Artikel 26 Verslag en besluitenlijst</al><lijst><li nr="1."><al>De griffier draagt zorg voor het (audio)verslag, presentielijst en
                                de besluitenlijst van de vergadering.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter verwoordt in de vergadering tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>de zaken die aan de orde zijn;</al></li><li nr="b."><al>het verloop van elke stemming;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de spreker aan wie hij het woord verleent;</al></li><li nr="d."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en hoedanigheid
                                        van die personen aan wie door de raad is toegestaan deel te
                                        nemen aan de beraadslagingen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het (audio)verslag is zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering
                                openbaar beschikbaar op de gemeentelijke website en wordt bij
                                publicatie geïndexeerd op agendapunt en spreker.</al></li></lijst><al>Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen</al><al>Artikel 27 Algemene bepalingen over stemmingen</al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
                                stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke
                                stemming is aangenomen.</al></li><li nr="2."><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening vragen, dat zij
                                geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van
                                artikel 28 Gemeentewet van stemming te hebben onthouden.</al></li><li nr="3."><al>Indien door één of meer leden hoofdelijke stemming wordt gevraagd,
                                doet de voorzitter daarvan mededeling.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te
                                brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig
                                artikel 28 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de
                                volgorde van de presentielijst.</al></li><li nr="5."><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat
                                zich niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 28
                                Gemeentewet moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen.</al></li><li nr="6."><al>De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit
                                te spreken, zonder enige toevoeging.</al></li><li nr="7."><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan
                                hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd
                                heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat
                                de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel
                                aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de
                                stemming brengt dit echter geen verandering.</al></li><li nr="8."><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met
                                vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij
                                doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.</al></li></lijst><al>Artikel 28 Primus bij hoofdelijke stemming</al><al>Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de
                        voorzitter mee bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming zal
                        beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst
                        aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming.</al><al>Artikel 29 Stemming over amendementen en moties</al><lijst><li nr="1."><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt
                                eerst over dat amendement gestemd.</al></li><li nr="2."><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst
                                over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                amendement.</al></li><li nr="3."><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig
                                voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin
                                hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest
                                verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming
                                wordt gebracht.</al></li><li nr="4."><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de
                                motie.</al></li></lijst><al>Artikel 30 Stemming over personen </al><lijst><li nr="1."><al>Bij geheime stemmingen over personen voor het doen van een
                                voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling
                                benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau.</al></li><li nr="2."><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de
                                Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje
                                in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.</al></li><li nr="3."><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen,
                                voor te dragen of aan te bevelen.</al></li><li nr="4."><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
                                gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid
                                verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen
                                niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te
                                openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.</al></li><li nr="5."><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben
                                uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben
                                ingeleverd.</al></li><li nr="6."><al>Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een blanco ingevuld stembriefje;</al></li><li nr="b."><al>een ondertekend stembriefje;</al></li><li nr="c."><al>een stembriefje waarop meer dan een naam is vermeld;</al></li><li nr="d."><al>een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op
                                        voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is
                                        voorgedragen;</al></li><li nr="e."><al>een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd
                                        dan die waartoe de stemming is beperkt.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de
                                raad, op voorstel van de voorzitter.</al></li><li nr="8."><al>Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na
                                vaststelling van de uitslag vernietigd.</al></li></lijst><al>Artikel 31 Herstemming over personen</al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen
                                twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich
                                hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over
                                meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming
                                uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal
                                plaatshebben.</al></li><li nr="3."><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                staken, beslist terstond het lot.</al></li></lijst><al>Artikel 32 Beslissing door het lot</al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie
                                de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></li><li nr="2."><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                gedeponeerd en omgeschud.</al></li><li nr="3."><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                gekozen.</al><al/></li></lijst><al>HOOFDSTUK 5 RECHTEN VAN LEDEN </al><al>Artikel 33 Amendementen</al><al>1.Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                        amendementen indienen.</al><al>Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één
                        of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal
                        plaatsvinden.</al><al>Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door
                        leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de
                        vergadering aanwezig zijn.</al><lijst><li nr="2."><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                stellen (subamendement).</al></li><li nr="3."><al>Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen
                                te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend,
                                tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van
                                het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan
                                worden volstaan.</al></li><li nr="4."><al>Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is
                                mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                plaatsgevonden.</al></li></lijst><al>Artikel 34 Moties</al><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen.</al></li><li nr="2."><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                schriftelijk en ondertekend bij de voorzitter worden ingediend.</al></li><li nr="3."><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of
                                voorstel plaats.</al></li><li nr="4."><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                                onderwerpen zijn behandeld.</al></li><li nr="5."><al>Intrekking van de motie door de indiener(s) ervan is mogelijk totdat
                                de besluitvorming over de betreffende motie heeft
                                plaatsgevonden.</al></li></lijst><al>Artikel 35 Voorstellen van orde</al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering
                                mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                toegelicht.</al></li><li nr="2."><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen.</al></li><li nr="3."><al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al></li></lijst><al>Artikel 36 Initiatiefvoorstel</al><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van de raad kan de raad een initiatiefvoorstel
                                voorleggen.</al></li><li nr="2."><al>Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                                worden schriftelijk c.q. digitaal bij de voorzitter worden
                                ingediend.</al></li><li nr="3."><al>Een initiatiefvoorstel wordt behandeld volgens de in hoofdstuk 3
                                omschreven algemene werkwijze van de raad tenzij de raad anders
                                beslist.</al></li><li nr="4."><al>Het presidium plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende
                                raadsvergadering, tenzij de oproep hiervoor reeds verzonden is. In
                                dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de
                                daaropvolgende vergadering geplaatst. Bij vaststelling van de agenda
                                wordt bepaald of het initiatiefvoorstel behandeld wordt en daarmee
                                onderdeel van de beraadslagingen.</al></li><li nr="5."><al>Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van
                                een wethouder of een ander onderwerp dat geen uitstel duldt, zijn de
                                bepalingen in dit artikel niet van toepassing. Een dergelijk
                                voorstel kan na instemming van de raad terstond aan de agenda
                                toegevoegd worden.</al></li></lijst><al>Artikel 37 Collegevoorstel</al><lijst><li nr="1."><al>Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de
                                agenda van de raadsvergadering, kan door het college worden
                                ingetrokken mits daarvan voorafgaand aan de vergadering onder opgaaf
                                van redenen mededeling wordt gedaan aan de raad.</al></li><li nr="2."><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                                eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden,
                                bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt.</al></li></lijst><al>Artikel 38 Interpellatie</al><lijst><li nr="1."><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                                naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste
                                48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de
                                voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving
                                van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de
                                te stellen vragen.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de
                                vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na
                                indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De
                                raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de
                                interpellatie zal worden gehouden.</al></li><li nr="3."><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                                leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan
                                eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.</al></li></lijst><al>Artikel 39 Schriftelijke vragen</al><lijst><li nr="1."><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen
                                wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt
                                verlangd. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden
                                per omgaande aan de indiener teruggestuurd.</al></li><li nr="2."><al>De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor
                                dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden
                                van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht.</al></li><li nr="3."><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen.
                                Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
                                raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen
                                kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of
                                de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis,
                                waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal
                                plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.</al></li><li nr="4."><al>De antwoorden van het college of de burgemeester worden door
                                tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad
                                toegezonden.</al></li></lijst><al>Artikel 40 Vragenhalfuur</al><lijst><li nr="1."><al>Aan het begin van elke reguliere raadsvergadering is er een
                                vragenhalfuur. In bijzondere gevallen kan de voorzitter in overleg
                                met het presidium bepalen dat het vragenhalfuur op een ander
                                tijdstip wordt gehouden.</al></li><li nr="2."><al>Het lid dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen, meldt dit,
                                zo mogelijk per e-mail onder aanduiding van het onderwerp, uiterlijk
                                om 12.00 uur ’s middags voorafgaand aan het begin van de vergadering
                                bij de griffier. Per lid mogen maximaal 4 vragen ingediend
                                worden.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur
                                aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende
                                nauwkeurig acht aangegeven, indien het onderwerp in de
                                raadsvergadering van die dag aan de orde komt of het onderwerp niet
                                actueel of urgent is.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                                tijdens het vragenhalf- uur aan de orde worden gesteld.</al></li><li nr="5."><al>De voorzitter kan binnen de beschikbare tijd, t.w. een halfuur, per
                                onderwerp de spreektijd bepalen.</al></li><li nr="6."><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één
                                of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een
                                toelichting daarop te geven.</al></li><li nr="7."><al>Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de
                                vragensteller desgewenst het woord om nog één aanvullende vraag te
                                stellen.</al></li><li nr="8."><al>Vervolgens kan de voorzitter aan de andere leden van de raad het
                                woord verlenen om nog één vraag te stellen over hetzelfde
                                onderwerp.</al></li><li nr="9."><al>Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en
                                worden geen interrupties toegestaan.</al></li><li nr="10."><al>De griffier stuurt voorafgaand aan de vergadering de leden van de
                                raad, het college en de burgemeester een overzicht van de ingediende
                                vragen toe.</al></li></lijst><al>Artikel 41 Inlichtingen</al><lijst><li nr="1."><al>Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als
                                bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de
                                Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe, door tussenkomst
                                van de griffier schriftelijk ingediend bij het college of de
                                burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De griffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de raad een
                                afschrift van dit verzoek krijgen.</al></li><li nr="3."><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al></li><li nr="4."><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></li></lijst><al>Hoofdstuk 6 INFORMERENDE, BEELDVORMENDE BIJEENKOMST</al><al>Artikel 42 Informerende bijeenkomst; beeldvormende bijeenkomst</al><lijst><li nr="1."><al>Het presidium kan besluiten een informerende of beeldvormende
                                bijeenkomst te organiseren met als doel raadsleden te informeren
                                over het onderwerp op de agenda.</al></li><li nr="2."><al>Op bijeenkomsten als bedoeld in dit artikel is het bepaalde in
                                artikel 82 van de Gemeentewet van toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Het presidium stelt de agenda voor een informerende of beeldvormende
                                bijeenkomst vast.</al></li><li nr="4."><al>Een informerende of beeldvormende bijeenkomst heeft zoveel mogelijk
                                een informeel karakter en vindt in regel op een woensdag plaats. Het
                                presidium kan een afwijkende dag aanwijzen.</al></li><li nr="5."><al>Een informerende bijeenkomst is een bijeenkomst waarin het college
                                de gemeenteraad informeert over het geagendeerde onderwerp. Het
                                college kan zich daarbij laten bijstaan.</al></li><li nr="6."><al>Het college verstrekt de gemeenteraad zo spoedig mogelijk
                                schriftelijk de in de bijeenkomst verstrekte informatie. De griffier
                                draagt zorg voor een beknopt verslag van de bijeenkomst. Het verslag
                                wordt vastgesteld door de gemeenteraad.</al></li><li nr="7."><al>Een informerende bijeenkomst is in principe openbaar tenzij de
                                gemeenteraad anders bepaalt.</al></li><li nr="8."><al>Een beeldvormende bijeenkomst is een openbare bijeenkomst waarin er
                                gelegenheid bestaat voor burgers, maatschappelijke organisaties en
                                bedrijven om hun mening en ideeën te geven over het op de agenda
                                vermelde onderwerp.</al></li><li nr="9."><al>De griffie verstuurt de agenda voor een informerende of
                                beeldvormende bijeenkomst 10 dagen van te voren en zorgt voor
                                publicatie in een huis-aan-huisblad en door plaatsing op de
                                gemeentelijke website.</al></li></lijst><al>Artikel 43 Voorzitter informerende en beeldvormende bijeenkomst</al><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid kan, op voordracht van zijn fractie, voorzitter zijn
                                van een informerende of beeldvormende bijeenkomst.</al></li><li nr="2."><al>Raadsleden als bedoeld in lid 1 vormen een poule waaruit het
                                presidium per informerende of beeldvormende bijeenkomst een
                                voorzitter kiest.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter is belast met het leiden van de bijeenkomst waarbij de
                                regels van dit reglement zoveel mogelijk als leidraad worden
                                gehanteerd.</al></li></lijst><al>HOOFDSTUK 7 BEGROTING EN REKENING </al><al>Artikel 44 Procedure begroting</al><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het
                        onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een
                        procedure die de raad, op voorstel van het presidium, vaststelt.</al><al>Artikel 45 Procedure jaarrekening</al><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en
                        het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de
                        vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit
                        volgens een procedure die de raad, op voorstel van het presidium,
                        vaststelt.</al><al>HOOFDSTUK 8 LIDMAATSCHAP VAN ANDERE ORGANISATIES</al><al>Artikel 46 Verslag; verantwoording</al><lijst><li nr="1."><al>Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
                                secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het
                                algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
                                gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
                                Gemeenschappelijke Regelingen, heeft het recht in de
                                raadsvergadering bij het betreffende agendapunt verslag te doen over
                                zaken die in het algemeen- c.q dagelijks bestuur aan de orde
                                zijn.</al></li><li nr="2."><al>Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van
                                schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 39, zijn van
                                overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van
                                functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan.
                                De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel
                                41, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
                                of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft
                                benoemd.</al></li></lijst><al>HOOFDSTUK 9 BESLOTEN VERGADERING</al><al>Artikel 47 Algemeen; verslag</al><lijst><li nr="1."><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                                overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig
                                zijn met het besloten karakter van de vergadering.</al></li><li nr="2."><al>De griffier draagt in afwijking van artikel 26 zorg voor een
                                schriftelijk verslag en besluitenlijst van een besloten
                                vergadering.</al></li><li nr="3."><al>Het verslag van een besloten vergadering wordt niet rondgedeeld,
                                maar ligt uitsluitend voor de leden op de griffie ter inzage.</al></li><li nr="4."><al>Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                                ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad
                                een besluit over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. Het
                                vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier
                                ondertekend.</al></li></lijst><al>Artikel 48 Geheimhouding</al><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig
                        artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de
                        stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten
                        de geheimhouding op te heffen.</al><al>Artikel 49 Opheffing geheimhouding</al><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                        tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet
                        voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt
                        verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten
                        vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.</al><al>HOOFDSTUK 10 TOEHOORDERS EN PERS</al><al>Artikel 50 Toehoorders en pers</al><lijst><li nr="1."><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></li><li nr="2."><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het verstoren van de
                                orde is verboden.</al></li></lijst><al>Artikel 51 Geluid- en beeldregistraties</al><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare raadsvergadering geluid-
                        dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de
                        voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen
                        niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.</al><al>HOOFDSTUK 11 SLOTBEPALINGEN</al><al>Artikel 52 Uitleg reglement</al><lijst><li nr="1."><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel
                                omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel
                                van de voorzitter.</al></li><li nr="2."><al>Tijdens bijeenkomsten als bedoeld in artikel 42 beslist in afwijking
                                van het eerste lid de voorzitter van de bijeenkomst.</al></li></lijst><al>Artikel 53 In werking treden</al><lijst><li nr="1."><al>Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Op dat tijdstip vervalt het Reglement van orde voor de vergaderingen
                                en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Hof van Twente 2012,
                                alsmede de Verordening op de raadscommissies 2012, zoals vastgesteld
                                bij raadsbesluit van 12 juni 2012.</al></li></lijst><al/></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de
                        gemeente</ondertekening><ondertekening>Hof van Twente d.d. 16 december 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente Hof van Twente,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. A. Venema drs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>