<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR408575_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Afvalstoffenverordening gemeente Krimpenerwaard 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Krimpenerwaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-06-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Krimpenerwaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-76153.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAlle%26spd%3d20150619%26epd%3d20150619%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dKrimpenerwaard%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=2&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad 10-06-2016, Nr. 76153 </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afvalstoffenverordening gemeente Krimpenerwaard 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0003245&amp;artikel=10.23&amp;g=2018-07-01">artikel 10.23 van de Wet milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-05-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-06-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-06-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-07-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>ZK16000830</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>afvalstoffenverordening gemeente krimpenerwaard 2016</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Uitvoeringsbesluiten bij de Afvalstoffenverordening gemeente Krimpenerwaard 2016</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Abusievelijk onjuist genummerd. De artikelen 22, 23 en 24 bestaan niet.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Afvalstoffenverordening gemeente Krimpenerwaard 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Krimpenerwaard; </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 maart 2016 met
                        registratienummer 16-0006756; </al><al>gelet op de artikelen 10.23, 10.24, tweede lid, 10.25 en 10.26 van de Wet
                        milieubeheer;</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening: Afvalstoffenverordening
                        gemeente Krimpenerwaard 2016.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1.</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                            onder perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen
                            ontstaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Doelstelling</titel></kop><al>De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het
                            milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2.</nr><titel>Huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Aanwijzing van de inzameldienst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders wijzen de inzameldienst aan die is belast
                                met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden en
                                beperkingen worden gesteld. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissing) is niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de
                                voorbereiding van de aanwijzing en over het inzamelen van
                                huishoudelijke afvalstoffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Regulering van andere inzamelaars</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke
                                afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar:</al><lijst><li nr="a."><al>daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="b."><al>bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het
                                        verbod is vrijgesteld; of</al></li><li nr="c."><al>verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde
                                        lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet
                                        milieubeheer.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de aanwijzing van een inzamelaar, bedoeld in het eerste lid,
                                onder a, is artikel 3, tweede lid, van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Aanwijzing van inzamelplaats</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor ten minste één daartoe ter
                            beschikking gestelde plaats [binnen de gemeente OF binnen de gemeenten
                            waarmee wordt samengewerkt], waar in voldoende mate gelegenheid wordt
                            geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof
                            huishoudelijk afval, achter te laten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Algemene verboden</titel></kop><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen:</al><lijst><li nr="a."><al>ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst
                                    of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid;</al></li><li nr="b."><al>over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in
                                    artikel 4, eerste lid; of</al></li><li nr="c."><al>achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats,
                                    bedoeld in artikel 5.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Afvalscheiding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van
                                huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst
                                worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van
                                deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of
                                nabij elk perceel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In ieder geval de volgende bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen
                                worden afzonderlijk ingezameld:</al><lijst><li nr="-"><al>groente-, fruit- en tuinafval;</al></li><li nr="-"><al>papier en karton;</al></li><li nr="-"><al>glas;</al></li><li nr="-"><al>textiel;</al></li><li nr="-"><al>kunststof verpakkingsmateriaal en drankenkartons;</al></li><li nr="-"><al>elektrische of elektronische apparatuur;</al></li><li nr="-"><al>klein chemisch afval;</al></li><li nr="-"><al>grof tuinafval</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het belang van een doelmatig afvalstoffenbeheer kunnen
                                burgemeester en wethouders de aanwijzing van afzonderlijk in te
                                zamelen bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in het
                                tweede lid, of fracties daarvan, achterwege laten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Gescheiden aanbieding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met of in het huishoudelijk restafval afvalstoffen
                                aan te bieden die bij de inzameling, het transport, de op- en
                                overslag en/of de verwerking een gevaar vormen voor mens en/of
                                milieu;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om bij de gescheiden ingezamelde bestanddelen van
                                huishoudelijk afval, bedoeld in artikel 7, andere bestanddelen van
                                huishoudelijk afval;</al><lijst><li nr="a."><al>Ter inzameling aan te bieden</al></li><li nr="b."><al>Achter te laten op de inzamelplaats, bedoeld in artikel
                                        5</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen. Deze regels
                                kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling
                                inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste en tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Tijdstip van aanbieding</titel></kop><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden
                            anders dan op de door burgemeester en wethouders daartoe bepaalde dag en
                            tijden. Deze kunnen voor verschillende bestanddelen verschillend worden
                            vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Wijze en plaats van aanbieding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te
                                bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en
                                wethouder te stellen regels over het gebruik van:</al><lijst><li nr="a."><al>inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een
                                        perceel;</al></li><li nr="b."><al>inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij
                                        een perceel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de tijden,
                                bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor
                                categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van
                                het verbod inhouden.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>3.</nr><titel>Bedrijfsafvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen
                            aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen
                            krachtens de van toepassing zijnde Afvalstoffenverordening, in gevallen
                            waarin de voor deze inzameling krachtens de van toepassing zijnde
                            Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrecht verschuldigde heffing
                            is voldaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Aanbieden ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen</titel></kop><al>Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 11
                            bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden,
                            aan de inzameldienst over te dragen of bij de inzamelplaats, bedoeld in
                            artikel 5, achter te laten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden
                                anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders
                                te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van
                                inzameling van de krachtens artikel 11 aangewezen
                                bedrijfsafvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het
                                aanbieden of overdragen van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen
                                mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze
                                regels kunnen een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het tweede
                                lid, inhouden.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>4.</nr><titel>Zwerfafval en overige</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Dumpingsverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders,
                                buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van het
                                milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp
                                op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten
                                of anderszins daar te plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke
                                        afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met
                                        deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of
                                        tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan;</al></li><li nr="c."><al>het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met
                                        inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van
                                        afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in
                                        artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="d."><al>handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet
                                        bodembescherming, de Waterwet of het Besluit
                                        bodemkwaliteit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon
                                tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden
                                herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Zwerfafval in de openbare ruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en
                                gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de
                                openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of
                                andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan,
                                die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt
                                weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene
                                die het in de betreffende omgeving onder het publiek
                                verspreidde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zwerfafval te veroorzaken door ter inzameling
                                gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te
                                verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze
                                anderszins te behandelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Zwerfafval rondom inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden
                                verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd draagt zorg voor de
                                aanwezigheid in of nabij de inrichting, van een steeds voor gebruik
                                door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of
                                soortgelijk middel voor het houden van afval.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig
                                etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen die kennelijk
                                uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd
                                binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vorige leden gelden niet voor situaties waarin wordt voorzien
                                door het Activiteitenbesluit milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Afval en verontreiniging op de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de
                                Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te
                                beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te
                                lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het
                                milieu nadelig beïnvloedt of diens opdrachtgever zorgt terstond na
                                de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen
                                van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het
                                verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Geen opslag van afval in de open lucht</titel></kop><al>Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats
                            in de open lucht en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van
                            de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door
                            het in overeenstemming met paragraaf 2 van deze verordening aanbieden of
                            overdragen van huishoudelijke afvalstoffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Ontdoen van autowrakken</titel></kop><al>Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van
                            een perceel, anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in
                            artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>5.</nr><titel>Handhaving en toezicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Strafbare feiten</titel></kop><al>Overtreding van artikel 4, artikel 6 of van artikel 8 tot en met artikel
                            10 en artikel 12 tot en met artikel 19, is een strafbaar feit als
                            bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische
                            delicten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet
                            algemene bepalingen omgevingsrecht door burgemeester en wethouders
                            aangewezen ambtenaren.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Intrekking oude regelingen</titel></kop><al>Op de dag van inwerkingtreding van deze verordening, worden de volgende
                            verordeningen ingetrokken: </al><lijst><li nr="-"><al>Afvalstoffenverordening 2014 gemeente Bergambacht, vastgesteld
                                    op 17 december 2013;</al></li><li nr="-"><al>Afvalstoffenverordening Nederlek 2009, eerste wijziging,
                                    vastgesteld op 22 november 2011;</al></li><li nr="-"><al>Wijziging Afvalstoffen verordening 2009 gemeente Nederlek,
                                    vastgesteld op 26 maart 2013;</al></li><li nr="-"><al>Afvalstoffenverordening van de gemeente Ouderkerk, vastgesteld
                                    op 12 oktober 2006;</al></li><li nr="-"><al>Afvalstoffenverordening 2014 gemeente Schoonhoven, vastgesteld
                                    op 28 mei 2014;</al></li><li nr="-"><al>Afvalstoffenverordening 2011 gemeente Vlist, vastgesteld op 29
                                    maart 2011.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie en heeft
                            terugwerkende kracht tot 1 juni 2016.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening gemeente
                            Krimpenerwaard 2016.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Krimpenerwaard, gehouden op dinsdag 31 mei 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, drs. K.E. Driehuijs</ondertekening><ondertekening>de voorzitter,mr. R.S. Cazemier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING </titel></kop><tussenkop><vet>ALGEMEEN DEEL</vet></tussenkop><al/><tussenkop><vet>1. Inleiding</vet></tussenkop><al>Deze verordening dient het belang van de bescherming van het milieu, met
                    inbegrip van een doelmatig afvalstoffenbeheer. Het belang daarvan neemt toe
                    omdat tegenwoordig anders naar afval wordt gekeken dan in het verleden. Afval
                    wordt steeds meer benaderd als grondstof. In een meer circulaire economie is
                    afval van waarde. Dat betekent duurzaam omgaan met natuurlijke hulpbronnen,
                    zuiniger zijn op grondstoffen, voorwerpen langer en opnieuw gebruiken en
                    optimalere reststromen. Afvalscheiding en inzameling is daarbij van wezenlijk
                    belang. Welke bestanddelen van het afval gescheiden dienen te worden veranderd.
                    Nieuwe technieken maken bijvoorbeeld de scheiding van kunststof mogelijk.
                    Gemeenten werken mee in het Programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) om te
                    komen tot een vermindering van het restafval per persoon per jaar en om een
                    verbetering te bereiken van de kwaliteit van afvalscheiding en inzameling. Deze
                    verordening moderniseert de regels van de gemeente op dit terrein.</al><al/><tussenkop><vet>2. Hoofdlijnen van de verordening</vet></tussenkop><al>Scheiden van afvalstromen begint bij huishoudens (huishoudelijke afvalstoffen)
                    en bedrijven (kantoren, winkels, dienstverleners) waar die afvalstoffen ontstaan
                    – of waar die in de openbare ruimte terechtkomen. De verordening bevat regels
                    over huishoudelijk afval, bedrijfsafval en afval in de openbare ruimte. </al><al/><tussenkop>Huishoudelijke afvalstoffen</tussenkop><al>Wat betreft huishoudelijke afvalstoffen heeft het gemeentebestuur de wettelijke
                    taak om te zorgen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen door middel
                    van de inzameldienst die daartoe [bij <vet>OF </vet>krachtens] deze verordening
                    is aangewezen. Bij de uitvoering van deze taak wordt de gemeente in de praktijk
                    in toenemende mate ondersteund door het initiatief van andere inzamelaars zoals
                    scholen, ideële instellingen of anderen die bijvoorbeeld papier, glas of andere
                    bestanddelen van het huishoudelijk afval verzamelen voor inzameling. Deze
                    verordening regelt de aanwijzing van de inzameldienst en van andere inzamelaars
                    en bepaalt welke bestanddelen gescheiden moeten worden aangeboden en dus ook
                    gescheiden moeten worden ingezameld. </al><al/><tussenkop>Bedrijfsafvalstoffen</tussenkop><al>Wat betreft bedrijfsafvalstoffen is de afvalscheiding door kantoren, winkels en
                    diensten (hierna: KWD) binnen de gemeente van belang. De inzameling van
                    dergelijk bedrijfsafval kan plaatsvinden door de inzameldienst maar ook door
                    anderen. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen is in belangrijke mate op
                    Rijksniveau geregeld door de Wet milieubeheer (hierna: Wm) en daarop gebaseerde
                    centrale regelgeving. Deze verordening bevat enkele aanvullende regels die van
                    belang indien de inzameling van de inzameldienst aan de orde is of die de wijze
                    van aanbieding van bedrijfsafvalstoffen in de openbare ruimte betreffen. </al><al/><tussenkop>Afval in de openbare ruimte</tussenkop><al>Wat betreft het afval in de openbare ruimte is het belang van het voorkomen van
                    zwerfafval van belang. Zwerfafval ontstaat niet alleen door illegale dumping
                    maar kan ook ontstaan uit huishoudelijk afval, bijvoorbeeld als dat verkeerd is
                    aangeboden of als ter inzameling gereedstaand huishoudelijk afval is doorzocht
                    of omgeschopt. Zwerfafval komt ook in de openbare ruimte terecht via het publiek
                    rondom winkels, eet- en drinkgelegenheden, evenementen of reclame- en
                    promotiecampagnes. De verordening bevat regels voor het bestrijden van
                    zwerfafval. </al><al/><tussenkop>Grondslag</tussenkop><al>De verordening geeft uitvoering aan de verplichting van artikel 10.23 van de Wm,
                    waarin de gemeenteraad wordt opgedragen om in het belang van de bescherming van
                    het milieu een afvalstoffenverordening vast te stellen. De regels over het
                    zwerfafval houden verband met de regels van de Algemene Plaatselijke Verordening
                    voor de openbare ruimte maar zijn vanwege de samenhang met het onderwerp van de
                    Afvalstoffenverordening opgenomen in deze verordening.</al><al/><tussenkop><vet>3. Wettelijke begrippen</vet></tussenkop><al>In het belang van de eenvoud maakt deze verordening slechts in beperkte mate
                    gebruik van begripsbepalingen. Ten eerste zijn geen definities van begrippen
                    gegeven als deze begrippen al op grond van artikel 1.1 van de Wm zijn
                    gedefinieerd. Deze begrippen gelden al onverkort voor de toepassing van deze
                    verordening. Er zijn daarom niet opnieuw definities voor in de verordening
                    opgenomen. Voorbeelden van in de wet gedefinieerde begrippen die ook in deze
                    verordening worden gebruikt zijn <cursief>afvalstoffen</cursief>,
                        <cursief>huishoudelijke afvalstoffen</cursief> of
                        <cursief>bedrijfsafvalstoffen</cursief>. Ten tweede is door de tekst van de
                    verordening consistent in overeenstemming met deze begrippen te formuleren, de
                    behoefte aan bepaalde definities die in het uit 2009 daterende VNG-model voor de
                    Afvalstoffenverordening zijn opgenomen komen te vervallen.</al><al/><al>Dit geldt bijvoorbeeld voor het begrip <cursief>inzamelen</cursief> dat in die
                    oude modelverordening werd gebruikt. In de onderhavige verordening is slechts
                    sprake van het begrip <cursief>inzameling</cursief>. Het begrip
                        <cursief>inzameling</cursief> is door de Wm gedefinieerd en daarom zonder
                    begripsbepaling opgenomen in deze verordening. Artikel 1.1 van de wet verstaat
                    onder inzameling: verzameling van afvalstoffen, met inbegrip van de voorlopige
                    sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren
                    naar een afvalverwerkingsinstallatie. Dit begrip is letterlijk overgenomen van
                    de Kaderrichtlijn Afvalstoffen. Inzameling is het begin van het
                    afvalstoffenbeheer. Onder afvalstoffenbeheer verstaat de richtlijn immers:
                    inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met
                    inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen
                    na sluiting en met inbegrip van activiteiten van handelaars of makelaars. </al><al/><al>In de oude modelverordening werd het begrip <cursief>inzamelen</cursief>
                    gebruikt om ruimte te laten voor de verschillende middelen en voorzieningen
                    waarmee de inzameling plaatsvindt bij gemeenten en om duidelijk te maken dat het
                    gaat om inzameling van afvalstoffen die ook ter inzameling zijn aangeboden. In
                    deze verordening kon dit begrip achterwege blijven omdat het begrip
                        <cursief>inzameling</cursief> zoals het hier wordt geregeld eveneens deze
                    ruime praktijk omvat en ten tweede omdat in de verordening zelf geen ruimte is
                    gelaten voor inzameling van afvalstoffen zonder dat die worden aangeboden via
                    deze middelen of voorzieningen. </al><al/><al>Wat betreft de huishoudelijke afvalstoffen regelt deze verordening, enerzijds,
                    dat de inzameling slechts kan geschieden door aangewezen inzameldiensten en,
                    anderzijds, dat door gebruikers van de percelen waar huishoudelijke afvalstoffen
                    ontstaan, deze afvalstoffen slechts mogen worden overgedragen of aangeboden ter
                    inzameling aan deze inzameldienst of overdragen aan inzamelaars, of achterlaten
                    op een daartoe ter beschikking gestelde plek. Inzameling of het aanbieden ter
                    inzameling door of aan anderen dan deze personen is verboden. De verordening
                    regelt eveneens op welke wijze dat plaats dient te vinden. Er zijn regels over
                    gescheiden inzameling van afzonderlijke bestanddelen van afval zoals groente-,
                    fruit- en tuinafval (hierna: GFT-afval) of papier en karton, over de middelen
                    waarmee dat dient te gebeuren. In schema is de terminologie van artikel 10.24
                    van de Wm en artikel 1.1 van de Wm dus als volgt gebruikt t.a.v. de
                    huishoudelijke afvalstoffen:</al><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>De gebruiker van een perceel </vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>De inzameldienst of inzamelaar </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Overdragen (aan een inzamelaar)</al></entry><entry colname="col2"><al>Innemen (door een inzamelaar)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ter inzameling aanbieden (al dan niet via inzamelmiddelen of
                                        inzamelvoorzieningen)</al></entry><entry colname="col2"><al>Inzameling (via de betreffende middelen of voorzieningen)
                                        door de inzameldienst</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Achterlaten op een ter beschikking gestelde plaats</al></entry><entry colname="col2"><al>Inzamelplaats</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Het is in deze opzet niet nodig om nog een afzonderlijke begripsbepaling voor
                    ‘inzamelen’ op te nemen, zoals in de oude modelverordening het geval was.</al><al/><al>De begrippen <cursief>inzamelmiddel</cursief> of
                        <cursief>inzamelvoorziening</cursief> behoeven geen definitie nu uit de
                    tekst van artikel 10 voldoende duidelijk is waarom het kan gaan. Voorbeelden
                    zoals huisvuilzakken, minicontainers, afvalemmers (inzamelmiddelen) of
                    wijkcontainers, brengdepots, verzamelcontainers (inzamelvoorzieningen) zijn
                    genoegzaam bekend en lenen zich niet voor opname in de tekst van de verordening.
                    De begrippen <cursief>inzameldienst</cursief> en <cursief>inzamelaar</cursief>
                    behoeven geen zelfstandige definitie nu uit artikelen 3 en 4 genoegzaam volgt om
                    wie het gaat. Andere begrippen kwamen in de verordening zo weinig voor dat, een
                    definitie overbodig was en in de artikeltekst zelf uitsluitsel kon worden
                    gegeven. Een voorbeeld is het begrip <cursief>weg</cursief> in artikel 17. </al><al/><tussenkop>Uitvoeringsbesluit van burgemeester en wethouders </tussenkop><al>De verordening delegeert de bevoegdheid tot het stellen van regels over de
                    volgende onderwerpen aan burgemeester en wethouders:</al><lijst><li nr="·"><al>Nadere regels over het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                            [(artikel 3, tweede lid) <vet>OF </vet>(artikel 3, derde lid)].</al></li><li nr="·"><al>[<cursief>Nadere regels over de voorbereiding van de aanwijzing (artikel
                                3, derde lid, variant B)].</cursief></al></li><li nr="·"><al>Nadere regels over vrijstelling voor categorieën personen en
                            organisaties als inzamelaars (artikel 4, eerste lid).</al></li><li nr="·"><al>[<cursief>Regels over afzonderlijke bestanddelen (geclausuleerd),
                                frequentie en locatie van inzameling (artikel 7, variant
                                B)</cursief>].</al></li><li nr="·"><al>Nadere regels inclusief vrijstelling voor gescheiden aanbieden ter
                            inzameling van huishoudelijke afvalstoffen (artikel 8, tweede lid),
                            zoals het nader omschrijven van de bestanddelen huishoudelijke
                            afvalstoffen, of over fracties waarvan vermenging is toegestaan.</al></li><li nr="·"><al>Regels over het gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen
                            (artikel 10).</al></li><li nr="·"><al>Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen (artikel 13).</al></li></lijst><al>Daarnaast is sprake van nadere besluitvorming door burgemeester en wethouders
                    die strikt genomen geen algemeen verbindende voorschriften inhouden maar die
                    samen met de hiervoor genoemde regels opgenomen kunnen worden in het
                    uitvoeringsbesluit van burgemeester en wethouders. Deze besluitvorming gaat
                    over:</al><lijst><li nr="·"><al>[<cursief>De aanwijzing van de inzameldienst (artikel 3,variant
                                B)</cursief>]</al></li><li nr="·"><al>De dagen en tijden waarop de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen
                            plaatsvindt (artikel 9).</al></li><li nr="·"><al>De aanwijzing van toezichthoudende ambtenaren (artikel 21).</al></li></lijst><tussenkop><vet>ARTIKELSGEWIJS</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Artikel 1. Begrippen</vet></tussenkop><al>Het begrip <cursief>perceel</cursief> is omwille van de leesbaarheid opgenomen
                    met een vaste toevoeging die bij het gebruik van dit begrip in de verordening
                    telkens moet worden meegelezen. Het gaat immers telkens om percelen
                        <cursief>waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan</cursief>. Deze
                    toevoeging is opgenomen in verband met artikelen 10.21 en 10.22 van de Wm,
                    waarin sprake is van de zorg van de gemeente voor de inzameling van
                    huishoudelijke afvalstoffen “bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel
                    waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan”. Wat onder perceel moet
                    worden verstaan kan niet goed op het niveau van deze verordening worden
                    vastgesteld. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 18 september 1991, nr.
                    27597, BNB 1991/333, is een perceel een plaats waar huishoudelijke afvalstoffen
                    geregeld binnen een particuliere huishouding kunnen ontstaan. Slechts dan is
                    geen sprake van een perceel, indien het gaat om een gedeelte van een onroerende
                    (of roerende) zaak dat blijkens indeling en inrichting niet is bestemd voor het
                    voeren van een particuliere huishouding waarin geregeld huishoudelijke
                    afvalstoffen kunnen ontstaan. Dit zal telkens naar de feiten en het
                    spraakgebruik bepaald moeten worden. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van
                    10 juli 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1773) kon ook een woonruimte in een zorgcentrum
                    een particuliere huishouding zijn waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen
                    kunnen ontstaan (zie voor de feiten Gerechtshof Den Haag 19 augustus 2014,
                    ECLI:NL:GHDHA:2014:2862).</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 2. Doelstelling</vet></tussenkop><al>In dit artikel is het met de verordening te dienen doel vermeld. Deze volgt uit
                    de wettelijke grondslag van de verordening. De toepassing van bevoegdheden op
                    basis van deze verordening zullen derhalve telkens in dat kader moeten
                    plaatsvinden. Doelmatig afvalstoffenbeheer is onderdeel van de bescherming van
                    het milieu. Het begrip afvalstoffenbeheer is gedefinieerd in de Kaderrichtlijn
                    afvalstoffen als volgt: inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering
                    van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg
                    voor de stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van activiteiten van
                    handelaars of makelaars.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst</vet></tussenkop><tussenkop>Toelichting als gekozen wordt voor variant A</tussenkop><al>In het eerste lid wordt [… <vet>(aanduiding</vet><vet>eigen dienst)]</vet>
                    aangewezen als inzameldienst die is belast met de inzameling van huishoudelijke
                    afvalstoffen. De zorg voor deze inzameling berust ingevolge de artikelen 10.21
                    en 10.22 van de Wm op de gemeenteraad en burgemeesters en wethouders. De
                    aangewezen inzameldienst zal aan die zorg praktische uitvoering geven.</al><al>[…<vet> (toelichting op aanwijzing gemeentelijke inzameldienst; zie de
                        implementatiehandleiding.)</vet>] In het tweede lid wordt een grondslag
                    gegeven om nadere regels te stellen over het inzamelen van huishoudelijke
                    afvalstoffen. </al><al/><tussenkop>Toelichting als gekozen wordt voor variant B</tussenkop><al>In het eerste lid geeft de gemeenteraad aan burgemeester en wethouders de
                    opdracht om [een onderdeel van de gemeentelijke dienst <vet>OF </vet>een
                    onderneming] aan te wijzen, die met de inzameling van huishoudelijke
                    afvalstoffen is belast. De zorg voor deze inzameling berust ingevolge de
                    artikelen 10.21 en 10.22 van de Wm op de gemeenteraad en burgemeesters en
                    wethouders. De aangewezen inzameldienst zal aan die zorg praktische uitvoering
                    geven. </al><al>[…<vet> (toelichting op aanwijzing; zie de
                    implementatiehandleiding.)</vet>]</al><al>In het derde lid wordt een grondslag gegeven om nadere regels te stellen over
                    het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. </al><al/><al>Redenen van algemeen belang van milieu en gezondheid die met de aanwijzing van
                    inzameldiensten zijn gemoeid dwingen ertoe geen regeling op te nemen voor het
                    van rechtswege nemen van aanwijzingsbesluiten in gevallen waarin niet tijdig op
                    een aanvraag zou worden beslist. De regeling van paragraaf 4.1.3.3 van de
                    Algemene wet bestuursrecht is daarom niet van toepassing. Zo nodig kunnen bij
                    het aanwijzingsbesluit beperkingen of voorschriften worden verbonden aan de
                    inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Het ligt in de rede dat dit alleen
                    aan de orde is wanneer er ten aanzien van de aan te wijzen instantie bijzondere
                    voorschriften of beperkingen moeten gelden. Nadere regels over de inzameling
                    kunnen, indien noodzakelijk, door burgemeester en wethouders op grond van het
                    derde lid worden gesteld.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars</vet></tussenkop><al>Dit artikel regelt de mate waarin het voor anderen dan de inzameldienst mogelijk
                    is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. In beginsel is dit verboden. Er
                    zijn echter drie categorieën van andere inzamelaars dan de inzameldienst, die
                    bepaalde bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen mogen inzamelen. Ten
                    eerste als een inzamelaar is aangewezen. Het gaat dan om een beschikking,
                    waaraan op grond van het tweede lid voorschriften en beperkingen kunnen worden
                    verbonden. Een aanwijzing wordt niet van rechtswege verleend als sprake zou zijn
                    van niet tijdig beslissen. Ten tweede kunnen burgemeester en wethouders bepaalde
                    personen of organisaties vrijstellen bij nadere regels. In het eerste lid, onder
                    b, is mogelijk gemaakt dat er met generieke vrijstellingen kan worden gewerkt
                    voor bijvoorbeeld scholen die papier inzamelen of voor andere organisaties of
                    personen die bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen inzamelen als inzamelaar.
                    Ten derde zijn er producenten van bijvoorbeeld witgoed voor wie op grond van de
                    Wm in algemene maatregelen van bestuur verplichtingen bestaan tot inname van
                    afgedankte producten. Het gaat dan om de producentenverantwoordelijkheid.
                    Vanzelfsprekend kan daarvoor geen verbod gelden. De aanwijzing van inzamelaars
                    verschilt qua karakter van de aanwijzing van de inzameldienst. Het gaat bij de
                    inzamelaars om personen of organisaties die om verschillende redenen behulpzaam
                    willen zijn bij de taak om huishoudelijk afval in te zamelen. Deze aanwijzing
                    heeft – anders dan de aanwijzing van de inzameldienst – het karakter van een
                    vergunning en gaat niet gepaard met een uitvoeringsplicht. </al><al/><tussenkop><vet>Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats</vet></tussenkop><al>Op deze plaats wordt afzonderlijk geregeld dat op ten minste een plaats ook
                    buiten kantooruren of in het weekend (in voldoende mate dus) gelegenheid wordt
                    geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten. Hiertoe is het
                    gemeentebestuur verplicht in verband met de in artikel 7 geboden mogelijkheid om
                    niet telkens per week en bij elk perceel in te zamelen. Ingevolge artikel 10.26,
                    tweede lid, van de Wm is dit verplicht. Het gaat hier om een daartoe ter
                    beschikking gestelde plaats, waar alle bestanddelen van huishoudelijke
                    afvalstoffen kunnen worden achtergelaten. Het onderscheid zich dus als locatie
                    waar huishoudelijke afvalstoffen in een inzamelmiddel, zoals een vuilniszak, een
                    minicontainer of een afvalemmer naar toe worden gebracht, van een
                    inzamelvoorziening, zoals een boven- of een ondergrondse container, waarin
                    collectief huishoudelijke afvalstoffen kunnen worden achtergelaten met het oog
                    op de inzameling daarvan.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 6. Algemene verboden</vet></tussenkop><al>Dit artikel regelt dat het aanbieden, overdragen of achterlaten van
                    huishoudelijke afvalstoffen niet anders mag geschieden via de kanalen die
                    daarvoor in de artikelen 3, 4 en 5 zijn aangewezen. Dit tot de gebruikers van
                    percelen waar huishoudelijke afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan gerichte
                    verbod is de keerzijde van de in die artikelen tot de inzameldienst en andere
                    inzamelaars gerichte verbod.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 7. Afvalscheiding</vet></tussenkop><al>Dit artikel regelt welke bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen
                    afzonderlijk moeten worden ingezameld, met welke frequentie en op welke locatie.
                    Deze locatie kan zijn bij elk perceel, nabij elk perceel of een van deze met
                    uitzondering van bepaalde gebieden van de gemeente. </al><al/><al>Artikel 10.21 van de Wm schrijft voor dat het gemeentebestuur, al dan niet samen
                    met het gemeentebestuur van andere gemeenten, ervoor zorgt dat ten minste
                    eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld elk binnen
                    haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen
                    ontstaan. Grove huishoudelijke afvalstoffen zijn daarvan uitgezonderd. GFT-afval
                    moet volgens dit artikel verplicht afzonderlijk wordt ingezameld. De
                    gemeenteraad kan volgens artikel 10.21, derde lid, van de Wm besluiten tot het
                    afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen.
                    Deze vrijheid is ingeperkt door artikel 3 van de Regeling afgedankte elektrische
                    en elektronische apparatuur. Dat verplicht gemeenten ertoe om afgedankte
                    elektrische en elektronische apparatuur van particuliere huishoudens gescheiden
                    in te zamelen. </al><al>Bij de uitoefening van de bevoegdheden met betrekking tot afvalstoffen dient het
                    gemeentebestuur bovendien rekening te houden met het Landelijk afvalbeheersplan
                    (hierna: LAP). In het LAP zijn bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen benoemd,
                    die door de consument gescheiden dienen te worden. In het Landelijke
                    afvalbeheerplan 2 (hierna: LAP-2) worden de volgende bestanddelen van
                    huishoudelijk afval genoemd die gescheiden kunnen worden ingezameld. </al><lijst><li nr="-"><al>GFT-afval;</al></li><li nr="-"><al>papier en karton;</al></li><li nr="-"><al>glas;</al></li><li nr="-"><al>textiel;</al></li><li nr="-"><al>kunststof verpakkingsmateriaal;</al></li><li nr="-"><al>elektrische of elektronische apparatuur;</al></li><li nr="-"><al>klein chemisch afval.</al></li></lijst><al>Deze lijst is overgenomen uit LAP-2. Het derde lid van artikel 7 biedt
                    mogelijkheid om meer maatwerk te kunnen geven, bijv. i.v.m. nascheiding; de
                    lijst is in zoverre facultatief, dat daarin variatie kan worden aangebracht of
                    dat deze kan worden aangevuld.</al><al/><al>[…<vet>(toelichting op de afzonderlijk in te zamelen
                    bestanddelen.)</vet>]</al><al/><al>Op grond van artikel 10.26 van de Wm kan de gemeenteraad in het belang van een
                    doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen bij de afvalstoffenverordening
                    afwijken:</al><lijst><li nr="a."><al>van de inzameling <cursief>bij</cursief> elk perceel (bepaald mag worden
                                <cursief>nabij</cursief> elk perceel), </al></li><li nr="b."><al>van de frequentie van eenmaal per week (bepaald mag worden met welke
                            regelmaat bij de verordening), </al></li><li nr="c."><al>van de inzameling in het gehele grondgebied (bepaald mag worden dat in
                            een gedeelte van het grondgebied <cursief>geen </cursief>huishoudelijke
                            afvalstoffen worden ingezameld),</al></li><li nr="d."><al>van de afzonderlijke inzameling van GFT-afval (bepaald mag worden dat
                                <cursief>bestanddelen </cursief>GFT-afval afzonderlijk worden
                            ingezameld),</al></li><li nr="e."><al>en bepaald mag worden dat GFT-afval met andere daarbij aangewezen
                            bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk van het
                            overige huishoudelijke afval wordt ingezameld.</al></li></lijst><al/><al>De frequentie waarmee deze gescheiden inzameling plaats vindt is [<vet>…(indien
                        voor een lagere frequentie wordt gekozen dan eenmaal per week, is de
                        inspraakverordening van toepassing en dient artikel 5 verplicht in de
                        verordening opgenomen te worden.)</vet>]. Indien de frequentie lager is dan
                    eenmaal per week, is de inspraakverordening van toepassing en is artikel 5 van
                    de modelverordening verplicht. Dit vloeit voort uit artikel 10.26, tweede lid,
                    en artikel 10.27 van de Wm. </al><al>Een afvalstoffenverordening die één van deze mogelijkheden benut dient te worden
                    voorbereid met toepassing van de inspraakverordening die op grond van artikel
                    150 van de Gemeentewet is vastgesteld (artikel 10.26 van de Wm). Indien
                    toepassing wordt gegeven aan de onderdelen b of c, dan moet de gemeente zorgen
                    voor een daartoe ter beschikking gestelde plaats voor het achterlaten van
                    huishoudelijke afvalstoffen. Dat laatste is geregeld in artikel 5 van deze
                    verordening. </al><al/><tussenkop>Nadere toelichting als gekozen wordt voor variant A </tussenkop><al>De raad bepaalt dat burgemeester en wethouders regels stellen over de vraag
                    welke bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen, met welke frequentie en waar
                    (hele grondgebied of uitzonderingen daarop, of bij bepaalde bebouwingstypen)
                        <cursief>bij</cursief> of <cursief>nabij </cursief>elk perceel
                        <cursief>gescheiden </cursief>worden ingezameld. </al><al/><tussenkop>Nadere toelichting als gekozen wordt voor variant B</tussenkop><al>Het regelen van de frequentie en locatie inzameling wordt in beginsel
                    overgelaten aan burgemeester en wethouders. De raad bepaalt wel welke
                    bestanddelen in ieder geval afzonderlijk ingezameld dienen te worden.
                        [<cursief>Tenzij het college in het belang van een doelmatig
                        afvalstoffenbeheer, zoals bijvoorbeeld een operationele nascheiding,
                        bepaalde bestanddelen achterwege wenst te laten.</cursief>] Dit is onder
                    meer van belang omdat artikel 8 aan burgers het verbod oplegt om die
                    bestanddelen ongescheiden ter inzameling aan te bieden.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 8. Gescheiden aanbieding</vet></tussenkop><al>Dit artikel regelt de keerzijde van artikel 7. Wat gescheiden moet worden
                    ingezameld, moet ook gescheiden worden aangeboden. Concrete omschrijvingen van
                    de bestanddelen kunnen door burgemeester en wethouders in de nadere regels op
                    grond van artikel 8 worden gegeven om discussies te slechten en om in het kader
                    van de handhaving houvast te bieden (welles/nietes-lijst). Ook kan van de
                    vrijstellingsmogelijkheid gebruik worden gemaakt om te regelen dat bepaalde
                    hoeveelheden (fracties) van de bestanddelen mogen voorkomen bij de inzameling
                    van andere bestanddelen. Zo zal niet verboden hoeven te zijn als er eens een
                    papiertje tussen het GFT-afval voorkomt.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 9. Tijdstip van aanbieding</vet></tussenkop><al>De tijdstippen voor de inzameling worden door burgemeester en wethouders
                    bepaald. Het gaat hier om een besluit van algemene strekking. </al><al/><tussenkop><vet>Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding</vet></tussenkop><al>Er is een onderscheid tussen inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen.
                    Inzamelmiddelen dienen het ter inzameling aanbieden door een huishouden, zoals
                    een minicontainer, afvalemmer, plastic afvalzak. Inzamelvoorzieningen, dienen
                    het collectief ter inzameling aanbieden door meerdere huishoudens, zoals een
                    verzamelcontainer of een wijkcontainer, voor het inzamelen daarvan. Op grond van
                    dit artikel kunnen inzamelmiddelen worden voorgeschreven. Ook kunnen hier regels
                    worden gesteld over het gebruik van inzamelvoorzieningen. </al><al/><tussenkop><vet>Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door
                    inzameldienst</vet></tussenkop><al>De inzameldienst kan ook bedrijfsafvalstoffen (of bepaalde bestanddelen van
                    bedrijfsafvalstoffen) inzamelen. Anders dan bij huishoudelijke afvalstoffen
                    geldt voor bedrijfsafvalstoffen echter geen zorgplicht voor de gemeente.
                    Inzameling van bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst is daarom een daarvan
                    te onderscheiden activiteit waarbij de inzameldienst tegen vergoeding afval
                    inzamelt bij bedrijven. In de praktijk gaat het daarbij veelal om afval uit de
                    KWD-sector of bouw- en sloopafval (voor zover dit niet wordt gerekend tot het
                    huishoudelijk afval). </al><al/><tussenkop><vet>Artikel 12. Aanbieden ter inzameling van
                    bedrijfsafvalstoffen</vet></tussenkop><al>Alleen die bedrijven die betalen voor de gemeentelijke inzamelvoorzieningen
                    mogen hun bedrijfsafvalstoffen aanbieden aan de inzameldienst. </al><al/><tussenkop><vet>Artikel 13. Regeling van inzameling van
                    bedrijfsafvalstoffen</vet></tussenkop><al>Het college kan, net als bij huishoudelijke afvalstoffen, regels stellen over de
                    wijze waarop de afvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden. De basis
                    voor het stellen van regels over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen kan
                    worden gevonden in artikel 10.23, derde lid, van de Wm. De memorie van
                    toelichting zegt hierover: “Ten aanzien van de inzameling van
                    bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen mogen ook in het belang van de
                    bescherming van het milieuregels worden gesteld. Blijkens het derde lid mogen
                    deze regels geen vergunningstelsel inhouden. Dit is krachtens artikel 10.48 Wm
                    voorbehouden aan de minister. Vanzelfsprekend mogen de gemeenten hun bevoegdheid
                    evenmin benutten ter bevoordeling van de eigen inzameldienst en ten nadele van
                    andere aanbieders op de markt.” Het is dus mogelijk om in het belang van het
                    milieu bepaalde dagen te kunnen aanwijzen waarop bedrijfsafvalstoffen mogen
                    worden ingezameld. Bijvoorbeeld ter beperking of voorkoming van geluidhinder of
                    aanzuigende werking of om ritten zoveel mogelijk te combineren. Dit artikel kan
                    met name van belang zijn voor de inzameling van bedrijfsafvalstoffen in een
                    (historisch) centrum. Uiteraard kunnen deze regels voor alle betrokken
                    inzamelaars die bedrijfsafvalstoffen ophalen.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 14. Dumpingsverbod</vet></tussenkop><al>Dit artikel heeft primair een milieubeschermende functie en beoogt de gemeenten
                    een instrument te geven om illegale dumpingen, voor zover er geen hogere wet- of
                    regelgeving van toepassing is, of het ontstaan van zwerfafval tegen te gaan.
                    Uiteraard zal in een aantal gevallen het brengen van stoffen op of in de bodem
                    zodanig kunnen gebeuren dat een hogere wet, zoals de Wet bodembescherming, de
                    Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit van toepassing is. In het eerste lid
                    worden bewust de termen <cursief>stof</cursief> en <cursief>voorwerp</cursief>
                    gebruikt en niet alleen de term <cursief>afvalstof</cursief>, omdat niet altijd
                    duidelijk is of de desbetreffende stoffen of voorwerpen afvalstoffen zijn. In
                    artikel 10.25, onder a, van de Wm is de mogelijkheid voor het opnemen van een
                    dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte</vet></tussenkop><al>Op grond van artikel 10.25, onder a en b, van de Wm kunnen gemeenten in hun
                    afvalstoffenverordening de zwerfafvalproblematiek regelen. Er is sprake van
                    facultatief medebewind. Gemeenten hebben hiertoe de bevoegdheid, maar geen
                    wettelijke plicht. </al><al/><tussenkop>Eerste lid</tussenkop><al>Dit lid gaat over straatafval. Dat is afval dat onderweg ontstaat, buiten een
                    perceel, dat niet als zwerfafval op straat of in het plantsoen terecht dient te
                    komen en waarvoor afvalbakken of voorzieningen zijn om zich daarvan ter plekke
                    te ontdoen (voor zover van zeer beperkte omvang en gewicht). Klein chemisch
                    afval is uitdrukkelijk uitgesloten van de omschrijving. Dit afval dient in alle
                    gevallen via de daartoe opgezette inzamelstructuur te worden verwijderd. Het
                    gaat hier per definitie om afvalstoffen die "buiten een perceel ontstaan". Een
                    huishoudelijke afvalstof, ontstaan op of binnen het perceel, moet worden
                    aangeboden volgens de bepalingen uit paragraaf 2.</al><al/><tussenkop>Derde lid </tussenkop><al>Het begrip <cursief>zwerfafval</cursief> zelf behoeft geen verdere definitie nu
                    de redactie blijkt dat van zwerfafval sprake is wanneer ter inzameling
                    gereedstaand afval wordt verspreid, omgestoten of omgeschopt, etc. De redactie
                    brengt ook mee dat doorzoeken op een manier die geen zwerfafval veroorzaakt,
                    bijvoorbeeld door morgensterren, niet onder het verbod valt. </al><al/><tussenkop><vet>Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen</vet></tussenkop><al>Dit sluit aan bij artikel 2.13 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, maar
                    heeft het meer toegespitst op de problematiek van zwerfafval en wijkt daarom op
                    een aantal punten van dat artikel af. Het dient ter aanvulling van het
                    Activiteitenbesluit milieubeheer.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 17. Afval en verontreiniging op de weg</vet></tussenkop><al>Het gaat in dit artikel over laden en lossen en het biedt de mogelijkheid om
                    door middel van bestuursdwang tot opruiming te dwingen.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 18. Geen opslag van afval in de open lucht</vet></tussenkop><al>Kern van dit artikel is opslag van huishoudelijke afvalstoffen, het gaat niet op
                    het bewaren van afvalstoffen voor aanbieding tijdens de eerstvolgende inzameling
                    daarvan. Opslag is niet het bewaren voor de eerstvolgende aanbieding ter
                    inzameling. Er is geen behoefte aan een mogelijkheid van ontheffing, nu in
                    artikel voor gebieden waar vanwege de bouw uit de jaren 1970 geen ruimte heeft
                    voor het houden van minicontainers bijvoorbeeld, een vrijstelling kan worden
                    verleend. Waarneembaar gaat in de eerste plaats om zicht. Daarnaast kan sprake
                    zijn van reukoverlast.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 19. Ontdoen van autowrakken</vet></tussenkop><al>Hierin is de afgifte van autowrakken door huishoudens geregeld. Op grond van
                    artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken (hierna: BBA) moeten gemeenten in
                    hun afvalstoffenverordening bepalen dat een autowrak, zijnde een huishoudelijk
                    afvalstof, slechts mag worden afgegeven aan autodemontagebedrijven, garages en
                    autoschadeherstelbedrijven of aan een persoon die in een ander land dan
                    Nederland is gevestigd (onder strikte voorwaarden). Op grond van artikel 7 van
                    het BBA worden autowrakken, afkomstig van huishoudens uitdrukkelijk uitgezonderd
                    van de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 21. Toezichthouders</vet></tussenkop><al>Deze systematiek volgt uit artikel 18.1a van de Wm en artikel 5.10, derde lid,
                    onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>