<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR409175_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van Regio Twente</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Regio Twente</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Almelo</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Borne</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dinkelland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Enschede</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haaksbergen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hellendoorn</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hengelo</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Losser</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oldenzaal</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rijssen-Holten</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tubbergen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Twenterand</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wierden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2016-93.html">Blad gemeenschappelijke regelingen, 2016, 93</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening Regio Twente</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=212">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-09-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-02-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-12-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid alsmede voor het
            financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van Regio
            Twente</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel><cursief>Deel 1. Inleiding op de verordening</cursief></titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 1. Algemeen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 212 van de Gemeentewet (zie box 1) stelt dat de regioraad
                                een verordening opstelt over het financieel beleid, het financiële
                                beheer en de financiële organisatie. Het doel van artikel 212 van de
                                Gemeentewet is dat de regioraad de uitgangspunten vastlegt voor de
                                uitvoering van de financiële functie.</al><al/><al><cursief>Box 1. Artikel 212 Gemeentewet</cursief></al><al/><al><vet>Artikel 212</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het
                                        financieel beleid, alsmede voor het financiële beheer en
                                        voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze
                                        verordening dient te waarborgen dat aan de eisen van
                                        rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt
                                        voldaan.</al></li><li nr="2."><al>De verordening bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>regels voor waardering en afschrijving van
                                                activa;</al></li><li nr="b."><al>grondslagen voor de berekening van de door het
                                                bestuur in rekening te brengen prijzen en van
                                                tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b,
                                                alsmede, voor zover deze wordt geheven, voor de
                                                heffing bedoeld in artikel 15.33 van de Wet
                                                milieubeheer;</al></li><li nr="c."><al>regels inzake de algemene doelstellingen en de te
                                                hanteren richtlijnen en limieten van de
                                                financieringsfunctie, alsmede inzake de
                                                administratieve organisatie van de
                                                financierings-functie, daaronder begrepen taken en
                                                bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de
                                                bijbehorende informatievoorziening.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al>De verordening verplicht tot een aantal beleidsnota’s die periodiek
                                herijkt moeten worden, wanneer omstandigheden daartoe aanleiding
                                geven. Deze verordeningen worden aan de praktijk getoetst en zo
                                nodig geactualiseerd. De evaluatie van de verordening vindt dit jaar
                                (2011) plaats.</al><al>In deze inleiding wordt artikel 212 nader toegelicht. Dan volgt de
                                verordening zelf met een toelichting per artikel.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2. De verordening</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Financiële functie</cursief></al><al>Artikel 212 heeft betrekking op de financiële functie. De financiële
                                functie omvat alle directe en indi-recte activiteiten en processen
                                ter uitvoering van de onderwerpen die zijn opgenomen in het Besluit
                                Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De
                                kernonderwerpen in het besluit zijn de begroting en rekening, de
                                paragrafen en de financiële positie en in relatie daarmee de balans.
                                Het zijn onderwerpen waarbij vooral de regioraad een centrale rol
                                vervult. De begroting betreft immers het vaststellen en toedelen van
                                beschikbare gelden en de programma’s die daarmee gerealiseerd moeten
                                worden.</al><al>Om de financiële positie te beoordelen moet de vraag beantwoord
                                worden of de financiën van Regio Twente gezond zijn, ook op langere
                                termijn. De begroting en de financiële positie zijn nauw met elkaar
                                verbonden. Zo kan de begroting sluitend zijn, terwijl de meerjarige
                                financiële positie kwetsbaar is. Andersom kan de financiële positie
                                gezond zijn en de rekening een tekort laten zien. De regioraad zal
                                de begroting steeds in relatie moeten bezien met de financiële
                                positie. De begroting en de financiële positie zijn in onderlinge
                                samenhang van belang voor het inzicht in de financiën van Regio
                                Twente.</al><al>De paragrafen gaan over de onderwerpen die van invloed zijn op de
                                begroting en de financiële positie en waarbij sprake is van
                                bestuurlijke en financiële risicofactoren.</al><al>Indien het over de financiële functie gaat, dan gaat het over de
                                begrippen financieel beleid, financiële beheer en financiële
                                organisatie. Hieronder worden deze begrippen nader toegelicht.</al><al/><al><cursief>Financieel beleid.</cursief></al><al>Het financieel beleid omvat de uitgangspunten voor de financiële
                                functie. In de eerste plaats zijn dat de algemene uitgangspunten en
                                doelen voor uitoefening, organisatie en werking van de financiële
                                functie en de daarbij behorende informatievoorziening. Ten tweede
                                gaat het specifiek om uitgangs-punten die de budgettaire ruimte
                                beïnvloeden. Artikel 212 noemt in dat verband drie onderwerpen: </al><lijst><li nr="."><al>de doelstellingen, richtlijnen en limieten voor de
                                        financieringsfunctie; </al></li><li nr="."><al>de regels voor de waardering en afschrijving van activa;
                                    </al></li><li nr="."><al>én de grondslagen voor de berekening van de tarieven,
                                        heffingen en prijzen.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Financiële beheer</cursief></al><al>Het financiële beheer omvat de activiteiten die moeten
                                bewerkstellingen dat de uitvoering van de begroting volgens de
                                gestelde plannen en doelen en binnen de gestelde kaders plaatsvindt
                                en dat de financiële positie daarmee in overeenstemming is. Zeker
                                voor de begroting hangen de activiteiten nauw samen met de cyclus
                                van planning en control. Het gaat daarbij niet alleen om financiële
                                aspec-ten, maar ook om de programmatische: welke maatschappelijke
                                effecten worden beoogd en welke prestaties moeten daarvoor geleverd
                                worden?</al><al/><al><cursief>Financiële organisatie</cursief></al><al>De financiële organisatie ondersteunt het financiële beheer. Het
                                gaat daarbij ten eerste om de verde-ling van taken,
                                verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de regioraad, het
                                dagelijks bestuur, de bestuurscommissies en de ambtelijke
                                organisatie.</al><al>Ten tweede gaat het om de inrichting en het onderhoud van de
                                (administratieve) systemen die de activiteiten en processen van het
                                financiële beheer ondersteunen. Deze systemen ondersteunen de
                                geldstromen (wat gaat het kosten), maar evenzeer de prestaties
                                (output). Tot de systemen behoren ook management controlsystemen
                                binnen de ambtelijke organisatie, tussen de ambtelijke organisatie
                                en het dagelijks bestuur en/of de bestuurscommissies, en tussen het
                                dagelijks bestuur en/of de bestuurscommissies en de regioraad. </al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 3. Ontwikkeling dualisme</titel></kop><structuurtekst><al>Op 7 maart 2002 is de Wet dualisering gemeentebestuur in werking
                                getreden. Het effect van deze wet op de Wet gemeenschappelijke
                                regelingen blijft beperkt tot de artikelen 186 tot en met 213 van de
                                Gemeentewet. Deze artikelen hebben betrekking op de onderdelen van
                                de financiële functie (de be-groting, de jaarstukken, de goedkeuring
                                van de begroting en het verplicht opstellen van de verorde-ningen ex
                                artikel 212 en 213 van de Gemeentewet). De artikelen met betrekking
                                tot de gedualiseerde verhoudingen zijn dus niet van toepassing op de
                                Regio Twente. In verband daarmee blijven de bepa-lingen in de
                                Gemeentewet (met uitzondering van de artikelen 186 tot en met 213)
                                zoals die luidden vóór de inwerkingtreding van de Wet dualisering
                                gemeentebestuur van kracht. </al><al/><al><vet>Paragraaf 4. Situatie Regio Twente</vet></al><al>Voordat de verplichting tot het opstellen van de verordening ex
                                artikel 212 van kracht werd, kende Regio Twente ook al hoofdstuk 12
                                (artikel 35, 36 en 38) van de Gemeenschappelijke Regeling Regio
                                Twente, waarin een aantal financiële bepalingen zijn opgenomen.</al><al>Op basis hiervan kent Regio Twente een treasurystatuut welke in 2010
                                laatstelijk is geactualiseerd en door de regioraad vastgesteld. Dit
                                statuut is, voor zover het de bevoegdheden van de regioraad betreft,
                                opgenomen in deze verordening. De bepalingen die het dagelijks
                                bestuur regarderen zijn opgenomen in het treasury-statuut.</al><al>In artikel 35 van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Twente wordt
                                vermeld dat het algemeen bestuur bij verordening regels vast stelt
                                met betrekking tot de organisatie van de administratie en van het
                                beheer van vermogenswaarden. De regioraad stelt thans via de
                                financiële verordening, ex artikel 212 Gemeentewet de uitgangspunten
                                voor het financiële beleid en beheer alsmede voor de inrichting van
                                de financiële organisatie vast. Op basis van deze uitgangspunten
                                wordt in de organisatieverorde-ning Regio Twente een nadere
                                invulling van de inrichting van de organisatie gegeven.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Deel 2. De verordening artikel 212 Gemeentewet</titel></kop><structuurtekst><al>De regioraad van Regio Twente; </al><al/><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet en het Besluit Begroting en
                            Verantwoording provincies en gemeenten; </al><al/><al>besluit vast te stellen:</al><al/><al><vet>De verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid
                                alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de
                                financiële organisatie van Regio Twente.</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al><vet>a. Regio Twente: </vet></al><al>het openbaar lichaam Regio Twente. </al><al/><al><vet>b. Regioraad: </vet></al><al>het algemeen bestuur van Regio Twente. </al><al/><al><vet>c. Dagelijks bestuur: </vet></al><al>het dagelijks bestuur van Regio Twente. </al><al/><al><vet>d. Bestuurscommissie: </vet></al><al>door de regioraad ingestelde commissie als bedoel in artikel 25 van de
                            Wet gemeenschappelijk regelingen waaraan met betrekking tot een domein
                            bevoegdheden van het dagelijks bestuur zijn toegekend. </al><al/><al><vet>e. Domein: </vet></al><al>organisatorische eenheid van Regio Twente belast met de voorbereiding en
                            uitvoering van beleid op de toegewezen terreinen. </al><al/><al><vet>f. Administratie: </vet></al><al>het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van
                            informatie met als doel het besturen, functioneren en beheersen van
                            (onderdelen van) de organisatie van Regio Twente alsmede het afleggen
                            van verantwoording. </al><al/><al><vet>g. Financiële administratie: </vet></al><al>het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en
                            verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van
                            (onderdelen van) de organisatie Regio Twente, teneinde te komen tot een
                            goed inzicht in: </al><al>a. de financieel-economische positie; </al><al>b. het financiële beheer; </al><al>c. de uitvoering van de begroting; </al><al>d. het afwikkelen van vorderingen en schulden; </al><al>e. het afleggen van rekening en verantwoording over het onder a t/m d
                            vermelde. </al><al/><al><vet>h. Administratieve organisatie</vet>: </al><al>het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand
                            brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke
                            en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke
                            leiding.</al><al/><al><vet>i. Financiële beheer: </vet></al><al>het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen
                            van Regio Twente. </al><al/><al><vet>j. Rechtmatigheid: </vet></al><al>het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder
                            verordeningen en regelingen van de regioraad en regioraadsbesluiten. </al><al/><al><vet>k. Doelmatigheid: </vet></al><al>het realiseren van vastgestelde prestaties met een zo beperkt mogelijke
                            inzet van middelen. </al><al/><al><vet>l. Doeltreffendheid: </vet></al><al>de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid
                            daadwerkelijk worden behaald. </al><al/><al><vet>m. Weerstandsvermogen: </vet></al><al>de middelen en mogelijkheden waarover Regio Twente beschikt of kan
                            beschikken om niet begrote kosten dan wel alle risico’s te dekken
                            waarvoor geen maatregelen zijn getroffen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>1.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><paragraaf><kop><nr>Kaderstellen</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regioraad stelt per programma vast: </al><lijst><li nr="a."><al> de beoogde maatschappelijke effecten en doelstellingen
                                            (wat willen we bereiken); </al></li><li nr="b."><al> de te leveren resultaten (wat gaan we ervoor doen);
                                        </al></li><li nr="c."><al> de baten en lasten (wat mag het kosten); </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur en de bestuurscommissies stellen per
                                    programma aan de regioraad voor de beoogde maatschappelijke
                                    effecten, de doelstellingen, de te leveren resultaten (output)
                                    en de kernindicatoren alsmede de benodigde middelen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur en de bestuurscommissies dragen per
                                    programma zorg voor het verzamelen en vastleggen van gegevens
                                    over de te leveren resultaten (output), de maatschappelijke
                                    effecten en doelstellingen zodat de doelmatigheid en
                                    doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de
                                    regioraad, kan worden getoetst. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Bij de programmabegroting en jaarstukken wordt een overzicht
                                    gegeven van de toedeling van de producten aan de programma’s
                                    respectievelijk subprogramma’s. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De onderverdeling van de programma’s respectievelijk
                                    subprogramma’s in producten staat vast voor het begrotingsjaar,
                                    tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigingen. Deze
                                    wijzigingen worden door het dagelijks bestuur en de
                                    bestuurscommissies ter vaststelling aan de regioraad voorgelegd
                                    door middel van tussentijdse rapportages en
                                    begrotingswijzigingen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Nadat de regioraad de programmabegroting voor het nieuwe
                                    begrotingsjaar heeft vastgesteld, stellen het dagelijks bestuur
                                    en de bestuurscommissies voorgaand aan het nieuwe begrotingsjaar
                                    de productenraming per programma vast. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het dagelijks bestuur en de bestuurscommissies stellen per
                                    product vast: </al><lijst><li nr="a."><al> de omschrijving; </al></li><li nr="b."><al> het doel; </al></li><li nr="c."><al> de doelgroep(en); </al></li><li nr="d."><al> de activiteiten; </al></li><li nr="e."><al> de middelen (inzet uren, werken van derden, materiaal,
                                            materieel en investeringen); </al></li><li nr="f."><al> het saldo lasten en baten; </al></li><li nr="g."><al> de prestatieindicator(en); </al></li><li nr="h."><al> en de budgethouders.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Uitvoering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Uitvoering begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt regels in de Organisatieverordening
                                    Regio Twente die waarborgen dat de uitvoering van de
                                    programmabegroting en productenraming rechtmatig, doelmatig en
                                    doeltreffend verloopt. Het dagelijks bestuur en de
                                    bestuurscommissies van Regio Twente dragen zorg voor een goede
                                    uitvoering van deze regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur en de bestuurscommissies dragen er zorg
                                    voor ten aanzien van de productenraming per programma dat: </al><lijst><li nr="a."><al> de lasten en baten, door middel van kostentoerekening,
                                            eenduidig zijn toegewezen aan de producten van de
                                            productenraming; </al></li><li nr="b."><al> de budgetten uit de productenraming en kredieten voor
                                            investeringen passen binnen de financiële kaders zoals
                                            vastgesteld door de regioraad; </al></li><li nr="c."><al> de lasten van de producten niet dusdanig worden
                                            overschreden dat de realisatie van andere producten
                                            binnen hetzelfde programma onder druk komt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur en de bestuurscommissies dragen er zorg
                                    voor dat de lasten van de programma’s zoals vastgesteld in de
                                    (gewijzigde) programmabegroting niet worden overschreden.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Beheersing en Interne controle</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Rapportage en Verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur en de bestuurscommissies informeren de
                                    regioraad door middel van een tussentijdse rapportage
                                    (bestuursrapportage) over de realisatie van de
                                    programmabegroting over de eerste vier maanden van het lopende
                                    boekjaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De inrichting van de tussentijdse rapportage volgt de
                                    programma-indeling van de begroting. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De tussentijdse rapportage gaat in op afwijkingen, zowel wat
                                    betreft de totale baten en lasten per programma groter dan
                                    50.000 euro als de te leveren resultaten en indien daar
                                    aanleiding voor is de maatschappelijke effecten en
                                    doelstellingen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De regioraad stelt aan de hand van de tussentijdse rapportages
                                    de wenselijk geachte begrotingswijzigingen vast. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>[vervallen]</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur en de bestuurscommissies dragen zorg voor
                                    een adequate en controleer-bare vertaling van de verantwoording
                                    van de activiteiten naar de programmaverantwoording met de
                                    daarbij behorende productenrealisatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur en de bestuurscommissies leggen
                                    verantwoording af over de uitvoering van de programma’s. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De regioraad bepaalt aan de hand van de rapportage over de
                                    uitvoering van de programma’s of de beleidsdoelen voor het
                                    lopende begrotingsjaar bijstelling behoeven. </al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>2.</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Kaderstellen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur en de bestuurscommissies dragen er zorg
                                    voor, dat het beleid waartoe de regioraad heeft besloten, in de
                                    uiteenzetting van de financiële positie en de
                                    (meerjaren)program-mabegroting is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen wordt bij
                                    de uiteenzetting van de financiële positie vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De regioraad autoriseert met het vaststellen van de financiële
                                    positie de investeringskredieten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de nota vaste activa- en afschrijvingsbeleid worden de regels
                                    voor de waardering en afschrijving van de vaste activa
                                    opgenomen. De nota wordt zo nodig herzien en opnieuw ter
                                    vaststelling aan de regioraad aangeboden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten
                                    laste van het exploitatieresultaat van Regio Twente gebracht.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><al>Voor openstaande vorderingen kan een voorziening wegens oninbaarheid
                                worden gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van de
                                openstaande vorderingen ouder dan drie maanden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de nota reserves en voorzieningen worden de regels vermeld
                                    voor de reserves en voorzieningen van Regio Twente. De nota
                                    wordt zo nodig herzien en opnieuw ter vaststelling aan de
                                    regioraad aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nota behandelt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al> de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al> de vorming en besteding van voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al> de toerekening en verwerking van rente over de reserves
                                            en de voorzieningen;</al></li><li nr="d."><al> het op peil (plafond en bodem) brengen van reserves en
                                            voorzieningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>[vervallen</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>[vervallen]</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>[vervallen]</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de prijzen van de producten en diensten
                                    wordt een systeem van kostentoe-rekening gehanteerd. Bij de
                                    kostentoerekening worden naast de directe kosten tevens de
                                    indirecte kosten betrokken, die oorzakelijk samenhangen met de
                                    geleverde producten en diensten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de indirecte kosten worden ook betrokken:</al><lijst><li nr="a."><al>de eventuele bijdragen aan reserves en voorzieningen
                                            voor bijvoorbeeld onderhoud en noodzakelijke vervanging
                                            van betrokken activa;</al></li><li nr="b."><al>de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa;</al></li><li nr="c."><al>de personeelslasten inclusief de toegerekende
                                            overheadkosten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten
                                    wordt jaarlijks bepaald bij de vaststelling van de
                                    programmabegroting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het treasurystatuut worden de regels vermeld omtrent de
                                    financieringsfunctie van Regio Twente. Het treasurystatuut wordt
                                    zo nodig herzien en opnieuw ter vaststelling aan de regioraad
                                    aangeboden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het uitoefenen van de financieringsfunctie handelt het
                                    dagelijks bestuur conform het treasurystatuut. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het treasurystatuut behandelt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de doelstellingen van de treasuryfunctie;</al></li><li nr="b."><al>het risicobeheer inclusief de uitgangspunten
                                            hiervan;</al></li><li nr="c."><al>de financiering;</al></li><li nr="d."><al>het kasbeheer;</al></li><li nr="e."><al>de administratieve organisatie en interne controle van
                                            de treasuryfunctie alsmede de verant-woordelijkheden met
                                            betrekking tot de treasuryfunctie van de organisatie,
                                            waaronder begrepen de verantwoordelijkheid van de
                                            regioraad met betrekking tot het uitvoeren van de niet
                                            aan het dagelijks bestuur overgedragen
                                            treasuryactiviteiten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>[vervallen]</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Registratie bezittingen, activa en vermogen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur draagt zorgt voor een actuele en volledige
                                    registratie van bezittingen. In de registratie worden ook
                                    opgenomen niet-geactiveerde kunstvoorwerpen met
                                    cultuurhistorische waarde en de niet- of netto-geactiveerde
                                    investeringen in de openbare ruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor, dat de registratie en
                                    de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van Regio
                                    Twente systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat
                                    de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de
                                    (debiteuren-)vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen
                                    leningen en de (crediteuren-)schulden jaarlijks worden
                                    gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen één keer
                                    in de vier jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het
                                    dagelijks bestuur maatregelen voor herstel van de
                                    tekortkomingen. De resultaten van de controle en eventuele
                                    plannen van verbetering worden ter kennisneming aan de regioraad
                                    aangeboden. </al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>3.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Weerstandsvermogen en risicobeheersing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing nemen het
                                dagelijks bestuur en de bestuurscommissies bij de begroting en de
                                jaarstukken tenminste op de verplichte onderdelen op grond van
                                artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en
                                gemeenten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de nota weerstandsvermogen en risicomanagement worden de regels
                                vermeld omtrent het weerstandsvermogen en risicomanagement die
                                gehanteerd worden door Regio Twente. De nota wordt zo nodig herzien
                                en opnieuw ter vaststelling aan de regioraad aangeboden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>[vervallen]</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen nemen het dagelijks
                                bestuur en de bestuurscommissies bij de begroting en de jaarstukken
                                tenminste op de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van
                                het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer daar aanleiding toe bestaat kan de regioraad een beleidsnota
                                voor onderhoud van openbare ruimten vaststellen. In de nota
                                onderhoud openbare ruimte wordt het kader weergegeven voor het
                                onderhoud aan kapitaal goederen die gehanteerd wordt door Regio
                                Twente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>In de paragraaf financiering neemt het dagelijks bestuur bij de
                            begroting en de jaarstukken tenminste op de verplichte onderdelen op
                            grond van artikel 13 van het Besluit Begroting en Verantwoording
                            provincies en gemeenten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de paragraaf bedrijfsvoering nemen het dagelijks bestuur en de
                                bestuurscommissies bij de begroting en de jaarstukken tenminste op
                                de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit
                                Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>[vervallen]</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><al>In de paragraaf verbonden partijen nemen het dagelijks bestuur en de
                            bestuurscommissies bij de begroting en de jaarstukken tenminste op de
                            verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit Begroting
                            en Verantwoording provincies en gemeenten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>4.</nr><titel>Financiële organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                            dienstbaar is voor: </al><lijst><li nr="a."><al> het sturen en het beheersen van activiteiten en processen bij
                                    Regio Twente als geheel en in de afzonderlijke domeinen; </al></li><li nr="b."><al> het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
                                    voorraden, vorderingen en schulden, enzovoorts; </al></li><li nr="c."><al> het verschaffen van informatie aan de budgethouders en
                                    budgetbeheerders alsmede voor het maken van kostencalculaties;
                                </al></li><li nr="d."><al> het bevorderen en afleggen van de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de programmabegroting, de
                                    productenraming en terzake geldende wet- en regelgeving;</al></li><li nr="e."><al> de controle van de registratie van gegevens en van de daaraan
                                    ontleende informatie alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                    begroting en relevante wet- en regelgeving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>De regioraad stelt op voorstel van het dagelijks bestuur in de
                            Organisatieverordening vast:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de organisatie van Regio Twente en
                                    een eenduidige toewijzing van de regiotaken aan programma’s en
                                    sectoren;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan de regioraad, het dagelijks bestuur en de bestuurscommissies
                                    is gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de regels voor de opdrachtverlening en de verrekening van
                                    leveringen tussen de sectoren;</al></li><li nr="d."><al>de te maken afspraken met de sectoren over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen;</al></li><li nr="e."><al>de regels voor de verlening van décharge over het gevoerde
                                    beheer van de sectoren.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2016. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening Regio
                                Twente. </al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de artikelen</titel></kop><tussenkop>Artikel 2. Programmabegroting</tussenkop><al>Artikel 2 bevat een aantal bepalingen over de inrichting van de
                    programmabegroting waarin de kader-stellende functie van de regioraad tot uiting
                    komt. De regioraad legt op basis van dit artikel een be-langrijk deel van de
                    infrastructuur van de programmabegroting vast, evenals de kengetallen en
                    indica-toren waarop de regioraad wil sturen en controleren.</al><al>In het Besluit Comptabiliteitsvoorschriften 1995 was de indeling van de
                    programmabegroting in func-ties verplicht voorgeschreven. In het Besluit
                    Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten is dat niet meer zo. Regio
                    Twente bepaalt nu zelf het aantal en de inhoud van de programma's van de
                    begroting en kan daardoor de begrotingsopzet aanpassen aan de eigen bestuurlijke
                    wensen. Omdat er een bestuurlijke keuze ten grondslag ligt aan de indeling van
                    de programma’s, stelt de regioraad de indeling vast. Meestal zal die
                    vaststelling voor enkele jaren gelden, echter indien daartoe aanleiding is, kan
                    de regioraad de indeling wijzigen.</al><al>Een programma is gebaseerd op de volgende w-vragen: </al><lijst><li nr="1."><al>Waar staan we en wat willen we bereiken? </al></li><li nr="2."><al>Wat doen we ervoor?</al></li><li nr="3."><al>en wat mag dat kosten? </al></li></lijst><al>Vooral voor de eerste twee vragen zullen in de praktijk indicatoren nodig zijn.
                    Aan de hand van die indicatoren kan de regioraad zijn kaderstellende functie
                    vervullen. Ook dienen zij om de regioraad de gelegenheid te bieden zijn
                    controlerende functie in te vullen door de uitkomsten en resultaten van de
                    programma's te beoordelen. In het dualistisch bestel moet de gemeenteraad de
                    w-vragen zelf beant-woorden en kan dat niet overgelaten worden aan het dagelijks
                    bestuur en/of de ambtelijke organisatie. Echter het dualistisch bestel is niet
                    van toepassing op de Gemeenschappelijke Regeling Regio Twente. Dit betekent voor
                    Regio Twente dat het dagelijks bestuur en de bestuurscommissies de
                    programmabegroting opstellen en de regioraad de programmabegroting vaststelt. </al><al/><tussenkop>Artikel 3. Producten</tussenkop><al>Ter uitvoering van de programmabegroting stellen het dagelijks bestuur en de
                    bestuurscommissies de productenraming op. In het dualistisch bestel bij
                    gemeenten is de productenraming hét begrotings-document van het bestuur
                    (college). De productenraming is in de systematiek van het duale stelsel geen
                    onderdeel meer van de begroting voor de regioraad. Hoewel het dualistische
                    bestel niet van toepassing is op de gemeenschappelijke regelingen wordt de
                    productenraming van Regio Twente niet als een onderdeel van de begroting voor de
                    regioraad gezien maar als het begrotingsdocument van het dagelijks bestuur en de
                    bestuurscommissies.</al><al>De regioraad bepaalt bij het vaststellen van de programmabegroting in een
                    overzicht welke producten bij de (sub)programma’s horen. Hiermee ligt in
                    principe de onderverdeling van de programma’s respectievelijk subprogramma in
                    producten vast. Indien er dringende redenen zijn tot wijzigingen van producten
                    dan dienen deze door middel van tussentijdse rapportages ter besluitvorming
                    worden voorgelegd aan de regioraad. </al><al>Het dagelijks bestuur en de bestuurscommissies stellen uiterlijk 30 november
                    voorgaand aan het nieuwe begrotingsjaar de productenraming vast. Daarmee zijn
                    tevens alle ingevulde onderdelen per product vastgesteld. Hierna deelt het
                    dagelijks bestuur uiterlijk 1 december voor aanvang van het nieuwe
                    begrotingsjaar aan de regioraad mede dat de productenraming van het nieuwe
                    begrotingsjaar is vastgesteld. De vastgestelde productenraming wordt ter inzage
                    gelegd voor de regioraad.</al><al/><tussenkop>Artikel 4. Kaders programmabegroting</tussenkop><al>De artikelen 2 en 3 betreffen vooral de infrastructuur van de programmabegroting
                    en de producten-raming. Artikel 4 gaat over het meerjarige budgettaire kader.
                    Dat vormt de grondslag voor de eigen-lijke begroting. Jaarlijks bieden het
                    dagelijks bestuur en de bestuurscommissies een kadernota aan over de
                    uitgangspunten voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende
                    begrotingsjaren. Deze nota wordt vóór 1 april, voorafgaand aan het volgende
                    begrotingsjaar door de regioraad vast-gesteld. Vervolgens wordt het vastgestelde
                    budgettaire kader verwerkt in de programmabegroting van het komende
                    begrotingsjaar. Deze programmabegroting is vóór 1 juni gereed en wordt vóór 16
                    juli, voorafgaand aan het volgende begrotingsjaar vastgesteld door de
                    regioraad.</al><al>Binnen de financiële kaders die vervat zijn in de programmabegroting, worden
                    vervolgens operatio-nele plannen opgesteld in de vorm van een productenraming.
                    De vaststelling daarvan geschiedt uiterlijk 1 december vóór aanvang van het
                    nieuwe begrotingsjaar door het dagelijks bestuur en de bestuurscommissies. Deze
                    productenraming wordt ter inzage gelegd voor de regioraad.</al><al/><tussenkop>Artikel 5. Uitvoering begroting</tussenkop><al>In artikel 5 legt de regioraad het dagelijks bestuur de bestuurscommissies een
                    aantal eisen op die voor een goede uitvoering van de begroting noodzakelijk
                    zijn. In het eerste lid wordt bepaald dat het dagelijks bestuur en de
                    bestuurscommissies de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffend-heid
                    van de uitvoering dienen te waarborgen. De nadere regels hieromtrent zijn
                    vastgelegd in de Organisatieverordening Regio Twente.</al><al>Lid 2 stelt eisen voor de onderwerpen die van belang zijn voor de opstelling van
                    de productenraming. Lid 3 doet hetzelfde voor de uitvoering van de programma’s
                    van de begroting.</al><al>Het duale stelsel geeft de raad geen nadere uitvoeringsregels om aan de
                    prestatie-eis te voldoen. Deze uitvoeringsregels zijn volgens het duale stelsel
                    bij gemeenten aan het dagelijks bestuur (college van B &amp; W). Echter het
                    dualistische bestel is niet van toepassing op Regio Twente en dit betekent dat
                    de regioraad nadere uitvoeringsregels voor het dagelijks bestuur en de
                    bestuurscommissies kan vast-stellen in de Organisatieverordening Regio
                    Twente.</al><al/><tussenkop>Artikel 6. Interne controle </tussenkop><al>De regioraad legt in dit artikel enkele basiscondities vast voor de interne
                    controle. Daarmee verkrijgt de regioraad de zekerheid dat het dagelijks bestuur
                    aan de eisen genoemd in artikel 5, eerste lid, zal kunnen voldoen.</al><al>De verordening geeft in het eerste en tweede lid aan het dagelijks bestuur de
                    opdracht voor de inrich-ting van de financiële organisatie verschillende
                    maatregelen te treffen op het gebied van interne controle, bijvoorbeeld een
                    adequate functiescheiding. Voor een goede interne controle zijn echter
                    aanvullende onderzoeken nodig. In het derde lid van artikel 6 geeft de regioraad
                    aan, welke onderzoeken nodig zijn om de eisen van controle te waarborgen en met
                    welke frequentie deze onderzoeken moeten worden uitgevoerd.</al><al>Het vierde en vijfde lid regelt dat het dagelijks bestuur op grond van de
                    uitkomsten van de onder-zoeken bij tekortkomingen maatregelen tot herstel treft
                    en dat de regioraad over de uitkomsten van de onderzoeken en de eventuele
                    maatregelen tot herstel op de hoogte wordt gebracht.</al><al>De onderzoeken in dit artikel omvatten niet de interne onderzoeken van het
                    dagelijks bestuur naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                    bestuur. De regels voor deze interne onder-zoeken zijn opgenomen in artikel 213a
                    Gemeentewet en dit artikel is niet van toepassing op de gemeenschappelijke
                    regelingen.</al><al/><tussenkop>Artikel 7. Tussentijdse rapportage en informatie</tussenkop><al>Artikel 7, eerste tot en met vierde lid, formaliseert een belangrijk onderdeel
                    van de planning en control van de regioraad. De regioraad geeft namelijk aan de
                    aard van de informatie die het dagelijks bestuur en de bestuurscommissies
                    standaard dienen te verstrekken evenals de reguliere frequentie. Op basis van
                    deze informatie kan de regioraad de uitvoering van de begroting volgen en
                    besluiten of bijsturing nodig is.</al><al>Artikel 7 regelt wanneer de regioraad tussentijds over de stand van zaken in het
                    lopende begrotings-jaar moet worden geïnformeerd. In dit artikel is gekozen voor
                    twee tussenrapportages aan de regio-raad, namelijk een viermaands rapportage
                    vóór 16 juli van het lopende begrotingsjaar en een acht-maands rapportage vóór 2
                    december van het lopende begrotingsjaar. Door het vastleggen van de data in het
                    artikel legt de regioraad een maximale termijn vast, waarbinnen de
                    tussenrapportages moeten worden samengesteld, opgeleverd en behandeld. </al><al>Daarnaast geldt, zoals vermeld in artikel 21, lid 2 van de Gemeenschappelijke
                    Regeling Regio Twente dat de leden van het dagelijks bestuur, tezamen en ieder
                    afzonderlijk, de regioraad ongevraagd alle informatie geven die voor een juiste
                    beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur
                    nodig is. Voorts geven de leden van het dagelijks bestuur, tezamen dan wel
                    afzonderlijk, aan de regioraad, wanneer dit bestuur dan wel één of meer leden
                    daarvan hierom verzoeken, alle gevraagde inlichtingen, één en ander voor zover
                    zulks niet strijdig is met het openbaar belang. Het voornoemde is tevens van
                    toepassing op de leden van de bestuurscommissies.</al><al>In het derde lid van het artikel geeft de regioraad kaders voor de inrichting
                    van de tussenrapportages namelijk dat deze rapportage moet aansluiten bij de
                    programma- en productindeling van Regio Twente. </al><al>In het vierde lid geeft de regioraad aan waarover hij in elk geval in de
                    tussenrapportages wil worden geïnformeerd. Om de organisatie niet op te zadelen
                    met een rapportagecircus is het natuurlijk wel zaak, dat de tussenrapportages
                    niet te uitgebreid en overzichtelijk zijn. De stand van zaken van en de prognose
                    voor het lopende begrotingsjaar kan overigens naast de jaarstukken van het
                    afgelopen jaar mede een belangrijke basis zijn voor het inzicht voor en het
                    opstellen van de komende begroting.</al><al>Het vijfde lid geeft aan dat de regioraad op basis van de tussentijdse
                    rapportages de wenselijk geachte begrotingswijziging(en) vaststelt. Hiermee
                    wordt bereikt dat de gewijzigde begroting van het lopende begrotingsjaar steeds
                    formeel wordt vastgesteld door de regioraad.</al><al/><tussenkop>Artikel 8. Jaarrekening</tussenkop><al>Artikel 8 is het sluitstuk van de begrotingscyclus, de verantwoording over de
                    begrotingsuitvoering door het dagelijks bestuur en de bestuurscommissies, én de
                    controle van de regioraad daarop. Basis daar-voor is de programmarealisatie. In
                    het eerste lid wordt daarvoor een kwaliteitseis gesteld. Het tweede lid is de
                    tegenpool van artikel 2, lid 2 en 3. In jaarstukken geven het dagelijks bestuur
                    en de bestuurs-commissies aan: wat is bereikt en welke kosten hiervoor zijn
                    gemaakt, én de resultaten in relatie tot de gestelde doelen. Daarnaast geven het
                    dagelijks bestuur en bestuurscommissies in de jaarstukken een verklaring en
                    analyse van de verschillen tussen de begroting (begroting inclusief eventuele
                    begrotingswijzigingen) en de verantwoording. </al><al>In het derde lid wordt bepaald dat de regioraad aan de hand van de jaarstukken
                    de mogelijkheid heeft om de beleidsdoelstellingen van programma’s van het
                    volgende begrotingsjaar te laten bijstellen. Op basis van deze bijstelling(en)
                    dienen dan de nodige begrotingswijzigingen worden aangebracht.</al><al/><tussenkop>Artikel 9. De financiële positie</tussenkop><al>De regioraad geeft in dit artikel enkele belangrijke uitgangspunten aan die het
                    dagelijks bestuur en de bestuurscommissies voor de uiteenzetting van de
                    financiële positie en de meerjarenramingen moeten volgen. Tevens wordt hier
                    vastgelegd dat het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen bij de
                    uiteenzetting van de financiële positie moet worden verleend. Daarnaast wordt
                    hier expliciet vastgelegd hoe de regioraad bij het vaststellen van de financiële
                    positie, de investeringskredieten accordeert.</al><al/><tussenkop>Artikel 10. Waardering &amp; afschrijving vaste activa</tussenkop><al>De verordening moet volgens artikel 212 Gemeentewet in elk geval bevatten de
                    “regels voor waar-dering en afschrijving activa”. De vaste activa worden
                    verplicht ingedeeld in immateriële vaste activa, materiële vaste activa en
                    financiële vaste activa. De immateriële vaste activa worden verdeeld in de
                    kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief en de kosten
                    verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio. De
                    materiële vaste activa worden onder-verdeeld in materiële vaste activa met
                    economisch nut en materiële vaste activa met alleen maat-schappelijk nut.</al><al>Op deze plaats in de verordening wordt vastgelegd dat het dagelijks bestuur,
                    wanneer omstandigheden daartoe aanleiding geven, een geactualiseerde beleidsnota
                    vaste activa- en afschrijvingsbeleid ter behandeling en vaststelling aan de
                    regioraad aanbiedt. De desbetreffende nota dient volgens de uitgangspunten van
                    het “Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten en provincies” opgesteld te
                    worden.</al><al>Het tweede lid bepaalt, dat de kosten voor het afsluiten van geldleningen ineens
                    ten laste van het resultaat worden gebracht.</al><al/><tussenkop>Artikel 11. Waardering oninbare vorderingen</tussenkop><al>Artikel 11 geeft de regels voor de bepaling van de hoogte van de voorziening
                    voor oninbare vorderin-gen. Voor het bepalen van de hoogte van de voorziening
                    wordt gekozen voor een individuele inschat-tingsbeoordeling van de oninbaarheid
                    van openstaande vorderingen ouder dan drie maanden.</al><al/><tussenkop>Artikel 12. Reserves en voorzieningen</tussenkop><al>Een belangrijk beleidsmatig aspect betreft de omvang van het eigen vermogen van
                    Regio Twente. Het eigen vermogen van Regio Twente bestaat uit de algemene
                    reserves en bestemmingsreserves. Hoe groot moet het eigen vermogen zijn om
                    risico’s op te vangen en gaan we een investering financieren door
                    tariefverhoging of door het interen op het eigen vermogen, zijn financieel
                    beleidsmatige vragen die thuishoren bij de regioraad.</al><al>Artikel 12 bepaalt, dat het dagelijks bestuur wanneer omstandigheden daar
                    aanleiding toe geven, een geactualiseerde beleidsnota over de reserves en
                    voorzieningen aanbiedt ter behandeling en vaststelling door de regioraad. In
                    deze nota kan de regioraad het kader vaststellen voor de omvang van de reserves.
                    Kaders stellen voor voorzieningen is veelal niet aan de orde, omdat
                    voorzieningen een verplichtend karakter kennen. Wel is het inzichtelijk in de
                    nota in te gaan op de voorzieningen. Voorts is het wenselijk jaarlijks bij de
                    programmabegroting een actueel overzicht te geven van de reserves en
                    voorzieningen.</al><al/><tussenkop>Artikel 13. Kostprijsberekening</tussenkop><al>In artikel 13 is de grondslag voor de bepaling van prijzen van de producten en
                    diensten neergelegd, zoals dat door artikel 212, lid 2, let b Gemeentewet wordt
                    geëist. De grondslag voor de hoogte van prijzen is namelijk een besluitvorming
                    door de regioraad op basis van de geraamde hoeveelheden en de geraamde
                    kostprijzen. Kostprijzen laten zich op vele manieren berekenen. In dit artikel
                    worden uitgangspunten voor de bepaling van de kostprijzen gegeven.</al><al>Artikel 13, lid 1 bepaalt, dat naast de direct aan een product of dienst toe te
                    rekenen kosten ook de indirecte kosten die oorzakelijk samenhangen met de
                    vervaardiging van het product of de dienst, worden meegenomen voor de
                    kostprijsbepaling. Het toe te rekenen deel van de overhead van Regio Twente moet
                    dus wel worden meegenomen in de kostprijsberekening.</al><al>Artikel 229b, lid 2, Gemeentewet stelt, dat bijdragen aan bestemmingsreserves en
                    voorzieningen voor noodzakelijke vervanging van de betrokken activa voor
                    bepaling van de kostprijs en dus voor de bepa-ling van de prijs van een product
                    of dienst mogen worden meegenomen. Veel overheden hanteren daarnaast het
                    mechanisme van rentetoerekening over de reserves en de voorzieningen aan in
                    gebruik zijnde kapitaalgoederen. Artikel 13, lid 2 van de onderhavige
                    verordening bepaalt, dat deze beide kosten ook daadwerkelijk worden meegenomen
                    voor de berekening van de kostprijs. Indien wordt gekozen voor het systeem van
                    het toerekenen van bespaarde rente dan is het verplicht deze rente als lasten
                    mee te nemen in de kostprijs.</al><al>Het rentepercentage van de toerekening van kapitaallasten is van invloed op de
                    lasten, maar ook van invloed op de kostprijs. Indien men bijvoorbeeld voor de
                    bouw van een bedrijfsgebouw een lening heeft afgesloten, kan men er voor kiezen
                    de rentelasten op de kosten van het gebouw te laten drukken. Dit wordt in de
                    boekhouding bereikt door de zogenaamde rente-omslagmethode. Het rente-percentage
                    dat wordt gehanteerd bij de omslagmethode, is van invloed op de kostprijs. Het
                    renteper-centage valt zodoende onder het budgetrecht van de regioraad. Daarnaast
                    is bij de rente-omslag van de kapitaallasten toerekening van de bespaarde rente
                    over het eigen vermogen toegestaan. Artikel 13, lid 3 legt het te hanteren
                    rentepercentage voor de omslagrente van de kapitaallasten vast.</al><al/><tussenkop>Artikel 14. Financieringsfunctie</tussenkop><al>De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het
                    middelenbeheer. Gezien de operationele kwetsbaarheid van deze functie bevat
                    artikel 212 het expliciete voorschrift dat de verordening een onderdeel over de
                    financieringsfunctie heeft. In dit artikel wordt uitvoering gegeven aan artikel
                    212, tweede lid onder c. Het gaat om de kaders voor het uitvoeren van de
                    financierings-functie. De uitvoering van de financieringsfunctie komt aan de
                    orde in de financieringsparagraaf in de programmabegroting en de rekening zoals
                    die in het Besluit Begroting en Verantwoording is voorge-schreven. Via dit
                    artikel stelt de regioraad doelstellingen, richtlijnen en limieten die voor het
                    dagelijks bestuur gelden. In het artikel wordt het dagelijks bestuur opgedragen
                    een financieringsstatuut (treasurystatuut) op te stellen dat met name
                    protocollen bevat voor de dagelijkse uitvoering. Voorts wordt in lid 3 van dit
                    artikel gesteld dat het dagelijks bestuur zorgdraagt voor de uitvoering van de
                    richtlijnen zoals vastgesteld door de regioraad in het treasurystatuut. </al><al>Onderwerpen die in het treasurystatuut aan de orde komen zullen met name
                    betreffen de doelstel-lingen van de treasuryfunctie, het kasbeheer, het
                    risicobeheer, de financiering en de administratieve organisatie en de interne
                    controle omtrent de treasuryfunctie. Onder het risicobeheer vallen het
                    renterisicobeheer, het kredietrisicobeheer, het koersrisicobeheer, het interne
                    liquiditeitsbeheer en het valutarisicobeheer (indien van toepassing). Wanneer
                    omstandigheden daartoe aanleiding geven, biedt het dagelijks bestuur het
                    (geactualiseerde) treasurystatuut ter behandeling en vaststelling aan de
                    regioraad aan. </al><al>De kasgeldlimiet en de renterisiconorm zijn wettelijk geregeld (Wet financiering
                    decentrale overheden, artikel 3 en 4, respectievelijk 5 en 6). Overschrijding is
                    niet toegestaan. Gedeputeerde staten van de provincie moeten in hun hoedanigheid
                    van toezichthouder ingrijpen, maar kunnen onder bijzondere omstandigheden een
                    tijdelijke overschrijding tolereren. Bij overschrijding kan Regio Twente worden
                    geconfronteerd met preventief toezicht op het sluiten van kortlopende
                    (kasgeldlimiet) of langlopende (renterisiconorm) leningen. Wanneer
                    overschrijding dreigt, dient het dagelijks bestuur de regioraad terstond te
                    informeren.</al><al/><tussenkop>Artikel 15. Registratie bezittingen en activa</tussenkop><al>Voor een goed beeld van de financiële positie is een volledige registratie van
                    de bezittingen van Regio Twente onontbeerlijk. Om te garanderen dat de
                    registratie actueel en juist is, wordt in dit artikel het dagelijks bestuur
                    opgedragen periodiek de registratie te controleren en bij afwijkingen
                    maatregelen tot herstel te treffen. </al><al/><tussenkop>Artikel 16. Weerstandsvermogen</tussenkop><al>Regio Twente loopt risico’s. Deze risico’s zijn van uiteenlopende aard. Tegen
                    een deel van deze risico’s heeft Regio Twente zich verzekerd, of zijn/worden
                    voorzieningen gevormd, of ze zijn/worden anderszins opgevangen. Voor een deel
                    van de risico’s is dit echter niet het geval. Regio Twente heeft ervoor gekozen
                    om voor bepaalde risico’s eigen risicodrager te worden door zich bewust niet
                    voor deze risico’s te verzekeren.</al><al>De niet verzekerde risico’s hebben, als ze zich voordoen, (grote) financiële
                    consequenties. Het is dus zaak voor Regio Twente, dat ze zich bewust is van de
                    risico’s die ze loopt, en ze beheerst. Het uitslui-ten van risico’s is echter
                    niet mogelijk. Niet verzekerde risico’s die zich voordoen, moet Regio Twente
                    opvangen met het eigen vermogen of door beleidsmatige ombuigingen op de
                    begroting.</al><al>Regio Twente beschikt hiertoe over een door de regioraad vastgesteld
                    beleidskader “Risicomanagement en weerstandsvermogen” </al><al>Het eerste lid van artikel 16 eist dat wanneer omstandigheden daartoe aanleiding
                    geven, het dagelijks bestuur een geactualiseerde beleidsnota aan de regioraad
                    aanbiedt, waarin het dagelijks bestuur uiteenzet hoe wordt omgegaan met de
                    inventarisatie en beheersing van risico’s. Dit zijn bijvoorbeeld regels over
                    welke bezittingen van Regio Twente moeten worden verzekerd en welke procedures
                    hiervoor gelden. Een ander voorbeeld van een regel voor de beheersing van
                    risico’s is, dat er jaarlijks een rentevisie wordt gemaakt, waarmee Regio Twente
                    het renterisico op haar leningportefeuille op een aanvaardbaar niveau houdt. Het
                    dagelijks bestuur kan zelf invulling geven hoe met deze regels om te gaan. Ten
                    tweede moet het dagelijks bestuur in deze nota de risico’s kwantificeren en aan
                    de hand ervan het gewenste weerstandscapaciteit bepalen.</al><al>Het tweede lid regelt over welke risico’s en hun financiële consequenties de
                    regioraad in de verplichte paragraaf weerstandsvermogen van de
                    programmabegroting en de jaarstukken moet worden geïnformeerd. Het “Besluit
                    Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten” verplicht een aantal zaken
                    op te nemen in de paragraaf, namelijk:</al><lijst><li nr="·"><al>een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;</al></li><li nr="·"><al>een inventarisatie van de risico’s;</al></li><li nr="·"><al>het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s.</al></li></lijst><al>Bij de opsomming van de risico’s kan met name gedacht worden aan:</al><lijst><li nr="·"><al>substantiële verlaging van gemeentelijke bijdragen;</al></li><li nr="·"><al>tegenvallende rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt;</al></li><li nr="·"><al>tegenvallende realisatie op begrote subsidieverwachtingen;</al></li><li nr="·"><al>lopende en te verwachten claims van derden;</al></li><li nr="·"><al>nog niet getaxeerde kosten van (vermoede) milieuverontreiniging;</al></li><li nr="·"><al>overschrijding openeinde regelingen en subsidies;</al></li><li nr="·"><al>dreigend faillissement van verbonden partijen;</al></li><li nr="·"><al>dreigend faillissement van derden bij wie borgstellingen, garanties,
                            leningen, vorderingen of contracten uitstaan; </al></li><li nr="·"><al>langdurige ICT calamiteiten.</al></li></lijst><al>In het onderhavige artikel is er voor gekozen om de beleidslijnen uit te zetten
                    in de beleidsnota “Risicobeleid en weerstandsvermogen”. De desbetreffende,
                    volgens het Besluit Begroting en Verantwoording voorgeschreven paragraaf
                    informeert dan vooral de uitvoering en toepassing van de nota.</al><al/><tussenkop>Artikel 17. Onderhoud kapitaalgoederen</tussenkop><al>In artikel 17 stelt de regioraad regels voor de begrotings- en
                    verantwoordingsinformatie aan de regioraad over het onderhoud aan
                    kapitaalgoederen. Deze informatie wordt gesplitst. Het eerste en met het tweede
                    lid regelen, dat er nota’s aan de regioraad worden aangeboden over het onderhoud
                    aan twee verschillende categorieën kapitaalgoederen. Hierin kan op de stand van
                    zaken worden ingegaan en kan de regioraad de kaders voor het toekomstige beleid
                    uiteenzetten.</al><al>Door het vastleggen van de data in de verordening voor het aanbieden van de nota
                    onderhoud door de bestuurscommissie(s) aan de regioraad, kan de regioraad deze
                    nota agenderen. Uiteraard heeft de bestuurscommissie de mogelijkheid, indien ze
                    dit nodig acht, de nota onderhoud tussentijds te agenderen bij de regioraad. In
                    de praktijk heeft Regio Twente zo weinig kapitaalgoederen in bezit, dat van voor
                    het onderhoud daarvan vaststellen van een afzonderlijke beleidsnota vooralsnog
                    is afgezien, te meer daar het onderhoud van de recreatieparken gedetailleerd in
                    de programmabegroting (onderdeel recreatie en toerisme) van het domein
                    Leefomgeving is uitgewerkt. In de programmarekening wordt verslag gedaan over
                    het aan kapitaalgoederen gepleegde onderhoud. Indien een dergelijke nota wordt
                    opgesteld, neemt de regioraad hierover binnen drie maanden nadat de nota is
                    aangeboden een besluit.</al><al>Artikel 17, derde lid, regelt over welke feiten aangaande het financiële beheer
                    van het onderhoud van kapitaalgoederen de regioraad in de verplichte paragraaf
                    onderhoud kapitaalgoederen bij de program-mabegroting en jaarstukken in elk
                    geval geïnformeerd wordt. Hier kan de regioraad invulling geven aan zijn eigen
                    informatiebehoefte over het onderhoud kapitaalgoederen. Het Besluit Begroting en
                    Verantwoording provincies en gemeenten schrijft enige feiten voor, die in de
                    paragraaf moeten wor-den vermeld. Namelijk het beleidskader, de daaruit
                    voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling daarvan in de
                    programmabegroting van het onderhoud wegen (fietspaden), het onderhoud water
                    (recreatieparken), het onderhoud groen (recreatieparken) en het onderhoud
                    gebouwen.</al><al/><tussenkop>Artikel 18. Financiering</tussenkop><al>De basis voor dit artikel is gelegen in artikel 14. Artikel 18 regelt over welke
                    feiten inzake het financiële beheer van de financieringsfunctie de regioraad in
                    elk geval in de verplichte paragraaf financiering bij de programmabegroting en
                    jaarstukken wordt geïnformeerd. De regioraad kan aangeven om over meerdere zaken
                    geïnformeerd te willen worden zoals de samenstelling en omvang van het vreemde
                    vermogen en van de uitzettingen en de liquiditeitspositie.</al><al/><tussenkop>Artikel 19. Bedrijfsvoering</tussenkop><al>Het domein van de ambtelijke organisatie is de verantwoordelijkheid van het
                    dagelijks bestuur en de bestuurscommissies. Beleid op dit gebied wordt in de
                    eerste plaats vormgegeven door het dagelijks bestuur en de bestuurscommissies.
                    In het eerste lid van artikel 19 van de verordening over de bedrijfsvoering
                    wordt aangegeven dat in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de programmabegroting
                    dient te worden ingegaan op onderwerpen die de aandacht behoeven. Hiermee geeft
                    de regioraad aan dat ze door het dagelijks bestuur en de bestuurscommissies
                    geïnformeerd wil worden over alle actuele relevante zaken omtrent de
                    bedrijfsvoering van Regio Twente.</al><al>Het tweede lid regelt verder over welke feiten aangaande het beheer van de
                    bedrijfsvoering de regioraad in ieder geval in de verplichte paragraaf
                    bedrijfsvoering geïnformeerd wordt. In dit artikel geeft de regioraad invulling
                    aan zijn eigen informatiebehoefte over de bedrijfsvoering van Regio Twente.</al><al>In het derde lid geeft de regioraad aan dat ze in de bedrijfsvoeringsparagraaf
                    in het jaarverslag geïnformeerd wil worden over de stand van zaken omtrent de
                    onderwerpen, die genoemd zijn in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de
                    programmabegroting en over de nieuwe ontwikkelingen.</al><al/><tussenkop>Artikel 20. Verbonden partijen</tussenkop><al>Dit artikel stelt regels voor de verantwoordingsinformatie over de verbonden
                    partijen. In afwijking met andere artikelen wordt niet gekozen voor een aparte
                    nota. Het dagelijks bestuur verantwoordt deze informatie aan de regioraad in de
                    paragraaf verbonden partijen bij de programmabegroting en de jaarstukken.
                    Artikel 20 regelt over welke feiten aangaande het financieel en bestuurlijk
                    beheer van verbonden partijen de regioraad in elk geval in de verplichte
                    paragraaf verbonden partijen bij de programmabegroting en jaarstukken
                    geïnformeerd wil worden. Hier wordt door de regioraad invulling gegeven aan zijn
                    eigen informatiebehoefte over de verbonden partijen. Het Besluit Begroting en
                    Verantwoording schrijft wel voor dat enige feiten verplicht moeten worden
                    vermeld in de betreffende paragraaf, namelijk:</al><lijst><li nr="a."><al>de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de
                            doelstellingen die zijn opgenomen in de begroting;</al></li><li nr="b."><al>de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen.</al></li></lijst><al>Daar de programmabegroting en jaarstukken openbare stukken zijn, kan vermelding
                    van bepaalde in de verordening vereiste informatie de belangen van Regio Twente
                    schaden. We kunnen bijvoorbeeld denken aan het voornemen om een financieel
                    belang af te stoten, hetgeen in bepaalde situaties de onderhandelingspositie van
                    Regio Twente aantast. Deze gegevens worden vanzelfsprekend niet her-kenbaar in
                    de programmabegroting en jaarstukken opgenomen.</al><al>Ingevolge het Besluit Begroting en Verantwoording dient een lijst van verbonden
                    partijen te worden bijgehouden.</al><al/><tussenkop>Artikel 21. Verstrekking bijdragen en subsidies</tussenkop><al>Een belangrijke uitgaande middelenstroom, die de kaderstellende rol en het
                    budgetrecht van de regio-raad raakt, betreft de verstrekking van bijdragen en
                    subsidies. Hiervoor is geen paragraaf bij de programmabegroting en de
                    jaarstukken opgenomen. Wel zijn hiervoor in een aantal gevallen
                    subsidieverordeningen opgesteld (o.a. voor mobiliteit en woninggebonden
                    subsidies). Artikel 21 regelt, dat de regioraad tenminste wanneer daar
                    aanleiding toe bestaat een (geactualiseerde) verordeningen ontvangt en
                    vaststelt, waarin het dagelijks bestuur respectievelijk de bestuurscommissie het
                    voorgenomen beleid en uitvoeringsregels uiteenzet voor de verstrekking van
                    bijdragen en subsidies. De regioraad kan de verordening(en) altijd tussentijds
                    agenderen. Via deze verordening(en) wordt ook vastgesteld dat het dagelijks
                    bestuur respectievelijk de bestuurscommissie vóór 31 december, voorgaand aan het
                    jaar waarop het budget van toepassing is, het budget bepaalt voor de bijdragen
                    en subsidies voor projecten. In artikel 21, lid 3 wordt aangegeven dat het
                    dagelijks bestuur respectievelijk de bestuurscommissie zich jaarlijks via de
                    jaarstukken en de uit te brengen bestuursrapportages verantwoordt aan de
                    regioraad over de toegekende bijdragen en subsidies.</al><al/><tussenkop>Artikel 22. Administratie</tussenkop><al>In artikel 22 worden de kaders gegeven voor de inrichting van administraties van
                    Regio Twente. In hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens moeten worden
                    vastgelegd en aan welke eisen de vastgelegde gegevens moeten voldoen.
                    Onderhavige verordening regelt niet de regels en activiteiten die daarvoor in de
                    uitvoering nodig zijn. Deze regels en activiteiten zijn vermeld in de
                    Organisatiever-ordening, waarin de aansturing van de ambtelijke organisatie is
                    vastgelegd. Een en ander geldt ook voor artikel 23, 24 en 25.</al><al/><tussenkop>Artikel 23. Financiële administratie</tussenkop><al>Een belangrijk onderdeel van de administratie is de financiële administratie.
                    Bij algemene maatregel van bestuur stelt het Rijk eisen aan de
                    verantwoordingsinformatie van Regio Twente. In het Besluit Begroting en
                    Verantwoording zijn onder andere waarderingsgrondslagen, balansindeling en
                    verplicht op te leveren financiële gegevens vastgelegd. Vanuit de financiële
                    administratie moeten gegevens worden aangeleverd voor de financiële
                    verantwoordingsinformatie aan de regioraad, maar ook aan gedeputeerde staten van
                    Overijssel (in hun rol als toezichthouder), het Rijk en aan andere instellingen
                    die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen.</al><al/><tussenkop>Artikel 24. Financiële organisatie</tussenkop><al>In dit artikel worden uitgangspunten voor de inrichting van de (financiële)
                    organisatie gegeven, waaraan de regels vastgelegd in de Organisatieverordening
                    moeten voldoen. De uitgangspunten vormen de kaders voor de opgestelde regels in
                    de Organisatieverordening.</al><al>In de onderdelen a en b worden eisen gesteld aan de toedeling van taken aan
                    organisatieonderdelen en programma’s van Regio Twente en de toewijzing van
                    functies aan functionarissen. In de onder-delen c t/m e worden eisen gesteld aan
                    de budgettoedeling en de verantwoording daarover.</al><al/><tussenkop>Artikel 25. Aanbesteding en inkoop</tussenkop><al>De inkoop van goederen en diensten en de aanbesteding van werken en leveringen
                    zijn belangrijke en kwetsbare activiteiten die een groot budgettair effect
                    kunnen hebben. Het hanteren van een proto-col is naast de desbetreffende
                    administratieve aspecten tevens te zien als een vorm van risicobeheer-sing. De
                    aansprakelijkheid kan worden beperkt en er wordt jegens derden rechtszekerheid
                    gecreëerd. In artikel 25 draagt de regioraad aan het dagelijks bestuur op om
                    regels op te stellen voor de aanbe-steding van werken en leveringen alsmede voor
                    de inkoop van goederen en diensten. Het dagelijks bestuur en de
                    bestuurscommissies zijn belast met de uitvoering van deze regels. De betreffende
                    regelgeving van de Europese Unie dient daarbij nageleefd te worden.</al><al/><tussenkop>Artikel 26. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2012, met dien verstande dat de
                    hierin doorgevoerde actualiseringen ook reeds van toepassing worden verklaard
                    voor de accountantscontrole over het rekeningjaar 2011. Gelijktijdig is hiermee
                    de bestaande verordening van 22 november 2005 ingetrokken. </al><al/><tussenkop>Artikel 27. Citeertitel</tussenkop><al>In dit artikel wordt de naam gegeven, waarmee men in Regio Twente stukken naar
                    deze verordening kan verwijzen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>