<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR409684_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van haven-, kade-en opslaggelden 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hofweekblad d.d. 17 december 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de heffing en invordering van haven-, kade- en opslaggelden 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikel 229</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe belastingjaar</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>521725</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Vaststelling verordening op de heffing en invordering van haven-, kade- en opslaggelden 2015</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invoerdering van haven-, kade- en opslaggelden
            2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hof van Twente;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; </al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de navolgende VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN
                        HAVEN-, KADE- EN OPSLAGGELDEN 2015.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al>HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE BEPALINGEN</al><al>Artikel 1 Aard</al><al>Krachtens deze verordening wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>havengeld;</al></li><li nr="b."><al>kade- en opslaggeld.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 2 Begripsomschrijvingen</al><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>“vaartuig”: vaartuig in de zin van de Havenverordening;</al></li><li nr="b."><al>“schipper” schipper in de zin van de Havenverordening;</al></li><li nr="c."><al>“havenmeester”: havenmeester in de zin van de Havenverordening;</al></li><li nr="d."><al>“gemeentelijk vaarwater”: gemeentelijk vaarwater in de zin van de
                                Havenverordening;</al></li><li nr="e."><al>Week: een tijdvak van zeven achtereenvolgende dagen;</al></li><li nr="f."><al>Reis: het binnenkomen en ligplaats kiezen van een vaartuig bestemd
                                of geschikt zijn voor het vervoer te water van zaken in, en het weer
                                verlaten van het gemeentelijk vaarwater;</al></li><li nr="g."><al>Vrachtschip: een vaartuig dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt
                                gebruikt voor het vervoer van zaken en als vrachtschip op de
                                meetbrief is aangemerkt;</al></li><li nr="h."><al>Waterverplaatsing: de in m3 uitgedrukte waterverplaatsing bij de
                                grootste toegelaten diepgang van het vaartuig op de Twentekanalen
                                met een maximum van 2.80 meter volgens een bij het vaartuig
                                behorende geldige meetbrief, waarbij 1.000 kg laadvermogen
                                gelijkgesteld wordt met 1 m3 waterverplaatsing;</al></li><li nr="i."><al>meetbrief: het document als bedoeld in de Meetbrievenwet 1981;</al></li><li nr="j."><al>sleepboot: een vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het
                                slepen of duwen van andere vaartuigen.</al><al/></li></lijst><al>HOOFDSTUK 2 VAN HET HAVENGELD</al><al>Artikel 3 Belastbaar feit</al><al>Onder de naam van ‘havengeld’ wordt een recht geheven ter zake: </al><lijst><li nr="a."><al>van het gebruik van het voor de openbare dienst bestemde
                                gemeentelijk vaarwater door vrachtschepen of</al></li><li nr="b."><al>van het gebruik van andere voor de openbare dienst bestemde werken
                                of inrichtingen door deze vrachtschepen en</al></li><li nr="c."><al>voor het genot van de diensten die in verband daarmee worden
                                verleend.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 4 Belastingplicht</al><al>Belastingplichtig is de schipper, de gezagvoerder, de reder of de eigenaar
                        van het vaartuig dat gebruik maakt van gemeentelijk vaarwater, dan wel
                        degene die het vaartuig heeft gecharterd of degene die als vertegenwoordiger
                        van één van dezen optreedt. </al><al/><al>Artikel 5 Vrijstellingen</al><al>Geen havengeld wordt geheven voor:</al><lijst><li nr="a."><al>vaartuigen met bijbehorende roeiboten, welke onmiddellijk of
                                middellijk in gebruik zijn bij het rijk voor de naleving of de
                                handhaving van de scheepvaartreglementen;</al></li><li nr="b."><al>vaartuigen met bijbehorende roeiboten, welke onmiddellijk of
                                middellijk in gebruik zijn voor het beheer en onderhoud van de haven
                                van de gemeente Hof van Twente;</al></li><li nr="c."><al>vaartuigen behorende aan de gemeente Hof van Twente;</al></li><li nr="d."><al>roeiboten, behorende bij vaartuigen, waarvoor havengeld verschuldigd
                                is;</al></li><li nr="e."><al>vrachtschepen, die uitsluitend aanleggen voor het innemen van
                                levensmiddelen voor eigen gebruik voor de opvarenden, waarbij de
                                duur van de aanleg vier uren niet mag overschrijden;</al></li><li nr="f."><al>vaartuigen die uitsluitend voor het uitvoeren van reparaties in
                                gemeentelijk vaarwater verblijven;</al></li><li nr="g."><al>lichters, die in geval van averij aan een vaartuig, de lading van
                                een dergelijk vaartuig lossen;</al></li><li nr="h."><al>sleepboten die niet langer dan vierentwintig uur in gemeentelijk
                                vaarwater ver¬blijven;</al></li><li nr="i."><al>hospitaalschepen, uitsluitend als zodanig in gebruik;</al></li><li nr="j."><al>vaartuigen, waarmede uitsluitend gebruik wordt gemaakt van het
                                gemeentelijk vaarwater voor doorvaart of om van vaarrichting te
                                veranderen;</al></li><li nr="k."><al>indien en voor zover het voortgezet verblijf uitsluitend een gevolg
                                is van de stremming van de scheepvaart door ijs of andere
                                meteorologische omstandigheden of door het onklaar worden van delen
                                van het Twentekanaal, als sluizen en dergelijke.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 6 Maatstaf van heffing en tarief</al><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in
                        hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, met
                        inachtneming van de in de verordening en tarieventabel gegeven aanwijzigen
                        en bijzondere bepalingen.</al><al/><al>Artikel 7 Tarieftoepassing</al><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van de tarieven wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij het aantal m3 waterverplaatsing uitgegaan van de
                                        meetbrief.</al></li><li nr="b."><al>bij het ontbreken van een meetbrief of enig ander daarmee
                                        vergelijkbaar document of bij weigering om één van deze te
                                        tonen, de waterverplaatsing door de ambtenaar - belast met
                                        de heffing van de gemeentelijke belastingen als bedoeld in
                                        artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet
                                        vastgesteld en wordt het havengeld naar de uitkomst daarvan
                                        geheven.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De heffing van havengeld voor een reis geeft recht op een
                                onafgebroken gebruik van het gemeentelijk vaarwater gedurende een
                                week, doch niet op een vaste ligplaats.</al></li><li nr="3."><al>Indien de in het tweede lid genoemde termijn van een week eindigt op
                                een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt deze termijn
                                verlengd met zoveel dagen als er zon- en feestdagen na het einde van
                                de voornoemde termijn, direct daarop aansluitend, volgen,
                                vermeerderd met één.</al></li><li nr="4."><al>Bij een voortgezet verblijf wordt voor vaartuigen waarvoor het
                                haven¬geld is geheven na afloop van het in het tweede lid van dit
                                artikel genoemde tijdvak en voorts telkens na verloop van een
                                tijdvak van een week het havengeld opnieuw geheven.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 8 Belastingtijdvak </al><lijst><li nr="1."><al>Met betrekking tot de rechten die worden geheven voor een
                                jaarabonnement als bedoeld in hoofdstuk 2, onder 2.2 van de
                                Tarieventabel, is het belastingjaar gelijk aan de aaneen-gesloten
                                periode van een jaar waarin het belastbare feit zich voordoet.</al></li><li nr="2."><al>In andere dan in het eerste lid bedoelde gevallen, is het
                                belastingtijdvak de aaneengesloten periode waarin het belastbare
                                feit zich voordoet of heeft voorgedaan.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld</al><lijst><li nr="1."><al>De belastingschuld ontstaat op de eerste dag waarop het gebruik
                                en/of genot als bedoeld in artikel 3 van deze verordening plaats
                                vindt.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid ontstaat de belastingschuld indien
                                een abonnement wordt genomen, op het tijdstip waarop het abonnement
                                wordt verleend.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 10 Overschrijving, verrekening, teruggaaf en ontheffing</al><lijst><li nr="1."><al>Indien het gebruik met een vaartuig van het in artikel 3 bedoelde
                                vaarwater in de loop van een abonnementsperiode eindigt kan het
                                abonnement met toestemming van het college van burgemeester en
                                wethouders worden overgeschreven op een vervangend vaartuig.</al></li><li nr="2."><al>Indien een vaartuig waarvoor het havengeld bij wijze van abonnement
                                is geheven, in de loop van de abonnementsduur wordt vervangen door
                                een vaartuig met een grotere waterverplaatsing, dan wordt over het
                                verschil alsnog havengeld geheven. Het nog te heffen havengeld
                                bedraagt dan het verschil tussen het havengeld berekend naar de
                                waterverplaatsing van het vervangende vaartuig en het oorspronkelijk
                                geheven havengeld, een en ander berekend over de periode dat er nog
                                volle maanden in het abonnement overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien een vaartuig, waarvoor het havengeld bij wijze van abonnement
                                is geheven, in de loop van de abonnementsduur wordt vervangen door
                                een vaartuig met een kleinere waterverplaatsing, dan vindt op
                                verzoek teruggaaf van havengeld plaats voor het verschil. Het terug
                                te geven havengeld bedraagt dan het verschil tussen het
                                oorspronkelijk geheven havengeld en het havengeld berekend naar de
                                waterverplaatsing van het vervangende vaartuig, een en ander
                                berekend over de periode dat er nog volle maanden in het abonnement
                                overblijven.</al></li><li nr="4."><al>Indien de belasting bij wijze van abonnement is geheven, wordt voor
                                een vaartuig dat in de loop van de abonnementsperiode het
                                gemeentelijke vaarwater heeft verlaten en daarin door overmacht niet
                                heeft kunnen terugkeren, op aanvraag ontheffing van belasting
                                verleend over het aantal volle maanden dat de overmachtsituatie
                                heeft bestaan. Het bestaan van overmachtsituatie en de duur daarvan
                                moeten schriftelijk worden aangetoond.</al><al/></li></lijst><al>HOOFDSTUK 3 VAN HET KADE- EN OPSLAGGELD</al><al/><al>Artikel 11 Belastbaar feit</al><al>Onder de naam ‘kade- en opslaggeld’ wordt een recht geheven voor: </al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik van voor de openbare dienst bestemde werken en
                                inrichtingen door de gemeente ten behoeve van de scheepvaart
                                gemaakt, die in beheer of onderhoud zijn bij de gemeente en/of</al></li><li nr="b."><al>het genot van de diensten die in verband daarmee worden
                                verleend.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 12 Belastingplicht</al><al>Belastingplichtig is degene, die gebruik maakt van de in artikel 11 genoemde
                        voor de open-bare dienst bestemde werken en inrichtingen, dan wel het genot
                        daarvan heeft. </al><al/><al>Artikel 13 Vrijstelling</al><al>Geen opslaggeld wordt geheven voor het opslaan van aan het Rijk of aan de
                        gemeente Hof van Twente toebehorende zaken.</al><al/><al>Artikel 14 Maatstaf van heffing en belastingtarief</al><lijst><li nr="1."><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen
                                in hoofdstuk 3 van de bij de verordening behorende tarieventabel,
                                met inachtneming van de daarin gegeven aanwijzingen en bijzondere
                                bepalingen.</al></li><li nr="2."><al>Het recht als bedoeld in hoofdstuk 3, lid 1 van de tarieventabel,
                                wordt berekend naar de oppervlakte van de grond, welke door de zaken
                                aan het gebruik of verkeer wordt onttrokken.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 15 Belastingtijdvak</al><lijst><li nr="1."><al>Met betrekking tot de rechten als bedoeld in hoofdstuk 3, onder 3.2
                                van de Tarieventabel, die per jaar worden geheven, is het
                                belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></li><li nr="2."><al>In andere dan in het eerste lid bedoelde gevallen, is het
                                belastingtijdvak de aaneengesloten periode gedurende welke het
                                belastbare feit zich voordoet of heeft voorgedaan.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 16 Ontstaan van de belastingschuld</al><al>De belastingschuld ontstaat bij aanvang van het gebruik van de gemeentelijke
                        kade en/of het opslagterrein, dan wel bij aanvraag van het genot van de
                        dienst.</al><al/><al>Artikel 17 Teruggaaf</al><lijst><li nr="1."><al>Indien voor het verstrijken van de termijn het gebruik, waarvoor het
                                onder Hoofdstuk 3, onder 3.1.1 van de bij de verordening behorende
                                tarieventabel genoemde opslaggeld is betaald, niet meer plaatsvindt,
                                wordt teruggaaf verleend van het gedeelte van het kade- en
                                opslaggeld dat overblijft na aftrek van de kade- en opslaggelden,
                                welke voor het plaatsgevonden gebruik of genot worden geheven.</al></li><li nr="2."><al>Teruggaaf van het kade- en opslaggeld vindt op aanvraag plaats voor
                                zover als gevolg van overmacht geen afvoer per schip van de ter
                                verzending geplaatste zaken kan plaatsvinden. Het bestaan van
                                overmachtsituatie en de duur daarvan moeten schriftelijk worden
                                aangetoond.</al><al/></li></lijst><al>HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGEN </al><al/><al>Artikel 18` Wijze van heffing </al><lijst><li nr="1."><al>De rechten op grond van hoofdstuk 2, juncto hoofdstuk 2 van de
                                tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag.</al></li><li nr="2."><al>De rechten op grond van hoofdstuk 3, juncto hoofdstuk 3 van de
                                tarieventabel, worden geheven bij wege van een gedagtekende
                                schriftelijke kennisgeving, waaronder wordt begrepen een nota of
                                andere schriftuur.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 19 Termijn van betaling</al><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moet het recht worden betaald ingeval:</al><lijst><li nr="a."><al>Bij wege van aanslag wordt geheven, binnen een maand na
                                        dagtekening van de aanslag;</al></li><li nr="b."><al>Bij wege van schriftelijke kennisgeving wordt geheven als
                                        bedoeld in artikel 18, lid 2, op het moment van uitreiken
                                        van de kennisgeving.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het
                                voorgaande lid gestelde termijnen.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 20 Kwijtschelding</al><al>Bij de invordering van het haven-, opslag-, en kadegeld wordt geen
                        kwijtschelding verleend. </al><al/><al>Artikel 21 Nadere regels door het college van burgemeester en
                        wethouders</al><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de geheven rechten.</al><al/><al>Artikel 22 Overgangsrecht</al><lijst><li nr="1."><al>De ‘’Verordening Scheepvaartrechten 2013’’ vastgesteld op 18
                                december 2012, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 23,
                                tweede lid genoemde datum van ingang van heffing met dien verstande
                                dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die
                                datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de
                                in artikel 23, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing,
                                blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in
                                de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor
                                zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode
                                plaatsvindt.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 23 Inwerkingtreding</al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2015.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 24 Citeertitel</al><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening haven-, kade-, en
                        opslaggelden 2015”.</al><al/></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hof
                        van Twente d.d. 28 oktober 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente Hof van Twente,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. A. Venema drs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>TARIEVENTABEL BEHORENDE BIJ DE ‘VERORDENING HAVEN-, KADE-, EN OPSLAGGELD
                    2015’</al><al/><al>Hoofdstuk 1 Algemeen </al><lijst><li nr="1."><al>1 Alle in deze verordening opgenomen tarieven zijn exclusief
                            verschuldigde omzetbelasting.</al></li><li nr="1."><al>2 Een gedeelte van een eenheid wordt voor een volle eenheid
                            aangemerkt</al><al/></li></lijst><al>Hoofdstuk 2. Havengelden </al><lijst><li nr="2."><al>1 Het havengeld bedraagt per reis voor vaartuigen:</al><al> per kubieke meter waterverplaatsing € 0,12 </al><al> met een minimum van € 15,00 </al><al> per vaartuig, tenzij een deel van de lading wordt gelost of een deel
                            van het schip wordt beladen en het vaartuig in een andere gemeentelijke
                            haven aan het Twentekanaal verder wordt geladen en/of gelost, in welk
                            geval het havengeld wordt berekend naar de helft van het laadvermogen,
                            met een minimum van € 7,50 </al></li><li nr="2."><al>2 Het havengeld kan ook per jaar bij abonnement worden voldaan, in welk
                            geval per kubieke meter waterverplaatsing het recht bedraagt:</al><al> voor onbeperkt gebruik per jaar € 3,12 </al><al> met een minimum van € 390,00 </al><al/></li></lijst><al>Hoofdstuk 3 Kade-en opslaggelden </al><al>3.1 Het opslaggeld bedraagt:</al><al>3.1.1 voor het gebruik van kaden of loswallen voor de plaatsing van zaken per
                    etmaal en per m2 door de zaken aan het gebruik of verkeer wordt onttrokken €
                    0,11 </al><al>3.1.1 voor de overige aan of bij het gemeentelijke vaarwater gelegen terreinen,
                    dienstig voor de opslag van zaken, </al><al>3.1.1.1 voor zover de terreinen van verharding zijn voorzien: </al><al> per m2 per week € 0,60 </al><al> per m2 per maand € 1,60 </al><al> per m² per jaar € 13,60 </al><al>3.1.1.2 voor zover de terreinen niet van verharding zijn voorzien: </al><al> per m2 per week € 0,20 </al><al> per m2 per maand € 0,40 </al><al> per m2 per jaar € 3,90 </al><al>3.2 Het recht bedraagt per jaar voor:</al><al>3.2.1 het gebruik maken van een weegbrug € 145,00 </al><al>3.2.2 het gebruik maken van een laad- of loskraan € 350,00 </al><al/><al>Behoort bij besluit van de raad van 28 oktober 2014 </al><al>de raadsgriffier van Hof van Twente, </al><al/><al/><al>Toelichting op model Havengeld Twentekanalen</al><al/><al>Artikel 1</al><al>Voor de begripsomschrijvingen is zoveel als mogelijk aangesloten bij de
                    vastgestelde beheersverordening. Om misverstanden te vermijden, wordt voor een
                    aantal begrippen in de havengeldverordening daarom verwezen naar de
                    beheersverordening.</al><al/><al>Artikel 3 Belastbaar feit</al><al>Havengelden worden geheven voor het gebruik dat schepen maken van water, havens,
                    kaden, sluizen, bruggen, kranen, dokken enz. die in beheer en onderhoud zijn van
                    de gemeente of het genot van door de gemeente verleende (haven)diensten. </al><al>De havengelden vinden hun wettelijke basis in artikel 229, aanhef en onderdeel a
                    en b, Gemeentewet. Havengelden kunnen zowel gebruiksrechten als genotsrechten
                    omvatten.</al><al/><al>Bij gebruiksrechten gaat het om rechten geheven voor het gebruik overeenkomstig
                    de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen of voor
                    de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer
                    en onderhoud zijn (artikel 229, eerste lid, onderdeel a, Gemeentewet).
                    Dergelijke gemeentebezittingen zijn bijvoorbeeld de gemeentelijke havens en het
                    gemeentelijke water. Bij werken en inrichtingen kan worden gedacht aan kaden,
                    sluizen, bruggen, kranen, dokken enz. </al><al/><al>De heffing van gebruiksrechten is derhalve verbonden aan de voorwaarden: </al><al>1.dat er sprake is van gebruik:</al><al>onder het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen
                    wordt verstaan het feitelijk gebruik. Indien dit ontbreekt, is de heffing van
                    gebruiksrechten uitgesloten;</al><al>2.dat dit gebruik betrekking heeft op gemeentebezittingen, -werken of
                    –inrichtingen:</al><al>het woord 'gemeentebezittingen' bedoelt geenszins uit te drukken dat het gaat om
                    bezitsrecht van een zaak, laat staan om de gemeentelijke eigendom daarvan. </al><al>Van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen enz. is sprake indien
                    het betreft bezittingen, werken en inrichtingen welke strekken tot algemeen nut
                    en waarbij een ieder in beginsel belang kan hebben, zoals straten, wegen,
                    sluizen, bruggen, havens, markten e.d. Het vorenstaande houdt niet in dat ook
                    een ieder van die bezittingen gebruikmaakt of moet maken. De gemeentebezittingen
                    enz. zullen doorgaans onroerende zaken zijn. Dit behoeft evenwel niet het geval
                    te zijn;</al><al>3.dat dit gebruik geschiedt overeenkomstig de bestemming van die
                    bezittingen:</al><al>Vereist is dat het een gebruik is overeenkomstig de bestemming van voor de
                    openbare dienst bestemde gemeentebezittingen enz. Dit houdt in, dat indien een
                    schipper een ophaalbrug doet ophalen daar hij anders niet met zijn schip verder
                    kan varen, hij een gebruikmaakt dat in overeenstemming is met de bestemming van
                    de ophaalbrug. Kan het schip onder de brug doorvaren dan is geen bruggeld
                    verschuldigd. Het is duidelijk dat bij het ligplaats kiezen van schepen in een
                    haven, het doorvaren van een sluis of het doen openen van een brug, een gebruik
                    plaatsvindt dat in overeenstemming is met de bestemming van de haven, de sluis
                    en de brug;</al><lijst><li nr="4."><al>dat de bedoelde bezittingen bestemd zijn voor de openbare dienst;
                            en</al></li><li nr="5."><al>dat zij bij de heffende gemeente in beheer of onderhoud zijn.</al><al/></li></lijst><al>Bij genotsrechten gaat het om rechten voor het genot van door of vanwege het
                    gemeentebestuur verstrekte diensten (art. 229, eerste lid, onderdeel b,
                    Gemeentewet). Dergelijke diensten kunnen bijvoorbeeld zijn het loodsen of slepen
                    van schepen in de haven. </al><al/><al>Artikel 4 Belastingplicht</al><al>Belastingplichtige is degene ten aanzien van wie zich het belastbaar feit
                    voordoet. Soms is het nodig een ruime formulering te kiezen. Dit doet zich ook
                    voor bij de havengeldrechten. Het komt dat meer dan één persoon als
                    belastingplichtige kan worden aangewezen. Havengeld is een heffing op grond van
                    artikel 229 Gemeentewet, wat betekent dat er een dienst (in ruimste zin) wordt
                    verleend, waarvan de kosten mogen worden verhaald op diegene met het meeste
                    belang bij de dienst. Bij een havendienst is dat niet anders, want ook die wordt
                    ten behoeve van een (rechts)persoon verleend, waarbij de behoefte en het belang
                    van die (rechts)persoon bestaat uit het aandoen van een haven ter lading/lossing
                    van goederen ter uitvoering van een haling/levering voor eigen rekening
                    (bijvoorbeeld visser die zijn gevangen vis levert) dan wel ter uitvoering van
                    een overeenkomst met een ander tot haling/levering (vervoersovereen-komst).</al><al/><al>Diegene die in het kader van die uitvoering het meeste belang bij de havendienst
                    heeft, moet dan ook worden aangewezen als belastingplichtige. Net als bij de
                    leges: degene ten behoeve van wie die dienstaanvraag is ingediend, niet
                    noodzakelijkerwijs de feitelijke aanvrager, reden waarom (ook) de leges niet
                    zijn opgenomen in de beleidsregels. In beginsel is dat de feitelijke gebruiker
                    van de haven, maar het kan ook zijn dat deze ‘slechts’ werknemer is van de
                    uitvoer-der, in welk geval deze moet worden aangewezen. In die zin is de
                    volgorde in de Verordening zelf reeds bepalend. </al><al/><al>Artikel 6 en hoofdstuk 2 van de tarieventabel</al><al>Afgezien van de beperkingen opgenomen in artikel 219, lid 2, van de Gemeentewet
                    zijn gemeenten vrij in het opnemen van heffingsmaatstaven in hun verordening. In
                    de memorie van toelichting bij de wijziging van de gemeentewet met betrekking
                    tot de materiële belasting-bepalingen (Kamerstukken II 1989/90, 21591, nr. 3,
                    pag. 77/78; heeft geleid tot de Wet van 27 april 1994, Stb. 419) wordt hierover
                    het volgende opgemerkt:</al><al>‘Wij wijzen er op dat dit niet inhoudt dat er geen wijziging optreedt voor deze
                    rechten. In een aantal arresten heeft de Hoge Raad uitgesproken dat de tarieven
                    zich moeten richten naar het gebruik dat wordt gemaakt van de
                    gemeentebezittingen (HR 9 mei 1984, Belastingblad 1984, blz. 311) en dat het
                    karakter van de retributie uitsluitend een differentiatie in het tarief toelaat
                    naar de grootte van het voordeel, gelegen in de vergroting van de
                    gebruiksmogelijkheden (HR 1 februari 1984, Belastingblad 1984, blz. 176). Deze
                    jurisprudentie verliest zijn geldigheid onder de nieuwe regeling. Uit artikel
                    219, tweede lid, vloeit immers voort dat de rechten kunnen worden geheven naar
                    in de verordening op te nemen maatstaven, welke zich slechts niet mogen richten
                    naar het inkomen, de winst en het vermogen.</al><al>In concreto betekent dit dat tariefdifferentiaties op andere gronden dan
                    verschillend gebruik van gemeentebezittingen geoorloofd zijn indien deze zich
                    naar het oordeel van de gemeente-raad beter verstaan met het gemeentelijk beleid
                    ter zake.’ Tarieven kunnen worden gedifferen-tieerd, bijvoorbeeld naar gebruik,
                    voordeel of kostentoedeling; zelfs milieuaspecten kunnen bij de tariefbepaling
                    een rol spelen en dus ook bevordering Twentse economie. Om die reden is een
                    tariefsbepaling opgenomen voor een jaarabonnement en worden deelladingen met een
                    lager tarief belast. </al><al/><al>Overigens dienen gemeenten bij het vaststellen van de tarieven wel het
                    evenredigheids-beginsel en gelijkheidsbeginsel in acht te nemen. Het
                    evenredigheidsbeginsel houdt volgens de memorie van antwoord in dat een ieder
                    bijdraagt in de kosten van de gemeentelijke dienst-verlening naar de mate van
                    profijt van die dienstverlening. Het gelijkheidsbeginsel houdt in dat gelijke
                    gevallen gelijk behandeld moeten worden (Kamerstukken II 1990/91, 21591, nr. 7,
                    pag. 19). Uit het voorgaande valt af te leiden dat de beleidsvrijheid van
                    gemeenten bij de keuze van heffingsmaatstaven (voor de rechten) is
                    vergroot.</al><al/><al>De tarieven in de verordening Havengeld mogen op grond van artikel 229b van de
                    Gemeente-wet niet zodanig worden vastgesteld dat de geraamde baten van die
                    rechten uitgaan boven de geraamde gemeentelijke lasten ter zake. Het havengeld
                    bedraagt volgens afspraak voor vaar-tuigen per kubieke meter waterverplaatsing
                    (of gedeelte van een kubieke meter) € 0,12 met een minimum van € 15,00 per reis.
                    Dit laatste komt overeen met 125 m3 waterverplaatsing. </al><al>Onder waterverplaatsing wordt volgens de begripsomschrijving in artikel 2, sub
                    i, verstaan de in m3 uitgedrukte waterverplaatsing bij de grootste toegelaten
                    diepgang van het vaartuig op de Twentekanalen met een maximum van 2.80 meter
                    (Lochem 3.5 meter), volgens een bij het vaartuig behorende geldige meetbrief,
                    waarbij 1.000 kg laadvermogen gelijkgesteld wordt met 1 m3. Vanaf Eefde tot aan
                    sluis van Delden is deze diepgang er al, de rest volgt over een paar jaar. Het
                    hanteren van deze methodiek heeft het positieve effect voor de grotere schepen
                    klasse IV en V dat zij niet meer hoeven te betalen voor wat zij niet mee
                        <onderstreept>kunnen</onderstreept> nemen en maakt voor hen de bestemming
                    Twentekanalen aantrekkelijker. Dit is afgestemd met een afgevaardigde van
                    Schuttevaer en voldoet aan de volgende eisen:</al><lijst><li nr="-"><al>Eerlijke methode voor de schippers</al></li><li nr="-"><al>Eenvoudig en uniform voor alle havens</al></li><li nr="-"><al>Beperkte financiële gevolgen voor de gemeenten</al><al/></li></lijst><al>Omdat de havens gelegen aan het Twentekanaal hun eigen juridische entiteit
                    vooralsnog blijven houden, wordt bij een deellading door elke gemeente de helft
                    van het havengeld in rekening gebracht.</al><al/><al>Artikel 10</al><al>Dit artikel regelt de overschrijving en verrekening van abonnementsgelden. In
                    Lid 4 is geregeld dat recht op ontheffing bestaat als men door overmacht niet
                    langer gebruik kan maken van een gemeentelijke haven. Van overmacht is
                    bijvoorbeeld sprake als de schipper overlijdt of als het schip is gezonken.</al><al/><al>Artikel 11 </al><al>Hiermee wordt een recht geheven voor het opslaan van zaken op of boven de
                    gemeentelijke kade, laad- en losplaatsen of het gemeentelijk opslagterrein en
                    het waar mogelijk gebruik maken van een hijskraan of weegbrug. De tarieven
                    hiervoor zijn opgenomen in hoofdstuk 3 van de tarieventabel.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>