<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR409492_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening commissie bezwaarschriften 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-06-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hofweekblad d.d. 9 juli 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening commissie bezwaarschriften 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Awb Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-05-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-07-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-05-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe beleid</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>507771</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Commissie bezwaarschriften</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening commissie bezwaarschriften 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hof van Twente, het college van burgemeester en
                        wethouders en de burgemeester van de gemeente Hof van Twente;</al><al>ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; </al><al>gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb) en de
                        Gemeentewet </al><al><vet>besluit:</vet></al><al>vast te stellen de navolgende <vet>VERORDENING COMMISSE BEZWAARSCHRIFTEN
                            2014.</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft
                                genomen;</al></li><li nr="b."><al>commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften.</al></li><li nr="c."><al>college: College van Burgemeester en Wethouders</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inleidende bepaling commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie, genaamd commissie bezwaarschriften, ter
                            voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad,
                            het college en de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie fungeert als adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13
                            van de Awb. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn
                            ingediend tegen besluiten op grond van een wettelijk voorschrift inzake
                            belastingen of de Wet waardering onroerende zaken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling van de commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bestaat uit een kamer burgerzaken en een kamer ruimtelijke
                            zaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke kamer bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, herbenoemd,
                            geschorst en ontslagen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn
                            onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Hof
                            van Twente. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college benoemt zo nodig een aantal plaatsvervangende leden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De commissie regelt de vervanging van de voorzitter of lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De secretarissen van de commissie zijn door het college aangewezen
                            ambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan tevens een of meer plaatsvervangers van de secretaris
                            aanwijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Taakverdeling tussen de kamers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kamer burgerzaken is belast met de behandeling van en advisering over
                            bezwaarschriften en administratieve beroepen op het gebied van sociale
                            zaken, welzijn, onderwijs, bevolking, algemeen bestuurlijke zaken en
                            personeel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kamer ruimtelijke zaken is belast met de behandeling van en
                            advisering over bezwaarschriften en administratieve beroepen op het
                            gebied van bouwen, ruimtelijke ordening, milieu, economische zaken en
                            bomenbeleid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Samenstelling commissie bij bezwaren personeel </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In geval een bezwaarschrift is ingediend door een personeelslid van de
                            gemeente en betrekking heeft op diens rechtspositie, wordt aan de
                            commissie een lid toegevoegd van het Georganiseerd Overleg (GO).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd door het
                                college voor een periode van vier jaar en kunnen daarna worden
                                herbenoemd. </al></li><li nr="2."><al>De leden worden voor maximaal tweemaal een periode herbenoemd. De
                                eerste termijn vangt aan met ingang van de datum van het eerste
                                benoemingsbesluit.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment
                                ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijke mededeling aan het
                                college.</al></li><li nr="4."><al>De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie
                                blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is
                                voorzien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ingediend bezwaarschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                            aangetekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig
                            mogelijk in handen van de commissie gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Uitoefening bevoegdheden</titel></kop><al>De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden
                        voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van
                        de commissie:</al><lijst><li nr="a."><al>artikel 2:1, tweede lid;</al></li><li nr="b."><al>artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een
                                termijn;</al></li><li nr="c."><al>artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft
                                tijdens de behandeling door de commissie;</al></li><li nr="d."><al>artikel 7:4, tweede lid;</al></li><li nr="e."><al>artikel 7:6, vierde lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste
                            inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie
                            bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig
                            uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan
                            kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college
                            vereist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie onderzoekt of de zaak in de minne kan worden geschikt
                            alvorens deze zaak in behandeling wordt genomen. De secretaris verricht
                            daartoe de nodige handelingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting
                            waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid
                            worden gesteld zich door de commissie te laten horen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de
                            Awb.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van
                            het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het
                            verwerend orgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Uitnodiging zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten
                            minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het
                            verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het
                            tijdstip van de zitting te wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week
                            voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend
                            orgaan meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de beoordeling van een verzoek als bedoeld in het tweede lid betrekt
                            de voorzitter, naast de opgegeven redenen, ook de tijdigheid waarmee het
                            verzoek is ingediend en de urgentie van het betrokken
                            bezwaarschrift.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of
                            afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste
                            tot en met het derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Quorum</titel></kop><al>Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van het aantal
                        leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger,
                        aanwezig is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Niet-deelneming aan de behandeling</titel></kop><al>De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de
                        behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het
                        geding kan zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Openbaarheid zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zitting van de commissie is openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de commissie
                            of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een
                            belanghebbende daartoe een verzoek doet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig
                            zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de
                            zitting plaats met gesloten deuren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag van de hoorzitting als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb,
                            kan zowel schriftelijk als digitaal worden vastgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag van de hoorzitting als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb
                            bestaat in de regel uit een digitale geluidsopname, die op verzoek aan
                            de belanghebbende(n) ter beschikking kan worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris maakt op basis van de geluidsopname een schriftelijk
                            verslag van het besprokene wanneer het bestuursorgaan dat nodig acht
                            voor zijn besluitvorming of wanneer een belanghebbende daar om verzoekt
                            dan wel dat een gerechtelijke instantie daar om verzoekt in geval van
                            een (hoger) beroepsprocedure.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het schriftelijke verslag houdt een korte zakelijke vermelding in van
                            wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is
                            voorgevallen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het schriftelijke verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de
                            secretaris van de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld,
                            nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen
                            beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek
                            houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan
                            de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden
                            toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden
                            kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de
                            voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een
                            nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo'n verzoek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die
                            betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van
                            overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het
                            door haar uit te brengen advies.</al><lijst><li nr="a."><al>De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te
                                    brengen advies.</al></li><li nr="b."><al>Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van
                                    de voorzitter.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen
                            beslissing op het bezwaarschrift.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een hoorzitting heeft plaatsgevonden vermeldt het advies de namen
                            van de aanwezigen en de hoedanigheid waarin zij de hoorzitting hebben
                            bijgewoond.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien op grond van artikel 7:3 van de Awb is afgezien van het horen van
                            belanghebbende(n) wordt dat gemotiveerd vermeld in het advies van de
                            commissie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een hoorzitting achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden of
                            indien belanghebbende(n) niet in elkaars aanwezigheid zijn gehoord wordt
                            dit met opgave van redenen in het advies vermeld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien ter zitting nog nadere stukken zijn overgelegd wordt dit in het
                            advies vermeld; voor zover de voorzitter dat nodig oordeelt worden deze
                            stukken als bijlage bij het advies gevoegd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie
                            ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Uitbrengen advies en verdaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het advies wordt, onder eventuele medezending van het verslag als
                            bedoeld in artikel 16 en eventueel door de commissie ontvangen nadere
                            informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan
                            dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn
                            van 12 weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb,
                            ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en
                            het nemen van een beslissing, verzoekt hij het verwerend orgaan tijdig
                            de beslissing te verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de
                            belanghebbenden een afschrift.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening commissie bezwaarschriften, vastgesteld op 21 november 2012,
                        wordt op de in artikel 21 bepaalde datum ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking acht dagen na de dag van haar
                        bekendmaking. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie
                        bezwaarschriften 2014.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hof
                        van Twente d.d. 13 mei 2014. </ondertekening><ondertekening>De raad van de gemeente Hof van Twente,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de wnd. griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. A. Venema drs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Burgemeester en wethouders van Hof van Twente,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. G.S. Stam drs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Burgemeester van Hof van Twente,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>drs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de verordening Commissie bezwaarschriften</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>In deze verordening is bepaald dat de bestuursorganen van de gemeente, de raad,
                    het college en de burgemeester, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft,
                    besluiten de verordening vast te stellen. Duidelijk is dat de raad de
                    verordenende bevoegdheid heeft. Het college en de burgemeester hebben deze
                    bevoegdheid niet, maar nemen hiermee het besluit tot het instellen van de
                    commissie bezwaarschriften. Op deze manier is het mogelijk dat de
                    bestuursorganen samen een en dezelfde commissie instellen om te adviseren op
                    bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester. De
                    ondertekening gebeurt eveneens door de drie bestuursorganen. </al><al/><al>In het navolgende wordt een toelichting gegeven op de artikelen die de afgelopen
                    jaren zijn gewijzigd en of aangepast.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 - Samenstelling commissie bij bezwaren personeel</tussenkop><al>Dit artikel ziet op de toevoeging aan de commissie van een lid van het
                    Georganiseerd Overleg (GO) bij ingediende bezwaarschriften ten aanzien van
                    personele zaken. Hierbij dient te worden benadrukt dat dit artikel van
                    toepassing is op reguliere bezwaarschriften ten aanzien van personele zaken en
                    niet op bezwaarschriften in het kader van (grootscheepse) reorganisatie. </al><al/><tussenkop>Artikel 7 – Zittingsduur </tussenkop><tussenkop>Deze bepaling is met de inwerkingtreding van deze verordening gewijzigd.
                    In de voorgaande verordening was bepaald dat commissieleden onbeperkt herbenoemd
                    kunnen worden. Het tweede lid schrijft nu voor dat leden voor maximaal twee keer
                    opnieuw benoemd kunnen worden als lid van de commissie bezwaarschriften. Het
                    bepaalde in het tweede lid is opgenomen om zodoende de kwaliteit en
                    onafhankelijkheid van de leden te kunnen blijven waarborgen. </tussenkop><al/><tussenkop>In het derde lid van dit artikel is vastgesteld dat een lid bij zijn
                    ontslag zelf het tijdstip van zijn ontslag kan bepalen. Hij of zij kan ook een
                    later tijdstip kiezen om zodoende eventueel nog bij de afhandeling van lopende
                    zaken betrokken te kunnen zijn. De bepaling van het laatste lid is het
                    vastleggen van een formaliteit. Een ontslagnemend lid kan niet gedwongen worden
                    ook feitelijk de functie te blijven vervullen.</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 10 - Vooronderzoek</tussenkop><al>Met de toevoeging van het bepaalde in het derde lid van artikel 10 wordt de
                    zogenaamde Hoffelijke Aanpak gecodificeerd. Deze aanpak houdt in dat door de
                    betrokken ambtenaren in eerste aanleg contact wordt opgenomen met de
                    belanghebbenden waarbij wordt geïnventariseerd of men open staat voor een
                    alternatieve geschillenbeslechting, zoals mediation. De voornoemde
                    inventarisatie dient plaats te vinden voordat de formele behandeling van het
                    bezwaarschrift door de commissie bezwaarschriften van start gaat. </al><al>De secretaris fungeert als controlepost en heeft contacten met de vakafdelingen.
                    Hij of zij zal niet zelf de inventarisatiegesprekken voeren, tenzij daar
                    behoefte aan is en om gevraagd wordt. Indien blijkt dat voorafgaande de formele
                    behandeling door de bezwaarschriftencommissie geen inventarisatiegesprek heeft
                    plaatsgevonden met betrokken partijen, kan de secretaris de zaak terugleggen bij
                    de vakafdeling met het verzoek alsnog de betreffende inventarisatiegesprekken te
                    voeren. </al><al/><tussenkop>Artikel 12 - Verzoek om uitstel</tussenkop><al>Er is in artikel 12 een regeling opgenomen over het desgevraagd wijzigen van het
                    tijdstip van de zitting door zowel het verwerend orgaan als een belanghebbende.
                    Uitstel hoeft door de voorzitter overigens niet altijd te worden verleend.
                    Betrokkene dient wel tijdig, te weten één week voor de hoorzitting, uitsluitsel
                    over zijn verzoek om uitstel te krijgen. Een verzoek om uitstel moet door de
                    voorzitter niet automatisch gehonoreerd worden. Alleen een gemotiveerd verzoek
                    om uitstel wordt door de voorzitter beoordeeld, in samenspraak met het
                    secretariaat, en kan ingewilligd worden. Het inwilligen van een verzoek dient
                    dan wel te worden beperkt tot een eenmalig uitstel omdat anders de afwikkeling
                    van het bezwaarschrift een te grote vertraging kan ondervinden. Bij de
                    beoordeling van een verzoek om uitstel betrekt de voorzitter, naast de opgegeven
                    redenen, ook de tijdigheid waarmee het verzoek is ingediend en de urgentie van
                    het betrokken bezwaarschrift. De commissie bezwaarschriften heeft een vast
                    vergaderschema. De zitting zal door de voorzitter worden verschoven naar de
                    eerst volgende vergadering van de commissie. In geval van bijzondere
                    omstandigheden kan de voorzitter besluiten de zitting te verschuiven naar een
                    andere vergadering dan de volgende. </al><al/><tussenkop>Artikel 16 - Verslaglegging</tussenkop><al>Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) (art. 7:7 Awb) wordt van het
                    horen een verslag gemaakt. De wet schrijft niet voor in welke vorm het verslag
                    moet worden gegoten en hoe uitgebreid het dient te zijn. Er werd altijd van
                    uitgegaan dat het verslag op schrift gesteld moest worden. Achterliggende
                    gedachte hierbij is dat in geval van inschakeling van een bezwarencommissie
                    gewaarborgd is dat het bestuursorgaan kennis heeft van wat er op de hoorzitting
                    aan de orde is geweest en hiermee bij het nemen van een beslissing op het
                    bezwaarschrift rekening kan houden. Door de steeds verder voortschrijdende
                    digitalisering kan dit doel echter ook bereikt worden door de hoorzitting vast
                    te leggen op CD. Hierdoor kan veel tijd worden bespaard, wat weer een positieve
                    invloed heeft op de termijnen voor de behandeling van de bezwaarschriften. De
                    traditionele wijze van verslaglegging door middel van het maken van
                    aantekeningen door de secretaris van de commissie en het later uitwerken tot een
                    schriftelijk verslag op hoofdlijnen wordt door de wijziging van artikel 16
                    verlaten. Tijdens de hoorzitting zal opnameapparatuur meedraaien, waarmee het
                    openbare gedeelte van de hoorzitting –derhalve niet de voorbespreking en de
                    beraadslaging door de commissie- zal worden opgenomen.</al><al>Op verzoek van de belanghebbende(n) kan een audio CD met daarop de opname van de
                    hoorzitting worden toegezonden. Indien het bestuursorgaan het nodig acht voor de
                    besluitvorming of wanneer een belanghebbende daar om verzoekt dan wel dat een
                    gerechtelijke instantie daar om verzoekt in geval van een (hoger)
                    beroepsprocedure zal door het secretariaat op basis van de geluidsopname een
                    verslag worden opgesteld. Dit zal een zakelijk verslag op hoofdlijnen zijn.
                </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>