<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR407809_1</dcterms:identifier><dcterms:title>CAR-UWO Alphen aan den Rijn 2016 (hfdst. 10-22)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alphen aan den Rijn</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-04-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alphen aan den Rijn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentebladen 2016, nrs. 10502, 60965, 61278, 61281, 61362, 61828</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>CAR-UWO Alphen aan den Rijn 2016 (hfdst. 10-22)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 160, lid 1, onder c, Gemeentewet en artikel 125, lid 2, Ambtenarenwet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015/50972 en 2015/51020</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beoordelingsregeling Alphen aan den Rijn 2014, Regeling keuzemodel arbeidsvoorwaarden Alphen aan den Rijn, Regeling stagevergoeding Alphen aan den Rijn, Regeling tijdelijke vergoeding parkeerkosten en afkoop woon- werkverkeer, Regeling vergoeding woon- werkverkeer Alphen aan den Rijn, Regeling vergoeding en verstrekking Alphen aan den Rijn, Regeling werktijden en verlof, Regeling inconveniëntentoelage</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      CAR-UWO Alphen aan den Rijn 2016
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders;</al>
          <al/>
          <al>Gelet op artikel 160, lid 1, onder c, Gemeentewet en artikel 125, lid 2,
                        Ambtenarenwet;</al>
          <al/>
          <al>B E S L U I T vast te stellen de volgende:</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>CAR-UWO Alphen aan den Rijn 2016</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>WACHTGELD</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>
              <vet>Betrokkene</vet>
            </al>
          </structuurtekst>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10:1</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al> In dit hoofdstuk wordt verstaan onder "betrokkene ":</al>
            <lijst>
              <li nr=""><lijst>
                  <li nr="a."><al>de gewezen ambtenaar aan wie op grond van artikel 8:4 of
                                        artikel 8:5 van deze regeling ontslag is verleend uit een
                                        betrekking: </al><lijst>
                      <li nr="1."><al>waarin hij vast was aangesteld;</al></li>
                      <li nr="2."><al>waarin hij tijdelijk was aangesteld, mits die
                                                aanstelling ten minste vijf jaren heeft geduurd en
                                                niet is geschied in een betrekking van kennelijk
                                                tijdelijke aard; </al></li>
                    </lijst></li>
                  <li nr="b."><al>de gewezen ambtenaar aan wie op grond van artikel 8:6 of
                                        artikel 8:8 van deze regeling ontslag is verleend, tenzij
                                        toepassing is gegeven aan het bepaalde in artikel 8:6,
                                        tweede lid, respectievelijk artikel 8:8, tweede lid.</al></li>
                </lijst><lijst>
                  <li nr="2."><al>Onder betrokkene wordt mede verstaan de gewezen ambtenaar,
                                        bedoeld in het eerste lid, die zelf ontslag heeft gevraagd
                                        nadat het voornemen, hem op grond van artikel 8:4 of 8:5 van
                                        deze regeling ontslag te verlenen, hem schriftelijk is
                                        medegedeeld.</al><al/></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Lichamen</vet>
            </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10:2</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder "lichamen": Rechtspersonen, maat- en
                        vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met
                        verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van
                        publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Diensttijd</vet>
            </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10:3</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder 'diensttijd': de aan het in
                                artikel 10:1, eerste lid, bedoelde ontslag voorafgaande in
                                overheidsdienst doorgebrachte tijd waaraan het ambtenaarschap in de
                                zin van de WPA is verbonden, alsmede tijd die door inkoop of door
                                een verzoek, bedoeld in artikel D 2 van de pensioenwet, voor
                                pensioen geldig zou zijn verklaard. </al></li>
              <li nr="2."><al>Onder diensttijd bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan de
                                tijd doorgebracht in de betrekking waaruit het ontslag, bedoeld in
                                artikel 10:1, is verleend, indien aan die tijd op grond van de
                                Regeling beperking van het zijn van overheidswerknemer in de zin van
                                de wet Privatisering ABP (Stc. 1997, 164) het ambtenaarschap in de
                                zin van evengenoemde regeling niet is verbonden.</al></li>
              <li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid blijft
                                buiten beschouwing:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>diensttijd liggende vóór een onderbreking van meer dan een
                                        jaar daarvan wegens verleend ontslag, behalve voor de
                                        toepassing van artikel 10:8, derde tot en met vijfde lid;
                                    </al></li>
                  <li nr="b."><al>diensttijd welke in aanmerking is genomen bij de berekening
                                        van de duur van een eerder toegekend wachtgeld of een
                                        daarmede gelijk te stellen uitkering wegens onvrijwillige
                                        werkloosheid ten laste van de overheid, behalve voor de
                                        toepassing van artikel 10:8, derde tot en met vijfde lid;
                                    </al></li>
                  <li nr="c."><al>diensttijd welke in aanmerking is genomen bij de berekening
                                        van een pensioen krachtens het pensioenreglement dan wel
                                        voorafgaat aan een ontslag verleend op grond van artikel 8:3
                                        van deze regeling of een soortgelijke bepaling in een andere
                                        overheidsregeling; </al></li>
                  <li nr="d."><al>tijd, bedoeld in artikel 5.4 van het pensioenreglement;
                                    </al></li>
                  <li nr="e."><al>tijd in een aangehouden betrekking, dan wel in een
                                        betrekking welke de betrokkene had kunnen aanhouden, doch
                                        uit welke hij vrijwillig ontslag heeft genomen met ingang
                                        van de datum waarop het wachtgeld ingaat.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4."><al>Indien en voor zover diensttijd die bij de berekening van het
                                wachtgeld in aanmerking is genomen met een overheidspensioen anders
                                dan ten laste van de Stichting Pensioenfonds ABP wordt vergolden,
                                worden de duur en het bedrag van het wachtgeld met ingang van de dag
                                waarop dit pensioen is ingegaan, herberekend, waarbij die diensttijd
                                buiten beschouwing wordt gelaten.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Dienstbetrekking</vet>
            </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10:4</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Deze regeling verstaat onder dienstbetrekking iedere
                                publiekrechtelijke of privaatrechtelijke arbeidsverhouding waarbij
                                in dienst van een natuurlijke persoon of een lichaam werkzaamheden
                                tegen bezoldiging of loon worden verricht.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, 5 en 6 van de
                                Werkloosheidswet is van overeenkomstige toepassing.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Bezoldiging</vet>
            </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10:5</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al> In deze regeling wordt verstaan onder "bezoldiging":de bezoldiging bedoeld
                        in artikel 3:1, tweede lid, van deze regeling, zoals deze laatstelijk vóór
                        het ontslag aan de betrekking was verbonden, vermeerderd met de
                        vakantietoelage, bedoeld in artikel 6:3 van deze regeling, en de
                        eindejaarsuitkering, bedoeld in artikel 3:6.</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voor zover in de bezoldiging een bedrag moet worden begrepen wegens
                                de vergoeding, bedoeld in artikel 3:3 van deze regeling, wordt dit
                                bedrag berekend naar het gemiddelde over de aan de dag van het
                                ontslagvoorafgaande twaalf volle kalendermaanden.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien in de bezoldiging anders dan wegens periodieke verhoging
                                wijziging zou zijn gekomen als de betrokkene de betrekking op die
                                bezoldiging zou zijn blijven vervullen, geldt met ingang van de dag
                                van in werking treden van die wijziging het gewijzigde bedrag als
                                bezoldiging.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien de bezoldiging wegens verminderde werkzaamheden voorafgaande
                                aan de opheffing van de betrekking lager was dan zonder verminderde
                                werkzaamheden het geval zou zijn geweest, kan de bezoldiging ten
                                gunste van betrokkene worden herzien.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: ARZ/702674</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Recht op wachtgeld</vet>
            </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10:6</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De betrokkene, bedoeld in artikel 10:1, eerste lid, heeft recht op
                                wachtgeld met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat, tenzij de
                                betrokkene:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>ter zake van dat ontslag recht heeft op een pensioen wegens
                                        het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op dat moment recht heeft op een WAO-uitkering, berekend
                                        naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer; </al></li>
                  <li nr="c."><al>terzake van dat ontslag recht heeft op een suppletie als
                                        bedoeld in Hoofdstuk 11a van deze regeling </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>De betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, heeft recht
                                op wachtgeld met ingang van de dag waarop de mate van
                                arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld dan
                                80%. De hoogte van dit wachtgeld wordt vastgesteld te rekenen vanaf
                                de datum van ontslag. Ter bepaling van de duur van het wachtgeld
                                wordt voor de toepassing van: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>artikel 10:7 als ingangsdatum uitgegaan van de datum met
                                        ingang waarvan de mate van arbeidsongeschiktheid op een
                                        lager percentage wordt vastgesteld, waarbij voor de
                                        toepassing van het vierde lid tevens een WAO-uitkering, in
                                        voorkomend geval vermeerderd met een invaliditeitspensioen
                                        vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80%
                                        of meer mede in aanmerking wordt genomen, </al></li>
                  <li nr="b."><al>artikel 10 8 als ingangsdatum uitgegaan van de datum van
                                        ontslag. </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>De betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, heeft na
                                afloop van de suppletie, bedoeld in artikel 11a:5, onderdeel a,
                                recht op wachtgeld indien hij bij het buiten toepassing laten van
                                het eerste lid, onderdeel c, op grond van het ontslag uit de
                                betrekking waarvoor hij arbeidsongeschikt is verklaard recht zou
                                hebben op wachtgeld waarbij de duur zou worden vastgesteld ingevolge
                                artikel 10:8 van dit besluit. Het wachtgeld gaat in op de eerste dag
                                volgende op die waarop de suppletie op grond van artikel 11a:5,
                                onderdeel a, is geëindigd. Het eindigt op het tijdstip waarop het
                                wachtgeld dat, te rekenen vanaf de dag waarop het ontslag is
                                ingegaan, zou zijn toegekend ingevolge artikel 10:8, bij het buiten
                                toepassing laten van het eerste lid, onderdeel c, zou zijn
                                geëindigd. Op de hoogte van dit wachtgeld is artikel 10:10 van
                                toepassing in die zin dat gerekend wordt vanaf het tijdstip waarop
                                het ontslag is ingegaan.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: ARZ/705435</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Duur van het wachtgeld</vet>
            </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10:7</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De duur van het wachtgeld is 6 maanden, met ingang van de dag waarop
                                het ontslag ingaat. </al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de betrokkene:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>in de periode van 5 jaar onmiddellijk voorafgaande aan het
                                        ontslag ten minste gedurende 3 jaar als werknemer als
                                        bedoeld in artikel 3 van de Werkloosheidswet en in
                                        dienstbetrekking van 8 of meer uren per week werkzaam is
                                        geweest of </al></li>
                  <li nr="b."><al>onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag recht heeft op een
                                        uitkering op grond van de WAJONG of de WAZ; </al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>wordt de duur van het wachtgeld verlengd met: 3 maanden bij een
                        arbeidsverleden van ten minste 5 jaar; 0,5 jaar bij een arbeidsverleden van
                        ten minste 10 jaar; 1 jaar bij een arbeidsverleden van ten. minste 15 jaar;
                        1,5 jaar bij een arbeidsverleden van ten minste 20 jaar; 2 jaar bij een
                        arbeidsverleden van ten minste 25 jaar; 2,5 jaar bij een arbeidsverleden van
                        ten minste 30 jaar; 3,5 jaar bij een arbeidsverleden van ten minste 35 jaar,
                        en 4,5 jaar bij een arbeidsverleden van ten minste 40 jaar.</al>
            <lijst>
              <li nr="3."><al>Het arbeidsverleden, bedoeld in het tweede lid, wordt vastgesteld
                                door samentelling van:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>perioden, gelegen in de 5 jaar onmiddellijk voorafgaande aan
                                        het ontslag, waarover de betrokkene aantoont als werknemer
                                        als bedoeld in artikel 3 van de Werkloosheidswet en in
                                        dienstbetrekking van 8 of meer uren per week werkzaam te
                                        zijn geweest, en </al></li>
                  <li nr="b."><al>de periode gelegen tussen de 18e verjaardag van de
                                        betrokkene en de dag, gelegen 5 jaar voor het ontslag.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4."><al>Perioden, waarin een betrokkene</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond
                                        van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend
                                        naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%;</al></li>
                  <li nr="b."><al>ter zake van een dienstbetrekking op grond waarvan hem door
                                        het Rijk invaliditeitspensioen was verzekerd, recht heeft op
                                        een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een
                                        arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een toelage
                                        ontvangt die naar aard en strekking overeenkomt met een
                                        toelage als bedoeld onder a, die al dan niet vermeerderd met
                                        de arbeidsongeschiktheidsuitkering 73% of meer bedraagt van
                                        de middelsom, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is
                                        of zou zijn berekend; </al></li>
                  <li nr="c."><al>een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk III van de Wet
                                        arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, berekend naar
                                        een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80% of een toelage
                                        op grond van dat hoofdstuk, die al dan niet vermeerderd met
                                        de arbeidsongeschiktheidsuitkering 70% of meer bedraagt van
                                        het dagloon, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is
                                        of zou zijn berekend;</al></li>
                  <li nr="d."><al>na beëindiging van zijn dienstbetrekking een uitkering
                                        ontvangt op grond van de Ziektewet over de maximale duur,
                                        bedoeld in artikel 29, tweede lid, van die wet; </al></li>
                  <li nr="e."><al>een uitkering ontvangt, die naar aard en strekking
                                        overeenkomt met een uitkering bedoeld onder a of d; </al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>worden, indien deze uitkeringen worden ontvangen in verband met een gewezen
                        dienstbetrekking van 8 of meer uren per week, in aanmerking genomen voor de
                        periode van drie jaar, bedoeld in het tweede lid, en voor de perioden
                        gelegen in de vijf jaar, onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag, bedoeld
                        in het derde lid. </al>
            <lijst>
              <li nr="5."><al>Voor de periode van drie jaar, bedoeld in het tweede lid, en voor de
                                perioden gelegen in de vijf jaar, onmiddellijk voorafgaande aan het
                                ontslag, bedoeld in het derde lid, worden perioden waarin een
                                persoon een tot zijn huishouden behorend kind: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>beneden de leeftijd van 6 jaar verzorgt, zonder dat deze
                                        persoon in dienstbetrekking van 8 of meer uren per week
                                        werkzaam is geweest of een uitkering heeft ontvangen als
                                        bedoeld in het vierde lid volledig, en </al></li>
                  <li nr="b."><al>vanaf de leeftijd van 6 jaar doch beneden de leeftijd van 12
                                        jaar verzorgt, zonder dat deze persoon in dienstbetrekking
                                        van 8 of meer uren per week werkzaam is geweest of een
                                        uitkering heeft ontvangen als bedoeld in het vierde lid,
                                        voor de helft in aanmerking genomen. </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="6."><al>Voor de toepassing van het vijfde lid worden als periode van
                                verzorging niet meegeteld de periode waarin:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de verzorgende persoon als werknemer in de zin van een
                                        wettelijke regeling inzake werkloosheid recht heeft op een
                                        uitkering ter zake van werkloosheid, of </al></li>
                  <li nr="b."><al>de verzorging buiten Nederland plaatsvindt anders dan
                                        tijdens vakantie. </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="7."><al>Indien er in een gezamenlijke huishouding meer verzorgende personen
                                zijn als bedoeld in het vijfde lid, wordt voor de toepassing van dat
                                lid als verzorgende persoon van het kind beschouwd, degene van deze
                                personen die zij als zodanig hebben aangewezen. Ingeval geen
                                verzorgende persoon wordt aangewezen is het college bevoegd een van
                                hen die naar het oordeel van het college als verzorgende persoon
                                moet worden beschouwd, als zodanig aan te wijzen. </al></li>
              <li nr="8."><al>Voor de toepassing van het vijfde en zevende lid wordt onder:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>een kind verstaan een eigen, aangehuwd of pleegkind, </al></li>
                  <li nr="b."><al>een pleegkind verstaan een kind dat als eigen kind wordt
                                        onderhouden en opgevoed. </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="9."><al>De regels die gesteld zijn krachtens artikel 17b, zevende lid, van
                                de Werkloosheidswet, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10:8</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In afwijking van artikel 10:7 wordt, indien dit leidt tot een
                                langere wachtgeldduur, waarin tevens voor zover van toepassing de
                                bijzondere verlenging als bedoeld in het vierde lid is begrepen, de
                                duur van het wachtgeld vastgesteld overeenkomstig de volgende
                                leden.</al></li>
              <li nr="2."><al>De duur van het wachtgeld wordt vastgesteld op drie maanden,
                                vermeerderd voor de betrokkene:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>die op de dag van ontslag de leeftijd van 21 jaar nog niet
                                        heeft bereikt met een duur gelijk aan 18% van de diensttijd
                                        ;</al></li>
                  <li nr="b."><al>die op de dag van ontslag 21 jaar oud is met een duur van
                                        19,5% van de diensttijd en zo vervolgens per leeftijdsjaar
                                        opklimmende met 1,5%;</al></li>
                  <li nr="c."><al>die op de dag van ontslag 60 jaar of ouder is, met een duur
                                        gelijk aan 78% van de diensttijd .</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Ten aanzien van de betrokkene die bij de aanvang van de in het
                                voorgaande lid bedoelde diensttijd in het genot was van wachtgeld,
                                waarvan de duur is vastgesteld krachtens het eerste en tweede lid
                                van dit artikel, of van een uitkering waarvan de duur is vastgesteld
                                krachtens artikel 11:8, tweede lid van deze regeling, wordt bij de
                                berekening van de duur van het wachtgeld op basis van het tweede lid
                                mede in aanmerking genomen de diensttijd, welke bij de berekening
                                van de duur van het eerder toegekende wachtgeld of de eerder
                                toegekende uitkering in aanmerking is genomen. Op de aldus berekende
                                duur wordt de duur van het eerder toegekende wachtgeld of de eerder
                                toegekende uitkering, met uitzondering van de verlenging,bedoeld in
                                het volgende lid, in mindering gebracht.</al></li>
              <li nr="4."><al>In aanvulling op de duur van het wachtgeld van de betrokkene die ten
                                tijde van het ontslag een diensttijd, voor zover geldig voor
                                pensioen, van ten minste tien jaar heeft volbracht, wordt indien de
                                som van zijn leeftijd en diensttijd ten tijde van het ontslag 60
                                jaren of meer bedraagt, na afloop van de termijn waarover wachtgeld
                                is toegekend, een bijzondere verlenging verleend. Deze bijzondere
                                verlenging duurt tot de dag waarop hij de AOW-gerechtigde leeftijd
                                bereikt.</al></li>
              <li nr="5."><al>De verlenging als bedoeld in het vierde lid vindt niet plaats in het
                                geval, dat ter zake van een eerder toegekend wachtgeld de
                                vorenbedoelde verlenging reeds heeft plaatsgehad, tenzij de
                                betrokkene nadien wederom een diensttijd, voor zover geldig voor
                                pensioen,van ten minste tien jaar heeft vervuld. In dat geval blijft
                                de tijd die in aanmerking is genomen bij de bijzondere verlenging,
                                buiten aanmerking.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201001917 en U201200194</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vervolgwachtgeld</vet>
            </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10:9</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De betrokkene , die het einde van de wachtgeldduur, bedoeld in
                                artikel 10:7, tweede l i d , heeft bereikt, heeft in aansluiting op
                                dat wachtgeld recht op een vervolgwachtgeld.</al></li>
              <li nr="2."><al>De betrokkene die: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>het einde van de wachtgeldduur bedoeld in artikel 10:7,
                                        eerste lid, heeft bereikt en</al></li>
                  <li nr="b."><al>voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 10:7, tweede
                                        lid , onderdeel a of b, doch uitsluitend wegens zijn
                                        arbeidsverleden geen recht heeft op verlenging van de
                                        wachtgeldduur, heeft recht op een vervolgwachtgeld.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Behoudens het gestelde in de volgende leden is de duur van het
                                vervolgwachtgeld een jaar.</al></li>
              <li nr="4."><al>De duur van het vervolgwachtgeld voor de betrokkene die op de dag
                                van zijn ontslag 57,5 jaar of ouder is, bedraagt drie en een half
                                jaar.</al></li>
              <li nr="5."><al>De betrokkene aan wie uitsluitend ingevolge het eerste en tweede lid
                                van artikel 10:8 een wachtgeld is toegekend en die voldoet aan de
                                voorwaarde, bedoeld in artikel 10:7, tweede lid, onderdeel a of b,
                                heeft aansluitend recht op een vervolgwachtgeld indien het
                                toegekende wachtgeld eindigt op een tijdstip gelegen binnen een jaar
                                na de datum waarop zijn wachtgeld zou zijn beëindigd, wanneer dit
                                zou zijn toegekend ingevolge artikel 10:7. Het vervolgwachtgeld
                                eindigt op het tijdstip gelegen een jaar na de in de vorige volzin
                                bedoelde datum.</al></li>
              <li nr="6."><al>De betrokkene die op de dag van zijn ontslag 57,5 jaar of ouder is,
                                aan wie uitsluitend ingevolge het eerste en tweede lid van artikel
                                10:8 een wachtgeld is toegekend en die voldoet aan de voorwaarde,
                                bedoeld in artikel 10:7, tweede lid, onderdeel a of b, heeft
                                aansluitend recht op een vervolgwachtgeld indien het toegekende
                                wachtgeld eindigt op een tijdstip gelegen binnen drie en half jaar
                                na de datum waarop zijn wachtgeld zou zijn beëindigd, wanneer dit
                                zou zijn toegekend ingevolge artikel 10:7. Het vervolgwachtgeld
                                eindigt op het tijdstip gelegen drie en een half jaar na de in de
                                vorige volzin bedoelde datum.</al></li>
              <li nr="7."><al>Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, zijn bepalingen van het
                                wachtgeld van overeenkomstige toepassing op het
                                vervolgwachtgeld.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Bedrag van het wachtgeld</vet>
            </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10:10</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het bedrag van het wachtgeld is gedurende de eerste drie maanden
                                gelijk aan 87% van de bezoldiging, gedurende de daaropvolgende negen
                                maanden 77% van die bezoldiging en vervolgens 67% van die
                                bezoldiging. Bij intrekking van de Wet van 20 december 1984 (stb.
                                1984, 657) worden de percentages, genoemd in de vorige volzin, met 3
                                procentpunten verhoogd. Het bedrag van het wachtgeld daalt echter
                                niet beneden het bedrag van het pensioen waarop de betrokkene recht
                                zou hebben indien hij uit de betrekking waaruit hij met recht op
                                wachtgeld is ontslagen, op de dag van dat ontslag zou zijn
                                gepensioneerd naar de diensttijd, voor zover geldig voor pensioen,
                                en de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 6.2 van het
                                pensioenreglement, in de betrekking waaruit het wachtgeld is
                                toegekend.</al></li>
              <li nr="2."><al>In afwijking van het vorige lid is het bedrag van het wachtgeld
                                tijdens de verlenging bedoeld in artikel 10:8, vierde lid, gelijk
                                aan het bedrag van het pensioen, bedoeld in het vorige lid, met dien
                                verstande dat gedurende het eerste jaar van die verlenging het
                                wachtgeld ten minste bedraagt 40% van de bezoldiging.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Bedrag van het vervolgwachtgeld</vet>
            </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10:11</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het bedrag van het vervolgwachtgeld is gelijk aan het minimumloon,
                                met dien verstande dat dit bedrag nooit meer kan bedragen dan 70%
                                van de bezoldiging. </al></li>
              <li nr="2."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder het minimumloon
                                verstaan het maandbedrag van het minimumloon bedoeld in artikel 8,
                                eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en
                                minimumvakantiebijslag, of, indien het een betrokkene jonger dan 23
                                jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon, bedoeld
                                in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van genoemde wet,
                                beide vermeerderd met de daarvoor berekende vakantiebijslag, bedoeld
                                in artikel 15 van die wet.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Verplichtingen</vet>
            </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10:12</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Zolang de betrokkene de leeftijd van 55 jaren niet heeft bereikt, is
                                hij verplicht een hem aangeboden betrekking, die hem in verband met
                                zijn persoonlijkheid en omstandigheden redelijkerwijs kan worden
                                opgedragen, te aanvaarden dan wel tot het verkrijgen van inkomsten
                                gebruik te maken van elke gelegenheid die in verband met zijn
                                persoonlijkheid en omstandigheden passend kan worden geacht.</al></li>
              <li nr="2."><al>Zolang de betrokkene de leeftijd van 55 jaar nog niet heeft bereikt,
                                is hij verplicht zich bij het arbeidsbureau van zijn woonplaats als
                                werkzoekende te doen inschrijven op de eerste werkdag, volgende op
                                die waarop het ontslag ingaat, dan wel het recht op wachtgeld
                                ontstaat.</al></li>
              <li nr="3."><al>De betrokkene, die op de dag van het ontslag metterwoon verblijf
                                houdt in het buitenland dan wel nadien metterwoon verblijf gaat
                                houden in het buitenland en die de leeftijd van 55 jaar nog niet
                                heeft bereikt, is verplicht zich te doen inschrijven als
                                werkzoekende bij een aldaar gevestigde instantie van
                                arbeidsbemiddeling die daartoe de mogelijkheid biedt en die naar het
                                oordeel van het college vergelijkbaar is met het arbeidsbureau.
                            </al></li>
              <li nr="4."><al>Het college kan bepalen dat de in het tweede en derde lid omschreven
                                verplichting niet geldt voor bepaalde betrokkenen of groepen van
                                betrokkenen die de leeftijd van 55 jaar nog niet hebben bereikt.
                            </al></li>
              <li nr="5."><al>De betrokkene, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, is voorts
                                verplicht zich te gedragen naar de voorschriften die hem door het
                                college in het algemeen of voor enig bijzonder geval worden gegeven,
                                strekkende tot het verkrijgen van een betrekking of andere bron van
                                inkomsten.</al></li>
              <li nr="6."><al>De in het eerste tot en met vijfde lid bedoelde verplichtingen
                                vinden overeenkomstige toepassing voor de ambtenaar zodra hem
                                ontslag op grond van artikel 8:4 van deze regeling is verleend, dan
                                wel het voornemen tot zodanig ontslag hem schriftelijk is
                                medegedeeld.</al></li>
              <li nr="7."><al>Door het aanvaarden van het wachtgeld wordt de betrokkene geacht er
                                in toe te stemmen, dat zij die naar het oordeel van het college
                                daarvoor in aanmerking komen alle voor de uitvoering van deze
                                regeling noodzakelijke inlichtingen geven. </al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verplichtingen bij ziekte</vet>
            </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10:13</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien betrokkene wegens ziekte ongeschikt is arbeid te verrichten,
                                of daarvan is hersteld, is hij verplicht daarvan terstond mededeling
                                te doen aan het college. </al></li>
              <li nr="2."><al>Het college stelt nadere voorschriften vast met betrekking tot de
                                geneeskundige begeleiding van betrokkene als bedoeld in het eerste
                                lid. </al></li>
              <li nr="3."><al>Indien betrokkene door het UWV schriftelijk in kennis is gesteld van
                                de mogelijkheid van het doen van een aanvraag voor een
                                WAO-uitkering, is hij verplicht binnen de bij of krachtens de WAO
                                gestelde termijnen een WAO-uitkering aan te vragen en alle
                                medewerking te verlenen die noodzakelijk is voor het verkrijgen van
                                deze uitkering. </al></li>
              <li nr="4."><al>Indien betrokkene als bedoeld in het derde lid, geen WAO-uitkering
                                aanvraagt en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor
                                de toepassing van dit hoofdstuk rekening gehouden met de
                                WAO-uitkering behorende bij een mate van arbeidsongeschiktheid van
                                80% of meer. </al></li>
              <li nr="5."><al>Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen
                                door betrokkene als bedoeld in het vierde lid, de WAO-uitkering
                                vermindering ondergaat, dan wel het recht daarop geheel of
                                gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit betrokkene redelijkerwijs kan
                                worden verweten, wordt de bedoelde uitkering voor de toepassing van
                                dit hoofdstuk steeds geacht onverminderd te zijn genoten.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004003238</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verhuiskosten</vet>
            </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10:14</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>Aan hem die op wachtgeld is of zal worden gesteld kan, indien hij elders
                        arbeid of bedrijf ter hand gaat nemen, door het college een op de voet van
                        de Verplaatsingskostenregeling te bepalen vergoeding in de kosten van een
                        daartoe noodzakelijke verhuizing worden toegekend.</al>
            <al> briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vermindering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10:15</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Wanneer de betrokkene inkomsten verkrijgt uit of in verband met
                                arbeid, waaronder mede wordt verstaan een uitkering krachtens de
                                WAJONG of de WA, of bedrijf, ter hand genomen op of na de dag waarop
                                hem het ontslag is verleend dan wel schriftelijk mededeling is
                                gedaan van het voornemen hem ontslag te verlenen, wordt op het
                                wachtgeld een vermindering toegepast tot het bedrag waarmee die
                                inkomsten en wachtgeld samen de bezoldiging te boven gaan. Voor de
                                bepaling van het bedrag waarmee het wachtgeld vermeerderd met
                                inkomsten zoals bedoeld in de eerste volzin, de bezoldiging
                                overschrijdt, wordt een vermindering van het wachtgeld ingevolge het
                                bepaalde in artikel 10:19, eersre lid, niet in aanmerking genomen.
                            </al></li>
              <li nr="2."><al>Ten aanzien van de betrokkene aan wie een wachtgeld is toegekend en
                                die wegens ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking
                                wegens ziekte ontslag is verleend uit de betrekking die hij
                                gedurende de met recht op wachtgeld doorgebrachte tijd bekleedde en
                                waarin hij deelnemer was in de zin van het pensioenreglement, worden
                                inkomsten bedoeld in het eerste lid als volgt verrekend. De
                                inkomsten - ter hand genomen met ingang van of na de dag waarop het
                                ontslag plaatsvond - uit de betrekking die door betrokkene als
                                wachtgelder werd vervuld, worden verrekend over de maand waarop zij
                                betrekking hebben of geacht kunnen worden betrekking te hebben. In
                                afwijking van het gestelde in het eerste lid, geschiedt deze
                                verrekening op zodanige wijze dat het oorspronkelijk toegekende
                                wachtgeld wordt verminderd met het bedrag waarmee de WAO-uitkering,
                                in voorkomend geval vermeerderd met invaliditeitspensioen, al dan
                                niet aangevuld met een wachtgeld of uitkering, vermeerderd met de
                                inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf met inbegrip van
                                het oorspronkelijk toegekende wachtgeld de oorspronkelijke
                                bezoldiging overschrijdt. Indien na die vermindering een bedrag aan
                                overschrijding van de bezoldiging resteert, wordt het aanvullende
                                wachtgeld of de aanvullende uitkering verminderd met het resterende
                                bedrag aan overschrijding. </al></li>
              <li nr="3."><al>Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van
                                inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen
                                gedurende vakantie, verlof of non-activiteit, onmiddellijk vooraf
                                gaande aan het ontslag ter zake waarvan hem wachtgeld is toegekend.
                            </al></li>
              <li nr="4."><al>Wanneer de betrokkene op of na de dag, bedoeld in het eerste lid,
                                inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf, ter
                                hand genomen vóór evenbedoelde dag, is ten aanzien van die inkomsten
                                of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van
                                overeenkomstige toepassing. De hierbedoelde vermindering vindt
                                echter niet plaats, indien de inkomsten of hogere inkomsten het
                                gevolg zijn van algemene loonsverhogingen of indien de betrokkene
                                aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn van
                                verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende met
                                het ontslag.</al></li>
              <li nr="5."><al>Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, wordt niet verstaan
                                inkomsten, verkregen wegens overwerk of als gratificatie. </al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: ARZ/705435</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Opgave van inkomsten</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10:16</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De betrokkene doet van het ter hand nemen van arbeid of bedrijf op
                                of na de dag waarop hem ontslag is verleend of hem schriftelijke
                                mededeling is gedaan van het voornemen hem ontslag te verlenen,
                                onverwijld mededeling aan het college of aan een door het college
                                aan te wijzen ambtenaar. Daarbij doet hij, voor zover mogelijk,
                                opgave van de inkomsten die hij uit die arbeid of dat bedrijf zal
                                verkrijgen. Tijdelijke of blijvende wijzigingen in alle evengenoemde
                                bedragen geeft hij tijdig voor het verschijnen van de eerstvolgende
                                wachtgeldtermijn op.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de in het eerste lid bedoelde bedragen niet vooraf door de
                                betrokkene zijn op te geven, doet hij vóór het verschijnen van elke
                                wachtgeldtermijn opgave van hetgeen hij sedert het ter hand nemen
                                van de arbeid of het bedrijf dan wel sedert de vorige opgave heeft
                                verkregen. Brengt de aard van de arbeid of het bedrijf, ter
                                beoordeling van het college, mede dat de inkomsten over een langere
                                termijn moeten worden berekend, welke echter niet langer dan eenjaar
                                mag zijn, dan geschiedt de opgave dienovereenkomstig en wordt het
                                bedrag van de vermindering voorlopig vastgesteld onder voorbehoud
                                van verrekening aan het einde van evenbedoelde termijn.</al></li>
              <li nr="3."><al>Bij de vaststelling van het bedrag van de vermindering kan van een
                                opgave, bedoeld in het tweede lid, worden afgeweken.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het in de voorgaande leden bepaalde vindt overeenkomstige toepassing
                                ten aanzien van de arbeid of bedrijf en de inkomsten daaruit,
                                bedoeld in artikel 10:15, derde en vierde lid.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verlenging</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10:17</vet>
            </al>
            <al>Indien de betrokkene binnen drie maanden na het ontslag waaraan hij het
                        recht op wachtgeld ontleent bij de gemeente te wier laste het wachtgeld komt
                        een naar de aard van de werkzaamheden overeenkomstige betrekking gaat
                        vervullen als die waaruit hem het ontslag is verleend, wordt de duur van die
                        betrekking aan de op grond van de artikelen 10:7 en 10:8 vastgestelde duur
                        van het wachtgeld toegevoegd.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Opschorting</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10:18</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien de betrokkene na zijn ontslag uit hoofde van ziekte aanspraak
                                op doorbetaling van bezoldiging of een uitkering ten bedrage van de
                                laatstgenoten bezoldiging heeft of krijgt in verband met de
                                betrekking waaruit hem ontslag is verleend, wordt de uitvoering of
                                verdere uitvoering van de wachtgeldregeling vervat in deze regeling
                                opgeschort tot het einde van het tijdvak waarover die aanspraak
                                bestaat.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan op verzoek van de betrokkene die zich als
                                dienstplichtige in militaire dienst bevindt of moet begeven, de
                                uitvoering of verdere uitvoering van de wachtgeldregeling vervat in
                                deze regeling opschorten tot het einde van het tijdvak van diens
                                militaire dienst.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Samenloop</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10:19</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien de betrokkene ter zake van de dienstbetrekking waaruit hij
                                met recht op wachtgeld is ontslagen, aanspraak heeft op een
                                WAO-uitkering, in voorkomend geval vermeerderd met een
                                invaliditeitspensioen, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van
                                minder dan 80%, wordt het geldende bedrag van het wachtgeld,
                                toegekend ter zake van hetzelfde ontslag, met het hierna genoemde
                                percentage verminderd. Deze vermindering bedraagt bij een
                                arbeidsongeschiktheid van 65% tot 80%: 80%; 55% tot 65%: 60%; 45%
                                tot 55%: 50%; 35% tot 45%: 40%; 25% tot 35%: 30%; 15% tot 25%: 20%;
                                minder dan 15%: 0%. De som van de in de eerste volzin bedoelde
                                WAO-uitkering, in voorkomend geval vermeerderd met een
                                invaliditeitspensioen, en het verminderde wachtgeld bedraagt voorts
                                niet meer dan het onverminderde wachtgeld dat wordt genoten indien
                                er geen sprake is van samenloop. Ingeval van overschrijding wordt
                                het overschrijdende bedrag op het wachtgeld in mindering
                                gebracht.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, geen WAO-uitkering
                                aanvraagt en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor
                                de toepassing van dit artikel rekening gehouden met de WAO-uitkering
                                waarbij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer behoort. </al></li>
              <li nr="3."><al>Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen
                                door betrokkene, bedoeld in het eerste lid, de WAO-uitkering
                                vermindering ondergaat dan wel het recht op deze uitkering geheel of
                                gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit betrokkene redelijkerwijs kan
                                worden verweten, wordt de bedoelde uitkering voor de toepassing van
                                dit artikel steeds geacht onverminderd te zijn genoten. </al></li>
              <li nr="4."><al>Indien de betrokkene aanspraken heeft of verkrijgt op een uitkering
                                krachtens de Werkloosheidswet of de Ziektewet, wordt gedurende de
                                termijn waarover die aanspraken bestaan, het wachtgeld slechts
                                uitbetaald voor zover het evenbedoelde uitkeringen te boven
                                gaat.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: ARZ/705435</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Betaling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10:20</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het bedrag van het wachtgeld, over een jaar berekend, wordt naar
                                boven tot een volle euro afgerond en in dezelfde termijnen
                                uitbetaald als de bezoldiging welke vóór de toekenning van wachtgeld
                                werd genoten.</al></li>
              <li nr="2."><al>Met toestemming van de betrokkene kan de uitbetaling van het
                                wachtgeld over langere termijnen geschieden.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2001002801</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Afkoop</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10:21</vet>
            </al>
            <al>In bijzondere gevallen kan het college op verzoek van de betrokkene een
                        regeling met hem treffen krachtens welke het wachtgeld geheel of ten dele
                        wordt vervangen door een afkoopsom.</al>
            <al> briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verval van wachtgeld</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10:22</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het wachtgeld kan geheel of gedeeltelijk vervallen worden
                                verklaard:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>indien de betrokkene de opgave bedoeld in artikel 10:16,
                                        eerste en tweede lid, nalaat dan wel onjuist of onvolledig
                                        doet; </al></li>
                  <li nr="b."><al>indien de betrokkene enig op grond van artikel 10:12,
                                        tweede, derde of vijfde lid gegeven voorschrift niet nakomt,
                                        tenzij hem hiervan redelijkerwijs geen verwijt kan worden
                                        gemaakt; </al></li>
                  <li nr="c."><al>indien de betrokkene zich zonder toestemming van het college
                                        in het buitenland vestigt of geacht moet worden aldaar
                                        duurzaam te verblijven; </al></li>
                  <li nr="d."><al>indien betrokkene niet voldoet aan de verplichtingen die bij
                                        of krachtens artikel 10:13, eerste en tweede lid zijn
                                        gesteld; </al></li>
                  <li nr="e."><al>indien de betrokkene zich zodanig gedraagt dat hem ontslag
                                        zou zijn verleend als hij in dienst was gebleven; </al></li>
                  <li nr="f."><al>indien achteraf blijkt, dat vóór het aan de betrokkene
                                        verleende ontslag zich feiten en/of omstandigheden hebben
                                        voorgedaan, die zo deze eerder bekend waren aanleiding
                                        zouden hebben gevormd hem als ambtenaar met toepassing van
                                        artikel 8:13 ontslag te verlenen. </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Indien de betrokkene de verplichting, bedoeld in artikel 10:12,
                                eerste lid, niet nakomt, vervalt het wachtgeld voor het gedeelte
                                waarmede het, tezamen met de verzuimde of verloren gegane inkomsten,
                                de bezoldiging te boven zou zijn gegaan. </al></li>
              <li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige
                                toepassing op de ambtenaar bedoeld in artikel 10:12, zesde lid, aan
                                wie in dat geval een op soortgelijke wijze berekend lager wachtgeld
                                wordt toegekend. </al></li>
              <li nr="4."><al>Het bepaalde in dit artikel is niet van kracht indien het niet
                                nakomen van voorschriften, het weigeren of geen gebruik maken van
                                inkomsten geschiedt tijdens een staking of uitsluiting, behoudens
                                het geval dat het naar het oordeel van het college noodzakelijk is
                                dat de ambtenaar werkzaamheden verricht ter vervanging van stakers
                                of uitgeslotenen of om werknemers behulpzaam te zijn, zulks met het
                                oog op de openbare veiligheid of gezondheid of voor de regelmatige
                                functionering van de openbare dienst.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10:23</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het recht op wachtgeld vervalt:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>met ingang van de dag waarop betrokkene de AOW-gerechtigde
                                        leeftijd bereikt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op de dag na het overlijden van de betrokkene;</al></li>
                  <li nr="c."><al>op de dag dat betrokkene de in artikel 10:12, tweede en
                                        derde lid, bedoelde inschrijving teniet doet of nalaat haar
                                        op de door het arbeidsbureau dan wel de buitenlandse
                                        instantie van arbeidsbemiddeling bepaalde tijdstippen te
                                        doen verlengen; </al></li>
                  <li nr="d."><al>op de dag dat betrokkene als ingeschrevene bij het
                                        arbeidsbureau dan wel de buitenlandse instantie van
                                        arbeidsbemiddeling verzuimt gevolg te geven aan een
                                        oproeping of aanwijzing van die organisatie dan wel die
                                        instantie, die kan leiden tot het verkrijgen van werk, dat
                                        voor hem passend kan worden geacht dan wel weigert dergelijk
                                        werk te aanvaarden. </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het recht op wachtgeld vervalt met ingang van de dag waarop
                                betrokkene recht verkrijgt op een WAO-uitkering, berekend naar een
                                arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Artikel 10:6, tweede lid is
                                van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat van dit
                                wachtgeld de duur, voor zover deze wordt berekend aan de hand van
                                artikel 10:8, en de hoogte worden vastgesteld te rekenen vanaf de
                                datum van ontslag.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: 1997705435 en U201001917 en U201200194</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overlijdensuitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10:24</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de betrokkene wordt aan de
                                nagelaten echtgenoot of geregistreerde partner een bedrag
                                uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging als bedoeld in artikel 10:5,
                                over een tijdvak van drie maanden. Laat de overledene geen
                                echtgenoot of geregistreerde partner na dan geschiedt de uitkering
                                ten behoeve van zijn minderjarige wettige of natuurlijke kinderen
                                dan wel minderjarige pleegkinderen. Ontbreken ook zodanige kinderen
                                dan geschiedt de uitkering ten behoeve van ouders, broers, zusters
                                of meerderjarige kinderen van wie de overledene kostwinner was.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien ter zake van zijn overlijden aan de in het eerste lid
                                bedoelde betrekkingen een uitkering wordt toegekend uit hoofde van
                                een door de overledene vervulde betrekking, ten gevolge waarvan op
                                het wachtgeld een vermindering werd toegepast, bedoeld in
                                artikel10:15, wordt een bedrag uitgekeerd gelijk aan het verminderde
                                wachtgeld over een tijdvak van drie maanden. Is de som van beide
                                uitkeringen lager dan de uitkering, berekend naar het onverminderde
                                wachtgeld zou zijn geweest, dan wordt de uitkering, berekend naar
                                het verminderde wachtgeld, tot laatstbedoeld bedrag aangevuld.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien de overledene geen betrekkingen bedoeld in het eerste lid
                                nalaat, kan het bedrag van de uitkering geheel of ten dele worden
                                aangewend voor betaling van de kosten van de laatste ziekte of van
                                de lijkbezorging als de nalatenschap van de overledene daartoe
                                ontoereikend is.</al></li>
              <li nr="4."><al>Op de uitkering als bedoeld in dit artikel wordt in mindering
                                gebracht het bedrag van de uitkering waarop de nagelaten
                                betrekkingen van de gewezen ambtenaar ter zake van diens overlijden
                                aanspraak kunnen maken uit hoofde van een bepaling in een
                                gemeentelijke rechtspositieregeling, dan wel krachtens enig
                                wettelijk voorgeschreven verzekering tegen ziekte,
                                arbeidsongeschiktheid of onvrijwillige werkloosheid.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: ARZ/801143</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overgangsbepalingen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10:25</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Op de wachtgelden toegekend krachtens de bepalingen van de
                                wachtgeldregeling zoals deze luidde voor 1 augustus 1991, worden
                                voor de resterende duur na 30 juli 1991, de bepalingen van de
                                wachtgeldregeling zoals deze luiden met ingang van 1 augustus 1991
                                toegepast, met dien verstande dat de hoogte, voor de reeds
                                vastgestelde duur nooit lager zal zijn dan op grond van de
                                wachtgeldregeling zoals deze luidde voor 1 augustus 1991.</al></li>
              <li nr="2."><al>Ten aanzien van de wachtgelden, als bedoeld in het eerste lid, die
                                voortduren na 30 juli 1991, wordt op basis van de desbetreffende
                                bepalingen in de wachtgeldregeling, zoals deze luidt met ingang van
                                1 augustus 1991, de duur opnieuw berekend. Indien de aldus berekende
                                duur van het toegekende wachtgeld langer is dan de oorspronkelijk
                                vastgestelde duur, wordt deze laatstgenoemde duur verlengd met het
                                verschil tussen beide.</al></li>
              <li nr="3."><al>Voor de toepassing van artikel 10:8, derde lid van de
                                wachtgeldregeling wordt onder het eerder toegekende wachtgeld tevens
                                begrepen het wachtgeld, waarvan de duur is vastgesteld krachtens
                                artikelen 4 en 5 van de wachtgeldregeling zoals die luidden tot 1
                                augustus 1991.</al></li>
              <li nr="4."><al>Voor de toepassing van artikel 10:8, derde lid, van de
                                wachtgeldregeling wordt onder de eerder toegekende uitkering tevens
                                begrepen de uitkering waarvan de duur is vastgesteld krachtens
                                artikelen 4 en 6 van de uitkeringsregeling zoals die luidden tot 1
                                augustus 1991.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Artikel 10:26</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Degene die voor 1 januari 1987 in het genot was van wachtgeld als
                                bedoeld in de toen geldende wachtgeldregeling, waarvan de duur,
                                nadat toepassing is gegeven aan artikel 10:25, tweede lid,
                                verstrijkt in de periode van 1 augustus 1991 tot en met 31 december
                                1995, heeft recht op een overgangsuitkering.</al></li>
              <li nr="2."><al>De duur van de overgangsuitkering is twaalf maanden, met dien
                                verstande dat de uitkering uiterlijk 1 januari 1996 eindigt. De
                                overgangsuitkering gaat in direct na het verstrijken van het
                                wachtgeld als bedoeld in het eerste lid en wordt in maandelijkse
                                termijnen betaald.</al></li>
              <li nr="3."><al>De hoogte van de overgangsuitkering is over een maand gelijk aan het
                                minimumloon, met dien verstande dat dit bedrag nooit meer kan
                                bedragen dan 70% van de bezoldiging.</al></li>
              <li nr="4."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder minimumloon verstaan
                                het maandbedrag van het minimumloon bedoeld in artikel 8, eerste
                                lid, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.</al></li>
              <li nr="5."><al>De overige artikelen van dit hoofdstuk zijn voor zoveel mogelijk van
                                overeenkomstige toepassing.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Artikel 10:27</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Degene aan wie voor 1 januari 1995 een wachtgeld is toegekend op
                                basis van de bepalingen van de wachtgeldverordening zoals deze
                                luidde voor 1 januari 1995, en waarvan de duur doorloopt tot na 31
                                december 1994, behoudt wat betreft de hoogte van dit wachtgeld de
                                aanspraken zoals deze zijn vastgelegd in evengenoemde
                                verordening.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het voorgaande geldt eveneens ten aanzien van degene aan wie voor 1
                                januari 1995 een wachtgeld is toegekend op basis van dit
                                hoofdstuk.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Gevolgen Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10:28</vet>
            </al>
            <al>Op degene die gedurende de periode van wachtgeld recht heeft op een
                        uitkering ingevolge de WIA, zijn de artikelen 10:13, 10:15, 10:19 en 10:23
                        van overeenkomstige toepassing.</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200601371</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Slotbepaling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10:29</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaar die is
                                ontslagen met ingang van 1 januari 2001 of later.</al></li>
              <li nr="2."><al>Bij de verwijzingen in dit hoofdstuk naar artikelen elders uit de
                                CAR en/of UWO moet, voor zover niet anders is bepaald, worden
                                uitgegaan van de tekst van deze artikelen zoals die luidde op 31
                                december 2000.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoofdstuk 10a </vet>
              <vet>BOVENWETTELIJKE WERKLOOSHEIDSUITKERING.
                        </vet>
            </al>
            <al>
              <vet>(Hoofdstuk 10a is niet van toepassing op de ambtenaar die op of na 1
                            juli 2008 wordt ontslagen).</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 1. Algemene bepalingen</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al> werkloosheid: werkloosheid in de zin van artikel 16 van de
                                        Werkloosheidswet; </al></li>
                  <li nr="b."><al>betrokkene: de ambtenaar die werkloos geworden is;</al></li>
                  <li nr="c."><al>dagloon: het dagloon in de zin van de Werkloosheidswet,
                                        zonder de maximering van het dagloon, als bedoeld in artikel
                                        22 Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen jo. artikel
                                        17, eerste lid, van de Wet financiering sociale
                                        verzekeringen.</al></li>
                  <li nr="d."><al>bovenwettelijke uitkering: de aanspraken die de ambtenaar
                                        kan ontlenen aan dit hoofdstuk, te weten de aanvullende
                                        uitkering als omschreven in paragraaf 2 van dit hoofdstuk en
                                        de aansluitende uitkering als omschreven in paragraaf 3 van
                                        dit hoofdstuk, met uitzondering van de gemeentelijke
                                        werkloosheidsuitkering als bedoeld in artikel 10a:9, lid
                                        3.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt artikel 1:2:1 in acht
                                genomen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200601371</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 2. Aanvullende uitkering</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Voorwaarden voor recht op uitkering/samenloop met suppletie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Recht op een aanvullende uitkering heeft de betrokkene die:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>recht heeft op een uitkering krachtens de artikelen 15 tot
                                        en met 21 van de Werkloosheidswet en </al></li>
                  <li nr="b."><al>werkloos is als gevolg van een ontslag op grond van artikel
                                        8:4, 8:5, 8:6,8:7, onderdeel a of c, 8:8, 8:12. </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het recht op een aanvullende uitkering komt niet tot uitbetaling
                                indien en voor zolang de betrokkene ter zake van eenzelfde ontslag
                                recht heeft op suppletie, als bedoeld in hoofdstuk 11a van de
                                CAR.</al></li>
              <li nr="3."><al>Betrokkene, die ter zake van een ontslag wegens ongeschiktheid tot
                                het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte recht heeft op een
                                WAO-uitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of
                                meer, heeft recht op een aanvullende uitkering op het moment dat de
                                mate van arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt
                                vastgesteld dan 80% en hij daardoor recht heeft op een uitkering
                                krachtens de Werkloosheidswet. </al></li>
              <li nr="4."><al>Indien de WAO-uitkering, als bedoeld in het derde lid, is ontstaan
                                uit twee of meer dienstbetrekkingen, wordt het recht op de
                                aanvullende uitkering toegerekend aan de dienstbetrekking ter zake
                                waarvan hij betrokkene is, naar rato van de feitelijk genoten
                                inkomsten uit hoofde van de desbetreffende dienstbetrekkingen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: Marz/CvA/U200601213</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoogte van de uitkering: berekeningsgrondslag</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:3</vet>
            </al>
            <al>De berekeningsgrondslag voor de aanvullende uitkering is het dagloon op de
                        dag voorafgaande aan het ontslag ter zake waarvan de betrokkene recht op
                        aanvullende uitkering wordt toegekend, voorzover dat betrekking heeft op het
                        inkomen uit de betrekking waaraan het recht op aanvullende uitkering wordt
                        ontleend.</al>
            <al> briefnummer: CvA/2000004977 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoogte van de uitkering: indexering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:4</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De berekeningsgrondslag van de aanvullende uitkering wordt per 1
                                januari en 1 juli van een jaar geïndexeerd op een volgens
                                LOGA-partijen vastgestelde wijze.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het LOGA maakt bekend met welk percentage de berekeningsgrondslag
                                van de aanvullende uitkering wijzigt.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: CvA/2000004977 en ECCVA/U201002612</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoogte van de uitkering: bedrag</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:5</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De uitkering krachtens de Werkloosheidswet en de aanvullende
                                uitkering bedragen tezamen een percentage van de
                                berekeningsgrondslag van de aanvullende uitkering.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het in het eerste lid genoemde percentage bedraagt:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>gedurende de eerste vijftien maanden 80% en </al></li>
                  <li nr="b."><al>vervolgens 70%.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Een eventuele verlenging van de uitkering krachtens artikel 43 van
                                de Werkloosheidswet schort de termijn gedurende welke 80% van de
                                berekeningsgrondslag wordt uitgekeerd niet op.</al></li>
              <li nr="4."><al>Ter bepaling van de hoogte van de aanvullende uitkering, als bedoeld
                                in artikel 10a:2, derde lid, wordt uitgegaan van de datum van
                                ontslag</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: Marz/CvA/U200601213</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overgangsbepaling: Verlengde uitkering voor mensen die tussen 11
                            augustus 2003 en 1 augustus 2004 werkloos zijn geworden</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:5a</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De betrokkene die recht heeft op een aanvullende uitkering, die op
                                of na 11 augustus 2003 maar voor 1 augustus 2004 werkloos is
                                geworden en op de eerste dag van werkloosheid jonger is dan 57,5,
                                heeft na afloop van de loongerelateerde uitkering op grond van de
                                Werkloosheidswet gedurende twee jaar recht op een verlengde
                                uitkering.</al></li>
              <li nr="2."><al>De betrokkene die recht heeft op een aanvullende uitkering, die op
                                of na 11 augustus 2003 maar voor 1 augustus 2004 werkloos is
                                geworden en op de eerste dag van werkloosheid 57,5 jaar of ouder is,
                                heeft na afloop van de loongerelateerde uitkering op grond van de
                                Werkloosheidswet gedurende 3,5 jaar recht op een verlengde
                                uitkering.</al></li>
              <li nr="3."><al>De hoogte van de verlengde uitkering, genoemd in het eerste en
                                tweede lid, is 80% van de berekeningsgrondslag, zolang een periode
                                van 15 maanden te rekenen vanaf de eerste dag van werkloosheid niet
                                is verstreken en vervolgens 70% van de berekeningsgrondslag.</al></li>
              <li nr="4."><al>Op de verlengde uitkering genoemd in dit artikel zijn, voor zover
                                toepasbaar, de artikelen van dit hoofdstuk van overeenkomstige
                                toepassing.</al></li>
              <li nr="5."><al>Indien recht bestaat op een uitkering op grond van artikel 130h,
                                tweede lid, van de Werkloosheidswet, wordt deze op de verlengde
                                uitkering in mindering gebracht.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004003213</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overgangsbepaling: Aanvullende uitkering voor mensen op wie artikel
                            130h, eerste lid, van de Werkloosheidswet van toepassing is</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:5b</vet>
            </al>
            <al>De bepalingen van hoofdstuk 10a, zoals deze luidden voor 1 augustus 2004,
                        blijven gelden voor de betrokkene op wie artikel 130h, eerste lid, van de
                        Werkloosheidswet van toepassing is.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2004003213 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Beëindiging van het recht op uitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:6</vet>
            </al>
            <al>De bepalingen betreffende de gehele of gedeeltelijke beëindiging van het
                        recht op uitkering, vastgelegd in de Werkloosheidswet, zijn van toepassing
                        op de aanvullende uitkering.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Herleving van het recht op uitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:7</vet>
            </al>
            <al>De bepalingen betreffende de herleving van het recht op uitkering,
                        vastgelegd in de Werkloosheidswet, zijn van toepassing op de aanvullende
                        uitkering.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verlenging van het recht op uitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:8</vet>
            </al>
            <al>De bepalingen betreffende de verlenging van het recht op uitkering,
                        vastgelegd in de Werkloosheidswet, zijn van toepassing op de aanvullende
                        uitkering.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verplichtingen en sancties</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:9</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het verplichtingen- en sanctieregime van de Werkloosheidswet is van
                                toepassing op de aanvullende uitkering, met inachtneming van het in
                                lid 2 gestelde en met dien verstande dat een boete in de zin van de
                                Werkloosheidswet niet leidt tot een verandering in het bedrag van de
                                aanvullende uitkering.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien een betrokkene ontslagen wordt op grond van artikel 8:4,
                                nadat hij heeft aangegeven voor dit ontslag in aanmerking te willen
                                komen en de uitvoeringsinstelling als gevolg hiervan de uitkering
                                krachtens de Werkloosheidswet als sanctie gedeeltelijk weigert, kent
                                het college een aanvulling op de aanvullende uitkering toe zodanig
                                dat de uitkering krachtens de Werkloosheidswet en de aanvullende
                                uitkering tezamen een bedrag vormen dat overeenkomt met het bedrag
                                waarop betrokkene recht zou hebben gehad indien hij niet te kennen
                                zou hebben gegeven voor ontslag in aanmerking te willen komen.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien een betrokkene ontslagen wordt op grond van artikel 8:4,
                                nadat hij heeft aangegeven voor dit ontslag in aanmerking te willen
                                komen en de uitvoeringsinstelling als gevolg hiervan de uitkering
                                krachtens de Werkloosheidswet geheel weigert, kent het college een
                                gemeentelijke werkloosheidsuitkering toe, waarvan de hoogte en de
                                duur overeenkomen met de uitkering krachtens de Werkloosheidswet
                                waarop de betrokkene recht zou hebben gehad indien hij niet te
                                kennen zou hebben gegeven voor ontslag in aanmerking te willen
                                komen. Deze gemeentelijke werkloosheidsuitkering wordt, indien aan
                                de voorwaarden van artikel 10a:2 wordt voldaan, aangevuld met een
                                aanvullende uitkering. Op deze gemeentelijke werkloosheidsuitkering
                                zijn de bepalingen van de Werkloosheidswet van toepassing. Voor de
                                toepassing van dit hoofdstuk wordt de gemeentelijke
                                werkloosheidsuitkering gelijkgesteld aan een uitkering krachtens de
                                Werkloosheidswet. </al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Anticumulatie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:10</vet>
            </al>
            <al>Artikel 35 van de Werkloosheidswet is van toepassing op de aanvullende
                        uitkering.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Scholing</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:11</vet>
            </al>
            <al>De bepalingen met betrekking tot opleiding, scholing en onbeloonde
                        activiteiten, vastgelegd in de Werkloosheidswet, zijn van toepassing op de
                        aanvullende uitkering. </al>
            <al>briefnummer: CvA/</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Aanvulling op ziekengeld</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:12</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De betrokkene die wegens ziekte verhinderd is om arbeid te
                                verrichten en dientengevolge een uitkering krachtens de Ziektewet
                                ontvangt (ziekengeld), heeft, indien hij recht zou hebben op een
                                aanvullende uitkering in de zin van artikel 10a:2 van dit hoofdstuk
                                als hij niet ziek was geweest, recht op aanvulling van dat
                                ziekengeld.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het ziekengeld en de in het eerste lid genoemde aanvulling bedragen
                                tezamen een bedrag dat gelijk is aan het bedrag dat de betrokkene op
                                grond van artikel 10a:5 zou ontvangen wanneer hij niet wegens ziekte
                                ongeschikt zou zijn om arbeid te verrichten.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het verplichtingen- en sanctieregime van de Ziektewet is van
                                toepassing op de aanvulling op het ziekengeld.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2002004755</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Aanvulling op Waz-uitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:12a</vet>
            </al>
            <al>De betrokkene, die in verband met zwangerschap en bevalling recht heeft op
                        een uitkering op grond van de Waz, heeft recht op een aanvullingtot
                        het voor haar geldende dagloon. </al>
            <al>briefnummer: CvA/2002004755 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Aanvulling op REA-uitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:12b</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De arbeidsgehandicapte betrokkene die werkloos is en dientengevolge
                                een uitkering krachtens de Werkloosheidswet ontvangt, kan bij
                                proefplaatsing en scholing bij een nieuwe werkgever recht hebben op
                                een uitkering op grond van de Wet op (re)integratie
                                arbeidsgehandicapten. Indien hij recht zou hebben op een aanvullende
                                uitkering in de zin van artikel 10a:2 van dit hoofdstuk wanneer hij
                                geen REA-uitkering als hiervoor bedoeld zou hebben gehad, bestaat er
                                ook in dit geval recht op aanvulling. </al></li>
              <li nr="2."><al>De in het eerste lid genoemde aanvulling en de REA-uitkering
                                bedragen tezamen een bedrag dat gelijk is aan het bedrag dat
                                betrokkene op grond van artikel 10a:5 zou ontvangen wanneer hij een
                                WW-uitkering en aanvullende uitkering zou ontvangen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001026</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Uitkering bij overlijden</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:13</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Zo spoedig mogelijk na het overlijden van betrokkene wordt in
                                aanvulling op artikel 35 of artikel 36, eerste lid, Ziektewet een
                                overlijdensuitkering toegekend, met dien verstande dat het bedrag
                                van beide uitkeringen tezamen gelijk is aan 100% van het voor
                                betrokkene geldende dagloon, berekend over een periode van 13 weken.
                            </al></li>
              <li nr="2."><al>Op de uitkering als bedoeld in dit artikel wordt in mindering
                                gebracht het bedrag van de uitkering waarop de nagelaten
                                betrekkingen van de betrokkene ter zake van diens overlijden
                                aanspraak kunnen maken uit hoofde van een andere bepaling in een
                                gemeentelijke rechtspositieregeling, dan wel krachtens enige
                                wettelijk voorgeschreven verzekering tegen ziekte,
                                arbeidsongeschiktheid of onvrijwillige werkloosheid.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Grensarbeiders</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:13a</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De betrokkene, die aansluitend aan zijn arbeidsurenverlies als
                                betrokkene buiten Nederland woont en in verband met artikel 71,
                                eerste lid, onderdeel a ii, EG-verordening 1408/71 geen recht op een
                                WW-uitkering heeft, heeft recht op een aanvullende uitkering
                                voorzover de omstandigheid dat hij geen recht op WW-uitkering heeft,
                                uitsluitend wordt veroorzaakt doordat hij buiten Nederland
                                woont.</al></li>
              <li nr="2."><al>De uitkering op grond van dit artikel:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>eindigt niet door de omstandigheid dat de betrokkene wegens
                                        ziekte of arbeidsongeschiktheid niet beschikbaar is om
                                        arbeid te aanvaarden, indien hij geen recht heeft op een
                                        uitkering als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel
                                        a, b, of n, WW vanwege het enkele feit dat zijn verzekering
                                        op grond van de daar genoemde wetten is geëindigd;</al></li>
                  <li nr="b."><al>is, indien de betrokkene alsnog of wederom recht krijgt op
                                        een WW-uitkering, niet van invloed op het recht op
                                        bovenwettelijke uitkering dat voor de betrokkene verbonden
                                        is aan dat recht op een WW-uitkering.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>De uitkering waarop de betrokkene op grond van dit artikel lid recht
                                heeft, is in hoogte en duur gelijk aan de WW-uitkering en de
                                aanvullende uitkering waarop de betrokkene recht zou hebben gehad
                                indien hij in Nederland zou hebben gewoond. </al></li>
              <li nr="4."><al>Indien de betrokkene aantoont dat hij recht heeft op een uitkering
                                wegens ziekte, zwangerschap, bevalling, adoptie of pleegzorg naar
                                het recht van zijn woonland, wordt die uitkering voor de toepassing
                                van het derde lid gelijkgesteld met de overeenkomstige uitkering op
                                grond van de ZW of de Wet arbeid en zorg. Deze gelijkstelling vindt
                                plaats voor ten hoogste de maximale duur van de overeenkomstige
                                uitkering op grond van de ZW of de Wet arbeid en zorg. Zolang deze
                                gelijkstelling duurt is de uitkering gelijk aan de uitkering op
                                grond van de ZW of de Wet arbeid en zorg en de aanvullende uitkering
                                waarop de betrokkene recht zou hebben gehad indien hij in Nederland
                                had gewoond.</al></li>
              <li nr="5."><al>Indien de betrokkene een uitkering wegens werkloosheid, ziekte,
                                zwangerschap, bevalling, adoptie, pleegzorg of arbeidsongeschiktheid
                                naar het recht van zijn woonland ontvangt, wordt deze geheel in
                                mindering gebracht op de uitkering op grond van dit artikel over
                                dezelfde periode.</al></li>
              <li nr="6."><al>Zolang en voorzover de betrokkene tegelijk recht heeft op een
                                uitkering op grond van dit artikel en een WW-uitkering, een
                                ZW-uitkering, een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg, een
                                bovenwettelijke uitkering of een uitkering die daar naar aard en
                                strekking mee overeenkomt, niet zijnde een uitkering naar het recht
                                van zijn woonland, heeft de uitkering op grond van dit artikel het
                                karakter van een aanvulling tot de hoogte die de uitkering op grond
                                van dit artikel zonder de samenloop zou hebben. Hierbij wordt de
                                wettelijke uitkering geacht onverminderd te zijn ontvangen indien
                                deze op grond van enige wettelijke bepaling geheel of gedeeltelijk
                                is geweigerd, dan wel niet of niet geheel is betaald. </al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001026</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 3. Aansluitende uitkering</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Diensttijd</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:14</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder 'diensttijd': de aan het
                                ontslag voorafgaande in overheidsdienst doorgebrachte tijd waaraan
                                het deelnemerschap in de zin van het pensioenreglement is verbonden,
                                alsmede tijd die door inkoop voor pensioen geldig zou zijn
                                verklaard.</al></li>
              <li nr="2."><al>Onder diensttijd bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan de
                                tijd doorgebracht in de betrekking waaruit de werkloosheid is
                                ontstaan, indien aan die tijd op grond van de Regeling beperking van
                                het zijn van overheidswerknemer in de zin van de wet Privatisering
                                ABP (Stc. 1997, 164) het ambtenaarschap in de zin van evengenoemde
                                regeling niet is verbonden.</al></li>
              <li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid blijft
                                buiten beschouwing:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>diensttijd liggende vóór een onderbreking van meer dan een
                                        jaar;</al></li>
                  <li nr="b."><al>diensttijd welke in aanmerking is genomen bij de berekening
                                        van de duur van een eerder toegekend wachtgeld, een daarmee
                                        gelijk te stellen uitkering wegens onvrijwillige
                                        werkloosheid of een bovenwettelijke uitkering wegens
                                        onvrijwillige werkloosheid ten laste van de overheid;</al></li>
                  <li nr="c."><al>diensttijd welke in aanmerking is genomen bij de berekening
                                        van een pensioen krachtens het pensioenreglement dan wel
                                        voorafgaat aan een ontslag verleend op grond van artikel 8:3
                                        van deze regeling of een soortgelijke bepaling in een andere
                                        overheidsregeling;</al></li>
                  <li nr="d."><al>tijd, bedoeld in artikelen 5.3, 5.4 en 5.5 van het
                                        pensioenreglement;</al></li>
                  <li nr="e."><al>tijd in een aangehouden betrekking, dan wel in een
                                        betrekking welke de betrokkene had kunnen aanhouden, doch
                                        uit welke hij vrijwillig werkloos is geworden met ingang van
                                        de datum waarop de uitkering krachtens de Werkloosheidswet
                                        ingaat.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200601047</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Voorwaarden voor recht op uitkering/samenloop met suppletie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:15</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Recht op een aansluitende uitkering heeft de betrokkene die:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>recht heeft op een uitkering krachtens de artikelen 15 tot
                                        en met 21 van de Werkloosheidswet en</al></li>
                  <li nr="b."><al>werkloos is als gevolg van een ontslag op grond van artikel
                                        8:4, 8:5, 8:6 of 8:8, met inachtneming van het derde
                                        lid.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Eveneens recht op een aansluitende uitkering heeft de betrokkene die
                                door het college op basis van artikel 10a:9 derde lid een
                                gemeentelijke werkloosheidsuitkering is toegekend.</al></li>
              <li nr="3."><al>In afwijking van het eerste lid biedt ontslag op basis van artikel
                                8:6 slechts aanspraken op een aansluitende uitkering indien gebruik
                                is gemaakt van de mogelijkheid die artikel 8:6, derde lid, laatste
                                volzin biedt.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het recht op de aansluitende uitkering ontstaat op de eerste dag van
                                de werkloosheid, waarbij de aansluitende uitkering ingaat zodra de
                                geldende uitkeringsduur van de loongerelateerde uitkering krachtens
                                de Werkloosheidswet is verstreken.</al></li>
              <li nr="5."><al>Voor degene op wie artikel 10a:5a van toepassing is, ontstaat het
                                recht op de aansluitende uitkering op de eerste werkloosheidsdag,
                                waarbij de aansluitende uitkering ingaat zodra de geldende
                                uitkeringsduur van de verlengde uitkering is verstreken. </al></li>
              <li nr="6."><al>Voor degene op wie artikel 130h, eerste lid, van de Werkloosheidswet
                                van toepassing is, ontstaat het recht op de aansluitende uitkering
                                op de eerste werkloosheidsdag, waarbij de aansluitende uitkering
                                ingaat zodra de geldende uitkeringsduur van uitkering krachtens de
                                Werkloosheidswet is verstreken.</al></li>
              <li nr="7."><al>Het recht op een aansluitende uitkering komt niet tot uitbetaling
                                indien en voor zolang de betrokkene ter zake van eenzelfde ontslag
                                recht heeft op suppletie, als bedoeld in hoofdstuk 11a van de
                                CAR.</al></li>
              <li nr="8."><al>De betrokkene, die terzake van een ontslag wegens ongeschiktheid tot
                                het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte als bedoeld in artikel
                                8:5 recht heeft op een WAO-uitkering, berekend naar een
                                arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, heeft recht op een
                                aansluitende uitkering, berekend naar de duur, als bepaald in
                                artikel 10a:16, derde lid, op het moment dat de mate van
                                arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld dan
                                80% en hij om die reden recht heeft op een uitkering krachtens de
                                Werkloosheidswet. </al></li>
              <li nr="9."><al>Indien de WAO-uitkering, als bedoeld in het achtste lid, is ontstaan
                                uit twee of meer dienstbetrekkingen, wordt het recht op de
                                aansluitende uitkering toegerekend aan de dienstbetrekking ter zake
                                waarvan hij betrokkene is, naar rato van de feitelijk genoten
                                inkomsten uit hoofde van de desbetreffende dienstbetrekkingen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: Marz/CvA/U200601213 en MARZ/CvA/U200601371</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Duur van de uitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:16</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De duur van de aansluitende uitkering wordt vastgesteld op drie
                                maanden, vermeerderd voor de betrokkene:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>die op de dag van ontslag de leeftijd van 21 jaar nog niet
                                        heeft bereikt met een duur gelijk aan 18% van de
                                        diensttijd;</al></li>
                  <li nr="b."><al>die op de dag van ontslag 21 jaar oud is met een duur van
                                        19,5% van de diensttijd en zo vervolgens per leeftijdsjaar
                                        opklimmende met 1,5%.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>De in het eerste lid berekende duur wordt verminderd met:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de duur van de uitkering krachtens de Werkloosheidswet,
                                        zoals deze is vastgesteld op de eerste dag van de
                                        werkloosheid en </al></li>
                  <li nr="b."><al>twee jaar.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Ter bepaling van de duur van de aansluitende uitkering voor
                                betrokkene, genoemd in artikel 10a:15, achtste lid, wordt uitgegaan
                                van de datum van het ontslag.</al></li>
              <li nr="4."><al>De betrokkene die op het tijdstip van ontslag de leeftijd van 55
                                jaren of ouder heeft bereikt, heeft recht op een aansluitende
                                uitkering tot de eerste dag waarop hij de AOW-gerechtigde leeftijd
                                bereikt.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200601213 en U201001917 en U201200194</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overgangsbepaling: Aansluitende uitkering voor mensen die tussen 11
                            augustus 2003 en 1 augustus 2004 werkloos zijn geworden</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:16a</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De duur van de aansluitende uitkering voor de betrokkene die recht
                                heeft op een aansluitende uitkering, die op of na 11 augustus 2003
                                maar voor 1 augustus 2004 werkloos is geworden, wordt vastgesteld op
                                drie maanden, vermeerderd voor de betrokkene: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>die op de dag van ontslag de leeftijd van 21 jaar nog niet
                                        heeft bereikt met een duur gelijk aan 18% van de
                                        diensttijd;</al></li>
                  <li nr="b."><al>die op de dag van ontslag 21 jaar oud is met een duur van
                                        19,5% van de diensttijd en zo vervolgens per leeftijdsjaar
                                        opklimmende met 1,5% en wordt verminderd met de duur van de
                                        loongerelateerde uitkering krachtens de Werkloosheidswet,
                                        zoals deze is vastgesteld op de eerste dag van de
                                        werkloosheid en de duur van de verlengde uitkering genoemd
                                        in artikel 10a:5a.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>De betrokkene die recht heeft op een aansluitende uitkering, die op
                                of na 11 augustus 2003 maar voor 1 augustus 2004 werkloos is
                                geworden en die op de eerste dag van werkloosheid de leeftijd van 55
                                jaren of ouder heeft bereikt, heeft recht op een aansluitende
                                uitkering tot de eerste dag van de kalendermaand, volgend op die
                                waarin hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. Een uitkering op
                                basis van de Algemene Ouderdomswet wordt in mindering gebracht op de
                                aansluitende uitkering.</al></li>
              <li nr="3."><al>Op de aanvullende uitkering genoemd in dit artikel zijn, voor zover
                                toepasbaar, de artikelen van dit hoofdstuk van overeenkomstige
                                toepassing. </al></li>
              <li nr="4."><al>Indien recht bestaat op een uitkering op grond van artikel 130h,
                                tweede lid, van de Werkloosheidswet, wordt deze op de aansluitende
                                uitkering in mindering gebracht.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004003213</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overgangsbepaling: Aansluitende uitkering voor mensen op wie artikel
                            130h, eerste lid, van de Werkloosheidswet van toepassing is</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:16b</vet>
            </al>
            <al>De bepalingen van hoofdstuk 10a, zoals deze luidden voor 1 augustus 2004,
                        blijven gelden voor de betrokkene op wie artikel 130h, eerste lid, van de
                        Werkloosheidswet van toepassing is.</al>
            <al> briefnummer: CvA/2004003213 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoogte van de uitkering: berekeningsgrondslag</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:17</vet>
            </al>
            <al>Artikel 10a:3 is van toepassing opde aansluitende uitkering.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoogte van de uitkering: indexering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:18</vet>
            </al>
            <al>Artikel 10a:4 is van toepassing op de aansluitende uitkering.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoogte van de uitkering: bedrag</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:19</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De aansluitende uitkering bedraagt 80% van de berekeningsgrondslag,
                                zolang een periode van 15 maanden te rekenen vanaf de eerste dag van
                                werkloosheid nog niet is verstreken en vervolgens 70% van de
                                berekeningsgrondslag.</al></li>
              <li nr="2."><al>Ter bepaling van de hoogte van de aansluitende uitkering, als
                                bedoeld in artikel 10a:15, achtste lid, wordt uitgegaan van de datum
                                van ontslag.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien recht bestaat op een uitkering op grond van artikel 130h,
                                tweede lid, van de Werkloosheidswet, wordt deze op de aansluitende
                                uitkering in mindering gebracht.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: Marz/CvA/U200601213</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Beëindiging van het recht op uitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:20</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De bepalingen in de Werkloosheidswet betreffende de gehele of
                                gedeeltelijke beëindiging van het recht op vervolguitkering zijn van
                                overeenkomstige toepassing op de aansluitende uitkering.</al></li>
              <li nr="2."><al>In afwijking van het gestelde in lid 1 eindigt het recht op
                                aansluitende uitkering niet in geval van ongeschiktheid tot het
                                verrichten van arbeid wegens ziekte en er geen aanspraak bestaat op
                                een uitkering krachtens de Ziektewet.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde geldt niet in het geval het recht op
                                uitkering krachtens artikel 20, lid 1, onderdeel e van de
                                Werkloosheidswet zou worden beëindigd wegens het verstrijken van de
                                uitkeringsduur. In dat geval eindigt het recht op uitkering na het
                                verstrijken van de uitkeringsduur van de aansluitende uitkering,
                                berekend overeenkomstig artikel 10a:16.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Nawerking Ziektewet en Waz</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:20a</vet>
            </al>
            <al>Indien er op grond van de Ziektewet dan wel op grond van de Waz na aanvang
                        van de aansluitende uitkering recht ontstaat op een uitkering krachtens de
                        Ziektewet, respectievelijk de Waz, wordt deze uitkering in mindering
                        gebracht opde aansluitende uitkering<vet>.</vet></al>
            <al>briefnummer: CvA/2002004755</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Herleving van het recht op uitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:21</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De bepalingen in de Werkloosheidswet betreffende de herleving van
                                het recht op uitkering zijn van overeenkomstige toepassing op de
                                aansluitende uitkering.</al></li>
              <li nr="2."><al>Artikel 43 van de Werkloosheidswet en artikel 50 van de
                                Werkloosheidswet, zoals deze luidde voor inwerkingtreding van de wet
                                van 19 december 2003, Stb. 2003, 546, met betrekking tot de
                                verlenging van het recht op uitkering krachtens de Werkloosheidswet
                                zijn niet van overeenkomstige toepassing op de aansluitende
                                uitkering.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004003213</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verplichtingen en sancties</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:22</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het verplichtingen- en sanctieregime van de Werkloosheidswet is van
                                overeenkomstige toepassing op de aansluitende uitkering.</al></li>
              <li nr="2."><al>Tijdens ziekte is het verplichtingen- en sanctieregime van de
                                Ziektewet van overeenkomstige toepassing op de aansluitende
                                uitkering.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Anticumulatie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:23</vet>
            </al>
            <al>Artikel 35 van de Werkloosheidswet is van overeenkomstige toepassing op de
                        aansluitende uitkering.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Scholing</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:24</vet>
            </al>
            <al>De bepalingen met betrekking tot opleiding, scholing en onbeloonde
                        activiteiten, vastgelegd in de Werkloosheidswet, zijn van overeenkomstige
                        toepassing op de aansluitende uitkering.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Uitkering bij overlijden</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:25</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Zo spoedig mogelijk na het overlijden van betrokkene wordt in onder
                                overeenkomstige toepassing van artikel 35 of artikel 36, eerste Lid,
                                Ziektewet een overlijdensuitkering toegekend, met dien verstande dat
                                het bedrag van beide uitkeringen tezamen gelijk is aan 100% van het
                                voor betrokkene geldende dagloon, berekend over een periode van 13
                                weken.</al></li>
              <li nr="2."><al>Op de uitkering als bedoeld in dit artikel wordt in mindering
                                gebracht het bedrag van de uitkering waarop de nagelaten
                                betrekkingen van de betrokkene ter zake van diens overlijden
                                aanspraak kunnen maken uit hoofde van een andere bepaling in een
                                gemeentelijke rechtspositieregeling, dan wel krachtens enige
                                wettelijk voorgeschreven verzekering tegen ziekte.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Grensarbeiders</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:25a</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Na het verstrijken van de duur van een uitkering op grond van
                                artikel 10a:13a heeft de betrokkene recht op de aansluitende
                                uitkering waarop hij recht zou hebben gehad als hij in Nederland zou
                                hebben gewoond.</al></li>
              <li nr="2."><al>Op de uitkering op grond van dit artikel is artikel 10a:13a, tweede,
                                vijfde en zesde lid, van overeenkomstige toepassing.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001026</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 4. Bovenwettelijke reïntegratiemaatregelen</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Regeling tegemoetkoming verhuiskosten</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:26</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Aan de betrokkene die elders arbeid of een bedrijf ter hand gaat
                                nemen en recht heeft of zou krijgen op een bovenwettelijke
                                werkloosheidsuitkering indien hij geen betrekking zou hebben
                                aanvaard of bedrijf ter hand zou hebben genomen, kan op zijn
                                aanvraag een vergoeding van € 2.270,- worden toegekend als
                                tegemoetkoming in de kosten van een daartoe noodzakelijke
                                verhuizing.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de betrokkene uit anderen hoofde eveneens een tegemoetkoming
                                in de verhuiskosten krijgt, wordt deze vergoeding op de in het
                                eerste lid genoemde tegemoetkoming in mindering gebracht.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2001002801</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:27</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Om voor een verhuiskostenvergoeding op basis van artikel 10a:26 in
                                aanmerking te komen dient de uitkeringsgerechtigde:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de werkloosheid door het ter hand nemen van arbeid of
                                        bedrijf met tenminste 50% met een minimum van vijf uur te
                                        verminderen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>te verhuizen binnen zes maanden na de vermindering van de
                                        werkloosheid, doch uiterlijk drie maanden voor de
                                        oorspronkelijk vastgestelde beëindigingsdatum van de
                                        uitkeringsperiode; </al></li>
                  <li nr="c."><al>arbeid te aanvaarden voor onbepaalde tijd of voor bepaalde
                                        tijd met een duur van minimaal één jaar, blijkend uit de
                                        overlegging van het arbeidscontract;</al></li>
                  <li nr="d."><al>zich binnen een afstand van 25 kilometer van de standplaats
                                        van de nieuwe arbeid te vestigen, terwijl de afstand tussen
                                        deze standplaats en de oude woning tenminste 50 kilometer
                                        moet bedragen;</al></li>
                  <li nr="e."><al>schriftelijk te melden of hij een vergoeding uit anderen
                                        hoofde ontvangt en te verklaren dat hij geen bezwaar heeft
                                        als de uitvoeringsinstelling bij de nieuwe werkgever deze
                                        melding verifieert en de uitvoeringsinstelling vaststelt dat
                                        de uitkeringsgerechtigde is verhuisd.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het recht op de tegemoetkoming in de verhuiskosten ontstaat eerst
                                als vaststaat dat de uitkeringsgerechtigde daadwerkelijk is
                                verhuisd.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Reïntegratietoeslag</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:28</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Betrokkene heeft op aanvraag recht op een reïntegratietoeslag
                                indien:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>hij een dienstbetrekking in de zin van de Werkloosheidswet
                                        aanvaardt en </al></li>
                  <li nr="b."><al>het dagloon verbonden aan de nieuwe dienstbetrekking lager
                                        is dan 90% van de in artikel 10a:3 genoemde
                                        berekeningsgrondslag, met inachtneming van het tweede
                                        lid.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>De reïntegratietoeslag dient binnen 10 weken nadat de nieuwe
                                dienstbetrekking is aanvaard te worden aangevraagd bij het college.
                            </al></li>
              <li nr="3."><al>Indien de omvang in uren van de nieuwe dienstbetrekking kleiner is
                                dan de omvang van de oude betrekking, heeft betrokkene recht op een
                                reïntegratietoeslag, mits het dagloon omgerekend naar de omvang van
                                de oude betrekking lager is dan 90% van de in artikel 10a:3 genoemde
                                berekeningsgrondslag.</al></li>
              <li nr="4."><al>Indien de in het eerste lid genoemde dienstbetrekking van tijdelijke
                                aard is, dient zij voor de duur van minimaal één jaar te zijn
                                overeengekomen.</al></li>
              <li nr="5."><al>In gevallen waarin artikel 35 van de Werkloosheidswet of artikel
                                10a:32 van de CAR van toepassing is, is er geen recht op de in het
                                eerste lid genoemde reïntegratietoeslag.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:29</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De duur van de reïntegratietoeslag is negen maanden voor elk vol
                                jaar dat de betrokkene nog recht zou hebben op een aanvullende en/of
                                aansluitende uitkering indien betrokkene de nieuwe betrekking niet
                                zou hebben verkregen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voor de bepaling van de duur van de reïntegratietoeslag op basis van
                                het eerste lid wordt het aantal jaren dat de betrokkene nog recht
                                zou hebben op een bovenwettelijke uitkering op hele jaren naar
                                beneden afgerond.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:30</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De reïntegratietoeslag wordt beëindigd:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>indien de voor betrokkene berekende duur is verstreken;
                                    </al></li>
                  <li nr="b."><al>indien betrokkene geheel werkloos wordt in de nieuwe
                                        betrekking;</al></li>
                  <li nr="c."><al>indien de inkomsten uit de nieuwe betrekking gedurende drie
                                        maanden het in artikel 10a:31 opgenomen niveau van de
                                        reïntegratietoeslag te boven zijn gegaan.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Onder gehele werkloosheid in de zin van het eerste lid, onderdeel b
                                wordt de situatie verstaan waarin de betrokkene die in de nieuwe
                                betrekking per kalenderweek:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>ten minste acht uren werkte zoveel arbeidsuren per
                                        kalendenveek heeft verloren dat er minder dan vijf
                                        arbeidsuren resteren of </al></li>
                  <li nr="b."><al>minder dan acht uren werkte zoveel arbeidsuren per
                                        kalenderweek heeft verloren dat er minder dan de helft van
                                        de arbeidsuren resteren.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Indien betrokkene gedeeltelijk werkloos wordt in de nieuwe
                                betrekking, blijft de reïntegratietoeslag gelden voor die uren
                                waarvoor betrokkene nog werkzaamheden verricht. De toeslag wordt dan
                                naar rato uitgekeerd.</al></li>
              <li nr="4."><al>De uitkeringsgerechtigde dient aan het einde van elke maand een
                                overzicht te verschaffen van de inkomsten uit de nieuwe
                                dienstbetrekking die hij in die maand heeft genoten. Op basis
                                vandit overzicht wordt bepaald of er een recht op een
                                reïntegratietoeslag is en zo ja, hoe hoog die toeslag dient te
                                zijn.</al></li>
              <li nr="5."><al>Indien het recht op reïntegratietoeslag op grond van het eerste lid,
                                onderdeel c is beëindigd, kan dit recht niet meer herleven.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:31</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De reïntegratietoeslag vult de inkomsten uit de nieuwe betrekking
                                aan tot 90% van de in artikel 10a:3 genoemde
                                berekeningsgrondslag.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 10a:28,
                                derde lid, vult de reïntegratietoeslag de inkomsten uit de nieuwe
                                betrekking, omgerekend naar de omvang van de oude betrekking, naar
                                rato aan tot 90% van de in artikel 10a:3 genoemde
                                berekeningsgrondslag.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Reïntegratiepremie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:32</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Op verzoek van de betrokkene kan een reïntegratiepremie worden
                                toegekend indien:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>betrokkene een aanvullende en/of aansluitende uitkering
                                        wegens werkloosheid geniet en </al></li>
                  <li nr="b."><al>hij arbeid voor onbepaalde tijd ter hand gaat nemen of
                                        bedrijf gaat uitoefenen, waardoor de werkloosheid volledig
                                        wordt opgeheven.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het verzoek tot toekenning van de reïntegratiepremie dient uiterlijk
                                10 weken na beëindiging van de uitkering op basis van de
                                Werkloosheidswet door betrokkene te worden ingediend.</al></li>
              <li nr="3."><al>Toekenning van een reïntegratiepremie is alleen mogelijk indien het
                                verzoek betrekking heeft op de gehele bovenwettelijke
                                uitkering.</al></li>
              <li nr="4."><al>Indien op verzoek van betrokkene een reïntegratiepremie wordt
                                toegekend, wordt het recht op een maandelijks te betalen
                                bovenwettelijke uitkering door het recht op een bedrag ineens
                                vervangen en vervallen daarmee de opgebouwde rechten van betrokkene
                                op een bovenwettelijke uitkering. De artikelen 10a:7, 10a:8 en
                                10a:21 zijn dan niet van toepassing.</al></li>
              <li nr="5."><al>Indien het recht op de aanvullende en/of aansluitende uitkering
                                wegens werkloosheid krachtens artikel 10a:7 of artikel 10a:21
                                herleeft voordat een besluit over het verzoek van betrokkene omtrent
                                de toekenning van een reïntegratiepremie genomen is, wordt negatief
                                besloten op dit verzoek.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:33</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De berekeningsgrondslag van de reïntegratiepremie is de som van de
                                maandelijkse aanspraken op bovenwettelijke uitkering waarop
                                betrokkene nog recht zou hebben gehad, indien hij geen nieuwe
                                dienstbetrekking had aanvaard en gedurende de gehele resterende
                                periode waarin hij nog aanspraak zou hebben gehad op bovenwettelijke
                                uitkering in dezelfde mate werkloos zou zijn gebleven als dat hij is
                                op de dag voorafgaande aan de indiensttreding bij de nieuwe
                                werkgever.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voor de toekenning van een reïntegratiepremie wordt uitgegaan van de
                                berekeningsbasis op grond van het eerste lid zoals die op de datum
                                van toekenning van de premie wordt vastgesteld.</al></li>
              <li nr="3."><al>Op basis van de Werkloosheidswet opgelegde sancties hebben geen
                                invloed op de berekeningsbasis van de reïntegratiepremie.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:34</vet>
            </al>
            <al>De reïntegratiepremie bedraagt 5% van de in artikel 10a:33 genoemde
                        berekeningsgrondslag, met als maximum een bedrag van 130maal het
                        dagloon van de betrokkene.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 5. Overgangsbepalingen</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:35</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2002004194</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overige en slotbepalingen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:36</vet>
            </al>
            <al>Indien het niveau van de uitkering krachtens de Werkloosheidswet een
                        algemene neerwaartse wijziging ondergaat, wordt deze neerwaartse wijziging,
                        tenzij de LOGApartners anders overeenkomen, binnen zes maanden na datum van
                        het Staatsblad, waarin de maatregel is gepubliceerd, op overeenkomstige
                        wijze ten aanzien van de aanvullende en aansluitende uitkering doorgevoerd
                        vanaf de in het Staatsblad vermelde datum van inwerkingtreding van bedoelde
                        maatregel, doch niet eerder dan zes maanden na de datum van het
                        Staatsblad.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:37</vet>
            </al>
            <al>Dit hoofdstuk treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Slotbepaling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 10a:38</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Hoofdstuk 10a is niet van toepassing op de ambtenaar die op of na 1
                                juli 2008 wordt ontslagen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Bij verwijzingen in dit hoofdstuk naar artikelen uit de CAR en UWO
                                moet, voor zover niet anders is bepaald, worden uitgegaan van de
                                tekst van deze artikelen, zoals deze luidden op 30 juni 2008.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200800330</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoofdstuk 10d VAN WERK NAAR WERK-AANPAK EN VOORZIENINGEN BIJ
                            WERKLOOSHEID</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 1 Werkingssfeer en begripsbepalingen</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:1 Werkingssfeer</vet>
            </al>
            <al>Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die als gevolg van een
                        organisatieverandering boventallig is geworden of op grond van artikel 8:5,
                        8:6 of 8:8 ontslagen wordt en de ambtenaar die op grond van artikel 8:3,
                        8:5, 8:6 of 8:8 ontslagen is.</al>
            <al>Briefnummer: U200800330 deel 1 en deel 2 en U200800798 en U200801115 en
                        U200801544 en U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:2 Begripsbepalingen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: </vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>aanvullende uitkering: uitkering tijdens de
                                werkloosheidsuitkering;</al></li>
              <li nr="b."><al>grondslag: het gemiddelde van het salaris, de toegekende
                                salaristoelage(n) en de toelage overgangsrecht (TOR) hoofdstuk 3,
                                berekend over een periode van 12 maanden direct voorafgaand aan de
                                start van de re-integratiefase of de start van het Van werk naar
                                werk-traject, vermeerderd met de vakantietoelage en de
                                eindejaarsuitkering. Deze wordt geïndexeerd met de generieke
                                salarisverhoging in de gemeentelijke sector;</al></li>
              <li nr="c."><al>gemeentelijke sector: de gemeenten en gemeenschappelijke regelingen,
                                die de CAR van toepassing hebben verklaard;</al></li>
              <li nr="d."><al>boventalligheid: de situatie dat een ambtenaar wegens reorganisatie
                                niet kan terugkeren in de formatie na de reorganisatie;</al></li>
              <li nr="e."><al>na-wettelijke uitkering: de uitkering na afloop van de
                                werkloosheidsuitkering;</al></li>
              <li nr="f."><al>werkloosheid: werkloosheid als bedoeld in de Werkloosheidswet,
                                waarbij het arbeidsurenverlies voortvloeit uit de beëindiging van de
                                aanstelling of arbeidsovereenkomst bij de gemeente;</al></li>
              <li nr="g."><al>werkloosheidsuitkering: uitkering op grond van de Werkloosheidswet,
                                welke uitkering voortvloeit uit de aanstelling of
                                arbeidsovereenkomst met de gemeente.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummers: U200800330, U200801112, U201300008, U201502055,
                        U201600450</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 2 Samenloop met lokale afspraken</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:3 Samenloop met lokale afspraken</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Er kunnen lokaal aanvullende afspraken worden gemaakt op de
                                bepalingen in dit hoofdstuk.</al></li>
              <li nr="2."><al>Wanneer voor 26 juni 2012 lokaal andere afspraken zijn
                                overeengekomen, dan die in dit hoofdstuk zijn gesteld, bespreken
                                college en vakorganisaties in de Commissie voor Georganiseerd
                                Overleg wanneer tot herziening zal worden overgegaan van deze lokale
                                afspraken.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200800330 en U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 3 Rechten bij ontslag op grond van artikel 8:8</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:4 Rechten bij ontslag op grond van artikel 8:8</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voor de ambtenaar die op grond van artikel 8:8 ontslagen wordt,
                                treft het college een passende regeling.</al></li>
              <li nr="2."><al>De ambtenaar wordt over de inhoud van de regeling voorafgaand door
                                het college gehoord.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het college betrekt bij de vaststelling van de regeling de inhoud
                                van de paragraaf over aanvullende uitkering bij ontslag uit dit
                                hoofdstuk, voor zover dit redelijk en billijk is.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200800330 en U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 4 Procedure van re-integratie bij ontslag op grond van onbekwaamheid
                            of ongeschiktheid (art 8:6)</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:5 Begripsbepalingen</vet>
            </al>
            <al>Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>re-integratiefase: de fase voorafgaand aan ontslag, waarin door
                                middel van een reintegratieplan afspraken worden gemaakt over de
                                wijze waarop de re-integratie van de ambtenaar het best tot stand
                                kan komen en hieraan uitvoering wordt gegeven met als
                                doelwerkloosheid zoveel als mogelijk te voorkomen;</al></li>
              <li nr="b."><al>re-integratieplan: het plan van aanpak waarin de
                                re-integratie-inspanningen van gemeente en de ambtenaar beschreven
                                staan, die tot doel hebben de re-integratie van de ambtenaar te
                                bevorderen.</al></li>
            </lijst>
            <al> Ledenbrief: U200800330 en U200801544</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:6 Re-ïntegratiefase voor ontslag</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al> De ambtenaar die ontslagen wordt op grond van artikel 8:6 heeft
                                recht op een reintegratiefase. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="2."><al> De re-integratiefase begint met een besluit tot ontslag op grond
                                van artikel 8:6. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="3."><al> De re-integratiefase gaat in op de eerste werkdag na verzending of
                                overhandiging van het besluit tot ontslag. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="4."><al> De re-integratiefase is afhankelijk van de duur van het
                                dienstverband bij de gemeente, waaruit ontslag plaatsvindt. Hierbij
                                wordt de duur van het dienstverband gerekend vanaf de datum van
                                indiensttreding bij de gemeente, waaruit ontslag plaatsvindt, tot de
                                datum van de start van de re-integratiefase. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="5."><al> De duur van de re-integratiefase bedraagt bij een dienstverband
                                van: </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="a."><al> 2 tot 10 jaar 4 maanden </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="b."><al> 10 tot 15 jaar 8 maanden </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="c."><al> 15 jaar of meer 12 maanden.</al></li>
            </lijst>
            <al> Briefnummer: U200800330 en U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:7 Einde re-integratiefase</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De re-integratiefase eindigt eerder dan na afloop van de voor de
                                ambtenaar geldende termijn, indien de ambtenaar voor het aflopen van
                                deze fase al dan niet in deeltijd een andere functie binnen of
                                buiten de gemeente aanvaardt.</al></li>
              <li nr="2."><al>De re-integratiefase eindigt eerder en het ontslag op grond van
                                artikel 8:6 gaat direct in, indien de ambtenaar zich tijdens de
                                re-integratiefase niet houdt aan de afspraken uit het
                                re-integratieplan.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien de re-integratiefase eerder eindigt om de in het tweede lid
                                genoemde reden, vervallen de rechten op een aanvullende uitkering en
                                een na-wettelijke uitkering.</al></li>
            </lijst>
            <al> Ledenbrief: U200800330 en U200801112 en U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:8</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De re-integratiefase wordt verlengd wanneer het college zich tijdens
                                de re-integratiefase niet houdt aan de afspraken uit het
                                re-integratieplan. </al></li>
              <li nr="2."><al>De verlenging duurt minimaal een maand en maximaal de helft van de
                                oorspronkelijke reintegratiefase. </al></li>
              <li nr="3."><al>Tijdens de verlengde re-integratiefase herstelt het college de
                                nalatigheid naar de mate waarin dat mogelijk is. </al></li>
              <li nr="4."><al>Tijdens de verlengde re-integratiefase blijven de gemaakte afspraken
                                uit het reintegratieplan van kracht.</al></li>
            </lijst>
            <al> Ledenbrief: U200800330 en U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:9 Verlenging re-integratiefase door middel van
                            levensloop</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar kan het college verzoeken de re-integratiefase met
                                maximaal 12 maanden te verlengen door gebruik te maken van de
                                mogelijkheid van onbetaald verlof als bedoeld in artikel 6:9.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college stemt alleen in met het verzoek indien de ambtenaar
                                tijdens de reintegratiefase redelijkerwijs niet heeft kunnen voldoen
                                aan zijn re-integratieverplichtingen en indien: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>onbetaald verlof wordt opgenomen voor de volledige
                                        arbeidsduur; en</al></li>
                  <li nr="b."><al>de ambtenaar tijdens het onbetaald verlof levenslooptegoed
                                        opneemt op grond van de gemeentelijke levensloopregeling;
                                        en</al></li>
                  <li nr="c."><al>tijdens de verlengde re-integratiefase activiteiten worden
                                        ondernomen of voortgezet die de re-integratie
                                        bevorderen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Het college en de ambtenaar maken nadere afspraken over de
                                voorwaarden waaronder de inspanningen van het college en de
                                ambtenaar, zoals deze zijn neergelegd in het reintegratieplan,
                                tijdens de verlenging van de re-integratiefase worden
                                voortgezet.</al></li>
              <li nr="4."><al>Artikel 10d:7 is tijdens de verlenging van de re-integratiefase van
                                overeenkomstige toepassing.</al></li>
            </lijst>
            <al>Ledenbrief: U200800330 en U200801112 en U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:10 Re-integratieplan</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college stelt zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen een
                                maand na aanvang van de re-integratiefase een re-integratieplan
                                op.</al></li>
              <li nr="2."><al>De ambtenaar wordt over de inhoud van het plan voorafgaand door het
                                college gehoord.</al></li>
              <li nr="3."><al>In het re-integratieplan worden afspraken opgenomen over de
                                re-integratie-inspanningen die van het college en de ambtenaar
                                verlangd worden. In het re-integratieplan staan in ieder geval
                                afspraken over: </al><lijst>
                  <li nr="o"><al>verlof, voor zover dat nodig is, voor activiteiten die
                                        neergelegd zijn in het reintegratieplan;</al></li>
                  <li nr="o"><al>scholing, indien die gevolgd gaat worden, welke scholing,
                                        het begin van die scholing, het einde van die scholing, de
                                        betaling en de te behalen resultaten;</al></li>
                  <li nr="o"><al>opstellen arbeidsmarktprofiel;</al></li>
                  <li nr="o"><al>sollicitatieactiviteiten.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4."><al>In het re-integratieplan worden afspraken gemaakt over de kosten
                                voor de verschillende activiteiten uit het re-integratieplan. De
                                kosten voor de activiteiten uit het re-integratieplan komen, mits
                                redelijk en billijk, volledig voor rekening van het college, met een
                                maximum van € 7.500,=.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer U200800330 en U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 5 Van werk naar werk-begeleiding bij boventalligheid</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:11 Toepassingsbereik</vet>
            </al>
            <al>Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar die door het college
                        boventallig wordt verklaard, en die op de datum waarop deze boventalligheid
                        ingaat, een dienstverband van tenminste twee jaar heeft bij de betreffende
                        gemeente.</al>
            <al>Briefnummer: U200800330 en, U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:12 Duur van een Van werk naar werk-traject</vet>
            </al>
            <al>De boventallig verklaarde ambtenaar heeft recht op een Van werk naar
                        werk-traject dat maximaal twee jaar duurt, tenzij het college besluit tot
                        verlenging op grond van artikel 10d:20 en artikel 10d:22.</al>
            <al>Briefnummer: U200800330 en U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:13 Inspanningsverplichting</vet>
            </al>
            <al>In het Van werk naar werk-traject leveren zowel de boventallig verklaarde
                        ambtenaar als het college een actieve bijdrage aan de uitvoering van het Van
                        werk naar werk-traject. De Van werk naar werk-inspanningen zijn gericht op
                        plaatsing van de ambtenaar in een passende dan wel geschikte functie, of
                        aanvaarding door de ambtenaar van een functie buiten de gemeente.</al>
            <al>Briefnummer : U200800330 en U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:14 Start Van werk naar werk-traject</vet>
            </al>
            <al>Het Van werk naar werk-traject start op de dag waarop het besluit tot
                        boventalligverklaring in werking is getreden.</al>
            <al>Briefnummer: U200800330 en U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Inhoud Van werk naar werk-traject</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:15 Van werk naar werk-onderzoek</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Om richting te geven aan het Van werk naar werk-traject onderzoeken
                                college en ambtenaar gezamenlijk de wensen en
                                ontwikkelingsmogelijkheden van de ambtenaar, binnen en buiten de
                                gemeente. Hierbij worden tevens de kansen van de ambtenaar op de
                                regionale arbeidsmarkt onderzocht.</al></li>
              <li nr="2."><al>Bij het in het eerste lid bedoelde onderzoek kan een gecertificeerd
                                loopbaanadviseur worden ingeschakeld.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het Van werk naar werk-onderzoek kan van start gaan vóór de datum
                                waarop het Van werk naar werk-traject begint en is uiterlijk binnen
                                een maand na die datum afgerond.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer U200800330 en U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:16 Van werk naar werk-contract</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Binnen drie maanden na afronding van het Van werk naar
                                werk-onderzoek stellen college en ambtenaar een Van werk naar
                                werk-contract op.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het in het eerste lid bedoelde contract bevat de doelen, de
                                voorzieningen die nodig zijn om deze doelen te bereiken, nadere
                                afspraken en daaraan verbonden termijnen.</al></li>
              <li nr="3."><al>Afspraken kunnen worden gemaakt over: </al><lijst>
                  <li nr="o"><al>het al dan niet toekennen van professionele begeleiding en
                                        de tijdsduur daarvan;</al></li>
                  <li nr="o"><al>het al dan niet elders opdoen van werkervaring;</al></li>
                  <li nr="o"><al>de werkzaamheden die de ambtenaar gedurende het Van werk
                                        naar werk-traject verricht;</al></li>
                  <li nr="o"><al>het al dan niet volgen van een opleiding en het daarvoor
                                        beschikbare budget;</al></li>
                  <li nr="o"><al>eventuele beperkingen van de ambtenaar, die zijn gebleken
                                        uit het Van werk naar werk-onderzoek;</al></li>
                  <li nr="o"><al>de tijd die de ambtenaar beschikbaar heeft voor
                                        sollicitatieactiviteiten en andere inspanningen gericht op
                                        het vinden van een nieuwe werkkring. Deze tijd bedraagt
                                        tenminste 20% van de omvang van de aanstelling;</al></li>
                  <li nr="o"><al>het al dan niet gebruik maken van specifieke flankerende
                                        voorzieningen, zoals bedoeld in het artikel 17:7.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4."><al>De noodzakelijke kosten van het Van werk naar werk-traject komen tot
                                een bedrag van € 7.500,- voor rekening van het college. Ten aanzien
                                van kosten die dit bedrag overstijgen neemt het college een
                                afzonderlijk besluit</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer U200800330 en U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:17 Uitvoering van het Van werk naar
                        werk-contract</vet>
            </al>
            <al>Vanaf de start van de uitvoering van het Van werk naar werk-contract wordt
                        de nakoming van de wederzijds gemaakte afspraken gevolgd. Iedere drie
                        maanden wordt de voortgang in het traject geëvalueerd. Hiervan wordt een
                        verslag opgemaakt.</al>
            <al>Briefnummer: U200800330 en U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verlenging en einde Van werk naar werk-traject</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:18 Einde Van werk naar werk-traject</vet>
            </al>
            <al>Het Van werk naar werk-traject eindigt op het moment dat de ambtenaar - al
                        dan niet in deeltijd - een andere functie binnen of buiten de gemeente
                        aanvaardt, op grond van ontslag op eigen verzoek of ontslag om een andere
                        reden.</al>
            <al>Briefnummer U200800330 en U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:19 Tussentijdse beëindiging</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het Van werk naar werk-traject eindigt, indien de ambtenaar
                                plaatsing in een passende of geschikte functie binnen de gemeente of
                                de aanvaarding van een aangeboden functie buiten de gemeente
                                weigert.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan eveneens besluiten tot tussentijdse beëindiging van
                                het Van werk naar werk-traject en ontslag, indien de ambtenaar zich
                                niet houdt aan de afspraken uit het Van werk naar
                                werk-contract.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien het Van werk naar werk-traject eerder eindigt om de in het
                                eerste of tweede lid genoemde reden, wordt de ambtenaar ontslag
                                verleend op grond van artikel 8:3 met ingang van de dag volgend op
                                die waarop het Van werk naar werk-traject is beëindigd. In dit geval
                                kan het college aangeven dat sprake is van verwijtbare werkloosheid
                                en vervallen de rechten op een aanvullende uitkering en een
                                na-wettelijke uitkering.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200800330 en U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:20 Advies loopbaanadviseur</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien het Van werk naar werk-traject na verloop van 21 maanden
                                sinds de start ervan niet met een positief resultaat is afgesloten
                                of om een andere reden is beëindigd, brengt een gecertificeerd
                                loopbaanadviseur binnen een maand een advies uit aan het college
                                over het vervolgtraject. Hierbij worden in ieder geval de
                                evaluatieverslagen als bedoeld in artikel 10d:17 in acht genomen. De
                                ambtenaar ontvangt een afschrift van het advies.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het advies bedoeld in het eerste lid gaat in op de vraag of
                                voortzetting van het Van werk naar werk-traject zinvol is, gelet op
                                de vooruitzichten op korte termijn en de mate waarin voortzetting de
                                kans op een passende of geschikte functie binnen afzienbare termijn
                                vergroot.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het college beslist of het advies van de loopbaanadviseur wel of
                                niet wordt overgenomen.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200800330 en U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:21 Reguliere beëindiging Van werk naar
                        werk-traject</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Na ontvangst van het advies van de loopbaanadviseur beslist het
                                college over het vervolg van het Van werk naar werk-traject, en
                                stelt de ambtenaar in kennis van deze beslissing.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien het Van werk naar werk-traject na verloop van 24 maanden niet
                                wordt voortgezet wordt de ambtenaar ontslag verleend op grond van
                                artikel 8:3.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het ontslag als bedoeld in het tweede lid gaat in op de eerste dag
                                na afloop van de Van werk naar werk-termijn van twee jaar.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer U200800330 en U200801112 en U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:22 Verlenging Van werk naar werk-traject</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien er zekerheid is, in de vorm van een schriftelijke toezegging
                                van een werkgever, dat binnen een half jaar een functie voor de
                                ambtenaar kan worden gevonden, of indien voortzetting van het Van
                                werk naar werk-traject de kans op het vinden van een passende of
                                geschikte functie aantoonbaar vergroot, kan het college besluiten
                                het Van werk naar werk-traject te verlengen. Deze verlenging beslaat
                                een redelijke en nader gespecificeerde periode en kan niet meer dan
                                één keer worden verleend.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien aan het einde van de periode van verlenging het Van werk naar
                                werk-traject niet tussentijds is beëindigd, verleent het college de
                                ambtenaar ontslag op grond van artikel 8:3.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het ontslag als bedoeld in het tweede lid gaat in op de eerste dag
                                na afloop van de periode waarmee het Van werk naar werk-traject is
                                verlengd.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200800330 en U200801112 en U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:23 Niet-nakoming van afspraken uit Van werk naar
                            werk-contract</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien één van beide partijen van mening is dat de andere partij
                                zich niet houdt aan de afspraken zoals vastgelegd in het Van werk
                                naar werk-contract, maakt deze partij dit aan de andere partij in
                                een gesprek kenbaar. Dit gesprek is erop gericht gezamenlijk
                                afspraken te maken over verbetering.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien één van beide partijen na het gesprek zoals bedoeld in het
                                eerste lid in gebreke is gebleven ten aanzien van de in het Van werk
                                naar werk-contract vastgelegde afspraken kan de andere partij eisen
                                dat dit gevolgen heeft voor de voortzetting van het contract.</al></li>
              <li nr="3."><al>Ingeval de ambtenaar van het in het tweede lid bedoelde recht
                                gebruik maakt, kan hij eisen dat het Van werk naar werk-traject
                                wordt verlengd. Deze verlenging bedraagt een redelijke termijn,
                                waarbij de periode die door de niet-nakoming verloren is gegaan als
                                richtlijn kan dienen. Gedurende de periode van verlenging herstelt
                                het college zoveel als mogelijk de gebreken die bij de uitvoering
                                van het Van werk naar werk-contract zijn ontstaan.</al></li>
              <li nr="4."><al>Ingeval het college van het in het tweede lid bedoelde recht gebruik
                                maakt, kan hij het Van werk naar werk-traject tussentijds beëindigen
                                op grond van artikel 10d:19 tweede lid en ontslag verlenen op grond
                                van artikel 8:3.</al></li>
              <li nr="5."><al>Indien over de nakoming van de afspraken in het Van werk naar
                                werk-contract of de mogelijkheden zoals vastgelegd in dit artikel
                                een geschil ontstaat, kunnen partijen dit geschil voorleggen aan de
                                paritaire commissie.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer U200800330 en U200801112 en U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:24 Paritaire commissie</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college stelt een paritair samengestelde commissie in, die
                                desgevraagd toeziet op de individuele toepassing van de bepalingen
                                in deze paragraaf.</al></li>
              <li nr="2."><al>Zowel de ambtenaar als het college kan een geschil over de
                                uitvoering van het Van werk naar werk-contract, als bedoeld in
                                artikel 10d:23, vijfde lid, voorleggen aan deze commissie.</al></li>
              <li nr="3."><al>De commissie brengt over een in het tweede lid bedoeld geschil een
                                bindend advies uit.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het college stelt een reglement vast waarin de samenstelling,
                                bevoegdheden en werkwijze van de commissie worden vastgelegd.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer U200800330, U200801112, U200801544, U201300008, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 6 Aanvullende uitkering</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:25 Aanvullende uitkering</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Recht op een aanvullende uitkering heeft de ambtenaar die:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>op grond van artikel 8:6 is ontslagen en de
                                        re-integratiefase heeft doorlopen, waarbij de situatie zoals
                                        beschreven in artikel 10d:7 tweede en derde lid niet aan de
                                        orde is; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>op grond van artikel 8:3 is ontslagen en het Van werk naar
                                        werk-traject heeft doorlopen, waarbij de situatie zoals
                                        beschreven in artikel 10d:19 niet aan de orde is; en</al></li>
                  <li nr="c."><al>recht heeft op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet
                                        en deze ook daadwerkelijk ontvangt.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Voorwaarde voor het verkrijgen van een aanvullende uitkering is dat
                                de ambtenaar ten aanzien van iedere betaling van de aanvullende
                                uitkering alle gegevens aan de gemeente overlegt die van invloed
                                kunnen zijn op de hoogte van zijn aanvullende uitkering.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:26 Hoogte aanvullende uitkering bij ontslag</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De aanvullende uitkering kent twee fases. De aanvullende uitkering
                                wordt uitgedrukt in een percentage van de grondslag zoals
                                gedefinieerd in artikel 10d:2 onderdeel b, over het aantal uren dat
                                de ambtenaar werkloos is.</al></li>
              <li nr="2."><al>Gedurende de eerste fase bedraagt de aanvullende uitkering:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>voor ambtenaren met een salaris en de toegekende
                                        salaristoelage(n) tot een bedrag van € 4.375,= 10%;</al></li>
                  <li nr="b."><al>voor ambtenaren met een salaris en de toegekende
                                        salaristoelage(n) vanaf € 4.375,= tot een bedrag van €
                                        5.250,= 20%;</al></li>
                  <li nr="c."><al>voor ambtenaren met een salaris en de toegekende
                                        salaristoelage(n) vanaf € 5.250,= 30%.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Gedurende de tweede fase bedraagt de aanvullende uitkering:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>voor ambtenaren met een salaris en de toegekende
                                        salaristoelage(n) van € 4.375,= tot een bedrag van € 5.250,=
                                        10;</al></li>
                  <li nr="b."><al>voor ambtenaren met een salaris en de toegekende
                                        salaristoelage(n) van € 5.250,= tot een bedrag van € 6.560,=
                                        20%;</al></li>
                  <li nr="c."><al>voor ambtenaren met een salaris en de toegekende
                                        salaristoelage(n) vanaf € 6.560,= 30%.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201300008, U201502055, U201600450</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:27 Duur aanvullende uitkering bij ontslag</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De eerste fase van de aanvullende uitkering is één jaar, te rekenen
                                vanaf de dag na de dag van ontslag.</al></li>
              <li nr="2."><al>De tweede fase van de aanvullende uitkering begint direct na afloop
                                van de eerste fase en duurt tot het einde van de
                                werkloosheidsuitkering.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:28 Sancties</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Wanneer op grond van de Werkloosheidswet een sanctie wordt toegepast
                                op de werkloosheidsuitkering, wordt deze sanctie evenredig toegepast
                                op de aanvullende uitkering.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college stelt voor de toepassing van sancties naast de sanctie
                                op grond van het eerste lid, een sanctiebeleid op.</al></li>
              <li nr="3."><al>Wanneer op grond van de Werkloosheidswet een sanctie wordt toegepast
                                kan het college besluiten om het recht op na-wettelijke uitkering
                                geheel of gedeeltelijk te laten vervallen.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het college stelt ter uitvoering van het derde lid nadere regels
                                op.</al></li>
            </lijst>
            <al> Briefnummer: U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:29 Einde aanvullende uitkering</vet>
            </al>
            <al>De aanvullende uitkering eindigt als de uitkeringsduur is verstreken.</al>
            <al> Briefnummer: U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 7 Na-wettelijke uitkering</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:30 Na-wettelijke uitkering</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die recht had op een aanvullende uitkering heeft recht
                                op een na-wettelijke uitkering indien: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de werkloosheid direct aansluitend op de
                                        werkloosheidsuitkering voortduurt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>hij ten aanzien van iedere betaling alle gegevens aan de
                                        gemeente overlegt die van invloed kunnen zijn op de hoogte
                                        van zijn na-wettelijke uitkering.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Bij ontslag op grond van artikel 8:6 geldt als voorwaarde dat het
                                ontslag gelegen is in omstandigheden binnen de werksfeer.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:31 Hoogte na-wettelijke uitkering</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De na-wettelijke uitkering bij werkloosheid voor 36 uur of meer
                                heeft de hoogte van de WW-uitkering, als deze zou zijn
                                voortgezet.</al></li>
              <li nr="2."><al>Wanneer sprake is van minder dan 36 uur werkloosheid, wordt het
                                bedrag van de uitkering berekend naar rato van het aantal uren dat
                                de ambtenaar werkloos is.</al></li>
              <li nr="3."><al>De na-wettelijke uitkering en het inkomen dat de ambtenaar uit of in
                                verband met arbeid ontvangt, mag een hoogte van 90% van de grondslag
                                zoals gedefinieerd in artikel 10d:2 onderdeel b, niet overschrijden.
                                Het meerdere wordt gekort op de na-wettelijke uitkering.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201300008, U201502055, U201600450</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:32 Duur na-wettelijke uitkering</vet>
            </al>
            <al>De na-wettelijke uitkering is één maand per dienstjaar in de gemeentelijke
                        sector maal een correctiefactor. De correctiefactor is :</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al> 1,4 voor dienstjaren tot de leeftijd van 40 jaar </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="b."><al> 2 voor dienstjaren vanaf de leeftijd van 40 tot de leeftijd van 50
                                jaar </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="c."><al> 3 voor dienstjaren vanaf de leeftijd van 50 jaar.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:33 Einde na-wettelijke uitkering</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De na-wettelijke uitkering eindigt wanneer de uitkeringsduur is
                                verstreken.</al></li>
              <li nr="2."><al>De na-wettelijke uitkering eindigt wanneer de werkloosheid
                                eindigt.</al></li>
              <li nr="3."><al>Vanaf 15 juli 2014 eindigt de na-wettelijke uitkering op de dag
                                waarop de ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201300008, U201401851, U201500231</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:34 Sancties na-wettelijke uitkering</vet>
            </al>
            <al>Het college stelt een sanctiebeleid op, op grond waarvan sancties worden
                        toegepast op de uitbetaling van de na-wettelijke uitkering. Onderdeel van de
                        sanctieregeling is de plicht die de ambtenaar heeft om het college te
                        informeren over alles wat van invloed kan zijn op de duur en hoogte van de
                        na-wettelijke uitkering.</al>
            <al>Briefnummer: U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:35 Afkoop</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan eenmalig, aan het begin van de uitkeringsperiode, op
                                verzoek van de ambtenaar, toestemming geven voor afkoop van de
                                na-wettelijke uitkering.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college bepaalt de hoogte van het afkoopbedrag en de voorwaarden
                                waaronder de afkoop verstrekt wordt.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 8 Bijzondere uitkering bij ontslag ingeval van minder dan 35%
                            arbeidsongeschiktheid</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:36 Bijzondere uitkering bij ontslag of definitieve
                            herplaatsing ingeval van minder dan 35% arbeidsongeschiktheid</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die voor minder dan 35% arbeidsongeschikt is en die
                                gedurende het derde ziektejaar, bedoeld in artikel 7:16, derde lid,
                                is ontslagen op grond van artikel 8:5 dan wel definitief is
                                herplaatst op grond van artikel 7:16, heeft recht op een bijzondere
                                uitkering indien en voor zolang hij arbeid heeft voor ten minste de
                                restverdiencapaciteit, zoals deze door UWV definitief is
                                vastgesteld.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voorwaarde voor het recht op de bijzondere uitkering is dat de
                                ambtenaar ten aanzien van iedere betaling alle gegevens aan de
                                gemeente overlegt die van invloed kunnen zijn op de hoogte van zijn
                                bijzondere uitkering.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:37 Hoogte bijzondere uitkering bij ontslag op
                            grond van artikel 8:5 of definitieve herplaatsing op grond van artikel
                            7:16</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De bijzondere uitkering bedraagt 75% van het verschil tussen het
                                totaalinkomen uit of in verband met arbeid en het salaris en de
                                toegekende salaristoelage(n) voorafgaand aan aanvaarding van de
                                nieuwe arbeid.</al></li>
              <li nr="2."><al>Op de bijzondere uitkering wordt de werkloosheidsuitkering in
                                mindering gebracht.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U201300008, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:38 Duur bijzondere uitkering bij ontslag op grond van
                            artikel 8:5 of definitieve herplaatsing op grond van artikel
                        7:16</vet>
            </al>
            <al>De maximale duur van de bijzondere uitkering is 5 jaar na aanvaarding van de
                        nieuwe arbeid.</al>
            <al> Briefnummer: U201300008</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 10d:39 Overgangsrecht</vet>
            </al>
            <al>In afwijking van artikel 10d:32 is de duur van de na-wettelijke uitkering
                        voor de ambtenaar die:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>op 1 juli 2008 20 dienstjaren of meer had in de gemeentelijke sector
                                en</al></li>
              <li nr="b."><al>ontslagen wordt binnen 10 jaar na 1 juli 2008</al></li>
            </lijst>
            <al>gelijk aan (0,25 + (0,195 + 0,015 * (X- 21)) * (X - Y) - (X-18) / 12 -2)
                        jaar, met dien verstande dat de factor (X-18) gemaximeerd wordt op 38.
                        Factor X staat hierbij voor de leeftijd in hele jaren op de dag van ontslag;
                        factor Y voor de indiensttreedleeftijd in de gemeentelijke sector.</al>
            <al>Briefnummer: U201300008, U201300288, U201502055, U201600266</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoofdstuk 11</vet>
              <vet> UITKERINGSREGELING ONTSLAG</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Betrokkene</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder betrokkene: de gewezen
                                ambtenaar aan wie ontslag is verleend:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>op grond van artikel 8:4 of artikel 8:5 uit een betrekking
                                        waarin hij tijdelijk was aangesteld, terwijl die aanstelling
                                        minder dan vijf jaren heeft geduurd dan wel is geschied in
                                        een betrekking van kennelijk tijdelijke aard;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op een andere grond genoemd in hoofdstuk 8 van deze
                                        regeling, met uitzondering van artikel 8:9 , mits dat
                                        ontslag niet op eigen verzoek is geschied en evenmin aan
                                        eigen schuld of toedoen is te wijten; en die aan dat ontslag
                                        geen recht op een uitkering ingevolge artikel 8:3 kan
                                        ontlenen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Onder betrokkene in de zin van dit hoofdstuk kan tevens worden
                                verstaan de gewezen ambtenaar die ontslag heeft gevraagd omdat hij
                                of zij de echtgenoot of geregistreerde partner volgt die door geheel
                                buiten hem of haar liggende oorzaken noodzakelijk van standplaats
                                moet veranderen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: ARZ/801143</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Lichamen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:2</vet>
            </al>
            <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder "lichamen": Rechtspersonen, maat- en
                        vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met
                        verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van
                        publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Diensttijd</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:3</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder 'diensttijd': de aan het in
                                artikel 11:1, eerste lid, bedoelde ontslag voorafgaande in
                                overheidsdienst doorgebrachte tijd waaraan het ambtenaarschap in de
                                zin van de Wet privatisering ABP is verbonden, alsmede tijd die door
                                inkoop of door een verzoek, bedoeld in artikel D 2 van de
                                pensioenwet, voor pensioen geldig zou zijn verklaard. </al></li>
              <li nr="2."><al>Onder diensttijd bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan de
                                tijd doorgebracht in de betrekking waaruit het ontslag, bedoeld in
                                artikel 11:1, is verleend, indien aan die tijd op grond van de
                                Regeling beperking van het zijn van overheidswerknemer in de zin van
                                de wet Privatisering ABP (Stc. 1997, 164) het ambtenaarschap in de
                                zin van even genoemde regeling niet is verbonden.</al></li>
              <li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en het tweede lid blijft
                                buiten beschouwing: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>diensttijd liggende vóór een onderbreking van meer dan een
                                        maand daarvan wegens verleend ontslag; </al></li>
                  <li nr="b."><al>diensttijd welke in aanmerking is genomen bij de berekening
                                        van de duur van een eerder toegekend wachtgeld of een
                                        daarmede gelijk te stellen uitkering wegens onvrijwillige
                                        werkloosheid ten laste van de overheid, behalve voor de
                                        toepassing van artikel 11:8, vierde lid;</al></li>
                  <li nr="c."><al>diensttijd welke in aanmerking is genomen bij de berekening
                                        van een pensioen krachtens het pensioenreglement dan wel
                                        voorafgaat aan een ontslag verleend op grond van artikel 8:3
                                        van deze regeling of een soortgelijke bepaling in een andere
                                        overheidsregeling; </al></li>
                  <li nr="d."><al>tijd als bedoeld in artikel 5.4 van het pensioenreglement,
                                    </al></li>
                  <li nr="e."><al>tijd in een aangehouden betrekking, dan wel tijd in een
                                        betrekking welke de betrokkene had kunnen aanhouden, doch
                                        uit welke hij vrijwillig ontslag heeft genomen met ingang
                                        van de datum waarop de uitkering ingaat.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4."><al>Indien en voor zover diensttijd die bij de berekening van een
                                uitkering in aanmerking is genomen, met een overheidspensioen,
                                anders dan ten laste van de Stichting Pensioenfonds ABP
                                wordtvergolden, worden de duur en het bedrag van de uitkering,
                                met ingang van de dag waarop dit pensioen is ingegaan, herberekend,
                                waarbij die diensttijd buiten beschouwing wordt gelaten.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: 2000004977, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Dienstbetrekking</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:4</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Dit hoofdstuk verstaat onder dienstbetrekking iedere
                                publiekrechtelijke of privaatrechtelijke arbeidsverhouding waarbij
                                in dienst van een natuurlijke persoon of een lichaam werkzaamheden
                                tegen bezoldiging of loon worden verricht.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, 5 en 6 van de
                                Werkloosheidswet is van overeenkomstige toepassing.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Bezoldiging</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:5</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder 'bezoldiging': de bezoldiging
                                bedoeld in artikel 3:1, tweede lid van deze regeling zoals deze
                                laatstelijk vóór het ontslag aan de betrekking was verbonden,
                                vermeerderd met de vakantietoelage bedoeld in artikel 6:3 van deze
                                regeling, en de eindejaarsuitkering, bedoeld in artikel 3:6. </al></li>
              <li nr="2."><al>Voor zover in de bezoldiging een bedrag moet worden begrepen wegens
                                de vergoeding, bedoeld in artikel 3:3 van deze regeling, wordt dit
                                bedrag berekend naar het gemiddelde over de aan de dag van het
                                ontslag voorafgaande twaalf volle kalendermaanden.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien in de bezoldiging anders dan wegens periodieke verhoging
                                wijziging zou zijn gekomen als betrokkene de betrekking op die
                                bezoldiging zou zijn blijven vervullen, geldt met ingang van de dag
                                van in werking treden van die wijziging het gewijzigde bedrag als
                                bezoldiging.</al></li>
              <li nr="4."><al>Indien de bezoldiging wegens verminderde werkzaamheden voorafgaande
                                aan de opheffing van de betrekking lager was dan zonder verminderde
                                werkzaamheden het geval zou zijn geweest, kan de bezoldiging ten
                                gunste van betrokkene worden herzien.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: ARZ/702674</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Recht op uitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:6</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien wordt voldaan aan de hierna genoemde voorwaarden, bestaat
                                behoudens het bepaalde in het zesde lid, met ingang van de dag
                                waarop het ontslag ingaat, recht op een uitkering waarvan de duur
                                wordt vastgesteld: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>voor de betrokkene die in de periode van 12 maanden
                                        onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag in ten minste 26
                                        weken als werknemer als bedoeld in artikel 3 van de
                                        Werkloosheidswet werkzaam is geweest, ingevolge artikel
                                        11.7;</al></li>
                  <li nr="b."><al>voor de betrokkene die een diensttijd heeft van ten minste
                                        drie jaar onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag,
                                        ingevolge artikel 11:7, dan wel wanneer het bepaalde in
                                        artikel 11:8, eerste lid, daartoe aanleiding geeft ingevolge
                                        artikel 11:8, tweede lid en, indien van toepassing artikel
                                        11:8, vierde lid. </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Indien het ontslag ingaat binnen 12 maanden na afloop van perioden
                                waarin de betrokkene ten gevolge van arbeidsongeschiktheid
                                verhinderd was werkzaamheden te verrichten, of werkzaamheden heeft
                                verricht als bedoeld in artikel 8 van de Werkloosheidswet en hij de
                                hoedanigheid van werknemer heeft herkregen, wordt de in het eerste
                                lid, onder a, bedoelde periode van 12 maanden verlengd met de duur
                                van de perioden van de bedoelde verhindering.</al></li>
              <li nr="3."><al>De in een week verrichte werkzaamheden worden slechts in aanmerking
                                genomen, voor zover zij betrekking hebben op de dienstbetrekking
                                waaruit de betrokkene is ontslagen en op een of meer
                                dienstbetrekkingen waarvoor eerstgenoemde dienstbetrekking in de
                                plaats is gekomen en voor zover deze niet reeds eerder in aanmerking
                                zijn genomen voor een recht op uitkering. </al></li>
              <li nr="4."><al>Met weken, bedoeld in de voorgaande leden, worden gelijkgesteld
                                weken, waarover de betrokkene zonder te werken loon heeft ontvangen.
                            </al></li>
              <li nr="5."><al>De regels die gesteld zijn krachtens artikel 17a, derde en vierde
                                lid, van de Werkloosheidswet, zijn van overeenkomstige toepassing.
                            </al></li>
              <li nr="6."><al>In bijzondere gevallen kan het college bepalen dat, wanneer niet aan
                                de verplichting bedoeld in artikel 11:21, tweede of derde lid, is
                                voldaan, het recht op uitkering ingaat met de dag waarop de
                                inschrijving bij het arbeidsbureau van zijn woonplaats heeft
                                plaatsgehad. </al></li>
              <li nr="7."><al>Geen recht op uitkering bestaat:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>indien de betrokkene op dat moment recht heeft op een
                                        WAO-uitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van
                                        80% of meer; </al></li>
                  <li nr="b."><al>indien de betrokkene ter zake van dat ontslag recht heeft op
                                        suppletie als bedoeld in Hoofdstuk 11a van deze regeling;
                                    </al></li>
                  <li nr="c."><al>indien de betrokkene op de dag van het ontslag de leeftijd
                                        van 65 jaar heeft bereikt; </al></li>
                  <li nr="d."><al>indien het ontslag aan eigen schuld of toedoen is te wijten;
                                    </al></li>
                  <li nr="e."><al>indien het ontslag naar het oordeel van het college geacht
                                        moet worden niet te leiden tot onvrijwillige werkloosheid;
                                    </al></li>
                  <li nr="f."><al>voor de betrokkene, die de leeftijd van 55 jaar nog niet
                                        heeft bereikt, aan wie schriftelijk is medegedeeld, dat hem
                                        eervol ontslag zal worden verleend en die na die mededeling
                                        een hem aangeboden betrekking, welke mede in verband met
                                        zijn persoonlijkheid en zijn omstandigheden voor hem passend
                                        is te achten, heeft geweigerd te aanvaarden.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="8."><al>De betrokkene, bedoeld in het zevende lid, onder a, heeft recht op
                                uitkering met ingang van de dag waarop de mate van
                                arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld dan
                                80%. De hoogte van deze uitkering wordt vastgesteld te rekenen vanaf
                                de datum van ontslag. Ter bepaling van de duur van de uitkering
                                wordt voor de toepassing van: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>artikel 11:7 als ingangsdatum uitgegaan van de datum met
                                        ingang waarvan de mate van arbeidsongeschiktheid op een
                                        lager percentage wordt vastgesteld, waarbij voor de
                                        toepassing van het vierde lid tevens een WAO-uitkering, in
                                        voorkomend geval vermeerderd met een invaliditeitspensioen,
                                        vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80%
                                        of meer mede in aanmerking wordt genomen. </al></li>
                  <li nr="b."><al>artikel 11:8 als uitgangspunt uitgegaan van de datum van
                                        ontslag. </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="9."><al>Het college beslist over de toekenning van uitkering op aanvraag
                                door de betrokkene. </al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Duur van de uitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:7</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De uitkeringsduur is 6 maanden, met ingang van de dag waarop het
                                ontslag ingaat.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de betrokkene: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>in de periode van 5 jaar onmiddellijk voorafgaande aan het
                                        ontslag ten minste gedurende 3 jaar als werknemer als
                                        bedoeld in artikel 3 van de Werkloosheidswet en in
                                        dienstbetrekking van 8 of meer uren per week werkzaam is
                                        geweest of </al></li>
                  <li nr="b."><al>onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag recht heeft op een
                                        uitkering op grond van de WAJONG of de WAZ; </al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>wordt de duur van de uitkering verlengd met: 3 maanden bij een
                        arbeidsverleden van ten minste 5 jaar; 0,5 jaar bij een arbeidsverleden van
                        ten minste 10 jaar; 1 jaar bij een arbeidsverleden van ten minste 15 jaar;
                        1,5 jaar bij een arbeidsverleden van ten minste 20 jaar; 2 jaar bij een
                        arbeidsverleden van ten minste 25 jaar; 2,5 jaar bij een arbeidsverleden van
                        ten minste 30 jaar; 3,5 jaar bij een arbeidsverleden van ten minste 35 jaar,
                        en 4,5 jaar bij een arbeidsverleden van ten minste 40 jaar. </al>
            <lijst>
              <li nr="3."><al>Het arbeidsverleden, bedoeld in het tweede lid, wordt vastgesteld
                                door samentelling van:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>perioden, gelegen in de 5 jaar onmiddellijk voorafgaande aan
                                        het ontslag, waarover de betrokkene aantoont als werknemer
                                        als bedoeld in artikel 3 van de Werkloosheidswet en in
                                        dienstbetrekking van 8 of meer uren per week werkzaam te
                                        zijn geweest, en </al></li>
                  <li nr="b."><al>de periode gelegen tussen de 18e verjaardag van de
                                        betrokkene en de dag, gelegen 5 jaar voor het ontslag. </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4."><al>Perioden, waarin een betrokkene:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond
                                        van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend
                                        naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%;</al></li>
                  <li nr="b."><al>ter zake van een dienstbetrekking op grond waarvan hem door
                                        het rijk invaliditeitspensioen was verzekerd, recht heeft op
                                        een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een
                                        arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een toelage
                                        ontvangt die naar aard en strekking overeenkomt met een
                                        toelage als bedoeld onder a, die al dan niet vermeerderd met
                                        de arbeidsongeschiktheidsuitkering 73% of meer bedraagt van
                                        de middelsom, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is
                                        of zou zijn berekend;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk III van de Wet
                                        arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, berekend naar
                                        een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80% of een toelage
                                        op grond van dat hoofdstuk, die al dan niet vermeerderd met
                                        de arbeidsongeschiktheidsuitkering 70% of meer bedraagt van
                                        het dagloon, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is
                                        of zou zijn berekend;</al></li>
                  <li nr="d."><al>na beëindiging van zijn dienstbetrekking een uitkering
                                        ontvangt op grond van de Ziektewet over de maximale duur,
                                        bedoeld in artikel 29, tweede lid, van die wet; </al></li>
                  <li nr="e."><al>een uitkering ontvangt, die naar aard en strekking
                                        overeenkomt met een uitkering bedoeld onder a of d; </al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>worden, indien deze uitkeringen worden ontvangen in verband met een gewezen
                        dienstbetrekking van 8 of meer uren per week, in aanmerking genomen voor de
                        periode van drie jaar, bedoeld in het tweede lid, en voor de perioden
                        gelegen in de vijf jaar, onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag, bedoeld
                        in het derde lid. </al>
            <lijst>
              <li nr="5."><al>Voor de periode van drie jaar, bedoeld in het tweede lid en voor de
                                perioden gelegen in de vijf jaar, onmiddellijk voorafgaande aan het
                                ontslag, bedoeld in het derde lid, worden perioden waarin een
                                persoon een tot zijn huishouden behorend kind:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>beneden de leeftijd van 6 jaar verzorgt, zonder dat deze
                                        persoon in dienstbetrekking van 8 of meer uren per week
                                        werkzaam is geweest of een uitkering heeft ontvangen als
                                        bedoeld in het vierde lid, volledig, en</al></li>
                  <li nr="b."><al>vanaf de leeftijd van 6 jaar doch beneden de leeftijd van 12
                                        jaar verzorgt, zonder dat deze persoon in dienstbetrekking
                                        van 8 of meer uren per week werkzaam is geweest of een
                                        uitkering heeft ontvangen als bedoeld in het vierde lid,
                                        voor de helft in aanmerking genomen. </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="6."><al>Voor de toepassing van het vijfde lid worden als periode van
                                verzorging niet meegeteld de periode waarin:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de verzorgende persoon als werknemer in de zin van een
                                        wettelijke regeling inzake werkloosheid recht heeft op een
                                        uitkering ter zake van werkloosheid, of</al></li>
                  <li nr="b."><al>de verzorging buiten Nederland plaatsvindt anders dan
                                        tijdens vakanties.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="7."><al>Indien er in een gezamenlijke huishouding meer verzorgende personen
                                zijn als bedoeld in het vijfde lid, wordt voor de toepassing van dat
                                lid als verzorgende persoon van het kind beschouwd, degene van deze
                                personen die zij als zodanig hebben aangewezen. Ingeval geen
                                verzorgende persoon wordt aangewezen, is het college bevoegd een van
                                een die naar het oordeel van het college als verzorgende persoon
                                moet worden beschouwd, als zodanig aan te wijzen.</al></li>
              <li nr="8."><al>Voor de toepassing van het vijfde en zevende lid wordt onder </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>een kind verstaan een eigen, aangehuwd of pleegkind; </al></li>
                  <li nr="b."><al>een pleegkind verstaan een kind dat als eigen kind wordt
                                        onderhouden en opgevoed.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="9."><al>De regels die gesteld zijn krachtens artikel 17b, zevende lid, van
                                de Werkloosheidswet, zijn van overeenkomstige
                                toepassing<vet>.</vet></al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 11:8</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In afwijking van artikel 11:7, eerste en tweede lid, wordt, indien
                                dit leidt tot een langere uitkeringsduur, waarin tevens voor zover
                                van toepassing de bijzondere verlenging als bedoeld in het vierde
                                lid van dit artikel is begrepen, de duur van de uitkering
                                vastgesteld overeenkomstig de volgende leden.</al></li>
              <li nr="2."><al>De duur van de uitkering wordt vastgesteld op een aantal maanden,
                                gelijk aan 1/6 deel van de diensttijd, waarna de uitkomst naar boven
                                wordt afgerond op hele maanden.</al></li>
              <li nr="3."><al>De ingevolge het tweede lid berekende uitkeringsduur wordt ten
                                hoogste vastgesteld op 24 maanden.</al></li>
              <li nr="4."><al>Indien een betrokkene ten tijde van het ontslag een diensttijd van
                                ten minste tien jaren heeft volbracht en de som van zijn leeftijd en
                                diensttijd, die hij ten tijde van het ontslag heeft bereikt, 60
                                jaren of meer bedraagt, wordt hem na afloop van de termijn waarover
                                uitkering is toegekend aansluitend gedurende een periode van zes
                                maanden een bijzondere verlenging verleend.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Vervolguitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:9</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De betrokkene, die het einde van de uitkeringsduur, bedoeld in
                                artikel 11:7, tweede lid, heeft bereikt, heeft in aansluiting op die
                                uitkering recht op een vervolguitkering.</al></li>
              <li nr="2."><al>De betrokkene die</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>het einde van de uitkeringsduur, bedoeld in artikel 11:7,
                                        eerste lid, heeft bereikt, en </al></li>
                  <li nr="b."><al>voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 11:7, tweede
                                        lid, onderdeel a of b, doch uitsluitend wegens zijn
                                        arbeidsverleden geen recht heeft op verlenging van de
                                        uitkeringsduur, heeft recht op een vervolguitkering.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Behoudens het gestelde in de volgende leden is de duur van de
                                vervolguitkering een jaar.</al></li>
              <li nr="4."><al>De duur van de vervolguitkering voor de betrokkene die op de dag van
                                zijn ontslag 57,5 jaar of ouder is, bedraagt drie en een half
                                jaar.</al></li>
              <li nr="5."><al>De betrokkene aan wie ingevolge artikel 11:8 een uitkering is
                                toegekend, heeft aansluitend recht op een vervolguitkering indien de
                                toegekende uitkering eindigt op een tijdstip gelegen binnen een jaar
                                na de datum waarop zijn uitkering zou zijn beëindigd, wanneer deze
                                zou zijn toegekend ingevolge artikel 11:7. De vervolguitkering
                                eindigt op het tijdstip gelegen een jaar na de in de vorige volzin
                                bedoelde datum.</al></li>
              <li nr="6."><al>De betrokkene die op de dag van zijn ontslag 57,5 jaar of ouder is
                                en aan wie ingevolge artikel 11:8 een uitkering is toegekend, heeft
                                aansluitend recht op een vervolguitkering indien de toegekende
                                uitkering eindigt op een tijdstip gelegen binnen drie en een half
                                jaar na de datum waarop zijn uitkering zou zijn beëindigd, wanneer
                                deze zou zijn toegekend ingevolge artikel 11:7. De vervolguitkering
                                eindigt op het tijdstip gelegen drie en een half jaar na de in de
                                vorige volzin bedoelde datum.</al></li>
              <li nr="7."><al>Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, zijn bepalingen van de
                                uitkering van overeenkomstige toepassing op de
                                vervolguitkering.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Bedrag van de uitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:10</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het bedrag van de uitkering is gedurende de eerste twee maanden
                                gelijk aan 87% van de bezoldiging, gedurende de volgende twee
                                maanden 77% en vervolgens 67% van de bezoldiging. </al></li>
              <li nr="2."><al>Het bedrag van de uitkering is gedurende de termijn van de
                                bijzondere verlenging ingevolge artikel 11:8, vierde lid, 67% van de
                                bezoldiging. </al></li>
              <li nr="3."><al>Bij intrekking van de Wet van 20 december 1984 (Stb. 1984, 657)
                                worden de percentages, genoemd in het eerste en tweede lid, met 3
                                procentpunten verhoogd.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Bedrag van de vervolguitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:11</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het bedrag van de vervolguitkering is gelijk aan het minimumloon,
                                met dien verstande dat dit bedrag nooit meer kan bedragen dan 70%
                                van de bezoldiging.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder minimumloon verstaan
                                het maandbedrag van het minimumloon bedoeld in artikel 8, eerste
                                lid, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, of,
                                indien het een betrokkene jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn
                                leeftijd geldende minimumloon, bedoeld in artikel 7, derde lid, en
                                artikel 8, derde lid, van genoemde wet, beide vermeerderd met de
                                daarvoor berekende vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van die
                                wet.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Verhuiskosten</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:12</vet>
            </al>
            <al>Aan de betrokkene bedoeld in artikel 11:8, eerste lid, kan, indien hij
                        elders arbeid of bedrijf ter hand gaat nemen, door het college een op de
                        voet van de Verplaatsingskostenregeling te bepalen vergoeding in de kosten
                        van een daartoe noodzakelijke verhuizing worden toegekend.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vermindering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:13</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Wanneer de betrokkene inkomsten verkrijgt uit of in verband met
                                arbeid, waaronder mede wordt verstaan een uitkering krachtens de
                                WAJONG of de WAZ, of bedrijf, ter hand genomen op of na de dag
                                waarop hem het ontslag is verleend dan wel schriftelijk mededeling
                                is gedaan van het voornemen hem ontslag te verlenen, wordt op de in
                                artikel 11:6 bedoelde uitkering een vermindering toegepast tot het
                                bedrag waarmee die inkomsten en uitkering samen de bezoldiging te
                                boven gaan. Voor de bepaling van het bedrag waarmede de uitkering
                                vermeerderd met inkomsten zoals bedoeld in de eerste volzin, de
                                bezoldiging overschrijdt, wordt een vermindering van de uitkering
                                ingevolge artikel 11:23, eerste lid, niet in aanmerking genomen.
                            </al></li>
              <li nr="2."><al>Ten aanzien van de betrokkene aan wie een uitkering is toegekend en
                                die wegens ongeschiktheid tot het verrichten van zijn betrekking
                                ontslag is verleend uit de betrekking die hij gedurende de met recht
                                op uitkering doorgebrachte tijd bekleedde en waarin hij deelnemer
                                was in de zin van het pensioenreglement, worden inkomsten bedoeld in
                                het eerste lid als volgt verrekend. De inkomsten, ter hand genomen
                                met ingang van of na de dag waarop het ontslag plaats vond uit de
                                betrekking die door betrokkene gedurende de met recht op uitkering
                                doorgebrachte tijd werd bekleed, worden verrekend over de maand
                                waarop zij betrekking hebben of geacht kunnen worden betrekking te
                                hebben. In afwijking van het gestelde in het eerste lid, geschiedt
                                deze verrekening op zodanige wijze dat de oorspronkelijk toegekende
                                uitkering wordt verminderd met het bedrag waarmee het pensioen al
                                dan niet aangevuld met een wachtgeld of uitkering, vermeerderd met
                                de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf met inbegrip
                                van de oorspronkelijk toegekende uitkering de oorspronkelijke
                                bezoldiging overschrijdt. Indien na die vermindering een bedrag aan
                                overschrijding van de bezoldiging resteert, wordt het aanvullende
                                wachtgeld of de aanvullende uitkering verminderd met het resterende
                                bedrag aan overschrijding.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van
                                inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen
                                gedurende vakantie, verlof of non-activiteit, onmiddellijk
                                voorafgaande aan het ontslag ter zake waarvan hem de uitkering is
                                toegekend. </al></li>
              <li nr="4."><al>Wanneer de betrokkene op of na de dag bedoeld in het eerste lid,
                                inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf ter
                                hand genomen vóór even bedoelde dag, is ten aanzien van die
                                inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van
                                overeenkomstige toepassing. De hier bedoelde vermindering vindt
                                echter niet plaats, indien de inkomsten of hogere inkomsten het
                                gevolg zijn van algemene loonsverhogingen, of indien betrokkene
                                aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn van
                                verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende met
                                het ontslag. </al></li>
              <li nr="5."><al>Onder inkomsten bedoeld in de voorgaande leden worden niet verstaan
                                inkomsten, verkregen wegens overwerk of gratificatie. </al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: 705435, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Opgave van inkomsten</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:14</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De betrokkene doet van het ter hand nemen van arbeid of bedrijf op
                                of na de dag waarop hem ontslag is verleend of hem schriftelijk
                                mededeling is gedaan van het voornemen hem ontslag te verlenen,
                                onverwijld mededeling aan het college of aan een door het college
                                aan te wijzen ambtenaar. Daarbij doet hij voor zover mogelijk opgave
                                van de inkomsten die hij uit dan wel in verband met die arbeid of
                                dat bedrijf zal verkrijgen. Tijdelijke of blijvende wijzigingen in
                                alle even genoemde bedragen geeft hij tijdig voor het verschijnen
                                van de eerstvolgende uitkeringstermijn op. </al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de in het eerste lid bedoelde bedragen niet vooraf door de
                                betrokkene zijn op te geven doet hij voor het verschijnen van elke
                                uitkeringstermijn opgave van hetgeen hij sedert het ter hand nemen
                                van de arbeid of het bedrijf dan wel sedert de vorige opgave heeft
                                verkregen. Brengt de aard van de arbeid of het bedrijf, ter
                                beoordeling van het college, mede dat de inkomsten over een langere
                                termijn moeten worden berekend, welke echter niet langer dan een
                                jaar mag zijn, dan geschiedt de opgave dienovereenkomstig en wordt
                                het bedrag van de vermindering voorlopig vastgesteld onder
                                voorbehoud van verrekening aan het einde van evenbedoelde termijn.
                            </al></li>
              <li nr="3."><al>Bij de vaststelling van het bedrag van de vermindering kan van een
                                opgave, bedoeld in het tweede lid, worden afgeweken.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het in de voorgaande leden bepaalde vindt overeenkomstige toepassing
                                ten aanzien van de arbeid of bedrijf en de inkomsten daaruit<vet>,
                                </vet>bedoeld in artikel 11:13, het derde en vierde lid.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: 2004001009, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overlijdensuitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:15</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de betrokkene, bedoeld in
                                artikel 11:6 wordt aan de nagelaten echtgenoot of geregistreerde
                                partner een bedrag uitgekeerd gelijk aan de bezoldiging als bedoeld
                                in artikel 11:5 over een tijdvak van drie maanden. Laat de
                                overledene geen echtgenoot of geregistreerde partner na dan
                                geschiedt de uitkering ten behoeve van zijn minderjarige wettige of
                                natuurlijke kinderen dan wel minderjarige pleegkinderen. Ontbreken
                                ookzodanige kinderen dan geschiedt de uitkering ten behoeve
                                van ouders, broers, zusters of meerderjarige kinderen van wie de
                                overledene kostwinner was.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien ter zake van zijn overlijden aan de in het eerste lid
                                bedoelde betrekkingen een bedrag wordt toegekend uit hoofde van een
                                door de overledene vervulde andere betrekking, ten gevolge waarvan
                                op de uitkering een vermindering werd toegepast op grond van artikel
                                11:13, wordt een bedrag uitgekeerd gelijk aan de verminderde
                                uitkering over een tijdvak van drie maanden, voor zover nodig
                                aangevuld, zodanig dat de som van beide bedragen gelijk is aan het
                                bedrag, bedoeld in het eerste lid.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien de overledene geen betrekkingen bedoeld in het eerste lid
                                nalaat, kan het bedrag van de uitkering geheel of ten dele worden
                                aangewend voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte of
                                van de lijkbezorging als de nalatenschap van de overledene daartoe
                                ontoereikend is.</al></li>
              <li nr="4."><al>Op de uitkering als bedoeld in dit artikel wordt in mindering
                                gebracht het bedrag van de uitkering waarop de nagelaten
                                betrekkingen van de gewezen ambtenaar ter zake van diens overlijden
                                aanspraak kunnen maken uit hoofde van een bepaling in een
                                gemeentelijke rechtspositieregeling, dan wel krachtens enig
                                wettelijk voorgeschreven verzekering tegen ziekte,
                                arbeidsongeschiktheid of onvrijwillige werkloosheid.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: ARZ/801143</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verplichtingen bij ziekte</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:16</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien betrokkene wegens ziekte ongeschikt is arbeid te verrichten,
                                of daarvan is hersteld, is hij verplicht daarvan terstond mededeling
                                te doen aan het college. </al></li>
              <li nr="2."><al>Het college stelt nadere voorschriften vast met betrekking tot de
                                geneeskundige begeleiding van betrokkene als bedoeld in het eerste
                                lid. </al></li>
              <li nr="3."><al>Indien betrokkene door het UWV schriftelijk in kennis is gesteld van
                                de mogelijkheid van het doen van een aanvraag voor een
                                WAO-uitkering, is hij verplicht binnen de bij of krachtens de WAO
                                gestelde termijnen een WAO-uitkering aan te vragen en alle
                                medewerking te verlenen die noodzakelijk is voor het verkrijgen van
                                deze uitkering. </al></li>
              <li nr="4."><al>Indien betrokkene als bedoeld in het derde lid, geen WAO-uitkering
                                aanvraagt en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor
                                de toepassing van dit hoofdstuk rekening gehouden met WAO-uitkering
                                behorende bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer.
                            </al></li>
              <li nr="5."><al>Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen
                                door betrokkene als bedoeld in het vierde lid, de WAO-uitkering
                                vermindering ondergaat, dan wel het recht daarop geheel of
                                gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit betrokkene redelijkerwijs kan
                                worden verweten, wordt de bedoelde uitkering voor de toepassing van
                                dit hoofdstuk steeds geacht onverminderd te zijn genoten.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004003238</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Uitkering bij ziekte</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:17</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien de betrokkene binnen de termijn waarover hij aanspraak heeft
                                op een van de uitkeringen bedoeld in de artikelen 11:6 tot en met
                                11:15 dan wel uiterlijk een maand na afloop van die termijn wegens
                                ziekte verhinderd is arbeid te verrichten, wordt hem telkens met
                                ingang van de vierde dag van die verhindering een uitkering
                                toegekend van 80% van zijn bezoldiging.</al></li>
              <li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde uitkering eindigt zodra de betrokkene
                                deze over tezamen 260 werkdagen bij een vijfdaagse werkweek heeft
                                genoten. De bepalingen van hoofdstuk 7 van deze regeling, zoals dit
                                luidde voor 1 januari 2001, zijn voor zoveel mogelijk van
                                overeenkomstige toepassing.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Samenloop</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:18</vet>
            </al>
            <al>Zolang de betrokkene de uitkering geniet, bedoeld in artikel 11:17, eerste
                        lid, wordt met ingang van de dag waarop de verhindering wegens ziekte
                        aanvangt, de uitbetaling van de uitkering, bedoeld in de artikelen 11:6 tot
                        en met 11:15, opgeschort.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Afkoop</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:19</vet>
            </al>
            <al>Op verzoek van de betrokkene die voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in
                        artikel 11:7, tweede lid, onderdeel a of b, kan het recht op uitkering
                        geheel of ten dele worden afgekocht. </al>
            <al>briefnummer: ARZ/507386</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verval en opnieuw toekennen van het recht op uitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:20</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het recht op uitkering dat in verband met het niet voldoen aan de
                                voorwaarde, bedoeld in artikel 11:7, tweede lid, onderdeel a of b,
                                uitsluitend wordt vastgesteld ingevolge artikel 11:7, eerste lid,
                                vervalt met ingang van de dag waarop de werkloosheid eindigt en
                                wordt bij weer intredende onvrijwillige werkloosheid opnieuw
                                toegekend voor de resterende duur met ingang van de dag waarop de
                                laatstbedoelde werkloosheid ingaat, tenzij de betrokkene ter zake
                                van deze laatstelijk opgetreden werkloosheid aanspraak heeft op een
                                uitkering krachtens de Werkloosheidswet of krachtens enige
                                publiekrechtelijke regeling inzake wachtgeld of uitkering. </al></li>
              <li nr="2."><al>Voor toepassing van dit artikel wordt onder beëindiging van de
                                werkloosheid begrepen: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>het aanvaard hebben van een naar zijn aard vaste
                                        dienstbetrekking;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het gedurende een periode van een maand vervuld hebben van
                                        een naar zijn aard tijdelijke dienstbetrekking bij dezelfde
                                        werkgever, voorzover de omvang van de nieuwe
                                        dienstbetrekking ten minste gelijk is aan die van de
                                        dienstbetrekking op basis waarvan het recht op uitkering
                                        bestaat.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Een betrokkene die bij afloop van de opnieuw toegekende uitkering
                                als bedoeld in het eerste lid, nog onvrijwillig werkloos is, heeft
                                opnieuw recht op een uitkering, mits de betrokkene :</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>binnen 6 maanden na de dag waarop het recht op uitkering
                                        ontstond als bedoeld in artikel 11:6, eerste lid, onder a,
                                        arbeid in dienstbetrekking heeft aanvaard; en</al></li>
                  <li nr="b."><al>in ten minste 13 weken opnieuw werkzaam is geweest als
                                        werknemer als bedoeld in artikel 3 van de
                                        Werkloosheidswet.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4."><al>Voor de toepassing van het derde lid worden weken waarop de
                                betrokkene zonder te werken loon heeft ontvangen, gelijkgesteld met
                                gewerkte weken.</al></li>
              <li nr="5."><al>De duur van de uitkering als bedoeld in het derde lid, bedraagt zes
                                maanden, verminderd met de resterende duur van de opnieuw toegekende
                                uitkering als bedoeld in het eerste lid.</al></li>
              <li nr="6."><al>Het college beslist over het opnieuw toekennen van de uitkering als
                                bedoeld in het eerste lid en op toekenning van een uitkering als
                                bedoeld in het derde lid, op aanvraag door de betrokkene.</al></li>
              <li nr="7."><al>Het recht op uitkering vervalt wanneer de daartoe strekkende
                                aanvraag, bedoeld in het zesde lid en in artikel 11:6, negende lid,
                                niet binnen een termijn van twee jaren na het ontstaan of het
                                opnieuw ontstaan van dat recht bij het college is ingekomen. </al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verplichtingen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:21</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Zolang de betrokkene de leeftijd van 55 jaren niet heeft bereikt is
                                hij verplicht een hem aangeboden betrekking, die hem in verband met
                                zijn persoonlijkheid en omstandigheden redelijkerwijs kan worden
                                opgedragen, te aanvaarden dan wel tot het verkrijgen van inkomsten
                                gebruik te maken van elke gelegenheid die in verband met zijn
                                persoonlijkheid en omstandigheden passend kan worden geacht.</al></li>
              <li nr="2."><al>Zolang de betrokkene de leeftijd van 55 jaar nog niet heeft bereikt,
                                is hij verplicht zich bij het arbeidsbureau van zijn woonplaats als
                                werkzoekende te doen inschrijven op de eerste werkdag, volgende op
                                die waarop het ontslag ingaat. Hij dient binnen veertien dagen
                                daarna een bewijs van inschrijving als werkzoekende van het
                                arbeidsbureau aan het college over te leggen. </al></li>
              <li nr="3."><al>De betrokkene, die op de dag van het ontslag metterwoon verblijf
                                houdt in het buitenland dan wel nadien metterwoon verblijf gaat
                                houden in het buitenland en die de leeftijd van 55 jaar nog niet
                                heeft bereikt, is verplicht zich te doen inschrijven als
                                werkzoekende bij een aldaar gevestigde instantie van
                                arbeidsbemiddeling die daartoe de mogelijkheid biedt en die naar het
                                oordeel van het college vergelijkbaar is met het arbeidsbureau.
                            </al></li>
              <li nr="4."><al>Het college kan bepalen dat de in het tweede en derde lid omschreven
                                verplichting niet geldt voor bepaalde betrokkenen of groepen van
                                betrokkenen.</al></li>
              <li nr="5."><al>De betrokkene, bedoeld in het eerste lid, is voorts verplicht zich
                                te gedragen naar de voorschriften die hem door het college in het
                                algemeen of voor enig bijzonder geval worden gegeven, strekkende tot
                                het verkrijgen van een betrekking of andere bron van inkomsten.
                            </al></li>
              <li nr="6."><al>Door het aanvaarden van de uitkering wordt de betrokkene geacht er
                                in toe te stemmen dat zij, die naar het oordeel van het college
                                daarvoor in aanmerking komen, alle voor de uitvoering van deze
                                regeling noodzakelijke inlichtingen geven.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Opschorting</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:22</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien de betrokkene na zijn ontslag uit hoofde van ziekte aanspraak
                                op doorbetaling van bezoldiging heeft of krijgt of een uitkering ten
                                bedrage van de laatstgenoten bezoldiging in verband met de
                                betrekking waaruit hem ontslag is verleend, wordt de uitvoering of
                                verdere uitvoering van de uitkeringsregeling vervat in deze regeling
                                opgeschort tot het einde van het tijdvak waarover die aanspraak
                                bestaat.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan op verzoek van de betrokkene die zich als
                                dienstplichtige in militaire dienst bevindt of moet begeven, de
                                uitvoering of verdere uitvoering van de uitkeringsregeling vervat in
                                deze regeling opschorten tot het einde van het tijdvak van diens
                                militaire dienst. </al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Samenloop</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:23</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien de betrokkene ter zake van de dienstbetrekking waaruit hij
                                met recht op uitkering is ontslagen, aanspraak heeft op een
                                WAO-uitkering en in voorkomend geval vermeerderd met een
                                invaliditeitspensioen, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van
                                minder dan 80%, wordt het geldende bedrag van de uitkering,
                                toegekend ter zake van hetzelfde ontslag, met het hierna genoemde
                                percentage verminderd. Deze vermindering bedraagt bij een
                                arbeidsongeschiktheid van 65% tot 80%: 80% 55% tot 65%: 60% 45% tot
                                55%: 50% 35% tot 45%: 40% 25% tot 35%: 30% 15% tot 25%: 20% minder
                                dan 15%: 0% De som van de in de eerste volzin bedoelde
                                WAO-uitkering, in voorkomend geval vermeerderd met een
                                invaliditeitspensioen, en de verminderde uitkering bedraagt voorts
                                niet meer dan de onverminderde uitkering die wordt genoten indien er
                                geen sprake is van samenloop. Ingeval van overschrijding wordt het
                                overschrijdende bedrag op de uitkering in mindering gebracht.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, geen WAO-uitkering
                                aanvraagt en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor
                                de toepassing van dit artikel rekening gehouden met de WAO-uitkering
                                waarbij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer behoort. </al></li>
              <li nr="3."><al>Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen
                                door betrokkene, bedoeld in het eerste lid, de WAO-uitkering
                                vermindering ondergaat dan wel het recht op deze uitkering geheel of
                                gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit betrokkene redelijkerwijs kan
                                worden verweten, wordt de bedoelde uitkering voor de toepassing van
                                dit artikel steeds geacht onverminderd te zijn genoten.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: ARZ/705435</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 11:24</vet>
            </al>
            <al>Indien de betrokkene aanspraken krijgt op een uitkering krachtens de
                        Werkloosheidswet of de Ziektewet, worden gedurende de termijn, waarover die
                        aanspraken bestaan, de op grond van deze regeling toegekende uitkeringen
                        niet uitbetaald.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Betaling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:25</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het bedrag van de uitkering, over een jaar berekend, wordt naar
                                boven tot een volle euro afgerond en in dezelfde termijnen
                                uitbetaald als de bezoldiging welke vóór de toekenning van de
                                uitkering werd genoten.</al></li>
              <li nr="2."><al>Met toestemming van de betrokkene kan de uitbetaling van de
                                uitkering over langere termijnen geschieden.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2001002801</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verval van uitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:26</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De uitkeringen kunnen geheel of gedeeltelijk vervallen worden
                                verklaard </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>indien de betrokkene bedoeld in artikel 11:6, de opgave
                                        bedoeld in artikel 11:14, eerste en tweede lid, nalaat dan
                                        wel onjuist of onvolledig doet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien de betrokkene niet voldoet aan het bepaalde in
                                        artikel 11:21, tweede en derde lid, dan wel indien hij
                                        zonder toestemming van het college gedurende de tijd, waarin
                                        hij een uitkering geniet, de in evengenoemde leden bedoelde
                                        inschrijving teniet doet of nalaat deze op de door het
                                        arbeidsbureau dan wel de buitenlandse instantie van
                                        arbeidsbemiddeling bepaalde tijdstippen te doen
                                        verlengen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>indien de betrokkene enig op grond van artikel 11:21, vijfde
                                        lid, gegeven voorschrift niet nakomt, tenzij hem hiervan
                                        redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt, dan wel
                                        indien er overigens gegronde reden is om aan te nemen dat
                                        hij niet ernstig tracht werk te vinden; </al></li>
                  <li nr="d."><al>indien de betrokkene zich zonder toestemming van het college
                                        in het buitenland vestigt of geacht moet worden aldaar
                                        duurzaam te verblijven; </al></li>
                  <li nr="e."><al>indien betrokkene niet voldoet aan de verplichtingen die bij
                                        of krachtens artikel 11:16, eerste en tweede lid zijn
                                        gesteld; </al></li>
                  <li nr="f."><al>indien de betrokkene zich zodanig gedraagt, dat hem ontslag
                                        zou zijn verleend als hij in dienst was gebleven;</al></li>
                  <li nr="g."><al>indien achteraf blijkt, dat voor het aan de betrokkene
                                        verleende ontslag zich feiten en/of omstandigheden hebben
                                        voorgedaan die, zo deze eerder bekend waren, aanleiding
                                        zouden hebben gevormd hem als ambtenaar met toepassing van
                                        artikel 8:13 van deze regeling ontslag te verlenen;</al></li>
                  <li nr="h."><al>indien de betrokkene niet ernstig tracht werk te vinden
                                    </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het voorgaande lid is, voor zover nodig, van overeenkomstige
                                toepassing op een uitkering, bedoeld in artikel 11:17. </al></li>
              <li nr="3."><al>Indien de betrokkene de verplichting bedoeld in artikel 11:21,
                                eerste lid, niet nakomt dan wel indien hij als ingeschrevene bij het
                                arbeidsbureau dan wel de buitenlandse instantie van
                                arbeidsbemiddeling opzettelijk of door nalatigheid verzuimt gevolg
                                te geven aan een oproeping of aanwijzing van het arbeidsbureau,
                                welke kan leiden tot het verkrijgen van werk dat hem in verband met
                                zijn persoonlijkheid en omstandigheden redelijkerwijs kan worden
                                opgedragen of indien hij weigert dergelijk werk te aanvaarden,
                                vervalt de uitkering voor het gedeelte waarmee deze tezamen met de
                                verzuimde of verloren gegane inkomsten, de bezoldiging te boven zou
                                zijn gegaan. </al></li>
              <li nr="4."><al>Het bepaalde in dit artikel is niet van kracht indien het niet
                                nakomen van voorschriften, het weigeren of geen gebruik maken van
                                een aangeboden betrekking of van een gelegenheid tot het verkrijgen
                                van inkomsten geschiedt tijdens een staking of uitsluiting,
                                behoudens het geval dat het naar het oordeel van het college
                                noodzakelijk is dat de ambtenaar werkzaamheden verricht ter
                                vervanging van stakers of uitgeslotenen of om werknemers behulpzaam
                                te zijn, zulks met het oog op de openbare veiligheid of gezondheid
                                of voor de regelmatige functionering van de openbare dienst.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Einde van het recht op uitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:27</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het recht op uitkering eindigt:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgende
                                        op die waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar heeft
                                        bereikt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>met ingang van de dag volgende op die waarop de betrokkene
                                        is overleden;</al></li>
                  <li nr="c."><al>indien het recht op uitkering geheel wordt afgekocht. </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het recht op uitkering eindigt met ingang van de dag waarop de
                                betrokkene recht verkrijgt op een WAO-uitkering, berekend naar een
                                arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Artikel 11:6, achtste lid, is
                                van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat van deze
                                uitkering de duur, voor zover deze wordt bepaald aan de hand van
                                artikel 11:8, en de hoogte worden vastgesteld te rekenen vanaf de
                                datum van ontslag. </al></li>
              <li nr="3."><al>De voorgaande leden zijn, voor zover nodig van overeenkomstige
                                toepassing op een uitkering, bedoeld in artikel 11:17.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: ARZ/705435</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Nadere voorschriften</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:28</vet>
            </al>
            <al>Ter uitvoering van dit hoofdstuk kan het college nadere voorschriften
                        geven.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overgangsbepalingen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:29</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Op de uitkeringen toegekend krachtens de bepalingen van de
                                uitkeringsregeling zoals deze luidde voor 1 augustus 1991, worden
                                voor de resterende duur na 30 juli 1991, de bepalingen van de
                                uitkeringsregeling zoals deze luiden met ingang van 1 augustus 1991
                                toegepast, met dien verstande dat de hoogte, voor de reeds
                                vastgestelde duur, nooit lager zal zijn dan op grond van de
                                uitkeringsregeling zoals deze luidde voor 1 augustus 1991.</al></li>
              <li nr="2."><al>Ten aanzien van de uitkeringen, als bedoeld in het eerste lid, die
                                voortduren na 30 juli 1991, wordt op basis van de desbetreffende
                                bepalingen in de uitkeringsregeling zoals deze luiden met ingang van
                                1 augustus 1991, de duur opnieuw berekend. Indien de aldus berekende
                                duur van de toegekende uitkering langer is dan de oorspronkelijk
                                vastgestelde duur, wordt deze laatstgenoemde duur verlengd met het
                                verschil tussen beide. </al></li>
              <li nr="3."><al>De betrokkene aan wie een uitkering was toegekend op grond van
                                artikel 11, eerste lid, van de uitkeringsregeling, zoals deze luidde
                                tot 1 augustus 1991, en welke als gevolg van beëindiging van de
                                werkloosheid is vervallen, behoudt binnen de in artikel 13, tweede
                                lid genoemde termijn en overeenkomstig de overige daarvoor genoemde
                                voorwaarden het recht op opnieuw toekennen van de uitkering. Artikel
                                13, eerste lid van de uitkeringsregeling zoals deze luidde tot 1
                                augustus 1991, blijft van toepassing op een weder toegekende
                                uitkering als bedoeld in de vorige volzin, met dien verstande dat de
                                duur van de toegekende uitkering wordt herberekend op grond van het
                                tweede lid.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Artikel 11:30</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Degene aan wie voor 1 januari 1995 een uitkering is toegekend op
                                basis van de bepalingen van de uitkeringsverordening zoals deze
                                luidde voor 1 januari 1995, en waarvan de duur doorloopt tot na 31
                                december 1994, behoudt wat betreft de hoogte van deze uitkering de
                                aanspraken zoals deze zijn vastgelegd in evengenoemde
                                verordening.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het voorgaande geldt eveneens ten aanzien van degene aan wie voor 1
                                januari 1995 een uitkering is toegekend op basis van dit
                                hoofdstuk.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Artikel 11:31</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Slotbepaling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11:32</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaar of
                                arbeidscontractant die ontslagen is met ingang van 1 januari 2001 of
                                later.</al></li>
              <li nr="2."><al>Bij de verwijzingen in dit hoofdstuk naar artikelen elders uit de
                                CAR en/of UWO moet, voorzover niet anders is bepaald, worden
                                uitgegaan van de tekst van deze artikelen zoals deze luidde op 31
                                december 2000.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: CvA/2000004977</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoofdstuk 11a </vet>
              <vet>SUPPLETIE</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Begripsomschrijvingen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11a:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid in de zin van
                                        artikel 18, eerste lid, van de Wet op de
                                        arbeidsongeschiktheidsverzekering;</al></li>
                  <li nr="b."><al>arbeidsongeschiktheidsuitkering: een periodieke uitkering,
                                        toegekend op grond van arbeidsongeschiktheid, die
                                        voortvloeit uit enig dienstverband van betrokkene; </al></li>
                  <li nr="c."><al>WAO-uitkering: uitkering op grond van de WAO; </al></li>
                  <li nr="d."><al>betrokkene: de overheidswerknemer, bedoeld in artikel 2 van
                                        de WPA, aan wie op grond van artikel 8:5 ontslag is verleend
                                        op grond van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn
                                        betrekking wegens ziekte, en die ten tijde van dat ontslag
                                        minder dan 80% arbeidsongeschikt is, met uitzondering van
                                        degene die zijn resterende verdienvermogen volledig benut in
                                        een of meer aangehouden betrekkingen; </al></li>
                  <li nr="e."><al>bestuursorgaan: het orgaan als bedoeld in artikel 8:5,
                                        eerste lid, dat bevoegd is betrokkene ontslag te verlenen;
                                    </al></li>
                  <li nr="f."><al>suppletie: de suppletie, bedoeld in artikel 11a:6; </al></li>
                  <li nr="g."><al>dagloon: het dagloon in de zin van de Wet op de
                                        arbeidsongeschiktheidsverzekering zonder toepassing van de
                                        maximumdagloongrens van artikel 9, eerste lid, van de
                                        Coordinatiewet Sociale Verzekering, vermeerderd met het
                                        bedrag aan pensioenpremie, bedoeld in artikel 10 van de Wet
                                        financiële voorzieningen privatisering ABP, en in voorkomend
                                        geval verminderd met bijdragen strekkende tot betaling van
                                        de premie van een door of voor de betrokkene afgesloten
                                        particuliere ziektekostenverzekering als bedoeld in artikel
                                        1, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit Algemene
                                        Dagloonregelen WAO; </al></li>
                  <li nr="h."><al>berekeningsgrondslag van de suppletie: het dagloon van
                                        betrokkene op de dag voorafgaande aan het ontslag ter zake
                                        waarvan hem recht op suppletie wordt toegekend, voor zover
                                        dat betrekking heeft op het inkomen uit de betrekking
                                        waaraan het recht op suppletie wordt ontleend; </al></li>
                  <li nr="i."><al>werkloosheidsuitkering een periodieke uitkering ter zake van
                                        ontslag of werkloosheid, die voortvloeit uit enig
                                        dienstverband van betrokkene.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt artikel 1:2:1 in acht
                                genomen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2001002849</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Recht op suppletie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11a:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Betrokkene heeft recht op suppletie vanaf het tijdstip dat aan hem
                                ontslag is verleend op grond van ongeschiktheid voor de vervulling
                                van zijn betrekking wegens ziekte</al></li>
              <li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing indien het in dat lid bedoelde
                                ontslag wordt verleend na het moment dat de ongeschiktheid voor de
                                vervulling van zijn betrekking wegens ziekte 90 maanden onafgebroken
                                heeft geduurd. Voor het bepalen van genoemde periode van 90 maanden
                                worden perioden van ziekte samengeteld indien die elkaar met een
                                onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Artikel 11a:3</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het verplichtingen- en sanctieregime van de Werkloosheidswet is van
                                overeenkomstige toepassing op het recht op suppletie </al></li>
              <li nr="2."><al>Onverminderd het eerste lid, omvat passende arbeid in de zin van de
                                Werkloosheidswet voor de toepassing van de suppletie mede gangbare
                                arbeid. Hierbij wordt onder gangbare arbeid verstaan: alle algemeen
                                geaccepteerde arbeid waartoe de betrokkene met zijn krachten en
                                bekwaamheden in staat is.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Artikel 11a:4</vet>
            </al>
            <al>Het recht op suppletie komt niet tot uitbetaling voor zolang: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>betrokkene een WAO-uitkering ontvangt, berekend naar een mate van
                                arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, </al></li>
              <li nr="b."><al>betrokkene is herplaatst in een functie waaraan hij recht kan
                                ontlenen op herplaatsingstoelage als bedoeld in hoofdstuk 12 van het
                                pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200601047</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 11a:5</vet>
            </al>
            <al>Het recht op suppletie eindigt, </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>na ommekomst van de duur van de suppletie;</al></li>
              <li nr="b."><al>met ingang van de dag volgende op die waarop de betrokkene is
                                overleden;</al></li>
              <li nr="c."><al>met ingang van de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de
                                leeftijd van 65 jaar bereikt.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Suppletie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11a:6</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De suppletie bedraagt een percentage van de berekeningsgrondslag van
                                de suppletie</al></li>
              <li nr="2."><al>De berekeningsgrondslag van de suppletie wordt telkens aangepast aan
                                de voor de sector Gemeenten geldende algemene
                                bezoldigingswijziging.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het in het eerste lid bedoelde percentage bedraagt:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>gedurende de eerste drieëndertig maanden 80%; en</al></li>
                  <li nr="b."><al>gedurende de daaropvolgende drieëndertig maanden 70%.</al><al/></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Artikel 11a:7</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In afwijking van artikel 11a:6, derde lid, wordt, indien het in
                                artikel 11a:2 bedoelde ontslag is verleend op een latere datum dan
                                het moment waarop de ongeschiktheid voor de vervulling van zijn
                                betrekking wegens ziekte 24 maanden onafgebroken heeft geduurd, de
                                in artikel 11a:6, derde lid, genoemde periode verminderd met de
                                periode die gelegen is tussen de ontslagdatum en het moment waarop
                                genoemde ongeschiktheid 24 maanden onafgebroken heeft geduurd. Deze
                                vermindering vindt plaats, te beginnen met de periode gedurende
                                welke de betrokkene recht heeft op 80% van de berekeningsgrondslag
                                van de suppletie. </al></li>
              <li nr="2."><al>Voor het bepalen van de in het eerste lid bedoelde periode van 24
                                maanden worden perioden van ziekte samengeteld indien die elkaar met
                                een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Artikel 11a:8</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien de betrokkene gedurende de periode dat recht bestaat op
                                suppletie, ter zake van de dienstbetrekking waaruit dat recht op
                                suppletie is ontstaan, een werkloosheidsuitkering, een Waz-uitkering
                                dan wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt, wordt het
                                bedrag van genoemde uitkering of uitkeringen in mindering gebracht
                                op het bedrag van de suppletie. Indien de bedoelde betrokkene uit
                                hoofde van twee of meer dienstbetrekkingen als overheidswerknemer
                                recht heeft op een WAO-uitkering, wordt die uitkering voor de
                                toepassing van de eerste volzin, toegerekend aan de dienstbetrekking
                                ter zake waarvan hem recht op suppletie is toegekend, naar rato van
                                de feitelijk genoten inkomsten uit hoofde van de desbetreffende
                                dienstbetrekkingen</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de betrokkene recht heeft op een
                                arbeidsongeschiktheidsuitkering die kan worden toegerekend aan een
                                dienstbetrekking, waaruit hij is ontslagen op een datum, gelegen
                                vóór de datum van ontslag uit de dienstbetrekking ter zake waarvan
                                hem recht op suppletie is toegekend, welk recht voortduurt na
                                laatstgenoemde datum, wordt, in geval van een verhoging van de mate
                                van de arbeidsongeschiktheid waardoor het bedrag van die
                                arbeidsongeschiktheidsuitkering verhoogd wordt, uitsluitend het
                                bedrag van die verhoging van die arbeidsongeschiktheidsuitkering in
                                mindering gebracht op het bedrag van de suppletie. Indien de
                                bedoelde betrokkene uit hoofde van twee of meer dienstbetrekkingen
                                als overheidswerknemer recht heeft op een WAO-uitkering, wordt die
                                uitkering voor de toepassing van de vorige volzin toegerekend aan de
                                in die volzin eerstgenoemde dienstbetrekking, naar rato van de
                                feitelijk genoten inkomsten uit hoofde van de desbetreffende
                                dienstbetrekkingen. </al></li>
              <li nr="3."><al>Indien de toerekeningswijze, bedoeld in het tweede lid, in een
                                individueel geval naar het oordeel van het bestuursorgaan leidt tot
                                een kennelijk onredelijke uitkomst voor de betrokkene, kan het
                                bestuursorgaan ten gunste van die betrokkene tot een wijze van
                                toerekenen besluiten die met de strekking van dit artikel
                                overeenkomt.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2002004755</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 11a:9</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien betrokkene gedurende de periode dat recht bestaat op
                                suppletie inkomsten verwerft uit of in verband met arbeid of
                                bedrijf, anders dan bedoeld in artikel 11a:8, wordt de
                                berekeningsgrondslag van de suppletie verminderd met de inkomsten
                                uit of in verband met arbeid of bedrijf.</al></li>
              <li nr="2."><al>Onder inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, bedoeld in
                                het eerste lid, worden begrepen inkomsten uit of in verband met
                                arbeid of bedrijf die zijn ontstaan:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>met ingang van of na de dag waarop het ontslag ter zake
                                        waarvan de betrokkene suppletie is toegekend, hem is
                                        aangezegd;</al></li>
                  <li nr="b."><al>gedurende non-activiteit, vakantie of verlof onmiddellijk
                                        voorafgaande aan het ontslag ter zake waarvan de betrokkene
                                        suppletie is toegekend;</al></li>
                  <li nr="c."><al>vóór de dag van het ontslag ter zake waarvan de betrokkene
                                        suppletie is toegekend, anders dan bedoeld in onderdeel a en
                                        b, en artikel 11a:8, tweede lid, voor zover uit deze arbeid
                                        of dit bedrijf na die dag inkomsten of meer inkomsten worden
                                        genoten door de betrokkene, terwijl die inkomsten of die
                                        meerdere inkomsten of een gedeelte daarvan, het gevolg zijn
                                        van een verhoogde werkzaamheid dan wel verband houden met
                                        het ontslag.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>In bijzondere gevallen kan het bestuursorgaan ten gunste van
                                betrokkene afwijken van het tweede lid.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Artikel 11a:10</vet>
            </al>
            <al>Voor de toepassing van artikel 11a:8 en 11a:9 worden uitkeringen steeds
                        geacht onverminderd door betrokkene te zijn genoten indien, als gevolg van
                        handelingen of het nalaten van handelingen door betrokkene, één of meer
                        werkloosheidsuitkeringen, een Waz-uitkering,
                        arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, uitkeringen op grond van de Ziektewet dan
                        wel uitkeringen die naar aard en strekking overeenkomen met laatstgenoemde
                        uitkeringen, waarop betrokkene recht heeft; </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>vermindering ondergaan; </al></li>
              <li nr="b."><al>blijvend geheel geweigerd worden;</al></li>
              <li nr="c."><al>tijdelijk of blijvend gedeeltelijk geweigerd worden; dan wel</al></li>
              <li nr="d."><al>in uitkeringsduur beperkt worden.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2002004755</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 11a:11</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de betrokkene, aan wie een
                                suppletie is toegekend, keert het bestuursorgaan een bedrag uit,
                                gelijk aan de berekeningsgrondslag van de suppletie van betrokkene
                                over een tijdvak van drie maanden.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het in het eerste lid bedoelde bedrag wordt uitgekeerd </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>aan de langstlevende der echtgeno(o)t(en) of geregistreerde
                                        partner(s) indien de overledene niet duurzaam van de andere
                                        echtgenoot gescheiden leefde;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bij ontstentenis van de onder a bedoelde persoon aan de
                                        minderjarige wettige of natuurlijke kinderen,</al></li>
                  <li nr="c."><al>bij ontstentenis van de onder a en b bedoelde personen aan
                                        degenen ten aanzien van wie de overledene grotendeels in de
                                        kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in
                                        gezinsverband leefde</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Voor de toepassing van het tweede lid worden mede als
                                echtgeno(o)t(en) of geregistreerde partner(s) aangemerkt niet
                                gehuwde personen van verschillend of gelijk geslacht die duurzaam
                                een gezamenlijke huishouding voeren, tenzij het betreft personen
                                tussen wie bloedverwantschap in de eerste of tweede graad
                                bestaat.</al></li>
              <li nr="4."><al>Van een gezamenlijke huishouding als bedoeld in het derde lid, kan
                                slechts sprake zijn indien twee ongehuwde personen gezamenlijk
                                voorzien in huisvesting en bovendien beiden een bijdrage leveren in
                                de kosten van de huishouding dan wel op andere wijze in elkaars
                                verzorging voorzien </al></li>
              <li nr="5."><al>Op het uit te keren bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt in
                                mindering gebracht het bedrag van de uitkering waarop de nagelaten
                                betrekkingen van de betrokkene ter zake van diens overlijden
                                aanspraak kunnen maken uit hoofde van een of meer
                                werkloosheidsuitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen,
                                uitkeringen op grond van de Ziektewet dan wel uitkeringen die naar
                                aard en strekking overeenkomen met laatstgenoemde uitkeringen,
                                waarop betrokkene recht had.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: ARZ/804371</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Betaling van de suppletie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11a:12</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het bestuursorgaan stelt op aanvraag vast of er recht op suppletie
                                bestaat.</al></li>
              <li nr="2."><al>Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door het
                                bestuursorgaan beschikbaar gesteld aanvraagformulier.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het bestuursorgaan betaalt de suppletie zo spoedig mogelijk uit,
                                doch uiterlijk binnen een maand nadat het recht op die suppletie
                                heeft vastgesteld. Het bestuursorgaan betaalt de suppletie in de
                                regel per maand achteraf </al></li>
              <li nr="4."><al>De suppletie die niet in ontvangst is genomen of is ingevorderd
                                binnen 3 maanden na de dag van betaalbaarstelling, wordt niet meer
                                betaald. Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen ten gunste
                                van betrokkene afwijken van de eerste volzin.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 11a:13</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het bestuursorgaan betaalt ambtshalve een naar redelijkheid vast te
                                stellen voorschot op een suppletie indien uitsluitend onzekerheid
                                bestaat omtrent de hoogte van de suppletie, omtrent het van de
                                suppletie aan de betrokkene te betalen bedrag of omtrent het nakomen
                                van een verplichting als bedoeld in artikel 11a:3.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan op verzoek van de betrokkene een naar
                                redelijkheid vast te stellen voorschot op een suppletie betalen
                                indien onzekerheid bestaat omtrent het recht op
                                    suppletie<vet>.</vet></al></li>
              <li nr="3."><al>Een voorschot, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt beschouwd
                                als een suppletie.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Scholing, opleiding en onbeloonde activiteiten</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11a:14</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het bestuursorgaan kan regels stellen op grond waarvan in bij die
                                regels aan te geven gevallen en met inachtneming van bij die regels
                                te stellen beperkingen de betrokkene bevoegd is deel te nemen aan
                                een opleiding of scholing in dagonderwijs.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de betrokkene die recht heeft op suppletie gaat deelnemen aan
                                een voor hem naar het oordeel van het bestuursorgaan noodzakelijke
                                opleiding of scholing, blijft volgens door het bestuursorgaan te
                                stellen regels het recht op suppletie bestaan totdat die opleiding
                                of scholing is geëindigd.</al></li>
              <li nr="3."><al>In de door het bestuursorgaan te stellen regels, bedoeld in het
                                tweede lid, worden in ieder geval voorschriften en beperkingen
                                gegeven met betrekking tot de aard, de omvang en de duur van de in
                                het tweede lid bedoelde opleiding of scholing.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Artikel 11a:15</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De betrokkene die onbeloonde activiteiten verricht, is verplicht
                                daarvan mededeling te doen aan het bestuursorgaan.</al></li>
              <li nr="2."><al>De betrokkene heeft voor het verrichten van bijzondere vormen van
                                onbeloonde activiteiten voorafgaande toestemming van het
                                bestuursorgaan nodig.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Uitvoeringsvoorschriften</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11a:16</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het bestuursorgaan stelt nadere regels vast met betrekking tot:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de wijze waarop de controle van betrokkene plaatsvindt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het genieten van vakantie tijdens de duur van de
                                        suppletie,</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>het bestuursorgaan kan nadere regels stellen met betrekking tot
                                artikel 11a:15.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Conversie herplaatsingswachtgeld en bezoldiging of uitkering wegens
                            ziekte</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11a:17</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Degene die op 31 december 1995 uit hoofde van een ontslag uit de
                                sector gemeenten recht heeft op een herplaatsingswachtgeld als
                                bedoeld in artikel K4, tweede lid, juncto artikel K6 van de Algemene
                                burgerlijke pensioenwet, zoals die wet luidde op die datum, en
                                waarvan de duur op 1 januari 1996 nog niet is verstreken, heeft
                                recht op suppletie.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het in het eerste lid bedoelde recht op suppletie bedraagt bij een
                                op 31 december 1995 genoten recht op herplaatsingswachtgeld
                                van:</al></li>
            </lijst>
            <table>
              <tgroup cols="12">
                <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="7*"/>
                <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="11*"/>
                <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="13*"/>
                <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="4*"/>
                <colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="10*"/>
                <colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="6*"/>
                <colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="10*"/>
                <colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="6*"/>
                <colspec colname="col9" colnum="9" colwidth="12*"/>
                <colspec colname="col10" colnum="10" colwidth="4*"/>
                <colspec colname="col11" colnum="11" colwidth="10*"/>
                <colspec colname="col12" colnum="12" colwidth="6*"/>
                <tbody>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>1</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maand:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>gedurende </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>de </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>eerste</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>27</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>maanden</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>vervolgens</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>maanden</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>2</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>gedurende </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>de </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>eerste</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>26</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>maanden</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>vervolgens</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>maanden</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>3</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>25</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>4</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>24</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>5</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>22</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>6</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>21</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>7</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>20</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>8</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>19</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>9</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>18</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>10</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>17</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>11</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>16</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>12</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>15</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>13</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>14</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>14</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>13</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>15</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>12</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>16</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>11</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>17</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>10</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>18</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>9</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>19</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>9</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>20</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>8</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>21</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>7</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>22</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>6</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>23</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>5</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>24</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>4</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>25</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>3</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>26</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>2</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>27</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>1</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>maand</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>80%,</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>28</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>gedurende </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>maanden</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>29</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>32</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>30</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>31</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>31</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>30</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>32</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>29</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>28</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>34</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>27</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>35</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>26</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>36</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>25</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>37</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>24</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>38</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>23</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>39</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>22</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>40</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>21</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>41</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>20</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>42</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>19</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>43</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>18</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>44</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>17</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>45</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>16</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>46</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>15</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>47</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>14</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>48</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>13</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>49</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>11</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>50</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>10</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>51</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>9</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>52</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>8</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>53</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>7</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>54</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>6</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>55</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>5</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>56</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>4</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>57</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>3</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>58</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>2</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>59</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>maanden:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>"</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>1</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>maand</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al>70%;</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col9">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col10">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col11">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col12">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
            <lijst>
              <li nr="3."><al>De artikelen 11a:3 tot en met 11a:5, 11a:6, tweede lid, 11a:7 tot en
                                met 11a:11, alsmede artikel 11a:12, derde lid tot en met 11a:16 zijn
                                van overeenkomstige toepassing. </al></li>
              <li nr="4."><al>Het bestuursorgaan stelt ambtshalve van iedere overheidswerknemer
                                als bedoeld in het eerste lid, het recht op suppletie vast met
                                inachtneming van het in dit artikel bepaalde.</al></li>
              <li nr="5."><al>Artikel 11a:6, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing, met
                                dien verstande dat voor de vaststelling van de berekeningsgrondslag
                                voor de betrokkene als dagloon geldt het dagloon zoals bepaald in
                                artikel 42, derde en vierde lid, van de WPA, zonder toepassing van
                                de maximumdagloongrens van artikel 9, eerste lid, van de
                                Coördinatiewet Sociale Verzekering. </al></li>
              <li nr="6."><al>Bij de bepaling op 1 januari 1996 van de periode waarover
                                herplaatsingswachtgeld is genoten, wordt deze periode naar beneden
                                afgerond op een hele maand. </al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Artikel 11a:18</vet>
            </al>
            <al>Indien de overheidswerknemer, bedoeld in artikel 2 van de WPA, op 1 januari
                        1996 gedurende een periode van 52 weken of langer onafgebroken
                        arbeidsongeschikt is geweest in de zin van artikel 19, eerste lid, van de
                        Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de mate van zijn algemene
                        invaliditeit op grond van het pensioenreglement is vastgesteld op ten minste
                        15 procent dan wel de mate van arbeidsongeschiktheid ingevolge de
                        ministeriele regeling op grond van artikel 8, derde lid, van de Algemene
                        Arbeidsongeschiktheidswet is vastgesteld op ten minste 25 procent, binnen
                        een periode van zes maanden is aan te merken als betrokkene, geldt voor hem
                        als dagloon het dagloon zoals bepaald in artikel 39, vierde en vijfde lid,
                        van de WPA, zonder toepassing van de maximumdagloongrens van artikel 9,
                        eerste lid, van de Coordinatiewet Sociale Verzekering.</al>
            <al>briefnummer: ARZ/607190 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overige en slotbepalingen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 11a:19</vet>
            </al>
            <al>Indien het niveau van de WAO-conforme uitkering als bedoeld in paragraaf 9
                        van de WPA een algemene neerwaartse wijziging ondergaat, wordt deze
                        neerwaartse wijziging, tenzij de LOGA-partners anders overeenkomen, binnen
                        zes maanden na de datum van het Staatsblad, waarin de maatregel is
                        gepubliceerd, op overeenkomstige wijze ten aanzien van de suppletie
                        doorgevoerd vanaf de in het Staatsblad vermelde datum van inwerkingtreding
                        van bedoelde maatregel, doch niet eerder dan zes maanden na de datum van het
                        Staatsblad. </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 11a:20</vet>
            </al>
            <al>Dit hoofdstuk treedt in werking met ingang van 1 januari 1996.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 11a:21</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaar, van wie de
                                eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 8:5, is gelegen op
                                of na 1januari 2004 en die op of na 1 januari 2007 op grond van
                                artikel 8:5 is ontslagen, met uitzondering van de ambtenaar die op
                                grond van de WAO recht heeft op een WAO-uitkering.</al></li>
              <li nr="2."><al>Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaar, van wie de
                                eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 8:5, is gelegen op
                                of na 1 januari 2004 en die tussen 1 juli 2006 en 1 januari 2007 op
                                grond van artikel 8:5 is ontslagen en volledig arbeidsongeschikt is,
                                met uitzondering van de ambtenaar die op grond van de WAO recht
                                heeft op een WAO-uitkering.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200601614</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoofdstuk 12 </vet>
              <vet>OVERLEG MET ORGANISATIES VAN
                            OVERHEIDSPERSONEEL</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Algemene bepalingen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 12:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de commissie: de in artikel 12:2 bedoelde commissie voor
                                        georganiseerd overleg; </al></li>
                  <li nr="b."><al>de ambtenaren: de ambtenaren in de zin van de collectieve
                                        arbeidsvoorwaardenregeling en de werknemers die werkzaam
                                        zijn op basis van een arbeidsovereenkomst; </al></li>
                  <li nr="c."><al>de organisaties: de plaatselijk werkende groeperingen van de
                                        landelijke verenigingen van overheidspersoneel, aangesloten
                                        bij de centrales welke zijn toegelaten tot het centraal
                                        overleg met het College voor Arbeidszaken van de Vereniging
                                        van Nederlandse Gemeenten. </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Er is een commissie voor georganiseerd overleg, die is samengesteld
                                uit een vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en een
                                vertegenwoordiging van de toegelaten organisaties. </al></li>
              <li nr="3."><al>Onder toegelaten organisaties worden verstaan: de Algemene Centrale
                                van Overheidspersoneel (ACOP), de Christelijke Centrale van
                                Overheids- en Onderwijzend Personeel (CCOOP) en de Centrale van
                                Middelbare en Hogere Functionarissen bij overheid, onderwijs,
                                bedrijven en instellingen (CMHF), dan wel een van de bij deze
                                centrales aangesloten bonden, voorzover deze centrales,
                                respectievelijk bonden voldoende representatief geacht kunnen
                                worden. </al></li>
              <li nr="4."><al>De leden van ABVAKABO en NOVON die op 1 juli 1998 zitting hebben in
                                de commissie namens ACOP of Ambtenarencentrum, dan wel namens
                                ABVAKABO of NOVON, behouden hun zetels als vertegenwoordigers van
                                ACOP dan wel ABVAKABO FNV/NOVON. Indien deze leden ophouden lid van
                                de commissie te zijn, worden ze niet vervangen totdat het aantal
                                leden namens ACOP dan wel ABVAKABO FNV/NOVON in overeenstemming is
                                met het aantal als genoemd in de bepaling van de samenstelling van
                                de commissie. Uiterlijk op 1 juli 2002 wordt het aantal leden in
                                overeenstemming gebracht met de hier geldende bepalingen. </al></li>
              <li nr="5."><al>Andere vakorganisaties dan bedoeld in het derde lid kunnen
                                toegelaten worden indien ze representatief geacht kunnen worden. Een
                                desbetreffend verzoek wordt in het georganiseerd overleg besproken.
                            </al></li>
              <li nr="6."><al>Organisaties die tot het georganiseerd overleg zijn toegelaten,
                                verliezen hun toegang tot dit overleg zodra zij niet meer voldoende
                                representatief geacht worden.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: ARZ/803886</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Samenstelling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 12:1:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voor de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur in de commissie,
                                bedoeld in artikel 12:1, wijst het college uit zijn midden een of
                                meer vertegenwoordigers en hun plaatsvervangers aan. De aanwijzing
                                geschiedt bij elke nieuwe zittingsperiode van de raad en voorts
                                telkens ter vervanging van hen die ophouden lid van het college te
                                zijn.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voor de vertegenwoordiging van de toegelaten organisaties in de
                                commissie, bedoeld in artikel 12:1, worden per centrale, bedoeld in
                                artikel 12:1, derde lid, twee leden en hun plaatsvervangers
                                aangewezen. Deze aanwijzing geschiedt door en uit de organisaties,
                                welke een minimum aantal ambtenaren tot haar leden tellen. Indien
                                verschillende organisaties deel uitmaken van een zelfde centrale,
                                geldt het in de vorige zin bepaalde voor deze organisaties
                                gezamenlijk. In een nader vast te stellen regeling wordt het
                                bedoelde minimum aantal ambtenaren bepaald.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2003003656, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 12:1:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Uiterlijk 1 februari van elk jaar doet elke organisatie, bedoeld in
                                artikel 12:1:1, tweede lid, aan het college opgaaf van het aantal
                                der op 1 januari van dat jaar bij haar aangesloten ambtenaren.</al></li>
              <li nr="2."><al>Degene, die als lid of als plaatsvervanger door een organisatie is
                                aangewezen, houdt op dit te zijn zodra hij geen lid van de
                                organisatie of geen ambtenaar meer is, alsmede indien de organisatie
                                schriftelijk aan het college doet weten dat zijn aanwijzing als
                                vertegenwoordiger of plaatsvervanger is ingetrokken. In deze
                                gevallen wordt zo spoedig mogelijk een opvolger aangewezen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2003000554</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 12:1:3</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voorzitter van de commissie is de door het college aangewezen
                                vertegenwoordiger of bij afwezigheid zijn plaatsvervanger.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college wijst een ambtenaar, niet behorende tot de
                                vertegenwoordiging van de organisaties, tot secretaris van de
                                commissie aan, alsmede diens plaatsvervanger. Zo nodig stelt het
                                college verder personeel voor het secretariaat ter beschikking.</al></li>
              <li nr="3."><al>De secretaris kan aan de besprekingen deelnemen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2002004761</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Mededeling omtrent CAR en UWO</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 12:1:4</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Ingeval het LOGA tussen het College voor Arbeidszaken van de
                                Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de centrales van
                                overheidspersoneel leidt tot overeenstemming, als gevolg waarvan de
                                tekst van de CAR wijzigt, doet het college daarvan mededeling aan de
                                commissie voor georganiseerd overleg.</al></li>
              <li nr="2."><al>Ten aanzien van gemeenten die zijn aangesloten bij de UWO geldt dat,
                                ingeval het LOGA, bedoeld in het eerste lid, leidt tot
                                overeenstemming, als gevolg waarvan de tekst van de UWO wijzigt, het
                                college daarvan mededeling doet aan de commissie voor georganiseerd
                                overleg.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2002004761</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 12:1:5</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien door het bevoegde bestuursorgaan wordt voorgesteld
                                verandering te brengen in de inrichting van enig dienstonderdeel,
                                wijziging in de behoefte aan arbeidskrachten daaronder begrepen,
                                stelt het college het overleg als bedoeld in artikel 12:2 hiervan op
                                de hoogte.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college stelt in geval van een ingrijpende verandering in de
                                inrichting van enig dienstonderdeel regels vast betreffende:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de fase waarin ter zake van die verandering het overleg als
                                        bedoeld in artikel 12:2 wordt gevoerd;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de wijze waarop en de fase waarin de bij die verandering
                                        betrokken ambtenaren worden gehoord;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de personele gevolgen van die verandering.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Over het voornemen al dan niet regels, bedoeld in het vorig lid,
                                vast te stellen wordt overleg gevoerd als bedoeld in artikel
                                12:2.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2002004761</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Taak en bevoegdheden</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 12:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De commissie voert overleg over alle aangelegenheden van algemeen
                                belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren met inbegrip van de
                                algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden
                                gevoerd. De commissie kan niet overleggen over onderwerpen die
                                voorbehouden zijn aan het LOGA tussen het College voor Arbeidszaken
                                van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de centrales van
                                overheidspersoneel.</al></li>
              <li nr="2."><al>Er worden nadere regels gesteld over de werkwijze van de commissie
                                voor georganiseerd overleg.</al></li>
              <li nr="3."><al>De nadere regels, bedoeld in het tweede lid, bevatten een bepaling
                                hoe moet worden gehandeld indien een geschil niet tot
                                overeenstemming leidt.</al><al> briefnummer: U201502055</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Artikel 12:2:1</vet>
            </al>
            <al>Besluiten omtrent de onderwerpen, bedoeld in artikel 12:2, eerste lid,
                        worden door het college en de raad niet genomen, noch voorstellen
                        daaromtrent gedaan, dan nadat de commissie haar gevoelen over de
                        concept-besluiten, respectievelijk voorstellen heeft kenbaar gemaakt.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2002004761 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 12:2:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De commissie, alsmede de vertegenwoordiging van de organisaties, is
                                bevoegd aangaande de in artikel 12:2, eerste lid, bedoelde
                                onderwerpen voorstellen te doen aan het college.</al></li>
              <li nr="2."><al>Heeft een voorstel betrekking op onderwerpen behorende tot de
                                bevoegdheid van het college, dan neemt het college daaromtrent een
                                beslissing. Behoort het voorstel tot de bevoegdheid van de raad, dan
                                legt het college het voorstel voorzien van zijn advies ter
                                besluitvorming voor aan de raad.</al></li>
              <li nr="3."><al>De besluiten, welke worden genomen naar aanleiding van voorstellen
                                van de commissie, worden meegedeeld aan de vertegenwoordiging van de
                                organisaties en aan de hoofdbesturen van de vertegenwoordigde
                                organisaties.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2002004761</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 12:2:3</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De commissie kan een subcommissie instellen, bestaande uit door haar
                                aan te wijzen voorzitter en leden, indien dit voor de behandeling
                                van een bepaald onderwerp nodig wordt geacht.</al></li>
              <li nr="2."><al>De secretaris van de commissie is tevens secretaris van de
                                subcommissie. Hij kan zich doen bijstaan of vervangen door degenen
                                die ingevolge artikel 12:1:3, tweede lid, ter beschikking
                                staan.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het bepaalde in artikel 12:2:7 is van overeenkomstige
                                toepassing.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Vergaderingen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 12:2:4</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De commissie vergadert indien de voorzitter dit nodig oordeelt op
                                door hem te bepalen tijdstippen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voorts belegt de voorzitter een vergadering indien ten minste drie
                                leden van de commissie hem dit schriftelijk met opgaaf van redenen
                                verzoeken en wel uiterlijk binnen één maand na ontvangst van het
                                verzoek.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Artikel 12:2:5</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De commissie wordt tijdig, in de regel 14 dagen van tevoren, ter
                                vergadering opgeroepen. De oproepingsbrief vermeldt zoveel mogelijk
                                de te behandelen onderwerpen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Een vergadering kan slechts plaatshebben indien de
                                vertegenwoordiging van het gemeentebestuur aanwezig is en ten minste
                                de helft van de organisaties is vertegenwoordigd. Wanneer de
                                vertegenwoordiging van het gemeentebestuur bestaat uit twee of meer
                                leden van het college kan de vergadering slechts plaatshebben indien
                                ten minste de helft van de vertegenwoordiging van het
                                gemeentebestuur aanwezig is en ten minste de helft van de
                                organisaties is vertegenwoordigd. </al></li>
              <li nr="3."><al>Indien wegens onvoltalligheid in de zin van het tweede lid een
                                vergadering niet kan plaatshebben, worden de aan de orde zijnde
                                onderwerpen door de voorzitter geplaatst op de agenda van een binnen
                                14 dagen te houden nieuwe vergadering, in welke vergadering die
                                onderwerpen in elk geval kunnen worden behandeld.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2003000554</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 12:2:6</vet>
            </al>
            <al>Elk lid heeft het recht onderwerpen ter behandeling aanhangig te maken door
                        deze schriftelijk op te geven aan de voorzitter. Deze stelt die onderwerpen
                        zoveel mogelijk in de eerstvolgende vergadering aan de orde.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 12:2:7</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vergaderingen zijn niet openbaar.</al></li>
              <li nr="2."><al>De voorzitter kan hoofden van dienst of andere ambtenaren de
                                vergadering laten bijwonen. Deze kunnen aan de besprekingen
                                deelnemen.</al></li>
              <li nr="3."><al>De vertegenwoordigers van de organisaties kunnen zich laten bijstaan
                                door een vertegenwoordiger van het hoofdbestuur van hun organisatie;
                                zij zijn voorts bevoegd de onderwerpen van de agenda binnen de
                                grenzen van een doelmatige en vertrouwelijke behandeling van zaken
                                aan voorbespreking in eigen kring te onderwerpen.</al></li>
              <li nr="4."><al>De voorzitter kan omtrent het in de vergadering behandelde en
                                omtrent de inhoud van aan de commissie overgelegde stukken
                                geheimhouding opleggen. Deze geheimhouding geldt niet ten opzichte
                                van het college en van de raad, alsmede niet tegenover de
                                hoofdbesturen van de vertegenwoordigende organisaties.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2003000554</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 12:2:8</vet>
            </al>
            <al>De voorzitter kan op verzoek van ten minste twee leden of zo dikwijls hij
                        dit nodig acht, de vergadering schorsen voor een door hem te bepalen
                        tijd.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 12:2:9</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien in de vergadering moet worden gestemd brengt elke
                                vertegenwoordiging, bedoeld in artikel 12:1, tweede lid, één stem
                                uit.</al></li>
              <li nr="2."><al>De stem van de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur wordt
                                bepaald door hoofdelijke stemming van de aanwezige leden in of
                                buiten de vergadering. Bij staking van stemmen beslist de stem van
                                de voorzitter.</al></li>
              <li nr="3."><al>De stem van de vertegenwoordiging van de organisaties wordt bepaald
                                door stemming per vertegenwoordigende organisatie, waarbij voor elke
                                organisatie zoveel stemmen worden uitgebracht als ambtenaren bij
                                haar zijn aangesloten op de eerste dag van het lopende jaar, met
                                dien verstande dat voor een organisatie niet meer stemmen in
                                aanmerking komen dan het totaal aantal stemmen dat door de andere
                                organisaties gezamenlijk wordt uitgebracht. Bij staking van stemmen
                                wordt de vertegenwoordiging geacht tegen te hebben gestemd.</al></li>
              <li nr="4."><al>Indien een organisatie in de loop van het jaar wordt
                                vertegenwoordigd, geldt voor de toepassing van het derde lid het
                                aantal aangesloten ambtenaren op dat tijdstip.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: ARZ/803886</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 12:2:10</vet>
            </al>
            <al>Het in de vergadering behandelde wordt zakelijk weergegeven in de notulen,
                        welke zo spoedig mogelijk in afschrift aan de leden worden gezonden, tenzij
                        in het reglement, bedoeld in artikel 12:2:11, anders is bepaald.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 12:2:11</vet>
            </al>
            <al>Indien door de commissie een reglement van orde voor de vergaderingen wordt
                        vastgesteld, behoeft dit de goedkeuring van het college.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2002004761 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Advies- en arbitragecommissie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 12:3:1</vet>
            </al>
            <al>De artikelen 12:3:2 tot en met 12:3:8 zijn slechts van toepassing in die
                        gemeenten die zijn aangesloten bij de advies- en arbitragecommissie.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 12:3:2</vet>
            </al>
            <al>Voor de toepassing van de artikelen 12:3:4 tot en m e t 12:3:8 wordt
                        verstaan onder : </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>deelnemers aan het overleg: de vertegenwoordiging van het
                                gemeentebestuur en de vertegenwoordigers van de organisaties genoemd
                                in artikel 12:1, derde lid;</al></li>
              <li nr="b."><al>advies- en arbitragecommissie: de advies- en arbitragecommissie
                                ingesteld door het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van
                                Nederlandse Gemeenten.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Artikel 12:3:3</vet>
            </al>
            <al>De artikelen 12:3:4 tot en met 12:3:8 zijn slechts van toepassing op
                        geschillen inzake aangelegenheden, bedoeld in artikel 12:2, eerste lid, voor
                        zover die aangelegenheden uitsluitend de rechtstoestand van ambtenaren
                        betreffen, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het
                        personeelsbeleid zal worden gevoerd.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 12:3:4</vet>
            </al>
            <al>Indien een of meer van de deelnemers aan het overleg tijdens het overleg tot
                        het oordeel komen dat dit overleg niet zal leiden tot een uitkomst die de
                        instemming van alle deelnemers aan het overleg zal hebben, brengen zij dat
                        oordeel binnen zes dagen, nadat zij daarvan in het overleg blijk hebben
                        gegeven, schriftelijk ter kennis van de overige deelnemers aan het
                        overleg.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 12:3:5</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Binnen tien dagen na de kennisgeving, bedoeld in artikel 12:3:4 ,
                                schrijft de voorzitter een vergadering uit van de commissie voor
                                georganiseerd overleg. De vergadering moet worden gehouden binnen
                                zeven dagen nadat deze is uitgeschreven.</al></li>
              <li nr="2."><al>Tenzij door de commissie, bedoeld in het eerste lid, wordt besloten
                                het overleg voort te zetten dan wel te beëindigen, wordt in de
                                vergadering nagegaan of overeenstemming bestaat over de vraag wat
                                het onderwerp en de inhoud van het geschil is en of een oplossing
                                van det geschil zal worden gezocht door middel van voortzetting van
                                het overleg nadat het advies is ingewonnen van de advies- en
                                arbitragecommissie dan wel door onderwerping van het geschil aan een
                                arbitrale uitspraak van die commissie.</al></li>
              <li nr="3."><al>Tot het inwinnen van advies zijn - ieder voor zich - de
                                vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en een meerderheid van
                                alle toegelaten organisaties, als bedoeld in artikel 12.1, derde en
                                vierde lid, bevoegd. </al></li>
              <li nr="4."><al>Voor onderwerping van het geschil aan arbitrage is overeenstemming
                                vereist tussen de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en de
                                toegelaten organisaties, als bedoeld in artikel 12:1, derde en
                                vierde lid. Het bepaalde in artikel 12:2:9 is hierbij onverkort van
                                toepassing.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2001000918</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 12:3:6</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Binnen zes dagen na de vergadering, bedoeld in artikel 12:3:5 ,
                                wordt het verzoek om advies ter kennis gebracht van de voorzitter
                                van de advies- en arbitragecommissie. Het verzoek wordt ondertekend
                                door de deelnemers aan het overleg die zich voor inwinning van het
                                advies hebben uitgesproken en bevat tenminste het onderwerp en de
                                inhoud van het geschil. Indien in de vergadering bedoeld in artikel
                                12:3:5 geen overeenstemming is bereikt tussen alle deelnemers aan
                                het overleg over de vraag wat het onderwerp en de inhoud van het
                                geschil is, brengen de overige deelnemers aan het overleg hun visie
                                op het onderwerp en de inhoud van het geschil eveneens binnen zes
                                dagen na eerdergenoemde vergadering ter kennis van de voorzitter van
                                de advies- en arbitragecommissie.</al></li>
              <li nr="2."><al>Binnen zes dagen na de vergadering bedoeld in artikel 12:3:5 wordt
                                het verzoek om arbitrage ter kennis gebracht van de voorzitter van
                                de advies- en arbitragecommissie. Het verzoek daartoe wordt
                                ondertekend door alle deelnemers aan het overleg en dient ten minste
                                te bevatten:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>het onderwerp en de inhoud van het geschil;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de standpunten van alle deelnemers aan het overleg omtrent
                                        onderwerp en inhoud van het geschil.</al><al/></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Artikel 12:3:7</vet>
            </al>
            <al>Binnen twee weken na ontvangst van het advies wordt het overleg over het
                        geschil voortgezet.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 12:3:8</vet>
            </al>
            <al>De arbitrale uitspraak van de advies- en arbitragecommissie heeft bindende
                        kracht.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 12:3:9</vet>
            </al>
            <al>In de gevallen, waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college, na
                        overleg met de commissie van georganiseerd overleg.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2002004761 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoofdstuk 13 </vet>
              <vet>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
                        CAR</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 13:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Deze regeling treedt in werking per 1 januari 2016.<sup>1</sup></al></li>
              <li nr="2."><al>Met ingang van de datum waarop deze regeling in werking treedt,
                                vervallen de bepalingen van het geldende algemeen
                                ambtenarenreglement danwel van die verordeningen, die tekstueel dan
                                wel materieel gelijkluidend zijn aan de bepalingen van deze
                                regeling.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien de inwerkingtreding van deze regeling ertoe leidt dat
                                bepalingen uit het geldende algemeen ambtenarenreglement vervallen,
                                waardoor aanspraken van individuele ambtenaren in neerwaartse of
                                opwaartse zin worden bijgesteld, vindt overleg plaats over de
                                gevolgen daarvan.</al></li>
              <li nr="4."><al>In afwijking van het gestelde in het eerste en tweede lid hebben de
                                artikelen 10:1, 10:6, 10:15, eerste en tweede lid, 10:19, 10:23,
                                tweede lid, 11:1, 11:6, zevende en achtste lid, 11:13, eerste en
                                tweede lid, 11:23, 11:24 en artikel 11:27, tweede lid, terugwerkende
                                kracht tot en met 1 augustus 1993.</al></li>
            </lijst>
            <al>
              <sup>1 </sup>De ingangsdatum wordt lokaal ingevuld. LOGA-partijen zijn
                        overeengekomen dat als uiterste ingangsdatum 1 januari 1996 geldt.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 13:2</vet>
            </al>
            <al>Ten aanzien van degene die per 31 december 1996 geen volledig dienstverband
                        heeft, geldt dat de omvang van dit dienstverband per 1 januari 1997 naar
                        rato is teruggebracht, tenzij betrokkene heeft verzocht om handhaving van
                        het aantal uren van het dienstverband per 31 december 1996 en dit verzoek
                        niet is afgewezen.</al>
            <al>briefnummer: ARZ/607190, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 13:3</vet>
            </al>
            <al>Ten aanzien van de toegekende FLO-uitkeringen, wachtgelden en uitkeringen
                        ingevolge hoofdstuk 11 die voortduren tot na 1 januari 1997 geldt dat de
                        artikelen 9:2, tweede lid, 10:5, eerste lid en 11:5, eerste lid,
                        terugwerkende kracht hebben tot en met 1 januari 1997.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoofdstuk 14 </vet>
              <vet>MEDEZEGGENSCHAP</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 14:1</vet>
            </al>
            <al>Aan het begin van iedere zittingsperiode van de OR sluiten de ondernemer en
                        de (centrale) ondernemingsraad een convenant over de benodigde inzet voor
                        het OR-werk, de compensatie daarvoor en het (maximum) aantal
                        zittingstermijnen.</al>
            <al>Briefnummer: U200800255</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Medezeggenschap in ondernemingen met 35-50 werknemers</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 14:1:1</vet>
            </al>
            <al>Gelet op het bepaalde in artikel 5a, eerste lid van de Wet op de
                        ondernemingsraden (WOR) zijn gemeenten voor hun onderneming of onderdelen
                        daarvan als bedoeld in artikel 4 van de WOR, verplicht een ondernemingsraad
                        in te stellen indien en voor zolang in hun onderneming ten minste 35
                        personen werkzaam zijn als bedoeld in artikel 1, tweede en derde lid , van
                        de WOR. </al>
            <al>briefnummer: ARZ/1999003905</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Instelling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikelen 14:1:2- 14:1:12</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: ARZ/705549</al>
            <al>
              <vet>Taak en bevoegdheden</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikelen 14:1:13 – 14:1:19</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: ARZ/705549</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Commissievergaderingen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikelen 14:1:20- 14:1:30</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: ARZ/705549</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overlegvergaderingen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikelen 14:1:31- 14:1:34</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: ARZ/705549</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Faciliteiten voor de commissie en haar leden</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikelen 14:1:35- 14:1:38</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: ARZ/705549</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Voorzieningen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikelen 14:1:39- 14:1:42</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: ARZ/705549</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Slotbepaling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 14:1:43</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: ARZ/705549</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Uitbreiding bevoegdheden "kleine" OR</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikelen 14:2:1-14:2:2</vet>
            </al>
            <al>(vervallen) </al>
            <al>briefnummer: ARZ/801202</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoofdstuk 15 </vet>
              <vet>OVERIGE RECHTEN EN
                        VERPLICHTINGEN</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verplichtingen</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1</vet>
            </al>
            <al>De ambtenaar is gehouden zijn functie nauwgezet en ijverig te vervullen en
                        zich ook overigens te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt.</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200601993, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:a</vet>
            </al>
            <al>De ambtenaar is verplicht de eed of belofte af te leggen die bij wet, bij
                        instructie of bij besluit van het college is voorgeschreven.</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200601993</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Persoonlijk gebruik van goederen of diensten</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:b</vet>
            </al>
            <al>Het is de ambtenaar verboden, behoudens toestemming verleend door of namens
                        het college in bijzondere gevallen, ten eigen bate: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>diensten te laten verrichten door personen in gemeentedienst;</al></li>
              <li nr="b."><al>aan de gemeente toebehorende eigendommen te gebruiken;</al></li>
              <li nr="c."><al>gebruik te maken van hetgeen hem in of in verband met de vervulling
                                van zijn functie ter kennis is gekomen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200601993, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Aannemen van geschenken en gelden</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:c</vet>
            </al>
            <al>Het is de ambtenaar verboden: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>in verband met de vervulling van zijn functie vergoedingen,
                                beloningen, giften of beloften van derden te vorderen, te verzoeken
                                of aan te nemen, anders dan met toestemming van het college;</al></li>
              <li nr="b."><al>steekpenningen aan te nemen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200601993, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:d</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar is verplicht zich te gedragen naar de maatregelen van
                                orde die ten aanzien van het verblijf in de kantoren, werkplaatsen
                                of op andere arbeidsterreinen zijn vastgesteld.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de ambtenaar verhinderd is zijn functie te vervullen, is hij
                                verplicht dit zo spoedig mogelijk mede te delen of te doen
                                mededelen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200601993, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Nevenwerkzaamheden</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:e</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar is verplicht aan het college, op een door dit orgaan te
                                bepalen wijze, opgave te doen van de nevenwerkzaamheden die hij
                                verricht of voornemens is te gaan verrichten, die de belangen van de
                                dienst, voorzover deze in verband staan met zijn functievervulling,
                                kunnen raken </al></li>
              <li nr="2."><al>Er wordt een registratie gevoerd op basis van de ingevolge het
                                eerste lid gedane opgaven</al></li>
              <li nr="3."><al>Het is de ambtenaar verboden nevenwerkzaamheden te verrichten
                                waardoor de goede vervulling van zijn functie of de goede
                                functionering van de openbare dienst, voorzover deze in verband
                                staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn
                                verzekerd. Omtrent dit verbod kunnen nadere regels worden
                                gesteld</al></li>
              <li nr="4."><al>Het college regelt de openbaarmaking van de in het eerste lid
                                bedoelde nevenwerkzaamheden van de gemeentesecretaris en directeuren
                                van gemeentelijke diensten en bedrijven, alsmede van andere
                                ambtenaren aangesteld in een functie waarvoor ter bescherming van de
                                integriteit van de openbare dienst openbaarmaking van
                                nevenwerkzaamheden noodzakelijk is.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200601993</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Melding financiële belangen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:f</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college wijst ambtenaren aan die zijn aangesteld in een functie
                                waaraan in het bijzonder het risico van financiële
                                belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van
                                koersgevoelige informatie verbonden is.</al></li>
              <li nr="2."><al>De ambtenaar bedoeld in het eerste lid meldt aan het college, op een
                                door dit orgaan te bepalen wijze, zijn financiële belangen
                                respectievelijk bezit van en transacties in effecten, die de
                                belangen van de dienst, voor zover deze in verband staan met de
                                functievervulling, kunnen raken.</al></li>
              <li nr="3."><al>Er wordt een registratie gevoerd van de meldingen bedoeld in het
                                tweede lid.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het is de ambtenaar verboden financiële belangen te hebben, effecten
                                te bezitten en transacties in effecten te verrichten waardoor de
                                goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de
                                openbare dienst, voorzover deze in verband staat met zijn
                                functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. Omtrent
                                dit verbod kunnen nadere regels worden gesteld.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200601993</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Aanneming en levering ten behoeve van de openbare dienst</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:g</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is de ambtenaar verboden middellijk of onmiddellijk deel te
                                nemen aan aannemingen en leveringen ten behoeve van de openbare
                                dienst.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan regelen stellen betreffende het deelnemen van de
                                ambtenaar, middellijk of onmiddellijk, aan aannemingen en leveringen
                                ten behoeve van anderen. </al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200601993</al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:7</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: ARZ/705806</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verbod op aandeelhouderschap e.d.</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:9</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: ARZ/705806</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:10 Staking bij een particuliere werkgever</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar kan niet worden verplicht, indien bij enig particulier
                                werkgever een staking is uitgebroken of een uitsluiting plaats
                                heeft, ter vervanging van stakers of uitgeslotenen werkzaamheden te
                                verrichten of werknemers bij het verrichten van werkzaamheden
                                behulpzaam te zijn, tenzij naar het oordeel van het college zulks
                                met het oog op de openbare veiligheid of gezondheid of voor de
                                regelmatige functionering van de openbare dienst van de gemeente
                                noodzakelijk is.</al></li>
              <li nr="2."><al>Ter zake van de toepassing van het bepaalde in het eerste lid wordt
                                zo spoedig mogelijk overleg gepleegd in de commissie, bedoeld in
                                artikel 12:1 tweede lid.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004003238 en U201201481</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Aanvaarden andere werkzaamheden</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:11</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar is verplicht, indien hij daartoe door of namens het
                                college wordt aangewezen, in tijden van oorlog, oorlogsgevaar of
                                andere buitengewone omstandigheden andere werkzaamheden te
                                verrichten dan die welke hij gewoonlijk verricht, mits deze
                                werkzaamheden strekken ter uitvoering van de taak die de gemeente in
                                die tijden heeft of zal krijgen, dan wel ertoe strekken een zo goed
                                en ongestoord mogelijke uitvoering van die taak te verzekeren.</al></li>
              <li nr="2."><al>De ambtenaar is verplicht, indien hij daartoe door het college wordt
                                aangewezen, taken te verrichten in het kader van de Wet
                                veiligheidsregio’s.</al></li>
              <li nr="3."><al>In geval van een ramp of crisis als bedoeld in artikel 1 Wet
                                veiligheidsregio’s, is de ambtenaar die is aangewezen op grond van
                                het tweede lid van dit artikel verplicht de taken in het kader van
                                de Wet veiligheidsregio’s te verrichten onder leiding en toezicht
                                van het bevoegd gezag van de veiligheidsregio waar de ramp of crisis
                                plaatsvindt.</al></li>
              <li nr="4."><al>De ambtenaar, op grond van het eerste of tweede lid aangewezen, is
                                te allen tijde verplicht lessen te volgen en deel te nemen aan
                                oefeningen welke verband houden met zijn in dat lid aangeduide
                                taak.</al></li>
              <li nr="5."><al>De aanwijzing, bedoeld in het eerste of tweede lid geschiedt
                                slechts, indien de persoonlijke omstandigheden van de ambtenaar
                                zulks redelijkerwijs toelaten.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200801113 en U201100883</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vergoeding van schade</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:12</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar kan worden verplicht tot gehele of gedeeltelijke
                                vergoeding van door de gemeente geleden schade, voor zover deze aan
                                zijn schuld of nalatigheid is te wijten.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het bedrag van de schadevergoeding en de wijze van inhouding daarvan
                                op zijn salaris en de toegekende salaristoelage(n) worden niet
                                vastgesteld dan nadat de ambtenaar in de gelegenheid is gesteld zich
                                schriftelijk of mondeling te verantwoorden en ter zake van de wijze
                                van inhouding zijn wensen kenbaar te maken.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Plichten rekenplichtige ambtenaar</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:13</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De rekenplichtige ambtenaar wordt voor de verplichting tot
                                aanzuivering van een tekort geheel of gedeeltelijk ontheven naarmate
                                hij het beheer nauwgezet heeft gevoerd en de nodige voorzorgen heeft
                                genomen voor de bewaring van gelden en geldswaardige papieren.</al></li>
              <li nr="2."><al>Vloeit de verplichting tot aanzuivering van een tekort voort uit een
                                aansprakelijkheid voor ondergeschikt personeel dan wordt bovendien
                                in aanmerking genomen in hoeverre hij op de handelingen van dat
                                personeel deugdelijk toezicht heeft gehouden.</al></li>
              <li nr="3."><al>De rekenplichtige ambtenaar is van zijn verantwoordelijkheid
                                ontheven gedurende de tijd dat hij door ziekte of wettige
                                afwezigheid zijn beheer niet persoonlijk heeft gevoerd, indien
                                gedurende die tijd zijn functie wordt waargenomen krachtens
                                aanwijzing door of namens het college.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Klachten van derden</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:14</vet>
            </al>
            <al>(vervallen) </al>
            <al>briefnummer: ARZ/1999005100</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Beoordeling van de ambtenaar</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:15</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan bepalen, dat met inachtneming van door het college
                                te stellen regelen over de ambtenaar periodiek een beoordeling wordt
                                uitgebracht omtrent de wijze waarop hij zijn functie vervult en
                                omtrent zijn gedragingen tijdens de uitoefening daarvan.</al></li>
              <li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt met de ambtenaar
                                zijn gedrag besproken tijdens de uitoefening van zijn functie of de
                                wijze waarop hij zijn functie vervult, voor zover deze aanleiding
                                geven tot aanmerkingen, waarbij tevens aandacht wordt geschonken aan
                                de wijze waarop het gedrag of de wijze waarop hij zijn functie
                                vervult naar het oordeel van het college verbeterd kan worden.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Dragen van uniform of dienstkleding</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:16</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar is verplicht tijdens de vervulling van zijn functie de
                                door het college voor die functie of voor bepaalde werkzaamheden
                                voorgeschreven kleding of uniform en onderscheidingstekenen te
                                dragen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het deelnemen aan betogingen en optochten in het voorgeschreven
                                uniform is de ambtenaar slechts toegestaan, indien daarvoor door of
                                namens het college toestemming is gegeven.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het is de ambtenaar verboden om bij gekleed gaan in uniform insignes
                                of andere onderscheidingstekens of in dienst uniformkledingstukken
                                te dragen, een en ander voor zover die niet van gemeentewege zijn
                                verstrekt of voorgeschreven of tot het dragen waarvan niet door het
                                college vergunning is verleend. Dit verbod is niet van toepassing
                                ten aanzien van ordetekenen tot het aannemen of dragen waarvan door
                                het hoger bestuursorgaan verlof is verleend.</al></li>
              <li nr="4."><al>Bij afzonderlijke regeling kunnen regelen worden gesteld betreffende
                                de verstrekking, reiniging en herstelling van de in het eerste lid
                                bedoelde kleding.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Standplaats</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:17</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien het dienstbelang dit eist, kan de ambtenaar de verplichting
                                worden opgelegd in of meer nabij zijn standplaats te gaan
                                wonen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Onder standplaats dient te worden verstaan: de gemeente of het met
                                name genoemde gedeelte van de gemeente, waar de ambtenaar gewoonlijk
                                zijn werkzaamheden verricht.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het college kan ter uitvoering van het in het eerste lid bepaalde
                                nadere regels stellen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Dienstwoning</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:18</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar is verplicht, indien hem door het college een
                                dienstwoning is aangewezen, deze te betrekken en zich ter zake van
                                de bewoning en het gebruik te gedragen naar de voorschriften die
                                daaromtrent zijn gesteld.</al></li>
              <li nr="2."><al>Hij draagt de onderhoudskosten welke volgens de wet en het
                                plaatselijk gebruik gemeenlijk voor rekening van de huurder zijn,
                                tenzij terzake een afwijkende regeling is vastgesteld.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verbod betreden arbeidsterrein</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:19</vet>
            </al>
            <al>Aan de ambtenaar kan door of namens het college de toegang tot de kantoren,
                        werkplaatsen of andere arbeidsterreinen, dan wel het verblijf aldaar worden
                        ontzegd.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Infectieziekten</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:20</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die in contact staat of kort geleden gestaan heeft met
                                een persoon, die een ziekte heeft, waarvoor ingevolge het krachtens
                                de Wet publieke gezondheid bepaalde een nominatieve aangifteplicht
                                geldt, mag zijn functie niet vervullen en heeft geen toegang tot de
                                dienstgebouwen, -lokalen en -terreinen voor zolang de
                                hoofdinspecteur of de inspecteur van het staatstoezicht op de
                                volksgezondheid niet heeft verklaard, dat hij het gevaar voor
                                overbrenging van een infectieziekte, of het gevaar dat hij verdacht
                                moet worden te lijden aan zodanige ziekte, geweken acht.</al></li>
              <li nr="2."><al>De ambtenaar die verkeert in de in het vorige lid omschreven
                                situatie, is verplicht daarvan ten spoedigste kennis te geven aan
                                het college. Hij is gehouden zich te gedragen naar de door of
                                vanwege het college gegeven aanwijzingen, waaronder die met
                                betrekking tot het ondergaan van een geneeskundig onderzoek.</al></li>
              <li nr="3."><al>De ambtenaar geniet over de tijd, gedurende welke het hem
                                overeenkomstig het bepaalde in dit artikel verboden is zijn functie
                                te vervullen, zijn volledige salaris en de toegekende
                                salaristoelage(n).</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:21</vet>
            </al>
            <al>(vervallen) </al>
            <al>briefnummer: ARZ/705549</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Reis- en verblijfskosten</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:22</vet>
            </al>
            <al>(verplaatst naar hoofdstuk 3)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vergoeden van schade</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:23</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Aan de ambtenaar wordt de schade aan hem toebehorende kleding en
                                uitrusting, geen motorrijtuig in de zin van de Wet
                                Aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen zijnde, vergoed welke
                                hij buiten zijn schuld of nalatigheid lijdt ten gevolge van de
                                vervulling van zijn functie, voor zover die schade niet bestaat uit
                                de normale slijtage dier goederen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Aan de ambtenaar wordt schade vergoed aan een aan hem toebehorend
                                motorrijtuig in de zin van de Wet aansprakelijkheidsverzekering
                                motorrijtuigen welke hij lijdt ten gevolge van de vervulling van
                                zijn functie, tenzij: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>die schade bestaat uit de normale slijtage of</al></li>
                  <li nr="b."><al>er sprake is van aan opzet of bewuste roekeloosheid
                                        grenzende verwijtbaarheid of</al></li>
                  <li nr="c."><al>de ambtenaar in de regel 10.000 of meer kilometers per jaar
                                        rijdt ten behoeve van de dienst en per kilometer een
                                        vergoeding ontvangt gelijk aan of hoger dan het
                                        belastingvrije bedrag per kilometer.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2002004761, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Gebruik motorrijtuig</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:24</vet>
            </al>
            <al>Het is de ambtenaar slechts toegestaan een hem toebehorend motorrijtuig in
                        de zin van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen bij de
                        vervulling van zijn functie te gebruiken, indien en voor zover hem daartoe
                        door of namens het college toestemming is verleend. Aan deze toestemming
                        kunnen bepaalde voorwaarden worden verbonden.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:25</vet>
            </al>
            <al>Het college kan bepalen in welke niet elders voorziene gevallen
                        schadeloosstelling en vergoeding van kosten zullen worden verleend.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2002004761 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Volgen van een opleiding</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:26</vet>
            </al>
            <al>De ambtenaar is, indien het college dit bepaalt, verplicht zich voor het
                        volgen van een bijzondere vakopleiding beschikbaar te stellen of enig ander
                        door het college nader aan te duiden onderwijs te volgen. De aan het volgen
                        van het in dit artikel bedoelde onderwijs verbonden kosten komen ten laste
                        van de gemeente.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:27</vet>
            </al>
            <al>Aan de ambtenaar beneden de leeftijd van 18 jaar wordt, indien hij dit wenst
                        en voor zolang de belangen van de dienst zich daartegen niet verzetten,
                        gedurende ten hoogste één dag per week verlof met behoud van doorbetaling
                        verleend voor het volgen van lessen aan inrichtingen voor voortgezet,
                        herhalings- of vakonderwijs en vormingsinstituten voor leerplichtvrije
                        jeugd.</al>
            <al> briefnummer: CvA/2002003417, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Bijzondere prestaties</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:28</vet>
            </al>
            <al>(verplaatst naar hoofdstuk 3)</al>
            <al>briefnummer: U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:29</vet>
            </al>
            <al>Ter zake van niet-naleving van bepalingen welke redelijkerwijs niet kunnen
                        worden geacht de ambtenaar bekend te zijn, worden hem geen voordelen
                        onthouden of nadelen toegebracht.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Borstvoeding</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:30</vet>
            </al>
            <al>Aan de vrouwelijke ambtenaar, die een borstkind heeft, wordt gedurende ten
                        hoogste 1 jaar na de geboorte van het kind de gelegenheid gegeven haar kind
                        te zogen dan wel de borstvoeding te kolven.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Voorkomen benadeling lid Georganiseerd Overleg</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:1:31</vet>
            </al>
            <al>De gemeente draagt er zorg voor dat degene die als lid of als
                        plaatsvervangend lid door een organisatie is aangewezen voor de commissie
                        bedoeld in artikel 12:1, tweede lid, dan wel activiteiten vervult waarvoor
                        hij krachtens artikel 6:4:2 buitengewoon verlof kan genieten, niet uit
                        hoofde van zijn lidmaatschap of activiteiten wordt benadeeld in zijn positie
                        in de gemeentelijke organisatie.</al>
            <al>briefnummer: ARZ/707045</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Klokkenluiders</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college stelt een regeling vast voor het omgaan met vermoedens
                                van misstanden.</al></li>
              <li nr="2."><al>Ambtenaren en door het college aangewezen interne
                                vertrouwenspersonen die misstanden conform de vast te stellen
                                regeling aan de orde stellen, mogen niet om die reden worden
                                ontslagen of anderszins in hun positie binnen de gemeente benadeeld
                                worden.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2002004761</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Kinderopvang</vet>
              <vet>
                <sup>1</sup>
              </vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 15:3</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200601865 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoofdstuk 16 </vet>
              <vet>DISCIPLINAIRE STRAFFEN</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Plichtsverzuim</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 16:1:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich
                                overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt dan wel bij herhaling
                                aanleiding geeft tot toepassing te zijnen aanzien van maatregelen
                                van inhouding, beslag of korting, als bedoeld in de tweede titel van
                                de Ambtenarenwet, kan deswege disciplinair worden gestraft.</al></li>
              <li nr="2."><al>Plichtsverzuim omvat zowel het overtreden van enig voorschrift als
                                het doen of nalaten van iets dat een goed ambtenaar in gelijke
                                omstandigheden behoort na te laten of te doen.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Disciplinaire straffen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 16:1:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Naast de mogelijkheid genoemd in artikel 8:13, kunnen de volgende
                                disciplinaire straffen worden toegepast:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>schriftelijke berisping;</al></li>
                  <li nr="b."><al>arbeid buiten de voor de functie van de ambtenaar
                                        vastgestelde werktijden zonder vergoeding of tegen een
                                        lagere dan de normale vergoeding voor ten hoogste zes uren
                                        met een maximum van drie uren per dag en met dien verstande
                                        dat deze arbeid niet kan worden opgelegd op zondag en op de
                                        voor de ambtenaar geldende kerkelijke feestdagen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>vermindering van vakantie met ten hoogste 1/3 van het aantal
                                        uren waarop de ambtenaar voor het desbetreffende
                                        kalenderjaar aanspraak heeft;</al></li>
                  <li nr="d."><al>geldboete tot ten hoogste 1% van het bedrag van het salaris
                                        per jaar;</al></li>
                  <li nr="e."><al>niet-betaling van het salaris, doch ten hoogste tot een
                                        bedrag overeenkomende met het salaris over een halve
                                        maand;</al></li>
                  <li nr="f."><al>stilstand van verhoging van salaris, met uitzondering van
                                        verhogingen als gevolg van algemene loonmaatregelen, een
                                        herwaardering van de functie daaronder begrepen, voor ten
                                        hoogste vier jaren;</al></li>
                  <li nr="g."><al>vermindering van salaris met ten hoogste het bedrag van de
                                        laatste twee periodieke verhogingen, of, indien aan de door
                                        de ambtenaar beklede functie geen schaal is verbonden,
                                        vermindering van het salaris met ten hoogste 5%, een en
                                        ander voor de tijd van niet langer dan twee jaren;</al></li>
                  <li nr="h."><al>plaatsing in een andere functie, al of niet in een ander
                                        onderdeel van de dienst, voor bepaalde of onbepaalde tijd en
                                        met of zonder vermindering van salaris en de toegekende
                                        salaristoelage(n);</al></li>
                  <li nr="i."><al>schorsing voor een bepaalde tijd zonder of met gedeeltelijk
                                        genot van salaris en de toegekende salaristoelage(n);</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>De straffen genoemd in het eerste lid, onder a t/m g worden opgelegd
                                door het college; de straffen genoemd onder h en i, alsmede de straf
                                genoemd in artikel 8:13, worden opgelegd door het bestuursorgaan dat
                                bevoegd is tot aanstelling in de laatstelijk door de ambtenaar
                                vervulde functie.</al></li>
              <li nr="3."><al>Bij het opleggen van een straf kan worden bepaald, dat zij niet ten
                                uitvoer zal worden gelegd indien de betrokken ambtenaar zich
                                gedurende de bij het opleggen van de straf te bepalen termijn niet
                                schuldig maakt aan soortgelijk plichtsverzuim als waarvoor de
                                bestraffing plaatsvindt, noch aan enig ander ernstig plichtsverzuim
                                en zich houdt aan bij het opleggen van de straf eventueel te stellen
                                bijzondere voorwaarden.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verantwoording</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 16:1:3</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De verantwoording door de ambtenaar geschiedt, indien deze niet
                                schriftelijk plaatsvindt, ten overstaan van het college of ten
                                overstaan van een door het college aangewezen vertegenwoordiger. De
                                verantwoording vindt niet eerder dan 6 maal 24 uur en niet later dan
                                12 maal 24 uur plaats. Op verzoek van de ambtenaar kan van deze
                                termijn worden afgeweken.</al></li>
              <li nr="2."><al>Geschiedt de verantwoording mondeling, dan wordt daarvan binnen 36
                                uur proces-verbaal opgemaakt, dat na voorlezing wordt getekend door
                                hem te wiens overstaan de verantwoording plaats heeft en door de
                                ambtenaar. Weigert de ambtenaar de ondertekening, dan wordt daarvan
                                in het proces-verbaal, zo mogelijk met vermelding van de redenen,
                                melding gemaakt. Een afschrift van het proces-verbaal wordt de
                                ambtenaar uitgereikt.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien de ambtenaar zulks verlangt, worden hij en zijn raadsman in
                                de gelegenheid gesteld kennis te nemen van de ambtelijke rapporten
                                of andere bescheiden welke op de hem ten laste gelegde feiten
                                betrekking hebben.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 16:1:4</vet>
            </al>
            <al>De ambtenaar verstrekt het college een bewijs van ontvangst van het
                        schriftelijk besluit tot strafoplegging.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 16:1:5</vet>
            </al>
            <al>De straf, behalve die van schriftelijke berisping, wordt niet ten uitvoer
                        gelegd zolang zij niet onherroepelijk is geworden, tenzij bij de
                        strafoplegging onmiddellijke tenuitvoerlegging is bevolen.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoofdstuk 17</vet>
              <vet> Opleiding en ontwikkeling</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 17:1 Ontwikkeling en mobiliteit</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar is op de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor zijn
                                duurzame inzetbaarheid en loopbaanperspectief, waardoor diens
                                positie op de interne en externe arbeidsmarkt verbetert.</al></li>
              <li nr="2."><al>In het belang van de organisatie en zichzelf ontwikkelt de ambtenaar
                                zich door middel van scholing en het opdoen van werkervaring.</al></li>
              <li nr="3."><al>De ambtenaar maakt actief gebruik van het gemeentelijk
                                loopbaanbeleid.</al></li>
            </lijst>
            <al> Briefnummer: U201201556</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Studieadvies en psychologisch onderzoek</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 17:1:2</vet>
            </al>
            <al>Vervallen</al>
            <al> briefnummer: CvA/2001004170 en U201201556</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Termijn studiefaciliteiten</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 17:1:3</vet>
            </al>
            <al>Vervallen</al>
            <al>briefnummer: CvA/2001004170 en U201201556</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 17:1:4</vet>
            </al>
            <al>Vervallen</al>
            <al>Briefnummer: CvA/2001004170 en U201201556</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Bekend maken resultaten</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 17:1:5</vet>
            </al>
            <al>Vervallen</al>
            <al>briefnummer: CvA/2001004170 en U201201556</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vergoeding van studiekosten</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 17:1:6</vet>
            </al>
            <al>vervallen</al>
            <al>briefnummer: CvA/2001004170 en U201201556</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Terugbetalen van studiekostenvergoeding</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 17:1:7</vet>
            </al>
            <al>vervallen</al>
            <al>briefnummer: CvA/2001004170 en U201201556</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verlof</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikelen 17:1:8 – 17:1:12</vet>
            </al>
            <al>Vervallen</al>
            <al>briefnummer: CvA/2001004170 en U201201556</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Loopbaanadvies</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 17:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college begeleidt en ondersteunt de ambtenaar bij het verbeteren
                                en ontwikkelen van diens inzetbaarheid en mobiliteit.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college voert een actief intern en extern mobiliteitsbeleid en
                                onderhoudt loopbaanbeleid, gericht op mobiliteit en
                                organisatieverandering.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het college wijst de ambtenaar op diens mogelijkheden binnen het
                                gemeentelijk loopbaanbeleid</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200800192 en U201201556</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 17:3 Individueel loopbaanbudget</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar heeft jaarlijks recht op een loopbaanbudget van €
                                500.-.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien bij inwerkingtreding van dit artikel het college een
                                opleidingsplan heeft vastgesteld dat gelijkwaardige ruimte biedt aan
                                loopbaanontwikkeling op basis van individuele wensen over
                                loopbaanactiviteiten gericht op vergroting van inzetbaarheid kan dit
                                opleidingsplan ongewijzigd worden voortgezet ongeacht het bepaalde
                                in het eerste lid. Dit na instemming van de ondernemingsraad.</al></li>
              <li nr="3."><al>De ambtenaar zet het loopbaanbudget in ten behoeve van
                                loopbaangerelateerde activiteiten, zoals opleiding, training,
                                scholing, loopbaanadvies, coaching en ontwikkeling, gericht op de
                                vergroting van zijn inzetbaarheid en zijn arbeidsmarktpotentie ten
                                behoeve van een andere functie binnen of buiten de organisatie.</al></li>
              <li nr="4."><al>De in het derde lid genoemde activiteiten dienen te zijn gericht op
                                een reëel loopbaanperspectief.</al></li>
              <li nr="5."><al>Afspraken over de wijze van besteding van het loopbaanbudget worden
                                vastgelegd in een (aanvulling op het) persoonlijk
                                ontwikkelingsplan.</al></li>
              <li nr="6."><al>Het resterende budget dat na verloop van het kalenderjaar waarin de
                                aanspraak is opgebouwd niet is benut, komt te vervallen.</al></li>
              <li nr="7."><al>In afwijking op het bepaalde in het zesde lid kan de ambtenaar het
                                loopbaanbudget gedurende maximaal drie jaar opsparen, om daarmee
                                eenmalig een duurdere activiteit te financieren. Dit wordt
                                vastgelegd in (een aanvulling op) het persoonlijk
                                ontwikkelingsplan.</al></li>
              <li nr="8."><al>Indien na toepassing van het bepaalde in het zevende lid na verloop
                                van de overeengekomen periode het budget niet of niet volledig is
                                benut komt het resterende budget te vervallen.</al></li>
              <li nr="9."><al>Dit artikel is geldig in 2013, 2014 en 2015.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201001463 en U201201556</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 17:4 Persoonlijk Ontwikkelingsplan</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Naast de afspraken over het individueel loopbaanbudget leggen het
                                college en de ambtenaar in een persoonlijk ontwikkelingsplan de
                                afspraken vast over de loopbaanontwikkeling en de vereiste kennis en
                                vaardigheden van de ambtenaar, alsmede een in dat kader door hem te
                                volgen opleiding en de te ondernemen activiteiten.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het persoonlijk ontwikkelingsplan wordt ten minste een keer per drie
                                jaar opgesteld en door het college vastgesteld.</al></li>
              <li nr="3."><al>Een te volgen opleiding en de te ondernemen activiteiten passen in
                                de doelstellingen, criteria en budgettaire voorwaarden van het
                                gemeentelijk opleidingsbeleid, zoals neergelegd in het door het
                                college vastgestelde opleidingsplan.</al></li>
              <li nr="4."><al>De kosten die gemaakt worden in het kader van de in het persoonlijk
                                ontwikkelingsplan opgenomen opleiding en activiteiten worden door
                                het college vergoed.</al></li>
              <li nr="5."><al>In het persoonlijk ontwikkelingsplan worden afspraken vastgelegd met
                                betrekking tot benodigd verlof en eventuele verdere medewerking van
                                de zijde van de werkgever die de ambtenaar in staat moeten stellen
                                de gemaakte afspraken uit te voeren.</al></li>
              <li nr="6."><al>In het persoonlijk ontwikkelingsplan worden afspraken vastgelegd met
                                betrekking tot een of meer van de volgende onderwerpen: </al><lijst>
                  <li nr="·"><al>de keuze van opleidingsvorm of instituut, alsmede de
                                        redelijkerwijs te maken kosten;</al></li>
                  <li nr="·"><al>de periode gedurende welke een studie gevolgd zal
                                        worden;</al></li>
                  <li nr="·"><al>de minimaal te behalen resultaten en te maken
                                        voortgang;</al></li>
                  <li nr="·"><al>de omstandigheden onder welke een te volgen studie kan
                                        worden onderbroken of gestopt;</al></li>
                  <li nr="·"><al>de gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de genoten
                                        vergoeding bij het voortijdig afbreken van een studie door
                                        de ambtenaar;</al></li>
                  <li nr="·"><al>de gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de genoten
                                        vergoeding bij het verlaten van de gemeentelijke dienst
                                        binnen een te bepalen periode na afronding van de
                                        studie;</al></li>
                  <li nr="·"><al>eventuele andere onderwerpen die van belang zijn voor een
                                        goede uitvoering van de gemaakte afspraken.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009, U201201556, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 17:5 Loopbaanadvies</vet>
            </al>
            <al>De ambtenaar heeft na elke periode van vijf jaar recht op loopbaanadvies bij
                        een door het college aangewezen interne of externe deskundige.</al>
            <al> Briefnummer: U201201556</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 17:6</vet>
            </al>
            <al>In het persoonlijk ontwikkelingsplan van en het functioneringsgesprek met
                        een ambtenaar van 50 jaar en ouder stelt het college zijn belasting en
                        belastbaarheid aan de orde. Zonodig worden naar aanleiding hiervan afspraken
                        gemaakt over aanpassingen in het individuele takenpakket.</al>
            <al>Briefnummer: U201201556</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 17:7 Flankerend beleid</vet>
            </al>
            <al>Het college stelt vast welke mobiliteitsbevorderende voorzieningen
                        beschikbaar kunnen worden gesteld aan ambtenaren die zich in een
                        Van-werk-naar-werk-traject bevinden.</al>
            <al>Briefnummer: U201201556</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoofdstuk </vet>
              <vet>18 VERPLAATSINGSKOSTEN</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Begripsomschrijvingen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 18:1:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>betrokkene: de ambtenaar of gewezen ambtenaar in de zin van
                                        de CAR;</al></li>
                  <li nr="b."><al>woongebied: een door het college aan te wijzen gebied
                                        aansluitend aan het grondgebied van de gemeente;</al></li>
                  <li nr="c."><al>standplaats: de gemeente of het met name genoemde deel
                                        daarvan, waar de ambtenaar gewoonlijk zijn werkzaamheden
                                        verricht;</al></li>
                  <li nr="d."><al>gezinsleden: de echtgenoot, geregistreerde partner van de
                                        betrokkene en de kinderen, stief- en pleegkinderen van de
                                        betrokkene en/of van de echtgenoot, geregistreerde partner,
                                        voor zover zij samenwonen;</al></li>
                  <li nr="e."><al>eigen huishouding voeren: het zelfstandig en voor eigen
                                        rekening bewonen van woonruimte, voorzien van eigen
                                        meubilair en stoffering, een en ander ter beoordeling van
                                        het bestuursorgaan;</al></li>
                  <li nr="f."><al>berekeningsbasis: het twaalfvoud van het salaris per maand
                                        inclusief eventuele salaristoelage(n), dan wel hetgeen
                                        daarmede overeenkomt ingeval dat artikel niet op hem van
                                        toepassing is - die betrokkene geniet op het
                                        berekeningstijdstip, vermeerderd met de aanspraak op de
                                        vakantieuitkering en in voorkomende gevallen vermeerderd
                                        met:</al><lijst>
                      <li nr="1."><al>genoten wachtgeld of uitkering krachtens hoofdstuk
                                                10 of 11 of een genoten werkloosheidsuitkering
                                                krachtens de WW en eventueel hoofdstuk 10a;</al></li>
                      <li nr="2."><al>genoten herplaatsingstoelage hoofdstuk 12 van het
                                                pensioenreglement;</al></li>
                    </lijst></li>
                  <li nr="g."><al>berekeningstijdstip: 1e datum waarop de betrokkene verhuist;
                                        2e indien de betrokkene verhuist voor de datum dat de
                                        functie feitelijk wordt vervuld, de datum van ingang van de
                                        functievervulling; 3e bij het overlijden of ontslag van de
                                        betrokkene, de datum waarop de laatste salarisbetaling heeft
                                        plaatsgevonden;</al></li>
                  <li nr="h."><al>verplaatsen en verplaatsing: veranderen onderscheidenlijk
                                        verandering van de standplaats van de betrokkene in opdracht
                                        van het bestuursorgaan;</al></li>
                  <li nr="i."><al>verplaatsingskostenvergoeding: tegemoetkoming in de kosten
                                        van een verplaatsing, danwel van een verhuizing
                                        voortvloeiende uit indiensttreding of ontslag, ofwel een
                                        tegemoetkoming in reis- en pensionkosten voor de periode dat
                                        de verhuizing nog niet heeft plaatsgevonden;</al></li>
                  <li nr="j."><al>dienstwoning: de door het bestuursorgaan aan de betrokkene
                                        in verband met de uitoefening van zijn functie aangewezen
                                        woning;</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt artikel 1:2:1 in acht
                                genomen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200601047, U201502055, U201600266</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Tegemoetkoming verhuiskosten</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 18:1:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De betrokkene, die vanwege het dienstbelang de verplichting is
                                opgelegd om in of meer nabij zijn standplaats te gaan wonen, als
                                bedoeld in artikel 15:1:17, tweede lid, wordt een tegemoetkoming in
                                verhuiskosten verleend. </al></li>
              <li nr="2."><al>De betrokkene die in verband met een indiensttreding is verhuisd en
                                aan wie binnen twee jaar na verhuizing ontslag op verzoek wordt
                                verleend of die ten gevolge van aan hem te wijten feiten of
                                omstandigheden binnen twee jaren na de verhuizing wordt ontslagen,
                                dient de hem toegekende tegemoetkoming in verhuiskosten terug te
                                betalen. Overgang zonder onderbreking naar een andere tak van dienst
                                van dezelfde gemeente of naar een van haar bedrijven of instellingen
                                wordt niet als ontslag op verzoek beschouwd.</al></li>
              <li nr="3."><al>De tegemoetkoming in verhuiskosten wordt aan de betrokkene, die in
                                verband met een indiensttreding dient te verhuizen, slechts
                                verleend, indien hij schriftelijk heeft verklaard dat een
                                verplichting tot terugbetalen als bedoeld in het vorige lid hem
                                bekend is.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Artikel 18:1:3</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De betrokkene, die in opdracht van het bestuursorgaan, anders dan in
                                verband met een verplaatsing of indiensttreding, een dienstwoning
                                betrekt of verlaat, wordt een tegemoetkoming in verhuiskosten
                                verleend.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien het verlaten van een dienstwoning samenhangt met een ontslag
                                op verzoek anders dan een ontslag op verzoek met recht op uitkering
                                voor vervroegd uittreden, of met een ontslag als gevolg van aan
                                betrokkene te wijten feiten of omstandigheden en het ontslag niet
                                ingaat binnen twee jaren nadat de dienstwoning is betrokken, kan een
                                gedeeltelijke tegemoetkoming in verhuiskosten worden verleend.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien het verlaten van een dienstwoning verband houdt met het
                                overlijden van de betrokkene, wordt een tegemoetkoming in
                                verhuiskosten verleend aan de nagelaten gezinsleden.</al></li>
              <li nr="4."><al>Bij toepassing van het tweede en derde lid wordt een vergoeding in
                                de verhuiskosten, bedoeld in artikel 18:1:5, eerste lid, verleend,
                                met dien verstande dat deze vergoeding niet meer bedraagt dan die
                                waarop aanspraak zou bestaan bij verhuizing binnen het
                                woongebied.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Artikel 18:1:4</vet>
            </al>
            <al>Geen tegemoetkoming in verhuiskosten ingevolge de artikelen 18:1:2 en 18:1:3
                        wordt verleend, indien de verhuizing niet heeft plaatsgevonden binnen twee
                        jaar nadat de verplichting tot verhuizen is opgelegd dan wel na de datum van
                        het ontslag, het overlijden of de verplaatsing.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 18:1:5</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De tegemoetkoming in verhuiskosten kan slechts bestaan uit: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>een bedrag voor de kosten van transport van de bagage en van
                                        de inboedel van de betrokkene en zijn gezinsleden naar de
                                        nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en
                                        uitpakken van breekbare zaken;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een bedrag voor dubbel woonkosten, gelijk aan de
                                        noodzakelijk te maken kosten, met een maximum van € 310,51
                                        per maand met dien verstande dat de tegemoetkoming ten
                                        hoogste voor vier maanden wordt verleend;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een bedrag voor alle andere direct uit de verhuizing
                                        voortvloeiende kosten, met een maximum van € 6.209,70. </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Indien de betrokkene op de dag van de verhuizing een eigen
                                huishouding voert, wordt het bedrag bedoeld in het eerste lid,
                                onderdeel c, voor zover bij of krachtens dit artikel niet anders is
                                bepaald, gesteld op een tegemoetkoming van 3% van de
                                berekeningsbasis voor ieder woon- of slaapvertrek, tot een maximum
                                van vier van deze vertrekken, die de achtergelaten woning telt, met
                                dien verstande dat het maximumbedrag genoemd in het eerste lid,
                                onderdeel c, niet overschreden wordt.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien het betreft een verhuizing van een gezin, waarin de
                                echtgenoten, geregistreerde partners beide betrokkene zijn in de zin
                                van dit hoofdstuk en afzonderlijk opdracht hebben om te verhuizen of
                                zijn verplaatst, wordt voor beide betrokkenen de berekeningsbasis
                                vastgesteld. In geval beide betrokkenen een deeltijdbetrekking
                                hebben en niet tevens een deeltijdbetrekking bij een andere
                                werkgever die aanspraak geeft op een tegemoetkoming in
                                verhuiskosten, wordt de berekeningsbasis vastgesteld als ware er
                                sprake van een voltijdbetrekking. De tegemoetkoming wordt toegekend
                                op grond van de hoogste berekeningsbasis.</al></li>
              <li nr="4."><al>Indien de betrokkene geen eigen huishouding voert, wordt geen
                                tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid, onder c, verleend.
                                Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan voor
                                deze kosten niettemin een tegemoetkoming worden verleend van 3% van
                                de berekeningsbasis.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: 2004003765, U201001464, U201100044, U201300011, U201402159,
                        U201502055, U201600078</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Tegemoetkoming woon- werkverkeer</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 18:1:6</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De betrokkene die vanwege het dienstbelang de verplichting is
                                opgelegd om in of meer nabij zijn standplaats te gaan wonen, zoals
                                bedoeld in artikel 15:1:17 en daarin, ondanks alle pogingen daartoe,
                                niet slaagt heeft aanspraak op een vergoeding van de kosten voor het
                                dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling,
                                zolang hij bij de verhuizing in aanmerking zou kunnen komen voor een
                                tegemoetkoming in de verhuiskosten.</al></li>
              <li nr="2."><al>Een betrokkene als bedoeld in het eerste lid, die naar het oordeel
                                van het bestuursorgaan niet dagelijks heen en weer kan reizen,
                                heeft, tenzij van gemeentewege al dan niet tegen betaling in
                                huisvesting wordt voorzien, aanspraak op een tegemoetkoming in de
                                pensionkosten voor verblijf in een pension in of nabij het gebied
                                als bedoeld in artikel 15:1:17, benevens een tegemoetkoming voor ten
                                hoogste eenmaal per week in de reiskosten naar de plaats waar hij
                                metterwoon nog gevestigd is.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien een betrokkene als bedoeld in het eerste en tweede lid, naar
                                het oordeel van het bestuursorgaan niet alles, wat redelijkerwijs
                                van hem mag worden verwacht, heeft gedaan om zo spoedig mogelijk te
                                verhuizen, komt hij niet langer in aanmerking voor tegemoetkomingen
                                als bedoeld in het eerste en tweede lid.</al></li>
              <li nr="4."><al>Een betrokkene die een functie voor betrekkelijk korte duur bekleedt
                                of voor betrekkelijk korte duur elders is geplaatst en als gevolg
                                daarvan niet behoeft te verhuizen kan een tegemoetkoming in de
                                reiskosten als bedoeld in het eerste lid worden verleend, dan wel
                                een tegemoetkoming overeenkomstig het tweede lid, indien de
                                betrokkene naar het oordeel van het bestuursorgaan niet dagelijks
                                heen en weer kan reizen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001725</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoogte tegemoetkoming</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 18:1:7</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De tegemoetkoming in reiskosten bedoeld in artikel 18:1:6, eerste en
                                vierde lid, is gelijk aan de gemaakte kosten van het openbaar
                                vervoer op basis van het tarief van de tweede klasse.</al></li>
              <li nr="2."><al>De vergoeding die plaatsvindt op basis van het eerste lid is, voor
                                dat deel dat gebruik wordt gemaakt van de trein, gemaximeerd op het
                                bedrag van € 3.984 per jaar. </al></li>
              <li nr="3."><al>De betrokkene die met de trein reist en van de woning of het pension
                                met het ander (aansluitend) openbaar vervoer naar het eerst
                                mogelijke station kan reizen maar van dit openbaar vervoer geen
                                gebruik maakt en in de plaats daarvan met eigen vervoer naar dat
                                station reist, ontvangt een tegemoetkoming van € 103,78 op
                                jaarbasis.</al></li>
              <li nr="4."><al>De tegemoetkoming in reiskosten bedoeld in artikel 18:1:6, eerste en
                                vierde lid, is, indien het college de plaats van tewerkstelling van
                                een betrokkene heeft aangewezen als een plaats van tewerkstelling
                                die niet door openbaar vervoer is te bereiken, of indien de
                                betrokkene behoort tot een aangewezen groep voor wie de plaats van
                                tewerkstelling vanwege de opgedragen werktijden niet per openbaar
                                vervoer is te bereiken, € 0,17 per kilometer met een maximum van 20
                                kilometer enkele reis.</al></li>
              <li nr="5."><al>De betrokkene, die naar het oordeel van het college de plaats van
                                tewerkstelling met het openbaar vervoer kan bereiken maar daarvan
                                geen gebruik maakt, heeft aanspraak op een tegemoetkoming van 25%
                                van de tegemoetkoming bedoeld in het vierde lid. </al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: 2004001725, 2004003765, U201001464, U201100044, U201402159,
                        U201600078</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 18:1:7a</vet>
            </al>
            <al>(Vervalt)</al>
            <al> briefnummer: CvA/2004001725 en CvA/2004003765 en U201001464</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Niet verhuisplichtig, toch een tegemoetkoming
                        woon-werkverkeer</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 18:1:8</vet>
            </al>
            <al>Indien het bevoegde gezag de plaats van tewerkstelling van een betrokkene
                        die niet conform artikel 15:1:17 verhuisplichtig is, heeft aangewezen als
                        een plaats van tewerkstelling die niet met het openbaar vervoer is te
                        bereiken, of indien de betrokkene behoort tot een aangewezen groep voor wie
                        de plaats van tewerkstelling vanwege de opgedragen werktijden niet per
                        openbaar vervoer is te bereiken, wordt aan de betrokkene voor de gehele duur
                        van het dienstverband een vergoeding per afgelegde kilometer verstrekt. De
                        hoogte van deze vergoeding wordt vastgesteld door het bevoegde gezag.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2004001725 en CvA/2004003765</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Pensionkosten</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 18:1:9</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De tegemoetkoming in pensionkosten als bedoeld in artikel 18:1:6,
                                tweede lid, bedraagt voor de betrokkene die gewoonlijk met
                                gezinsleden samenwoont 90% en voor de overige betrokkenen 60% van de
                                betaalde pensionkosten, voor zover deze kosten niet uitgaan boven de
                                door het bestuursorgaan redelijk geoordeelde pensionkosten.</al></li>
              <li nr="2."><al>De tegemoetkoming in reiskosten voor gezinsbezoek dan wel voor het
                                bezoeken van de plaats waar betrokkene nog is gehuisvest is gelijk
                                aan de kosten van het gebruik van het openbaar vervoer en wel naar
                                het tarief van de laagste klasse.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/1999005385</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Duur tegemoetkoming reis- en pensionkosten</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 18:1:10</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De tegemoetkoming ingevolge het bepaalde in de artikelen 18:1:7 en
                                18:1:9 wordt voor de eerste keer voor niet langer dan zes maanden
                                verleend. Het bevoegde gezag kan deze termijn op verzoek van
                                betrokkene telkens voor niet langer dan zes maanden verlengen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Geen aanspraak op tegemoetkoming in reis- en/of verblijfkosten
                                bestaat indien de declaratie van de in een kalendermaand gemaakte
                                kosten conform artikel 18:1:7 eerste lid en artikel 18:1:14, in
                                geval wordt gekozen voor het vergoedingssysteem zoals dat gold vóór
                                1 juli 2004, niet binnen drie maanden na die kalendermaand bij het
                                bevoegde gezag is ingediend.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het bevoegd gezag is bevoegd te bepalen dat de tegemoetkomingen
                                vastgesteld op basis van artikel 18:1:7 eerste lid en artikel
                                18:1:14 maandelijks zonder declaratie worden uitbetaald met
                                inachtneming van een korting op de bedragen van 6%. briefnummer:
                                CvA/2004003765</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Procedure tegemoetkoming verhuiskosten</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 18:1:11</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De aanvraag voor een tegemoetkoming in verhuiskosten dient voor de
                                datum van de verhuizing bij het bestuursorgaan te zijn
                                ingediend.</al></li>
              <li nr="2."><al>Zo spoedig mogelijk na de verhuizing doch in ieder geval binnen zes
                                maanden daarna doe t de betrokkene bi j het bestuursorgaan opgave
                                van de kosten als bedoeld in artikel 18:1:5, eerste lid, onder
                                b.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Voorschot</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 18:1:12</vet>
            </al>
            <al>Het bestuursorgaan kan ter zake van dit hoofdstuk bedoelde tegemoetkomingen
                        een voorschot verlenen.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Slotbepaling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 18:1:13</vet>
            </al>
            <al>Het college kan voor zover nodig in afwijking van de bij of krachtens dit
                        hoofdstuk gestelde regels beslissen in individuele gevallen, waarin deze
                        regelen naar het oordeel van het college niet of niet naar redelijkheid
                        voorzien.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overgangsrecht</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 18:1:14</vet>
            </al>
            <al>De betrokkene aan wie voor 1 juli 2004 een tegemoetkoming woon-werkverkeer
                        op grond van artikel 18:1:7, vierde lid zoals dat luidde voor 1 juli 2004,
                        is toegekend, heeft gedurende de periode van maximaal twee jaar, welke
                        ingaat op het moment van toekenning, recht op een tegemoetkoming
                        woon-werkverkeer conform de vergoedingssystematiek zoals die gold voor 1
                        juli 2004. Indien de vergoedingssystematiek zoals die geldt vanaf 1 juli
                        2004 financieel voordeliger is voor deze betrokkene, dan heeft hij recht op
                        een tegemoetkoming conform de laatstgenoemde vergoedingssystematiek. Indien
                        de medewerker gehoor heeft gegeven aan de verhuisplicht, dan vervalt de
                        tegemoetkoming woon-werkverkeer.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2004001725 en CvA/2004003765</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoofdstuk 19 </vet>
              <vet>RECHTSPOSITIEREGELING VRIJWILLIGERS BIJ
                            DE GEMEENTELIJKE BRANDWEER</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 1 Algemene bepalingen</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Werkingssfeer</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:1</vet>
            </al>
            <al>Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die door het college
                        aangesteld is als vrijwilliger bij de gemeentelijke brandweer.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009, U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Begripsbepaling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:2</vet>
            </al>
            <al>Hoofdwerkgever: de werkgever waarbij de vrijwilliger in loondienst is.</al>
            <al>Briefnummer: U200901449.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overleg met vakorganisaties</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:3</vet>
            </al>
            <al>Het overleg over de aangelegenheden die van algemeen belang zijn voor de
                        rechtstoestand van de vrijwilligers vindt plaats in de op grond van artikel
                        12:1, tweede lid, van de CAR ingestelde commissie voor georganiseerd
                        overleg. Dit geldt ook voor de algemene regels volgens welke het
                        personeelsbeleid gevoerd zal worden.</al>
            <al>Briefnummer: U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Informatievoorziening aan de vrijwilliger</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:4</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vrijwilliger ontvangt op zijn verzoek kosteloos een exemplaar van
                                dit hoofdstuk, van de wijzigingen daarvan en van alle andere
                                schriftelijke regels die hij bij de uitvoering van zijn
                                werkzaamheden heeft na te leven.</al></li>
              <li nr="2."><al>De vrijwilliger die regels heeft na te leven die niet schriftelijk
                                zijn vastgesteld wordt hierover naar behoren geïnformeerd.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009 &amp; U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Informatievoorziening aan derden</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:5</vet>
            </al>
            <al>Een exemplaar van dit hoofdstuk, van de wijzigingen daarvan en van alle
                        regels die ter uitvoering van artikel 125 van de Ambtenarenwet voor de
                        vrijwilliger worden getroffen met inbegrip van de wijzigingen daarop, worden
                        kosteloos ter beschikking gesteld aan: - de vakorganisaties die deelnemen
                        aan het georganiseerd overleg bedoeld in artikel 19:3, eerste lid; - ieder
                        ander die daarvoor naar het oordeel van het college in aanmerking komt.</al>
            <al>Briefnummer: U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 2 Aanstelling en bevordering</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Aanstelling in vaste of tijdelijke dienst</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:6</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan de vrijwilliger aanstellen in vaste dienst, of in
                                tijdelijke dienst voor een bepaalde periode.</al></li>
              <li nr="2."><al>Een aanstelling in tijdelijke dienst wordt alleen verleend bij wijze
                                van proef.</al></li>
              <li nr="3."><al>Een aanstelling in tijdelijke dienst wordt voor een periode van
                                maximaal twee jaar verleend. In bijzondere gevallen kan de
                                tijdelijke aanstelling verlengd worden met een periode van ten
                                hoogste een jaar.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het college verleent de vrijwilliger een vaste aanstelling zodra de
                                maximale termijn voor een tijdelijke aanstelling verstreken is,
                                tenzij de proef niet geslaagd is.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Voorwaarden voor aanstelling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:7</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voor aanstelling als vrijwilliger kunnen alleen die personen in
                                aanmerking komen die voldoen aan de eisen die het Besluit personeel
                                veiligheidsregio’s daarvoor stelt.</al></li>
              <li nr="2."><al>Degene die in aanmerking wil komen voor aanstelling als vrijwilliger
                                voldoet bovendien aan de volgende voorwaarden:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>hij beschikt over de voor de brandweerdienst vereiste
                                        karaktereigenschappen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>hij is door de aard en de plaats van zijn dagelijkse
                                        werkzaamheden en de ligging van zijn woning, in staat om
                                        zijn taak bij de gemeentelijke brandweerdienst naar behoren
                                        te vervullen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>hij is ten minste 18 jaar.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200901449, U201001923</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 19:7a</vet>
            </al>
            <al>(Vervallen) </al>
            <al>Briefnummer: U201001923 en U201002606</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Bericht van aanstelling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:8</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vrijwilliger ontvangt voor indiensttreding kosteloos een bericht
                                van aanstelling. Hierin wordt vermeld:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum van de
                                        vrijwilliger:</al></li>
                  <li nr="b."><al>de duur van de aanstelling; bij een tijdelijke aanstelling
                                        wordt de periode waarvoor de aanstelling is aangegaan zo
                                        nauwkeurig mogelijk omschreven;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de ingangsdatum van de aanstelling;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de functie waarin de vrijwilliger is aangesteld en de
                                        vergoeding die aan hem wordt toegekend.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het college deelt wijzigingen in de punten b tot en met d zo spoedig
                                mogelijk, kosteloos, mee aan de vrijwilliger.</al></li>
            </lijst>
            <al> Briefnummer: U200901449, U201001923</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Bevordering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:9</vet>
            </al>
            <al>Het college kan een vrijwilliger alleen tot een hogere functie bevorderen
                        wanneer hij voldoet aan de eisen die het Besluit personeel
                        veiligheidsregio’s daarvoor stelt. In het besluit tot bevordering worden ten
                        minste de nieuwe functie en de daaraan verbonden vergoeding vermeld.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009, U200901449 en U201001923</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Medische keuring</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:10</vet>
            </al>
            <al>Vervallen </al>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009, U200901449, U201001923 en U201002606.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 3 Relatie hoofdwerkgever</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Informatie over hoofdwerkgever</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:11</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vrijwilliger die in loondienst is verstrekt het college bij
                                indiensttreding de contactgegevens van zijn hoofdwerkgever en
                                informeert het college over zijn werktijden aldaar. De vrijwilliger
                                informeert het college zo spoedig mogelijk over wijzigingen.</al></li>
              <li nr="2."><al>De vrijwilliger die werkzaam is als zelfstandig ondernemer
                                informeert het college bij zijn indiensttreding hierover en
                                verstrekt gegevens over de aard van zijn werkzaamheden en het
                                tijdsbeslag daarvan. De vrijwilliger informeert het college zo
                                spoedig mogelijk over wijzigingen. </al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Informatie aan hoofdwerkgever</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:12</vet>
            </al>
            <al>De vrijwilliger bericht zijn hoofdwerkgever zo spoedig mogelijk na
                        indiensttreding dat</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>hij aangesteld is als vrijwilliger bij de brandweer;</al></li>
              <li nr="b."><al>hij tijdens werktijd ingezet kan worden voor
                                brandweerwerkzaamheden;</al></li>
              <li nr="c."><al>de Arbeidstijdenwet van toepassing is op zijn werkzaamheden voor de
                                brandweer en dat bij de vaststelling van zijn werktijden hier
                                rekening mee gehouden moet worden;</al></li>
              <li nr="d."><al>de gemeente hem een vergoeding verstrekt voor brandweeractiviteiten
                                tijdens werktijd;</al></li>
              <li nr="e."><al>ingeval van ziekte als gevolg van een dienstongeval bij de
                                brandweer, de hoofdwerkgever recht heeft op een vergoeding.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 4 Vergoedingen</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vergoeding</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:13</vet>
            </al>
            <al>Vergoeding</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vrijwilliger ontvangt zolang de aanstelling duurt een vergoeding
                                overeenkomstig de regels van dit hoofdstuk en bijlage IIb van de
                                CAR-UWO.</al></li>
              <li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid, ontvangt de medewerker die vanaf 31
                                december 1979 onafgebroken ambtenaar en als vrijwilliger werkzaam
                                is, zolang de aanstelling duurt een vergoeding overeenkomstig de
                                regels van dit hoofdstuk en bijlage IIc van de CAR-UWO</al></li>
            </lijst>
            <al> Briefnummer: U200901449, U201001923</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Jaarvergoeding</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:14</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vrijwilliger ontvangt elk kalenderjaar een jaarvergoeding.</al></li>
              <li nr="2."><al>De jaarvergoeding wordt vastgesteld op het bedrag dat in de bijlage,
                                genoemd in artikel 19:13 is vermeld achter de functiecategorie,
                                behorende bij de functie waarin de vrijwilliger is aangesteld, in de
                                tweede kolom.</al></li>
              <li nr="3."><al>In de jaarvergoeding is een netto-bedrag opgenomen van € 136, ter
                                vergoeding van onkosten die worden gemaakt in verband met de
                                beroepsuitoefening.</al></li>
              <li nr="4."><al>In de jaarvergoeding voor de officieren is tevens een
                                netto-onkostenvergoeding opgenomen van € 2 per in het kader van de
                                beroepsuitoefeningverrichte activiteit niet zijnde
                                brandbestrijding of andere hulpverlening.</al></li>
            </lijst>
            <al> Briefnummer: U200901449 en U201001923 en U201300207</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vergoeding voor oefeningen, cursussen en overige
                        werkzaamheden</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:15</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vrijwilliger die deelneemt aan een oefening, een cursus volgt met
                                toestemming van het college, of in opdracht van het college overige
                                werkzaamheden verricht heeft recht op een vergoeding.</al></li>
              <li nr="2."><al>De vergoeding wordt vastgesteld aan de hand van het uurbedrag dat in
                                de bijlage, genoemd in artikel 19:13 staat vermeld achter de functie
                                waarin de vrijwilliger is aangesteld, in de derde kolom. Wanneer de
                                vergoeding op nul is gesteld heeft de vrijwilliger voor die
                                activiteit geen recht op vergoeding.</al></li>
              <li nr="3."><al>In de uurvergoeding genoemd in het tweede lid is een
                                netto-onkostenvergoeding opgenomen van € 2 per activiteit voor
                                vrijwilligers niet zijnde officieren.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200901449 en U201001923 en U201300207 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vergoeding voor daadwerkelijke brandbestrijding en
                            hulpverlening</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:16</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vrijwilliger die zich, na hiertoe opgeroepen te zijn, bezighoudt
                                met daadwerkelijke brandbestrijding en hulpverlening ontvangt
                                hiervoor een vergoeding.</al></li>
              <li nr="2."><al>De vergoeding wordt vastgesteld aan de hand van het uurbedrag dat in
                                de bijlage, genoemd in artikel 19:13 staat vermeld achter de
                                functiecategorie, behorende bij de functie van de vrijwilliger, in
                                de vierde kolom.</al></li>
              <li nr="3."><al>In de uurvergoeding genoemd in het tweede lid is een
                                netto-onkostenvergoeding opgenomen van € 2 per activiteit voor
                                vrijwilligers niet zijnde officieren.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200901449 en U201001923 en U201300207</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vergoeding voor langdurige aanwezigheid</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:17</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vrijwilliger die, in opdracht van het college, vijf uur of langer
                                ingezet wordt voor oefeningen, cursussen of overige
                                brandweerwerkzaamheden, ontvangt een vergoeding voor langdurige
                                aanwezigheid. De vergoeding wordt vastgesteld aan de hand van het
                                uurbedrag dat in bijlage, genoemd in artikel 19:13 staat vermeld
                                achter de functiecategorie, behorende bij de functie waarin de
                                vrijwilliger is aangesteld, in de vijfde kolom.</al></li>
              <li nr="2."><al>Wanneer de vergoeding op nul is gesteld heeft de vrijwilliger geen
                                recht op een vergoeding voor langdurige aanwezigheid.</al></li>
              <li nr="3."><al>De vergoeding voor langdurige aanwezigheid wordt alleen verstrekt
                                over die uren waarin de vrijwilliger daadwerkelijk geoefend heeft,
                                een cursus gevolgd heeft of overige brandweerwerkzaamheden verricht
                                heeft.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200901449 en U201001923</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Consignatievergoeding</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:18</vet>
            </al>
            <al>De vrijwilliger die zich ter beschikking moet houden om opgeroepen te worden
                        voor werkzaamheden ontvangt een consignatievergoeding. Deze vergoeding
                        bedraagt:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>per uur 16% van het bedrag genoemd in kolom drie van de bijlagen,
                                genoemd in artikel 19:13 op zondagen, nieuwjaarsdag, tweede Paasdag,
                                Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de dag
                                waarop de verjaardag van de koningin wordt gevierd en iedere andere
                                dag die daarnaast door het college wordt aangewezen als
                                feestdag;</al></li>
              <li nr="b."><al>per uur 10% van het bedrag genoemd in kolom drie van de bijlagen,
                                genoemd in artikel 19:13 voor alle overige dagen.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200901449 en U201001923</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Kazerneringsdienst</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:19</vet>
            </al>
            <al>Het college kan bij lokale regeling regels stellen over de vergoeding van
                        kazerneringsdiensten.</al>
            <al>Briefnummer: U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vergoeding tijdens en in verband met zwangerschap</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:20</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vrijwilliger bedoeld in artikel 19:29 heeft gedurende de periode
                                dat zij niet ingezet wordt in de repressieve brandweerdienst, of
                                niet deelneemt aan oefeningen recht op doorbetaling van de
                                vergoedingen bedoeld in artikel 19:15 tot en met 19:18. </al></li>
              <li nr="2."><al>De hoogte van deze vergoeding wordt berekend op basis van het bedrag
                                dat de vrijwilliger gemiddeld over het kwartaal voorafgaand aan de
                                eerste dag van het verlof ontvangen heeft. Indien het arbeidspatroon
                                in deze periode sterk afwijkt van het gebruikelijke, past het
                                college deze berekening toe op een kalenderkwartaal waarin wel
                                sprake was van een gebruikelijk arbeidspatroon.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200901449 en U201001923</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Opleidingskosten</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:21</vet>
            </al>
            <al>Het college vergoedt de kosten van het volgen van een opleiding of een
                        cursus, deelname aan examens en het bijwonen van bijeenkomsten, voor zover
                        deze in opdracht van of met toestemming van het college zijn gemaakt.</al>
            <al>Briefnummer: U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Gratificatie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:22</vet>
            </al>
            <al>Bij lokale regeling kan het college regels vaststellen voor het toekennen
                        van een gratificatie.</al>
            <al>Briefnummer: U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Fiscaal aantrekkelijke regelingen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:23</vet>
            </al>
            <al>De vrijwilliger kan gebruik maken van de lokale regeling met fiscaal
                        gunstige personeelsvoorzieningen.</al>
            <al>Briefnummer: U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Salarismutaties</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:24</vet>
            </al>
            <al>De algemene salarismutaties voor de sector gemeenten zoals die in het LOGA
                        worden overeengekomen, zijn wat betreft het percentage en de ingangsdatum
                        van overeenkomstige toepassing op de bedragen genoemd in bijlage bij artikel
                        19:13. De overeenkomstig het vorige lid berekende vergoedingen worden wat
                        betreft de jaarvergoeding afgerond op hele euro’s en wat betreft de overige
                        vergoedingen op eurocenten.</al>
            <al>Briefnummer: U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 5 Verzekeringen en schadevergoeding</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Ongevallenverzekering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:25</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college sluit een ongevallenverzekering af voor de
                                vrijwilliger.</al></li>
              <li nr="2."><al>De ongevallenverzekering keert uit bij overlijden, tijdelijke en
                                blijvende arbeidsongeschiktheid als gevolg van een dienstongeval,
                                overeenkomstig de polisvoorwaarden.</al></li>
              <li nr="3."><al>De vrijwilliger wordt bij indiensttreding geïnformeerd over de
                                inhoud van de verzekering.</al></li>
              <li nr="4."><al>Wijzigingen worden zo spoedig mogelijk ter kennis van de
                                vrijwilliger gebracht.</al></li>
              <li nr="5."><al>De vrijwilliger ontvangt op zijn verzoek kosteloos een afschrift van
                                de polisvoorwaarden.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vergoeding geneeskundige kosten</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:26</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college vergoedt de vrijwilliger de noodzakelijk gemaakte
                                medische kosten die ontstaan zijn als gevolg van een dienstongeval
                                en die voor zijn rekening blijven. De vergoeding bedraagt ten
                                hoogste het bedrag waarvoor het college zich terzake heeft
                                verzekerd.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien het verzekerde bedrag niet toereikend is om de in het eerste
                                lid genoemde medische kosten van de vrijwilliger te vergoeden, kan
                                het college in bijzondere gevallen een tegemoetkoming verstrekken in
                                de hogere kosten.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2002004761, en U201001923</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verzekering zelfstandig ondernemers</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:27</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan voor de vrijwilliger die zelfstandig ondernemer is
                                een aanvullende verzekering sluiten die voorziet in een uitkering
                                bij blijvende arbeidsongeschiktheid als gevolg van een
                                dienstongeval.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college informeert de vrijwilliger die het betreft bij
                                indiensttreding of deze verzekering voor hem is afgesloten en indien
                                dat het geval is wordt de vrijwilliger geïnformeerd over de dekking
                                van de verzekering.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Schade aan kleding en uitrusting</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:28</vet>
            </al>
            <al>Het college vergoedt de vrijwilliger de schade aan zijn kleding, uitrusting
                        en een hem toebehorend motorrijtuig in de zin van de Wet
                        aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, die hij buiten zijn schuld of
                        nalatigheid lijdt ten gevolge van de door hem verrichtte werkzaamheden, voor
                        zover de schade niet bestaat uit normale slijtage van die goederen.</al>
            <al>Briefnummer:U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 6 Zwangerschap</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Zwangerschap</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:29</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vrijwilliger meldt haar zwangerschap in een zo vroeg mogelijk
                                stadium bij het college.</al></li>
              <li nr="2."><al>Gedurende de zwangerschap, tot zes maanden daarna en tijdens de
                                periode van borstvoeding wordt de vrijwilliger niet ingezet voor
                                repressieve brandweeractiviteiten. </al></li>
              <li nr="3."><al>Deelname aan brandweeroefeningen in de in het tweede lid genoemde
                                situaties vindt alleen plaats na voorafgaande toestemming door de
                                bedrijfsarts.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 7 Beschikbaarheid en overige plichten vrijwilliger</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Beschikbaarheid van de vrijwilliger</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:30</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college stelt regels over de beschikbaarheid van de vrijwilliger
                                voor de brandweerdienst.</al></li>
              <li nr="2."><al>De vrijwilliger neemt deel aan oefeningen, bijeenkomsten en
                                cursussen die door of vanwege het college zijn georganiseerd.</al></li>
              <li nr="3."><al>De vrijwilliger die niet beschikbaar is voor de brandweerdienst, of
                                niet kan deelnemen aan een oefening, bijeenkomst of cursus doet
                                daarvan tijdig melding, onder opgave van redenen en overeenkomstig
                                de instructie van het college.</al></li>
            </lijst>
            <al> Briefnummer: U200901449 en U201001923</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verplichtingen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:31</vet>
            </al>
            <al>De vrijwilliger dient zijn werkzaamheden nauwgezet en ijverig te verrichten
                        en zich te gedragen als een goed vrijwilliger.</al>
            <al>Briefnummer: U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Eed of belofte</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:32</vet>
            </al>
            <al>De vrijwilliger is verplicht de eed of belofte af te leggen die bij wet, bij
                        instructie of bij besluit van het college is voorgeschreven.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009 en U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verboden</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:33</vet>
            </al>
            <al>Het is de vrijwilliger verboden:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al> de aan de gemeente toebehorende eigendommen aan te wenden voor
                                persoonlijk gebruik, tenzij hiervoor toestemming is verleend door of
                                namens het college; </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="b."><al> vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te
                                vorderen, te verzoeken of aan te nemen, tenzij hiervoor toestemming
                                is verleend door of namens het college; </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="c."><al> steekpenningen aan te nemen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009 en U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Gebruik van motorrijtuig</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:34</vet>
            </al>
            <al>Het is de vrijwilliger slechts toegestaan een motorrijtuig in de zin van de
                        Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen te gebruiken ten behoeve
                        van zijn werkzaamheden als vrijwilliger, indien hem daartoe door het college
                        toestemming is verleend. Aan deze toestemming kunnen bepaalde voorwaarden
                        worden verbonden.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009 en U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Kledingvoorschriften</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:35</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vrijwilliger is verplicht tijdens zijn werkzaamheden de door of
                                namens het college voorgeschreven dienstkleding en
                                uitrustingsstukken te dragen.</al></li>
              <li nr="2."><al>De dienstkleding en uitrustingsstukken worden van gemeentewege
                                kosteloos in bruikleen verstrekt aan de vrijwilliger, die bij
                                ontslag verplicht is deze bij het college in te leveren.</al></li>
              <li nr="3."><al>De vrijwilliger draagt zorg voor het onderhoud van de hem in
                                bruikleen verstrekte dienstkleding en uitrustingsstukken en hij is
                                verplicht deze te doen onderwerpen aan inspectie en controle,
                                wanneer daartoe door het college opdracht is gegeven.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het college is verantwoordelijk voor reparatie van de dienstkleding
                                en uitrustingsstukken.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009 en U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verboden ten aanzien van de kleding</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:36</vet>
            </al>
            <al>Het is de vrijwilliger verboden:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de dienstkleding en uitrustingsstukken te dragen wanneer hij geen
                                werkzaamheden als vrijwilliger verricht, behalve in de gevallen
                                waarin het college daarvoor toestemming heeft verleend;</al></li>
              <li nr="b."><al>de dienstkleding en uitrustingsstukken aan derden in bruikleen te
                                geven;</al></li>
              <li nr="c."><al>dienstkleding te dragen voorzien van: i. andere
                                rangonderscheidingstekenen dan die verbonden aan de rang, behorende
                                bij de functie die de vrijwilliger bekleedt; ii. insignes en andere
                                onderscheidingstekenen, tenzij tot het dragen daarvan door de staat
                                of door het college toestemming is verleend.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009, U200901449 en U201001923</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vergoeding van schade</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:37</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vrijwilliger die door zijn schuld of nalatigheid de gemeente
                                schade toebrengt kan verplicht worden deze schade geheel of
                                gedeeltelijk te vergoeden.</al></li>
              <li nr="2."><al>De vrijwilliger wordt in de gelegenheid gesteld om zijn wensen
                                kenbaar te maken ten aanzien van de inhouding van de
                                schadevergoeding op zijn vergoeding.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 8 Disciplinaire maatregelen schorsing in het belang van de
                            dienst</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Plichtsverzuim</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:38</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vrijwilliger die zich aan plichtsverzuim schuldig maakt, kan
                                disciplinair worden gestraft.</al></li>
              <li nr="2."><al>Plichtsverzuim omvat zowel het overtreden van een voorschrift als
                                het overigens doen of nalaten van iets dat een goed vrijwilliger in
                                gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200901449 en U201001923</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Disciplinaire straffen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:39</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De volgende disciplinaire straffen kunnen worden opgelegd:</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>schriftelijke berisping;</al></li>
              <li nr="b."><al>inhouding van een deel van de jaarvergoeding bedoeld in artikel
                                19:14;</al></li>
              <li nr="c."><al>schorsing voor een bepaalde tijd, al dan niet met inhouding van de
                                vergoeding;</al></li>
              <li nr="d."><al>ongevraagd ontslag.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009, U200901449, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Schorsing in het belang van de dienst</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:40</vet>
            </al>
            <al>De vrijwilliger kan voor een bepaalde tijd geschorst worden:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>wanneer hem de straf van disciplinair ontslag is opgelegd of hem het
                                voornemen daartoe kenbaar is gemaakt;</al></li>
              <li nr="b."><al>wanneer tegen hem, op grond van het daartoe bepaalde in het Wetboek
                                van Strafvordering, een bevel tot inverzekeringstelling of
                                voorlopige hechtenis ten uitvoer wordt gelegd;</al></li>
              <li nr="c."><al>wanneer tegen hem een strafrechtelijke vervolging is ingesteld
                                wegens misdrijf;</al></li>
              <li nr="d."><al>in andere gevallen waarin het belang van de dienst dit noodzakelijk
                                maakt.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009 en U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 9 Ontslag</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Ontslag op eigen verzoek</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:41</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college verleent eervol ontslag aan de vrijwilliger die daarom
                                verzoekt.</al></li>
              <li nr="2."><al>Dit ontslag wordt verleend met ingang van een datum die ten minste
                                een maand en ten hoogste drie maanden ligt na de datum van ontvangst
                                van het verzoek. </al></li>
              <li nr="3."><al>Het college kan een beslissing op het verzoek om eervol ontslag
                                aanhouden, wanneer tegen de vrijwilliger een strafrechtelijke
                                vervolging wegens misdrijf loopt, of wanneer overwogen wordt de
                                vrijwilliger disciplinair te straffen. Beslissing op het
                                ontslagverzoek vindt plaats zodra de uitspraak van de rechter
                                onherroepelijk geworden is, respectievelijk zodra besloten is de
                                vrijwilliger al dan niet disciplinair te straffen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Ongevraagd ontslag</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:42</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan de vrijwilliger ongevraagd ontslag verlenen op grond
                                van:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>het eindigen van de noodzaak tot beschikbaarstelling of
                                        wegens verandering van de brandweerorganisatie;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de omstandigheid dat hij door de aard of de plaats van zijn
                                        dagelijkse werkzaamheden dan wel de ligging van zijn woning
                                        geacht moet worden niet langer in staat te zijn taak bij de
                                        brandweer te vervullen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>onbekwaamheid of ongeschiktheid tot het verrichten van zijn
                                        werkzaamheden op grond van ziekten of gebreken;</al></li>
                  <li nr="d."><al>onbekwaamheid of ongeschiktheid tot het verrichten van zijn
                                        werkzaamheden anders dan op grond van ziekten of gebreken;
                                    </al></li>
                  <li nr="e."><al>ondercuratelestelling;</al></li>
                  <li nr="f."><al>toepassing van lijfsdwang wegens schulden krachtens
                                        onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;</al></li>
                  <li nr="g."><al>onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf
                                        wegens misdrijf;</al></li>
                  <li nr="h."><al>een in het ontslagbesluit genoemde andere grond.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het ongevraagd ontslag wordt eervol verleend, met uitzondering van
                                het ontslag op de grond genoemd in het eerste lid, onderdeel g van
                                dit artikel.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009 en U200901449 en U201300250 en U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Einde tijdelijk dienstverband</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19:43</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De tijdelijke aanstelling eindigt van rechtswege op de laatste dag
                                van de periode waarvoor deze is aangegaan. Wordt het dienstverband
                                nadien feitelijk gehandhaafd zonder dat opnieuw een tijdelijke
                                aanstelling is verleend, dan is de vrijwilliger met ingang van de
                                eerste dag na het verstrijken van vorenbedoelde periode in vaste
                                dienst.</al></li>
              <li nr="2."><al>De tijdelijke aanstelling kan tussentijds ongevraagd beëindigd
                                worden op een van de gronden genoemd in artikel 19: 42.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200901449</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 19:4</vet>
              <vet>4</vet>
            </al>
            <al>Vervallen</al>
            <al>Briefnummer: U201200956</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoofdstuk 19a </vet>
              <vet>KEURINGEN BRANDWEERPERSONEEL</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 19a:1 Algemeen</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die bij de brandweer
                                is aangesteld, als beroeps of vrijwilliger, in de functie van
                                bevelvoerder en manschap A en B, zoals vermeld in het Besluit
                                personeel veiligheidsregio’s. </al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan in aanvulling op het eerste lid andere functies bij
                                de brandweer aanwijzen waarop dit hoofdstuk van toepassing is.</al></li>
            </lijst>
            <al>Ledenbrief: U201002606 en U201300250</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 19a:2 Aanstellingskeuring</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Aanstelling in een functie, bedoeld in artikel 19a:1, is alleen
                                mogelijk als na een geneeskundig onderzoek gericht op de te bekleden
                                functie blijkt dat tegen het bekleden van de functie uit medisch
                                oogpunt geen bezwaren bestaan.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het geneeskundig onderzoek bestaat uit de onderdelen zoals opgenomen
                                in de aanstellingskeuring in bijlage VIIa van de CAR.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het geneeskundig onderzoek wordt gedaan door geneeskundigen, die
                                daartoe door het college zijn aangewezen.</al></li>
              <li nr="4."><al>De kosten van het geneeskundig onderzoek komen ten laste van de
                                gemeente.</al></li>
            </lijst>
            <al>Ledenbrief: U201002606</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 19a:3 Periodiek Preventief Medisch Onderzoek</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Periodiek wordt de medische gezondheid van de ambtenaar, die is
                                aangesteld in een functie, bedoeld in artikel 19a:1, getoetst
                                conform het Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (PPMO).</al></li>
              <li nr="2."><al>Het PPMO bestaat uit de onderdelen, zoals opgenomen in bijlage VIIb
                                van de CAR.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het geneeskundig onderzoek geschiedt voor de ambtenaar gelijktijdig
                                of minimaal een half jaar na indienstreding.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het geneeskundig onderzoek geschiedt voor de ambtenaar met een
                                leeftijd van: a. jonger dan veertig één keer in de vier jaar; b.
                                tussen de veertig en vijftig één keer per twee jaar; b. ouder dan
                                vijftig jaar eens per jaar.</al></li>
              <li nr="5."><al>Als het college daar aanleiding toe ziet kan in afwijking van de
                                frequentie zoals bedoeld in lid 4 een tussentijdse keuring worden
                                afgenomen. </al></li>
              <li nr="6."><al>Als de uitkomst van het PPMO daar aanleiding toe geeft, kan het
                                college de medewerker tijdelijk en voor een vooraf bepaalde tijd van
                                een aantal of het totaal van zijn taken vrijstellen. Deze bepaalde
                                tijd kan in bijzondere gevallen, zolang de mate van ongeschiktheid
                                zich voordoet, worden verlengd. </al></li>
              <li nr="7."><al>Bij geheel of gedeeltelijke vrijstelling van taken houdt de
                                beroepsmedewerker recht op zijn bezoldiging en de vrijwillige
                                medewerker op zijn vergoeding, met dien verstande dat het recht op
                                toeslagen en vergoedingen alleen geldt als de werkzaamheden van de
                                medewerker recht hierop geven. Bij geheel of
                                gedeeltelijkevrijstelling wegens ziekte en ongeschiktheid is
                                hoofdstuk 7 onverkort van toepassing. </al></li>
              <li nr="8."><al>Het college kan de medewerker die is aangesteld als beroeps
                                gedurende de tijdelijke vrijstelling van taken andere werkzaamheden
                                opleggen. </al></li>
            </lijst>
            <al>Ledenbrief: U201002606 en U201300250</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 19a:4 Fysieke test</vet>
            </al>
            <al>Jaarlijks wordt de fysieke conditie van de ambtenaar, die is aangesteld in
                        een functie bedoeld in artikel 19a:1, getoetst.</al>
            <al>Ledenbrief: U201002606</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoofdstuk 19b </vet>
              <vet>AANVULLENDE RECHTSPOSITIEREGELING VOOR
                            DE AMBTENAAR IN EEN INSTELLING </vet>
              <vet>VOOR
                        KUNSTEDUCATIE</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 1: Algemene bepalingen</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Werkingssfeer</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19b:1</vet>
            </al>
            <al>Dit hoofdstuk is van toepassing op ambtenaren werkzaam in de kunsteducatie
                        in de functie van: </al>
            <al>a. docent, bedoeld in bijlage IVa1; </al>
            <al>b. consulent, bedoeld in bijlage IVa1; </al>
            <al>c. balletbegeleider, bedoeld in bijlage IVa1.</al>
            <al>Briefnummer: U200801115</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Begripsbepaling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19b:2</vet>
            </al>
            <al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder instelling: een
                        onderdeel van de gemeente dat kunsteducatie aanbiedt of ondersteunt.</al>
            <al>Briefnummer: U200801115</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Functie-eisen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19b:3</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Een voorwaarde bij aanstelling is dat de ambtenaar werkzaam in de
                                functie van docent en consulent in het bezit is van een diploma van
                                een HBO-opleiding op zijn specifieke vakgebied.</al></li>
              <li nr="2."><al>In uitzonderlijke gevallen kan het college, na overleg erover met de
                                OR, afwijken van het eerste lid.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200801115</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Functioneringsgesprek</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19b:4</vet>
            </al>
            <al>Na elke periode van een jaar wordt met de ambtenaar eenfunctioneringsgesprek
                        gehouden.</al>
            <al>Briefnummer: U200801115</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verdeling van werkzaamheden</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19b:5</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>lesgebonden uren: alle uren waarin direct en educatief
                                        contact is met leerlingen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>niet-lesgebonden uren: alle uren die niet te kwalificeren
                                        zijn als lesgebonden uren;</al></li>
                  <li nr="c."><al>sjabloon: opsomming van werkzaamheden binnen lesgebonden en
                                        niet-lesgebonden uren.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Niet-lesgebonden uren als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b
                                zijn in te delen in de volgende vier categorieën:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>het voorbereiden van lesgebonden uren;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het in opdracht van de werkgever reizen tussen locaties van
                                        dezelfde instelling;</al></li>
                  <li nr="c."><al>activiteiten voor opleiding en ontwikkeling, of andere
                                        activiteiten die ertoe bijdragen de eigen vakbekwaamheid op
                                        peil te houden;</al></li>
                  <li nr="d."><al>algemene werkzaamheden in het belang van de instelling.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Het college stelt aan de hand van het sjabloon van bijlage IVa een
                                regeling vast waarin per discipline de verhouding lesgebonden versus
                                niet-lesgebonden uren staat. In de regeling kan per discipline een
                                afwijking op deze verhouding en de voorwaarden daarvoor worden
                                opgenomen. Voor de vaststelling van deze regeling is overeenstemming
                                vereist tussen de werkgever en de OR.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het college stelt aan de hand van de regeling, bedoeld in het derde
                                lid, voor iedere ambtenaar vast wat voor zijn functie de verhouding
                                lesgebonden versus niet-lesgebonden uren is.</al></li>
              <li nr="5."><al>Zolang voor de functie van de ambtenaar de verhouding, bedoeld in
                                het vierde lid, nog niet is vastgesteld, heeft de ambtenaar maximaal
                                65% van zijn formele arbeidsduur aan lesgebonden uren en minimaal
                                35% van zijn formele arbeidsduur aan niet-lesgebonden uren. </al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200801115</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 2: Salariëring</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vaststelling salaris</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19b:6</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In plaats van bijlage II en IIa, past het college de salaristabel,
                                genoemd in bijlage IV, toe bij het vaststellen van het salaris van
                                de ambtenaar.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het functiewaarderingssysteem, bedoeld in artikel 3:1, eerste lid,
                                is niet van toepassing. De functie van </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>balletbegeleider is gewaardeerd op schaal 5;</al></li>
                  <li nr="b."><al>docent is gewaardeerd op schaal 8;</al></li>
                  <li nr="c."><al>consulent is gewaardeerd op schaal 9.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Het college bepaalt met inachtneming van het tweede lid de invoering
                                en de waardering van junior- of seniorfuncties. Het college stelt
                                hiervoor de functiebeschrijving vast.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200801115, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Aanloopbedragen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19b:7</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Als een ambtenaar in een functie wordt benoemd zonder dat hij reeds
                                voldoet aan alle daarvoor geldende eisen van ervaring, opleiding of
                                vaardigheden, kan zijn salaris worden vastgesteld in één van de
                                aanloopbedragen van de bij de functie behorende salarisschaal. De
                                aanloopbedragen zijn opgenomen in de salaristabel, genoemd in
                                bijlage IV.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college stelt regels vast voor het gebruik van aanloopbedragen
                                en voor de bevordering naar een bij de functie behorende
                                salarisschaal.</al></li>
            </lijst>
            <al> Briefnummer: U200801115</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Uitloopbedragen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19b:8</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In de salaristabel, genoemd in bijlage IV, zijn uitloopbedragen
                                opgenomen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Een ambtenaar krijgt na twee achtereenvolgende jaren ingeschaald te
                                zijn in het maximum van de bij de functie behorende salarisschaal
                                een periodieke verhoging naar het eerste uitloopbedrag. Vervolgens
                                vindt periodieke verhoging iedere keer na twee jaar plaats.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200801115 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Recht op toelage onregelmatige dienst</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19b:9</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Artikel 3:11 is niet van toepassing. De ambtenaar heeft wel recht op
                                een toelage onregelmatige dienst over volle uren arbeid verricht op
                                zondag.</al></li>
              <li nr="2."><al>De toelage onregelmatige dienst wordt uitgekeerd in de vorm van
                                verlof en bedraagt 25% van de uren.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het verlof, bedoeld in het tweede lid, wordt op verzoek van de
                                ambtenaar verleend tenzij de belangen van de dienst zich daartegen
                                verzetten en toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel
                                6:2:4, eerste lid, of aan artikel 6:2:6.</al></li>
              <li nr="4."><al>Indien zowel het college als de ambtenaar dat wensen, wordt de
                                toelage, in afwijking van het eerste lid, in geld verstrekt.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200801115, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 3: Arbeidsduur en vakantie</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vakantie-uren</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19b:10</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In afwijking van artikel 6:2 is de duur van de vakantie voor de
                                ambtenaar met een volledige betrekking 180 uur, indien </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>met toepassing van artikel 19b:11 een deel van het jaar is
                                        aangemerkt als verplicht vrije periode of </al></li>
                  <li nr="b."><al>de ambtenaar geen verlof kan opnemen door het toegewezen
                                        hebben gekregen van lessen/cursussen. Bij een
                                        deeltijdbetrekking geldt de duur van de vakantie naar rato.
                                    </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>De vakantie-uren worden gelijkelijk over de verplicht vrije periodes
                                en eventueel de vrij opneembare vakantie verdeeld, met een maximum
                                van 36 uur per week.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200801115</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verplicht vrije periodes</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19b:11</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college stelt per cursusjaar 12 weken vast, waarin de ambtenaar
                                verplicht vrij is.</al></li>
              <li nr="2."><al>De ambtenaar houdt zich op verzoek van het college gedurende
                                maximaal een week tijdens de verplicht vrije periode beschikbaar
                                voor werkzaamheden.</al></li>
              <li nr="3."><al>Afwijkingen van het eerste lid zijn mogelijk indien de
                                ondernemingsraad dan wel de ambtenaar daarmee instemt.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200801115</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vaststellen van het rooster</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19b:12</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In afwijking van artikel 4:4 lid 2, is op de ambtenaar artikel 5.7
                                van de Arbeidstijdenwet van toepassing.</al></li>
              <li nr="2."><al>In aanvulling op artikel 4:4 lid 3 verstrekt het college zo snel
                                mogelijk maar in ieder geval binnen twee maanden na ingang van een
                                cursusjaar een rooster van de in dat cursusjaar te werken uren.</al></li>
              <li nr="3."><al>Als substantiële wijzigingen optreden in het rooster, verstrekt het
                                college zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen een maand, een
                                aangepast rooster.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200801115; U201300476</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overgangsrecht</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19b:13</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voor de ambtenaar met een volledig dienstverband, die op 31 december
                                2008 een kortere arbeidsduur heeft dan 1836 uur per jaar, wordt de
                                arbeidsduur met ingang van 1 januari 2009 met 72 uur per jaar
                                verhoogd. Deze verhogingen vinden plaats totdat voor de ambtenaar
                                een arbeidsduur geldt van 1836 uur per jaar. Voor een ambtenaar met
                                een deeltijdbetrekking gelden deze verhogingen naar rato.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien een ambtenaar na 1 januari 2009 wordt aangesteld, geldt voor
                                deze ambtenaar een arbeidsduur zoals die geldt voor de ambtenaren,
                                die in dienst zijn van de instelling.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200801115, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Ontslagbescherming tijdens overgangstermijn</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19b:14</vet>
            </al>
            <al>Tot 1 januari 2012 vindt geen ontslag plaats op grond van artikel 8:3 indien
                        en voor zover dit ontslag uitsluitend wordt veroorzaakt door verhoging van
                        het aantal te werken uren als bedoeld in artikel 19b:13.</al>
            <al>Briefnummer: U200801115</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Samenloop zwangerschaps- en bevallingsverlof met een verplicht vrije
                            periode</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19b:15</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Bij samenloop van een verplichte vrije periode als bedoeld in
                                artikel 19b:11, eerste lid, met zwangerschaps- en bevallingsverlof
                                heeft de ambtenaar met een volledige betrekking recht op compensatie
                                van het vakantieverlof tot 144 uur vakantieverlof per jaar. </al></li>
              <li nr="2."><al>Een ambtenaar met een deeltijd betrekking heeft naar rato recht op
                                compensatie van het vakantieverlof tot 144 uur vakantieverlof per
                                jaar. </al></li>
              <li nr="3."><al>Vakantie voor de gecompenseerde vakantie-uren wordt op verzoek van
                                de ambtenaar verleend tenzij de belangen van de dienst zich
                                daartegen verzetten en toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in
                                artikel 6:2:4, eerste lid, of aan artikel 6:2:6.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200801115</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 4: Ontslag en uitkeringen</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overtolligheid</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19b:16</vet>
            </al>
            <al>Uiterlijk in de tiende week van elk cursusjaar bekijkt het college of het
                        totaal aantal uren werk voor ambtenaren met dezelfde functie overeenkomt met
                        de totale aanstellingsomvang van deze ambtenaren.</al>
            <al>Briefnummer: U200801115</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Reorganisatieontslag en ontslagvolgorde </vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19b:17</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Bij ontslag op grond van artikel 8:3 wordt, zolang het plan, bedoeld
                                in artikel 8:3, derde lid, nog niet bestaat, de volgende
                                ontslagvolgorde gehanteerd:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>(deeltijd)ontslag verlenen aan ambtenaren die daarvoor in
                                        aanmerking wensen te komen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>aanstellingen voor bepaalde tijd niet te verlengen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>(deeltijd)ontslag verlenen aan ambtenaren na toepassing van
                                        het afspiegelingsbeginsel in combinatie met
                                        anciënniteitsbeginsel.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Bij toepassing van het afspiegelingsbeginsel, genoemd in het eerste
                                lid, onderdeel c, wordt binnen categorieën van ambtenaren met
                                dezelfde functies uitgegaan van de volgende drie leeftijdsgroepen: </al><al>• van 15 tot 30 jaar; </al><al>• van 30 tot 45 jaar; en </al><al>• van 45 jaar en ouder.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het college kan in uitzonderlijke gevallen afwijken van de
                                ontslagvolgorde, genoemd in het tweede lid.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200801115</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Reorganisatieontslag voor minder dan 5 uur of, bij een formele
                            arbeidsduur van minder dan 10 uur, voor minder dan de helft van de
                            formele arbeidsduur </vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19b:18</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Dit artikel is van toepassing op de ambtenaar die voor minder dan 5
                                uur of, bij een formele arbeidsduur van minder dan 10 uur, voor
                                minder dan de helft van zijn formele arbeidsduur wordt
                                ontslagen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voor de ambtenaar geldt de ontslagvolgorde uit het plan, bedoeld in
                                artikel 8:3, derde lid.</al></li>
              <li nr="3."><al>Zolang het plan, bedoeld in artikel 8:3, derde lid, nog niet
                                bestaat, is artikel 19b:17 van overeenkomstige toepassing.</al></li>
              <li nr="4."><al>Op de ambtenaar is hoofdstuk 10d niet van toepassing. Ontslag op
                                grond van artikel 8:3 vindt slechts plaats indien het na een
                                zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken om de ambtenaar
                                binnen de openbare dienst van de gemeente andere mede in verband met
                                zijn persoonlijkheid en omstandigheden voor hem passende
                                werkzaamheden op te dragen, dan wel indien deze zodanige
                                werkzaamheden weigert te aanvaarden.</al></li>
              <li nr="5."><al>Bij ontslag op grond van artikel 8:3 wordt een opzegtermijn van drie
                                maanden in acht genomen. </al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200801115</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Garantie-uitkering KV</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 19b:19</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder - de
                                ambtenaar: de ambtenaar die voor minder dan 5 uur of, bij een
                                formele arbeidsduur van minder dan 10 uur, voor minder dan de helft
                                van zijn formele arbeidsduur wordt ontslagen. - minimumuurloon: het
                                naar een uur herleid minimumloon als bedoeld in de Wet minimumloon
                                en minimumvakantiebijslag.</al></li>
              <li nr="2."><al>De garantie-uitkering KV is de uitkering aan de ambtenaar die: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>gedeeltelijk werkloos is als gevolg van een ontslag op grond
                                        van artikel 8:3;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in de 39 weken onmiddellijk voorafgaand aan het ontslag in
                                        tenminste 26 weken als werknemer als bedoeld in artikel 3
                                        van de Werkloosheidswet werkzaam is geweest;</al></li>
                  <li nr="c."><al>aantoont dat hij in de periode van vijf jaren onmiddellijk
                                        voorafgaand aan het jaar waarin zijn eerste werkloosheidsdag
                                        is gelegen, in tenminste vier jaren over 52 of meer dagen
                                        per jaar loon heeft ontvangen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>ter zake van het arbeidsurenverlies geen WW-recht
                                        heeft.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>De duur van de garantie-uitkering KV is afhankelijk van de lengte
                                van het dienstverband bij de instelling. Bij een dienstverband
                                van:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>een tot twee jaar is de duur van de uitkering 6
                                        maanden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>twee tot drie jaar is de duur van de uitkering 12
                                        maanden;</al></li>
                  <li nr="c."><al>drie tot vier jaar is de duur van de uitkering 18
                                        maanden;</al></li>
                  <li nr="d."><al>ten minste vier jaar is de duur van de uitkering 24
                                        maanden.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4."><al>De garantie-uitkering KV bedraagt:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>gedurende de eerste twaalf maanden 70% van het uurloon op de
                                        dag voorafgaand aan het ontslag, vermenigvuldigd met het
                                        aantal verloren arbeidsuren, en</al></li>
                  <li nr="b."><al>vervolgens 70% van het minimumuurloon, vermenigvuldigd met
                                        het aantal verloren arbeidsuren.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="5."><al>In afwijking van het tweede tot en met het vierde lid heeft de
                                ambtenaar die niet voldoet aan de voorwaarde in het tweede lid onder
                                c, maar wel aan de overige voorwaarden in het tweede lid, recht op
                                een garantie-uitkering KV gedurende 6 maanden. Deze uitkering
                                bedraagt 70% van het minimumuurloon vermenigvuldigd met het aantal
                                verloren arbeidsuren.</al></li>
              <li nr="6."><al>De ambtenaar aan wie een garantie-uitkering KV is toegekend, is
                                verplicht zich in te schrijven als werkzoekende bij het CWI en zich
                                beschikbaar te stellen voor het aannemen van passende werkzaamheden.
                                Daarnaast dient hij alle informatie te verstrekken die voor de
                                uitvoering van deze regeling noodzakelijk is. Bij het niet nakomen
                                van deze verplichtingen kan het college besluiten de
                                garantie-uitkering (gedeeltelijk) te beëindigen.</al></li>
              <li nr="7."><al>Indien de ambtenaar aan wie een garantie-uitkering KV is toegekend,
                                na zijn ontslag nieuwe werkzaamheden ter hand neemt, wordt de
                                garantie-uitkering KV beëindigd met het aantal uren dat de nieuwe
                                werkzaamheden omvat.</al></li>
              <li nr="8."><al>Indien het recht op een garantie-uitkering KV op grond van het
                                zevende lid geheel of gedeeltelijk is beëindigd, en vervolgens de
                                werkzaamheden die tot dat eindigen hebben geleid, hebben opgehouden
                                te bestaan, herleeft het recht op de garantie-uitkering KV voor
                                zover er geen nieuwe rechten op enige uitkering uit hoofde van het
                                ontslag uit deze werkzaamheden zijn ontstaan.</al></li>
              <li nr="9."><al>Het recht op de garantie-uitkering KV eindigt volledig:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>als de ambtenaar ter zake van het arbeidsurenverlies, dat
                                        tot het toekennen van een garantie-uitkering heeft geleid,
                                        een andere uitkering kan krijgen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die
                                        waarin de ambtenaar volledig gebruik maakt van het ABP
                                        Keuzepensioen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>op de dag na het overlijden van de ambtenaar;</al></li>
                  <li nr="d."><al>met ingang van de dag waarop de ambtenaar recht krijgt op
                                        een WAO- of WIA-uitkering, berekend naar een
                                        arbeidsongeschiktheid van 80% of meer.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200801115</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoofdstuk 20 </vet>
              <vet>Vergoeding piketdienst
                            beroepsbrandweer</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 20:1:1</vet>
            </al>
            <al>De ambtenaar, op wie de verplichting rust zich buiten de voor hem geldende
                        werktijden ter beschikking te houden ten behoeve van de brandweerdienst,
                        heeft aanspraak op een vergoeding.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 20:1:2</vet>
            </al>
            <al>Deze vergoeding bestaat uit verlof, dat door de commandant wordt verleend zo
                        spoedig mogelijk - in de regel binnen zes kalenderweken - na het tijdvak
                        waarin de ambtenaar zich ter beschikking moest houden. Het verlof bedraagt
                        16% van het aantal uren, waarin hij zich ter beschikking moest houden, voor
                        zover deze vielen op zondag, nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag,
                        tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de dag waarop de verjaardag van de
                        koningin wordt gevierd en iedere andere dag, die daarboven door het college
                        wordt aangewezen en 10% van het aantal uren waarin hij zich ter beschikking
                        moest houden, indien deze uren vielen op andere dagen.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 20:1:3</vet>
            </al>
            <al>Indien naar het oordeel van de commandant het dienstbelang zich verzet tegen
                        het toekennen van verlof, wordt een vergoeding in geld gegeven. De
                        vergoeding bedraagt 16% van het 1/156 gedeelte van het salaris per maand
                        voor elk uur, waarin de ambtenaar zich ter beschikking moet houden, voor
                        zover deze uren vielen op zondag, nieuwjaarsdag, tweede Paasdag,
                        Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de dag waarop de
                        verjaardag van de koningin wordt gevierd en iedere andere dag die daarboven
                        door het college wordt aangewezen en 10% van dat salarisgedeelte voor elk
                        uur, waarin hij zich ter beschikking moest houden, indien deze uren vielen </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoofdstuk 21</vet>
              <vet> Rechtspositionele erkenning van alternatieve
                            samenlevingsvormen</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Begripsomschrijvingen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 21:1:1</vet>
            </al>
            <al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder levenspartner verstaan: een
                        persoon met wie de niet-gehuwde ambtenaar samenwoont en - met het oogmerk
                        duurzaam samen te leven - een gemeenschappelijke huishouding voert, hetgeen
                        blijkt uit een schriftelijke verklaring, ingericht volgens door het college
                        nader te stellen regels. Tegelijkertijd kan slechts eén persoon als
                        levenspartner worden aangemerkt.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009 </al>
            <al/>
            <al/>
            <al>
              <vet>Gelijkstelling levenspartner met echtgenoot</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 21:1:2</vet>
            </al>
            <al>De bepalingen die gelden voor de gehuwde ambtenaar, zijn op overeenkomstige
                        wijze van toepassing op de ambtenaar met een levenspartner. Waar in deze
                        bepalingen staat 'echtgenoot' moet tevens worden gelezen
                        'levenspartner'.</al>
            <al>briefnummer: CvA/1999005385</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 21:1:3</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2001002849 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 21:1:4</vet>
            </al>
            <al>In gevallen waarin dit hoofdstuk niet of niet naar redelijkheid voorziet,
                        treft het college een passende voorziening.</al>
            <al> briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoofdstuk 22</vet>
              <vet> Overgangs- en slotbepalingen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 22:1:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Deze regeling treedt uiterlijk in werking op 1 januari 2016.</al></li>
              <li nr="2."><al>Met ingang van de datum waarop deze regeling in werking treedt, dan
                                wel gedeelten daarvan in werking treden, dat de bepalingen vervallen
                                van het geldende algemeen ambtenarenreglement dan wel van die
                                verordeningen, die tekstueel dan wel materieel gelijkluidend zijn
                                aan de bepalingen van deze regeling.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien de inwerkingtreding van deze regeling ertoe leidt dat
                                bepalingen uit het geldende algemeen ambtenarenreglement dan wel uit
                                verordeningen vervallen, waardoor aanspraken van individuele
                                ambtenaren in neerwaartse of opwaartse zin worden bijgesteld, vindt
                                overleg plaats over de gevolgen daarvan.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201502055</al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan
                        den Rijn op 22 december 2015,</ondertekening>
        <ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening>
        <ondertekening>drs. P.W. Jeroense mr. drs. J.W.E. Spies</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>(Voor de hoodfstukken 1-9d van de CAR-UWO Alphen aan den Rijn 2016: zie het
                        voorafgaande document)</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>