<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR407804_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Rechtspositie Staten- en burgerleden en andere commissieleden Provincie Flevoland 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Flevoland</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-06-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Flevoland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2016-3172.html">Provinciaal blad, 2016, 3172</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Rechtspositie Staten- en burgerleden en andere commissieleden Provincie Flevoland 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 93</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 94, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 94, lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 143</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit Staten- en commissieleden, art. 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit Staten- en commissieleden, art. 6a, lid 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit Staten- en commissieleden, art. 12, lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit Staten- en commissieleden, art. 13</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit Staten- en commissieleden, art. 14</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-05-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-06-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-09-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1917502</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de verordening rechtpositie gedeputeerden, Staten- en commissieleden 2008.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Rechtspositie Staten- en burgerleden en andere commissieleden Provincie Flevoland 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Provinciale Staten van de provincie Flevoland</al><al/><al>Gelezen het voorstel van het college van Gedeputeerde Staten en de
                        Statengriffie nummer 1899838</al><al/><al>Gelet op de artikelen 93, 94, eerste en tweede lid en 143 Provinciewet, de
                        artikelen 4, 6a, vierde lid, 12, tweede lid, 13, en 14, van het
                        Rechtspositiebesluit Staten- en commissieleden;</al><al/><al>Gezien het advies van de commissie Bestuur d.d. 11 mei 2016</al><al/><al>Besluiten vast te stellen de Verordening Rechtspositie Staten- en
                        burgerleden en andere commissieleden Provincie Flevoland 2016</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk I Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                    Provinciewet;</al></li><li nr="b."><al> burgerlid: lid van een commissie, bedoeld in artikel 1,
                                    onderdeel d, van het Rechtspositiebesluit Staten- en
                                    commissieleden (artikel 80 Provinciewet);</al></li><li nr="c."><al> ander commissielid: lid van een commissie, bedoeld in artikel
                                    1, onderdeel d van het Rechtspositiebesluit Staten- en
                                    commissieleden (artikelen 81 en 82 Provinciewet);</al></li><li nr="d."><al> daar waar sprake is van Staten- en burgerleden en andere
                                    commissieleden gezamenlijk worden zij in deze verordening
                                    aangeduid als Staten- en commissieleden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk II Voorzieningen voor Staten- en burgerleden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2 Vergoeding en onkostenvergoeding Statenleden</titel></kop><al>De vergoeding voor werkzaamheden en de tegemoetkoming in de kosten van
                            een lid van Provinciale Staten zijn overeenkomstig de maximum
                            vergoedingen als genoemd in artikel 2 Rechtspositiebesluit Staten- en
                            commissieleden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Vergoeding voor werkzaamheden burgerleden (artikel 80
                                Provinciewet)</titel></kop><al>Aan burgerleden van een Statencommissie ex artikel 80 Provinciewet wordt
                            een vergoeding toegekend voor het bijwonen van de vergaderingen van een
                            commissie en haar subcommissies overeenkomstig artikel 13 van het
                            Rechtspositiebesluit Staten- en commissieleden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Reis- en verblijfkosten binnenland Statenleden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Aan het Statenlid worden vergoed: </al><lijst><li nr="-"><al> de reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen van
                                        Provinciale Staten en van een commissie. Het gaat om
                                        reiskosten van woonhuis naar vergaderplek.</al></li><li nr="-"><al> de reiskosten ter zake van andere door of vanwege de
                                        provincie georganiseerde activiteiten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft: </al><lijst><li nr="a."><al> bij gebruik van openbaar vervoer en van een taxi: een
                                        volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
                                        noodzakelijke reiskosten;</al></li><li nr="b."><al> bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van
                                        de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                        overeenkomstig de bedragen in de artikelen 2 en 4 van de
                                        Reisregeling binnenland.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het Statenlid wordt tijdens zakelijk verblijf op het provinciehuis
                                maaltijden en consumpties vanwege de provincie verstrekt conform het
                                cateringarrangement dat is afgestemd op het vergaderschema.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het Statenlid ontvangt een vergoeding voor de noodzakelijke
                                verblijfkosten ter zake van andere door of vanwege de provincie
                                georganiseerde activiteiten/reizen. Vergoeding van deze kosten vindt
                                plaats overeenkomstig het gestelde en tot ten hoogste de bedragen
                                genoemd in het Reisbesluit binnenland.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Reis- en verblijfkosten burgerleden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Aan het burgerlid worden vergoed: </al><lijst><li nr="-"><al> de reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen van een
                                        commissie.</al></li><li nr="-"><al> de reiskosten ter zake van andere door of vanwege de
                                        provincie georganiseerde activiteiten binnen de
                                        provinciegrens. Het gaat om reiskosten van woonhuis naar
                                        vergaderplek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft: </al><lijst><li nr="a."><al> bij gebruik van openbaar vervoer en van een taxi: een
                                        volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
                                        noodzakelijke reiskosten;</al></li><li nr="b."><al> bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van
                                        de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                        overeenkomstig de bedragen in de artikelen 2 en 4 van de
                                        Reisregeling binnenland.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het burgerlid wordt tijdens zakelijk verblijf op het provinciehuis
                                maaltijden en consumpties vanwege de provincie verstrekt conform het
                                cateringarrangement dat is afgestemd op het vergaderschema.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het burgerlid ontvangt een vergoeding voor de noodzakelijke
                                verblijfkosten van andere door of vanwege de provincie
                                georganiseerde activiteiten/reizen binnen de provinciegrens.
                                Vergoeding van de kosten vindt plaats tot ten hoogste de bedragen
                                genoemd in het Reisbesluit binnenland.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Buitenlandse excursie of reis voor Statenleden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Provinciale Staten kunnen Statenleden, al dan niet verenigd in een
                                commissie of delegatie uit Provinciale Staten, toestemming verlenen
                                voor een excursie of reis naar het buitenland als deze door of
                                vanwege de provincie wordt georganiseerd. Provinciale Staten kunnen
                                aan de toestemming voorwaarden verbinden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor door of vanwege de provincie georganiseerde reizen naar een
                                europese instelling is geen voorafgaande toestemming vereist.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                rekening van de provincie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Kosten van deelname aan cursussen, congressen en
                                symposia door het individuele Staten- of burgerlid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De kosten van deelname door een Staten- of burgerlid aan een
                                cursus, congres of seminar dat door of vanwege de provincie wordt
                                aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de provincie. Voor
                                vergoeding van reiskosten zijn de artikelen 4 en 5 van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het Staten- of burgerlid dat wil deelnemen aan een cursus, congres,
                                seminar of symposium dat niet door of vanwege de provincie wordt
                                aangeboden of verzorgd en de kosten hiervan wil declareren, dient
                                daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in door tussenkomst van de
                                fractievoorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De aanvraag bedoeld in het tweede lid gaat vergezeld van
                                inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Voor vergoeding komen in aanmerking de kosten van deelname alsmede
                                de reis- en verblijfskosten overeenkomstig het gestelde in de
                                artikelen 4 en 5 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De kosten komen voor rekening van de provincie als deelname van
                                belang is in verband met de vervulling van het Staten- of
                                burgerlidmaatschap.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De Commissaris van de Koning en de Griffier van Provinciale Staten
                                besluiten over de in het tweede lid van dit artikel bedoelde
                                aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 iPad voor Staten- en burgerleden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Conform de digitale vergaderwijze van Provinciale Staten wordt ter
                                uitvoering van artikel 6a Rechtspositiebesluit Staten- en
                                commissieleden aan een Staten- of een burgerlid een iPad ter
                                beschikking gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het Staten- of burgerlid ondertekent als hem een iPad, bijbehorende
                                apparatuur of software in bruikleen of ter beschikking wordt gesteld
                                een bruikleenovereenkomst met de provincie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde staten kunnen ter uitvoering van dit artikel nadere
                                regels vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Uitkering bij overlijden Statenleden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> In geval van overlijden van het Statenlid wordt aan de weduwe of
                                weduwnaar van wie het overleden Statenlid niet duurzaam gescheiden
                                leefde een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de in artikel 2 van het
                                Rechtspositiebesluit Staten- en commissieleden bedoelde vergoeding
                                voor de werkzaamheden, welke het Statenlid laatstelijk genoot over
                                een tijdvak van drie maanden. Indien de overledene geen weduwe of
                                weduwnaar van wie het overleden Statenlid niet duurzaam gescheiden
                                leefde nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve van de
                                minderjarige wettige of natuurlijke kinderen, of minderjarige
                                kinderen waarover de overledene de pleeg ouderlijke zorg droeg.
                                Onder pleeg ouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het
                                onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen kind,
                                onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van
                                een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook zodanige kinderen dan
                                geschiedt de uitkering aan degenen die geheel of grotendeels
                                afhankelijk waren van het inkomen van het Statenlid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor de toepassing de toepassing van dit artikel wordt onder weduwe
                                of weduwnaar mede verstaan de achtergebleven geregistreerde partner
                                alsmede degene met wie het overleden Statenlid ongehuwd samenleefde
                                en een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd als bedoeld in artikel
                                3, derde en vierde lid, van de Algemene nabestaandenwet.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Dit artikel is niet van toepassing op een Statenlid dat is benoemd
                                in de plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk
                                ontslag van een Statenlid wegens zwangerschap en bevalling of
                                ziekte, ingevolge artikel X 12 van de Kieswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid,
                                onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen
                                de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 12a van het
                                Rechtspositiebesluit Staten- en commissieleden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid,
                                onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder
                                aangewezen de vergoedingen en verstrekkingen bedoeld in hoofdstuk II
                                van deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een
                                vergoeding of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid,
                                onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk III Voorzieningen voor andere commissieleden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 11 Vergoeding voor werkzaamheden andere
                                commissieleden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Bestuurs- en andere commissieleden ex artikel 81 en 82
                                Provinciewet, voorzover zij geen Statenlid of gedeputeerde zijn en </al><lijst><li nr="a."><al> die voor deelneming aan werkzaamheden van de commissie zijn
                                        aangetrokken vanwege hun beroepsmatige deskundigheid op het
                                        taakgebied van de commissie en</al></li><li nr="b."><al> ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in
                                        redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van hun taak en
                                        de omvang van de te verrichten arbeid ontvangen een
                                        vergoeding van 250 % van het bedrag (met inachtneming van de
                                        jaarlijkse herziening) vermeld in artikel 13 van het
                                        Rechtspositiebesluit Staten- en commissieleden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De voorzitters en plaatsvervangende voorzitters van de in lid 1 van
                                dit artikel genoemde commissies ontvangen bij vergaderingen, waarvan
                                zij daadwerkelijk de functie van voorzitter vervullen, 300 % van de
                                vergoeding als bedoeld in lid 1.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Reis- en verblijfkosten andere commissieleden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Aan andere commissieleden worden vergoed de reiskosten van woonhuis
                                naar provinciehuis voor het bijwonen van vergaderingen van een
                                commissie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het andere commissielid wordt tijdens zakelijk verblijf op het
                                provinciehuis, maaltijden en consumpties vanwege de provincie
                                verstrekt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk IV De procedure van declaratie door Staten- en
                            burgerleden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 13 Betaling vergoedingen Staten- en burgerleden</titel></kop><al>Staten- en burgerleden kunnen op de door de griffie aangegeven wijze
                            reis- en verblijfkosten declareren. De griffier of een door hem
                            aangewezen ambtenaar behoudt zich het recht voor een declaratie al dan
                            niet te fiatteren c.q. te wijzigen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk V Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 14 Intrekken oude regeling</titel></kop><al>De verordening rechtpositie gedeputeerden, Staten- en commissieleden
                            2008 wordt ingetrokken op het moment dat de nieuwe verordening in
                            werking treedt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Inwerkingtreden</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2016</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening Rechtspositie Staten-
                            en burgerleden en andere commissieleden Provincie Flevoland 2016.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld in de openbare vergadering van Provinciale Staten 25 mei
                        2016</al></slotformulering><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>