<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR40869_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rijssen-Holten</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rijssen-Holten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Rijssens Nieuwsblad, 12-7-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde van de raad 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 16</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-07-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-07-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-02-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan
                            onder:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens
                                                vervanger;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>amendement: voorstel tot wijziging van een
                                                ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de
                                                vorm geschikt om daarin direct te worden
                                                opgenomen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een
                                                aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om
                                                direct te worden opgenomen in het amendement, waarop
                                                het betrekking heeft;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een
                                                onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek
                                                wordt uitgesproken;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van
                                                de vergadering;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>initiatiefvoorstel: een voorstel voor een
                                                verordening of een ander voorstel;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>interpellatie: het recht van een raadslid om met
                                                verlof van de raad tijdens een vergadering over een
                                                niet-geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het
                                                college of de burgemeester te vragen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter is belast met:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het leiden van de vergadering;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het handhaven van de orde;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het doen naleven van het reglement van orde;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>Hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder
                                                opdraagt.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Griffier</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De griffier is in elke vergadering van de raad
                                                aanwezig.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de
                                                griffier vervangen door een door de raad daartoe
                                                aangewezen plaatsvervangend griffier.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Hij kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt
                                                uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in
                                                dit reglement deelnemen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Secretaris</titel></kop><al>De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering
                            aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als
                            bedoeld in dit reglement.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Presidium</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De raad heeft een presidium.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het presidium bestaat uit de voorzitter en een lid
                                                per fractie. De griffier of diens vervanger is in
                                                elke vergadering van het presidium aanwezig.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te
                                                nodigen voor het presidium.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Elke fractie wijst behalve een lid ook een
                                                plaatsvervangend lid van de raad aan, dat het lid
                                                bij zijn afwezigheid in het presidium vervangt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>Elke fractielid heeft één stem in het
                                                presidium.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Toelating van nieuwe leden; fracties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging</titel></kop><table><tgroup cols="2" char="" charoff="50" align="left"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad
                                                stelt de raad een commissie in bestaande uit drie
                                                leden van de raad. De commissie onderzoekt de
                                                geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende
                                                stukken van nieuw benoemde leden.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de
                                                geloofsbrieven mondeling verslag uit aan de raad en
                                                doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het
                                                verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                                minderheidsstandpunt.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>Het onderzoek van het proces-verbaal van het
                                                centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst
                                                van de raad in oude samenstelling na de
                                                verkiezingen.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>4.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de
                                                toegelaten leden van de raad op om in de eerste
                                                vergadering van de raad in nieuwe samenstelling,
                                                bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te
                                                leggen.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>5.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling
                                                roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de
                                                raad op voor de vergadering van de raad waarin over
                                                diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven
                                                eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>6.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>Bij de benoeming van een wethouder wordt
                                                overeenkomstig het eerste lid een commissie
                                                ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet
                                                aan de eisen van de Gemeentewet. Op de werkwijze van
                                                deze commissie is het tweede lid van overeenkomstige
                                                toepassing.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Fractie</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De leden van de raad, die door het centraal
                                                stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn
                                                verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als
                                                één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer
                                                slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een
                                                afzonderlijke fractie beschouwd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was
                                                geplaatst, voert de fractie in de raad deze
                                                aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de
                                                kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in
                                                de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter
                                                mee welke naam deze fractie in de raad wil
                                                voeren.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De namen van degenen die als voorzitter van de
                                                fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden
                                                zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de
                                                voorzitter.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien:</al><al>a.één of meer leden van een fractie als zelfstandige
                                                fractie gaan optreden;</al><al>b.twee of meer fracties als één fractie gaan
                                                optreden;</al><al>c.één of meer leden van een fractie zich aansluiten
                                                bij een andere fractie;</al><al>wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk
                                                mededeling gedaan aan de voorzitter.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>De nieuwe naam van de fractie wordt gebruikt met
                                                ingang van de eerstvolgende vergadering van de
                                                raad.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De vergaderingen van de raad vinden in de regel
                                                  plaats op de laatste donderdag van de maand,
                                                  vangen aan om 19.30 uur en worden in de regel
                                                  gehouden in het gemeentehuis, locatie
                                                  Rijssen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een
                                                  andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere
                                                  vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover,
                                                  tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie,
                                                  overleg in het presidium.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Oproep</titel></kop><table><tgroup cols="2" char="" charoff="50" align="left"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>De voorzitter zendt – spoedeisende vergaderingen
                                                  uitgezonderd – zoveel mogelijk ten minste zeven
                                                  dagen voor een vergadering de leden van de raad
                                                  een schriftelijke oproep onder vermelding van dag,
                                                  tijdstip en plaats van de vergadering.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende
                                                  stukken, met uitzondering van de in artikel 25,
                                                  eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde
                                                  stukken worden tegelijkertijd met de schriftelijke
                                                  oproep aan de leden van de raad verzonden.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld
                                                  als bedoeld in artikel 10, tweede lid, worden deze
                                                  agenda en de daarop vermelde voorstellen zo
                                                  spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor de
                                                  aanvang van een vergadering, dan wel de
                                                  vrijdagochtend voor een maandagvergadering aan de
                                                  leden van de raad gezonden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Agenda</titel></kop><table><tgroup cols="2" char="" charoff="50" align="left"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden,
                                                  stelt het presidium de agenda van de vergadering
                                                  voorlopig vast.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na
                                                  het verzenden van de schriftelijke oproep tot
                                                  uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een
                                                  vergadering, dan wel de vrijdagochtend voor een
                                                  maandagvergadering een aanvullende agenda
                                                  opstellen. Deze wordt met de daarbijbehorende
                                                  stukken aan de leden van de raad verzonden en
                                                  openbaar gemaakt.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de
                                                  agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad
                                                  of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling
                                                  van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen
                                                  of van de agenda afvoeren.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>4.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor
                                                  de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij
                                                  het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan
                                                  het college nadere inlichtingen of advies
                                                  vragen.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>5.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>Op voorstel van een lid van de raad of van de
                                                  voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling
                                                  van de agendapunten wijzigen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Wethouder</titel></kop><al>Het presidium kan een of meer wethouders uitnodigen om in de
                                vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te
                                nemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen
                                                  of voorstellen op de agenda dienen, worden
                                                  gelijktijdig met het verzenden van de
                                                  schriftelijke oproep voor een ieder op het
                                                  gemeentehuis ter inzage gelegd. Indien na het
                                                  verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter
                                                  inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling
                                                  gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in
                                                  een openbare kennisgeving.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid
                                                  kunnen stukken ook op elektronische wijze aan een
                                                  ieder ter beschikking worden gesteld.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien omtrent stukken op grond van artikel 25,
                                                  eerste of tweede lid, van de Gemeentewet
                                                  geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in
                                                  afwijking van het eerste lid, onder berusting van
                                                  de griffier en verleent de griffier de leden van
                                                  de raad inzage.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De vergadering wordt door aankondiging in één of
                                                  meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen, op de
                                                  voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke
                                                  wijze en door plaatsing op de gemeentelijke
                                                  website openbaar gemaakt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><al>a.de datum, aanvangstijd en plaats van de
                                                  vergadering;</al><al>b.de wijze waarop en de plaats waar een ieder de
                                                  voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken
                                                  kan inzien;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende
                                                  stukken worden, indien digitaal beschikbaar, op de
                                                  gemeentelijke website geplaatst.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de
                                presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst
                                door de voorzitter en de griffier door ondertekening
                                vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitter, de leden van de raad en de
                                                  griffier hebben een vaste zitplaats, door de
                                                  voorzitter na overleg in het presidium bij aanvang
                                                  van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad
                                                  aangewezen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de
                                                  voorzitter de indeling herzien na overleg in het
                                                  presidium.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats
                                                  voor de wethouders, secretaris en overige
                                                  personen, die voor de vergadering zijn
                                                  uitgenodigd.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitter opent de vergadering op het
                                                  vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet
                                                  vereiste aantal leden van de raad blijkens de
                                                  presentielijst aanwezig is.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde
                                                  tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig
                                                  is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de
                                                  namen der afwezige leden, dag en uur van de
                                                  volgende vergadering, met inachtneming van artikel
                                                  20 van de Gemeentewet.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Ambtsgebed</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De opening van de vergadering vindt plaats door
                                                  het uitspreken van een formuliergebed van de
                                                  volgende inhoud: “Almachtige God, wij zijn als
                                                  gemeenteraad van deze gemeente bijeen gekomen. Wij
                                                  bidden U om wijsheid bij onze beraadslagingen,
                                                  opdat deze strekken mogen tot bevordering van de
                                                  belangen van de gemeente Rijssen-Holten en haar
                                                  inwoners. Verhoor ons om Christus wil. Amen.”</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De sluiting van de vergadering geschiedt door
                                                  het uitspreken van een formuliergebed van de
                                                  volgende inhoud: “Almachtige God. U danken wij
                                                  voor Uw hulp die U ons hebt verleend. Wij bidden U
                                                  om Uw zegen over onze werkzaamheden, opdat deze
                                                  strekken mogen tot Uw eer en tot zegen van onze
                                                  gemeente. Verhoor ons om Christus wil. Amen.”</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>In bijzondere omstandigheden mag van deze
                                                  formulieren worden afgeweken.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><table><tgroup cols="2" char="" charoff="50" align="left"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>Na de opening van de vergadering kunnen andere
                                                  aanwezige burgers in totaal gedurende maximaal
                                                  dertig minuten het woord voeren over geagendeerde
                                                  onderwerpen.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><al>a.een besluit van het gemeentebestuur waartegen
                                                  bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft
                                                  opengestaan;</al><al>b.benoemingen, keuzen, voordrachten of
                                                  aanbevelingen van personen;</al><al>c.een gedraging waarover een klacht ex artikel
                                                  9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon
                                                  worden ingediend;</al><al>d.notulen van vergaderingen.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil
                                                  maken, meldt dit voor de aanvang van de
                                                  vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij
                                                  zijn naam, adres en telefoonnummer en het
                                                  onderwerp waarover hij het woord wil voeren.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>4.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van
                                                  aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde
                                                  afwijken, indien dit in het belang is van de orde
                                                  van de vergadering.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>5.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het
                                                  woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd
                                                  evenredig over de sprekers als er meer dan zes
                                                  sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in
                                                  bijzondere gevallen afwijken van de maximale
                                                  lengte van de spreektijd.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>6.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter
                                                  hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid
                                                  van de raad doet een voorstel voor de behandeling
                                                  van de inbreng van de burger.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Primus bij hoofdelijke stemming</titel></kop><al>Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt
                                de voorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke
                                stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van
                                de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de
                                hoofdelijke stemming. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Verslag en besluitenlijst</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het conceptverslag van de voorgaande vergadering
                                                  worden, zo mogelijk, aan de leden van de raad
                                                  toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke
                                                  oproep. Het conceptverslag wordt gelijktijdig
                                                  toegezonden aan de overige personen die het woord
                                                  hebben gevoerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het verslag wordt zo mogelijk in de
                                                  eerstvolgende vergadering vastgesteld, waarna dit
                                                  door de voorzitter en de griffier wordt
                                                  ondertekend.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De leden, de voorzitter, de wethouders, de
                                                  griffier en de secretaris hebben het recht, een
                                                  voorstel tot wijziging aan de raad te doen, indien
                                                  het conceptverslag onjuistheden bevatten of niet
                                                  duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is.
                                                  Een voorstel tot wijziging dient voor het
                                                  vaststellen van het verslag bij de griffier te
                                                  worden ingediend.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het verslag bevat tenminste:</al><al>a.de namen van de voorzitter, de griffier, de
                                                  secretaris, de wethouders en de ter vergadering
                                                  aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig
                                                  waren en van de overige personen die het woord
                                                  gevoerd hebben;</al><al>b.een vermelding van de zaken die aan de orde
                                                  zijn geweest;</al><al>c.een zakelijke samenvatting van het gesprokene
                                                  met vermelding van de namen van de aanwezigen die
                                                  het woord voerden;</al><al>d.een overzicht van het verloop van elke
                                                  stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming
                                                  van de namen van de leden die voor of tegen
                                                  stemden, onder aantekening van de namen van de
                                                  leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van
                                                  stemming hebben onthouden;</al><al>e.de tekst van de ter vergadering ingediende
                                                  initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde,
                                                  moties, amendementen en subamendementen;</al><al>f.bij het desbetreffende agendapunt de naam en
                                                  de hoedanigheid van die personen aan wie het op
                                                  grond van het bepaalde in artikel 28 door de raad
                                                  is toegestaan deel te nemen aan de
                                                  beraadslagingen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het conceptverslag wordt opgesteld onder de zorg
                                                  van de griffier.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor zover de aard en inhoud van de
                                                  besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt
                                                  de besluitenlijst van een vergadering zo spoedig
                                                  mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt door
                                                  plaatsing op de gemeentelijke website.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Aan de raad gerichte formele documenten worden
                                                  op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de
                                                  leden van de raad toegezonden en ter inzage
                                                  gelegd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Na de vaststelling van het verslag stelt de raad
                                                  op voorstel van de voorzitter de wijze van
                                                  afdoening van de ingekomen stukken vast.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel
                                                  geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de
                                                  raad anders beslist.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter
                                                  afgesloten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één
                                                  maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of
                                                  voorstel.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het derde lid is niet van toepassing op:</al><al>a.de rapporteur van een commissie;</al><al>b.het lid dat een (sub)amendement, een motie of
                                                  een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat
                                                  betreft dat amendement, die motie of dat
                                                  voorstel.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over
                                                  hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft
                                                  gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over
                                                  een voorstel van orde.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de
                                leden en de overige aanwezigen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden
                                                  gestoord, tenzij:</al><al>a.de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het
                                                  opvolgen van dit reglement te herinneren;</al><al>b.een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan
                                                  bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties
                                                  zijn betoog zal afronden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien een spreker zich beledigende of
                                                  onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt
                                                  van het in behandeling zijnde onderwerp, een
                                                  andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                                  wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door
                                                  de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de
                                                  betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft,
                                                  kan de voorzitter hem gedurende de vergadering,
                                                  waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige
                                                  onderwerp het woord ontzeggen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de
                                                  vergadering voor een door hem te bepalen tijd
                                                  schorsen en - indien na de heropening de orde
                                                  opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                                  sluiten.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een
                                                  lid van de raad beslissen over één of meer
                                                  onderdelen van een onderwerp of voorstel
                                                  afzonderlijk te beraadslagen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                                  raad besluiten de beraadslaging voor een door hem
                                                  te bepalen tijd te schorsen teneinde het college
                                                  of de leden de gelegenheid te geven tot onderling
                                                  nader beraad. De beraadslagingen worden hervat
                                                  nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de
                                                  vergadering aanwezige leden van de raad, de
                                                  wethouders, de secretaris, de griffier en de
                                                  voorzitter mogen deelnemen aan de
                                                  beraadslaging.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de
                                                  voorzitter of één der leden van de raad genomen
                                                  alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het
                                                  aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt
                                                  genomen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                                overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag te
                                motiveren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Beslissing</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een
                                                  onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht,
                                                  sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders
                                                  beslist.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een
                                                  stemming over eventuele amendementen, de stemming
                                                  plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in
                                                  zijn geheel tenzij geen stemming wordt
                                                  gevraagd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn
                                                  geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het
                                                  voorstel over de te nemen eindbeslissing.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitter vraagt, of stemming wordt
                                                  verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en
                                                  ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de
                                                  voorzitter vast dat het voorstel zonder
                                                  hoofdelijke stemming is aangenomen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen
                                                  aantekening in de notulen vragen, dat zij geacht
                                                  willen worden te hebben tegengestemd of zich van
                                                  stemming te hebben onthouden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien door een of meer leden stemming wordt
                                                  gevraagd, doet de voorzitter daarvan
                                                  mededeling.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitter (of de griffier) roept de leden
                                                  van de raad bij naam op hun stem uit te brengen.
                                                  De stemming begint bij het lid dat daarvoor
                                                  overeenkomstig artikel 19 is aangewezen.
                                                  Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde
                                                  van de presentielijst.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter
                                                  vergadering aanwezig lid dat zich niet van
                                                  deelneming aan de stemming moet onthouden
                                                  verplicht zijn stem uit te brengen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2"><al>De leden brengen hun stem uit door het woord
                                                  ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige
                                                  toevoeging.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.</al></entry><entry colname="col2"><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn
                                                  stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog
                                                  herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft.
                                                  Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan
                                                  hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming
                                                  bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat
                                                  hij zich heeft vergist; in de uitslag van de
                                                  stemming brengt dit echter geen verandering.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de
                                                  stemming mede, met vermelding van het aantal voor
                                                  en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij
                                                  tevens mededeling van het genomen besluit.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel
                                                  is ingediend, wordt eerst over dat amendement
                                                  gestemd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien op een amendement een subamendement is
                                                  ingediend, wordt eerst over het subamendement
                                                  gestemd en vervolgens over het amendement.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien twee of meer amendementen of
                                                  subamendementen op een aanhangig voorstel zijn
                                                  ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde
                                                  waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt
                                                  de regel, dat het meest verstrekkende amendement
                                                  of subamendement het eerst in stemming wordt
                                                  gebracht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een
                                                  motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel
                                                  gestemd en vervolgens over de motie.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen
                                                  van een voordracht of het opstellen van een
                                                  voordracht of aanbeveling moet plaatshebben,
                                                  benoemt de voorzitter drie leden tot
                                                  stembureau.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet
                                                  op grond van de Gemeentewet van stemming moet
                                                  onthouden is verplicht een stembriefje in te
                                                  leveren. De stembriefjes dienen identiek te
                                                  zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er
                                                  personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan
                                                  te bevelen. De raad kan op voorstel van de
                                                  voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
                                                  worden samengevat op één briefje.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal
                                                  ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal
                                                  leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is
                                                  een stembriefje in te leveren. Wanneer de
                                                  aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes
                                                  vernietigd zonder deze te openen en wordt een
                                                  nieuwe stemming gehouden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid
                                                  als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet
                                                  worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die
                                                  leden die geen behoorlijk stembriefje hebben
                                                  ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld
                                                  stembriefje wordt verstaan:</al><al>a.een blanco ingevuld stembriefje;</al><al>b.een ondertekend stembriefje;</al><al>c.een stembriefje waarop meer dan één naam is
                                                  vermeld, tenzij de stemming verschillende
                                                  vacatures betreft;</al><al>d.een stembriefje waarbij, indien het een
                                                  benoeming op voordracht betreft, op een persoon
                                                  wordt gestemd die niet is voorgedragen;</al><al>e.een stembriefje waarbij op een andere persoon
                                                  wordt gestemd dan die waartoe de stemming is
                                                  beperkt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2"><al>In geval van twijfel over de inhoud van een
                                                  stembriefje beslist de raad, op voorstel van de
                                                  voorzitter.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.</al></entry><entry colname="col2"><al>Onder de zorg van de griffier worden de
                                                  stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de
                                                  uitslag vernietigd.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de
                                                  volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot
                                                  een tweede stemming overgegaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door
                                                  niemand de volstrekte meerderheid is verkregen,
                                                  heeft een derde stemming plaats tussen twee
                                                  personen, die bij de tweede stemming de meeste
                                                  stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de
                                                  tweede stemming de meeste stemmen over meer dan
                                                  twee personen verdeeld, dan wordt bij een
                                                  tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee
                                                  personen de derde stemming zal plaatshebben.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde
                                                  stemming de stemmen staken, beslist terstond het
                                                  lot.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35.</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen
                                                  van hen tussen wie de beslissing moet
                                                  plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke,
                                                  geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het
                                                  stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze
                                                  gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en
                                                  omgeschud.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de
                                                  briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op
                                                  dit briefje voorkomt, is gekozen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Rechten van leden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36.</nr><titel>Amendementen</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de
                                                beraadslagingen amendementen indienen. Een
                                                amendement kan het voorstel inhouden om een
                                                geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te
                                                splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal
                                                plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over
                                                amendementen die ingediend zijn door leden van de
                                                raad, die de presentielijst getekend hebben en in de
                                                vergadering aanwezig zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is
                                                bevoegd op het amendement dat door een lid is
                                                ingediend, een wijziging voor te stellen
                                                (subamendement).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in
                                                behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk
                                                bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de
                                                voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter
                                                van het voorgestelde - oordeelt, dat met een
                                                mondelinge indiening kan worden volstaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Intrekking, door de indiener(s), van het
                                                (sub)amendement is mogelijk, totdat de
                                                besluitvorming door de raad heeft
                                                plaatsgevonden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37.</nr><titel>Moties</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie
                                                indienen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen
                                                worden schriftelijk bij de voorzitter worden
                                                ingediend.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De behandeling van een motie over een aanhangig
                                                onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de
                                                beraadslaging over dat onderwerp of voorstel
                                                plaats.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>De behandeling van een motie over een niet op de
                                                agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle
                                                op de agenda voorkomende onderwerpen zijn
                                                behandeld.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5. </al></entry><entry colname="col2"><al>Intrekking door de indiener(s) van de motie is
                                                mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                                plaatsgevonden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38.</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen
                                                tijdens de vergadering mondeling een voorstel van
                                                orde doen, dat kort kan worden toegelicht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de
                                                vergadering betreffen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Over een voorstel van orde beslist de raad
                                                terstond.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39.</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling
                                                genomen te kunnen worden schriftelijk bij de
                                                voorzitter worden ingediend.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van
                                                de eerstvolgende vergadering, tenzij de
                                                schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In
                                                dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda
                                                van de daaropvolgende vergadering geplaatst.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat
                                                alle op de agenda voorkomende voorstellen en
                                                onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt
                                                dat:</al><al>a.het voorstel met het oog op de orde van de
                                                vergadering tezamen met een ander geagendeerd
                                                voorstel of onderwerp dient te worden
                                                behandeld;</al><al>b.het voorstel eerst dient te worden behandeld in
                                                een raadscommissie; of</al><al>c.het voorstel voor advies naar het college dient te
                                                worden gezonden. In dit geval bepaalt de raad in
                                                welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd
                                                wordt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en
                                                behandeling van een voorstel, niet zijnde een
                                                voorstel voor een verordening.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende
                                                het ontslag van een wethouder, zijn de bepalingen in
                                                dit artikel niet van toepassing. Een dergelijk
                                                voorstel kan na instemming van de raad terstond aan
                                                de agenda toegevoegd worden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40.</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Een voorstel van het college aan de raad, dat
                                                vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering,
                                                kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van
                                                de raad.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als
                                                bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het
                                                college moet worden gezonden, bepaalt de raad in
                                                welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd
                                                wordt.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41.</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie
                                                wordt, behoudens in naar het oordeel van de
                                                voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur
                                                voor de aanvang van de vergadering, dan wel
                                                uiterlijk om 10 uur op de vrijdagochtend voor een
                                                maandagvergadering, schriftelijk bij de voorzitter
                                                ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke
                                                omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen
                                                worden verlangd alsmede de te stellen vragen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo
                                                spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van
                                                de raad en de wethouders. Bij de behandeling van de
                                                ingekomen stukken van de eerstvolgende vergadering
                                                na indiening van het verzoek wordt het verzoek in
                                                stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip
                                                tijdens de vergadering de interpellatie zal worden
                                                gehouden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het
                                                woord, de overige leden van de raad, de burgemeester
                                                en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de
                                                raad hen hiertoe verlof geeft.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42.</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk
                                                geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting
                                                worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of
                                                schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt
                                                verlangd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De vragen worden bij de voorzitter van de raad
                                                ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo
                                                spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van
                                                de raad en het college worden gebracht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig
                                                mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen,
                                                nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge
                                                beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
                                                raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen
                                                deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het
                                                verantwoordelijk lid van het college de
                                                vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij
                                                de termijn aangegeven wordt, waarbinnen
                                                beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt
                                                behandeld als een antwoord.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>De antwoorden van het college of de burgemeester
                                                worden door tussenkomst van de griffier aan de leden
                                                van de raad toegezonden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>De vragensteller kan, bij schriftelijke
                                                beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering
                                                en bij mondelinge beantwoording in dezelfde
                                                raadsvergadering, na de behandeling van de op de
                                                agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen
                                                vragen omtrent het door de burgemeester of door het
                                                college gegeven antwoord, tenzij de raad anders
                                                beslist.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43.</nr><titel>Vragenuur</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Na vaststelling van de raadsagenda is er een
                                                vragenuur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen
                                                zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het
                                                presidium bepalen dat het vragenuur op een andere
                                                dag en/of een ander tijdstip wordt gehouden. De
                                                voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenuur
                                                eindigt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen
                                                wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het
                                                onderwerp, behoudens in naar het oordeel van de
                                                voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur
                                                voor aanvang van de vergadering, dan wel uiterlijk
                                                om 10 uur op de vrijdagochtend voor een
                                                maandagvergadering bij de voorzitter. De voorzitter
                                                kan na overleg met het presidium weigeren een
                                                onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te
                                                stellen indien hij het onderwerp niet voldoende
                                                nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp
                                                in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde
                                                komt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde
                                                onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden
                                                gesteld.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd
                                                voor de vragensteller, voor de wethouders, voor de
                                                burgemeester en voor de overige leden van de
                                                raad.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord
                                                verleend om één of meer vragen aan het college of de
                                                burgemeester te stellen en een toelichting daarop te
                                                geven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2"><al>Na de beantwoording door het college of de
                                                burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het
                                                woord om aanvullende vragen te stellen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.</al></entry><entry colname="col2"><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de
                                                raad het woord verlenen om hetzij aan de
                                                vragensteller, hetzij aan het college vragen te
                                                stellen over hetzelfde onderwerp.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.</al></entry><entry colname="col2"><al>Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden
                                                ingediend en worden geen interrupties
                                                toegelaten.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44.</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien een lid van de raad over een onderwerp
                                                inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde
                                                lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet verlangt,
                                                wordt een verzoek daartoe, door tussenkomst van de
                                                griffier, schriftelijk ingediend bij het college of
                                                de burgemeester.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De griffier draagt er zorg voor dat de overige leden
                                                van de raad een afschrift van dit verzoek
                                                krijgen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of
                                                schriftelijk in de eerstvolgende of in de daarop
                                                volgende vergadering gegeven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een
                                                agendapunt voor de vergadering, waarin de antwoorden
                                                zullen worden gegeven.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Begroting en rekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45.</nr><titel>Procedure begroting</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding,
                            het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting
                            volgens een procedure die de raad vaststelt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46.</nr><titel>Procedure jaarrekening</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding
                            en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de
                            vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel
                            indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad vaststelt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47.</nr><titel>Verslag en verantwoording</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester
                                                of de secretaris, die door de raad is aangewezen tot
                                                lid van het algemeen bestuur van een openbaar
                                                lichaam of van een gemeenschappelijk orgaan,
                                                ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke
                                                regelingen of in een andere organisatie of
                                                institutie, heeft het recht om in aansluiting op de
                                                behandeling van de lijst van ingekomen stukken
                                                verslag te doen over zaken die in het algemeen
                                                bestuur als bedoeld aan de orde zijn. </al><al>Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan
                                                de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende
                                                commissie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Ieder lid van de raad kan aan een persoon als
                                                bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen
                                                stellen. Artikel 42 is van overeenkomstige
                                                toepassing.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld
                                                in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen
                                                over zijn wijze van functioneren als zodanig,
                                                besluit de raad over het toestaan daarvan. </al><al>Artikel 44 is van overeenkomstige toepassing.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48.</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49.</nr><titel>Verslag</titel></kop><al/><al>Het ontwerpverslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                            ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een
                            besluit over het al dan niet openbaar maken van het vastgestelde
                            verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de
                            griffier ondertekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50.</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad
                                    overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of
                                    omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde
                                    geheimhouding zal gelden.</al></li><li nr="2."><al>De geheimhouding dient in acht te worden genomen door en ieder
                                    die bij de vergadering aanwezig is en door een ieder die op een
                                    andere wijze kennis heeft van de stukken</al></li><li nr="3."><al>De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51.</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al/><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                            tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien
                            daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd,
                            in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers
                                                kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen
                                                openbare vergaderingen bijwonen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het
                                                op andere wijze verstoren van de orde is
                                                verboden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53.</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan
                            wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de
                            voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen
                            kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54.</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55.</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                            voorzitter. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>56.</nr><titel>In werking treden</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Dit reglement treedt in werking de dag na
                                                bekendmaking;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Op dat tijdstip vervalt het Reglement van orde voor
                                                de vergaderingen en andere werkzaamheden van de
                                                gemeenteraad, vastgesteld bij raadsbesluit van 15
                                                december 2008.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>besluit genomen in de openbare vergadering van de gemeenteraad van
                        Rijssen-Holten</al><al>op 1 juli 2010</al></slotformulering><ondertekening>
          griffier
        </ondertekening><ondertekening>
           drs. H.A.J. van de Vliert
        </ondertekening><ondertekening>
          voorzitter
        </ondertekening><ondertekening>
           A.C. Hofland
        </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Reglement van orde Raad Rijssen-Holten</titel></kop><al/><al><vet>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</cursief></al><al>Onder 'aanhangig' wordt verstaan aan de orde/in behandeling zijnd. De
                    omschrijving van de termen amendement en initiatiefvoorstel luiden hetzelfde als
                    in de artikelen 147a en 147b van de Gemeentewet.</al><al/><al><cursief>Artikel 2 De voorzitter</cursief></al><al>De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van de
                    Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. In artikel
                    77, eerste lid, is bepaald dat het langstzittende raadslid het
                    raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de
                    burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudst in jaren
                    degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de
                    mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. De burgemeester heeft het
                    recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de vergadering aan de
                    beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de
                    handhaving van de orde in de vergadering.</al><al/><al><cursief>Artikel 3 De griffier</cursief></al><al>De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikel 100 Gemeentewet). De
                    griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad.
                    Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig. De Gemeentewet eist
                    dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid). In
                    het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22
                    Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met
                    betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging.
                    Rechtspositionele bepalingen omtrent de beëdiging, woonplaats etcetera zijn niet
                    in dit reglement opgenomen, aangezien dat beter geregeld kan worden in de
                    ambtsinstructie voor de griffier, die de raad vaststelt. In de instructie voor
                    de griffier zijn de taken van de griffier uitgewerkt.</al><al/><al><cursief>Artikel 4 De secretaris</cursief></al><al>De secretaris houdt zich voornamelijk bezig met de ondersteuning van het college
                    en het leiden van de ambtelijke organisatie. In het kader van die twee taken kan
                    het tevens wenselijk zijn dat de secretaris deelneemt aan de beraadslagingen van
                    de raad. De secretaris wordt echter benoemd en ontslagen door het college. Dit
                    houdt in dat de raad de secretaris niet kan dwingen om in de raad aanwezig te
                    zijn. De raad zal het college moeten verzoeken of het college de secretaris
                    opdraagt in de vergadering aanwezig te zijn om aan de beraadslagingen deel te
                    nemen. Op deze wijze kan de raad onder meer een beroep doen op kennis en
                    informatie, die de secretaris bezit of kan de secretaris bijvoorbeeld deelnemen
                    aan een discussie over het functioneren van de ambtelijke organisatie.</al><al/><al><cursief>Artikel 5 Het presidium</cursief></al><al>Taken, werkwijze en bevoegdheden heeft de raad vastgelegd in het reglement van
                    orde van het Presidium.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders;
                        fracties</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging;</cursief></al><al>Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de
                    benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V1 Kieswet). Voor dit
                    benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De
                    benoemde geeft schriftelijk aan of hij de benoeming aanneemt (artikel V2
                    Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt worden aan
                    de raad stukken overlegd waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om
                    als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een
                    ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een
                    uittreksel uit de GBA met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum, en (indien
                    niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van
                    artikel 10, lid 2 Gemeentewet (artikel V3 Kieswet). Het onderzoek van de
                    geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal
                    ook de gedragscode (artikel 15, derde lid Gemeentewet) betrokken worden. In deze
                    code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane
                    nevenfuncties. De commissie welke de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag
                    uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk.</al><al>De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter
                    een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat
                    de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. Het
                    onderzoek van het proces verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing
                    of de vaststelling van de uitslag) gebeurt alleen in de laatste samenkomst van
                    de raad in oude samenstelling na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van
                    de geloofsbrief strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten
                    en van de lijstverbindingen.</al><al>Ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn
                    leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een
                    nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na een
                    raadsverkiezing kunnen de raadsleden op de eerste vergadering van de raad in
                    nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal
                    hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of
                    verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de
                    toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden. De tekst van de eed of
                    verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het
                    raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet
                    vastgelegd.</al><al>De mogelijkheid van beroep bij de Raad van State tegen de beslissing tot
                    toelating als lid van de raad is vervallen door inwerkingtreding van de Wet
                    dualisering gemeentebestuur in 2002.</al><al>Het eerste lid van dit artikel is verduidelijkt. Na de gemeenteraadsverkiezingen
                    heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij
                    adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige
                    wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (is deze juist vastgesteld).
                    Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De
                    raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de
                    verkiezingen en de vaststelling van de uitslag.</al><al>De raad heeft dus de bevoegdheid om te besluiten tot het hertellen van de
                    stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide
                    eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het
                    proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of
                    herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad tot een
                    dergelijk besluit over gaat. Het feit dat een fractie een klein aantal (bijv. 3)
                    stemmen te weinig heeft om een extra zetel te behalen is geen valide motivering
                    om tot hertelling over te gaan. Een proces-verbaal waaruit blijkt dat kiezers
                    bezwaar hebben gemaakt over de onzorgvuldige wijze waarop het stembureau na
                    sluiting de stemmen heeft geteld, kan dit wel zijn.</al><al>Het zesde lid geeft invulling aan een leemte in de Gemeentewet. Uit de Kieswet
                    vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder
                    geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet
                    geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan
                    een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen
                    voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het
                    raadlidmaatschap (Gemeentewet artikel 36a, 36b, 41b en 41c). Het ligt voor de
                    hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek
                    naar de geloofsbrieven in te stellen. Vandaar dat er een vijfde lid aan dit
                    artikel is toegevoegd. Dit artikel is ook van toepassing als er geen wethouder
                    van buiten maar uit de raad wordt benoemd, de incomptabiliteiten en
                    nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te
                        worden.</al><al/><al><cursief>Artikel 7 Fracties</cursief></al><al>In een aantal gevallen blijkt behoefte te bestaan aan een regeling van wat onder
                    een fractie moet worden verstaan. De Gemeentewet kent een dergelijk begrip niet
                    maar gaat onder andere in artikel 33, tweede lid, wel uit van het bestaan van in
                    de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractie-ondersteuning). De
                    verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning sluit aan bij het
                    in dit reglement opgenomen fractiebegrip.</al><al>Bij de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen,
                    worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd.
                    De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de
                    kandidatenlijst hadden staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in
                    de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan
                    echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft
                    staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de
                    aanduiding mee.</al><al>In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten.
                    Het beëindigen van de zitting in de raad kan verschillende oorzaken hebben.
                    Raadsleden kunnen ongeneeslijk ziek zijn, een conflict met hun fractie hebben,
                    te weinig tijd hebben voor het raadswerk en zo zijn er nog vele redenen
                    denkbaar. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling
                    van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de
                    voorzitter mede. Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet
                    opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan
                    of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Uitgangspunt van ons kiesstelsel
                    is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen (een
                    kandidaat wordt door de voorzitter van het stembureau benoemd). De Kieswet gaat
                    niet uit van politieke partijen, een zetel 'hoort' dan ook niet bij een partij
                    maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid
                    heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan.
                    Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie
                    vrij om te doen. </al><al>Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in
                    de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad
                    kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de
                    raad is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende
                    vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe
                    situatie. Gevolg van fractieafsplitsing en ontstaan nieuwe fractie is ook dat de
                    nieuwe fractie leden kan voordragen voor commissies, lid wordt van het
                    presidium, fractieondersteuning krijgt, etc.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3 Vergaderingen</vet></al><al/><al><vet><cursief>Paragraaf 1 Tijd van vergaderen; voorbereidingen</cursief></vet></al><al/><al><cursief>Artikel 8 Vergaderfrequentie</cursief></al><al>Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe
                    heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten
                    minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van
                    redenen daarom vraagt. Het tweede lid brengt tot uitdrukking dat de voorzitter
                    in het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg
                    pleegt in het presidium. Op deze wijze houdt het presidium ook bij
                    vergaderingen, die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op
                    de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het wijzigen van het
                    aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de
                    raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde
                    functie.</al><al/><al><cursief>Artikel 9 Oproep</cursief></al><al>In artikel 19, eerste lid van de Gemeentewet is bepaald dat de burgemeester de
                    leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering.</al><al>De brief vermeldt de dag, tijdstip en plaats van de vergadering. Het tweede lid
                    stelt verplicht dat de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                    uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet
                    bedoelde stukken, tegelijkertijd met de oproep aan de leden worden verzonden. De
                    in artikel 25, eerste en tweede lid, bedoelde stukken zijn stukken ten aanzien
                    waarvan geheimhouding is opgelegd. Hier wordt melding van gemaakt op de stukken.
                    Uiteraard is het mogelijk, indien de raad dit wenst de stukken en oproep niet
                    per post maar per e-mail te versturen.</al><al/><al><cursief>Artikel 10 Agenda</cursief></al><al>Het presidium bepaalt in zijn overleg hoe de agenda eruit komt te zien. Dit is
                    echter een voorlopige vaststelling van de agenda. In de dagelijkse praktijk van
                    de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om twee weken voor de vergadering
                    een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de ‘waan’ van de dag. In een
                    dergelijke situatie kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke
                    oproep zo nodig een aanvullende agenda vaststellen. Dit kan echter niet tot op
                    het laatste moment, maar tot uiterlijk twee dagen voor de aanvang van de
                    vergadering. </al><al>Het derde lid heeft tot doel om de raad een actievere rol te geven in de
                    opstelling van de raadsagenda. Individuele raadsleden kunnen via hun
                    fractievoorzitter in het presidium onderwerpen voor de agenda voordragen. Zij
                    kunnen echter ook bij aanvang van de raadsvergadering een voorstel doen om
                    onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren. Daarmee
                    kan het individuele raadslid in ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen
                    op de vaststelling van de agenda. </al><al>Het vierde lid vloeit voort uit de verplichting van het college om de raad van
                    voldoende informatie te voorzien. Als de raad niet voldoende op de hoogte is van
                    de inhoud en strekking van een onderwerp dan is het niet verantwoord dat de raad
                    zich op hoofdlijnen over dit onderwerp uitspreekt. In een dergelijk geval heeft
                    de raad de mogelijkheid, dat de raad het onderwerp naar een commissie verwijst
                    of aan het college nadere inlichtingen of advies vraagt.</al><al>Het laatste lid regelt dat op verzoek van een lid of op voorstel van de
                    voorzitter de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten kan wijzigen. </al><al/><al><cursief>Artikel 11 De wethouder</cursief></al><al>Deze bepaling is gewijzigd door een verandering en aanvulling van artikel 21
                    Gemeentewet op 16 april 2009. In de oude situatie bestond voor de raad de
                    mogelijkheid om een wethouder uit te nodigen voor de raadsvergaderingen. De raad
                    had ook de mogelijkheid om de wethouder buiten de beraadslagingen te houden,
                    bijvoorbeeld indien hij van gedachten wilde wisselen over het eigen functioneren
                    of bij de voorbereiding van een besluit tot een onderzoek naar het door het
                    college gevoerde bestuur. Aanwezigheid geschiedde op uitnodiging,
                    niet-uitgenodigde wethouders konden slechts op de publieke tribune plaatsnemen
                    en hadden niet het recht aan de beraadslagingen deel te nemen. De bepaling in
                    het Reglement van orde regelde dat op verzoek van de wethouder of op wens van
                    het presidium een wethouder werd uitgenodigd om aan de beraadslagingen deel te
                    nemen.</al><al>Door de wijziging en aanvulling van artikel 21 van de Gemeentewet heeft de
                    wethouder toegang tot de raadsvergadering en kan hij aan de beraadslaging
                    deelnemen. Bij de wijziging van de Gemeentewet is een derde lid aan artikel 21
                    toegevoegd: Een wethouder kan door de raad worden uitgenodigd om ter vergadering
                    aanwezig te zijn. De gewijzigde bepaling in het Reglement van orde geeft een
                    nadere uitwerking van deze bepaling. Het derde lid bij het artikel is toegevoegd
                    omdat het niet noodzakelijk is dat een wethouder elke raadsvergadering bijwoont.
                    Het gebruik van het werkwoord ‘uitnodigen’ geeft aan dat een wethouder kan
                    weigeren te verschijnen in de raad. In de praktijk zal dat echter niet
                    waarschijnlijk zijn, omdat een dergelijke weigering door de raad kan worden
                    uitgelegd als een weigering inlichtingen te verschaffen of verantwoording af te
                    leggen; met alle mogelijke onaangename politieke gevolgen van dien voor de
                    betrokken wethouder. De staatssecretaris van BZK vindt het echter onwenselijk
                    dat in een duaal bestel raad en college elkaar uitsluiten. De burgemeester
                    draagt als voorzitter van de raad èn van het college een bijzondere
                    verantwoordelijkheid hierop toe te zien.</al><al>Het is overigens nog steeds de raad zelf die de eigen agenda vaststelt. Met
                    andere woorden: het recht van de wethouder om de raadsvergadering bij te wonen
                    en aan de beraadslagingen deel te nemen houdt uitdrukkelijk niet het recht in om
                    de agenda mede te bepalen. De wethouder kan wel inspelen op onderwerpen die
                    worden behandeld, maar hij speelt geen rol bij de onderwerpen die op de agenda
                    worden geplaatst. De aanpassing in de Gemeentewet heeft vooral betrekking op het
                    samenspel tussen raad en college; de geforceerde scheiding tussen raad en
                    college, die onder andere tot uitdrukking kwam in de spelregels omtrent de
                    aanwezigheid van de wethouder in de raadsvergadering vindt de staatssecretaris
                    ongewenst.</al><al/><al><cursief>Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken</cursief></al><al>In dit artikel gaat het, naast om de geheime stukken, om de zogenaamde
                    'achterliggende' stukken waarvan vaak in de raadsvoorstellen melding wordt
                    gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende nota's, etc.).</al><al>Een stuk is een 'document' in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB).
                    Een document houdt in: een bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk stuk of
                    ander materiaal dat gegevens bevat. Onder documenten vallen niet alleen de door
                    de overheidsorganen gecreëerde stukken of ander materiaal. Ook alle van buiten
                    komende stukken en ander voor overheidsorganen bestemd materiaal zoals agenda's,
                    notulen, (concept)adviezen en magneetbanden verkrijgen de status van document in
                    de zin van de WOB.</al><al>Het kan niet de bedoeling zijn, dat een lid van de raad of een ander het
                    originele stuk mee naar huis neemt. Dit zou betekenen dat andere raadsleden en
                    geïnteresseerden niet meer de mogelijkheid hebben om het document in te zien.
                    Een raadslid of een andere geïnteresseerde mag echter wel een kopie van een ter
                    inzage gelegd stuk maken.</al><al/><al><cursief>Artikel 13 Openbare kennisgeving</cursief></al><al>Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19,
                    tweede lid, van de Gemeentewet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is
                    aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Bij de
                    herziening van het reglement is tevens de verplichting opgenomen de agenda en
                    stukken ook op het internet te plaatsen. Vanuit het oogpunt van service aan de
                    burger is dit gewenst. Dit is echter niet verplicht op grond van de Gemeentewet. </al><al/><al><vet><cursief>Paragraaf 2 Orde der vergadering</cursief></vet></al><al/><al><cursief>Artikel 14 Presentielijst</cursief></al><al>De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort uit artikel
                    20 Gemeentewet. In dit artikel wordt de procedure vastgelegd. De handtekeningen
                    op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen, dat het
                    vergaderquorum aanwezig is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te
                    stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet.</al><al>De griffier geeft de ambtelijke ondersteuning die de raad nodig heeft. Daarom
                    stelt hij samen met de voorzitter de presentielijst vast en ondertekent deze.
                    Deze ondertekening dient te waarborgen dat de lijst volledig is en het quorum
                    aanwezig was.</al><al/><al><cursief>Artikel 15 Zitplaatsen</cursief></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting</al><al/><al><cursief>Artikel 16 Opening vergadering</cursief></al><al>De vergadering kan beginnen, indien meer dan de helft van het aantal zitting
                    hebbende raadsleden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend. Artikel 20
                    van de Gemeentewet voorziet in een procedure voor een tweede vergadering indien
                    het vereiste aantal leden niet op komt dagen.</al><al/><al><cursief>Artikel 17 Ambtsgebed</cursief></al><al>Dit artikel is een lokale aanvulling op de modelverordening.</al><al/><al><cursief>Artikel 18 spreekrecht burgers </cursief></al><al>De raad heeft op 15 december 2008 besloten het spreekrecht te handhaven in het
                    reglement van orde. Dit is met name gedaan om de burger een podium te bieden om
                    de volksvertegenwoordiging plenair toe te spreken. De raad onderkent dat de
                    beïnvloeding van de besluitvorming op dat moment veelal niet meer aan de orde
                    zal zijn. Daarom wordt in de communicatie duidelijk aangegeven dat de commissies
                    en de fractiespreekuren belangrijk zijn voor het leveren van inbreng door
                    belanghebbenden, de raadsvergadering is voor burgers meer een plek om hun
                    statement voor de finale besluitvorming nog eens neer te zetten.</al><al/><al><cursief>Artikel 19 Primus bij hoofdelijke stemming</cursief></al><al>Praktisch gezien verdient het aanbeveling de volgorde van stemmen te bepalen aan
                    het begin van de vergadering; deze volgorde geldt dan voor de gehele
                    vergadering, ook na een eventuele schorsing. Uiteraard is ook hier afwijking
                    mogelijk, bijvoorbeeld door te bepalen dat pas op het moment van stemming de
                    primus wordt bepaald. Zie ook artikel 31, vierde lid.</al><al/><al><cursief>Artikel 20 Verslag en besluitenlijst</cursief></al><al>Dit artikel regelt de verslagleggende taak van de griffier en de wijze waarop
                    het verslag wordt vastgesteld. Het maken van een verslag is niet verplicht. In
                    de Gemeentewet wordt alleen gesproken over de verplichting op een besluitenlijst
                    openbaar te maken (artikel 23, vijfde lid Gemeentewet). Het conceptverslag wordt
                    tegelijkertijd met de schriftelijke oproep verstuurd aan de leden en overige
                    personen die het woord gevoerd hebben. Omdat wethouders (artikel 8a), de
                    burgemeester, de griffier en de secretaris ook het woord kunnen voeren in de
                    vergadering, kunnen zij tevens een voorstel tot verandering van het verslag aan
                    de raad doen. </al><al>Een voorstel tot verandering dient voorafgaand aan de vergadering schriftelijk
                    te worden ingediend. De griffier verleent de ambtelijke ondersteuning van de
                    raad. Daarom is de griffier aangewezen om voorstellen tot wijzigingen van het
                    verslag in ontvangst te nemen, het verslag op te stellen en deze, tezamen met de
                    voorzitter, te ondertekenen Het is aan de raad om te beslissen of een
                    voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt. Een afwijzing van een
                    dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling Rechtspraak
                    van de Raad van State). Als de secretaris aanwezig is, dient zijn naam, omdat
                    het een belangrijke functionaris blijft, vermeld te worden in het verslag.
                    Hetzelfde geldt voor wethouders.</al><al>Verder dient het verslag niet alleen een zakelijke samenvatting van hetgeen de
                    leden hebben gezegd te bevatten. Ook hetgeen de overige aanwezigen zoals
                    bijvoorbeeld de aanwezige wethouders of de gemeentesecretaris of burgers zeggen
                    moet zakelijk samengevat worden.</al><al>Dit betekent dat die sprekers ook in het verslag genoemd moeten worden. </al><al>Met de inwerkingtreding van de Aanpassingswet dualisering gemeentebestuur is de
                    openbaarmaking van een besluitenlijst van de raadsvergadering verplicht gesteld
                    vanaf 19 februari 2003. Al eerder was in de Gemeentewet de verplichting voor het
                    college opgenomen (artikel 60), door middel van een amendement is dit nu ook
                    voor de raad geregeld in artikel 23, vijfde lid van de Gemeentewet. Tijdens de
                    behandeling van dit amendement in de Tweede Kamer is aangegeven dat de
                    besluitenlijst op zo kort mogelijke termijn moet worden gepubliceerd. Dit kan
                    voordat het verslag is vastgesteld aangezien de besluitenlijst 'slechts' een
                    overzicht geeft van (alle) door de raad genomen beslissingen (dus niet alleen
                    besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht maar ook bijvoorbeeld een
                    afspraak om een werkbezoek af te leggen).</al><al/><al><cursief>Artikel 21 Ingekomen stukken; mededelingen</cursief></al><al>Omtrent de (aan de raad gerichte) ingekomen stukken worden alleen voorstellen
                    gedaan en besluiten genomen van procedurele aard, bijvoorbeeld ter kennisneming,
                    steunen, afwijzen, in behandeling nemen, doorsturen naar een raadscommissie,
                    doorsturen naar het college etc. Inhoudelijke discussie over de stukken kan de
                    voorzitter buiten de orde verklaren. Wanneer een ingekomen stuk leidt tot
                    inhoudelijke discussie en besluitvorming, dient dit op de gebruikelijke wijze te
                    worden voorbereid. </al><al/><al><cursief>Artikel 22 Spreekregels </cursief></al><al>Dit artikel is vervallen.</al><al/><al><cursief>Artikel 23 Volgorde sprekers</cursief></al><al>Dit artikel is vervallen.</al><al/><al><cursief>Artikel 24 Aantal spreektermijnen</cursief></al><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een
                    verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte
                    reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren.</al><al>Indien de raad van mening is, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging
                    nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten.</al><al>De beraadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen,
                    maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende, aan de orde zijnde
                    onderwerp.</al><al/><al><cursief>Artikel 25 Spreektijd</cursief></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al><cursief>Artikel 26 Handhaving orde; schorsing</cursief></al><al>Het eerste lid verzekert dat raadsleden vrijelijk kunnen spreken. Wel zijn
                    interrupties toegestaan voor zover de voorzitter bij een overvloed aan
                    interrupties of in het belang van de voortgang van de beraadslagingen niet
                    bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties afrondt. Om te
                    bevorderen dat leden van de raad zich niet belemmerd voelen om hun mening te
                    uiten, is in artikel 22 Gemeentewet bepaald dat zij niet in rechte te vervolgd
                    kunnen worden, aan te spreken zijn of verplicht zijn getuigenis af te leggen
                    over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Het tweede
                    lid heeft naast de leden die het woord voeren, ook betrekking op de wethouders,
                    de secretaris, de griffier of andere personen, die het woord voeren. De
                    voorzitter kan hen tot de orde roepen. Indien zij hieraan geen gehoor geven, kan
                    hen het woord worden ontzegd.</al><al>De bevoegdheid die in het tweede lid aan de voorzitter wordt gegeven om een
                    spreker over een aanhangig onderwerp het woord te ontzeggen, gaat minder ver dan
                    de mogelijkheid die artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet biedt om aan dat
                    lid, dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, de toegang
                    tot de vergadering te ontzeggen. De laatstgenoemde bevoegdheid van de voorzitter
                    blijft echter onverlet. Artikel 26 is slechts een aanvulling op de Gemeentewet. </al><al>Een besluit van de voorzitter om iemand het woord te ontnemen is een op
                    feitelijk handelen gerichte beslissing met een intern karakter. Dit is geen
                    besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. (JB 9 (2002) 138).</al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed-
                    of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor
                    wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar
                    de artikel 52 van dit reglement.</al><al/><al><cursief>Artikel 27 Beraadslaging</cursief></al><al>Teneinde de vergaderduur niet te zeer te verlengen wordt over een voorstel dat
                    in onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd.
                    In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen.</al><al>Door de toevoeging 'of een lid van de raad' wordt ook raadsleden het recht
                    toegekend om voor te stellen een voorstel gesplitst te behandelen. Dit brengt
                    tot uitdrukking dat de raad zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht is aan ieder
                    individueel raadslid toegekend. Dit past in het streven naar dualisering,
                    aangezien dualisering versterking van de vertegenwoordigende en daarmee
                    agenderende rol van de raad veronderstelt. Hiervoor dienen ook individuele
                    raadsleden en kleine fracties over adequate instrumenten te beschikken.</al><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede
                    termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot
                    stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn
                    toegevoegd.</al><al/><al><cursief>Artikel 28 Deelname aan de beraadslaging door anderen</cursief></al><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht. Het is uiteraard ook mogelijk dat de raad bepaalt
                    dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging
                    mag deelnemen. </al><al>De raad kan op grond van artikel 3, 4 respectievelijk 11 bepalen dat de
                    griffier, de secretaris en de wethouder(s) deelnemen aan de beraadslagingen. De
                    burgemeester heeft het recht (het woord te voeren en) deel te nemen aan de
                    beraadslagingen op grond van artikel 21, eerste lid van de Gemeentewet. De
                    strekking van artikel 28 blijft alleen onveranderd wanneer aan het eerste lid de
                    griffier, de wethouder en de secretaris worden toegevoegd. Daarmee blijft het
                    artikel uitdrukken dat de raad kan beslissen dat anderen kunnen deelnemen aan de
                    beraadslagingen.</al><al>In het tweede lid wordt het begrip 'beslissing' gebruikt. Het gaat hier namelijk
                    niet om het besluitbegrip in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.</al><al/><al><cursief>Artikel 29 Stemverklaring</cursief></al><al>Stemverklaringen zullen kort moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen van
                    een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen
                    worden gegeven vóór de hoofdelijke oproep van de leden tot de stemming
                    begint.</al><al/><al><cursief>Artikel 30 Beslissing</cursief></al><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. De voorzitter formuleert
                    daarna de te nemen eindbeslissing. Indien geen stemming wordt gevraagd, is het
                    voorstel aangenomen op grond van artikel 32, derde lid, van de Gemeentewet. De
                    bepaling geeft aan dat ook nog een beslissing over het voorstel (indien een
                    amendement is aangenomen, in zijn geamendeerde vorm) moet worden genomen.</al><al/><al><vet><cursief>Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen</cursief></vet></al><al/><al><cursief>Artikel 31 Algemene bepalingen over stemming</cursief></al><al>Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de
                    stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling
                    van artikel 32 van de Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan
                    wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. Wellicht ten overvloede wordt
                    hierbij nog verwezen naar artikel 209, tweede lid Gemeentewet, welke een
                    hoofdelijke stemming verplicht.</al><al>De regeling in het eerste deel van het tweede lid kan toepassing krijgen, indien
                    de uitkomst van de stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele leden zouden
                    tegenstemmen. </al><al>Een raadslid kan zich alleen onthouden van stemming op grond van artikel 28
                    Gemeentewet. In alle andere gevallen is een raadslid verplicht stelling in te
                    nemen en te stemmen. Stemmingen zijn in principe ook openbaar. Een
                    volksvertegenwoordiger dient duidelijk te zijn in zijn of haar rol. Door de
                    openbaarheid is het voor de achterban (kiezers) duidelijk hoe ze
                    vertegenwoordigd worden. Bij wie de stemming begint, is geregeld in artikel
                    16.</al><al/><al>In de Winsumuitspraak (Raad van State, 7 augustus 2002) is het hoger beroep op
                    artikel 28 Gemeentewet afgewezen, maar heeft de Afdeling wel geconcludeerd dat
                    het genomen besluit in strijd is met artikel 2:4 van de Algemene wet
                    bestuursrecht omdat de schijn van belangenverstrengeling onvoldoende was
                    vermeden. Naar aanleiding van deze uitspraak zijn er vragen gerezen over de
                    mogelijke gevolgen voor stemprocedures en de verantwoordelijkheden in
                    gemeenteraden.</al><al>In deze uitspraak geeft de Afdeling het rechtsbeginsel neergelegd in artikel 2:4
                    Awb voorrang boven hetgeen in artikel 28 Gemeentewet is bepaald. Over de
                    mogelijke gevolgen van de uitspraak adviseert Minister Remkes in zijn
                    beschouwing van 19 mei 2003:</al><al>"de beslissing over stemonthouding dient voorbehouden te blijven aan het
                    individuele raadslid; bij stemming heeft de raad geen optie dan te waarschuwen
                    dat het te nemen besluit wel eens aanvechtbaar zou kunnen zijn in een
                    bezwaarschriftprocedure of bij de bestuursrechter of in het kader van een
                    spontane vernietiging door de Kroon (artikel 268 Gemeentewet); de raad kan in
                    dergelijke gevallen een belangrijke rol spelen door in algemene zin te
                    bespreken, individuele raadsleden door hun handelen de schijn van
                    belangenverstrengeling kunnen wekken en hoe dat voorkomen kan worden (en dit
                    bijv. opnemen in de gedragscode); uiteraard is de gedragscode in juridische zin
                    niet bindend, dit is tevens niet wenselijk."</al><al>Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet van
                    toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te
                    zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het
                    besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken,
                    wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.</al><al/><al><cursief>Artikel 32 Stemming over amendementen en moties</cursief></al><al>Voor meer informatie over een amendement of een motie (betekenis, indiening
                    e.d.) wordt verwezen naar de artikelen 1, 36 en 37 van dit reglement. Voor alle
                    duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven tussen een motie
                    en een amendement. Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de stemming
                    over het onderliggende voorstel. Een motie strekt niet tot wijziging van een
                    voorgesteld besluit; over een motie wordt een apart besluit genomen, nadat de
                    besluitvorming over het aanhangige voorstel is afgerond. Bij een motie over een
                    afzonderlijk onderwerp geldt dit uiteraard niet en is het vierde lid niet van
                    toepassing.</al><al/><al><cursief>Artikel 33 Stemming over personen</cursief></al><al>Bij een benoeming stelt de raad een specifiek persoon aan in een bepaald ambt
                    (raadslid, wethouder). Op het stembiljet wordt de naam van de te benoemen
                    persoon (of personen in geval van meerdere vacatures) met daarachter de opties
                    'voor' en 'tegen' vermeld. Het gaat hier overigens niet over de benoeming tot
                    raadslid, dit is een heel ander soort benoeming. Onder voordracht wordt verstaan
                    het als kandidaat voorstellen van een persoon voor een bepaald ambt. Een
                    voordracht is voor de raad bindend, op de stembiljetten dienen de namen van de
                    voorgedragen perso(o)n(en) te worden vermeld met daarachter de opties 'voor' en
                    'tegen'. Bij een aanbeveling wordt voorgesteld om bepaalde personen voor een
                    bepaald ambt voor te dragen, de raad mag van de aanbevelingen afwijken. Het
                    betreft hier een zogenaamde vrije stemming (zie ook toelichting bij artikel 28).
                    Op de stembiljetten kunnen de namen van de aanbevolen personen te worden vermeld
                    met daarachter de opties 'voor' en 'tegen' én een vrije ruimte waar een
                    kandidaat van eigen keuze kan worden ingevuld.</al><al>Het reglement van orde gaat uit van een stemming doormiddel van een behoorlijk
                    ingevuld stembriefjes. Een blanco stembriefje wordt niet aangemerkt als een
                    behoorlijk ingevuld stembriefje (MvT, 19 403, nr. 3 p. 86). In geval van een
                    schriftelijke stemming wordt dan ook geen rekening gehouden met blanco
                    stembriefjes. Een blanco of verkeerd ingevuld stembriefje telt wel mee bij de
                    bepaling van het quorum. De raad oordeelt of een stembriefje behoorlijk is
                    ingevuld. Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden
                    verstaan, is in de wet niet geregeld.</al><al/><al><cursief>Artikel 34 Herstemming over personen</cursief></al><al>De wijziging van het tweede lid strekt ertoe verwarring over de term
                    'herstemming' in artikel 31, tweede lid, van de Gemeentewet te voorkomen.</al><al/><al><cursief>Artikel 35 Beslissing door het lot</cursief></al><al>In dit artikel wordt een nadere uitwerking gegeven van hetgeen in artikel 31,
                    derde lid van de Gemeentewet is voorgeschreven.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 4 Rechten van leden</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 36 Amendementen</cursief></al><al>Het recht van amendement is neergelegd in artikel 147b van de Gemeentewet. Dit
                    artikel verplicht de raad nadere regels te stellen. Deze nadere regels staan in
                    het tweede tot en met het vierde lid. Op basis van artikel 147b van de
                    Gemeentewet is de raad verplicht een amendement te behandelen.</al><al>Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van het college
                    of op initiatiefvoorstellen indienen, de zogenaamde amendementen. Wanneer een
                    amendement is ingediend, kan dit voor een ander raadslid aanleiding zijn, op dit
                    amendement nog weer een wijziging voor te stellen, het subamendement. Een
                    (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld besluit, dat aanhangig
                    is. De beraadslaging over het (sub)amendement vindt plaats in ten hoogste twee
                    termijnen. Indien (in uitzonderlijke situaties) een ingediend amendement verdere
                    beraadslaging noodzakelijk maakt, kan de raad besluiten tot een derde
                    termijn.</al><al>Voor wat betreft de stemming over amendementen wordt verwezen naar artikel 32.
                    Voorstel tot splitsing van een voorgestelde beslissing kan, indien aangenomen,
                    meebrengen, dat één onderdeel van een besluit wel en een ander niet wordt
                    aanvaard.</al><al/><al><cursief>Artikel 37 Moties</cursief></al><al>Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het
                    uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele aard), het
                    uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen of om
                    het doen van een verzoek. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op
                    rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke
                    betekenis. Daarom zijn burgemeester en wethouders formeel niet aan een motie
                    gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen
                    van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en
                    college en hieruit kan het college dan zijn consequentie trekken. </al><al>Voor wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt,
                    dat over een motie een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over
                    een motie over een aanhangig onderwerp geldt, dat deze niet plaatsvindt in
                    afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het
                    onderwerp, waarop de motie betrekking heeft. Een besluit over een motie over een
                    niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt aan het einde van de vergadering
                    plaats. Dergelijke moties benaderen de in artikel 39 geregelde
                    initiatiefvoorstellen. </al><al>In de Gemeentewet wordt één specifieke motie uitgewerkt. Dit betreft de motie
                    van wantrouwen waarbij de raad aangeeft het vertrouwen in een wethouder te
                    hebben verloren. Bij de wijziging van de Gemeentewet van april 2009 is dit
                    artikel 49 gewijzigd. Voortaan is het een wethouder niet toegestaan om na een
                    aangenomen motie van wantrouwen aan te blijven. Indien hij dit zelf niet doet,
                    dient de raad actie te ondernemen</al><al/><al><cursief>Artikel 38 Voorstellen van orde</cursief></al><al>De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er inderdaad sprake is van
                    een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder
                    beraadslaging, besloten door de raad. Bij staken van stemmen is het voorstel
                    niet aangenomen, (artikel 32, lid 4 Gemeentewet is hierop niet van toepassing).
                    Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor
                    een pauze. Indien het gaat om een niet geagendeerd voorstel, dient de procedure
                    van een initiatiefvoorstel gevolgd te worden (artikel 39).</al><al/><al><cursief>Artikel 39 Initiatiefvoorstellen</cursief></al><al>Het is de taak van het college aan de raad de nodige voorstellen te doen. Maar
                    raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een ontwerpverordening of
                    ontwerpbeslissing ter behandeling bij de raad indienen. Hiervoor is het recht
                    van initiatief toegekend.</al><al>In artikel 147a, eerste lid, van de Gemeentewet is dit uitgewerkt. Het tweede
                    lid van dit artikel bepaalt dat de raad regelt op welke wijze een
                    initiatiefvoorstel voor een verordening wordt ingediend en behandeld. Het eerste
                    tot en met het derde lid van artikel 36 voorzien hierin. Artikel 147a, derde
                    lid, bepaalt in tegenstelling tot artikel 147a, tweede lid, dat voor andere
                    initiatiefvoorstellen geen verplichte behandeling voorgeschreven is. Dit
                    betekent dat de raad (aanvullende) voorwaarden kan stellen aan het in
                    behandeling nemen van een ander initiatiefvoorstel. Het vierde lid geeft
                    hiervoor - in aanvulling op de eerste drie leden voorschriften.</al><al>Het tweede lid houdt in dat de voorzitter het initiatiefvoorstel zo spoedig
                    mogelijk op de agenda plaatst, maar de voorzitter plaatst het voorstel echter
                    niet meer op de agenda, nadat de oproep verzonden is. Dit laat de mogelijkheid
                    onverlet voor het individuele raadslid om op grond van artikel 7, derde lid, het
                    initiatiefvoorstel toch aan de agenda toe te voegen. </al><al>Aangezien het voor de hand ligt om de raad tevens de mogelijkheid te geven om
                    een initiatiefvoorstel tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp
                    te behandelen, is dit in het derde lid opgenomen. Een initiatiefvoorstel hoeft
                    formeel niet langs het college, maar in geval het voorstel personele (en
                    financiële) consequenties heeft kan het raadzaam zijn het initiatiefvoorstel ook
                    aan het college voor te leggen voor advies. </al><al>De stuurgroep Leemhuis heeft in het evaluatierapport dualisering de aanbeveling
                    gedaan om het college de beleidsvoorbereiding te laten doen en om de rol van het
                    college bij initiatiefvoorstellen te versterken. </al><al>Het kamerlid Kalsbeek heeft de minister van BZK vragen gesteld over het
                    initiatiefrecht. De minister heeft aangegeven: "Het recht op initiatief houdt
                    niet in dat individuele raadsleden en raadsminderheden het recht moeten hebben
                    om onderwerpen op de agenda van de raad te plaatsen maar het houdt in dat zij in
                    beginsel invloed moeten kunnen hebben op de agenda. Het is immers aan de raad
                    om, aan het begin van de raadsvergadering, met meerderheid van stemmen, de
                    agenda vast te stellen. Het is dan ook de raad die beslist welke onderwerpen
                    worden behandeld. Zou elk individueel raadslid het recht toekomen om
                    agendapunten voor de vergadering aan te dragen dan zou het effectief
                    functioneren van de raad in gevaar kunnen komen. Een raadsminderheid die bij
                    herhaling onderwerpen op de agenda plaatst, waarover de raadmeerderheid niet
                    wenst te beraadslagen, kan de besluitvorming van de raad ernstig
                    belemmeren".</al><al/><al><cursief>Artikel 40 Collegevoorstel</cursief></al><al>Dit artikel heeft betrekking op het agenderingsrecht van de raad. De raad is de
                    enige die een voorstel voor een verordening of een ander voorstel kan agenderen,
                    dat het college heeft voorbereid. Als het college het voorstel heeft voorbereid,
                    betekent dit niet dat het college het door hen voorbereide voorstel kan
                    intrekken indien het college van oordeel is dat verdere behandeling van het
                    voorstel niet wenselijk is. De raad moet hier toestemming voor geven.</al><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel voor een verordening of een ander
                    voorstel niet voldoende is voorbereid, kan de raad het voorstel voor een
                    verordening of een ander voorstel op grond van het tweede lid nogmaals voor
                    advies aan het college zenden. De raad kan het college bijvoorbeeld verzoeken
                    het voorstel voor een verordening of ander voorstel nader te onderbouwen. De
                    raad bepaalt echter wanneer het voorstel voor een verordening of ander voorstel,
                    dat door het college verder voorbereid is, opnieuw behandeld wordt. De raad kan
                    dit in dezelfde raadsvergadering regelen, maar de raad kan dit ook aan het
                    presidium overlaten.</al><al/><al><cursief>Artikel 41 Interpellatie</cursief></al><al>Dit artikel stelt nadere regels aan artikel 155 van de Gemeentewet. Het
                    interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht. Het
                    gaat om een recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een vergadering over
                    een niet geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de burgemeester
                    te vragen. Daarvoor is verlof van de raad voor nodig.</al><al/><al><cursief>Artikel 42 Schriftelijke vragen</cursief></al><al>Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te vragen
                    over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester
                    behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking. Op
                    grond van deze bepaling kan een raadslid schriftelijke vragen stellen aan het
                    college of de burgemeester, al naar gelang wie verantwoordelijk is. De
                    verantwoordelijke portefeuillehouder dient de vragensteller gemotiveerd in
                    kennis te stellen, indien de beantwoording niet binnen de gestelde termijnen kan
                    plaatsvinden. De raad kan oordelen dat het bijvoorbeeld wenselijk is dat een
                    collegelid of de burgemeester direct kan antwoorden op een vraag. In de hier
                    aangegeven procedure wordt de vragensteller in de gelegenheid gesteld nadere
                    inlichtingen over het antwoord te vragen aan degene die het antwoord heeft
                    gegeven. Indien de vragensteller van mening is, dat de beantwoording van de
                    vragen tot een besluit van de raad moet leiden, kan hij het recht van
                    initiatief, motie of het interpellatierecht benutten om het onderwerp of het
                    voorstel op de agenda van de raad te krijgen.</al><al/><al><cursief>Artikel 43 Vragenuur</cursief></al><al>Deze bepaling vormt een invulling op het voorgesteld artikel 155, eerste lid,
                    van de Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht. Het is een facultatieve
                    bepaling. </al><al>Het is aan de raad om te bepalen of de instelling van een vragenuur en daarmee
                    het opnemen van een dergelijke bepaling in het reglement van orde wenselijk is. </al><al>Bewust is er gekozen voor een algemene regeling van het vragenuur. Veelal
                    fungeert de rondvraag in de raadsvergadering als een mogelijkheid tot het
                    stellen van vragen. In een dualistisch stelsel is het echter niet meer
                    vanzelfsprekend dat de ter zake kundige wethouder aanwezig is. </al><al>Om die reden en omdat het de herkenbaarheid van de controlerende taak van de
                    raad ten goede komt, kan hiervoor een aparte gelegenheid gecreëerd worden. De
                    drempel om vragen te stellen wordt verlaagd en de media-aandacht voor de lokale
                    politiek kan worden vergroot. In het vragenuur krijgt de raad de mogelijkheid
                    over vooraf ingebrachte onderwerpen (leden van) het college aan de tand te
                    voelen.</al><al>Het karakter van het vragenuur verschilt dan ook van het recht van
                    interpellatie. Het recht van interpellatie heeft als instrument een zwaarder
                    politiek karakter. Leden van de raad kunnen aan het college inlichtingen vragen
                    over het door hem gevoerde bestuur, voor zover dat niet bij geagendeerde
                    onderwerpen aan de orde komt.</al><al/><al><cursief>Artikel 44 Inlichtingen</cursief></al><al>In dit artikel wordt een procedurele uitwerking gegeven van de
                    inlichtingenplicht die het college en de burgemeester hebben ten opzichte van de
                    raad.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 5 Begroting en rekening</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 45 Procedure begroting en artikel 46 Procedure
                        jaarrekening</cursief></al><al>In deze artikelen wordt de procedure voor de begroting en jaarrekening
                    vastgelegd. De desbetreffende procedure kan jaarlijks of in zijn algemeenheid
                    voor een langere periode worden bepaald.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 6 Lidmaatschap van andere organisaties</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 47 Verslag en verantwoording</cursief></al><al>Leden van de raad (of in voorkomende gevallen de burgemeester, een wethouder of
                    de gemeentesecretaris), die lid zijn van een algemeen bestuur van een
                    gemeenschappelijke regeling, verrichten aldaar hun taak zowel als leden van dat
                    bestuur en als vertegenwoordiger van en in naam van de gemeente. Voor de wijze,
                    waarop zij in het bestuur van de gemeenschappelijke regeling functioneren, zijn
                    zij verantwoording verschuldigd aan de raad, die hen heeft aangewezen. Ook de
                    gemeenschappelijke regeling dient over deze verantwoordingsplicht en over de
                    informatieverstrekking aan de raad bepalingen te bevatten.</al><al>In het eerste lid van dit artikel is een regeling getroffen voor mondelinge
                    verslaglegging (uiteraard kan ook een ander moment worden gekozen). </al><al>In het tweede lid wordt de mogelijkheid tot het stellen van schriftelijke vragen
                    aangegeven, overeenkomstig de regels, daarvoor gesteld in artikel 42.</al><al>Het derde lid bevat de procedure voor de ter verantwoording roeping, die
                    aansluit bij de regels voor inlichtingen.</al><al>Het is zinvol de bepalingen van dit artikel ook van toepassing te verklaren op
                    andere organisaties, waarin de raad een of meer van zijn leden heeft benoemd.
                    Hierbij valt te denken aan privaatrechtelijke rechtspersonen en vennootschappen,
                    zoals een (raad van commissarissen van) een NV. Hierin voorziet het vierde
                    lid.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 7 Besloten vergadering</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 48 Algemeen</cursief></al><al>Dit artikel bepaalt dat de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige
                    toepassing zijn op een raadsvergadering achter gesloten deuren. Hierbij kan
                    onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van
                    stukken, het recht van amendement, het recht van motie, het maken van het
                    verslag.</al><al>De bepalingen van het reglement zijn echter niet van toepassing, voorzover het
                    toepassen van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de
                    vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor
                    openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. </al><al>Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en
                    het behandelde zal de raad moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in de
                    artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><al>In artikel 23 van de Gemeentewet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor 'het
                    sluiten van de deuren', de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering
                    wordt.</al><al/><al><cursief>Artikel 49 </cursief><cursief>Verslag</cursief></al><al>In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, derde lid, van de
                    Gemeentewet.</al><al/><al><cursief>Artikel 50 Geheimhouding</cursief></al><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 25 van de Gemeentewet noodzakelijk.</al><al/><al><cursief>Artikel 51 Opheffing geheimhouding</cursief></al><al>In de aangehaalde artikelen wordt aan de raad de mogelijkheid geboden de
                    geheimhouding van stukken op te heffen; stukken die niet per se aan hem behoeven
                    te zijn overgelegd. Het kan dus (zie bijvoorbeeld artikel 86, tweede lid, van de
                    Gemeentewet) gaan om de situatie dat de burgemeester geheimhouding heeft
                    opgelegd ten aanzien van stukken die hij aan de raadscommissie heeft overgelegd.
                    De raadscommissie kan dan aan de raad verzoeken de geheimhouding op te heffen
                    (indien de burgemeester daar niet toe bereid is). In het onderhavige artikel is
                    nu ter zake een overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan
                    het principe van hoor en wederhoor.</al><al>Op grond van artikel 25, derde en vierde lid, kan geheimhouding worden opgelegd
                    door het college, de burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van
                    stukken die zij aan de raad of aan leden van de raad overleggen. De opgelegde
                    geheimhouding met betrekking tot aan de raad overgelegde stukken vervalt, indien
                    de raad de oplegging niet in zijn eerstvolgende vergadering die volgens de
                    presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is
                    bezocht, wordt bekrachtigd. Als de raad niet van plan is de opgelegde
                    geheimhouding te bekrachtigen, kan het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd,
                    in een besloten vergadering met de raad overleg voeren. Deze besloten
                    vergadering kan dan gaan om de vraag waarom de raad de geheimhouding wil
                    opheffen.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 8 Toehoorders en pers</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 52 Toehoorders en pers</cursief></al><al>De hier aangeven procedurebepalingen zijn gebaseerd op de in artikel 26, eerste
                    en tweede lid, van de Gemeentewet gegeven bevoegdheid aan de voorzitter van de
                    raad om toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij volharding
                    in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen.</al><al/><al><cursief>Artikel 53 Geluid- en beeldregistraties</cursief></al><al>Aangezien de vergaderingen van een de raad in principe openbaar zijn, kunnen
                    radio- en tv-stations geluids- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet
                    het geval als het een besloten vergadering betreft</al><al/><al><cursief>Artikel 54 Verbod gebruik mobiele telefoons (vervallen)</cursief></al><al/><al><vet>Hoofdstuk 9 Slotbepalingen</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 55 Uitleg reglement</cursief></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al><cursief>Artikel 56 Inwerkingtreding</cursief></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>