<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR407931_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Gemeente Krimpenerwaard</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Krimpenerwaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Krimpenerwaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-67925.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAlle%26spd%3d20150619%26epd%3d20150619%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dKrimpenerwaard%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=4&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad 27-05-2016, Nr. 67925 </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Gemeente Krimpenerwaard</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Jeugdwet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Leerplichtwet 1969</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet bescherming persoonsgegevens</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-01-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-05-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Gemeente Krimpenerwaard</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente
                        Krimpenerwaard</al><al/><al><cursief>Overwegende</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>dat hij verantwoordelijk is voor een goede kwaliteit van de
                                dienstverlening aan zijn klanten </al></li><li nr="-"><al>dat deze verantwoordelijkheid zeker ook aan de orde is in geval van
                                dienstverlening aan klanten die (vermoedelijk) te maken hebben met
                                huiselijk geweld of kindermishandeling;</al></li><li nr="-"><al>dat van de medewerkers die werkzaam zijn bij de gemeente
                                Krimpenerwaard op basis van deze verantwoordelijkheid
                                wordt verwacht dat zij in alle contacten met klanten attent zijn op
                                signalen die kunnen duiden op huiselijk geweld of kindermishandeling
                                en dat zij effectief reageren op deze signalen;</al></li><li nr="-"><al>dat de gemeente Krimpenerwaard een meldcode wenst vast te
                                stellen zodat de medewerkers die binnen gemeente Krimpenerwaard
                                werkzaam zijn weten welke stappen van hen worden verwacht bij
                                signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling;</al></li><li nr="-"><al>dat de gemeente Krimpenerwaard in deze code ook vastlegt
                                op welke wijze zij de medewerkers bij deze stappen ondersteunt;</al></li><li nr="-"><al>dat onder <cursief>huiselijk geweld </cursief>wordt verstaan:
                                lichamelijk, geestelijk of seksueel geweld, of bedreiging daarmee
                                door iemand uit de huiselijke kring, waarbij onder geweld wordt
                                verstaan: de fysieke, seksuele of psychische aantasting van de
                                persoonlijke integriteit van het slachtoffer, daaronder ook begrepen
                                ouderenmishandeling, vrouwelijke genitale verminking, huwelijksdwang
                                en eergerelateerd geweld. Tot de huiselijke kring van het
                                slachtoffer behoren: (ex-) partners gezinsleden, familieleden en
                                huisvrienden;</al></li><li nr="-"><al>dat onder <cursief>kindermishandeling </cursief>wordt verstaan:
                                iedere vorm van een voor een minderjarige bedreigende of
                                gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard,
                                die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de
                                minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid
                                staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt
                                berokkend, of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de
                                vorm van fysiek of psychisch letsel, daaronder ook begrepen
                                eergerelateerd geweld, huwelijksdwang, vrouwelijke genitale
                                verminking en het als minderjarige getuige zijn van huiselijk geweld
                                tussen ouders en/of andere huisgenoten;</al></li><li nr="-"><al>dat onder <cursief>medewerker</cursief> wordt verstaan: de
                                beroepskracht die voor gemeente Krimpenerwaard werkzaam is (in de
                                uitvoering van de wettelijke taken van de afdeling Sociaal Domein en
                                Sociale Zaken) en die in dit verband aan klanten van de organisatie
                                zorg, begeleiding, onderwijs, of een andere wijze van ondersteuning
                                biedt;</al></li><li nr="-"><al>dat onder <cursief>klant </cursief>in deze code wordt verstaan:
                                iedere persoon aan wie de medewerker zijnprofessionele diensten
                                verleent.</al></li><li nr="-"><al>dat onder <cursief>leidinggevende</cursief> wordt verstaan:
                                teamleider uitvoering (Sociaal Domein) of afdelingsmanager (Sociale
                                Zaken). </al><al/></li></lijst><al><cursief>In aanmerking nemende</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>Jeugdwet;</al></li><li nr="-"><al>Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;</al></li><li nr="-"><al>Leerplichtwet 1969;</al></li><li nr="-"><al>Wet bescherming persoonsgegevens;</al><al/></li></lijst><al><cursief>stelt de volgende Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling
                            vast.</cursief></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><nr>1.</nr><titel>Stappenplan bij signalen van huiselijk geweld en
                            kindermishandeling</titel></kop><structuurtekst><al>De twee wettelijke meldrechten voor huiselijk geweld en voor
                            kindermishandeling bieden alle medewerkers met een beroepsgeheim of een
                            andere zwijgplicht, het recht om een vermoeden van kindermishandeling of
                            huiselijk geweld te melden, ook als zij daarvoor geen toestemming hebben
                            van hun klant. Zie voor de wetteksten artikel 7.1.4.1 van de Jeugdwet en
                            artikel 5.2.6 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Deze beide
                            wettelijke meldrechten maken een inbreuk mogelijk op het beroepsgeheim
                            van bijvoorbeeld artsen, psychiaters, verpleegkundigen, maatschappelijk
                            werkers, psychologen, pedagogen, verloskundigen en werkers in de
                            jeugdzorg of in de reclassering.</al><al/><al>De stappen van de meldcode beschrijven hoe een medewerker met een
                            geheimhoudingsplicht op een zorgvuldige wijze om gaat met deze
                            meldrechten.</al></structuurtekst><afdeling><kop><label>Stap</label><nr>1</nr><titel>In kaart brengen van signalen</titel></kop><artikel><kop><titel/></kop><lijst><li nr="a)"><al>De medewerker brengt de signalen die een vermoeden van
                                        huiselijk geweld of kindermishandeling bevestigen of
                                        ontkrachten in kaart. De medewerker Sociaal Domein of
                                        Sociale Zaken legt deze vast in het registratiesysteem.</al></li><li nr="b)"><al>De medewerker raadpleegt in dit kader ook andere medewerkers
                                        van de gemeente die uit hoofde van hun functie contact
                                        (kunnen) hebben met de klant en mogelijk ook signalen hebben
                                        kunnen vernemen die kunnen duiden op huiselijk geweld of
                                        kindermishandeling bij deze klant. Zo kan Sociale Zaken
                                        contact opnemen met Sociaal Domein en andersom of
                                        bijvoorbeeld met de afdeling Openbare Orde en
                                        Veiligheid.</al><al/><al>De medewerker legt ook deze contacten over de signalen vast,
                                        evenals de stappen die worden gezet en de besluiten die
                                        worden genomen.</al></li><li nr="c)"><al>Kindcheck</al><al>De kindcheck wordt uitgevoerd bij bepaalde volwassen
                                        klanten. Het gaat om klanten die in een lichamelijke of
                                        geestelijke conditie of in andere omstandigheden (huiselijk
                                        geweld, middelen gebruik, ernstige psychische problematiek)
                                        verkeren die een risico kunnen vormen voor de veiligheid of
                                        de ontwikkeling van de kinderen die voor hun zorg van hen
                                        afhankelijk zijn. De kindcheck bij deze klanten wil zeggen
                                        dat de medewerker aan de klant vraagt of onderzoekt of de
                                        klant kinderen heeft die voor hun zorg van hem/haar
                                        afhankelijk zijn. </al><al/><al>Is dat het geval, dan legt de medewerker het volgende
                                        vast:</al><lijst><li nr="-"><al>het aantal en de leeftijd van deze kinderen.</al></li><li nr="-"><al>of de klant alleen de zorg heeft voor zijn kinderen
                                                of dat de zorg gedeeld wordt ((ex-)partner of
                                                anderen).</al></li><li nr="-"><al>‘oudersignalen’ vastleggen die aanleiding geven tot
                                                twijfels over de veiligheid of de gezonde
                                                ontwikkeling van de kinderen.</al></li></lijst><al/><al>Het kan naast ouders met minderjarige kinderen ook gaan om
                                        een zwangere ouder.</al></li><li nr="d)"><al>Betreffen de signalen, huiselijk geweld of
                                        kindermishandeling gepleegd door een collega, dan meldt de
                                        medewerker de signalen eerst bij de leidinggevende en daarna
                                        – indien nodig of indien leidinggevende niet beschikbaar –
                                        bij de directie. In dat geval is dit stappenplan niet van
                                        toepassing (Richtlijn protocol klachtenbehandeling).</al></li><li nr="e)"><al>De medewerker beschrijft de signalen zo feitelijk mogelijk;
                                        vermijd aannames. Worden ook hypothesen en
                                        veronderstellingen vastgelegd, vermeld dan uitdrukkelijk dat
                                        het gaat om een hypothese of veronderstelling. Maak een
                                        vervolgaantekening als een hypothese of veronderstelling
                                        later wordt bevestigd of ontkracht. Vermeld de bron als er
                                        informatie van derden wordt vastgelegd. Leg diagnoses alleen
                                        vast als ze zijn gesteld door een bevoegde medewerker.</al></li><li nr="f)"><al>In de signaleringscriteria voor JeugdMATCH is op genomen dat
                                        een medewerker een signaal afgeeft in JeugdMATCH (Landelijke
                                        VerwijsIndex Risicojongeren) als: </al><lijst><li nr="-"><al>Het noodzakelijk is om met de Meldcode te werken (in
                                                stap 1 zou t.b.v. stap 2 een signaal moeten worden
                                                afgegeven);</al></li><li nr="-"><al>Het noodzakelijk is om vanuit de Meldcode een
                                                Kindcheck uit te voeren (inzake volwassenen die
                                                ouder van een kind zijn);</al></li></lijst></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Stap</label><nr>2</nr><titel>Collegiale consultatie en zo nodig raadplegen van Veilig Thuis
                                (het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling) of
                                een deskundige op het gebied van letselduiding</titel></kop><structuurtekst><al>De medewerker bespreekt de signalen met een of meerdere directe
                                (deskundige) collega’s en leidinggevende
                                (afdelingsmanager/teamleider). </al><al/><al>De medewerker vraagt zo nodig ook advies aan:</al><lijst><li nr="-"><al>Veilig Thuis </al></li><li nr="-"><al>Een deskundige op het gebied van letselduiding (wanneer
                                        sprake is van (zichtbaar) letsel en er behoefte is aan meer
                                        duidelijkheid over de aard en oorzaak van het letsel): kan
                                        via Veilig Thuis.</al></li></lijst><al/><al>Let op: het raadplegen van bovenstaande partijen kan anoniem
                                gebeuren. Het gaat hier namelijk om het vragen van advies en niet om
                                het doen van een melding.</al><al/><al>Leg de uitkomsten van stap 2 vast.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Stap</label><nr>3</nr><titel>Gesprek met de betrokkene(n)</titel></kop><structuurtekst><al>De medewerker bespreekt de signalen met de betrokkene(n)
                                    <onderstreept>altijd </onderstreept><onderstreept>in
                                    aanwezigheid van een collega</onderstreept>. </al><al>Voor ondersteuning bij het voorbereiden of het voeren van het
                                gesprek met de klant, raadpleegt de medewerker een directe collega
                                en/of Veilig Thuis.</al><al/><al>De medewerker:</al><lijst><li nr="1."><al>legt de klant het doel uit van het gesprek;</al></li><li nr="2."><al>beschrijft de feiten die hij/zij heeft vastgesteld en de
                                        waarnemingen die zijn gedaan, ook oudersignalen;</al></li><li nr="3."><al>nodigt de klant uit om een reactie hierop te geven;</al></li><li nr="4."><al>komt pas na deze reactie zo nodig en zo mogelijk met een
                                        interpretatie van hetgeen hij/zij heeft gezien, gehoord en
                                        waargenomen.</al></li></lijst><al/><al>In geval van vrouwelijke genitale verminking kan de medewerker
                                daarbij de Verklaring tegen meisjesbesnijdenis gebruiken. Deze
                                verklaring is in diverse talen beschikbaar via
                                www.meisjesbesnijdenis.nl. </al><al/><al>Het doen van een melding zonder dat de signalen zijn besproken met
                                de klant, <onderstreept>is alleen mogelijk</onderstreept> als:</al><lijst><li nr="-"><al>er concrete aanwijzingen zijn dat de veiligheid van de
                                        klant, die van de medewerker, of die van een ander in het
                                        geding is;</al></li><li nr="-"><al>als de medewerker goede redenen heeft om te veronderstellen
                                        dat de klant door dit gesprek het contact met hem/haar zal
                                        verbreken én dat de klant daardoor niet voldoende meer kan
                                        worden beschermd tegen het mogelijk geweld;</al></li><li nr="-"><al>er sprake is van een zodanig urgente situatie dat een
                                        directe melding geen uitstel duldt.</al></li></lijst><al/><al>Leg de uitkomsten (o.a. datum gesprek, reactie klant) van stap 3
                                vast.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Stap</label><nr>4</nr><titel>Weeg de aard en de ernst van het huiselijk
                                geweld of de kindermishandeling</titel></kop><structuurtekst><al>De medewerker weegt op basis van de signalen, van het ingewonnen
                                advies en van het gesprek met de klant, het risico op huiselijk
                                geweld of kindermishandeling. De medewerker weegt eveneens de aard
                                en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. De
                                afweging van de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de
                                kindermishandeling vindt plaats op basis van een risicotaxatie. </al><al/><al>De medewerker gebruikt hiervoor:</al><lijst><li nr="-"><al>voor jeugdigen de Licht Instrument Risicotaxatie
                                        Kindveiligheid (LIRIK)</al></li></lijst><al/><al>Hierbij spelen de volgende elementen een rol: </al><lijst><li nr="-"><al>Veiligheid: is er een acute dreiging waarbij de veiligheid
                                        van het slachtoffer niet gegarandeerd kan worden?</al></li><li nr="-"><al>Hoe gewelddadig is het? Moet het geweld direct stoppen?</al></li><li nr="-"><al>Duur van de situatie. Hoe lang speelt dit al? Ernst van de
                                        gevolgen.</al></li><li nr="-"><al>Isolement. Kan de situatie m.b.v. direct betrokkenen worden
                                        doorbroken?</al></li></lijst><al/><al>De medewerker raadpleegt bij twijfel altijd Veilig Thuis. Twijfel
                                kan bestaan over het risico, de aard en de ernst van het huiselijk
                                geweld of de kindermishandeling.</al><al/><al>Leg de uitkomsten (o.a. datum gesprek, reactie klant) van stap 4
                                vast.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Stap</label><nr>5</nr><titel>Beslissen: geen actie, melden of zelf hulp organiseren</titel></kop><structuurtekst><al>De leidinggevende is eindverantwoordelijk voor de beslissing over
                                het al dan niet doen van een melding.</al><tussenkop> A) Geen actie: vastleggen</tussenkop><al>Indien op basis van de overwegingen van stap 1 tot en met 4 de
                                    vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling worden
                                    weggenomen, legt de medewerker de doorlopen stappen in het
                                    registratiesysteem vast. De medewerker stemt e.e.a. af met de
                                    leidinggevende.</al><tussenkop> B) Melden en bespreken met de klant</tussenkop><al>Indien op basis van de overwegingen van stap 1 tot en met 4 de
                                    vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling
                                        <onderstreept>niet</onderstreept> worden weggenomen, doet de
                                    medewerker een melding. De medewerker bespreekt de melding
                                    vooraf met de klant (dwz. kind en/of volwassene) altijd in
                                    aanwezigheid van een collega.</al><al/><al>In het geval van:</al><lijst><li nr="-"><al>kinderen jonger dan 12 jaar: bespreek de melding alleen
                                            met de ouder(s);</al></li><li nr="-"><al>kinderen tussen de 12 en 16 jaar: bespreek de melding
                                            met het kind en de ouder(s);</al></li><li nr="-"><al>kinderen vanaf 16 jaar: bespreek de melding alleen met
                                            het kind.</al></li></lijst><al/><al>De medewerker doorloopt de volgende stappen.</al><lijst><li nr="-"><al>brengt de leidinggevende op de hoogte van het
                                            voorgenomen besluit om met de klant in gesprek te gaan
                                            én het voornemen om een melding te gaan doen;</al></li><li nr="-"><al>leg de klant uit waarom hij/zij van plan is een melding
                                            te gaan doen en wat het doel daarvan is;</al></li><li nr="-"><al>vraag de klant uitdrukkelijk om een reactie;</al></li><li nr="-"><al>in geval van bezwaren van de klant, overlegt op welke
                                            wijze hij/zij tegemoet kan komen aan deze bezwaren;</al></li><li nr="-"><al>is dat niet mogelijk, weeg de bezwaren dan af tegen de
                                            noodzaak om de klant of zijn gezinslid te beschermen
                                            tegen het geweld of de kindermishandeling. Betrekt in
                                            zijn/haar afweging de aard en de ernst van het geweld en
                                            de noodzaak om de klant of zijn gezinslid door het doen
                                            van een melding daartegen te beschermen;</al></li><li nr="-"><al>besluit tot een melding indien naar zijn/haar oordeel de
                                            bescherming van de klant of zijn gezinslid de doorslag
                                            moet geven;</al></li><li nr="-"><al>brengt zijn/haar leidinggevende op de hoogte van de
                                            resultaten van het gesprek en het definitieve besluit om
                                            te willen melden;</al></li><li nr="-"><al>doet, nadat akkoord van de leidinggevende, de
                                            melding.</al></li></lijst><al/><al>De medewerker kan <onderstreept>afzien van
                                        </onderstreept><onderstreept>contact</onderstreept><onderstreept>(</onderstreept><onderstreept>en</onderstreept><onderstreept>)
                                        met de klant</onderstreept> over de melding, als:</al><lijst><li nr="-"><al>er concrete aanwijzingen zijn dat de veiligheid van de
                                            klant, die van de medewerker, of die van een ander in
                                            het geding is;</al></li><li nr="-"><al>als de medewerker goede redenen heeft om te
                                            veronderstellen dat de klant door dit gesprek het
                                            contact met hem/haar zal verbreken én dat de klant
                                            daardoor niet voldoende meer kan worden beschermd tegen
                                            het mogelijk geweld;</al></li><li nr="-"><al>er sprake is van een zodanig urgente situatie dat een
                                            directe melding geen uitstel duldt.</al></li></lijst><al/><al>De medewerker kan de klant niet voldoende tegen het risico op
                                    huiselijk geweld of op kindermishandeling beschermen of twijfelt
                                    er aan of hij/zij voldoende bescherming hiertegen kan bieden. De
                                    medewerker doorloopt de volgende stappen.</al><lijst><li nr="-"><al>breng uw leidinggevende op de hoogte van uw voorgenomen
                                            besluit;</al></li><li nr="-"><al>meld uw vermoeden bij Veilig Thuis;</al></li><li nr="-"><al>sluit bij uw melding zoveel mogelijk aan bij feiten en
                                            gebeurtenissen en geef duidelijk aan indien de
                                            informatie die u meldt (ook) van anderen afkomstig
                                            is;</al></li><li nr="-"><al>overleg bij uw melding met Veilig Thuis wat u na de
                                            melding, binnen de grenzen van uw gebruikelijke
                                            werkzaamheden, zelf nog kunt doen om de klant en zijn
                                            gezinsleden tegen het risico op huiselijk geweld of op
                                            mishandeling te beschermen;</al></li><li nr="-"><al>breng uw leidinggevende op de hoogte van de gedane
                                            melding.</al></li></lijst><tussenkop> C) Hulp organiseren en effecten volgen</tussenkop><al>De medewerker meent, op basis van de afweging in stap 4, dat hij/zij
                                de klant en zijn gezin redelijkerwijs voldoende tegen het risico op
                                huiselijk geweld of op kindermishandeling kan beschermen. De
                                medewerker:</al><lijst><li nr="-"><al>brengt de leidinggevende op de hoogte van het voorgenomen
                                        besluit om hulp te organiseren;</al></li><li nr="-"><al>leidt de klant toe naar de noodzakelijke hulp;</al></li><li nr="-"><al>zodra de klant is toegeleid naar noodzakelijke
                                        ondersteuning, ligt de verantwoordelijkheid bij de betrokken
                                        organisatie. Deze organisatie volgt de effecten van de hulp
                                        en doet (als dit nodig is) alsnog een melding als er
                                        signalen zijn dat het huiselijk geweld of de
                                        kindermishandeling niet stopt of opnieuw begint. </al></li><li nr="-"><al>brengt de leidinggevende op de hoogte van de gedane
                                        stappen.</al></li></lijst><al/><al>De medewerker doet alsnog een melding als er signalen zijn dat het
                                huiselijk geweld of de kindermishandeling niet stopt of opnieuw
                                begint.</al><al/><al>Leg de uitkomsten (o.a. datum gesprek, reactie klant) van stap 5
                                vast.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>2.</nr><titel>Verdeling van verantwoordelijkheden voor het zetten van de stappen en
                            het beslissen over het al dan niet doen van een melding.</titel></kop><afdeling><kop><titel>Het zetten van de stappen van de meldcode is een
                                verantwoordelijkheid van:</titel></kop><structuurtekst><al> alle medewerkers die in de uitvoering werken binnen de afdeling
                                Sociaal Domein en Sociale Zaken. Het gaat hier om zowel medewerkers
                                in gemeentelijke dienst als tijdelijke (ingehuurde) medewerkers.
                                Gelet op de taken en verantwoordelijkheden, wordt van hen verwacht
                                dat zij alle stappen van de meldcode zetten. </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Als aandachtsfunctionaris huiselijk geweld of kindermishandeling
                                kan worden geraadpleegd:</titel></kop><structuurtekst><al>Binnen de afdeling Sociaal Domein wordt een aandachtsfunctionaris
                                Huiselijk Geweld en Kindermishandeling aangesteld. Op deze
                                functionaris kan door de medewerkers een beroep gedaan worden voor
                                advies en ondersteuning bij het zetten van de stappen van de
                                meldcode. </al><al>De functionaris vervult een belangrijke rol in de ondersteuning van
                                de medewerkers en van de leidinggevenden van de gemeente in de
                                aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling en bij het volgen
                                van de stappen van de meldcode.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Verantwoordelijk voor het besluit in stap 5 voor het al dan niet
                                doen van een melding zijn:</titel></kop><structuurtekst><al>De medewerkers, <onderstreept>na het akkoord</onderstreept> van hun
                                leidinggevende; leidinggevenden. Gelet op de taken en
                                verantwoordelijkheden, zijn zij verantwoordelijk voor de beslissing
                                om al dan niet een melding te doen.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>3.</nr><titel>Verantwoordelijkheden van de gemeente Krimpenerwaard voor het
                            scheppen van randvoorwaarden voor een veilig werk- en
                            meldklimaat</titel></kop><structuurtekst><al>Gelet op de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en
                            kindermishandeling draagt het bevoegd gezag van de gemeente
                            Krimpenerwaard er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="• "><al>er binnen de organisatie een meldcode beschikbaar is die voldoet
                                    aan de eisen van de wet;</al></li><li nr="• "><al>er binnen de organisatie bekendheid wordt gegeven aan het doel
                                    en de inhoud van de meldcode;</al></li><li nr="• "><al>regelmatig een aanbod wordt gedaan van trainingen en andere
                                    vormen van deskundigheidsbevordering zodat medewerkers voldoende
                                    kennis en vaardigheden ontwikkelen en ook op peil houden voor
                                    het signaleren van huiselijk geweld en kindermishandeling en
                                    voor het zetten van de stappen van de code;</al></li><li nr="• "><al>de meldcode wordt opgenomen in het inwerkprogramma van nieuwe
                                    medewerkers;</al></li><li nr="• "><al>er voldoende deskundigen beschikbaar zijn die de medewerkers
                                    kunnen ondersteunen bij het signaleren en het zetten van de
                                    stappen van de code;</al></li><li nr="• "><al>de meldcode aansluit op de werkprocessen binnen de
                                    organisatie;</al></li><li nr="• "><al>de werking van de meldcode regelmatig wordt geëvalueerd en dat
                                    zonodig acties in gang worden gezet om de kennis en het gebruik
                                    van de meldcode te bevorderen.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><titel/></kop><al>Deze gedragscode treedt in werking met ingang van 1 januari 2016</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ondertekening college van burgemeester en wethouders gemeente
                        Krimpenerwaard, op 12 januari 2016. </ondertekening><ondertekening>De secretaris, mevrouw mr. M. Plantinga</ondertekening><ondertekening>De burgemeester, mr. T.P.J. Bruinsma </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>