<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR407681_1</dcterms:identifier><dcterms:title>CAR-UWO Alphen aan den Rijn 2016 (hfdst. 1-9d)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alphen aan den Rijn</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-04-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alphen aan den Rijn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentebladen 2016, nrs. 10502, 60965, 61278, 61281, 61362, 61828</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>CAR-UWO Alphen aan den Rijn 2016 (hfdst. 1-9d)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 160, lid 1, onder c, Gemeentewet en artikel 125, lid 2, Ambtenarenwet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015/50972 en 2015/51020</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beoordelingsregeling Alphen aan den Rijn 2014, Regeling keuzemodel arbeidsvoorwaarden Alphen aan den Rijn, Regeling stagevergoeding Alphen aan den Rijn, Regeling tijdelijke vergoeding parkeerkosten en afkoop woon- werkverkeer, Regeling vergoeding woon- werkverkeer Alphen aan den Rijn, Regeling vergoeding en verstrekking Alphen aan den Rijn, Regeling werktijden en verlof, Regeling inconveniëntentoelage</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      CAR/UWO Alphen aan den Rijn 2016
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders;</al>
          <al/>
          <al>Gelet op artikel 160 lid 1, van de Gemeentewet en artikel 125, lid 2,
                        Ambtenarenwet;</al>
          <al/>
          <al>B E S L U I T vast te stellen de volgende:</al>
          <al>
            <vet>CAR/UWO Alphen aan den Rijn 2016</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>
              <vet>Begripsomschrijvingen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 1:1</vet>
            </al>
            <al>Voor de toepassing van deze regeling en de uitwerkingsovereenkomst wordt
                        verstaan onder:</al>
            <table>
              <tgroup cols="2">
                <colspec colname="col1" colwidth="6*"/>
                <colspec colname="col2" colwidth="94*"/>
                <tbody>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>a</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>ambtenaar: hij die door of vanwege de gemeente is
                                            aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn
                                            alsmede hij met wie een arbeidsovereenkomst naar
                                            burgerlijk recht is aangegaan;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>b</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>functie: het geheel van werkzaamheden dat door de
                                            ambtenaar is te verrichten conform artikel 3:1;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>c</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>pensioenwet: de Algemene burgerlijke pensioenwet, zoals
                                            die gold tot en met 31 december 1995;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>d</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>pensioen: een pensioen in de zin van het
                                            pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds
                                            ABP;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>e</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>arbeidsduur: de vooraf vastgestelde omvang van het
                                            aantal uren in een bepaalde periode gedurende welke door
                                            de ambtenaar arbeid moet worden verricht;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>f</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>arbeidsduur per dag: de arbeidsduur zoals die voor de
                                            ambtenaar voor een bepaalde dag is vastgesteld;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>g</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>formele arbeidsduur per week: de arbeidsduur volgens de
                                            aanstelling;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>h</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>feitelijke arbeidsduur per week: de arbeidsduur zoals
                                            die voor de ambtenaar voor een bepaalde week is
                                            vastgesteld;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>i</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>vervallen;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>j</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>arbeidsduur per jaar: de naar jaarbasis herleide formele
                                            arbeidsduur per week, gecorrigeerd voor feestdagen;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>k</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>dienstverband: een aanstelling voor bepaalde of
                                            onbepaalde tijd, of een oproepovereenkomst;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>l</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>overwerk: werkzaamheden die de ambtenaar, voor wie de
                                            bijzondere werktijdenregeling geldt, in dienstopdracht
                                            verricht buiten de feitelijke arbeidsduur per week;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>m</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>werkdag: een dag waarop de ambtenaar arbeid moet
                                            verrichten;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>n</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>werktijd: de periode tussen vastgestelde tijdstippen
                                            gedurende welke door de ambtenaar arbeid moet worden
                                            verricht;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>o</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>uurloon: 1/156 gedeelte van het - zo nodig naar een
                                            volledig dienstverband herberekende - salaris van de
                                            ambtenaar per maand;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>p</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>Zvw: de Zorgverzekeringswet</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>q</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>CAR: Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor de
                                            sector gemeenten;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>r</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>UWO: Uitwerkingsovereenkomst; </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>s</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>vervallen;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>t</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>vervallen; </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>u</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>LOGA: Landelijk Overleg Gemeentelijke
                                            Arbeidsvoorwaarden;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>v</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>WAO: de Wet op de
                                            arbeidsongeschiktheidsverzekering;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>w</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschikt in de zin van
                                            artikel 18, eerste lid, van de WAO;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>x</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>WAO-uitkering: een uitkering op grond van de WAO;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>y</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>z</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>IVA: Regeling inkomensvoorziening volledig
                                            arbeidsongeschikten;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>aa</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>IVA-uitkering: de uitkering bij volledige en duurzame
                                            arbeidsongeschiktheid op grond van de WIA;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>bb</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>WGA: Regeling werkhervatting gedeeltelijk
                                            arbeidsgeschikten;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>cc</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>WGA-uitkering: de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk
                                            arbeidsgeschikten op grond van de WIA;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>dd</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>WAJONG: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening voor jong
                                            gehandicapten;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>ee</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
                                            zelfstandigen;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>ff</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>Waz: Wet arbeid en zorg;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>gg</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>SUWI: de wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en
                                            Inkomen;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>hh</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>uitvoeringsinstelling: een uitvoeringsinstelling als
                                            bedoeld in artikel 39, derde lid, van de Organisatiewet
                                            sociale verzekeringen 1997;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>ii</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>pensioenreglement: het pensioenreglement van de
                                            Stichting Pensioenfonds ABP;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>jj</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>WPA: de Wet privatisering ABP;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>kk</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>vervallen;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>ll</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>vervallen;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>mm</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>volledig dienstverband: een dienstverband waarvan de
                                            arbeidsduur per jaar 1836 uur bedraagt en de formele
                                            arbeidsduur per week 36 uur bedraagt. Bij een deeltijd
                                            dienstverband bedraagt de arbeidsduur minder dan 1836
                                            uur per jaar en de formele arbeidsduur minder dan 36 uur
                                            per week;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>nn</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>ZW: de Ziektewet;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>oo</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>ZW-uitkering: ziekengeld of uitkering krachtens de
                                            ZW;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>pp</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>UWV: het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen,
                                            als bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet SUWI;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>qq</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>Salaris: maandbedrag dat binnen de salarisschaal aan de
                                            ambtenaar is toegekend, naar evenredigheid van diens
                                            formele arbeidsduur;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>rr</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>Salaristoelagen: de in paragraaf 3 van hoofdstuk 3
                                            genoemde toelagen te weten: de functioneringstoelage, de
                                            waarnemingstoelage, de toelage onregelmatige dienst, de
                                            buitendagvenstertoelage, de toelage
                                            beschikbaarheidsdienst, de inconveniententoelage, de
                                            arbeidsmarkttoelage, de garantietoelage en de
                                            afbouwtoelage, die aan de medewerker zijn toegekend.
                                            Deze werden tot 1 januari 2016 tot de bezoldiging
                                            gerekend;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>ss</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>Functieschaal: de salarisschaal die bij een functie
                                            hoort;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>tt</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>Periodiek: het maandbedrag in een salarisschaal;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>uu</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>Salarisschaal: een reeks maandbedragen als opgenomen in
                                            de bijlage bij dit hoofdstuk;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>vv</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>Achterblijvende partner: weduwe, weduwnaar,
                                            geregistreerd partner van de overleden ambtenaar, of de
                                            ongehuwde partner die een samenlevingscontract had met
                                            de overleden ambtenaar.</al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
            <al>2.Tot de openbare dienst van de gemeente behoren alle diensten en bedrijven
                        door de gemeente beheerd.</al>
            <al>briefnummer: U200601371. U201500965, U201502055, U201600266</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Geen ambtenaar</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 1:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voor de toepassing van deze regeling en de uitwerkingsovereenkomst
                                wordt niet als ambtenaar beschouwd:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>het onderwijzend personeel bij een inrichting van openbaar
                                        onderwijs;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het onderwijsondersteunend personeel bij een inrichting van
                                        openbaar onderwijs, indien zij belanghebbenden zijn in de
                                        zin van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de (buitengewoon) ambtenaar van de burgerlijke stand als
                                        zodanig;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de onbezoldigd gemeenteambtenaar als genoemd in artikel 231,
                                        tweede lid, onderdeel b, c, d en e van de Gemeentewet;</al></li>
                  <li nr="e."><al>de directeur van de RDW Dienst Wegverkeer die tevens is
                                        benoemd tot onbezoldigd ambtenaar der gemeentelijke
                                        belastingen;</al></li>
                  <li nr="f."><al>de onbezoldigd gemeenteambtenaar die toezichthouder is
                                        zonder opsporingsbevoegdheid;</al></li>
                  <li nr="g."><al>de onbezoldigd gemeenteambtenaar die toezichthouder is met
                                        opsporingsbevoegdheid;</al></li>
                  <li nr="h."><al>hij die een indicatie heeft voor de sociale werkvoorziening
                                        en op grond daarvan op basis van een arbeidsovereenkomst in
                                        dienst is van de gemeente, met uitzondering van de
                                        geïndiceerde die werkzaam is bij de gemeente in het kader
                                        van begeleid werken als bedoeld in artikel 7 van de Wet
                                        sociale werkvoorziening;</al></li>
                  <li nr="i."><al>de ambtenaar als bedoeld in artikel 1.1, onder “medewerker”,
                                        van de sector-cao Ambulancezorg.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Voor toepassing van onderdeel f of g van het eerste lid is,
                                afhankelijk van de lokale bevoegdheidsverdeling tussen het
                                georganiseerd overleg en de ondernemingsraad, overeenstemming
                                vereist is in het georganiseerd overleg of instemming vereist van de
                                ondernemingsraad.</al></li>
              <li nr="3."><al>Op de ambtenaar die aangesteld is als vrijwilliger bij de
                                gemeentelijke brandweer is alleen hoofdstuk 19 en hoofdstuk 19a van
                                toepassing.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200800390, U200901449, U201001980, U201002606, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 1:2:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Op de ambtenaar met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk
                                recht is aangegaan zijn artikel 3:11, 3:13, 3:25, 3:26 en de
                                hoofdstukken 17 en 18 niet van toepassing.</al></li>
              <li nr="2."><al>Op de ambtenaar die is aangesteld hoofdzakelijk ten behoeve van een
                                wetenschappelijke of praktische opleiding of vorming zijn de
                                hoofdstukken 3, 7, 10d, 11a en 17 niet van toepassing</al></li>
              <li nr="3."><al>Op de ambtenaar die is aangesteld als vakantiekracht zijn de
                                hoofdstukken 3, 10d en 17 niet van toepassing.</al></li>
              <li nr="4."><al>Op de ambtenaar die is aangesteld voor het verrichten van
                                werkzaamheden in het kader van een door de overheid getroffen
                                regeling, die het karakter draagt door een tijdelijke tewerkstelling
                                de opneming in het arbeidsproces te bevorderen van personen, die
                                behoren tot één of meer bepaalde groepen van werklozen, zijn de
                                hoofdstukken 3, 10d en 11a niet van toepassing.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: U200801637, U201300288, U201502055, U201600266</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Leer-werkbaan</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 1:2:2</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al> briefnummer: U200515875, U200801544, U201401851</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Instapplan</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 1:2:3</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: U200515875, U201401851</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 1:2a Stageplaats</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan een student in het kader van opleiding, studie of
                                onderzoek een stageplaats aanbieden op basis van een
                                stage-overeenkomst.</al></li>
              <li nr="2."><al>Op de stage-overeenkomst is de CAR-UWO van toepassing, met
                                uitzondering van de hoofdstukken 3, 4a, 5a, 6, 6a, 7,10d en 17 en
                                artikelen 2:1A, 2:1B, 2:4.</al></li>
              <li nr="3."><al>De stage-overeenkomst wordt aangegaan voor bepaalde tijd, waarbij de
                                duur afhankelijk is van de leerdoelen van de stagiair.</al></li>
              <li nr="4."><al>De te verrichten werkzaamheden worden bepaald in samenspraak met de
                                stagiair en onderwijsinstelling, waarbij het leerproces van de
                                stagiair centraal staat. Het college zorgt voor adequate
                                begeleiding.</al></li>
              <li nr="5."><al>Aan de stagiair kan een onkostenvergoeding worden betaald.</al></li>
              <li nr="6."><al>De stagiair is geen werknemer in de zin van artikel 2:4 van het
                                Pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP.</al></li>
            </lijst>
            <al> Ledenbrief: U201401851</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 1:2b Werkervaringsplaats</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan degene die daarom verzoekt een werkervaringsplaats
                                aanbieden op basis van een werkervaringsovereenkomst.</al></li>
              <li nr="2."><al>Op de werkervaringsovereenkomst is de CAR-UWO van toepassing, met
                                uitzondering van de hoofdstukken 3, 4a, 5a, 6, 6a, 7,10d en 17 en
                                artikelen 2:1A, 2:1B en 2:4.</al></li>
              <li nr="3."><al>De werkervaringsovereenkomst wordt aangegaan voor bepaalde tijd,
                                voor een periode van maximaal 6 maanden. De
                                werkervaringsovereenkomst kan eenmalig worden verlengd met een
                                periode van maximaal 6 maanden.</al></li>
              <li nr="4."><al>De te verrichten werkzaamheden worden bepaald in overleg met de
                                medewerker, waarbij het leerproces van de medewerker centraal staat.
                                Het college zorgt voor adequate begeleiding.</al></li>
              <li nr="5."><al>Aan de medewerker wordt een onkostenvergoeding betaald.</al></li>
              <li nr="6."><al>De medewerker is geen werknemer in de zin van artikel 2:4 van het
                                Pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP.</al></li>
            </lijst>
            <al>Ledenbrief: U201401851, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 1:2c Aanstellingen op grond van de banenafspraak</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In afwijking van artikel 3:3 eerste lid, kan het college
                                salarisschaal A in bijlage IIa vaststellen voor de ambtenaar die op
                                grond van de Wet banenafspraak een aanstelling krijgt omdat hij
                                onder de Participatiewet valt en door beperkingen niet het wettelijk
                                minimumloon kan verdienen.</al></li>
              <li nr="2."><al>In afwijking van artikel 3:3 eerste lid, kan het college vaststellen
                                dat de ambtenaar die op grond van de Wet banenafspraak een
                                aanstelling krijgt omdat hij Wajonger is met arbeidsvermogen en voor
                                wie een loonwaarde van minder dan 100% is vastgesteld, recht heeft
                                op een door zijn loonwaarde bepaald percentage van het salaris. Is
                                het door het loonwaarde bepaalde percentage van het salaris lager
                                dan het wettelijk minumumloon, dan is het salaris van de ambtenaar
                                gelijk aan het wettelijk minimumloon.</al></li>
              <li nr="3."><al>Voor de in het eerste lid genoemde ambtenaar geldt niet het in
                                artikel 3:18a, eerste lid genoemde minimumbedrag voor de
                                eindejaarsuitkering.</al></li>
              <li nr="4."><al>Voor de in het eerste lid genoemde ambtenaar geldt niet het in de
                                toelichting op artikel 6:3, tweede lid, genoemde minimumbedrag voor
                                de vakantietoelage.</al></li>
              <li nr="5."><al>Voor de in het eerste lid genoemde ambtenaar geldt niet het in
                                artikel 6a:7, eerste lid genoemde minimumbedrag voor de
                                levensloopbijdrage.</al></li>
              <li nr="6."><al>Voor de in het tweede lid genoemde ambtenaar geldt als minimumbedrag
                                voor de eindejaarsuitkering het in artikel 3:18a, eerste lid
                                genoemde minimumbedrag naar rato van de loonwaarde en de
                                deeltijdfactor.</al></li>
              <li nr="7."><al>Voor de in het tweede lid genoemde ambtenaar geldt als minimumbedrag
                                voor de vakantietoelage het in de toelichting op artikel 6:3, tweede
                                lid genoemde minimumbedrag naar rato van de loonwaarde en de
                                deeltijdfactor.</al></li>
              <li nr="8."><al>Voor de in het tweede lid genoemde ambtenaar geldt als minimumbedrag
                                voor de levensloopbijdrage het in artikel 6a:7 eerste lid genoemde
                                minimumbedrag naar rato van de loonwaarde en de deeltijdfactor.</al></li>
              <li nr="9."><al>Indien het college voor de in het tweede lid genoemde ambtenaar
                                loondispensatie op grond van de Wajong ontvangt, past het college
                                deze loondispensatie toe op het salaris en de daarop gebaseerde
                                toelagen en vergoedingen.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201501380, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Toepassing</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 1:3</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De bepalingen van deze regeling en de uitwerkingsovereenkomst vinden
                                ten aanzien van ambtenaren, omtrent wier rechtstoestand bij of
                                krachtens de wet regelen zijn gesteld, slechts toepassing, voor
                                zover bij of krachtens de wet die rechtstoestand niet is geregeld.
                            </al></li>
              <li nr="2."><al>Bij besluit van het college kan de toepasselijkheid van deze
                                regeling en de uitwerkingsovereenkomst of van delen daarvan op
                                ambtenaren of groepen ambtenaren om bijzondere redenen worden
                                uitgesloten. Het voornemen een besluit te nemen, bedoeld in de
                                eerste volzin, wordt - met redenen omkleed - gemeld bij het
                                secretariaat van het LOGA. Deze melding kan voor LOGA-partijen
                                aanleiding zijn te besluiten tot een verdere handelwijze.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: 2002004761 en U200801115</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 1:3:1</vet>
            </al>
            <al>Vervalt</al>
            <al>briefnummer: CvA/200801115</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 1:3a</vet>
            </al>
            <al>Voor de toepassing van deze regeling ten aanzien van de griffier en de op de
                        griffie werkzame ambtenaren is de raad bevoegd.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2002004761</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Voorschriften en instructies</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 1:4:1</vet>
            </al>
            <al>Met inachtneming van het bepaalde in deze regeling kan het college, indien
                        zulks naar het oordeel van het college nodig of wenselijk is:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>bijzondere voorschriften vaststellen ter uitvoering van de
                                bepalingen van deze regeling, alsmede ten behoeve van het
                                functioneren van de dienst;</al></li>
              <li nr="b."><al>instructies vaststellen ten aanzien van functies en bij de
                                vervulling daarvan te volgen werkwijzen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: 2004001009, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Uitreiking van CAR en UWO</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 1:4:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Op verzoek ontvangt de ambtenaar kosteloos een exemplaar van deze
                                regeling, van de wijzigingen daarvan en van alle andere regelingen
                                welke ter uitvoering van artikel 125 van de Ambtenarenwet zijn of
                                worden getroffen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Op verzoek ontvangen eveneens kosteloos een exemplaar van de in her
                                vorige lid bedoelde stukken:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de centrales van overheidspersoneel welke zijn toegelaten
                                        tot het LOGA met het College voor Arbeidszaken van de
                                        Vereniging van Nederlandse Gemeenten;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de organisaties die blijkens hun statuten de belangen van
                                        gemeenteambtenaren behartigen en aangesloten zijn bij de
                                        onder a aangeduide centrales;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de afdelingen van de organisaties, bedoeld onder b;</al></li>
                  <li nr="d."><al>ieder ander die daarvoor naar het oordeel van het college in
                                        aanmerking komt.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 1:4:3</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Op verzoek ontvangt de ambtenaar kosteloos een exemplaar van de voor
                                hem geldende schriftelijke regels, welke zijn vastgesteld ter
                                uitwerking of uitvoering van de bepalingen van deze regeling of
                                welke hij bij de vervulling van zijn functie heeft na te leven,
                                tenzij de bedoelde regels op een voor hem gemakkelijk toegankelijke
                                plaats ter inzage liggen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Wanneer de ambtenaar niet schriftelijk vastgestelde regels als
                                bedoeld in het eerste lid heeft na te leven, worden deze behoorlijk
                                te zijner kennis gebracht.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Voordragen van belangen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 1:4:4</vet>
            </al>
            <al>De ambtenaar heeft het recht zijn belangen rechtstreeks bij het hoofd van
                        dienst en bij het tot aanstelling bevoegd bestuursorgaan voor te
                        dragen.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Omvang van de betrekking</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 1:5</vet>
            </al>
            <al>Bij de berekening van uren onder meer bij het bepalen van de omvang van het
                        dienstverband, worden deze tot op twee decimalen afgerond. Om tot een
                        decimaal te komen wordt de gangbare afbreekregel gehanteerd. </al>
            <al>briefnummer: 601519, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vrijstelling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 1:6</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In een nadere regeling kan worden bepaald dat in bijzondere gevallen
                                voor nader te bepalen hogere functies een tijdelijke aanstelling kan
                                worden verleend in afwijking van artikel 2:4, alsmede dat voor
                                bedoelde functies kan worden afgeweken van de salaristabel en/of van
                                het bepaalde in de hoofdstuk 8 en 10d. In de commissie voor
                                georganiseerd overleg moet overeenstemming zijn bereikt over de
                                criteria voor de aanwijzing van deze functies en over de functies
                                zelf. Ingeval geen commissie voor georganiseerd overleg is
                                ingesteld, wordt de procedure ingevolge bijlage III van deze
                                regeling gevoerd bij het opstellen van even genoemde criteria en bij
                                het bepalen van de functies, waarbij het overeenstemmingsvereiste
                                van toepassing is.</al></li>
              <li nr="2."><al>De in het vorige lid bedoelde regeling kan overeenkomstig van
                                toepassing worden verklaard op ambtenaren in tijdelijke dienst die
                                projecten of functies van tijdelijke aard uitoefenen waarbij de te
                                bereiken resultaten in een bepaalde tijdsperiode tevoren kunnen
                                worden vastgesteld en de betrokken ambtenaar in verregaande mate
                                zelfstandig verantwoordelijkheid draagt voor de inrichting van de
                                werkzaamheden.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2008001112, U201502055</al>
            <al/>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>AANSTELLING EN ARBEIDSOVEREENKOMST</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>
              <vet>Aanstelling: het bevoegd gezag</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 2:1</vet>
            </al>
            <al>Tenzij bij of krachtens wet of raadsbesluit anders is of wordt bepaald,
                        geschiedt de aanstelling door het college.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Aanstelling in algemene dienst</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 2:1A</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De aanstelling geschiedt in algemene dienst van de gemeente.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college stelt in een lokale regeling nadere regels ter
                                uitvoering van dit artikel.</al></li>
              <li nr="3."><al>De ambtenaar die op 31 december 2012 in dienst is van de gemeente is
                                met ingang van 1 januari 2013 van rechtswege aangesteld in algemene
                                dienst van de gemeente.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201201481</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 2:1B</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar is – nadat hij is gehoord – verplicht om in het belang
                                van de dienst een andere passende functie te aanvaarden. Een
                                passende functie is een functie die de ambtenaar redelijkerwijs in
                                verband met zijn persoonlijkheid, zijn omstandigheden en de voor hem
                                bestaande vooruitzichten kan worden opgedragen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien het college dit in het belang van de dienst nodig acht, is de
                                ambtenaar verplicht om: </al><lijst>
                  <li nr="o"><al>a. tijdelijk niet tot zijn functie behorende werkzaamheden
                                        te verrichten, dan wel tijdelijk een andere functie waar te
                                        nemen; </al></li>
                  <li nr="o"><al>b. tijdelijk werkzaamheden te verrichten buiten de voor hem
                                        vastgestelde werktijden;</al></li>
                  <li nr="o"><al>c. beschikbaar te zijn buiten de voor zijn functie
                                        vastgestelde werktijden. </al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Voor het, gedurende onbepaalde tijd periodiek verrichten van deze
                        beschikbaarheidsdiensten wordt de ambtenaar schriftelijk aangewezen, indien
                        deze diensten ten minste op gemiddeld zestig kalenderdagen in een periode
                        van twaalf maanden zullen moeten worden verricht, hetgeen uit de
                        schriftelijke aanwijzing moet blijken.</al>
            <lijst>
              <li nr="3."><al>Wanneer de ambtenaar meent, dat in verband met zijn persoonlijkheid
                                en omstandigheden de in het tweede lid bedoelde werkzaamheden
                                redelijkerwijs niet van hem kunnen worden gevergd, geeft hij –
                                onverminderd zijn verplichting om die werkzaamheden terstond aan te
                                vangen – daarvan door tussenkomst van het hoofd van dienst terstond
                                kennis aan het college, dat zo spoedig mogelijk een beslissing ter
                                zake neemt.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201201481</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Aanstelling: onderzoek naar bekwaamheid en geschiktheid</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 2:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voor aanstelling kan slechts in aanmerking komen hij van wie - na
                                een daartoe door of vanwege het tot aanstelling bevoegd
                                bestuursorgaan gehouden onderzoek - kan worden aangenomen, dat hij
                                in voldoende mate beschikt over de hoedanigheden tot het verrichten
                                van de hem op te dragen werkzaamheden.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college treft maatregelen, waardoor de vertrouwelijkheid van de
                                gegevens, ontvangen op grond van het in het eerste lid bedoelde
                                onderzoek, te allen tijde wordt gegarandeerd.</al></li>
              <li nr="3."><al>Voor aanstelling kan als vereiste worden gesteld, dat betrokkene in
                                het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de
                                Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. </al></li>
              <li nr="4."><al>De vreemdeling, zoals omschreven in de Vreemdelingenwet 2000 kan
                                slechts voor een aanstelling in aanmerking komen indien hij beschikt
                                over een tewerkstellingsvergunning tenzij hij van deze verplichting
                                is uitgesloten krachtens artikel 3 van de Wet arbeid vreemdelingen.
                            </al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: 2004001009, U201100883, U201300288</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Aanstelling: geneeskundig onderzoek</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 2:3</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Onverminderd artikel 2:2, kan het college bepalen dat voor bepaalde
                                functies, waarbij aan de vervulling van de functie bijzondere eisen
                                op het punt van de medische geschiktheid moeten worden gesteld,
                                aanstelling alleen mogelijk is na een geneeskundig onderzoek gericht
                                op de te vervullen functie, waaruit blijkt dat tegen het vervullen
                                van de functie uit medisch oogpunt geen bezwaren bestaan. Het
                                geneeskundig onderzoek wordt ingesteld door de geneeskundige(n),
                                daartoe aangewezen door het college. </al></li>
              <li nr="2."><al>De kosten van het geneeskundig onderzoek komen ten laste van de
                                gemeente.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: 2004001009, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Duur van de aanstelling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 2:4</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr=""><lijst>
                  <li nr="1."><al>De aanstelling geschiedt voor bepaalde of onbepaalde
                                        tijd.</al></li>
                  <li nr="2."><al>Vanaf de dag dat een reeks van twee of drie aanstellingen
                                        voor bepaalde tijd, die elkaar opvolgen met tussenpozen van
                                        ten hoogste 6 maanden, een periode van 24 maanden
                                        overschrijdt (de tussenpozen inbegrepen), geldt de laatste
                                        aanstelling met ingang van die dag als een aanstelling voor
                                        onbepaalde tijd.</al></li>
                  <li nr="3."><al>Vanaf de dag dat meer dan drie aanstellingen voor bepaalde
                                        tijd elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer
                                        dan 6 maanden, geldt de laatste aanstelling als een
                                        aanstelling voor onbepaalde tijd.</al></li>
                  <li nr="4."><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op elkaar
                                        opvolgende aanstellingen en arbeidsovereenkomsten tussen een
                                        ambtenaar en verschillende werkgevers, die, ongeacht of
                                        inzicht bestaat in de hoedanigheid of geschiktheid van de
                                        ambtenaar, ten aanzien van de verrichte arbeid
                                        redelijkerwijs geacht moeten worden elkaars opvolger te
                                        zijn.</al></li>
                  <li nr="5."><al>Voor de ambtenaar die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft
                                        bereikt, geldt de aanstelling als aanstelling voor
                                        onbepaalde tijd vanaf de dag waarop:</al></li>
                </lijst><lijst>
                  <li nr="a."><al>de aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar met tussenpozen
                                        van niet meer dan zes maanden hebben opgevolgd en een
                                        periode van 48 maanden, deze tussenpozen inbegrepen, hebben
                                        overschreden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>meer dan zes aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar
                                        hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan zes
                                        maanden.</al></li>
                </lijst><lijst>
                  <li nr="6."><al>Voor de vaststelling of de bedoelde periode of het aantal
                                        opvolgende aanstellingen is overschreden, worden alleen de
                                        aanstellingen in tijdelijke dienst in aanmerking genomen die
                                        zijn aangegaan na het bereiken van de AOW-gerechtigde
                                        leeftijd.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: CvA/2001002849, U201401851, U201500231, U201600259</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Bericht van aanstelling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 2:4:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar ontvangt voor zijn indiensttreding kosteloos het
                                bericht van aanstelling. Dit bericht vermeldt:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de gegevens genoemd in artikel II, tweede lid, onderdeel a
                                        tot en met j, van de wet van 2 december 1993 (Stb.
                                        1993,635);</al></li>
                  <li nr="b."><al>de geboortedatum en geboorteplaats van de ambtenaar; </al></li>
                  <li nr="c."><al>de aanstellingsgrond, indien de ambtenaar is
                                        aangesteld:</al><lijst>
                      <li nr="i."><al>in een tijdelijke aanstelling voor onbepaalde
                                                tijd;</al></li>
                      <li nr="ii."><al>in een aanstelling bij wijze van proef;</al></li>
                      <li nr="iii."><al>voor een project met een eenmalig en uniek
                                                karakter;</al></li>
                      <li nr="iv."><al>hoofdzakelijk ten behoeve van een wetenschappelijke
                                                of praktische opleiding of vorming;</al></li>
                      <li nr="v."><al>als vakantiekracht;</al></li>
                      <li nr="vi."><al>voor het verrichten van werkzaamheden in het kader
                                                van een door de overheid getroffen regeling, die het
                                                karakter draagt door een tijdelijke tewerkstelling
                                                de opneming in het arbeidsproces te bevorderen van
                                                personen, die behoren tot één of meer bepaalde
                                                groepen van werklozen;</al></li>
                      <li nr="vii."><al>als werkzoekende in tijdelijke dienst.</al></li>
                    </lijst></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Een wijziging bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt de
                                ambtenaar kosteloos meegedeeld.</al></li>
              <li nr="3."><al>De mededeling als bedoeld in het zesde lid van artikel II van de wet
                                van 2 december 1993 geschiedt kosteloos.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200515875, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vacatures</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 2:4:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vervulling van een vacature geschiedt bij voorkeur uit het
                                personeel van de gemeente, tenzij naar het oordeel van het tot
                                aanstelling bevoegde bestuursorgaan het dienstbelang zich daartegen
                                verzet.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het bepaalde in het vorige lid van dit artikel is van
                                overeenkomstige toepassing op degenen die een uitkering krachtens
                                hoofdstuk 10a en 10d genieten ten laste van de gemeente.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: U2008001112</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 2:4:3</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2001002849</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Arbeidsovereenkomst</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 2:5</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Door het college kan met een persoon slechts een arbeidsovereenkomst
                                naar burgerlijk recht worden aangegaan voor het bij oproep
                                verrichten van werkzaamheden van een in aard en omvang wisselend
                                karakter.</al></li>
              <li nr="2."><al>De arbeidsovereenkomst wordt schriftelijk aangegaan, in tweevoud
                                opgemaakt en door beide partijen ondertekend.</al></li>
              <li nr="3."><al>Artikel 125h van de Ambtenarenwet is van overeenkomstige toepassing
                                op de persoon met wie een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is
                                gesloten.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200800453</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 2:5:1</vet>
            </al>
            <al>Ten aanzien van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 2:5 zijn de
                        artikelen 2:1 tot en met 2:4:2 van overeenkomstige toepassing.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2001002849 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Minimum-urengarantie bij oproepkrachten</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 2:5:2</vet>
            </al>
            <al>De overeenkomst kent een minimum-urengarantie. Per oproep wordt een minimum
                        van 2 uur gegarandeerd en op maandbasis wordt uitbetaling van minimaal 15
                        uur gegarandeerd. De middeling van gewerkte uren vindt per kwartaal plaats
                        indien in de maanden van het betreffende kwartaal meer of minder uren wordt
                        gewerkt.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2001002849</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Inhoud oproepovereenkomst</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 2:5:3</vet>
            </al>
            <al>De overeenkomst dient de volgende afspraken te bevatten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de werkgever verbindt zich, indien zich werkzaamheden voordoen die
                                een beroep op de arbeid van de oproepkracht rechtvaardigen, het
                                verrichten van deze werkzaamheden aan de oproepkracht aan te
                                bieden;</al></li>
              <li nr="b."><al>de oproepkracht verbindt zich in beginsel de werkzaamheden - na
                                daartoe opgeroepen te zijn - te verrichten; </al></li>
              <li nr="c."><al>een oproep door de werkgever dient ten minste 24 uur voor de aanvang
                                van de feitelijke werkzaamheden aan de oproepkracht kenbaar gemaakt
                                te worden. Daarbij dient de werkgever de omvang van de werkzaamheden
                                zo nauwkeurig mogelijk aan te geven;</al></li>
              <li nr="d."><al>de werkgever verbindt zich in de overeenkomst de tijden te
                                vermelden, waarbinnen de werkzaamheden kunnen worden verricht;</al></li>
              <li nr="e."><al>een oproep kan door de werkgever worden afgezegd en door de
                                oproepkracht worden geweigerd, indien de afzegging respectievelijk
                                de weigering uiterlijk twaalf uur voor de aanvang van de feitelijke
                                werkzaamheden aan de wederpartij kenbaar wordt gemaakt. Indien
                                afzegging plaatsvindt zonder de termijn van twaalf uur in acht te
                                nemen, is de werkgever gehouden loon te betalen als ware de
                                werkzaamheden feitelijk vervuld. Indien weigering plaatsvindt zonder
                                de termijn van twaalf uur in acht te nemen, maakt de oproepkracht
                                zich schuldig aan plichtsverzuim;</al></li>
              <li nr="f."><al>indien gedurende een omschreven periode de oproepkracht niet heeft
                                gewerkt, terwijl de werkgever de oproepkracht ten minste een
                                omschreven aantal malen daartoe heeft opgeroepen, en de oproepkracht
                                alsdan niet verhinderd was werkzaam te zijn wegens ziekte, kan
                                genoemde omstandigheid gelden als grond voor ontslag van de
                                oproepkracht op grond van artikel 8:13.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2001002849, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Betaling bij ziekte van de oproepkracht</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 2:5:4</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De gemeente verbindt zich het salaris en de toegekende
                                salaristoelage(n) van de oproepkracht te baseren op de minimum
                                afspraken zoals geformuleerd in artikel 2:5:2. </al></li>
              <li nr="2."><al>Het salaris en de toegekende salaristoelage(n) die de oproepkracht
                                geniet, daaronder begrepen de vakantietoelage, worden uitgedrukt in
                                een bedrag per uur. </al></li>
              <li nr="3."><al>Ingeval de oproepkracht aanspraak maakt op een uitkering ingevolge
                                hoofdstuk 7, wordt als berekeningsbasis voor de uitkering uitgegaan
                                van het inkomen dat gemiddeld is genoten gedurende het
                                kalenderkwartaal, voorafgaand aan het tijdstip waarop de ziekte is
                                ontstaan. Ingeval het arbeidspatroon in bedoeld kalenderkwartaal in
                                belangrijke mate afwijkt van het arbeidspatroon in een voorafgaand
                                kwartaal, wordt uitgegaan van het inkomen dat is genoten gedurende
                                een kalenderkwartaal dat een getrouw beeld geeft van het gemiddelde
                                arbeidspatroon van de oproepkracht.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: 2001002849, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 2:5:5</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2001002849 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 2:5:6</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2001002849</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 2:5:7</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2001002849</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 2:5:8</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Oproepkrachten</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 2:5:9</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2001002849</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 2:5:10</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2001002849</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 2:5:11</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2001002849</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 2:5:12</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2001002849</al>
            <al>
              <vet>Inwerkingtreding</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 2:5:13</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2001002849</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overgangsrecht</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 2:6</vet>
            </al>
            <al>Op aanstellingen die op 1 juli 2015 voldoen aan de voorwaarden van artikel
                        2:4 (oud), wordt artikel 2:4 (nieuw) pas van toepassing indien een volgende
                        aanstelling wordt aangegaan binnen een periode van ten hoogste zes maanden
                        na het einde van de laatste aanstelling.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2001002849, U201401851</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Aanpassing arbeidsduur</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 2:7</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Overeenkomstig de Wet flexibel werken heeft een persoon die is
                                aangesteld als ambtenaar of met wie een arbeidsovereenkomst is
                                aangegaan, het recht de formele arbeidsduur per week te verminderen
                                of de formele arbeidsduur per week uit te breiden tot het aantal uur
                                van een volledige betrekking, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of
                                dienstbelangen zich hiertegen verzetten.</al></li>
              <li nr="2."><al>Overeenkomstig de Wet flexibel werken heeft een persoon die is
                                aangesteld als ambtenaar of met wie een arbeidsovereenkomst is
                                aangegaan, het recht de werktijden aan te passen, tenzij
                                zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich hiertegen
                                verzetten.</al></li>
              <li nr="3."><al>Overeenkomstig de Wet flexibel werken kan een persoon die is
                                aangesteld als ambtenaar of met wie een arbeidsovereenkomst is
                                aangegaan het college verzoeken tot aanpassing van zijn
                                arbeidsplaats.</al></li>
              <li nr="4."><al>De bepaling in lid 1 geldt niet voor de ambtenaar of de persoon met
                                wie een arbeidsovereenkomst is aangegaan die de AOW-gerechtigde
                                leeftijd heeft bereikt.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009, U201600259</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 2:7a</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Op verzoek van het college kan de arbeidsduur van een ambtenaar die
                                is aangesteld voor een formele arbeidsduur van 36 uur per week,
                                worden verruimd naar maximaal 40 uur per week.</al></li>
              <li nr="2."><al>Bij een verruiming van de arbeidsduur geldt dat:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>- de verruiming van de arbeidsduur plaatsvindt gedurende een
                                        vooraf te bepalen periode;</al></li>
                  <li nr="2."><al>- het salaris evenredig wordt verhoogd;</al></li>
                  <li nr="3."><al>- de vakantieduur evenredig wordt verhoogd;</al></li>
                  <li nr="4."><al>- de pensioenopbouw evenredig wordt verhoogd;</al></li>
                  <li nr="5."><al>- de minimum vakantietoelage als bedoeld in artikel 6:3,
                                        tweede lid, sub a, evenredig wordt verhoogd;</al></li>
                  <li nr="6."><al>- de minimale eindejaarsuitkering als bedoeld in artikel
                                        3:18a, eerste lid, evenredig wordt verhoogd;</al></li>
                  <li nr="7."><al>- instemming van de ambtenaar is vereist;</al></li>
                  <li nr="8."><al>- artikel 4a:2 in de bepaalde periode niet van toepassing
                                        is.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Wanneer het eerste lid van dit artikel wordt toegepast, meldt het
                                college dit vooraf aan de OR.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het college rapporteert jaarlijks in het sociaal jaarverslag over
                                het gebruik van de uitbreidingsmogelijkheid van de arbeidsduur naar
                                maximaal 40 uur. Deze rapportage wordt ter bespreking voorgelegd aan
                                de OR.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200800305, U200800645, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Aanstelling na 65 jaar</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 2:8</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2004003238 </al>
            <al/>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>SALARIS, VERGOEDINGEN, TOELAGEN EN UITKERINGEN</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>
              <vet>§ 1. Algemene bepalingen </vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:1 Functies en functiewaardering</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college stelt de functies vast die door ambtenaren binnen de
                                gemeentelijke organisatie kunnen worden bekleed.</al></li>
              <li nr="2."><al>Elke functie wordt beschreven op basis van een
                                functiewaarderingssysteem.</al></li>
              <li nr="3."><al>Voor elke functie stelt het college een functieschaal vast op basis
                                van een functiewaarderingssysteem.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: CvA/U200515560, U201500965</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:2 Recht op Salaris, vergoedingen, salaristoelagen en
                            uitkeringen</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Zolang zijn aanstelling duurt heeft een ambtenaar recht op salaris,
                                vergoedingen, toelagen en uitkeringen overeenkomstig dit hoofdstuk.
                                Dit recht bestaat niet over de tijd dat de ambtenaar in strijd met
                                zijn verplichtingen opzettelijk nalaat arbeid te verrichten.</al></li>
              <li nr="2."><al>De uitbetaling van het salaris, de vergoedingen, de toelagen en de
                                uitkeringen vindt plaats per maand, tenzij in deze regeling anders
                                is bepaald.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201300476, U201500965</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 2 Salaris</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:3 Vaststelling salaris</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college stelt het salaris van een ambtenaar vast aan de hand van
                                zijn functieschaal, op grond van zijn ervaring, geschiktheid en
                                bekwaamheid. Het salaris wordt vastgesteld met aanduiding van een
                                periodiek in de functieschaal.</al></li>
              <li nr="2."><al>Als een ambtenaar in een functie wordt geplaatst zonder dat hij al
                                voldoet aan alle daarvoor geldende eisen ten aanzien van opleiding,
                                ervaring en bekwaamheid, kan zijn salaris overeenkomstig de eerst
                                lagere salarisschaal dan de functieschaal worden vastgesteld.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: 607820, U201300476, U201500965, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:4 Salarisverhoging</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Aan een ambtenaar wordt een salarisverhoging naar de volgende
                                periodiek toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de ambtenaar functioneert voldoende;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de ambtenaar heeft het maximum van de functieschaal nog niet
                                        bereikt;</al></li>
                  <li nr="c."><al>er zijn twaalf maanden verstreken sinds zijn aanstelling ,
                                        zijn laatste periodieke salarisverhoging of zijn
                                        promotie.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan aan toekenning van een periodieke salarisverhoging
                                aanvullende voorwaarden stellen.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het college kan een ambtenaar een extra periodieke salarisverhoging
                                toekennen.</al></li>
              <li nr="4."><al>In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel c, kan het
                                college voor de ambtenaar of voor groepen ambtenaren een vaste
                                verhogingsdatum vaststellen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009; U201300476, U201500965</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:5 Verlaging salarisschaal</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Zonder voorafgaand ontslag kan voor de ambtenaar geen salarisschaal
                                gaan gelden met een lager maximumsalaris, tenzij hiervoor in deze
                                regeling, of andere wet- en regelgeving, een grond aanwezig is.</al></li>
              <li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid kan een ambtenaar met zijn
                                instemming worden herplaatst in een functie waaraan een lagere
                                schaal is verbonden met een overeenkomstige aanpassing van het
                                salaris. </al></li>
              <li nr="3."><al>In afwijking van het eerste lid kan de ambtenaar, door toepassing
                                van artikel 7:16, tweede lid, herplaatst worden in een functie met
                                een lager maximumsalaris met een overeenkomstige aanpassing van het
                                salaris. </al></li>
              <li nr="4."><al>In afwijking van het eerste lid kan de ambtenaar, door toepassing
                                van hoofdstuk 10d, herplaatst worden in een functie met een lager
                                maximumsalaris en een mogelijk overeenkomstige aanpassing van het
                                salaris, voor zover geregeld in een sociaal plan of sociaal statuut.
                            </al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: ARZ/601519, U201500965</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:6 Inpassing in hogere schaal</vet>
            </al>
            <al>De ambtenaar die door promotie naar een hogere salarisschaal overgaat, heeft
                        vanaf de dag dat de promotie ingaat recht op een hoger salaris.</al>
            <al>briefnummer: U200800195 en U201001449 en U201500965</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:7 Uitloopschaal</vet>
            </al>
            <al>Doorgroei in een uitloopschaal is mogelijk wanneer dit op 31 december 2015
                        in een lokale regeling was vastgelegd. De uitloopschaal is één schaal hoger
                        dan de functieschaal. In de lokale regeling worden voorwaarden en regels
                        gesteld die van toepassing zijn op de instroom in- en het doorlopen van de
                        uitloopschaal.</al>
            <al>Briefnummer: U201500965</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 3 Salaristoelagen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 3:8 Functioneringstoelage</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan aan een ambtenaar die meerdere jaren zeer goed of
                                uitstekend heeft gefunctioneerd en/of bijzondere prestaties heeft
                                geleverd, en die het maximum van zijn functieschaal heeft bereikt,
                                een functioneringstoelage toekennen.</al></li>
              <li nr="2."><al>De toelage wordt voor maximaal een jaar toegekend. Bij het
                                voortduren van de gronden waarop de toelage is toegekend, kan deze
                                opnieuw worden toegekend.</al></li>
              <li nr="3."><al>De toelage bedraagt ten hoogste 10% van het salaris.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201300476, U201500965</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:9 Arbeidsmarkttoelage</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan aan een ambtenaar een arbeidsmarkttoelage toekennen
                                om hem in dienst te kunnen nemen of te behouden, als schaarste op de
                                arbeidsmarkt daartoe aanleiding geeft en er in het betreffende
                                vakgebied sprake is van een ernstig tekort aan personeel.</al></li>
              <li nr="2."><al>De toelage wordt toegekend voor een periode die van tevoren is
                                vastgesteld, met een maximum van 3 jaar.</al></li>
              <li nr="3."><al>De toelage bedraagt ten hoogste 10% van het salaris.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201500965, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:10 Waarnemingstoelage</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien een ambtenaar wordt aangewezen om een functie waar te nemen
                                met een hogere functieschaal, wordt hem voor de periode van
                                waarneming een waarnemingstoelage toegekend. Deze bepaling geldt
                                niet als de waarneming deel uitmaakt van de eigen functie.</al></li>
              <li nr="2."><al>Bij volledige waarneming van de functie is het bedrag van de toelage
                                gelijk aan het verschil tussen het salaris dat de ambtenaar geniet
                                en het salaris dat hij zou genieten als hij bij de start van de
                                waarneming in de hogere schaal zou zijn ingedeeld.</al></li>
              <li nr="3."><al>Bij gedeeltelijke waarneming wordt de toelage naar evenredigheid
                                toegekend.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201500965</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:11 Toelage onregelmatige dienst</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die valt onder de bijzondere regeling voor de
                                werktijden (artikel 4:3) heeft recht op een toelage die wordt
                                uitgedrukt in een percentage van het uurloon gedurende de volgende
                                tijdvakken van de week: </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="o"><al>maandag tot en met vrijdag tussen 06.00 en 08.00 uur en tussen 18.00
                                uur en 22.00 uur: 20% </al></li>
              <li nr="o"><al>maandag tot en met vrijdag tussen 0.00 en 06.00 uur en tussen 22.00
                                en 24.00 uur: 40% </al></li>
              <li nr="o"><al>zaterdag tussen 0.00 en 24.00 uur: 40% </al></li>
              <li nr="o"><al>zondag en op de feestdagen genoemd in artikel 4:5 derde lid tussen
                                0.00 en 24.00 uur: 65% </al></li>
            </lijst>
            <al>Het uurloon is voor de toepassing van dit artikel maximaal gelijk aan het
                        uurloon dat behoort bij het maximumsalaris van salarisschaal 6. </al>
            <lijst>
              <li nr="2."><al>De ambtenaar heeft geen recht op een toelage, als hij in een week
                                slechts op één aaneengesloten periode van ten hoogste 3 uur in een
                                van de in lid 1 genoemde tijdvakken heeft gewerkt.</al></li>
              <li nr="3."><al>Over de uren waarover een toelage onregelmatige dienst wordt
                                uitbetaald, kan niet tegelijkertijd een overwerkvergoeding (artikel
                                3:18) worden uitbetaald. </al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201500965, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:12 Buitendagvenstertoelage</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die valt onder de standaardregeling voor de werktijden
                                en die door het college is aangewezen om te werken buiten het
                                dagvenster (artikel 4:2, tweede lid), heeft recht op een buiten dag
                                venstertoelage.</al></li>
              <li nr="2."><al>De buiten dag venstertoelage bedraagt: </al><lijst>
                  <li nr="o"><al>50% van het uurloon van de ambtenaar over de gewerkte uren
                                        buiten het dagvenster tussen maandag 00:00 uur en vrijdag
                                        24:00 uur;</al></li>
                  <li nr="o"><al>75% van het uurloon van de ambtenaar over de uren gewerkt op
                                        zaterdag;</al></li>
                  <li nr="o"><al>100% van het uurloon van de ambtenaar over de uren gewerkt
                                        op zondag en op de feestdagen genoemd in artikel 4:5, derde
                                        lid.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>De ambtenaar die een functie bekleedt met functieschaal 11 of hoger
                                heeft geen recht op een buitendagvenstertoelage</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201500965</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:13 Toelage beschikbaarheidsdienst</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die buiten de voor hem geldende werktijden
                                beschikbaarheidsdienst heeft, ontvangt een toelage
                                beschikbaarheidsdienst.</al></li>
              <li nr="2."><al>De toelage bedraagt 5% van het uurloon voor de uren op maandag tot
                                en met vrijdag en 10% van het uurloon voor de uren op zaterdag,
                                zondag en op de feestdagen genoemd in artikel 4:5 derde lid.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het uurloon, is voor de toepassing van dit artikel maximaal gelijk
                                aan het uurloon dat behoort bij het maximumsalaris van salarisschaal
                                7. </al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201500965</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:14 Inconveniëntentoelage</vet>
            </al>
            <al>Het college kan aan een ambtenaar een inconveniëntentoelage toekennen,
                        indien er sprake is van niet vermijdbare zware, onaangename of gevaarlijke
                        arbeid.</al>
            <al>Briefnummer: U201500965</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:15 Garantietoelage</vet>
            </al>
            <al>Het college kan aan een ambtenaar die wordt geconfronteerd met een lager
                        salaris en/of salaristoelagen, een garantietoelage toekennen.</al>
            <al>Briefnummer: U201500965</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:16 Afbouwtoelage</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar van wie buiten zijn toedoen de toelage onregelmatige
                                dienst, de toelage beschikbaarheidsdienst, en/of de
                                inconveniëntentoelage blijvend wordt verlaagd of beëindigd, heeft
                                recht op een afbouwtoelage indien </al><lijst>
                  <li nr="o"><al>hij de toelage(n) zonder onderbreking van meer dan twee
                                        maanden gedurende tenminste drie jaren heeft genoten én</al></li>
                  <li nr="o"><al>met de verlaging of beëindiging van de toelage(n) een bedrag
                                        is gemoeid van tenminste 3% van zijn salaris.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing: </al><lijst>
                  <li nr="o"><al>op ambtenaren op wie het FLO-overgangsrecht (hoofdstuk 9a,
                                        9b, 9d of 9e) van toepassing is, of</al></li>
                  <li nr="o"><al>indien voor de ambtenaar voorzieningen zijn getroffen in een
                                        sociaal plan.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>De looptijd van de afbouwtoelage is maximaal drie jaar. De
                                afbouwtoelage bedraagt in het eerste jaar 75%, in het tweede jaar
                                50% en in het derde jaar 25% van het af te bouwen bedrag.</al></li>
              <li nr="4."><al>Indien de hoogte van de af te bouwen toelage(n) aan wisselingen
                                onderhevig was, wordt de afbouwtoelage vastgesteld op het gemiddelde
                                van de voorgaande 12 maanden.</al></li>
              <li nr="5."><al>Indien het salaris van de ambtenaar wordt verhoogd doordat hij een
                                functie aanvaardt waaraan een hogere salarisschaal is verbonden,
                                wordt de afbouwtoelage verrekend met de salarisverhoging. </al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201500965, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§4 Overige vergoedingen en uitkeringen</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:17 Vergoeding BHV, EHBO en interventieteam</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die door het college is aangewezen om tevens werkzaam
                                te zijn als bedrijfshulpverlener als bedoeld in artikel 15 van de
                                Arbeidsomstandighedenwet, EHBO-er, of als lid van een anti-agressie-
                                of interventieteam, ontvangt een vergoeding indien hij de taken in
                                verband met bedrijfshulpverlening in voldoende omvang verricht.</al></li>
              <li nr="2."><al>De vergoeding bedraagt € 220,00 per jaar. </al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201500965, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:18 Overwerkvergoeding</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die overwerk verricht en valt onder de bijzondere
                                regeling voor de werktijden (artikel 4:4), heeft recht op een
                                overwerkvergoeding. Over de uren waarover een overwerkvergoeding
                                wordt uitbetaald, kan niet tegelijk een toelage onregelmatige dienst
                                (artikel 3:11) worden uitbetaald.</al></li>
              <li nr="2."><al>De overwerkvergoeding bestaat uit:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>verlof gelijk aan het aantal volle uren van het overwerk,
                                    </al></li>
                  <li nr="b."><al>het bedrag over het aantal volle uren overwerk ter hoogte
                                        van het volgende percentage van het uurloon van de
                                        ambtenaar: </al></li>
                  <li nr="o"><al>100% voor overwerk op een zondag of feestdag (artikel 4:5)
                                        tussen 0.00 en 24.00 uur;</al></li>
                  <li nr="o"><al>75% voor overwerk op een zaterdag tussen 0.00 en 24.00
                                        uur;</al></li>
                  <li nr="o"><al>75% voor overwerk op een maandag of de dag volgend op een
                                        feestdag tussen 0.00 en 6.00 uur;</al></li>
                  <li nr="o"><al>50% voor overwerk op een dinsdag, woensdag, donderdag of
                                        vrijdag tussen 0.00 en 6.00 uur;</al></li>
                  <li nr="o"><al>50% voor overwerk op een maandag, dinsdag, woensdag
                                        donderdag of vrijdag tussen 20.00 en 24.00 uur;</al></li>
                  <li nr="o"><al>25% voor overwerk op maandag dinsdag, woensdag, donderdag of
                                        vrijdag tussen 6.00 en 20.00 uur. </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Het verlof, bedoeld in het vorige lid, wordt verleend op een zo
                                vroeg mogelijk tijdstip. Op verzoek van de ambtenaar en voor zover
                                de belangen van de dienst dit toelaten wordt het verlof verleend op
                                een tijdstip dat de ambtenaar wenst.</al></li>
              <li nr="4."><al>Kan geen verlof worden verleend in overeenstemming met het derde
                                lid, dan bestaat de vergoeding uitsluitend uit een bedrag, dat
                                bestaat uit het uurloon, vermeerderd met een percentage van het
                                uurloon conform het tweede lid onder b.</al></li>
              <li nr="5."><al>De ambtenaar op wie de bijzondere regeling voor de werktijden van
                                toepassing is en die tijdens de beschikbaarheidsdienst wordt
                                opgeroepen, ontvangt over de gewerkte tijd een overwerkvergoeding.
                            </al></li>
              <li nr="6."><al>De ambtenaar die een functie bekleedt met functieschaal 11 of hoger
                                heeft geen recht op een overwerkvergoeding. </al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201500965, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:18a Eindejaarsuitkering</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar heeft recht op een eindejaarsuitkering ten bedrage van
                                6,0 % van het voor hem in een kalenderjaar geldende salaris op
                                jaarbasis. De uitkering bedraagt bij een volledige betrekking
                                minimaal € 1.750,--. Bij een deeltijd betrekking wordt dit bedrag
                                naar rato vastgesteld.</al></li>
              <li nr="2."><al>De eindejaarsuitkering wordt eenmaal per kalenderjaar in de maand
                                december betaald.</al></li>
              <li nr="3."><al>Bij indiensttreding na 1 januari van een kalenderjaar bouwt de
                                ambtenaar naar evenredigheid aanspraken op een eindejaarsuitkering
                                op. Bij ontslag van de ambtenaar vindt betaling van de
                                eindejaarsuitkering plaats over het gedeelte van het kalenderjaar
                                dat de ambtenaar in dienstverband werkzaam is geweest.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201500965</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:19 Ambtsjubileum</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Een ambtenaar ontvangt éénmalig een jubileumtoelage zodra hij 25, 40
                                en 50 jaar in overheidsdienst is. Onder overheidsdienst wordt
                                verstaan de tijd die hij in dienst is geweest bij een bij het ABP
                                aangesloten werkgever.</al></li>
              <li nr="2."><al>Bij 25 jaar overheidsdienst bedraagt de toelage de helft van het
                                maandsalaris over de maand van jubileren, plus de vakantietoelage
                                berekend over deze maand en de in deze maand toegekende
                                salaristoelagen. Bij 40 en 50 jaar overheidsdienst bedraagt de
                                toelage het maandsalaris over de maand van jubileren, plus de
                                vakantietoelage en de toegekende salaristoelagen.</al></li>
              <li nr="3."><al>Een ambtenaar aan wie ontslag wordt verleend op grond van artikel
                                8:3 of 8:4 CAR: en die binnen vijf jaar na de datum van ontslag,
                                maar voor het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd recht zou
                                hebben gehad op een jubileumtoelage, ontvangt een evenredig deel van
                                de toelage. In dat geval wordt de laatste maand vóór de datum van
                                ingang van het ontslag als de maatgevende maand aangemerkt. </al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201500965, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:20 Beloning uitstekend functioneren en/of bijzondere
                            prestaties</vet>
            </al>
            <al>Het college kan aan een ambtenaar of een groep ambtenaren eenmalig een
                        geldbedrag toekennen voor uitstekend functioneren en/of geleverde bijzondere
                        prestaties.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:21 Reis- en verblijfkostenvergoeding</vet>
            </al>
            <al>Een ambtenaar heeft recht op vergoeding voor reis- en verblijfkosten voor
                        reizen die hij heeft gemaakt in het belang van de dienst. Bij gebruik van
                        het openbaar vervoer is de vergoeding op basis van het 2e klasse
                        tarief.</al>
            <al>Briefnummer: U201500965</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:22 Reiskostenvergoeding woon-werkverkeer</vet>
            </al>
            <al>Het college kan een ambtenaar een reiskostenvergoeding woon-werkverkeer
                        toekennen.</al>
            <al>Briefnummer: U201500965</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:23 Overlijdensuitkering</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het recht op salaris vermeerderd met de toegekende salaristoelagen
                                eindigt de dag na het overlijden van de ambtenaar.</al></li>
              <li nr="2."><al>Na het overlijden van de ambtenaar ontvangt de achterblijvende
                                partner – of bij het ontbreken daarvan diens minderjarige kinderen —
                                een overlijdensuitkering, die bestaat uit: driemaal het laatst
                                genoten salaris vermeerderd met de vakantietoelage en de toegekende
                                salaristoelagen;</al></li>
              <li nr="3."><al>Zijn er geen nagelaten betrekkingen zoals genoemd in het voorgaande
                                lid dan wordt de overlijdensuitkering uitgekeerd aan de
                                meerderjarige kinderen, ouders, broers of zusters waarvoor de
                                overledene kostwinner was.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201500965, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:24 Uitkering bij overlijden als gevolg van een ongeval in en
                            door de dienst</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien de ambtenaar overlijdt en zijn overlijden een rechtstreeks
                                gevolg is van een ongeval in en door de dienst, dan wordt aan de
                                achterblijvende partner een uitkering verstrekt. Indien de
                                overledene geen partner nalaat, wordt de uitkering verstrekt aan de
                                minderjarige kinderen.</al></li>
              <li nr="2."><al>De uitkering bedraagt één jaarsalaris, vermeerderd met de
                                vakantietoelage en de toegekende salaristoelagen, berekend over de
                                12 kalendermaanden onmiddellijk voorafgaande aan de maand van
                                overlijden.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien het college een verzekering heeft afgesloten die tot
                                uitkering komt als de ambtenaar overlijdt als gevolg van een ongeval
                                in en door de dienst, bedraagt de uitkering in afwijking van het
                                tweede lid het bedrag waarvoor het college zich heeft verzekerd, met
                                een minimum ter grootte van de in het tweede lid genoemde
                                uitkering.</al></li>
              <li nr="4."><al>Zijn er geen nagelaten betrekkingen zoals genoemd in het eerste lid
                                dan wordt de overlijdensuitkering uitgekeerd aan de meerderjarige
                                kinderen, ouders, broers of zusters waarvoor de overledene
                                kostwinner was.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201500965, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:25 Recht op tegemoetkoming in de kosten van de
                            zorgverzekering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>(niet van toepassing op ambtenaren in dienst
                                </cursief>
              </vet>
              <vet>
                <cursief>van de gemeenten Amsterdam en Den
                                Haag)</cursief>
              </vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar, die een aanvullende verzekering Extra Zorg 3 of Extra
                                Zorg 4 bij IZA Zorgverzekeraar NV, of Mijn Keuze 3 of Mijn Keuze 4
                                bij Zilveren Kruis Achmea heeft, heeft recht op een tegemoetkoming
                                in zijn ziektekosten.</al></li>
              <li nr="2."><al>De tegemoetkoming in de ziektekosten wordt eenmaal per kalenderjaar
                                in de maand december uitbetaald.</al></li>
              <li nr="3."><al>Bij indiensttreding op of na 1 januari van een kalenderjaar heeft de
                                ambtenaar naar evenredigheid recht op een tegemoetkoming in de
                                ziektekosten. </al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201500965, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:26 Hoogte tegemoetkoming in de kosten van de
                            zorgverzekering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>(niet van toe</cursief>
              </vet>
              <vet>
                <cursief>passing op
                                ambtenaren in dienst </cursief>
              </vet>
              <vet>
                <cursief>van de gemeenten
                                Amsterdam en Den Haag)</cursief>
              </vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De tegemoetkoming in de ziektekosten is € 168,= per jaar.</al></li>
              <li nr="2."><al>De tegemoetkoming in de ziektekosten is € 296,= per jaar als het
                                salaris van de ambtenaar lager is dan of gelijk is aan het bedrag
                                dat hoort bij de hoogste periodiek van schaal 6.</al></li>
              <li nr="3."><al>De ambtenaar die gedurende het jaar in dienst treedt of ontslagen
                                wordt ontvangt een tegemoetkoming in de ziektekosten naar rato van
                                de tijd dat hij in dienst is geweest.</al></li>
              <li nr="4."><al>De peildatum voor de vergelijking van het tweede lid is de maand
                                december. Voor de ambtenaar die gedurende het jaar uit dienst treedt
                                is de peildatum voor de vergelijking van het tweede lid de laatste
                                maand dat de ambtenaar in dienst is geweest.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201500965, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 5 Individeel keuzebudget (gereserveerd)</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 6 Overgangsrecht</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 3:27 Overgangsrecht hoofdstuk 3 met toelichting per 1 januari
                            2016</vet>
            </al>
            <al>Garantietoelagen en afbouwtoelagen die uiterlijk op 31 december 2015 zijn
                        ingegaan worden gecontinueerd onder de voorwaarden waaronder ze zijn
                        toegekend.</al>
            <al/>
            <al>
              <cursief>
                <vet>Toelichting</vet>:</cursief>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>1a. Bestaande garantietoelage en afbouwtoelagen.</vet>
            </al>
            <al>Hiermee hebben LOGA-partijen bedoeld dat toelagen – ongeacht de benaming –
                        die naast het salaris structureel onderdeel uitmaken van het vaste inkomen
                        van de betreffende ambtenaar en van oorsprong bedoeld zijn om een terugval
                        in salaris of emolumenten en toelagen – niet zijnde onkostenvergoedingen –
                        op te vangen, niet vervallen bij invoering van het nieuwe hoofdstuk 3. De
                        toelage is met andere woorden onderdeel van het salaris en mag daarom niet
                        worden meegenomen in de toelage overgangsrecht H3 (hierna: TOR) zoals
                        geregeld in dit overgangsrecht. Deze toelagen wordt gecontinueerd na
                        invoering van hoofdstuk 3 per 1 januari 2016 en vinden vanaf dat moment hun
                        grondslag in artikel 3:15. ‘Onder de voorwaarden waaronder ze zijn
                        toegekend’ geeft aan dat de afspraken die golden bij toekenning (indexatie,
                        duur, afbouw) ook na 1 januari 2016 van toepassing blijven. </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>1b. Tijdelijke toelage met schriftelijke overeengekomen einddatum.
                        </vet> Een tijdelijke toelage die niet langer kan worden gebaseerd op een
                        rechtsgrond omdat hij niet voorkomt in hoofdstuk 3 of een toelage met een
                        hogere grondslag en die niet te kwalificeren is als de garantietoelage zoals
                        in punt 1a bedoeld, maar die zich ook niet leent om te worden opgenomen in
                        de TOR, kan eveneens worden voortgezet volgens de condities zoals die golden
                        op het moment dat de toelage werd vastgesteld. Voorwaarde is dat de toelage
                        tijdelijk is en dat de einddatum of gebeurtenis tijdens welke de tijdelijke
                        toelage wordt betaald schriftelijk is vastgelegd in een besluit. Een
                        voorbeeld hiervan is een lager leidinggevende toelage zoals sommige
                        gemeenten die kennen: in afwachting van een verwachte stap in de carrière
                        wordt aan een medewerker die kan doorgroeien naar een managementfunctie een
                        toelage gegeven voor maximaal 4 jaar. Deze toelage kent hoofdstuk 3 niet.
                        Opname in de TOR zou er toe leiden dat deze evident als tijdelijk bedoelde
                        toelage eeuwig in een TOR wordt vervat. Dus tijdelijke toelagen met een
                        schriftelijk vastgelegde einddatum lopen gewoon door conform de afspraken en
                        tot de vastgelegde einddatum. </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>2. </vet>
              <vet>Het brandweerpersoneel bij de veiligheidsregio’s
                            wordt uitgezonderd van het nieuwe beloningshoofdstuk met uitzondering
                            van het IKB, tenzij in het overleg van de Brandweerkamer met de
                            vakbonden anders wordt besloten.</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>3. </vet>
              <vet>Lokale financiële
                            arbeidsvoorwaarden</vet>
              <vet>
                <sup>1</sup>
              </vet>
              <vet> die op al het
                            personeel binnen een gemeente worden toegepast op 31 december 2015 en
                            die zijn opgenomen in de lokale bezoldigingsverordening of
                            rechtspositieregeling, vervallen voor het personeel dat vanaf 1 januari
                            2016 in dienst komt. Voor het zittende personeel wordt deze omgezet in
                            een vast bedrag: de toelage overgangsrecht H3 (jaarbedrag) deel
                        1.</vet>
            </al>
            <al>
              <cursief>Toelichting:</cursief>Lokale arbeidsvoorwaarden vervallen
                        voor zover ze niet terugkeren in hoofdstuk 3, conform de formulering in
                        hoofdstuk 3.</al>
            <al>
              <sup>1</sup> Bruto blijft bruto, netto blijft netto. </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>4. </vet>
              <vet>Voor alle overige financiële arbeidsvoorwaarden die
                            in de lokale bezoldigingsverordening of rechtspositieregeling zijn
                            opgenomen (en dus bij de invoering van hoofdstuk 3 nog bestaan) en die
                            per 1 januari 2016 vervallen of dan in hoogte wijzigen, wordt op basis
                            van het refertejaar 2014 (roosters, overwerk, en alle andere relevante
                            factoren) voor elke medewerker die het betreft bepaald:</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>
                  <vet>hoe hoog het bedrag is dat de medewerker aan toelagen zou
                                    ontvangen volgens de bij overgang geldende regels voor
                                    toelagen/vergoedingen </vet>
                </al></li>
              <li nr="b."><al>
                  <vet>hoe hoog het bedrag is dat de medewerker aan toelagen zou
                                    ontvangen volgens de nieuwe systematiek. </vet>
                </al></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Het verschil vormt de toelage overgangsrecht H3 (jaarbedrag)
                        </vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>deel
                        2.</vet>
              <cursief>
                <vet>Toelichting:</vet>
              </cursief>
            </al>
            <al>Werkgevers waarbij tot 1 januari 2016 de grondslag van de vakantietoelage
                        meer beloningselementen (inclusief emolumenten) omvat dan het salaris en de
                        toegekende salaristoelagen, moeten bij het vaststellen van de TOR rekening
                        houden met het volgende. Als het daarbij gaat om beloningselementen, die met
                        de introductie van hoofdstuk 3 komen te vervallen of die worden verlaagd,
                        dienen de betreffende bedragen bij wijze van nadeelcompensatie vóór opname
                        in de TOR met 8% te worden verhoogd. In de onderdelen 3 en 4 is een
                        berekeningsmethode vastgelegd die recht doet aan het uitgangspunt dat het
                        nieuwe hoofdstuk 3 geen bezuinigingsmaatregel is. Medewerkers worden
                        gecompenseerd voor een eventuele teruggang in beloning. Behoudens de
                        garantie bedoeld in artikel 1 van het overgangsrecht en de tijdelijke
                        toelagen met een schriftelijk overeengekomen einddatum is daarom afgesproken
                        om medewerkers die al in dienst waren voor 1 januari 2016 te compenseren met
                        een TOR. Behoudens afkoop of vermindering van de aanstellingsomvang, blijft
                        de aanspraak op een TOR gedurende het dienstverband ongewijzigd bestaan. De
                        TOR is in 2 delen geknipt, maar het gaat niet om twee verschillende soorten
                        toelagen. De TOR 1 en de TOR 2 zijn feitelijk twee stappen die men in de
                        tijd achter elkaar zet om te bepalen wat de TOR voor de medewerker is. De
                        TOR 1 is een vast beloningselement dat iedereen in een gemeente ontvangt,
                        bijvoorbeeld een extra eindejaarsuitkering of een PGB. De TOR 2 is lastiger
                        te bepalen, omdat deze voor iedereen verschillend zal zijn. Niet iedereen
                        ontvangt elke toelage of toeslag of vergoeding die in de lokale
                        bezoldigingsverordening is opgenomen. En niet iedereen werkt in eenzelfde
                        dienst of rooster. Om de TOR 2 te kunnen bepalen is afgesproken 2014 als
                        refertejaar te gebruiken. De reden daarvoor is dat 2014 een recent
                        afgesloten jaar is. Voor een heel jaar is duidelijk wat aan onregelmatige
                        diensten, beschikbaarheidsdiensten en overwerk is gedeclareerd/ontvangen op
                        basis van de in 2014 geldende (lokale) regels. De in 2014 gewerkte roosters
                        worden fictief gekoppeld aan de toeslagen van het nieuwe hoofdstuk 3.
                        Vervolgens wordt het eindbedrag vergeleken met het bedrag dat aan toeslagen
                        is betaald in 2014. Is er een negatief verschil, dan wordt daarmee de TOR 2
                        gevuld. Geen roosters Als de werkgever over 2014 geen rooster of werkpatroon
                        kan reproduceren heeft de berekening aan de hand van een refertejaar geen
                        zin. Daarom is in het LOGA afgesproken dat ook een andere rekenwijze kan
                        worden toegepast die wordt gebaseerd op het werkpatroon/roosters voor 2016,
                        uitgaande van het gegeven dat de roosters en werkpatronen niet wijzigen door
                        invoering van hoofdstuk 3. Op basis van het rooster 2016 wordt voor bepaling
                        van de TOR dit rooster berekend met de toelagepercentages uit 2014 en die in
                        2016. Het verschil bepaalt de hoogte van de TOR. Het gaat hierbij om
                        ingeroosterd werk, hetzij beloond met de ORT hetzij met een overwerktoelage
                        als de gemeente daarvoor kiest hetzij om ingeroosterde
                        beschikbaarheidsdiensten. Overwerk Het LOGA heeft ook afgesproken dat
                        gemeenten die bezig zijn om het overwerk terug te dringen, doordat
                        bijvoorbeeld de nieuwe werktijdregeling wordt geïmplementeerd, de oude
                        percentages van de oude regeling kunnen worden toegepast voor medewerkers
                        die in dienst zijn op 31 december 2015. Voor nieuwe medewerkers gelden de
                        percentages uit hoofdstuk 3. Als het slechts om een hele kleine groep
                        medewerkers gaat die bovendien zeer weinig overwerkt, kan dit alternatief
                        passend zijn. Weliswaar bestaan er dan twee systemen van overwerkpercentages
                        naast elkaar, maar voorkomen wordt dat door opname van het oude
                        overwerkpatroon, (zoals dat gold in refertejaar 2014), een TOR 2 ontstaat
                        die niet nodig is. 5. Als 2014 geen representatief jaar is door langdurige
                        ziekte (langer dan 2 maanden), langdurig onbetaald verlof, extreem veel
                        overwerk of andere redenen wordt inonderling overleg een ander
                        representatief refertetijdvak vastgesteld. Deze bepaling geeft ruimte om tot
                        een andere referteperiode te komen als de bovengenoemde berekening tot een
                        niet representatief beeld leidt. Als medewerkers bijvoorbeeld in 2014
                        extreem veel hebben overgewerkt, dan wordt de TOR in verhouding te hoog. Een
                        uitzondering die alleen in een bepaalde periode gold, wordt dan met andere
                        woorden de norm. Dat is niet de bedoeling van het overgangsrecht. De term
                        ‘ander representatief refertetijdvak’ mag ruimer worden geïnterpreteerd dan
                        strikt als kalendertijdvak. Het gaat erom een geschikte berekeningswijze
                        vast te stellen mits die recht doet aan het uitgangspunt dat medewerkers er
                        door invoering van hoofdstuk 3 niet op achteruitgaan. Met ‘onderling
                        overleg’ wordt gedoeld op individueel overleg met de medewerker en in
                        bijzondere gevallen op overleg in het GO. Dat laatste is het geval als het
                        om patronen gaat en een groep van medewerkers in gelijke omstandigheden is
                        betrokken. Datzelfde geldt als door bijvoorbeeld een reorganisatie of
                        gewijzigde werktijdenregelingen het onmogelijk is om de roosters van 2014 te
                        reproduceren. </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>5. </vet>
              <vet>Deel 1 en deel 2 worden bij elkaar opgeteld. Dit is
                            de toelage overgangsrecht H3. Dit bedrag stijgt niet mee met de
                            loonontwikkelingen.</vet>
            </al>
            <al>
              <cursief>Toelichting:</cursief>De TOR 1 en de TOR 2 worden
                        opgeteld. Als de TOR 1 leidt tot een positief verschil van Euro 300 per
                        jaar, maar de TOR 2 –omdat bijvoorbeeld de toeslagen ORT van het nieuwe
                        hoofdstuk 3 hoger zijn dan de vigerende lokale toeslagen- tot een negatief
                        verschil van € 200 dan is de TOR: Euro 300 + (-Euro 200) = Euro 100-. De TOR
                        is een nominaal bedrag. De TOR telt mee in de pensioengrondslag maar is geen
                        salaristoelage en geen grondslag voor eindejaarsuitkering, vakantietoelage
                        of levensloopbijdrage.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>6.</vet>
              <vet> Er zijn geen
                        anticumulatiebepalingen.</vet>
            </al>
            <al>
              <cursief>Toelichting:</cursief>Met deze afspraak wordt gedoeld op
                        de situatie waardoor het inkomen van de medewerker na invoering van het
                        nieuwe hoofdstuk 3 stijgt, bijvoorbeeld door promotie of een nieuw rooster
                        met een hogere ORT. De inkomensstijging wordt niet verrekend met de TOR van
                        de medewerker.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>7.</vet>
              <vet> Deze toelage overgangsrecht H3 is een vast
                            jaarbedrag dat een keer per jaar wordt uitbetaald in de maand
                            december.</vet>
            </al>
            <al>
              <cursief>Toelichting:</cursief>De hoofdregel is dat de TOR eenmaal
                        per jaar in de maand december wordt uitbetaald. Voorstelbaar is dat niet een
                        gewenste situatie is, bijvoorbeeld omdat de TOR een hoog bedrag is, en een
                        maandelijkse uitbetaling, of een uitbetaling per kwartaal, beter past.
                        Daarom is (zie hieronder punt 13) afgesproken dat lokaal andere afspraken
                        kunnen worden gemaakt. Het LOGA heeft niet bepaald met wie deze afspraken
                        worden gemaakt. Uitgangspunt is echter dat als het om groepen medewerkers
                        gaat het GO gesprekspartner is. Betreft het een enkeling of een kleine groep
                        dan kunnen deze afspraken ook individueel worden gemaakt.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>8. </vet>
              <vet>De toelage overgangsrecht H3 moet minimaal 120 euro
                            op jaarbasis zijn. Indien deze toelage lager is, wordt deze afgekocht
                            met een eenmalig bedrag ter waarde van 5
                        jaar.</vet>
            </al>
            <al>
              <cursief>Toelichting:</cursief>Het bedrag van Euro 120 geldt bij
                        een fulltime dienstverband. Bij deeltijd wordt het bedrag naar rato
                        verlaagd.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet> 9. Als een dienstverband in de loop van een kalenderjaar eindigt, dan
                            wordt de toelage overgangsrecht H3 naar rato uitgekeerd.</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>10. Als een dienstverband in omvang verkleind wordt, dan daalt de
                            toelage overgangsrecht H3 naar rato.</vet>
            </al>
            <al>
              <cursief>Toelichting:</cursief>Als de aanstelling in uren wordt
                        teruggebracht, daalt de TOR naar rato. De TOR daalt niet als men
                        ouderschapsverlof geniet of ziek is. </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>11. Vergroten van de aanstellingsomvang ná 31-12-2015 heeft geen
                            effect.</vet>
            </al>
            <al>
              <cursief>Toelichting:</cursief>De TOR volgt de duur en de omvang
                        van de aanstelling in principe naar rato, behalve ingeval van vergroting van
                        de aanstelling. Dan geldt de TOR niet wordt verhoogd.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>12. </vet>
              <vet>Lokaal mogen aanvullende afspraken over afkoop,
                            uitruil of betaling in termijnen gemaakt
                            worden.</vet>
            </al>
            <al>
              <cursief>Toelichting: </cursief>Zie punt 8.13. Er is apart overgangsrecht
                        voor personeel van gemeenten die op 31 december 2015 een lokale regeling
                        hebben met bepalingen over de ambtsjubileumgratificatie die positief
                        afwijken van het nieuwe artikel 3:19. Medewerkers die binnen vijf jaar van
                        verval van de lokale regeling (dus uiterlijk 31 december 2020) recht zouden
                        hebben op een ambtsjubileumgratificatie als de lokale regeling niet was
                        vervallen, krijgen de ambtsjubileumgratificatie op basis van de lokale
                        regeling die op 31 december 2015 verviel. Het gaat hierbij om de datum van
                        het ambtsjubileum en de hoogte van de ambtsjubileumgratificatie. De gemeente
                        legt dit recht vast bij de overgang naar het nieuwe hoofdstuk </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>13. Er is apart overgangsrecht voor personeel van gemeenten die op 31
                            december 2015 een lokale regeling hebben met bepalingen over de
                            ambtsjubileumgratificatie die positief afwijken van het nieuwe artikel
                            3:19.</vet> Medewerkers die binnen vijf jaar van verval van de lokale
                        regeling (dus uiterlijk 31 december 2020) recht zouden hebben op een
                        ambtsjubileumgratificatie als de lokale regeling niet was vervallen, krijgen
                        de ambtsjubileumgratificatie op basis van de lokale regeling die op 31
                        december 2015 verviel. Het gaat hierbij om de datum van het ambtsjubileum en
                        de hoogte van de ambtsjubileumgratificatie. De gemeente legt dit recht vast
                        bij de overgang naar het nieuwe hoofdstuk 3.</al>
            <al>13.<cursief>Toelichting:</cursief></al>
            <al>De ambtsjubileumgratificatie kent een eigen overgangsbepaling. Het betreft
                        de afspraak dat medewerkers die uiterlijk op 31 december 2020 recht hebben
                        op een ambtsjubileumgratificatie op grond van de oude regeling van de
                        gemeente, deze ambtsjubileumgratificatie ontvangen conform die oude
                        regeling. Dat betekent ook dat de in die regeling vastgestelde criteria
                        gelden voor de bepaling of het relevante aantal jaren is behaald. De
                        gemeente moet dit recht vastleggen. Hoe de gemeente dit doet is niet
                        bepaald. Betreft het een kleine groep, dan kan het op individueel niveau.
                        Makkelijker is op in een voetnoot bij het betreffende artikel in hoofdstuk 3
                        de oude regeling op te nemen.</al>
            <al>briefnummer: U201502055 </al>
            <al/>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>ARBEIDSDUUR EN WERKTIJDEN</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>
              <vet>Artikel 4:1</vet>
            </al>
            <al> Het college stelt lokaal een werktijdenregeling vast met inachtneming van
                        hetgeen in dit hoofdstuk bepaald is.</al>
            <al>Briefnummer: U200600335, U201300476</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 1. Standaardregeling voor de werktijden</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 4:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar verricht zijn werkzaamheden op tijden binnen het
                                dagvenster.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het dagvenster loopt van maandag tot en met vrijdag tussen 7:00 en
                                22:00 uur.</al></li>
              <li nr="3."><al>De ambtenaar en het college maken voorafgaand aan elk kalenderjaar
                                afsprakenover de werktijden, het verlof en de planning van de
                                werkzaamheden van de ambtenaar, voor het komende jaar. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="4."><al>Ten aanzien van de afspraken over werktijden geldt als uitgangspunt
                                dat </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>hierover overeenstemming bereikt wordt tussen de ambtenaar
                                        en het college;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de werktijden binnen de normen van de arbeidstijdenwet
                                        blijven;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de werktijd per dag ten hoogste 11 uren bedraagt en per week
                                        50 uren, tenzij op verzoek van de ambtenaar daarvan wordt
                                        afgeweken. </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="5."><al>Als gevolg van gewijzigde omstandigheden kunnen de afspraken over de
                                werktijden aangepast worden.</al></li>
              <li nr="6."><al>De ambtenaar en het college overleggen tweemaal per jaar over de
                                werktijden in relatie tot de planning van de werkzaamheden.</al></li>
              <li nr="7."><al>Blijkt tijdens dit periodieke gesprek over de werktijden dat het
                                ongewijzigd voortzetten van de planning van de werkzaamheden leidt
                                tot overschrijding van de arbeidsduur per jaar, dan worden de
                                afspraken in overleg aangepast. Indien de ambtenaar en het college
                                het erover eens zijn dat overschrijding van de arbeidsduur per jaar
                                onvermijdelijk is dan wordt in overleg de omvang van de
                                overschrijding vastgesteld, uitgedrukt in uren. De ambtenaar
                                ontvangt voor elk te veel gewerkt uur een vergoeding ter hoogte van
                                het uurloon of een uur vakantieverlof.</al></li>
              <li nr="8."><al>de ambtenaar verricht arbeid op werktijden buiten het dagvenster
                                wanneer dat op grond van dienstbelang noodzakelijk is.Voor de uren
                                die de ambtenaar buiten het dagvenster werkt geldt een
                                buitendagvenstertoelage als bedoeld in artikel 3:12.</al></li>
              <li nr="9."><al>Ten aanzien van het verrichten van arbeid buiten het dagvenster
                                vanwege dienstbelang is het bepaalde in artikel 4:5 van
                                overeenkomstige toepassing.</al></li>
              <li nr="10."><al>Wanneer de ambtenaar en het college er niet in slagen om de
                                werktijden in overeenstemming vast te stellen, dan stelt het college
                                wanneer het dienstbelang dit vergt eenzijdig de werktijden vast met
                                afweging van alle betrokken belangen. In die situatie geldt ten
                                aanzien van de werktijden van de ambtenaar de bijzondere regeling
                                als bedoeld in paragraaf 2 van dit hoofdstuk.</al></li>
              <li nr="11."><al>Het college kan de ambtenaar om redenen van dienstbelang incidenteel
                                verzoeken om werkzaamheden te verrichten op werktijden die afwijken
                                van de afspraken die hierover gemaakt zijn op grond van het derde
                                lid. Wanneer de ambtenaar en het college hierover geen
                                overeenstemming bereiken dan heeft de ambtenaar recht op een
                                vergoeding voor de gewerkte uren ter hoogte van de
                                buitendagvenstertoelage, zoals omschreven in artikel 3:12. Artikel
                                3:12, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.</al></li>
              <li nr="12."><al>Het college en de OR evalueren jaarlijks de regels en afspraken over
                                de werktijden in de organisatie. De OR heeft de bevoegdheid om
                                verbetervoorstellen in te dienen, waarvan het college alleen
                                gemotiveerd kan afwijken.</al></li>
              <li nr="13."><al>Als op 31 december 2013 op grond van een lokale regeling een ruimer
                                dagvenster geldt dan het dagvenster genoemd in het tweede lid, dan
                                blijft vanaf 1 januari 2014 dit ruimere dagvenster gelden.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: 2004001009, U201300476, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 4:2:1</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: 2004001009, U201300476</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 4:2:2</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>Briefnummer: U201300476</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 2. Bijzondere regeling voor de werktijden</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Opgebouwde verloftegoed uit voormalige
                        verlofspaarmogelijkheid</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 4:3 Werkingssfeer</vet>
            </al>
            <al>Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar van wie de werktijd
                        eenzijdig wordt vastgesteld door het college.</al>
            <al>Briefummers: U2008001112, U201300288, U201300476</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 4:3:1</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600335</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 4:3:2</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600335</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 4:3:3</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600335</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Bijzondere regeling</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 4:4 Vaststelling werktijden</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college stelt de werktijden van de ambtenaar vast.</al></li>
              <li nr="2."><al>De arbeidsduur bedraagt ten hoogste 11 uur per dag en 50 uur per
                                week.</al></li>
              <li nr="3."><al>Wanneer voor de ambtenaar wisselende werktijden gelden dan legt het
                                college deze vast in een rooster.</al></li>
              <li nr="4."><al>Bij de vaststelling van de werktijden worden de volgende regels in
                                acht genomen: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>De werktijden worden ten minste één maand voor aanvang
                                        bekend gemaakt aan de ambtenaar.</al></li>
                  <li nr="b."><al>De werktijd van de ambtenaar wordt niet uitsluitend
                                        vastgesteld op een wijze waardoor een aanspraak op een ORT
                                        wordt ontweken.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201300476</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 4:5 Werken op zon- en feestdagen</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar verricht geen werkzaamheden op zaterdag en zondag,
                                tenzij het dienstbelang dit noodzakelijk maakt. Een afwijking
                                hiervan is slechts mogelijk voor ten hoogste 26 zondagen per
                                jaar.</al></li>
              <li nr="2."><al>Bij de vaststelling van de werktijden van de ambtenaar wordt zoveel
                                mogelijk gezorgd, dat de ambtenaar op zondag en de voor hem geldende
                                kerkelijke feestdagen zijn kerk kan bezoeken en dat hij in zijn
                                zondagsrust zo weinig mogelijk wordt beperkt.</al></li>
              <li nr="3."><al>Hetgeen in dit artikel ten aanzien van het verrichten van arbeid op
                                zondag is bepaald, geldt mede voor het verrichten van arbeid op de
                                nieuwjaarsdag, de tweede Paasdag, de Hemelvaartsdag, de tweede
                                Pinksterdag, de beide Kerstdagen en de dag waarop de verjaardag van
                                de koning wordt gevierd.</al></li>
              <li nr="4."><al>Voor zover het dienstbelang niet anders vereist, geldt, hetgeen in
                                dit artikel ten aanzien van het verrichten van arbeid op zondag is
                                bepaald, ook voor kerkelijke of nationale, landelijke, regionale of
                                plaatselijk erkende feest- of gedenkdagen die door het college zijn
                                aangewezen als dagen, waarop de openbare dienst van de gemeente is
                                gesloten.</al></li>
              <li nr="5."><al>Het bepaalde in dit artikel vindt voor hem die tot een
                                kerkgenootschap behoort dat de wekelijkse rustdag op de sabbat of de
                                zevende dag viert, overeenkomstige toepassing indien hij een daartoe
                                strekkend verzoek heeft ingediend.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201300476</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 4:6</vet>
            </al>
            <al>Indien door de ambtenaar, bedoeld in artikel 3:11, arbeid op zaterdag of
                        zondag wordt verricht, wordt hem voor elke zaterdag of zondag waarop hij
                        arbeid heeft verricht een werkdag ter vrije beschikking toegekend.</al>
            <al>Briefnummer: U201300476, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 4:7 Nadere regels</vet>
            </al>
            <al>Het college kan ter uitvoering van de artikelen 4:1 tot en met 4:6 nadere
                        regels stellen.</al>
            <al>Briefnummer: U201300476</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 3. Werktijden brandweerpersoneel in dienstroosters</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:8</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De artikelen 4:1 tot en met 4:7 zijn niet van toepassing op de
                                ambtenaar die bij de brandweer werkzaam is in een
                                dienstrooster.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college stelt voor de ambtenaren genoemd in het eerste lid van
                                dit artikel een werktijdenregeling vast.</al></li>
              <li nr="3."><al>Bij het vaststellen van het dienstrooster draagt het college er zorg
                                voor dat de arbeidsduur per jaar niet wordt overschreden.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201300476</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 4. Opgebouwde verloftegoed uit voormalige
                            verlofspaarmogelijkheid</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 4:9</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>opgebouwde verloftegoed: het voor 1 april 2006 opgebouwde
                                        verlof in het kader van de voormalige verlof
                                        spaarmogelijkheid;</al></li>
                  <li nr="b."><al>kapitalisatie van het opgebouwde verloftegoed: het omzetten
                                        van het opgebouwde verloftegoed in een geldbedrag. Per
                                        verlofuur wordt een bedrag uitgekeerd ten hoogte van het op
                                        het moment van uitbetalen geldende uurloon van de
                                        ambtenaar.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het opgebouwde verloftegoed wordt op verzoek van de ambtenaar door
                                het college verleend, tenzij de belangen van de dienst zich
                                daartegen verzetten. De ambtenaar geniet het verlof zoveel als
                                mogelijk in een aaneengesloten periode. </al></li>
              <li nr="3."><al>De ambtenaar kan verzoeken om kapitalisatie van het opgebouwde
                                verlof tegoed. Het college beslist of aan dit verzoek kan worden
                                voldaan. Het verloftegoed kan enkel worden gekapitaliseerd wanneer
                                de ambtenaar deelneemt aan de levensloopregeling en wanneer het
                                gekapitaliseerde verloftegoed wordt gestort op zijn
                                levenslooprekening. Bij de kapitalisatie van het opgebouwde
                                verloftegoed gelden de randvoorwaarden zoals opgenomen in de
                                wettelijke bepalingen omtrent de levensloopregeling. Wanneer in een
                                bepaald jaar het opgebouwde verloftegoed niet volledig kan worden
                                gekapitaliseerd kan de ambtenaar in een volgend jaar opnieuw een
                                verzoek indienen tot kapitalisatie van het resterende opgebouwde
                                verloftegoed. Het college beslist dan of aan dit verzoek kan worden
                                voldaan.</al></li>
              <li nr="4."><al>In geval van ontslag op grond van artikel 8:1 wordt het resterende
                                opgebouwde verloftegoed zoveel mogelijk opgenomen gedurende de
                                opzegtermijn. In overeenstemming met de ambtenaar kan hiervoor de
                                maximale opzegtermijn zonodig worden verlengd. Indien het voor de
                                ambtenaar, in verband met het aanvaarden van een ander
                                dienstverband, niet mogelijk is om de opzegtermijn te verlengen,
                                wordt het niet opgenomen resterende opgebouwde verloftegoed
                                uitbetaald ingevolge het bepaalde in het tiende lid.</al></li>
              <li nr="5."><al>In geval van ontslag op grond van artikel 8:3, 8:6, 8:7, 8:8, 8:10
                                of 8:11 wordt de ambtenaar in de gelegenheid gesteld om voorafgaand
                                aan het ontslag het resterende opgebouwde verloftegoed op te nemen.
                                Indien dit niet mogelijk is, wordt het niet opgenomen opgebouwde
                                verloftegoed uitbetaald ingevolge het bepaalde in het tiende
                                lid.</al></li>
              <li nr="6."><al>In geval van ontslag op grond van artikel 8:5a of 8:13 is de
                                ambtenaar verplicht het resterende opgebouwde verloftegoed op te
                                nemen met ingang van de dag dat het voornemen tot ontslag aan de
                                ambtenaar is meegedeeld. Het ontslag gaat in op de eerste dag na
                                afloop van de opname van het opgebouwde verloftegoed.</al></li>
              <li nr="7."><al>In geval van ontslag op grond van artikel 8:4 en 8:5 of 8:9 wordt
                                het resterende opgebouwde verloftegoed uitbetaald op grond van het
                                tiende lid.</al></li>
              <li nr="8."><al>In het geval van overlijden van de ambtenaar wordt aan de
                                nabestaanden, met inachtneming van het bepaalde van artikel 8:16:2,
                                het resterende opgebouwde verloftegoed uitbetaald ingevolge het
                                bepaalde in het tiende lid.</al></li>
              <li nr="9."><al>In geval het ontslag als bedoeld in de voorgaande leden een
                                gedeeltelijk ontslag betreft, worden tussen de ambtenaar en het
                                college nadere afspraken gemaakt over de opname van het resterende
                                opgebouwde verloftegoed.</al></li>
              <li nr="10."><al>Indien het opgebouwde verloftegoed wordt uitbetaald, wordt dit
                                uitbetaald naar het op het moment van uitbetalen geldende uurloon
                                van de ambtenaar.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201300476, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>4a UITWISSELEN VAN ARBEIDSVOORWAARDEN</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vakantie-uren uitwisselen tegen geld</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 4a:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar kan bij het college voor l november (tenzij lokaal
                                anders is geregeld) een verzoek indienen om gedurende het
                                daaropvolgende kalenderjaar de duur van de vakantie - als bedoeld in
                                artikel 6:2, eerste lid - te verminderen in ruil voor een vergoeding
                                als bedoeld in het vijfde lid.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal
                                vakantie-uren -na vermindering op grond van het eerste lid- minimaal
                                144 uren. Voor de ambtenaar die is aangesteld voor een formele
                                arbeidsduur van minder dan 36 uur per week geldt een naar
                                evenredigheid lager aantal uren als minimum.</al></li>
              <li nr="3."><al>Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal
                                te verminderen vakantie-uren op grond van het eerste lid maximaal 72
                                uren. Voor de ambtenaar die is aangesteld voor een formele
                                arbeidsduur van minder dan 36 uur per week geldt een naar
                                evenredigheid lager aantal uren als maximum.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het college wijst een verzoek als bedoeld in het eerste lid toe,
                                tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen
                                verzetten.</al></li>
              <li nr="5."><al>Tenzij op lokaal niveau anders is overeengekomen ontvangt de
                                ambtenaar voor elk op grond van het eerste lid verminderd
                                vakantie-uur een vergoeding overeenkomend met de hoogte van het
                                salaris per uur dat hij geniet bij de aanvang van het kalenderjaar
                                waarop het verzoek betrekking heeft.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200600335, U201300288</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Geld uitwisselen tegen vakantie-uren</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4a:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar kan bij het college voor 1 november (tenzij lokaal
                                anders is geregeld) een verzoek indienen om gedurende het
                                daaropvolgende kalenderjaar de duur van de vakantie - als bedoeld in
                                artikel 6:2, eerste lid - te vermeerderen tegen inlevering van een
                                vergoeding als bedoeld in het vierde lid. </al></li>
              <li nr="2."><al>Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal
                                op grond van het eerste lid te vermeerderen vakantie-uren maximaal
                                72 uren. Voor de ambtenaar die is aangesteld voor een formele
                                arbeidsduur van minder dan 36 uur per week geldt een naar
                                evenredigheid lager aantal uren als maximum. </al></li>
              <li nr="3."><al>Het college wijst een verzoek als bedoeld in het eerste lid toe,
                                tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen
                                verzetten.</al></li>
              <li nr="4."><al>Tenzij op lokaal niveau anders is overeengekomen, wordt op het
                                salaris van de ambtenaar voor elk op grond van het eerste lid meer
                                verkregen vakantie-uur een vergoeding ingehouden overeenkomend met
                                de hoogte van het salaris per uur dat hij geniet bij aanvang van het
                                kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft. </al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: 2004001009, U201300288</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Inhouding op salaris, salaristoelagen, eindejaarsuitkering,
                            vakantietoelage of urenvergoeding</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 4a:3</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan op verzoek van de ambtenaar zijn salaris en de
                                toegekende salaristoelage(n), zijn eindejaarsuitkering als bedoeld
                                in artikel 3:18a, zijn vakantietoelage als bedoeld in artikel 6:3 of
                                zijn vergoeding als bedoeld in artikel 4a:1, vijfde lid, verlagen
                                voor door het college vastgestelde bestedingsmogelijkheden.</al></li>
              <li nr="2."><al>Bij regeling van het college kunnen voor de uitvoering van het
                                bepaalde in het eerste lid nadere voorschriften worden gesteld.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: 2004001009</al>
            <al/>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>SENIORENMAATREGELEN</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 5:1 56-jarigenregeling</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 5:2 Pré-Vut</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 5:3 60-jarigenregeling</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 5:4 Ingangsdatum seniorenmaatregelen</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 5:5 Overgangsbepalingen</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 5:6 Slotbepalingen</vet>
            </al>
            <al>(vervalt)</al>
            <al/>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5a</nr>
            <titel>FPU GEMEENTEN EN NIEUWE SENIORENMAATREGELEN</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>
              <vet>§ 1. FPU Gemeenten</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Recht op uitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 5a:1</vet>
            </al>
            <al>De ambtenaar die:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>ontslag wordt verleend op grond van artikel 8:11 en</al></li>
              <li nr="b."><al>geen gebruik maakt of heeft gemaakt van een of meer van de in
                                 5 genoemde regelingen en</al></li>
              <li nr="c."><al>geen betrekking heeft vervuld die door de gemeente is aangewezen als
                                bezwarende functie en waarvoor afwijkende regels zijn gesteld, </al></li>
            </lijst>
            <al>heeft in het kader van de FPU Gemeenten recht op een Aanvulling
                        werkgever.</al>
            <al> briefnummer: MARZ/CvA/U200600296 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Berekeningsgrondslag</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 5a:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In dit  wordt onder berekeningsgrondslag verstaan: de
                                pensioengrondslag zoals die is vastgesteld in januari in het jaar
                                voorafgaand aan het moment van gebruikmaking van de aanvulling van
                                de werkgever, met dien verstande dat indien de ambtenaar direct
                                voorafgaande aan het ontstaan van het recht op een Aanvulling
                                werkgever meer dan een betrekking vervult, voor de vaststelling van
                                de berekeningsgrondslag wordt uitgegaan van het inkomen uit de
                                betrekking waaruit het recht op een Aanvulling werkgever
                                    ontstaat<vet>.</vet></al></li>
              <li nr="2."><al>Voor de ambtenaar die een deeltijdbetrekking vervult, wordt als
                                berekeningsgrondslag de in het eerste lid genoemde
                                berekeningsgrondslag gehanteerd, vermenigvuldigd met de
                                deeltijdfactor zoals genoemd in artikel 1.2, tweede lid van het
                                pensioenreglement, direct voorafgaande aan het ontstaan van het
                                recht op een Aanvulling werkgever.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200601047</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoogte van de Aanvulling werkgever</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 5a:3</vet>
            </al>
            <al>1.De Aanvulling werkgever bedraagt een percentage van de
                        berekeningsgrondslag, dat eenmalig wordt vastgesteld op het moment dat hij
                        voor het eerst gebruikmaakt van de FPU Gemeenten aan de hand van de leeftijd
                        van de ambtenaar op 31 december 2005 en bedraagt:</al>
            <table>
              <tgroup cols="2">
                <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="31*"/>
                <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="69*"/>
                <tbody>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>Leeftijd ambtenaar op 31 december 2005</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>Aanvulling werkgever als percentage van
                                            berekeningsgrondslag bij uittreden op spilleeltijd</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>56</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>6,9</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>57</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>8,0</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>58</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>9,4</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>59</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>11,3</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>60</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>14</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>61 of ouder</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>16</al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
            <lijst>
              <li nr="2."><al>De hoogte van de aanvulling werkgever wordt actuarieel neutraal
                                herrekend indien de ambtenaar uittreedt op een eerder of later
                                moment dan de voor hem geldende spilleeftijd. </al></li>
              <li nr="3."><lijst>
                  <li nr="a."><al>De in het tweede lid genoemde spilleeftijd is voor de
                                        ambtenaar geboren</al><lijst>
                      <li nr="i."><al>vóór of op 1 april 1947: 61 jaar en twee
                                                maanden;</al></li>
                      <li nr="ii."><al>na 1 april 1947: 62 jaar en drie maanden.</al></li>
                    </lijst></li>
                  <li nr="b."><al>Voor zover dit leidt tot een vroegere spilleeftijd dan
                                        genoemd onder a, is de in het tweede lid genoemde
                                        spilleeftijd voor de ambtenaar die onder de FPU maatregel
                                        42, 43, 44 FPU-jaren valt, het moment waarop hij het aantal
                                        dienstjaren van 42 jaar en twee maanden, respectievelijk 43
                                        jaar en twee maanden, respectievelijk 44 jaar en twee
                                        maanden bereikt. </al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600296</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Aftopping aanvulling werkgever voor medewerkers die vanaf 1 juli 2006
                            gebruikmaken van de FPU Gemeenten</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 5a:4</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voor medewerkers die vanaf 1 juli 2006 op of na de spilleeftijd
                                gebruikmaken van hun recht op FPU Gemeenten wordt de uitkering
                                afgetopt op 100% van het totaalinkomen. Voor de definitie van
                                totaalinkomen wordt verwezen naar artikel 5a:4b eerste lid. Als de
                                Aanvulling werkgever niet of niet volledig tot uitkering komt wordt
                                dat gedeelte van de Aanvulling werkgever doorgeschoven naar het
                                ouderdoms- en nabestaandenpensioen vanaf 65 jaar.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voor werknemers die vanaf 1 juli 2006 vóór de spilleeftijd
                                gebruikmaken van hun recht op FPU Gemeenten wordt de uitkering
                                afgetopt op 90% van het totaalinkomen. Voor de definitie van
                                totaalinkomen wordt verwezen naar artikel 5a:4b, eerste lid. </al></li>
              <li nr="3."><lijst>
                  <li nr="a."><al>de in het tweede lid genoemde spilleeftijd is voor de
                                        ambtenaar geboren: </al><lijst>
                      <li nr="i."><al>vóór of op 1 april 1947: 61 jaar en twee
                                                maanden;</al></li>
                      <li nr="ii."><al>na 1 april 1947: 62 jaar en drie maanden;</al></li>
                    </lijst></li>
                  <li nr="b."><al>voor zover dit leidt tot een vroegere spilleeftijd dan
                                        genoemd onder a, is de in het tweede lid genoemde
                                        spilleeftijd voor de ambtenaar die onder de FPU maatregel
                                        42, 43, 44 FPU-jaren valt, het moment waarop hij het aantal
                                        dienstjaren van 42 jaar en twee maanden, respectievelijk 43
                                        jaar en twee maanden, respectievelijk 44 jaar en twee
                                        maanden bereikt.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200602051</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Aftopping aanvulling werkgever voor medewerkers die in de periode van 1
                            januari 2006 tot 1 juli 2006 gebruikmaken van de FPU
                        Gemeenten</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 5a:4a</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voor werknemers die vanaf 1 januari 2006 tot 1 juli 2006 op of na de
                                spilleeftijd van de FPU Gemeenten gebruikmaken van hun recht op FPU
                                Gemeenten wordt de uitkering afgetopt op 100% van het totaalinkomen.
                                Voor de definitie van totaalinkomen wordt verwezen naar artikel
                                5a:4b eerste lid. Als de Aanvulling werkgever niet of niet volledig
                                tot uitkering komt wordt dat gedeelte van de Aanvulling werkgever
                                doorgeschoven naar het ouderdoms- en nabestaandenpensioen vanaf 65
                                jaar.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voor werknemers die vanaf 1 januari 2006 tot 1 juli 2006 vóór de
                                spilleeftijd van de FPU Gemeenten gebruikmaken van hun recht op FPU
                                Gemeenten wordt de uitkering afgetopt op 90% van het totaalinkomen.
                                Voor de definitie van totaalinkomen wordt verwezen naar artikel
                                5a:4b eerste lid.</al></li>
              <li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid genoemde spilleeftijd is voor de
                                ambtenaar geboren</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>vóór of op 1 april 1947: 60 jaar</al></li>
                  <li nr="b."><al>na 1 april 1947: 61 jaar</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200602051 (de ingangsdatum is gewijzigd van 1-1-2006
                        naar 1-1-2007). </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Aftopping aanvulling werkgever voor medewerkers die vóór 1 januari 2006
                            gebruikmaken van de FPU Gemeenten</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 5a:4b</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Onder het totaalinkomen van de ambtenaar wordt verstaan de som
                                van:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de FPU-uitkering;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de Aanvulling werkgever; en, in het geval dat een
                                        deeltijdbetrekking resteert na het ontslag op grond van
                                        artikel 8:11;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de berekeningsgrondslag zoals genoemd in artikel 5a:2,
                                        eerste lid, vermenigvuldigd met de deeltijdfactor die
                                        ontstaat op het moment dat ontslag is verleend op grond van
                                        artikel 8:11;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de andere inkomsten uit of in verband met de resterende
                                        deeltijdbetrekking.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>De Aanvulling werkgever wordt slechts uitgekeerd voor zover het
                                totaalinkomen van de ambtenaar niet meer bedraagt dan 90% van de
                                berekeningsgrondslag. </al></li>
              <li nr="3."><al>De beoordeling of het totaalinkomen boven 90% van de
                                berekeningsgrondslag uitkomt, vindt plaats bij elk ontslag op grond
                                van artikel 8:11.</al></li>
              <li nr="4."><al>Bij de in het eerste lid, onder a, bedoelde FPU-uitkering blijft
                                buiten beschouwing dat gedeelte van de uitkering krachtens de
                                FPU-regeling dat gebaseerd is op een individuele opbouw zoals
                                geregeld in het pensioenreglement. </al></li>
              <li nr="5."><al>Indien de in het eerste lid, onder a, bedoelde FPU-uitkering is
                                verminderd krachtens artikel 9 of 10 van het Reglement flexibel
                                pensioen en uittreden (FPU) ter zake van basisuitkering en
                                aanvullende uitkering, respectievelijk in verband met samenloop met
                                inkomsten uit arbeid of bedrijf, of in verband met samenloop met
                                uitkering ter zake van arbeidsongeschiktheid, wordt voor de
                                toepassing van dit artikel uitgegaan van de onverminderde
                                FPU-uitkering.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600296</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Einde van het recht op een Aanvulling werkgever</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 5a:5</vet>
            </al>
            <al>Het recht op een Aanvulling werkgever eindigt bij een ontslag anders dan op
                        grond van artikel 8:11 dan wel wanneer niet langer recht bestaat op een
                        uitkering krachtens de FPU-regeling.</al>
            <al>briefnummer: ARZ/1999003908 en CvA/1999005385 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Pensioenopbouw</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 5a:6</vet>
            </al>
            <al>De werkgever betaalt aan de ambtenaar die gebruikmaakt van de FPU Gemeenten
                        een Vergoeding pensioenpremie die overeenkomt met de werkgeversbijdrage in
                        de doorsneepremie die vereist is voor 20% pensioenopbouw gedurende de
                        periode dat gebruik wordt gemaakt van de regeling. De in de eerste volzin
                        genoemde pensioenopbouw heeft betrekking op dat deel van de dienstbetrekking
                        waarvoor ontslag is verleend op grond van artikel 8:11.</al>
            <al>briefnummer: ARZ/1999003908 en CvA/1999005385</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Lokaal beleid</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 5a:7</vet>
            </al>
            <al>Het college kan een nadere regeling treffen op grond waarvan het gebruik van
                        de FPU Gemeenten kan worden beïnvloed. Deze nadere regeling laat de
                        aanspraken van de ambtenaar op de FPU Gemeenten onverlet. </al>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 5a:8</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: CvA/U200515944 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 2. Pensioenopbouw bij afloop loopbaan</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 5a:9</vet>
            </al>
            <al>Indien de ambtenaar op grond van artikel 3:1, zevende lid, bij dezelfde of
                        een andere werkgever in de gemeentelijke sector, een andere functie met een
                        gelijke formele arbeidsduur accepteert, blijft de pensioenopbouw gebaseerd
                        op de oude inschaling.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2003002216 </al>
            <al/>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>VAKANTIE, VAKANTIETOELAGE EN (ZWANGERSCHAPS- EN
                            BEVALLINGS)VERLOF</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>
              <vet>Vakantie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6:1</vet>
            </al>
            <al>In elk kalenderjaar heeft de ambtenaar recht op vakantie met behoud van
                        salaris en de toegekende salaristoelage(n).</al>
            <al>Briefnummer: U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 6:1:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vakantie, waarop de ambtenaar recht heeft ingevolge artikel 6:1,
                                wordt verleend, tenzij de belangen van de dienst zich daartegen
                                verzetten en toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel
                                6:2:4, eerste lid, dan wel toepassing wordt gegeven aan artikel
                                6:2:6.</al></li>
              <li nr="2."><al>De vakantie wordt verleend door het college.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 6:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vakantie van de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt
                                ten minste 158,4 uur per kalenderjaar. Hiervan is 144 uur per
                                kalenderjaar wettelijk verlof.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voor 1 november (tenzij lokaal anders is geregeld) kan de ambtenaar
                                verzoeken in het daaropvolgende kalenderjaar de arbeidsduur per jaar
                                te mogen overschrijden met - bij een volledige betrekking - een
                                maximum van 50,4 uren en deze uren om te zetten in vakantie als
                                bedoeld in het eerste lid. Voor de ambtenaar die is aangesteld voor
                                een arbeidsduur van minder dan 36 uur per week geldt een naar
                                evenredigheid lager aantal uren als maximum.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het college wijst een verzoek als bedoeld in het vorige lid toe,
                                tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen
                                verzetten.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009, U201401851</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 6:2:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Met inachtneming van het bepaalde in artikel 6:2 geeft het college
                                algemene regels met betrekking tot de duur van de vakantie.</al></li>
              <li nr="2."><al>De duur van de vakantie van een ambtenaar die is aangesteld voor een
                                formele arbeidsduur van minder dan 36 uur per week, wordt naar
                                evenredigheid verminderd.</al></li>
              <li nr="3."><al>Bij de in het eerste lid bedoelde algemene regels wordt ten aanzien
                                van de ambtenaren of bepaalde groepen van ambtenaren voorzien in een
                                vermeerdering van de vakantie op grond van volbrachte diensttijd of
                                bereikte leeftijd, dan wel van beide, waarbij het bepaalde in het
                                tweede lid van overeenkomstige toepassing is.</al></li>
              <li nr="4."><al>De aan de ambtenaar volgens de in het eerste lid bedoelde algemene
                                regels toekomende vakantie wordt vermeerderd met 14,4 uren ten
                                aanzien van degene, bedoeld in de artikelen 3:11 en 3:13, indien
                                regelmatig en in belangrijke mate op onregelmatige uren wordt
                                gewerkt, respectievelijk indien de in artikel 3:13 genoemde
                                verplichting regelmatig en in belangrijke mate op de ambtenaar
                                rust.</al></li>
              <li nr="5."><al>In gevallen waarin dit artikel niet voorziet, stelt het college
                                bijzondere regels vast.</al></li>
              <li nr="6."><al>Het recht op vermeerdering van de vakantie als bedoeld in het derde
                                lid van dit artikel vervalt met ingang van de dag waarop de
                                ambtenaar gebruikmaakt van de FPU Gemeenten als omschreven in
                                hoofdstuk 5a.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: 2004001009, U201100883, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 6:2:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vakantie kan worden opgesplitst, maar wordt als regel voor ten
                                minste 2/3 deel, doch in elk geval voor ten minste tien werkdagen,
                                aaneensluitend verleend.</al></li>
              <li nr="2."><al>De vakantie wordt desverlangd zoveel mogelijk, in het bijzonder voor
                                wat betreft de aaneengesloten periode, bedoeld in het eerste lid,
                                verleend in het tijdvak van 1 mei tot 1 oktober. De ambtenaar wordt
                                in de gelegenheid gesteld vakantie op te nemen op officiële
                                feestdagen, samenhangend met geloof en/of culturele achtergrond
                                anders dan de feestdagen genoemd in artikel 4:5 lid 3, bij het
                                huwelijk of geregistreerd partnerschap van bloed- en aanverwanten in
                                eerste en tweede graad en bij verhuizing.</al></li>
              <li nr="3."><al>De beslissing omtrent de tijdstippen waarop de vakantie zal worden
                                verleend, alsmede die omtrent de tijdvakken waarin de vakantie
                                eventueel zal worden gesplitst , berust bij het bestuursorgaan dat
                                de vakantie verleent. Bij die beslissing wordt, voor zover de
                                belangen van de dienst en die van de andere ambtenaren die toelaten,
                                zoveel mogelijk rekening gehouden met de wensen van de
                                ambtenaar.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2002001818</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vakantieopbouw tijdens ziekte, arbeidsongeschiktheid en andere redenen
                            van afwezigheid</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 6:2:3 </vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die in de loop van een kalenderjaar is aangesteld of
                                wordt ontslagen heeft recht op een duur van de vakantie naar rato
                                van de tijd dat hij zijn functie vervult. </al></li>
              <li nr="2."><al>Voor de ambtenaar die door oorzaken anders dan die bedoeld in het
                                eerste lid, niet gedurende het volle kalenderjaar zijn functie
                                vervult, wordt de duur van de vakantie naar evenredigheid verminderd
                                behoudens het bepaalde in het derde lid. </al></li>
              <li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 6:1:1, eerste lid, wordt een
                                vermindering, bedoeld in het tweede lid, niet toegepast: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>gedurende afwezigheid wegens zwangerschap en bevalling;
                                    </al></li>
                  <li nr="b."><al>gedurende afwezigheid wegens ziekte </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4."><al>Indien aan de ambtenaar op zijn verzoek vakantie wordt verleend op
                                werkdagen, waarop hij wegens ziekte geheel of gedeeltelijk zijn
                                arbeid niet kan verrichten, wordt het aantal vakantie-uren van de
                                ambtenaar verminderd met het aantal uren dat hij op die dag zou
                                werken als hij niet ziek zou zijn geweest.</al></li>
              <li nr="5."><al>Voor vakantie-uren waarop de ambtenaar aanspraak heeft, maar die met
                                ingang van de dag van ontslag nog niet zijn verleend wordt een
                                vergoeding gegeven. Deze vergoeding is gelijk aan het uurloon van de
                                ambtenaar voor elk niet verleend vakantie-uur.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200601371, U201001464, U201401851, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 6:2:4</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Is aan de ambtenaar om redenen van dienstbelang in enig kalenderjaar
                                de vakantie niet of niet geheel verleend, dan wordt hem die nog niet
                                genoten vakantie zoveel mogelijk in het eerstvolgende, doch
                                uiterlijk voor het einde van het tweede volgende kalenderjaar
                                verleend.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien het belang van de dienst het onvermijdelijk maakt, dat de
                                vakantie of het aaneengesloten gedeelte daarvan wordt genoten buiten
                                het in artikel 6:2:2, tweede lid, genoemde tijdvak, kan door het
                                college de duur van de vakantie of het aaneengesloten deel daarvan
                                met 1/3 worden verlengd.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: 2004001009, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 6:2:5</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Verleende vakantie kan worden ingetrokken, wanneer dringende redenen
                                van dienstbelang zulks noodzakelijk maken. Indien ten gevolge
                                daarvan de ambtenaar op een bepaalde werkdag slechts gedeeltelijk
                                vakantie genoot, worden de genoten vakantieuren van die werkdag niet
                                in aanmerking genomen bij de berekening van het aantal genoten
                                vakantie-uren.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de ambtenaar ten gevolge van de intrekking van de vakantie
                                geldelijke schade lijdt, wordt deze schade hem vergoed.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: ARZ/601519</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 6:2:6</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien in enig kalenderjaar de vakantie geheel of gedeeltelijk niet
                                is verleend:</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>op verzoek van de ambtenaar;</al></li>
              <li nr="b."><al>als gevolg van afwezigheid wegens ziekte die niet aan de schuld of
                                nalatigheid van de ambtenaar is te wijten of</al></li>
              <li nr="c."><al>als gevolg van verblijf in militaire dienst anders dan voor eerste
                                oefening, wordt de niet genoten vakantie in een volgend kalenderjaar
                                verleend, tenzij het belang van de dienst of de belangen van de
                                andere ambtenaren zich daartegen verzetten.</al><al>Een verzoek als bedoeld onder a kan achterwege blijven, indien de
                                niet genoten vakantie minder is dan een nader door het college te
                                bepalen aantal uren.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="2."><al>De wegens ziekte tijdens een vakantie niet genoten vakantie-uren
                                worden als niet verleend beschouwd, indien de ambtenaar aannemelijk
                                kan maken dat hij, ware hem geen vakantie verleend, op die uren
                                verhinderd zou zijn geweest zijn functie te vervullen.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt met dien verstande,
                                dat de ambtenaar in enig kalenderjaar nimmer meer vakantie-uren kan
                                opnemen dan anderhalf maal het hem bij of krachtens artikel 6:2:1
                                toekomende aantal uren tenzij op een desbetreffend verzoek van de
                                ambtenaar uitdrukkelijk anders is beslist.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: 2004001009, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 6:2:7</vet>
            </al>
            <al>Aan de ambtenaar die tijdens zijn vakantie bepaalde voordelen welke aan zijn
                        dienstverband zijn verbonden derft, kan deswege een vergoeding worden
                        toegekend.</al>
            <al>Briefnummer: U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 6:2a Vervaltermijn wettelijk verlof</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien in een kalenderjaar het wettelijk verlof geheel of
                                gedeeltelijk niet is opgenomen , vervalt dit verlof 12 maanden na
                                het einde van dat kalenderjaar, tenzij de ambtenaar tot aan dat
                                tijdstip om medische redenen redelijkerwijs niet in staat is geweest
                                om dit vakantieverlof op te nemen, of dit vanwege dienstbelang niet
                                mogelijk is geweest.</al></li>
              <li nr="2."><al>Een ambtenaar kan een verzoek indienen om zijn wettelijk verlof
                                gedeeltelijk in te zetten voor een langere verlofperiode. Het
                                college kan daarbij de in lid 1 genoemde termijn verlengen.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201401851</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 6:2b Verjaringstermijn bovenwettelijk verlof</vet>
            </al>
            <al>Indien in een kalenderjaar het bovenwettelijk verlof geheel of gedeeltelijk
                        niet is opgenomen, verjaart dit verlof 60 maanden na het einde van dat
                        kalenderjaar. </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vakantietoelage</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6:3</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar heeft aanspraak op een vakantietoelage voor elke maand
                                waarover hij als zodanig salaris en de toegekende salaristoelage(n)
                                heeft ontvangen. Indien een ambtenaar in de loop van een maand zijn
                                functie gaat vervullen dan wel wordt ontslagen, ontvangt hij een
                                evenredig deel van de vakantietoelage over die maand.</al></li>
              <li nr="2."><al>De vakantietoelage bedraagt per kalendermaand 8% van het voor de
                                ambtenaar in die maand geldende salaris inclusief de toegekende
                                salaristoelage(n), met dien verstande dat aan de ambtenaar ten
                                minste het bedrag wordt uitbetaald dat gelijk is aan de voor
                                ambtenaren vastgestelde minimum vakantietoelage, welk bedrag bij het
                                vervullen van een onvolledige betrekking naar evenredigheid wordt
                                verminderd.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200800645, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 6:3:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vakantietoelage, bedoeld in artikel 6:3, wordt eenmaal per
                                kalenderjaar uitbetaald over de periode van 12 maanden, beginnende
                                met de maand juni van het voorafgaande kalenderjaar. In afwijking
                                van het bepaalde in de vorige zin vindt uitbetaling ook plaats bij
                                ontslag van de ambtenaar. </al></li>
              <li nr="2."><lijst>
                  <li nr="a."><al>Artikel 6:3 , alsmede het eerste lid van dit artikel zijn
                                        niet van toepassing op de ambtenaar, die in werkelijke
                                        dienst is of te werk is gesteld in de zin van artikel 9 van
                                        de Wet gewetensbezwaren militaire dienst;</al></li>
                  <li nr="b."><al>Aan de ambtenaar die ingevolge wettelijke verplichting
                                        anders dan voor herhalingsoefeningen als militair in
                                        werkelijke dienst is, of te werk is gesteld in de zin van
                                        artikel 9 van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst en
                                        die vervangende dienst gedurende negen maanden heeft
                                        vervuld, wordt een bedrag uitgekeerd, dat gelijk is aan het
                                        verschil tussen het bedrag, dat hij als vakantie-uitkering
                                        uit hoofde van zijn militaire dienst of tewerkstelling in de
                                        zin van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst ontvangt en
                                        het bedrag aan vakantietoelage - mits dit hoger is - dat hij
                                        zou hebben ontvangen indien de voorgaande leden op hem van
                                        toepassing zouden zijn en de toelage zou zijn berekend op
                                        basis van de volle aan zijn betrekking verbonden
                                        bezoldiging.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Bij de toepassing van dit artikel wordt in acht genomen dat de tijd
                                gedurende welke bij wijze van disciplinaire straf of uit hoofde van
                                schorsing een gedeelte van het salaris en de toegekende
                                salaristoelage(n) wordt ingehouden buiten beschouwing wordt gelaten,
                                indien en voorzover dat bij de strafoplegging of schorsing is
                                bepaald. Artikel 8:15:2, vierde en vijfde lid, is van
                                overeenkomstige toepassing. </al></li>
              <li nr="4."><al>Met betrekking tot de uitvoering van dit artikel kan het college
                                nadere regels stellen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: 2004001009, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Buitengewoon verlof</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6:4</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die op grond van de Wazo recht heeft op calamiteiten-
                                en ander kort verzuimverlof of kraamverlof heeft gedurende dit
                                verlof aanspraak op doorbetaling van zijn salaris en de toegekende
                                salaristoelage(n).</al></li>
              <li nr="2."><al>In een nader vast te stellen regeling wordt bepaald in welke andere
                                gevallen aan de ambtenaar door het college buitengewoon verlof met
                                behoud van salaris en de toegekende salaristoelage(n) kan worden
                                verleend.</al></li>
              <li nr="3."><al>In een nader vast te stellen regeling wordt bepaald in welke
                                gevallen het college buitengewoon verlof kan verlenen aan de
                                ambtenaar die lid is van een op grond van artikel 12:1, derde lid,
                                toegelaten organisatie.</al></li>
              <li nr="4."><al>In de situatie dat er tijdens de non-activiteit elders pensioen
                                wordt opgebouwd, is het verhaal van de Vut-fonds bijdrage als
                                bedoeld in artikel 21 van het FPU-reglement basis- en aanvullende
                                uitkering gelijk aan de bijdrage die voor de ambtenaar is
                                verschuldigd.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: U200600904, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Langdurend zorgverlof</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6:4:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college verleent aan de ambtenaar buitengewoon verlof met behoud
                                van salaris en de toegekende salaristoelage(n) op de dag dat het
                                huwelijk of geregistreerd partnerschap van de ambtenaar wordt
                                voltrokken.</al></li>
              <li nr="2."><al>De ambtenaar meldt tenminste twee weken tevoren aan het college
                                wanneer het huwelijk of het registeren van het partnerschap zal
                                plaatsvinden.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: U200600336, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 6:4:1a</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die op grond van de Wazo recht heeft op langdurend
                                zorgverlof heeft over de uren dat hij dit verlof geniet aanspraak op
                                doorbetaling van 50% van zijn salaris en de toegekende
                                salaristoelage(n).</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de ambtenaar gedurende het langdurend zorgverlof wegens
                                ziekte niet in staat is zijn functie te vervullen vindt geen
                                opschorting van het langdurend zorgverlof plaats.</al></li>
              <li nr="3."><al>De ambtenaar die langdurend zorgverlof geniet en langer dan 7
                                kalenderdagen wegens ziekte niet in staat is zijn functie te
                                vervullen heeft met ingang van de achtste kalenderdag aanspraak op
                                zijn volledige salaris en de toegekende salaristoelage(n).</al></li>
              <li nr="4."><al>De duur van de vakantie van de ambtenaar die langdurend zorgverlof
                                geniet wordt verminderd naar evenredigheid van de omvang van het
                                langdurend zorgverlof.</al></li>
              <li nr="5."><al>Indien de ambtenaar wegens ziekte niet in staat is zijn functie te
                                vervullen en deze ziekteperiode duurt langer dan 7 kalenderdagen,
                                wordt met ingang van de achtste kalenderdag de vermindering van de
                                duur van de vakantie beëindigd.</al></li>
              <li nr="6."><al>De opbouw van de vakantietoelage van de ambtenaar die langdurend
                                zorgverlof geniet vindt plaats op basis van de salarisbetaling
                                genoemd in het eerste lid.</al></li>
              <li nr="7."><al>Indien de ambtenaar wegens ziekte niet in staat is zijn betrekking
                                te vervullen en deze ziekteperiode duurt langer dan 7 kalenderdagen,
                                vindt met ingang van de achtste kalenderdag de opbouw van de
                                vakantietoelage weer plaats op basis van het volledige salaris en de
                                toegekende salaristoelage(n).</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200600336, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vakbondsverlof</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6:4:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voor de toepassing van dit artikel worden verstaan onder:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>Centrales van overheidspersoneel;</al><lijst>
                      <li nr="1."><al>de Algemene Centrale van overheidspersoneel
                                                (ACOP);</al></li>
                      <li nr="2."><al>de Christelijke Centrale van overheids- en onderwijs
                                                personeel (CCOOP);</al></li>
                      <li nr="3."><al>de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen
                                                bij overheid, onderwijs, bedrijven en instellingen
                                                (CMHF).</al></li>
                    </lijst></li>
                  <li nr="b."><al>Verenigingen van ambtenaren de verenigingen van ambtenaren
                                        welke zijn aangesloten bij de onder a genoemde centrales van
                                        overheidspersoneel.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt
                                door het college buitengewoon verlof met behoud van salaris en de
                                toegekende salaristoelag(n) verleend aan de ambtenaar:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>voor het bijwonen van algemene vergaderingen van
                                        verenigingen van ambtenaren of, voor zover het algemene
                                        verenigingen betreft welke ook andere groepen van ambtenaren
                                        dan gemeentepersoneel organiseren, voor het bijwonen van
                                        algemene vergaderingen van een landelijke groep van
                                        gemeentepersoneel indien de ambtenaar lid van het
                                        hoofdbestuur, bestuurslid ener landelijke groep of
                                        afgevaardigde van een afdeling is, met dien verstande dat
                                        van elke afdeling voor iedere vijftig leden of gedeelte
                                        daarvan aan ten hoogste twee afgevaardigden tot een maximum
                                        van tien afgevaardigden, verlof wordt verleend;</al></li>
                  <li nr="b."><al>voor het bijwonen van hoofdbestuursvergaderingen indien hij
                                        lid is van het hoofdbestuur van bondsraad- of
                                        bestuursraadvergaderingen indien hij lid is van de bonds- of
                                        bestuursraad, en van groepsraadvergaderingen indien hij lid
                                        is van een landelijke groepsraad;</al></li>
                  <li nr="c."><al>voor het bijwonen van één algemene vergadering van de
                                        centrale organisatie waarbij de vereniging van de ambtenaar
                                        is aangesloten, indien hij als vertegenwoordiger van zijn
                                        vereniging aan die vergadering deelneemt.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten wordt door
                                het college aan de ambtenaar met een volledige betrekking
                                buitengewoon verlof met behoud van salaris en de toegekende
                                salaristoelage(n) verleend:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>om, indien hij daartoe door een centrale van
                                        overheidspersoneel als bedoeld in het eerste lid, onder a of
                                        door een daarbij aangesloten vereniging is aangewezen. </al><lijst>
                      <li nr="1."><al>om bestuurlijke en/of vertegenwoordigende
                                                activiteiten te ontplooien binnen die centrale of
                                                die daarbij aangesloten vereniging,
                                                onderscheidenlijk binnen het gemeentelijk apparaat,
                                                welke ertoe strekken de doelstellingen van deze
                                                centrale van overheidspersoneel en/of de daarbij
                                                aangesloten vereniging te ondersteunen, het geheel
                                                voor ten hoogste 216 uren per kalenderjaar;</al></li>
                      <li nr="2."><al>als vakbondsconsulent, voor ten hoogste 50 uur per
                                                jaar voor een organisatie met minder dan 400
                                                medewerkers en ten hoogste 100 voor een organisatie
                                                met meer dan 400 medewerkers;</al></li>
                      <li nr="3."><al>als arbeidsvoorwaardenadviseur voor ten hoogste 50
                                                uur per jaar voor een organisatie met minder dan 400
                                                medewerkers en ten hoogste 100 uur voor een
                                                organisatie met meer dan 400 medewerkers met dien
                                                verstande dat per vakcentrale per organisatie verlof
                                                wordt toegekend aan maximaal een
                                                arbeidsvoorwaardenadviseur</al></li>
                    </lijst></li>
                  <li nr="b."><al>voor het - op uitnodiging van een vereniging van ambtenaren
                                        - als cursist deelnemen aan een cursus welke door of ten
                                        behoeve van de leden van die vereniging van ambtenaren wordt
                                        gegeven, alles te samen voor ten hoogste 43,2 uren per twee
                                        kalenderjaren.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4."><al>Van het buitengewoon verlof met behoud van beloning van een
                                ambtenaar die is aangesteld voor een formele arbeidsduur per week
                                van minder dan 36 uur wordt het aantal uren genoemd in het derde lid
                                onder de a en b, naar evenredigheid verminderd.</al></li>
              <li nr="5."><al>Het verlof, bedoeld in het tweede en derde lid tezamen, kan voor de
                                ambtenaar met een volledige betrekking niet meer bedragen dan ten
                                hoogste 244,8 uren per kalenderjaar, echter met dien verstande dat
                                ten hoogste 316,8 uren verlof kan worden verleend aan de ambtenaar
                                die:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>lid is van het hoofdbestuur van een centrale van
                                        overheidspersoneel, genoemd in het eerste lid onder a , nr.
                                        1 of 2 en/of van een vereniging van ambtenaren die
                                        rechtstreeks bij die centrale is aangesloten.</al></li>
                  <li nr="b."><al>lid is van het centrale bestuur van de centrale genoemd in
                                        het eerste lid onder a , nr.3 en/of bestuurslid is van een
                                        sector of sectie van de centrale.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Het buitengewoon verlof met behoud van beloning van een ambtenaar die is
                        aangesteld voor een formele arbeidsduur per week van minder dan 36 uur wordt
                        het aantal uren genoemd in het derde lid onder a en b, naar evenredigheid
                        verminderd. </al>
            <lijst>
              <li nr="6."><al>Verlof, bedoeld in de vorige leden, kan slechts worden verleend aan
                                de ambtenaar die lid is van een vereniging van ambtenaren, bedoeld
                                in het eerste lid, onder b.</al></li>
              <li nr="7."><al>Tenzij andere belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt
                                aan de ambtenaar die door de vereniging van ambtenaren waarvan hij
                                lid is, is aangewezen als lid van de commissie, bedoeld in artikel
                                12:1, tweede lid, buitengewoon verlof met behoud van salaris en de
                                toegekende salaristoelage(n) verleend voor het bijwonen van de
                                vergadering van die commissie, alsmede voor een voorvergadering per
                                uitgeschreven commissievergadering. Hetgeen ten aanzien van de
                                voorvergadering is bepaald, geldt eveneens voor de ambtenaar die
                                door de vereniging van ambtenaren waarvan hij lid is, is aangewezen
                                als plaatsvervangend lid van de commissie bedoeld in artikel 12:1,
                                tweede lid.</al></li>
              <li nr="8."><al>Het college kan omtrent het bepaalde in dit artikel nadere regels
                                stellen, waarbij het te verlenen verlof, bedoeld in het tweede,
                                derde en vijfde lid, op een lager aantal uren kan worden
                                gesteld.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: 2004001009, U201300288, U201401851, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 6:4:2a</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2002004755 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Kortdurend zorgverlof</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6:4:3</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar met een volledige betrekking kan voor maximaal 72 uur
                                per kalenderjaar aanspraak maken op kortdurend zorgverlof op grond
                                van de Wazo. </al></li>
              <li nr="2."><al>Het maximum van 72 uur, als genoemd in het eerste lid, wordt voor de
                                ambtenaar die is aangesteld voor een formele betrekkingsomvang van
                                minder dan 36 uur per week naar evenredigheid verminderd. </al></li>
              <li nr="3."><al>Het verlof komt voor de helft voor de rekening van de werkgever en
                                voor de helft voor de rekening van de ambtenaar.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het college bepaalt in overleg met de ambtenaar nader de wijze
                                waarop de verrekening van het verlof met hem plaatsvindt.
                                Verrekening met de vakantie bedoeld in artikel 6:2 is mogelijk.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2002004755, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Non-activiteit</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6:4:4</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Bij non-activiteit, bedoeld in artikel 125c, eerste lid, van de
                                Ambtenarenwet bestaat geen recht op doorbetaling van het salaris en
                                de toegekende salaristoelage(n) en vakantietoelage.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de ambtenaar uit hoofde van zijn benoeming of verkiezing,
                                bedoeld in artikel 125c, tweede lid, Ambtenarenwet 1929, aanspraak
                                heeft op een vaste vergoeding - niet zijnde een onkostenvergoeding -
                                wordt op zijn salaris en de toegekende salaristoelage(n) over de
                                tijd dat hij het op grond van dat artikellid verleende verlof geniet
                                een inhouding toegepast. Deze inhouding gaat hetgeen hij geacht kan
                                worden te ontvangen als vergoeding voor de met het verlof
                                overeenkomende tijd niet te boven.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het college kan ter uitvoering van de vorige leden nadere regels
                                vaststellen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: 2004001009, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overige redenen buitengewoon verlof</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6:4:5</vet>
            </al>
            <al>Het college kan aan een ambtenaar op diens verzoek, met behoud van het genot
                        van zijn gehele of gedeeltelijke salaris en de toegekende salaristoelage(n)
                        en al dan niet onder bepaalde nadere voorwaarden, verlof verlenen om andere
                        redenen dan die welke zijn genoemd in artikel 6:4 tot en met artikel 6:4:4.
                        Het verlof wordt verleend voor maximaal één jaar.</al>
            <al>briefnummer: U200600904, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 6:4:5a</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan aan de ambtenaar die benoemd is tot bezoldigd
                                bestuurder van een vereniging van ambtenaren op diens verzoek
                                onbetaald verlof verlenen voor de duur van de vervulling van de
                                functie voor ten hoogste twee jaren.</al></li>
              <li nr="2."><al>Gedurende de periode van het verlof is het verhaal van de
                                pensioenpremies en de Vut-fonds bijdrage als bedoeld in artikel 21
                                van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering gelijk aan het
                                bedrag van de premies en de bijdrage die voor de ambtenaar zijn
                                verschuldigd. Bij deeltijd verlof wordt het verhaal naar rato
                                vastgesteld. Het verhaal is, voor wat betreft de pensioenpremies,
                                niet aan de orde in het geval dat het verlof voor ten hoogste drie
                                maanden is verleend.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600904</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Buitengewoon verlof is geen vakantie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6:4:6</vet>
            </al>
            <al>Het buitengewoon verlof dat volledig doorbetaald wordt, wordt niet in
                        mindering gebracht op de vakantie.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2002004755 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Ouderschapsverlof</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6:5</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die op grond van de Wazo recht heeft op
                                ouderschapsverlof, heeft, voor zover lokaal een regeling betaald
                                ouderschapsverlof is of wordt vastgesteld, over de uren dat hij dit
                                verlof geniet, maar ten hoogste over 13 maal de formele arbeidsduur
                                per week, aanspraak op doorbetaling van een percentage van zijn
                                salaris en de toegekende salaristoelage(n).</al></li>
              <li nr="2."><al>Het percentage bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de ambtenaar
                                die wordt gesalarieerd volgens:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>schaal 1: 90%</al></li>
                  <li nr="b."><al>schaal 2: 85%</al></li>
                  <li nr="c."><al>schaal 3: 80%</al></li>
                  <li nr="d."><al>schaal 4: 70%</al></li>
                  <li nr="e."><al>schaal 5: 60%</al></li>
                  <li nr="f."><al>schaal 6 en hoger: 50%</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Het is niet toegestaan dat de ambtenaar gedurende de uren dat het
                                betaald ouderschapsverlof wordt genoten betaalde arbeid verricht.
                                Het college kan hieromtrent nadere regels stellen.</al></li>
              <li nr="4."><al>Op de ambtenaar die op grond van de Wazo recht heeft op
                                ouderschapsverlof is artikel 6:9 niet van toepassing.</al></li>
              <li nr="5."><al>De ambtenaar kan op grond van onvoorziene omstandigheden een verzoek
                                indienen om toegekend ouderschapsverlof niet op te nemen. Tenzij een
                                zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet, stemt het college
                                hiermee in. Instemming heeft tot gevolg dat het resterende
                                ouderschapsverlof wordt opgeschort.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: U200600394, U200801974, U200900468, U201501087,
                        U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Voorwaarden</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6:5:1</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2002004755 en U200900468 en U20150</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Meerlingen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6:5:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Bij twee- of meerlingen bestaat slechts voor één kind aanspraak
                                betaald ouderschapsverlof. </al></li>
              <li nr="2."><al>De bepalingen uit artikel 6:5:1, 6:5:3, 6:5:4 en 6:5:7 zijn van
                                overeenkomstige toepassing indien er, voor het tweede en de meerdere
                                kinderen van een twee- of meerling, gebruik wordt gemaakt van de
                                mogelijkheid onbetaald ouderschapsverlof te genieten.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: CvA/2002004755 en U200900468</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Ziekte</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6:5:3</vet>
            </al>
            <al>Vervallen</al>
            <al> briefnummer: 2002004755, U201501087, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Opbouw vakantie en vakantietoelage</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6:5:4</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De duur van de vakantie van de ambtenaar die ouderschapsverlof
                                geniet, wordt verminderd naar evenredigheid van de omvang van het
                                ouderschapsverlof.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de ambtenaar wegens ziekte niet in staat is zijn functie te
                                vervullen en deze ziekteperiode duurt langer dan 14 kalenderdagen,
                                wordt met ingang van de vijftiende kalenderdag de vermindering van
                                de duur van de vakantie beëindigd.</al></li>
              <li nr="3."><al>De opbouw van de vakantietoelage van de ambtenaar die
                                ouderschapsverlof geniet vindt plaats op basis van de
                                salarisbetaling, die tijdens dit ouderschapsverlof wordt
                                uitbetaald.</al></li>
              <li nr="4."><al>Indien de ambtenaar wegens ziekte niet in staat is zijn betrekking
                                te vervullen en deze ziekteperiode duurt langer dan 14
                                kalenderdagen, vindt met ingang van de vijftiende kalenderdag de
                                opbouw van de vakantietoelage weer plaats op basis van het volledige
                                salaris en de toegekende salaristoelage(n).</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: 2002004755, U200900468, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Terugbetaling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6:5:5</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die gedurende het betaald ouderschapsverlof of binnen
                                zes maanden daarna ontslag wordt verleend op grond van artikel 8:1,
                                eerste lid, of artikel 8:13, is verplicht het salaris en de
                                toegekende salaristoelage(n), die hij op grond van artikel 6:5 heeft
                                genoten, terug te betalen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Geen terugbetalingsverplichting ontstaat indien het ontslag als
                                bedoeld in artikel 8:1, eerste lid:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>het gevolg is van het aanvaarden van een dienstverband bij
                                        een andere gemeente;</al></li>
                  <li nr="b."><al>en evenmin indien de betrokkene aanspraak heeft op een
                                        uitkering krachtens de Werkloosheidswet, vanwege
                                        werkloosheid, die is ontstaan doordat de ambtenaar ontslag
                                        heeft gevraagd omdat hij de echtgenoot of geregistreerde
                                        partner volgt, die door geheel buiten hem liggende oorzaken
                                        noodzakelijk van standplaats moet wijzigen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>De ambtenaar die gedurende het betaald ouderschapsverlof of binnen
                                drie maanden daarna op eigen verzoek een functie aanvaardt voor
                                minder uren dan hij direct voorafgaande aan het ouderschapsverlof
                                vervulde, is verplicht het salaris en de toegekende
                                salaristoelage(n), die hij op grond van artikel 6:5 heeft genoten
                                over de uren waarmee zijn aanstelling wordt verminderd, terug te
                                betalen.</al></li>
              <li nr="4."><al>De ambtenaar die van het betaald ouderschapsverlof gebruik maakt,
                                dient zich tevoren schriftelijk akkoord te verklaren met het in het
                                eerste en derde lid bepaalde. </al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: 2002004755, U200900468, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 6:5:6</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200515951</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 6:5:7</vet>
            </al>
            <al>Voor gevallen waarin deze regeling niet of niet naar billijkheid voorziet,
                        kan het college een bijzondere regeling treffen.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2002004755</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overgangsrecht ouderschapsverlof</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6:5a</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: U200600394 en U200801974 en U200900468</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 6:5a:1</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: U200600334, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 6:6</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600904</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Zwangerschaps- en bevallingsverlof</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6:7</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vrouwelijke ambtenaar die op grond van de Wazo zwangerschaps- en
                                bevallingsverlof geniet, heeft gedurende dit verlof aanspraak op
                                doorbetaling van haar volledige salaris en de toegekende
                                salaristoelage(n).</al></li>
              <li nr="2."><al>De Wazo-uitkering van het zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt
                                in mindering gebracht op het bedrag waarop de ambtenaar op grond van
                                het eerste lid recht heeft.</al></li>
              <li nr="3."><al>De ambtenaar is, wanneer zij recht heeft op zwangerschaps- en
                                bevallingsverlof, verplicht mee te werken aan de aanvraag en de
                                uitbetaling van de Wazo-uitkering door de gemeente bij en door het
                                UWV.</al></li>
              <li nr="4."><al>Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de
                                vrouwelijke ambtenaar de Wazo-uitkering nog niet tot uitbetaling is
                                gekomen, vermindering ondergaat, aan de ambtenaar een boete wordt
                                opgelegd, danwel het recht op de Wazo-uitkering geheel of
                                gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit aan haar schuld of toedoen te
                                wijten is, wordt de Wazo-uitkering op het salaris en de toegekende
                                salaristoelagen in mindering gebracht.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: U200515560, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Adoptie- en pleegzorgverlof</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6:8</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die op grond van de Wazo recht heeft op adoptie- of
                                pleegzorgverlof, heeft gedurende dit verlof aanspraak op
                                doorbetaling van zijn volledige salaris en de toegekende
                                salaristoelage(n). </al></li>
              <li nr="2."><al>De Wazo-uitkering van het adoptie- of pleegzorgverlof wordt in
                                mindering gebracht op het bedrag waarop de ambtenaar op grond van
                                het eerste lid recht heeft.</al></li>
              <li nr="3."><al>De ambtenaar is, wanneer hij recht heeft op adoptie- of
                                pleegzorgverlof, verplicht mee te werken aan de aanvraag en de
                                uitbetaling van de Wazo-uitkering door de gemeente bij en door het
                                UWV.</al></li>
              <li nr="4."><al>Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de
                                ambtenaar de Wazo-uitkering nog niet tot uitbetaling is gekomen,
                                vermindering ondergaat, aan de ambtenaar een boete wordt opgelegd,
                                danwel het recht op de Wazo-uitkering geheel of gedeeltelijk wordt
                                geweigerd, en dit aan zijn schuld of toedoen te wijten is, wordt de
                                Wazo-uitkering op het salaris en de toegekende salaristoelagen in
                                mindering gebracht.</al></li>
              <li nr="5."><al>Het adoptie- en pleegzorgverlof schort de termijnen, bedoeld in
                                artikel 7:3, niet op.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200601371, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Onbetaald verlof onder meer t.b.v. de gemeentelijke
                            levensloopregeling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6:9</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die langer dan een jaar in dienst is van de gemeente
                                kan het college verzoeken hem onbetaald verlof te verlenen voor een
                                periode van tenminste 1 maand en ten hoogste 18 maanden.</al></li>
              <li nr="2."><al>De ambtenaar geniet in een periode van vijf jaar maximaal 18 maanden
                                onbetaald verlof. Per jaar heeft de ambtenaar recht op maximaal één
                                periode van onbetaald verlof. </al></li>
              <li nr="3."><al>Het college kan afwijken van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                voorwaarden.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het verzoek van de ambtenaar heeft betrekking op de volledige
                                arbeidsduur of op een deel daarvan.</al></li>
              <li nr="5."><al>De ambtenaar dient het verzoek tenminste drie maanden voor de
                                gewenste ingangsdatum in. Het college stelt vast hoe het verzoek
                                wordt ingediend. </al></li>
              <li nr="6."><al>Het college beslist zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen twee
                                maanden na ontvangst van het verzoek. De ambtenaar ontvangt
                                schriftelijk bericht van de beslissing van het college. </al></li>
              <li nr="7."><al>Indien de ambtenaar betaalde arbeid verricht over de uren dat hij
                                onbetaald verlof geniet, kan het college het verlof intrekken.</al></li>
              <li nr="8."><al>Onverminderd het zevende lid kan het onbetaalde verlof niet
                                tussentijds worden beëindigd tenzij het college en de ambtenaar
                                hiermee instemmen.</al></li>
              <li nr="9."><al>Het college kent een verzoek om onbetaald verlof dat betrekking
                                heeft op een periode direct voorafgaand aan de pensionering toe,
                                tenzij zwaarwegende dienstbelangen zich daartegen verzetten. In
                                afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt het verlof
                                verleend voor een periode van maximaal drie jaren.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: MARZ/CvA/U200600904</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Aanspraken tijdens het verlof</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6:10</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De duur van de vakantie van de ambtenaar die onbetaald verlof geniet
                                wordt verminderd naar evenredigheid van de omvang van het onbetaald
                                verlof.</al></li>
              <li nr="2."><al>Gedurende de periode van verlof bestaat geen aanspraak op
                                uitkeringen, tegemoetkomingen, toeslagen, toelagen en
                                (kosten)vergoedingen. Bij deeltijd verlof wordt dit naar rato
                                vastgesteld.</al></li>
              <li nr="3."><al>Gedurende de periode van het verlof bestaat aanspraak op de gehele
                                vergoeding als bedoeld in artikel 7:24a.</al></li>
              <li nr="4."><al>Gedurende de periode van het verlof is het verhaal van de
                                pensioenpremies en de Vut-fonds bijdrage als bedoeld in artikel 21
                                van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering gelijk aan het
                                bedrag van de premies en de bijdrage die voor de ambtenaar zijn
                                verschuldigd. Bij deeltijd verlof wordt het verhaal naar rato
                                vastgesteld. Het verhaal is, voor wat betreft de pensioenpremies,
                                niet aan de orde in het geval dat het verlof voor ten hoogste drie
                                maanden is verleend.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: CvA/U200801637</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Samenloop met ziekte</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6:11</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het verlof van de ambtenaar die voor een deel van zijn betrekking
                                onbetaald verlof geniet en langer dan 14 kalenderdagen ziek is,
                                eindigt met ingang van de vijftiende kalenderdag.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan besluiten het verlof van de ambtenaar die volledig
                                onbetaald verlof geniet en langer dan 14 kalenderdagen ziek is, in
                                schrijnende gevallen te beëindigen. Dit kan niet wanneer er sprake
                                is van verlof voorafgaand aan pensionering.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: U200600904 en U200802017</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Samenloop met zwangerschaps- en bevallingsverlof</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6:12</vet>
            </al>
            <al>Het onbetaalde verlof eindigt op de eerste dag van het zwangerschaps- en
                        bevallingsverlof.</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600904 </al>
            <al/>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>6a</nr>
            <titel>DE GEMEENTELIJKE LEVENSLOOPREGELING</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>
              <vet>Begripsomschrijvingen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6a:1</vet>
            </al>
            <al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gemeentelijke levensloopregeling: een regeling als bedoeld in
                                artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964;</al></li>
              <li nr="b."><al>instelling: een door de ambtenaar gekozen kredietinstelling of
                                verzekeraar als bedoeld in artikel 19g, vierde lid, Wet op de
                                loonbelasting 1964;</al></li>
              <li nr="c."><al>levenslooprekening: een bij de instelling door de ambtenaar geopende
                                geblokkeerde rekening, waarop de inleg van de ambtenaar wordt
                                gestort;</al></li>
              <li nr="d."><al>levensloopverzekering: een bij de instelling door de ambtenaar
                                afgesloten verzekering, waarop de inleg van de ambtenaar wordt
                                gestort;</al></li>
              <li nr="e."><al>levenslooptegoed: het tegoed op een levenslooprekening
                                onderscheidenlijk het verzekerd kapitaal.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600904</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 6a:2 Doel</vet>
            </al>
            <al>vervallen</al>
            <al>briefnummer: U200600904 en U201300314</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verzoek tot deelname levensloopregeling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6a:3</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die deel wil nemen aan de gemeentelijke
                                levensloopregeling meldt dit bij het college.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college verwerkt de melding uiterlijk met ingang van de derde
                                kalendermaand na ontvangst, tenzij niet wordt voldaan aan de eisen
                                zoals genoemd in artikel 6a:4.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het college stelt vast hoe de melding moet plaatsvinden.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: MARZ/CvA/U200600904</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 6a:4 Verzoek tot deelname levensloopregeling</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar informeert het college schriftelijk over de instelling
                                waarbij de levenslooprekening of de levensloopverzekering wordt
                                aangehouden. </al></li>
              <li nr="2."><al>De ambtenaar verklaart schriftelijk aan het college of hij een
                                levenslooptegoed heeft opgebouwd bij een of meer gewezen
                                inhoudingsplichtigen tenzij een andere werkgever bij wie de
                                ambtenaar in dienst is geacht wordt inhoudingsplichtig te zijn ten
                                aanzien van dit levenslooptegoed. </al></li>
              <li nr="3."><al>De ambtenaar stemt er schriftelijk mee in dat de instelling aan het
                                college informatie verstrekt over de omvang van het levenslooptegoed
                                van de ambtenaar tenzij dit levenslooptegoed geacht wordt te zijn
                                opgebouwd bij een andere inhoudingsplichtige bij wie de ambtenaar in
                                dienst is. </al></li>
              <li nr="4."><al>De ambtenaar verklaart schriftelijk aan het college dat hij voldoet
                                aan de voorwaarden die de Wet op de Loonbelasting 1964 aan deelname
                                stelt.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummers: U200600904, U201300314, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Inleg</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6a:5</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar vermeldt bij zijn melding om deel te nemen aan de
                                gemeentelijke levensloopregeling het gewenste bedrag van de inleg
                                per jaar.</al></li>
              <li nr="2."><al>De ambtenaar kan eenmaal per jaar op een door het college aangewezen
                                wijze en tijdstip de hoogte van de inleg wijzigen.</al></li>
              <li nr="3."><al>De inleg bestaat uit een of meerdere van de in artikel 6a:6 genoemde
                                bronnen.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: MARZ/CvA/U200600904</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Bronnen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6a:6</vet>
            </al>
            <al>De jaarlijkse inleg van de ambtenaar in het kader van de gemeentelijke
                        levensloopregeling bestaat uit een of meer van de volgende bronnen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het salaris;</al></li>
              <li nr="b."><al>de vakantietoelage;</al></li>
              <li nr="c."><al>de eindejaarsuitkering;</al></li>
              <li nr="d."><al>de levensloopbijdrage als genoemd in artikel 6a:7;</al></li>
              <li nr="e."><al>de geldelijke vergoeding voor de verkoop van vakantie-uren als
                                bedoeld in artikel 4a:1;</al></li>
              <li nr="f."><al>het opgebouwde verloftegoed bedoeld in artikel 4:9 lid 3.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200601087, U201300476</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Levensloopbijdrage</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6a:7</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die geboren is na 31 december 1949, met uitzondering
                                van de ambtenaar die in 2005 55 jaar is geworden en die in deeltijd
                                met FPU is gegaan, heeft recht op een levensloopbijdrage ten bedrage
                                van 1,5% van het voor hem in een kalenderjaar geldende salaris op
                                jaarbasis. De bijdrage bedraagt bij een volledig dienstverband
                                minimaal €400. Bij een deeltijd dienstverband wordt dit bedrag naar
                                rato vastgesteld. De levensloopbijdrage wordt tevens uitgekeerd aan
                                ambtenaren die zijn geboren voor of op 31 december 1949 en die geen
                                recht hebben op een uitkering zoals bedoeld in hoofdstuk 5a.</al></li>
              <li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid is de levensloopbijdrage 2,5% indien
                                en voor zolang hoofdstuk 9a op de ambtenaar van toepassing is.</al></li>
              <li nr="3."><al>De levensloopbijdrage bedoeld in het tweede lid wordt gedurende
                                maximaal 20 jaar verstrekt. Hierna ontvangt de ambtenaarde
                                levensloopbijdrage bedoeld in het eerste lid. De levensloopbijdrage
                                van 2,5% kan na 20 jaar voortgezet worden, indien artikel 9a:9,
                                eerste lid, onderdeel b, van toepassing is.</al></li>
              <li nr="4."><al>De levensloopbijdrage wordt eenmaal per kalenderjaar in de maand
                                december betaald.</al></li>
              <li nr="5."><al>Bij indiensttreding vanaf 1 augustus van een kalenderjaar bouwt de
                                ambtenaar naar evenredigheid aanspraken op een levensloopbijdrage
                                op. Bij ontslag van de ambtenaar vindt betaling van de
                                levensloopbijdrage plaats over het gedeelte van het kalenderjaar dat
                                de ambtenaar in dienstverband werkzaam is geweest.</al></li>
              <li nr="6."><al>De levensloopbijdrage behoort tot het percentage, bedoeld in het
                                eerste lid, tot het pensioengevend inkomen als bedoeld in artikel
                                3.1, lid 1, sub g van het pensioenreglement van de Stichting
                                Pensioenfonds ABP.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200800195, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 6a:7a Uitbetaling levensloopbijdrage 2008</vet>
            </al>
            <al>Vervallen</al>
            <al>Briefnummer: U200800195 en U201300314</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Beëindiging deelname levensloopregeling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6a:8</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college beëindigt de deelname aan de levensloopregeling
                                uiterlijk twee maanden na ontvangst van de kennisgeving hiertoe door
                                de ambtenaar. Het college stelt vast hoe de kennisgeving moet
                                plaatsvinden</al></li>
              <li nr="2."><al>Deelname aan de gemeentelijke levensloopregeling eindigt daarnaast: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>bij overlijden van de ambtenaar; </al></li>
                  <li nr="b."><al>bij ontslag van de ambtenaar;</al></li>
                  <li nr="c."><al>op de dag voorafgaand aan die waarop de ambtenaar de
                                        AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200600904 en U201001917 en U201200194</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 6a:9 Opname levenslooptegoed</vet>
            </al>
            <al>Om over het levenslooptegoed te kunnen beschikken ten behoeve van de opname
                        van onbetaald verlof op grond van de Wet Arbeid en Zorg en hoofdstuk 6 meldt
                        de ambtenaar tenminste drie maanden voor de gewenste ingangsdatum het
                        college dat hij wil beschikken over (een deel van zijn) levenslooptegoed.
                        Het college stelt vast hoe de melding moet plaatsvinden. </al>
            <al>briefnummer: U200600904 en U201300314</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Slotbepaling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6a:10</vet>
            </al>
            <al>Dit hoofdstuk is niet van toepassing op ambtenaren bedoeld in hoofdstuk 9 en
                        9b, met uitzondering van de ambtenaar op wie paragraaf 5 van hoofdstuk 9b
                        van toepassing is.</al>
            <al> briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Tijdelijke regeling ambtenaren die werkzaam zijn in een betrekking bij
                            het gemeentelijk stadsvervoer</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 6a:11</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoofdstuk 7 AANSPRAKEN BIJ ONGESCHIKTHEID WEGENS ZIEKTE OF
                        GEBREK</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>§ 1. DEFINITIES</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 7:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>passende arbeid: alle arbeid die voor de krachten en
                                        bekwaamheden van de ambtenaar is berekend, tenzij
                                        aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of
                                        sociale aard niet van hem kan worden gevergd;</al></li>
                  <li nr="b."><al>werkzaamheden in het kader van de reïntegratie: toonvormende
                                        arbeid, die specifiek gericht is op terugkeer in de eigen
                                        dan wel passende arbeid waarover afspraken zijn vastgelegd
                                        in het plan van aanpak bedoeld in artikel 7:9, derde
                                        lid;</al></li>
                  <li nr="c."><al>scholing in het kader van de reïntegratie: scholing die
                                        gericht is op terugkeer in de eigen dan wel passende arbeid
                                        waarover afspraken zijn vastgelegd in het plan van aanpak
                                        bedoeld in artikel 7:9, derde lid; </al></li>
                  <li nr="d."><al>arbeidsongeschiktheid in en door de dienst:
                                        arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of gebreken die in
                                        overwegende mate haar oorzaak vindt in: </al><lijst>
                      <li nr="1."><al>de aard van de opgedragen werkzaamheden of in de
                                                bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten
                                                worden verricht of;</al></li>
                      <li nr="2."><al>in een dienstongeval verband houdende met de aard
                                                van de opgedragen werkzaamheden of de bijzondere
                                                omstandigheden waarin deze werkzaamheden moesten
                                                worden verricht; </al></li>
                      <li nr="3."><al>en die niet aan schuld of nalatigheid van de
                                                ambtenaar is te wijten; </al></li>
                    </lijst></li>
                  <li nr="e."><al>restverdiencapaciteit: het door UWV vast te stellen inkomen
                                        dat de ambtenaar met zijn vaardigheden en bekwaamheden,
                                        gelet op zijn beperkingen, nog kan verdienen; </al></li>
                  <li nr="f."><al>arbodienst: een dienst als bedoeld in artikel 17, eerste
                                        lid, van de Arbeidsomstandighedenwet;</al></li>
                  <li nr="g."><al>inactieve: de oud-ambtenaar met een WW-uitkering,
                                        aanvullende uitkering, nawettelijke uitkering,
                                        WAO-uitkering, WIA-uitkering of wachtgelduitkering, die
                                        direct voorafgaand aan de uitkering in dienst was van een
                                        gemeente;</al></li>
                  <li nr="h."><al>postactieve: de oud-ambtenaar met een uitkering functioneel
                                        leeftijdsontslag, ouderdomspensioen van het ABP of ABP
                                        keuzepensioen, die direct voorafgaand aan deze uitkering of
                                        dit pensioen in dienst was van een gemeente of inactieve
                                        was;</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt artikel 1:2:1 in acht
                                genomen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200801637, U200802017, U201300288, U201600266</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 2. Bedrijfsgeneeskundige begeleiding en geneeskundig
                        onderzoek</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Bedrijfgeneeskundige begeleiding en geneeskundig onderzoek</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:2</vet>
            </al>
            <al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot
                        bedrijfsgeneeskundige begeleiding en geneeskundig onderzoek.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2002004415</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Arbo-dienst</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:2:1</vet>
            </al>
            <al>De gemeente laat zich bijstaan door een arbodienst of gecertificeerd
                        deskundige(n).</al>
            <al>briefnummer: 2002004415, U201300288</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Bedrijfsgeneeskundige begeleiding</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:2:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar heeft het recht op bedrijfsgeneeskundige begeleiding
                                overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk.</al></li>
              <li nr="2."><al>De bedrijfsgeneeskundige begeleiding van de ambtenaar geschiedt door
                                een arbodienst of gecertificeerd deskundige(n), overeenkomstig door
                                het college te stellen regels.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: 2002004415, U201300288</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Consulteren arts door ambtenaar</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:2:3</vet>
            </al>
            <al>De ambtenaar heeft het recht een arts van de arbo-dienst rechtstreeks te
                        consulteren ter zake van gezondheidsproblemen die naar zijn mening met zijn
                        arbeidssituatie kunnen samenhangen.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2002004415</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Periodiek geneeskundig onderzoek</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:2:4</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al> briefnummer: 2002004415, U201300288</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Geneeskundig onderzoek</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:2:5</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college is bevoegd de arbo-dienst opdracht te geven de ambtenaar
                                aan een geneeskundig onderzoek te onderwerpen:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>indien naar het oordeel van het college redelijkerwijs
                                        aanleiding bestaat tot twijfel aan een goede
                                        gezondheidstoestand van de ambtenaar;</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien de ambtenaar niet of niet langer volledig geschikt is
                                        gebleken voor het naar behoren vervullen van zijn functie,
                                        zulks ten einde na te gaan of hiervoor medische oorzaken
                                        zijn aan te wijzen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>De ambtenaar is verplicht zich aan een onderzoek, bedoeld in het
                                eerste lid, te onderwerpen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2002004415, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Buitendienststelling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:2:6</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien bij een onderzoek, bedoeld in artikel 7:2:5 blijkt van een
                                zodanige lichamelijke of geestelijke toestand van de ambtenaar, dat
                                naar het oordeel van de arbo-dienst de belangen van de ambtenaar,
                                die van de dienst of van bij de dienstuitoefening betrokken derden
                                zich tegen voortzetting van zijn werkzaamheden verzetten, wordt de
                                ambtenaar door het college buiten dienst gesteld.</al></li>
              <li nr="2."><al>Een buitendienststelling, bedoeld in het eerste lid, vindt niet
                                plaats indien, naar het oordeel van de arbo-dienst, de lichamelijke
                                of geestelijke toestand van de ambtenaar het wenselijk maakt dat hij
                                tijdelijk met andere werkzaamheden wordt belast, indien en voor
                                zover deze voorhanden zijn. In dat geval is artikel 7:18:1 van
                                overeenkomstige toepassing.</al></li>
              <li nr="3."><al>Een buitendienststelling, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de
                                toepassing van de overige artikelen van dit hoofdstuk gelijkgesteld
                                met een verhindering wegens ziekte.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2002004415, U201502055, U201600266</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Maatregelen of voorzieningen in belang herstel ambtenaar</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:2:7</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien daartoe naar het oordeel van de arbo-dienst aanleiding
                                bestaat, verzoekt het college het UWV de ambtenaar in aanmerking te
                                laten komen voor maatregelen of voorzieningen in het belang van het
                                herstel van zijn gezondheid, dan wel in het belang van het behoud,
                                het herstel of de bevordering van zijn arbeidsgeschiktheid.</al></li>
              <li nr="2."><al>De ambtenaar wordt van het verzoek, bedoeld in het eerste lid,
                                schriftelijk in kennis gesteld.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2002004415</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 3 Aanspraken tijdens ziekte</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Recht op salaris en de toegekende salaristoelagen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:3</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar heeft bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn
                                arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg
                                van ziekte of gebrek vanaf de eerste dag van die ongeschiktheid
                                gedurende de eerste zes maanden recht op doorbetaling van zijn
                                volledige salaris en de toegekende salaristoelage(n).</al></li>
              <li nr="2."><al>De ambtenaar heeft bij voortduring van deze ongeschiktheid gedurende
                                de zevende tot en met de twaalfde maand recht op doorbetaling van
                                90% van zijn salaris en de toegekende salaristoelage(n). </al></li>
              <li nr="3."><al>De ambtenaar heeft bij voortduring van deze ongeschiktheid na 12
                                maanden gedurende de dertiende tot en met de vierentwintigste maand
                                recht op doorbetaling van 75% van zijn salaris en de toegekende
                                salaristoelage(n). </al></li>
              <li nr="4."><al>De ambtenaar heeft bij voortduring van deze ongeschiktheid na 24
                                maanden tot het einde van zijn dienstverband recht op doorbetaling
                                van 70% van zijn salaris en de toegekende salaristoelage(n).</al></li>
              <li nr="5."><al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder ziekte ook gebreken
                                verstaan.</al></li>
              <li nr="6."><al>De ambtenaar heeft recht op de doorbetaling van zijn volledige
                                salaris en de toegekende salaristoelage(n) over de uren waarop
                                hij:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>zijn arbeid verricht;</al></li>
                  <li nr="b."><al>passende arbeid verricht;</al></li>
                  <li nr="c."><al>werkzaamheden in het kader van zijn reïntegratie
                                        verricht;</al></li>
                  <li nr="d."><al>scholing volgt in het kader van zijn reïntegratie.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="7."><al>De ambtenaar behoudt na afloop van de termijn van zes maanden recht
                                op de doorbetaling van zijn volledige salaris en de toegekende
                                salaristoelage(n) bij arbeidsongeschiktheid in en door de
                                dienst.</al></li>
              <li nr="8."><al>De ambtenaar bedoeld in het derde en vierde lid, die gedurende ten
                                minste 50% van zijn formele arbeidsduur zijn arbeid, passende
                                arbeid, werkzaamheden in het kader van zijn reïntegratie verricht of
                                scholing volgt in het kader van zijn reïntegratie, genoemd in het
                                zesde lid van dit artikel, heeft recht op een extra percentage van
                                5% berekend over het salaris en de toegekende salaristoelage(n) waar
                                hij recht op heeft ingevolge dit artikel. Hierbij geldt als maximum
                                het salaris en de toegekende salaristoelage(n) zoals genoemd in het
                                eerste lid. </al></li>
              <li nr="9."><al>De ambtenaar heeft ten minste recht op het wettelijk minimumloon,
                                berekend naar rato van zijn formele arbeidsduur.</al></li>
              <li nr="10."><al>De periode waarover de ambtenaar voorafgaand aan de periode van het
                                zwangerschaps- en bevallingsverlof, bedoeld in artikel 6:7, ziek is
                                als gevolg van de zwangerschap, schort de periode, bedoeld in het
                                eerste tot en met het vierde lid, op.</al></li>
              <li nr="11."><al>Voor de toepassing van het eerste tot en met het vierde lid worden
                                perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld indien zij
                                elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of
                                indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin
                                zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt genoten, bedoeld in artikel
                                6:7, tenzij in dat geval de ongeschiktheid redelijkerwijs niet
                                geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.</al></li>
              <li nr="12."><al>De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n)
                                zoals genoemd in het eerste, tweede, derde en vierde lid, eindigt
                                indien de ambtenaar definitief wordt herplaatst in een andere
                                functie. </al></li>
              <li nr="13."><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het recht
                                op beloning tijdens arbeidsongeschiktheid.</al></li>
              <li nr="14."><al>Het college zal rekening houden met individuele gevallen van
                                terminale ziekte. In die gevallen zal de afweging worden gemaakt of
                                ook na afloop van de termijn van zes maanden, bedoeld in het eerste
                                lid, het volledige salaris en de toegekende salaristoelage(n) wordt
                                doorbetaald.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CVA/U200800206 - CVA/U200800645, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Doorbetaling tijdens ziekte bij seniorenmaatregel en
                            onbetaald/gedeeltelijk betaald verlof</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:4</vet>
            </al>
            <al>De ambtenaar die onbetaald dan wel gedeeltelijk betaald verlof geniet heeft
                        recht op doorbetaling van zijn salaris en de toegekende salaristoelage(n)
                        als bedoeld in artikel 7:3, met dien verstande dat de ambtenaar nooit een
                        hoger bedrag doorbetaald kan krijgen, dan hij zou hebben gekregen, indien
                        hij niet ziek zou zijn geweest.</al>
            <al>briefnummer: 2002004415, U20130088</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Uitkering wegens arbeidsongeschiktheid in en door de dienst</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:5</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Aan de gewezen ambtenaar die recht heeft op een WGA- of
                                IVA-uitkering wordt, bij arbeidsongeschiktheid in en door de dienst,
                                een aanvullende uitkering verleend.</al></li>
              <li nr="2."><al>De aanvullende uitkering genoemd in het eerste lid is voor de
                                ambtenaar met een WGA- of IVA uitkering, gelijk aan het bedrag dat
                                nodig is om de aan de ambtenaar toegekende WGA- of IVA-uitkering,
                                vermeerderd met een aan de ambtenaar toegekende bovenwettelijke
                                aanvulling ingevolge het pensioenreglement van de Stichting
                                Pensioenfonds ABP, aan te vullen tot een bepaald percentage van het
                                salaris en de toegekende salaristoelage(n) die de ambtenaar heeft
                                genoten in het jaar voorafgaand aan zijn ontslag. Dit percentage is
                                afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij
                                een arbeidsongeschiktheid van: 80% of meer: 95% 65 tot 80% 68,875%
                                55 tot 65% 57% 45 tot 55% 47,5% 35 tot 45% 38%</al></li>
              <li nr="3."><al>De aanvullende uitkering eindigt:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>indien de gewezen ambtenaar niet meer voldoet aan de in het
                                        eerste lid genoemde voorwaarden of;</al></li>
                  <li nr="b."><al>met ingang van de dag waarop de ambtenaar de AOW-gerechtigde
                                        leeftijd bereikt.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4."><al>De gewezen ambtenaar die recht heeft op een uitkering op grond van
                                dit artikel, is verplicht om het college op de hoogte te stellen van
                                wijzigingen in zijn arbeidsongeschiktheiduitkering of
                                bovenwettelijke aanvulling ingevolge het pensioenreglement van de
                                Stichting Pensioenfonds ABP.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200600958 en U201001917 en U201200194 en U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overlijdensuitkering bij arbeidsongeschiktheid in en door de
                            dienst</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:6</vet>
            </al>
            <al>(Vervalt)</al>
            <al>Briefnummer: CvA/2002004415 en U201001464</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vergoeding kosten geneeskundige verzorging bij arbeidsongeschiktheid in
                            en door de dienst</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:7</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Bij arbeidsongeschiktheid in en door de dienst worden aan de
                                ambtenaar vergoed de te zijner laste blijvende, naar het oordeel van
                                het college noodzakelijk gemaakte kosten van geneeskundige
                                behandeling of verzorging.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan omtrent het bepaalde in het eerste lid nadere
                                voorschriften geven.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2002004415</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Nadere regels</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:8</vet>
            </al>
            <al>Het college kan nadere regels stellen.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2002004415</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vaststelling referte-tijdvak toelagen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:8:1</vet>
            </al>
            <al>Het referte-tijdvak dat in acht wordt genomen voor de vaststelling van de
                        gemiddelde hoogte van de toelage onregelmatige dienst, de overgangstoelage
                        onregelmatige dienst, alsmede de prestatiebeloning, ten behoeve van de
                        vaststelling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n) tijdens
                        ziekte, dient in een lokale regeling nader te worden uitgewerkt.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2002004415, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Periodieke salarisverhoging</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:8:2</vet>
            </al>
            <al>Het onderwerp periodieke salarisverhogingen tijdens ziekte dient in een
                        lokale regeling nader te worden uitgewerkt.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2002004415 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Werktijd bij ziekte bij seniorenmaatregel en toepassing van artikel
                            2:7a</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:8:3</vet>
            </al>
            <al>De ambtenaar wiens arbeidsduur is aangepast op grond van artikel 2:7a, kan
                        voor de duur van de periode waarvoor toepassing van dit artikel is bepaald,
                        worden verplicht tot aanvaarding van arbeid waarvan de arbeidsduur
                        overeenkomt met deze tijdelijke uitgebreide arbeidsduur. Wanneer de periode
                        waarvoor de toepassing van artikel 2:7a is verstreken, geldt de verplichting
                        voor de ambtenaar ten aanzien van de aanvaarding van een nieuwe functie voor
                        de formele arbeidsduur.</al>
            <al>briefnummer: 2002004415, U201300288</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 4. Verplichtingen en sancties</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Verplichtingen college</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:9</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college is verplicht zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen te
                                treffen en voorschriften te geven als redelijkerwijs nodig is, opdat
                                de ambtenaar, die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van
                                ziekte of gebrek verhinderd is zijn arbeid te verrichten, in staat
                                wordt gesteld de eigen arbeid of passende arbeid te verrichten.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien vaststaat dat de eigen arbeid niet meer kan worden verricht
                                en binnen de openbare dienst van de gemeente geen passende arbeid
                                voorhanden is, bevordert het college de inschakeling van de
                                ambtenaar in passende arbeid buiten de openbare dienst van de
                                gemeente.</al></li>
              <li nr="3."><al>Uit hoofde van zijn verplichting, genoemd in het eerste en tweede
                                lid, stelt het college in overeenstemming met de ambtenaar een plan
                                van aanpak op als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de WIA. Het
                                plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig
                                geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het college stelt een protocol vast, waarin de regels zijn opgenomen
                                met betrekking tot de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de
                                begeleiding van ziekteverzuim, verplichtingen omtrent ziek- en
                                herstelmeldingen daaronder begrepen, de arbeidsgezondheidskundige
                                begeleiding en de daarbij in acht te nemen procedures.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/U200515560 en Marz/CvA/U200516003</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verplichting ambtenaar tot informatieverstrekking bij ziekte</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:10</vet>
            </al>
            <al>De ambtenaar verstrekt op verzoek van het college alle informatie die
                        noodzakelijk is voor de uitvoering van dit hoofdstuk.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2002004415 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 7:10:1</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 7:10:2</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 7:10:3</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 7:10:4</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verplichting tot verlening van medewerking aan reïntegratie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:11</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van
                                ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, is verplicht:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>gevolg te geven aan, door het college of een door hem
                                        aangewezen deskundige, gegeven redelijke voorschriften en
                                        mee te werken aan door het college of een door hem
                                        aangewezen deskundige getroffen maatregelen als bedoeld in
                                        artikel 7:9;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en
                                        bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel
                                        7:9, derde lid;</al></li>
                  <li nr="c."><al>zich te gedragen naar de regels die in het protocol, bedoeld
                                        in artikel 7:9, vierde lid, zijn opgenomen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Indien de ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is zijn functie te
                                vervullen, in staat is passende arbeid als bedoeld in artikel 7:1 te
                                verrichten en hij door het college of een andere werkgever daartoe
                                in de gelegenheid wordt gesteld, is hij verplicht die arbeid te
                                verrichten.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/en CvA/U200516003 en CVA/U200800330, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verplichtingen ambtenaar medisch onderzoek</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:12</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar is verplicht zich te onderwerpen aan een door of
                                vanwege de arbo-dienst in te stellen medisch onderzoek ter
                                beantwoording van de vragen:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>of er sprake is van verhindering tot het vervullen van zijn
                                        functie wegens ziekte;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in welke mate er sprake is van verhindering als bedoeld
                                        onder a;</al></li>
                  <li nr="c."><al>of de ambtenaar de verhindering tot het vervullen van zijn
                                        functie opzettelijk heeft veroorzaakt; </al></li>
                  <li nr="d."><al>of de ambtenaar ten onrechte nalaat zich onder geneeskundige
                                        behandeling te stellen of te blijven stellen, dan wel zich
                                        niet houdt aan de voorschriften hem door de behandelende
                                        geneeskundige gegeven, met dien verstande dat te dezen
                                        voorschriften tot het verlenen van medewerking aan een
                                        ingreep van heelkundige aard zijn uitgezonderd;</al></li>
                  <li nr="e."><al>of de ambtenaar zich zodanig gedraagt, dat zijn genezing
                                        wordt belemmerd of vertraagd;</al></li>
                  <li nr="f."><al>of verdere maatregelen of voorzieningen nodig zijn in het
                                        belang van het herstel van zijn gezondheid, dan wel in het
                                        belang van het behoud, het herstel of de bevordering van
                                        zijn arbeidsgeschiktheid; </al></li>
                  <li nr="g."><al>wanneer en in welke mate de vervulling van de functie kan
                                        worden hervat.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de redenen van
                                medisch onderzoek.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2002004415, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Geen aanspraak op doorbetaling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:13:1</vet>
            </al>
            <al>Geen aanspraak op doorbetaling van salaris en de toegekende
                        salaristoelage(n) als bedoeld in artikel 7:3 bestaat:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>indien blijkens het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 7:12,
                                sprake is van een omstandigheid waarbij de ambtenaar opzettelijk de
                                verhindering tot het vervullen van zijn functie heeft veroorzaakt,
                                tenzij de ambtenaar daarvan op grond van zijn geestelijk toestand
                                geen verwijt kan worden gemaakt;</al></li>
              <li nr="b."><al>indien de verhindering wegens ziekte zich voordoet binnen een
                                halfjaar na de in artikel 2:3, eerste lid, bedoelde geneeskundige
                                keuring en alsdan blijkt dat de ambtenaar hierbij onjuiste
                                informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt of
                                gegevens heeft verzwegen, ten gevolge waarvan de verklaring dat
                                tegen de vervulling van zijn functie uit medisch oogpunt geen
                                bezwaren bestaan, ten onrechte is afgegeven, tenzij de ambtenaar
                                aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: 2002004415, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Staken van de doorbetaling </vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:13:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n),
                                bedoeld in artikel 7:3, wordt gestaakt, indien en voor zolang de
                                ambtenaar:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>weigert de in artikel 7:12 neergelegde verplichting tot het
                                        verlenen van medewerking aan een door of vanwege de
                                        arbo-dienst in te stellen medische onderzoek na te
                                        komen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek ten onrechte
                                        heeft nagelaten zich onder geneeskundige behandeling te
                                        stellen ofte blijven stellen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek de
                                        voorschriften van de behandelende arts niet opvolgt, met
                                        uitzondering van voorschriften om mee te werken aan een
                                        ingreep van heelkundige aard;</al></li>
                  <li nr="d."><al>zich blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek
                                        schuldig maakt aan gedragingen waardoor zijn genezing wordt
                                        belemmerd of vertraagd;</al></li>
                  <li nr="e."><al>er de oorzaak van is dat het arbeidsgezondheidskundig
                                        onderzoek door een door de arbo-dienst aangewezen arts niet
                                        kan plaatshebben;</al></li>
                  <li nr="f."><al>tijdens de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid
                                        wegens ziekte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht,
                                        tenzij dit door de arbo-dienst in het belang van zijn
                                        genezing wenselijk wordt geacht en het college daartoe
                                        toestemming heeft verleend; </al></li>
                  <li nr="g."><al>weigert mededeling te doen van inkomsten uit arbeid, die hij
                                        heeft in verband met het verrichten van door de arbo-dienst
                                        in het belang van zijn genezing wenselijk geachte arbeid
                                        voor zichzelf of derden;</al></li>
                  <li nr="h."><al>zijn arbeid verzuimt te hervatten op het door de arbo-dienst
                                        bepaalde tijdstip en in de door deze dienst bepaalde mate,
                                        indien zulks hem is opgedragen, tenzij hij daarvoor een door
                                        de arbo-dienst als geldig erkende reden heeft
                                        opgegeven;</al></li>
                  <li nr="i."><al>weigert om - op verzoek van het college - informatie te
                                        verstrekken die noodzakelijk is voor de uitvoering van dit
                                        hoofdstuk.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n)
                                vindt wel plaats indien de ambtenaar op grond van zijn geestelijke
                                toestand geen verwijt kan worden gemaakt van het gedrag, genoemd in
                                het eerste lid.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2002004415, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Sanctie bij nalatigheid algemene verplichtingen ambtenaar</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:14</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die zich niet houdt aan zijn verplichtingen, bedoeld in
                                artikel 7:11, eerste lid, onder c, wordt disciplinair gestraft
                                wegens plichtsverzuim.</al></li>
              <li nr="2."><al>De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n),
                                bedoeld in artikel 7:3, wordt gestaakt, indien en voor zolang de
                                ambtenaar: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>weigert mee te werken aan, door het college of een door hem
                                        aangewezen deskundige, gegeven redelijke voorschriften of
                                        getroffen maatregelen, als bedoeld in artikel 7:11, eerste
                                        lid, onder a, die erop gericht zijn om de betrokkene in
                                        staat te stellen de eigen passende arbeid te verrichten;
                                    </al></li>
                  <li nr="b."><al>weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en
                                        bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel
                                        7:11, eerste lid, onder b. </al></li>
                  <li nr="c."><al>weigert aangeboden passende arbeid te verrichten, waartoe
                                        hij op grond van artikel 7:11, tweede lid, verplicht
                                        is.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n),
                                als genoemd in het tweede lid, vindt wel plaats indien de ambtenaar
                                op grond van zijn geestelijke toestand geen verwijt kan worden
                                gemaakt van het gedrag, genoemd in het tweede lid.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/U200515560, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 7:14:10</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>Briefnummer: ARZ/507386 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Betaling aan anderen en nabetaling aan ambtenaar</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:15:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding
                                geven bepalen, dat de op grond van de artikelen 7:13:1, 7:13:2 en
                                7:14 het niet uitbetaalde salaris en de toegekende
                                salaristoelage(n), geheel of ten dele aan anderen dan de ambtenaar
                                zal worden uitbetaald.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voor zover het college van zijn in het eerste lid bedoelde
                                bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, wordt de ingevolge de
                                artikelen 7:13:1, 7:13:2 en 7:14 het niet uitbetaalde salaris en de
                                toegekende salaristoelage(n) alsnog aan de ambtenaar uitbetaald
                                wanneer de ambtenaar op grond van de second opinion die hij conform
                                artikel 32 van de wet SUWI, heeft aangevraagd inzake het oordeel
                                over de ongeschiktheid tot werken in het gelijk gesteld wordt.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: 2002004415, U201300288</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Herplaatsing in passende arbeid</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:16</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Passende arbeid, bedoeld in artikel 7:11, tweede lid, wordt de
                                ambtenaar opgedragen: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>door plaatsing in een andere functie voor tijdelijke duur,
                                        zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de
                                        aanstelling;</al></li>
                  <li nr="b."><al>door plaatsing in een andere functie bij wijze van proef,
                                        zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de
                                        aanstelling; </al></li>
                  <li nr="c."><al>bij een andere werkgever, door een tijdelijke detachering,
                                        zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de
                                        aanstelling.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Na 24 maanden van ziekte wordt passende arbeid, bedoeld in artikel
                                7:11, tweede lid, aan de ambtenaar opgedragen door definitieve
                                herplaatsing. Deze definitieve herplaatsing vindt plaats door
                                wijziging van de aanstelling.</al></li>
              <li nr="3."><al>Voorwaarde voor definitieve herplaatsing van de ambtenaar die ziek
                                is geworden op of na 1 juli 2007 en die minder dan 35%
                                arbeidsongeschikt is, is in de periode van 12 maanden na de periode
                                van 24 maanden, bedoeld in het tweede lid, dat de ambtenaar met de
                                passende arbeid zijn volledige restverdiencapaciteit benut.</al></li>
              <li nr="4."><al>Voorwaarde voor definitieve herplaatsing van de ambtenaar die ziek
                                is geworden op of na 1 juli 2007 en die 35% of meer, maar minder dan
                                80% arbeidsongeschikt is, is in de periode van 12 maanden na de
                                periode van 24 maanden, bedoeld in het tweede lid, dat de ambtenaar
                                met de passende arbeid 50% van zijn restverdiencapaciteit of meer
                                benut.</al></li>
              <li nr="5."><al>Voor de toepassing van het eerste tot en met vierde lid wordt onder
                                een andere functie mede verstaan het verrichten van dezelfde
                                werkzaamheden onder andere voorwaarden.</al></li>
              <li nr="6."><al>Voor het bepalen van de periode van 24 respectievelijk 12 maanden
                                worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling van de functie
                                tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschaps- en
                                bevallingsverlof en de periode van het zwangerschaps- of
                                bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in aanmerking genomen.
                            </al></li>
              <li nr="7."><al>Voor het bepalen van de periode van 24 respectievelijk 12 maanden
                                worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld, indien
                                zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen,
                                of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode
                                waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de
                                ongeschiktheid in dit geval redelijkerwijs niet geacht kan worden
                                voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.</al></li>
              <li nr="8."><al>De termijn van 24 maanden wordt verlengd:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in
                                        artikel 24, eerste lid, van de WIA en</al></li>
                  <li nr="b."><al>met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut
                                        werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende
                                        lid, van de WIA heeft vastgesteld.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="9."><al>De ambtenaar verleent alle medewerking en verstrekt alle informatie
                                die nodig is om de restverdiencapaciteit vast te stellen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200800330 / U2008001112 / U200801544 / U200802017 /
                        U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Bezwaar tegen geneeskundig oordeel</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:16:9</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Terugkeer in functie na ziekte</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:17</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Ten aanzien van de ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is zijn
                                functie te vervullen, kan worden bepaald dat hij zijn functie
                                slechts weer zal mogen vervullen, indien het college daarvoor
                                toestemming heeft verleend, onder bepaling van de mate waarin de
                                hervatting kan geschieden.</al></li>
              <li nr="2."><al>Ten behoeve van de bepaling van het eerste lid zal mede worden gelet
                                op het advies van de arbo-dienst of van het UWV. </al></li>
              <li nr="3."><al>De in het eerste lid bedoelde toestemming is in ieder geval vereist
                                indien de ambtenaar gedurende meer dan eenjaar volledig verhinderd
                                is geweest zijn functie te vervullen.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: CvA/2002004415, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Inkomsten uit of in verband met arbeid</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:18</vet>
            </al>
            <al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het in mindering
                        brengen op de beloning van de ambtenaar, van inkomsten uit passende arbeid
                        of werkzaamheden in het kader van diens reïntegratie.</al>
            <al>briefnummer: CvA/U200515560 , U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Inkomsten uit andere betrekking</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:18:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien de ambtenaar tijdens de verhindering tot het vervullen van
                                zijn functie, op grond van een aan het college uitgebracht advies
                                door de arbo-dienst of door het UWV, in het belang van zijn genezing
                                of zijn reïntegratie, dan wel in het kader van herplaatsing
                                wenselijk geachte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht,
                                worden de inkomsten uit deze arbeid in mindering gebracht op het
                                salaris en de toegekende salaristoelage(n) waar de ambtenaar recht
                                op heeft krachtens artikel 7:3.</al></li>
              <li nr="2."><al>Tot de in het eerste lid bedoelde inkomsten wordt tevens gerekend
                                een herplaatsingstoelage, toegekend op grond van hoofdstuk 12 van
                                het pensioenreglement, alsmede elke andere toelage, onder welke
                                benaming ook, die geacht kan worden betrekking te hebben op arbeid
                                bedoeld in het eerste lid.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200601047</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 5 Bijzondere situaties</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Samenloop met een ZW-uitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:19</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien de ambtenaar ter zake van de desbetreffende ongeschiktheid
                                tot het verrichten van zijn werk recht heeft op een ZW-uitkering,
                                wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het
                                bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3, recht heeft.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de ambtenaar geen ZW-uitkering aanvraagt binnen de in de ZW
                                gestelde termijnen en dit aan zijn schuld of toedoen te wijten is,
                                wordt voor de periode dat hij dientengevolge geen ZW-uitkering
                                ontvangt, voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met
                                een volledige ZW-uitkering.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de
                                ambtenaar de ZW-uitkering vermindering ondergaat, aan de ambtenaar
                                een boete wordt opgelegd, dan wel het recht op de ZW-uitkering
                                geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit aan zijn schuld of
                                toedoen te wijten is, wordt voor de toepassing van dit artikel
                                rekening gehouden met een volledige ZW-uitkering.</al></li>
              <li nr="4."><al>De ambtenaar verleent op verzoek van het college alle medewerking
                                aan het via het college tot uitbetaling laten komen van de
                                ZW-uitkering.</al></li>
              <li nr="5."><al>Indien de ZW-uitkering meer bedraagt dan het bedrag waarop de
                                ambtenaar op grond van artikel 7:3 recht heeft, wordt het meerdere
                                aan de ambtenaar uitbetaald.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/U200515560</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Samenloop met een WW-uitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:20</vet>
            </al>
            <al>Indien de ambtenaar ter zake van de dienstbetrekking waarbij de
                        ongeschiktheid tot het verrichten van zijn werk is ontstaan, recht heeft op
                        een WW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht
                        op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3, recht heeft.</al>
            <al>briefnummer: CvA/U200515560</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Samenloop met een uitkering op grond van de WIA</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:21</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien de ambtenaar ter zake van de desbetreffende verhindering tot
                                het vervullen van zijn functie recht heeft op een WGA- of een
                                IVA-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering
                                gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3 recht
                                heeft. Wanneer de ambtenaar recht heeft op een IVA-uitkering dan wel
                                een WGA-uitkering in verband met volledige, maar niet duurzame
                                arbeidsongeschiktheid, heeft de ambtenaar ten minste recht op een
                                bedrag ter hoogte van deze IVA- of WGA-uitkering.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de ambtenaar recht heeft op een WGA- of een IVA-uitkering uit
                                hoofde van twee of meer dienstbetrekkingen, wordt die uitkering naar
                                rato van het salaris en de toegekende salaristoelage(n) uit de
                                verschillende functies, in mindering gebracht op de dienstbetrekking
                                op grond waarvan de betaling wordt gedaan.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien de ambtenaar geen WGA- of IVA-uitkering aanvraagt binnen de
                                in de WIA gestelde termijnen en hem dit redelijkerwijs kan worden
                                verweten, wordt voor de periode dat hij dientengevolge geen WGA- of
                                IVA-uitkering ontvangt, voor de toepassing van dit artikel rekening
                                gehouden met een IVA-uitkering.</al></li>
              <li nr="4."><al>Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de
                                ambtenaar niet kan worden vastgesteld of de ambtenaar in aanmerking
                                komt voor een WGA- of een IVA-uitkering en hem dit redelijkerwijs
                                kan worden verweten, wordt voor de toepassing van dit artikel
                                rekening gehouden met een IVA-uitkering. </al></li>
              <li nr="5."><al>Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen
                                door betrokkene de WGA- of IVA-uitkering vermindering ondergaat, dan
                                wel het recht daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en hem
                                dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de toepassing van
                                dit artikel uitgegaan van de WGA- of IVA-uitkering zoals die werd
                                genoten voor vermindering of gehele of gedeeltelijke weigering van
                                het bedrag plaatsvond.</al></li>
              <li nr="6."><al>De ambtenaar verleent op verzoek van het college alle medewerking
                                aan het via het college tot uitbetaling laten komen van de WGA- of
                                IVA-uitkering. </al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/U200801544, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Bovenwettelijke aanvulling Pensioenreglement</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:22</vet>
            </al>
            <al>Artikel 7:21 is van overeenkomstige toepassing, wanneer de ambtenaar in
                        aanvulling op de WGA- of IVA-uitkering, bedoeld in artikel 7:21, recht heeft
                        op een bovenwettelijke aanvulling op grond van het Pensioenreglement van de
                        Stichting Pensioenfonds ABP. </al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200601371</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Ziektewet als bodem</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:22:2</vet>
            </al>
            <al>(vervallen) </al>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Wajong/WAZ</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:23</vet>
            </al>
            <al>Indien de ambtenaar op grond van zijn arbeidsongeschiktheid recht heeft op
                        een WAJONG-of WAZ-uitkering, worden deze uitkeringen voor de toepassing van
                        dit hoofdstuk gelijkgesteld met een uitkering op grond van de WIA. </al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200601123</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 7:23:1</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2002004755 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Tegemoetkoming ziektekosten</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:24</vet>
            </al>
            <al>De VNG sluit voor de zorgverzekering van gemeenteambtenaren, postactieven en
                        inactieven een overeenkomst als bedoeld in artikel 18 van de
                        Zorgverzekeringswet.</al>
            <al>Brief: U200801637 en U201201238</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 6. Ziektekosten</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Zorgverzekering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:24a</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>Briefnummer: U200801637, U201201328, U201600266</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoogte tegemoetkoming</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:25</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: U200801637, U201001464, U201600266</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 7:25:1</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200515951 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 7:25:2</vet>
            </al>
            <al>(verrvallen) </al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200515951</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 7:25:3</vet>
            </al>
            <al>(vervallen) </al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200515951</al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:25:4</vet>
            </al>
            <al>(vervallen) </al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200515951</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Meerdere dienstverbanden</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:25a</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al> briefnummer: U200801637, U201600266</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Inhouding ziektekostenpremies</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:25b</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: U200515951, U201300288</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 7. Overige bepalingen</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overgangsbepaling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:26</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Op de ambtenaar of gewezen ambtenaar, die wegens ziekte op 31
                                december 2000 recht heeft op salarisbetaling of uitkering op grond
                                van dit hoofdstuk en waarvan de ziekte ook na deze datum voortduurt,
                                blijven de bepalingen van dit hoofdstuk, zoals deze luidden op 31
                                december 2000 van kracht tot het moment dat de ziekte van de
                                betrokkene eindigt, dan wel tot de dag met ingang waarvan de
                                betrokkene recht krijgt op een uitkering krachtens de
                                Ziektewet.</al></li>
              <li nr="2."><al>De betrokkene is verplicht de onverschuldigde betalingen aan hem,
                                die op grond van dit artikel zijn verricht, terug te betalen, indien
                                hem met terugwerkende kracht een uitkering krachtens de Ziektewet
                                wordt toegekend.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: CvA/2002004415, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Garantie-uitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:27</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die herplaatst is op grond van artikel 7:6, tweede lid
                                onder c, zoals dat luidde voor 1 januari 2003, heeft, indien
                                naderhand maar voor 1 januari 2001, de mate van
                                arbeidsongeschiktheid op een lager niveau is vastgesteld, recht op
                                een garantie-uitkering, indien hem geen aanvullende gangbare arbeid
                                is aangeboden van een zodanige omvang dat hij in staat is om zijn
                                toegenomen restverdiencapaciteit te benutten. Onder gangbare arbeid
                                wordt in dit artikel verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid
                                waartoe betrokkene in staat is, gezien zijn krachten en
                                bekwaamheden. </al></li>
              <li nr="2."><al>De garantie-uitkering bedraagt te rekenen vanaf de datum van aanvang
                                van de ziekte in de oorspronkelijke functie 18 maanden 100%,
                                vervolgens 39 maanden 80% en daarna 33 maanden 70% van het salaris
                                en de toegekende salaristoelage(n) die de ambtenaar genoot in de
                                oorspronkelijke functie.</al></li>
              <li nr="3."><al>Op de garantie-uitkering wordt in mindering gebracht hetgeen de
                                ambtenaar ontvangt uit de dienstbetrekking waarin hij is herplaatst
                                en, in voorkomend geval, met het recht op WAO-uitkering,
                                invaliditeitspensioen, herplaatsingstoelage en inkomsten uit of in
                                verband met arbeid of bedrijf verkregen op of na de datum waarop de
                                arbeidsongeschiktheid op een lager niveau is vastgesteld.</al></li>
              <li nr="4."><al>Indien de betrokkene nalaat van de gelegenheid gebruik te maken die
                                kan leiden tot het verkrijgen van gangbare arbeid, indien hij
                                weigert gangbare arbeid te aanvaarden of indien hij opzettelijk
                                inkomsten uit gangbare arbeid verloren laat gaan, wordt het bedrag
                                van de garantie-uitkering verminderd met het bedrag van de
                                verzuimde, of de verloren gegane inkomsten.</al></li>
              <li nr="5."><al>De garantie-uitkering eindigt:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>met ingang van de maand volgend op die waarin hij de
                                        leeftijd van 65 jaar bereikt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bij ontslag.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200601371, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overgangsartikel</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 7:28</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in
                                artikel 7:3 is gelegen voor 1 januari 2004 zijn de artikelen 7:1,
                                7:3, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16, 7:18, 7:21 en 7:22 niet van
                                toepassing.</al></li>
              <li nr="2."><al>Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 7:1,
                                7:3, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16 , 7:18, 7:21 en 7:22, zoals die
                                golden op 31 december 2005, van toepassing.</al></li>
              <li nr="3."><al>Op de ambtenaar, van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in
                                artikel 7:3 is gelegen op of na 1 januari 2004 en die op grond van
                                de WAO recht heeft op een WAO-uitkering, zijn de artikelen 7:1, 7:5,
                                7:9, 7:11, 7:14, 7:16 en 7:21 niet van toepassing.</al></li>
              <li nr="4."><al>Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 7:1,
                                7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16 en 7:21, zoals die golden op 31 december
                                2005, van toepassing, waarbij de verwijzing in artikel 7:21, eerste
                                lid, naar artikel 7:3, eerste lid, gelezen moet worden als een
                                verwijzing naar artikel 7:3, zoals dat luidt met ingang van 1
                                januari 2006.</al></li>
              <li nr="5."><al>Het college stelt per 1 januari 2006 voor de ambtenaren van wie de
                                eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 7:3, is gelegen op
                                of na 1 januari 2004, de duur van de ongeschiktheid vast. De hoogte
                                van de loondoorbetaling vanaf 1 januari 2006 wordt bij voortduring
                                van de ongeschiktheid berekend op basis van het bepaalde in artikel
                                7:3, eerste tot en met het vierde lid.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: MARZ/CvA/U200600958</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 7:28:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in
                                artikel 7:3 is gelegen voor 1 januari 2004 is artikel 7:18:1 niet
                                van toepassing.</al></li>
              <li nr="2."><al>Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, is artikel 7:18:1 zoals
                                dat gold op 31 december 2005, van toepassing.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/U200515560 en Marz/CvA/U200516003</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 7:28a</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in
                                artikel 7:3 gelegen is voor 1 juli 2007 is artikel 7:16 niet van
                                toepassing.</al></li>
              <li nr="2."><al>Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in
                                artikel 7:3 gelegen is voor 1 juli 2007 is artikel 7:16, zoals dat
                                gold op 30 juni 2008, van toepassing.</al></li>
            </lijst>
            <al> Brief: CVA/U200800330</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 7:28b</vet>
            </al>
            <al>Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel
                        7:3, gelegen is voor 1 augustus 2008, is artikel 7:16 van toepassing, zoals
                        dat gold op 30 november 2008.</al>
            <al>Briefnummer: U200802017</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoofdstuk 8</vet>. <vet>ONTSLAG</vet></al>
            <al>
              <vet>Ontslag op verzoek</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 8:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien de ambtenaar ontslag verzoekt, wordt hem dit eervol
                                verleend.</al></li>
              <li nr="2."><al>Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden
                                verleend.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, kan worden aangehouden
                                indien een ontslag op grond van artikel 8:13 overwogen wordt.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2000004977</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 8:1:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het ontslag, bedoeld in artikel 8:1, wordt niet verleend met ingang
                                van een datum gelegen binnen een maand dan wel later dan drie
                                maanden na de datum waarop het verzoek om ontslag is ingekomen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de ambtenaar dit verzoekt kan van het bepaalde in het eerste
                                lid worden afgeweken.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien een strafrechtelijke vervolging tegen de ambtenaar aanhangig
                                is of indien overwogen wordt hem in aanmerking te brengen voor
                                disciplinaire straf kan het nemen van een beslissing op een verzoek
                                om ontslag worden aangehouden totdat de uitspraak van de
                                strafrechter of de beslissing inzake de disciplinaire straf
                                onherroepelijk is geworden.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Ontslag wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 8:2 Ontslag wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde
                            leeftijd</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag
                                waarop hij de AOWgerechtigde leeftijd bereikt.</al></li>
              <li nr="2."><al> Aan de ambtenaar die voldoet aan de voorwaarden voor FPU, maar niet
                                (geheel) gebruik maakt van dit recht, wordt eervol ontslag verleend
                                met ingang van de eerste van de maand volgend op die waarin hij de
                                65-jarige leeftijd bereikt.</al></li>
              <li nr="3."><al> Het college kan in bijzondere gevallen, indien de ambtenaar
                                hiermede instemt, van het bepaalde in het eerste lid afwijken.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200601047 en U200902748 en U201001917 en U201200194 en
                        U201200308</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 8:2:1</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2001000560 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 8:2a</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De aanstelling of arbeidsovereenkomst van de medewerker die na het
                                bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd in dienst is getreden van
                                de gemeente, alsmede de aanstelling of arbeidsovereenkomst als
                                bedoeld in artikel 8:2, derde lid, wordt beëindigd wanneer een van
                                de partijen dat wenselijk acht. Hierbij wordt een opzegtermijn van
                                één maand in acht genomen.</al></li>
              <li nr="2."><al>In afwijking van lid 1 geldt in geval van ziekte een opzegtermijn
                                van 13 weken.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: 2004003238, U201100883, U201300288, U201600259</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Ontslag wegens reorganisatie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 8:3</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend wegens opheffing van
                                zijn functie of wegens verandering in de inrichting van het
                                dienstonderdeel waarbij hij werkzaam is of van andere
                                dienstonderdelen, dan wel wegens verminderde behoefte aan
                                arbeidskrachten. Ontslag op grond van dit artikel wordt eervol
                                verleend.</al></li>
              <li nr="2."><al>Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden
                                verleend.</al></li>
              <li nr="3."><al>Op grond van dit artikel wordt, individuele gevallen uitgezonderd,
                                ontslag verleend ingevolge een vooraf vastgesteld plan.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/200800330, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 8:3:1</vet>
            </al>
            <al>Over het plan, bedoeld in artikel 8:3, derde lid, wordt overleg gepleegd in
                        de commissie bedoeld in artikel 12:1, tweede lid. Daarna wordt het aan de
                        betrokken ambtenaren medegedeeld.</al>
            <al> briefnummer: MARZ/CvA/U200800330</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Ontslag wegens volledige arbeidsongeschiktheid</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 8:4</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Onder volledige arbeidsongeschiktheid wordt verstaan: a.
                                arbeidsongeschiktheid voor 80% of meer, waarbij recht bestaat op een
                                WGA-uitkering; b. arbeidsongeschiktheid voor 80% of meer, waarbij
                                recht bestaat op een IVA-uitkering.</al></li>
              <li nr="2."><al>Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van volledige
                                ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte.
                                Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ziekte mede verstaan
                                gebreken. Het ontslag wordt eervol verleend. </al></li>
              <li nr="3."><al>Ontslag als bedoeld in het tweede lid mag slechts plaatsvinden
                                indien er sprake is van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn
                                functie wegens ziekte gedurende een periode van 24 maanden.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het college betrekt bij het beoordelen van de vraag of er sprake is
                                van een situatie als bedoeld in het derde lid het resultaat van de
                                claimbeoordeling van de WIA en de resultaten van een mogelijke
                                herbeoordeling.</al></li>
              <li nr="5."><al>Het college stelt de ambtenaar schriftelijk op de hoogte dat een
                                ontslagprocedure als bedoeld in het tweede lid wordt ingesteld. Deze
                                melding geschiedt op zijn vroegst vanaf de 21e maand na de eerste
                                ziektedag. </al></li>
              <li nr="6."><al>Het ontslagbesluit moet binnen één jaar na de datum van de meest
                                recente WIA-beschikking zijn genomen. </al></li>
              <li nr="7."><al>Indien het ontslagbesluit niet binnen de termijn, bedoeld in het
                                zesde lid, genomen is, moet het college, indien er geen
                                overeenstemming bestaat over het ontslag, een deskundigenoordeel van
                                UWV betrekken.</al></li>
              <li nr="8."><al>Voor het bepalen van het in het derde lid bedoelde tijdvak van 24
                                maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling van de
                                functie tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan het
                                zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het
                                zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in
                                aanmerking genomen. </al></li>
              <li nr="9."><al>Voor het bepalen van het in het derde lid bedoelde tijdvak van 24
                                maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte
                                samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan
                                vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en
                                aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof
                                wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit geval redelijkerwijs
                                niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. </al></li>
              <li nr="10."><al>De termijn van 24 maanden, als bedoeld in het derde lid wordt
                                verlengd: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in
                                        artikel 24, eerste lid, van de WIA en</al></li>
                  <li nr="b."><al>met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut
                                        werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende
                                        lid, van de WIA heeft vastgesteld. </al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer U200800330 en U200801112 en U200802017 en U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Ontslag wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 8:5</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van
                                gedeeltelijke ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie
                                wegens ziekte. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ziekte
                                mede verstaan gebreken. Het ontslag wordt eervol verleend. </al></li>
              <li nr="2."><al>Een ontslag als bedoeld in het eerste lid mag slechts plaatsvinden
                                indien:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>er sprake is van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn
                                        functie wegens ziekte gedurende een periode van 36
                                        maanden:</al></li>
                  <li nr="b."><al>het na zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken de
                                        ambtenaar binnen de gemeentelijke dienst passende arbeid op
                                        te dragen, als bedoeld in artikel 7:9.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Het college betrekt bij het beoordelen van de vraag of er sprake is
                                van een situatie als bedoeld in het tweede lid het resultaat van de
                                claimbeoordeling op grond van de WIA en de resultaten van een
                                mogelijke herbeoordeling.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het college stelt de ambtenaar schriftelijk op de hoogte dat sprake
                                is van een situatie als bedoeld in het tweede lid op grond waarvan
                                de ontslagprocedure als bedoeld in het eerste lid wordt ingesteld.
                                Deze melding geschiedt op zijn vroegst vanaf de 33e maand na de
                                eerste ziektedag.</al></li>
              <li nr="5."><al>Het ontslagbesluit moet binnen één jaar na de datum van de meest
                                recente WIA-beschikking zijn genomen.</al></li>
              <li nr="6."><al>Indien het ontslagbesluit niet binnen de termijn, bedoeld in het
                                vijfde lid, genomen is, moet het college, indien er geen
                                overeenstemming bestaat over het ontslag, een deskundigenoordeel van
                                UWV betrekken</al></li>
              <li nr="7."><al>Voor het bepalen van het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde
                                tijdvak van 36 maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de
                                vervulling van de functie ten gevolge van zwangerschap voorafgaand
                                aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het
                                zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in
                                aanmerking genomen.</al></li>
              <li nr="8."><al>Voor het bepalen van het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde
                                tijdvak van 36 maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens
                                ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van
                                minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan
                                en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of
                                bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit
                                geval redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit
                                dezelfde oorzaak. . </al></li>
              <li nr="9."><al>De termijn van 36 maanden, als genoemd in het tweede lid, onderdeel
                                a, wordt verlengd: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in
                                        artikel 24, eerste lid, van de WIA en</al></li>
                  <li nr="b."><al>met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut
                                        werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende
                                        lid, van de WIA heeft vastgesteld.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="10."><al> Indien voor de ambtenaar buiten de gemeentelijke dienst passende
                                arbeid als bedoeld in artikel 7:16, derde of vierde lid, aanwezig
                                is, is ontslag vanaf 24 maanden na de eerste dag van ongeschiktheid
                                op grond van dit artikel mogelijk. Bij het bepalen van de termijn
                                van 24 maanden worden het zesde, zevende en achtste lid van artikel
                                7:16 overeenkomstig toegepast.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200801544, U200802017, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 8:5:1</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 8:5a</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die ongeschikt is voor de vervulling van zijn functie
                                wegens ziekte of gebrek kan ontslag verleend worden indien hij
                                zonder deugdelijke grond weigert:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>gevolg te geven aan door het college of een door hem
                                        aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften en mee
                                        te werken aan door het college of een door hem aangewezen
                                        deskundige getroffen maatregelen om hem in staat te stellen
                                        de eigen of passende arbeid te verrichten, als bedoeld in
                                        artikel 7:9; </al></li>
                  <li nr="b."><al>arbeid als bedoeld in artikel 7:11, tweede lid te verrichten
                                        waartoe het college hem in de gelegenheid stelt;</al></li>
                  <li nr="c."><al>zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en
                                        bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel
                                        25, tweede lid, van de WIA;</al></li>
                  <li nr="d."><al>een uitkering op grond van de WIA aan te vragen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in het
                                eerste lid, wint het college een hierop betrekking hebbend advies
                                van het UWV in.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200601371</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 8:6</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van
                                onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie
                                anders dan op grond van ziekten of gebreken. Ontslag op grond van
                                dit artikel wordt eervol verleend.</al></li>
              <li nr="2."><al>Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden
                                verleend.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/U200800330, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overige ontslaggronden</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 8:7</vet>
            </al>
            <al>Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>verlies van een vereiste bij de aanstelling door het bestuursorgaan
                                gesteld, tenzij het vereiste alleen bij aanvaarding van de functie
                                geldt;</al></li>
              <li nr="b."><al>aangaan van een graad van zwagerschap die de aanstelling in de
                                functie zou uitsluiten; </al></li>
              <li nr="c."><al>staat van curatele krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke
                                uitspraak;</al></li>
              <li nr="d."><al>toepassing van lijfsdwang wegens schulden krachtens onherroepelijk
                                geworden rechterlijke uitspraak; </al></li>
              <li nr="e."><al>onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf wegens
                                misdrijf;</al></li>
              <li nr="f."><al>het verstrekken van onjuiste gegevens in verband met
                                indiensttreding, tenzij hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan
                                worden gemaakt.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 8:7:1</vet>
            </al>
            <al>Behalve in het geval, bedoeld in artikel 8:7, onder e, wordt een ontslag op
                        grond van eerder genoemd artikel eervol verleend. Het ontslag kan niet
                        eerder ingaan dan op de dag volgend op die waarop de reden voor het ontslag
                        voor het eerst aanwezig was.</al>
            <al>briefnummer: 2000004977, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 8:8</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Een ambtenaar die vast is aangesteld kan eervol worden ontslagen op
                                een bij het besluit omschreven grond, niet vallende onder de gronden
                                in vorige artikelen van dit hoofdstuk genoemd.</al></li>
              <li nr="2."><al>Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden
                                verleend.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/U200800330</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 8:8:1</vet>
            </al>
            <al>De grond waarop het ontslag berust, dat is verleend ingevolge artikel 8:8,
                        wordt slechts op verzoek van de ambtenaar in het ontslagbesluit
                        vermeld.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 8:9</vet>
            </al>
            <al>Aan de ambtenaar die in verband met de aanvaarding van een functie in een
                        publiekrechtelijk college, waarin hij was benoemd of verkozen tijdelijk is
                        ontheven van de waarneming van zijn ambt, wordt indien hij ophoudt zodanige
                        functie te bekleden en hij naar het oordeel van het college niet in actieve
                        dienst kan worden hersteld, eervol ontslag verleend.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Ontslag wegens Pré-VUT</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 8:10</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 8:10:1</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Ontslag wegens FPU</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 8:11</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Aan de ambtenaar die ontslag vraagt met het oog op een uitkering op
                                grond van de FPU-regeling wordt eervol ontslag verleend indien het
                                bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden
                                overheidspersoneel alsmede het bestuur van de Stichting
                                Pensioenfonds ABP op grond van een desbetreffende aanvraag hebben
                                vastgesteld dat na te verlenen ontslag recht bestaat op een
                                uitkering op grond van die regeling. </al></li>
              <li nr="2."><al>Het in het eerste lid genoemde ontslag kan ook voor een gedeelte van
                                de voor de ambtenaar geldende formele arbeidsduur per week worden
                                verleend, tenzij de belangen van de dienst zich hiertegen verzetten.
                                Het deeltijdontslag bedraagt ten minste 10% van de formele
                                arbeidsduur per week. Het deeltijdontslag bedraagt telkenmale dat
                                het wordt verleend, ten minste 10% van de oorspronkelijke formele
                                arbeidsduur.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/1999005385</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 8:11:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het ontslag, bedoeld in artikel 8:11, gaat eerst in met ingang van
                                de dag waarop het recht op een uitkering ingevolge de FPU-regeling
                                bestaat.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het bepaalde in artikel 8:1:1 is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: ARZ/705549</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Ontslag uit een tijdelijke aanstelling of tijdelijke
                            urenuitbreiding</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 8:12</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor bepaalde tijd is van
                                rechtswege ontslagen op de datum waarop die tijd verstrijkt. Indien
                                na de datum, bedoeld in de eerste volzin, het dienstverband
                                feitelijk wordt gehandhaafd zonder dat opnieuw een aanstelling is
                                verleend, wordt de tijdelijke aanstelling geacht voor dezelfde tijd
                                te zijn aangegaan.</al></li>
              <li nr="2."><al>De ambtenaar met wie een urenuitbreiding voor bepaalde tijd is
                                aangegaan, is, voor zover het die urenuitbreiding betreft, van
                                rechtswege ontslagen op de datum dat de urenuitbreiding eindigt.
                                Indien na de datum, bedoeld in de eerste volzin, de urenuitbreiding
                                feitelijk wordt gehandhaafd zonder dat opnieuw een urenuitbreiding
                                is verleend, wordt de tijdelijke urenuitbreiding geacht voor
                                dezelfde tijd te zijn aangegaan.</al></li>
              <li nr="3."><al>De ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor onbepaalde tijd kan
                                ontslag worden verleend indien de omstandigheid die tot de
                                aanstelling leidde is vervallen. </al></li>
              <li nr="4."><al>De ambtenaar met wie een urenuitbreiding voor onbepaalde tijd is
                                aangegaan, kan, voor zover het die urenuitbreiding betreft, ontslag
                                worden verleend, indien de omstandigheid die tot de urenuitbreiding
                                leidde, is vervallen. </al></li>
              <li nr="5."><al>Het ontslag als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid kan niet
                                plaatsvinden wanneer de termijnen als genoemd in artikel 2:4 zijn
                                overschreden.</al></li>
              <li nr="6."><al>Het college kan omtrent de opzegtermijnen voor het ontslag uit een
                                tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd nadere regels
                                stellen.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: CvA/2004003238</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Tussentijds ontslag uit een tijdelijke aanstelling of
                            urenuitbreiding</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 8:12:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar, bedoeld in artikel 8:12, eerste en tweede lid, kan ook
                                ontslag worden verleend op een van de andere gronden genoemd in dit
                                hoofdstuk.</al></li>
              <li nr="2."><al>De ambtenaar, bedoeld in artikel 8:12, derde en vierde lid, kan ook
                                ontslag worden verleend op een van de andere gronden genoemd in dit
                                hoofdstuk.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: CvA/2001002849</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Opzegtermijn bij beëindiging tijdelijke aanstelling of urenuitbreiding
                            voor onbepaalde tijd</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 8:12:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Bij een ontslag als bedoeld in artikel 8:12, derde en vierde lid,
                                wordt een opzegtermijn in acht genomen:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>van drie maanden, indien de tijdelijke aanstelling
                                        respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de
                                        opzegtermijn onafgebroken twaalf maanden heeft geduurd;
                                    </al></li>
                  <li nr="b."><al>van twee maanden, indien de tijdelijke aanstelling
                                        respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de
                                        opzegtermijn onafgebroken zes maanden of langer, doch korter
                                        dan twaalf maanden, heeft geduurd;</al></li>
                  <li nr="c."><al>van één maand, indien de tijdelijke aanstelling
                                        respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de
                                        opzegtermijn onafgebroken korter dan zes maanden heeft
                                        geduurd.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Over de tijd die aan de in het eerste lid bedoelde opzegtermijn
                                mocht ontbreken, heeft de betrokkene recht op doorbetaling van zijn
                                salaris en de toegekende salaristoelage(n).</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2001002849, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Ontslag als disciplinaire straf</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 8:13</vet>
            </al>
            <al>Als disciplinaire straf kan aan de ambtenaar ongevraagd ontslag verleend
                        worden.</al>
            <al>briefnummer: ARZ/608409 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Ontslagbescherming leden ondernemingsraad en vakorganisaties</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 8:14</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>wet: Wet op de ondernemingsraden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>ondernemingsraad: de ondernemingsraad zoals bedoeld in de
                                        wet; </al></li>
                  <li nr="c."><al>ambtenaar: de persoon zoals bedoeld in artikel 1, tweede
                                        lid, van de wet.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Ontslag op grond van artikel 8:8 kan niet geschieden:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>wegens de plaatsing van de ambtenaar op een kandidatenlijst
                                        als bedoeld in artikel 9 van de wet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>wegens het lidmaatschap van een ondernemingsraad;</al></li>
                  <li nr="c."><al>wegens het lidmaatschap van een commissie bedoeld in artikel
                                        15 van de wet;</al></li>
                  <li nr="d."><al>van een ambtenaar die korter dan twee jaar geleden lid is
                                        geweest van een ondernemingsraad;</al></li>
                  <li nr="e."><al>van een ambtenaar die korter dan twee jaar geleden lid is
                                        geweest van een commissie bedoeld in artikel 15 van de
                                        wet.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Ontslag op grond van artikel 8:8 kan niet geschieden wegens het feit
                                dat de ambtenaar door een toegelaten organisatie als bedoeld in
                                artikel 12:1, derde lid, of door een daarbij aangesloten bond is
                                aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te
                                ontplooien binnen zijn centrale of een daarbij aangesloten bond c.q.
                                binnen de organisatie van de werkgever, die er toe strekken de
                                doelstellingen van zijn centrale van overheidspersoneel en de
                                daarbij aangesloten bonden te ondersteunen.</al></li>
              <li nr="4."><al>In afwijking van het tweede en derde lid kan ontslag op grond van
                                artikel 8:8 plaatsvinden wanneer de betrokkene schriftelijk in het
                                ontslag toestemt.</al></li>
              <li nr="5."><al>Indien de ondernemer aan de ondernemingsraad een secretaris heeft
                                toegevoegd, zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing
                                op die secretaris.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: ARZ/801202</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Schorsing als ordemaatregel</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 8:15:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 16:1:2 kan de ambtenaar door
                                het college worden geschorst:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>wanneer hem het voornemen tot bestraffing met
                                        onvoorwaardelijk ontslag is te kennen gegeven of hem van de
                                        oplegging van deze straf mededeling is gedaan;</al></li>
                  <li nr="b."><al>wanneer tegen hem volgens de terzake geldende bepalingen van
                                        het Wetboek van Strafvordering een bevel tot
                                        inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis wordt ten
                                        uitvoer gelegd;</al></li>
                  <li nr="c."><al>wanneer tegen hem een strafrechtelijke vervolging wegens
                                        misdrijf wordt ingesteld;</al></li>
                  <li nr="d."><al>in andere gevallen waarin schorsing wordt gevorderd door het
                                        belang van de dienst.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het schorsingsbesluit bevat in ieder geval:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>een aanduiding van het tijdstip waarop de schorsing
                                        ingaat;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een nauwkeurige aanduiding van de in het eerste lid bedoelde
                                        omstandigheid of omstandigheden welke tot de schorsing
                                        aanleiding heeft of hebben gegeven;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de duur van de
                                        schorsing.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 8:15:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Tijdens de schorsing ingevolge artikel 8:15:1, eerste lid, onder b
                                of c , kunnen het salaris en toegekende salaristoelage(n) voor een
                                derde gedeelte worden ingehouden; na verloop van een termijn van zes
                                weken kan een verdere vermindering van het uit te keren bedrag, ook
                                tot het volle bedrag plaatsvinden, behoudens het bepaalde in het
                                derde lid.</al></li>
              <li nr="2."><al>Tijdens de schorsing ingevolge artikel 8:15:1, eerste lid, onder a ,
                                kan tot de in de strafaanzegging of -oplegging genoemde datum van
                                ingang van het ontslag de doorbetaling geheel of gedeeltelijk worden
                                gestaakt, behoudens het bepaalde in het derde lid. Met ingang van de
                                datum van het ontslag wordt de doorbetaling geheel gestaakt.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het betaalbare gedeelte van het salaris en de toegekende
                                salaristoelage(n) kan aan anderen dan de ambtenaar worden
                                uitgekeerd. Gedurende de schorsingsperiode blijft de ambtenaar in
                                ieder geval in het genot van een bedrag, gelijk aan het op hem
                                verhaalbare gedeelte van de premies voor pensioen .</al></li>
              <li nr="4."><al>Het ingevolge het eerste lid niet uitgekeerde salaris inclusief de
                                toegekende salaristoelage(n) wordt alsnog uitbetaald, indien de
                                schorsing niet door een door de strafrechter opgelegde straf wordt
                                gevolgd of ook indien en in zoverre op andere gronden alsnog tot
                                uitbetaling wordt besloten.</al></li>
              <li nr="5."><al>De ingevolge het tweede lid niet uitgekeerde salaris en toegekende
                                salaristoelage(n) wordt alsnog uitbetaald, indien op de schorsing
                                bestraffing van de ambtenaar met onvoorwaardelijk ontslag niet
                                volgt.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200515951, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Bevoegdheid tot ontslagverlening</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 8:15:3</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Ontslag wordt verleend door het bestuursorgaan dat bevoegd is tot
                                aanstelling in de betrekking, laatstelijk door de ambtenaar
                                vervuld</al></li>
              <li nr="2."><al>Het besluit tot het verlenen van ontslag wordt op schrift gesteld,
                                met vermelding van de datum van ingang van het ontslag dan wel een
                                omschrijving of aanduiding van die datum.</al></li>
              <li nr="3."><al>Ingeval aan een ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor
                                onbepaalde tijd ontslag wordt verleend, wordt de grond waarop het
                                ontslag berust slechts op verzoek van de ambtenaar vermeld.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: ARZ/608409</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Opzegtermijnen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 8:16:1</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2001002849 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overlijdensuitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 8:16:2</vet>
            </al>
            <al>(verplaatst naar hoofdstuk 3)</al>
            <al>briefnummer: ARZ/801143, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 8:16:3</vet>
            </al>
            <al>(verplaatst naar hoofdstuk 3)</al>
            <al>briefnummer: CvA/2004001009, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overlijdensuitkering bij een ongeval in en door de dienst</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 8:16a</vet>
            </al>
            <al>(verplaatst naar hoofdstuk 3)</al>
            <al>Briefnummer: U201001464, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Gedeeltelijk ontslag na terugbrengen arbeidsduur</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 8:17</vet>
            </al>
            <al>Indien door de werkgever de formele arbeidsduur per week gedeeltelijk wordt
                        teruggebracht, al dan niet na een tijdelijke uitbreiding daarvan, dient dit
                        te geschieden door een gedeeltelijk ontslag op grond van dit hoofdstuk,
                        behalve in het geval van wijziging van de aanstelling op grond van artikel
                        7:16.</al>
            <al>briefnummer: CvA/2002004415</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overgangsbepaling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 8:18</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de
                                vervulling van zijn functie wegens ziekte, bedoeld in de artikelen
                                8:5 en 8:5a, is gelegen voor 1 januari 2004 zijn de artikelen 8:5 en
                                8:5a niet van toepassing.</al></li>
              <li nr="2."><al>Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 8:5 en
                                8:5a, zoals die golden op 30 juni 2006, van toepassing.</al></li>
              <li nr="3."><al>Op de ambtenaar, van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de
                                vervulling van zijn functie wegens ziekte, bedoeld in de artikelen
                                8:5 en 8:5a, is gelegen op of na 1 januari 2004, maar die op grond
                                van de WAO recht hebben op een WAO-uitkering, zijn de artikelen 8:5
                                en 8:5a niet van toepassing.</al></li>
              <li nr="4."><al>Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 8:5 en
                                8:5a, zoals die golden op 30 juni 2006, van toepassing.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600958, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 8:19</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de
                                vervulling van zijn functie wegens ziekte, bedoeld in artikel 8:5,
                                is gelegen voor 1 juli 2007 is artikel 8:5 niet van toepassing.</al></li>
              <li nr="2."><al>Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, is artikel 8:5, zoals
                                dat gold op 30 juni 2008, van toepassing.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200800330, U201502055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 8:20</vet>
            </al>
            <al>Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel
                        7:3, gelegen is voor 1 augustus 2008, is artikel 8:4 of artikel 8:5 van
                        toepassing, zoals dat gold op 30 november 2008.</al>
            <al>Briefnummer: U200802017</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoofdstuk 9 Uitkering functioneel leeftijdsontslag</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9:1 Ontslag wegens FLO</vet>
            </al>
            <al>Aan de ambtenaar aan wie ontslag wordt verleend op grond van het bepaalde in
                        artikel 8:3, zoals bedoeld in artikel 9:15, wordt met ingang van de datum
                        van het ontslag ten laste van de gemeente een maandelijkse uitkering
                        toegekend.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9:1:1 Ontslag wegens FLO</vet>
            </al>
            <al>Onder gewezen ambtenaar wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaan
                        de ambtenaar die aan zijn ontslag aanspraak kan ontlenen op een uitkering
                        volgens de bepalingen van dit hoofdstuk.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9:1:2 Ontslag wegens FLO</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De in artikel 8:3:1, eerste lid bedoeld in artikel 9:15:1, bedoelde
                                datum van ingang van ontslag kan op verzoek van de ambtenaar, dan
                                wel ingeval deze desgevraagd daarmee instemt voor de duur van ten
                                hoogste een jaar, telkens met een periode van ten hoogste een jaar
                                te verlengen, worden opgeschort, indien dit door het bestuursorgaan,
                                bevoegd tot het verlenen van ontslag, in het belang van e dienst
                                wordt geacht en de ambtenaar, blijkens de uitslag van een
                                geneeskundig onderzoek, geestelijk en lichamelijk in staat kan
                                worden geacht zijn betrekking te blijven vervullen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de ambtenaar voor wie toepassing is gegeven aan het bepaalde
                                in het eerste lid, blijkens de uitslag van een geneeskundig
                                onderzoek tussentijds ongeschikt is geworden voor de verdere
                                vervulling van zijn betrekking, kan hem ontslag worden verleend met
                                ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin de
                                uitslag van het geneeskundig onderzoek te zijner kennis is
                                gebracht.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Artikel 9:2 Bedrag en duur</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De uitkering bedraagt gedurende 60 maanden aansluitend aan het
                                ontslag 80% van de laatstelijk voor het ontslag van de ambtenaar aan
                                diens betrekking verbonden bezoldiging vermeerderd met zoveel doch
                                ten hoogste 10 malen 0,5% van die bezoldiging als het totaal aantal
                                volle dienstjaren geldig voor pensioen krachtens het
                                pensioenreglement op de dag van het ontslag meer dan 30 bedraagt.
                                Vervolgens bedraagt de uitkering 70% van bedoelde bezoldiging, met
                                dien verstande dat het bedrag van de uitkering niet lager is dan het
                                bedrag van het pensioen waarop de gewezen ambtenaar recht zou hebben
                                indien hij zou zijn gepensioneerd met ingang van de datum van zijn
                                ontslag en in aanmerking zou zijn genomen de diensttijd bedoeld in
                                artikel 5.4 van het pensioenreglement, welke hij bij het bereiken
                                van de leeftijd van 65 jaar zal kunnen aanwijzen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Onder laatstelijk voor het ontslag aan de betrekking verbonden
                                bezoldiging wordt voor de toepassing van deze regeling verstaan de
                                bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1, vermeerderd met de
                                vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 6:3, berekend over een maand,
                                en de eindejaarsuitkering bedoeld in artikel 3:6, met dien verstande
                                dat de vergoeding, bedoeld in artikel 3:3 en de prestatiebeloning
                                slechts geacht worden te behoren tot de bezoldiging tot een bedrag
                                dat overeenkomt met hetgeen in de twaalf maanden voorafgaande aan
                                het ontslag gemiddeld per maand aan die vergoeding of beloning aan
                                de gewezen ambtenaar is toegekend.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien in de laatstelijk voor het ontslag aan de betrekking
                                verbonden bezoldiging uit anderen hoofde dan wegens periodieke
                                verhogingen wijziging zou zijn gekomen wanneer de gewezen ambtenaar
                                op deze bezoldiging in dienst zou zijn gebleven, geldt van de datum
                                van in werking treden dier wijziging af het aldus gewijzigde bedrag
                                als laatstelijk voor het ontslag aan de betrekking verbonden
                                bezoldiging.</al></li>
              <li nr="4."><al>De hoogte van de uitkering wordt actuarieel neutraal herrekend
                                indien de ambtenaar na 1 januari 2006 gebruik maakt van de
                                mogelijkheid van artikel 9:1:2, eerste lid om de ingang van het
                                ontslag uit te stellen. Overschrijdt de uitkering de oude
                                bezoldiging dan wordt het meerdere omgezet in ouderdoms- en</al><al> nabestaandenpensioen.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Artikel 9:3 Bijdrage Vereveningsfonds FLO sector Gemeenten </vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al></li>
              <li nr="a."><al>Vereveningsfonds: het Vereveningsfonds FLO sector Gemeenten;</al></li>
              <li nr="b."><al>Vereveningsregeling: de tijdelijke regeling die deel uitmaakt van de
                                LOGA- overeenkomst met betrekking tot de financiering van het
                                functioneel leeftijdsontslag.</al></li>
              <li nr="2."><al>De gemeenten zijn verplicht de in de Vereveningsregeling bedoelde
                                bijdrage af te dragen aan het Vereveningsfonds voor alle bij hun in
                                dienst zijnde personen voor wie premie ten behoeve van de
                                FPU-regeling moet worden afgedragen.</al></li>
              <li nr="3."><al>De in het tweede lid bedoelde bijdrage wordt voor de helft verhaald
                                op de bij de instellingen in dienst zijnde personen voor wie premie
                                ten behoeve van de FPU- regeling wordt afgedragen.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Artikel 9:4 Samenloop met FPU</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien de datum van ontslag van de ambtenaar van 55 jaar of ouder
                                gelegen is na 1 april 1997, is deze ambtenaar verplicht een
                                uitkering krachtens de FPU- regeling aan te vragen. De uitkering als
                                bedoeld in artikel 9:1 komt niet tot uitbetaling indien de ambtenaar
                                geen toestemming verleent om de uitkering krachtens de FPU-regeling
                                via de werkgever tot uitbetaling te laten komen.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="2."><al>Indien de in het eerste lid bedoelde ambtenaar niet of niet tijdig
                                de uitkering krachtens de FPU-regeling aanvraagt, en hem dit
                                redelijkerwijs kan worden verweten, wordt, voor de periode waarin
                                hij dientengevolge voornoemde uitkering niet of niet volledig
                                ontvangt, voor de toepassing van lid 3 van dit artikel rekening
                                gehouden met de uitkering die hij vanaf de ontslagdatum zou hebben
                                genoten, indien hij de voornoemde uitkering wel tijdig zou hebben
                                aangevraagd.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="3."><al>De uitkering wordt, indien en voorzover recht daarop bestaat,
                                verminderd met het bedrag van de uitkering krachtens de
                                FPU-regeling, met dien verstande dat buiten beschouwing blijft dat
                                gedeelte van de uitkering krachtens de FPU- regeling dat gebaseerd
                                is op een individuele opbouw krachtens artikel 16.2, 16.3 of 16.4
                                van het pensioenreglement.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="4."><al>Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de
                                in het tweede lid bedoelde ambtenaar, de uitkering krachtens de
                                FPU-regeling geheel of ten dele vervallen wordt verklaard dan wel
                                geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt deze uitkering voor de
                                toepassing van lid 3 van dit artikel geacht onverminderd te zijn
                                genoten.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9:4:1 Verrekening inkomsten uit of in verband met
                        arbeid</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Wanneer een gewezen ambtenaar, die aan deze regeling recht op
                                uitkering kan ontlenen, inkomsten geniet of gaat genieten uit of in
                                verband met arbeid, waaronder mede wordt verstaan een uitkering
                                krachtens de WAJONG of de WAZ, of bedrijf, ter hand genomen met
                                ingang van of na de datum waarop zijn ontslag is ingegaan, wordt op
                                de uitkering een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk
                                aan het bedrag waarmede de inkomsten en de onverminderde uitkering
                                krachtens artikel 9:2 samen de laatstelijk genoten bezoldiging te
                                boven gaan.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="2."><al>Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van
                                inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen
                                gedurende verlof, vakantie of non- activiteit, onmiddellijk
                                voorafgaande aan het ontslag ter zake waarvan hem de uitkering
                                krachtens deze regeling is toegekend.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="3."><al>Wanneer de gewezen ambtenaar op of na de dag, bedoeld in het eerste
                                lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf
                                ter hand genomen vóór evenbedoelde dag, is ten aanzien van die
                                inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van
                                overeenkomstige toepassing. De hier bedoelde vermindering vindt
                                echter niet plaats indien de inkomsten of hogere inkomsten het
                                gevolg zijn van algemene loonsverhogingen, of indien de gewezen
                                ambtenaar aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn
                                van verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende
                                met het ontslag.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="4."><al>Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet
                                verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als
                                gratificatie.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9:4:2 Verrekening inkomsten uit of in verband met arbeid
                        </vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Van het ter hand nemen van enige arbeid of bedrijf doet de gewezen
                                ambtenaar onverwijld mededeling aan het college. Daarbij doet hij,
                                voor zover mogelijk, opgave van de inkomsten, die hij uit dien
                                hoofde zal verwerven; hij is verplicht om, indien die inkomsten
                                tijdelijk of blijvend wijziging ondergaan, daarvan tijdig voor het
                                verschijnen van de eerstvolgende uitkeringstermijn nadere opgave te
                                doen. Zijn de inkomsten niet vooraf op te geven, dan doet hij tijdig
                                vóór het verschijnen van elke uitkeringstermijn opgave van de
                                inkomsten die hij sedert het ter hand nemen van de werkzaamheden of
                                sinds de vorige opgave heeft genoten. Brengt echter de aard der
                                werkzaamheden mede dat de inkomsten over een langere termijn moeten
                                worden berekend, dan geschiedt de opgave over die langere termijn en
                                kan op de uitkering een voorlopige vermindering worden toegepast
                                naar een geraamd bedrag van die inkomsten, onder voorbehoud van
                                nadere verrekening aan het einde van evenbedoelde termijn. Dit lid
                                vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de arbeid of
                                bedrijf en de inkomsten daaruit, bedoeld in artikel 9:4:1, tweede en
                                derde lid.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="2."><al> Indien de gewezen ambtenaar de verplichtingen, genoemd in het
                                eerste lid, niet of niet volledig nakomt, kan het college bepalen
                                dat de uitkering, zolang zulks niet het geval is, niet of slechts
                                gedeeltelijk wordt uitbetaald.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="3."><al>De gewezen ambtenaar wordt geacht door het aanvaarden van de
                                uitkering er in te bewilligen dat zij die daarvoor naar het oordeel
                                van het college in aanmerking komen, de inlichtingen verstrekken
                                welke voor de uitvoering van deze regeling noodzakelijk zijn.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9:4:3 Samenloop met aan- spraken uit hoofde van ziekte of
                            ongeval </vet>
            </al>
            <al>Ten aanzien van hem die aan deze regeling recht op uitkering ontleent en die
                        na zijn ontslag uit hoofde van ziekte of ongeval nog aanspraken in verband
                        met de dienstbetrekking waaruit hij is ontslagen heeft of verkrijgt, wordt
                        de uitkering tot het einde van de periode waarover die aanspraken bestaan,
                        verminderd met het bedrag daarvan.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9:5 Pensioenopbouw vanaf 62 jaar </vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien de gewezen ambtenaar bij het bereiken van de leeftijd van 62
                                jaar gebruik maakt van de mogelijkheid die artikel 16.3 van het
                                pensioenreglement biedt tot vrijwillige voortzetting van de
                                pensioenopbouw, worden de kosten van deze vrijwillig voortzetting
                                gedragen door de gemeente voor zover het pensioenopbouw voor de
                                helft betreft, met dien verstande dat per 1 januari 2007 30% van het
                                bedrag van de premie dat door de werkgever afgedragen zou moeten
                                worden, indien de gewezen ambtenaar nog verplicht pensioen zou
                                opbouwen, voor rekening blijft van de gewezen ambtenaar. De kosten
                                van een vrijwillige aanvullende deelname waardoor de pensioenopbouw
                                voor meer dan de helft plaats vindt, komen volledig ten laste van de
                                gewezen ambtenaar.</al><al>De werkgever stelt de ambtenaar in de drie maanden voor zijn ontslag
                                schriftelijk op de hoogte van:</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de mogelijkheid om ook na het bereiken van de leeftijd van 62 jaar
                                de pensioenopbouw voort te zetten op basis van artikel 16.3 van het
                                pensioenreglement;</al></li>
              <li nr="b."><al>dat indien de gewezen ambtenaar van de onder a weergegeven
                                mogelijkheid gebruik maakt om voor de helft pensioen te blijven
                                opbouwen dit niet leidt tot extra kosten in vergelijking tot de
                                situatie zoals die gold voor de gewezen ambtenaar voordat hij de
                                leeftijd van 62 jaar bereikte als gevolg van de toepasselijkheid van
                                artikel 9:5 lid 1;</al></li>
              <li nr="c."><al>de termijn waarbinnen een schriftelijk verzoek van de gewezen
                                ambtenaar om gebruik te maken van de mogelijkheid die artikel 16.3
                                van het pensioenreglement bieden, ingediend moet zijn bij het
                                bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP;</al></li>
              <li nr="d."><al>de mogelijkheid dat de gewezen ambtenaar op zijn verzoek bij de
                                indiening van de aanvraag wordt ondersteund door de werkgever.</al></li>
              <li nr="2."><al>De aanschrijving bedoeld in het eerste lid wordt herhaald in de drie
                                maanden voor de dag dat de ambtenaar de leeftijd van 62 jaar
                                bereikt.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Artikel 9:6:1 Vervallen</vet>
            </al>
            <al>(Vervallen)</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9:7:1 Verval van uitkering</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De uitkering vervalt:</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>met ingang van de dag, volgende op die waarop de gewezen ambtenaar
                                is overleden;</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="b."><al>op de datum waarop de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaren
                                bereikt.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="2."><al>De uitkering kan geheel of ten delen vervallen worden verklaard
                                indien de gewezen ambtenaar zich naar het oordeel van het college
                                zodanig gedraagt, dat hij, ware hij in dienst gebleven, zou zijn
                                ontslagen.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9:8:1 Overlijdensuitkering</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de gewezen ambtenaar heeft
                                de weduwe, weduwnaar of geregistreerde partner die krachtens het
                                pensioenreglement recht heeft op een nabestaandenpensioen, recht op
                                een bedrag gelijk aan de bezoldiging bedoeld in artikel 9:2 over een
                                tijdvak van drie maanden welk bedrag in voorkomend geval wordt
                                verminderd met de uitkering bij overlijden krachtens de
                                FPU-regeling. Wordt geen weduwe, weduwnaar of geregistreerde partner
                                als bedoeld in de vorige volzin nagelaten, dan verkrijgen de
                                minderjarige kinderen van de overledene recht op bedoelde uitkering.
                                Ontbreken ook zodanige kinderen, dan hebben, indien de overledene
                                kostwinner was van ouders, meerderjarige kinderen, broers of
                                zusters, deze betrekkingen recht op bedoelde uitkering.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="2."><al>Laat de overledene geen betrekkingen na die krachtens het eerste lid
                                recht hebben op de uitkeringen als in dat lid bedoeld, dan kan dit
                                bedrag door het college geheel of ten dele worden aangewend voor de
                                betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de
                                lijkbezorging.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9:9:1 FLO-betrekkingen en leeftijdsgrenzen </vet>
            </al>
            <al>In een nader vast te stellen regeling wordt bepaald welke leeftijdsgrenzen
                        gelden voor de vervulling van de daarbij vermelde betrekkingen.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9:10:1 Ingangsdatum ontslag wegens FLO </vet>
            </al>
            <al>Indien een ambtenaar die een betrekking vervult als in artikel 9:9:1 genoemd
                        op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling de leeftijdsgrens als
                        genoemd in dat artikel reeds heeft bereikt, wordt hem eervol ontslag
                        verleend met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin
                        deze regeling in werking treedt, tenzij overeenkomstige toepassing wordt
                        gegeven aan het bepaalde in artikel 9:1:2, eerste lid.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9:11 Tijdelijke regeling</vet>
            </al>
            <al>(Vervallen)</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9:12 Tijdelijke regeling</vet>
            </al>
            <al>De ambtenaar die op 1 januari 2006 of daarna FLO-ontslag wordt verleend en
                        die recht heeft op een uitkering op grond van dit hoofdstuk, heeft totdat
                        het FLO-overgangsrecht is vastgesteld recht op een maandelijkse uitkering
                        waarvan het bedrag berekend wordt op basis van de bepalingen van dit
                        hoofdstuk.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9:13 Slotbepaling</vet>
            </al>
            <al>Ambtenaren aan wie op of na 1 januari 2006 FLO-ontslag is verleend en die op
                        grond van artikel 9:12 een maandelijkse uitkering hebben ontvangen, worden
                        met ingang van 1 juli 2006 geacht te zijn ontslagen op grond van artikel
                        8:11 en worden onder de werking van hoofdstuk 9b gebracht.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9:14 Slotbepaling</vet>
            </al>
            <al>Met ingang van 1 juli 2006 kan ambtenaren op grond van dit hoofdstuk geen
                        uitkering meer verleend worden.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoofdstuk 9a AMBTENAREN DIE VANAF 1 JANUARI 2006 IN DIENST ZIJN
                            GETREDEN OP EEN BEZWARENDE FUNCTIE</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Algemeen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9a:1</vet>
            </al>
            <al>Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die vanaf 1 januari 2006 in
                        dienst is getreden op een bezwarende functie, die op 31 december 2005 recht
                        gaf op functioneel leeftijdsontslag op grond van artikel 8:3, zoals dat
                        luidde op 31 december 2005. </al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Definities</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9a:2</vet>
            </al>
            <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>bezwarende functie: een betrekking met een hoge belasting door het
                                frequent draaien van piket of het werken in roosterdiensten en
                                deelname aan daaruit voortvloeiende werkzaamheden in de uitruk met
                                als gevolg een verhoogde kans op gezondheidsklachten;</al></li>
              <li nr="b."><al>de tweede loopbaan: iedere functie binnen de organisatie van de
                                gemeente of buiten de organisatie van de gemeente die, in het kader
                                van het loopbaanplan, volgt op de bezwarende functie en die past bij
                                de richting zoals afgesproken is in het loopbaanplan.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Medische keuring</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9a:3</vet>
            </al>
            <al>Vervallen </al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 en U201002606</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Het loopbaanplan</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9a:4</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar blijft maximaal 20 jaar werkzaam in een bezwarende
                                functie.</al></li>
              <li nr="2."><al>De ambtenaar heeft recht op een loopbaanplan, waardoor het de
                                ambtenaar mogelijk is na maximaal 20 jaar gewerkt te hebben in de
                                bezwarende functie een tweede loopbaan te beginnen binnen of buiten
                                de gemeentelijke dienst.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet> briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9a:5</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In afwijking van hoofdstuk 17 gelden voor de ambtenaar de volgende
                                bepalingen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college en de ambtenaar leggen in een persoonlijk loopbaanplan
                                de afspraken vast over de loopbaanontwikkeling en de vereiste kennis
                                en vaardigheden, alsmede de in dat kader door de ambtenaar te volgen
                                opleiding en de te ondernemen activiteiten, die nodig zijn om na
                                maximaal 20 jaar gewerkt te hebben in een bezwarende functie een
                                tweede loopbaan te beginnen. Het loopbaanplan omvat in ieder geval
                                die opleidingselementen die nodig zijn om de ambtenaar die bij de
                                brandweer werkzaam is, in 20 jaar op te leiden tot MBO-niveau.
                                Hierbij moet het gaan om opleidingen die extern erkend worden.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het college en de ambtenaar zijn verplicht medewerking te verlenen
                                aan het opstellen, evalueren en bijstellen van het
                                loopbaanplan.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het loopbaanplan wordt in het jaar van indiensttreding
                                opgesteld.</al></li>
              <li nr="5."><al>Het loopbaanplan wordt ten minste een keer per drie jaar
                                geëvalueerd, geactualiseerd en zonodig bijgesteld.</al></li>
              <li nr="6."><al>Bij het loopbaanplan wordt rekening gehouden met zowel de belangen
                                van het college als met de belangen van de ambtenaar.</al></li>
              <li nr="7."><al>In het loopbaanplan worden afspraken vastgelegd met betrekking tot
                                benodigd verlof en eventuele verdere medewerking van het college die
                                de ambtenaar in staat moeten stellen de gemaakte afspraken uit te
                                voeren. </al></li>
              <li nr="8."><al>De kosten die gemaakt zullen worden in het kader van de in het
                                loopbaanplan opgenomen opleiding en activiteiten worden door het
                                college vergoed. </al></li>
              <li nr="9."><al>In het loopbaanplan worden, indien mogelijk, ten aanzien van de
                                activiteiten en de opleiding in ieder geval de volgende aspecten
                                vastgelegd:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>het aanspreekpunt binnen de organisatie;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het beroep of de richting die als tweede loopbaan gekozen
                                        wordt;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de keuze van opleidingsvorm of het instituut, waar de
                                        activiteit plaatsvindt;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de te maken kosten;</al></li>
                  <li nr="e."><al>de start- en einddatum van de te ondernemen activiteit of de
                                        te volgen scholing;</al></li>
                  <li nr="f."><al>de te maken voortgang binnen de activiteit of scholing;</al></li>
                  <li nr="g."><al>de minimaal te behalen resultaten van de activiteit of
                                        scholing;</al></li>
                  <li nr="h."><al>de planning van vervolgafspraken;</al></li>
                  <li nr="i."><al>de omstandigheden onder welke een te volgen opleiding of te
                                        ondernemen activiteit kan worden onderbroken of
                                        gestopt;</al></li>
                  <li nr="j."><al>eventuele andere onderwerpen die van belang zijn voor een
                                        goede uitvoering van de gemaakte afspraken.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Terugbetaling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9a:6</vet>
            </al>
            <al>De ambtenaar die evident misbruik maakt van de loopbaanfaciliteiten die het
                        college biedt, is verplicht de kosten, verband houdende met de activiteiten
                        dan wel opleidingen, die door het college zijn vergoed, terug te
                        betalen.</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Tweede loopbaan binnen / buiten de gemeentelijke dienst</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9a:7</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Plaatsing van een ambtenaar in het kader van de tweede loopbaan
                                binnen of buiten de gemeentelijke dienst vindt definitief
                                plaats.</al></li>
              <li nr="2."><al>Definitieve plaatsing binnen de gemeentelijke dienst vindt plaats
                                door aanpassing van de aanstelling.</al></li>
              <li nr="3."><al>Definitieve plaatsing buiten de gemeentelijke dienst vindt plaats
                                door ontslag op grond van artikel 8:1 uit de bezwarende
                                functie.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Disciplinaire straf</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9a:8</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die de verplichtingen, zoals neergelegd in het
                                loopbaanplan, niet nakomt, wordt disciplinair gestraft. </al></li>
              <li nr="2."><al>Wanneer de tweede loopbaan na 20 jaar gewerkt te hebben in de
                                bezwarende functie door schuld of toedoen van de ambtenaar niet
                                begonnen kan worden, wordt de ambtenaar op grond van artikel 8:13
                                disciplinair ontslag verleend.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Gevolgen niet starten tweede loopbaan</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9a:9</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar blijft na 20 jaar in de bezwarende functie werkzaam
                                wanneer: </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de tweede loopbaan niet begonnen kan worden, omdat het college zijn
                                verplichtingen uit het loopbaanplan niet nakomt; </al></li>
              <li nr="b."><al>de tweede loopbaan niet begonnen wordt, omdat het college en de
                                ambtenaar daar gezamenlijk toe besluiten. </al></li>
            </lijst>
            <al>Voorwaarde is dat de ambtenaar medisch geschikt is om in de bezwarende
                        functie door te werken. </al>
            <lijst>
              <li nr="2."><al>Het loopbaanplan wordt voortgezet tot de tweede loopbaan begonnen
                                wordt.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid na 20 jaar niet
                                medisch geschikt is om in de bezwarende functie door te werken,
                                geldt de procedure, bedoeld in artikel 9a:10.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200601371</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Medisch niet meer geschikt; overbruggingsuitkering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9a:10</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die niet meer medisch geschikt is om in de bezwarende
                                functie door te werken, ontvangt een overbruggingsuitkering.</al></li>
              <li nr="2."><al>De duur van de overbruggingsuitkering is afhankelijk van het aantal
                                jaren dat betrokkene in een bezwarende functie werkzaam is
                                geweest.</al></li>
              <li nr="3."><al>Per dienstjaar in een bezwarende functie is de duur van de
                                overbruggingsuitkering 12/10 maand. De maximumduur van de
                                overbruggingsuitkering is 24 maanden. </al></li>
              <li nr="4."><al>Zodra de medische ongeschiktheid voor de bezwarende functie is
                                vastgesteld, stopt de opbouw van de overbruggingsuitkering.</al></li>
              <li nr="5."><al>De hoogte van de overbruggingsuitkering bedraagt de eerste 12
                                maanden 100% van het salaris en de maanden daarna 80% van het
                                salaris.</al></li>
              <li nr="6."><al>De duur van de overbruggingsuitkering wordt in mindering gebracht op
                                de duur van de loondoorbetaling, bedoeld in artikel 7:3. </al></li>
              <li nr="7."><al>De overbruggingsuitkering komt tot uitbetaling voor zover deze hoger
                                is dan de loondoorbetaling bij ziekte, bedoeld in artikel 7:3.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Garantiesalaris en afbouw toelagen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9a:11</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder oude bezoldiging verstaan de optelsom
                                van:</al></li>
              <li nr="a."><al>het salaris, als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, sub b,</al></li>
              <li nr="b."><al>de vakantieuitkering,</al></li>
              <li nr="c."><al>de eindejaarsuitkering,</al></li>
              <li nr="d."><al>de functioneringstoelage,</al></li>
              <li nr="e."><al>de waarnemingstoelage en</al></li>
              <li nr="f."><al>de in de lokale bezoldigingsverordening genoemde andere toelagen
                                en</al></li>
            </lijst>
            <al> emolumenten, voor zover die aan de ambtenaar zijn toegekend,</al>
            <al> berekend over een periode van 12 maanden onmiddellijk voorafgaande aan het
                        begin van de tweede loopbaan.</al>
            <lijst>
              <li nr="2."><al>Indien een keuze van de ambtenaar leidt tot een wijziging van de
                                feitelijke uitbetaling van de bezoldiging genoemd in artikel 3:1,
                                tweede lid, onderdeel c, werkt die wijziging van de feitelijke
                                uitbetaling van de bezoldiging genoemd in artikel 3:1, tweede lid,
                                onderdeel c door in de oude bezoldiging.</al></li>
              <li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid werkt een verhoging of verlaging van
                                de feitelijke uitbetaling van de bezoldiging genoemd in artikel 3:1,
                                tweede lid, onderdeel c bij uitruil in het kader van de uitwisseling
                                van arbeidsvoorwaarden genoemd in hoofdstuk 4a niet door in de oude
                                bezoldiging.</al></li>
              <li nr="4."><al>De ambtenaar die binnen de organisatie van de gemeente de tweede
                                loopbaan begint, krijgt een garantietoelage ter hoogte van het
                                negatieve verschil tussen het oude en het nieuwe salaris. Het oude
                                salaris wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging,
                                zoals deze in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen.</al></li>
              <li nr="5."><al>Op de garantietoelage wordt een vermindering toegepast tot het
                                bedrag waarmee het nieuwe salaris en eventuele toelagen en
                                vergoedingen, behorende bij de nieuwe functie, samen met de
                                garantietoelage de oude bezoldiging overstijgt. De oude bezoldiging
                                wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze
                                in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen.</al></li>
              <li nr="6."><al>De ambtenaar die als gevolg van de tweede loopbaan binnen de
                                organisatie van de gemeente de toelagen en vergoedingen verliest,
                                die behoorden bij de bezwarende functie, krijgt een aflopende
                                afbouwtoelage ter hoogte van een percentage van het verschil tussen
                                de oude toelagen en vergoedingen en eventuele toelagen en
                                vergoedingen die bij de nieuwe functie behoren. De afbouwtoelage
                                bedraagt:</al></li>
              <li nr="a."><al>het eerste jaar 100%;</al></li>
              <li nr="b."><al>het tweede jaar 75%;</al></li>
              <li nr="c."><al>het derde jaar 50%;</al></li>
              <li nr="d."><al>het vierde jaar 25%.</al></li>
            </lijst>
            <al>De oude toelagen en vergoedingen worden niet geïndexeerd met de generieke
                        salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt
                        overeengekomen.</al>
            <lijst>
              <li nr="7."><al>Op de afbouwtoelage wordt een vermindering toegepast tot het bedrag
                                waarmee het nieuwe salaris en eventuele toelagen en vergoedingen,
                                behorende bij de nieuwe functie, samen met de garantietoelage en de
                                afbouwtoelage de oude bezoldiging overstijgt. De oude bezoldiging
                                wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze
                                in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen.</al></li>
              <li nr="8."><al>De ambtenaar die een tweede loopbaan begint buiten de organisatie
                                van de gemeente ontvangt een afkoopbedrag ter hoogte van 175% van
                                het verschil tussen de oude bezoldiging en het nieuwe jaarsalaris,
                                inclusief eventuele toelagen en vergoedingen. Het nieuwe
                                jaarsalaris, inclusief eventuele toelagen en vergoedingen, wordt
                                berekend naar het bedrag dat voor de ambtenaar bij indiensttreding
                                bij de nieuwe werkgever is vastgesteld.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200700397 en U200701890</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoofdstuk 9b OVERGANGSRECHT AMBTENAREN IN EEN FUNCTIE DIE OP 31
                            DECEMBER 2005 RECHT GAF OP FUNCTIONEEL LEEFTIJDSONTSLAG</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§1. Algemene bepalingen</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Werkingssfeer</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:1</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>op 31 december 2005 werkzaam was bij een gemeentelijk
                                        beroepsbrandweerkorps of bij een gemeentelijke
                                        ambulancedienst; en</al></li>
                  <li nr="b."><al>op 31 december 2005 een betrekking vervulde, waarvoor door
                                        het college krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31
                                        december 2005, leeftijdsgrenzen zijn bepaald; en</al></li>
                  <li nr="c."><al>sinds 31 december 2005 onafgebroken de betrekking heeft
                                        vervuld, op grond waarvan krachtens artikel 8:3, zoals dat
                                        luidde op 31 december 2005, ontslag werd verleend op de
                                        leeftijd van 55 jaar of ouder.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het eerste lid is overeenkomstig van toepassing voor de ambtenaar
                                die</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>overstapt naar een andere functie bij dezelfde gemeente of
                                        ambulancedienst, of</al></li>
                  <li nr="b."><al>overstapt naar een andere gemeentelijk
                                        beroepsbrandweerkorps, dan wel naar een andere gemeentelijke
                                        ambulancedienst tenzij bij de overstap tussen de werkgever
                                        en ambtenaar andere afspraken zijn gemaakt.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Als voorwaarde bij de toepassing van het tweede lid geldt dat de
                                functie waarnaar de ambtenaar overstapt ook een bezwarende functie
                                is, op grond waarvan krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31
                                december 2005, ontslag werd verleend op de leeftijd van 55 jaar of
                                ouder.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200600947 &amp; U200701890</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 2. De ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer in een
                            bezwarende functie op 1 januari 2006 en die op het eerst mogelijke
                            moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop - in
                            december 2006 - als bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9 niet in aanmerking
                            kwam voor een WIA/WAO uitkering en die werkgeversbijdragen levensloop
                            heeft ontvangen</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Begripsbepalingen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:2</vet>
            </al>
            <al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al> bezoldiging: de optelsom van i. het salaris, als bedoeld in artikel
                                3:1, tweede lid, onderdeel b, ii. de vakantieuitkering; iii. de
                                eindejaarsuitkering; iv. de functioneringstoelage; v. de
                                waarnemingstoelage en vi. de in de lokale bezoldigingsverordening
                                genoemde andere toelagen en emolumenten, voor zover die aan de
                                ambtenaar zijn toegekend, met uitzondering van de levensloopbijdrage
                                bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9, berekend over een periode van 12
                                maanden onmiddellijk voorafgaande aan de datum, die voortvloeit uit
                                de toepassing van artikel 9b:4, artikel 9b:20, artikel 9b:25, zesde
                                lid, artikel 9b:26, artikel 9b:47 en artikel 9b:52. De bezoldiging
                                wordt, met uitzondering van de bezoldiging bedoeld in artikel 9b:20
                                en 9b:25, na deze datum geïndexeerd met de generieke
                                salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt
                                overeengekomen. Indien verlofopname door de ambtenaar in deze 12
                                maanden heeft geleid tot een wijziging van de feitelijke uitbetaling
                                van de bezoldiging genoemd in artikel 3:1, tweede lid, onderdeel c,
                                werkt die wijziging door in de bezoldiging.</al></li>
              <li nr="b."><al>bezwarende functie: een betrekking met een hoge belasting door het
                                frequent draaien van piket of het werken in roosterdiensten en
                                deelname aan daaruit voortvloeiende werkzaamheden in de uitruk met
                                als gevolg een verhoogde kans op gezondheidsklachten;</al></li>
              <li nr="c."><al>dienstjaren voor brandweerpersoneel: de jaren in dienst van een
                                gemeentelijkberoepsbrandweerkorps, de jaren werkzaam als
                                buschauffeur of trambestuurder bij hetstadsvervoer, mits dit
                                een functie was,die op dat moment recht gaf op functioneel
                                leeftijdsontslag en de jaren als vrijwilliger bij de brandweer, mits
                                het om jaren gaat waarin daadwerkelijk en regelmatig in de uitruk is
                                ingezet en men niet tegelijkertijd een aanstelling had als
                                beroepsbrandweer. Bij twijfel over het aantal dienstjaren als
                                vrijwilliger dient de ambtenaar aannemelijk te maken hoeveel jaren
                                hij als vrijwilliger is ingezet;</al></li>
              <li nr="d."><al>dienstjaren voor ambulancepersoneel: de jaren werkzaam bij een
                                gemeentelijke ambulancedienst, de jaren werkzaam bij een
                                ambulancedienst van een ziekenhuis of bij een ambulancedienst in de
                                particuliere sector en de jaren werkzaam als buschauffeur of
                                trambestuurder bij het stadsvervoer, mits dit een functie was, die
                                op dat moment recht gaf op functioneel leeftijdsontslag;</al></li>
              <li nr="e."><al>niet-bezwarende functie: een functie die niet valt onder de
                                definitie van onderdeel b;</al></li>
              <li nr="f."><al>tweede loopbaan: iedere functie binnen de organisatie van de
                                gemeente of buiten de organisatie van de gemeente die, in het kader
                                van het loopbaanplan, volgt op de bezwarende functie;</al></li>
              <li nr="g."><al>onbezoldigd volledig verlof: verlof voor de formele arbeidsduur per
                                week, zonder behoud van bezoldiging.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: , U200700397 &amp;U200701890 &amp; U200800258, U201600266</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Werkingssfeer</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:3</vet>
            </al>
            <al>Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar die geboren is na 1949 en
                        die op 1 januari 2006 20 dienstjaren of meer had in een bezwarende functie
                        en die op het eerst mogelijke moment van verstrekking van de
                        werkgeversbijdrage levensloop - in december 2006 - als bedoeld in artikel
                        9e:8 en 9e:9niet in aanmerking kwam voor een WIA/WAO uitkering en die
                        werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen.</al>
            <al>Briefnummer: U200600947 en U201201055 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Keuzemogelijkheid voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren
                            of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:4</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar wordt op zijn verzoek vanaf de eerste dag van de maand
                                volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt
                                volledig buitengewoon verlof verleend, tegen doorbetaling van 80%
                                van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging. Voor zover het
                                dienstbelang het toelaat, kan de ambtenaar vanaf de datum bedoeld in
                                de eerste volzin in plaats van het volledig buitengewoon verlof als
                                hiervoor bedoeld, een keuze maken uit de volgende
                                mogelijkheden:</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>100% werken, waarbij voor ieder vol jaar dat gewerkt wordt een bonus
                                wordt verstrekt van 20% van het voor de ambtenaar geldende
                                jaarsalaris in het jaar voorafgaande aan toekenning van de
                                bonus;</al></li>
              <li nr="b."><al>50% van de voor hem geldende formele arbeidsduur werken, tegen
                                doorbetaling van 90% van de voor de ambtenaar geldende
                                bezoldiging;</al></li>
              <li nr="c."><al>volledig ontslag op grond van artikel 8:1, waarbij een bonus wordt
                                verstrekt van 100% van het voor de ambtenaar geldende jaarsalaris in
                                het jaar voorafgaande aan toekenning van de bonus. </al></li>
            </lijst>
            <al>Indien dit voor het behouden van vakbekwaamheidseisen noodzakelijk is en de
                        werkgever dit kan aantonen, geldt voor ambulancepersoneel als alternatief
                        voor onderdeel b: 60% van een volledige betrekking werken tegen doorbetaling
                        van 95% van de daarbij behorende bezoldiging. </al>
            <lijst>
              <li nr="2."><al>De ambtenaar maakt zes kalendermaanden voor de in het eerste lid
                                bedoelde datum het college door middel van een verzoek bekend naar
                                welke variant zijn voorkeur uitgaat.</al></li>
              <li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 9b:11, gaat de datum, bedoeld
                                in het eerste lid zoveel later in als het college op 31 december
                                2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005,
                                voor de bezwarende functie een hogere leeftijdsgrens had vastgesteld
                                dan 55 jaar.</al></li>
              <li nr="4."><al>De ambtenaar die kiest voor het in het eerste lid gestelde onder a
                                en b moet medisch geschikt zijn om in de bezwarende functie door te
                                werken. </al></li>
              <li nr="5."><al>Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, met
                                inachtneming van het derde lid, de in het eerste lid gestelde
                                keuzemogelijkheden later laten ingaan, telkens met een periode van
                                een jaar. Voorwaarde hierbij is dat de ambtenaar medisch geschikt is
                                om door te werken in de bezwarende functie.</al></li>
              <li nr="6."><al>De ambtenaar die van het vijfde lid gebruik wil maken, moet, met
                                inachtneming van het derde lid, het college uiterlijk zes
                                kalendermaanden voor de beoogde ingangsdatum daartoe verzoeken.</al></li>
              <li nr="7."><al>De ambtenaar die eenmaal een keuze heeft gemaakt, kan, voor zover
                                het dienstbelang dat toelaat, gedurende de periode tot het moment,
                                bedoeld in artikel 9b:11, zijn keuze herzien, met dien verstande dat
                                de bonus van artikel 9b:4, eerste lid, onderdeel c, berekend wordt
                                naar rato van de tijd die resteert tot de datum, bedoeld in artikel
                                9b:11, eerste lid. Hierbij geldt als voorwaarde dat als tweede en
                                eventueel volgende keuze alleen een optie in aanmerking komt waarbij
                                minder gewerkt wordt dan bij de eerdere keuze. Het tweede lid is van
                                overeenkomstige toepassing.</al></li>
              <li nr="8."><al>De ambtenaar die in de periode van 1 januari 2006 tot 1 januari 2011
                                gebruik maakt van de mogelijkheid, bedoeld in de eerste zin van het
                                eerste lid van dit artikel, en direct daaraan voorafgaand een
                                functie bekleedde waaraan salarisschaal 6 of lager was verbonden,
                                ontvangt gedurende die periode € 500,- netto per kalenderjaar. De
                                ambtenaar die in deze periode geen volledig kalenderjaar gebruik
                                maakt van de genoemde mogelijkheid, ontvangt een bedrag naar rato.
                                Deze uitkering wordt eenmaal per kalenderjaar in de maand december
                                betaald. Aan de ambtenaar die op grond van lokaal beleid al een
                                vergoeding heeft ontvangen, wordt alleen het deel van het
                                totaalbedrag, waarop op grond van dit lid recht bestaat, uitbetaald
                                dat hoger is dan de reeds ontvangen vergoeding.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 &amp; U200800258</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Pensioenopbouw tijdens keuzes van artikel 9b:4</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:5</vet>
            </al>
            <al>Over de bonus, bedoeld in artikel 9b:4, eerste lid,onderdeel a en c
                        wordt geen pensioen opgebouwd.</al>
            <al> briefnummer: CvA/U200600947 &amp; U200800258</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vakantieopbouw tijdens de periode van artikel 9b:4</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:6</vet>
            </al>
            <al>Gedurende de periode, bedoeld in artikel 9b:4, vindt opbouw van
                        vakantie-uren plaats naar rato van het aantal uren dat de ambtenaar
                        werkt.</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Toelage onregelmatige dienst, eindejaarsuitkering en vakantietoelage
                            tijdens de periode van artikel 9b:4</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:7</vet>
            </al>
            <al>Tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:4, eerste lid, eerste volzin en
                        onder onderdeel a en b, zijn de artikelen 3:3 en 3:3:1,
                        respectievelijkartikel 19a:8, artikel 3:6 en artikel 6:3 niet van
                        toepassing.</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200700397 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:8</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: U200600947 en U200700397</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Ambtsjubileumgratificatie tijdens periode van artikel 9b:4</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:9</vet>
            </al>
            <al>De jaren dat de ambtenaar op grond van artikel 9b:4 volledig buitengewoon
                        verlof is verleend, tegen doorbetaling van 80% van de voor de ambtenaar
                        geldende bezoldiging, tellen voor de berekening van de
                        ambtsjubileumgratificatie niet mee.</al>
            <al> briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verrekening inkomsten tijdens de periode van artikel 9b:4</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:10</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Wanneer de ambtenaar tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:4,
                                eerste volzin of onder b, inkomsten geniet of gaat genieten uit of
                                in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of
                                na de datum waarop artikel 9b:4 van toepassing is geworden, wordt op
                                de doorbetaling van de bezoldiging een vermindering toegepast. Deze
                                vermindering is gelijk aan het bedrag waarmede de inkomsten en de
                                doorbetaalde bezoldiging samen de laatstelijk genoten bezoldiging te
                                boven gaan.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van
                                inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen
                                gedurende verlof, vakantie of nonactiviteit, onmiddellijk
                                voorafgaande aan de datum waarop artikel 9b:4 van toepassing is
                                geworden.</al></li>
              <li nr="3."><al>Wanneer de ambtenaar op of na de datum, bedoeld in het eerste lid,
                                inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf ter
                                hand genomen vóór die dag, is ten aanzien van die inkomsten of
                                hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige
                                toepassing.</al></li>
              <li nr="4."><al>De in het derde lid bedoelde vermindering vindt echter niet plaats
                                indien de inkomsten of hogere inkomsten het gevolg zijn van algemene
                                loonsverhogingen, of indien de ambtenaar aannemelijk maakt dat die
                                inkomsten niet het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of van
                                andere oorzaken, verband houdende met de toepassing van artikel
                                9b:4.</al></li>
              <li nr="5."><al>Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet
                                verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als
                                gratificatie.</al></li>
              <li nr="6."><al>De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van het
                                aanvaarden van arbeid of het starten van een bedrijf of het
                                vermeerderen van werkzaamheden uit arbeid of bedrijf.</al></li>
              <li nr="7."><al>De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van de inkomsten
                                uit of in verband met arbeid of bedrijf die hij ontvangt en van de
                                wijzigingen daarin. Hij is verplicht daarvan de bewijzen te
                                overleggen.</al></li>
              <li nr="8."><al>Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet
                                nakomt, kan het college besluiten een korting op de door te betalen
                                bezoldiging toe te passen.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200600947 en U201100883</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Onbezoldigd volledig verlof voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20
                            dienstjaren of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende
                        functie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:11</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die op grond van artikel 9b:4, eerste lid, gedeeltelijk
                                doorbetaald volledig buitengewoon verlof geniet dan wel die heeft
                                gekozen voor artikel 9b:4, eerste lid, onderdeel a of b, wordt vanaf
                                de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de
                                leeftijd van 59 jaar bereikt onbezoldigd volledig verlof
                                verleend.</al></li>
              <li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid, gaat het onbezoldigd volledig
                                verlof, bedoeld in het eerste lid, in vanaf de eerste dag van de
                                maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 60 jaar
                                bereikt, wanneer het college op 31 december 2005 op grond van
                                artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de
                                bezwarende functie een leeftijdsgrens had vastgesteld van 60
                                jaar.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het onbezoldigd volledig verlof wordt uitgesteld met die periode,
                                waarmee de keuze van de ambtenaar, die gebruik heeft gemaakt van het
                                vijfde lid van artikel 9b:4, later is ingegaan.</al></li>
              <li nr="4."><al>Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, wanneer
                                het college op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31
                                december 2005, een leeftijdsgrens had vastgesteld van 59 of 60 jaar,
                                het onbezoldigd volledig verlof later laten ingaan, telkens met een
                                periode van een jaar. Voorwaarde hierbij is dat de ambtenaar medisch
                                geschikt is om door te werken in de bezwarende functie.</al></li>
              <li nr="5."><al>De ambtenaar die van het vierde lid gebruik wil maken, moet het
                                college uiterlijk zes kalendermaanden voor de beoogde ingangsdatum
                                daartoe verzoeken.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 , U200800258 en ECCVA/U201002704</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Premieverdeling bij pensioenopbouw tijdens onbezoldigd volledig
                            verlof</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:12</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Wanneer de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in
                                artikel 9b:11, eerste lid, langer is dan drie jaar, is vanaf dat
                                moment het verhaal van de pensioenpremies en premie voor de
                                voorwaardelijke inkoop gelijk aan het bedrag van de premies en de
                                bijdragen die voor de ambtenaar zijn verschuldigd.</al></li>
              <li nr="2."><al>Wanneer de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in
                                artikel 9b:11, tweede lid, langer is dan twee jaar, is vanaf dat
                                moment het verhaal van de pensioenpremies en premie voor de
                                voorwaardelijke inkoop gelijk aan het bedrag van de premies en de
                                bijdragen die voor de ambtenaar zijn verschuldigd.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200600947, U200800258, U201600266</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Premie IZA-verzekering tijdens onbezoldigd volledig verlof</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:13</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: U200801637, U201300288</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vakantieopbouw tijdens onbezoldigd volledig verlof</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:14</vet>
            </al>
            <al>Gedurende de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel
                        9b:11, vindt geen opbouw van vakantie-uren plaats.</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:15</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: U200600947 en U200700397</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:16</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: U200600947 en U200700397</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Ziekte tijdens onbezoldigd volledig verlof</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:17</vet>
            </al>
            <al>Ziekte tijdens de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in
                        artikel 9b:11, leidt niet tot stopzetting van het onbezoldigd volledig
                        verlof.</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Ambtsjubileumgratificatie tijdens onbezoldigd volledig
                        verlof</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:18</vet>
            </al>
            <al>De periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:11,
                        telt niet mee voor de berekening van de ambtsjubileumgratificatie.</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Garantieregeling bij arbeidsongeschiktheid na de leeftijd van 50 jaar
                            voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1
                            januari 2006 in een bezwarende functie</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:19</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Op de ambtenaar wiens eerste ziektedag na de leeftijd van 50 jaar
                                valt en die volledig, maar niet duurzaam, of gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikt raakt, is artikel 8:4 respectievelijk artikel 8:5
                                niet van toepassing.</al></li>
              <li nr="2."><al>De ambtenaar, genoemd in het eerste lid, wordt hersteld verklaard
                                vanaf de datum, bedoeld in artikel 9b:4, eerste lid.</al></li>
              <li nr="3."><al>De datum, bedoeld in het tweede lid gaat zoveel later in als het
                                college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat
                                luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere
                                leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</al></li>
              <li nr="4."><al>Op de ambtenaar, genoemd in het tweede lid, zijn vanaf de datum van
                                herstel, voor zover de medische geschiktheid dat toelaat, artikel
                                9b:4 tot en met artikel 9b:18 van toepassing.</al></li>
              <li nr="5."><al>De ambtenaar wiens eerste ziektedag ligt na de leeftijd van 55 jaar
                                en die wegens ziekte ongeschikt wordt om zijn betrekking te
                                vervullen, wordt niet ziek gemeld. Vanaf de datum dat de door deze
                                ambtenaar gemaakte keuze op grond van artikel 9b:4, eerste lid,
                                vanwege medische geschiktheid niet meer mogelijk is, verandert deze
                                keuze in een keuze die op grond van zijn medische geschiktheid nog
                                wel mogelijk is, met dien verstande dat de bonus van artikel 9b:4,
                                eerste lid, onderdeel c, berekend wordt naar rato van de tijd die
                                resteert tot de datum, bedoeld in artikel 9b:11, eerste lid. Op hem
                                blijft artikel 9b:11 van toepassing.</al></li>
              <li nr="6."><al>De datum, bedoeld in het vijfde lid gaat zoveel later in als het
                                college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat
                                luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere
                                leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: CvA/U2008001112</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Salarisgarantie bij definitieve herplaatsing bij ziekte</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:20</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die op grond van hoofdstuk 7 binnen de organisatie van
                                de gemeente definitief herplaatst wordt, heeft recht op een
                                garantietoelage ter hoogte van het negatieve verschil tussen de oude
                                bezoldiging en het nieuwe totaalinkomen van de ambtenaar. Tot het
                                totaalinkomen wordt de nieuwe bezoldiging gerekend, alsmede de
                                uitkeringen die de ambtenaar in verband met zijn
                                arbeidsongeschiktheid ontvangt.</al></li>
              <li nr="2."><al>Wanneer de ambtenaar op grond van hoofdstuk 7 definitief herplaatst
                                wordt in een functie met een lager totaalinkomen buiten de
                                organisatie van de gemeente, maken het college en de ambtenaar
                                afspraken over een financiële regeling.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200600947 en U200700397 en U200800258</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Levensloop voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer
                            op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:21</vet>
            </al>
            <al>Op de ambtenaar, die een bezwarende functie bekleedt, waaraan het college op
                        31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december
                        2005, een leeftijdsgrens had vastgesteld, is de levensloopregeling van
                        hoofdstuk 9e van toepassing. briefnummer: CvA/U200600947 / U200800456 /
                        U200800258</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Inkoop OP voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer
                            op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:22</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Ten behoeve van de ambtenaar wordt, onder de voorwaarde dat hij
                                daarvoor fiscale ruimte beschikbaar heeft, op de leeftijd van 53
                                jaar een bedrag in ABP Extra Pensioen gestort ter hoogte van 57% van
                                het geïndexeerde loon maal de leeftijdsafhankelijke factor, die
                                behoort bij de leeftijd van 53 jaar. Hierbij is het geïndexeerde
                                loon het gemiddelde pensioengevend inkomen zoals dat bij ABP bekend
                                is over de dienstjaren tot 53 jaar maal de indexatie per betreffend
                                dienstjaar zoals door ABP is vastgesteld. Indien het loon uit enig
                                dienstjaar bij ABP niet bekend is, toont de ambtenaar wat het loon
                                is geweest.</al></li>
              <li nr="2."><al>Wanneer er onvoldoende fiscale ruimte is, wordt hetgeen niet in ABP
                                Extra Pensioen gestort kan worden, aan de ambtenaar ter beschikking
                                gesteld.</al></li>
              <li nr="3."><al>Ten behoeve van de ambtenaar die voor de leeftijd van 53 jaar
                                uittreedt uit een bezwarende functie wordt, met inachtneming van het
                                tweede lid, het in het eerste lid genoemde bedrag in ABP Extra
                                Pensioen gestort op het moment van uittreden, waarbij de
                                leeftijdsafhankelijke factor wordt toegepast die hoort bij de
                                leeftijd op het moment van uittreden en het gemiddelde loon wordt
                                berekend tot het moment van uittreden. </al></li>
              <li nr="4."><al>Het op grond van dit artikel uitgekeerde bedrag behoort niet tot het
                                pensioengevend inkomen als bedoeld in artikel 3.1 van het
                                pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.</al></li>
              <li nr="5."><al>Het op grond van dit artikel uitgekeerde bedrag behoort niet tot de
                                bezoldiging.</al></li>
              <li nr="6."><al>De ambtenaar kan zijn werkgever eenmalig verzoeken om een indicatie
                                van het verwachte te storten bedrag. Het college bepaalt, in overleg
                                met de ambtenaar, het geschikte moment voor deze indicatie.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200600947 en U200802095 en U200802315 en ECCVA/U201002704</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Leeftijdsafhankelijke factor voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20
                            dienstjaren of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende
                        functie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:22a</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De in artikel 9b:22 genoemde leeftijdsafhankelijke factor is
                                afhankelijk van de door ABP gehanteerde actuariële tarieven.</al></li>
              <li nr="2."><al>De leeftijdafhankelijke factor bedraagt: </al></li>
            </lijst>
            <table>
              <tgroup cols="8">
                <colspec colname="col1" colwidth="10*"/>
                <colspec colname="col2" colwidth="21*"/>
                <colspec colname="col3" colwidth="3*"/>
                <colspec colname="col4" colwidth="10*"/>
                <colspec colname="col5" colwidth="21*"/>
                <colspec colname="col6" colwidth="3*"/>
                <colspec colname="col7" colwidth="10*"/>
                <colspec colname="col8" colwidth="21*"/>
                <tbody>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>
                        <vet>leeftijd</vet>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>
                        <vet>factor</vet>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>
                        <vet>leeftijd</vet>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>
                        <vet>factor</vet>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>
                        <vet>leeftijd</vet>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>
                        <vet>factor</vet>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>18</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.279</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.434</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>48</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.677</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>19</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.287</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>34</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.447</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>49</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.697</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>20</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.296</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>35</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.461</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>50</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.718</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>21</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.305</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>36</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.475</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>51</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.739</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>22</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.314</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>37</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.489</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>52</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.762</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>23</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.323</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>38</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.504</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>53</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.785</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>24</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.333</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>39</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.519</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>54</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.808</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>25</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.343</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>40</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.534</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>55</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.832</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>26</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.353</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>41</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.550</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>56</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.857</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>27</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.364</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>42</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.567</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>57</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.883</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>28</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.375</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>43</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.584</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>58</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.909</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>29</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.386</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>44</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.601</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>59</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.937</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>30</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.398</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>45</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.619</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>60</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.965</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>31</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.409</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>46</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.638</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>61</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.994</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>32</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.422</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>47</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.657</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>62</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>1.024</al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
            <lijst>
              <li nr="3."><al>Wanneer de in lid 1 genoemde tarieven door ABP worden gewijzigd,
                                stellen LOGA-partijen nieuwe leeftijdafhankelijke factoren
                                vast.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200802095 en U200902748 en U201100617 en U201300296 en
                        U201500764</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Inkoop OP bij regionalisering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:22b</vet>
            </al>
            <al>In afwijking van artikel 9b:22, derde lid, wordt voor de ambtenaar</al>
            <lijst>
              <li nr="·"><al>die wegens regionalisering van de gemeentelijke beroepsbrandweer uit
                                de bezwarende functie wordt ontslagen en</al></li>
              <li nr="·"><al>op wie bij de nieuwe werkgever hoofdstuk 9b van toepassing
                                blijft,</al></li>
            </lijst>
            <al>geen bedrag in ABP Extra Pensioen gestort op het moment van uittreden.</al>
            <al> Briefnummer: U200802315 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§3. De ambtenaar geboren na 1949 met minder dan 20 dienstjaren in een
                            bezwarende functie op 1 januari 2006 en die op het eerst mogelijke
                            moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop - in
                            december 2006 - als bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9 niet in aanmerking
                            kwam voor een WIA/WAO uitkering en die werkgeversbijdragen levensloop
                            heeft ontvangen</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Werkingssfeer</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:23</vet>
            </al>
            <al>Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar die geboren is na 1949 en
                        die op 1 januari 2006 minder dan 20 dienstjaren had in een bezwarende
                        functie en die op het eerst mogelijke moment van verstrekking van de
                        werkgeversbijdrage levensloop - in december 2006 - als bedoeld in artikel
                        9e:8 en 9e:9 niet in aanmerking kwam voor een WIA/WAO uitkering en die
                        werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen.</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </al>
            <al>briefnummer : ECCVA/U201201055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Doorwerken zolang dat medisch verantwoord is en tenzij tweede loopbaan
                            gestart wordt</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:24</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Zolang dit medisch verantwoord is, blijft de ambtenaar, onder
                                toepassing van artikel 9b:26, in de bezwarende functie werkzaam tot
                                het moment, bedoeld in artikel 9b:28.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing wanneer het college en de
                                ambtenaar in het kader van het loopbaanplan hierover andere
                                afspraken maken.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: CvA/U200600947 en U200800258</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Tweede loopbaan voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1
                            januari 2006 in een bezwarende functie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:25</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Op de ambtenaar is tot de eerste dag van de maand volgend op de
                                maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt hoofdstuk 9a van
                                toepassing, met inachtneming van de volgende leden.</al></li>
              <li nr="2."><al>De datum, bedoeld in het eerste lid gaat zoveel later in als het
                                college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat
                                luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere
                                leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</al></li>
              <li nr="3."><al>Voor brandweerpersoneel geldt dat in het kader van de tweede
                                loopbaan eerst gezocht wordt naar een functie binnen de organisatie
                                van de gemeente.</al></li>
              <li nr="4."><al>De ambtenaar met geen of onvoldoende diploma's kan via een procedure
                                voor erkenning verworven competenties zijn competenties laten
                                erkennen. </al></li>
              <li nr="5."><al>Indien dit behulpzaam is bij het vormgeven van de tweede loopbaan
                                heeft de ambtenaar recht op vergoeding van de kosten, voor zover
                                redelijk, van een extern loopbaanadvies.</al></li>
              <li nr="6."><al>De ambtenaar die in het kader van de tweede loopbaan een andere
                                functie aanvaardt binnen de organisatie van de gemeente, ontvangt,
                                in afwijking van artikel 9a:11, eerste tot en met zevende lid, een
                                garantietoelage ter hoogte van het negatieve verschil tussen de oude
                                bezoldiging en de nieuwe bezoldiging.</al></li>
              <li nr="7."><al>Het college en de ambtenaar maken in het kader van het loopbaanplan
                                afspraken over een financiële regeling wanneer de ambtenaar in het
                                kader van de tweede loopbaan buiten de organisatie van de gemeente
                                een functie aanvaardt met een lager totaalinkomen.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: CvA/U200600947 en U200800258</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Recht voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006
                            in een bezwarende functie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:26</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar gaat met ingang van de eerste dag van de maand volgend
                                op de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt 50% van de
                                voor hem geldende formele arbeidsduur werken tegen doorbetaling van
                                90% van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging. Indien dit voor
                                het behouden van vakbekwaamheidseisen noodzakelijk is en de
                                werkgever dit kan aantonen, geldt voor ambulancepersoneel als
                                alternatief 60% van een volledige betrekking werken tegen
                                doorbetaling van 95% van de voor de ambtenaar geldende
                                bezoldiging.</al></li>
              <li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 9b:35, gaat de datum, bedoeld
                                in het eerste lid, zoveel later in als het college op 31 december
                                2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005,
                                voor de bezwarende functie een hogere leeftijdsgrens had vastgesteld
                                dan 55 jaar.</al></li>
              <li nr="3."><al>De ambtenaar moet medisch geschikt zijn om op de wijze, bedoeld in
                                het eerste lid, in zijn bezwarende functie door te werken.</al></li>
              <li nr="4."><al>De ambtenaar die medisch niet geschikt is om op de wijze, bedoeld in
                                het eerste lid, in zijn bezwarende functie door te werken, wordt
                                ziek gemeld. Op hem is artikel 9b:43, eerste lid, van
                                toepassing.</al></li>
              <li nr="5."><al>Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, met
                                inachtneming van het tweede lid, het in het eerste lid bedoelde
                                moment later laten ingaan, telkens met een periode van een jaar.
                                Voorwaarde hierbij is dat de ambtenaar medisch geschikt is om door
                                te werken in de bezwarende functie. </al></li>
              <li nr="6."><al>De ambtenaar die van het vijfde lid gebruik wil maken, moet, met
                                inachtneming van het tweede lid, het college uiterlijk zes
                                kalendermaanden voor de beoogde ingangsdatum daartoe verzoeken.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: CvA/U200600947 en U200800258</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Pensioenopbouw tijdens periode van artikel 9b:26</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:27</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 en U200800258</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Toelage onregelmatige dienst, eindejaarsuitkering en vakantietoelage
                            tijdens de periode van artikel 9b:26</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:27a</vet>
            </al>
            <al>Tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:26, eerste lid, zijn de artikelen
                        3:3 en 3:3:1, respectievelijk artikel 19a:8, artikel 3:6 en artikel 6:3 niet
                        van toepassing.</al>
            <al>Briefnummer: U200700397</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Gedeeltelijk doorbetaald buitengewoon verlof voorde ambtenaar geboren
                            na 1949 met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006 in een
                            bezwarende functie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:28</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die op 1 januari 2006 minder dan 20 dienstjaren heeft,
                                wordt vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin
                                hij een bepaalde leeftijd bereikt, volledig buitengewoon verlof
                                verleend, tegen doorbetaling van een bepaald percentage van de voor
                                de ambtenaar geldende bezoldiging. De leeftijd en het percentage
                                zijn afhankelijk van het aantal dienstjaren op 1 januari 2006. De
                                leeftijd waaraan de ingangsdatum van het volledigbuitengewoon
                                verlof is gekoppeld, en hetpercentage dat vanaf dat moment
                                wordt betaald zijn bij een aantal dienstjaren op 1 januari 2006
                                van:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>5 tot 10 jaar: 58 jaar en 75%</al></li>
                  <li nr="b."><al>10 tot 15 jaar: 57 jaar en 78%</al></li>
                  <li nr="c."><al>15 tot 20 jaar: 56 jaar en 80%</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 9b:35, gaat de datum, bedoeld
                                in het eerste lid, zoveel later in als het college op 31 december
                                2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005,
                                voor de bezwarende functie een hogere leeftijdgrens had vastgesteld
                                dan 55 jaar.</al></li>
              <li nr="3."><al>De datum, bedoeld in het eerste lid wordt uitgesteld met die
                                periode, waarmee het moment van de ambtenaar die gebruik heeft
                                gemaakt van het vijfde lid van artikel 9b:26 later is ingegaan.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 en U200700397 en U200800258</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Pensioenopbouw tijdens periode van artikel 9b:28</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:29</vet>
            </al>
            <al>Tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:28, bouwt de ambtenaar pensioen op
                        over de volledige bezoldiging.</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Ambtsjubileumgratificatie tijdens periode van artikel 9b:28</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:30</vet>
            </al>
            <al>De jaren dat de ambtenaar op grond van artikel 9b:28 volledig buitengewoon
                        verlof is verleend, tegen doorbetaling van 75%, 78% of 80% van de voor de
                        ambtenaar geldende bezoldiging, tellen voor de berekening van de
                        ambtsjubileumgratificatie niet mee. </al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vakantieopbouw tijdens de periode van artikel 9b:26 en 9b:28</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:31</vet>
            </al>
            <al>Gedurende de periode, bedoeld in artikel 9b:26 en artikel 9b:28, vindt
                        opbouw van vakantieuren plaats naar rato van het aantal uren dat de
                        ambtenaar werkt.</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:32</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: U200600947 en U200700397</al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:33</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: U200600947 en U200700397</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Verrekening inkomsten tijdens de periode van artikel 9b:26 en artikel
                            9b:28</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:34</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Wanneer de ambtenaar tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:26 en
                                artikel 9b:28 inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband
                                met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de
                                datum waarop artikel 9b:26 van toepassing is geworden, wordt op de
                                doorbetaling van de bezoldiging een vermindering toegepast. Deze
                                vermindering is gelijk aan het bedrag waarmede de inkomsten en de
                                doorbetaalde bezoldiging samen de laatstelijk genoten bezoldiging te
                                boven gaan. </al></li>
              <li nr="2."><al>Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van
                                inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen
                                gedurende verlof, vakantie of nonactiviteit, onmiddellijk
                                voorafgaande aan de datum waarop artikel 9b:26 van toepassing is
                                geworden. </al></li>
              <li nr="3."><al>Wanneer de ambtenaar op of na de datum, bedoeld in het eerste lid,
                                inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf ter
                                hand genomen vóór die dag, is ten aanzien van die inkomsten of
                                hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige
                                toepassing. </al></li>
              <li nr="4."><al>De in het derde lid bedoelde vermindering vindt echter niet plaats
                                indien de inkomsten of hogere inkomsten het gevolg zijn van algemene
                                loonsverhogingen, of indien de ambtenaar aannemelijk maakt dat die
                                inkomsten niet het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of van
                                andere oorzaken, verband houdende met de toepassing van artikel
                                9b:26. </al></li>
              <li nr="5."><al>Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet
                                verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als gratificatie.
                            </al></li>
              <li nr="6."><al>De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van het
                                aanvaarden van arbeid of het starten van een bedrijf of het
                                vermeerderen van werkzaamheden uit arbeid of bedrijf. </al></li>
              <li nr="7."><al>De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van de inkomsten
                                uit of in verband met arbeid of bedrijf die hij ontvangt en van de
                                wijzigingen daarin. Hij is verplicht daarvan de bewijzen te
                                overleggen.</al></li>
              <li nr="8."><al>Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet
                                nakomt, kan het college besluiten een korting op de door te betalen
                                bezoldiging toe te passen.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Onbezoldigd volledig verlof voor de ambtenaar geboren na 1949 met
                            minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006 in een bezwarende
                            functie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:35</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar wordt vanaf de eerste dag van de maand volgend op de
                                maand waarin de ambtenaar de leeftijd van 59 jaar bereikt
                                onbezoldigd volledig verlof verleend.</al></li>
              <li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid, gaat het onbezoldigd volledig
                                verlof, bedoeld in het eerste lid, in vanaf de eerste dag van de
                                maand volgend op de maand waarin de medewerker de leeftijd van 60
                                jaar bereikt, wanneer het college op 31 december 2005 op grond van
                                artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de
                                bezwarende functie een leeftijdsgrens had vastgesteld van 60
                                jaar.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het onbezoldigd volledig verlof wordt uitgesteld met die periode,
                                waarmee het moment van de ambtenaar, die gebruik heeft gemaakt van
                                het vijfde lid van artikel 9b:26 later is ingegaan.</al></li>
              <li nr="4."><al>Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, voor wie
                                het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat
                                luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een
                                leeftijdsgrens had vastgesteld van 59 of 60 jaar, het onbezoldigd
                                volledig verlof later laten ingaan, telkens met een jaar. Voorwaarde
                                hierbij is dat de ambtenaar medisch geschikt is om door te werken in
                                de bezwarende functie.</al></li>
              <li nr="5."><al>De ambtenaar die van het vierde lid gebruik wil maken, moet het
                                college uiterlijk zes kalendermaanden jaar voor de beoogde
                                ingangsdatum daartoe verzoeken.</al></li>
            </lijst>
            <al> briefnummer: CvA/U200600947 en U200800258 en ECCVA/U201002704</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Premieverdeling bij persioenopbouw tijdens onbezoldigd volledig
                            verlof</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:36</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Wanneer de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in
                                artikel 9b:35, eerste lid, langer is dan drie jaar, is vanaf dat
                                moment het verhaal van de pensioenpremies en premie voor de
                                voorwaardelijke inkoop gelijk aan het bedrag van de premies en de
                                bijdragen die voor de ambtenaar zijn verschuldigd.</al></li>
              <li nr="2."><al>Wanneer de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in
                                artikel 9b:35, tweede lid, langer is dan twee jaar, is vanaf dat
                                moment het verhaal van de pensioenpremies en premie voor de
                                voorwaardelijke inkoop gelijk aan het bedrag van de premies en de
                                bijdragen die voor de ambtenaar zijn verschuldigd.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200600947, U200800258, U201600266</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Premie IZA-verzekering tijdens onbezoldigd volledig verlof</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:37</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: U200801637, U201300288</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Vakantieopbouw tijdens onbezoldigd volledig verlof</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:38</vet>
            </al>
            <al>Gedurende de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel
                        9b:35, vindt geen opbouw van vakantie-uren plaats.</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:39</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: U200600947 en U200700397</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:40</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>briefnummer: U200600947 en U200700397</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Ziekte tijdens onbezoldigd volledig verlof</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:41</vet>
            </al>
            <al>Ziekte tijdens de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in
                        artikel 9b:35, leidt niet tot stopzetting van het onbezoldigd volledig
                        verlof.</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Ambtsjubileumgratificatie tijdens onbezoldigd volledig
                        verlof</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:42</vet>
            </al>
            <al>De periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:35,
                        telt niet mee voor de berekening van de ambtsjubileumgratificatie.</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Arbeidsongeschiktheid en garantieregeling bij arbeidsongeschiktheid na
                            de leeftijd van 50 jaar voor de ambtenaar geboren na 1949 met minder dan
                            20 dienstjaren op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:43</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die medisch niet geschikt is om op de wijze, bedoeld in
                                artikel 9b:26, eerste lid, in zijn bezwarende functie door te
                                werken, wordt beter gemeld op de datum, bedoeld in artikel
                                9b:28.</al></li>
              <li nr="2."><al>Op de ambtenaar wiens eerste ziektedag ligt na de leeftijd van 50
                                jaar valt en die volledig, maar niet duurzaam, of gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikt raakt, is artikel 8:4 respectievelijk artikel 8:5
                                niet van toepassing.</al></li>
              <li nr="3."><al>De ambtenaar, genoemd in het tweede lid, wordt hersteld verklaard
                                vanaf de datum, bedoeld in artikel 9b:26, eerste lid.</al></li>
              <li nr="4."><al>De datum, bedoeld in het derde lid gaat zoveel later in als het
                                college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat
                                luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere
                                leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar. </al></li>
              <li nr="5."><al>Op de ambtenaar, genoemd in het derde lid, blijven vanaf de datum
                                van herstel artikel 9b:26 tot en met artikel 9b:42 van
                                toepassing.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200801112</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Levensloop voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari
                            2006</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:44</vet>
            </al>
            <al>Op de ambtenaar, die een bezwarende functie bekleedt, waaraan het college op
                        31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december
                        2005, een leeftijdsgrens had vastgesteld, is de levensloopregeling van
                        hoofdstuk 9e van toepassing.</al>
            <al>briefnummer: CvA/U200600947 - U200800456</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Inkoop OP voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari
                            2006</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:45</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Ten behoeve van de ambtenaar wordt, onder de voorwaarde dat hij
                                daarvoor fiscale ruimte beschikbaar heeft en 20 bezwarende
                                dienstjaren heeft op het moment van storting, op de leeftijd van 53
                                jaar een bedrag in ABP Extra Pensioen gestort ter hoogte van 57% van
                                het geïndexeerde loon maal de leeftijdsafhankelijke factor, die
                                behoort bij de leeftijd van 53 jaar. Hierbij is het geïndexeerde
                                loon het gemiddelde pensioengevend inkomen zoals dat bij ABP bekend
                                is over de dienstjaren tot 53 jaar maal de indexatie per betreffend
                                dienstjaar zoals door ABP is vastgesteld. Indien het loon uit enig
                                dienstjaar bij ABP niet bekend is, toont de ambtenaar wat het loon
                                is geweest.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voor de ambtenaar, die op de leeftijd van 53 jaar nog geen 20
                                dienstjaren heeft, wordt het percentage van 57% genoemd in het
                                eerste lid gedeeld door 20 en vermenigvuldigd met het aantal
                                dienstjaren dat de ambtenaar heeft op de leeftijd van 53 jaar. </al></li>
              <li nr="3."><al>Wanneer de ambtenaar na de leeftijd van 53 jaar doorwerkt in de
                                bezwarende functie, wordt voor hem in ieder jaar tot de leeftijd van
                                59 jaar of tot een moment hiervoor, wanneer eerder 20 dienstjaren
                                bereikt zijn, een bedrag in ABP Extra Pensioen gestort ter hoogte
                                van het inkomen in dat jaar x de deeltijdfactor in dat jaar x 2,85%
                                maal de leeftijdsafhankelijke factor, die hoort bij de leeftijd op
                                het moment van het recht op uitbetaling. De leeftijd van 59 jaar is
                                60 jaar, wanneer het een functie betreft waaraan, op 31 december
                                2005, een FLO-leeftijd van 60 jaar was verbonden.</al></li>
              <li nr="4."><al>Wanneer er onvoldoende fiscale ruimte is, wordt hetgeen niet in ABP
                                Extra Pensioen gestort kan worden, aan de ambtenaar
                                overgemaakt.</al></li>
              <li nr="5."><al>Ten behoeve van de ambtenaar die voor de leeftijd van 53 jaar
                                uittreedt uit een bezwarende functie wordt, met inachtneming van het
                                vierde lid, het in het eerste lid genoemde of, indien van
                                toepassing, het in het tweede lid genoemde bedrag in ABP Extra
                                Pensioen, gestort op het moment van uittreden, waarbij de
                                leeftijdsafhankelijke factor wordt toegepast die hoort bij de
                                leeftijd op het moment van uittreden en het gemiddelde loon wordt
                                berekend tot het moment van uittreden. </al></li>
              <li nr="6."><al>Het op grond van dit artikel uitgekeerde bedrag behoort niet tot het
                                pensioengevend inkomen als bedoeld in artikel 3.1 van het
                                pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.</al></li>
              <li nr="7."><al>Het op grond van dit artikel uitgekeerde bedrag behoort niet tot de
                                bezoldiging.</al></li>
              <li nr="8."><al>Bij opschuiven van het moment waarop mensen minder gaan werken, als
                                bedoeld in artikel 9b:26, vijfde lid, wordt het aantal dienstjaren
                                niet verhoogd met het aantal jaren na 59 jaar.</al></li>
              <li nr="9."><al>Bij opschuiven van het moment van onbezoldigd volledig verlof,
                                bedoeld in artikel 9b:35, vierde lid, wordt het aantal dienstjaren
                                niet verhoogd met het aantal jaar na 59 jaar. De leeftijd van 59
                                jaar is 60 jaar, wanneer het een functie betreft waaraan, op 31
                                december 2005, een FLO-leeftijd van 60 jaar was verbonden.</al></li>
              <li nr="10."><al>De ambtenaar kan zijn werkgever eenmalig verzoeken om een indicatie
                                van het verwachte te storten bedrag. Het college bepaalt, in overleg
                                met de ambtenaar, het geschikte moment voor deze indicatie.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: U200600947 en U200802095 en U200802315 en ECCVA/U201002704</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:45a Leeftijdsafhankelijke factor voor de ambtenaar met
                            minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De in het artikel 9b:45 genoemde leeftijdsafhankelijke factor is
                                afhankelijk van de door ABP gehanteerde actuariële tarieven.</al></li>
              <li nr="2."><al>De leeftijdsafhankelijke factor bedraagt:</al></li>
            </lijst>
            <table>
              <tgroup cols="8">
                <colspec colname="col1" colwidth="10*"/>
                <colspec colname="col2" colwidth="21*"/>
                <colspec colname="col3" colwidth="3*"/>
                <colspec colname="col4" colwidth="10*"/>
                <colspec colname="col5" colwidth="21*"/>
                <colspec colname="col6" colwidth="3*"/>
                <colspec colname="col7" colwidth="10*"/>
                <colspec colname="col8" colwidth="21*"/>
                <tbody>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>
                        <vet>leeftijd</vet>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>
                        <vet>factor</vet>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>
                        <vet>leeftijd</vet>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>
                        <vet>factor</vet>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>
                        <vet>leeftijd</vet>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>
                        <vet>factor</vet>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>18</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.279</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>33</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.434</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>48</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.677</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>19</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.287</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>34</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.447</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>49</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.697</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>20</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.296</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>35</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.461</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>50</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.718</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>21</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.305</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>36</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.475</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>51</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.739</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>22</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.314</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>37</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.489</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>52</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.762</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>23</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.323</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>38</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.504</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>53</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.785</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>24</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.333</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>39</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.519</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>54</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.808</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>25</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.343</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>40</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.534</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>55</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.832</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>26</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.353</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>41</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.550</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>56</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.857</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>27</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.364</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>42</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.567</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>57</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.883</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>28</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.375</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>43</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.584</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>58</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.909</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>29</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.386</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>44</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.601</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>59</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.937</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>30</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.398</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>45</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.619</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>60</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.965</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>31</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.409</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>46</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.638</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>61</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>0.994</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>32</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>0.422</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>47</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col5">
                      <al>0.657</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col6">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col7">
                      <al>62</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col8">
                      <al>1.024</al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
            <lijst>
              <li nr="3."><al>Wanneer de in lid 1 genoemde tarieven door ABP worden gewijzigd,
                                stellen LOGA-partijen nieuwe leeftijdsafhankelijke factoren
                                vast.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U200802095 en U200902748 en U201100617 en U201100883 en
                        U201500764</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Inkoop OP bij regionalisering</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:45b</vet>
            </al>
            <al>In afwijking van artikel 9b:45, vijfde lid, wordt voor de ambtenaar</al>
            <lijst>
              <li nr="·"><al>die wegens regionalisering van de gemeentelijke beroepsbrandweer uit
                                de bezwarende functie wordt ontslagen en</al></li>
              <li nr="·"><al>op wie bij de nieuwe werkgever hoofdstuk 9b van toepassing
                                blijft,</al></li>
            </lijst>
            <al>geen bedrag in ABP Extra Pensioen gestort op het moment van uittreden.</al>
            <al> Briefnummer: U200802315 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:47a Pensioenopbouw vanaf 62 jaar </vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien de gewezen ambtenaar bij het bereiken van de leeftijd van 62
                                jaar gebruik maakt van de mogelijkheid die artikel 16.3 van het
                                pensioenreglement biedt tot vrijwillige voortzetting van de
                                pensioenopbouw, worden de kosten van deze vrijwillig voortzetting
                                gedragen door de gemeente voor zover het pensioenopbouw voor de
                                helft betreft, met dien verstande dat per 1 januari 2007 30% van het
                                bedrag van de premie dat door de werkgever afgedragen zou moeten
                                worden, indien de gewezen ambtenaar nog verplicht pensioen zou
                                opbouwen, voor rekening blijft van de gewezen ambtenaar. De kosten
                                van een vrijwillige aanvullende deelname waardoor de pensioenopbouw
                                voor meer dan de helft plaats vindt, komen te allen tijde volledig
                                ten laste van de gewezen ambtenaar.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="2."><al> De werkgever stelt de ambtenaar in de drie maanden voor zijn
                                ontslag schriftelijk op de hoogte van:</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de mogelijkheid om ook na het bereiken van de leeftijd van 62 jaar
                                de pensioenopbouw voort te zetten op basis van artikel 16.3 van het
                                pensioenreglement;</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="b."><al>het feit dat indien de gewezen ambtenaar van de onder a weergegeven
                                mogelijkheid gebruik maakt om voor de helft pensioen te blijven
                                opbouwen dit niet leidt tot extra kosten in vergelijking tot de
                                situatie zoals die gold voor de gewezen ambtenaar voordat hij de
                                leeftijd van 62 jaar bereikte als gevolg van de toepasselijkheid van
                                artikel 9b:47 lid 1;</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="c."><al>de termijn waarbinnen een schriftelijk verzoek van de gewezen
                                ambtenaar om gebruik te maken van de mogelijkheid die artikel 16.3
                                van het pensioenreglement bieden, ingediend moet zijn bij het
                                bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP;</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="d."><al>de mogelijkheid dat de gewezen ambtenaar op zijn verzoek bij de
                                indiening van de aanvraag wordt ondersteund door de werkgever.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="3."><al>De aanschrijving bedoeld in lid 2 wordt herhaald in de drie maanden
                                voor het moment dat de ambtenaar de leeftijd van 62 jaar
                                bereikt.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:48 Verrekening inkomsten na ontslag op grond van artikel
                            9b:47 </vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Wanneer de gewezen ambtenaar inkomsten geniet of gaat genieten
                                uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang
                                van of na de datum van ontslag, bedoeld in artikel 9b:47, wordt op
                                uitkering, bedoeld in artikel 9b:47, vierde lid, een vermindering
                                toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmede de
                                inkomsten en uitkering de laatstelijk genoten bezoldiging te boven
                                gaan.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="2."><al>Het in het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien
                                van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand
                                genomen gedurende verlof, vakantie of non-activiteit, onmiddellijk
                                voorafgaande aan de datum, bedoeld in het eerste lid.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="3."><al>Wanneer de ambtenaar op of na de datum, bedoeld in het eerste lid,
                                inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf ter
                                hand genomen vóór die dag, is ten aanzien van die inkomsten of
                                hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige
                                toepassing.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="4."><al>De in het derde lid bedoelde vermindering vindt echter niet plaats
                                indien de inkomsten of hogere inkomsten het gevolg zijn van algemene
                                loonsverhogingen, of indien de ambtenaar aannemelijk maakt dat die
                                inkomsten niet het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of van
                                andere oorzaken, verband houdende met het ontslag.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="5."><al>Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet
                                verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als
                                gratificatie.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="6."><al>De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van het
                                aanvaarden van arbeid of het starten van een bedrijf of het
                                vermeerderen van werkzaamheden uit arbeid of bedrijf.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="7."><al>De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van de inkomsten
                                uit of in verband met arbeid of bedrijf die hij ontvangt en van de
                                wijzigingen daarin. Hij is verplicht daarvan de bewijzen te
                                overleggen.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="8."><al>Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet
                                nakomt, kan het college besluiten een korting op de door te betalen
                                bezoldiging toe te passen.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:49 Ambtenaar, geboren voor 1950 in een bezwarende functie,
                            die niet voldoet aan voorwaarden voor FPU </vet>
            </al>
            <al>Op de ambtenaar die niet voldoet aan de voorwaarden voor een
                        FPU-uitkering:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>zijn de artikelen 9b:3 tot en met 9b:22 van overeenkomstige
                                toepassing als de ambtenaar op 1 januari 2006 20 dienstjaren of meer
                                had;</al></li>
              <li nr="b."><al>zijn de artikelen 9b:23 tot en met 9b:45 van overeenkomstige
                                toepassing als de ambtenaar op 1 januari 2006 minder dan 20
                                dienstjaren had.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Paragraaf 5</vet>
              <vet> De ambtenaar in een niet bezwarende
                            functie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Werkingssfeer</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:50</vet>
            </al>
            <al>Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar in een niet bezwarende
                        functie.</al>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>De ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1 januari
                            2006, in een niet bezwarende functie</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:51</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die geboren is na 1949 en die op 1 januari 2006 20
                                dienstjaren of meer had, krijgt voor ieder jaar dat hij de niet
                                bezwarende functie bekleed heeft, waarvoor door het college
                                krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005,
                                leeftijdsgrenzen zijn bepaald, een levensloopbijdrage van 2% van het
                                voor ambtenaar geldende jaarsalaris over het jaar dat de functie
                                werd bekleed.</al></li>
              <li nr="2."><al>De levensloopbijdrage wordt betaald over maximaal 20 jaar, die
                                direct voorafgaan aan 1 januari 2006.</al></li>
              <li nr="3."><al>De levensloopbijdrage behoort niet tot het pensioengevend inkomen
                                als bedoeld in artikel 3.1, lid 1, sub g van het pensioenreglement
                                van de Stichting Pensioenfonds ABP.</al></li>
            </lijst>
            <al>briefnummer: MARZ/CvA/U200600947</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:52</vet>
            </al>
            <al>(vervallen per 1-4-2016)</al>
            <al>briefnummer: U200600947, U201600266</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:52a</vet>
            </al>
            <al>(vervallen per 1-4-2016)</al>
            <al>Briefnummer: U200701890, U200800258, U201600266</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:53</vet>
            </al>
            <al>(vervallen per 1-4-2016)</al>
            <al>briefnummer: U200600947, U201600266</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 6. De ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer in een
                            bezwarende functie op 1 januari 2006 en die op het eerst mogelijke
                            moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop - in
                            december 2006 - als bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9 in aanmerking kwam
                            voor een WIA/WAO uitkering en die geen werkgeversbijdragen levensloop
                            heeft ontvangen.</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:54 Werkingssfeer</vet>
            </al>
            <al>Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar die geboren is na 1949 en
                        die op 1 januari 2006 20 dienstjaren of meer had in een bezwarende functie
                        en die op het eerst mogelijke moment van verstrekking van de
                        werkgeversbijdrage levensloop - in december 2006 – als bedoeld in artikel
                        9e:8 en 9e:9 in aanmerking kwam voor een WIA/WAO-uitkering en die geen
                        werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen.</al>
            <al>Briefnummer: U201201055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:55 Analoge toepassing</vet>
            </al>
            <al>De artikelen 9b:4 tot en met artikel 9b:10, artikel 9b:20, artikel 9b:22,
                        artikel 9b:22a en artikel 9b:22b zijn van toepassing.</al>
            <al>Briefnummer: U201201055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:56 Volledig buitengewoon verlof</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die op grond van artikel 9b:4, eerste lid, gedeeltelijk
                                doorbetaald volledig buitengewoon verlof geniet dan wel die heeft
                                gekozen voor artikel 9b:4, eerste lid, onderdeel a of b, wordt vanaf
                                de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de
                                leeftijd van 59 jaar bereikt volledig buitengewoon verlof verleend
                                voor een periode van 3 jaar, tegen doorbetaling van 70% van de voor
                                de ambtenaar geldende bezoldiging. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="2."><al> In afwijking van het eerste lid, gaat het volledig buitengewoon
                                verlof, bedoeld in het eerste lid, in vanaf de eerste dag van de
                                maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 60 jaar
                                bereikt, wanneer het college op 31 december 2005 op grond van
                                artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de
                                bezwarende functie een leeftijdsgrens had vastgesteld van 60 jaar.
                            </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="3."><al> Het volledig buitengewoon verlof wordt uitgesteld met die periode,
                                waarmee de keuze van de ambtenaar, die gebruik heeft gemaakt van het
                                vijfde lid van artikel 9b:4, later is ingegaan. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="4."><al> Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, wanneer
                                het college op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31
                                december 2005, een leeftijdsgrens had vastgesteld van 59 of 60 jaar,
                                het onbezoldigd volledig verlof later laten ingaan, telkens met een
                                periode van een jaar. Voorwaarde hierbij is dat de ambtenaar medisch
                                geschikt is om door te werken in de bezwarende functie. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="5."><al> De ambtenaar die van het vierde lid gebruik wil maken, moet het
                                college uiterlijk zes kalendermaanden voor de beoogde ingangsdatum
                                daartoe verzoeken. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="6."><al> Indien de ambtenaar uittreedt uit een bezwarende functie voor
                                aanvang van het volledig buitengewoon verlof dan heeft de ambtenaar
                                bij uittreden recht op volledig buitengewoon verlof als bedoeld in
                                het eerste lid. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="7."><al> Wanneer sprake is van een overstap van de ene bezwarende oud
                                FLO-functie naar een andere bezwarende oud FLO-functie, als bedoeld
                                in artikel 9b:1, tweede lid, waarbij het overgangsrecht voortgezet
                                wordt, dan is het zesde lid niet van toepassing en behoudt de
                                ambtenaar de rechten op grond van het eerste tot en met vijfde
                                lid.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201201055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:57 Toelage onregelmatige dienst, eindejaarsuitkering en
                            vakantietoelage tijdens de periode van artikel 9b:56</vet>
            </al>
            <al>Tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:56 zijn de artikelen 3:3 en 3:3:1,
                        respectievelijk artikel 19a:8, artikel 3:6 en artikel 6:3 niet van
                        toepassing.</al>
            <al> Briefnummer: U201201055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:58 Premie IZA-verzekering tijdens periode van artikel
                            9b:56</vet>
            </al>
            <al>(vervallen) </al>
            <al>Briefnummer: U201201055, U201300288</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:59 Ambtsjubileumgratificatie tijdens periode van artikel
                            9b:56</vet>
            </al>
            <al>De jaren dat de ambtenaar op grond van artikel 9b:56 volledig buitengewoon
                        verlof is verleend, tegen doorbetaling van 70% van de voor de ambtenaar
                        geldende bezoldiging, tellen voor de berekening van de
                        ambtsjubileumgratificatie niet mee.</al>
            <al> Briefnummer : U201201055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:60 Verrekening inkomsten tijdens de periode van artikel
                            9b:56</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Wanneer de ambtenaar tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:56,
                                inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of
                                bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de datum waarop
                                artikel 9b:56 van kracht is geworden, wordt op de doorbetaling van
                                de bezoldiging een vermindering toegepast. Deze vermindering is
                                gelijk aan het bedrag waarmede de inkomsten en de doorbetaalde
                                bezoldiging samen de laatstelijk genoten bezoldiging te boven gaan.
                            </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="2."><al> Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van
                                inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen
                                gedurende verlof, vakantie of nonactiviteit, onmiddellijk
                                voorafgaande aan de datum waarop artikel 9b:56 van kracht is
                                geworden. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="3."><al> Wanneer de ambtenaar op of na de datum, bedoeld in het eerste lid,
                                inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf ter
                                hand genomen vóór die dag, is ten aanzien van die inkomsten of
                                hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige
                                toepassing. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="4."><al> De in het derde lid bedoelde vermindering vindt echter niet plaats
                                indien de inkomsten of hogere inkomsten het gevolg zijn van algemene
                                loonsverhogingen, of indien de ambtenaar aannemelijk maakt dat die
                                inkomsten niet het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of van
                                andere oorzaken, verband houdende met de toepassing van artikel
                                9b:56. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="5."><al> Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet
                                verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als gratificatie.
                            </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="6."><al> De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van het
                                aanvaarden van arbeid of het starten van een bedrijf of het
                                vermeerderen van werkzaamheden uit arbeid of bedrijf. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="7."><al> De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van de
                                inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf die hij ontvangt
                                en van de wijzigingen daarin. Hij is verplicht daarvan de bewijzen
                                te overleggen.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="8."><al> Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet
                                nakomt, kan het college besluiten een korting op de door te betalen
                                bezoldiging toe te passen.</al></li>
            </lijst>
            <al> Briefnummer: U201201055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:61 Vakantieopbouw tijdens volledig buitengewoon
                        verlof</vet>
            </al>
            <al> Gedurende de periode van het volledig buitengewoon verlof, bedoeld in
                        artikel 9b:56 vindt geen opbouw van vakantie-uren plaats.</al>
            <al>Briefnummer: U201201055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:62 Ziekte tijdens volledig buitengewoon verlof</vet>
            </al>
            <al>Ziekte tijdens de periode van het volledig buitengewoon verlof, bedoeld in
                        artikel 9b:55, leidt niet tot stopzetting van het volledig buitengewoon
                        verlof.</al>
            <al>Briefnummer: U201201055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:63 Garantieregeling bij arbeidsongeschiktheid na de leeftijd
                            van 50 jaar</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Op de ambtenaar wiens eerste ziektedag na de leeftijd van 50 jaar
                                valt en die volledig, maar niet duurzaam, of gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikt raakt, is artikel 8:4 respectievelijk artikel 8:5
                                niet van toepassing. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="2."><al> De ambtenaar, genoemd in het eerste lid, wordt hersteld verklaard
                                vanaf de datum, bedoeld in artikel 9b:4, eerste lid. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="3."><al> De datum, bedoeld in het tweede lid gaat zoveel later in als het
                                college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat
                                luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere
                                leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="4."><al> Op de ambtenaar, genoemd in het tweede lid, zijn vanaf de datum van
                                herstel, voor zover de medische geschiktheid dat toelaat, artikel
                                9b:4 tot en met artikel 9b:10 alsmede artikel 9b:56 tot en met 9b:62
                                van toepassing. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="5."><al> De ambtenaar wiens eerste ziektedag ligt na de leeftijd van 55 jaar
                                en die wegens ziekte ongeschikt wordt om zijn betrekking te
                                vervullen, wordt niet ziek gemeld. Vanaf de datum dat de door deze
                                ambtenaar gemaakte keuze op grond van artikel 9b:4, eerste lid,
                                vanwege medische geschiktheid niet meer mogelijk is, verandert deze
                                keuze in een keuze die op grond van zijn medische geschiktheid nog
                                wel mogelijk is, met dien verstande dat de bonus van artikel 9b:4,
                                eerste lid, onderdeel c, berekend wordt naar rato van de tijd die
                                resteert tot de datum, bedoeld in artikel 9b:56, eerste lid. Op hem
                                blijft artikel 9b:56 van toepassing. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="6."><al> De datum, bedoeld in het vijfde lid gaat zoveel later in als het
                                college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat
                                luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere
                                leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201201055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:64 Volledig buitengewoon verlof bij
                        regionalisering</vet>
            </al>
            <al> Voor de ambtenaar die wegens regionalisering van de gemeentelijke
                        beroepsbrandweer uit de bezwarende functie wordt ontslagen en op wie bij de
                        nieuwe werkgever hoofdstuk 9b van toepassing blijft, blijft deze paragraaf
                        van toepassing.</al>
            <al>Briefnummer: U201201055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>§ 7. De ambtenaar geboren na 1949 met minder dan 20 dienstjaren in een
                            bezwarende functie op 1 januari 2006 en die op het eerst mogelijke
                            moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop – in
                            december 2006 - in aanmerking kwam voor een WAO/WIA uitkering en die
                            geen werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen.</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:65 Werkingssfeer</vet>
            </al>
            <al>Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar die geboren is na 1949 en
                        die op 1 januari 2006 minder dan 20 dienstjaren had in een bezwarende
                        functie en die op het eerst mogelijke moment van verstrekking van de
                        werkgeversbijdrage levensloop – in december 2006 - in aanmerking kwam voor
                        een WAO/WIA uitkering en die geen werkgeversbijdragen levensloop heeft
                        ontvangen.</al>
            <al>Briefnummer: U201201055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:66 Analoge toepassing</vet>
            </al>
            <al>De artikelen 9b:24 tot en met artikel 9b:34, artikel 9b:45, artikel 9b:45a
                        en artikel 9b:45b zijn van toepassing.</al>
            <al>Briefnummer: U201201055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:67 Volledig buitengewoon verlof</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar wordt vanaf de eerste dag van de maand volgend op de
                                maand waarin de ambtenaar de leeftijd van 59 jaar bereikt volledig
                                buitengewoon verlof verleend voor een periode van 3 jaar tegen
                                doorbetaling van 70% van zijn bezoldiging.</al></li>
              <li nr="2."><al>Wanneer op het moment bedoeld in het eerste lid nog geen 20
                                dienstjaren zijn bereikt, dan wordt het buitengewoon volledig verlof
                                als bedoeld in het eerste lid verleend naar rato van het aantal
                                dienstjaren, dat op dat moment is bereikt. </al></li>
              <li nr="3."><al>In afwijking van het eerste lid, gaat het volledig buitengewoon
                                verlof, bedoeld in het eerste lid, in vanaf de eerste dag van de
                                maand volgend op de maand waarin de medewerker de leeftijd van 60
                                jaar bereikt, wanneer het college op 31 december 2005 op grond van
                                artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de
                                bezwarende functie een leeftijdsgrens had vastgesteld van 60 jaar.
                            </al></li>
              <li nr="4."><al>Het volledig buitengewoon verlof wordt uitgesteld met die periode,
                                waarmee het moment van de ambtenaar, die gebruik heeft gemaakt van
                                het vijfde lid van artikel 9b:26 later is ingegaan. </al></li>
              <li nr="5."><al>Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, voor wie
                                het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat
                                luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een
                                leeftijdsgrens had vastgesteld van 59 of 60 jaar, het onbezoldigd
                                volledig verlof later laten ingaan, telkens met een jaar. Voorwaarde
                                hierbij is dat de ambtenaar medisch geschikt is om door te werken in
                                de bezwarende functie. </al></li>
              <li nr="6."><al>De ambtenaar die van het vijfde lid gebruik wil maken, moet het
                                college uiterlijk zes kalendermaanden jaar voor de beoogde
                                ingangsdatum daartoe verzoeken.</al></li>
              <li nr="7."><al>Indien de ambtenaar uittreedt uit een bezwarende functie voor
                                aanvang van het volledig buitengewoon verlof dan heeft de ambtenaar
                                bij uittreden recht op buitengewoon verlof als bedoeld in het eerste
                                lid naar rato van aantal dienstjaren op dat moment met een maximum
                                van 20 dienstjaren.</al></li>
              <li nr="8."><al>Wanneer sprake is van een overstap van de ene bezwarende oud
                                FLO-functie naar een andere bezwarende oud FLO-functie, als bedoeld
                                in artikel 9b:1, tweede lid, waarbij het overgangsrecht voortgezet
                                wordt, dan is het zevende lid niet van toepassing en behoudt de
                                ambtenaar de rechten op grond van het eerste tot en met zesde
                                lid.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:68 Toelage onregelmatige dienst, eindejaarsuitkering en
                            vakantietoelage tijdens de periode van artikel 9b:67</vet>
            </al>
            <al> Tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:67 zijn de artikelen 3:3 en
                        3:3:1, respectievelijk artikel 19a:8, artikel 3:6 en artikel 6:3 niet van
                        toepassing.</al>
            <al>Briefnummer: U201201055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:69 Premie IZA-verzekering tijdens de periode van artikel
                            9b:67</vet>
            </al>
            <al>(vervallen)</al>
            <al>Briefnummer: U201201055, U201300288</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:70</vet>
            </al>
            <al>De jaren dat de ambtenaar op grond van artikel 9b:62 gedeeltelijk bezoldigd
                        volledig verlof is verleend, tegen doorbetaling van 70% van de voor de
                        ambtenaar geldende bezoldiging, tellen voor de berekening van de
                        ambtsjubileumgratificatie niet mee.</al>
            <al>Briefnummer: U201201055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:71 Verrekening inkomsten tijdens de periode van artikel
                            9b:67</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Wanneer de ambtenaar tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:67
                                inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of
                                bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de datum waarop
                                artikel 9b:67 van kracht is geworden, wordt op de doorbetaling van
                                de bezoldiging een vermindering toegepast. Deze vermindering is
                                gelijk aan het bedrag waarmede de inkomsten en de doorbetaalde
                                bezoldiging samen de laatstelijk genoten bezoldiging te boven gaan.
                            </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="2."><al> Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van
                                inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen
                                gedurende verlof, vakantie of nonactiviteit, onmiddellijk
                                voorafgaande aan de datum waarop artikel 9b:67 van kracht is
                                geworden. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="3."><al> Wanneer de ambtenaar op of na de datum, bedoeld in het eerste lid,
                                inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf ter
                                hand genomen vóór die dag, is ten aanzien van die inkomsten of
                                hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige
                                toepassing. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="4."><al> De in het derde lid bedoelde vermindering vindt echter niet plaats
                                indien de inkomsten of hogere inkomsten het gevolg zijn van algemene
                                loonsverhogingen, of indien de ambtenaar aannemelijk maakt dat die
                                inkomsten niet het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of van
                                andere oorzaken, verband houdende met de toepassing van artikel
                                9b:67. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="5."><al> Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet
                                verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als gratificatie.
                            </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="6."><al> De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van het
                                aanvaarden van arbeid of het starten van een bedrijf of het
                                vermeerderen van werkzaamheden uit arbeid of bedrijf. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="7."><al> De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van de
                                inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf die hij ontvangt
                                en van de wijzigingen daarin. Hij is verplicht daarvan de bewijzen
                                te overleggen. </al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="8."><al> Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet
                                nakomt, kan het college besluiten een korting op de door te betalen
                                bezoldiging toe te passen.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201201055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:72 Vakantieopbouw tijdens volledig buitengewoon
                        verlof</vet>
            </al>
            <al> Gedurende de periode van het gedeeltelijk bezoldigd volledig verlof,
                        bedoeld in artikel 9b:67 vindt geen opbouw van vakantie-uren plaats.</al>
            <al>Briefnummer: U201201055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:73 Ziekte tijdens volledig buitengewoon verlof</vet>
            </al>
            <al>Ziekte tijdens de periode van het volledig buitengewoon verlof, bedoeld in
                        artikel 9b:67, leidt niet tot stopzetting van het gedeeltelijk bezoldigd
                        volledig verlof.</al>
            <al>Briefnummer: U201201055 </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:74 Arbeidsongeschiktheid en garantieregeling bij
                            arbeidsongeschiktheid na de leeftijd van 50 jaar</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar die medisch niet geschikt is om op de wijze, bedoeld in
                                artikel 9b:26, eerste lid, in zijn bezwarende functie door te
                                werken, wordt beter gemeld op de datum, bedoeld in artikel
                                9b:28.</al></li>
              <li nr="2."><al>Op de ambtenaar wiens eerste ziektedag ligt na de leeftijd van 50
                                jaar valt en die volledig, maar niet duurzaam, of gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikt raakt, is artikel 8:4 respectievelijk artikel 8:5
                                niet van toepassing.</al></li>
              <li nr="3."><al>De ambtenaar, genoemd in het tweede lid, wordt hersteld verklaard
                                vanaf de datum, bedoeld in artikel 9b:26, eerste lid.</al></li>
              <li nr="4."><al>De datum, bedoeld in het derde lid gaat zoveel later in als het
                                college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat
                                luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere
                                leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar. </al></li>
              <li nr="5."><al>Op de ambtenaar, genoemd in het derde lid, blijven vanaf de datum
                                van herstel artikel 9b:26 tot en met artikel 9b:34 alsmede 9b:67 tot
                                en met 9b:73 van toepassing.</al></li>
            </lijst>
            <al>Briefnummer: U201201055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9b:75 Volledig buitengewoon verlof bij
                        regionalisering</vet>
            </al>
            <al>Voor de ambtenaar die wegens regionalisering van de gemeentelijke
                        beroepsbrandweer uit de bezwarende functie wordt ontslagen en op wie bij de
                        nieuwe werkgever hoofdstuk 9b van toepassing blijft, blijft deze paragraaf
                        van toepassing.</al>
            <al>Briefnummer: U201201055</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Hoofdstuk 9d TIJDELIJKE REGELING AMBTENAREN, WERKZAAM BIJ DE
                            GEMEENTELIJKE BEROEPSBRANDWEER EN EEN GEMEENTELIJKE AMBULANCEDIENST,
                            GEBOREN NA 1949 OF DIE GEBOREN IS VOOR 1950, MAAR DIE OP 1 APRIL 1997
                            GEEN DEELNEMER WAS BIJ HET ABP EN DIE OP 31 DECEMBER 2005 EN 1 JANUARI
                            2006 WERKZAAM WAREN IN EEN FUNCTIE, WAARVOOR DOOR HET COLLEGE KRACHTENS
                            ARTIKEL 8:3, ZOALS DAT LUIDDE OP 31 DECEMBER 2005, LEEFTIJDSGRENZEN ZIJN
                            BEPAALD</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9d:1</vet>
            </al>
            <al>Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar, werkzaam bij de
                        gemeentelijke beroepsbrandweer of een gemeentelijke ambulancedienst, die
                        geboren is na 1949 of die geboren is voor 1950, maar die op 1 april 1997
                        geen deelnemer was bij het ABP en die op 31 december 2005 en 1 januari 2006
                        werkzaam was in een functie, waarvoor door het college krachtens artikel
                        8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, leeftijdsgrenzen zijn
                        bepaald.</al>
            <al>Ledenbrief: U200701890</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9d:2</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De ambtenaar, bedoeld in artikel 9d:1, die op grond van de op 31
                                december 2005 voor hem geldende regelgeving, op 1 januari 2006 of
                                daarna FLO-ontslag zou zijn verleend, wordt buitengewoon verlof
                                verleend met behoud van de volledige bezoldiging.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het buitengewoon verlof gaat in op de datum waarop de ambtenaar
                                FLO-ontslag zou zijn verleend.</al></li>
              <li nr="3."><al>Deze regeling is bedoeld als overgangsmaatregel en geldt tijdelijk
                                totdat het FLO-overgangsrecht is vastgesteld.</al></li>
            </lijst>
            <al>Ledenbrief: U200701890</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9d:3</vet>
            </al>
            <al>Ambtenaren, aan wie op of na 1 januari 2006 op grond van artikel 9d:2
                        buitengewoon verlof verleend is met behoud van zijn volledige bezoldiging,
                        worden met ingang van 1 juli 2006 onder de werking van hoofdstuk 9b
                        gebracht.</al>
            <al>Ledenbrief: U200701890</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Artikel 9d:4</vet>
            </al>
            <al>Met ingang van 1 juli 2006 kunnen ambtenaren geen recht meer doen gelden op
                        de aanspraken op grond van dit hoofdstuk.</al>
            <al>Ledenbrief: U200701890.</al>
            <al/>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan
                        den Rijn op 22 december 2015,</ondertekening>
        <ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening>
        <ondertekening>drs. P.W. Jeroense, mr. drs. J.W.E. Spies</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>(Voor de hoofdstukken 10-22 van de CAR-UWO Alphen aan den Rijn 2016: zie
                        vervolgdocument).</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>