<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR409486_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels lijkbezorging van gemeentewege en het verhaal van daarop betrekking hebbende kosten 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hofweekblad d.d. 9 april 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels lijkbezorging van gemeentewege en het verhaal van daarop betrekking hebbende kosten 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de Lijkbezorging, BV</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-03-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-04-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe beleid</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>500381</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Lijkbezorging van de gemeentewege</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-52848</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-52849</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-52850</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels lijkbezorging van gemeentewege en het verhaal van daarop
                betrekking hebbende kosten 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><extref doc="/cvdr/images/Hof van Twente/i275281.pdf">Inhoud lijkbezorging</extref></al><al><vet>Inhoud</vet></al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Hof van Twente/i275282.pdf">Inhoud Lijkbezorging van gemeentewege</extref></al><al><vet>Samenvatting</vet></al><al>Op grond van de Wet op de lijkbezorging (Wlb) is, als niemand anders in de
                        lijkbezorging voorziet, de burgemeester verplicht in de lijkbezorging van
                        personen te voorzien. In deze notitie wordt vastgelegd op welke wijze door
                        de burgemeester van Hof van Twente in voorkomend geval uitvoering gegeven
                        zal worden aan deze taakstelling.</al><al/><al>Uitgangspunt is dat de lijkbezorging sober en tegen zo gering mogelijke
                        kosten plaatsvindt met inachtneming van de laatste wens van betrokkene. Voor
                        zover geen wens bekend is tot begraving, zal betrokkene worden gecremeerd.
                        Met het verlenen van opdracht tot lijkbezorging zal terughoudend worden
                        omgegaan. De kosten van de lijkbezorging zullen met inachtneming van de
                        wettelijke mogelijkheden en –beperkingen worden verhaald.</al><al/><al>Ten aanzien van lijkbezorging van gemeentewege gelden de volgende
                        beleidsregels (samengevat):</al><lijst><li nr="-"><al>De wettelijke termijn voor de lijkbezorging wordt, met inachtneming
                                van de Wlb, tot uiterlijk de 14e dag na overlijden verlengd.
                                Lijkbezorging moet derhalve uiterlijk op de 14e dag na
                                overlijden/lijkvinding plaatsvinden.</al></li><li nr="-"><al>De lijkbezorging vindt plaats in de vorm van een crematie tenzij de
                                overledene uitdrukkelijk en aantoonbaar heeft aangegeven dat de
                                voorkeur uitgaat naar begraven.</al></li><li nr="-"><al>De gemeente zal in eerste instantie de kosten van de lijkbezorging
                                verhalen op de nalatenschap.</al></li><li nr="-"><al>Om te voorkomen dat oneigenlijk c.q. te snel gebruik gemaakt wordt
                                van gemeentelijke gelden zal alleen in uitzonderlijke situaties
                                afgezien worden van het verhaalsrecht op nabestaanden.</al></li><li nr="-"><al>de lijkbezorging wordt verzorgd op basis van de minst kostbare-,
                                doch waardige wijze, ofwel een sobere lijkbezorging.</al></li><li nr="-"><al>Bij de uitvoering van de artikelen 20 tot en met 22 van de Wlb wordt
                                rekening gehouden met het in deze notitie opgenomen beleid.
                                Afwijking daarvan is slechts in uitzonderlijke gevallen
                                mogelijk.</al></li></lijst><al/><al><vet>Beleid lijkbezorging van gemeentewege</vet></al><al/><al><vet>1. Inleiding</vet></al><al>Ten aanzien van overledenen kunnen er zich drie situaties voordoen waarin de
                        gemeente betrokken wordt bij de lijkbezorging: </al><al>a) nabestaanden weigeren in de lijkbezorging te voorzien; </al><al>b) nabestaanden kunnen niet in de lijkbezorging voorzien; </al><al>c) er zijn (momenteel) geen nabestaanden te vinden.</al><al/><al>Uitgangspunt van de Wlb is dat de nabestaanden primair verantwoordelijk zijn
                        voor de uitvaart. Verder is het uitgangspunt van de wetgever dat de zorg
                        voor de lijkbezorging niet alleen afhankelijk is van familierechtelijke- en
                        erfrechtelijke betrekkingen, maar ook van de feitelijke betrekkingen.
                        Volgens de wetgever moet duidelijk zijn dat de lijkbezorging geen taak van
                        de overheid is, maar een zaak van zorg voor elkaar.</al><al/><al>Als werkelijk niemand in de lijkbezorging voorziet en daartoe dus geen enkel
                        initiatief ondernomen wordt, dan moet de burgemeester daarvoor zorgdragen.
                        Als het lijk zich in een woning bevindt dan kan de burgemeester of een
                        ambtenaar van politie de woning binnentreden. Zie het tweede lid van artikel
                        21 Wlb.</al><al/><al>De gemeente dient uiterst terughoudend te zijn in het regelen en verzorgen
                        van de uitvaart. De artikelen 21 en 22 van de Wlb zijn primair bedoeld om de
                        lijkbezorging te regelen van mensen zonder nabestaanden, waarbij niemand in
                        actie kan komen. De artikelen zijn niet bedoeld om financiële problemen van
                        nabestaanden op te lossen.</al><al/><al>Het is dus zaak om nabestaanden te manen tot het ondernemen van actie. Deze
                        kan bijvoorbeeld bestaan uit het sluiten van een lening, het houden van een
                        inzameling onder familie en vrienden of het aanvragen van bijzondere
                        bijstand. Veelal is het ook zo dat als er familie is, de gemeente een
                        verhaalsrecht heeft op de familie ((ex) echtgenoot, ouders, kinderen,
                        aangehuwde kinderen, schoonouders en stiefouders; artikel 1:392-396 BW) en
                        de familie toch moet betalen.</al><al/><al>Naast een financiële plicht rust er op bloed- en aanverwanten (zoals
                        hiervoor genoemd) ook een morele plicht om de uitvaart te verzorgen. Er is
                        echter voor nabestaanden geen juridische verplichting om een uitvaart te
                        verzorgen, echter wel (in sommige hiervoor genoemde gevallen) om de kosten
                        te betalen.</al><al/><al>Wel geeft de wetgever in artikel 22 Wlb de mogelijkheid om de kosten van een
                        uitvaart te verhalen op de bloed- en aanverwanten als niemand voor de
                        lijkbezorging zorgdraagt en de burgemeester dat moet doen.</al><al/><al>Wanneer de nabestaanden bewust geen actie ondernemen moet de gemeente
                        optreden. Omdat een uitvaart altijd (relatieve) haast heeft, is het in
                        sommige gevallen (wanneer het lijk in de openbare ruimte ligt of bij zomers
                        weer in een woning) denkbaar dat met een uitvaartverzorger de afspraak
                        gemaakt wordt dat in eerste instantie alleen de eerste verzorging (weghalen
                        overledene en bewaren in mortuarium) gebeurt en (nog) niet debeleid
                        lijkbezorging van gemeentewegegehele uitvaart. Er is dan tijd voor (het
                        zoeken van en) overleg met de nabestaanden. De kosten kunnen in het kader
                        van zaakwaarneming verhaald worden.</al><al/><al><vet>2. Opdracht verlenen? </vet></al><al>De gemeente (i.c. de burgemeester) is wettelijk verplicht om (artikel 21 en
                        22 Wlb) een uitvaart te verzorgen als niemand anders hier zorg voor draagt.
                        De gemeente betaalt dan ook de uitvaartondernemer die een en ander uitvoert
                        en heeft het wettelijk recht om de kosten te verhalen op de nalatenschap en
                        op de nabestaanden (o.a. echtgenoot, kinderen). </al><al/><al>Het principe van de Wlb is dat:</al><lijst><li nr="1."><al>de gemeente in het belang van de volksgezondheid en de openbare orde
                                zorgt dat de overledene “bezorgd” wordt;</al></li><li nr="2."><al>dat de kosten niet door de belastingbetaler worden gedragen.</al></li></lijst><al/><al>De gemeente hoeft dan ook niet onmiddellijk de bovenbedoelde verplichting
                        tot het (laten) verzorgen van een uitvaart op zich te nemen. Alleen als (na
                        het zoeken van nabestaanden en na enkele dagen (max. 5 werkdagen) duidelijk
                        is dat niemand anders iets doet, moet de gemeente invulling geven aan haar
                        wettelijke plicht.</al><al/><al>Genoemde periode van 5 dagen kan worden verlengd door de burgemeester (van
                        de gemeente waarin het lijk zich bevindt), nadat daarover een arts is
                        gehoord. Hierover wordt opgemerkt dat uitstel, zeker wanneer de zoektocht
                        naar nabestaanden nog niet afgerond is, dan wel dat nabestaanden (nog) niet
                        bereid zijn de lijkbezorging te regelen, voor de gemeente geen nadeel hoeft
                        te betekenen. Enig uitstel kan er namelijk toe leiden dat alsnog iemand
                        anders (wordt gevonden die) de verantwoordelijkheid op zich neemt (en dus
                        ook zorg draagt voor betaling).</al><al/><al><vet>2.1 Beleid gemeente Hof van Twente:</vet></al><al>Gelet op het vorenstaande wordt als regel gehanteerd dat de burgemeester,
                        gehoord een arts, uitstel verleent van de verplichting tot lijkbezorging op
                        uiterlijk de zesde werkdag na overlijden. Het uitstel wordt verleend voor de
                        duur van (maximaal) 5 werkdagen. De lijkbezorging vindt uiterlijk op de 14e
                        dag na overlijden plaats.</al><al/><al><vet>3. Cremeren of begraven? </vet></al><al>De burgemeester moet bij de keuze cremeren of begraven rekening houden met
                        een eerder uitgesproken wens van een overledene (art. 18 Wlb). Concreet
                        betekent dit, dat de burgemeester in principe voor crematie kiest, tenzij er
                        een codicil of testament is waarin de wens tot begraving of ontleding ten
                        behoeve van de wetenschap is opgenomen.</al><al/><al>Ook houdt de burgemeester rekening met eventuele niet uitgesproken wensen
                        tot de lijkbezorging. Bijvoorbeeld wanneer de overledene aanhanger is van
                        een religie die begraven voorstaat dan zal een begraving worden verzorgd. De
                        burgemeester zal zich in de keuze: begraven of cremeren, altijd laten leiden
                        door het uitgangspunt dat in alle gevallen gecremeerd wordt, tenzij door
                        schriftelijke stukken, de religie of een uitgesproken levenswijze van de
                        overledene duidelijk is dat zijn laatste wens anders is.</al><al>beleid lijkbezorging van gemeentewege</al><al/><al><vet>3.1 Beleid gemeente Hof van Twente</vet></al><al><vet>3.1.1 Crematie</vet></al><al>Omdat, ten opzichte van begraven, cremeren het goedkoopst is, wordt de
                        overledene gecremeerd.</al><al/><al>De overledene wordt in het crematorium te Usselo gecremeerd. De crematie
                        vindt plaats op werkdagen voor 10.00 uur zonder gebruik van faciliteiten en
                        zonder aanwezigheid van nabestaanden of andere begeleiding.</al><al/><al>Er wordt eenmalig de gelegenheid aan nabestaanden geboden om in het
                        uitvaartcentrum afscheid te nemen van de overledene.</al><al/><al>De as wordt na de wettelijke wachttijd van 1 maand vrijgegeven door het
                        crematorium en verstrooid op het terrein van het crematorium. Willen
                        nabestaanden een asbus, dan moeten zij binnen de hiervoor genoemde termijn
                        eerst de openstaande rekening van de uitvaart voldoen.</al><al/><al><vet>3.1.2 Begraven</vet></al><al>Als er, omdat dat de uitdrukkelijke wil van de overledene is, wordt
                        overgegaan tot begraving dan geldt ook hier dat de meest goedkope manier
                        wordt gehanteerd.</al><al/><al>De overledene wordt begraven in een graf dat voor 10 jaar wordt uitgegeven.
                        De gemeente blijft rechthebbende van het graf. Slechts de gemeente heeft
                        zeggenschap over het graf.</al><al/><al>De begraving vindt plaats zonder gebruik van faciliteiten en zonder
                        aanwezigheid van nabestaanden of andere begeleiding.</al><al/><al>Er wordt eenmalig de gelegenheid aan nabestaanden geboden om in het
                        uitvaartcentrum afscheid te nemen van de overledene.</al><al/><al>Er mag op het graf geen grafmonument geplaatst worden. Pas na betaling van
                        de kosten van het graf en de begraving door nabestaanden wordt dit
                        toegestaan. De nabestaanden worden dan immers rechthebbende op het
                        graf.</al><al/><al>De overledene wordt op de Algemene Begraafplaats in Goor begraven. Als de
                        overledene naar het oordeel van de burgemeester veel binding had met één van
                        de andere kernen binnen de gemeente Hof van Twente kan van de regel dat de
                        begrafenissen alleen op de Algemene Begraafplaats in Goor plaatsvinden
                        afgeweken worden. De opvattingen van nabestaanden zijn bij het oordeel of
                        iemand in Goor of op één van de andere begraafplaatsen binnen de gemeente
                        begraven moet worden niet doorslaggevend.</al><al>beleid lijkbezorging van gemeentewege</al><al/><al><vet>4. Kosten </vet></al><al><vet>4.1 Nalatenschap</vet></al><al>De gemeente moet de kosten van de begrafenis in eerste instantie verhalen op
                        de bij de overledene gevonden goederen of gelden, de eventuele
                        uitvaartverzekering en vervolgens de nalatenschap. De inboedel en de
                        goederen die in de woning van de overledene gevonden worden (zie ook hfdst.
                        5), worden geacht tot de nalatenschap te behoren, tenzij blijkt of in
                        redelijkheid aangenomen kan worden dat zij aan anderen toebehoren.</al><al/><al>In de meeste gevallen zal de overledene een gehuurde woning achterlaten en
                        een inboedel die vrijwel niets opbrengt (of zijn de kosten om de goederen te
                        gelde te maken mogelijk hoger dan de verwachte opbrengsten). In dergelijke
                        gevallen onderneemt de gemeente geen tot weinig actie. Dit zal in de meeste
                        gevallen zo zijn.</al><al/><al>Mocht er wel sprake zijn van een (enigszins) waardevolle boedel dan kan de
                        gemeente die verkopen om de kosten van de begrafenis te kunnen verrekenen
                        want die boedel maakt deel uit van de nalatenschap. Bij een waardevollere
                        boedel (naar schatting meer dan € 2500,--) is het aan te bevelen om de
                        notaris in te schakelen die een uitgebreid nabestaandenonderzoek (tot de
                        zesde graad) kan doen en die eventueel door tussenkomst van belanghebbenden
                        (schuldeisers) of het Openbaar Ministerie bij de rechtbank een vereffenaar
                        (voorheen curator) kan laten aanwijzen.</al><al/><al><vet>4.1.1 Beleid gemeente Hof van Twente:</vet></al><al>De gemeente zal in eerste instantie de kosten van de begrafenis verhalen op
                        de nalatenschap.</al><al/><al><vet>4.2 Verhaal</vet></al><al>Is de nalatenschap onvoldoende om de kosten te dekken (de erfgenamen kunnen
                        allemaal voor hun respectievelijke erfdeel worden aangesproken) dan heeft de
                        gemeente een verhaalsrecht op bloed- en aanverwanten, die tot het
                        verstrekken van levensonderhoud aan de overledene verplicht zouden zijn
                        geweest.</al><al/><al>Verhaal is dan mogelijk op de (ex) echtgen(o)t(e), ouders, wettige en
                        natuurlijke kinderen, aangetrouwde kinderen, schoon- en stiefouders) als
                        bedoeld in artikel 22 Wlb juncto 1:392-396 BW. Als er een (gewezen)
                        echtgeno(o)t(e) is, dan is die als eerste gehouden de kosten te betalen
                        (art. 1:392 BW). De andere nabestaanden zijn ieder voor een deel
                        verantwoordelijk voor de kosten. Dit afhankelijk van hun draagkracht en de
                        verhouding van elk van de onderhoudsplichtigen tot de
                        onderhoudsgerechtigde.</al><al/><al>Bij verhaal moeten maatschappelijke opvattingen meegewogen worden, het
                        verhaal moet dus wel redelijk zijn (voorbeeld: verhaal van kosten op de
                        ex-partner van 30 jaar geleden is niet redelijk). Verder moet nadrukkelijk
                        in ogenschouw worden genomen dat kostenverhaal aanzienlijk veel tijd (en
                        geld) kan vergen. Per geval zal moeten worden bekeken of het de moeite waard
                        zal zijn en de kosten van het kostenverhaal niet onevenredig hoog zullen
                        zijn.</al><al>beleid lijkbezorging van gemeentewege</al><al/><al><vet>4.2.1 Beleid gemeente Hof van Twente:</vet></al><al>Het principe van de Wlb is dat de kosten niet door de belastingbetaler
                        worden gedragen, maar verhaald worden. Kostenverhaal is echter geen
                        verplichting maar een bevoegdheid (van het college). Om te voorkomen dat
                        oneigenlijk c.q. te snel gebruik gemaakt wordt van gemeentelijke gelden zal
                        alleen in uitzonderlijke situaties afgezien worden van het
                        verhaalsrecht.</al><al/><al><vet>4.3 Bijzondere bijstand nabestaanden</vet></al><al>Wanneer nabestaanden niet voldoende middelen hebben, kunnen ze (voor hun
                        deel) een beroep doen op de bijzondere bijstand. Voor de bijzondere bijstand
                        maakt iedere gemeente echter een eigen beleid. Het kan dus zo zijn dat
                        inwoners van Hof van Twente wel op basis van het gemeentelijk beleid een
                        beroep kunnen doen op bijzondere bijstand en anderen – in andere gemeenten –
                        niet.</al><al/><al><vet>4.4 Verlof</vet></al><al>Vaak wordt het verlof tot begraving of crematie door een
                        begrafenisondernemer – namens een familielid die de opdracht voor de
                        begraving of crematie geeft – aangevraagd. In dat geval betekent dat voor de
                        uitvaartondernemer dat de opdrachtgever verantwoordelijk is voor de kosten.
                        Het is niet zo dat iemand wel opdracht kan geven en dat de
                        uitvaartondernemer later de rekening bij de gemeente deponeert. Het
                        probleem, namelijk het bezorgen van het lijk is niet meer aan de orde. De
                        opdrachtgever is zelf verantwoordelijk, ook financieel!</al><al/><al><vet>5. Binnentreden woning</vet></al><al>Als de lijkbezorging wordt belemmerd doordat het lijk zich in een woning
                        bevindt dan kan op grond van artikel 21 Wlb tweede lid de woning worden
                        binnengetreden. Voor het binnentreden van de woning van de overledene
                        terwijl het lijk buiten de woning gevonden is, ontbreekt in de Wlb een
                        wettelijke titel.</al><al/><al>Ingeval van concreet gevaar voor de openbare orde/veiligheid kan de
                        burgemeester op grond van zijn bevoegdheid volgend uit artikel 172
                        Gemeentewet optreden. Een algemene titel tot binnentreden van de woning van
                        de overledene is daarmee (eveneens) niet gegeven. De bepaling ziet
                        nadrukkelijk op een specifieke bevoegdheid die pas mag worden gebruikt
                        ingeval van direct, aanwijsbaar gevaar voor de openbare orde en/of
                        veiligheid.</al><al/><al>Het ontruimen van de woning, het opzeggen van gas, water en elektriciteit,
                        het opzeggen van de huur en het inleveren van de sleutel is geen primaire
                        taak voor de gemeente. De gemeentelijke inzet ten aanzien van een zogenaamde
                        onbeheerde nalatenschap dient bij voorkeur beperkt te blijven. Voor al deze
                        zaken geldt dat aan de bestuursorganen van de gemeente geen bevoegdheden
                        zijn toegekend.</al><al>beleid lijkbezorging van gemeentewege</al><al/><al><vet>5.1 Beleid gemeente Hof van Twente:</vet></al><al>De gemeente Hof van Twente hanteert als uitgangspunt dat de woning van de
                        overledene slechts zelfstandig wordt betreden ingeval het lijk zich daarin
                        bevindt. In andere gevallen zal de woning niet anders dan met toestemming
                        van- en tevens vergezeld van een nabestaande (bijv. partner, familie,
                        kennis), die in het bezit is van de sleutel van de woning, worden
                        betreden.</al><al/><al>Voor werkzaamheden als het afsluiten van nutsvoorzieningen, opzeggen van de
                        huur, ontruimen van de woning en dergelijke geeft de gemeente geen opdracht.
                        Veelal zal er een nabestaande zijn die deze taak op zich neemt.</al><al/><al>Alleen als zich een situatie voordoet waarbij concreet gevaar voor de
                        openbare/orde veiligheid bestaat en niemand anders bereid en in staat blijkt
                        hierin direct op adequate wijze te voorzien zal de burgemeester met
                        gebruikmaking van de op grond van artikel 172 Gemeentewet gegeven
                        bevoegdheid hierin (laten) voorzien.</al><al/><al><vet>6. (Sobere) lijkbezorging</vet></al><al>De Wlb stelt geen specifieke eisen aan de (gemeentelijke) lijkbezorging. De
                        feitelijke praktijk in Nederland is dat de gemeente een crematie of
                        begrafenis verzorgt op basis van de minst kostbare-, doch acceptabele wijze,
                        ofwel een sobere lijkbezorging.</al><al/><al><vet>6.1 Beleid gemeente Hof van Twente</vet></al><al>De volgende zaken worden van gemeentewege betaald. In uitzonderlijke
                        gevallen kan hier (in overleg met de burgemeester) van afgeweken
                        worden.</al><al/><al><vet>Uitvaartverzorging</vet></al><lijst><li nr="-"><al>werkzaamheden uitvaartverzorger</al></li><li nr="-"><al>overbrengen overledene van plaats van overlijden naar plaats van
                                opbaren</al></li><li nr="-"><al>huur “bewaarplaats” / mortuarium in uitvaartcentrum (geen
                                rouwkamer)</al></li><li nr="-"><al>het kisten van de overledene</al></li><li nr="-"><al>een eenvoudige kist</al></li><li nr="-"><al>verzorgen benodigde formaliteiten</al></li><li nr="-"><al>rouwauto op de dag van de uitvaart</al></li></lijst><al/><al><vet>Bij crematie</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Cremeren zonder gebruik van verdere lokaliteiten / faciliteiten voor
                                10:00 uur van maandag tot en met vrijdag in het crematorium te
                                Enschede (Usselo).</al></li><li nr="-"><al>Asverstrooiing op het terrein van het crematorium.</al></li><li nr="-"><al>De Asbus wordt alleen na betaling van het gehele bedrag van de
                                uitvaart aan de nabestaanden beschikbaar gesteld. Deze betaling moet
                                binnen een maand na de crematie worden voldaan.</al></li></lijst><al/><al><vet>Bij begraven</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Begraving in een huurgraf voor 10 jaar op werkdagen zonder gebruik
                                van verdere lokaliteiten / faciliteiten.</al><al>beleid lijkbezorging van gemeentewege</al></li><li nr="-"><al>Begraving vindt plaats op een algemene begraafplaats in Goor.</al></li></lijst><al/><al><vet>7. Tenslotte</vet></al><al>Bij de uitvoering van de artikelen 20 tot en met 22 van de Wlb wordt
                        rekening gehouden met het in deze notitie opgenomen beleid. Afwijking
                        daarvan is slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk.</al><al/><al><vet>8. Inwerkingtreding</vet></al><al>Het in dit stuk weergegeven beleid treedt in werking op de dag na
                        publicatie.</al><al/><al/><al/></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door burgemeester en wethouders, respectievelijk de burgemeester
                        van Hof van Twente, ieder voor zover het hun respectievelijke bevoegdheid
                        betreft.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Goor, 18 maart 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>burgemeester en wethouders van Hof van Twente,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>mr. G.S. Stam drs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>de burgemeester van Hof van Twente,</ondertekening><ondertekening>drs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>beleid lijkbezorging van gemeentewege</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><titel>Actieplan lijkbezorging van gemeentwege</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Hof van Twente/i275283.pdf">Actieplan Lijkbezorging van gemeentewege</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>