<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR409721_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Individuele inkomenstoeslag 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-06-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hofweekblad d.d. 23 december 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Individuele inkomenstoeslag 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuw/vervanging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>527016</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Individuele inkomenstoeslag voor lage inkomens</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Individuele inkomenstoeslag 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hof van Twente;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; </al><al>gelet op artikel 8, en artikel 36a van de Participatiewet;</al><al>Overwegende dat het noodzakelijk is het verstrekken van een inkomenstoeslag
                        bij verordening te regelen;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de navolgende <vet>VERORDENING INDIVIDUELE INKOMENSTOESLAG
                            2015</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><vet>Verordening individuele inkomenstoeslag 2015</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: de Participatiewet;</al></li><li nr="b."><al>WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                        schoolkosten;</al></li><li nr="c."><al>WSF 2000: Wet Studiefinanciering 2000;</al></li><li nr="d."><al>bijstandsnorm: de normen als bedoeld in artikel 21 van de
                                        wet;</al></li><li nr="e."><al>referteperiode: een onafgebroken periode van 36 maanden
                                        voorafgaand aan de peildatum;</al></li><li nr="f."><al>peildatum: datum waarop een persoon individuele
                                        inkomenstoeslag aanvraagt door middel van een daarvoor
                                        bestemd aanvraagformulier;</al></li><li nr="g."><al>inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet,
                                        met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode
                                        waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden
                                        gelezen ‘de referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt,
                                        in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling
                                        van het recht op inkomenstoeslag als inkomen gezien.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 2 Rechthebbenden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor een inkomenstoeslag komt in aanmerking degene, die 21 jaar of
                                ouder maar jonger is dan de voor hem of haar geldende
                                pensioengerechtigde leeftijd en die gedurende de referteperiode
                                aangewezen is geweest op een inkomen per maand, dat niet hoger is
                                dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm en geen in
                                aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de
                                wet.</al></li><li nr="2."><al>Het recht op inkomenstoeslag komt gehuwden gezamenlijk toe. Zij
                                moeten allebei, zowel afzonderlijk als gezamenlijk aan de
                                voorwaarden voldoen. Als één van beide gehuwden niet voldoet aan de
                                voorwaarden, dan hebben beide echtgenoten geen recht op
                                inkomenstoeslag.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3 Hoogte van de toeslag</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De inkomenstoeslag bedraagt per jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>voor gehuwden € 529,00</al></li><li nr="b."><al>voor een alleenstaande ouder € 474,00 en</al></li><li nr="c."><al>voor een alleenstaande € 370,00.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het
                                recht op inkomenstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1
                                van de wet komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een
                                inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of
                                alleenstaande ouder zou gelden.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is de gezinssituatie
                                op de datum van aanvraag bepalend.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4 Hardheidsclausule</vet></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten gunste van de
                        rechthebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien
                        toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard
                        leidt.</al><al><vet>Artikel 5 Beleid</vet></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de uitvoering van deze
                        verordening nadere regels stellen.</al><al><vet>Artikel 6 Indexering</vet></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen jaarlijks de hoogte van de bijdrage
                        opnieuw vaststellen.</al><al><vet>Artikel 7 Onvoorziene gevallen</vet></al><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze
                        verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders.</al><al><vet>Artikel 8 Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening kan aangehaald worden als de Verordening individuele
                        inkomenstoeslag 2015.</al><al><vet>Artikel 9 Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015 onder gelijktijdige
                        intrekking van de Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand
                        2012. </al><al/></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hof
                        van Twente d.d. 16 december 2014.</ondertekening><ondertekening>De raad van de gemeente Hof van Twente,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. A. Venema drs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de verordening individuele inkomenstoeslag 2015</titel></kop><al/><al/><al>Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag in
                    beginsel toereikend is. Toch kan de financiële positie van mensen die langdurig
                    op een minimuminkomen zijn aangewezen onder druk komen te staan als er na
                    verloop van tijd geen enkel perspectief lijkt te zijn om door inkomen uit arbeid
                    het inkomen te verhogen. Om die reden is bij de invoering van de Wet werk en
                    bijstand (hierna: WWB) in 2004 de langdurigheidstoeslag in het leven geroepen.
                    Sinds 1 januari 2009 is de langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd. Ook is de
                    langdurigheidstoeslag sinds die datum een bijzondere vorm van (categoriale)
                    bijzondere bijstand. Per 1 januari 2015 bij de invoering van de Participatiewet
                    vervangt de individuele inkomenstoeslag de langdurigheidstoeslag. Sindsdien is
                    het verlenen van de toeslag geen gebonden bevoegdheid meer, maar een
                    discretionaire bevoegdheid. Dit betekent dat het college een individuele
                    inkomenstoeslag kan verlenen als een persoon voldoet aan de voorwaarden
                    daarvoor. </al><al><onderstreept>Vast te leggen regels in verordening</onderstreept></al><al>De individuele inkomenstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is
                    een inkomensondersteunende maatregel voor bepaalde personen die langdurig een
                    laag inkomen hebben en daarbij, gelet op de omstandigheden van die persoon, geen
                    uitzicht hebben op inkomensverbetering (artikel 36, eerste lid, van de
                    Participatiewet). </al><al>Bij verordening moeten regels vastgesteld worden over het verlenen van een
                    individuele inkomenstoeslag. Deze regels moeten in ieder geval betrekking hebben
                    op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen ‘langdurig’ en ‘laag
                    inkomen’. Op grond van deze verordening is geen sprake van een laag inkomen bij
                    een inkomen hoger dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. Daarnaast moet
                    bij verordening de hoogte van de individuele inkomenstoeslag bepaald worden. Bij
                    de beoordeling van het criterium 'geen uitzicht op inkomensverbetering' moet het
                    college rekening houden met de omstandigheden van de persoon. Er is in principe
                    geen zicht op inkomensverbetering als de aanvrager dat ook de afgelopen 3 jaar
                    (zie ook referteperiode) buiten zijn toedoen niet heeft kunnen realiseren.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begrippen</vet></al><al>Begrippen die in de Participatiewet voorkomen hebben in deze verordening
                    dezelfde betekenis als in de Participatiewet. Ten aanzien van een aantal
                    begrippen, die niet in de Participatiewet staan is een definitie gegeven in deze
                    verordening. </al><al/><al>Met de bijstandsnorm wordt altijd bedoeld de voor de aanvrager geldende norm.
                    Voor een alleenstaande en alleenstaande ouder is dat 70%, voor een kostendeler
                    het berekende percentage en een gezin 100% van het netto minimumloon. Er wordt
                    geen rekening gehouden met wel of geen woonkosten. </al><al>Voor de alleenstaande ouder met een ander inkomen dan bijstand wordt voorgesteld
                    uit te gaan van 90% van het WML. Dit, omdat de norm alleenstaande ouder als norm
                    uit de Participatiewet is verdwenen. Zodoende kunnen ook alleenstaande ouders,
                    die geen bijstand hebben, maar wel een laag inkomen, in aanmerking komen voor de
                    toeslag.</al><al/><al>Referteperiode: dit is een periode van drie jaar gedurende welke men aan de
                    voorwaarden voor het recht op een inkomenstoeslag moet hebben voldaan om
                    hiervoor in aanmerking te kunnen komen. Nadat iemand 3 jaar op een minimum
                    inkomen is aangewezen, is er over het algemeen niet veel reserveringsruimte meer
                    aanwezig. </al><al/><al>De minimumleeftijd voor het recht op een inkomenstoeslag is 21 jaar. Iemand is
                    immers vanaf een leeftijd van 18 jaar voor de bijstand een zelfstandig
                    rechtssubject.</al><al>Peildatum: de datum waarop men de inkomenstoeslag aanvraagt. </al><al/><al><vet>Artikel 2 Rechthebbenden</vet></al><al>Iemand heeft recht op een inkomenstoeslag als hij gedurende een periode van drie
                    jaar een inkomen heeft gehad, dat niet hoger is dan 120% van de voor hem
                    geldende bijstandsnorm. Dit inkomen hoeft niet te zijn een inkomen uit een
                    bijstandsuitkering. Ook mensen die een inkomen hebben uit of in verband met
                    arbeid dat gelijk is aan of lager is dan de bijstandsnorm, komen voor de toeslag
                    in aanmerking.</al><al>Het recht op inkomenstoeslag komt gehuwden gezamenlijk toe. Zij moeten allebei,
                    zowel afzonderlijk als gezamenlijk aan de voorwaarden voldoen. Als één van beide
                    gehuwden niet in aanmerking komt voor het recht op inkomenstoeslag wegens het
                    niet voldoen aan de voorwaarden als genoemd in artikel 36 Participatiewet of in
                    deze verordening, hebben beide echtgenoten geen recht op inkomenstoeslag.
                    Verdere toelichting op de uitzonderingen hierop staan bij de toelichting bij
                    artikel 3.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Hoogte van de toeslag</vet></al><al>De gezinssituatie op de peildatum is bepalend voor welke toeslag men
                    krijgt.</al><al>Als er sprake is van een niet-rechthebbende partner (artikel 11) of als een
                    partner uitgesloten is van het recht op bijstand (artikel 13, lid 1),
                    bijvoorbeeld vanwege detentie, dan kan de rechthebbende partner in aanmerking
                    komen voor een inkomenstoeslag. De hoogte van de toeslag is dan die voor een
                    alleenstaande of alleenstaande ouder. Als het vermogen van de rechthebbende op
                    de peildatum hoger is dan het vrij te laten vermogen als bedoeld in artikel 34
                    van de wet, bestaat er geen recht.</al><al>Omdat de inkomenstoeslag een vorm van bijzondere bijstand is, wordt in het derde
                    lid ook zo’n regeling gegeven voor het recht op inkomenstoeslag.</al><al>Dit is iets anders dan als een van de gehuwden geen recht heeft op de
                    inkomenstoeslag, omdat niet wordt voldaan aan de voorwaarden. Dan bestaat in het
                    geheel geen recht op een inkomenstoeslag.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Indexering</vet></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen jaarlijks de hoogte van de toeslag opnieuw
                    vaststellen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>