<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR40893_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Subsidieverordening Ouder-Amstel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidieverordening Ouder-Amstel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Welzijnswet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene Wet Bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-11-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-11-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>toevoeging artikel 5, lid 4, lid 5 en lid 6</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2005/30, 2008/36a</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Subsidieverordening Ouder-Amstel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><al><onderstreept>Awb</onderstreept>:</al><lijst><li nr="·"><al>de Algemene wet bestuursrecht; </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>de gemeente</onderstreept>:</al></li><li nr="·"><al>de gemeente Ouder-Amstel; </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>de gemeenteraad</onderstreept>:</al></li><li nr="·"><al>de gemeenteraad van Ouder-Amstel; </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>het college</onderstreept>:</al></li><li nr="·"><al>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                    Ouder-Amstel; </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>subsidie</onderstreept>:</al></li><li nr="·"><al>een aanspraak op financiële middelen, door het college verstrekt
                                    met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders
                                    dan betaling voor aan het college geleverde goederen of
                                    diensten; </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>instelling</onderstreept>:</al></li><li nr="·"><al>elke organisatie of groepering van personen, niet zijnde een
                                    publiekrechtelijke instantie, die zich zonder winstoogmerk ten
                                    doel stelt het uitvoeren van een of meer activiteiten, waarvan
                                    de gemeenteraad de ideële en/of materiële waarde voor de
                                    plaatselijke bevolking erkent; </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>egalisatiereserve</onderstreept>:</al></li><li nr="·"><al>een reserve bedoeld voor het dekken van exploitatierisico's;
                                </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>bestemmingsreserve</onderstreept>:</al></li><li nr="·"><al>een reserve waaraan een concrete bestemming is verbonden; </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>activiteiten</onderstreept>:</al></li><li nr="·"><al>bezigheden van een instelling ter verwezenlijking van haar
                                    doelstelling; </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>activiteitenprogramma</onderstreept>:</al></li><li nr="·"><al>het door de instelling opgestelde programma met bijbehorende
                                    kostenraming, waarin de uit te voeren activiteiten worden
                                    beschreven; </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>subsidieplafond</onderstreept>:</al></li><li nr="·"><al>het bedrag dat gedurende een tijdvak ten hoogste beschikbaar is
                                    voor verstrekking van subsidies krachtens deze verordening;
                                </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>subsidieprogramma</onderstreept>:</al></li><li nr="·"><al>het door het college vastgestelde programma dat een overzicht
                                    geeft van de verleende subsidies voor een bepaald kalenderjaar;
                                </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>subsidieverlening</onderstreept>:</al></li><li nr="·"><al>het toekennen van subsidie voor een bepaalde activiteit,
                                    waardoor de instelling aanspraak krijgt op financiële middelen
                                    mits zij daadwerkelijk de gesubsidieerde activiteit verricht en
                                    zich aan eventueel opgelegde verplichtingen houdt; </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>subsidievaststelling</onderstreept>:</al></li><li nr="·"><al>een schriftelijk besluit waarbij het bedrag van de subsidie
                                    definitief wordt vastgesteld en dat aanspraak geeft op betaling
                                    van het vastgestelde bedrag; </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>subsidiecategorie</onderstreept>:</al></li><li nr="·"><al>de categorie waarin subsidie wordt ingedeeld, waarbij
                                    uitsluitend de volgende categorieën worden onderscheiden: </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>budgetsubsidie</onderstreept>:</al></li><li nr="·"><al>een subsidie die wordt verstrekt op basis van afspraken met de
                                    subsidieaanvrager over de levering van bepaalde prestaties tegen
                                    een van tevoren vastgesteld bedrag; </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>exploitatiesubsidie</onderstreept>:</al></li><li nr="·"><al>een subsidie ter dekking van een tekort in een exploitatie van
                                    een instelling die activiteiten verricht die de gemeente van
                                    belang acht; </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>waarderingssubsidie</onderstreept>:</al></li><li nr="·"><al>een subsidie die wordt verstrekt ter stimulering dan wel
                                    ondersteuning van een activiteit of activiteiten, ongeacht de
                                    feitelijke kosten van deze activiteiten; </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>eenmalige subsidie</onderstreept>:</al></li><li nr="·"><al>een subsidie voor een in omvang en tijd beperkte activiteit met
                                    een eenmalige karakter.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op subsidiëring van alle activiteiten
                            die het belang van de gemeente en diens inwoners dienen, waaronder in
                            ieder geval de activiteiten op de beleidsterreinen welzijn, zorg en
                            kunst en cultuur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><al>De gemeenteraad stelt jaarlijks, met het vaststellen van de
                            gemeentebegroting, het bedrag vast welk in dat jaar ten hoogste
                            beschikbaar is voor het verstrekken van subsidies ten behoeve van de
                            door de gemeenteraad aangewezen beleidsterreinen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Begrotingsvoorbehoud</titel></kop><al>Voor zover het college besluit subsidie te verlenen ten laste van een
                            begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd door de
                            gemeenteraad, dienen zij bij dit besluit de voorwaarde op te nemen dat
                            door de gemeenteraad voldoende gelden ter beschikking worden
                            gesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad stelt het beleid vast en de begroting met hierin
                                    de maximaal beschikbare subsidiebudgetten voor de door de
                                    gemeenteraad aangewezen beleidsterreinen.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt jaarlijks een subsidieprogramma vast waarin de
                                    verdeling van het beschikbare subsidiebudget voor de aangewezen
                                    beleidsterreinen is opgenomen.</al></li><li nr="3."><al>Het college is bevoegd om in het kader van de uitvoering van
                                    deze verordening te besluiten omtrent het verlenen, weigeren,
                                    vaststellen, betalen en terugvorderen van subsidie, tenzij de
                                    gemeenteraad bevoegd is te besluiten.</al></li><li nr="4."><al>Het college is bevoegd ter uitvoering van deze verordening een
                                    of meer subsidieregelingen vast te stellen.</al></li><li nr="5."><al>De in het vierde lid bedoelde subsidieregelingen bevatten
                                    tenminste: </al><lijst><li nr="a."><al>voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt;
                                        </al></li><li nr="b."><al>of een subsidieplafond wordt ingesteld, dan wel op welke
                                            andere wijze wordt voorkomen dat de door de raad
                                            beschikbaar gestelde middelen worden overschreden; </al></li><li nr="c."><al>hoe de beschikbare subsidie wordt verdeeld indien een
                                            subsidieplafond wordt ingesteld; </al></li><li nr="d."><al>aan welke eisen de aanvraag om subsidie moet voldoen;
                                        </al></li><li nr="e."><al>de criteria die worden gehanteerd om de aanvragen om
                                            subsidie te toetsen;</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Het college legt jaarlijks verantwoording af over de ingezette
                                    middelen en geeft aan hoe ze het maatschappelijk effect van de
                                    subsidieregeling meet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Voorwaarden voor subsidieverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Subsidie aan een instelling wordt in beginsel slechts verstrekt
                                    indien de instelling volledige rechtspersoonlijkheid bezit.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan in bijzondere gevallen, in afwijking van het
                                    gestelde in het eerste lid van dit artikel, subsidie verlenen
                                    aan instellingen zonder volledige rechtspersoonlijkheid of (een
                                    groep van) natuurlijke personen. De bepalingen van deze
                                    verordening zijn dan zoveel mogelijk overeenkomstig van
                                    toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De subsidieverstrekking kan naast de in artikel 4:25 tweede lid en
                            artikel 4:35 van de Awb genoemde gronden geweigerd worden indien
                            gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de
                                    gemeente of niet aanwijsbaar ten goede zullen komen aan
                                    ingezetenen van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor
                                    het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
                                    ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of
                                    de openbare orde;</al></li><li nr="d."><al>de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de
                                    gemeente;</al></li><li nr="e."><al>de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende
                                    gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van
                                    derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te
                                    dekken;</al></li><li nr="f."><al>in het beoogde doel dan wel de voorgenomen activiteit(en) reeds
                                    op andere wijze in belangrijke mate is voorzien, tenzij op grond
                                    van spreiding, bereikbaarheid en/of eigen identiteit een zekere
                                    pluriformiteit gewenst is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Subsidies aan instellingen die zijn opgenomen in het subsidieprogramma
                            kunnen jaarlijks worden bijgesteld op basis van een door het college
                            vast te stellen indexering.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Subsidieverlening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Subsidieaanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag voor een budget-, exploitatie- of
                                    waarderingssubsidie door een instelling waarmee de gemeente nog
                                    geen subsidierelatie onderhoudt, dan wel voor nieuwe
                                    activiteiten door een reeds gesubsidieerde instelling, dient
                                    vóór 1 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor
                                    subsidie wordt aangevraagd bij het college ingediend te
                                    worden.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag voor een budget-, exploitatie- of
                                    waarderingssubsidie door een instelling waarmee de gemeente voor
                                    de - in hoofdzaak - zelfde activiteiten reeds een
                                    subsidierelatie onderhoudt, dient vóór 1 oktober van het jaar
                                    voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd bij
                                    het college ingediend te worden.</al></li><li nr="3."><al>De instelling die voor haar activiteit(en) een eenmalige
                                    subsidie wenst, dient uiterlijk twaalf weken voordat de
                                    activiteit uitgevoerd wordt een bij het college aanvraag
                                    in.</al></li><li nr="4."><al>Bij een eerste aanvraag voor een budget-, exploitatie- of
                                    waarderingssubsidie legt de subsidieaanvrager tevens de volgende
                                    stukken over: </al><lijst><li nr="a."><al>de oprichtings- of stichtingsakte;</al></li><li nr="b."><al>een exemplaar van de statuten;</al></li><li nr="c."><al>een overzicht van de financiële situatie op het moment
                                            van de aanvraag, indien mogelijk in de vorm van een
                                            jaarrekening over het voorafgaande boekjaar.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De aanvraag voor een budget-, exploitatie- of eenmalige subsidie
                                    gaat vergezeld van een activiteitenplan en een begroting.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan binnen een door haar te bepalen termijn
                                    overlegging van andere stukken verlangen of anderszins nadere
                                    informatie, indien zij dit voor de beoordeling van de aanvraag
                                    nodig acht.</al></li><li nr="7."><al>Het college kan bepalen dat één of meer van de in het derde en
                                    vierde lid vermelde stukken niet verstrekt behoeven te worden,
                                    indien redelijkerwijs niet verlangd kan worden dat de aanvraag
                                    vergezeld gaat van één of meer van deze stukken of daarmee geen
                                    aanwijsbaar belang is gediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Hersteltermijn subsidieaanvraag</titel></kop><al>Indien de aanvraag niet voldoet aan de vereisten zoals gesteld in deze
                            verordening bepaalt het college binnen welke termijn de gegevens
                            aangevuld kunnen worden, alvorens eventueel besloten wordt om de
                            subsidieaanvraag op grond van artikel 4:5 eerste lid van de Awb niet in
                            behandeling te nemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist uiterlijk voor aanvang van het betreffende
                                    kalenderjaar op de aanvraag om een budget-, exploitatie- of
                                    waarderingssubsidie.</al></li><li nr="2."><al>Het college beschikt op een aanvraag voor een incidentele
                                    subsidie binnen acht weken nadat de aanvraag met de benodigde
                                    bescheiden is ontvangen.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan zijn besluit op een aanvraag om een eenmalige
                                    subsidie voor ten hoogste acht weken verdagen. Van een
                                    beslissing tot verdaging stelt het college de aanvrager vóór het
                                    verstrijken van de termijn als bedoeld in het tweede lid van dit
                                    artikel op de hoogte onder vermelding van de reden tot
                                    verdaging.</al></li><li nr="4."><al>In de beschikking tot subsidieverlening wordt in ieder geval
                                    aangegeven: </al><lijst><li nr="a."><al>een omschrijving van activiteiten waarvoor subsidie
                                            wordt verleend (artikel 4:30 van de Awb);</al></li><li nr="b."><al>b. het subsidiebedrag (artikel 4:31 van de Awb);</al></li><li nr="c."><al>c. het tijdvak waarop de subsidie betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>d. de te verstrekken voorschotten;</al></li><li nr="e."><al>e. het begrotingsvoorbehoud als bedoeld in artikel 4 van
                                            deze verordening;</al></li><li nr="f."><al>f. de mogelijkheid in bezwaar te gaan tegen de
                                            beslissing.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De beschikking tot subsidieverlening van een waarderingssubsidie
                                    is tevens de beschikking tot vaststelling van deze
                                    subsidie.</al></li><li nr="6."><al>Het door het college vastgestelde subsidieprogramma zoals
                                    bedoeld in artikel 5 lid 2 van deze verordening, wordt
                                    gelijkgesteld aan een beschikking tot subsidieverlening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Overleg bij budgetsubsidies</titel></kop><al>Het college treedt in overleg met de aanvrager om tot overeenstemming te
                            komen over de gewenste activiteiten en prestaties en de te verstrekken
                            subsidie. Indien het overleg tot overeenstemming heeft geleid, kan een
                            uitvoeringsovereenkomst worden gesloten ter uitwerking van de
                            subsidiebeschikking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Bevoorschotting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan voorschotten als bedoeld in artikel 4:54 van de
                                    Awb verlenen op basis van het verleende subsidiebedrag.</al></li><li nr="2."><al>De voorschotten, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel,
                                    worden verrekend bij de vaststelling van de subsidie.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan het verlenen van voorschotten opschorten, indien
                                    een instelling niet in voldoende mate de aan de
                                    subsidieverlening verbonden verplichtingen nakomt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvange</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger is verplicht het college tijdig informatie
                                    te verstrekken over feiten en ontwikkelingen die voor de
                                    subsidieverlening relevant kunnen zijn.</al></li><li nr="2."><al>De subsidieontvanger zorgt er voorts voor dat de administratie
                                    op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd en een
                                    juist, volledig en actueel beeld geeft van het functioneren van
                                    de instelling.</al></li><li nr="3."><al>De subsidieontvanger is verplicht haar (on)roerende goederen
                                    voldoende te verzekeren tegen brand, storm en inbraak.</al></li><li nr="4."><al>De subsidieontvanger is tevens verplicht vrijwilligers die bij
                                    haar werkzaam zijn te verzekeren tegen wettelijke
                                    aansprakelijkheid en ongevallen.</al></li><li nr="5."><al>De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor
                                    de rechtshandelingen die vermeld zijn in artikel 4:71 van de
                                    Awb, tenzij het college anders besluit.</al></li><li nr="6."><al>Bij de verstrekking van een exploitatiesubsidie kan het college
                                    de verplichting opleggen dat de personeelsformatie van de
                                    subsidieontvanger ter goedkeuring en vaststelling aan het
                                    college wordt voorgelegd en dat de subsidieontvanger de
                                    vastgestelde personeelsformatie niet overschrijdt.</al></li><li nr="7."><al>Het college kan vrijstelling verlenen van één of meer van de in
                                    het eerste tot en met het vijfde lid genoemde verplichtingen,
                                    indien naleving daarvan redelijkerwijs niet verlangd kan worden
                                    of daarmee geen aantoonbaar belang is gediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Vermogensvorming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In de gevallen bedoeld in artikel 4:41 tweede lid van de Awb, is
                                    de subsidieontvanger aan de gemeente een vergoeding van de
                                    vermogenswaarden verschuldigd.</al></li><li nr="2."><al>Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan
                                    van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op
                                    het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien
                                    verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor
                                    verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag
                                    dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt
                                    ontvangen.</al></li><li nr="3."><al>Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling
                                    door een onafhankelijke deskundige.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Reserves</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De instelling die exploitatiesubsidie ontvangt is bevoegd een
                                    egalisatiereserve op te bouwen tot een maximum van 15% van het
                                    subsidiebedrag dat voor de desbetreffende instelling in het van
                                    toepassing zijnde subsidieprogramma is opgenomen.</al></li><li nr="2."><al>Indien de vastgestelde exploitatiesubsidie minder bedraagt dan
                                    het in het subsidieprogramma voor de instelling gereserveerde
                                    subsidiebedrag wordt het verschil aan deze instelling ter
                                    beschikking gesteld ter toevoeging aan de egalisatiereserve,
                                    voorzover het maximum reserveringsbedrag als genoemd in het
                                    eerste lid van dit artikel hierdoor niet wordt
                                    overschreden.</al></li><li nr="3."><al>Indien de maximale egalisatiereserve, berekend volgens het
                                    eerste lid van dit artikel, minder bedraagt dan € 3.000,00 wordt
                                    als maximumreserve een bedrag van € 3.000,00 aangehouden.</al></li><li nr="4."><al>Indien een in het subsidieprogramma opgenomen subsidiebedrag
                                    voor een instelling lager is dan in het subsidieprogramma van
                                    het voorgaande jaar zal de maximale reserveringsgrens niet
                                    evenredig worden verlaagd, maar op het daaraan voorafgaande
                                    niveau gehandhaafd blijven.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan afwijken van het in het eerste lid van dit
                                    artikel genoemde percentage indien het bedrijfsrisico naar het
                                    oordeel van het college hiertoe aanleiding geeft.</al></li><li nr="6."><al>Bij het bepalen van de maximaal toegestane egalisatiereserve
                                    zullen incidentele schenkingen - geen subsidie zijnde - buiten
                                    beschouwing worden gelaten.</al></li><li nr="7."><al>In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, onderdelen
                                    c, d, en e van de Awb, is de instelling ter zake van de
                                    egalisatiereserve vergoedingsplichtig naar evenredigheid van de
                                    mate waarin de subsidie aan de egalisatiereserve heeft
                                    bijgedragen.</al></li><li nr="8."><al>Ten aanzien van de bestemmingsreserve gelden de volgende
                                    voorwaarden: </al><lijst><li nr="a."><al>het vormen van een bestemmingsreserve is alleen
                                            toegestaan met voorafgaande toestemming van het
                                            college;</al></li><li nr="b."><al>de hoogte van de bestemmingsreserve mag niet meer zijn
                                            dan noodzakelijk is voor de realisering van de
                                            doelen;</al></li><li nr="c."><al>het doel van de bestemmingsreserve moet overeenkomen met
                                            de doelstelling van de instelling of de realisatie
                                            daarvan;</al></li><li nr="d."><al>de rente van de gevormde bestemmingsreserve moet ten
                                            goede komen aan de exploitatie van de instelling.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger dient vóór 1 april van het jaar na afloop
                                    van het jaar waarvoor een budget- of exploitatiesubsidie is
                                    verleend, een aanvraag tot subsidievaststelling in, tenzij bij
                                    de subsidieverlening een andere termijn is gesteld.</al></li><li nr="2."><al>De subsidieontvanger dient binnen 12 weken na afloop van de
                                    activiteiten waarvoor een eenmalige subsidie is verleend, een
                                    aanvraag tot subsidievaststelling in, tenzij bij de
                                    subsidieverlening een andere termijn is gesteld.</al></li><li nr="3."><al>De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van: </al><lijst><li nr="a."><al>een door het bestuur gewaarmerkt verslag van de aard en
                                            omvang van de gerealiseerde activiteiten, waarin een
                                            vergelijking is opgenomen tussen de verrichte
                                            activiteiten met de in het activiteitenplan voorgenomen
                                            activiteiten;</al></li><li nr="b."><al>een door het bestuur gewaarmerkte rekening van baten en
                                            lasten en een balans met een toelichting.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Indien zulks naar oordeel van het college nodig is, kan een
                                    verklaring van een registeraccountant dan wel van een
                                    accountant-administratieconsulent gevraagd worden.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan vrijstelling verlenen van één of meer onderdelen
                                    van het derde lid van dit artikel, indien naleving daarvan
                                    redelijkerwijs niet verlangd kan worden of daarmee geen
                                    aantoonbaar belang is gediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Hersteltermijn aanvraag subsidievaststelling</titel></kop><al>Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet tijdig is ingediend of
                            niet voldoet aan de vereisten zoals die gesteld zijn in deze verordening
                            bepaalt het college binnen welke termijn de gegevens aangevuld kunnen
                            worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Beschikking tot subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beschikt vóór 1 juli van het jaar van afloop van het
                                    jaar waarvoor een budget- of exploitatiesubsidie is verleend tot
                                    subsidievaststelling.</al></li><li nr="2."><al>2. Het college beschikt binnen drie maanden na ontvangst van de
                                    aanvraag tot vaststelling van de eenmalige subsidie.</al></li><li nr="3."><al>3. Het college kan zonodig in voorkomende gevallen een andere
                                    termijn bepalen en doet daarvan mededeling aan de betreffende
                                    organisatie.</al></li><li nr="4."><al>4. Indien de activiteiten zijn uitgevoerd en de
                                    subsidieontvanger heeft voldaan aan alle aan de
                                    subsidieverlening verbonden verplichtingen, stelt het college de
                                    subsidie vast overeenkomstig de subsidieverlening.</al></li><li nr="5."><al>5. Het college kan op grond van artikel 4:46 van de Awb, tweede
                                    lid de subsidie lager vaststellen, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of
                                            niet geheel hebben plaatsgevonden;</al></li><li nr="b."><al>b. de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de
                                            subsidie verbonden verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>c. de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens
                                            heeft verstrekt en de verstrekking van deze onjuiste of
                                            onvolledige gegevens tot een andere beschikking op de
                                            aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;
                                            of</al></li><li nr="d."><al>d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de
                                            subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Het college kan de subsidie geheel of gedeeltelijk ambtshalve
                                    vaststellen indien na afloop van de hersteltermijn de aanvraag
                                    tot vaststelling niet voldoet aan de vereisten zoals gesteld in
                                    artikel 17.</al></li><li nr="7."><al>7. Aan de vaststelling van waarderingssubsidies gaat geen
                                    subsidieverlening vooraf. In dit geval wordt onmiddellijk het
                                    definitieve bedrag van de subsidie vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Intrekken en wijzigen van subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Naast de gevallen die genoemd zijn in artikel 4:50 van de Awb
                                    kan het college met in achtneming van een redelijke termijn en
                                    zolang de subsidie nog niet is vastgesteld, de subsidieverlening
                                    intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen indien
                                    de belangen, met het oog waarop subsidie is verleend, door de
                                    subsidieontvanger niet of niet behoorlijk zijn of worden
                                    behartigd.</al></li><li nr="2."><al>2. Subsidie aan een instelling gedurende drie of meer
                                    achtereenvolgende jaren, voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde
                                    activiteiten, kan voor een daarop aansluitend tijdvak op grond
                                    van algemene financiële en/of beleidsinhoudelijke overwegingen
                                    worden beëindigd of verminderd. Het college stelt de instelling
                                    in dat geval tenminste negen maanden voorafgaand aan het jaar
                                    waarop de stopzetting of vermindering betrekking heeft,
                                    schriftelijk op de hoogte van dit voornemen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>De betaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Uitbetaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling,
                                    onder verrekening van de betaalde voorschotten, binnen vier
                                    weken na dagtekening van de beschikking tot vaststelling van de
                                    subsidie uitbetaald dan wel teruggevorderd.</al></li><li nr="2."><al>2. Indien een instelling meer aan voorschotten heeft ontvangen
                                    dan het vastgestelde subsidiebedrag over de betreffende periode
                                    bedraagt, is de instelling verplicht op eerste aanwijzing van
                                    het college hetgeen teveel aan voorschotten werd uitbetaald te
                                    restitueren.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In bijzondere gevallen en voor zover toepassing van deze verordening zal
                            leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, kan het college
                            afwijken van het bepaalde in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In gevallen waarin de wet of deze verordening niet voorziet beslist het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Bezwaar</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Tegen de op grond van deze verordening genomen besluiten zoals
                                    genoemd in artikel 1:3 van de Awb kan door belanghebbende een
                                    bezwaarschrift als bedoeld in artikel 7:1 van de Awb worden
                                    ingediend.</al></li><li nr="2."><al>2. Het bezwaarschrift dient binnen zes weken na bekendmaking van
                                    het besluit ingediend te worden bij het college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Op subsidies die reeds zijn verleend of vastgesteld voordat deze
                            verordening in werking treedt is deze verordening niet van toepassing.
                            Als aansluitend aan een vorige subsidieverlening een nieuwe
                            subsidieverlening plaatsvindt op óf na 1 januari 2006, is deze
                            subsidieverordening van toepassing op de nieuwe subsidieverlening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2006. Met ingang van
                            deze datum wordt de Subsidieverordening sociaal-cultureel werk
                            Ouder-Amstel 1996, welke is vastgesteld bij raadbesluit van 18 januari
                            1996, ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Algemene Subsidieverordening
                            Ouder-Amstel".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 29 september 2005.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de raadsgriffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. L.J. Heijlman J.R.A. Nawijn</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting Algemene Subsidieverordening Ouder-Amstel</tussenkop><al>De toelichting op de Algemene Subsidieverordening Ouder-Amstel bestaat uit twee
                    delen. Het eerste deel bevat een algemene toelichting en het tweede gedeelte een
                    artikelsgewijze toelichting.</al><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><tussenkop>Inleiding</tussenkop><al>Overheden verstrekken subsidies aan personen en instellingen om maatschappelijke
                    doeleinden te verwezenlijken. Dit veelvuldig toegepaste beleidsinstrument is
                    stimulerend en via middelenoverdracht eenvoudig toe te passen. Aangezien veel
                    maatschappelijke instellingen in hun bestaan afhankelijk zijn van subsidiegelden
                    dient dit instrument zorgvuldig te worden toegepast en dient de rechtszekerheid
                    van instellingen wettelijk te worden verankerd.</al><tussenkop>De Algemene wet bestuursrecht</tussenkop><al>In de subsidieverhouding tussen overheid en burger handelt de overheid als een
                    publiekrechtelijk orgaan. Besluiten in die hoedanigheid genomen vallen dan ook
                    onder de werking van de Algemene wet bestuursrecht zoals die vanaf 1 januari
                    1994 met de zogenaamde eerste tranche van kracht is. Daarmee zijn op de
                    subsidieverhoudingen beginselen van behoorlijk bestuur van toepassing, gelden
                    regels voor het doen van aanvragen, voor het beslissen op aanvragen en bezwaar-
                    en beroepsmogelijkheden. Op het terrein van de subsidieverstrekking bestond
                    echter behoefte aan systematiek, harmonisatie en vereenvoudiging. Voortbouwend
                    op eerste tranche van de Awb is daarom in 1998 de derde tranche van de Awb van
                    kracht geworden met hierin nadere regelgeving omtrent subsidies in titel 4:2 van
                    de Awb. De hoofdregel van deze subsidietitel is dat subsidies gebaseerd moeten
                    zijn op een wettelijk voorschrift. Voor de gemeente betekent dit dat subsidies
                    steeds gebaseerd moeten zijn op een verordening. Deze hoofdregel komt enerzijds
                    voort uit de wens van de wetgever de rechtszekerheid van de
                    subsidieaanvrager/subsidieontvanger te vergroten en anderzijds uit het streven
                    de doelmatigheid en beheersing van de overheidsuitgaven te verbeteren.</al><al>De Awb bevat naast de hoofdregel (wettelijk voorschrift) de mogelijkheid tot
                    buitenwettelijke subsidies. Dit zijn subsidies die niet op basis van een
                    verordening worden verstrekt, zoals subsidies op grond van een begrotingspost
                    (subsidie aan expliciet genoemde instelling met bedrag zonder vermelding van
                    activiteit), incidentele subsidieverstrekking en het verstrekken van subsidies
                    in afwachting van een verordening, de zogenaamde spoedheidshalve subsidies.</al><al>De Awb kent dwingende, gangbare, aanvullende en facultatieve regels. Van de
                    dwingende regels mag de decentrale regelgever, in ons geval de gemeenteraad,
                    niet afwijken.</al><al>De gangbare regels geven voor de normale gevallen de beste regeling. De
                    bepalingen maken een afwijkende regeling uitdrukkelijk mogelijk door aan de
                    gangbare regeling de clausule te verbinden 'tenzij bij wettelijk voorschrift
                    anders is bepaald'.</al><al>Aanvullende regels geven normen voor de gevallen dat de bijzondere wetgever zelf
                    geen regel heeft vastgesteld. Als de rijks- of decentrale regelgever wel een
                    regel heeft vastgesteld, dan gaat die regel voor.</al><al>Facultatieve regels gelden niet uit zichzelf, maar moeten in een verordening of
                    ander besluit van een bestuursorgaan (binnen de gemeente de gemeenteraad of het
                    college) van toepassing worden verklaard. Zij gelden dan alleen op alle
                    daaronder ressorterende gevallen. In die zin verschillen zij dus van aanvullende
                    regels.</al><tussenkop>Het gemeentelijke subsidieproces</tussenkop><al>De subsidietitel in de Awb bevat een groot aantal artikelen over de
                    subsidieprocedure die ook rechtstreeks van toepassing zijn op de
                    subsidieverstrekking door de gemeente. De subsidieverlening, de
                    subsidievaststelling en de subsidiebetaling zijn de drie belangrijkste
                    rechtsmomenten in het proces van subsidiering, die ook terugkeren in de opbouw
                    van de subsidieverordening.</al><al>I Subsidieverlening </al><al>Aanvraag om subsidieverlening (actie instelling) vóór de subsidieperiode </al><al>Subsidieverlening (beschikking gemeente) Betaling voorschotten (actie gemeente)
                    vóór en/of tijdens de subsidieperiode </al><al>II Subsidievaststelling </al><al>Aanvraag om subsidievaststelling (actie instelling) na afloop van de
                    subsidieperiode </al><al>Subsidievaststelling (beschikking gemeente) </al><al>III Subsidiebetaling </al><al>Betaling / terugvordering restantsubsidie (actie gemeente) </al><al>De subsidieverlening is de beschikking voorafgaand aan de activiteit of het
                    tijdvak waarvoor de subsidie bedoeld is en geeft de subsidieaanvrager een
                    voorwaardelijke aanspraak op middelen. Na afloop van de activiteiten of het
                    tijdvak wordt, aan de hand van door de subsidieontvanger afgelegde
                    verantwoording, vastgesteld of de activiteiten zijn uitgevoerd en is voldaan aan
                    opgelegde verplichtingen. Met deze subsidievaststelling wordt de voorwaardelijke
                    aanspraak dan omgezet naar een onvoorwaardelijk en definitief recht op subsidie.
                    Het bestuursorgaan is dan verplicht tot subsidiebetaling. Het onderscheid tussen
                    subsidieverlening en subsidievaststelling is de kern van het systeem. Indien
                    zowel de subsidieverlening als de subsidievaststelling wordt bedoeld spreken we
                    van subsidieverstrekking.</al><al>De Awb geeft voornamelijk dwingende voorschriften waar niet van afgeweken mag
                    worden. Formeel gezien kan in de verordening worden volstaan met aanvullende
                    bepalingen. Vanwege de bruikbaarheid en de logische opbouw van de verordening
                    zijn een aantal van de dwingende voorschriften uit de Awb tevens opgenomen in de
                    verordening. Echter, niet alle bepalingen uit de Awb zijn opgenomen in de
                    subsidieverordening, zodat raadpleging van de Awb in het kader van de toepassing
                    van de verordening dus geboden blijft.</al><al>Op basis van de bevoegdheidsverdeling die is ontstaan op grond van het dualisme
                    wordt het subsidieplafond per beleidsterrein vastgesteld via de begroting
                    (bevoegdheid gemeenteraad) en de verdeling van het plafond over de instellingen
                    via het subsidieprogramma (bevoegdheid college). Het subsidieprogramma bevat de
                    maximale subsidiebedragen voor de welzijnsinstellingen en een omschrijving van
                    de activiteiten en kan als bundel beschikkingen worden beschouwd. Onder de
                    werking van de Awb behoeft deze opzet geen aanpassing.</al><tussenkop>Termijnen</tussenkop><al>In de Algemene Subsidieverordening Ouder-Amstel worden de volgende termijnen
                    gehanteerd voor het verstrekken van subsidies:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Handeling</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Budget-</vet><vet> en
                                            exploit</vet><vet>a</vet><vet>tiesubsidie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Waarderingssubsidie</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Eenmalige subsidie</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De aanvraag tot subsidieverlening</al></entry><entry colname="col2"><al>Door een nieuwe instelling of nieuwe activiteiten:</al><al>Vóór 1 april voorafgaand aan het subsidiejaar</al></entry><entry colname="col3"><al>Door een nieuwe instelling of nieuwe activiteiten:</al><al>Vóór 1 april voorafgaand aan het subsidiejaar</al></entry><entry colname="col4"><al>Tenminste 12 weken voorafgaand aan de activiteit(en)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Door een instelling waarmee de gemeente voor de –in
                                        hoofdzaak- zelfde activiteiten reeds een subsidierelatie
                                        onderhoudt:</al><al>Vóór 1 oktober voorafgaand aan het subsidiejaar</al></entry><entry colname="col3"><al>Door een instelling waarmee de gemeente voor de –in
                                        hoofdzaak- zelfde activiteiten reeds een subsidierelatie
                                        onderhoudt:</al><al>Vóór 1 oktober voorafgaand aan het subsidiejaar</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beslissing op aanvraag tot subsidieverlening</al></entry><entry colname="col2"><al>Vóór aanvang van het subsidiejaar. Indien aanvraag wordt
                                        gehonoreerd ontvangt de aanvrager een beschikking tot
                                        subsidieverlening.</al></entry><entry colname="col3"><al>Vóór aanvang van het subsidiejaar.</al><al>Indien aanvraag wordt gehonoreerd ontvangt de aanvrager
                                        direct een beschikking tot subsidievaststelling.</al></entry><entry colname="col4"><al>Binnen 8 weken nadat de aanvraag is ontvangen (eventueel kan
                                        college 8 weken verdagen)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aanvraag tot subsidievaststelling</al></entry><entry colname="col2"><al>Vóór 1 april van het jaar na afloop van het jaar waarvoor
                                        subsidie is verleend.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nvt</al></entry><entry colname="col4"><al>Binnen 12 weken na afloop van de activiteiten</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beslissing op aanvraag tot subsidievaststelling</al></entry><entry colname="col2"><al>Vóór 1 juli van het jaar na afloop van het jaar waarvoor
                                        subsidie is verleend.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nvt</al></entry><entry colname="col4"><al>Binnen 3 maanden na ontvangst van de aanvraag tot
                                        subsidievaststelling</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Betaling/terugvordering na vaststelling</al></entry><entry colname="col2"><al>Binnen 4 weken na dagtekening van de
                                        vaststellingsbeschikking</al></entry><entry colname="col3"><al>Binnen 4 weken na dagtekening van de
                                        vaststellingsbeschikking</al></entry><entry colname="col4"><al>Binnen 4 weken na dagtekening van de
                                        vaststellingsbeschikking</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>II. Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>In dit deel wordt de Algemene Subsidieverordening Ouder-Amstel waar nodig per
                    artikel nader toegelicht. De toelichting beoogt een verduidelijking te geven op
                    de tekst van de subsidieverordening en de algemene toelichting.</al><tussenkop>Hoofdstuk I Algemene Bepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>. <cursief>Begripsomschrijvingen</cursief></al><al>Deze begripsomschrijvingen sluiten aan op de omschrijvingen in de Awb en de
                    gemeentelijke subsidiepraktijk.</al><tussenkop>Subsidie</tussenkop><al>De Awb definieert subsidie als volgt: "Een aanspraak op financiële middelen door
                    een bestuursorgaan verstrekt aan een al dan niet rechtspersoonlijkheid
                    bezittende instelling of aan een natuurlijke persoon ten behoeve van bepaalde
                    activiteiten van de subsidieontvanger, anders dan als betaling voor aan de
                    gemeente geleverde goederen of diensten.". Uit de Memorie van Toelichting bij de
                    derde tranche van de Awb blijkt, dat het bij subsidiëring gaat om het ten laste
                    van de openbare middelen bijdragen in de kosten van door de overheid om redenen
                    van algemeen belang wenselijk geachte activiteiten. Voor de inkadering van het
                    gemeentelijke subsidiebeleid is het belangrijk dat een aantal aspecten van het
                    subsidiebegrip nader wordt toegelicht.</al><al>a.de subsidie is een aanspraak op financiële middelen;</al><al>Zodra sprake is van de overgang van financiële middelen treedt het
                    subsidiebegrip van de Awb naar voren . Het gebruik van het begrip 'aanspraak'
                    geeft aan dat een rechtens afdwingbare, voorwaardelijke aanspraak op financiële
                    middelen ontstaat. Voor het bestuursorgaan ontstaat na het toekennen van de
                    aanspraak op financiële middelen de verplichting, aan de gesubsidieerde na
                    uitvoering van de activiteiten en nakoming van zijn overige opgelegde
                    verplichtingen, tot betaling over te gaan.</al><al>b.de subsidie wordt verstrekt door een bestuursorgaan;</al><al>Van subsidie is alleen sprake als een bestuursorgaan financiële middelen
                    verstrekt. Geld van particulieren, zoals fondsen en instellingen, vallen niet
                    onder het subsidiebegrip.</al><al>c.de subsidie wordt verstrekt aan al dan niet rechtspersoonlijkheid bezittende
                    instellingen of aan natuurlijke personen;</al><al>In deze subsidieverordening wordt het uitgangspunt gehanteerd dat, behalve aan
                    rechtspersonen, in bijzondere gevallen ook subsidie kan worden toegekend aan -
                    in juridische zin - natuurlijke personen. Op grond van artikel 6 van deze
                    verordening blijft deze mogelijkheid in de praktijk aanwezig.</al><al>d.de subsidie wordt verstrekt ten behoeve van bepaalde activiteiten;</al><al>Subsidie wordt verstrekt voor bepaalde activiteiten van de subsidieaanvrager.
                    Volgens de wetgever moet er sprake zijn van bepaalde, min of meer, wel
                    omschreven activiteiten van de subsidieontvanger. Die activiteiten zullen in de
                    subsidiebeschikking worden vermeld, zodanig dat de bestedingsrichting van het
                    subsidie duidelijk is.</al><al>e.de betaling voor aan de gemeente geleverde goederen en diensten;</al><al>De leveringen van goederen en diensten zijn uitgezonderd van het subsidiebegrip
                    omdat deze op commerciële basis en in het directe belang van de gemeente als
                    privaatrechtelijk rechtspersoon worden geleverd.</al><tussenkop>Subsidiecategorie</tussenkop><al>De Awb bevat geen voorschrift een bepaalde vorm van subsidiëring te gebruiken.
                    De subsidiesystematiek moet eraan bijdragen dat de met subsidiëring nagestreefde
                    doelen op een efficiënte wijze worden bereikt en de subsidieontvanger dwingen
                    tot doelmatig en doeltreffend handelen. In het subsidieprogramma kunnen budget-,
                    exploitatie- of waarderingssubsidies zijn opgenomen. Deze subsidievormen worden
                    per kalenderjaar verstrekt. Eenmalige subsidies zijn niet opgenomen in het
                    subsidieprogramma en worden verstrekt voor een in de verleningbeschikking op te
                    nemen tijdvak.</al><al>Bij budgetsubsidies gaat het met name om het leveren van de afgesproken
                    prestaties of producten door de instelling. Afrekening vindt plaats op basis van
                    daadwerkelijk gerealiseerde prestaties of producten.</al><al>Bij exploitatiesubsidies vindt niet zozeer sturing plaats op basis van de
                    gerealiseerde prestaties, maar op basis van de input. Niettemin zit er uiteraard
                    inhoudelijk beleid achter. De instandhouding van een activiteit (of instelling)
                    wordt gesubsidieerd door achteraf af te rekenen op basis van het
                    exploitatieresultaat tot maximaal het gereserveerde budget.</al><al>Van een waarderingssubsidie is sprake indien de gemeente ook niet nadrukkelijk
                    op prestaties of resultaat wil sturen, noch wil 'afrekenen' op het
                    exploitatieresultaat, maar er sprake is van kleine subsidies voor activiteiten
                    die men graag in stand wil houden. Deze subsidies worden direct vastgesteld, en
                    dus niet meer achteraf 'afgerekend'.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>. <cursief>Reikwijdte</cursief></al><al>De reikwijdte van deze verordening betreft alle gemeentelijke subsidies, tenzij
                    hiervoor een andere verordening van toepassing is. Deze verordening dient als
                    paraplu voor het verstrekken van subsidies in het algemeen. Daarnaast kunnen
                    subsidies binnen de gemeente worden verstrekt op grond van bijzondere
                    verordeningen, begrotingsposten en beleidsregels.</al><al>De genoemde beleidsterreinen zijn de beleidsterreinen die in ieder geval onder
                    deze verordening vallen. Er is uitdrukkelijk geen sprake van een limitatieve
                    opsomming.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>. <cursief>Subsidieplafond</cursief></al><al>Het subsidieplafond is een instrument wat de gemeente in staat stelt om de
                    subsidie-uitgaven te beheersen en is geregeld in artikelen 4:25 tot en met 4:28
                    van de Awb. Het subsidieplafond is bedoeld voor de subsidies die worden verleend
                    op basis van de subsidieverordening. Onder subsidieplafond verstaat artikel 4.22
                    van de Awb het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar
                    is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk
                    voorschrift (i.c. de subsidieverordening). Indien de inwilliging van een
                    subsidieaanvraag zou leiden tot overschrijding van het vastgestelde plafond,
                    moet de subsidieaanvraag worden geweigerd. De regeling geeft het bestuursorgaan
                    de ruimte per subsidieonderwerp te bepalen of de noodzaak voor het vaststellen
                    van een subsidieplafond bestaat. De Awb stelt wel als eis dat het
                    subsidieplafond vastgesteld en bekend gemaakt wordt voor aanvang van het
                    subsidietijdvak. De mogelijkheid om een subsidieplafond vast te stellen geeft de
                    gemeente een extra middel in handen om te voorkomen dat een subsidieregeling een
                    openeinde karakter heeft.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>. <cursief>Begrotingsvoorbehoud</cursief></al><al>Een subsidie kan worden verleend ten laste van een begroting die nog niet door
                    de gemeenteraad is vastgesteld. De subsidie wordt dan verleend onder de
                    voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld (artikel 4:33 van
                    de Awb). Vanuit het oogpunt van rechtszekerheid dient het voorbehoud ook in de
                    beschikking tot subsidieverlening te worden opgenomen (artikel 4:34 van de
                    Awb).</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>. <cursief>Bevoegdheden</cursief></al><al>In het raamwerk van de subsidieverstrekking wordt uitgegaan van de
                    bevoegdheidsverdeling, zoals die is ontstaan als gevolg van de dualisering.
                    Hierin heeft de gemeenteraad de kaderstellende bevoegdheid door middel van het
                    vaststellen van de verordening, het algemeen beleid en de begroting. Het college
                    heeft hierbij de uitvoerende bevoegdheid van het verlenen, weigeren,
                    vaststellen, betalen en terugvorderen van subsidies.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>. <cursief>Voorwaarden voor subsidieverlening</cursief></al><al>Reden voor de keuze om in beginsel alleen subsidie te verstrekken aan
                    organisaties die volledige rechtspersoonlijkheid bezitten, is dat de wettelijke
                    oprichtingsvereisten en de verplichte financiële verslaglegging van
                    rechtspersonen, de gemeente in staat stellen om een effectief financieel
                    toezicht te houden op de besteding van de overheidsgelden. Het resultaat voor de
                    gemeente is dat zij haar overheidsuitgaven beter kan beheersen en kan komen tot
                    een verantwoorde besteding van gemeenschapsgelden.</al><al>Het tweede lid van dit artikel geeft de bevoegdheid aan het college om in
                    bijzondere gevallen en in afwijking van het eerste lid subsidie te verstrekken
                    aan natuurlijke personen of groepen van natuurlijke personen en organisaties
                    zonder rechtspersoonlijkheid.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>. <cursief>Weigeringsgronden</cursief></al><al>In artikel 4:35 en artikel 4:25 tweede lid van de Awb staan de gronden vermeld
                    waarop de subsidieverlening in ieder geval kan worden geweigerd. De woorden 'in
                    ieder geval' impliceren dat de weigeringsgronden kunnen worden aangevuld. In dit
                    artikel zijn aanvullingen op de in de Awb genoemde weigeringsgronden opgenomen.
                    Vooral de weigeringgrond dat "de subsidieverstrekking niet past binnen het
                    beleid van de gemeente" blijkt vaak van belang. Op basis van deze weigeringgrond
                    kan de gemeente er zich op beroepen om slechts subsidies te verstrekken die
                    voldoen aan de criteria die zij in haar beleid heeft neergelegd. Van belang is
                    dat dit beleid dient te worden gepubliceerd, voor at er een beroep op kan worden
                    gedaan.</al><al>De verordening stelt dat het college in de genoemde gevallen kan weigeren om de
                    subsidie te verlenen. Dit betekent het college daarin beleidsvrijheid heeft en
                    in ieder voorkomend geval een afweging moet maken. In de artikelen 4:7 tot en
                    met 4:12 van de Awb wordt het horen in het kader van het voorbereiden van
                    beschikkingen geregeld. Van belang is dat de hoorplicht achteraf aantoonbaar
                    is.</al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>. <cursief>Indexering</cursief></al><al>Dit artikel legt de bestaande praktijk vast, dat subsidiebedragen of
                    subsidiecomponenten jaarlijks worden aangepast aan de prijsontwikkelingen. Het
                    voor een bepaald jaar te hanteren indexpercentage wordt vermeld in het
                    subsidieprogramma. Bij instellingen met personeel in dienst wordt uitgegaan van
                    een gewogen percentage, samengesteld uit een stijgingspercentage voor loonkosten
                    en een stijgingspercentage voor overige kosten.</al><tussenkop>Hoofdstuk II Subsidieverlening</tussenkop><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>. <cursief>Subsidieaanvraag</cursief></al><al>Dit artikel bevat een opsomming van de stukken, die nodig zijn voor de
                    beoordeling van de subsidieaanvraag. De datum 1 april voor aanvragen van
                    budget-, exploitatie en waarderingssubsidies door instellingen waarmee de
                    gemeente nog geen subsidierelatie onderhoudt, dan wel voor nieuwe activiteiten
                    door een reeds gesubsidieerde instelling, is gekozen zodat de gemeente in het
                    kader van de planning en control cyclus tijdig inzicht heeft in de aangevraagde
                    subsidies. Voor structurele subsidies kan de aanvraag later worden ingediend.
                    Immers, indien op 1 april (volgens artikel 20 van deze verordening negen maanden
                    van te voren) geen beëindiging of vermindering is aangekondigd voor structurele
                    subsidies heeft de instellingen het daaropvolgende jaar wederom recht op deze
                    subsidie.</al><al>Indien een aanvraag na de in de verordening genoemde termijn wordt ingediend kan
                    het college in beginsel besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen. Bij
                    een dergelijk besluit dienen de belangen van de subsidieaanvrager echter
                    meegewogen te worden. Indien bijvoorbeeld de begrotingsprocedure nog in het
                    beginstadium is en de aanvraag zonder problemen verwerkt kan worden of indien de
                    aanvrager zwaarwegende redenen kan aanvoeren waarom zijn aanvraag niet voor een
                    bepaalde termijn is of kon worden ingediend, kan besloten worden de aanvraag
                    alsnog in behandeling te nemen.</al><al>Verder is het van belang dat het college kan bepalen dat bepaalde stukken niet
                    hoeven te worden ingediend om onnodige administratieve last of bureaucratisering
                    te voorkomen.</al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>. <cursief>Hersteltermijn subsidieaanvraag</cursief></al><al>Indien de aanvraag niet volledig is, dient het college de aanvrager de
                    gelegenheid te bieden om binnen een te stellen (redelijke) termijn de aanvraag
                    aan te vullen. De subsidieverordening geeft daarvoor geen termijn. De termijn
                    zal afhankelijk zijn van de mate van ontbrekende gegevens. De termijnen,
                    waarbinnen volgens de verordening op een aanvraag dient te worden beslist,
                    worden opgeschort met ingang van de dag waarop het college de aanvrager heeft
                    verzocht de aanvraag aan te vullen tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of
                    de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.</al><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>. <cursief>Beslistermijn</cursief></al><al>Het afgeven van een beschikking voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar of
                    de activiteit(en), dient ter verhoging van de rechtszekerheid voor de
                    instelling. De beschikking tot subsidieverlening houdt in dat de aanvrager een
                    aanspraak op financiële middelen verkrijgt, mits de aanvrager daadwerkelijk de
                    gesubsidieerde activiteiten verricht en hij zich aan de hem opgelegde
                    verplichtingen houdt.</al><al>De beschikking zal in ieder geval een aantal essentiële elementen dienen te
                    bevatten, zoals een omschrijving van de activiteiten, het tijdvak waarop de
                    subsidie betrekking heeft en het subsidiebedrag dan wel de wijze waarop dit
                    wordt berekend. In de verleningbeschikking kunnen, naast de algemene
                    verplichtingen die in de subsidieverordening staan, bijzondere verplichtingen
                    worden opgenomen die inhoudelijk van belang zijn voor het doel waarvoor wordt
                    gesubsidieerd. Bij budgetsubsidies kan naast de beschikking tot
                    subsidieverlening een uitvoeringsovereenkomst worden afgesloten met een verdere
                    uitwerking van de afspraken (zie artikel 12).</al><al>Voor instellingen die zijn opgenomen in het subsidieprogramma geldt dit
                    programma als een bundel subsidiebeschikkingen. Ook tegen het subsidieprogramma
                    kan dus bezwaar worden gemaakt.</al><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>. <cursief>Overleg bij budgetsubsidies</cursief></al><al>Bij budgetsubsidiëring is het overleg tussen de gemeente en de gesubsidieerde
                    instellingen, juist ook in het stadium vóór de subsidieverlening, van belang.
                    Het overleg is gericht op het maken van afspraken over de door een instelling te
                    leveren prestaties en het daarvoor door de gemeente te verlenen subsidiebedrag.
                    Het resultaat van dit onderhandelingsproces wordt op grond van artikel 4:36
                    tweede lid van de Awb neergelegd in een uitvoeringsovereenkomst met afspraken,
                    die een verdere uitwerking zijn van de beschikking tot subsidieverlening en
                    vervolgens een onlosmakelijk onderdeel vormen van de beschikking tot
                    subsidieverlening.</al><al>De uitvoeringovereenkomst dient geen doublure te zijn van de beschikking en kan
                    de beschikking niet vervangen. Het vormt een bijlage bij de beschikking. In de
                    uitvoeringsovereenkomst kunnen de activiteiten uitgebreid omschreven worden.
                    Voorts kunnen meetbare prestatieafspraken in de uitvoeringsovereenkomst
                    opgenomen worden. In de uitvoeringsovereenkomst kan worden bepaald dat de
                    subsidieontvanger verplicht is de activiteiten uit te voeren. De
                    uitvoeringsovereenkomst is civielrechtelijk van aard.</al><tussenkop>Artikel 13</tussenkop><al>. <cursief>Bevoorschotting</cursief></al><al>Omdat de subsidie pas kan worden vastgesteld na afloop van de activiteit (m.u.v.
                    waarderingssubsidies) en de ontvanger financiële middelen nodig heeft om de
                    activiteiten uit te kunnen voeren, is het gewenst om voorschotten te kunnen
                    verlenen. Artikel 4:54 van de Awb staat toe dat bestuursorganen aan de
                    subsidieontvanger voorschotten verlenen. Dat moet wel in de subsidieverordening
                    zijn geregeld of in de verleningbeschikking zijn aangegeven. In de beschikking
                    moet het bedrag van het voorschot staan of moet de berekeningswijze van het
                    voorschot worden bepaald en op welke tijdstippen zij worden betaald.</al><al>Ook de voorschotverlening is een beschikking in de zin van de Awb zoals blijkt
                    uit artikel 4:54 van de Awb dat spreekt over de beschikking tot
                    voorschotverlening.</al><al>Door de voorschotbeschikking zo veel mogelijk te combineren met de
                    verleningbeschikking kunnen dubbele bezwaar- en beroepsprocedures zoveel
                    mogelijk worden voorkomen.</al><tussenkop>Hoofdstuk III Verplichtingen subsidieontvanger</tussenkop><tussenkop>Artikel 14</tussenkop><al>. <cursief>Verplichtingen van de subsidieontvanger</cursief></al><al>Artikel 4:37 van de Awb noemt zeven standaardverplichtingen die altijd, ook als
                    de subsidie niet berust op een subsidieverordening, opgelegd kunnen worden, te
                    weten:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt
                            verleend;</al></li><li nr="b."><al>de administratie;</al></li><li nr="c."><al>het verstrekken van gegevens die nodig zijn voor een beslissing over
                            subsidie;</al></li><li nr="d."><al>de risico's die verzekerd moeten zijn;</al></li><li nr="e."><al>het stellen van zekerheid voor voorschotten die verleend zijn;</al></li><li nr="f."><al>het verantwoorden van de verrichte activiteiten en de uitgaven en
                            inkomsten;</al></li><li nr="g."><al>het beperken of wegnemen van nadelige gevolgen voor derden;</al></li></lijst><al>Naast deze wettelijke standaardverplichtingen kan de gemeente andere
                    verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de
                    subsidie. Deze verplichtingen dienen bij verordening te zijn geregeld zodat in
                    het kader van rechtszekerheid reeds bij de subsidieverlening duidelijkheid aan
                    de subsidieontvanger wordt gegeven over zijn verplichtingen ofwel de condities
                    waarop subsidie wordt verleend. In dit artikel zijn aanvullende verplichtingen
                    opgenomen.</al><al>Volgens het eerste van dit artikel is de subsidieontvanger verplicht relevante
                    informatie tijdig aan het college te melden, zodat wordt voorkomen dat de
                    gemeente pas achteraf geconfronteerd wordt met ongewenste situaties.</al><al>In het tweede lid zijn verplichtingen neergelegd voor de subsidieontvanger op
                    het punt van de administratie. De administratie van een instelling is voor de
                    gemeente een belangrijk instrument om zicht te hebben op de besteding van de
                    subsidiegelden. Waar mogelijk dient zichtbaar gemaakt te worden welke eventuele
                    nietgesubsidieerde activiteiten door een instelling worden verricht.</al><al>Het derde en vierde lid verplicht de subsidieontvanger verzekerd te zijn tegen
                    schade en wettelijke aansprakelijkheid om te voorkomen dat subsidiegelden
                    daaraan besteed worden.</al><al>Het vijfde lid verplicht de subsidieontvanger conform artikel 4:71 van de Awb
                    een groot aantal belangrijke rechtshandelingen aan voorafgaande toestemming van
                    het subsidiërend bestuursorgaan te onderwerpen. Het gaat om rechtshandelingen
                    die van invloed kunnen zijn op de aanwending van subsidiegelden, de hoogte van
                    later ingediende subsidieaanvragen of de kwaliteit en omvang van de
                    activiteiten.</al><al>Het zesde lid geeft het college de mogelijkheid om bij het verstrekken van
                    exploitatiesubsidie grip te houden op de personeelskosten en daarmee op de
                    exploitatiekosten.</al><al>Op basis van het zevende lid kan het college voor één of meer verplichtingen die
                    in het eerste tot en met vierde lid genoemd worden vrijstelling verlenen.
                    Hierdoor heeft het college de mogelijkheid om de zwaarte van de aan de
                    subsidieontvanger op te leggen verplichtingen in overeenstemming te brengen met
                    de aard en hoogte van het verstrekte subsidie.</al><tussenkop>Artikel 15</tussenkop><al>. <cursief>Vermogensvorming</cursief></al><al>De Algemene wet bestuursrecht opent de mogelijkheid van het vaststellen van een
                    vergoeding van vermogensvorming. Dit moet dan echter wel bij wettelijk
                    voorschrift, i.c. de subsidieverordening worden geregeld. Deze vergoeding van
                    vermogensvorming betekent onder andere dat in het geval van ontbinding van een
                    instelling of het beëindigen van de activiteiten door een instelling, een
                    vergoeding aan de subsidieverstrekker moet worden betaald. Het kan namelijk
                    zijn, dat bij ontbinding van een instelling een positief saldo (vermogen)
                    bestaat (door kas-, bank- of girotegoeden), dat geheel of gedeeltelijk is
                    ontstaan door subsidiëring. Het is dan ook redelijk om een deel hiervan terug te
                    vorderen. Door het opnemen van dit artikel in de subsidieverordening wordt deze
                    mogelijkheid geopend.</al><tussenkop>Artikel 16</tussenkop><al>. <cursief>Reserves</cursief></al><al>In de subsidiepraktijk is het onderscheid tussen de egalisatiereserve en
                    voorzieningen (= bestemmingsreserves) niet altijd even duidelijk bepaald.</al><al>De egalisatiereserve vormt een buffer waarmee tekorten van een bepaald jaar
                    kunnen worden opgevangen met overschotten uit een ander jaar. Bij een
                    voorziening of bestemmingsreserve gaat het om reeds te voorziene, toekomstige
                    kosten die niet binnen de jaarlijkse exploitatie of egalisatiereserve zijn op te
                    vangen.</al><al>Instellingen die exploitatiesubsidie ontvangen worden in de gelegenheid gesteld
                    om met behulp van subsidiegelden een egalisatiereserve op te bouwen tot maximaal
                    15% van het maximale subsidiebedrag met € 3.000,00 als minimum
                    egalisatiereserve. Het college kan op grond van het vijfde lid zonodig van dit
                    percentage afwijken.</al><tussenkop>Hoofdstuk IV Subsidievaststelling</tussenkop><tussenkop>Artikel 17</tussenkop><al>. <cursief>Aanvraag tot subsidievaststelling</cursief></al><al>In artikel 4:44 van de Awb is geregeld dat de subsidieontvanger na afloop van de
                    activiteiten of het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag tot
                    subsidievaststelling indient. Om de aanvraag te kunnen beoordelen dient het
                    college te kunnen beschikken over de verantwoording door en de verslaglegging
                    van de subsidieontvanger.</al><al>In artikel 4:45 van de Awb is geregeld dat bij de aanvraag tot
                    subsidievaststelling de aanvrager dient aan te tonen dat de activiteiten hebben
                    plaatsgevonden overeenkomstig de aan de subsidie verbonden verplichtingen,
                    tenzij de subsidie vóór de aanvang van de activiteiten wordt vastgesteld hetgeen
                    het geval is bij waarderingssubsidies. De aanvrager dient tevens rekening en
                    verantwoording af te leggen omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en
                    inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn.
                    Artikel 4:75 van de Awb noemt de bescheiden die bij de aanvraag tot
                    subsidievaststelling in ieder geval moeten worden overgelegd: een
                    activiteitenverslag en een financieel verslag. Door deze stukken vindt de
                    verantwoording plaats van de besteding van de subsidie. Indien de
                    subsidieontvanger jaarrekeningplichtig is, moet in plaats van een financieel
                    verslag de jaarrekening worden overlegd.</al><al>Artikel 4:78 van de Awb verplicht de subsidieontvanger tot het laten verrichten
                    van een accountantscontrole op het financiële verslag. De accountant moet
                    onderzoeken of het financiële verslag voldoet aan de gestelde voorschriften en
                    of het activiteitenverslag, voor zover hij dat kan beoordelen, met het
                    financiële verslag verenigbaar is. De accountant geeft de uitslag van zijn
                    onderzoek weer in een schriftelijke verklaring die door de subsidieontvanger
                    moet worden meegezonden. Op grond van het vijfde lid van dit artikel kan
                    vrijstelling of ontheffing van deze verplichting worden verleend.</al><tussenkop>Artikel 18</tussenkop><al>. <cursief>Hersteltermijn aanvraag subsidievaststelling</cursief></al><al>Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet volledig is, dient het college
                    de aanvrager de gelegenheid te bieden om binnen een te stellen (redelijke)
                    termijn de aanvraag aan te vullen. De subsidieverordening geeft daarvoor geen
                    termijn. De termijn zal afhankelijk zijn van de mate van ontbrekende
                    gegevens.</al><al>De termijnen, waarbinnen volgens de verordening op een aanvraag tot
                    subsidievaststelling dient te worden beslist, worden opgeschort met ingang van
                    de dag waarop het college de aanvrager heeft verzocht de aanvraag aan te vullen
                    tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn
                    ongebruikt is verstreken.</al><tussenkop>Artikel 19</tussenkop><al>. <cursief>Beschikking tot subsidievaststelling</cursief></al><al>De beschikking tot subsidievaststelling is de beschikking waarbij definitief
                    wordt beslist dat de subsidieontvanger subsidie ontvangt ter hoogte van een
                    bepaald bedrag. Indien de gesubsidieerde activiteit heeft plaatsgevonden zoals
                    voorzien en de ontvanger aan zijn verplichtingen heeft voldaan, wordt de
                    subsidie vastgesteld op het bedrag dat in de subsidieverlening staat, of aan de
                    hand van de in de beschikking tot subsidieverlening genoemde factoren berekend
                    (artikel 4:46 eerste lid van de Awb). De subsidievaststelling geeft de
                    gesubsidieerde een definitief recht op de financiële middelen en verplicht het
                    college tot uitbetaling.</al><al>Indien de aanvraag tot subsidievaststelling ook na het verstrijken van de
                    hersteltermijn, zoals genoemd in artikel 18, niet volledig is, kan het college
                    de subsidie ambtshalve vaststellen. Voor zover gegevens ontbreken zal het
                    college de subsidie vaststellen op basis van schattingen.</al><al>Subsidievaststelling is bij iedere subsidie noodzakelijk, subsidieverlening is
                    bij sommige subsidie niet nodig. Bij waarderingssubsidie is geen afrekening
                    achteraf nodig en kan directe subsidievaststelling plaatsvinden, voorafgaand aan
                    het subsidietijdvak. Subsidieverlening en subsidievaststelling vallen dan samen
                    en is er alleen sprake van een beschikking tot subsidievaststelling.</al><tussenkop>Artikel 20</tussenkop><al>. <cursief>Intrekken en wijzigen van subsidie</cursief></al><al>In de artikelen 4:25 en 4:35 van de Awb zijn weigeringsgronden genoemd, waarbij
                    geweigerd moet worden. Deze genoemde gronden kunnen worden aangevuld met
                    weigeringsgronden die gebaseerd zijn op beleidsmatige gemeentelijke
                    overwegingen.</al><al>De artikelen 4:48 en 4:49 van de Awb geven een aantal limitatieve gronden voor
                    intrekking of wijziging met terugwerkende kracht van respectievelijk
                    subsidieverlening en subsidievaststelling. De artikelen 4:50 en 4:51 van de Awb
                    regelen de situatie waarbij het bestuursorgaan voor de toekomst een einde wil
                    maken aan of een wijziging wil aanbrengen in een bestaande subsidieverhouding
                    gedurende het subsidietijdvak respectievelijk na afloop van het tijdvak.</al><al>Over een intrekking, wijziging ten nadele of weigering voor een nieuw tijdvak
                    moet de subsidieontvanger, conform de artikelen 4:7 tot en met 4:12 van de Awb
                    worden gehoord. Zie hiervoor ook de toelichting bij artikel 7 van deze
                    verordening.</al><al>Lid 2 van dit artikel regelt dat in geval van meerjarige subsidieverlening (voor
                    drie of meer achtereenvolgende jaren) de subsidieverlening slechts kan worden
                    stopgezet met inachtneming van een redelijke termijn. Hiermee wordt enerzijds
                    het belang van de subsidieverlener gewaarborgd in de vorm van de mogelijkheid
                    tot beleidswijzigingen en dus (deels) stopzetting van de subsidie, maar
                    anderzijds ook het belang van de subsidieontvanger. De subsidieontvanger is op
                    grond het structurele karakter van de ontvangen subsidie wellicht meerjarige
                    verplichtingen aangegaan (o.a personeel, huisvesting).</al><tussenkop>Hoofdstuk V De betaling</tussenkop><tussenkop>Artikel 21</tussenkop><al>. <cursief>Uitbetaling</cursief></al><al>Op grond van de beschikking tot subsidievaststelling vindt de uitbetaling van de
                    subsidie plaats. De rechtszekerheid vereist dat de subsidieontvanger weet
                    wanneer hij het toegezegde bedrag tegemoet kan zien. Conform artikel 4:52 van de
                    Awb dient de betaling van het subsidiebedrag binnen vier weken uitbetaald dan
                    wel teruggevorderd te worden onder verrekening van eventuele voorschotten.</al><al>De uitbetaling is een privaatrechtelijke handeling en dus geen beschikking in de
                    zin van de Awb. Problemen over de betaling kunnen dan ook alleen aan de
                    burgerlijke rechter worden voorgelegd.</al><al>De verplichting tot betaling wordt opgeschort, indien de subsidieverstrekker de
                    subsidieontvanger schriftelijk zijn ernstige vermoeden meedeelt dat er grond
                    bestaat voor het toepassen van artikel 4:48 of artikel 4:49 van de Awb. Binnen
                    vijf jaar na de subsidievaststelling of het niet nakomen van verplichtingen door
                    de subsidieontvanger kunnen onverschuldigde betaalde subsidiebedragen en
                    voorschotten worden teruggevorderd.</al><tussenkop>Hoofdstuk VI Overgangs- en slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 22</tussenkop><al>. <cursief>Hardheidsclausule</cursief></al><al>Het opnemen van deze hardheidsclausule opent voor het college de mogelijkheid
                    om, in individuele gevallen waarin toepassing van de subsidieregeling een
                    onbillijkheid van overwegende aard zou opleveren, één of meer onderdelen van de
                    subsidieverordening buiten toepassing te laten of daarvan af te wijken.</al><tussenkop>Artikel 23</tussenkop><al>. <cursief>Onvoorziene omstandigheden</cursief></al><al>Spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 24</tussenkop><al>. <cursief>Bezwaar</cursief></al><al>Spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 25</tussenkop><al>. <cursief>Overgangsbepalingen</cursief></al><al>Spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 27</tussenkop><al>. <cursief>Inwerkingtreding</cursief></al><al>De datum van inwerkingtreding van deze verordening is 1 januari 2006. Met ingang
                    van deze datum wordt de Subsidieverordening sociaal-cultureel werk Ouder-Amstel
                    1996 ingetrokken.</al><tussenkop>Artikel 28</tussenkop><al>. <cursief>Citeertitel</cursief></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>