<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR40960_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-09-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Apeldoorns Stadsblad, 2010-05-05</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet, art. 2a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-04-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-05-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>raadsvoorstel 59-2010</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Aanwijzingsbesluiten ex artt. 2 en 3 Parkeerverordening (parkeerreguleringsgebieden)</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>verordening vervangt de Parkeerverordening 2004, vastgesteld d.d. 2004-04-01</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Apeldoorn</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12
                        maart 2010;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de
                        Wegenverkeerswet 1994;</al><al>B E S L U I T:</al><al>vast te stellen de volgende <vet>Parkeerverordening 2010</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I.</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens1990;</al></li><li nr="b."><al>motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV
                                    1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1
                                    onder ia van het RVV 1990;</al></li><li nr="c."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die
                                    nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of
                                    uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen
                                    van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden;</al></li><li nr="d."><al>houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven
                                    kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het
                                    krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van
                                    opgegeven kentekens;</al></li><li nr="e."><al>hoofdgebruiker: degene die naar omstandigheden als
                                    hoofdgebruiker van het motorrijtuig moet worden beschouwd, maar
                                    niet de eigenaar is.</al></li><li nr="f"><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="g"><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor
                                    parkeerbelasting wordt geheven door middel van
                                    parkeerapparatuur;</al></li><li nr="h"><al>belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die</al><lijst><li nr="a."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990,
                                            of</al></li><li nr="b."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit
                                            bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor
                                            zover deze plaats niet is uitgezonderd;</al></li></lijst></li><li nr="i"><al>vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens
                                    welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe
                                    aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="j"><al>vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan
                                    wie een vergunning is verleend;</al></li><li nr="k"><al>autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van
                                    motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke
                                    personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit
                                    meer dan één huishouden;</al></li><li nr="l"><al>autodateplaats: een parkeerplaats aangewezen voor een
                                    motorvoertuig bestemd voor autodate;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II.</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten
                                aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders.
                                Het college kan hierbij onderscheid maken in de categorieën als
                                bedoeld in artikel 3, derde lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen
                                vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is
                                toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning
                                verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of
                                parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van
                                een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend aan:</al><lijst><li nr="a."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in
                                        een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door
                                        vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                        aanwezig zijn en die niet beschikt over parkeergelegenheid
                                        voor dit motorvoertuig (categorie I);</al></li><li nr="b."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep
                                        of bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die
                                        aantoont dat het in het belang van diens beroep- of
                                        bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een
                                        motorvoertuig te parkeren en die niet beschikt over
                                        parkeergelegenheid voor dit motorvoertuig (categorie
                                        II);</al></li><li nr="c."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor
                                        autodate, waarvan de autodateplaats is gelegen in een gebied
                                        waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders
                                        te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn
                                        (categorie III);</al></li><li nr="d."><al>de hoofdgebruiker van een motorvoertuig die woont in een
                                        gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door
                                        vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                        aanwezig zijn en die aantoont dat hij de hoofdgebruiker van
                                        het motorvoertuig is en niet beschikt over
                                        parkeergelegenheid voor dit motorvoertuig (categorie
                                        IV);</al></li><li nr="e."><al>een bewoner van het gebied waar belanghebbendenplaatsen of
                                        mede door vergunninghouders te gebruiken
                                        parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve van
                                        bezoekers (categorie V);</al></li><li nr="f."><al>aan een ieder die een voertuig wenst te parkeren op
                                        belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen, ten
                                        behoeve van een eigen en direct parkeerbelang van tijdelijke
                                        duur (categorie VI).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen
                                aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet
                                aan één van de in het derde lid genoemde vereisten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal
                                uit te geven vergunningen per aaneengesloten gebied en per categorie
                                vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen
                                verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede
                                verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een vergunning voor
                                categorie III kan het college voorschriften en beperkingen verbinden
                                die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of
                                beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of
                                schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet
                                milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van
                                selectief autogebruik.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Geen vergunning kan worden verleend voor kampeerwagens.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag
                                voor een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten
                                hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn
                                wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt – met uitzondering van de vergunningen zoals
                                bedoeld in artikel 3 lid 3 sub e en sub f - voor onbepaalde tijd
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning bevat – met uitzondering van de vergunning zoals
                                bedoeld in artikel 3 lid 3 sub e - in ieder geval de volgende
                                gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het
                                        motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen
                                    beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de
                                    vergunning is verleend;</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                                    komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn
                                    betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan;</al></li><li nr="f."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                    vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="g."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="h."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III.</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats of een autodateplaats slechts aan
                                vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren
                                of geparkeerd te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien
                                        van de voor dat motorvoertuig afgegeven vergunning;</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                        voorschriften.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op
                            de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te
                                plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V.</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de ambtenaren die krachtens het Wetboek
                                van strafvordering zijn belast met de opsporing van strafbare
                                feiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de door het college aangewezen
                                personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Parkeerverordening 2010.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 13 mei 2010 of een door het
                                college bij openbaar besluit bekend te maken datum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                                Parkeerverordening 2004.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vergunningen die zijn verleend krachtens de Parkeerverordening 2004
                                worden geacht te zijn verleend krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergunning op grond van de vervallen
                                Parkeerverordening 2004 is ingediend en vóór het tijdstip van
                                inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is
                                beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige
                                verordening toegepast.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering d.d. 22 april 2010</ondertekening><ondertekening>Gepubliceerd in Apeldoorns Stadsblad d.d. 5 mei 2010</ondertekening><ondertekening>Inwerking getreden d.d. 13 mei 2010</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij parkeerverordening 2010</titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>Sommige gebieden in Apeldoorn zijn gevoelig voor parkeeroverlast. De beschikbare
                    parkeerruimte op straat wordt deels ingenomen door auto’s die in principe niet
                    in het gebied thuishoren. Het gevolg is, dat er voor de auto’s van de bewoners
                    minder plek is.</al><al>Om de verdeling van de (schaarse) parkeerruimte te reguleren en overlast als
                    gevolg van op straat geparkeerde voertuigen zoveel mogelijk te voorkomen, zijn
                    er parkeervergunninggebieden ingesteld.</al><al>Het uitgangspunt is, dat bewoners voor hun auto bij voorkeur in het eigen gebied
                    een plek kunnen vinden. Dit betekent, dat er niet meer vergunningen verstrekt
                    worden dan noodzakelijk en mogelijk is, zodat er zoveel mogelijk ruimte op de
                    openbare weg voor bijvoorbeeld bezoekers van bewoners beschikbaar is.</al><al/><al>Bij de voorliggende parkeerverordening is zoveel mogelijk aangesloten bij de
                    modelverordening 2008 van de VNG. Op enkele plaatsen is daar bewust van
                    afgeweken. Deze worden per artikel toegelicht.</al><tussenkop>Artikel 1 lid e</tussenkop><al>Toegevoegd is de definitie van een hoofdgebruiker, dat is degene die naar
                    omstandigheden als hoofdgebruiker van het motorrijtuig moet worden beschouwd,
                    maar niet de eigenaar is.</al><al>Volgens de huidige parkeerverordening 2004 kan men alleen een parkeervergunning
                    aanvragen als de auto eigendom is van de aanvrager. Dit sluit niet meer goed aan
                    bij de huidige maatschappelijke ontwikkelingen, waarbij steeds meer mensen een
                    auto continu kunnen gebruiken, maar niet de eigenaar zijn. Hiervan is
                    bijvoorbeeld sprake bij lease-auto’s (met of zonder fiscale bijtelling), auto’s
                    die op naam van een ex-echtgenoot staan, auto’s die op naam van een
                    niet-huwelijkse of niet-geregistreerd partner staan, auto’s die op naam van één
                    van de ouders staan.</al><tussenkop>Artikel 3 lid 3 sub d</tussenkop><al>Overeenkomstig artikel 1 lid e is hier opgenomen, dat een vergunning kan worden
                    verleend aan de hoofdgebruiker van een voertuig, als deze aan de overige
                    voorwaarden voldoet.</al><tussenkop>Artikel 3 lid 3 sub e</tussenkop><al>Conform de aanbevelingen van de Onafhankelijke Bezwaren Commissie is de
                    voorwaarde voor het aanschaffen van zogenaamde bezoekersparkeerkaart nu in de
                    verordening opgenomen. Deze kan worden gezien als een vergunning, die aan
                    bewoners van een vergunninggebied kan worden verleend ten behoeve van hun
                    bezoekers.</al><tussenkop>Artikel 3 lid 3 sub f</tussenkop><al>Eveneens is de voorwaarde voor het aanschaffen van zogenaamde tijdelijke
                    parkeervergunningen nu in de verordening opgenomen. </al><tussenkop>Artikel 3 lid 7</tussenkop><al>Volgens de APV is het verboden een aanhangwagen, een caravan of een ander
                    voertuig ten dienste van de recreatie, langer dan 72 uur achtereen op een weg,
                    gelegen in de bebouwde kom, te parkeren.</al><al>Om die reden kan men geen parkeervergunning aanvragen voor een
                    kampeerwagen.</al><tussenkop>Artikel 5 lid 1</tussenkop><al>Parkeervergunningen worden voor onbepaalde tijd verstrekt. Voor vergunningen
                    voor bezoekers (bezoekersparkeerkaarten) en voor tijdelijke vergunningen is dit
                    natuurlijk niet het geval.</al><tussenkop>Artikel 5 lid 2</tussenkop><al>Vergunningen voor bezoekers staan niet op naam van de aanvrager. Binnen de
                    geldigheidsduur van de vergunning kan men zelf de geldigheidsdag activeren. Om
                    die redenen zijn deze vergunningen hier uitgesloten.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>