<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR40833_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gedragscode Bestuurlijke Integriteit 2003</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Doesburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Doesburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Regiobode, 28 januari 2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gedragscode Bestuurlijke Integriteit 2003</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Artikel 15 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Artikel 41c Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Artikel 69 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-12-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum inwerkingtreding in bij benadering ingevuld</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gedragscode Bestuurlijke Integriteit 2003</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Doesburg;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en wethouders d.d. 25
                        november 2003<sup/> en gezien het advies van de commissie BO d.d 4 december
                        2003;</al><al/><al>gelet op artikel 15, derde lid, artikel 41c, tweede lid en artikel 69,
                        tweede lid van de Gemeentewet;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de navolgende</al><al/><al><vet>Gedragscode Bestuurlijke Integriteit 2003.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>I</nr><titel>Kernbegrippen van bestuurlijke integriteit.</titel></kop><structuurtekst><al>Gemeentelijke bestuurders en raadsleden stellen bij hun handelen de
                            kwaliteit van het openbaar bestuur centraal. Integriteit is daarvoor een
                            belangrijke voorwaarde. De belangen van de gemeente, en in het verlengde
                            daarvan de burgers, zijn het primaire richtsnoer.</al><al/><al>Bestuurlijke integriteit houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de
                            functie samenhangt wordt aanvaard en dat de bereidheid er is om daarover
                            verantwoording af te leggen. Verantwoording wordt intern afgelegd aan
                            collega-bestuurders, de gemeenteraad, maar ook extern aan organisaties
                            en burgers voor wie bestuurders hun functie vervullen.</al><al>Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaats bestuurlijke
                            integriteit in een breder perspectief.</al><al/><al><cursief>Dienstbaarheid</cursief></al><al>Het handelen van een bestuurder/raadslid is altijd en volledig gericht
                            op het belang van de gemeente en op organisaties en burgers die daar
                            onderdeel van uitmaken.</al><al/><al><cursief>Functionaliteit</cursief></al><al>Het handelen van een bestuurder/raadslid heeft een herkenbaar verband
                            met de functie die hij vervult in het bestuur.</al><al/><al><cursief>Onafhankelijklheid</cursief></al><al>Het handelen van een bestuurder/raadslid wordt gekenmerkt door
                            onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met
                            oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke
                            vermenging wordt vermeden.</al><al/><al><cursief>Openheid</cursief></al><al>Het handelen van een bestuurder/raadslid is transparant, opdat optimale
                            verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht
                            hebben in het handelen van de bestuurder/raadslid en zijn beweegreden
                            daarbij.</al><al/><al><cursief>Betrouwbaarheid</cursief></al><al>Op een bestuurder/raadslid moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan
                            afspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie
                            beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven.</al><al/><al><cursief>Zorgvuldigheid</cursief></al><al>Het handelen van een bestuurder/raadslid is zodanig dat alle
                            organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend
                            en dat belangen op correcte wijze worden afgewogen.</al><al/><al>Deze kernbegrippen zijn de toetsteen voor de onderstaande
                            gedragsafspraken. Gedragingen moeten aan deze kernbegrippen getoetst
                            kunnen worden.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>II</nr><titel>Gedragscode bestuurlijke integriteit</titel></kop><artikel><kop><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.1</lidnr><al>Onder bestuurder wordt verstaan: de burgemeester en de
                                wethouders.</al></lid><lid><lidnr>1.2</lidnr><al>Onder het college wordt verstaan: het college van burgemeester en
                                wethouders.</al></lid><lid><lidnr>1.3</lidnr><al>Onder raadsleden wordt tevens verstaan: de niet-raadsleden die op
                                grond van de Verordening op de raadscommissies lid zijn van een
                                raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>1.4</lidnr><al>Deze gedragscode geldt voor de burgemeester, de wethouders en de
                                raadsleden.</al></lid><lid><lidnr>1.5</lidnr><al>In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing
                                niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het college en het
                                presidium van de gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>1.6</lidnr><al>De code is openbaar en door derden te raadplegen.</al></lid><lid><lidnr>1.7</lidnr><al>De leden van het college en de leden van de raad ontvangen bij hun
                                aantreden een exemplaar van de code.</al></lid></artikel><artikel><kop><nr>2.</nr><titel>Belangenverstrengeling en aanbesteding</titel></kop><lid><lidnr>2.1</lidnr><al>Een bestuurder/raadslid doet opgave van zijn financiële belangen in
                                ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke
                                betrekkingen onderhoudt. De opgave is openbaar en door derden te
                                raadplegen.</al></lid><lid><lidnr>2.2</lidnr><al>Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt de
                                bestuurder/raadslid ( de schijn van) bevoordeling in strijd met
                                eerlijke concurentieverhoudingen.</al></lid><lid><lidnr>2.3</lidnr><al>Een oud-bestuurder/oud-raadslid wordt het eerste jaar na de
                                beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning
                                verrichten van werkzaamheden voor de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.4</lidnr><al>Een bestuurder/raadslid die familie- of vriendschapsbetrekkingen of
                                anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van
                                diensten aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de
                                besluitvorming over de betrteffende opdracht.</al></lid><lid><lidnr>2.5</lidnr><al>Een bestuurder/raadslid neemt van een aanbieder van diensten aan de
                                gemeente geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke
                                positie ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden.</al></lid></artikel><artikel><kop><nr>3.</nr><titel>Nevenfuncties</titel></kop><lid><lidnr>3.1</lidnr><al>Een bestuurder/raadslid vervult geen nevenfunctie waarbij
                                strijdigheid is of kan zijn met het belang van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.2</lidnr><al>Een bestuurder/raadslid maakt melding van al zijn nevenfuncties
                                waarbij tevens wordt aangegeven of de functie wel of niet bezoldigd
                                is. Deze gegevens worden openbaar gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.3</lidnr><al>De kosten die een bestuurder/raadslid maakt in verband met een
                                nevenfunctie uit hoofde van het ambt( q.q.-nevenfunctie), worden
                                vergoed door de instantie waar de nevenfunctie wordt
                                uitgeoefend.</al></lid><lid><lidnr>3.4</lidnr><al>Een bestuurder/raadslid die een nevenfunctie wil vervullen anders
                                dan uit hoofde van het ambt, bespreekt dit voornemen in het
                                college/presidium. Daarbij komt tevens aan de orde hoe wordt
                                gehandeld met betrekking tot eventuele vergoedingen en de te maken
                                kosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><nr>4.</nr><titel>Informatie</titel></kop><lid><lidnr>4.1</lidnr><al>Een bestuurder/raadslid gaat zorgvuldig en correct om met informatie
                                waarover hij uit hoofde van zijn ambt/lidmaatschap beschikt. Hij
                                verstrekt geen geheime informatie.</al></lid><lid><lidnr>4.2</lidnr><al>Een bestuurder/raadslid houdt geen informatie achter, tenzij deze
                                geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van informatie mogelijk
                                is op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.3</lidnr><al>Een bestuurder/raadslid maakt niet ten eigen bate of van zijn
                                persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van zijn
                                ambte/lidmaatschap verkregen informatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><nr>5.</nr><titel>Aannemen van geschenken</titel></kop><lid><lidnr>5.1</lidnr><al>Geschenken en giften die een bestuurder/raadslid uit hoofde van zijn
                                functie ontvangt, worden gemeld, geregistreerd en zijn eigendom van
                                de gemeente. Er wordt een gemeentelijke bestemming voor
                                gezocht.</al></lid><lid><lidnr>5.2</lidnr><al>Indien een bestuurder/raadslid geschenken of giften ontvangt die een
                                waarde van minder dan 50 euro vertegenwoordigen, kunnen deze in
                                afwijking van het bovenstaande worden behouden en behoeven ze niet
                                te worden gemeld en geregistreerd.</al></lid><lid><lidnr>5.3</lidnr><al>Geschenken en giften worden niet op het huisadres ontvangen. Indien
                                dit toch is gebeurd, wordt dit gemeld in het college waar een
                                besluit over de bestemming van het geschenk wordt genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><nr>6.</nr><titel>Bestuurlijke uitgaven</titel></kop><lid><lidnr>6.1</lidnr><al>Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de
                                functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond.</al></lid><lid><lidnr>6.2</lidnr><al>Ter bepaling van de functionaliteit van bestuurlijke uitgaven worden
                                de volgende criteria gehanteerd:</al><lijst><li nr="-"><al>met de uitgave is het belang van de gemeente gediend</al></li><li nr="-"><al>de uitgave vloeit voort uit de functie.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><nr>7.</nr><titel>Declaratie</titel></kop><lid><lidnr>7.1</lidnr><al>De bestuurder/raadslid declareert geen kosten die reeds op andere
                                wijze worden vergoed.</al></lid><lid><lidnr>7.2</lidnr><al>Declaraties worden afgewikkeld volgens een daartoe vastgestelde
                                administratieve procedure.</al></lid><lid><lidnr>7.3</lidnr><al>Een declaratie wordt ingediend door middel van een daartoe
                                vastgesteld formulier. Bij het formulier wordt een betalingsbewijs
                                gevoegd en op het formulier wordt de functionaliteit van de uitgave
                                vermeld.</al></lid><lid><lidnr>7.4</lidnr><al>Gemaakte kosten worden binnen 3 maanden gedeclareerd. Eventuele
                                voorschotten worden zover mogelijk binnen een maand afgerekend.</al></lid><lid><lidnr>7.5</lidnr><al>De gemeentesecretaris is verantwoordelijk voor een deugdelijke
                                administratieve afhandeling en registraties van declaraties.
                                Declaraties van bestuurders/raadsleden worden administratief
                                afgehandeld door een daartoe aangewezen ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>7.6</lidnr><al>Ingeval van twijfel omtrent een declaratie, wordt deze voorgelegd
                                aan de burgemeester. Zonodig wordt de declaratie ter besluitvorming
                                aan het college/presidium voorgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><nr>8.</nr><titel>Gebruik van gemeentelijke voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>8.1</lidnr><al>Gebruik van gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor privé
                                doeleinden is niet toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><nr>9.</nr><titel>Reizen buitenland</titel></kop><lid><lidnr>9.1</lidnr><al>Een bestuurder die het voornemen heeft een buitenlandse dienstreis
                                te maken, heeft toestemming nodig van het college. De gemeenteraad
                                wordt van het besluit op de hoogte gesteld.</al></lid><lid><lidnr>9.2</lidnr><al>Een bestuurder die het voornemen van een reis meldt, verschaft
                                informatie over het doel van de reis, de bijbehorende
                                beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap en de
                                geraamde kosten.</al></lid><lid><lidnr>9.3</lidnr><al>Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten van
                                derden worden altijd besproken in het college en onder meer getoetst
                                op het risico van belangenverstrengeling. Het gemeentelijk belang is
                                doorslagegevend voor de besluitvorming.</al></lid><lid><lidnr>9.4</lidnr><al>Van de reis wordt een verslag opgesteld.</al></lid><lid><lidnr>9.5</lidnr><al>Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een
                                bestuurder is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op
                                uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de gemeente
                                daarmee gediend is. Het meereizen van de partner van een bestuurder
                                wordt bij de besluitvorming van het college betrokken.</al></lid><lid><lidnr>9.6</lidnr><al>Het anderszins meereizen van derden op kosten van de gemeente is
                                niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is
                                toegestaan en wordt in dit geval bij de besluitvorming van het
                                college betrokken.</al></lid><lid><lidnr>9.7</lidnr><al>Het verlengen van een buitenlandse reis voor privé-doeleinden is
                                toegestaan, mits dit is betrokken bij de besluitvorming van het
                                college. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor
                                rekening van de bestuurder.</al></lid><lid><lidnr>9.8</lidnr><al>De in verband met de buitenlandse dienstreizen gedane functionele
                                uitgaven worden vergoed conform de geldende regelingen. Uitgaven
                                worden vergoed voor zover zij redelijk en verantwoord worden
                                geacht.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Doesburg in zijn openbare
                        vergadering van 18 december 2003.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier/plv.secretaris, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>