<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR408943_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening raadscommissie 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-06-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hofweekblad d.d. 11 juli 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening raadscommissie 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikel 82</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-06-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-10-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe verordening in verband met invoering papierarm werken</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>384599</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening raadscommissies gemeente Hof van Twente 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hof van Twente;</al><al>gelezen het voorstel van het raadspresidium; </al><al>gelet op het bepaalde in artikel 82 van de Gemeentewet;</al><al><vet>besluit:</vet></al><al>In te trekken de Verordening op de raadscommissie 2011, vastgesteld op 31
                        mei 2011;</al><al>2.Vast te stellen de navolgende <vet>VERORDENING OP DE RAADSCOMMISSIES
                            2012</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><vet>Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>lid: lid van een raadscommissie; </al></li><li nr="b."><al>voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens vervanger;
                            </al></li><li nr="c."><al>commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens
                                vervanger; </al></li><li nr="d."><al>griffier: griffier van de raad of diens vervanger; </al></li><li nr="e."><al>vergadering: vergadering van een raadscommissie. </al><al/></li></lijst><al><vet>Hoofdstuk 2 Instelling, taken en samenstelling</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2 Instelling raadscommissies</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt de volgende raadscommissies in: </al><lijst><li nr="a."><al>Algemeen; </al></li><li nr="b."><al>Fysiek; </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De raadscommissie Algemeen adviseert en overlegt over de volgende
                                onderwerpen: </al><lijst><li nr="a."><al>Inwoners en bestuur (Programma 1); </al></li><li nr="b."><al>Veiligheid en regels (Programma 2);</al></li><li nr="c."><al>Welzijn en onderwijs (Programma 5);</al></li><li nr="d."><al>Werk, inkomen en zorg (Programma 6);</al></li><li nr="e."><al>Algemeen financieel beleid (Paragrafen 1 t/m/ 8);</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De raadscommissie Fysiek adviseert en overlegt over de volgende
                                onderwerpen: </al><lijst><li nr="a."><al>Wonen en Werken (Programma 3) </al></li><li nr="b."><al>Leefomgeving ( Programma 4).</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het
                                onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies besproken, tenzij de
                                agendacommissie beslist dat een gezamenlijke vergadering van de
                                raadscommissies wordt belegd of de raadscommissie die het onderwerp
                                het meest aangaat, het onderwerp behandelt. </al></li><li nr="5."><al>Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt
                                belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het
                                onderwerp het meest aangaat, de taken van de voorzitter. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 3 Taken</vet></al><al>2.Een raadscommissie heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of onderwerp
                                dat betrekking heeft op de in artikel 2, tweede of derde lid,
                                genoemde onderwerpen;</al></li><li nr="b."><al>het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging;</al></li><li nr="c."><al>voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder
                                geval door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en
                                het gevoerde bestuur ten aanzien van de in artikel 2, tweede lid,
                                derde of vierde lid, genoemde onderwerpen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4 Samenstelling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een raadscommissie bestaat uit maximaal 50% van het aantal
                                raadsleden per fractie. </al></li><li nr="2."><al>Alle raadsleden zijn lid van beide raadscommissies. De fractie
                                bepaalt, met in acht name van het bepaalde in lid 1, zelf welke
                                leden worden afgevaardigd naar welke commissievergadering. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 5 Voorzitter</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn
                                midden benoemd. </al></li><li nr="2."><al>De voorzitter is geen lid van de raadscommissie. </al></li><li nr="3."><al>De voorzitter is belast met: </al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering; </al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde; </al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van deze verordening; </al></li><li nr="d."><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. </al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 6 Zittingsduur en vacatures</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun
                                plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de
                                zittingsperiode van de raad. </al></li><li nr="2."><al>De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan. </al></li><li nr="3."><al>De voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde ontslag
                                nemen. Zij doen daarvan schriftelijk of digitaal mededeling aan de
                                raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in
                                of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. </al></li><li nr="4."><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                                vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die
                                fractie is beoemd, van rechtswege. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 7 Griffier en commissiegriffier</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De griffier of zijn vervanger is in iedere vergadering aanwezig.
                            </al></li><li nr="2."><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door de
                                plv. griffier of daartoe aangewezen medewerker van de griffie
                                (commissiegriffier). </al><al/></li></lijst><al><vet>Hoofdstuk 3 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</vet></al><al/><al><vet>Artikel 8 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</vet></al><al>De burgemeester, de wethouders en de secretaris hebben altijd toegang tot de
                        commissie-vergaderingen en kunnen aan de beraadslagingen deel nemen. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 4 Vergaderingen</vet></al><al/><al><vet>Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereiding </vet></al><al><vet>Artikel 9 Vergaderfrequentie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissies Algemeen
                                en Fysiek plaats volgens het jaarlijks door de raad vast te stellen
                                vergaderschema voor de raads- en commissievergaderingen: </al></li><li nr="2."><al>De vergaderingen van de raadscommissies vangen aan om 19.00 uur en
                                vinden plaats in het gemeentehuis.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of
                                aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                voert hierover overleg met de griffier. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 10 Agendacommissie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Er is een agendacommissie.</al></li><li nr="2."><al>De agendacommissie bestaat uit de voorzitter van de raad en de
                                voorzitters van de raadscommissies. De voorzitter van de raad is
                                voorzitter van de agendacommissie. De griffier of zijn vervanger is
                                in elke vergadering van de agendacommissie aanwezig.</al></li><li nr="3."><al>Bij afwezigheid worden de leden van de agendacommissie vervangen
                                door hun plaatsvervangers.</al></li><li nr="4."><al>De agendacommissie heeft tot taak het voorlopig vaststellen van de
                                agenda’s van de raadscommissies.</al></li><li nr="5."><al>De voorzitter van de agendacommissie kan voorstellen de
                                gemeentesecretaris uit te nodigen voor een vergadering van de
                                agendacommissie.</al></li><li nr="6."><al>De leden van de agendacommissie hebben elk één stem in de
                                agendacommissie. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 11 Oproep</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De griffier zendt, namens de voorzitters van de raadscommissies, ten
                                minste zeven dagen voor een vergadering de leden een oproep onder
                                vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering.
                            </al></li><li nr="2."><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de oproep
                                aan de leden verzonden.</al></li><li nr="3."><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                artikel 12, eerste lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48
                                uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 12 De agenda </vet></al><lijst><li nr="1."><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de
                                oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een
                                aanvullende agenda opstellen.</al></li><li nr="2."><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda
                                vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda
                                toevoegen of van de agenda afvoeren. </al></li><li nr="3."><al>Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor
                                de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college of de
                                burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De raadscommissie
                                bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt. </al></li><li nr="4."><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de
                                volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de
                                agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep
                                voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage gelegd. </al></li><li nr="2."><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het
                                gemeentehuis gebracht. </al></li><li nr="3."><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid,
                                van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken
                                in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en
                                verleent de griffier een lid inzage. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 14 Openbare kennisgeving</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergadering wordt tegelijkertijd met de oproep door aankondiging
                                in een huis-aan-huisblad en door plaatsing op de gemeentelijke
                                website openbaar gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>De openbare kennisgeving vermeldt: </al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige
                                        agenda </al><al>van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de
                                        daarbij behorende stukken kan inzien; </al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als
                                        bedoeld in artikel 17.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Daarnaast worden de bij de voorlopige agenda behorende stukken op de
                                website van de gemeente geplaatst.</al></li></lijst><al><vet>Paragraaf 2 Orde der vergadering</vet></al><al><vet>Artikel 15 Presentielijst</vet></al><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid de presentielijst. Aan
                        het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de
                        (commissie)griffier door ondertekening vastgesteld.</al><al><vet>Artikel 16 Opening vergadering en quorum</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien
                                meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.
                            </al></li><li nr="2."><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste
                                aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing
                                naar dit artikel, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag
                                en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste
                                vierentwintig uur na het bezorgen van de schriftelijke oproep is
                                gelegen. </al></li><li nr="3."><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet
                                van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere
                                aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de
                                presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende
                                leden aanwezig is. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 17 Spreekrecht burgers</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Na de opening van de vergadering kunnen aanwezige burgers
                                gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over
                                geagendeerde onderwerpen. </al></li><li nr="2."><al>Het woord kan niet gevoerd worden over: </al><lijst><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en
                                        beroep of de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen
                                        openstaat of heeft opengestaan; </al></li><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                        personen; </al></li><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
                                    </al></li><li nr="d."><al>niet-geagendeerde onderwerpen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
                                uiterlijk om 12.00 uur op de dag voorafgaande aan de vergadering aan
                                de griffier. Hij/zij vermeldt daarbij zijn/haar naam, adres en
                                telefoonnummer en het agendapunt, waarover hij/zij het woord wil
                                voeren. </al></li><li nr="4."><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is
                                van de orde van de vergadering. </al></li><li nr="5."><al>Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter
                                verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan
                                zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen
                                afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. </al></li><li nr="6."><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de
                                commissievergadering toestaan aan insprekers een korte,
                                verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats
                                tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. </al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 18 Vragenhalfuur</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Na het spreekrecht voor burgers is er een vragenhalfuur. In
                                bijzondere gevallen kan de voorzitter bepalen dat het vragenhalfuur
                                op een ander tijdstip wordt gehouden. </al></li><li nr="2."><al>Het lid dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen, meldt dit,
                                zo mogelijk per e-mail onder aanduiding van het onderwerp, uiterlijk
                                om 12.00 uur op de dag van de commissievergadering bij de griffier.
                                Vragen die worden ingediend voor het vragenhalfuur moeten actueel en
                                urgent zijn. Per lid mogen maximaal 4 vragen ingediend worden. De
                                voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan
                                de orde te stellen indien het onderwerp niet actueel of urgent is,
                                niet voldoende nauwkeurig aangegeven is of indien het onderwerp in
                                de commissievergadering van die dag aan de orde komt.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                                tijdens het vragenhalf-uur aan de orde worden gesteld.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter kan binnen de beschikbare tijd, t.w. maximaal een
                                halfuur, per onderwerp de spreektijd bepalen.</al></li><li nr="5."><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één
                                of meer vragen aan het college, de wethouder of de burgemeester te
                                stellen en een toelichting daarop te geven.</al></li><li nr="6."><al>Na de beantwoording door het college, de wethouder of de
                                burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om nog één
                                aanvullende vraag te stellen.</al></li><li nr="7."><al>Vervolgens kan de voorzitter aan de andere leden van de raad het
                                woord verlenen om nog één vraag te stellen over hetzelfde onderwerp.
                            </al></li><li nr="8."><al>Tijdens het vragenhalfuur worden geen interrupties toegelaten.</al></li><li nr="9."><al>De griffier stuurt voorafgaand aan de vergadering de leden van de
                                raad, het college en de burgemeester een overzicht van de ingediende
                                vragen toe.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 19 Verslag en besluitenlijst</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Van elke commissievergadering wordt een digitaal verslag gemaakt dat
                                zo spoedig mogelijk na de vergadring op de gemeentelijke website
                                wordt geplaatst.</al></li><li nr="2."><al>De besluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt, zo mogelijk,
                                aan de leden toegezonden gelijktijdig met de oproep. </al></li><li nr="3."><al>Bij het begin van de vergadering wordt de besluitenlijst van de
                                vorige vergadering vastgesteld. </al></li><li nr="4."><al>De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders, hebben
                                het recht, een voorstel tot wijziging van de besluitenlijst aan de
                                raadscommissie te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat
                                of niet duidelijk weergeven hetgeen besloten is. Een voorstel tot
                                verandering dient uiterlijk op de dag voorafgaand aan de vergadering
                                schriftelijk of digitaal bij de griffier te worden ingediend. </al></li><li nr="5."><al>De besluitenlijst moet inhouden: </al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de
                                        commissiegriffier, de burgemeester en de wethouders en de
                                        ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de overige
                                        personen die het woord gevoerd hebben, afzonderlijk wordt
                                        vermeld</al></li><li nr="b."><al>welke leden afwezig waren; </al></li><li nr="c."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;
                                    </al></li><li nr="d."><al>een samenvatting van het advies aan de raad en de status van
                                        het stuk (Hamerstuk of Bespreekstuk) onder vermelding van de
                                        namen van de leden die mededeling hebben gedaan van hun
                                        goed- of afkeuring, en met aantekening van de namen van de
                                        leden die zich niet uitgelaten hebben; </al></li><li nr="e."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid
                                        van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in
                                        artikel 25 door de raadscommissie is toegestaan deel te
                                        nemen aan de beraadslagingen. </al></li></lijst></li><li nr="6."><al>De besluitenlijst wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van
                                de griffier en wordt door de voorzitter en de (commissie)-griffier
                                ondertekend.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 20 Aantal spreektermijnen</vet></al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in
                                        ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders
                                        beslist. </al></li><li nr="2."><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.
                                    </al></li><li nr="3."><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                        voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. </al></li><li nr="4."><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde
                                        onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet
                                        meegerekend het spreken over een voorstel van orde.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 21 Spreektijd</vet></al><lijst><li nr=""><al> De Agendacommissie kan een voorstel doen over de spreektijd van de
                                leden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 22 Voorstellen van orde</vet></al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering
                                        mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                        toegelicht. </al></li><li nr="2."><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de
                                        vergadering betreffen. </al></li><li nr="3."><al>Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie
                                        terstond. </al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 23 Handhaving orde; schorsing</vet></al><lijst><li nr=""><al>1.Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: </al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van
                                        deze verordening te herinneren; </al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. Afgezien van het feit dat
                                        interrupties in de eerste termijn niet zijn toegestaan kan
                                        de voorzitter bepalen dat de spreker zonder verdere
                                        interrupties zijn betoog zal afronden. </al><lijst><li nr="2."><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                                uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in
                                                behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker
                                                herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de
                                                orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de
                                                orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg
                                                geeft, kan de voorzitter hem gedurende de
                                                vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het
                                                aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. </al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de
                                                vergadering voor een door hem te bepalen tijd
                                                schorsen en - indien na de heropening de orde
                                                opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.
                                            </al></li><li nr="4."><al>De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan
                                                een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang
                                                van zaken belemmert, het verdere verblijf in de
                                                vergadering te ontzeggen. </al></li><li nr="5."><al>Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na
                                                aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering
                                                onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem
                                                verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het
                                                lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de
                                                toegang tot de vergadering worden ontzegd. </al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 24 Beraadslaging</vet></al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een
                                        lid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp
                                        of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. </al></li><li nr="2."><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                        raadscommissie beslissen de beraadslaging voor een door hem
                                        te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden
                                        de gelegen-heid te geven tot onderling nader beraad. De
                                        beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode
                                        verstreken is. </al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 25 Deelname aan de beraadslaging door anderen</vet></al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen
                                        aan de beraadslaging. </al></li><li nr="2."><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter
                                        of een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien
                                        van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt
                                        genomen. </al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 26 Advies</vet></al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of
                                        voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de
                                        beraadslaging, tenzij de raadscommissie anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de
                                        raadscommissie of er een advies aan de raad wordt
                                        uitgebracht. </al></li><li nr="3."><al>Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt
                                        beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de
                                        inhoud van het advies.</al></li><li nr="4."><al>Op het begeleidingsformulier worden de standpunten van alle
                                        fracties opgenomen. </al><al/></li></lijst></li></lijst><al><vet>Hoofdstuk 5 Besloten vergadering</vet></al><al><vet>Artikel 27 Algemeen </vet></al><lijst><li nr=""><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening
                                van overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet
                                strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 28 Verslag</vet></al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>Van een besloten commissievergadering wordt een kort verslag
                                        gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het verslag van een besloten vergadering worden niet
                                        rondgedeeld, maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage
                                        bij de griffier. </al></li><li nr="3."><al>Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                        vergadering ter vaststelling aange-boden. Tijdens deze
                                        vergadering neemt de raadscommissie een beslissing over het
                                        al dan niet openbaar maken van dit verslag. Het vastgestelde
                                        verslag wordt door de voorzitter en de (commissie)griffier
                                        ondertekend. </al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 29 Geheimhouding </vet></al><lijst><li nr=""><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                                overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent
                                de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal
                                gelden. De raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te
                                heffen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 30 Opheffing geheimhouding </vet></al><lijst><li nr=""><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                                Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt
                                daarover, indien de raadscommissie die geheim-houding heeft opgelegd
                                daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie
                                overleg gevoerd.</al><al/></li></lijst><al><vet>Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers</vet></al><al><vet>Artikel 31 Toehoorders en pers</vet></al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen
                                        uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare
                                        vergaderingen bijwonen. </al></li><li nr="2."><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op
                                        andere wijze verstoren van de orde is verboden. </al></li><li nr="3."><al>De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze
                                        de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken.
                                        Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering
                                        verstoren kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang
                                        tot de vergadering ontzeggen. </al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 32 Geluid- en beeldregistraties </vet></al><lijst><li nr=""><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan
                                wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de
                                voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze
                                aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers
                                aantasten.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 33 Verbod gebruik mobiele telefoons </vet></al><lijst><li nr=""><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens
                                de vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele
                                telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken
                                op de orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitter
                                niet toegestaan.</al><al/></li></lijst><al><vet>Hoofdstuk 7 Slotbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 34 Uitleg verordening </vet></al><lijst><li nr=""><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel
                                over de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op
                                voorstel van de voorzitter.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 35 Inwerkingtreding</vet></al><al/><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2012.</al><al/><al/></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hof
                        van Twente d.d. 12 juni 2012.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente Hof van Twente,</ondertekening><ondertekening>de wnd. griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. R.M.J. Klein Tank drs. J.H.A. Goudt</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING OP DE VERORDENING OP DE RAADSCOMMISSIES</titel></kop><al>In de Gemeentewet wordt onderscheid gemaakt tussen raadscommissies,
                    bestuurscommis-sies en andere commissies (resp. artikel 82, 83 en 84
                    Gemeentewet). Raadscommissies bereiden de besluitvorming in de raad voor en
                    voeren overleg met het college en de burgemeester. Bestuurscommissies zijn
                    commissies waaraan bevoegdheden van de raad, het college of de burgemeester
                    worden overgedragen. Andere commissies kunnen alle mogelijke denkbare taken
                    hebben. Er kan gedacht worden aan adviescommissies, ad hoc commissies en
                    wijkraden.</al><al/><al>Deze verordening heeft betrekking op de raadscommissies. Op grond van artikel
                    82, eerste lid, kan de raad zoveel raadscommissies instellen als hij wenselijk
                    acht. De raad regelt de taken, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de
                    raadscommissies en de wijze waarop de leden van een raadscommissie inzage hebben
                    in stukken ten aanzien waarvan geheim-houding geldt. De Gemeentewet verplicht
                    overigens niet tot het instellen van raadscommissies. De instelling van
                    raadscommissies geschiedt bij verordening, waarin de taken bevoegdheden,
                    samenstelling en werkwijze van de raadscommissies worden vastgelegd. Deze
                    verordening voorziet hierin. </al><al/><al><vet>Artikelgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de verordening
                    moeten worden herhaald, zijn in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig
                    gedefinieerd.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2 Instelling, taken en samenstelling</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2 Instelling raadscommissies</vet>In deze verordening is gekozen
                    voor een stelsel met twee raadscommissies. De taakverdeling van de commissies is
                    afgestemd op de programma-indeling die ook gehanteerd wordt in de
                    Programmabegroting</al><al>Het vijfde en zesde lid zijn coördinatiebepalingen. Als een onderwerp meerdere
                    commissies aangaat, zal moeten worden vastgesteld in welke raadscommissie(s) het
                    onderwerp besproken zal worden. In dit verordening is ervoor gekozen om de
                    agendacommissie hierover zeggenschap te geven. In geval van een gezamenlijke
                    vergadering vervult de voorzitter van de commissie die het onderwerp het meest
                    aangaat, de rol van voorzitter. </al><al><vet>Artikel 3 Taken</vet></al><al>De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van
                    de Gemeente-wet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor
                    en overleggen met het college of de burgemeester. De taak om de besluitvorming
                    van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak advies uit te
                    brengen over een voorstel of onderwerp. De raads-commissie kan ook uit eigener
                    beweging advies aan de raad uitbrengen, ook dit advies kan aanleiding zijn voor
                    besluitvorming in de raad. De taken van de raadscommissie zijn in essentie
                    dezelfde als die van de raad, die van kaderstellend, controlerend en
                    volksvertegen-woordigend orgaan.</al><al/><al>De raadscommissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. Dit betekent dat
                    niet het college maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een
                    voorstel aan de raads-commissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt
                    besproken. Hierover kan uiteraard ook overleg plaatsvinden in het presidium
                    (bestaande uit de fractievoorzitters en de voorzitter van de raad)of de
                    agendacommissie (bestaande uit de voorzitters van de raadscommissies en de
                    voorzitter van de raad). Veelal zal het echter wel zo blijven dat een onderwerp
                    eerst in een raadscommissie wordt besproken.</al><al><vet>Artikel 4 Samenstelling</vet></al><al>De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel
                    82, derde lid, van de Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor een
                    evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke
                    groeperingen. Om dit te bereiken is bepaald dat alle raadsleden lid zijn van
                    beide commissies. Elke fractie bepaalt zelf welke leden, welke
                    commissievergadering bezoeken met dien verstande dat de afvaardiging bestaat uit
                    maximaal 50% van het aantal raadsleden per fractie. </al><al><vet>Artikel 5 Voorzitter</vet></al><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een raads-commissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5, eerste
                    lid, dat de raad de voorzitters en hun plaatsvervangers "uit zijn midden"
                    benoemt. In deze bepaling is er voor gekozen om de voorzitters van de
                    raadscommissies door de raad te laten benoemen. </al><al>Op basis van het tweede lid, is de voorzitter geen lid van de raadscommissie.
                    Dit is een bewuste keuze, op deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op
                    zijn taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het
                    bewaken van de positie van de raadscommissie. Hij hoeft zich niet te bekommeren
                    om de inbreng van zijn fractie in de raadscommissie. De Gemeentewet verzet zich
                    er niet tegen dat de plaatsvervangend voorzitter wel tevens lid van een
                    raadscommissie is. De plaatsvervangend voorzitter treedt alleen op bij
                    afwezigheid van de voorzitter. De zittingsperiode van de voorzitters en de leden
                    eindigt aan het einde van de zittingsperiode van de raad</al><al><vet>Artikel 6 Zittingsduur en vacatures</vet></al><al>De zittingsperiode van de leden, de voorzitters en hun plaatsvervangers is even
                    lang als de zittingsperiode van de raadsleden, in principe dus vier jaar. De
                    benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te
                    ontslaan.</al><al>In geval van een splitsing van een fractie heeft de ontstane nieuwe fractie op
                    grond van artikel 4, eerste lid, recht op een eigen lid. De (plaatsvervangend)
                    voorzitter van een raadscommissie kan de raad ook zonder voorstel van een
                    fractie ontslaan, bijvoorbeeld indien deze (plaats-vervangend) voorzitter niet
                    meer het vertrouwen van de meerderheid van de raad bezit. </al><al><vet>Artikel 7 Griffier en commissiegriffier</vet></al><al>Iedere raadscommissie wordt ondersteund door de griffier, de plv. griffier of
                    een commissie-griffier. De griffier is altijd bij de vergaderingen van de
                    raadscommissie aanwezig. In principe neemt hij geen deel aan de beraadslagingen,
                    zij het dat de raadscommissie op grond van artikel 25 van deze verordening
                    altijd de mogelijkheid heeft om anderen aan de beraadslagingen deel te laten
                    nemen.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</vet></al><al/><al><vet>Artikel 8 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</vet></al><al>De burgemeester, wethouder of de secretaris hebben altijd toegang tot de
                    commissie-vergaderingen en kunnen aan de beraadslagingen deelnemen. </al><al>De stuurgroep Leemhuis heeft in haar rapport aandacht besteed aan de
                    aanwezigheid van de burgemeester en leden van het college in de
                    commissievergaderingen. Naar verwachting komt het ministerie van Binnenlandse
                    Zaken en Koninkrijksrelaties met voorstellen voor een minder ‘stramme’
                    ontvlechting.</al><al/><al><vet> Hoofdstuk 4 Vergaderingen</vet></al><al/><al><vet>Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereiding</vet></al><al><vet>Artikel 9 Vergaderfrequentie</vet></al><al>De vergaderingen van de raadscommissies plaatsvinden op een vaste dag en plaats
                    vooraf-gaand aan de vergaderingen van de raad zoals vastgelegd in heet jaarlijks
                    door de raad vast te stellen vergaderschema. Indien een raadscommissie een
                    hoorzitting zal willen houden, kan de voorzitter gebruik maken van het derde lid
                    en een andere dag, aanvangsuur of plaats bepalen. Bepaald is dat de voorzitter
                    hierover overleg voert met de griffier. </al><al>Over de openbaarheid van de vergaderingen bevat deze verordening geen bepaling,
                    aange-zien artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet hierin voorziet. In deze
                    bepaling wordt artikel 23 van overeenkomstige toepassing verklaard op
                    raadscommissies. Dit betekent dat de vergaderingen van de raadscommissies in de
                    regel in het openbaar plaatsvinden. Op verzoek van een vijfde van het aantal
                    leden van een raadscommissie of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen om
                    achter gesloten deuren te vergaderen. Van een besloten vergadering wordt een
                    afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar is tenzij de raadscommissie
                    anders beslist.</al><al><vet>Artikel 10 Agendacommissie</vet></al><al>De agendacommissie vervult een coördinerende rol bij de agendering van zaken in
                    commissies. De agendacommissie stelt de agenda’s van de raadscommissies
                    voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda van een raadscommissie
                    geschiedt door de betref-fende commissie bij de aanvang van de vergadering. De
                    voorzitter van de agendacommissie voert overleg met het presidium over de
                    voorlopige agenda van de raad. Dit is bepaald in het reglement van orde voor de
                    raad. </al><al><vet>Artikel 11 Oproep</vet></al><al>De leden van een raadscommissie ontvangen een oproep inclusief de agenda voor
                    een vergadering en de stukken tenminste een week voor de vergadering. Indien in
                    spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld bedraagt deze
                    termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. De stukken ten aanzien waarvan
                    geheimhouding is opgelegd worden niet toegezonden, maar kunnen bij de griffier
                    worden ingezien (artikel 13, derde lid).</al><al><vet>Artikel 12 De agenda</vet></al><al>Voor het verzenden van de oproep, stelt de agendacommissie de agenda voorlopig
                    vast (artikel 10). Het versturen van de agenda is geregeld in artikel 11.</al><al>In dit artikel is allereerst een procedure voor spoedeisende zaken geregeld. </al><al>Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende rol
                    van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het tweede, derde en vierde lid.
                    Dit betekent onder andere dat een raadscommissie kan bepalen dat een onderwerp
                    of voorstel onvoldoende voorbereid en voor inlichtingen of advies aan het
                    college wordt gezonden. Een raadscommissie bepaalt vervolgens in welke
                    vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt en niet het
                    college. Uiteraard zal hierover wel overleg gevoerd moeten worden met het
                    college of de secretaris.</al><al><vet>Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken</vet></al><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden op de gemeentelijke
                    website geplaatst. De stukken die ter toelichting van de onderwerpen of
                    voorstellen op de agenda dienen op een vaste plaats voor een ieder ter inzage
                    gelegd. Dit is in het gemeentehuis. In de openbare kennisgeving wordt vermeld
                    waar de stukken liggen. Originele stukken moeten uiteraard bij de gemeente
                    blijven berusten. Stukken ten aanzien waarvan geheimhouding wordt opgelegd
                    kunnen leden van raadscommissies inzien bij de griffier. </al><al><vet>Artikel 14 Openbare kennisgeving</vet></al><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van
                    een raads-commissie tegelijkertijd met de oproep de dag, het tijdstip en de
                    plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De voorlopige agenda en
                    de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de oproep op de
                    gementelijke website geplaatst en en op een bij openbare kennisgeving aan te
                    geven plaats ter inzage gelegd. Deze bepaling geeft hier een regeling voor. Bij
                    de herziening van deze verordening en van het reglement van orde voor de raad is
                    tevens de verplichting opgenomen op de agenda en stukken ook op internet te
                    plaatsen. </al><al/><al><vet>Paragraaf 2 Orde der vergadering</vet></al><al><vet>Artikel 15 Presentielijst</vet></al><al>De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en de commissiegriffier
                    zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is.
                    Indien de griffier tevens de functie van commissiegriffier op zich neemt,
                    ondertekent hij de presentielijst. </al><al><vet>Artikel 16 Opening der vergadering en quorum</vet></al><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                    raads-commissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel 16
                    voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                    aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan worden vergaderd. </al><al>Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het
                    quorum niet aanwezig is, anders zou de afwezigheid van leden van een
                    raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat
                    op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip, nog niet
                    vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen
                    tussen de twee vergaderingen zit, mag er vanuit worden gegaan dat het mogelijk
                    is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen. Overigens ligt
                    het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie over de datum
                    van een nieuwe vergadering.</al><al><vet>Artikel 17 Spreekrecht burgers</vet></al><al>Tijdens de commissievergaderingen zijn er mogelijkheden voor insprekers om van
                    gedachten te wisselen met de commissieleden over geagendeerde onderwerpen en zo
                    bij te dragen aan de besluitvorming. Het spreekrecht van burgers kan bijdragen
                    aan het vergroten van de betrokkenheid van de burgers bij het lokaal bestuur,
                    één van doelstellingen van de vernieuwing van het lokaal bestuur. Als een burger
                    zich meldt voor een agendapunt dat voor een andere raadscommissie is
                    geagendeerd, ligt het voor de hand dat de griffier de betreffende persoon naar
                    de juiste raadscommissie verwijst.</al><al>In het tweede lid zijn vier onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet
                    voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar
                    en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift of zienswijzen
                    indienen. Ook kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Verder zijn de
                    benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen uitgesloten van
                    het spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen,
                    voordrachten of aanbevelingen van personen - de belangen van - kandidaten al dan
                    niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers
                    hierover geen uitlatingen doen. Burgers zich ook niet uitlaten over onderwerpen,
                    waar zij op grond van artikel 9:2 Algemene Wet Bestuursrecht een klacht over
                    kunnen indienen. Deze specieker procedure gaat voor het spreekrecht van burgers.
                    Tenslotte is nogmaals benadrukt dat het spreekrecht niet geldt voor
                    niet-geagendeerde onderwerpen. De burgers die wensen in te spreken moeten zich
                    uiterlijk om 12.00 uur op de dag voorafgaande aan de commissievergadering melden
                    bij de griffier. </al><al><vet>Artikel 18 Vragenhalfuur</vet></al><al>Na het spreekrecht wordt een vragenhalfuur gehouden. Tijdens dit halfuur kunnen
                    de commissieleden aan het college, een wethouder of de burgemeester vragen
                    stellen over actuele niet-geagendeerde aangelegenheden. De te stellen vragen
                    moeten uiterlijk om 12.00 uur op de dag van de commissievergadering bij de
                    griffier worden ingediend. Het college c.q. de betrokken wethouders of de
                    burgemeester kunnen zich op de beantwoording voorbereiden en in de vergadering
                    aanwezig zijn. Omdat maximaal een halfuur beschikbaar is, kan de voorzitter de
                    spreektijd beperken. Het vragenhalfuur biedt het college c.q. de wethouders en
                    de burgemeester de mogelijkheid ook mondeling invulling te geven aan de actieve
                    informatieplicht. </al><al><vet>Artikel 19 Verslag</vet></al><al>Van commissievergaderingen wordt een digitaal verslag en een korte
                    besluitenlijst gemaakt. Wijzigingsvoorstellen moeten uiterlijk een dag voor de
                    vergadering bij de griffier worden ingediend. In de besluitenlijst wordt een
                    samenvatting opgenomen van het advies aan de raad. De besuitenlijst wordt
                    opgesteld onder verantwoordelijkheid van de griffier. Daarnaast wordt van
                    hetgeen besproken is een ditgitale geluidsopname gemaakt. Deze geluidsopnames
                    zijn via de gemeentelijke website voor een ieder af te luisteren. </al><al><vet>Artikel 20 Aantal spreektermijnen</vet></al><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een
                    spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft overigens niets te
                    veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng
                    van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek van een raadslid
                    na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de
                    voorzitter niet te honoreren. Indien de commissie van mening is, dat na de
                    tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk
                    besluiten.</al><al><vet>Artikel 21 Spreektijd</vet></al><al>Dit artikel strekt ertoe te benadrukken dat de Agendacommissie voorstellen kan
                    doen t.a.v. de spreektijd. De voorzitter kan in het kader van zijn taak om de
                    orde tijdens de vergadering te handhaven wel voorstellen de spreektijd te
                    beperken c.q. te verruimen.</al><al><vet>Artikel 22 Voorstellen van orde</vet></al><al>Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen (zie ook
                    artikel 20, vierde lid). De beslissing of er inderdaad sprake is van een
                    voorstel van orde is aan de betreffende raadscommissie. Over een voorstel van
                    orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door een raadscommissie. Bij
                    staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen, (artikel 32, vierde lid
                    Gemeentewet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft
                    bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg) pauze. </al><al><vet>Artikel 23 Handhaving orde; schorsing</vet></al><al>Het eerste lid verzekert dat leden van een raadscommissie vrijelijk kunnen
                    spreken. Interrupties zijn alleen in de tweede termijn toegestaan. Deze regeling
                    is opgenomen om ervoor te zorgen dat de commissieleden in de eerste termijn hun
                    betoog ongestoord kunnen afronden. Uiteraard kan de voorzitter in de tweede
                    termijn bij een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van
                    de beraadslagingen bepalen dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                    interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet
                    belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de
                    Gemeente-wet bovendien dat artikel 22 van overeenkomstige toepassing is op leden
                    van raads-commissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te
                    vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij
                    in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. </al><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de
                    voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige
                    onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering
                    schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, kan hij de vergadering
                    sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en
                    hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn
                    gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden
                    worden ontzegd. Het vierde lid is sluit aan bij artikel 26, derde lid, van de
                    Gemeentewet, die een dergelijke regeling geeft ten aanzien van raadsleden.</al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed-
                    of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor
                    wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar
                    artikel 31 van deze verordening.</al><al><vet>Artikel 24 Beraadslaging</vet></al><al>Om de duur van vergaderingen niet te beperken wordt over een voorstel dat in
                    onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In
                    het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Zowel de voorzitter
                    als de leden hebben het recht om voor te stellen een voorstel gesplitst te
                    behandelen. Het eerste lid brengt daarmee tot uitdrukking dat een raadscommissie
                    zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht wordt aan ieder individueel raadslid
                    toegekend. Dit past in het streven naar dualisering, aangezien dualisering
                    versterking van de vertegenwoordigende en daarmee agenderende rol van een
                    raads-commissie veronderstelt. Hiertoe dienen ook individuele raadsleden en
                    kleine fracties over adequate instrumenten te beschikken.</al><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede
                    termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot
                    stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn
                    toegevoegd.</al><al><vet>Artikel 25 Deelname aan beraadslaging door anderen</vet></al><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet
                    van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en
                    andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het gaat in deze bepaling
                    om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester, de wethouders en de
                    secretaris. Deze hebben op grond van de artikel 8 van deze verordening reeds het
                    recht om aan de beraadslagingen deel te nemen. Uiteraard hebben deze andere
                    sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer
                    geen recht om een voorstel te doen tot wijziging van het verslag, een voorstel
                    over de spreektijd of over de orde van de vergadering.</al><al><vet>Artikel 26 Advies</vet></al><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toegelicht, tenzij een raadscommissie anders beslist. Een
                    raadscommissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming in de
                    raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Wel kan een
                    raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De leden
                    beslissen over het advies. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te
                    doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, wordt de
                    standpunten van alle fracties opgenomen op het bij het betreffende voorstel
                    behorende begeleidingsformulier. Het ligt voor de hand dat indien een raadslid
                    het niet eens is met het fractiestandpunt, dat hier afzonderlijk melding van
                    wordt gemaakt in het advies aan de raad.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 5 Besloten vergadering</vet></al><al/><al><vet>Artikel 27 Algemeen</vet></al><al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht
                    worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het
                    vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn
                    echter niet van toepassing, voorzover de toepassing van die bepalingen strijdig
                    is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen
                    beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten
                    aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het
                    behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld
                    in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><al><vet>Artikel 28 Verslag</vet></al><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van
                    overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet
                    schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt
                    opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus een
                    raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het tweede lid van
                    deze bepaling dat het verslag van een besloten vergadering ter inzage liggen bij
                    de griffier. Uiteraard kan ook voor inzage bij de commissiegriffier worden
                    gekozen, indien deze (vrijwel) voortdurend aanwezig is. De raadscommissie
                    beslist over het openbaar maken van dit verslag.</al><al><vet>Artikel 29 Geheimhouding</vet></al><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een raadscommissie kan
                    geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een raadscommissie, het college en
                    de burgemeester kunnen geheimhouding aan een raadscommissie opleggen. Overigens
                    kan een raadscommissie ook geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten
                    aanzien van stukken die zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25,
                    tweede lid, en artikel 55, tweede lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding
                    geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of
                    die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De
                    geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de
                    raad, haar opheft.</al><al><vet>Artikel 30 Opheffing geheimhouding</vet></al><al>Zoals uit de toelichting op artikel 29 blijkt kan de raad de geheimhouding die
                    een raadscommissie aan de raad oplegt, opheffen. In deze bepaling is een
                    overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van
                    hoor en wederhoor.</al><al><vet>Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers</vet></al><al><vet>Artikel 31 Toehoorders en pers</vet></al><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies
                    ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid voorziet
                    hierin.</al><al><vet>Artikel 32 Geluid- en beeldregistraties</vet></al><al>Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                    kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is
                    uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.</al><al/><al>De overige artikelen spreken voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>