<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR407919_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Controleverordening gemeente Heerhugowaared 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-07-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Publicatie via www.officielebekendmakingen.nl d.d. 10-6-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Controleverordening gemeente Heerhugowaard 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 213 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-05-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB2016025</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>verordeningen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Controleverordening gemeente Heerhugowaared 2016 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr.RB2016025</al><al/><al>de Raad van de gemeente Heerhugowaard;</al><al/><al>gelezen het voorstel van auditcommissie d.d. 24 maart 2016</al><al/><al>gelet op artikel 213 Gemeentewet</al><al/><al>b e s l u i t</al><al/><al>De controleverordening gemeente Heerhugowaard 2016 vast te stellen, onder
                        gelijktijdigeintrekking van de Controleverordening gemeente
                        Heerhugowaard.</al><al>De ingangsdatum van deze verordening is 1 juli 2016, met dien verstande dat
                        de oudeControleverordening van toepassing blijft voor de controle van het
                        boekjaar 2015 en 2016.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>accountant</vet> een door de raad benoemde:</al><lijst><li nr="·"><al>registeraccountant of </al></li></lijst></li></lijst><al>·accountant-administratieconsulent met een aantekening in het
                        inschrijvingsregister als bedoeld in het derde lid van artikel 36, Wet op de
                        Accountant-Administratieconsulenten </al><al>of</al><al>·organisatie waarin voor de accountantscontrole bevoegde accountants
                        samenwerken, belast met de controle van de in artikel 197 Gemeentewet
                        bedoelde jaarrekening. </al><al>b.<vet>accountantscontrole</vet> de controle van de in artikel 197
                        Gemeentewet bedoelde jaarrekening uitgevoerd door de door de raad benoemde
                        accountant van:</al><al>·het getrouwe beeld van de in de jaarrekening gepresenteerde baten en lasten
                        en de grootte en samenstelling van het vermogen; </al><al>·het rechtmatig tot stand komen van de baten en lasten en balansmutaties; </al><al>·het in overeenstemming zijn van de door het college opgestelde jaarrekening
                        met de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels
                        bedoelt in artikel 186 Gemeentewet; </al><al>·de inrichting van het financieel beheer en de financiële organisatie
                        gericht op de vraag of deze een getrouwe en rechtmatige verantwoording
                        mogelijk maken, waarbij de nadere regels die bij of krachtens algemene
                        maatregel van bestuur worden gesteld op grond van het zesde lid van artikel
                        213 Gemeentewet, in acht worden genomen.</al><al>c.<vet>rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole</vet> het
                        overeenstemmen van het tot stand komen van de financiële beheershandelingen
                        en de vastlegging daarvan met de relevante wet- en regelgeving, zoals
                        bedoeld in het Besluit accountantscontrole gemeenten. </al><al>d.<vet>deelverantwoording</vet> een in opdracht van de raad ten behoeve van
                        de verslaglegging opgestelde verantwoording van een afzonderlijke
                        organisatie-eenheid binnen de gemeentelijke organisatie, welke
                        verantwoording onderdeel uit maakt van de jaarrekening. </al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Opdrachtverlening accountantscontrole</titel></kop><al>1.De accountantscontrole wordt opgedragen aan een door de raad te benoemen
                        accountant. De benoeming van de accountant geschiedt voor een periode van
                        drie jaar met mogelijkheid van verlenging met één jaar. </al><al>2.De griffie bereidt in overleg met de raad de aanbesteding van de
                        accountantscontrole voor. </al><al>3.De raad stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole het
                        programma van eisen vast. In het programma van eisen worden voor de
                        jaarlijkse accountantscontrole opgenomen: </al><al>a.de toe te passen goedkeuringstoleranties en afwijkende
                        rapporteringstoleranties bij de controle van de jaarrekening; </al><al>b.de eventueel apart te controleren deelverantwoordingen en de daarbij toe
                        te passen omvangsbases en goedkeuringstoleranties (en afwijkende
                        rapporteringstoleranties);</al><al>c.de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen; </al><al>d.de eventueel aanvullende uit te voeren tussentijdse controles; </al><al>e.de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende tussentijdse
                        rapportering; en voor ieder afzonderlijk te controleren begrotingsjaar: </al><al>f.de posten van de jaarrekening en deelverantwoordingen met bijbehorende
                        afwijkende rapporteringstoleranties, waaraan de accountant bij zijn controle
                        specifiek aandacht dient te besteden; </al><al>g.de gemeentelijke producten en of organisatieonderdelen met bijbehorende
                        afwijkende rapporteringstoleranties, waaraan de accountant bij zijn controle
                        specifiek aandacht dient te besteden. </al><al>4.In afwijking van het gestelde in lid 3, letters f en g kan de raad in het
                        programma van eisen opnemen, dat de raad jaarlijks voorafgaand aan de
                        accountantscontrole in overleg met de accountant vaststelt de posten van de
                        jaarrekening, de posten van de deelverantwoordingen, de gemeentelijke
                        producten en de gemeentelijke organisatieonderdelen, waaraan de accountant
                        bij zijn controle specifiek aandacht dient te besteden en welke
                        rapporteringstoleranties hij daarbij dient te hanteren. </al><al>5.In geval van Europese aanbesteding van de accountantscontrole stelt de
                        raad voor de selectie van de accountant de selectiecriteria vast en per
                        selectiecriterium de bijbehorende weging vast. </al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Informatieverstrekking door college</titel></kop><al>1.Het college is verantwoordelijk voor de samenstelling van de jaarrekening
                        conform de geldende interne - en externe wet- en regelgeving en overlegt
                        deze aan de accountant voor controle. </al><al>2.Het college draagt er zorg voor dat alle aan de jaarrekening ten grondslag
                        liggende verordeningen, nota's, collegebesluiten, deelverantwoordingen,
                        administraties, plannen, overeenkomsten, berekeningen e.d. voor de
                        accountant ter inzage liggen en goed toegankelijk zijn. </al><al>3.Bij de jaarrekening bevestigt het college schriftelijk aan de accountant,
                        dat alle hem bekende informatie van belang voor de oordeelsvorming van de
                        accountant is verstrekt. </al><al>4.Het college overlegt de gecontroleerde jaarrekening samen met de
                        accountantsverklaring en het verslag van bevindingen uiterlijk 1 juni van
                        elk jaar. </al><al>5.Alle informatie die na afgifte van de accountantsverklaring en voor
                        behandeling van de jaarrekening in de raad beschikbaar komt en die van
                        invloed is op het beeld dat de jaarrekening geeft, wordt terstond door het
                        college aan de raad en de accountant gemeld. </al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Inrichting accountantscontrole</titel></kop><al>1.De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze
                        waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de omvang
                        van de daarbij behorende werkzaamheden. </al><al>2.De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de
                        frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de
                        controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren. </al><al>3.Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole
                        vindt periodiek (afstemmings-)overleg plaats tussen de accountant en:</al><al>a.(een vertegenwoordiger uit) de raad, </al><al>b.(een vertegenwoordiger van) de rekenkamer(functie),</al><al>c.de portefeuillehouder financiën,</al><al>d.de gemeentesecretaris of een door hem aan te wijzen ander lid van de
                        directie,</al><al>e.de (concern-)controller of een door hem aan te wijzen andere functionaris. </al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Toegang tot informatie</titel></kop><al>1.De accountant is bevoegd tot het opnemen van alle kassen, waardepapieren
                        en voorraden en het inzien van alle boeken, notulen, brieven,
                        computerbestanden en overige bescheiden, waarvan hij inzage voor de
                        accountantscontrole nodig oordeelt. Het college draagt er zorg voor dat de
                        accountant voor de uitvoering van zijn controlewerkzaamheden een
                        onbelemmerde toegang heeft tot alle kantoren, magazijnen, werkplaatsen,
                        terreinen en informatiedragers van de gemeente. </al><al>2.De accountant is bevoegd om van alle ambtenaren mondelinge en
                        schriftelijke inlichtingen en verklaringen te verlangen die hij voor de
                        uitvoering van zijn opdracht denkt nodig te hebben. Het college draagt er
                        zorg voor, dat de desbetreffende ambtenaren hieraan hun medewerking
                        verlenen. </al><al>Het college draagt er zorg voor, dat alle organisatie-eenheden van de
                        gemeente zijn gehouden de accountant alle informatie te verstrekken, opdat
                        de accountant zich een juist en volledig oordeel kan vormen over de
                        rechtmatige totstandkoming van baten, lasten, balansmutaties en het gevoerde
                        beheer en over de getrouwheid van de daarover verstrekte informatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Overige controles en opdrachten</titel></kop><al>1.Het college kan de door de raad benoemde accountant opdracht geven tot het
                        uitvoeren van specifieke werkzaamheden met betrekking tot de rechtmatigheid,
                        de doelmatigheid en de doeltreffendheid voor zover de onafhankelijkheid van
                        de accountant daarmee niet in het geding komt. Het college informeert de
                        raad vooraf over deze aan de accountant te verstrekken opdrachten. </al><al>2.Het college draagt de zorg voor de uitvoering van het beleid betreffende
                        de specifieke uitkeringen volgens de eisen van rechtmatigheid van de
                        ministeries. Het college is voor de controle van de rechtmatige besteding
                        van specifieke uitkeringen bevoegd de opdracht te verlenen aan een andere
                        dan de door de raad benoemde accountant, indien dit in het belang van de
                        gemeente is. </al><al>3.Het college draagt de zorg voor de verantwoording aan derden
                        (Belastingdienst, ABP, UWV, Sociale verzekeringsbank, CBS, e.d.) en neemt
                        hierbij de gestelde controle-eisen in acht. Indien een deel hiervan moet
                        worden uitgevoerd door een accountant, is het college bevoegd hiervoor de
                        opdracht verlenen aan een andere dan de door de raad benoemde accountant,
                        indien dit in het belang van de gemeente is. </al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Rapportering</titel></kop><al>1.Indien de accountant bij een controle afwijkingen constateert die leiden
                        tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring, meldt hij deze
                        terstond schriftelijk aan de raad en zendt een afschrift hiervan aan het
                        college. </al><al>2.In aanvulling op het in de wet voorgeschreven verslag van bevindingen
                        brengt de accountant over de door hem uitgevoerde (deel)controles verslag
                        uit over zijn bevindingen van niet van bestuurlijk belang aan de ambtenaar
                        van wie het geldelijk beheer, het vermogensbeheer, de administratie en de
                        beheersdaden zijn gecontroleerd, aan zijn naast hogere leidinggevende en aan
                        de concerncontroller. </al><al>3.De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen worden voor
                        verzending aan de raad door de accountant aan het college voorgelegd met de
                        mogelijkheid voor het college om op deze stukken te reageren. </al><al>4.De accountant bespreekt voorafgaand aan de raadsbehandeling van de
                        jaarstukken het verslag van bevindingen met (een voor dit doel door de raad
                        ingestelde vertegenwoordiging van) de raad. </al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking per 1 juli 2016, met dien verstande dat
                        zij van toepassing is op de accountantscontrole van de jaarrekening (en
                        deelverantwoordingen) van het verslagjaar 2017 en later. De oude
                        Controleverordening van toepassing blijft voor de controle van het boekjaar
                        2015 en 2016.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Controleverordening gemeente
                        Heerhugowaard 2016".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Heerhugowaard, 24 mei 2016</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting op de artikelen</vet></al><al/><al>Artikel 2. Opdrachtverlening accountantscontrole</al><al>Na afloop van ieder begrotingsjaar moet het college verantwoording afleggen aan
                    de raad over het gevoerde bestuur door overlegging van de jaarrekening en het
                    jaarverslag (artikel 197, lid 1 GW). Voor het overleggen van deze stukken aan de
                    raad moeten de jaarrekening door een bevoegd accountant zijn gecontroleerd
                    (artikel 197, lid 2 Gemeentewet). De accountant controleert de jaarrekening in
                    opdracht van de raad. Het is dan ook de raad, die de accountant aanwijst
                    (artikel 213, lid 2 Gemeentewet). </al><al/><al>Een bevoegd accountant voor de controle van de gemeentelijke jaarrekening is een
                    registeraccountant, een accountant-administratieconsulent met een aantekening in
                    het inschrijvingsregister als bedoeld in het derde lid van artikel 36 Wet op de
                    Accountant-Administratieconsulenten of een organisatie waarin voor de
                    accountantscontrole bevoegde accountants samenwerken. Het zevende lid van
                    artikel 213 Gemeentewet zegt, dat de bevoegde accountant in gemeentelijke dienst
                    kan worden aangesteld. Wel dient dan de benoeming, schorsing en het ontslag van
                    de accountant door de raad te geschieden.</al><al/><al>Artikel 2 van de verordening regelt de opdrachtverlening van de
                    accountantscontrole van de jaarrekening. Het eerste lid legt de periode van de
                    verbintenis met de accountant voor de controle van de jaarrekening vast. </al><al>Het tweede lid regelt dat de raad, daarbij ondersteund door de griffie,
                    verantwoordelijk is voor de uitvoering van de aanbesteding van de
                    accountantscontrole van de jaarrekening. De periode van de verbintenis met de
                    accountant uit het eerste lid impliceert niet dat daarna van accountant wordt
                    gewisseld. De accountant maakt bij de nieuwe aanbesteding wederom kans op de
                    opdracht. Een raad die per periode wil wisselen van controlerend accountant zal
                    hierbij met de aanbesteding rekening moeten houden door de controlerend
                    accountant van de afgelopen periode uit te sluiten.</al><al/><al>Voor de accountantscontrole geldt het Besluit Accountantscontrole Gemeenten
                    (BAG) dat krachtens het zesde lid van artikel 213 Gemeentewet door de minister
                    is vastgesteld. Dit BAG bevat onder andere regels voor de omvangsbases en
                    goedkeuringstoleranties voor de accountantsverklaring en de
                    rapporteringstoleranties voor het verslag van bevindingen.</al><al/><al>Voor de begrippen goedkeuringstolerantie en rapporteringstolerantie en de
                    mogelijkheden die de raad daarmee heeft wordt hier verwezen naar bijgaand
                    raadsvoorstel. In het derde lid van artikel 2 wordt invulling gegeven aan het
                    gebruik van de mogelijkheden van de raad met betrekking tot de nadere bepaling
                    van de toleranties. Ze moeten al bij de aanbesteding van de accountantscontrole
                    worden bepaald en zodoende worden opgenomen in het programma van eisen. Een
                    aanscherping van de eisen door de raad zal in veel gevallen leiden tot een
                    hogere prijsstelling door de accountant(s). Daarnaast zijn onder dit lid
                    aanvullende zaken opgenomen over eisen die de raad kan stellen aan de
                    werkzaamheden van de accountant, zoals aanvullende inrichtingseisen voor het
                    verslag van bevindingen en aanvullende extra rapportages en controles.</al><al/><al>Mogelijk wilt u onderdelen van de jaarrekening, onderdelen van
                    deelverantwoordingen of gemeentelijke organisatieonderdelen per jaar
                    vaststellen. omdat u rekening wilt houden met gewijzigde (bestuurlijke)
                    omstandigheden. Hierin voorziet het vierde lid van artikel 2. Het is raadzaam om
                    ook hierover bepalingen in het programma van eisen bij de aanbesteding en
                    opdrachtverlening op te nemen.</al><al/><al>Artikel 3. Informatieverstrekking door college</al><al>In de nieuwe verhoudingen is het college verantwoordelijk voor de samenstelling
                    van de rekening en het jaarverslag. Ten opzichte van de raad is het college ook
                    verantwoordelijk voor de samenstelling van eventuele door de raad geëiste
                    deelverantwoordingen. Artikel 3 van de verordening regelt de verplichtingen van
                    het college voor de verstrekking van de achterliggende informatie aan de
                    accountant. Voor de controle van de jaarrekening doet de accountant onderzoek
                    naar de achterliggende bescheiden. </al><al/><al>Het tweede lid draagt aan het college op deze achterliggende bescheiden goed
                    toegankelijk ter inzage aan de accountant beschikbaar te stellen.</al><al/><al>Het derde lid verplicht het college een verklaring af te geven aan de
                    accountant, waarin wordt verklaard dat geen informatie die van belang is voor de
                    beoordeling van de jaarrekening, is achtergehouden. De verklaring wordt ook wel
                    een LOR (Letter Of Representation) genoemd. Hoewel het een algemeen gebruik is,
                    is het geen wettelijke verplichting dat het college een dergelijke verklaring
                    verstrekt.</al><al/><al>In het vierde lid wordt een uiterlijke datum aan het college gesteld voor de
                    overlegging van de gecontroleerde jaarrekening aan de raad. Tussen 1 juni en 1
                    juli is er dan het traject van commissie – en raadsbehandeling. De jaarrekening
                    moet namelijk binnen twee weken na vaststelling, maar in elk geval voor 15 juli
                    worden toegezonden aan Gedeputeerde Staten (artikel 200 Gemeentewet). Bij
                    voorkeur voor 1 juli moet de jaarrekening door de raad zijn behandeld en moet
                    een eventuele erop volgende indemniteitsprocedure (artikel 198 Gemeentewet) zijn
                    doorlopen en de jaarrekening wel of niet zijn vastgesteld.</al><al/><al>De accountant verzendt de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen
                    rechtstreeks aan de raad. Het tweede lid van artikel 197 Gemeentewet bepaalt
                    echter, dat het college bij de overlegging van de jaarrekening en het
                    jaarverslag aan de raad, de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen
                    moet toevoegen.</al><al/><al>Het vijfde lid van het artikel gebiedt het college alle informatie die van
                    invloed is op het beeld van de jaarrekening en pas na de afgifte van de
                    accountantsverklaring, maar voor de vaststelling van de jaarrekening door de
                    raad aan het college bekend is geworden, terstond te melden aan de raad en de
                    accountant. Het sluit verrassingen tijdens de raadsbehandeling uit.</al><al/><al>Artikel 4. Uitvoering controle</al><al>Artikel 4van de verordening regelt de bevoegdheidsverdeling tussen de accountant
                    en het college ten aanzien van de inrichting van de accountantscontrole. De
                    accountant is leidend ten aanzien van de inrichting van de accountantscontrole.
                    Hij mag zelfs onaangekondigd controles uitvoeren. Het college is hierin volgend.
                    Wel moet er ter bevordering van een soepele accountantscontrole periodiek
                    overleg worden gevoerd tussen de accountant en de verschillende
                    vertegenwoordigers van de gemeente. Ook is uitwisseling van informatie gewenst
                    over specifieke aandachtsgebieden bij de controle.</al><al/><al>Artikel 5. Toegang tot informatie</al><al>In het vorige artikel staat dat de accountant leidend is voor wat betreft de
                    inrichting van de controle. Om die controle goed uit te voeren moet hij echter
                    ook onbelemmerd onderzoek kunnen doen. Artikel 5 van de verordening kent de
                    bevoegdheid om dat te doen toe aan de accountant, dit met in achtneming van de
                    afspraken met de raad, zoals neergelegd in het programma van eisen bij de
                    aanbesteding.</al><al/><al>Het artikel legt aan het college de plicht op om er voor te zorgen, dat de
                    accountant een onbelemmerde toegang heeft tot alle burelen van de gemeente en
                    dat alle ambtenaren van de gemeente volledig meewerken aan de
                    accountantscontrole.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Overige controles en opdrachten</titel></kop><al>Naast de controle van de jaarrekening zijn er meer werkzaamheden binnen de
                        gemeente die de inzet van een accountant (kunnen) vereisen. Zo eisen
                        ministeries voor de verantwoording over de uitvoering van de
                        medebewindstaken door gemeenten (specifieke uitkeringen) vaak een aparte
                        accountantsverklaring. De aanwijzing van de accountant voor onder andere dit
                        soort controles is een bevoegdheid van het college. Ook kan het college
                        besluiten om advieswerkzaamheden uit te besteden aan de door de raad
                        benoemde accountant. Het betreft hier vanzelfsprekend werkzaamheden die
                        samenhangen met de natuurlijke adviesfunctie van de accountant en die de
                        onafhankelijkheid van de accountant niet in gevaar brengen.</al><al/><al>Het eerste lid van artikel 6 van de verordening regelt hoe het college moet
                        omgaan met de uitbesteding van “advieswerkzaamheden” zoals de verbetering
                        van de administratieve organisatie, aan de door de raad benoemde accountant.
                        Door deze werkzaamheden te gunnen aan de door de raad benoemde accountant
                        kan de onafhankelijkheid en daarmee de integriteit van de accountant ten
                        aanzien van zijn controlewerkzaamheden voor de raad in het geding komen. Op
                        de loer liggende belangenverstrengeling tussen college en accountant kan
                        mogelijk een weerslag hebben op de kwaliteit van de controle van de
                        jaarrekening. Hetzelfde geldt voor die gevallen waarbij de accountant bij de
                        controle zijn eigen werk moet controleren. </al><al/><al>Het lid bepaalt, dat het college voor advieswerkzaamheden, zoals
                        bijvoorbeeld op het gebied van de bestuurlijke informatieverzorging of de
                        rechtmatigheid, de door de raad benoemde accountant kan inschakelen. Indien
                        het college dit voornemen heeft, dient hij de raad hier vooraf over te
                        informeren. Dit biedt de raad de mogelijkheid om over de desbetreffende
                        uitbesteding van werkzaamheden zijn oordeel te vormen en zijn bedenkingen
                        aan het college kenbaar te maken. </al><al/><al>Het tweede en het derde lid regelen, dat het college voor de overige
                        controlewerkzaamheden in het algemeen de door de raad benoemde accountant
                        inschakelt. Het college mag hiervan afwijken indien dit in het belang van de
                        gemeente is. De accountant die de jaarrekening controleert, is vaak beter
                        bekend met de gemeentelijke administraties. Daarbij kunnen controles van de
                        jaarrekening en controles van medebewindstaken tegelijkertijd door één
                        accountant worden uitgevoerd (single audit). Dit levert een aanzienlijke
                        besparing op. </al><al/><al>In bepaalde gevallen is inschakeling van een andere accountant raadzaam en
                        soms zelfs onoverkomelijk. De reden hiervoor kan van prijstechnische aard
                        zijn, maar ook van bijvoorbeeld organisatorische aard (zo kunnen de
                        controlewerkzaamheden gemeenschappelijke activiteiten met een andere
                        gemeente betreffen en kan de controle hiervan door de accountant van de
                        andere gemeente worden uitgevoerd). De verordening regelt dat het college in
                        deze gevallen vrij is in de keuze van de accountant.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Rapportering</titel></kop><al>Het derde en vierde lid van artikel 213 Gemeentewet regelt de rapportering
                        en de inhoud daarvan van de accountant aan de raad en het college.
                        Aanvullend daarop kan de raad in zijn programma van eisen bij de
                        aanbesteding aanvullende inhoudelijke eisen stellen, maar ook aanvullende
                        rapporteringen van de accountant verlangen (artikel 2, lid 3, letters c
                        &amp; e van deze verordening). Ook worden aanvullende zaken aangaande de
                        rapportering op grond van de door de accountant uitgevoerde controles hier
                        geregeld. Dit moeten wel zaken zijn die in het programma van eisen bij de
                        aanbesteding moeten worden geregeld.</al><al/><al>Naast de uiteindelijke eindcontrole van de jaarrekening verricht de
                        accountant meestal meerdere controles. Dit kunnen door de raad in het
                        programma van eisen van de aanbesteding opgenomen tussentijdse controles
                        (interim-controles) zijn. </al><al/><al>Het eerste lid van artikel 7 regelt, dat het college in elk geval bij
                        geconstateerde afwijkingen door de accountant die leiden tot het niet
                        afgeven van een goedkeurende verklaring bij de jaarrekening, een afschrift
                        krijgt van de schriftelijke mededeling hierover aan de raad. Zo mogelijk kan
                        het college (in overleg met de raad en de accountant) nog tijdig maatregelen
                        tot herstel treffen.</al><al/><al>Het tweede lid van artikel 7 regelt dat het management een rapportage krijgt
                        van de door de accountant uitgevoerde (deel)controles. In deze rapportage
                        worden kleine afwijkingen en tekortkomingen die niet leiden tot het niet
                        afgeven van een goedkeurende verklaring en niet van bestuurlijk belang zijn,
                        aan het management meegedeeld. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld opmerkingen
                        over (kleine) rubriceringfouten en (kleine) onvolkomenheden in de
                        administratieve organisatie, die eenvoudig in onderling overleg met het
                        management van de gemeente kunnen worden opgelost. Er kan op grond van de
                        rapportage actie worden ondernomen voor herstel van de afwijkingen en
                        onvolkomenheden.</al><al/><al>Voorts is in het artikel een lid opgenomen voor de procedure van hoor en
                        wederhoor. De constateringen in het verslag van bevindingen worden
                        voorafgaand aan verzending van de accountantsverklaring en het verslag van
                        bevindingen aan de raad door de accountant besproken met het college. Het
                        geeft het college de mogelijkheid kanttekeningen te plaatsen bij de
                        constateringen in het (concept-)verslag van bevindingen.</al><al>Tot slot in het vierde lid van dit artikel opgenomen, dat de accountant zijn
                        verslag van bevindingen aan de raad mondeling toelicht.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>