<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR408475_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beheersverordening Algemene Begraafplaatsen Hof van Twente 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hofweekblad d.d.22 februari 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening Algemene Begraafplaatsen Hof van Twente 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 35 van de wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-02-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Actualisering Beheersverordening Algemene Begraafplaatsen Hof van Twente</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>363550</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Beheerverordening begraafplaatsen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>n.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>n.v.t.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beheersverordening Algemene begraafplaatsen Hof van Twente 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hof van Twente;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college burgemeester en wethouders;</al><al/><al>gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de
                        Gemeentewet;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de navolgende<vet>Beheersverordening Algemene
                            begraaf-plaatsen Hof van Twente 2011</vet>onder gelijktijdige
                            intrekking<vet> van </vet>de Beheers-verordening Algemene
                        begraafplaatsen Hof van Twente 2003 1<sup>e</sup> wijziging.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>begraafplaatsen: de gemeentelijke begraafplaatsen:</al><lijst><li nr="-"><al>Algemene begraafplaats Delden;</al></li><li nr="-"><al>Algemene begraafplaats Diepenheim;</al></li><li nr="-"><al>Algemene begraafplaats Goor;</al></li><li nr="-"><al>Algemene begraafplaats Markelo;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>graf: een zandgraf;</al></li><li nr="c."><al>grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of
                                    meerdere lijken worden begraven of asbussen worden
                                    bijgezet;</al></li><li nr="d."><al>asbus: een bus ter berging van as van een overledene;</al></li><li nr="e."><al>urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;</al></li><li nr="f."><al>particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon
                                    of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen begraven en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="2."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li><li nr="3."><al>het doen verstrooien van as.</al></li></lijst></li><li nr="g."><al>enkel graf: een graf bedoeld voor het doen begraven of begraven
                                    houden van één lijk.</al></li><li nr="h."><al>dubbeldiep graf: een graf bedoeld voor het doen begraven of
                                    begraven houden van twee lijken boven elkaar. </al></li><li nr="i."><al>dubbel graf: een graf bedoeld voor het doen begraven of begraven
                                    houden van twee lijken naast elkaar. </al></li><li nr="j."><al>algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin
                                    gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken.</al></li><li nr="k."><al>particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk
                                    persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend
                                    tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden en bijgezet houden
                                            van asbussen met of zonder urnen;</al></li><li nr="2."><al>het doen verstrooien van as.</al></li></lijst></li><li nr="l."><al>algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin
                                    gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen
                                    met of zonder urnen;</al></li><li nr="m."><al>particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk
                                    persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot
                                    het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder
                                    urnen;</al></li><li nr="n."><al>particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een
                                    natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is
                                    verleend om overledenen te gedenken;</al></li><li nr="o."><al>verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;</al></li><li nr="p."><al>grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf,
                                    gedenkplaats of verstrooiingsplaats;</al></li><li nr="q."><al>beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding
                                    van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt;</al></li><li nr="r."><al>rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een
                                    uitsluitend recht is verleend op een particulier graf;</al></li><li nr="s."><al>gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht
                                    tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf of een algemeen
                                    urnengraf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht
                                    kan worden in diens plaats te zijn getreden.</al></li><li nr="t."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Hof van Twente</al></li><li nr="u."><al>gemeente: gemeente Hof van Twente</al></li><li nr="v."><al>houder: gemeente Hof van Twente</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening
                                bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'particulier graf' mede
                                verstaan: particulier urnengraf, particuliere urnennis en
                                particuliere gedenkplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening
                                bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'algemeen graf' mede
                                verstaan: algemeen urnengraf.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openstelling, orde en rust op de begraafplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Openstelling begraafplaats(en)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk van:1
                                uur na zonsopgang tot 1 uur voor zonsondergang.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats(en) kunnen de
                                toegangen tijdelijk worden gesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats(en) niet voor
                                het publiek geopend is (zijn), zich daarop te bevinden, anders dan
                                voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Ordemaatregelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die
                                werkzaamheden op de begraafplaats(en) hebben te verrichten, zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid
                                bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten
                                verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden met motorrijtuigen en bespannen wagens op de
                                begraafplaats(en) te rijden:</al><lijst><li nr="a."><al>elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen; motorrijtuigen
                                        en bespannen wagens zijn buiten de rijwegen (slechts)
                                        toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van
                                        materialen; bespannen wagens zijn slechts toegestaan op
                                        doorgaande hoofdpaden van voldoende breedte.</al></li><li nr="b."><al>sneller dan 10 km per uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de
                                aanhef en onder a van het derde lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden honden of andere dieren mee te voeren, uitgezonderd
                                een hond ter begeleiding van een blinde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Plechtigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en
                                dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts
                                plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld
                                aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze
                                waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door
                                de beheerder vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opgravingen en ruimen</titel></kop><al>Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere
                            personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze
                            werkzaamheden zijn belast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Voorschriften voor lijkbezorging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het
                                graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen
                                verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag
                                voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing
                                zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag
                                geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien
                                de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur
                                na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder
                                zo tijdig mogelijk worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as,
                                en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de
                                hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de
                                begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De
                                nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de
                                beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens
                                daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling
                                of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag
                                geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij
                                dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te
                                volgen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Gebouwen en geluidsinstallatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ontvangstruimte (aula), (indien aanwezig) is voor en tijdens
                                begrafenis-plechtigheden geopend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tijdens de begrafenisplechtigheden op de Algemene begraafplaatsen
                                wordt, indien niet anders geregeld, standaard de geluidsinstallatie
                                bij het graf geplaatst. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Over te leggen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot
                                begraven is overgelegd aan de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf
                                zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te
                                worden overgelegd, ondertekend door de rechthebbende of, indien deze
                                is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de
                                uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn
                                afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van
                                de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende
                                uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum
                                grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de
                                rechthebbende.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar
                                boven toe afgerond op gehele jaren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend
                                zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Tijden van begraven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tijd van begraven en het bezorgen van as zijn:</al><al>op werkdagen om 11.30 uur en 13.30 uur;</al><al>op zaterdag om 11.30 uur;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden
                                afwijken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Indeling en uitgifte van de graven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Indeling graven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de begraafplaats(en) kunnen worden uitgegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>particuliere graven en particuliere urnengraven;</al></li><li nr="b."><al>particuliere urnennissen;</al></li><li nr="c."><al>particuliere gedenkplaatsen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt bij nader vast te stellen uitvoeringsregels
                                hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen
                                worden bijgezet in de particuliere graven en hoeveel verstrooiingen
                                van as er op de particuliere graven kunnen plaatshebben. Het college
                                bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere
                                graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn
                                vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aantal overledenen in algemene graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de algemene graven kan een door het college te bepalen aantal
                                lijken worden begraven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de algemene urnengraven kan een door het college te bepalen
                                aantal asbussen met of zonder urn worden bijgezet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Volgorde van uitgifte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in
                                volgorde van ligging uitgegeven. Behoudens uitzonderingen van de in
                                lid 2, sub b, c, d, e en f genoemde bepalingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gelijktijdig met de in, artikel 15, lid 1 bedoelde aanvraag dient
                                degene die wil doen begraven het volgende aan te geven:</al><lijst><li nr="a."><al>voor de Algemene begraafplaats te Goor of Markelo, of de
                                        begraving in een enkel of dubbeldiep particulier graf dient
                                        plaats te vinden.</al></li><li nr="b."><al>voor de Algemene begraafplaats te Delden of Diepenheim, of
                                        men het uitsluitend recht op één extra graf naast het uit te
                                        geven particulier graf wil verwerven.</al></li><li nr="c."><al>voor de Algemene begraafplaatsen in Goor of Markelo, of men
                                        het uitsluitend recht naast het particulier dubbeldiep graf
                                        (sub a.) van maximaal één extra dubbeldiep graf wenst te
                                        verwerven.</al></li><li nr="d."><al>voor de Algemene begraafplaatsen in Goor of Markelo, of men
                                        het uitsluitend recht naast het particulier dubbeldiep graf
                                        (sub a.) van één extra (enkel) graf wenst te verwerven.</al></li><li nr="e."><al>voor de Algemene begraafplaats te Delden of Diepenheim, of
                                        men naast het uitsluitend recht op één extra graf (sub b.)
                                        het uitsluitend recht van maximaal nog twee extra graven wil
                                        verwerven.</al></li><li nr="f."><al>voor de Algemene begraafplaats te Delden of Diepenheim, of
                                        men naast het uitsluitend recht op één extra graf (sub b.)
                                        het uitsluitend recht van één extra graf wenst te
                                        verwerven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor
                                directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit
                                wegens de situatie op de begraafplaats(en) niet bezwaarlijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Categorieën</titel></kop><al>Het college kan bij nader vast te stellen uitvoeringsregels de algemene
                            en particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt
                            voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Termijnen particuliere graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de
                                begraafplaats(en) dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk
                                in te dienen aanvraag, voor de tijd gelegen tussen de tien en dertig
                                jaar recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de
                                datum waarop het particuliere graf is uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op
                                aanvraag van de recht-hebbende verlengd, mits de aanvraag voor het
                                verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de
                                termijnen van graven</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Grafkelder</titel></kop><al>Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning
                            verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een
                            grafkelder overeenkomstig de door het college te stellen
                            voorwaarden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Overschrijving van verleende rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de
                                rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk
                                persoon of rechtspersoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het
                                particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk
                                persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan
                                binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de
                                overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of
                                indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden
                                bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand
                                te worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
                                overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het
                                tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het
                                college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen
                                vervallen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van zes
                                maanden kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen
                                van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op
                                een particulier graf dat inmiddels is geruimd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Afstand doen van graven</titel></kop><al>Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de
                            rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van
                            het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige
                            verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan
                            de rechthebbende.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Grafbedekkingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Vergunning grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke
                                vergunning nodig van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de rechthebbende geen eigenaar is van de grafbedekking moet
                                dat bij de aanvraag worden gemeld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van
                                aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de
                                grafbedekking en de wijze van aanbrengen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de vergunning weigeren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels,
                                        genoemd in het derde lid;</al></li><li nr="b."><al>de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de
                                        begraafplaats;</al></li><li nr="c."><al>de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;</al></li><li nr="d."><al>de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Onderhoud door de gemeente</titel></kop><al>De houder van de algemene begraafplaatsen voorziet, behoudens de
                            uitzonderingen verwoord in onderhoudscontracten die reeds zijn
                            afgesloten, niet in het onderhoud van grafbedekkingen en
                                grafbeplantingen<cursief>. </cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Onderhoud door rechthebbende of gebruiker</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of
                                verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van
                                en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking
                                behoorlijk te onderhouden of te herstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking
                                behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de
                                hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele
                                grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende
                                dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker
                                en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige
                                vergoeding verplicht is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de
                                rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring
                                schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de
                                grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de
                                gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring bij de
                                ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het
                                graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving
                                verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen
                                binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging
                                zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk
                                aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van
                                de grafbedekking gevaar oplevert voor derden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Niet-blijvende grafbeplanting</titel></kop><al>Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat
                            verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak
                            kan worden gemaakt op schade-vergoeding. Losse bloemen, planten, kransen
                            en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder
                            worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden
                            gedurende dertien weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende
                            of, wanneer het een algemeen graf betreft, van de belanghebbende indien
                            deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte
                                van het graf door het college worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het
                                college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de
                                grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende
                                of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende
                                bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende
                                niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van
                                de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het
                                tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel
                                van een bij het graf te plaatsen bordje en aanwezige
                                mededelingenbord bekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na de verwijdering
                                is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente
                                tot enige vergoeding verplicht is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste
                                een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal
                                worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen
                                graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het
                                adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is maakt
                                het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten
                                minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door
                                middel van een bij het graf te plaatsen bordje en op het op de
                                begraafplaats aanwezige mededelingenbord bekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het
                                graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt
                                omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke
                                resten worden geconfronteerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten
                                worden begraven en de as wordt verstrooid op een daartoe bestemd
                                gedeelte van de begraafplaats(en).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf
                                kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de
                                beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten,
                                indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor
                                herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een
                                asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen
                                bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te
                                houden voor herbegraving of verstrooiing elders.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een
                                aanvraag indienen om de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen
                                te doen te brengen, voor een crematie, of elders opnieuw te doen
                                begraven. De rechthebbende op een particulier urnengraf of
                                particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de
                                asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as
                                te doen verstrooien.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een rechthebbende op een graf heeft geen recht het zgn, “schudden’’
                                van een graf te verlangen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Gedeelte voor kerkgenootschap</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van
                                graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan na overleg met het bestuur van het kerkgenootschap
                                ten aanzien van de openstelling van het gedeelte, de indeling van
                                graven, de onderverdeling van graven in categorieën en de eisen voor
                                de grafbedekking op het ter beschikking van het kerkgenootschap
                                gestelde deel van de begraafplaats nadere regels stellen die
                                afwijken van de regels krachtens de artikelen 3 eerste lid, 11
                                tweede lid, 14 en 19 derde lid van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt het bestuur van het kerkgenootschap schriftelijk
                                ervan in kennis dat de grafbedekking van een of meer graven
                                onderhoud en herstel behoeft, wanneer het kerkgenootschap
                                schriftelijk om een dergelijke kennisgeving heeft verzocht. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>In stand houden historische graven en opvallende
                            grafbedekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Historische graven en opvallende grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het
                                college of er graven van historische betekenis zijn, of waarvan de
                                grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist over het ruimen van graven en het verwijderen
                                van grafbedekkingen als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9</nr><titel>NADERE REGELS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Uitvoeringsbesluiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Nadere regels voor grafbedekkingen worden door het college
                                vastgelegd in het ‘’Uitvoeringsbesluit voor grafbedekkingen’’.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadere regels voor graven, asbezorging en gedenkplaatsen worden door
                                het college vastgelegd in het "Uitvoeringsbesluit graven,asbezorging
                                en gedenkplaatsen".</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In gevallen waarin deze Beheersverordening niet voorziet, beslist het
                            college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Beheersverordening Algemene begraafplaatsen Hof van Twente 2003
                            (1<sup>e</sup> wijziging), vastgesteld op 13 mei 2003, wordt ingetrokken
                            met ingang van de datum waarop de Beheersverordening Algemene
                            begraafplaatsen Hof van Twente 2011 in werking treedt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de
                                Beheersverordening Algemene begraafplaatsen Hof van Twente 2003
                                (1<sup>e</sup> wijziging) gelden als besluiten genomen krachtens
                                deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om vergunning op grond van de Beheersverordening
                                Algemenebegraafplaatsen Hof van Twente 2003 (1<sup>e</sup>
                                wijziging) is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding
                                van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop
                                deze verordening toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die handelt in strijd met de artikelen 3, 4, 5, 6, 9 wordt
                                gestraft met een geldboete van de eerste categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overtreding van artikel 9 van de verordening kan worden gestraft met
                                openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Inwerkingtreding verordening</titel></kop><al>Deze Beheersverordening Algemene begraafplaatsen Hof van Twente 2011
                            treedt in </al><al>werking met ingang van de achtste dag na bekendmaking. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening Algemene
                            begraafplaatsen Hof van Twente 2011.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hof
                        van Twente d.d. 14 februari 2012.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente Hof van Twente,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de plv. voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>A.W. Averink dr. T.A. Peters</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BEHEERSVERORDENING ALGEMENE BEGRAAFPLAATSEN
                        HOF VAN TWENTE 2011.</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In dit artikel worden de gebruikte begrippen gedefinieerd. </al><lijst><li nr="c."><al>Grafkelders: Naast bestaande grafkelders worden geen nieuwe plaatsen
                                uitgegeven voor dergelijke constructies. </al></li><li nr="f."><al>Een particulier graf werd in het oude model aangeduid als ‘eigen’
                                graf. Ook in het algemeen spraakgebruik wordt de term ‘eigen graf’
                                nog altijd gebezigd. De Beheersverordening volgt echter de
                                terminologie van de Wet op de lijkbezorging.</al></li><li nr="f. en k."><al>De mogelijkheid wordt geboden as te doen verstrooien in of op de
                                particuliere</al><al> graven.</al><al>Deze regels zoals bedoeld in artikel 11 (Indeling graven en
                                asbezorging) zijn door het college vastgelegd in het
                                ‘’Uitvoeringsbesluit graven, asbezorging en gedenkplaatsen”</al></li><li nr="j. en l."><al>In de oude Beheersverordening was bij de definitie van algemene
                                graven en algemene urnengraven opgenomen dat ‘aan eenieder’
                                gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken en het
                                doen bijzetten van asbussen. De passage ‘aan eenieder’ is overbodig
                                en daarom geschrapt. Volgens artikel 23, tweede lid van de Wet op de
                                lijkbezorging is het aan de houder van de begraafplaats te bepalen
                                wie in een algemeen graf wordt begraven.</al></li><li nr="r. en s."><al>De termen rechthebbende en gebruiker zijn nader gedefinieerd.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Voor een particulier graf, particulier urnengraf, particuliere urnennis en
                        particuliere gedenkplaats gelden vrijwel dezelfde rechten en plichten.
                        Particulier (= eigen graf) de term particulier wordt aangehouden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Dit artikel maakt het de beheerder tevens mogelijk de begraafplaats geheel
                        of gedeeltelijk te sluiten wanneer dit voor het ruimen van graven
                        noodzakelijk is.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>De Beheersverordening Algemene begraafplaatsen Hof van Twente 2011 bevat
                        gedrags-voorschriften voor hen die van de begraafplaats gebruik maken, in
                        het belang van orde, rust en netheid. De in de oude beheersverordening
                        opgenomen bepaling dat personen die werkzaamheden aan grafbedekkingen op de
                        begraafplaats hebben te verrichten daarvoor toestemming van het college
                        dienen te vragen is geschrapt. De eis was gesteld in het kader van de
                        openbare orde: Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust
                        zijn dat hun werkzaamheden storend kunnen zijn voor rouwenden en tijdens
                        uitvaartplechtigheden. De bevoegdheid van de beheerder om personen weg te
                        sturen als zij zich niet aan zijn aanwijzingen houden biedt echter, samen
                        met de verbodsbepalingen, voldoende mogelijkheden om tegen ongewenste
                        activiteiten op te treden. Denkbaar is dat men ter controle een bewijs moet
                        kunnen overleggen dat men in opdracht van de recht-hebbende van het graf,
                        aan het werk is.</al><al/><al>Aan een uitzondering op de regel als bedoeld in het derde lid onder a
                        bestaat behoefte omdat men soms dichtbij het graf moet kunnen komen met een
                        motorrijtuig. Aangezien een dergelijke handeling niet overeenstemt met het
                        beeld van orde en rust dient met het verlenen van de ontheffing uiterst
                        terughoudend te worden omgegaan. Een begrafenisstoet met koets(en) en
                        paard(en) is (slechts) toegestaan op doorgaande paden van voldoende breedte.
                        De situatie kan uiteraard per begraafplaats verschillen.</al><al/><al>Het verbod honden of andere dieren mee te voeren, uitgezonderd een hond ter
                        begeleiding van een blinde is ondermeer bedoeld ter voorkoming dat men
                        dieren mee neemt naar begrafenis-plechtigheden. Begrafenisondernemingen
                        dienen van dit verbod op de hoogte te zijn, zodat vermeden wordt dat eerst
                        toezeggingen aan nabestaanden worden gedaan. Eveneens is het verbod bedoeld
                        om te voorkomen dat de begraafplaats wordt gebruikt om honden uit te
                        laten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Met dit artikel wordt beoogd plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door
                        te eisen dat de mededeling zes werkdagen vooraf moet plaatshebben, kan
                        worden voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een
                        begrafenis dient volgens de wet uiterlijk op de zesde werkdag na het
                        overlijden te geschieden.</al><al/><al>Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan, kunnen
                        het karakter hebben van een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf
                        kennisgeving worden gedaan aan de burgemeester volgens de Wet openbare
                        manifestaties van 1988 en mogelijk van toepassing zijnde
                        APV-bepalingen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Uitdrukkelijk is gesteld dat bij opgraving van een lichaam of bij ruiming
                        van een of meer graven alleen de personen aanwezig mogen zijn die met de
                        werkzaamheden zijn belast.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wat
                        voor graf er wordt gevraagd.</al><al/><al>De as kan volgens artikel 62 van de Wet op de lijkbezorging worden bijgezet
                        in of op een graf dan wel op een afzonderlijke plaats, meestal een
                        urnennis.</al><al/><al>In de vorige beheersverordening was de bepaling opgenomen dat het lijk bij
                        aankomst op de begraafplaats of in het crematorium voorzien diende te zijn
                        van een identiteitskenmerk. Deze bepaling is geschrapt, aangezien dit
                        vereiste volgt uit artikel 8 van de Wet op de lijkbezorging.</al><al/><al>Indien de nabestaanden alle of bepaalde werkzaamheden zelf willen verrichten
                        zijn, ook om redenen van veiligheid, toch de aanwijzingen en de hulp van het
                        personeel van de begraafplaats nodig. Het gaat dan vooral om het openen en
                        sluiten van het graf. De werkzaamheden kunnen eventueel door de nabestaanden
                        en het personeel van de begraafplaats samen worden verricht. Zo kunnen de
                        nabestaanden bijvoorbeeld een begin maken. Vervolgens kan het personeel de
                        handelingen verrichten waar ervaring voor nodig is of die van de
                        nabestaanden te zware lichamelijke inspanning vragen. Werkzaamheden als het
                        aanbrengen van de grafranden ter stutting van de grond om het geopende graf
                        en het verwijderen van die randen voor het sluiten van het graf zullen door
                        het personeel moeten worden verricht.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>De Wet op de lijkbezorging schrijft voor dat de behandelende arts of de
                        gemeentelijke lijkschouwer een verklaring van overlijden afgeeft aan de
                        ambtenaar van de burgerlijke stand (artikel 12). Vervolgens geeft deze
                        schriftelijk verlof tot begraven of cremeren (artikel 11). Dit verlof dient
                        te worden overlegd aan de beheerder. Door de medewerking aan de begrafenis
                        te weigeren wanneer dit verlof niet in zijn bezit is voldoet de beheerder
                        aan de wettelijke vereisten.</al><al/><al>Vanuit het oogpunt van vermindering van administratieve lasten verdient het
                        aanbeveling het hierboven genoemde traject zo soepel mogelijk te doen
                        verlopen. Een digitalisering van de genoemde processen en voorgeschreven
                        formulieren zal aanzienlijk bijdragen aan de reductie van administratieve
                        lasten. Volgens de memorie van antwoord aan de Eerste Kamer, ontvangen op 15
                        mei 2009 bij de behandeling van de Wijziging van de Wet op de lijkbezorging,
                        werkt de minister van Justitie aan een wetsvoorstel elektronische
                        burgerlijke stand, dat hierin voorziet.</al><al/><al>De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing.</al><al/><al>Er mag van worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de
                        rechthebbende zelf in het particuliere graf mag worden bijgezet (lid 2). Het
                        verzoek tot overschrijving van het recht dient in dit geval wel vóór de
                        bijzetting te worden gedaan volgens artikel 17, tweede lid.</al><al/><al>De wettelijke minimum grafrusttermijn (lid 3) is de termijn dat een lijk
                        volgens de wet ten minste begraven moet blijven voordat het mag worden
                        geruimd. Het is voorgekomen dat in particuliere graven begravingen of
                        bijzettingen betrekkelijk kort voor het aflopen van de uitgiftetermijn
                        plaatsvonden. Daarom is vastgelegd dat in dergelijke gevallen begraving of
                        bijzetting alleen kan plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de
                        uitgiftetermijn. Uiteraard zal die verlenging dan een periode moeten
                        omvatten die de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk maakt
                        aan de wettelijke minimum grafrusttermijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging verplicht tot de mogelijkheid van
                        begraven op iedere dag gedurende een bij gemeentelijke verordening te
                        bepalen tijd, met uitzondering van zon- en feestdagen. Gemeenten zijn vrij
                        te bepalen dat ook op zondag of een algemeen erkende feestdag wordt
                        begraven. Joodse begrafenissen vinden niet plaats op de sabbat (zaterdag).
                        Het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap heeft er daarom belang bij dat
                        de begraafplaatsen op zondagen en niet-Joodse feestdagen voor een begrafenis
                        kunnen worden opengesteld. Daarnaast zijn er ook andere gevallen denkbaar
                        waarin de nabestaanden er een belang bij hebben om op een zon- of feestdag
                        een begrafenis of asbezorging te kunnen doen plaatshebben. In de praktijk is
                        het mogelijk om de begraafplaats alleen in bijzondere gevallen hiervoor open
                        te stellen.</al><al/><al>Een bijzonder geval kan zich voordoen als de burgemeester toestemming heeft
                        gegeven om een lijk binnen 36 uur te begraven. Sommige nabestaanden vragen
                        om deze toestemming om godsdienstige redenen. Daarnaast kan spoed geboden
                        zijn in geval van lijkvinding.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Voor de indeling, uitgifte der graven en de bezorging van as met betrekking
                        tot particuliere graven wordt verwezen naar artikel 2 en 3 van het
                        "Uitvoeringsbesluit graven, asbezorging en gedenkplaatsen".</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Het Besluit op de lijkbezorging van 4 december 1997 bevat in artikel 5 de
                        bepaling dat er ten hoogste drie lijken boven elkaar mogen worden begraven.
                        Het college kan voor algemene graven het aantal bepalen, dat geldt ook voor
                        het aantal bijzettingen van asbussen met of zonder urn. Voor de indeling,
                        uitgifte der graven en de bezorging van as met betrekking tot algemene
                        graven wordt ook verwezen naar artikel 2 en 3 van het ‘’Uitvoeringsbesluit
                        graven, asbezorging en gedenkplaatsen’’. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>Ter voorkoming, dat men zelf plekken uit gaat kiezen en om precedentwerking
                        tegen te gaan, worden er normaal gesproken geen graven buiten de volgorde
                        van ligging toegewezen.</al><al>Uitzonderingen; de gesteldheid van de bodem kan van dien aard zijn dat een
                        andere plek moet worden gezocht. Het kan voorkomen dat er op dezelfde dag
                        meerdere begrafenissen plaatsvinden. Het is niet mogelijk tegelijkertijd
                        twee graven naast elkaar te delven. Bij dergelijke situaties wordt daarom
                        tijdelijk een grafruimte overgeslagen. </al><al/><al>De mogelijkheid om extra graven te reserveren, moet bij de
                        overlijdensaangifte direct worden vastgelegd. Bij een volgende
                        overlijdensaangifte wordt anders het daaropvolgende graf uitgegeven.
                        Opgemerkt dient te worden dat de graftermijn ingaat (ook van de extra
                        gereserveerde graven) op het moment van uitgifte. Hoewel deze gereserveerde
                        grafruimte(n) niet benut zijn, gaat dit wel ten koste van de beschikbare
                        ruimte op de begraafplaats en lopen ook de algehele onderhoudskosten van de
                        begraafplaats gewoon door. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Een indeling in categorieën is nodig als het college verschillende regels
                        wil vaststellen voor de grafbedekkingen op de graven die liggen op de
                        verschillende delen (categorieën) van de begraafplaats. Deze regels zijn
                        en/of worden door het college vastgelegd in het "Uitvoeringsbesluit voor
                        grafbedekkingen".</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>Volgens artikel 28, eerste lid van de Wet op de lijkbezorging kan het recht
                        op een graf voor ten minste tien jaar worden verleend. Het is mogelijk te
                        kiezen voor een uitgiftetermijn gelegen tussen de 10 en 30 jaar. Voor
                        verlenging is het mogelijk te kiezen voor een periode gelegen tussen de 5 en
                        20 jaar. Het college kan ingevolge Art. 15. lid 3 nadere regels stellen met
                        betrekking tot de termijnen van graven en heeft dit ook gedaan. De termijnen
                        van grafuitgifte en verlenging zijn vastgelegd in het “Uitvoeringsbesluit
                        graven, asbezorging en gedenkplaatsen’’. </al><al/><al>Soms verkeren rechthebbenden in de onjuiste veronderstelling dat de
                        uitgiftetermijn pas begint te lopen op het moment van de eerste begraving of
                        bijzetting. Daarom is de laatste zin in het eerste lid van artikel 15,
                        betreffende de aanvang van de termijn, opgenomen.</al><al/><al>De Wet op de lijkbezorging bepaalt in artikel 28 dat vanaf twee jaar voor
                        het verstrijken van de lopende termijn verlenging van de termijn kan worden
                        aangevraagd. Binnen een jaar na het begin van deze periode moet, volgens het
                        tweede lid van genoemd wetsartikel, het college de rechthebbende op het graf
                        mededelen dat de termijn gaat aflopen. Volgens het oude wetsartikel diende
                        deze mededeling schriftelijk te geschieden ‘aan de rechthebbende wiens adres
                        de houder van de begraafplaats bekend is of redelijkerwijs bekend kan
                        zijn’.</al><al>Het laatste deel van de zin (‘of redelijkerwijs bekend kan zijn’) is bij de
                        wijziging van de wet geschrapt.</al><al/><al>In het kader van de vermindering van administratieve lasten komt de
                        verantwoordelijkheid voor het geven van het juiste adres nu uitdrukkelijk
                        bij de rechthebbende te liggen. Van de houder van de begraafplaats wordt dan
                        niet méér verlangd dan dat hij het adres uit zijn eigen administratie
                        gebruikt. Tevens ontslaat dit de beheerder van de plicht het GBA-netwerk te
                        (doen) raadplegen. Wanneer niet binnen drie maanden om verlenging van het
                        recht is verzocht, dient de mededeling bekend te worden gemaakt bij het graf
                        en bij de ingang van de begraafplaats tot aan het einde van de periode dat
                        de rechthebbende om verlenging van de termijn van uitgifte kan vragen.</al><al>Zie verder voor de bekendmakingen de toelichting op artikel 23.</al><al/><al>Indien er ten tijde van de opheffing van de begraafplaats nog rechten op
                        particuliere graven bestaan, zal in overleg met de rechthebbenden moeten
                        worden bezien welke beslissingen er ten aanzien van die graven zullen worden
                        genomen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>Het recht op een particulier graf wordt verleend door een beschikking van
                        het college. Hierin wordt aan de aanvrager het uitsluitend recht gegeven om
                        lijken in een bepaald graf te doen begraven. In juridisch opzicht is een
                        vergelijking mogelijk met de vergunning een standplaats in te nemen op de
                        openbare weg. De koopman mag op een bepaalde plaats staan. Net als bij de
                        standplaats-vergunning steunt het recht om lijken in een bepaald graf -
                        vroeger aangeduid als 'eigen graf' - te begraven op een persoonlijke
                        beschikking. De eigenaar kan zijn recht dus niet verkopen. Het recht kan op
                        verzoek van de rechthebbende wel worden overgeschreven op een ander.</al><al/><al>In de vorige beheersverordening was bepaald dat het recht op een graf
                        slechts kon worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner
                        van de (overleden) recht-hebbende dan wel op naam van een bloedverwant of
                        aanverwant tot en met de derde graad. </al><al/><al>Slechts wanneer er gewichtige redenen bestonden was overschrijving op naam
                        van een ander mogelijk. Uit de praktijk bleek dat deze beperking niet of
                        lastig te handhaven is en bovendien administratieve lasten veroorzaakt.
                        Daarom is deze regel geschrapt. Wel wordt nu de mogelijkheid geboden het
                        recht over te schrijven op naam van een rechtspersoon.</al><al/><al>Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe
                        rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de
                        grafruimte en de daaraan verbonden kosten op zich neemt. De termijn,
                        waarbinnen de aanvraag tot overschrijving kan worden gedaan, is gesteld op
                        zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Er is geen reden een
                        langere termijn aan te houden.</al><al/><al>Het vierde lid van dit artikel geeft het college de mogelijkheid zo nodig
                        van de genoemde termijn af te wijken.</al><al/><al>In het geval dat de stoffelijke resten van de rechthebbende in het graf
                        moeten worden bijgezet dient het verzoek tot overschrijving vóór de
                        bijzetting te worden gedaan. Doorgaans worden, na een overlijden, door de
                        nabestaanden meteen al de noodzakelijke regelingen getroffen. Logischerwijs
                        is dan het aanwijzen van een nieuwe rechthebbende daar één van.</al><al/><al>Wanneer nabestaanden ontbreken is er de mogelijkheid de rechten over te
                        schrijven op naam van de notaris die de nalatenschap beheert, of op naam van
                        de Stichting Grafzorg Nederland.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al>Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende
                        afstand van het graf kan doen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>De regels voor grafbedekkingen zijn vastgelegd in het "Uitvoeringsbesluit
                        voor grafbedekkingen"</al><al>Als elke regelgeving voor grafbedekkingen ontbreekt kan het aanzien van
                        begraafplaatsen chaotisch worden. Ook en vooral dienen de
                        veiligheidsaspecten te worden genoemd. Het andere uiterste, een strak
                        keurslijf van bepalingen die elke persoonlijke of kunstzinnige uiting aan
                        banden legt of onmogelijk maakt, moet worden voorkomen. De
                        Beheersverordening geeft de burgers de nodige vrijheid; het beperkt zich tot
                        het aangeven van minimumeisen voor de afmetingen, constructie en
                        materiaalkeuze waaraan de grafbedekking moet voldoen. </al><al/><al>De vergunningseis geldt voor de grafbedekkingen op algemene en voor die op
                        particuliere graven, en omvat zowel het gedenkteken als de winterharde
                        beplantingen.</al><al/><al>Als er geen grafbedekking wordt aangebracht zal wel moeten worden aangeduid
                        dat er iemand begraven ligt om te voorkomen dat bezoekers ongewild over het
                        graf lopen. Uit een aanduiding bij het graf en uit de administratie zal
                        voorts moeten blijken wie daar begraven is.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al>Het onderhoud door de gemeente is een minimale zorg met de bedoeling dat de
                        begraafplaats als geheel een verzorgd aanzien heeft. Het onderhoud door de
                        gemeente aan graven en grafbedekkingen waarvoor in het verleden
                        onderhoudscontracten zijn afgesloten, blijft ongewijzigd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><al>In dit artikel worden de rechten en de plichten van de rechthebbende of, in
                        het geval van algemene graven, van de gebruiker ten aanzien van de
                        grafbedekking omschreven. Alleen in dit artikel is sprake van plichten voor
                        (bepaalde) nabestaanden van overledenen die zijn bijgezet in een algemeen
                        graf. Daarom wordt hier de in artikel 1 (‘Begripsbepalingen’) gedefinieerde
                        term ‘gebruiker’ gebezigd in plaats van de ruimer op te vatten term
                        ‘belanghebbende’, die voorkomt in verband met het begrip ‘algemeen graf’ in
                        de Wet op de lijkbezorging (artikel 27a).</al><al/><al>Het eigendom en daarmee ook de risicoaansprakelijkheid van hetgeen op het
                        graf is geplaatst ligt, volgens art. 32a van de Wet op lijkbezorging, bij de
                        rechthebbende. Van natrekking is geen sprake zolang het graf niet geruimd
                        mag worden.</al><al/><al>Het onderhoud dat door de gemeente wordt verricht zal in een aantal gevallen
                        voldoende zijn voor algemene graven. De aard en de afmetingen van de
                        grafbedekkingen op particuliere graven en de termijn van uitgifte van deze
                        graven met het recht om deze termijn steeds te verlengen, maken dat bij deze
                        grafbedekkingen zeker niet altijd kan worden volstaan met het minimum aan
                        onderhoud. </al><al>Indien er sprake is van verwaarlozing van de grafbedekking kan de beheerder
                        van de begraafplaats de rechthebbende of de gebruiker aanspreken en sommeren
                        tot het verrichten van herstelwerkzaamheden aan de grafbedekking. De Wet op
                        de lijkbezorging bepaalt in artikel 28, het vierde tot en met het zevende
                        lid, dat het recht op het graf vervalt wanneer vijf jaar na constatering en
                        bekendmaking van de verwaarlozing niet in het onderhoud is voorzien. Hierbij
                        wordt rekening gehouden met de termijn van grafrust en de uitgiftetermijn
                        van het graf. Zie ook de algemene toelichting, hoofdstuk 3.1.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><al>In de dagelijkse praktijk rijzen er nog wel eens problemen over verwijderde
                        bloemen en eenjarige planten zoals afrikanen en geraniums. Omdat de bloemen
                        en planten eigendom zijn van de rechthebbenden of de belanghebbenden is een
                        waarschuwing vooraf op zijn plaats. Het zou echter veel te omslachtig zijn
                        genoemde personen steeds per brief te waarschuwen dat de verwaarloosde
                        planten of verwelkte bloemen zullen worden verwijderd. Het verdient
                        aanbeveling om het beleid ten aanzien van de planten en bloemen mee te delen
                        bij de afgifte van de vergunning voor het hebben van een grafbedekking en
                        bekend te maken op het mededelingenbord op de begraafplaats. Het is gewenst
                        om verwelkte bloemen niet te snel te verwijderen omdat gesteld mag worden
                        dat zij passend zijn bij de sfeer van de begraafplaats.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><al>De rechthebbende dient volgens artikel 28, tweede lid van de Wet op de
                        lijkbezorging ten minste een jaar voor het verstrijken van de termijn van
                        het recht op de hoogte te worden gesteld van dit feit, en van de
                        mogelijkheid verlenging van het recht te vragen. In veel gevallen kan dan
                        gelijktijdig de mededeling worden gedaan dat, wanneer niet om verlenging
                        wordt verzocht, het college opdracht zal geven de grafbedekking na het
                        verstrijken van de termijn te verwijderen en het graf te ruimen. Tevens kan
                        worden medegedeeld dat de grafbedekking dertien weken na verwijdering aan de
                        gemeente vervalt.</al><al/><al>Ook nabestaanden van overledenen die zijn begraven in een algemeen graf
                        dienen, volgens artikel 27a van de Wet op de lijkbezorging, op hoogte te
                        worden gesteld van het verstrijken van de termijn van uitgifte. Deze
                        mededeling dient volgens de wet ‘ten minste zes maanden en ten hoogste
                        twaalf maanden voor het verstrijken van de termijn van uitgifte’ aan de
                        belanghebbende bij dat graf te worden gedaan. Hierbij kan dan gelijktijdig
                        de mededeling worden gedaan dat de mogelijk aanwezige grafbedekking zal
                        worden verwijderd en dat het graf zal worden geruimd. Zie ook artikel 15,
                        tweede lid, met de toelichting en artikel 24 eerste lid. De bordjes bij de
                        graven met een mededeling dienen alleen aan de bezoekers van die graven op
                        te vallen. </al><al/><al>De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het grafrecht
                        vervallen heeft verklaard omdat er na het overlijden van de rechthebbende
                        niet tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen (artikel 17, derde lid
                        van de beheersverordening), of omdat het onderhoud van het graf is
                        verwaarloosd (artikel 28, zesde lid van de Wet op de lijkbezorging). In dat
                        geval geldt eveneens het vereiste van de voorafgaande mededeling per brief
                        of door het plaatsen van een bordje bij het graf gedurende minstens een
                        jaar.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><al>Volgens artikel 31, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging kan een
                        particulier graf alleen geruimd worden met toestemming van de rechthebbende.
                        Het recht op een graf kan echter vervallen na het verstrijken van de
                        termijn, of omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet tijdig een
                        nieuwe rechthebbende is aangewezen (artikel 17, derde lid van de
                        beheersverordening). Ook kan het recht vervallen na verwaarlozing van het
                        onderhoud, volgens artikel 28, zesde lid van de Wet op de
                        lijkbezorging.</al><al/><al>De mededeling dat het college voornemens is om de graven te ruimen wordt
                        gedaan zowel aan de rechthebbenden op particuliere graven als aan de
                        nabestaanden van overledenen die zijn begraven in een algemeen graf. Zie
                        verder hetgeen is vermeld in de toelichting op artikel 23.</al><al/><al>Een ieder kan van zijn zienswijze doen blijken, bijvoorbeeld omdat het graf
                        van historische betekenis is (zie artikel 25).</al><al/><al>Het zesde lid van artikel 24. Een rechthebbende op een graf heeft geen recht
                        het zgn. ‘’schudden’’ van een graf te verlangen. </al><al>Argumenten om dit recht niet in de beheersverordening op te nemen waren
                        ondermeer;</al><lijst><li nr="·"><al>onnodige belasting van het eigen personeel (men weet nooit wat er
                                zal worden aangetroffen).</al></li><li nr="·"><al>het "schudden" is uitsluitend te beschouwen als een vorm van ruimen.
                                De "grafrust" van diegene waarvoor het graf bedoeld is, wordt er
                                door verstoord.</al></li><li nr="·"><al>de wettelijke grafrust bedraagt 10 jaar, zou een verzoek om te
                                "schudden" worden ingewilligd, dan zou dit vooral met een hoge
                                grondwaterstand bezwaarlijke toestanden op kunnen leveren. </al></li><li nr="·"><al>een dergelijk verzoek wordt meestal gedaan, bij het overlijden van
                                iemand. Dan moet er vaak direct worden beslist en komt de ambtenaar
                                van de grafuitgifte onder druk te staan. emoties spelen vaak hoog
                                op, anderen (wethouders, bestuurders) worden er bij betrokken.</al></li><li nr="·"><al>door het "schudden" niet toe te staan, weet iedereen waar hij of zij
                                aan toe is. Dit geeft ook duidelijkheid aan begrafenisondernemingen
                                wanneer ze de zaken voor de familie moet regelen.</al></li></lijst><al/><al>Met betrekking tot het ruimen is in de beheersverordening gekozen voor een
                        zorgplicht voor de gemeente, als beheerder van de begraafplaats. Op de
                        beheerder rust de plicht er zorg voor te dragen dat met de menselijke resten
                        welke bij de ruiming van een graf worden aangetroffen te allen tijde
                        respectvol wordt omgegaan. Er dienen bovendien maatregelen te worden
                        getroffen zodat bezoekers van de begraafplaats niet met de menselijke resten
                        worden geconfronteerd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><al>Het ter beschikking van een kerkgenootschap gestelde deel op een
                        gemeentelijke begraafplaats valt volgens artikel 39 van de Wet op de
                        lijkbezorging onder het beheer van de gemeente. In de gemeente Hof van
                        Twente is dit op dit moment niet aan de orde, maar het is in principe wel
                        mogelijk. Wanneer dat wel zo is, dan is ook de beheersverordening op dit
                        gedeelte van de begraafplaats van toepassing. Het college is dus
                        verantwoordelijk voor de goede gang van zaken op het ter beschikking van het
                        kerkgenootschap gestelde gedeelte, wanneer dat aan de orde mocht zijn. </al><al/><al>Wegens het kerkelijk karakter kunnen er redenen bestaan om voor dit deel ten
                        aanzien van enkele onderwerpen nadere regels vast te stellen die afwijken
                        van de nadere regels die gelden voor het overige gedeelte van de
                        begraafplaats.</al><al>Daarnaast kan het kerkbestuur er behoefte aan hebben om van het college
                        bericht te ontvangen als volgens hun oordeel onderhoud of herstel nodig is
                        van de grafbedekking van een of meer graven op het kerkelijk deel. Het
                        betreft hier het onderhoud waartoe de rechthebbende of de gebruiker
                        verplicht is volgens artikel 21. Soms waakt een kerk-genootschap over de
                        graven als er geen nabestaanden meer in leven zijn.</al><al/><al>Als het kerkbestuur schriftelijk aan het college heeft gevraagd om steeds
                        als zich de noodzaak van onderhoud of herstel van grafbedekking voordoet, te
                        worden geïnformeerd zal aan dit verzoek moeten worden voldaan. Het
                        kerkgenootschap kan zich dan beraden hoe te handelen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><al>Het kan voorkomen dat graven die van bijzondere waarde zijn, ondoordacht
                        worden geruimd. Een graf kan van betekenis zijn vanwege de persoon die er is
                        begraven, maar ook uitsluitend vanwege het gedenkteken. Het gedenkteken kan
                        opvallen door zijn vormgeving en door het gebruikte materiaal. Als voorbeeld
                        kunnen gietijzeren gedenktekens worden genoemd, vaak subtiel voorzien van
                        symbolen van de dood. Het materiaal herinnert aan een reeds lang verdwenen
                        nijverheid en is alleen al daardoor van waarde. Er dienen maatregelen te
                        worden getroffen zodat graven van bekende overledenen niet meer ondoordacht
                        worden geruimd en zeldzame voorwerpen op een terrein dat zozeer aan het
                        verleden herinnert, behouden blijven. Bij twijfel over de betekenis van het
                        gedenkteken verdient het aanbeveling een deskundige te raadplegen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr></kop><al>Waarin de beheersverordening niet voorziet, beslist het college. Dit artikel
                        is opgenomen, omdat er zich omstandigheden kunnen voordoen, waarin de
                        beheersverordening niet is voorzien. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><al>In artikel 29 wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt
                        ingetrokken. Dat is ook niet nodig. De datum waarop de oude regeling
                        vervalt, is de datum waarop de nieuwe verordening in werking treedt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><al>De Beheersverordening Algemene begraafplaatsen Hof van Twente 2011 is een
                        besluit van het gemeentebestuur op overtreding waarvan straf is gesteld. Een
                        dergelijk besluit wordt op dezelfde wijze bekendgemaakt als alle overige
                        besluiten van het gemeentebestuur die algemeen verbindende voorschriften
                        inhouden (zie artikel 139 van de Gemeentewet). Voorts is de gemeente
                        gehouden dit besluit mede te delen aan het parket van het arrondissement
                        waarin de gemeente is gelegen, volgens artikel 143 van de Gemeentewet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><al>Hier geldt artikel 142 van de Gemeentewet: Alle verordeningen treden in
                        werking op de achtste dag na bekendmaking, tenzij daarvoor een ander
                        tijdstip was aangewezen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr></kop><al>In de citeertitel wordt een jaartal opgenomen om de betrokken regeling te
                        onderscheiden van de voorgaande regeling.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>