<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR409399_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Nadere regels Verordening jeugdhulp gemeente Eemnes 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://Gemeenteblad">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Nadere regels Verordening jeugdhulp gemeente Eemnes 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="HTTP://DECENTRALE.REGELGEVING.OVERHEID.NL/CVDR/XHTMLOUTPUT/HISTORIE/EEMNES/408224/408224_1.HTML">Verordening jeugdhulp gemeente Eemnes 2015</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-05-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>jeugdhulp</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Nadere regels Verordening jeugdhulp gemeente Eemnes 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nadere regels Verordening jeugdhulp gemeente Eemnes 2015</al><al>Burgemeester en Wethouders van Eemnes</al><al>gelet op de artikelen 2, derde lid, artikel 4, en artikel 6, derde en vierde
                        lid van de Verordening jeugdhulp gemeente Eemnes 2015</al><al>BESLUIT:</al><al>de volgende nadere regels vast te stellen:</al><al>Nadere regels Verordening jeugdhulp gemeente Eemnes 2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Vormen van jeugdhulp</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Overige voorzieningen</titel></kop><al>De volgende overige voorzieningen zijn beschikbaar:</al><al>a. Informatie en opvoedadvies;</al><al>b. Preventie opvoed- en opgroeiondersteuning individueel;</al><al>c. Preventie opvoed- en opgroeiondersteuning groepsgewijs;</al><al>d. Ondersteuning via het Jeugd &amp; Gezinteam;</al><al>Artikel 2. Individuele voorzieningen</al><al>De volgende individuele voorzieningen zijn beschikbaar:</al><al>a. Specialistische jeugdhulp ambulant; </al><al>b. Specialistische jeugdhulp intramuraal;</al><al>c. Jeugd-GGZ (generalistische basis-GGZ en specialistische GGZ);</al><al>d. Enkelvoudige ernstige dyslexiezorg;</al><al>e. Pleegzorg;</al><al>f. Jeugdzorg-plus;</al><al>g. Specialistische dagbehandeling en verzorging van jeugd met een
                            lichamelijke, verstandelijke en/of zintuigelijke beperking.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Toegang jeugdhulp via de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Toegang jeugdhulp via de gemeente, melding hulpvraag</titel></kop><al>1. Jeugdigen en ouders kunnen een hulpvraag melden bij het Jeugd &amp;
                            Gezinteam Eemnes;</al><al>2. Het college bevestigt de ontvangst van een melding digitaal of
                            schriftelijk, tenzij de hulpvrager heeft meegedeeld dit niet te
                            wensen.</al><al>3. In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijke een
                            passende tijdelijke maatregel of vraagt het college een machtiging
                            gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet.</al><al>4. Jeugdigen en ouders kunnen zich rechtstreeks wenden tot een overige
                            voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><al>1. Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 5,
                            van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn
                            situatie en maakt vervolgens zo spoedig mogelijk met hem een afspraak
                            voor een gesprek. Hierbij brengt het college de jeugdige en zijn ouders
                            op de hoogte van de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een
                            familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet op te
                            stellen. Als de jeugdige en zijn ouders daarom verzoeken, draagt het
                            college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een
                            familiegroepsplan. </al><al>2. Voor het gesprek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het
                            college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het
                            college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de
                            beschikking kunnen krijgen. De jeugdige of zijn ouders verstrekken in
                            ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de
                            Wet op de identificatieplicht ter inzage.</al><al>3. Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van
                            een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Gesprek</titel></kop><al>1. Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de
                            jeugdige of zijn ouders, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig:</al><al>a. de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling
                            en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de hulpvraag;</al><al>b. het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp;</al><al>c. het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met
                            ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te
                            vinden; </al><al>d. de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening;</al><al>e. de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een
                            overige voorziening;</al><al>f. de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken; </al><al>g. de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening
                            wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg,
                            onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen;</al><al>h. hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de
                            levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn
                            ouders, en</al><al>i. de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb,
                            waarbij de jeugdige of zijn ouders in begrijpelijke bewoordingen worden
                            ingelicht over de gevolgen van die keuze.</al><al>2. Als de jeugdige en zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld in
                            artikel 1.1 van de Jeugdwet hebben opgesteld, betrekt het college dat
                            als eerste bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. </al><al>3. In de gevallen bedoeld in artikel 8.2.1 van de Jeugdwet informeert
                            het college de ouders dat een ouderbijdrage is verschuldigd en hoe deze
                            bijdrage wordt geïnd.</al><al>4. Het college informeert de jeugdige of zijn ouders over de gang van
                            zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure en
                            vraagt hen toestemming om hun persoonsgegevens te verwerken.</al><al>5. Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van
                            een gesprek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Verslag</titel></kop><al>1. Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het
                            onderzoek, bedoeld in artikel 5.</al><al>2. Het college verstrekt aan de jeugdige of zijn ouders een verslag van
                            de uitkomsten van het onderzoek, tenzij zij hebben meegedeeld dit niet
                            te wensen.</al><al>3. Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouders
                            worden aan het verslag toegevoegd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>1. Jeugdigen en ouders kunnen een aanvraag om een individuele
                            voorziening schriftelijk indienen bij het college. </al><al>2. Het college kan een ondertekend verslag van het gesprek aanmerken als
                            aanvraag als de jeugdige of zijn ouders dat op het verslag hebben
                            aangegeven en het verslag is voorzien van een dagtekening, van de naam,
                            burgerservicenummer, geboortedatum van de jeugdige. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>Regels voor persoonsgebonden budget</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Wijze waarop de hoogte van het persoonsgebonden budget (pgb)
                                wordt vastgesteld</titel></kop><al>1. Het tarief voor een pgb: </al><al>a. is gebaseerd op een door de jeugdige of zijn ouders opgesteld plan
                            over hoe zij het pgb gaan besteden;</al><al>b. is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen,
                            en</al><al>c. bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie
                            goedkoopst adequate individuele voorziening in natura.</al><al>2. De hoogte van een pgb is opgebouwd uit verschillende
                            kostencomponenten, zoals salaris, vervanging tijdens vakantie,
                            verzekeringen en reiskosten.</al><al>3. Het pgb voor dienstverlening door: </al><al>a. professionals in dienst van een instelling wordt per uur of per
                            resultaat bepaald op basis van het door het college vastgestelde tarief
                            voor het betreffende onderdeel.</al><al>b. professionals niet in dienst van een instelling wordt per uur of per
                            resultaat bepaald op basis van 75% van het door het college vastgestelde
                            tarief voor het betreffende onderdeel.</al><al>c. niet-professionals wordt bepaald op basis van 50% van het door het
                            college vastgestelde tarief voor het betreffende onderdeel.</al><al>4. Het college stelt het tarief voor de onderdelen genoemd in lid 3 vast
                            in het Financieel Besluit Jeugdwet Eemnes.</al><al>5. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, kan de jeugdhulp onder de
                            volgende voorwaarden, naast de in het derde lid sub c genoemde
                            voorwaarde voor het tarief, betrekken van een persoon die behoort tot
                            het sociale netwerk:</al><al>a. dat deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de belanghebbende
                            niet tot overbelasting leidt, en</al><al>b. dat tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit dit pgb mogen
                            worden betaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze nadere regels treden in werking op 1 januari 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in het college van</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris, de burgemeester</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Ing. P.H. van Dijk R. van Benthem RA</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting nadere regels Verordening jeugdhulp 2015</titel></kop><al>Hoofdstuk 1 Vormen van jeugdhulp</al><al>Artikel 1 Overige voorzieningen</al><al>De overige voorzieningen zijn beschikbaar zonder een aanvraagprocedure. De
                    overige voorzieningen bestaan uit het laagdrempelig verlenen van informatie en
                    advies en uit het verstrekken van lichte ambulante hulpverlening. De overige
                    voorzieningen zijn laagdrempelig beschikbaar en moet voorkomen dat de dure
                    individueel hulpverlening wordt ingezet. Daarnaast kunnen de overige
                    voorzieningen een goede ondersteuning bieden bij de inzet van een individuele
                    voorzieningen.</al><al>Artikel 2 Individuele voorzieningen</al><al>De individuele voorziening is een voorziening die alleen via een aanvraag en een
                    beschikking kan worden ingezet. Het is een dure voorziening, die niet vrij
                    toegankelijk is voor ouders en jeugdigen. Het Jeugd &amp; Gezinteam Eemnes heeft
                    het mandaat om een individuele voorziening in te zetten en zal deze procedure
                    zorgvuldig moeten doorlopen. Voorzieningen ter uitvoering van het gedwongen
                    kader zijn hier niet opgenomen omdat deze geen jeugdhulp zijn in de zin van de
                    wet en niet op aanvraag beschikbaar zijn. Het gaat hier om jeugdbescherming en
                    jeugdreclassering. De gemeente is wel verantwoordelijk voor een toereikend
                    aanbod van deze voorzieningen.</al><al>Hoofdstuk 2 Toegang jeugdhulp via de gemeente</al><al>Artikel 3 lid 1 en 2 Toegang jeugdhulp via de gemeente, melding hulpvraag</al><al>De gemeente organiseert de toegang tot de jeugdhulp. We gaan er hiervan uit dat
                    de toegang naar jeugdhulp zo dicht mogelijk bij het kind en gezin wordt
                    georganiseerd. Na bevestiging van hulpvraag wordt een afspraak gemaakt voor een
                    gesprek, indien mogelijk zal het gesprek zoveel mogelijk bij de ouders en
                    jeugdige thuis plaatsvinden.</al><al>Artikel 3 lid 3</al><al>Wanneer er sprake is van spoedeisende hulp, kan het Jeugd &amp; Gezinteamlid
                    direct een individuele voorziening inzetten. Dit betekent dat de ouders en
                    jeugdige geen procedure hoeft te doorlopen om de nodige zorg te ontvangen. </al><al>Het Jeugd &amp; Gezinteamlid informeert de ouders en jeugdigen over de procedure
                    omtrent het gesprek en informeert de ouders en jeugdigen over hun rechten en
                    plichten. Het kan zijn dat een Jeugd &amp; Gezinteamlid op basis van de gegevens
                    uit het brede gesprek nader onderzoek doet om te bepalen of belanghebbende een
                    individuele voorziening op grond van de Jeugdwet nodig heeft. Het aanvragen van
                    advies door de expertisepool kan onderdeel uitmaken van het onderzoek. Het is
                    van belang dat de ouders en jeugdigen toestemming geeft voor het uitwisselen van
                    persoonsgegevens. </al><al>Artikel 3.4</al><al>Ouders en jeugdige kunnen zonder een aanvraag rechtstreeks toegang krijgen tot
                    overige jeugdhulp.. De gemeente communiceert duidelijk naar de inwoners welke
                    voorzieningen direct toegankelijk zijn en welke voorzieningen niet direct
                    toegankelijk zijn. </al><al>Vooronderzoek</al><al>Artikel 4 lid 1,2, en 3</al><al>Na bevestiging van hulpvraag wordt een afspraak gemaakt voor een gesprek. Op
                    voorhand bepalen de nadere regels niet precies wanneer deze afspraak wordt
                    gemaakt. Afhankelijk van de hulpvraag kan het namelijk zijn dat het Jeugd &amp;
                    Gezinteam eerst gegevens wil verzamelen voor een goede voorbereiding op het
                    gesprek. </al><al>Artikel 4 lid 3</al><al>Wanneer de gegevens bekend zijn bij het Jeugd &amp; Gezinteam, dan is het niet
                    nodig om het gehele vooronderzoek opnieuw te houden. </al><al>Gesprek</al><al>Artikel 5 lid 2</al><al>Het familiegroepsplan is in artikel 1.1 van de Jeugdwet gedefinieerd als:
                    hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de ouders, samen met
                    bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de
                    jeugdige behoren. In artikel 4.1.2 van de Jeugdwet is bepaald dat de
                    jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling bij het uitvoeren van
                    artikel 4.1.1 Jeugdwet en indien sprake is van vroegsignalering van opgroei- en
                    opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als eerste de
                    mogelijkheid biedt om, binnen redelijke termijn, een familiegroepsplan op te
                    stellen. Op grond van artikel 2.1., onder g, Jeugdwet, maakt het
                    familiegroepsplan onderdeel uit van het gemeentelijk beleid. </al><al>Artikel 5 lid 3</al><al>Wanneer er sprake is van uithuisplaatsing van het kind, is de ouder een
                    ouderbijdrage verschuldigd. Deze ouderbijdrage zal vanaf 1 januari 2015 door het
                    Centraal Administratiekantoor (CAK) worden geheven. Het CAK krijgt informatie
                    van de gemeente. Op basis van deze informatie neemt het CAK al dan niet contact
                    met de ouder op. In de Jeugdwet worden ook enkele situaties benoemd, wanneer de
                    ouder geen bijdrage verschuldigd is, het gaat dan met name om situaties als de
                    ouders geen ouderlijk gezag (meer) hebben, in acute noodsituaties, dit betreft
                    ‘crisisplaatsing’ als sprake is van een acute noodsituatie. </al><al>Verslag</al><al>Artikel 6</al><al>Van het gesprek wordt een schriftelijk verslag opgesteld. Daarin staan het in
                    samenspraak met de ouders en jeugdigen, en indien aanwezig andere personen uit
                    het sociale netwerk, tot stand gekomen oplossingen (een arrangement). In plaats
                    van een verslag kan ook een plan van aanpak worden opgesteld. De inhoud daarvan
                    bevat in ieder geval ook de strekking van de genoemde
                    onderzoeksonderwerpen.</al><al>Het verslag vormt de belangrijkste basis voor de beslissing op de aanvraag.
                    Nadat de ouders en jeugdigen beschikt over het verslag is het wel de
                    verantwoordelijkheid van de ouders en jeugdige, al dan niet personen uit het
                    sociale netwerk, zelf te beslissen of een aanvraag wordt ingediend. Als de
                    ouders en jeugdige niet eens is met het opgestelde plan, dan is er altijd een
                    mogelijkheid voor de ouders en jeugdige om aan te geven waarom hij niet akkoord
                    is.</al><al>Aanvraag</al><al>Artikel 7</al><al>Als de ouders en/of jeugdige het plan ondertekent en het plan is voorzien van
                    zijn naam, burgerservicenummer (BSN), geboortedatum en een dagtekening, kan het
                    plan fungeren als aanvraagformulier voor een individuele voorziening of
                    individuele voorziening; als dat (mede) de uitkomst is van het gesprek.</al><al>Hoofdstuk 3: Regels voor pgb</al><al>Wijze waarop de hoogte van het pgb wordt vastgesteld</al><al>Een individuele voorziening in de vorm van een PGB wordt alleen verstrekt indien
                    de aanvrager dit gemotiveerd, aan de hand van een opgesteld plan vraagt. De
                    ouders en jeugdige moet motiveren dat het bestaande aanbod van zorg in natura
                    niet passend is. In het plan moet duidelijk worden aangetoond dat de
                    verstrekking van een PGB aantoonbaar leidt tot veilige betere en effectievere
                    ondersteuning. Ook dient de ondersteuning aantoonbaar doelmatiger te zijn. </al><al>De gemeente beoordeelt of dit plan voldoet. Door het opstellen van een
                    persoonlijk plan wordt de ouders en jeugdige gestimuleerd na te denken over zijn
                    zorgvraag, deze uit te werken en te concretiseren. </al><al>Bij de vaststelling van de tarieven voor dienstverlening wordt een onderscheid
                    gemaakt tussen zorgverlening door professionals in dienst van een instelling,
                    professionals niet in dienst van een instelling en niet professionals (zoals
                    werkstudenten, sociaal netwerk). Het PGB voor dienstverlening door professionals
                    in dienst van een instelling bedraagt 100% van het door het college vast te
                    stellen tarief. Voor dienstverlening door professionals niet in dienst van een
                    instelling (zoals ZZP-ers) wordt uitgegaan van 75% van het vastgestelde tarief
                    omdat deze professionals lagere overheadkosten hebben. Voor de categorie niet
                    professionals hanteert het college een bedrag van 50% van het vastgestelde
                    tarief.</al><al>De gemeente keert een “bruto” PGB uit aan het SVB, hierop is geen eigen bijdrage
                    in mindering gebracht. </al><al>Wanneer de jeugdhulp die gefinancierd wordt uit het PGB duurder blijkt te zijn
                    dan de hulp in natura, mag het PGB niet op voorhand worden geweigerd. Gemeenten
                    mogen in dit geval ervoor kiezen alleen een budget te verstrekken ter hoogte van
                    het ingekochte ZIN-tarief (zorg in natura). De extra kosten om de jeugdhulp uit
                    het PGB te contracteren, kunnen dan bijbetaald worden door de aanvrager.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>