<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR408211_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Haven- en kadeverordening Wageningen 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wageningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wageningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/zoeken/resultaat/?zkt=Uitgebreid&amp;pst=Tractatenblad|Staatsblad|Staatscourant|Gemeenteblad|Provinciaalblad|Waterschapsblad|BladGemeenschappelijkeRegeling|ParlementaireDocumenten&amp;vrt=haven-+en+kadeverordening&amp;zkd=InDeGeheleText&amp;dpr=Alle&amp;spd=20160609&amp;epd=20160609&amp;sdt=DatumPublicatie&amp;org=Wageningen&amp;orgt=gemeente&amp;ap=&amp;pnr=1&amp;rpp=10">Gemeenteblad, 22 april 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Haven- en kadeverordening Wageningen 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-04-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>16.0200440</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Haven- en kadeverordening Wageningen 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Wageningen; </al><al> gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        [<vet>datum en nummer</vet>]; </al><al>gelet artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>overwegende dat het ter bevordering van een goed havenbeheer
                        noodzakelijk is regels vast te stellen met betrekking tot de orde, de
                        veiligheid en het milieu van de haven en de omgeving van de haven, en de
                        kwaliteit van de dienstverlening in de haven;</al><al>besluit</al><al>vast te stellen de Haven- en kadeverordening Wageningen 2016</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt
                                verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>ADN: Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van
                                        gevaarlijke stoffen over de binnenwateren.</al></li><li nr="-"><al>afvalstoffen: scheepsafval, ladingresiduen, vloeibare of
                                        vaste afvalstoffen die ontstaan bij het schoonmaken van een
                                        schip;</al></li><li nr="-"><al> AIS:Automatic Identification System of afgekort AIS
                                        is een systeem gebaseerd
                                            op<onderstreept>transponder</onderstreept>-technologie
                                        waarmee de veiligheid van
                                            <onderstreept>scheepvaart</onderstreept> op het
                                        binnenwater verhoogd wordt; </al></li><li nr="-"><al>autoafzetplaats: voorziening die de mogelijkheid biedt een
                                        auto van en aan boord te zetten, aangegeven op de kaart,
                                        behorende bij deze verordening.</al></li><li nr="-"><al>behandelen van een gevaarlijke stof: laden, lossen, intern
                                        verpompen, verplaatsen, mengen, blenden of schoonmaken van
                                        een gevaarlijke stof, met uitzondering van onderling
                                        overpompen van bunkerolie of LNG-brandstof, het bunkeren of
                                        het LNG-bunkeren;</al></li><li nr="-"><al>bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken:
                                        bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken
                                        als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, van de
                                        Scheepvaartverkeerswet;</al></li><li nr="-"><al>binnenschip: schip, niet zijnde een zeeschip;</al></li><li nr="-"><al>binnentankschip: binnenschip, gebouwd voor of aangepast aan
                                        het vervoer van onverpakte vloeibare lading in zijn
                                        ladingtanks;</al></li><li nr="-"><al>brandbare vloeistof: een vloeistof met een vlampunt dat
                                        lager ligt dan, of gelijk is aan 100 graden Celsius en
                                        uitsluitend een brandbare eigenschap heeft;</al></li><li nr="-"><al>brandstofolie: elke olie die wordt gebruikt als brandstof
                                        voor de voorstuwings- of hulpwerktuigen van schepen;</al></li><li nr="-"><al>bunkeren: overslag van brandstofolie of smeerolie van een
                                        tankschip naar een ander schip;</al></li><li nr="-"><al>bunkerolie: brandstofolie of smeerolie</al></li><li nr="-"><al>bijboot: een klein vaartuig dat behoort tot een
                                        bedrijfsvaartuig en geschikt is voor onderhoud en/of het
                                        bereiken van het bedrijfsvaartuig of de wal.</al></li><li nr="-"><al>carrouselschepen: schepen die via de Stichting Er-varen in
                                        het kader van de schepencarrousel als zodanig bij de
                                        gemeente worden aangemeld;</al></li><li nr="-"><al>exploitant: eigenaar, beheerder, rompbevrachter of ieder
                                        ander die zeggenschap heeft over het gebruik van het
                                        schip;</al></li><li nr="-"><al>gevaarlijke stoffen: stoffen die gevaar voor explosie,
                                        brand, corrosie, vergiftiging, bedwelming of straling kunnen
                                        opleveren, zoals vermeld in de IMO Code voor het vervoer van
                                        verpakte gevaarlijke stoffen over zee (International
                                        Maritime Dangerous Goods Code), de Code voor de bouw en
                                        uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk
                                        vervoeren (International Bulk Chemical Code), de
                                        Internationale Code voor de bouw en uitrusting van schepen
                                        die vloeibaar gemaakte gassen in bulk vervoeren
                                        (International Gas Carrier Code) en het in de bijlage bij
                                        het Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van
                                        gevaarlijke goederen over binnenwateren opgenomen Reglement
                                        (ADN), met uitzondering van eetbare oliën;</al></li><li nr="-"><al>haven: de Rijnhaven en het naar deze haven voerende kanaal,
                                        welke voor de scheepvaart open staan, alsmede de met het
                                        havenkanaal in open verbinding staande jachthaven, met
                                        uitzondering van het in erfpacht uitgegeven gedeelte van de
                                        jachthaven.Wateren die in het beheer zijn van onze gemeente
                                        en die voor de scheepvaart openstaan, alsmede alle daartoe
                                        behorende kaden, kunstwerken, meergelegenheden, trappen,
                                        scheepshellingen, dokken, scheepsreparatiewerven en los- en
                                        laadplaatsen, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 1 bij
                                        deze verordening; </al></li><li nr="-"><al>havenmeester: door het college als zodanig benoemde
                                        ambtenaar, alsmede diens plaatsvervanger;</al></li><li nr="-"><al>historisch schip: een varend schip of woonschip dat recent
                                        een positieve beoordeling van de betreffende
                                        behoudsorganisatie voor historische schepen heeft gekregen
                                        en/of door het college eveneens als behoudenswaardig wordt
                                        beoordeeld;</al></li><li nr="-"><al>ISPS code: Internatonal Ship and Port Facility Security
                                        Code;</al></li><li nr="-"><al>kapitein: degene die de feitelijke leiding over een zeeschip
                                        voert;</al></li><li nr="-"><al>ladingresiduen: de restanten van lading in ruimen of tanks
                                        aan boord die na het lossen en schoonmaken achterblijven,
                                        met inbegrip van restanten na lading of lossing en
                                        morsingen;</al></li><li nr="-"><al>ontvangstvoorziening: voorziening geschikt voor de ontvangst
                                        van scheepsafval, overige schadelijke stoffen of restanten
                                        van schadelijke stoffen;</al></li><li nr="-"><al>open vuur: vuur, vonkvorming en elk oppervlak binnen een
                                        afstand van 25 meter van een gevaarlijke stof, dat een
                                        temperatuur heeft die gelijk is aan of hoger dan de
                                        minimumontstekingstemperatuur van die stof;</al></li><li nr="-"><al>overslag: laden of lossen van een lading in of uit een
                                        schip;</al></li><li nr="-"><al>passagiersschip: elk schip dat is ingericht voor het vervoer
                                        van meer dan twaalf passagiers en dat in het bezit is van de
                                        toereikende en geldige certificaten;</al></li><li nr="-"><al>personenvervoer: tegen vergoeding vervoeren van
                                        personen;</al></li><li nr="-"><al>pleziervaartuig: schip dat is bestemd of wordt gebruikt voor
                                        sportbeoefening of vrijetijdsbesteding;</al></li><li nr="-"><al>RPR: Rijnvaart Politie Reglement;</al></li><li nr="-"><al>schadelijke stoffen; stoffen die als zodanig bij of
                                        krachtens de Wet ter voorkoming verontreiniging door schepen
                                        zijn aangewezen of worden genoemd;</al></li><li nr="-"><al>scheepsafval: afval, met inbegrip van residuen, niet zijnde
                                        ladingresiduen, en sanitair afval, dat ontstaat tijdens de
                                        bedrijfsvoering van een schip en dat valt onder de
                                        reikwijdte van bijlagen I, IV, V en VI van het
                                        Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging
                                        door schepen, met Protocollen en Bijlagen met Aanhangsels,
                                        en met het op 17 februari 1978 te Londen tot stand gekomen
                                        Protocol bij dat Verdrag met Bijlage en Aanhangsels, alsmede
                                        ladinggebonden afval, zijnde al het materiaal dat aan boord
                                        bij de stuwage en verwerking van de lading als afval
                                        overblijft, met inbegrip van stuwmateriaal, schoorpalen,
                                        laadborden, verpakkingsmateriaal, houten platen, papier,
                                        karton, draad en stalen banden;</al></li><li nr="-"><al>schip: elk vaartuig met inbegrip van een watervliegtuig, een
                                        draagvleugelboot, een luchtkussenvoertuig, een
                                        boorinstallatie, een werkeiland of soortgelijk object, een
                                        baggermolen, een drijvende kraan, een elevator, een ponton,
                                        een drijvend werktuig, een drijvend voorwerp of een
                                        drijvende inrichting;</al></li><li nr="-"><al>schipper: degene die de feitelijke leiding over een
                                        binnenschip voert;</al></li><li nr="-"><al>schoonmaken: elke handeling die gericht is op of verband
                                        houdt met het gasvrij, schoon- of droogmaken van ruimten van
                                        een vaartuig, die ladingresten van een onverpakte vloeibare
                                        gevaarlijke stof bevatten of laatstelijk hebben bevat.</al></li><li nr="-"><al>smeerolie: elke vloeistof bestemd voor smering van machines
                                        aan boord van schepen;</al></li><li nr="-"><al>spudpaal: voorziening waarmee een schip zichzelf in de
                                        onderwaterbodem kan verankeren door middel van verticale
                                        meerpalen waarmee het schip zelf is uitgerust.</al></li><li nr="-"><al>tankschip: schip, gebouwd of aangepast en gebruikt voor het
                                        vervoer van onverpakte vloeibare lading in zijn
                                        laadruimten.</al></li><li nr="-"><al>zeeschip: schip dat wordt gebruikt voor de vaart ter zee of
                                        dat blijkens zijn constructie uitsluitend of in hoofdzaak
                                        voor de vaart ter zee is bestemd en elk schip dat is
                                        voorzien van een document, afgegeven door het bevoegde gezag
                                        van het land waar het schip is ingeschreven, waaruit blijkt
                                        dat het geschikt is voor de vaart ter zee.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Toepassingsgebied</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing in de haven, op de kaden en
                                andere havenwerken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag voor een vergunning of
                                    ontheffing binnen vier weken na de datum van ontvangst van de
                                    aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag
                                    deze termijn eenmaal met ten hoogste 4 weken verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><al>Het college kan aan een vergunning, vrijstelling en ontheffing
                                voorschriften en beperkingen verbinden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Geldigheidsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald,
                                    wordt een vergunning of vrijstelling verleend voor onbepaalde
                                    tijd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ontheffing voor een eenmalige gedraging of handeling wordt
                                    verleend voor de duur van die gedraging of handeling, met dien
                                    verstande dat de ontheffing voor maximaal zes maanden wordt
                                    verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Weigerings-, wijzigings- en intrekkingsgronden</titel></kop><al>Het college kan een vergunning of ontheffing in ieder geval
                                weigeren, wijzigen of intrekken als:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in het belang van de orde, de veiligheid en het milieu
                                        in of in de omgeving van de haven, of de kwaliteit van de
                                        dienstverlening in de haven noodzakelijk is;</al></li><li nr="b."><al>de daaraan verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn
                                        of worden nagekomen;</al></li><li nr="c."><al>op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                        inzichten opgetreden na de verlening daarvan, intrekking of
                                        wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen
                                        ter bescherming waarvan deze is vereist;</al></li><li nr="d."><al>ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                        zijn verstrekt;</al></li><li nr="e."><al>hiervan geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin
                                        gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een gestelde
                                        termijn, binnen een redelijke termijn; of</al></li><li nr="f."><al>de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Verplichtingen van houders van toestemmingen</titel></kop><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend houdt deze,
                                of een kopie hiervan, aan boord van het schip waarop deze betrekking
                                heeft, tenzij het een schip zonder bemanningsverblijf betreft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.8</nr><titel>Normadressaat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij in deze verordening anders is bepaald, is de kapitein of
                                    de schipper verantwoordelijk voor de naleving van het bepaalde
                                    bij of krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij afwezigheid van een kapitein of een schipper, is de
                                    exploitant verantwoordelijk voor de naleving van het bepaalde
                                    bij of krachtens deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.9</nr><titel>Aanwijzing havenmeester</titel></kop><al>Het college wijst een havenmeester aan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.10</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen in het kader van de orde, de
                                veiligheid, de bescherming van het milieu, de kwaliteit van de
                                dienstverlening in of in de omgeving van de haven of ter voorkoming
                                van gevaar, schade of hinder, over:</al><lijst><li nr="a."><al>de gegevens die aan de havenmeester moeten worden gemeld
                                        voordat met een schip een haven wordt aangedaan, voordat
                                        ligplaats wordt ingenomen of voordat bepaalde activiteiten
                                        worden ondernomen;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop de melding, bedoeld onder a, dient plaats te
                                        vinden;</al></li><li nr="c."><al>de wijze waarop een aanvraag om een vergunning dient plaats
                                        te vinden;</al></li><li nr="d."><al>de voorwaarden waaronder schepen zich in een door het
                                        college aangewezen gebied mogen bevinden, welke betrekking
                                        kunnen hebben op daar te ondernemen activiteiten en op eisen
                                        waaraan schepen of bemanning moeten voldoen om deze
                                        activiteiten te mogen ondernemen;</al></li><li nr="e."><al>de aanvraag van een vergunning als bedoeld in de artikelen
                                        2.3 en 3.7;</al></li><li nr="f."><al>de wijze van afmeren van schepen en het innemen van een
                                        ligplaats.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2</nr><titel>Orde in en gebruik van de haven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Verkeerstekens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in de haven verkeerstekens plaatsen die zijn
                                    vermeld in het Rijnvaartpolitiereglement en deze voorzien van
                                    nadere aanduidingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden te handelen in strijd met verkeerstekens of de
                                    daarbij behorende nadere aanduidingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het in het tweede lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Ligplaatsenoverzicht</titel></kop><al>Het college kan een ligplaatsenoverzicht vaststellen, dat in elk
                                geval bevat een kaart van de haven met daarop aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>de plaatsen of gebieden die bestemd zijn om ligplaats te
                                        nemen;</al></li><li nr="b."><al>indien van toepassing, de plaatsen of gebieden die bestemd
                                        zijn voor bepaalde categorieën schepen;</al></li><li nr="c."><al>indien van toepassing, de plaatsen of gebieden die bestemd
                                        zijn voor ligplaatsvergunninghouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Verbod nemen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De schipper / kapitein is verplicht om, zodra hij met zijn schip
                                    de haven is binnengevaren en/of afgemeerd is, zich bij de
                                    havenmeester te melden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een schip ligplaats in te (doen) nemen of zich
                                    met een schip te bevinden op een plaats die daartoe niet is
                                    bestemd, tenzij dit geschiedt in overeenstemming met geplaatste
                                    verkeerstekens en de daarbij behorende nadere aanduidingen en
                                    met instemming van de havenmeester.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan toestemming verlenen om een ligplaats in te
                                    nemen in afwijking van de geplaatste verkeerstekens en de
                                    daarbij behorende nadere aanduidingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Duur verblijf in haven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een schip langer dan 1 week achtereen te
                                    verblijven in de haven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een schip terugkeert in de haven zonder dat er sprake is
                                    geweest van bedrijfsmatig vervoer als bedoeld in artikel 1 van
                                    de Binnenvaartwet, wordt de looptijd dan wel overschrijding van
                                    de periode, bedoeld in het eerste lid, geacht niet te zijn
                                    onderbroken dan wel beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Verbod opvijzelen boor- of werkeiland</titel></kop><al><vet>(n.v.t.)</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Voorzieningen en voorwerpen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een ieder verboden voorzieningen of voorwerpen in, op,
                                    onder of boven water te hebben, te plaatsen of aan te brengen,
                                    als daardoor gevaar, schade of hinder kan ontstaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het hebben, plaatsen of aanbrengen van scheepstoebehoren en
                                    voorzieningen die dienen, en als zodanig in gebruik zijn, voor
                                    het laden en lossen van schepen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Verhalen van schepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een eigenaar, exploitant, kapitein of schipper
                                    mondeling of schriftelijk opdragen een schip te verhalen of te
                                    doen verhalen naar een andere ligplaats, als dit in het kader
                                    van de bescherming van de orde, de veiligheid of het milieu in
                                    of in de omgeving van de haven noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als geen gevolg wordt gegeven aan de opdracht een schip te
                                    verhalen kan het college het schip voor rekening en risico van
                                    de exploitant verhalen of doen verhalen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen of als de exploitant onbekend is, kan
                                    het college het schip voor rekening en risico van de exploitant
                                    direct verhalen of doen verhalen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Gebruik van voortstuwers, boegschroeven of
                                    hekschroeven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven te
                                    gebruiken als het schip:</al><lijst><li nr="a."><al>aan de grond zit;</al></li><li nr="b."><al>gemeerd, ten anker of op spudpalen ligt; of</al></li><li nr="c."><al>ter hoogte van de kade of oever wordt gaande gehouden of
                                            tegen de kade of oever wordt gedrukt, anders dan
                                            noodzakelijk voor het ontmeren of afmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tijdens het gebruik van voortstuwers, boegschroeven of
                                    hekschroeven is een persoon die bekend is met de bediening van
                                    het schip in de stuurhut aanwezig, met uitzondering van schepen
                                    die een “Alleenvaartcertificaat” hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing als
                                    het een aan een ander schip gemeerd bunker- of
                                    bevoorradingsschip betreft, dat moet bij- of afdraaien ter
                                    voorkoming van schade.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing of vrijstelling verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>Plezier- en zeilvaart in de haven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Rijnhaven Wageningen is primair een haven bedoeld voor
                                    schepen die bedrijfsmatige activiteiten uitvoeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zich met een pleziervaartuig, waarmee al dan
                                    niet eveneens bedrijfsmatig wordt gevaren, in de haven te
                                    bevinden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden in de haven een vaartuig uitsluitend door middel
                                    van zijn zeil voort te bewegen indien het vaartuig over een
                                    motor beschikt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden in de haven te varen met een zeilplank of een
                                    waterjetski.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden in de haven een waterskiër voort te bewegen dan
                                    wel zich op waterski's voort te bewegen of te doen
                                    voortbewegen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het
                                    tweede, derde en vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><al>Tenzij bij of krachtens deze verordening anders bepaald is het
                                anderen dan de eigenaar, kapitein of schipper van een schip niet
                                toegestaan, zonder goedkeuring van de eigenaar, kapitein of schipper
                                dat schip vast te houden, zich daarop te begeven, zich daarop te
                                bevinden of los te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.11</nr><titel>Melding bedrijfsstoring, gebrek of schade</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bedrijfsstoringen, gebreken of schades aan of aan boord van een
                                    schip die gevaar, schade of hinder kunnen veroorzaken aan het
                                    schip of de omgeving, worden direct aan de havenmeester
                                    gemeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De melding bedoeld in het eerste lid vindt plaats per telefoon,
                                    per marifoon op het daarvoor bestemde kanaal of per e-mail.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.12</nr><titel>Maatregelen bij ijsgang of dichtgevroren water</titel></kop><al>Bij ijsgang of dichtgevroren water in de haven is de kapitein of
                                schipper verplicht, als hij met zijn schip een ligplaats wenst in te
                                nemen of te verlaten, dan wel een aanwijzing als bedoeld in artikel
                                5.1 daartoe ontvangt, voor zijn rekening en risico zo nodig het ijs
                                te breken of een sleepboot te gebruiken. Het is verboden zonder
                                ontheffing van het college met een vaartuig in een haven of langs
                                een steiger, kade of laad- en losplaats ijs te breken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.13</nr><titel>Aanwijzing gebieden</titel></kop><al><vet>(n.v.t.)</vet></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>3</nr><titel>Veiligheid en bescherming milieu in en in de omgeving van de
                                haven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Binnenvaren haven met lading, vallende onder de Wet VBG of
                                    ADN , verontreiniging van lucht; stank, hinder of risico
                                    veroorzakende stoffen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder ontheffing van het college met een schip
                                met een lading die valt onder het VBG of ADN, of met een zeeschip met een lading die valt
                                onder de IMDG- code de haven binnen te varen of ligplaats in te nemen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden stoffen uit een schip te laten ontsnappen,
                                        waardoor gevaar, schade of hinder ontstaat of kan
                                        ontstaan.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor het vervoer en
                                        de overslag van de hier bedoelde stoffen van en naar een
                                        inrichting die voor het bewerken, opslag en overslag van
                                        deze stoffen in het bezit is van een geldende vergunning op
                                        basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Gebruik afvalverbrandingsoven</titel></kop><al>Het is eenieder verboden aan boord van een schip een
                                afvalverbrandingsoven in gebruik te hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Melding en verwijdering van te water geraakte stoffen of
                                    voorwerpen</titel></kop><al>Degene door wiens toedoen een voorwerp of stof vrijkomt of in het
                                water terechtkomt, waardoor gevaar, schade of hinder wordt of kan
                                worden veroorzaakt, draagt ervoor zorg dat:</al><lijst><li nr="a."><al>daarvan onmiddellijk kennis wordt gegeven aan de
                                        havenmeester; en</al></li><li nr="b."><al>de stof of het voorwerp onmiddellijk wordt verwijderd,
                                        tenzij dit redelijkerwijs niet uitvoerbaar is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Veilige toegang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een afgemeerd schip beschikt over een toegang welke geen gevaar
                                    of schade aan personen kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid geldt niet met betrekking tot binnenschepen
                                    waarbij:</al><lijst><li nr="a."><al>de feitelijke situatie dit onmogelijk maakt ten gevolge
                                            van laad- of loshandelingen; of</al></li><li nr="b."><al>het afmeren van korte duur is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Verbod gebruik hoofdmotor</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een afgemeerd schip de hoofdmotor in werking
                                    te hebben, met uitzondering van direct voor vertrek van het
                                    schip.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Bunkeren</titel></kop><al>Het bunkeren van een schip vanaf de wal is alleen toegestaan na
                                melding bij de havenmeester en het gebruik van voldoende
                                veiligheidvoorzieningen zoals een Bunker Overvul Beveiliging (BOB).
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr><titel>Afgifte scheepsafval</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om ander dan huishoudelijk afval te deponeren in
                                    de daartoe geplaatste afvalbakken op het haventerrein.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Spoelwater van ladingrestanten dat conform het “Verdrag inzake
                                    de verzameling , afgifte en inname van afval in de Rijn- en
                                    binnenvaart”, zoals vermeld in deel B in het riool geloosd dient
                                    te worden kan alleen plaatsvinden na toestemming van de
                                    havenmeester en aanwijzing van de betreffende
                                    ontvangstvoorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.8</nr><titel>Deugdelijk afmeren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is eenieder verboden te laden of te lossen op een schip dat
                                    op ondeugdelijke wijze is afgemeerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om de Safe Working Load van aan de wal
                                    geplaatste bolders te overschrijden. De Safe Working Load van
                                    bolders geldt bij een hoek van de tros met de kade van maximaal
                                    45 graden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.9</nr><titel>Gebruik van ankers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een anker te gebruiken, tenzij:</al><al>Dit geschiedt door een drijvende kraan, waarbij zeker is gesteld dat
                                gebruik van een anker geen schade toebrengt aan de in de
                                onderwaterbodem aangebrachte leidingen, kabels, duikers of oever- of
                                kadeverdedigingswerken en het voornemen daartoe overeenkomstig het
                                tweede lid aan de havenmeester is gemeld.</al></li><li nr="2."><al>De melding bedoeld in het eerste lid, onder b, vindt plaats
                                        per telefoon, per marifoon op het daarvoor bestemde kanaal,
                                        per fax of per e-mail.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing of vrijstelling verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.10</nr><titel>Gebruik van spudpalen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een spudpaal te gebruiken, tenzij dit geschiedt
                                    in overeenstemming met ter plaatse aangebrachte verkeerstekens
                                    en nadere aanduidingen als bedoeld in artikel 2.1.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing of vrijstelling verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.11</nr><titel>Opvolgen aanwijzingen havenmeester</titel></kop><al>De gezagvoerder of schipper is op aanwijzing van de havenmeester
                                verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>zijn schip naar een andere ligplaats te brengen;</al></li><li nr="b."><al>te gedogen dat schepen op de zijde van het zijne liggend aan
                                        zijn schip wordt afgemeerd of over zijn schip toegang naar
                                        of van de wal wordt verleend;</al></li><li nr="c."><al>te gedogen dat trossen en lijnen van een schip dat in een
                                        haven verhaald wordt, aan het zijne worden vastgemaakt;</al></li><li nr="d."><al>er voor zorg te dragen, dat een goede en veilige afloop is
                                        zeker gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.12</nr><titel>Gebruik generatoren door binnenschepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verplicht om in de havenkom aan boord van een binnenschip
                                    walstroom te gebruiken, omdat de Rijnhaven wil bijdragen aan een
                                    duurzame samenleving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing of vrijstelling verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.13</nr><titel>Verrichten van werkzaamheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is eenieder verboden om aan, buitenboord of onder een
                                        schip of aan een voorwerp aan boord van een schip
                                        werkzaamheden te verrichten of doen verrichten, die verband
                                        houden met de bedrijfsgereedheid, de aanpassing, het herstel
                                        of de verbetering van het schip of het voorwerp,
                                        tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het schip ligplaats heeft op of bij een scheepswerf
                                                of herstellingsinrichting waarvoor een vergunning
                                                krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
                                                is verleend; of</al></li><li nr="b."><al>per scheepsbezoek aan de haven de te verrichten
                                                werkzaamheden ten hoogste drie dagen in beslag nemen
                                                en er door de werkzaamheden geen gevaar, schade of
                                                hinder kan ontstaan, en:</al><lijst><li nr="1°."><al>als de werkzaamheden plaatsvinden op een tankschip of aan of in
                                een brandstoftank van een schip, er voor de reparatiewerkzaamheden
                                door een gasdeskundige als bedoeld in artikel 4.1 van de
                                Arbeidsomstandighedenregeling een Veiligheids- en
                                Gezondheidsverklaring is afgegeven voor de uit te voeren
                                werkzaamheden;</al></li><li nr="2°."><al>dat doelmatige brandblusmiddelen en personen die met het gebruik
                                van die middelen bekend zijn beschikbaar zijn, en;</al></li><li nr="3°."><al>de werkzaamheden plaatsvinden op ten minste 25 meter van
                                gevaarlijke stoffen of brandbaar materiaal.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                ontheffing verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.14</nr><titel>Ontsmetten van schepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een schip of de lading te ontsmetten door het te
                                    behandelen met gassen of stoffen die gassen afstaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid is het verboden een schip,
                                    geladen met losgestorte bulklading in vaste vorm die is
                                    behandeld met gassen of stoffen die gassen afstaan, te
                                    ontsmetten, tenzij dit wordt gedaan door een gasmeetdeskundige
                                    die in het bezit is van een bewijs van vakbekwaamheid als
                                    bedoeld in artikel 71, tweede en vierde lid, van de Wet
                                    gewasbescherming en biociden, en voor het schip een verklaring
                                    is afgegeven dat het schip en de lading voldoende vrij zijn van
                                    gassen of stoffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.15</nr><titel>Overslagwerkzaamheden van schip naar schip</titel></kop><al>1.Overslagwerkzaamheden van droge ladingschip naar droge ladingschip
                                mag alleen plaatsvinden na melding bij de havenmeester.
                                Overslagwerkzaamheden van tankschip naar tankschip mag alleen
                                plaatsvinden na toestemming van de havenmeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.16</nr><titel>Auto afzetplaats</titel></kop><al><vet>(N.v.t.)</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.17</nr><titel>Zeescheepvaart</titel></kop><al>Zeegaande schepen die onder de ISPS (International Ship Port
                                Security) vallen mogen alleen afmeren aan gecertificeerde
                                havenfaciliteiten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.18</nr><titel>Gebruik van (verkeers)objecten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om meerboeien en tonnen in het openbaar water,
                                    alsmede tekens, lantaarnpalen, bomen of soortgelijke objecten in
                                    de openbare ruimte voor een ander doel te gebruiken dan waarvoor
                                    deze zijn bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om meerpotten, haalkommen, bolders, palen en
                                    andere voor het afmeren bestemde voorwerpen en objecten voor een
                                    ander doel te gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.19</nr><titel>Gedoogplicht ligplaats schepen voor bedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder bedrijf dat aan een haven of een kade is gevestigd, moet
                                    gedogen dat schepen aan de aan zijn vestiging grenzende kade of
                                    oever ligplaats nemen, indien dat door de havenmeester als
                                    noodzakelijk wordt geoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer twee of meer schepen gelijktijdig bij twee aangrenzende
                                    bedrijven moeten laden en/of lossen en een of meer vaartuigen
                                    daarbij gedeeltelijk voor het aangrenzende bedrijf ligplaats
                                    moeten nemen, wordt bij het schip dat het eerst ligplaats heeft
                                    genomen ook het eerst met laden en/of lossen begonnen en dient
                                    het schip dat bij het aangrenzende bedrijf moet laden en/of
                                    lossen, te wachten tot het eerste schip met het laden en/of
                                    lossen gereed is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien bij het schip als bedoeld in het tweede lid, waarbij het
                                    eerst met het laden en/ of lossen is begonnen de overslag
                                    tijdelijk wordt gestaakt, zal het voor de duur van deze
                                    onderbreking plaats moeten maken voor het andere schip.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.20</nr><titel>Veroorzaken geluidshinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden voor vaartuigen in de havens of vaartuigen
                                    liggend aan een steiger of kade, zonder noodzaak geluidssignalen
                                    te geven of anderszins voor de omgeving geluidhinder te
                                    veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet indien en voor zover
                                    de Algemene Plaatselijke Verordening van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.21</nr><titel>AIS-verplichting</titel></kop><al>Het college is bevoegd om ontheffing te verlenen van de permanente
                                verplichting volgens het RPR om de AIS-apparatuur permanent
                                ingeschakeld te hebben.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>4</nr><titel>Handhaving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Aanwijzingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan mondeling of schriftelijk aanwijzingen geven in
                                    het belang van de orde en veiligheid in de haven, in het
                                    bijzonder ter regeling van het scheepvaartverkeer, het nemen van
                                    ligplaats en ter voorkoming van gevaar, schade of hinder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene tot wie een aanwijzing is gericht, is gehouden de
                                    aanwijzing onmiddellijk op te volgen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt
                                gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete
                                van de tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Toezichthoudende ambtenaren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                                    verordening bepaalde zijn belast de havenmeester, en de voorman
                                    veer, haven, markt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarnaast andere personen met dit toezicht
                                    belasten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Betreden van woonruimten</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing
                                van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                                voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of
                                veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van
                                personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder
                                toestemming van de bewoner.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>5</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Haven- en kadeverordening vastgesteld bij raadsbesluit van 15
                                september 1975, nr. 6154,wordt ingetrokken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een krachtens de Havenverordening verleende vergunning, ontheffing
                                of vrijstelling geldt als vergunning, ontheffing of vrijstelling
                                verleend krachtens deze verordening. Burgemeester en wethouders
                                kunnen deze ambtshalve vervangen door een vergunning, ontheffing of
                                vrijstelling krachtens deze verordening. Ambtshalve vervanging kan
                                gepaard gaan met een wijziging van beperkingen en
                                voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2016.</al></li><li nr="2."><al> Deze verordening wordt aangehaald als:
                                            <vet>Haven- en kadeverordening Wageningen 2016</vet></al></li></lijst></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 april 2016. </ondertekening><ondertekening>De voorzitter, </ondertekening><ondertekening>De griffier,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><plaatje><illustratie id="ifa4241f9-ed6d-4c2e-9274-94bfa0444bd0" naam="i274653ifa4241f9-ed6d-4c2e-9274-94bfa0444bd0.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="11.0cm"/></plaatje></al></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Algemeen</titel></kop><al>Deze verordening bevat de kaderstellende regels die van toepassing zijn op
                    schepen wanneer deze een haven aandoen die wordt beheerd door de gemeente.
                    Hiermee worden de gemeentelijke belangen beschermd en tegelijkertijd worden de
                    rechten en plichten van zowel de scheepvaart als de havenbeheerders
                    inzichtelijker gemaakt. Daarbij heeft deze verordening voor ogen dit alles op
                    een overzichtelijke, duidelijke manier te regelen, ontdaan van overbodige regels
                    en administratieve lasten.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hieronder
                    behandeld.</al><tussenkop>Toelichting bij Artikelen 1.1 en 1.2</tussenkop><al>Haven en toepassingsbereik </al><al>Het begrip haven omvat die wateren die in het beheer zijn van de gemeente en die
                    voor de scheepvaart open staan, met inbegrip van de daartoe behorende
                    havenwerken (kades, meeraangelegenheden, etc.). Ter afbakening en
                    verduidelijking is de haven op de kaart in bijlage 1 aangegeven. Deze
                    verordening is daarmee in beginsel van toepassing op alle wateren binnen de
                    gemeentegrenzen die in het beheer zijn van de gemeente en die voor de
                    scheepvaart open staan, evenals de daartoe behorende havenwerken. Binnen het
                    toepassingsbereik vallen ook wateren die aan anderen toebehoren, maar door de
                    gemeente worden beheerd, een openbaar karakter hebben en/ of op enigerlei wijze
                    voor het publiek toegankelijk zijn.</al><tussenkop>Toelichting bij Artikel 1.5 Geldigheidsduur</tussenkop><al>Het tweede lid bepaalt dat een ontheffing, als deze wordt verleend voor een
                    eenmalige gedraging of handeling, wordt verleend voor de duur van die gedraging
                    of handeling, maar niet voor een duur langer dan zes maanden. Een gedraging of
                    handeling die langer duurt dan zes maanden kan worden beschouwd als een
                    activiteit die vergunningplichtig is op grond van de Wet milieubeheer.</al><tussenkop>Toelichting bij Artikel 1.6 Weigerings-, wijzigings- en
                    intrekkingsgronden </tussenkop><al>Onder het bepaalde in onderdeel c worden ook beleidswijzigingen bedoeld. Deze
                    kunnen aanleiding zijn voor intrekking of wijziging van een vergunning of
                    ontheffing. Daarbij worden vanzelfsprekend de algemene beginselen van behoorlijk
                    bestuur in acht genomen. </al><tussenkop>Toelichting artikel 1.8 Normadressaat</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt tot wie de voorschriften van de verordening zich richten.
                    Tenzij uit de tekst anders blijkt, is de kapitein of de schipper
                    verantwoordelijk voor de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                    verordening. De kapitein of schipper is degene die de feitelijke leiding heeft
                    over een schip. Dit is in principe de (papieren) kapitein of schipper, maar kan
                    ook zijn vervanger zijn, of iemand anders van de bemanning die op dat moment de
                    feitelijke leiding heeft. Overalwaar in de verordening staat “het is verboden”,
                    richt de norm zich dus in de eerste plaats tot de kapitein, de schipper, of zijn
                    plaatsvervanger. </al><al>Met nadruk zij hier opgemerkt dat er enkele artikelen in de verordening zijn
                    opgenomen waarin expliciet is bepaald dat “een ieder” zich aan dat voorschrift
                    dient te houden. De normen in die artikelen richten zich derhalve niet tot de
                    kapitein of de schipper, maar tot iedereen. Voor dit systeem is in deze
                    verordening gekozen om eenduidigheid ten aanzien van het normadressaat te
                    verkrijgen. Bijkomend voordeel is dat niet langer in elk artikel afzonderlijk
                    behoeft te worden bepaald tot wie de norm zich richt. </al><al>In het tweede lid is bepaald dat bij afwezigheid van een kapitein of een
                    schipper, de exploitant verantwoordelijk is voor de naleving van het bepaalde
                    bij of krachtens deze verordening. Deze bepaling is opgenomen voor de gevallen
                    waarin een ponton of een ander soort schip is afgemeerd en er geen bemanning
                    (meer) aan boord is.</al><tussenkop>Toelichting artikel 1.9 Aanwijzing havenmeester </tussenkop><al>Artikel 2.1 vormt de basis voor het college om de havenmeester aan te wijzen. </al><al>De hier bedoelde havenmeester is de havenmeester van Wageningen.</al><tussenkop>Toelichting bij Artikel 2.1 Verkeerstekens</tussenkop><al>In het Rijnvaartpolitiereglement (hierna: RPR) is een voor Nederland uniform
                    systeem van verkeerstekens geregeld. Om dit systeem niet te doorkruisen, is in
                    dit artikel vastgelegd dat dezelfde tekens worden gebruikt ten behoeve van de
                    orde en veiligheid in de haven. Het RPR regelt de verkeersafhandeling, terwijl
                    de verordening het havengebruik regelt vanuit bepaalde belangen (milieu, orde en
                    veiligheid). </al><tussenkop>Toelichting bij Artikel 2.2 Ligplaatsenoverzicht</tussenkop><al>Door het vaststellen van een ligplaatsenoverzicht kan het college bepalen waar
                    in de haven schepen ligplaats mogen nemen. Zo nodig kan ook bepaald worden dat
                    bepaalde plaatsen of gebieden bestemd zijn voor schepen van bepaalde categorieën
                    of voor ligplaatsvergunninghouders. Het college werkt dit uit op een kaart. </al><al>Afhankelijk van de situatie bij aankomst in de haven dienen schepen zoveel
                    mogelijk rekening te houden met de volgende afmetingen:</al><lijst><li nr="a."><al>schepen met een lengte van 100 meter of meer zoveel mogelijk op steiger
                            1 of steiger 5</al></li><li nr="b."><al>schepen met een lengte tot 100 meter op de steigers 2 tot en met 4</al></li><li nr="c."><al>schepen met een lengte van minder dan 90 meter kunnen in overleg met de
                            havenmeester afmeren in de havenkom</al></li><li nr="d."><al>kade ’t Stek </al></li></lijst><tussenkop>Toelichting bij Artikel 2.7 Verhalen van schepen</tussenkop><al>In bepaalde gevallen moeten schepen - in verband met de orde, veiligheid of het
                    milieu - verhaald kunnen worden, ook al liggen deze schepen er in
                    overeenstemming met de daarvoor toepasselijke regels of met toestemming van het
                    college. </al><al>De eigenaar, exploitant, beheerder of gebruiker van een schip kan op basis van
                    dit artikel schriftelijk worden verzocht binnen een redelijke termijn het schip
                    te verhalen naar een andere ligplaats. Als medewerking wordt geweigerd, kan het
                    schip verhaald worden. </al><al>Het derde lid regelt dat schepen in verband met de veiligheid of het milieu met
                    spoed – en voor rekening en risico van de exploitant - verhaald kunnen worden
                    als zich een calamiteit voordoet in de haven of als de exploitant onbekend is.
                    Bij een brand zouden de schepen bijvoorbeeld in de weg kunnen liggen voor
                    incidentenbestrijdingsvaartuigen.</al><tussenkop>Toelichting bij Artikel 2.8 Gebruik van voortstuwers, boegschroeven of
                    hekschroeven</tussenkop><al>Dit artikel beoogt bescherming van de onderwaterinfrastructuur in de haven. In,
                    onder en langs de haven bevinden zich onder meer kunstwerken, kabels, tunnels,
                    pijpleidingen, kades en zinkers. Het gebruik van voortstuwers (schroeven),
                    boegschroeven of hekschroeven kan schade veroorzaken aan deze voorzieningen, als
                    het in andere gevallen wordt gebruikt dan voor het bereiken of verlaten van een
                    ligplaats. Onder gebruik wordt in dit geval verstaan, dat de schroeven een
                    daadwerkelijke waterverplaatsing genereren; als de schroeven dit niet doen,
                    zoals bijvoorbeeld het geval is bij een verstelbare schroef in een neutrale
                    positie, dan is dit artikel niet van toepassing.</al><al>Het verbod van dit artikel geldt ook in die situaties waarbij het schip op
                    spudpalen ligt of als men anders dan noodzakelijk voor het ontmeren of afmeren,
                    het schip gaande houdt of tegen de kade of oever drukt waarbij het schip niet
                    met meerdraden is afgemeerd. De waterverplaatsing door schroeven zoals bedoeld
                    in dit artikel is verboden, omdat het gaande houden van schepen in de haven
                    gevaarlijke situaties kan veroorzaken. Voorts kan – met name – het proefdraaien
                    van machines, maar ook het trachten los te komen als een schip aan de grond zit,
                    grote schade veroorzaken. Het bij- of afdraaien door een bunker- of
                    bevoorradingsschip, dat afgemeerd is aan een ander schip, ter voorkoming van
                    schade levert een verwaarloosbaar risico op voor de haveninfrastructuur en is
                    gelet op de vaak moeilijke afmeersituatie ter voorkoming van directe schade
                    aanvaardbaar. </al><al>Ten slotte is in het artikel een verplichting opgenomen dat tijdens het
                    inwerking zijn van voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven een persoon in de
                    stuurhut aanwezig dient te zijn die bekend is met de bediening van het schip. In
                    de praktijk is gebleken dat dit regelmatig niet het geval is. Dit kan tot zeer
                    gevaarlijke en ongewenste situaties leiden. Voor schepen die zijn uitgerust met
                    een “Alleenvaartcertificaat” geldt de verplichting om een persoon in de stuurhut
                    te hebben niet.</al><tussenkop>Toelichting artikel 2.10 </tussenkop><al>In de praktijk van de haven komt het regelmatig voor dat handelingen
                    plaatsvinden, zoals het vasthouden en losmaken van schepen alsmede het zich
                    begeven en bevinden op schepen, die onrechtmatig zijn. Met de invoeging van dit
                    artikel wordt handhaving mogelijk gemaakt.</al><tussenkop>Toelichting bij Artikel 2.11 Melding bedrijfsstoring, gebrek of
                    schade</tussenkop><al>Dit artikel bevat de verplichting om alle bedrijfsstoringen, gebreken of schades
                    aan boord van een schip, die een gevaar voor het schip of de omgeving kunnen
                    opleveren aan de havenmeester te melden. Een voorbeeld hiervan is het niet
                    functioneren van de inert gasinstallatie op een tankschip. De bepaling is van
                    toepassing op alle schepen en is een aanvulling op de meldingsartikelen van de
                    Regeling vervoer gevaarlijke stoffen die alleen van toepassing is op zeeschepen
                    met gevaarlijke stoffen. De melding vindt plaats per telefoon op nummer:
                    06-46008113 of per E-mail op mailadres: haven@wageningen.nl of via de marifoon
                    op VHF-kanaal 12. </al><tussenkop>Toelichting bij Artikel 3.1 Binnenvaren haven met lading, vallende onder
                    de Wet VBG of ADN, verontreiniging van lucht; stank, hinder of risico
                    veroorzakende stoffen</tussenkop><al>Het in het eerste lid gestelde verbod beperkt zich tot handelingen die
                    plaatsvinden aan boord van een schip; handelingen gepleegd aan wal vallen
                    hierbuiten. Het is onder meer verboden om aan boord van een schip , door middel
                    van geperst gas of stoom, het uitlaatgassensysteem van verbrandingsmotoren naar
                    de buitenlucht door te blazen, waardoor roet uit het schip ontsnapt .</al><al>Op grond van het tweede lid kan het college ontheffing verlenen van het verbod,
                    bijvoorbeeld als dit bij kan dragen aan het voorkomen van een schoorsteenbrand
                    bij een schip dat al langer stilligt.</al><tussenkop>Toelichting bij Artikel 3.3 Melding en verwijdering van te water geraakte
                    stoffen of voorwerpen</tussenkop><al>Uit het oogpunt van veiligheid en het voorkomen van belemmeringen van de vaarweg
                    regelt dit artikel dat als stoffen of voorwerpen te water geraken, hiervan
                    onmiddellijk kennis wordt gegeven aan de havenmeester. Deze kennisgeving is niet
                    aan voorschriften verbonden. Vervolgens dient de stof of het voorwerp – voor
                    zover mogelijk – onmiddellijk te worden verwijderd.</al><tussenkop>Toelichting bij Artikel 3.4 Veilige toegang</tussenkop><al>In de havenpraktijk doen zich bij de betreding van schepen regelmatig zeer
                    gevaarlijke en onaanvaardbare situaties voor. Daarom wordt voorgeschreven dat
                    schepen in principe over een toegang dienen te beschikken waardoor – in
                    redelijkheid – geen gevaar of schade voor personen kan ontstaan. </al><al>Voor met name binnenschepen is het in sommige gevallen echter niet mogelijk of
                    zeer onpraktisch om een dergelijke toegang tot het schip mogelijk te maken.
                    Enerzijds is dit het geval bij laad- of loshandelingen. Door het laden of lossen
                    van lading aan boord van een binnenschip, kan het schip aanzienlijk bewegen. In
                    dit soort situaties kan een veilige toegang niet worden gegarandeerd, sterker
                    nog een toegang is in dit soort gevallen juist onveilig. Anderzijds meert een
                    binnenschip soms kort af, bijvoorbeeld om passagiers of een auto af te zetten.
                    Om bij dit soort korte handelingen van een binnenschipper te eisen dat hij een
                    veilige toegang creëert, zou een onevenredige belasting voor een binnenschipper
                    opleveren.</al><tussenkop>Toelichting bij Artikel 3.5 Verbod gebruik hoofdmotor</tussenkop><al>Het komt zeer regelmatig voor dat afgemeerde schepen hun hoofdmotor onnodig
                    laten draaien, anders dan direct voor vertrek van het schip. Dit betekent een
                    onnodige belasting van het milieu en het kan hinder voor omwonenden veroorzaken.
                    Het artikel betreft geen absoluut verbod, maar is afhankelijk van een aanwijzing
                    van gebieden door het college. Bovendien kan het college ontheffing verlenen van
                    het verbod, bijvoorbeeld ten dienste van proefdraaien van de hoofdmotor.</al><tussenkop>Toelichting bij Artikel 3.8 Deugdelijk afmeren</tussenkop><al>In de praktijk komt het regelmatig voor dat een schip slechts op een steekeind
                    is afgemeerd en men vervolgens overgaat tot lossen of laden. Hierdoor bestaat
                    het gevaar dat lading in het oppervlaktewater wordt gemorst of materiële schade
                    aan schip of haveninfrastructuur ontstaat. Om hiertegen op te kunnen treden is
                    dit artikel opgenomen. De hier geformuleerde norm richt zich tot ‘eenieder’;
                    hierdoor kan ook degene die het schip laadt of lost vanaf de wal gehouden worden
                    aan de verplichting.</al><tussenkop>Toelichting bij Artikel 3.9 Gebruik van ankers</tussenkop><al>In de onderwaterbodem van de haven bevinden zich op een groot aantal plaatsen
                    infrastructurele voorzieningen, zoals, bodembescherming, leidingen en kabels.
                    Het gebruikmaken van ankers zonder vooraf kennis te nemen van de locaties van
                    deze infrastructurele voorzieningen kan leiden tot beschadiging hiervan. Om dit
                    te voorkomen is als uitgangspunt genomen dat het in de haven verboden is van een
                    anker gebruik te maken, met uitzondering van de gevallen genoemd in het eerste
                    lid.</al><tussenkop>Toelichting bij Artikel 3.10 Gebruik van spudpalen</tussenkop><al>In de onderwaterbodem van de haven bevinden zich op een groot aantal plaatsen
                    infrastructurele voorzieningen, zoals, bodembescherming, leidingen en kabels.
                    Het gebruikmaken van spudpalen zonder vooraf kennis te nemen van de locaties van
                    deze infrastructurele voorzieningen kan leiden tot beschadiging hiervan. Om dit
                    te voorkomen is als uitgangspunt genomen dat het in de haven verboden is van
                    spudpalen gebruik te maken, tenzij dit geschied overeenkomstig de aangebrachte
                    verkeerstekens en nadere aanduidingen. Daarnaast kan het college ontheffing of
                    vrijstelling verlenen van het verbod, voor zover daartoe aanleiding is.]</al><tussenkop>Toelichting bij Artikel 3.12 Gebruik generatoren door
                    binnenschepen</tussenkop><al>Het is verboden om in een door het college aan te wijzen gebied aan boord van
                    een binnenschip een generator te gebruiken. In het kader van het leveren van een
                    bijdrage aan het verbeteren van de (lokale) luchtkwaliteit worden in de haven
                    bij de openbare ligplaatsen voor de binnenvaart aansluitingen voor de afname van
                    elektriciteit (ten behoeve van de binnenvaart) gerealiseerd. Op het moment dat
                    het op een ligplaats dermate druk is met binnenschepen dat geen aansluitingen
                    meer beschikbaar zijn (bijvoorbeeld tijdens kerst of andere feestdagen), of voor
                    binnenschepen die voor hun elektriciteitsvoorziening meer stroom nodig hebben
                    dan de walstroomvoorziening kan leveren, kan het college ontheffing of
                    vrijstelling verlenen van het verbod. </al><tussenkop>Toelichting bij Artikel 3.13 Verrichten van werkzaamheden</tussenkop><al>Dit artikel geeft regels over het verrichten van werkzaamheden aan schepen;
                    hieronder vallen ook werkzaamheden die buitenboord of onderwater aan het schip
                    plaatsvinden. Het verbod richt zich tot ‘eenieder’.</al><al>Grote reparaties aan schepen vinden doorgaans plaats op of aan een werf of in
                    een dok. Kleine reparaties worden echter vaak aan boord verricht door de eigen
                    bemanning of door buitenstaanders. Het verrichten van reparaties kan onder
                    bepaalde omstandigheden gevaren met zich meebrengen. </al><al>Teneinde te voorkomen dat een kleine scheepsreparatie buiten een werf of
                    herstellingsinrichting tot een reparatie van grote omvang, met inherente
                    veiligheidsrisico's en grote tijdsduur uitgroeit, is in het eerste lid, onder b,
                    opgenomen dat de reparatieduur ten hoogste drie dagen mag duren. Als de
                    werkzaamheden langer dan drie dagen in beslag nemen, kan ontheffing worden
                    aangevraagd op grond van het tweede lid.</al><tussenkop>Toelichting bij Artikel 3.14 Ontsmetten van schepen</tussenkop><al>Omdat tijdens het gassen van ruimten aan boord van een schip (het ontsmetten)
                    risico's kunnen ontstaan voor het havengebied is dit in beginsel verboden. </al><al>Het verbod te ontsmetten van het tweede lid is beperkt tot schepen die zijn
                    geladen met losgestorte bulklading in vaste vorm. Hierdoor worden alle
                    containerschepen van de toepassing uitgesloten. Deze schepen hebben containers
                    als lading onder gas aan boord en zouden dus allemaal een ontheffing dienen te
                    krijgen, hetgeen niet wenselijk is. Het onder gas staan van te vervoeren
                    containers is in de IMDG-Code geregeld, inclusief de labeling. Het onder gas
                    zetten van containers geschiedt binnen een inrichting en valt onder de
                    vergunningplicht uit de Wet milieubeheer. Er wordt tevens rekening met schepen
                    die in het buitenland zijn beladen met aldaar (in de silo) aan de wal ontsmette
                    lading, die in de haven wordt gelost. Deze lading kan eveneens bepaalde risico’s
                    met zich meebrengen.</al><al>In het derde lid is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen. In de praktijk zal de
                    havenmeester namens het college bepalen of in het specifieke geval mag worden
                    ontsmet en waar dat, met het oog op de veiligheid van de omgeving, dient plaats
                    te vinden.</al><tussenkop>Toelichting bij Artikel 3.17 Zeescheepvaart</tussenkop><al>De ISPS code is een internationaal voorschrift dat verplicht tot maatregelen
                    voor de beveiliging van schepen en havenvoorzieningen. De ISPS code regelt de
                    veiligheidssituatie aan boord van schepen en op plaatsen waar schip en kade
                    samenkomen.</al><al>In Wageningen zijn er geen havenfaciliteiten die structureel voldoen aan de ISPS
                    code. Indien een bedrijf niet in het bezit is van een goedgekeurd
                    veiligheidsplan mag deze geen zeeschepen behandelen. In incidentele gevallen kan
                    er gebruik gemaakt worden van een eenmalig veiligheidsplan. De gemeente
                    Wageningen beschikt in dit kader over een veiligheidsofficier (PSO).</al><tussenkop>Toelichting bij artikel 3.18 gebruik van (verkeers) objecten</tussenkop><al>Dit artikel is ondermeer opgenomen om te voorkomen dat bijvoorbeeld kleine
                    schepen lantaarnpalen en/of verkeersborden gebruiken voor het afmeren </al><tussenkop>Toelichting Artikel 3.21 AIS-verplichting</tussenkop><al>Grote schepen, schepen met een lengte van 20 meter of meer hebben conform het
                    RPR de verplichting om permanent de AIS-apparatuur ingeschakeld te hebben. Voor
                    schepen die wat langer liggen zoals ook recreatieschepen kan dit bezwaarlijk
                    zijn door het energieverbruik van de apparatuur. Ook het privacy aspect speelt
                    hier een rol.</al><tussenkop>Toelichting bij Artikel 4.4 Betreden van woonruimten</tussenkop><al>In artikel 5:15 van de Awb, is bepaald dat een toezichthouder een woning niet
                    mag betreden als de bewoner daar geen toestemming voor geeft. De bevoegdheid tot
                    het binnentreden is gestoeld op artikel 149a van de Gemeentewet. Artikel 149a
                    strekt ertoe dat de gemeenteraad in bepaalde gevallen de bevoegdheid kan
                    verlenen tot het binnentreden in woningen zonder toestemming van de bewoner. Het
                    gaat hier om binnentreden ter uitoefening van toezicht en opsporing in verband
                    met de naleving van voorschriften inzake handhaving van de openbare orde of
                    veiligheid en bescherming van het leven of de gezondheid van personen. Het
                    binnentreden in woningen behoort niet tot de bevoegdheden die afdeling 5.2 van
                    de Awb aan iedere toezichthouder verleent. De bevoegdheid tot uitoefening van
                    bestuursdwang is in de Gemeentewet voor alle gevallen geregeld in artikel 125.
                    De Algemene wet op het binnentreden is ook hier van toepassing, zodat voor
                    binnentreden zonder toestemming van de bewoner een machtiging noodzakelijk is.
                    De Algemene wet op het binnentreden maakt onderscheid tussen het bevoegd zijn
                    tot binnentreden in een woning en het nodig hebben van een machtiging om tot
                    binnentreden in een woning in een concreet geval over te mogen gaan. Artikel
                    149a attribueert aan de gemeenteraad de bevoegdheid om personen de bevoegdheid,
                    en dus niet de machtiging, te verlenen tot binnentreden. Op grond van art. 5:27,
                    tweede lid, van de Awb is het bestuursorgaan dat bestuursdwang toepast bevoegd
                    tot het verlenen van deze machtiging. De bevoegdheid tot binnentreden zal
                    slechts uitgeoefend mogen worden voor zover dat redelijkerwijs voor de
                    vervulling van de taak waarvoor binnen wordt getreden, nodig is.</al><al>Opgemerkt wordt dat onder het begrip ‘woning’ tevens een woning aan boord van
                    een schip moet worden verstaan.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>